Dtect 150 SV Professional - Detector BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Dtect 150 SV Professional BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Dtect 150 SV Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Dtect 150 SV Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING Dtect 150 SV Professional BOSCH
Nauwkeurigheid van de weergegeven objectdiepteb
Minimumafstand tussen twee na- burige objectenc
Gebruikstemperatuur –10°C...+50°C Opslagtemperatuur –20°C...+70°C Radarsensor – Gebruiksfrequentiebereik 2200–5500MHz – Zendvermogen max. 0,01mW Inductieve sensor – Gebruiksfrequentiebereik 5,9–6,1kHz – Max. magnetische veldsterkte (bij10m) 72dBµA/m Max. gebruikshoogte boven refe- rentiehoogte 2000 m Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % Vervuilingsgraad volgens IEC61010-1
B) Afhankelijk van de grootte en de aard van het object en van het materiaal en de toestand van de ondergrond C) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij ech- ter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door be- dauwing. Het serienummer (8) op het typeplaatje dient voor een duidelijke identificatie van uw meetgereedschap. u Het meetresultaat kan m.b.t. de nauwkeurigheid en de detectiediepte bij een ongunstige hoedanigheid van de ondergrond slechter uitvallen. Voor de ontvangertest die de invloed van een stoorsignaal op het meetgereedschap test, worden het criterium en het ni- veau van de prestaties gebruikt die in ETSITS103361 (V1.1.1) hoofdstuk 9.4.1 met een objectdiepte van d=60mm gedefinieerd zijn. Voor de immuniteitstest wordt het volgende criterium voor de prestaties gebruikt: onder bepaalde omstandigheden (bijv. elektrostatische ont- lading of invloed van elektromagnetische velden) kunnen de meetresultaten beïnvloed worden, actuele meetresultaten kunnen verloren gaan en het kan nodig zijn het meetgereed- schap door verwijderen en opnieuw plaatsen van de batterij- en te resetten. Montage Batterijen plaatsen/verwisselen Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkali- mangaanbatterijen of accu’s geadviseerd. Voor het openen van het batterijvakdeksel (4) duwt u de ver- grendeling (5) in de richting van de pijl en haalt u het batter- ijvakdeksel eraf. Plaats de batterijen of accu's. Let daarbij op de juiste poolaansluitingen overeenkomstig de afbeelding in het batterijvak. De batterij-aanduiding(b) in de bovenste statusregel op het display(16) geeft de laadtoestand van de batterijen of ac- cu's aan. Aanwijzing: Let op het wisselende batterijsymbool om de batterijen of accu's tijdig te verwisselen. Batterij vervangen Als op het display(16) de waarschuwing <Batterij ver- vangen> verschijnt, dan wor- den de instellingen opgesla- gen en het meetgereedschap schakelt automatisch uit. Me-tingen zijn niet meer mogelijk. Verwissel de batterijen of ac- cu's. Voor het wegnemen van de batterijen of accu duwt u op het achterste uiteinde van een batterij/accu, zoals te zien op de afbeelding van het batterijvakdeksel (1.). Het voorste uitein- de van de batterij/accu komt los uit het batterijvak (2.), zo- dat de batterij of accu gemakkelijk weggenomen kan wor- den. Verwissel altijd alle batterijen of accu’s tegelijkertijd. Ge- bruik alleen batterijen of accu’s van één fabrikant en met de- zelfde capaciteit. u Haal de batterijen of accu's uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. Als de batterij- en of accu’s lang worden bewaard, kunnen deze gaan cor- roderen zichzelf ontladen. Gebruik u Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. u Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme tem- peraturen of temperatuurschommelingen. Laat het bij grotere temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen, voordat u het inschakelt. Bij ex- treme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap en de aan- duiding op het display nadelig worden beïnvloed. u Breng in het sensorgedeelte(9) op de achterkant van het meetgereedschap geen stickers of plaatjes aan. Vooral plaatjes van metaal beïnvloeden de meetresulta- ten. u Het gebruik of de activiteit van zendinstallaties zoals WiFi, UMTS, vluchtradar, zendmasten of microgolven in de nabije omgeving kan de meetfunctie beïnvloe- den. u De meetresultaten kunnen vanwege het werkingsprin- cipe door bepaalde omgevingsomstandigheden be- lemmerd worden. Daartoe behoren bijv. de nabijheid van apparaten die sterke elektrische, magnetische of elektromagnetische velden opwekken, natheid, me- taalhoudende bouwmaterialen, met aluminium gecoa- te isolatiematerialen evenals geleidend behang of ge- leidende tegels. Neem daarom vóór het boren, zagen of frezen in muren, plafonds of vloeren ook goed nota van andere informatiebronnen (bijv. bouwtekeningen). Werking (zie afbeeldingB)
Met het meetgereedschap wordt de ondergrond van het sensorgedeelte(9) in mee- trichtingA tot aan de aange- geven meetdiepte gecontro- leerd. De meting is alleen mo- gelijk tijdens de beweging van het meetgereedschap in verplaatsingsrichtingB en bij een minimum meettraject van 10cm. Beweeg het meetge- reedschap altijd in een rechte lijn met lichte druk over de muur, zodat de wie- len een goed contact met de muur hebben. Herkend worden objecten die zich on- derscheiden van het materiaal van de muur. Op het dis- play verschijnt de objectdiepte en, indien mogelijk, het objectmateriaal. Optimale resultaten worden verkregen, wanneer het meet- traject ten minste 40cm bedraagt en het meetgereedschap langzaam over de gehele te onderzoeken plek bewogen wordt. Vanwege de werking van het meetgereedschap wor- den alleen dwars op de bewegingsrichting van het meetge- reedschap lopende bovenkanten van objecten gevonden. Werk het te onderzoeken gedeelte daarom altijd kruisge- wijs af. Als zich meerdere objecten boven elkaar in de muur bevin- den, wordt in het display het object aangegeven dat het dichtst bij het oppervlak ligt. De weergave van de eigenschappen van de gevonden objec- ten op het display(16) kan afwijken van de daadwerkelijke objecteigenschappen. Vooral zeer dunne objecten worden in het display dikker weergegeven. Grotere, cilindrische objec- ten (bijv. waterleidingen of kunststof buizen) kunnen op het display smaller lijken dan ze daadwerkelijk zijn. Objecten die gevonden kunnen worden – Kunststof buizen (bijv. watervoerende kunststof buizen zoals vloer- en muurverwarming enz. met een diameter van minstens 10mm, loze buizen met een diameter van minstens 20mm) – Elektriciteitsleidingen (ongeacht of deze spanningvoe- rend zijn of niet) – Driefasige draaistroomleidingen (bijv. naar het fornuis) – Laagspanningsleidingen (bijv. deurbel, telefoon) – Allerlei soorten metalen buizen, stangen, draagbalken (bijv. staal, koper, aluminium) – Wapeningsijzer – Houten balken – Holle ruimten Meting mogelijk – In beton/gewapend beton – In metselwerk (baksteen, cellenbeton, zwelbeton, puim- steen, kalkzandsteen) – In lichtbouwwanden Nederlands | 57 Bosch Power Tools 1 609 92A 4G1 | (28.08.2018)58 | Nederlands 1 609 92A 4G1 | (28.08.2018) Bosch Power Tools – Onder bijvoorbeeld pleisterwerk, tegels, behang, parket of tapijt – Achter hout of gipskarton Speciale meetsituaties Ongunstige omstandigheden kunnen het meetresultaat van- wege het werkingsprincipe belemmeren: – Gelaagde wandopbouw – Loze kunststof buizen en houten balken in holle ruimten en lichtbouwwanden – Objecten die schuin in de muur lopen – Vochtig muurmateriaal – Metaaloppervlakken – Holle ruimten in een muur; deze kunnen als objecten weergegeven worden – In de buurt van apparaten die sterke magnetische of elek- tromagnetische velden opwekken, bijv. gsm-masten of generatoren Ingebruikname In-/uitschakelen u Zorg er vóór het inschakelen van het meetgereed- schap voor dat het sensorgedeelte(9) niet vochtig is. Wrijf het meetgereedschap eventueel droog met een doek. u Als het meetgereedschap blootgesteld is geweest aan een sterke temperatuurwisseling, laat u het vóór het inschakelen op de juiste temperatuur komen. Inschakelen – Voor het inschakelen van het meetgereedschap drukt u op de aan/uit-toets(15) of op de starttoets(11). – De LED(17) brandt groen en het startscherm verschijnt 4 seconden lang op het display(16). – Wanneer u met het meetgereedschap geen meting uit- voert en niet op een toets drukt, dan wordt het na 5minu- ten automatisch weer uitgeschakeld. In het menu Instel- lingen kunt u deze <Uitschakeltijd> veranderen (zie „<Uitschakeltijd>“, Pagina60). Uitschakelen – Voor het uitschakelen van het meetgereedschap drukt u op de aan/uit-toets(15). – Bij het uitschakelen van het meetgereedschap blijven alle gekozen instellingen in de menu’s bewaard. Geluidssignaal in- en uitschakelen Met de toets Geluidssignaal(13) kunt u het geluidssignaal in- of uitschakelen. In het menu Instellingen kunt u in het submenu <Geluidssignal> het soort signalen kiezen (zie „<Geluidssignal>“, Pagina61). Meetprocedure Schakel het meetgereedschap in. Op het display(16) ver- schijnt het standaard aanduidingsscherm. Beton universeel Terug VooruitSensor 0 cm 0 cm Bewegen Zet het meetgereedschap op de muur en beweeg het in ver- plaatsingsrichting (zie „Werking (zie afbeeldingB)“, Pagi- na57) over de muur. De meetresultaten worden na een mi- nimum meettraject van 10cm op het display(16) weergege- ven. Beweeg het meetgereedschap volledig en langzaam over het vermoede object in de muur om correcte meetresul- taten te krijgen. Wanneer u het meetgereedschap tijdens de meting van de muur optilt of langer dan 2 minuten niet bedient (beweging, drukken op een toets), dan blijft het laatste meetresultaat in het display staan. In de aanduiding van het sensorgedeel- te(c) verschijnt de melding <Houden>. Wanneer u het meetgereedschap weer op de muur zet, het verder beweegt of op de starttoets(11) drukt, start de meting opnieuw. Brandt de LED(17) rood, dan bevindt zich een object in het sensorgedeelte. Brandt de LED(17) groen, dan bevindt zich geen object in het sensorgedeelte. Knippert de LED(17) rood, dan bevindt zich een spanningvoerend object in het sensorgedeelte. u Voordat u in de muur boort, zaagt of freest, moet u zich nog via andere informatiebronnen tegen risico's indekken. Omdat de meetresultaten door omgevingsin- vloeden of de hoedanigheid van de muur beïnvloed kun- nen worden, kan er gevaar bestaan, hoewel de aandui- ding geen object in het sensorgedeelte aangeeft (LED(17) brandt groen). Aanduidingselementen (zie afbeeldingA) Als zich een object onder de sensor bevindt, dan verschijnt het in het sensorgedeelte(c) van de aanduiding. Afhankelijk van de grootte en diepte van het object is een materiaalher- kenning mogelijk. De objectdiepte(l) tot aan de bovenkant van het gevonden object wordt in de statusregel weergege- ven. Aanwijzing: Zowel de aanduiding van de objectdiepte(l) als die van de materiaaleigenschap(m) hebben betrekking op het zwart weergegeven object in de sensor. De aanduiding materiaal object(m) kan de volgende eigen- schappen weergeven:
magnetisch, bij. wapeningsijzer
niet magnetisch, maar van metaal, bijv. koperen buis
Metal niet van metaal, bijv. hout of kunststof
materiaaleigenschap onbekendDe aanduiding van spanningvoerende leidingen(n) kan de volgende eigenschappen weergeven: – spanningvoerend Aanwijzing: Bij spanningvoerende objecten wordt geen verdere eigenschap weergegeven.
niet duidelijk, spanningvoerend of niet Aanwijzing: Driefasige draaistroomleidingen worden even- tueel niet als spanningvoerende leidingen herkend. De bepaling van de eigenschap „spanningvoerend“ kan bij een hoge relatieve luchtvochtigheid (>50%) sterk belem- merd zijn. Lokaliseren van objecten Eenmaal bewegen over het meettraject is voldoende om ob- jecten te lokaliseren. Wanneer u geen object heeft gevonden, herhaalt u de bewe- ging dwars t.o.v. de oorspronkelijke meetrichting (zie „Wer- king (zie afbeeldingB)“, Pagina57). Wanneer u een gevonden object nauwkeurig wilt lokaliseren en markeren, beweegt u het meetgereedschap over het meettraject terug. Concrete Prev Next Sensor
(1) Verschijnt zoals in het voorbeeld een object in het midden onder de middellijn(k) op het display(16), dan kunt u bij de bovenste markeringshulp(1) een grove markering aanbren- gen. Deze markering is echter alleen exact, wanneer het een precies verticaal lopend object betreft, aangezien het sensorgedeelte zich iets onder de bovenste markeringshulp bevindt. Concrete Prev Next Sensor
(3) Als u het object nauwkeurig wilt aantekenen op de muur, be- weegt u het meetgereedschap naar links of naar rechts tot het gevonden object onder een buitenkant ligt. Als op het display(16) het gevonden object bijvoorbeeld in het midden onder de rechter stippellijn(g) verschijnt, dan kunt u het bij de rechter markeringshulp(3) exact aantekenen. Het verloop van een gevonden object in de muur kunt u vast- stellen door meerdere meettrajecten verplaatst achtereen- volgens af te werken (zie afbeelding I) (zie „Voorbeelden voor meetresultaten“, Pagina61). Markeer en verbind de desbetreffende meetpunten. Door op de starttoets(11) te drukken kunt u de aanduiding van de gevonden objecten op elk moment wissen en een nieuwe meting starten. Van gebruiksmodus wisselen U kunt met de keuzetoetsen(10) en(12) wisselen tussen de verschillende gebruiksmodi. – Druk kort op de keuzetoets(10) om de volgende ge- bruiksmodus te kiezen. – Druk kort op de keuzetoets(12) om de vorige gebruiks- modus te kiezen. Door de gebruiksmodi te kiezen kunt u het meetgereedschap aan verschillende muurmaterialen aanpassen. De betreffen- de instelling is op elk moment in het aanduidingsgedeelte(h) van het display te zien. <Beton universeel> (vooringesteld) De modus <Beton universeel> is geschikt voor de meeste toepassingen in metselwerk of beton. Kunststof objecten, metalen objecten en elektriciteitsleidingen worden weerge- geven. Holle ruimten in metselsteen of loze kunststof buizen met een diameter van minder dan 2 cm worden eventueel niet weergegeven. De maximale meetdiepte bedraagt 8cm. <Vochtig beton> De modus <Vochtig beton> is speciaal geschikt voor toe- passingen in vochtig beton. Wapeningsijzer, kunststof bui- zen, metalen buizen en elektriciteitsleidingen worden weer- gegeven. Een verschil tussen spanningvoerende en niet- spanningvoerende leidingen is niet mogelijk. De maximale meetdiepte bedraagt 6cm. Denk eraan dat beton een aantal maanden moet drogen, voordat het volledig droog is. <Beton speciaal> De modus <Beton speciaal> is speciaal geschikt voor het zoeken van diep liggende objecten in gewapend beton. Wa- peningsijzer, kunststof buizen, metalen buizen en elektrici- teitsleidingen worden weergegeven. De maximale meetdiep- te bedraagt 15cm. Als er te veel objecten worden weergegeven, kan het zijn dat u het meetgereedschap vlak langs wapeningsijzer beweegt. Verplaats in dit geval het meetgereedschap enkele centime- ters en probeer het opnieuw. <Vloerverwarming> De modus <Vloerverwarming> is speciaal geschikt voor het herkennen van metalen, samengestelde metalen en met wa- ter gevulde kunststof buizen evenals elektriciteitsleidingen. Loze kunststof buizen worden niet weergegeven. De maxi- male meetdiepte bedraagt 8cm. <Droogbouw> De modus <Droogbouw> is geschikt voor het vinden van houten balken, metalen steunbalken en elektriciteitsleidin- gen in droogbouwmuren (hout, gipskarton enz.). Gevulde kunststof buizen en houten balken worden identiek weerge- Nederlands | 59 Bosch Power Tools 1 609 92A 4G1 | (28.08.2018)60 | Nederlands1 609 92A 4G1 | (28.08.2018) Bosch Power Toolsgeven. Loze kunststof buizen worden niet herkend. De maxi-male meetdiepte bedraagt 8cm.<Metaal>De modus <Metaal> is geschikt voor het lokaliseren van me-talen objecten en spanningvoerende leidingen, wanneer an-dere gebruiksmodi in verschillende muurscenario's geen be-vredigende resultaten opleveren. In deze gevallen zijn deherkenningsresultaten bij deze modus veelvuldiger, maarminder nauwkeurig.De mate waarin deze gevonden worden, kan bij een hoge re-latieve luchtvochtigheid (>50%) sterk verminderd zijn.<Signaalweergave>De modus <Signaalweergave> is geschikt voor het gebruikop alle materialen. Weergegeven wordt de signaalsterkte opde betreffende meetpositie. In deze modus kunnen dichtnaast elkaar liggende objecten nauwkeurig gelokaliseerd eneen gecompliceerde materiaalopbouw aan de hand van hetsignaalverloop beter ingeschat worden.
3020 cm10 cm0 cmcm Signaalweergave Terug Vooruit 4,0 cm Het hoekpunt van de curve wordt in de kleine meetlat bovende aanduiding van de modus(h) in U-vorm weergegeven. Erworden een objectdiepte en voor zover mogelijk de materi-aaleigenschappen weergegeven. De maximale meetdieptebedraagt 15cm.u Op basis van de signaalsterkte zijn geen conclusiesover de objectdiepte mogelijk. Van aanduidingsmodus wisselen Aanwijzing: Wisselen van de aanduidingsmodi is mogelijk inalle gebruiksmodi.Druk lang op de keuzetoets(10) of(12) om van het stan-daard aanduidingsscherm naar de meetlatmodus te schake- len. 4030 cm20 cm10 cmcm
Beton speciaal Terug Vooruit 20,1 cm 5,5 cm De meetlatmodus toont in het voorbeeld dezelfde situatie alsin afbeeldingD: drie ijzerstaven op een gelijkmatige afstand.In de meetlatmodus kan de afstand tussen het gevondenmidden van objecten worden bepaald.Onder de aanduiding voor de objectdiepte(l) wordt het van-af het startpunt afgelegde meettraject aangegeven, in hetvoorbeeld 20,1cm.In de kleine meetlat boven de aanduiding van de modus(h)worden de drie gevonden objecten als rechthoeken weerge-geven.Aanwijzing: Zowel de aanduiding van de objectdiepte(l) alsdie van de materiaaleigenschap(m) hebben betrekking ophet zwart weergegeven object in de sensor.Om terug te komen in het standaard aanduidingsscherm,drukt u kort op de keuzetoets(10) of(12).Aanwijzing: Alleen de aanduiding wordt omgeschakeld, nietde meetmodus! Menu Instellingen Om in het menu Instellingen te komen, drukt u op de setup-toets(14).Om het menu te verlaten, drukt u op de starttoets(11). Deop dit moment gekozen instellingen worden overgenomen.Het standaard aanduidingsscherm voor de meetprocedurewordt geactiveerd.Navigeren in het menuDruk op de setup-toets(14) om naar beneden te scrollen.Druk op de keuzetoetsen(10) en(12) om de waarden tekiezen:– Met de keuzetoets(10) kiest u de rechter of volgendewaarde.– Met de keuzetoets(12) kiest u de linker of vorige waarde.<Taal>In het menu <Taal> kunt u de taal van de menunavigatie wij-zigen. Vooringesteld is <English>.<Uitschakeltijd>In het menu <Uitschakeltijd> kunt u de bepaalde tijdsinter-vallen instellen waarna het meetgereedschap automatischmoet uitschakelen, wanneer geen meetprocedures of instel-lingen uitgevoerd worden. Vooringesteld zijn <5min>.<Lichtduur> In het menu <Lichtduur> kunt u een tijdsinterval instellen waarin het display(16) verlicht moet worden. Vooringesteld zijn <30sec>. <Helderheid> In het menu <Helderheid> kunt u de mate van helderheid van de displayverlichting instellen. Vooringesteld is <Maxi- mum>. <Geluidssignal> In het menu <Geluidssignal> kunt u instellen, wanneer het meetgereedschap een geluidssignaal moet geven, tenzij u het signaal met de toets Geluidssignaal(13) heeft uitgescha- keld. – Vooringesteld is <Muurvoorwerpen>: een geluidssignaal is te horen telkens wanneer op een toets wordt gedrukt en steeds, wanneer zich onder het sensorgedeelte een object in de muur bevindt. Bovendien wordt bij spanning- voerende leidingen een waarschuwingssignaal met een korte tonenreeks afgegeven. – Bij de instelling <Stroomleiding> is een geluidssignaal te horen telkens wanneer op een toets gedrukt wordt en het waarschuwingssignaal voor spanningvoerende leidingen (korte tonenreeks), wanneer het meetgereedschap een elektriciteitsleiding aangeeft. – Bij de instelling <Toetsklik> is alleen een geluidssignaal te horen, wanneer op een toets gedrukt wordt. <Standaardmodus> In het menu <Standaardmodus> kunt u de modus instellen die na het inschakelen van het meetgereedschap voorgeko- zen is. Vooringesteld is de modus <Beton universeel>. Menu Geavanceerde instellingen Om in het menu Geavanceerde instellingen te komen, drukt u bij uitgeschakeld meetgereedschap tegelijkertijd op de setup-toets(14) en de aan/uit-toets(15). Om het menu te verlaten, drukt u op de starttoets(11). Het standaard aanduidingsscherm voor de meetprocedure wordt geactiveerd en de instellingen worden overgenomen. Navigeren in het menu Druk op de setup-toets(14) om naar beneden te scrollen. Druk op de keuzetoetsen(10) en(12) om de waarden te kiezen: – Met de keuzetoets(10) kiest u de rechter of volgende waarde. – Met de keuzetoets(12) kiest u de linker of vorige waarde. <Informatie apparaat> In het menu <Informatie apparaat> wordt informatie over het meetgereedschap, bijv. over de <Bedrijfsuren>, gege- ven. In het menu <Instellingen terugzetten> kunt u de fabrieks- instellingen weer terugzetten. Voorbeelden voor meetresultaten Aanwijzing: In de onderstaande voorbeelden is bij het meet- gereedschap het geluidssignaal ingeschakeld. Afhankelijk van de grootte en de diepte van het object dat zich onder het sensorgedeelte bevindt, kan niet altijd zonder twijfel worden vastgesteld of dit object spanningvoerend is. In dit geval verschijnt het symbool
in aanduiding(n). Spanningvoerende leiding (zie afbeeldingC) In het sensorgedeelte bevindt zich een metalen, spanning- voerend object, bijv. een elektriciteitskabel. De voorwerp- diepte bedraagt 1,5cm. Het meetgereedschap zendt het waarschuwingssignaal voor spanningvoerende leidingen, zo- dra de elektriciteitskabel door de sensor wordt herkend. Ijzerstaaf (zieafbeeldingD) In het sensorgedeelte bevindt zich een magnetisch object, bijv. een ijzerstaaf. Links en rechts daarvan bevinden zich nog meer objecten buiten het sensorgedeelte. De object- diepte bedraagt 5,5cm. Het meetgereedschap zendt een geluidssignaal. Koperen buis (zie afbeeldingE) In het sensorgedeelte bevindt zich een metalen object, bijv. een koperen buis. De objectdiepte bedraagt 4cm. Het meet- gereedschap zendt een geluidssignaal. Object van kunststof of hout (zie afbeeldingF) In het sensorgedeelte bevindt zich een niet-metalen object. Het betreft een object van kunststof of hout dicht aan het op- pervlak. Het meetgereedschap zendt een geluidssignaal. Uitgebreid oppervlak (zie afbeeldingG) In het sensorgedeelte bevindt zich een metalen, uitgebreid oppervlak, bijv. een metalen plaat. De objectdiepte bedraagt 2cm. Het meetgereedschap zendt een geluidssignaal. Veel onduidelijke signalen (zie afbeeldingenH–I) Als in het standaard aanduidingsscherm zeer veel objecten worden weergegeven, bestaat de muur vermoedelijk uit veel holle ruimten. Ga naar de modus <Metaal> om holle ruimten zoveel mogelijk te verbergen. Als er nog steeds te veel objec- ten worden weergegeven, dan moet u meerdere metingen op verschillende hoogten uitvoeren en de aangegeven objec- ten op de muur markeren. Markeringen op verschillende hoogten zijn een aanwijzing voor holle ruimten, markeringen op één lijn duiden daarentegen op een object. Fouten – oorzaken en verhelpen Fout Oorzaak Verhelpen Meetgereedschap kan niet inge- schakeld worden. Batterijen leeg Verwissel de batterijen Nederlands | 61 Bosch Power Tools 1 609 92A 4G1 | (28.08.2018)62 | Nederlands 1 609 92A 4G1 | (28.08.2018) Bosch Power Tools Fout Oorzaak Verhelpen Batterijen met verkeerde pool- aansluiting geplaatst Controleer de juiste plaatsing van de batterijen Meetgereedschap is ingescha- keld en reageert niet. Verwijder de batterijen en plaats deze opnieuw Meetgereedschap te warm of te koud Wacht tot het toegestane temperatuurbereik bereikt is Displayaanduiding: <Wiel opgetild> Wiel verliest contact met de muur. Druk op de starttoets(11) en let er bij het bewegen van het meetgereedschap op dat de onderste twee wielen contact met de muur hebben; leg bij ongelijke muren een dun karton tussen wielen en muur Displayaanduiding: <Te snel> Meetgereedschap met te hoge snelheid bewogen Druk op de starttoets(11) en beweeg het meetgereed- schap langzaam over de muur <Temperatuurbereik overschreden> Wacht tot het toegestane temperatuurbereik bereikt is <Temperatuur te laag> Wacht tot het toegestane temperatuurbereik bereikt is <Storing door radiogolven> Meetgereedschap wordt automatisch uitgeschakeld. Verwijder, indien mogelijk, storende radiogolven, bijv. WiFi, UMTS, vluchtradar, zendmasten of microgolven, schakel het meetgereedschap weer in. Onderhoud en service Onderhoud en reiniging u Controleer het meetgereedschap vóór elk gebruik. Bij zichtbare beschadigingen of losse delen binnenin het meetgereedschap is de veilige werking niet meer gewaar- borgd. Houd het meetgereedschap altijd schoon en droog om goed en veilig te werken. Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloei- stoffen. Verwijder vuil met een droge, zachte doek. Gebruik geen rei- nigings- of oplosmiddelen. Let erop dat de onderhoudsklep(7) altijd goed gesloten is. De onderhoudsklep mag al- leen door een erkende klantenservicewerk- plaats voor Bosch elektrische gereedschap- pen geopend worden. Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde opbergetui. Stuur voor reparaties het meetgereedschap in het opberge- tui op. Klantenservice en gebruiksadvies Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderde- len. Explosietekeningen en informatie over vervangingson- derdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde- len altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer vol- gens het typeplaatje van het product. Nederland Tel.: (076) 579 54 54 Fax: (076) 579 54 94 E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com België Tel.: (02) 588 0589 Fax: (02) 588 0595 E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com Afvalverwijdering Meetgereedschappen, accu's/batterijen, accessoires en ver- pakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wij- ze worden gerecycled. Gooi meetgereedschappen en accu's/batterijen niet bij het huisvuil! Alleen voor landen van de EU: Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europe- se richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte ac-cu’s/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled. Dansk Sikkerhedsinstrukser Læs og følg samtlige anvisninger. Hvis må- leværktøjet ikke anvendes i overensstem- melse med de foreliggende anvisninger, kan funktionen af de integrerede beskyttelses- foranstaltninger i måleværktøjet blive forringet. OPBE- VAR ANVISNINGERNE ET SIKKERT STED. u Sørg for, at reparationer på måleværktøjet kun ud- føres af kvalificerede fagfolk, og at der kun benyttes originale reservedele. Dermed sikres størst mulig sik- kerhed i forbindelse med måleværktøjet. u Brug ikke måleværktøjet i eksplosionsfarlige omgivel- ser, hvor der findes brændbare væsker, gasser eller støv. I måleværktøj kan der dannes gnister,som kan an- tænde støvet eller dampene. u Måleværktøjet kan aldrig give nogen fuldkommen tek- nologisk garanti. For at udelukke farer skal du derfor anvende andre informationskilder såsom byggepla- ner, fotos fra byggefasen osv., før du borer, saver el- ler fræser i vægge, lofter eller gulve. Miljøpåvirkninger som luftfugtighed eller nærhed til andet elektrisk udstyr kan påvirke måleværktøjets nøjagtighed. Væggenes be- skaffenhed og tilstand (f.eks. fugt, metalholdige kompo- nenter, ledende tapet, isoleringsmaterialer, fliser) samt antallet, typen, størrelsen og tilstanden af genstande kan give forkerte måleresultater. Produkt- og ydelsesbeskrivelse Vær opmærksom på alle illustrationer i den forreste del af betjeningsvejledningen. Beregnet anvendelse Måleværktøjet er beregnet til søgning efter objekter i vægge, lofter og gulve. Afhængigt af materialet og underlagets til- stand kan det registrere metalobjekter, træbjælker, plastrør, ledninger og kabler. På de fundne objekter bestemmes ob- jektdybden og objektets overkant. Måleværktøjet opfylder grænseværdierne iht. EN302435. På basis heraf skal det undersøges, om måleværktøjet må anvendes, eksempelvis på hospitaler og kernekraftværker eller i nærheden af lufthavne og mobiltelefonstationer. Måleværktøjet kan bruges både indendørs og udendørs. Viste komponenter Nummereringen af de illustrerede komponenter refererer til illustrationen af måleværktøjet på illustrationssiden. (1) Markeringshjælp foroven (2) Hjul (3) Markeringshjælp til venstre hhv. højre (4) Batterirumslåg (5) Låsning af batterirumslåg (6) Håndgreb (7) Serviceklap (8) Serienummer (9) Sensorområde (10) Valgknap højre (11) Startknap (12) Valgknap venstre (13) Knap signaltone (14) Indstillingsknap (15) Tænd/sluk-knap (16) Display (17) LED (18) Beskyttelsestaske Visningselementer (a) Visning af signaltone (b) Batteri-visning (c) Visning af sensorområde (d) Allerede undersøgt område (e) Måleskala for objektdybde (f) Endnu ikke undersøgt område (g) Yderkanter, til markering med markeringshjæl- pen(3) til venstre hhv. højre (h) Visning af driftsmåde (i) Sort: objekt fundet i sensorområdet (j) Grå: objekt fundet uden for sensorområdet (k) Midterlinje, svarer til markeringshjælpen(1) (l) Visning af objektdybde (m) Visning af objektmateriale (n) Visning af strømførende ledninger Tekniske data Universal-lokaliseringsenhed D-tect 150 SV Varenummer 3 601 K10 008 Målenøjagtighed imod objektmid- tena
Hierbij verklaar ik, Robert Bosch Power Tools GmbH, dat het type radioapparatuur D‑tect150SV conform is met Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres: da Hermed erklærer Robert Bosch Power Tools GmbH, at radioudstyrstypen D‑tect150SV er i overensstemmelse med direktiv 2014/53/EU. EU-overensstemmelseserklæringens fulde tekst kan findes på følgende internetadresse:
Notice-Facile