Truvo - Detector BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Truvo BOSCH in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - Truvo BOSCH
Gebruikersvragen over Truvo BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Truvo - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Truvo van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING Truvo BOSCH
gebruiksaanwijzijing
da Original brugsanvisining
sv Bruksanvisning i original
no Original driftsinstruks
Veiligheidsvoorschriften

Alle aanwijzingen要去en gelezen en in acht genomen worden. Als het meetgereedschap Niet volgens de voorhanden aanwijzingen gebruikt worden,+kennen de geintegreerde veiligheidsinrichtingen in het meetgereedschapa gevaar lopen. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG.
Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele verrangingsonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de veriligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Werk met het meetgereedschap Niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandaar stof bevinden. In het meetgereedschap konnen vonden ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

80 | Nederlands
Het meetgereedschap kan om technologische redenen geen honderd procent verdigeid garanderen. Om risico'suit te sluiten, dient u zichkaarom alkijd door andere informatiebronnen als bouwplennen, Foto'suit de bouwfase enz. in te dekken, voordat u gaat boren, zagen of frezen in muren, plafonds of vloeren. Invloeden van buitenaf, zoals luchtvochtigheid of nabijheid tot andere elektrische apparaten, kunden de nauwkeurigheid van het meetgereedschap belemmeren. Hoedanigkeit en toestand van de muren (bijv. natheid, metaalhoudende bouwmaterialien, geleidend behang, isolatiematerialien, tegels) evenals aantal, soort, grootte en positie van de objecten kunden de meetresulta-ten verversen. Onnauwkeurigheden kunden bijv. ook wordenveroorzaakt door de bevochtiging van bouwmaterialien (vooral gips, behang) door een hogere luchtvochtigheid.
Deze invloeden können ertoe leiden dat het signaallampje groen brandt, hoewel zich een object in het sensorbereik bevindt, of dat het signaallampje rood brandt, hoewel zich geen object in het sensorbereik bevindt.
Letijdens de meting op voldoende aarding. Bij onvoldoende aarding (bijv. door isolerend schoeisel of staan op een ladder) is de detectie van spanningvoerende leidingen nicht möglichk.
Product- en vermogensbeschrijving
Gebruik volgens bestemming
Het meetgereedschap is bestemd voor het zoekenaar ferrometalen (bijv. wapeningsstaal),aar non-ferrometalen (bijv.koperbuizen) alsook spanningvoerende leidingen in muren,plafonds en vloeren.
Afegebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Markeringshulp
2 Lichtsignaal
3 Aan/uit-schakelaar
4 Vergrendeling van het batterijvakdeksel
5 Deksel van batterijvak
6 Serienummer
7 Sensorgedeelte

Nederlands | 81
Technische gegevens
| Digitale detector Truvo | |
| Productnummer | 3 603 F68 2.. |
| Max. detectiediepte*: | |
| - Ijzer | 70 mm |
| - Non-ferrometaal (koperbuizen) | 60 mm |
| - Koperleidingen (spanningvoerend)** | 50 mm |
| Kalibratie | automatisch |
| Automatische uitschakeling na ca. | 10 min |
| Bedrijfstemperatuur | 0 °C...+40 °C |
| Bewaarttemperatuur | -20 °C...+70 °C |
| Relatieve luchtvochtigheid | 30 ... 80 % |
| Batterijen | 3 x 1,5 V LR3 (AAA) |
| Gebruiksduur (alkali-mangaanbatterijen) ca. | 5 h |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | 0,15 kg |
| * afhankelijk van materiaal en grootte van de objcten alsook materiaal en toestand van de ondergrond (muren, plafonds, vloeren) | |
| ** Kleinere detectiediepte bij Niet-spanningvoerende leidingen | |
| > Het meetresultaat kan m.b.t. de nauwkeurigheid en de detectiediepte bij ongunstige gesteldheid van de ondergrond slechteruitvallen. | |
| Het seriENUMmer 6 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uwmeetgereedschap. | |
Montage
Batterijen inzetten of verrangen
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
Als u het batterijvakdeksel 5 wilt openen, drukt u op de vergrendeling 4 en klapt u het batterijvakdeksel open. Plaats de batterijen. Let waar bij op de juiste poolaansluitingen, zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvak.
Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig Niet gebruikt. Als de batterijen lang worden bewaard, können dezeGENCY roesten en leegraken.


82|Nederlands
Gebruik
Ingebruikneming
Beschem het meetgereedschap gegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap Niet bloot aan extreme temperaten of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld Niet langeijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaten of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig worden beinvloed.
Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap.
In- en uitschakelen
Controleer voor het inschakelen van hetmeetgereedschap dat het sensorgedeelte 7 Niet vochtig is. Wrijf het meetgereedschap indien nodig droog met een doeK.

Schuif voor het inschakelen van het meetgereedschap de aan-/uitschakelaar 3aar onderen.
Na een korte zichtest is het meetgereedschap gebruiksklaar. Het gebruikskaar zijn worden weergegeven door het signaallampje 2 dat brandt. Brandt het signaallampje 2 na het inschakelen Niet, dan moet u de batterijen verrangen.

Schuif voor het uitschakelen van het meetgereedschap de aan-/uitschakelaar 3aar boven.
Als er ca. 10 minuten geen meting heeftplaatsgevonden, worden het meetereedschap automatisch uitgeschakeld om de batterijen te sparen.
Opmerking: Als het meetgereedschap automatisch isuitgeschakeld, dan bevindt de Aan/Uit-schakelaar 3 zich nog in de ingeschakelde positie. Om het meetgereedschap wee in te schakelen, moet u het eerst uitschakelen en daarna weer inschakelen.







Nederlands | 83
Functies
Het meetgereedschap detecteert voorwerpen onder het sensorbereik 7.
Signaallampje Verklaring
Groen Geen objectGVonden
Geel - Metaalobject in de buurt van de sensor
-Klein of diep liggend metaalobject in het sensorbereik of
- Belemmering van de sensor door ongunstige muurgesteldheid
Rood en ononderbroken signala
Metaalobject in het sensorbereik gezonden
Rood knipperend (snel) en pulverende tonenreeks
Spanningvoerende leiding gezonden
Metalen voorwerpen opsporen
Na het inschaken brandt het lichtsignaal 2 groen.
Plaats het meetgereedschap op het te onderzoeken oppervlak en beweeg het maar de zijkant toe.
- Is in de ondergrond geen metaalobject herkenbaar, dan blijft het signaallampje 2 groen en er weerklinkt geen signaaltoon.
- Nadert het meetgereedschap een metaalobject, dan brandt het signaallampje 2 eerst geel en verandert bij het naderen van het metaalobject in rood. Zodra het signaallampje rood is, worden bijkomend een signaaltoon gegeven, die bij verd er naderen van het metaalobject in toonhoogte stijgt.
- Boven een metaalobject brandt het signaallampje 2 rood en er werk-klinkt een signaaltoon met maximale toonhoogte.
- Ook bij een geel signaallampje 2 kan zich een metaalobject onder het sensorbereik bevinden. Kleine of diep liggende metaalobjecten bevinden zich in de buurt van de sensor of de muurgesteldheid belemmert het meetresultaat.



84|Nederlands

Wordt het meetgereedschap voor het eerst over een object geleid, dan wordt de positie van het metaalobject slechts groef weergegeven. Als u meerdere keren met het meetgereedschap over het metaalobject gaat, wordt de objectherkenning alsmaar preciezer. Als u meerdere keren over het object gegaan bent (zonder het meetgereedschap van de ondergrond op te tilten), kan de positie van het metaalobject precies bepaald
worden: brandt het signaallampje 2 rood en werkblink er een signaaltoon, dan ligt het metaalobject onder het sensorbereik. Als de toonhoogte van de signaaltoon het hoogst is, bevindt het metaalobject zich onder het midden van de sensor.
Spanningvoerende leidingen opsporen
Het meetgereedschap geeft leidingen aan, die spanning:tussen 110 V en 240V voeren en waarvan de freientie met de wijd verspreide standardaard (wisselstroom met 50 resp. 60Hz ) overeenkomt. Andere leidingen (gelijkstroom, hogere/lagere freientie of spanning) alsook Niet spanningvoerende leidingen konnen nicht betrouwbaar gezonden worden, ze worden darüber eventueel als metaalobjecten weergegeven.
Het zoekenaar spanningvoerende leidingengebeurt automatisch bij elke meting. Wordt een spanningvoerende leiding gezonden, dan knippert het signaallampje 2 rood en er werkblinkt een pulserende signaaltoon met korte intervallen. Beweeg het meetgereedschapeermaals over het oppervlak om de spanningvoerende leiding preciezer te lokaliseren. Als u het meetgereedschapeermaals over het oppervlak bewogen hebt, kan de positie van de spanningvoerende leiding heel precies weergegeven worden.
Spanningvoerende leidingen können makkelijker gezonden worden als stroomverbruikers (bijv. lampen, apparaten) op de gezochaerde leiding aangesloten en ingeschakeld worden. Schakel de stroomverbruikersuit, voordat u in de muur boort, zaagt of freest.
Opmerking: Zorg er.altijd voor dat u hetmeetgereedschap zonder hand-schoenen stevig in de hand houdt om een goede aardig mogelijk te maken. Houd er bovendien rekening mee dat ladders/stellingen geaard moeten zich. Vermijd hiervoor ladders/stellingen waarvan steunen op de grond kunststof+kappen hebben. Draag geen isolerende schoenen.
Onder bepaalde omstandigheden (zoals bijv. ache ter metalen oppervlakken, ache ter zeer droge of zeer vochtige oppervlakken) konnen spanningvoerende leidingen nicht betrouwbaar gezonden worden. Als boven een

Nederlands | 85
groter bereik het signaallampje 2 geel of rood brandt, dan schermt het materiaal elektrisch af en het zoekenaar spanningvoerende leidingen is nicht betrouwbaar.
Tips voor de werkzaamheden
Houd het meetgereedschap Niet in de buurt van de sensor vast om de metting Niet te beinvloeden. Op deze manier bereikt u nauwkeurigere meetresultaten.
Voorwerpen markeren
U kunt gezonden objecten indien gewenst markeren. De buitenkanten van een object kunt u door het wisselen van het signaallampje 2 van geel maar rood vinden. Het midden van het metaalobject kunt u aan de hand van de toonhoogte vaststellen. Markeer de gezochtte plaats met een stift aan de bovenste en de zijdelingesse markingshulp 1.
Permanent knipperen groen/geel/rood
Knippert het signaallampje 2 afwisselend groen, geel en rood, ook als er geen metaalobject of geen spanningvoerende kabel in de buurt is, dan moet het meettoestel maar de service opgestuurd worden.
Onderhoud en service
Handmatige kalibratie
Brandt het signaallampje 2 rood of geel, hoewel er zich geen metaal in de buurt van het meetgereedschap bevindt, dan moet het meetgereedschap opnieuw gekalibreerd worden.
Schakel hiervoort het meettoestel met de aan-/uitschakelaar 3 in.
- Haal een batterij uit het ingeschakelde meettoestel.
- Schakel het meettoestel met de aan-/uitschakelaar 3uit terwijl de batterij eruit genomen is.
- Plaats de batterijen opnieuw in het meettoestel (let op de poling!)
- Verwijder nu alle objecten uit de buurt van het meettoestel (ook polshorloge of ring van metaal) en houd het toestel in de lucht.
- Schakel het meettoestel met de aan-/uitschakelaar 3 in en binnen 3 seconden opnieuwuit. Het signaallampje 2 van het meettoestel knippert langzaam gedurende de 3 seconden in het rood om aan te geben dat het klaar is voor de kalibratie.



86 | Netherlands
- Schakel het meettoestel binnen 0,5 seconden opnieuw in. De kalibratie wordt geactiveerd en duurt ca. 6 seconden. Het signaallampje 2 knippert snug edurende 6 seconden in het groen, de kalibratie wordenuitgevoerd. Daarna is het toestel opnieuw gebruisklaar en het signaalampje 2 brandt permanent groen.
Opmerking: Wordt de volgorde van het uitschakelen en herinschakelen Niet in acht genomen, dan wordt er geen kalibratie uitgevoerd. Het signaallampje 2 brandt verder ofwel geel of rood, hoewel er zich geen metaal in de buurt bevindt. Herhaal in dit geval de kalibratie.
Oorzaken en oplossingen van fouten
Oorzaak Oplossing
Signaallampje 2 brandt nicht
| Meetgereedschap nicht ingeschakeld | Schakel het meetgereedschap in. |
| Meetgereedschap heeft zichzelf uitge-schakeld | Schakel het meetgereedschap uit en daarna waar in. |
| Geen batterijen of bat-terijen verkeerd ge-ptaatst | Plaats batterijen. Let op de poling. |
| Batterijen leeg of accu's geplaatst | Verwijder de batterijen. Gebruik geen accu's. |
| Signaallampje 2 brandt geel of rood, hoewel er geen metaal in de buurt is (waarschuwing voor metaalobjecten) | |
| Omgevingstempera-tuur te hoog/te laag | Gebruik het meetgereedschap alleen in het vast-gelegde temperatuurbereik van 0 °C–40 °C. |
| Sterke temperatuur-wisseling | Wacht tot het meetgereedschap de omgevings-temperatuur aangenomen heeft. |
| Autokalibratie Niet vereist | Voer een handmatige kalibratie uit. |
| *Neem waarom voor het boren, zagen of freeze in muren, plafonds of vloeren ook andere informatiebronnen in ache (bijv. bouwplannen). | |


Nederlands | 87
Oorzaak Oplossing
Signaillampje 2 brandt geel of rood over grootmeetbereik op de muur (waarschuwing voor metaalobjecten)
| Veel, daß bij elkaar liggende metaalob- jecten | Let op de toonhoogte van de signaaltoon om een onderscheid te maken tussen verschillende me- taalobjecten. Te/DD bij elkaar liggende metaal- objecten können nicht afzonderlijk gedetecteerd worden.* |
| Metaalhoudende bouwmaterialen of wapeningsstaal in beton | Bij metalen bouwstoffen (bijv. met aluminium bekleed isolatiematerialial, warmtegeleidende platen) is een betrouwbare detectie Niet mogelijk.* |
| Massieve metalen ob- jecten aan de achter- kant van de muur | Bij massieve metalen objctien (bijv. radiators) is een betrouwbare detectie Niet mogelijk.* |
| Autokalibratie Niet vereist | Voer een handmatige kalibratieuit. |
| Signaallampje 2 knippert rood over een grootmeetbereik op de muur (waarschuwing voor spanningvoerende kabel) | |
| Onvoldoende aarding van de muur | Raak met uw vrij hand de muur op een afstand van 20-30 cm van het meetgereedschap aan om de muur te aarden. |
| * Neem waarom voor het boren, zagen of freeze in muren, plafonds of vloeren ook andere informatiebronnen in alot (bijv. bouwplANN). | |



88|Nederlands
Oorzaak Oplossing
Spanningvoerende kabel worden nicht gezonden
| Geen/atypische span- ning op de kabel | Geef spanning op de kabel, bijv. door de eraan verbonden lichtschakelaars in te schakelen. De detectie van kabels met wisselspanningen bui- ten het bereik 110-240 V, 50-60 Hz is nicht op een betrouwbare wijze möglichk.* |
| Kabel ligt te diep De detectiediepte is afhankelijk van het bouw-materialaal en kan geringer�n dan de maximale detectiediepte.* |
| Kabel verloopt in ge- | Gebruik hetmeetgereedschap om de metaalbuis |
| aarde metaalbuis | te vinden. |
| Meetgereedschap nicht geaard | Neem het meetgereedschap zonder handschoenen stevig vast. Sta Niet op geisoleerde ladders of stellingen. Draag geen isolerende schoenen. |
| Afschemend bouw- | Bij metalen, te droge of te vochtige bouwmateri-materialial of een te |
| lage/te hoge lucht- | alen (bijv. bij een te lage of te hoge luchtvochtig-heid) is een betrouwbare detectie Niet |
| vochtigheid | mogelijk.* |
| Metaalobject ligt te diep | De detectiediepte is afhankelijk van het bouw-materialaal en kan geringer�n dan de maximale detectiediepte. * |
| Metaalobject is te Klein | De detectiediepte is afhankelijk van het object en kan geldinger�n dan de maximale detectiediepte.* |
Ongecoordineerd knipperen in de kleuren groen, geel, rood
Storing door elektrische of magnetische velden Houd afstand van toestellen die sterke elektrische of magnetische velden uitstralen (bijv. computers, schakelvoedingen).
- Neem waarom voor het boren, zagen of freeze in muren, plafonds of vloeren ook andere informatiebronnen in acht (bijv. bouwplannen).


Nederlands | 89
Oorzaak Oplossing
Meetresultaten onnauwkeurig/onplausibel
| Storingen metaal-objecten in het bereik van de sensor | Verwijder alle storende metalen objecten (bijv. horloge, armband, ring, enz.)uit het sensorbereik. Pak het meetgereedschap Niet in de buurt van de sensor vast. |
Autokalibratie nicht Voer een handmatige kalibratieuit. vereist
Permanent knipperen groen/geel/rood, hoewel er geen metaal of spanningvoerende kabel in de buurt is.
Meetgereedschap Stuur het meetgereedschapaar de service. defect
- Neem waarom voor het boren, zagen of freeze in muren, plafonds of vloeren ook andere informatiebronnen in acht (bijv. bouwplannen).
Onderhoud en reiniging
Verwijder vuil met een droge, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Om de meetfunctie Niet te beinvloeden, mogen in het sensorgedeelte 7 aan de voor- en achterkant van het meetgereedschap geen stickers of plaatjes, in het bijzonder geen plaatjes van metaal, worden aangebracht.
Klantenservice en gebruiksadviezen
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over verwangingsonderdelen. Explosietekingen en informatatie over verwangingsonderdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
Het Bosch-team voor gebruiksadviezen helpt ugraag bij vragen over onsze producten en toebehoren.
Vermeld bij vragen en bestellingen van verrangingsonderdelen algijd hetuitien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 5795454
Fax: (076) 5795494
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Bosch Power Tools 1609 92A 3FC(4.8.16)








90 | Dansk
Belgie
Tel.: (02) 588 0589
Fax: (02) 588 0595
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.
Gooi meetgereedschappen, accu's en batterijen nicht bij het huisvuil.
Alleen voor landen van de EU:

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU要去en nicht更是 bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG要去en defecte of lege accu's en batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Wijzigingen voorbehonden.
SimpelGids