BOSCH

GTL 3 Professional - Laserpointer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GTL 3 Professional BOSCH in PDF-formaat.

📄 368 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice BOSCH GTL 3 Professional - page 75
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over GTL 3 Professional BOSCH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Laserpointer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GTL 3 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GTL 3 Professional van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING GTL 3 Professional BOSCH

nl Oorspronkelijke rebruiks

aanwijzing

da Original brugsanvisning

sv Bruksanvisning | original

no Original driftsinstruks

Veiligheidsvoorschriften

BOSCH GTL 3 Professional - Veiligheidsvoorschriften - 1

Alle aanwijzingen moeten worden gelezen om zonder gevaren en veilig met het meetgereedschap te werken. Maak waarschuwingsplaatjes op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.

▶ Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde bedienings- en instelvoorzieningen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden.
- Het meetgereedschap wordt geleverd met een waarschuwingsplaatje in het Engels (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 2).

BOSCH GTL 3 Professional - Veiligheidsvoorschriften - 2

text_image Laserstraling klasse 2 kijk niet in de straal IEC 60825-1:2007-03 <1 mW, 635 nm

- Plak over het Engelse waarschuwingsplaatje de meegeleverde sticker in uw eigen taal voordat u het gereedschap voor het eerst gebruikt.

BOSCH GTL 3 Professional - Veiligheidsvoorschriften - 3

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de laserstraal.

Dit meetgereedschap brengt laserstraling van laserklasse 2 volgens IEC 60825-1 voort. Daardoor kunt u personen verblinden.

  • Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
  • Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
    Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
    ▶ Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Anders kunnen personen worden verblind.

BOSCH GTL 3 Professional - Veiligheidsvoorschriften - 4

Breng het meetgereedschap en de plafondmeetplaat 14 niet in de buurt van een pacemaker. Door de magneten 4 aan de onderzijde van het meetgereedschap en door de magneten op de plafondmeetplaat wordt een veld opgewekt dat de functie van een pacemaker nadelig kan beïnvloeden.

Houd het meetgereedschap en de plafondmeetplaat 14 uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten 4 aan de onderzijde van het meetgereedschap en de magneten op de plafondmeetplaat kan onherroepelijk gegevensverlies optreden.

Functiebeschrijving

Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.

Gebruik volgens bestemming

Het meetgereedschap is bestemd voor het bepalen en controleren van rechte hoeken en voor het uitrichten van tegels in hoeken van 45° en 90°.

Afgebeelde componenten

De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.

1 Opening voor laserstraal
2 Laser-waarschuwingsplaatje
3 Aan/uit-toets
4 Magneten
5 Serienummer
6 Deksel van batterijvak
7 Vergrendeling van het batterijvakdeksel
8 Batterij-indicatie
9 Laserdoelpaneel

10 Richtplaat

11 Uitsparing van de richtplaat

12 Beschermetui

13 Laserbril*

14 Plafondmeetplaat*

* Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd. Het volledige toebehoren vindt u in ons toebehorenprogramma.

Technische gegevens

Tegellaser GTL 3
Professional
Zaaknummer3 601 K15 200
Werkbereik (met laserdoelpaneel of met plafondplaat)20 m ^1)
Hoeknauwkeurigheid ± 0,2 mm/m2)
Bedrijfstemperatuur - 10 °C ... +50 °C
Bewaartemperatuur - 20 °C ... +70 °C
Relatieve luchtvochtigheid max.90 %
Laserklasse2
Lasertype 635 nm, <1 mW
C _6 1
Batterijen4 x 1 , 5 V L R 6 ( A A )
Gebruiksduur
- met 2 laserlijnen18 h
- met 3 laserlijnen12 h
Automatische uitschakeling na ca.30 min
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/20030,5 kg
Afmetingen156 x 102 x 98 mm
Beschermingsklasse IP 54 (stof- en spatwater-bescherming)

1) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht).

2) De hoeknauwkeurigheid tussen de 45°-laserlijn en de 90°-laserlijn bedraagt max. ±0,4 mm/m.

Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het meetgereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke meetgereedschappen kunnen afwijken.

Het serienummer 5 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap.

Montage

Batterijen inzetten of vervangen

Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkalimangaanbatterijen geadviseerd.

Als u het batterijvakdeksel 6 wilt openen, drukt u op de vergrendeling 7 en klapt u het batterijvakdeksel open. Plaats de batterijen. Let daarbij op de juiste poolaansluitingen, zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvak.

Als de batterij-indicatie 8 knippert, zijn de batterijen bijna leeg. Nadat de laserstralen voor het eerst knipperen, kan het meetgereedschap nog ca. 2 uur worden gebruikt.

Als de batterij-indicatie 8 constant brandt, zijn geen metingen meer mogelijk. Het meetgereedschap wordt na korte tijd automatisch uitgeschakeld.

Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.

▶ Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden bewaard, kunnen deze gaan roesten en leegraken.

Gebruik

Ingebruikneming

▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig worden beïnvloed.
▶ Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Na sterke externe inwerkingen op het meetgereedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Hoeknauwkeurigheid”, pagina 79).

In- en uitschakelen

Als u het meetgereedschap wilt inschakelen, drukt u op de aan/uit-toets 3. Het meetgereedschap zendt onmiddellijk na het inschakelen drie laserlijnen 0°, 45° en 90° uit de openingen 1. Bovendien brandt de batterij-indicatie 8 gedurende 3 seconden.

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.

Als u de aan/uit-toets 3 voor de tweede keer indrukt, schakelt het meetgereedschap over van de modus met 3 lijnen naar de modus met 2 lijnen: Alleen de 0°- en 90°-laserlijn worden nog aangegeven.

Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, drukt u een derde keer op de aan/uit-toets 3.

Automatische uitschakeling deactiveren

Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld na een bedrijfsduur van 30 minuten.

Als u de automatische uitschakeling wilt deactiveren, houdt u bij het inschakelen van het meetgereedschap de aan/uit-toets 3 3 seconden ingedrukt. Nadat de automatische uitschakeling is gedeactiveerd, knipperen de laserlijnen na het inschakelen kort ter bevestiging.

▶ Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit.

Andere personen kunnen door de laser- straal verblind worden.

Als u de automatische uitschakeling wilt activeren, schakelt u het meetgereedschap uit en door kort indrukken van de aan/uit-toets 3 weer in. Na het inschakelen knipperen de laserlijnen niet.

Hoeknauwkeurigheid

Nauwkeurigheidsinvloeden

De grootste invloed oefent de omgevings-temperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.

Stel het meetgereedschap daarom zo dicht mogelijk bij het werkoppervlak op en bevestig het met de onderzijde zo parallel mogelijk aan het werkoppervlak.

Behalve externe invloeden, kunnen ook apparaatspecifieke invloeden (zoals een val of een hevige schok) tot afwijkingen leden. Controleer daarom altijd voor het begin van de werkzaamheden de nauwkeurigheid van het meetgereedschap.

Hoeknauwkeurigheid controleren

Voor de controle heeft u een vrij oppervlak van ca. 10 x 5 meter op een stevige en vlakke ondergrond nodig.

Als het meetgereedschap bij een van de controles de maximale afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te laten repareren.

Hoeknauwkeurigheid tussen 0°- en 90°-laserlijn controleren

- Plaats het meetgereedschap in een van de hoeken van het meetoppervlak. Schakel het meetgereedschap in en stel het zo af dat de 0°-laserlijn langs de lange zijde van het meetoppervlak en de 90°-laserlijn langs de korte zijde van het meetoppervlak verloopt.

BOSCH GTL 3 Professional - Hoeknauwkeurigheid tussen 0°- en 90°-laserlijn controleren - 1

- Markeer het kruispunt van de laserlijnen op de vloer (punt I). Markeer bovendien het midden van de 0°-laserlijn op 5 m afstand (punt II) en op 10 m afstand (punt III).

BOSCH GTL 3 Professional - Hoeknauwkeurigheid tussen 0°- en 90°-laserlijn controleren - 2

- Stel het meetgereedschap (zonder het te draaien) op 5 m afstand zodanig op dat het kruispunt van de laserlijnen het reeds gemarkeerde punt II raakt en de 0^ -laserlijn door punt III verloopt. Markeer het midden van de 90^ -laserlijn op 5 m afstand (punt IV).

BOSCH GTL 3 Professional - Hoeknauwkeurigheid tussen 0°- en 90°-laserlijn controleren - 3

  • Draai het meetgereedschap zodanig 90° dat het midden van de 0°-laserlijn door punt IV verloopt. Het kruispunt van de laserlijnen moet nog steeds op punt II liggen.
  • Markeer het midden van de 90°-laserlijn op 5 m afstand als punt V zo dicht mogelijk bij punt I.
  • Het verschil d van de beide punten V en I levert de feitelijke afwijking van de 0°-laserlijn en de 90°-laserlijn van de rechte hoek op.

Op het meettraject van 2 x 5 = 10 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking: 10 m x ±0,2 mm/m = ±2 mm.

Het verschil d tussen de punten I en V mag daarom hoogstens 2 mm bedragen.

Hoeknauwkeurigheid tussen 0°- en 45°-laserlijn controleren

- Plaats het meetgereedschap in een van de hoeken van het meetoppervlak. Schakel het meetgereedschap in en stel het zo af dat de 0°-laserlijn langs de lange zijde van het meetoppervlak en de 90°-laserlijn langs de korte zijde van het meetoppervlak verloopt.

BOSCH GTL 3 Professional - Hoeknauwkeurigheid tussen 0°- en 45°-laserlijn controleren - 1

- Markeer het kruispunt van de laserlijnen op de vloer (punt I). Markeer bovendien het midden van de 0°-laserlijn op 5 m afstand (punt II) en op 10 m afstand (punt III).

BOSCH GTL 3 Professional - Hoeknauwkeurigheid tussen 0°- en 45°-laserlijn controleren - 2

flowchart
graph TD
    I["×"] --> II["■"]
    II --> III["×"]
    III --> IV["×"]
    IV --> II
    style I fill:#f9f,stroke:#333
    style II fill:#ccf,stroke:#333
    style III fill:#cfc,stroke:#333
    style IV fill:#fcc,stroke:#333

- Stel het meetgereedschap (zonder het te draaien) op 5 m afstand zodanig op dat het kruispunt van de laserlijnen het reeds gemarkeerde punt II raakt en de 0^ -laserlijn door punt III verloopt. Markeer de 45^ -laserlijn op 5 m afstand (punt IV).

BOSCH GTL 3 Professional - Hoeknauwkeurigheid tussen 0°- en 45°-laserlijn controleren - 3

flowchart
graph TD
    I["×I"] --> II["●"]
    II --> III["×III"]
    II --> IV["×IV"]
    IV --> V["×V"]
    V --> II

- Draai het meetgereedschap zodanig 45° dat het midden van de 0°-laserlijn door punt IV verloopt. Het kruispunt van de laserlijnen moet nog steeds op punt II liggen. Markeer de 45°-laserlijn op 5 m afstand als punt V.

BOSCH GTL 3 Professional - Hoeknauwkeurigheid tussen 0°- en 45°-laserlijn controleren - 4

- Draai het meetgereedschap zodanig 45° dat het midden van de 0°-laserlijn door punt V verloopt. Het kruispunt van de laserlijnen moet nog steeds op punt II liggen. Markeer de 45°-laserlijn op 5 m afstand als punt VI.

BOSCH GTL 3 Professional - Hoeknauwkeurigheid tussen 0°- en 45°-laserlijn controleren - 5

text_image I II III VII VI IV V
  • Draai het meetgereedschap zodanig 45° dat het midden van de 0°-laserlijn door punt VI verloopt. Het kruispunt van de laserlijnen moet nog steeds op punt II liggen.
  • Markeer het midden van de 45°-laserlijn op 5 m afstand als punt VII zo dicht mogelijk bij punt I.
  • Het verschil d van de beide punten VII en I levert de feitelijke afwijking van de 0°-laserlijn en de 45°-laserlijn op.

Op het meettraject van 4 x 5 m = 20 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking: 20 m x ±0,4 mm/m* = ±8 mm.

Het verschil d tussen de punten I en VII mag daarom hoogstens 8 mm bedragen.

* De waarde ±0,4 mm/m is het resultaat van de hoeknauwkeurigheid ±0,2 mm/m plus een mogelijke onzekerheid bij het draaien van 0,2 mm/m.

Tips voor de werkzaamheden

Stel het meetgereedschap altijd vlak op de vloer op resp. bevestig het vlak op de muur. De hoek is bij ongelijke opstelling of bevestiging kleiner dan 45° resp. 90°.
- Gebruik altijd alleen het midden van de laserlijn voor het markeren. De breedte van de laserlijn verandert met de afstand.

  • Gebruik nooit de laserlijnen die het op de grond staande meetgereedschap op de muur werpt om het meetgereedschap af te stellen. Het meetgereedschap is niet zelfwaterpassend. De lijn op de muur is daardoor vervormd.
  • Het referentiepunt voor het richten van de tegels is het snijpunt P van de laserlijnen vlak vóór het meetgereedschap. Om een hoek over te brengen, moet het meetgereedschap op dit snijpunt worden gedraaid, die afbeelding F.
    Plaats het meetgereedschap alleen op een schone richtplaat 10. Als het oppervlak van de richtplaat ongelijk of vuil is, kan het meetgereedschap niet vlak staan. Dit kan verkeerde meetresultaten tot gevolg hebben.

Werkzaamheden met de richtplaat (zie afbeeldingen D-E)

Met de richtplaat 10 kunt u het meetgereedschap ook op een ongelijke of losse ondergrond recht opstellen.

De richtplaat 10 is ook geschikt als wandhouder voor het meetgereedschap. Bevestig de richtplaat stevig op de muur of op een schuin oppervlak, bijvoorbeeld met schroeven (in de handel verkrijgbaar), zodat de plaat niet kan wegglijden. Gebruik een waterpas om de richtplaat recht op het oppervlak aan te brengen.

Positioneren van het meetgereedschap op de richtplaat: Zet het meetgereedschap met de magneten 4 aan de onderzijde op de richtplaat 10. Het lijnenrooster aan de bovenzijde van de richtplaat helpt bij de nauwkeurige positionering van het meetgereedschap. Voor het overbrengen van hoeken van 90° of 45°

legt u de richtplaat tegen een referentierand of een uitstekende gedeelte van een muur en plaatst u het meetgereedschap zoals op de bovenzijde van de richtplaat afgebeeld.

Werkzaamheden met het laserdoelpaneel of de plafondmeetplaat (zie afbeelding A)

Het laserdoelpaneel 9 of de plafondmeetplaat 14 verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal bij ongunstige omstandigheden en grote afstanden.

De reflecterende helft van het laserdoelpaneel 9 verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal. Door de transparante helft is de laserstraal ook vanaf de achterzijde van het laserdoelpaneel herkenbaar.

De plafondmeetplaat 14 (toebehoren) kan eveneens voor het weergeven van de laserlijnen worden toegepast. Net als het laserdoelpaneel beschikt de plafondmeetplaat over een reflecterende en een transparante helft.

Laserbril (toebehoren)

De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het rode licht van de laser voor het oog helderder.

  • Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
  • Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.

Toepassingsvoorbeelden

Controleren van haaksheid (zie afbeelding A)

Stel het meetgereedschap in een hoek van de ruimte op en positioneer het zo dat de 0°-laserlijn parallel aan de referentielijn (bijvoorbeeld de muur) verloopt. Meet de afstand tussen laserlijn en referentielijn opnieuw vlakbij het meetgereedschap en op een zo groot mogelijke afstand van het meetgereedschap. Richt het meetgereedschap zo dat beide afstanden even groot zijn.

Meet vervolgens op minstens twee verschillende punten de afstanden tussen de 90°-laserlijn en de muur. Als de afstanden op de 90°-laserlijn gelijk zijn, staan de wanden haaks op elkaar.

Tegels in vierkant patroon leggen (zie afbeelding B)

Plaats het meetgereedschap zodanig in een hoek dat de 0°-laserlijn parallel aan een muur verloopt. Leg de eerste vierkante tegel op het snijpunt van de 0°- en 90°-laserlijn.

Tegels in diagonaal patroon leggen (zie afbeelding C)

Stel het meetgereedschap zodanig op dat de 45°-laserlijn de diagonale tegelvoeg aangeeft.

Tegels in smalle keuken (zie afbeelding D)

Bepaal eerst de hoogte waarop de eerste rij tegels moet beginnen. Bevestig het meetgereedschap met de richtplaat 10 verticaal op de muur zodat de 90°-laserlijn de onderste rand van de eerste rij tegels aangeeft.

Tegels vanaf de rand (zie afbeelding E)

Plaats het meetgereedschap op de richtplaat 10 tegen de rand en wel zodanig dat de uitsparing aan de zijkant 11 van de richtplaat vlak tegen de rand ligt. De 0°-laserlijn moet parallel aan een rand verlopen. De 90°-laserlijn geeft nu de onderste rij tegels aan.

Onderhoud en service

Onderhoud en reiniging

Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde beschermetui.

Houd het meetgereedschap altijd schoon.

Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.

Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.

Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.

Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen.

Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap.

Verzend het meetgereedschap in het beschermetui 12 in het geval van een reparatie.

Klantenservice en advies

Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosie- tekeningen en informatie over vervangings- onderdelen vindt u ook op:

www.bosch-pt.com

De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren.

Nederland

Tel.: +31 (076) 579 54 54

Fax: +31 (076) 579 54 94

E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com

België en Luxemburg

Tel.: +32 (070) 22 55 65

Fax: +32 (070) 22 55 75

E-mail:

outillage.gereedschap@be.bosch.com

Afvalverwijdering

Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.

Alleen voor landen van de EU:

BOSCH GTL 3 Professional - Alleen voor landen van de EU: - 1

Gooi meetgereedschappen niet bij het huisvuil.

Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de

richtlijn in nationaal recht moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.

Accu's en batterijen:

Gooi accu's of batterijen niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accu's en batterijen moeten worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verant- woorde wijze worden afgevoerd.

Alleen voor landen van de EU:

Volgens richtlijn 91/157/EEG moeten defecte of versleten accu's en batterijen worden gerecycled.

Wijzigingen voorbehouden.

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : GTL 3 Professional

Categorie : Laserpointer