UniversalDetect - Detector BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis UniversalDetect BOSCH in PDF-formaat.

BOSCH UniversalDetect - Detector
📄 413 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice BOSCH UniversalDetect - page 86
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over UniversalDetect BOSCH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

Uw e-mailadres blijft privé: het wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding UniversalDetect - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. UniversalDetect van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING UniversalDetect BOSCH

, sollevare lo strumento di misura dal fondo sottostante e premere il pulsante qui accanto.

Submenu:

Hier vindt u informatie over het meetinstrument.

Submenu:

Hier kunt u kiezen of de gebruiksaanwijzing van het meetinstrument bij het opstarten moet worden weergegeven. Indien nodig kunnen de tips in dit submenu ook later via directe weergave worden opgeroepen.

Submenu:

Hier vindt u informatie over de meest voorkomende meetfouten.

Submenu:

Hier wordt een internetadres vermeld waar u verdere informatie over het meetinstrument kunt verkrijgen.

Operationele aanwijzingen

Markeren van objecten

Indien nodig kunnen gelokaliseerde objecten worden gemarkeerd. Voer de metingen uit zoals gebruikelijk.

Wanneer u een object hebt gevonden, markeer dan het gewenste punt via de markeringsopening (5).

Tijdens het markeren kan de aanduiding van het meetinstrument variëren, omdat de markeringsopening zich direct in het sensorveld (6) bevindt en de gebruikte stift voor het markeren de sensoren kan beïnvloeden.

Na het markeren moet een nieuwe meting worden gestart. Til hiervoor het meetinstrument van de muur en plaats het daarna weer op dezelfde plek. Zo weet u zeker dat de markeringsprocedure de volgende meetresultaten niet beïnvloedt.

Storingen - Oorzaken en oplossingen

Causa Rimedio
La procedura di misurazione non si avvia.
Il sensore da parete (8) non ha rilevato il contatto con la parete.Per avviare manually la procedura di misurazione, premere brevamente il tasto di accensione/ spegnimento (2).
Risultati di misurazione imprecisi/non plausibili
Oggetti che interferisce nel Campo del sensore (6)Rimuovere tutti gli oggetti che interferiscano (ad es. oro-logi, bracciali anelli ecc.) dal Campo del sensore (6). Non afferrare lo strumento di misura in prossimità del sensore.
Temperatura ambiente trop- po elevata/troppo bassaUtilizzato lo strumento di misura esclusivamente nel Campo di temperatura di funzionamento.
Forte variazione di tempera-turaLasciare che lo strumento di misura raggiunga la tempe-ratura normale.
Adgni misurazione, lo strumento di misura sorveglia il corretto funzionamenti. Qualora venga rilevato un difetto, sul display restera il solo simbolo qui ac-canto. In tale caso, oppure se i rimedi citati in precedenza non siano sufficienti

Om een bepaald probleem te verhelpen, moet het meetinstrument naar een erkend Bosch-klantenservicecentrum worden gestuurd.

Fout tijdens het meten in de modus

Causa Rimedio
La ghiera luminosa si accende con luce rossa, nonostante non vi siano travi in le-gno all'interno della parete.
Tubo in plastica riempito con acquaI tubi in plastica riempiti con acqua all'interno di pareti a secco verranno visualizzatianche in modalità<Legno>.
Nessuna parete a seccoLa modalità<Legno> èindicata esclusivamente per strutture a secco.
Parete a secco non omogeneaLe pareti a secco realizzate con pannelli in truciolato grezzo possono essere altamente disomogenee e causa- re localizzazioni errate. Per tale ragione, occorrere inizia- re la misurazione in un altro punto della parete e misura- re su un'altra altezza. Qualora ciò non sia d'aiuto, tenere sulla parete un ulteriore pannello in cartongesso ed ese- guire la misurazione su quest'sultimo.
Strumento di misura applica- to sulla parete molto lenta- menteApplicare lo strumento di misura sulla parete rapidamen- te.
Contatto con la parete non uniformeDurante la misurazione, tenere sempre lo strumento di misura a contactto con la parete nel modo più uniforme possibile e sono rabaltarlo.
La trave in legno non viene individuata.
Tratto di misurazione troppo breveIniziare la misurazione in un altre punto della parete e spostare lo strumento di misura su un tratto più esteso.
Trave in legno troppo in pro-fonditàLa profondità di rilevamento dipende dal tipo di materia- le edile e potrè essere inferiore rispetto a quella massi- ma.
Materialie isolante di tipo schermante, oppure umilità atmospherica troppo elevataIn caso di materiali edili metallici occessivamente umi- di (ad es. in caso di umilità atmospherica troppo bassa/ troppo elevata), non sarebbe una localizzazione af- fidabile.

Fout tijdens het meten in de modus

Oorzaak Oplossing

De lichtring licht geel of rood op, ook al bevinden zich in de buurt geen metalen voorwerpen.

Automatische kalibratie mislukt Start een herkalibratie via het submenu.

De lichtring licht geel of rood op over een groot meetgebied van de muur.

Numerosi oggetti metallici ravvicinatiOggetti metallici troppo ravicinati non si potanno localizzare separatamente.
Materiali edili contenti me-talli, oppure ferri di armatura nel calcestruzzoIn caso di materiali edili metallici (ad es. materiali isolan-ti rivestiti in alluminio o lamiere termoconduttive), non sarà possibile una localizzazione fidabile.
Oggetti metallici voluminosi nel retro della pareteIn caso di oggetti metallici voluminosi (ad es. corpi ra-dianti), non sarà possibile una localizzazione fidabile.
Autocalibratura non riuscitaAvviare una ricalibratura tramite il sottomenuReset>

Een metalen voorwerp wordt niet gedetecteerd.

Het metalen voorwerp bevindt zich te diep of is te klein. De detectiediepte kan afhankelijk van het bouwmateriaal en het voorwerp kleiner zijn dan de maximale diepte.

Fout tijdens het meten in de modus

Oorzaak Oplossing

De lichtring licht rood op over een groot meetgebied van de muur.

Onvoldoende aardverbinding van de muur Raak de muur met de vrije hand aan, op 20-30 cm afstand van het meetinstrument, om de muur te aarden.

Een spanningvoerende kabel wordt niet gedetecteerd.

Tensione assente/atipica nel cavoDare tensione al cavo, ad es. inserendo il relative interruttore luce. La localizzazione di cavi elettrici multifase, nonché di cavi con tensioni alternate fuori dal Campo 110-240 V e 50-60 Hz, non sare possibile in modo affidabile.

84 | Italiano

Causa Rimedio

Il cavo si trova troppo in pro-fondità.La profondità di rilevamento dipende dal tipo di materia-le edile e potr'à essere inferiore rispetto a quella massi-ma.
Il cavo corre in un tubo metal-lico collegato a massa.Per individuire il tubo metallico, utilizzato la modalità <Metallo>.
Strumento di misura non col-legato a massaAfferrare saldamente lo strumento di misuraenza guan-ti. Non soffermarsi su scale o impalcature isolanti. Non indossare calzature isolanti.
Materiale isolante di tipo schermante, oppure umidità atmospherica troppo bassa/ troppo elevataIn caso di materiali edili metallici, eccessivamente asciutti occessivamente umidi (ad es. in caso di umidi-tà atmosferica troppo bassa/troppo elevata), non sare possibile una localizzazione affidabile.

Manutenzione ed assistenza

Manutenzione e pulizia

Controllare lo strumento di misura prima di ogni utilizzo. In caso di danni visibili o di parti distaccate all'interno dello strumento di misura, la sicurezza di funzionamento non è più garantita.

Mantenere lo strumento di misura sempre pulito ed asciutto, per lavorare correttamente e in sicurezza.

Non immergere in alcun caso lo strumento di misura in acqua, né in alcun altro liquido.

Pulire ogni tipo di sporcizia utilizzando un panno asciutto e morbido. Non utilizzare detergenti, né solventi.

Servizio di assistenza e consulenza tecnica

Il servizio di assistenza risponde alle Vostre richieste relative alla riparazione e alla manutenzione del Vostro prodotto, nonché concernenti i pezzi di ricambio. Disegni in vista esplosa e informazioni relative ai pezzi di ricambio sono consultabili anche sul sito

www.bosch-pt.com

Il team di consulenza tecnica Bosch sarà lieto di rispondere alle Vostre domande in merito ai nostri prodotti e accessori.

In caso di richieste o di ordinazione di pezzi di ricambio, comunicare sempre il codice prodotto a 10 cifre riportato sulla targhetta di fabbricazione dell'elettroutensile.

Italia

Tel.: (02) 3696 2314

E-Mail: pt.hotlinebosch@it.bosch.com

Voor verdere serviceadressen raadpleeg:

www.bosch-pt.com/serviceaddresses

Afvoer

Meetgereedschap, accessoires en verpakkingen die niet meer gebruikt worden, dienen op een milieuvriendelijke manier te worden gerecycled.

BOSCH UniversalDetect - Afvoer - 1

Gooi meetgereedschap en batterijen niet bij het huisvuil.

Alleen voor EU-landen:

Conform de Europese Richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en de omzetting daarvan in nationaal recht, moeten meetgereedschappen die niet meer gebruikt worden, en conform de Europese Richtlijn 2006/66/EG defecte of lege batterijen/accu's, apart worden ingezameld en op een milieuvriendelijke manier worden gerecycled.

Bij onjuiste afvoer kunnen elektrische en elektronische apparaten vanwege de mogelijke aanwezigheid van schadelijke stoffen schadelijke effecten hebben op het milieu en de menselijke gezondheid.

Nederlands

Veiligheidsaanwijzingen

BOSCH UniversalDetect - Veiligheidsaanwijzingen - 1

Alle aanwijzingen moeten worden gelezen en in acht genomen worden. Wanneer het meetgereedschap niet volgens de beschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG.

Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.

86 | Nederlands

▷ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen. ▷ Het meetgereedschap kan om technologische redenen geen honderd procent zekerheid garanderen. Om risico's uit te sluiten, dient u zich daarom altijd door andere informatiebronnen zoals bouwtekeningen, foto's uit de bouwfase enz. in te dekken, voordat u gaat boren, zagen of frezen in muren, plafonds of vloeren. Omgevingsinvloeden zoals luchtvochtigheid of nabijheid tot andere elektrische apparaten die sterke elektrische, magnetische of elektromagnetische velden produceren, natheid, metaalhoudende bouwmaterialen, met aluminium beklede isolatiematerialen evenals geleidende behangsoorten of tegels kunnen de nauwkeurigheid van het meetgereedschap belemmeren. Aantal, soort, grootte en positie van de objecten kunnen de meetresultaten verversen. ▷ Als zich in het gebouw gasleidingen bevinden, controleer dan na alle werkzaamheden aan muren, plafonds of vloeren of er geen gasleidingwerk beschadigd. ▷ Controleer bij het bevestigen van objecten aan droogbouwwanden of de wand resp. de bevestigingsmaterialen voldoende draagvermogen hebben, vooral bij het bevestigen aan de onderconstructie.

Beschrijving van productenwerking

Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.

Beoogd gebruik

Het meetgereedschap is bestemd voor het zoeken naar metalen (ferro- en non-ferrometalen, bijv. wapeningsijzer) en spanningvoerende leidingen in muren, plafonds en vloeren evenals houten balken in gipswanden.

Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis.

Afgebeelde componenten

De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.

(1) Batterijvakdeksel (2) Aan/uit-toets/meettoets (3) Display (touchscreen) (4) Lichtring

(5) Markeringsopening (6) Sensorgedeelte (7) Serienummer (8) Muursensor (9) Greepvlak

Aanduidingselementen

(a) Navigatiegedeelte (b) Informatiegedeelte (c) Statusbalk (d) Aanduiding paginanummer (alleen bij menu's met meerdere pagina's) (e) Aanduiding geluidssignaal (f) Batterij-aanduiding

Technische gegevens

Digitale detector UniversalDetect
Productnummer3 603 F81 3..
Max. detectiediepteA)
- Metalen 100 mm
- Eenfasige spanningvoerende leidingen (110-240 V,50-60 Hz, bij aangelegde spanning)B)50 mm
- Onderconstructies van hout in gipswanden 25 mmC)
Gebruikstemperatuur -5 °C ... +40 °C
Opslagtemperatuur -20 °C ... +70 °C
Gebruiks Frequentiebereik 48-52 kHz
Max. magnetische veldsterkte (bij 0,1 m) 106 dBμA/m
Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000 m
Relatieve luchtvochtigheid
- Gebruiksmodus <Metaal> en <Hout>30-80 %
- Modus <Stroom>< 50 %
Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 2D)
Batterijen 4 × 1,5 V LR03 (AAA)

Bosch Power Tools 1609 92A 85B| (17.03.2023)

88|Nederlands

Digitale detector UniversalDetect

Gebruiksduur ca. 4 h

Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 0,34 kg

Afmetingen (lengte × breedte × hoogte) 255 × 90 × 56 mm

A) afhankelijk van de functie, het materiaal en de grootte van de objecten en van het materiaal en de toestand van de ondergrond B) geringere detectiediepte bij niet-spanningvoerende leidingen C) komt overeen met twee gipskartonplaten D) er ontstaat slechts een niet-geleidende vervuiling, waarbij soms een tijdelijke geleidbaarheid wordt verwacht door bedauwing.

Het serienummer (7) op het typeplaatje dient voor een duidelijke identificatie van uw meetgereedschap.

▷ Het meetresultaat kan m.b.t. de nauwkeurigheid en de detectiediepte bij een ongunstige hoedanigheid van de ondergrond slechter uitvallen.

Montage

Batterijen plaatsen/verwisselen

Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.

Gebruik geen batterijen met een hogere nominale spanning dan 1,5 V.

Om het batterijvakdeksel (1) te openen schuift u dit in de richting van het batterijvak. Plaats de batterijen.

Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.

De batterij-aanduiding (f) in de statusregel van het display geeft de actuele batterijstatus aan.

BOSCH UniversalDetect - Batterijen plaatsen/verwisselen - 1

Als de aanduiding hiernaast in de statusregel van het display verschijnt, kan het meetgereedschap nog maximaal 15 minuten worden gebruikt. Vervang de

batterijen.

Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van dezelfde fabrikant en met dezelfde capaciteit.

Haal de batterijen uit het meetgereedschap wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere periode van opslag in het meetgereedschap corroderen en zichzelf ontladen.

Gebruik

Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bij grotere temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen, voordat u het inschakelt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap en de aanduiding op het display nadelig worden beïnvloed. Vermijd heftige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf en bij opvallende zaken in de functionaliteit moet u het meetgereedschap bij een geautoriseerde Bosch-klantenservice laten controleren. Houd het meetgereedschap alleen vast bij de hiervoor bestemde greepvlakken (9) om de meting niet te beïnvloeden. Breng in het sensorgedeelte (6) op de achterkant van het meetgereedschap geen stickers of plaatjes aan. Vooral plaatjes van metaal beïnvloeden de meetresultaten.

BOSCH UniversalDetect - Gebruik - 1

Draag tijdens de meting geen handschoenen en let op voldoende aarding. Bij onvoldoende aarding kan de herkenning van spanningvoerende leidingen worden belemmerd.

BOSCH UniversalDetect - Gebruik - 2

Vermijd tijdens de meting de nabijheid van apparaten die sterke elektrische, magnetische of elektromagnetische velden uitzenden, zoals bijv. mobiele telefoons, laptops of tablets. Deactiveer indien mogelijk bij alle apparaten waarvan de straling de meting kan belemmeren, de betreffende func

ties of schakel de apparaten uit.

Gebruik van het touchscreen

Gebruik het meetgereedschap niet wanneer er beschadigingen op het touchscreen te zien zijn (bijv. scheuren in het oppervlak enz.).

Het display is verdeeld in statusbalk (c) en touchscreen met informatiegedeelte (b) en navigatiegedeelte (a).

De statusbalk (c) geeft de actuele instelling van het geluidssignaal (e), de batterij-aanduiding (f) en het paginanummer (d) (bij menu's met meerdere pagina's) aan.

Via het touchscreen kan het meetgereedschap door aanraken van de knop op het display worden bestuurd.

Gebruik voor de bediening van het touchscreen alleen uw vingers. Breng het touchscreen niet in contact met andere elektrische apparaten of water.

Schakel voor het reinigen van het touchscreen het meetgereedschap uit. Veeg vervuilingen bijv. met een microvezeldoek af.

Om het meetgereedschap via het touchscreen te besturen, verschijnen (naast knoppen in de betreffende taal) de volgende algemene knoppen:

Knop Actie
ΔNoar vorige pagina bladeren
ΔNoar volgende pagina bladeren
Een menuniveau terug/naar boven
Menu <Instellingen> openen
?Menu <Help-menu> openen

Ingebruikname

In-/uitschakelen

Zorg er vóór het inschakelen van het meetgereedschap voor dat het sensorgedeelte (6) niet vochtig is. Wrijf het meetgereedschap eventueel droog met een doek. Als het meetgereedschap blootgesteld is geweest aan een sterke temperatuurwisseling, laat het dan vóór het inschakelen op de juiste temperatuur komen.

Voor het inschakelen van het meetgereedschap drukt u op de aan/uit-toets (2). Neem goed nota van de tips over het gebruik van het meetgereedschap. U kunt de gedetailleerde aanwijzingen voor de volgende inschakelprocedures in het submenu deactiveren.

Voor het uitschakelen van het meetgereedschap drukt u lang op de aan/uit-toets (2).

Als ca. 5 minuten lang geen meting worden gedaan en geen toets of knop op het meetgereedschap worden ingedrukt, dan schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de batterijen te sparen.

Werking (zie afbeelding A)

Met het meetgereedschap worden de ondergrond van het sensorgedeelte (6) in meetrichting z tot aan de maximale detectiediepte onderzocht.

Kies de gewenste gebruiksmodus.

Beweeg het meetgereedschap altijd in een rechte lijn in de richting van de x-as met een lichte druk over de ondergrond, zonder het op te tillen of de aandrukkracht te veranderen. Voor een correcte meting moet de muursensor (8) een gelijkblijvend contact met de ondergrond hebben.

Houd het meetgereedschap bij het greepvlak (9) gelijkmatig vast en grijp tijdens de meting niet in het sensorgedeelte (6).

Registreert het meetgereedschap een signaal, dan verschijnt dit in het informatiegedeelte (b) en de verlichting (4) brandt geel. Volg de verdere instructies in het informatiegedeelte. Denk eraan dat door meerdere keren over de ondergrond te bewegen de precisie van de detectie worden verhoogd. Als het object is gedetecteerd, dan verschijnt dit in het informatiegedeelte; de verlichting (4) brandt rood en er is een geluidssignaal te horen.

Het soort gezonden object (afhankelijk van de gebruiksmodus) verschijnt op het display: - stroomkabel

  • metalen object
  • onderconstructie

Als er geen object wordt gevonden, dan blijft de lichtring (4) groen en er verschijnt niets op het display.

Gebruiksmodi

U kunt voor de detectie uit drie gebruiksmodi kiezen en twee gebruiksmodi tegelijkertijd activeren.

Gebruiksmodus (zie afbeelding B)

De gebruiksmodus is geschikt om houten balken in gipswanden te vinden. Wanneer het meetgereedschap op de muur wordt gezet, brandt de lichtring (4) geel tot door de beweging van het meetgereedschap het signaal duidelijk kan worden toegewezen.

Denk eraan dat bij het kiezen van deze gebruiksmodus alle objecten in gipswanden worden weergegeven. Alleen door de combinatie met de andere twee gebruiksmodi kan worden uitgesloten dat het om een metalen object of een elektriciteitsleiding gaat.

In deze gebruiksmodus worden ook kunststof buizen gevonden, vooral wanneer deze met water gevuld zijn. Controleer er vóór het boren, zagen of frezen of het daadwerkelijk om een houten balk gaat, en niet om een kunststof buis.

Gebruik de gebruiksmodus alleen bij gipswanden.

Gebruiksmodus (zie afbeelding C)

De gebruiksmodus is uitsluitend geschikt om onafhankelijk van de hoedanigheid van de muur objecten van metaal (bijv. koperen buizen of wapeningstaal) te vinden.

Spanningvoerende leidingen worden in deze gebruiksmodus niet als stroomkabels aangegeven. Om stroomkabels te vinden, kunt u de gebruiksmodi en ook tegelijkertijd kiezen.

Gebruiksmodus (zie afbeelding D)

De gebruiksmodus is uitsluitend geschikt om eenfasige spanningvoerende leidingen (110-240 V, 50-60 Hz) te vinden.

Meetvoorbereidingen en bijzonderheden bij het meten:

  • De leiding moet onder spanning staan. Sluit daarom stroomverbruikers (bijv. lampen, apparaten) op de gezochte elektriciteitsleiding aan. Schakel de stroomverbruikers in om ervoor te zorgen dat de elektriciteitsleiding onder spanning staat.
  • Het 50-tot-60-Hz-signaal van de elektriciteitsleiding moet het meetgereedschap bereiken. Als de leiding in vochtige muren (bijv. luchtvochtigheid > 50%), achter metalen folie (bijv. van isolaties) of in een metalen loze buis ligt, dan bereikt het signaal het meetgereedschap niet en de leiding kan niet worden gevonden.
  • Het meetgereedschap moet goed geaard zijn. Houd het hiervoor (zonder handschoenen) vast bij het greepvlak (9). Let erop dat u goed contact met de vloer hebt. Isolerende schoenen, ladders of platformen kunnen het contact belemmeren. De vloer moet eveneens geaard zijn, anders kan de leiding niet worden gedetecteerd.
  • Het 50-tot-60-Hz-signaal van de elektriciteitsleiding moet boven de leiding sterker zijn dan in de directe omgeving. Als de muur erg droog of slecht geaard is, dan is het signaal over de hele muur even sterk. Het meetgereedschap geeft dan over een groter gebied aan dat een signaal werd gevonden, maar kan de leiding niet precies detecteren. In dit geval kan het helpen, wanneer u uw vrije hand op een afstand van 20-30 cm van het meetgereedschap op de muur houdt om het signaal van de muur af te leiden. Schakel de stroomverbruikers uit en schakel de spanningsvoerende leidingen stroomloos, voordat u in muren, plafonds of vloeren boort, zaagt of freest. Controleer na alle werkzaamheden of op de ondergrond aangebrachte objecten niet onder spanning staan.

Kan de leiding in de gebruiksmodus niet worden gedetecteerd, dan zoekt u de leiding in de gebruiksmodus als metalen object. Denk eraan dat de maximale

detectiediepte gering is (ca. 2-3 cm). Geslagen kabels kunnen in tegenstelling tot massieve kabels ook in de gebruiksmodus niet worden gedetecteerd.

Meerfasige elektriciteitsleidingen (bekend als draaistroom of krachtstroom) kunnen in de gebruiksmodus <Stroom> niet worden gedetecteerd, omdat het signaal van de verschillende fasen zich onderling opheft. U kunt meerfasige elektriciteitsleidingen beter in de gebruiksmodus <Metaal> als metalen object detecteren. De maximale detectiediepte is iets groter dan voor eenfasige elektriciteitsleidingen.

BOSCH UniversalDetect - Menu - 1

Om in het menu te komen, tilt u het meetgereedschap van de ondergrond op en drukt u vervolgens op de hiernaast afgebeelde knop.

De instellingen voor geluid en taal blijven bij het uit- en inschakelen van het meetgereedschap behouden.

U kunt het geluidssignaal dat gevonden objecten aangeeft, in- en uitschakelen. De gekozen instelling verschijnt in de statusbalk in de aanduiding geluidssignaal (e).

Kies de taal van de menunavigatie.

Hier kunt u het meetgereedschap handmatig nakalibreren. Er wordt aangeraden om na te kalibreren, wanneer het meetgereedschap permanent een metalen object detecteert, hoewel een dergelijk object zich niet in de buurt bevindt.

Volg bij het nakalibreren de instructies in het informatiegedeelte van het touchscreen. Voer het nakalibreren uitsluitend bij kamertemperatuur uit.

BOSCH UniversalDetect - Menu - 1

Om in het menu te komen, tilt u het meetgereedschap van de ondergrond op en drukt u vervolgens op de hiernaast afgebeelde knop.

Hier vindt u informatie over uw meetgereedschap.

U kunt kiezen of de aanwijzingen over de bediening van uw meetgereedschap bij elke start worden weergegeven. Indien nodig kunt u in dit submenu de tips ook voor direct weergeven opvragen.

Hier vindt u informatie over de meest voorkomende meetfouten.

94|Nederlands

Hier staat een internetadres vermeld via welk u meer informatie over het meetgereedschap krijgt.

Aanwijzingen voor werkzaamheden

Objecten markeren

U kunt gevonden objecten indien gewenst markeren. Meet zoals gebruikelijk.

Als u een object heeft gevonden, dan markeert u de gezochte plek door de markeringsopening (5).

Tijdens het markeren kan de aanduiding van het meetgereedschap veranderen, omdat de markeringsopening zich direct in het sensorgedeelte (6) bevindt en de voor de markering gebruikte stift de sensoren kan beïnvloeden.

Begin na het markeren altijd een nieuwe meting. Til hiervoor het meetgereedschap van de muur af en zet het er weer op. Op deze manier zorgt u ervoor dat het markeerproces de volgende meetresultaten niet beïnvloedt.

Fouten - oorzaken en verhelpen

Oorzaak Verhelpen

Meetproces start niet.

Muursensor (8) heeft het contact met de muur niet herkend. Druk kort op de aan/uit-toets (2) om het meetproces handmatig te starten.

Meetresultaten onnauwkeurig/onplausibel

Storende objecten in het sensorgebied. Verwijder alle storende objecten (bijv. horloge, armband, ring enz.) uit het sensorgebied (6). Pak het meetgereedschap niet in de buurt van de sensor vast.

Omgevingstemperatuur te hoog/te laag. Gebruik het meetgereedschap alleen in het gebruikstemperatuurbereik.

Sterke temperatuurwisseling. Laat het meetgereedschap op de juiste temperatuur komen.

BOSCH UniversalDetect - Meetresultaten onnauwkeurig/onplausibel - 1

Het meetgereedschap bewaakt de correcte werking bij elke meting. Als een defect wordt vastgesteld, verschijnt op het display alleen nog het hiernaast afgebeelde symbool. In dit geval of wanneer de overige genoemde oplossingsmaatregelen een fout niet kunnen verhelpen, stuurt u het meetgereedschap op

naar een geautoriseerde Bosch-klantenservice.

Fouten bij meting met gebruiksmodus

Oorzaak Verhelpen

Lichtring brandt rood, hoewel er geen houten balk in de muur zit.

met water gemulde kunststof buisMet water gemulde kunststof buizen in gipswanden worden in de gebruiksmodus <Hout> ook aangegeven.
geen gipswandDe gebruiksmodus <Hout> is uitsluitend geschikt voor gipswanden.
inhomogene gipswand Gipswanden van grove spaanplaten können zeer inhominogenen zijn en foute detecties veroorzaken. Begin daar-om de meting op een andere plek op de muur en meet op een andere hoogte. Als dat Niet helpt, houd dan een extra planta gipskarton gegen de muur en meet hierop.
meetgereedschap heel lang-zaam op de muur gezetZet het meetgereedschap snel op de muur.
ongelijkmatig contact met de muurHoud het meetgereedschapijdens de meting altijd meteen zo gelijkmatig möglichk contact gegen de muur en kantel het meetgereedschap Niet.

Houten balken worden niet gezonden.

meettraject te kort Begin de meting op een andere plek op de muur en be-weeg het meetgereedschap over een langer traject.
houten balk ligt te diep De detectiediepte is afhankelijk van het bouwmateriaal en kan geringer� dan de maximale detectiediepte.
afschemend bouwmateriaal of een te hove luchtvochtig-heidBij metalen of te vochtige bouwmaterialien (bijv. bij een te hove luchtvochtigheid) is geen betrouwbare detectie mogelijk.

Fouten bij meting met gebruiksmodus

Oorzaak Verhelpen

Lichtring brandt geel of rood, hoewel er geen metaal in de buurt is.

Automatisch kalibreren niet geslaagd. Start via het submenu een nakalibrering.

Lichtring brandt geel of rood over een groot meetgebied op de muur.

Veel te dicht op elkaar liggende metalen objecten kunnen niet afzonderlijk worden gedetecteerd.

Oorzaak Verhelpen

Metaalhoudende bouwmatérialen of wapeningsstaal in betonBij metalen bouwmaterialen (bijv. met aluminium be-keeled isolatiematerialiaal, warmtegeleidingsplaten) is geen betrouwbare detectie mogelijk.
Massieve metalen objecten aan dechterzijde van de muurBij massieve metalen objcten (bijv. radiatoren) is geen betrouwbare detectie mogelijk.
automatisch kalibreren Niet geslaagdStart via hetsubmenu<Reset>een nakalibrering.
Metalen object worden nicht gezonden.
Metalen object ligt te diep of is teklein.De detectiediepte is afhankelijk van het bouwmaterialiaal en van het object en kan geringer�n dan de maximale detectiediepte.

Fouten bij meting met gebruiksmodus

Oorzaak Verhelpen

Lichtring brandt rood over een groot meetgebied op de muur.

Onvoldoende aarding van de muurRaak met uw vrijie hand de muur op een afstand van 20-30 cm van het meetgereedschap aan om de muur te aarden.
Spanningvoerende kabel worden nicht gezonden.
Geen/atypische spanning op de kabelZet spanning op de kabel door bijv. de toegewezenlicht-schakelaar in te schakelen. Het is Niet möglichk ommeer-fasige elektriciteitsleidingen evenals kabels met span-ningen buiten het bereik van 110-240 V en 50-60 Hz betrouwbaar te detecteren.
Kabel ligt te diep. De detectiediepte is afhankelijk van het bouwmateriaal en kan geringer zichn dan de maximale detectiediepte.
kabel loopt in een geaarde metalen buisGebruik de gebruiksmodus <Metaal> om de metalen buis te vinden.
Meetgereedschap Niet geaardPak het meetgereedschap+zonder handschoenen stevig vast. Sta Niet op isolerende ladders of steigers. Draag geen isolerend schoeil.

Oorzaak Verhelpen

Afschemend bouwmateriaal of te lage/hoge luchtvochtigheid

Bij metalen, te droge of te vochtige bouwmaterialen (bijv. bij een te lage of te hoge luchtvochtigheid) is er geen betrouwbare detectie mogelijk.

Onderhoud en service

Onderhoud en reiniging

Controleer het meetgereedschap voor elk gebruik. Bij zichtbare beschadigingen of losse delen binnenin het meetgereedschap is de veilige werking niet meer gewaarborgd.

Houd het meetgereedschap altijd schoon en droog om goed en veilig te werken.

Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.

Verwijder vuil met een droge, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.

Klantenservice en gebruiksadvies

Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com

Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.

Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.

Nederland

Tel.: (076) 5795454

Fax: (076) 5795494

E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com

Meer serviceadressen vindt u onder:

Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden gerecycled.

98|Dansk

BOSCH UniversalDetect - 98|Dansk - 1

Gooi meetgereedschappen en batterijen niet bij het huisvuil!

Alleen voor landen van de EU:

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en de implementatie in nationaal recht moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.

Bij een verkeerde afvoer kunnen afgedankte elektrische en elektronische apparaten vanwege de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen schadelijke uitwerkingen op het milieu en de gezondheid van mensen hebben.

Dansk

Matavimo prietaisj ir baterijn nemeskite j buitiniu atlieky konteinerj!

Tik ES šalims:

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : UniversalDetect

Categorie : Detector