GPL 3 G Professional Professional - Laserwaterpas BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GPL 3 G Professional Professional BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Puntlaserniveau |
| Merk | Bosch |
| Model | GPL 3 G Professional |
| Bereik | 30 m |
| Nivelleernauwkeurigheid (zonder laagste punt) | ±0,35 mm/m |
| Nivelleernauwkeurigheid (laagste punt) | ±0,7 mm/m |
| Zelfnivelleringsbereik | ±4° |
| Nivelleertijd | < 4 s |
| Laserklasse | 2 |
| Lasertype | 500–540 nm, < 1 mW |
| Voeding | 2 batterijen 1,5 V LR6 (AA) |
| Accuduur | 8 h |
| Gewicht | 0,35 kg |
| Afmetingen (L × B × H) | 115 × 50 × 113 mm |
| Beschermingsgraad | IP 65 |
| Statiefaansluiting | 1/4" |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C tot +45 °C |
| Opslagtemperatuur | -20 °C tot +70 °C |
| Hoofdfuncties | Projectie van horizontale, verticale en loodrechte laserpunten; automatisch nivelleren; automatische uitschakeling na 60 min |
| Magnetische houder | Geïntegreerde magnetische draaibare houder |
| Meegeleverde accessoires | Beschermhoes, waarschuwingslabel in meerdere talen (laserbril en statief optioneel) |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte, vochtige doek; niet onderdompelen; regelmatig het laseruitgangsgebied pluisvrij reinigen; opbergen in de beschermhoes |
| Veiligheidsvoorschriften | Niet rechtstreeks in de laserstraal kijken; niet op personen of dieren richten; alleen originele reserveonderdelen gebruiken; apparaat uitschakelen tijdens transport |
| Klantenservice | Reparatie door een erkend Bosch-servicecentrum; reserveonderdelen beschikbaar op www.bosch-pt.com |
Veelgestelde vragen - GPL 3 G Professional Professional BOSCH
Gebruikersvragen over GPL 3 G Professional Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GPL 3 G Professional Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GPL 3 G Professional Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GPL 3 G Professional Professional BOSCH
nl Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
da Original Drugsanvishing
sv Bruksanvisning i original
no Original driftsinstruks
fi Alkuperaiset onjeet
Veiligheidsaanwijzingen

Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden om gevaarloos en veilig met het meetgereedschap te werken.
Wanneer het meetgereedschap niet volgens de beschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheids- voorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden.
Maak waarschuwingsstickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.
▶ Voorzichtig – wanneer andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of andere methods uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling.
- Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waarschuwingsplaatje (aangegeven op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen).
Is de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje niet in uw taal, plak dan vóór het eerste gebruik de meegeleverde sticker in uw eigen taal hieroverheen.

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor kunt u personen verblinden, ongevallen veroorzaken of het oog beschadigen.
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddellijk uit de straal bewogen worden.
▶ Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
▶ Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk andere personen of zichzelf kunnen verblinden.
▶ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

Houd de magneet uit de buurt van implantaten en andere medische apparaten, zoals pacemakers en insulinepompen. Door de magneet wordt een veld opgewekt dat de werking van implantaten en medische apparaten kan verstoren.
Houd het meetgereedschap uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten kan onherroepelijk gegevensverlies optreden.
Beschrijving van product en werking
Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.
82 | Nederlands
Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bedoeld voor het bepalen en controleren van horizontale afstellingen alsmede loodpunten.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
(1) Opening voor laserstraal
(2) Aan/uit-schakelaar
(3) Magnetische draaihouder
(4) Statiefopname 1/4"
(5) Vergrendeling van het batterijvakdeksel
(6) Batterijvakdeksel
(7) Magneet
(8) Laser-waarschuwingsplaatje
(9) Serienummer
(10) Laserbril ^a)
(11) Statief ^a)
(12) Opbergetui ^a)
a) Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma.
Technische gegevens
| Puntlaser GPL 3 G | |
| Puntlaser GPL 5 G | |
| Productnummer GPL 3 G | 3 601 K66 N.. |
| Productnummer GPL 5 G | 3 601 K66 P.. |
| Werkbereik A) | 30 m |
| Nivelleernauwkeurigheid (behalve laserpunt naar beneden) B)C) | ±0,35 mm/m |
| Nivelleernauwkeurigheid (laserpunt naar beneden) B)C) | ±0,7 mm/m |
1 609 92A 7S8 | (17.05.2022) Bosch Power Tools
Nederlands | 83
Puntlaser GPL 3 G
Puntlaser GPL 5 G
Zelfnivelleerbereik ±4°
Nivelleertijd < 4 s
Gebruikstemperatuur -10 °C ... +45 °C
Opslagtemperatuur -20°C ... +70°C
Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000 m
Relatieve luchtvochtigheid max. 90 %
Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 2 D)
Laserklasse 2
Gebruiksduur ^B) 8 h
Gewicht volgens 0,35 kg
EPTA-Procedure 01:2014
Afmetingen (lengte × breedte × hoogte) 115 × 50 × 113 mm
A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) vermin- derd worden.
B) bij 20-25°C
C) De opgegeven waarden gelden bij normale tot gunstige omgevingsomstandigheden (bijv. geen trillingen, geen mist, geen rook, geen direct zonlicht). Na sterke temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid afwijken.
D) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing.
Het productnummer (9) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzinnige identificatie van uw meetgereedschap.
84 | Nederlands
Montage
Batterijen plaatsen/verwisselen
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
Draai de magnetische draaihouder (3) eventueel opzij, zodat het batterijvakdeksel (6) vrij ligt.
Voor het openen van het batterijvakdeksel (6) duwt u de vergrendeling (5) naar boven en neemt u het batterijvakdeksel weg. Plaats de batterijen.
Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.
Plaats het batterijvakdeksel (6) weer en druk het deksel op de gemarkeerde plaats in de vergrendeling (5).
Als de batterijen zwak worden, wordt de helderheid van de laserpunten langzaam minder.
Als de batterijen bijna leeg zijn, knipperen de laserpunten 5× per minuut.
Als de batterijen leeg zijn, knipperen de laserpunten nog één keer voordat het meetgereedschap wordt uitgeschakeld.
Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
▶ Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere periode van opslag in het meetgereedschap corroderen en zichzelf ontladen.
Gebruik
Ingebruikname
▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen en voer vóór het verder werken altijd een nauwkeurigheidscontrole uit (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina 86).
Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden.
▶ Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap, moet u altijd vóór het opnieuw gebruiken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina 86).
- Het meetgereedschap tijdens transport uitschakelen. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewegingen beschadigd raken.
In-/uitschakelen
Voor het inschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan/uit-schakelaar (2) naar de stand ON. Het meetgereedschap zendt direct na het inschakelen laserstralen uit de openingen (1).
Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.
Voor het uitschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan-/uit-schakelaar (2) in stand OFF. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld.
Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.
Bij het overschrijden van de maximaal toegestane gebruikstemperatuur van 45 °C volgt een uitschakeling ter bescherming van de laserdiode. Na het afkoelen is het meetgereedschap weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld.
Automatische uitschakeling
Het meetgereedschap wordt na een gebruiksduur van 60 min automatisch uitgeschakeld.
De automatische uitschakeling wordt teruggezet op 60 min als het ingeschakelde meetgereedschap zich buiten het zelfnivelleerbereik bevindt (de laserpunten knipperen continu).
Plaats het meetgereedschap op een vlakke, stevige ondergrond of bevestig het op het statief (11).
Voor het gebruik van de onderste laserpunt draait u het meetgereedschap zodanig op de magnetische draaihouder (3) dat de laserpunt op de vloer zichtbaar is.
Na het inschakelen compenseert de automatische nivellering automatisch oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereik van ±4^ . De nivellering is afgesloten zodra de laserpunten continu branden en niet meer bewegen.
86 | Nederlands
Is de automatische nivellering niet mogelijk, bijv. omdat het standvlak van het meetgereedschap meer dan 4° van de horizontale lijn afwijkt, dan knipperen de laserpunten in een snel ritme.
Plaats in dit geval het meetgereedschap horizontaal en wacht de zelfnivellering af. Zodra het meetgereedschap zich binnen het zelfnivelleerbereik van ±4° bevindt, branden de laserpunten continu.
Bij schokken of veranderingen van positie tijdens het gebruik wordt het meetgereedschap automatisch opnieuw genivelleerd. Controleer na het hernieuwd nivelleren de positie van de horizontale of verticale laserpunten met betrekking tot de referentiepunten om fouten door een verschuiving van het meetgereedschap te voorkomen.
Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap
Nauwkeurigheidsinvloeden
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.
Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst zijn, dient u het meetgereedschap vanaf een meettraject van 20 meter altijd op een statief te monteren. Plaats het meetgereedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak.
Naast externe invloeden kunnen ook toestelspecifieke invloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controleer daarom de nivelleernauwkeurigheid, telkens voordat u begint te werken.
Als het meetgereedschap bij een van de controles de maximale afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te laten repareren.
Horizontale nivelleernauwkeurigheid controleren
Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 5 m op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig.
- Monteer het meetgereedschap dicht bij muur A op een statief of plaats het op een vlakke en stabiele ondergrond. Schakel het meetgereedschap in.

- Richt de horizontale laserstraal die parallel aan de lengteas van het meetgereedschap loopt, op de nabijgelegen muur A. Laat het meetgereedschap waterpassen. Markeer het midden van de laserpunt op de muur (punt I).

text_image
A 180° I B II- Draai het meetgereedschap 180°, laat het waterpassen en markeer het midden van de punt van de laserstraal op de tegenoverliggende muur B (punt II).
- Plaats het meetgereedschap- zonder het te draaien - dicht bij wand B, inschakelen en laat het zich nivelleren.
88 | Nederlands

- Stel het meetgereedschap in hoogte zodanig af (met behulp van het statief of zo nodig door er iets onder te plaatsen), dat het puntmidden van de laserstraal precies de eerder gemarkeerde punt II op muur B raakt.

text_image
A III d I 180° B II- Draai het meetgereedschap 180°, zonder de hoogte te wijzigen. Laat het waterpassen en markeer het puntmidden van de laserstraal op muur A (punt III). Let erop dat punt III zo recht mogelijk boven resp. onder punt I ligt. - Het verschil d van de beide gemarkeerde punten I en III op muur A geeft de werkelijke hoogteafwijking van het meetgereedschap langs de lengteas aan.
Op het meettraject van 2 × 5 m = 10 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking: 10 m × ±0,35 mm/m = ±3,5 mm. Het verschil d tussen de punten I en III mag dus maximaal 3,5 mm bedragen.
GPL 5 G: herhaal het meetproces voor de beide laserstralen aan de zijkant, die langs de breedteas van het meetgereedschap lopen. Draai hiervoor het meetgereedschap vóór aanvang van het meetproces 90° rechtsom of linksom.
Loodnauwkeurigheid controleren
Voor de controle heeft u een vrij meettraject op een vaste ondergrond met een afstand van ca. 2,5 m tussen vloer en plafond nodig.
- Plaats het meetgereedschap op de vloer. Schakel het meetgereedschap in en draai het zodanig op de magnetische draaihouder (3) dat de onderste laserpunt op de vloer zichtbaar is. Laat het meetgereedschap nivelleren.

text_image
I 2,5 m II- Markeer het midden van het bovenste laserpunt op het plafond (punt I). Markeer bovendien het midden van het onderste laserpunt op de grond (punt II).

- Draai het meetgereedschap 180°. Plaats het zodanig dat het midden van het onderste laserpunt op het reeds gemarkeerde punt II ligt. Laat het meetgereedschap nivelleren. Markeer het midden van het bovenste laserpunt (punt III). - Het verschil d van de beide gemarkeerde punten I en III op het plafond levert de daadwerkelijke afwijking van het meetgereedschap van de verticale lijn op.
De maximale toegestane afwijking berekent u als volgt: dubbele afstand tussen vloer en plafond × 0,35 mm/m.
90 | Nederlands
Voorbeeld: bij een afstand tussen vloer en plafond van 2,5 m mag de maximale afwijking 2 × 2,5 m × ±0,35 mm/m = ±1,75 mm bedragen. De punten I en III mogen dus maximaal 1,75 mm uit elkaar liggen.
Aanwijzingen voor werkzaamheden
- Gebruik altijd alleen het midden van de laserpunt voor het markeren. De grootte van de laserpunt verandert met de afstand.
Werken met het statief (accessoire)
Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Plaats het meetgereedschap met de 1/4"-statiefopname (4) op de schroefdraad van het statief (11) of op een gangbaar fotostatief. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.
Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap inschakelt.
Bevestigen met de magnetische draaihouder (zie afbeeldingen A-B)
Met de geïntegreerde magnetische draaihouder (3) kunt u het meetgereedschap aan magnetiseerbare materialen bevestigen.
Houd uw vingers weg van de achterzijde van de magnetische draaihouder, als u de draaihouder tegen een oppervlak bevestigt. Door de sterke aantrekkingskracht van de magneten (7) kunnen uw vingers bekneld raken.
Lijn de magnetische draaihouder (3) grof uit, voordat u het meetgereedschap inschakelt. Draai het meetgereedschap op de magnetische draaihouder (3) om de onderste laserpunt zichtbaar te maken of om met de horizontale laserpunt hoogtes over te brengen. Laat het meetgereedschap weer op de draaihouder vergrendelen als u het gereedschap uitschakelt en vervoert (zie afbeelding B).
Laserbril (accessoire)
De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het licht van de laser voor het oog helderder.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Gebruiksvoorbeelden (zie afbeeldingen C–E)
Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetgereedschap vindt u op de pagina's met afbeeldingen.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.
Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het opbergetui (12).
Het meetgereedschap voor reparatie in de originele verpakking of het opbergetui (12) opsturen.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u onder:
Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden gerecycled.

Gooi meetgereedschappen en batterijen niet bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en de implementatie in nationaal recht moeten niet meer bruikbare
92 | Dansk
meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verant- woorde wijze worden gerecycled.
Bij een verkeerde afvoer kunnen afgedankte elektrische en elektronische apparaten vanwege de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen schadelijke uitwerkingen op het milieu en de gezondheid van mensen hebben.