Atino - Laserwaterpas BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Atino BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Laserwaterpas |
| Merk | Bosch |
| Model | Atino |
| Afmetingen (L x B x H) | 124 x 115 x 62 mm |
| Gewicht | 0,26 kg |
| Voeding | 1 batterij LR6 (AA) 1,5 V |
| Gebruiksduur | 5 uur minimaal |
| Laserklasse | 2 |
| Lasertype | 630–650 nm, < 5 mW |
| Nivelleerprecisie | ±0,3° |
| Laserlijnlengte | 1,7 m |
| Lengte van het ingebouwde meetlint | 1,5 m |
| Bedrijfstemperatuurbereik | +5 °C tot +40 °C |
| Opslagtemperatuurbereik | -20 °C tot +70 °C |
| Maximale gebruiks hoogte | 2 000 m |
| Maximale relatieve luchtvochtigheid | 90 % |
| Belangrijkste functies | Projectie van horizontale en verticale lijnen, automatisch nivelleren, automatische uitschakeling na 15 min, handmatige kalibratie |
| Bevestiging | Gel pad houder voor gladde oppervlakken, pinhouder voor ruwe oppervlakken |
| Onderhoud en reiniging | Reinig het apparaat met een zachte, vochtige doek; reinig de gel pad met water en neutrale zeep |
| Veiligheid | Richt de laserstraal niet op mensen of dieren; gebruik de juiste beschermingsaccessoires |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Klantenservice Bosch, reserveonderdelen beschikbaar op www.bosch-pt.com; reparatie door een gekwalificeerde professional |
| Algemene informatie | Wordt geleverd met zelfklevend laserwaarschuwingsetiket en beschermdop voor de gel pad |
Veelgestelde vragen - Atino BOSCH
Gebruikersvragen over Atino BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Atino - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Atino van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING Atino BOSCH
nl Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
da Original brugsanvisning
sv Bruksanvisning i original
no Original driftsinstruks
fi Alkuperalset onjeet
Veiligheidsaanwijzingen

Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden om gevaarloos en veilig met het meetgereedschap te werken.
Wanneer het meetgereedschap niet volgens de beschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheids- voorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden.
Maak waarschuwingsstickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.
- Voorzichtig – wanneer andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of andere methods uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling.
68 | Nederlands
- Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waarschuwingsplaatje (aangegeven op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen).
Is de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje niet in uw taal, plak dan vóór het eerste gebruik de meegeleverde sticker in uw eigen taal hieroverheen.

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor kunt u personen verblinden, ongevallen veroorzaken of het oog beschadigen.
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddellijk uit de straal bewogen worden.
▶ Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.
- Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
▶ Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk personen kunnen verblinden.
▶ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

Houd de magneet uit de buurt van implantaten en andere medische apparaten, zoals pacemakers en insulinepompen. Door de magneet wordt een veld opgewekt dat de werking van implantaten en medische apparaten kan verstoren.
Houd het meetgereedschap uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten kan onherroepelijk gegevensverlies optreden.
Beschrijving van product en werking
Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.
Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bedoeld voor het bepalen en controleren van horizontale en verticale lijnen.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
(1) Markeringshulp
(2) Aan/uit-toets
(3) Lichtring
(4) Opening voor laserstraal
(5) Batterijvakdeksel
(6) Vergrendeling van het batterijvakdeksel
(7) Pinpad
(8) Pin
(9) Serienummer
(10) Magneet
(11) Meetlintbehuizing
(12) Meetlint
(13) Houder gelpad
(14) Gelpad
(15) Beschermkap gelpad
(16) Laser-waarschuwingsplaatje
Technische gegevens
| Lijnlaser Atino | |
| Productnummer | 3 603 F63 A.. |
| Lengte laserlijnA) | 1,7 m |
Bosch Power Tools 1 609 92A 5YH | (09.07.2020)
70 | Nederlands
Lijnlaser Atino
| Nivelleernauwkeurigheid van de zichtbare laserlijn ± 0,3^ | |
| Lengte meetlint 1,5 m | |
| Meetnauwkeurigheid meetlint ± 2 mm/m | |
| Nauwkeurigheidsklasse meetlint II | |
| Gebruikstemperatuur +5 °C ... +40 °C | |
| Opslagtemperatuur -20 °C ... +70 °C | |
| Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000 m | |
| Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % | |
| Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 2 | B) |
| Laserklasse 2 | |
| Lasertype 630–650 nm, < 5 mW | |
| C_6 | 5 |
| Divergentie 15 × 15 mrad (volledige hoek) | |
| Batterij 1 × 1,5 V LR6 (AA) | |
| Gebruiksduur minimaal 5 h | |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 0,26 kg | |
| Afmetingen (lengte × breedte × hoogte) | 124 × 115 × 62 mm |
A) afhankelijk van het soort oppervlak en de omgevingsomstandigheden
B) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing.
Het productnummer (9) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzinnige identificatie van uw meetgereedschap.
Montage
Batterij plaatsen/verwisselen
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
- Gebruik geen Lithium-Ion-accu's of -batterijen. Het meetgereedschap kan anders worden beschadigd.
Voor het openen van het batterijvakdeksel (5) drukt u op de vergrendeling (6) en verwijdert u het batterijvakdeksel. Plaats de batterij.
Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.
Sluit het batterijvak, voordat u het meetgereedschap gebruikt.
Als de batterij zwak wordt, dan knippert de lichtring (3) na het inschakelen drie keer geel. Het meetgereedschap kan nog ca. 15 minuten worden gebruikt.
▶ Haal de batterij uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterij kan bij een langere opslagduur in het meetgereedschap gaan corroderen en zichzelf ontladen.
Meetgereedschap bevestigen
Pad kiezen/wisselen
Het meetgereedschap wordt bevestigd aan muren of andere verticale vlakken. Afhankelijk van de soort ondergrond wordt hiervoor de gelpad (14) inclusief gelpadhouder (13) of de pinpad (7) met 2 pins (8) gebruikt.
Algemeen geldt: de bevestiging met de gelpad (14) is geschikt voor gladde oppervlakken. De bevestiging met de pinpad (7) is geschikt voor grove of ruwe oppervlakken en behang op droogbouwwanden. De pinpad kan (onafhankelijk van het oppervlak) niet op beton worden bevestigd.
| Ondergrond voor bevestiging met | |
| Gelpad Pinpad | |
| Tegels (keramisch) Behang (structuur, papier en vlies) | |
| Gladde houten oppervlakken Gestucte oppervlakken (tot een grofheid van ca. 2 mm) | |
| Natuursteen, marmer, beton | |
| Glad gelakte vlakken (afhankelijk van ouderdom en toestand van de ondergrond) |
Voor het wisselen van de pads draait u de gelpadhouder (13) linksom en verwijdert u de gelpad (14) en houder van het meetgereedschap. Breng de pinpad (7) aan en draai deze rechtsom tot aan de aanslag vast. Voor het wisselen van pinpad naar gelpad gaat u op dezelfde manier te werk.
Bevestigen met de gelpad
Voorwaarden:
De ondergrond moet droog en stevig zijn.
72 | Nederlands
Op vochtige, zeer stoffige, scherpgekante of sterk gestructureerde oppervlakken is de hechting van de gelpad niet gewaarborgd. Bij de bevestiging op dergelijke ongeschikte oppervlakken kan het meetgereedschap eraf vallen en worden beschadigd of kan het de ondergrond beschadigen.
Als de gelpad vuil is of ook op gladde oppervlakken niet meer hecht, dan moet deze gereinigd of vervangen worden (zie „Gelpad reinigen“, Pagina 76).
Test vóór elk gebruik op een onopvallende, lage plek of de gelpad op de gewenste ondergrond hecht en of deze kan worden verwijderd zonder de ondergrond te beschadigen.
Verwijder het meetgereedschap altijd, wanneer u de meting heeft beëindigd of wanneer de ondergrond wordt bewerkt (bijv. door boren, schroeven of hameren).
Meetgereedschap op de ondergrond plaatsen:
Draai de beschermkap (15) van de gelpad linksom en verwijder deze. Verwijder vóór het eerste gebruik de beschermfolie van de gelpad.
Duw het meetgereedschap met lichte druk op het gewenste oppervlak tot het veilig blijft zitten. Bij een te sterke druk kan het meetgereedschap worden beschadigd.
Als de laserlijn op een bepaalde hoogte over de muur moet lopen, markeer deze hoogte dan van tevoren. Plaats dan het meetgereedschap zodanig op de muur dat de afgeteken-de hoogtemarkering zich in het midden van de markeringshulp (1) van het meetgereedschap bevindt.
Meetgereedschap van ondergrond verwijderen (zie afbeelding A):
Duw het meetgereedschap zoals in de afbeelding getoond voorzichtig van de ondergrond weg. Als het er te snel wordt afgetrokken, dan kunnen kwetsbare oppervlakken worden beschadigd.
Controleer na het wegnemen of de gelpad (14) vuil is en reinig deze eventueel.
Breng de beschermkap (15) op de gelpad (14) aan en vergrendel deze door hem rechtsom te draaien. Transporteer en bewaar het meetgereedschap alleen met aangebrachte beschermkap. Bij vervuiling wordt de hechting van de gelpad verminderd.
Bevestigen met de pinpad (zie afbeelding B)
De ondergrond moet droog en stevig zijn.
Voor een betrouwbare bevestiging plaatst u het meetgereedschap met de pinpad (7) zodanig op de ondergrond dat de pins diagonaal t.o.v. het meetgereedschap zijn geplaatst. De bevestiging met de pins horizontaal of verticaal t.o.v. het meetgereedschap wordt afgeraden.
Steek de pins door de uitsparingen van de pinpad. Let erop dat de pins goed in de ondergrond hechten.
Als de laserlijn op een bepaalde hoogte over de muur moet lopen, markeer deze hoogte dan van tevoren. Plaats dan het meetgereedschap zodanig op de muur dat de afgeteken-
de hoogtemarkering zich in het midden van de markeringshulp (1) van het meetgereedschap bevindt.
Verwijder het meetgereedschap altijd, wanneer u de meting heeft beëindigd of wanneer de ondergrond wordt bewerkt (bijv. door boren, schroeven of hameren).
Gebruik
Ingebruikname
▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen, voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden.
▶ Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Door schade aan het meetgereedschap kan de nauwkeurigheid in het gedrang komen. Kalibreer het meetgereedschap na een heftige schok of val. Vergelijk de laserlijn ter controle met een bekende horizontale of verticale referentielijn.
In-/uitschakelen
Voor het inschakelen van het meetgereedschap drukt u kort op de aan/uit-toets (2). De lichtring (3) knippert bij voldoende capaciteit van de batterij drie keer groen, bij een zwakke batterij drie keer geel.
Als het meetgereedschap zich ongeveer in verticale positie bevindt, dan komt er direct na het inschakelen een laserlijn uit de opening voor de laserstraal (4).
Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.
Om het meetgereedschap uit te schakelen drukt u opnieuw kort op de aan/uit-toets (2).
Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.
Als ca. 15 minuten lang geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt en de behuizing niet wordt gedraaid, dan schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de batterijen te sparen.
74 | Nederlands
Laserlijn nivelleren (zie afbeelding C)
De laserlijn wordt alleen ingeschakeld, wanneer het meetgereedschap maximaal 10° naar voren of achter is geheld.
De laserlijn kan ofwel horizontaal naar rechts (90°) of links (270°) ofwel verticaal naar boven (0°) of beneden (180°) worden genivelleerd.
De nivelleringstoestand wordt door de lichtring (3) aangegeven:
Lichtring Nivellering
| rood De laserlijn is noch horizontaal noch verticaal. Draai de behuizing van het meetgereedschap in de richting van de gewenste horizontale of verticale lijn. | |
| geel(telkens maar één helft van de licht-ring) | De laserlijn bevindt zich dichtbij een horizontale of verticale lijn.Voor de fijninstelling draait u de behuizing in de richting van de oplichtende helft van de lichtring. |
| groen De laserlijn is horizontaal of verticaal genivelleerd. | |
Let erop dat u na een succesvolle nivellering de behuizing voorzichtig loslaat zonder deze te draaien.
Aanwijzingen voor werkzaamheden
Werken met het meetlint (zie afbeelding D)
In het midden van de markeringshulp (1) bevindt zich het nulpunt van het meetlint (12) en kan direct op de ondergrond worden afgetekend.
Aanwijzing: De markering van het nulpunt kan tot ±1 mm ten opzichte van de laserlijn zijn verplaatst.
Trek de meetlintbehuizing (11) van het meetgereedschap weg en markeer verdere punten op de gewenste afstanden ter hoogte van de laserlijn. Let er bij het markeren op dat de lichtring (3) groen blijft branden en het meetgereedschap dus genivelleerd is.
Trek het meetlint (12) niet verder uit dan tot het einde van de opgedrukte verdeelschaal.
Het meetlint wordt automatisch weer opgerold. Houd de meetlintbehuizing (11) losjes vast en laat het meetlint langzaam intrekken. Let erop dat de meetlintbehuizing in de uit-sparing op het meetgereedschap vastklikt.
Aanwijzing: Laat het uitgerolde meetlint niet los. Bij ongecontroleerd intrekken kan het meetlint worden beschadigd.
Laserlijn kalibreren
Voer in de volgende gevallen een kalibratie uit:
- na een heftige schok of val;
- om de 6 maanden.
Controleer de nivellering van de laserlijn eventueel aan de hand van een bekende horizontale of verticale referentielijn.
Voer de kalibratie altijd zorgvuldig en volledig uit om foutieve meetresultaten te vermijden.
- Bevestig het meetgereedschap op een verticaal vlak.
- Druk bij het in- of uitgeschakelde meetgereedschap zolang op de aan/uit-toets (2) tot de laserstraal knippert en de lichtring (3) uitgaat.
- Draai de behuizing van het meetgereedschap langzaam en gelijkmatig één keer meer dan 360° (rechtsom of linksom). Het draaien moet minimaal 15 seconden duren.
- De kalibratie is met succes voltooid, zodra de lichtring (3) groen oplicht.
- Als de lichtring (3) na de kalibratie rood oplicht, dan is de kalibratie mislukt. Start de kalibratie opnieuw.
Storingen verhelpen
| Probleem Verhelpen | |
| De lichtring (3) knippert tijdens gebruik 3× geel, daarna schakelt het meetgereedschap uit. | Vervang de batterij. |
| Het meetgereedschap bevindt zich buiten de in de technische gegevens vermelde gebruikstemperatuur en schakelt uit. | Laat het meetgereedschap op de juiste temperatuur komen en schakel het weer in, wanneer het zich binnen het gebruikstemperatuurbereik bevindt. |
| De gelpad (14) hecht niet. | – Controleer of de ondergrond geschikt is voor de gelpad.– Als de gelpad vuil is, reinig deze dan.– Als de gelpad beschadigd is, vervang deze dan. |
| De laserlijn is na het nivelleren niet verticaal of horizontaal. | Kalibreer de laserlijn. |
76 | Nederlands
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.
Gelpad reinigen
Reinig de gelpad (14), wanneer deze vervuild is met stof of andere deeltjes of de hechting verminderd is.
▶ Was uitsluitend de gedemonteerde gelpad. Het meetgereedschap zelf mag niet afgewassen of in water gedompeld worden.
Voor demontage draait u de gelpadhouder (13) linksom en verwijdert u de houder.
Spoel de gelpad (14) met water. Was deze indien nodig met een gangbare neutrale zeep of een afwasmiddel. Gebruik geen alcohol- of oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen. Reinig eventueel ook de beschermkap (15).
Laat gelpad, houder en beschermkap helemaal drogen. De gelpad mag niet worden verwarmd (bijv. door warme lucht of verwarming).
Breng de beschermkap (15) op de gelpad (14) aan en draai deze rechtsom vast. Plaats de gelpadhouder (13) op het meetgereedschap en draai deze rechtsom vast.
Als de hechting ook na de reiniging niet voldoende is, vervang dan de gelpad (14).
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u onder:
Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden gerecycled.

Gooi meetgereedschappen en batterijen niet bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.