GLL 210 Professional - Laserpointer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GLL 210 Professional BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GLL 210 Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laserpointer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GLL 210 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GLL 210 Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GLL 210 Professional BOSCH
Veiligheidsaanwijzingen

Alle aanwijzingen要去en gelezen en in acht genomen worden om gevaarloos en veilig met het meetgereedschap te werkken. Wanner het meetgereedschap Niet volgens de beschikbare aanwijzingen gezruikt worden, hunnen de geintegreerde veiligheids-voorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden.
Maak waarschuwings stickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.
Voorzichtig - wanner andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of andere methodes uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling.
Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waarschuwingsplaatje (aangegeven op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen).
ls de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje Niet in uw taal, plak dan voor het eerste gebruik de meegeleverde sticker in uw eigien taal hieroverheen.

Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk nicht zich in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor kurz u Personen verblinden, ongevalten veroorzaken of het oog beschadigen.
92|Nederlands
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en要去 het hoofd onmiddelijkukt de straal bewogen worden.
Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.
Gebruik de laserbril (accessoire) nicht als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal; deutsche beschermtECHter Niet gegen de laserstraling.
Gebruik de laserbril (accessoire) nicht als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele verrangingsonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Laat kinderen het lasermeetgereedschap Niet zonder toezicht gebruiken. Zij zou den per ongeluk andere Personen of zichzfeln konnen verblinden.
Werk met het meetgereedschap Niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandhaar stof bevinden. In het meetgereedschap konnen vomken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

Houd het meetgereedschap en de magnetische accessoiresuit debuurt van implantaten en andere medische apparaten, zoals pacemakers en insulinepompen. Door de magneten van meetgereed-schap en accessoires worden een veld opgewekt dat de werkking van implantaten en medische apparaten kan verstoren.
Houd het meetgereedschap en de magnetische accessoiresuit de buurt van magnetische gevevensdragers en magnetisch gevoelige toestellen. Door de werking van de magneten van meetgereedschap en accessoires kan het tot onomkeerbaar geveensverlies komen.
Beschrijving van productenwerking
Neem goednota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.
Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bedoeld voor het bepalen en controlleren van horizontale en verticale lijnen.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.
Afegebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
(1) Opening voor laserstraal
(2) Aan/uit-schakelaar
(3) Statiefopname 5 / 8^
(4) Statiefopname 1 / 4^
(5) Toets verticale modus
(6) Toets horizontale modus
(7) Statusaanduiding
(8) Aanduiding pendelvergrendeling
(9) Laser-waarschuwingsplaatje
(10) Serienummer
(11) Batterijyakdeksel
(12) Vergrendeling van het batterijvakdeksel
(13) Draaihouser (RM 1)a
(14) Geleidingsrail
(15) Bevestigingssleufa)
(16) Magnete
(17)Geleidegroef
(18) Plafondklem (BM 3)a)
(19) Universe holder (BM 1)a
(20) Laserrichtbord
(21) Opbergetui
(22) Laserbril
(23) Statief (BT 150)a
(24) Telescoopstang (BT 350)a
a) Niet elk afgebeeld en beschreiben accessoire is standardb bij de levering inbegren. Alle accessoires zich te vinden in ons accesireprogramma.
94|Nederlands
Technische gegevens
| Lijnlaser GLL 2-10 | |
| Productnummer | 3601 K63 L.. |
| Werkbereik minimaalA) | 10 m |
| Nivelleernauwkeurigheid ±0,3 mm/m | |
| Zelfnivelleerbereik typisch ±4° | |
| Nivelleertijd typisch < 4 s | |
| Gebruikstemperatuur -10°C ... +50°C | |
| Opslagtemperatuur -20°C ... +70°C | |
| Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000 m | |
| Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % | |
| Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 2 | B) |
| Laserklasse 2 | |
| Lasertype 630-650 nm, < 1 mW | |
| C6 | 1 |
| Divergentie 0,5 mrad (volledige hoek) | |
| Statiefopname 1/4"; 5/8" | |
| Batterijen 3 × 1,5 V LR6 (AA) | |
| Gebruiksduur bij modus | |
| - Kruislijnmodus | 9 h |
| - Lijnmodus | 17 h |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | 0,49 kg |
| Afmetingen (length × bredte × hoogte) | 112 × 55 × 106 mm |
| Beschermklasse IP54 (stof- en spatwater-dicht) | |
A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden.
B) Er ontstaat slechts een Niet geleidende verruiling, waar bijchalter soms een tijdelijke geleidhaarheid wort verwacht door bedauwing.
Het productnummer (10) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzinnige identificatie van uw meetgereedschap.
Montage
Batterijenplaatsen/verwisselen
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
Voor het openen van het batterijvakdeksel (11) drukt u op de vergrendeling (12) en verwijdert u het batterijvakdeksel. Plaats de batterijen.
Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.
Als de batterijen zwak worden, dan knippert de statusaanduiding (7). Het meetgereed-schap kan na de eerste keer knipperen nog ca. 1uur lang worden gebruikt.
Vervang als lid alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van een fabrikant en met bezelfde capacititeit.
Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wonneer u dit langerearend nicht gebruikt. De batterijen kuren bij een langereperiode van opslag in het meetgereedschap corroderen en zichzelf ontladen.
Werken met de draaihouser RM 1 (zie afbeeldingen A-B)
Met behulp van de draaihouser (13)(Int) het meetgereedschap 360^ draaien. Daardoor kannen de laserlijnen exact worden ingesteld zonder de positie van het meetgereedschap te veranderen.
Plaats het meetgereedschap met de geleidingsgroef (17) gegen de geleidingsrail (14) van de draaihouser (13) en schuif het meetgereedschap tot aan de aanslag op het platform.
Om los te makes, trekt u het meetgereedschap in omgekeerde richting van de draaihouder.
Plaatsingsmogelijkheden van de draaihouder:
- staand op een vlakke ondergrond
- gegen een verticaal vlak geschroefd
- in combinatie met de plafondklem (18) aan metalen plafondlijsten
- met behulp van de magneten (16) op metalen oppervlakken
Houd uw vingers weg van de achterzijde van het magnetische accessoire, wanner u het accessoire op een oppervlak bevestigt. Door de sterke aantrekkingsracht van de magneten konnen uw vingers bekneld raken.
Gebruik
Ingebruikname
Beschem het meetgereedschap gegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap Niet bloot aan extreme temperaten of temperatuerschommelingen. Laat het bijv. Niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuerschommelingen eerst op temperatuur komen en voer voor het verder werkken altijd een nauwkeurigheidscontrole uit (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap", Pagina 98). Bij extreme temperaten of temperatuerschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beinvloed worden.
Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap, moet u.altijd voor het opnieuw gebruiken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap", Pagina 98).
Het meetgereedschapijdens transport uitschakelen. Bij het uitschakelen worden de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewegingen beschadigd raken.
In-/uitschakelen
Voor het inschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan/uit-schakelaar (2) in de stand „On" (voor werken met pendelvergrendeling) of in de stand „On" (voor werken met automatische nivelling). De statusaanduiding (7) Licht op. Het meetgereedschap zendt direct na het inschakelen laserlijnen uit de lensopeningen (1).
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk zich nicht in de laserstraal, ook Niet vanaf een große afstand.
Voor het uitschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan/uit-schakelaar (2) maar de stand „Off". De statusaanduiding (7) gaat uit. Bij het uitschakelen worden de pendelenheid vergrendeld.
Laat het ingeschakelde meetgereedschap Niet onbeheerd anschter en schakel het meetgereedschap na gebruikuit. Andere Personen können door de laserstraal verblind worden.
Bij het overschrijden van de maximaal toegestane gebruikstemperatuur van 50^ volgt een uitschakeling ter bescherming van de laserdiode. Na het afkoelen is het meetgereed-schap waar gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld.
Automatische uitschakeling
Als ca. 120 minutes lang geen toets op het meetgereedschap worden ingedrukt, schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de batterijen te sparen.
Om het meetgereedschap na de automatische uitschakeling waar in te schakelen, kut u de aan/uit-schakelaar (2) eerst maar stand „Off" schuiven en het meetgereedschap daarna weeer inschakelen of kut u een keer op de toets verticale modus (5) of op de toets horizontale modus (6) drukken.
Om de automatische uitschakeling te deactiveren houdt u (bij ingeschakeld meetgereed-schap) de toets horizontale modus (6) minimaal 3 sec. ingedrukt. Als de automatische uitschakeling is gedectiveerd, knipperen de laserlijnen even ter bevestiging.
Aanwijzing: Als de gebruikstemperatuur boven 45^ komt, kan de automatische uitschakeling Niet meer worden gedeactiveerd.
Als u de automatische uitschakeling wilt activeren, schakelt u het meetgereedschap uit en wee in.
Modi
Het meetgereedschap beschibt over Meerdere modi. U kurz op elk gewenst moment tussen de modi wisselen:
- kruislijnmodus (zie afbeelding C): toont een horizontally en een verticale laserlijn,
- horizontale modus (zie afbeelding D): toont eén horizontale laserlijn,
- verticale modus (zie afbeelding E): toont eén verticale laserlijn.
Na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de kruislijnmodus. Met de toetsen horizontale modus (6) en verticale modus (5)kest u de horizontale en verticale laserlijn onafhankelijk van elkaar in- en uitschakelen.
Alle gebruiksmodi können zobel met automatische nivellering als met pendelvergrendeling worden geselecteerd.
Werken met automatische nivellering
Plaats het meetgereedschap op een horizontale, vlakke ondergrond en bevestig het op de draaihouser (13) of het statief (23).
Voor het werken met automatisch waterpassen de aan/uit-schakelaar (2) maar de stand "n" schuiven.
Het automatische nivelleersysteme nivelleert automatisch oneffenheden binnen hetzfelnivelleerbereik van ± 4^ . De nivellering is afgesloten zodra de laserlijnen nicht meer beweg- gen.
98 | Netherlands
Is de automatische nivellering nicht möglichk, bijv.,ondat het standvlak van het meetgereedschap更是 dan 4^ van de horizontale lijn afwijk, dan knipperen de laserstralen in een snel ritme.
Plaats in dit geval het meetgereedschap horizontaal en wacht de zichnivelling af. Zodra het meetgereedschap zich binnen het zichnivelleerbereik van ± 4^ bevindt, branden de la serstralen continu.
Bij schokken of veranderingen van positieijdens het gebruik worden het meetgereedschap automatisch opnieuw genivelleerd. Controller na het nivellenen de positie van de laserstralen met betrekking tot referentiepunten om fouten door een verschuiving van het meetgereedschap te voorkomen.
Werken met pendelvergrendeling
Voor het werkken met pendelvergrendeling schuift u de aan/uit-schakelaar (2) in de stand "On". De individatie pendelvergrendeling (8) brandt rood en de laserlijnen knipperen continu in een langzaam ritme.
Bij het werk den met pendelvergrendeling is de automatische nivellering uitgeschakeld. U kunt het meetgereedschap vrij in de hand honden of op een hellende ondergrond zetten. De laserstralen worden Niet更是 genivelleerd en lopen Niet更是 noodzakelijk loodrecht t.o.v. elkaar.
Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap
Nauwkeurigheidsinvloeden
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuuruit. Vooral vanaf de grond waar boven toe verlopende temperatuurverschillen konnen de laserstraal afbuigen.
Om thermische invloeden door van de vloer opstijgende warmte tot een minimum te beperken, worden aangeraden om het meetgereedschap op een statief te gebruiken. Plaats het meetgereedschap bovendien indien möglichk in het midden van het werkvlak.
Naast externe invloeden können ook toestelspecifieke invloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controller aanom de niveleernauwkeurigheid, telkens voordat u begint te werken.
Controleer alkijd eerst de hoogte- en nivelleernauwkeurigheid van de horizontale laserlijn en daarna de nivelleernauwkeurigheid van de verticale laserlijn.
Als het meetgereedschap bij een van de controles de maximale afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te lately repareren.
Hoogetenauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren
Voor de contrôle heeft u een vrijmeettraject van 5 m op een vaste ondergrond:tussen twee muren A en B nodig.
- Monteer het meetgereedschap zich bij muur A op de houder of een statief ofplaats het op een stabiele en vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in de modus met automatische nivellering in en kies kruislijnmodus.

Richt de laser op de nabijgelegen muur A enaar het meetgereedschap waterpassen. Markeer het midden van het punt waar de laserlijnen zich op de wand krui- Sen (punt I).

Draai het meetgereedschap 180^ ,laat het zich nivellenen en markeer het kruispunt van de laserlijnen op de tegenoverligggende wand B (punt II).
- Plaats het meetgereedschap- zonder het te draaien - zich bij wand B, inschakelen en LAST het zich nivellenen.

- Het meetgereedschap zodanig in de hoogte uitlijnen (met het statief of eventueel door onderlegmaterial), dat het kruispunt van de laserlijnen exact het eerder gemarkeerde punt II op wand B raakt.

Draai het meetgereedschap 180^ zonder de hoogte te wijzigen. Het zodanig op de wand A richten, dat de verticale laserlijn door het eerder gemarkeerde punt I loopt. Laat het meetapparaat zich nivellenen en markeer het kruispunt van de laserlijnen op de wand A (punt III).
100|Nederlands
- Het verschil d van de beiden gemarkeerde punten I en III op de wand A geeft de werkelijke hoogteafwijking van het meetgereedschap.
Op het meettraject van 2 × 5m = 10m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:
10 m × ±0,3 mm/m = ±3 mm. Het verschil dCUSen de punten I en III mag dus maximaal 3 mm bedragen.
Nivelleernauwkeurigheid van de horizontale lijn controeren
Voor de contrôle—heeft u een vrij vlak van ca. 5 × 5 m nodig.
- Monteer het meetgereedschap in het midden tussen de muren A en B op de houder of een statief of zet het op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in de modus met automatische nivelling in en kies horizontale modus. Laat het meetgereedschap nivellenen.

- Markee op een afstand van 2,5 m van het meetgereedschap op beiden muren het midden van de laserlijn (punt I op muur A en punt II op muur B).

-
Plaats het meetgereedschap 180^ gedraaid op een afstand van 5 m en LAST het nivellenen.
-
Lijn het meetgereedschap in hoogte zodaniguit (met behulp van het statief of eventu-eel door onderlegmaterial) dat het midden van de laserlijk precies het tevoren gemarkeerde punt II op muur B raakt.
-
Markee op muur A het midden van de laserlijn als punt III (vertical boven of onder punt I).
-
Het verschil d van de beiden gemarkeerde punten I en III op de muur A levert de daadwerkelijk afwijking van het meetgereedschap van de horizontale lijn op.
Op het meettraject van 2 × 5m = 10m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:
10 m × ±0,3 mm/m = ±3 mm. Het verschil dCUSen de punten I en III mag dus maximaal 3 mm bedragen.
Nivelleernauwkeurigheid van de verticale lijn controeren
Voor de contrôle—heeft u een deuropening nodig met (op een stabiele ondergrond) aan beiden zijden van de deur minstens 2,5 meter ruimte.
Zet het meetgereedschap op 2,5 meter afstand van de deuropening op een stevige, vlakke ondergrond (niet op een statief). Schakel het meetgereedschap in de modus met automatische nivellering in. Kies verticale modus en LAST het meetgereedschap nivellenen.

- Markeer het midden van de verticale laserlijn op de vloer van de deuropening (punt I), op een afstand van 5m aan de andere zijde van de deuropening (punt II), evenals bij de bovenrand van de deuropening (punt III).

Zet het meetgereedschap aan de andere kant van de deuropening direct achter punt II. Laat het meetgereedschap niveleren en lijn de verticale laserlijn zodaniguit dat het midden hiervan door de punten I en II loopt.
- Markeer het midden van de laserlijn op de bovenrand van de deuropening als punt IV.
- Het verschil d van de beiden gemarkeerde punten III en IV geeft de werkelijkke verticale afwijking van het meetgereedschap.
102 | Nederlands
- Meet de hoogte van de deuropening.
De maximale toegestane afwijking berekent u als volgt:
dubbele hoogte van de deuropening × 0,3mm / m
Voorbeeld: bij een hoogte van de deuropening van 2 m mag de maximale afwijking
2× 2m× ± 0,3mm / m = ± 1,2 mm bedragen. De punten III en IV mogen dus maximaal
1,2 mm uit elkaar liggen.
Aanwijzingen voor werkzaamheden
Gebruik bij het markeren.altijd alleen het midden van de laserlijk. De bredte van
de laserlijk wijzigt met de afstand.
Werkzaamheden met het laserrichtbord
Het laserrichtbord (20) verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal onder ongunstige omstandigheden en over grotere afstanden.
Het reflecterende vlak van het laserrichtbord (20) verbetert de zichtaarheid van de laserlijn, door het transparante vlak is de laserlijn ook aan de achterzijde van het laserrichtbord te zien.
Werken met het statief (accessoire)
Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Plaats het meetgereedschap met de 1/4 -statiefopname (4) op de schroefdraad van het statief (23) of van een gangbaar fotostatief. Voor de bevestiging op een gangbaar bouwstatief de 5/8 -statiefopname (3) gebruiken. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.
Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap inschakelt.
Bevestigen met de universe houder (accessoire) (zie afbeelding F)
Met de universele houder (19)kest u het meetgereedschap bijv. aan verticale vlakken of magnetische materialen bevestigen. De universele houder is eveneens geschikt als vloerstatief en vergemakkelijk de hoogteafstelling van het meetgereedschap.
Houd uw vingers weg van de achechterzijde van het magnetische accessoire, wonneer u het accessoire op een oppervlak bevestigt. Door de sterke aantrekkings
kracht van de magneten können uw vingers bekneld raken.
De universe houder (19) grof richten, vór het inschakelen van het meetgereedschap.
Laserbril (accessoire)
De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het Licht van de lasr voor het oog helderdeer.
Gebruik de laserbril (accessoire) Niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal; deze beschermtECHTER Niet gegen de laserstraling.
Gebruik de laserbril (accessoire) nicht als zonnebril of in het verkeer. De laserbril niedt geen volledige UV-bescherming en verminder het waarnemen van kleuren.
Gebruiksvoorbeelden (zie afbeeldingen F-H)
Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetgereedschap vindt u op de pagina's met afbeeldingen.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd het meetgereedschap.altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap Niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let waarbij op pluizen.
Bewaar en Transporteer het meetgereedschap alleen in het opbergetui (21).
Het meetgereedschap voor reparatie in de originele verpakking of het opbergetui (21) opsturen.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over verwangingsonderdelen. Explosietekingen en informatatie over verwangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt ugraag bij vragen over onsze producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van verrangingsonderdelen alkijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 5795454
Fax: (076) 5795494
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u onder:
Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoordere manier te worden gerecycled.

Gooi meetgereedschappen en batterijen nicht bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU要去en Niet更是 bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG要去en defecte of verbruike accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.
Dansk
Tip de protectie IP54 (protectie impotrivia
Matavimo prietaisj ir baterijn nemeskite j buitiniu atlieky konteinerj!
Tik ES šalims:
aannnnnnaanennnnnnae