GMS 10023 Professional - Detector BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GMS 10023 Professional BOSCH in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - GMS 10023 Professional BOSCH
Gebruikersvragen over GMS 10023 Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GMS 10023 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GMS 10023 Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GMS 10023 Professional BOSCH
nl Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
da Original Drugsanvishing
sv Bruksanvisning i original
no Original driftsinstruks
Veiligheidsaanwijzingen

Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden. Wanneer het meetgereedschap niet volgens de beschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheids- voorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG.
Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
▶ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
Het meetgereedschap kan om technologische redenen geen honderd procent veiligheid garanderen. Om risico's uit te sluiten, dient u zich daarom altijd door andere informatiebronnen als bouwtekeningen, foto's uit de bouwfase enz. in te dekken, voordat u gaat boren, zagen of frezen in muren, plafonds of vloeren.
Omgevingsinvloeden zoals luchtvochtigheid of nabijheid tot andere elektrische apparaten die sterke elektrische, magnetische of elektromagnetische velden produceren, natheid, metaalhoudende bouwmaterialen, met aluminium beklede isolatiematerialen evenals geleidende behangsoorten of tegels kunnen de nauwkeurigheid van het meetgereedschap belemmeren. Aantal, soort, grootte en positie van de objecten kunnen de meetresultaten vervalsen.
Als zich in het gebouw gasleidingen bevinden, controleer dan na alle werkzaamheden aan muren, plafonds of vloeren of er geen gasleiding werd beschadigd.
- Controleer bij het bevestigen van objecten aan droogbouwwanden of de wand resp. de bevestigingsmaterialen voldoende draagvermogen hebben, vooral bij het bevestigen aan de onderconstructie.
Beschrijving van product en werking
Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.
Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bestemd voor het zoeken naar metalen (ferro- en non-ferrometalen, bijv. wapeningsijzer) evenals spanningvoerende leidingen in muren, plafonds en vloeren.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
(1) Aanduiding van objectmidden
74 | Nederlands
(2) Lichtring
(3) Markeergat
(4) Aanduiding spanningvoerende leidingen
(5) Aanduiding metalen object
(6) Toets geluidssignaal
(7) Aan/uit-toets
(8) Greepvlak
(9) Opbergetui
(10) Glijder
(11) Sensorgedeelte
(12) Batterijvakdeksel
(14) Serienummer
(13) Vergrendeling van het batterijvakdeksel
Technische gegevens
| Digitale detector GMS 100-23 | |
| Productnummer | 3 601 K81 800 |
| Max. detectiediepteA) | |
| – non-ferrometalen (koper) 100 mm | B) |
| – ferrometalen 80 mm | C) |
| – spanningvoerende leidingen 100–230 V (bij aangelegde spanning) | 50 mm^D) |
| Gebruikstemperatuur –10 °C ... +50 °C | |
| Opslagtemperatuur –20 °C ... +70 °C | |
| Werkfrequentiebereik 50 ± 2 kHz | |
| Max. magnetische veldsterkte (bij 10 m) 42 dBμA/m | |
| Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000 m | |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | |
| – voor de detectie van objecten 90 % | |
| – voor de classificatie van spanningvoerende leidingen 50 % | |
| Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 2 | E) |
1 609 92A 92W | (07.02.2024) Bosch Power Tools
Nederlands | 75
Digitale detector GMS 100-23
| Energievoorziening | |
| – Batterijen (alkaline) 2 × 1,5 V LR6 (AA) | |
| – Oplaadbare batterijen (NiMH) 2 × 1,2 V HR6 (AA) | |
| – Li-lon-accupack (accessoire) 3,7 V | |
| Gebruiksduur ca. | |
| – met batterijen (alkaline) 9 h | |
| – met oplaadbare batterijen (NiMH) 9 h | |
| – met Li-lon-accupack (accessoire) 7 h | |
| Gewicht | |
| – met batterijen (alkaline)/oplaadbare batterijen (NiMH) 0,28 kg | |
| – met Li-lon-accupack (accessoire) 0,26 kg | |
| Afmetingen (lengte × breedte × hoogte) 186 × 86 × 33 mm | |
| Beschermklasse IP54 | |
| Li-lon-accupack (accessoire) BA 3.7V 1.0Ah A | |
| Productnummer | 1 607 A35 0N8 |
| 1 607 A35 17H | |
A) afhankelijk van het materiaal en de grootte van de objecten en van het materiaal en de toestand van de ondergrond
B) bij koperen buis met een diameter van 15 mm
C) bij wapeningsstaal met een diameter van 12 mm
D) Geringere detectiediepte bij niet-spanningvoerende leidingen
E) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing.
Het serienummer (14) op het typeplaatje dient voor een duidelijke identificatie van uw meetgereedschap.
Het meetresultaat kan m.b.t. de nauwkeurigheid en de detectiediepte bij een ongunstige hoedanigheid van de ondergrond slechter uitvallen.
Energievoorziening meetgereedschap
Het meetgereedschap kan ofwel met gangbare batterijen, met gangbare oplaadbare NiMH-batterijen of met een als accessoire verkrijgbare Bosch Li-lon-accupack worden
76 | Nederlands
gebruikt. Voor het gebruik met een Li-Ion-accupack neemt u goed nota van de gebruiks-aanwijzing van de Li-Ion-accupack.
Aanwijzing: Bewaar het meetgereedschap nooit zonder aangebracht batterijvakdeksel (12) of Li-lon-occupack, vooral in een stoffige of vochtige omgeving is dit belangrijk.
Batterijen plaatsen/verwisselen
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkalinebatterijen of oplaadbare NiMH-batterijen geadviseerd.
Voor het openen van het batterijvakdeksel (12) drukt u op de vergrendeling (13). Neem het batterijvakdeksel weg.
Plaats de (oplaadbare) batterijen.
Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.
Breng het batterijvakdeksel (12) aan en laat het vastklikken.
Verwissel altijd alle batterijen of accu's tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen of accu's van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
▶ Haal de (oplaadbare) batterijen uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De (oplaadbare) batterijen kunnen bij een langere periode van opslag in het meetgereedschap corroderen en zichzelf ontladen.
Gebruik
▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bij grotere temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen, voordat u het inschakelt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden.
▶ Vermijd heftige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf en bij opvallende zaken in de functionaliteit moet u het meetgereedschap bij een geautoriseerde Bosch-klantenservice laten controleren.
Houd het meetgereedschap alleen vast bij de hiervoor bestemde greepvlakken (8) om de meting niet te beïnvloeden.
▶ Breng in het sensorgedeelte (11) op de achterkant van het meetgereedschap geen stickers of plaatjes aan. Vooral plaatjes van metaal beïnvloeden de meetresultaten.

Draag tijdens de meting geen handschoenen en let op voldoende aarding. Bij onvoldoende aarding kan de herkenning van spanningvoerende leidingen worden belemmerd.

Vermijd tijdens de meting de nabijheid van apparaten die sterke elektrische, magnetische of elektromagnetische velden uitzenden, zoals bijv. mobiele telefoons, laptops of tablets. Deactiveer indien mogelijk bij alle apparaten waarvan de straling de meting kan belemmeren, de betreffende functies of schakel de apparaten uit.
Ingebruikname
In-/uitschakelen
Zorg er vóór het inschakelen van het meetgereedschap voor dat het sensorgedeelte (11) niet vochtig is. Wrijf het meetgereedschap eventueel droog met een doek.
Als het meetgereedschap blootgesteld is geweest aan een sterke temperatuurwisseling, laat u het vóór het inschakelen op de juiste temperatuur komen.
Voor het inschakelen van het meetgereedschap drukt u op de aan/uit-toets (7).
Voor het uitschakelen van het meetgereedschap drukt u opnieuw op de aan/uittoets (7).
Als ca. 5 minuten lang geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt en worden geen objecten gedetecteerd, dan schakelt het meetgereedschap automatisch uit.
Geluidssignaal in- en uitschakelen
Met de toets geluidssignaal (6) kunt u het geluidssignaal in- en uitschakelen.
Werking (zie afbeelding A)
Met het meetgereedschap wordt de ondergrond van het sensorgedeelte (11) in meetrichting A tot aan de maximale detectiediepte onderzocht.
Bij elke meting wordt automatisch gezocht naar metalen objecten (bijv. koperen buis of wapeningsstaal) en spanningvoerende leidingen (50–60 Hz).
Meetprocedure (zie afbeelding B)
Plaats het meetgereedschap op het te onderzoeken oppervlak. De lichtring (2) brandt om aan te geven dat het toestel gereed is om te meten.
Houd het meetgereedschap gelijkmatig bij het greepvlak (8) vast. Verander uw grip tijdens de meting niet en grijp vooral niet in het sensorgedeelte (11).
Beweeg het meetgereedschap altijd in een rechte lijn in richting B met een lichte druk over de ondergrond, zonder het op te tillen of de aandrukkeracht te veranderen. Het
78 | Nederlands
meetgereedschap moet voornamelijk in dwarsrichting ten opzichte van het gezochte object worden bewogen. Wanneer u de oriëntatie van het object in de muur niet kent, voer dan een kruislingse meting uit (zie afbeelding B).
Detectie-aanduidingen:
- Als er geen object onder het sensorgedeelte wordt gevonden, brandt de lichtring (2) groen en is er geen geluidssignaal te horen.
- Als het meetgereedschap een object nadert, dan brandt de lichtring (2) rood. Hoe dichter het object wordt genaderd, des te sneller gaat het ritme van het geluidssignaal.
- Boven het midden van een object branden de aanduidingen objectmidden (1) en is er een continu geluidssignaal te horen. De lichtring (2) blijft rood branden.
- Als het meetgereedschap uit de buurt van het object wordt wegbewogen, dan gaan de aanduidingen objectmidden (1) uit en is het geluidssignaal in een langzamer ritme te horen.
Bij de eerste keer over het object bewegen, worden midden en grenzen van het object grof aangegeven.
Om het midden van het object nauwkeurig te lokaliseren, beweegt u het meetgereedschap zonder dit op te tillen terug in de richting van het object tot het objectmidden opnieuw wordt aangegeven (de aanduidingen objectmidden (1) branden).
Voor de nauwkeurigere grenzen van het object beweegt u het meetgereedschap in een rechte lijn verder van het objectmidden tot de lichtring (2) niet meer rood brandt.

Als een spanningvoerende leiding wordt gevonden, brandt de aanduiding spanningvoerende leidingen (4).
Als een metalen object (bijv. wapeningsijzer, koperen buis) wordt gevonden, brandt de aanduiding metalen object (5).
De markeringsopening (3) ligt boven het meetmiddelpunt. Hier kunt u indien gewenst het midden of de grenzen van een object markeren.
Aanwijzing: Na het markeren van een object door de markeringsopening (3) (bijv. met een stift) moet u een nieuwe meting starten, omdat de meting door de stift kan worden belemmerd.
Aanwijzingen voor de detectie van spanningvoerende leidingen
- De leiding moet onder spanning staan. Sluit daarom stroomverbruikers (bijv. lampen, apparaten) op de gezochte elektriciteitsleiding aan. Schakel de stroomverbruikers in om ervoor te zorgen dat de elektriciteitsleiding onder spanning staat.
- Het 50-tot-60-Hz-signaal van de elektriciteitsleiding moet het meetgereedschap bereiken. Als de leiding in vochtige muren (bijv. luchtvochtigheid > 50 %), achter me-
talen folie (bijv. van isolaties) of in een metalen loze buis ligt, dan bereikt het signaal het meetgereedschap niet en de leiding kan niet worden gevonden.
- Het meetgereedschap moet goed geaard zijn. Houd het hiervoor (zonder handschoenen) vast bij het greepvlak (8). Let erop dat u zelf goed contact met de vloer hebt. Isolerende schoenen, ladders of platformen kunnen het contact belemmeren. De vloer zelf moet eveneens geaard zijn, anders kan de leiding niet worden gedetecteerd.
- Het 50-tot-60-Hz-signaal van de elektriciteitsleiding moet boven de leiding sterker zijn dan in de directe omgeving. Als de muur erg vochtig of slecht geaard is, dan is het signaal over de hele muur even sterk. Het meetgereedschap geeft dan over een groter gebied aan dat een signaal werd gevonden, maar kan de leiding niet precies detecteren.
In dit geval kan het helpen, wanneer u uw vrije hand op een afstand van 20–30 cm van het meetgereedschap op de muur houdt om het signaal van de muur af te leiden. De positie van de vrije hand mag echter tijdens het meten niet worden veranderd.
- Meerfasige elektriciteitsleidingen (bekend als draaistroom of krachtstroom) kunnen niet als spanningvoerende leiding worden gedetecteerd, omdat het signaal van de verschillende fasen zich onderling opheft. U kunt meerfasige elektriciteitsleidingen op geringe diepte echter als metalen object detecteren.
- Geleidende muurvlakken zoals bijv. bepaalde tegels kunnen ertoe leiden dat elektrici- teitsleidingen niet worden aangegeven of de lichtring (2) over een groter gebied rood brandt.
- Vlak liggende elektriciteitsleidingen (tot een diepte van maximaal 2–3 cm) kunnen bovendien als metalen object worden aangegeven. Dit geldt echter niet voor aansluitdra-den.
▶ Schakel de stroomverbruikers uit en schakel de spanningsvoerende leidingen stroomloos, voordat u in muren, plafonds of vloeren boort, zaagt of freest. Controleer na alle werkzaamheden of op de ondergrond aangebrachte objecten niet onder spanning staan.
Aanwijzingen voor de aanduiding van objecten
- Bredere objecten zijn door rood oplichten van de lichtring (2) in een breed gebied te herkennen. Eventueel worden brede objecten daarbij niet over het hele uitgestrekte gebied aangegeven.
▶ Voordat u in de muur boort, zaagt of freest, moet u zich nog via andere informatiebronnen tegen risico's indekken. Omdat de meetresultaten door omgevingsinvloeden of de hoedanigheid van de muur beïnvloed kunnen worden, kan er gevaar bestaan, hoewel er geen geluidssignaal te horen is en de lichtring (2) groen brandt.
80 | Nederlands
Fouten – oorzaken en verhelpen
Oorzaak Verhelpen
Geen meting mogelijk, beide aanduidingen objectmidden (1) knipperen afwisselend en ...
... de aanduiding metalen object (5) en de aanduiding spanningvoerende leidingen (4) branden niet.
De meting wordt belemmerd door elektrische, magnetische of elektromagnetische velden (bijv door mobiele telefoons, laptops of tablets in de buurt van het meetgereedschap). Deactiveer indien mogelijk bij alle apparaten waarvan de straling de meting kan belemmeren, de betreffende functies of schakel de apparaten uit.
... de aanduiding metalen object (5) knippert.
Het meetgereedschap bevindt zich buiten de gebruikstemperatuur of was blootgesteld aan sterke temperatuurschommelingen. Schakel het meetgereedschap uit en laat het eerst op temperatuur komen, voordat u het weer inschakelt. Exacte metingen zijn alleen mogelijk, wanneer de temperatuur binnenin het meetgereedschap constant blijft.
... de aanduiding metalen object (5) en de aanduiding spanningvoerende leidingen (4) knipperen.
Het meetgereedschap heeft een storing en functioneert niet meer correct. Stuur het meetgereedschap op naar een geautoriseerde Bosch klantenservice.
De lichtring (2) brandt continu en de aanduiding metalen object (5) brandt continu, hoewel zich geen metalen object in de buurt van het meetgereedschap bevindt.
De fabriekskalibratie is niet meer geldig (bijv. door een val vanaf grote hoogte). Kalibreer het meetgereedschap handmatig na (zie „Meetgereedschap nakalibreren“, Pagina 81).
De lichtring (2) brandt niet als het toestel op de ondergrond wordt gezet.
De ondergrond kan niet worden herkend, omdat het sensorgedeelte (11) vuil is. Maak het meetgereedschap schoon met een droge, zachte doek en start de meting opnieuw.
Het muurcontact of de ondergrond kan vanwege bijzondere ei- Zet het meetgereedschap op de ondergrond. Voor een handmatige muurherkenning drukt u zolang (ca.
Oorzaak Verhelpen
genschappen van de muur (bijv. zeer donker oppervlak) niet worden herkend.
5 s) op de toets geluidssignaal (6) tot de lichtring (2) oplicht en een geluidssignaal is te horen. Meet daarna zoals gebruikelijk.
Aanwijzing: Vóór de volgende meting op een andere ondergrond moet u de handmatige muurherkenning weer terugzetten. Schakel hiervoor het meetgereedschap uit en weer in.
Meetgereedschap nakalibreren
Brandt de lichtring (2) continu rood en de aanduiding metalen object (5) brandt continu, hoewel zich geen object van metaal in de buurt van het meetgereedschap bevindt, dan kunt u het meetgereedschap handmatig nakalibreren.
- Zorg ervoor dat de (oplaadbare) batterijen niet bijna leeg of helemaal leeg zijn.
- Schakel het meetgereedschap uit.
- Verwijder alle objecten die zouden kunnen worden aangegeven, uit de buurt van het meetgereedschap (ook horloge of ringen van metaal).
Houd het meetgereedschap horizontaal zodanig in de lucht dat de achterkant van het meetgereedschap naar de vloer wijst. - Om naar de kalibreermodus te gaan, drukt u tegelijkertijd op de aan/uit-toets (7) en de toets geluidssignaal (6). Houd beide toetsen zolang ingedrukt (ca. 5–10 seconden) tot de lichtring (2) rood knippert.
- Om de nieuwe kalibratie te starten, drukt u op de toets geluidssignaal (6) en houd deze zolang ingedrukt (ca. 5–10 seconden) tot de lichtring (2) rood brandt.
- Als de kalibratie succesvol was, start het meetgereedschap na enkele seconden automatisch en is weer gereed voor gebruik.
Aanwijzing: Start het meetgereedschap niet automatisch, herhaal dan het nakalibreren. Als het meetgereedschap dan nog niet start, stuur het dan op naar een geautoriseerde Bosch-klantenservice.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
- Controleer het meetgereedschap vóór elk gebruik. Bij zichtbare beschadigingen of losse delen binnenin het meetgereedschap is de veilige werking niet meer gewaarborgd.
82 | Nederlands
Houd het meetgereedschap altijd schoon en droog om goed en veilig te werken. Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een droge, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Verwijder de glijders (10) aan de achterkant van het meetgereedschap niet.
Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde opbergetui. Stuur voor reparaties het meetgereedschap in het opbergetui op.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u onder:
Meetgereedschappen, accu's/batterijen, accessoires en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.

Gooi meetgereedschappen en accu's/batterijen niet bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en de implementatie in nationaal recht moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.
Bij een verkeerde afvoer kunnen afgedankte elektrische en elektronische apparaten vanwege de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen schadelijke uitwerkingen op het milieu en de gezondheid van mensen hebben.
Dansk
C) 12 mm läbimōōduga armatuurraua korral
SimpelGids