GLL 280 P Professional - Laserwaterpas BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GLL 280 P Professional BOSCH in PDF-formaat.
| Soort product | Lijnlaser |
| Merk | Bosch |
| Model | GLL 280 P Professional |
| Afmetingen (L x B x H) | 159 x 54 x 141 mm |
| Gewicht (volgens EPTA 01:2014) | 0,69 kg |
| Voeding | 4 batterijen LR6 (AA) 1,5 V |
| Gebruiksduur | Ongeveer 9 u (2 laserlijnen), 18 u (1 laserlijn) |
| Bereik | Standaard : 20 m ; met impulsfunctie : 15 m ; met ontvanger : 5–80 m |
| Nivelleringsprecisie | ±0,2 mm/m |
| Automatisch nivelleringsbereik | ±4° |
| Typische nivelleringstijd | < 4 s |
| Laserklasse | 2 |
| Lasertype / golflengte | 640 nm, < 1 mW |
| Beschermingsgraad | IP 54 (stof- en spatwaterdicht) |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C tot +45 °C |
| Opslagtemperatuur | -20 °C tot +70 °C |
| Statiefaansluiting | 1/4" en 5/8" |
| Hoofdfuncties | Horizontale, verticale en kruislijnen; automatisch nivelleren; impulsschakeling voor ontvanger; automatische uitschakeling (instelbaar); geluidssignaal (uitschakelbaar) |
| Onderhoud en reiniging | Zachte, vochtige doek; geen oplosmiddelen gebruiken; laseruitgangen regelmatig reinigen |
| Veiligheid | Niet in de straal kijken; uit de buurt houden van pacemakers (magneten); opbergen in de beschermende koffer |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Beschikbaar via Bosch-klantenservice; 10-cijferig artikelnummer (3 601 K63 2..); reparatie alleen door gekwalificeerd personeel |
| Algemene informatie | Handleiding gratis te downloaden op notice-facile.com; meegeleverd met vizierplaat, koffer, batterijen; optionele accessoires: ontvanger, statief, universele houder, bril |
Veelgestelde vragen - GLL 280 P Professional BOSCH
Gebruikersvragen over GLL 280 P Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GLL 280 P Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GLL 280 P Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GLL 280 P Professional BOSCH
Veiligheidsvoorschriften
Lijnlaser

Alle instructies moeten gelezen en in acht genomen worden om met het meetgereedschap zonder gevaar en veilig te werken. Als het meetgereedschap niet volgens de voorhanden instructies gebruikt wordt,
kunnen de geïntegreerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereedschap gehinderd worden. Maak waarschuwingsstickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREED-SCHAP MEE.
▶ Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde bedienings- en instelvoorzieningen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden.
Het meetgereedschap wordt geleverd met een waarschuwingsplaatje (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 12).

Als de tekst van het waarschuwingsplaatje niet in de taal van uw land is, plak er dan vóór de eerste ingebruikneming de meegeleverde sticker in de taal van uw land op.

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de directe of reflecterende laserstraal. Daardoor kunt u personen verblinden, ongevallen veroorzaken of het oog beschadigen.
- Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddellijk uit de straal bewogen worden.
▶ Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan. - Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
- Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Anders kunnen personen worden verblind.
▶ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
Laserdoelpaneel

Breng het meetgereedschap en het laserdoelpaneel 15 niet in de buurt van een pacemaker. De magneten van meetgereedschap en laserdoelpaneel brengen een veld voort dat de functie van een pacemaker nadelig kan beïnvloeden.
Houd het meetgereedschap en het laserdoelpaneel 15 uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten van meetgereedschap en laserdoelpaneel kan onherroepelijk gegevensverlies optreden.
Product- en vermogensbeschrijving
Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.
Gebruik volgens bestemming
Het meetgereedschap is bestemd voor het bepalen en controleren van horizontale en verticale lijnen.
Informatie over geluid
Het A-gewogen geluidsdrukniveau van het geluidssignaal bedraagt op een meter afstand 80 dB(A).
Houd het meetgereedschap niet dicht bij uw oor.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Opening voor laserstraal
2 Batterijwaarschuwing
3 Toets pulsfunctie
4 Weergave pulsfunctie
5 Functietoets
6 Indicatie werkzaamheden zonder automatisch waterpassen
7 Aan/uit-schakelaar
8 Statiefopname 5/8"
9 Statiefopname 1/4"
10 Deksel van batterijvak








42 | Nederlands
11 Vergrendeling van het batterijvakdeksel
12 Laser-waarschuwingsplaatje
13 Serienummer
14 Magneten
15 Laserdoelpaneel
16 Meetplaat met voet*
17 Laserontvanger*
18 Beschermetui*
19 Universele houder*
20 Telescoopstang*
21 Laserbril*
22 Statief*
* Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd.
Technische gegevens
| Lijnlaser GLL 2-80 P | |
| Productnummer | 3 601 K63 2.. |
| Werkbereik1) | |
| - standaard | 20 m |
| - met pulsfunctie | 15 m |
| - met laserontvanger | 5 - 80 m |
| Nivelleernauwkeurigheid | ±0,2 mm/m |
| Zelfnivelleerbereik kenmerkend | ±4° |
| Nivelleertijd kenmerkend | <4 s |
| Bedrijfstemperatuur | -10°C ... +45°C |
| Bewaartemperatuur | -20°C ... +70°C |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 90% |
| Laserklasse | 2 |
| Lasertype | 640 nm, <1 mW |
| C_6 | 1 |
| kortste impulsduur | 1/1600 s |
| Divergentie laserlijn | 0,5 mrad (volle hoek) |
| Statiefopname | 1/4", 5/8" |
| Batterijen | 4 x 1 , 5 V L R 6 (A |
| Gebruiksduur | |
| - met 2 laservlakken | 9 h |
| - met 1 laservlak | 18 h |
| Gewicht volgens | |
| EPTA-Procedure 01:2014 | 0,69 kg |
| Afmetingen(lengte x breedte x hoogte) | 159 x 54 x 141 mm |
| Beschermingsklasse | IP 54 (stof- en spatwater-bescherming) |
1) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht).
Het serienummer 13 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap.
Montage
Batterijen inzetten of vervangen
Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkali-mangaanbatterijen geadviseerd.
Als u het batterijvakdeksel 10 wilt openen, duwt u de vergrendeling 11 in de richting van de pijl en klapt u het batterijvakdeksel open. Plaats de batterijen. Let daarbij op de juiste poolaansluitingen, zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvakdeksel.
Als de batterijen bijna leeg zijn, klinkt eenmaal een geluidssignaal van 5 seconden. De batterijwaarschuwing 2 knippert continu rood. Het meetgereedschap kan niet langer dan 2 uur worden gebruikt.
Als de batterijen bij het inschakelen van het meetgereedschap bijna leeg zijn, klinkt het geluidssignaal van 5 seconden meteen na het inschakelen van het meetgereedschap.
Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
▶ Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden bewaard, kunnen deze gaan roesten en leegraken.
Gebruik
Ingebruikneming
Bij gebruik van het meetgereedschap klinken onder bepaalde omstandigheden luide geluidssignalen. Houd daarom het meetgereedschap uit de buurt van uw oor en van andere personen. Het luide geluid kan het gehoor beschadigen.
▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig worden beïnvloed.
▶ Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Door beschadigingen van het meetgereedschap kan de nauwkeurigheid worden geschaad. Vergelijk na een heftige schok of val de laserlijnen of loodstralen ter controle met een bekende horizontale of verticale referen- tielijn of met gecontroleerde loodpunten.
▶ Schakel het meetgereedschap uit wanneer u het verplaatst of vervoert. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewegingen beschadigd raken.
Nederlands | 43
In- en uitschakelen
Als u het meetgereedschap wilt inschakelen duwt u de aan/uit-schakelaar 7 in de stand „on” (voor werkzaamheden zonder automatisch waterpassen) of in de stand „on” (voor werkzaamheden met automatisch waterpassen). Onmiddellijk na het inschakelen zendt het meetgereedschap laserlijnen uit de laserstraalopeningen 1.
- Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.
Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.
Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, duwt u de aan/uit-schakelaar 7 in de stand „off”. Als u het meetgereedschap uitschakelt, wordt de pendeleenheid vergrendeld.
Bij het overschrijden van de maximaal toegestane bedrijfstemperatuur van 45 °C vindt uitschakeling plaats om de laserdiode te beschermen. Na het afkoelen is het meetgereedschap weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld.
Automatische uitschakeling deactiveren
Als er gedurende ca. 30 minuten geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt, wordt het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld om de batterijen te ontzien.
Als u het meetgereedschap na de automatische uitschakeling weer wilt inschakelen, kunt u de aan/uit-schakelaar 7 eerst in de stand „off” duwen en het meetgereedschap vervolgens weer inschakelen, of u drukt eenmaal op de functietoets 5 of de toets Pulsfunctie 3.
Als u de automatische uitschakeling wilt deactiveren, houdt u de functietoets 5 gedurende minstens 3 seconden ingedrukt terwijl het meetgereedschap ingeschakeld is. Als de automatische uitschakeling gedeactiveerd is, knipperen de laserstralen kort ter bevestiging.
Als u de automatische uitschakeling wilt activeren, schakelt u het meetgereedschap uit en weer in, of u houdt in plaats daarvan de functietoets 5 minstens 3 seconden ingedrukt.
Geluidssignaal deactiveren
Na het inschakelen van het meetgereedschap is het geluidssignaal altijd geactiveerd.
Als u het geluidssignaal wilt deactiveren of activeren, drukt u tegelijkertijd de functietoets 5 en de toets Pulsfunctie in 3 en houdt u deze minstens 3 seconden ingedrukt.
Bij het activeren en deactiveren klinken drie korte geluidssignalen ter bevestiging.
Functions
Het meetgereedschap beschikt over drie functies. U kunt op elk gewenst moment tussen de functies wisselen:
- Horizontale functie: brengt een horizontaal laservlak voort,
- Verticale functie: brengt een verticaal laservlak voort,
- Snijlijnfunctie: brengt een horizontaal en een verticaal laservlak voort.
Na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de horizontale functie. Als u van functie wilt wisselen, drukt u op de functietoets 5.
Alle drie functies kunt u met of zonder automatisch nivelleren kiezen.
Pulsfunctie
Voor werkzaamheden met de laserontvanger 17 moet – onafhankelijk van de gekozen functie – de pulsfunctie worden geactiveerd.
In de pulsfunctie knipperen de laserlijnen met een zeer hoge frequentie en kunnen daardoor door de laserontvanger 17 worden gevonden.
Als u de pulsfunctie wilt inschakelen, drukt u op de toets 3. Als de pulsfunctie ingeschakeld is, brandt de indicatie 4 groen.
Voor het menselijke oog is de zichtbaarheid van de laserlijnen verminderd wanneer de pulsfunctie ingeschakeld is. Voor werkzaamheden zonder laserontvanger schakelt u daarom de pulsfunctie uit door de toets 3 opnieuw in te drukken. Wanneer de pulsfunctie uitgeschakeld is, gaat de indicatie 4 uit.
Werkzaamheden met automatisch nivelleren
Plaats het meetgereedschap op een rechte en stabiele ondergrond of bevestig het op de houder 19 of het statief 22.
Duw voor werkzaamheden met automatisch waterpassen de aan/uit-schakelaar 7 in de stand „on”.
Door het automatisch waterpassen worden oneffenheden binnen het zelfwaterpasbereik van ±4° automatisch gecompenseerd. Het waterpassen is afgesloten zodra de laserlijnen niet meer bewegen.
Als automatisch waterpassen niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat het oppervlak waarop het meetgereedschap staat meer dan 4° van de waterpaslijn afwijkt, beginnen de laserlijnen in een snel ritme te knipperen. Als het geluidssignaal geactiveerd is, klinkt maximaal gedurende 30 seconden een geluidssignaal met een snel ritme. Binnen 10 seconden na het inschakelen is dit alarm gedeactiveerd om het instellen van het meetgereedschap mogelijk te maken.
Stel in dit geval het meetgereedschap horizontaal op en wacht het zelfwaterpassen af. Zodra het meetgereedschap zich binnen het zelfwaterpasbereik van ±4° bevindt, schijnen de laserstralen continu en wordt het geluidssignaal uitgeschakeld. Bij trillingen of veranderingen van plaats tijdens het gebruik wordt het meetgereedschap automatisch opnieuw genivelleerd. Controleer na opnieuw nivelleren de stand van de horizontale en verticale laserlijn in relatie tot de referentiepunten om fouten te voorkomen.
Werkzaamheden zonder automatisch waterpassen
Duw voor werkzaamheden zonder automatisch waterpassen de aan/uit-schakelaar 7 in de stand „on”. Als automatisch waterpassen uitgeschakeld is, brandt de indicatie 6 rood en knipperen de laserlijnen gedurende 30 seconden in een langzaam ritme.
Als automatisch waterpassen uitgeschakeld is, kunt u het meetgereedschap in uw hand houden of op een schuine ondergrond plaatsen. In de snijlijnfunctie verlopen de twee laserlijnen niet meer noodzakelijk loodrecht op elkaar.







44 | Nederlands
Nivelleernauwkeurigheid
Nauwkeurigheidsinvloeden
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.
Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst zijn, dient u het meetgereedschap vanaf een meettraject van 20 meter altijd op een statief te monteren. Plaats het meetgereedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak.
Naast externe invloeden kunnen ook toestelspecifieke invloeden (zoals bijv. val of heftige stoten) tot afwijkingen leiden.
Controleer daarom de nivelleernauwkeurigheid, telkens voordat u begint te werken.
Controleer altijd eerst de waterpasnauwkeurigheid van de horizontale laserlijn en vervolgens die van de verticale laserlijn.
Als het meetgereedschap bij een van de controles de maximale afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te laten repareren.
Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de breedteas controleren
Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 5 meter op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig.
- Monteer het meetgereedschap dicht bij muur A op een statief of plaats het op een vlakke en stabiele ondergrond. Schakel het meetgereedschap in. Kies de snijlijnfunctie met automatisch waterpassen.

- Richt de laser op de nabijgelegen muur A en laat het meetgereedschap nivelleren. Markeer het midden van het punt waarop de laserlijnen elkaar bij de muur snijden (punt I).

text_image
A 180° B I II- D r a a i h e t meetgereedschap 180°, laat het nivelleren en markeer het snijpunt van de laserlijnen op de tegenoverliggende muur B (punt II).
- Plaats het meetgereedschap - zonder het te draaien - dicht bij muur B, schakel het in en laat het nivelleren.

text_image
A I B II- Stel het meetgereedschap in hoogte zo af (met behulp van het statief of indien nodig door er iets onder te plaatsen), dat het snijpunt van de laserlijnen precies het eerder gemarkeerde punt II op muur B raakt.

text_image
A II d III 180° B II- Draai het meetgereedschap 180°, zonder de hoogte te veranderen. Richt het zo op muur A, dat de verticale laserlijn door het reeds gemarkeerde punt I loopt. Laat het meetgereedschap nivelleren en markeer het midden van het snijpunt van de laserlijnen op muur A (punt TIT).
- Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten I en III op muur A levert de feitelijke hoogteafwijking van het meetgereedschap langs de breedteas op.
Op het meettraject van 2 x 5 m = 10 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:
10 m x ± 0,2 mm/m = ± 2 mm.
Het verschil d tussen de punten 1 en 111 mag daarom hoogstens 2 mm bedragen.
Nivelleernauwkeurigheid van de verticale lijn controleren
Voor de controle heeft u een deuropening nodig met (op een stabiele ondergrond) aan beide zijden van de deur minstens 2,5 meter ruimte.
- Zet het meetgereedschap op 2,5 meter afstand van de deuropening op een vlakke en stabiele ondergrond neer (niet op een statief). Laat het meetgereedschap in de verticale functie automatisch waterpassen en richt de laserlijn op de deuropening.








Nederlands | 45

- Markeer het midden van de verticale laserlijn onderaan de deuropening (punt I), op 5 meter afstand aan de andere kant van de deuropening (punt II) en bovenaan de deuropening (punt III).

- Draai het meetgereedschap 180° en stel het aan de andere zijde van de deuropening vlak achter punt II op. Laat het meetgereedschap waterpassen en richt de verticale laserlijn zo, dat het midden ervan precies door de punten I en II loopt.
- Markeer het midden van de laserlijn aan de bovenste rand van de deuropening als punt IV.
- Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten III en IV levert de feitelijke afwijking van het meetgereedschap van de verticale lijn op.
- Meet de hoogte van de deuropening.
De maximaal toegestane afwijking berekent u als volgt: Dubbele hoogte deuropening x 0,2 mm/m
Voorbeeld: bij een hoogte van de deuropening van 2 m mag de maximale afwijking
2 x 2 m x ± 0,2 mm/m = ± 0,8 mm bedragen. De punten III en IV mogen daarom hoogstens 0,8 mm uit elkaar liggen.
Tips voor de werkzaamheden
- Gebruik altijd alleen het midden van de laserlijn voor het markeren. De breedte van de laserlijn verandert met de afstand.
Werkzaamheden met het laserdoelpaneel
Het laserdoelpaneel 15 verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal bij ongunstige omstandigheden en grote afstanden. De reflecterende helft van het laserdoelpaneel 15 verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal. Door de transparante helft is de laserstraal ook vanaf de achterzijde van het laserdoelpaneel herkenbaar.
Werkzaamheden met het statief (toebehoren)
Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Zet het meetgereedschap met de 1/4"-statiefopname 9 op de schroefdraad van het statief 22 of een in de handel verkrijgbaar fotostatief. Voor de bevestiging op een in de handel verkrijgbaar bouwstatief gebruikt u de 5/8"-statiefopname 8. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.
Bevestigen met de universele houder (toebehoren) (zie afbeelding D)
Met de universele houder 19 kunt u het meetgereedschap bevestigen, bijvoorbeeld op verticale oppervlakken, buizen of magnetiseerbare materialen. De universele houder is even-eens geschikt als vloerstatief en vergemakkelijkt de hoogteaf-stelling van het meetgereedschap.
Werkzaamheden met de meetplaat (toebehoren) (zie afbeeldingen A-B)
Met de meetplaat 16 kunt u de lasermarkering op de vloer resp. de laserhoogte op een muur overbrengen.
Met het nulveld en de schaalverdeling kunt u de verplaatsing ten opzichte van de gewenste hoogte meten en op een andere plaats aantekenen. Daarmee vervalt het nauwkeurig instellen van het meetgereedschap op de over te brengen hoogte.
De meetplaat 16 heeft een reflecterende laag die de zichtbaarheid van de laserstraal op een grote afstand resp. bij fel zonlicht verbetert. De helderheidsversterking is alleen zichtbaar als u parallel aan de laserstraal op de meetplaat kijkt.
Werkzaamheden met laserontvanger (toebehoren) (zie afbeelding D)
Bij ongunstige lichtomstandigheden (omgeving met veel licht, rechtstreeks zonlicht) en op grote afstanden gebruikt u de laserontvanger 17 om de laserlijnen beter te kunnen vinden. Schakel bij werkzaamheden met de laserontvanger de pulsfunctie in (zie „Pulsfunctie“, pagina 43).
Laserbril (toebehoren)
De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het rode licht van de laser voor het oog helderder.
- Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
- Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstralen en vermindert de waarneming van kleuren.
Toepassingsvoorbeelden (zie afbeeldingen C-H)
Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetgereedschap vindt u op de pagina's met afbeeldingen.









46 | Dansk
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde beschermetui.
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.
Verzend het meetgereedschap in het beschermetui 18 in het geval van een reparatie.
Klantenservice en gebruiksadviezen
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
Het Bosch-team voor gebruiksadviezen helpt u graag bij vra- gen over onze producten en toebehoren.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde- len altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer vol- gens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België
Tel.: (02) 588 0589
Fax: (02) 588 0595
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.
Gooi meetgereedschappen, accu's en batterijen niet bij het huisvuil.
Alleen voor landen van de EU:

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of lege accu's en batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Wijzigingen voorbehouden.