BOSCH GCL 2-50 G Professional - Laserpointer

GCL 2-50 G Professional - Laserpointer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GCL 2-50 G Professional BOSCH in PDF-formaat.

📄 271 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BOSCH GCL 2-50 G Professional - page 54
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Kruislijnlaser
Merk Bosch
Model GCL 2-50 G Professional
Categorie Laserniveaus
Kleur van de straal Groen (500-540 nm)
Laserklasse 2
Bereik zonder ontvanger Ongeveer 30 m
Bereik met ontvanger Tot 50 m
Nivelleringsnauwkeurigheid ± 0,3 mm/m
Nivelleringsbereik automatisch ± 4°
Rotatie Niet roterend
Voeding 4 AA-batterijen (1,5 V) of NiMH-accu's (4× AA)
Werktijd (alkaline batterijen) Ongeveer 12 uur in kruislijnmodus
Beschermingsgraad IP54 (stof- en spatwaterdicht)
Afmetingen (L × B × H) Ongeveer 145 × 65 × 110 mm
Gewicht (met batterijen) Ongeveer 0,72 kg
Montage op statief Ja, schroefdraad 1/4"
Belangrijkste functies Horizontale en verticale lijnen, kruismodus, automatische nivellering met waarschuwingssignaal
Onderhoud en reiniging Afnemen met een zachte, droge doek. Reinig de laseruitgangsvensters met een wattenstaafje.
Veiligheid Niet direct in de laserstraal kijken. Gebruik indien nodig een laserbril.
Reserveonderdelen en repareerbaarheid Standaard AA-batterijen. Overige onderdelen verkrijgbaar via Bosch-naservice.
Algemene informatie 2 jaar garantie. Gemaakt in China voor Bosch.

Veelgestelde vragen - GCL 2-50 G Professional BOSCH

Welk type batterijen moet ik gebruiken voor de Bosch GCL 2-50 G?
Gebruik 4 AA-alkalinebatterijen (1,5 V) of NiMH-accu's van hetzelfde formaat. Meng geen oude en nieuwe batterijen.
Hoe zet ik het apparaat aan en uit?
Druk op de aan/uit-knop aan de zijkant. Een korte druk schakelt de laser in voor horizontale lijn; een lange druk activeert de verticale lijnmodus. Houd de knop ingedrukt om uit te schakelen.
Wat betekent het knipperen van de laser?
Het knipperen geeft aan dat het apparaat niet waterpas staat of buiten het automatische nivelleringsbereik (±4°) valt. Plaats het op een vlakkere ondergrond.
Hoe kalibreer ik de lasernivelleer?
Het apparaat is voorgekalibreerd in de fabriek. Indien nodig kan herkalibratie worden uitgevoerd door een erkende Bosch-service. Probeer het niet zelf te demonteren.
Kan ik het apparaat buitenshuis gebruiken?
Ja, maar de groene straal is minder zichtbaar in fel zonlicht. Gebruik een laserontvanger (LR 1 G of vergelijkbaar) om het bereik te vergroten tot 50 m.
Wat is het maximale bereik met ontvanger?
Met de Bosch LR 1 G laserontvanger wordt een bereik van 50 m bereikt. Zonder ontvanger is het ongeveer 30 m bij matige lichtomstandigheden.
Hoe reinig ik de laseruitgangsvensters?
Gebruik een droog of licht vochtig wattenstaafje (zuiver water). Gebruik nooit oplosmiddelen of schurende doeken. Veeg voorzichtig zonder te drukken.
Is het apparaat waterdicht?
Het apparaat heeft beschermingsgraad IP54: beschermd tegen stof en spatwater. Niet onderdompelen in water.
Hoe monteer ik het apparaat op een statief?
Schroef de montagemoer aan de onderkant van het apparaat op een standaard statief met 1/4 inch schroefdraad. Handvast aandraaien.
Wat moet ik doen als de laser niet aangaat?
Controleer eerst de batterijen: plaats nieuwe batterijen met de juiste polariteit. Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met de Bosch-naservice.

Gebruikersvragen over GCL 2-50 G Professional BOSCH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Laserpointer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GCL 2-50 G Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GCL 2-50 G Professional van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING GCL 2-50 G Professional BOSCH

nl Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing

da Original brugsanvisning

sv Bruksarvisning i original

no Original driftsinstruks

Veiligheidsaanwijzingen

BOSCH GCL 2-50 G Professional - Veiligheidsaanwijzingen - 1

Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden om gevaarloos en veilig met het meetgereedschap te werken. Wanneer het meetgereedschap niet volgens de

beschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden. Maak waarschuwingsstickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.

▶ Voorzichtig – wanneer andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of andere methods uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling.
- Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waarschuwingsplaatje (aangegeven op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen).
Is de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje niet in uw taal, plak dan vóór het eerste gebruik de meegeleverde sticker in uw eigen taal hieroverheen.

BOSCH GCL 2-50 G Professional - Veiligheidsaanwijzingen - 2

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor kunt u personen

54 | Nederlands

verblinden, ongevallen veroorzaken of het oog beschadigen.

Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddel- lijk uit de straal bewogen worden.
▶ Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.
- Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk personen kunnen verblinden.
▶ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

BOSCH GCL 2-50 G Professional - | Nederlands - 1

Houd de magnetische accessoires uit de buurt van implantaten en andere medische apparaten, zoals pacemakers en insulinepompen. Door de magneten van de accessoires wordt een veld opgewekt dat de werking van implantaten en medische apparaten kan verstoren.

Houd de magnetische accessoires uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten van de accessoires kan het tot onomkeerbaar gegevensverlies komen.

Beschrijving van product en werking

Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.

Beoogd gebruik

Het meetgereedschap is bedoeld voor het bepalen en controleren van horizontale en verticale lijnen evenals loodpunten.

Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.

Afgebeelde componenten

De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.

(1) Opening voor laserstraal
(2) Batterij-aanduiding

(3) Toets voor lasermodus
(4) Aan/uit-schakelaar
(5) Statiefopname 1/4"
(6) Geleidingsgroef
(7) Vergrendeling van het batterijvakdeksel
(8) Batterijvakdeksel
(9) Laser-waarschuwingsplaatje

(10) Serienummer
(11) Draaihouder (RM 10) ^A
(12) Geleidingsrail
(13) Bevestigingssleuf
(14) Fijninstelschroef van de draaihouder
(15) Magneet
(16) Plafondklem (DK 10) ^A
(17) Universele houder (BM 1) ^A
(18) Houder (LB 10) ^A)
(19) Laserontvanger ^A)
(20) Laserrichtbord ^A)
(21) Statief (BT 150) ^A
(22) Telescoopstang (BT 350) ^4
(23) Laserbril ^A)
(24) Opbergetui ^A

A) Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma.

Technische gegevens

Punt- en lijnlaser GCL 2-50 G
Productnummer3 601 K66 M..
Werkbereik^A)
- Standaard laserlijnen 15 m
- Laserlijnen met laseront-vanger5-50 m
- Laserpunten 10 m
Nivelleernauwkeurigheid ^B)(C)
- Laserlijnen ±0,3 mm/m
- Laserpunten ±0,7 mm/m
Zelfnivelleerbereik ±4°
Nivelleertijd < 4 s
Gebruikstemperatuur -10 °C ... +45 °C
Opslagtemperatuur -20 °C ... +70 °C
Max. gebruikshoogte bovenreferentiehoogte2000 m
Relatieve luchtvochtigheidmax.90 %
Vervuilingsgraad volgensIEC 61010-1 2^D)
Laserklasse 2

Punt- en lijnlaser GCL 2-50 G

Laserlijnen
- Lasertype 500-540 nm, < 10 mW
- C_6 10
- Divergentie 50 × 10 mrad (volledige hoek)
Laserpunten
- Lasertype 500-540 nm, < 1 mW
- C_6 1
- Divergentie 0,8 mrad (volledige hoek)
Compatibele laserontvanger LR 7
Statiefopname 1/4"
Batterijen 4 × 1,5 V LR6 (AA)
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:20140,58 kg
Afmetingen (lengte × breedte × hoogte)
- zonder houder 126 × 63 × 115 mm
- met draaihouder RM 10 145 × 63 × 180 mm
Beschermklasse IP 64

A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden.
B) bij 20-25°C
C) De opgegeven waarden gelden bij normale tot gunstige omgevingsomstandigheden (bijv. geen trillingen, geen mist, geen rook, geen direct zonlicht). Na sterke temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid afwijken.
D) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing.
Het productnummer (10) op het typeplaatje dient voor een ondubbel-zinnige identificatie van uw meetgereedschap.

Montage

Batterijen plaatsen/verwisselen

Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.

Voor het openen van het batterijvakdeksel (8) duwt u de vergrendeling (7) naar boven en neemt u het batterijvakdeksel weg. Plaats de batterijen.

Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.

De batterij-aanduiding (2) toont altijd de actuele batterijstatus.

Als de batterijen zwak worden, dan wordt de helderheid van de laserlijnen langzaam minder.

Als de batterijen bijna leeg zijn, blijft de batterij-aanduiding (2) knipperen. De laserlijnen knipperen om de 5 minuten gedurende 5 seconden.

Als de batterijen leeg zijn, dan knipperen de laserlijnen en de batterij-aanduiding nog één keer voordat het meetgereedschap wordt uitgeschakeld.

Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.

Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere periode van opslag in het meetgereedschap corroderen en zichzelf ontladen.

Gebruik

Ingebruikname

▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen en voer vóór het verder werken altijd een nauwkeurigheidscontrole uit (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina 56). Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden.
Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap, moet u altijd vóór het opnieuw gebruiken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina 56).
▶ Het meetgereedschap tijdens transport uitschakelen. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewegingen beschadigd raken.

In-/uitschakelen

Voor het inschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan/uit-schakelaar (4) naar de stand „On“. Het meetgereedschap zendt direct na het inschakelen laserstralen uit de openingen (1).

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.

Het meetgereedschap kan altijd met een laserontvanger (19) worden gebruikt.

Voor het uitschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan-/uit-schakelaar (4) in stand Off. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld.

Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.

Bij het overschrijden van de maximaal toegestane gebruikstemperatuur van 45 °C volgt een uitschakeling ter bescherming van de laserdiode. Na het afkoelen is het meetgereedschap weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld.

56 | Nederlands

Automatische uitschakeling

Als ca. 120 minuten lang geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt, schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de batterijen te sparen.

Als u het meetgereedschap na de automatische uitschakeling weer wilt inschakelen, kunt u de aan/uit-schakelaar (4) eerst in de stand „Off“ duwen en het meetgereedschap vervolgens weer inschakelen, of u drukt op de toets voor laserfunctie (3).

Om de automatische uitschakeling te deactiveren (bij ingeschakeld meetgereedschap), de toets laser-gebruiksmodus (3) minimaal 3 sec. ingedrukt houden. Als de automatische uitschakeling is gedeactiveerd, knipperen de laserstralen even ter bevestiging.

Aanwijzing: Als de gebruikstemperatuur boven 45 °C komt, kan de automatische uitschakeling niet meer worden gedeactiveerd.

Als u de automatische uitschakeling wilt activeren, schakelt u het meetgereedschap uit en weer in.

Modi

Het meetgereedschap beschikt over meerdere modi. U kunt op elk gewenst moment tussen de modi wisselen:

- Kruislijn- en puntmodus (zie afbeelding A): het meetgereedschap toont een horizontale en een verticale laserlijn naar voren evenals telkens een laserpunt verticaal naar boven en naar beneden.

- Horizontale modus (zie afbeelding B): het meetgereedschap toont één horizontale laserlijn.

- Verticale modus (zie afbeelding C): het meetgereedschap toont één verticale laserlijn. Bij een plaatsing van het meetgereedschap in de ruimte verschijnt de verticale laserlijn op het plafond boven het bovenste laserpunt uit.

- Puntmodus (zie afbeelding D): het meetgereedschap toont telkens een laserpunt verticaal naar boven en naar beneden.

Om van modus te wisselen, drukt u zo vaak op de toets voor lasermodus (3) tot de laserstralen in de gewenste modus worden getoond.

Alle modi zijn zowel met automatische nivellering als met hellingsfunctie mogelijk.

Alle modi zijn geschikt voor het gebruik met de laserontvanger (19).

Het meetgereedschap bewaakt tijdens het gebruik op elk moment de positie. Bij plaatsing binnen het zelfnivelleerbereik van ±4° werkt het met automatische nivellering. Buiten het zelfnivelleerbereik wisselt het automatisch naar de hellingsfunctie.

Werken met automatische nivellering (zie afbeeldingen A-D)

Plaats het meetgereedschap op een horizontale, vlakke ondergrond en bevestig het op de draaihouder (11) of het statief (21).

De automatische nivellering compenseert automatisch oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereik van ±4°. Zodra de laserstralen continu branden, is het meetgereedschap klaar met nivelleren.

Als de automatische nivellering niet mogelijk is, bijv. omdat het standvlak van het meetgereedschap meer dan 4° van de horizontale lijn afwijkt, dan knipperen de laserlijnen eerst 2 seconden lang in een snel ritme, daarna om de 5 seconden meermaals in een snel ritme. Het meetgereedschap bevindt zich in de hellingsfunctie.

Voor verder werken met de automatische nivellering plaatst u het meetgereedschap horizontaal en wacht u de zelfnivellering af. Zodra het meetgereedschap zich binnen het zelfnivelleerbereik van ±4° bevindt, branden de laserstralen continu.

Bij schokken of veranderingen van positie tijdens het gebruik wordt het meetgereedschap automatisch opnieuw genivelleerd. Controleer na het nivelleren de positie van de laserstralen met betrekking tot referentiepunten om fouten door een verschuiving van het meetgereedschap te voorkomen.

Werken met hellingsfunctie (zie afbeelding E)

Plaats het meetgereedschap op een hellende ondergrond. Bij het werken met de hellingsfunctie knipperen de laserlijnen eerst 2 seconden lang in een snel ritme, daarna om de 5 seconden meermaals in een snel ritme.

In de hellingsfunctie worden de laserlijnen niet meer genivelleerd en lopen niet meer noodzakelijk loodrecht op elkaar.

Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap

Nauwkeurigheidsinvloeden

De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.

Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst zijn, dient u het meetgereedschap vanaf een meettraject van 20 meter altijd op een statief te monteren. Plaats het meetgereedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak.

Naast externe invloeden kunnen ook toestelspecifieke invloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controleer daarom de nivelleernauwkeurigheid, telkens voordat u begint te werken.

Controleer altijd eerst de hoogte- en nivelleernauwkeurigheid van de horizontale laserlijn en daarna de nivelleernauwkeurigheid van de verticale laserlijn.

Als het meetgereedschap bij een van de controles de maximale afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te laten repareren.

Hoogtenauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren

Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 5 m op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig.

- Monteer het meetgereedschap dicht bij muur A op een statief of plaats het op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in en kies kruislijnmodus.

BOSCH GCL 2-50 G Professional - Hoogtenauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren - 1

- Richt de laser op de nabijgelegen muur A en laat het meetgereedschap waterpassen. Markeer het midden van het punt waar de laserlijnen zich op de wand kruisen (punt I).

A 180° I B II

  • Draai het meetgereedschap 180°, laat het zich nivelleren en markeer het kruispunt van de laserlijnen op de tegenoverliggende wand B (punt II).
  • Plaats het meetgereedschap- zonder het te draaien - dicht bij wand B, inschakelen en laat het zich nivelleren.

A I B II

- Het meetgereedschap zodanig in de hoogte uitlijnen (met het statief of eventueel door onderlegmateriaal), dat het kruispunt van de laserlijnen exact het eerder gemarkeerde punt II op wand B raakt.

A III d I 180° B II

  • Draai het meetgereedschap 180°, zonder de hoogte te wijzigen. Het zodanig op de wand A richten, dat de verticale laserlijn door het eerder gemarkeerde punt I loopt. Laat het meetapparaat zich nivelleren en markeer het kruispunt van de laserlijnen op de wand A (punt III).
  • Het verschil d van de beide gemarkeerde punten I en III op de wand A geeft de werkelijke hoogteafwijking van het meetgereedschap.

Op het meettraject van 2 × 5 m = 10 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:

10 m × ±0,3 mm/m = ±3 mm. Het verschil d tussen de punten I en III mag dus maximaal 3 mm bedragen.

Nivelleernauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren

Voor de controle heeft u een vrij vlak van ca. 5 × 5 m nodig.

- Monteer het meetgereedschap in het midden tussen de muren A en B op een statief of zet het op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in en kies horizontale modus. Laat het meetgereedschap nivelleren.

BOSCH GCL 2-50 G Professional - Nivelleernauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren - 1

- Markeer op een afstand van 2,5 m van het meetgereedschap op beide muren het midden van de laserlijn (punt I op muur A en punt II op muur B).

BOSCH GCL 2-50 G Professional - Nivelleernauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren - 2

- Plaats het meetgereedschap 180° gedraaid op een afstand van 5 m en laat het nivelleren.

58 | Nederlands

  • Lijn het meetgereedschap in hoogte zodanig uit (met behulp van het statief of eventueel door onderlegmateriaal) dat het midden van de laserlijn precies het tevoren gemarkeerde punt II op muur B raakt.
  • Markeer op muur A het midden van de laserlijn als punt III (verticaal boven of onder punt I).
  • Het verschil d van de beide gemarkeerde punten I en III op de muur A levert de daadwerkelijke afwijking van het meetgereedschap van de horizontale lijn op.

Op het meettraject van 2 × 5 m = 10 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:

10 m × ±0,3 mm/m = ±3 mm. Het verschil d tussen de punten I en III mag dus maximaal 3 mm bedragen.

Nivelleernauwkeurigheid van de verticale lijn controleren

Voor de controle heeft u een deuropening nodig met (op een stabiele ondergrond) aan beide zijden van de deur minstens 2,5 meter ruimte.

- Zet het meetgereedschap op 2,5 meter afstand van de deuropening op een stevige, vlakke ondergrond (niet op een statief). Schakel het meetgereedschap in en kies verticale modus. Richt de laserlijn op de deuropening en laat het meetgereedschap nivelleren.

BOSCH GCL 2-50 G Professional - Nivelleernauwkeurigheid van de verticale lijn controleren - 1

- Markeer het midden van de verticale laserlijn op de vloer van de deuropening (punt I), op een afstand van 5 m aan de andere zijde van de deuropening (punt II), evenals bij de bovenrand van de deuropening (punt III).

BOSCH GCL 2-50 G Professional - Nivelleernauwkeurigheid van de verticale lijn controleren - 2

- Draai het meetgereedschap 180° en plaats het aan de andere zijde van de deuropening, direct achter punt II. Laat het meetgereedschap zich nivelleren en de verticale laserlijn zodanig uitlijnen, dat het midden hiervan door de punten I en II loopt.

- Markeer het midden van de laserlijn op de bovenrand van de deuropening als punt IV.

- Het verschil d van de beide gemarkeerde punten III en IV geeft de werkelijke verticale afwijking van het meetgereedschap.

- Meet de hoogte van de deuropening.

- Draai het meetgereedschap 180° en plaats het aan de andere zijde van de deuropening, direct achter punt II. Laat het meetgereedschap zich nivelleren en de verticale laserlijn zodanig uitlijnen, dat het midden hiervan door de punten I en II loopt. - Markeer het midden van de laserlijn op de bovenrand van de deuropening als punt IV. - Het verschil d van de beide gemarkeerde punten III en IV geeft de werkelijke verticale afwijking van het meetgereedschap. - Meet de hoogte van de deuropening.

De maximale toegestane afwijking berekent u als volgt: dubbele hoogte van de deuropening × 0,3 mm/m Voorbeeld: bij een hoogte van de deuropening van 2 m mag de maximale afwijking

2 × 2 m × ± 0,3 mm/m = ± 1,2 mm bedragen. De punten III en IV mogen dus maximaal 1,2 mm uit elkaar liggen.

Loodnauwkeurigheid controleren

Voor de controle heeft u een vrij meettraject op een vaste ondergrond met een afstand van ca. 5 m tussen vloer en plafond nodig.

- Monteer het meetgereedschap op de draaihouder (11) en zet het op de grond. Kies puntmodus en laat het meetgereedschap nivelleren.

I 5 m II

- Markeer het midden van het bovenste laserpunt op het plafond (punt I). Markeer bovendien het midden van het onderste laserpunt op de grond (punt II).

BOSCH GCL 2-50 G Professional - Loodnauwkeurigheid controleren - 2

  • Draai het meetgereedschap 180°. Plaats het zodanig dat het midden van het onderste laserpunt op het reeds gemarkeerde punt II ligt. Laat het meetgereedschap nivelleren. Markeer het midden van het bovenste laserpunt (punt III).
  • Het verschil d van de beide gemarkeerde punten I en III op het plafond levert de daadwerkelijke afwijking van het meetgereedschap van de verticale lijn op.

De maximale toegestane afwijking berekent u als volgt: dubbele afstand tussen vloer en plafond × 0,7 mm/m. Voorbeeld: bij een afstand tussen vloer en plafond van 5 m mag de maximale afwijking

2 × 5 m × ±0,7 mm/m = ±7 mm bedragen. De punten I en III mogen dus maximaal 7 mm uit elkaar liggen.

Aanwijzingen voor werkzaamheden

- Gebruik voor het markeren altijd alleen het midden van het laserpunt of de laserlijn. De grootte van het laserpunt of de breedte van de laserlijn veranderen met de afstand.

Werken met de draaihouder RM 10 (zie afbeeldingen F-H)

Met behulp van de draaihouder (11) kunt u het meetgereedschap 360° rond een centraal, altijd zichtbaar loodpunt draaien. Daardoor kunnen de laserlijnen worden ingesteld zonder de positie van het meetgereedschap te veranderen. Met de fijninstelschroef (14) kunt u verticale laserlijnen exact op referentiepunten uitlijnen.

Plaats het meetgereedschap met de geleidingsgroef (6) te- gen de geleidingsrail (12) van de draaihouder (11) en schuif het meetgereedschap tot aan de aanslag op het platform. Om los te maken, trekt u het meetgereedschap in omgekeer- de richting van de draaihouder.

Plaatsingsmogelijkheden van de draaihouder:

  • staand op een vlakke ondergrond
  • tegen een verticaal vlak geschroefd
  • met behulp van de magneten (15) op metalen oppervlakken
  • in combinatie met de plafondklem (16) aan plafondplinten.

Lijn de draaihouder (11) grof uit, voordat u het meetgereedschap inschakelt.

Werkzaamheden met het laserrichtbord

Het laserrichtbord (20) verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal onder ongunstige omstandigheden en over grotere afstanden.

De reflecterende helft van het laserrichtbord (20) verbetert de zichtbaarheid van de laserlijn, door de transparante helft is de laserlijn ook aan de achterzijde van het laserrichtbord te zien.

Werken met het statief (accessoire)

Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Plaats het meetgereedschap met de 1/4"-statief-opname (5) op de schroefdraad van het statief (21) of op een gangbaar fotostatief. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.

Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap in- schakelt.

Bevestigen met de universele houder (accessoire) (zie afbeelding N)

Met de universele houder (17) kan het meetgereedschap bijv. aan verticale vlaken, buizen of magnetische materialen worden bevestigd. De universele houder is eveneens geschikt als vloerstatief en vergemakkelijkt de hoogteafstelling van het meetgereedschap.

De universele houder (17) grof richten, vóór het inschakelen van het meetgereedschap.

Werken met de houder LB 10 (accessoire)

Met behulp van de houder (18) kunt u het meetgereedschap aan verticale vlakken of magnetiseerbare materialen bevestigen. In combinatie met de plafondklem (16) kan het meetgereedschap ook in hoogte worden uitgelijnd.

Lijn de houder (18) grof uit, voordat u het meetgereedschap inschakelt.

Werken met laserontvanger (accessoire) (zie afbeelding N)

Bij ongunstige lichtomstandigheden (lichte omgeving, directe zonnestralen) en op grotere afstanden kunt u de laserontvanger (19) gebruiken om de laserlijnen beter te kunnen vinden.

Alle modi zijn geschikt voor het gebruik met de laserontvanger (19).

Laserbril (accessoire)

De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het licht van de laser voor het oog helderder.

  • Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling.
  • Gebruik de laserbril niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.

Gebruiksvoorbeelden (zie afbeeldingen I-N)

Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetgereedschap vindt u op de pagina's met afbeeldingen.

Onderhoud en service

Onderhoud en reiniging

Houd het meetgereedschap altijd schoon.

Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.

Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.

Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.

Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het opbergetui (24).

Het meetgereedschap voor reparatie in de originele verpakking of het opbergetui (24) opsturen.

Klantenservice en gebruiksadvies

Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com

Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.

Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde- len altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer vol- gens het typeplaatje van het product.

Nederland

Tel.: (076) 579 54 54

Fax: (076) 579 54 94

E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com

België

Tel.: (02) 588 0589

Fax: (02) 588 0595

E-Mail : outillage.gereedschap@be.bosch.com

Afvalverwijdering

Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden gere- cycled.

BOSCH GCL 2-50 G Professional - Afvalverwijdering - 1

Gooi meetgereedschappen en batterijen niet bij het huisvuil!

Alleen voor landen van de EU:

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.

Dansk

B) temperatuuril 20-25 °C

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : GCL 2-50 G Professional

Categorie : Laserpointer