GLL 210 Professional - Laserpointer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GLL 210 Professional BOSCH in PDF-formaat.

BOSCH GLL 210 Professional - Laserpointer
📄 533 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BOSCH GLL 210 Professional - page 91
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
ProducttypeLijnlaser
MerkBosch
ModelGLL 210 Professional
Minimale bereik10 m
Nivelleernauwkeurigheid±0,3 mm/m
Zelfnivelleringsbereik±4°
Nivelleertijd< 4 s
Bedrijfstemperatuur-10 °C tot +50 °C
Opslagtemperatuur-20 °C tot +70 °C
Maximale relatieve luchtvochtigheid90 %
Laserklasse2
Lasertype630-650 nm, < 1 mW
Divergentie0,5 mrad (volledige hoek)
Statiefaansluiting1/4" en 5/8"
Voeding3 batterijen 1,5 V LR6 (AA)
Batterijduur - modus gekruiste lijnen9 u
Batterijduur - modus lijnen17 u
Gewicht (volgens EPTA)0,49 kg
Afmetingen (L x B x H)112 x 55 x 106 mm
BeschermingsgraadIP54
BedrijfsmodiGekruiste lijnen, horizontaal, verticaal
Speciale functiesZelfnivellering, automatische uitschakeling (120 min), geblokkeerde slingerunit
Inbegrepen accessoiresDraaibare houder RM 1, beschermhoes, laserdoel, laserbril (afhankelijk van versie)
OnderhoudReinigen met zachte, vochtige doek, geen oplosmiddelen
RepareerbaarheidReserveonderdelen beschikbaar, Bosch after-sales service

Veelgestelde vragen - GLL 210 Professional BOSCH

Hoe start ik de Bosch GLL 210 Professional?
Zet de aan/uit-schakelaar (2) in stand On (met automatische nivellering) of On (met geblokkeerde slingerunit). De status-LED (7) gaat branden en de laserlijnen verschijnen.
Wat is het maximale bereik van het apparaat?
Het minimale bereik is 10 m. Bij ongunstige omstandigheden (bijv. direct zonlicht) kan het bereik kleiner zijn.
Hoe controleer ik de nivelleernauwkeurigheid?
Voer een controle uit over een afstand van 5 m tussen twee muren. Markeer de punten, draai het apparaat 180° en meet het verschil. De nauwkeurigheid is ±0,3 mm/m.
Welke batterijen moet ik gebruiken en hoe lang gaan ze mee?
Gebruik 3 alkalinebatterijen LR6 (AA). De batterijduur is 9 u in de modus gekruiste lijnen en 17 u in de modus enkele lijnen.
Het apparaat schakelt automatisch uit, waarom?
De automatische uitschakeling treedt in werking na 120 minuten zonder toetsen te gebruiken om batterijen te sparen. U kunt dit uitschakelen door de toets Horizontale modus (6) 3 seconden ingedrukt te houden.
Hoe gebruik ik het apparaat met geblokkeerde slingerunit?
Zet de schakelaar in stand On. De slingerunit is geblokkeerd, het controlelampje (8) brandt rood en de laserlijnen knipperen. De automatische nivellering is uitgeschakeld, u kunt het apparaat kantelen.
Wat moet ik doen als de laserlijnen snel knipperen?
Dit geeft aan dat zelfnivellering niet mogelijk is (helling > ±4°). Plaats het apparaat op een horizontaler oppervlak totdat de lijnen stoppen met knipperen.
Hoe reinig en onderhoud ik het apparaat?
Reinig met een zachte, vochtige doek. Dompel niet onder in water. Reinig regelmatig het gebied rond de laseruitgang. Berg op in de beschermhoes (21).
Waar vind ik reserveonderdelen en after-sales service?
Op de website www.bosch-pt.com of neem contact op met de Bosch klantenservice op 09 70 82 12 26 (Frankrijk). Vermeld het 10-cijferige referentienummer van het apparaat.
Welke accessoires zijn compatibel met de GLL 210 Professional?
Statief BT 150, uitschuifbare stang BT 350, universele houder BM 1, plafondklem BM 3, laserdoel, laserbril, draaibare houder RM 1.

Gebruikersvragen over GLL 210 Professional BOSCH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

Uw e-mailadres blijft privé: het wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Laserpointer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GLL 210 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GLL 210 Professional van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING GLL 210 Professional BOSCH

Veiligheidsaanwijzingen

BOSCH GLL 210 Professional - Veiligheidsaanwijzingen - 1

Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden om gevaarloos en veilig met het meetgereedschap te werken. Wanneer het meetgereedschap niet volgens de beschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden.

Maak waarschuwingsstickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.

Voorzichtig - wanneer andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of andere methodes uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling. Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waarschuwingsplaatje (aangegeven op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen). Als de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje niet in uw taal is, plak dan voor het eerste gebruik de meegeleverde sticker in uw eigen taal hieroverheen.

BOSCH GLL 210 Professional - Veiligheidsaanwijzingen - 2

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor kunt u personen verblinden, ongevallen veroorzaken of het oog beschadigen.

Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddellijk uit de straal bewogen worden. Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan. Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling. Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren. Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft. Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk andere personen of zichzelf kunnen verblinden. Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

BOSCH GLL 210 Professional - Veiligheidsaanwijzingen - 3

Houd het meetgereedschap en de magnetische accessoires uit de buurt van implantaten en andere medische apparaten, zoals pacemakers en insulinepompen. Door de magneten van meetgereedschap en accessoires wordt een veld opgewekt dat de werking van implantaten en medische apparaten kan verstoren.

Houd het meetgereedschap en de magnetische accessoires uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige toestellen. Door de werking van de magneten van meetgereedschap en accessoires kan het tot onomkeerbaar gegevensverlies komen.

Beschrijving van productwerking

Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.

Beoogd gebruik

Het meetgereedschap is bedoeld voor het bepalen en controleren van horizontale en verticale lijnen.

Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.

Afgebeelde componenten

De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.

(1) Opening voor laserstraal (2) Aan/uit-schakelaar (3) Statiefopname 5/8" (4) Statiefopname 1/4" (5) Toets verticale modus (6) Toets horizontale modus (7) Statusaanduiding (8) Aanduiding pendelvergrendeling (9) Laser-waarschuwingsplaatje (10) Serienummer (11) Batterijvakdeksel (12) Vergrendeling van het batterijvakdeksel (13) Draaihouder (RM 1)a (14) Geleidingsrail (15) Bevestigingssleufa) (16) Magneten (17) Geleidegroef (18) Plafondklem (BM 3)a) (19) Universele houder (BM 1)a (20) Laserrichtbord (21) Opbergtas (22) Laserbril (23) Statief (BT 150)a (24) Telescoopstang (BT 350)a

a) Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma.

Technische gegevens

Lijnlaser GLL 2-10
Productnummer3601 K63 L..
Werkbereik minimaalA)10 m
Nivelleernauwkeurigheid ±0,3 mm/m
Zelfnivelleerbereik typisch ±4°
Nivelleertijd typisch < 4 s
Gebruikstemperatuur -10°C ... +50°C
Opslagtemperatuur -20°C ... +70°C
Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000 m
Relatieve luchtvochtigheid max. 90 %
Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 2B)
Laserklasse 2
Lasertype 630-650 nm, < 1 mW
C61
Divergentie 0,5 mrad (volledige hoek)
Statiefopname 1/4"; 5/8"
Batterijen 3 × 1,5 V LR6 (AA)
Gebruiksduur bij modus
- Kruislijnmodus9 h
- Lijnmodus17 h
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:20140,49 kg
Afmetingen (length × bredte × hoogte)112 × 55 × 106 mm
Beschermklasse IP54 (stof- en spatwater-dicht)

A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden. B) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wordt verwacht door bedauwing.

Het productnummer (10) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzinnige identificatie van uw meetgereedschap.

Montage

Batterijen plaatsen/verwisselen

Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.

Voor het openen van het batterijvakdeksel (11) drukt u op de vergrendeling (12) en verwijdert u het batterijvakdeksel. Plaats de batterijen.

Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.

Als de batterijen zwak worden, knippert de statusaanduiding (7). Het meetgereedschap kan na de eerste keer knipperen nog ca. 1 uur lang worden gebruikt.

Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.

Haal de batterijen uit het meetgereedschap wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere periode van opslag in het meetgereedschap corroderen en zichzelf ontladen.

Werken met de draaihouder RM 1 (zie afbeeldingen A-B)

Met behulp van de draaihouder (13) kan het meetgereedschap 360° draaien. Daardoor kunnen de laserlijnen exact worden ingesteld zonder de positie van het meetgereedschap te veranderen.

Plaats het meetgereedschap met de geleidingsgroef (17) tegen de geleidingsrail (14) van de draaihouder (13) en schuif het meetgereedschap tot aan de aanslag op het platform.

Om los te maken, trekt u het meetgereedschap in omgekeerde richting van de draaihouder.

Plaatsingsmogelijkheden van de draaihouder: - staand op een vlakke ondergrond - tegen een verticaal vlak geschroefd - in combinatie met de plafondklem (18) aan metalen plafondlijsten - met behulp van de magneten (16) op metalen oppervlakken. Houd uw vingers weg van de achterzijde van het magnetische accessoire wanneer u het accessoire op een oppervlak bevestigt. Door de sterke aantrekkingskracht van de magneten kunnen uw vingers bekneld raken.

Gebruik

Ingebruikname

Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen en voer voor het verdere werk altijd een nauwkeurigheidscontrole uit (zie „Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap", Pagina 98). Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden. Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap moet u altijd voor het opnieuw gebruiken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap", Pagina 98). Het meetgereedschap tijdens transport uitschakelen. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewegingen beschadigd raken.

In-/uitschakelen

Voor het inschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan/uit-schakelaar (2) in de stand "On" (voor werken met pendelvergrendeling) of in de stand "On" (voor werken met automatische nivellering). De statusaanduiding (7) licht op. Het meetgereedschap zendt direct na het inschakelen laserlijnen uit de lensopeningen (1). Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.

Voor het uitschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan/uit-schakelaar (2) naar de stand "Off". De statusaanduiding (7) gaat uit. Bij het uitschakelen wordt de pendel eenheid vergrendeld. Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.

Bij het overschrijden van de maximaal toegestane gebruikstemperatuur van 50 °C volgt een uitschakeling ter bescherming van de laserdiode. Na het afkoelen is het meetgereedschap weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld.

Automatische uitschakeling

Als ca. 120 minuten lang geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt, schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de batterijen te sparen.

Om het meetgereedschap na de automatische uitschakeling weer in te schakelen, kunt u de aan/uit-schakelaar (2) eerst naar stand "Off" schuiven en het meetgereedschap daarna weer inschakelen of kunt u een keer op de toets verticale modus (5) of op de toets horizontale modus (6) drukken.

Om de automatische uitschakeling te deactiveren houdt u (bij ingeschakeld meetgereedschap) de toets horizontale modus (6) minimaal 3 sec. ingedrukt. Als de automatische uitschakeling is gedeactiveerd, knipperen de laserlijnen even ter bevestiging.

Aanwijzing: Als de gebruikstemperatuur boven 45 °C komt, kan de automatische uitschakeling niet meer worden gedeactiveerd.

Als u de automatische uitschakeling wilt activeren, schakelt u het meetgereedschap uit en weer in.

Modi

Het meetgereedschap beschikt over meerdere modi. U kunt op elk gewenst moment tussen de modi wisselen:

  • kruislijnmodus (zie afbeelding C): toont een horizontale en een verticale laserlijn,
  • horizontale modus (zie afbeelding D): toont één horizontale laserlijn,
  • verticale modus (zie afbeelding E): toont één verticale laserlijn.

Na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de kruislijnmodus. Met de toetsen horizontale modus (6) en verticale modus (5) kunt u de horizontale en verticale laserlijn onafhankelijk van elkaar in- en uitschakelen.

Alle gebruiksmodi kunnen zowel met automatische nivellering als met pendelvergrendeling worden geselecteerd.

Werken met automatische nivellering

Plaats het meetgereedschap op een horizontale, vlakke ondergrond en bevestig het op de draaihouder (13) of het statief (23).

Voor het werken met automatisch waterpassen de aan/uit-schakelaar (2) naar de stand "n" schuiven.

Het automatische nivelleersysteem nivelleert automatisch oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereik van ±4°. De nivellering is afgesloten zodra de laserlijnen niet meer bewegen.

Is de automatische nivellering niet mogelijk, bijv. omdat het standvlak van het meetgereedschap meer dan 4° van de horizontale lijn afwijkt, dan knipperen de laserstralen in een snel ritme.

Plaats in dit geval het meetgereedschap horizontaal en wacht de nivellering af. Zodra het meetgereedschap zich binnen het zelfnivelleerbereik van ±4° bevindt, branden de laserstralen continu.

Bij schokken of veranderingen van positie tijdens het gebruik wordt het meetgereedschap automatisch opnieuw genivelleerd. Controleer na het nivelleren de positie van de laserstralen met betrekking tot referentiepunten om fouten door een verschuiving van het meetgereedschap te voorkomen.

Werken met pendelvergrendeling

Voor het werken met pendelvergrendeling schuift u de aan/uit-schakelaar (2) in de stand "On". De indicatie pendelvergrendeling (8) brandt rood en de laserlijnen knipperen continu in een langzaam ritme.

Bij het werken met pendelvergrendeling is de automatische nivellering uitgeschakeld. U kunt het meetgereedschap vrij in de hand houden of op een hellende ondergrond zetten. De laserstralen worden niet genivelleerd en lopen niet noodzakelijk loodrecht t.o.v. elkaar.

Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap

Nauwkeurigheidsinvloeden

De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.

Om thermische invloeden door van de vloer opstijgende warmte tot een minimum te beperken, wordt aangeraden om het meetgereedschap op een statief te gebruiken. Plaats het meetgereedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak.

Naast externe invloeden kunnen ook toestelspecifieke invloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controleer daarom de nivelleernauwkeurigheid telkens voordat u begint te werken.

Controleer altijd eerst de hoogte- en nivelleernauwkeurigheid van de horizontale laserlijn en daarna de nivelleernauwkeurigheid van de verticale laserlijn.

Als het meetgereedschap bij een van de controles de maximale afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te laten repareren.

Hoogtenauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren

Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 5 m op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig.

  • Monteer het meetgereedschap bij muur A op de houder of een statief of plaats het op een stabiele en vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in de modus met automatische nivellering in en kies kruislijnmodus.

BOSCH GLL 210 Professional - Hoogtenauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren - 1

Richt de laser op de nabijgelegen muur A en laat het meetgereedschap waterpassen. Markeer het midden van het punt waar de laserlijnen zich op de wand kruisen (punt I).

BOSCH GLL 210 Professional - Hoogtenauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren - 2

Draai het meetgereedschap 180°, laat het zich nivelleren en markeer het kruispunt van de laserlijnen op de tegenoverliggende wand B (punt II).

  • Plaats het meetgereedschap - zonder het te draaien - bij wand B, schakel het in en laat het zich nivelleren.

BOSCH GLL 210 Professional - Hoogtenauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren - 3

  • Lijn het meetgereedschap zodanig in de hoogte uit (met het statief of eventueel door onderlegmateriaal), dat het kruispunt van de laserlijnen exact het eerder gemarkeerde punt II op wand B raakt.

BOSCH GLL 210 Professional - Hoogtenauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren - 4

Draai het meetgereedschap 180° zonder de hoogte te wijzigen. Richt het zodanig op wand A, dat de verticale laserlijn door het eerder gemarkeerde punt I loopt. Laat het meetapparaat zich nivelleren en markeer het kruispunt van de laserlijnen op wand A (punt III).

  • Het verschil d van de beide gemarkeerde punten I en III op wand A geeft de werkelijke hoogteafwijking van het meetgereedschap.

Op het meettraject van 2 × 5 m = 10 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:

10 m × ±0,3 mm/m = ±3 mm. Het verschil tussen de punten I en III mag dus maximaal 3 mm bedragen.

Nivelleernauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren

Voor de controle heeft u een vrij vlak van ca. 5 × 5 m nodig.

  • Monteer het meetgereedschap in het midden tussen de muren A en B op de houder of een statief of zet het op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in de modus met automatische nivellering in en kies de horizontale modus. Laat het meetgereedschap nivelleren.

BOSCH GLL 210 Professional - Nivelleernauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren - 1

  • Markeer op een afstand van 2,5 m van het meetgereedschap op beide muren het midden van de laserlijn (punt I op muur A en punt II op muur B).

BOSCH GLL 210 Professional - Nivelleernauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren - 2

  • Plaats het meetgereedschap 180° gedraaid op een afstand van 5 m en laat het nivelleren.
  • Lijn het meetgereedschap in hoogte zodanig uit (met behulp van het statief of eventueel door onderlegmateriaal) dat het midden van de laserlijn precies het tevoren gemarkeerde punt II op muur B raakt.
  • Markeer op muur A het midden van de laserlijn als punt III (verticaal boven of onder punt I).
  • Het verschil d van de beide gemarkeerde punten I en III op muur A levert de daadwerkelijke afwijking van het meetgereedschap van de horizontale lijn op.

Op het meettraject van 2 × 5 m = 10 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:

10 m × ±0,3 mm/m = ±3 mm. Het verschil tussen de punten I en III mag dus maximaal 3 mm bedragen.

Nivelleernauwkeurigheid van de verticale lijn controleren

Voor de controle heeft u een deuropening nodig met (op een stabiele ondergrond) aan beide zijden van de deur minstens 2,5 meter ruimte.

Zet het meetgereedschap op 2,5 meter afstand van de deuropening op een stevige, vlakke ondergrond (niet op een statief). Schakel het meetgereedschap in de modus met automatische nivellering in. Kies verticale modus en laat het meetgereedschap nivelleren.

BOSCH GLL 210 Professional - Nivelleernauwkeurigheid van de verticale lijn controleren - 1

  • Markeer het midden van de verticale laserlijn op de vloer van de deuropening (punt I), op een afstand van 5 m aan de andere zijde van de deuropening (punt II), evenals bij de bovenrand van de deuropening (punt III).

BOSCH GLL 210 Professional - Nivelleernauwkeurigheid van de verticale lijn controleren - 2

Zet het meetgereedschap aan de andere kant van de deuropening direct achter punt II. Laat het meetgereedschap nivelleren en lijn de verticale laserlijn zodanig uit dat het midden hiervan door de punten I en II loopt.

  • Markeer het midden van de laserlijn op de bovenrand van de deuropening als punt IV.
  • Het verschil d van de beide gemarkeerde punten III en IV geeft de werkelijke verticale afwijking van het meetgereedschap.
  • Meet de hoogte van de deuropening.

De maximale toegestane afwijking berekent u als volgt:

dubbele hoogte van de deuropening × 0,3 mm/m

Voorbeeld: bij een hoogte van de deuropening van 2 m mag de maximale afwijking

2 × 2 m × ±0,3 mm/m = ±1,2 mm bedragen. De punten III en IV mogen dus maximaal

1,2 mm uit elkaar liggen.

Aanwijzingen voor werkzaamheden

▷ Gebruik bij het markeren altijd alleen het midden van de laserlijn. De breedte van

de laserlijn wijzigt met de afstand.

Werkzaamheden met het laserrichtbord

Het laserrichtbord (20) verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal onder ongunstige omstandigheden en over grotere afstanden.

Het reflecterende vlak van het laserrichtbord (20) verbetert de zichtbaarheid van de laserlijn, door het transparante vlak is de laserlijn ook aan de achterzijde van het laserrichtbord te zien.

Werken met het statief (accessoire)

Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Plaats het meetgereedschap met de 1/4-statiefopname (4) op de schroefdraad van het statief (23) of van een gangbaar fotostatief. Voor de bevestiging op een gangbaar bouwstatief de 5/8-statiefopname (3) gebruiken. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.

Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap inschakelt.

Bevestigen met de universele houder (accessoire) (zie afbeelding F)

Met de universele houder (19) kunt u het meetgereedschap bijv. aan verticale vlakken of magnetische materialen bevestigen. De universele houder is eveneens geschikt als vloerstatief en vergemakkelijkt de hoogteafstelling van het meetgereedschap.

Houd uw vingers weg van de achterzijde van het magnetische accessoire, wanneer u het accessoire op een oppervlak bevestigt. Door de sterke aantrekkings

kracht van de magneten kunnen uw vingers bekneld raken.

De universele houder (19) grof richten, vóór het inschakelen van het meetgereedschap.

Laserbril (accessoire)

De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het licht van de laser voor het oog helderder.

▷ Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling. ▷ Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.

Gebruiksvoorbeelden (zie afbeeldingen F-H)

Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetgereedschap vindt u op de pagina's met afbeeldingen.

Onderhoud en service

Onderhoud en reiniging

Houd het meetgereedschap altijd schoon.

Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.

Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.

Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.

Bewaar en transporteert het meetgereedschap alleen in het opbergtuig (21).

Het meetgereedschap voor reparatie in de originele verpakking of het opbergtuig (21) opsturen.

Klantenservice en gebruiksadvies

Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com

Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.

Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.

Nederland

Tel.: (076) 5795454

Fax: (076) 5795494

E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com

Meer serviceadressen vindt u onder:

Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden gerecycled.

BOSCH GLL 210 Professional - Meer serviceadressen vindt u onder: - 1

Gooi meetgereedschappen en batterijen niet bij het huisvuil!

Alleen voor landen van de EU:

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten onbruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.

Dansk

Matavimo prietaisus ir baterijas nemeskite į buitinių atliekų konteinerį!

Tik ES šalims:

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : GLL 210 Professional

Categorie : Laserpointer