GPL 5 G Professional - Laserwaterpas BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GPL 5 G Professional BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over GPL 5 G Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GPL 5 G Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GPL 5 G Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GPL 5 G Professional BOSCH
Veiligheidsaanwijzingen

Alle aanwijzingen要去en gelezen en in acht genomen worden om gevaarloos en veilig met het meetgereedschap te werkken.
Wanner het meetgereedschap Niet volgens de beschikbare aanwijzingen gezruikt worden,+kunnen de geintegreerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden.
Maak waarschuwings stickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.
Voorzichtig - wanner andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of andere methods uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling.
Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waarschuwingsplaatje (aangegeven op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen).
Is de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje Niet in uw taal, plak dan voor het eerste gebruik de meegeleverde sticker in uw eigen taal hieroverheen.

Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk nicht selbst in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor sunt u Personen verblinden, ongevalten verooorzaken of het oog beschadigen.
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en要去 het hoofd onmiddelijk uit de straal bewogen worden.
Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.
Gebruik de laserbril (accessoire) nicht als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal; deze beschermtECHTER Niet gegen de laserstraling.
Gebruik de laserbril (accessoire) Niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele verrangingsonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Laat kinderen het lasermeetgereedschap Niet zonder toezicht gebruiken. Zij zou den per ongeluk andere Personen of zichzfeln konnen verblinden.
Werk met het meetgereedschap Niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandhaar stof bevinden. In het meetgereedschap konnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

Houd de magneet uit de buurt van implantaten en andere medische apparaten, zoals pacemakers en insulinepompen. Door de magneet worden een veld opgewekt dat de werking van implantaten en medische apparaten kan verstoren.
Houd het meetgereedschap uit de buurt van magnetische gevevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werkig van de magneten kan onherroepelijk geveensverlies optreden.
Beschrijving van productenwerking
Neem goednota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.
82|Nederlands
Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bedoeld voor het bepalen en controlleren van horizontale afstellingen alsmede loodpunten.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.
Afegebelede componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
(1) Opening voor laserstraal
(2) Aan/uit-schakelaar
(3) Magnetische draaihouser
(4) Statiefopname 1 / 4^n
(5) Vergrendeling van het batterijvakdeksel
(6) Batterijvakdeksel
(7) Magneto
(8) Laser-waarschuwingsplaatje
(9) Serienummer
(10) Laserbril
(11) Statief
(12) Opbergetui
a) Niet elk afgebeeld en beschreiben accessoire is standard bij de levering inbegren. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessaireprogramma.
Technische gegevens
| Puntlaser GPL 3 G | |
| Puntlaser GPL 5 G | |
| Productnummer GPL 3 G | 3601 K66 N.. |
| Productnummer GPL 5 G | 3601 K66 P.. |
| Werkbereik A) | 30 m |
| Nivelleernauwkeurigheid (behalte laserpunt maar beneden) B)C) | ±0,35 mm/m |
| Nivelleernauwkeurigheid (laserpunt maar beneden) B)C) | ±0,7 mm/m |
Puntlaser GPL 3 G
Puntlaser GPL 5 G
Zelfnivelleerbereik ±4°
Nivelleertijd < 4 s
Gebruikstemperatuur -10^ ... +45^
Opslagtemperatuur -20^ + 70^
Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000 m
Relatieve luchtvochtigheid max. 90%
Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-12 D)
Laserklasse 2
Lasertype 500-540 nm, < 1 mW
C 1
Divergentie 0,8 mrad (volledige hoek)
Statiefopname 1/4"
Batterijen 2× 1,5V LR6 (AA)
Gebruiksduur8 h
Gewicht volgens 0,35 kg
EPTA-Procedure 01:2014
Afmetingen (length × breedte × hoopte) 115× 50× 113mm
A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden.
B) bij 20-25°C
C) De opgegeven waarden gelden bij normale tot gunshote omgevingsomstandigheden (bijv. geen trillingen, geen mist, geen rook, geen direct zonlicht). Na sterke temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid afwijken.
D) Er ontstaat slechts een Niet geleidende verruiling, waar bijchalter soms een tijdelijke geleidhaarheid wort verwacht door bedauwing.
Het productnummer (9) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzinnige identificatie van uw meetgereedschap.
Montage
Batterijenplaatsen/verwisselen
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
Draai de magnetische draaihouser (3) eventueel opzij, zodat het batterijvakdeksel (6) vrij ligt.
Voor het openen van het batterijvakdeksel (6) duwt u de vergrendeling (5) maar boven en neemt u het batterijvakdeksel weg. Plaats de batterijen.
Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.
Plaats het batterijvakdeksel (6) waar en druk het deksel op de gemarkeerdeplaats in de vergrendeling (5).
Als de batterijen zwak worden, worden de helderheid van de laserpunten langzaam minder.
Als de batterijen bijna leeg+zijn, knipperen de laserpunten 5× per minuut.
Als de batterijen leeg zijn, knipperen de laserpunten nog een keer voordat het meetgereedschap worden uitgeschakeld.
Vervang alsijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van een fabrikant en met bezelfde capaciteit.
Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wanner u dit langerearend nicht gebruikt. De batterijen konnen bij een langereperiode van opslag in het meetgereedschap corroderen en zichzelf ontladen.
Gebruik
Ingebruikname
Bescherm het meetgereedschap gegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap Niet bloot aan extreme temperaten of temperatuerschommelingen. Laat het bijv. Niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuerschommelingen eerst op temperatuur komen en voer voor het verder werkken algtd een nauwkeurigheidscontrole uit (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap", Pagina 86).
Bij extreme temperaten of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beinvloed worden.
Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap, moet u.altijd voor het opnieuw gebruiken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap", Pagina 86).
Het meetgereedschapijdens transport uitschakelen. Bij het uitschakelen worden de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij hebige bewegingen beschadigd raken.
In-/uitschakelen
Voor het inschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan/uit-schakelaar (2) maar de stand ON. Het meetgereedschap zendt direct na het inschakelen laserstralen UIT de openings (1).
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk zich nicht in de laserstraal, ook Niet vanaf een große afstand.
Voor het uitschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan-/uit-schakelaar (2) in stand OFF. Bij het uitschakelen worden de pendeleenheid vergrendeld.
Laat het ingeschakelde meetgereedschap Niet onbeheerd anschter en schakel het meetgereedschap na gebruikuit. Andere Personen können door de laserstraal verblind worden.
Bij het overschrijden van de maximaal toegestane gebruikstemperatuur van 45^ volgt een uitschakeling ter bescherming van de laserdiode. Na het afkoelen is het meetgereed-schap waar gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld.
Automatische uitschakeling
Het meetgereedschap wird na een gebruiksduur van 60 min automatisch uitgeschakeld.
De automatische uitschakeling worden terugpezet op 60 min als het ingeschakelde meetgereedschap zich buiten het zelfnivelleerbereik bevindt (de laserpunten knipperen continu).
Plaats het meetgereedschap op een vlakke, stevige ondergrond of bevestig het op het statief (11).
Voor het gebruik van de onderste laserpunt draait u het meetgereedschap zodanig op de magnetische draaihouder (3) dat de laserpunt op de vloer zichtaar is.
Na het inschakelen compenseert de automatische nivelling automatisch oneffenheden binnen het zichnivelleerbereik van ± 4^ . De nivelling is afgesloten zodia de laserpunten continu branden en nicht meer bewegen.
86 | Netherlands
Is de automatische nivellering nicht möglichk, bijv.,ondat het standvlak van het meetgereedschapeer dan 4^ van de horizontale lijn afwijk,dan knipperen de laserpunten in een snel ritme.
Plaats in dit geval het meetgereedschap horizontaal en wacht de zichnivelling af. Zodra het meetgereedschap zich binnen het zichnivelleerbereik van ± 4^ bevindt, branden de laserpunten continu.
Bij schokken of veranderingen van positieijdens het gebruik worden het meetgereedschap automatisch opnieuw genivelleerd. Controller na het hernieuwd nivellenen de positie van de horizontale of verticale laserpunten met betrekking tot de referentiepunten om fouden door een verschuving van het meetgereedschap te voorkomen.
Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap
Nauwkeurigheidsinvloeden
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuuruit. Vooral vanaf de grond waar boven toe verlopende temperatuurverschillen konnen de laserstraal afbuigen.
Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst+zijn, dient u het meetgereed-schap vanaf een meettraject van 20 meter.altijd op een statief te monteren. Plaats het meetgereedschap bovendien indien möglichk in het midden van het werkvlak.
Naast externe invloeden können ook toestelspecifieke invloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controller aanom de niveleernauwkeurigheid, telkens voordat u begint te werken.
Als het meetgereedschap bij een van de controles de maximale afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te lately repareren.
Horizontale niveleernauwkeurigheid controlleren
Voor de contrôle—heeft u een vrijmeettraject van 5m op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig.
- Monteer het meetgereedschap zich bij muur A op een statief ofplaats het op een vlakke en stabiele ondergrond. Schakel het meetgereedschap in.

- Richt de horizontale laserstraal die parallel aan de lengteas van het meetgereedschap loopt, op de nabijgelegen muur A. Laat het meetgereedschap waterpassen. Markeer het midden van de laserpunt op de muur (punt I).

- Draai het meetgereedschap 180^ , LAST, het waterpassen en markeer het midden van de punt van de laserstraal op de tegenoverliggende muur B (punt II).
- Plaats het meetgereedschap- zonder het te draaien - dicht bij wand B, inschakelen en LAST het zich nivellenen.
88|Nederlands

- Stel het meetgereedschap in hoogte zodanig af (met behulp van het statief of zo nodig door er iets onder teplaatsen), dat het puntmidden van de laserstraal precies de erder gemarkeerde punt II op muur B raakt.

- Draai het meetgereedschap 180^ , zonder de hoogte te wijzigen. Laat het waterpassen en markee het puntmidden van de laserstraal op muur A (punt III). Let erop dat punt III zorecht möglichk boven resp. onder punt I ligt.
- Het verschil d van de beiden gemarkeerde punten I en III op muur A geeft de werkelijk hoogteafwijking van het meetgereedschap langus de lengteas aan.
Op het meettraject van 2 × 5m = 10m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:
10m× ± 0,35mm / m = ± 3,5mm . Het verschil d:tussen de punten I en III mag dus maximaal 3,5 mm bedragen.
GPL 5 G: herhaal het meetproces voor de beiden laserstralen aan de zijkant, die langs de breedteas van het meetgereedschap lopen. Draai hiervoor het meetgereedschap voor aanvang van het meetproces 90^ rechtsom of linksom.
Loodnauwkeurigheid controlleren
Voor de contrôle—heeft u een vrijmeettraject op een vaste ondergrond met een afstand van ca. 2,5 mussen vloer en plafond nodig.
- Plaats het meetgereedschap op de vloer. Schakel het meetgereedschap in en draai het zodenig op de magnetische draaihouder (3) dat de onderste laserpunt op de vloer zichtaar is. Laat het meetgereedschap nivelleren.

- Markeer het midden van het bovenste laserpunt op het plafond (punt I). Markeer bovendien het midden van het onderste laserpunt op de grond (punt II).

Draai het meetgereedschap 180^ . Plaats het zodanig dat het midden van het onderste laserpunt op het reeds gemarkeerde punt II ligt. Laat het meetgereedschap nivellenen. Markeer het midden van het bovenste laserpunt (punt III).
- Het verschil d van de beiden gemarkeerde punten I en III op het plafond levert de daadwerkelijke afwijking van het meetgereedschap van de verticale lijn op.
De maximale toegestane afwijking berekent u als volgt: dubbele afstand tussen vloer en plafond × 0,35mm / m
90|Nederlands
Voorbeeld: bij een afstand zusammen vloer en plafond van 2,5 m mag de maximale afwijking 2 × 2,5m × ± 0,35mm/m = ± 1,75mm bedragen. De punten I en III mogen dus maximaal 1,75 mm uit elkaar liggen.
Aanwijzingen voor werkzaamheden
Gebruik algijd alleen het midden van de laserpunt voor het markeren. De grootte van de laserpunt verandert met de afstand.
Werken met het statief (accessaire)
Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Plaats het meetgereedschap met de 1/4 -statiefopname (4) op de schroefdraad van het statief (11) of op een gangbaar fotostatif. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.
Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap inschakelt.
Bevestigen met de magnetische draaihouser (zie afbeeldingen A-B)
Met de geintegreerde magnetische draaihouser (3)kest u het meetgereedschap aan magnetiseerbare materialen bevestigen.
Houd uw vingers weg van de achterzijde van de magnetische draaihouser, als u de draaihouser gegen een oppervlak bevestigt. Door de sterke aantrekkingsracht van de magneten (7) konnen uw vingers bekneld raken.
Lijn de magnetische draaihouser (3) grof uit, voordat u het meetgereedschap inschakelt. Draai het meetgereedschap op de magnetische draaihouser (3) om de onderste laserpunt zichtaar te make of om met de horizontale laserpunt hoogtes over te brengen. Laat het meetgereedschap waar op de draaihouser vergrendelen als u het gereedschap uitschakelt en vervoert (zie afbeelding B).
Laserbril (accessoire)
De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het Licht van de lasr voor het oog helderdeer.
Gebruik de laserbril (accessoire) nicht als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal; deze beschermtECHTER Niet gegen de laserstraling.
Gebruik de laserbril (accessoire) Niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril niedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Gebruiksvoorbeelden (zie afbeeldingen C-E)
Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetgereedschap vindt u op de pagina's met afbeeldingen.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd hetmeetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap Niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let waar bij op pluizen.
Bewaar en Transporteer het meetgereedschap alleen in het opbergetui (12).
Het meetgereedschap voor reparatie in de originele verpakking of het opbergetui (12) opsturen.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over verwangingsonderdelen. Explosietekingen en informatatie over verwangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over unsere producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van verrangingsonderdelen alkijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 5795454
Fax: (076) 5795494
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u onder:
Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden gerecycled.

Gooi meetgereedschappen en batterijen nicht bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtig 2012/19/EU inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en de implementationatie in nationaal recht要去en nicht meer bruikbare
92|Dansk
meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG要去en defecte of verbruike accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.
Bij een verkeerde afvoer können afgedankte elektrische en elektronische apparaten vanwege de möglichke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen schadelijkeuitwerkingen op het milieu en de gezondheid van mensen hebben.