BOSCH GMS 120 Professional - Elektrisch gereedschap

GMS 120 Professional - Elektrisch gereedschap BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GMS 120 Professional BOSCH in PDF-formaat.

📄 457 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BOSCH GMS 120 Professional - page 80
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Digitale detector (multimeter voor de bouw)
Merk Bosch
Model GMS 120 Professional
Gewicht (volgens EPTA 01:2014) 0,27 kg
Voeding 1 batterij 9 V (6LR61)
Autonomie Ongeveer 5 uur
Beschermingsgraad IP 54 (bescherming tegen stof en waterstralen)
Bedrijfstemperatuurbereik –10 °C tot +50 °C
Opslagtemperatuurbereik –20 °C tot +70 °C
Max. detectiediepte (ferrometalen) 120 mm
Max. detectiediepte (non-ferrometalen) 80 mm
Max. detectiediepte (spanningvoerende elektrische kabels 110-230 V) 50 mm
Max. detectiediepte (hout) 38 mm
Bedrijfsmodi Gipsplaten, Metaal, Elektrische kabels
Weergave Scherm met verlichting, lichtring (groen/geel/rood), laadindicator
Geluidssignaal In-/uitschakelbaar
Speciale functies Temperatuurbewaking, waarschuwingsfunctie, handmatige kalibratie, objectmarkering
Onderhoud en reiniging Reinigen met een zachte, droge doek; niet onderdompelen; opbergen in de beschermhoes
Onderdelen en repareerbaarheid Reparatie door erkend Bosch-servicecentrum; reserveonderdelen beschikbaar op www.bosch-pt.com
Belangrijke veiligheidsvoorschriften Niet gebruiken in explosieve omgeving; raadpleeg altijd andere bronnen vóór het boren; zorg voor voldoende aarding

Veelgestelde vragen - GMS 120 Professional BOSCH

Welke batterij gebruiken voor de Bosch GMS 120 Professional?
Gebruik een alkalinebatterij 9 V (6LR61). Open het batterijvak (15) door de vergrendeling (16) in te drukken. Houd rekening met de aangegeven polariteit.
Hoe kalibreer ik de detector GMS 120?
Als de meetindicator (i) een sterk permanent signaal weergeeft zonder object, schakel het apparaat uit, houd het in de lucht (achterkant naar de grond), druk tegelijkertijd op de aan/uit-knop (5) en de geluidsknop (7) tot de lichtring (1) rood oplicht. Laat los, het apparaat start automatisch opnieuw.
Waarom blijft de lichtring geel zonder geluidssignaal?
Dit duidt op een klein of diep object. De lichtring (1) kan geel oplichten zonder geluidssignaal. Voor een nauwkeurige locatie beweegt u het apparaat meerdere keren over het object.
Hoe detecteer ik een spanningvoerende elektrische kabel met de GMS 120?
Activeer de modus Elektrische kabels met de knop (9). Zet de verbruikers onder spanning om detectie te vergemakkelijken. Het scherm toont het symbool (f). Nader; de lichtring (1) wordt rood en het geluidssignaal versnelt.
Wat te doen als de waarschuwingsweergave (b) oplicht?
Als de waarschuwingsweergave (b) oplicht met de LED van de modus Gipsplaten, verwijder het apparaat van de muur en plaats het op een andere plek. Als (b) knippert, stuur het apparaat dan in zijn hoes (19) naar een erkend Bosch-servicecentrum.
Welke materialen kan de GMS 120 detecteren?
Het detecteert ferrometalen (tot 120 mm), non-ferrometalen (koper, 80 mm), spanningvoerende elektrische kabels (50 mm) en houten constructies (38 mm). In de modus Gipsplaten detecteert het ook met water gevulde plastic buizen.
Het apparaat schakelt vanzelf uit: is dat normaal?
Ja, om de batterij te sparen schakelt het apparaat automatisch uit na ongeveer 5 minuten zonder toetsbediening en zonder objectdetectie.
Hoe onderhoud ik de detector GMS 120?
Reinig alleen met een zachte, droge doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen of oplosmiddelen. Verwijder de pads (12) niet. Berg het altijd op in de meegeleverde beschermhoes (19).
Kan ik de GMS 120 buitenshuis gebruiken?
Ja, het apparaat is ontworpen voor gebruik binnen en buiten. Bescherm het echter tegen overmatig vocht en direct zonlicht. De IP 54 beschermingsgraad beschermt tegen stof en waterstralen.
Welke veiligheidsmaatregelen zijn essentieel vóór het boren?
Raadpleeg altijd andere bronnen (bouwtekeningen, foto's). Zorg voor voldoende aarding (geen isolerende handschoenen). Controleer na werkzaamheden op afwezigheid van gasleidingen. Bij twijfel gebruikt u andere detectiemethoden.

Gebruikersvragen over GMS 120 Professional BOSCH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Elektrisch gereedschap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GMS 120 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GMS 120 Professional van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING GMS 120 Professional BOSCH

nl Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing

da Original Drugsanvishing

sv Bruksanvisning i original

no Original driftsinstruks

fi Alkuperaiset onjeet

Veiligheidsaanwijzingen

BOSCH GMS 120 Professional - Veiligheidsaanwijzingen - 1

Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden. Wanneer het meetgereedschap niet volgens de beschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheids- voorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG.

Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
▶ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
- Het meetgereedschap kan om technologische redenen geen honderd procent veiligheid garanderen. Om risico's uit te sluiten, dient u zich daarom altijd door andere informatiebronnen als bouwtekeningen, foto's uit de bouwfase enz. in te

dekken, voordat u gaat boren, zagen of frezen in muren, plafonds of vloeren. Invloeden van buitenaf, zoals luchtvochtigheid of nabijheid tot andere elektrische apparaten, kunnen de nauwkeurigheid van het meetgereedschap belemmeren. Hoedanigheid en toestand van de muren (bijv. natheid, metaalhoudende bouwmaterialen, geleidend behang, isolatiematerialen, tegels) evenals aantal, soort, grootte en positie van de objecten kunnen de meetresultaten vervalsen.

▶ Let tijdens de meting op voldoende aarding. Bij onvoldoende aarding (bijv. door isolerend schoeisel of staan op een ladder) is de detectie van spanningvoerende leidingen niet mogelijk.
Als zich in het gebouw gasleidingen bevinden, controleer dan na alle werkzaamheden aan muren, plafonds of vloeren of er geen gasleiding werd beschadigd.
▶ Spanningvoerende leidingen kunnen gemakkelijker worden gevonden, wanneer stroomverbruikers (bijv. lampen, apparaten) op de gezochte leiding aangesloten en ingeschakeld worden. Schakel de stroomverbruikers uit en zorg ervoor dat de spanningvoerende leidingen stroomloos zijn, voordat u in muren, plafonds of vloeren boort, zaagt of freest. Controleer na alle werkzaamheden of op de ondergrond aangebrachte objecten niet onder spanning staan.
- Controleer bij het bevestigen van objecten aan droogbouwwanden of de wand resp. de bevestigingsmaterialen voldoende draagvermogen hebben, vooral bij het bevestigen aan de onderconstructie.

Beschrijving van product en werking

Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.

Beoogd gebruik

Het meetgereedschap is bestemd voor het zoeken naar metalen (ferro- en non-ferrometalen, bijv. wapeningsijzer), houten balken evenals spanningvoerende leidingen in muren, plafonds en vloeren.

Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.

Afgebeelde componenten

De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.

(1) Lichtring
(2) Markeringsopening
(3) Display

82 | Nederlands

(4) Aanduiding gebruiksmodus
(5) Aan/uit-toets
(6) Toets displayverlichting
(7) Toets geluidssignaal
(8) Greepvlak
(9) Toets gebruiksmodus Stroomkabel
(10) Toets gebruiksmodus Metaal
(11) Toets gebruiksmodus Droogbouw
(12) Glijder
(13) Sensorgedeelte
(14) Serienummer
(15) Batterijvakdeksel
(16) Vergrendeling van het batterijvakdeksel
(17) Opname draaglus
(18) Draagriem
(19) Opbergetui

Aanduidingselementen (zie afbeelding A)

(a) Aanduiding geluidssignaal
(b) Waarschuwingsaanduiding
(c) Aanduiding van niet-metalen objecten
(d) Aanduiding van niet-magnetische metalen
(e) Aanduiding van magnetische metalen
(f) Aanduiding van spanningvoerende leidingen
(g) Aanduiding temperatuurbewaking
(h) Batterij-aanduiding
(i) Meetaanduiding
(j) Fijnverdeelschaal
(k) Aanduiding van objectmidden CENTER

Technische gegevens

Digitale detector GMS 120
Productnummer3 601 K81 0..
Max. detectiediepteA)
- Ferrometalen 120 mm
- Non-ferrometalen (koper) 80 mm
- Spanningvoerende leidingen 110-230 V (bij aange-legde spanning)B)50 mm
- Hout 38 mm
Gebruikstemperatuur -10 °C ... +50 °C
Opslagtemperatuur -20 °C ... +70 °C
Inductieve sensor
- Gebruiksfrequentiebereik 5 ± 0,2 kHz
- Max. magnetische veldsterkte (bij 10 m) 72 dBμA/m
Capacitieve sensor
- Gebruiksfrequentiebereik 20 ± 1 kHz
- Max. elektrische veldsterkte (bij 10 m) 24 dBμV/m
Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000 m
Relatieve luchtvochtigheid max. 90 %
Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 2c)
Batterij 1 × 9 V 6LR61
Gebruiksduur ca. 5 h
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:20140,27 kg
BeschermklasseIP 54 (stof- en spatwaterbescherming)

A) afhankelijk van de functie, het materiaal en de grootte van de objecten en van het materiaal en de toestand van de ondergrond

B) Geringere detectiediepte bij niet-spanningvoerende leidingen

C) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing.

Het serienummer (14) op het typeplaatje dient voor een duidelijke identificatie van uw meetgereedschap.

84 | Nederlands

- Het meetresultaat kan m.b.t. de nauwkeurigheid en de detectiediepte bij een ongunstige hoedanigheid van de ondergrond slechter uitvallen.

Montage

Batterij plaatsen/verwisselen

Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.

Voor het openen van het batterijvakdeksel (15) drukt u de vergrendeling (16) in pijlrichting en klapt u het batterijvakdeksel open. Plaats de batterij.

Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.

▶ Haal de batterij uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterij kan bij een langere opslagduur in het meetgereedschap gaan corroderen en zichzelf ontladen.

Batterij-aanduiding

De batterij-aanduiding (h) op het display toont altijd de actuele batterijstatus:

Aanduiding Capaciteit
60-100 %
30-60 %
5-30 %
0-5 %

Gebruik

▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bij grotere temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen, voordat u het inschakelt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap en de aanduiding op het display nadelig worden beïnvloed.
▶ Vermijd heftige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf en bij opvallende zaken in de functionaliteit moet u het meetgereedschap bij een geautoriseerde Bosch-klantenservice laten controleren.

De meetresultaten kunnen vanwege het werkingsprincipe door bepaalde omgevingsomstandigheden belemmerd worden. Daartoe behoren bijv. de nabijheid van apparaten die sterke elektrische, magnetische of elektromagnetische velden opwekken, natheid, metaalhoudende bouwmaterialen, met aluminium ge-coate isolatiematerialen evenals geleidend behang of geleidende tegels. Neem daarom vóór het boren, zagen of frezen in muren, plafonds of vloeren ook goed nota van andere informatiebronnen (bijv. bouwtekeningen).
Houd het meetgereedschap alleen vast bij de hiervoor bestemde greepvlakken (8) om de meting niet te beïnvloeden.
▶ Breng in het sensorgedeelte (13) op de achterkant van het meetgereedschap geen stickers of plaatjes aan. Vooral plaatjes van metaal beïnvloeden de meetresultaten.

BOSCH GMS 120 Professional - Gebruik - 1

Draag tijdens de meting geen handschoenen en let op voldoende aarding. Bij onvoldoende aarding kan de herkenning van spanning-voerende leidingen worden belemmerd.

BOSCH GMS 120 Professional - Gebruik - 2

Vermijd tijdens de meting de nabijheid van apparaten die sterke elektrische, magnetische of elektromagnetische velden uitzenden. Deactiveer indien mogelijk bij alle apparaten waarvan de straling de meting kan belemmeren, de betreffende functies of schakel de apparaten uit.

Ingebruikname

In-/uitschakelen

Zorg er vóór het inschakelen van het meetgereedschap voor dat het sensorgedeelte (13) niet vochtig is. Wrijf het meetgereedschap eventueel droog met een doek.
Als het meetgereedschap blootgesteld is geweest aan een sterke temperatuurwisseling, laat u het vóór het inschakelen op de juiste temperatuur komen.

Voor het inschakelen van het meetgereedschap drukt u op de aan/uit-toets (5).

Voor het uitschakelen van het meetgereedschap drukt u opnieuw op de aan/uittoets (5).

Als ca. 5 minuten lang geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt en er worden geen objecten gedetecteerd, dan schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de batterij te sparen.

86 | Nederlands

Displayverlichting in-/uitschakelen

Met de toets displayverlichting (6) kunt u de displayverlichting in- en uitschakelen.

Geluidssignaal in- en uitschakelen

Met de toets geluidssignaal (7) kunt u het geluidssignaal in- en uitschakelen. Bij uitgeschakeld geluidssignaal verschijnt op het display de aanduiding geluidssignaal (a).

Werking (zie afbeelding B)

Met het meetgereedschap wordt de ondergrond van het sensorgebied (13) in meetrichting A tot aan de maximale detectiediepte onderzocht. Herkend worden objecten die zich onderscheiden van het materiaal van de muur.

Beweeg het meetgereedschap in een rechte lijn in richting B over de muur.

Beweeg het meetgereedschap altijd met een lichte druk over de ondergrond, zonder het op te tillen of de aandrukkeracht te veranderen.

Tijdens de meting moeten de glijders (12) altijd contact met de ondergrond hebben.

Meetprocedure

Plaats het meetgereedschap op het te onderzoeken oppervlak en beweeg het in richting B.

  • Als het meetgereedschap een object nadert, dan neemt de uitslag in de meetaanduiding (i) toe en de lichtring (1) brandt geel.
  • Als het meetgereedschap zich van het object verwijdert, dan neemt de uitslag af.
  • Boven het midden van een object laat de meetaanduiding de maximale uitslag zien; de lichtring (1) brandt rood en er is een geluidssignaal te horen.

Bij kleine of diep liggende objecten kan de lichtring (1) geel blijven branden en kan er eventueel geen geluidssignaal te horen zijn.

▶ Bredere objecten worden niet over de gehele breedte door de lichtring of het geluidssignaal aangegeven.

Om het object nauwkeuriger te lokaliseren, beweegt u het meetgereedschap herhaalde- lijk (3×) over het object heen en weer. In alle gebruiksmodi wordt automatisch de fijnverdeelschaal (j) geactiveerd. De fijnverdeelschaal laat een volle uitslag zien, wan- neer het object onder het sensormidden ligt of de maximale uitslag van de meetaanduiding (i) wordt bereikt. Bovendien brandt in de gebruiksmodi Droogbouw en Metaal nog de aanduiding van het objectmidden CENTER (k).

Bredere objecten in de ondergrond zijn herkenbaar door een aanhoudende, hoge uitslag van de meetaanduiding (i) en fijnverdeelschaal (j). De lichtring (1) brandt geel. De duur van de hoge uitslag komt ongeveer overeen met de objectbreedte.

Als zeer kleine of diep liggende objecten worden gezocht en de meetaanduiding (i) slaat slechts gering uit, beweegt u het meetgereedschap herhaaldelijk horizontaal en verticaal over het object. Let op de uitslag van de fijnverdeelschaal (j) en in de gebruiksmodi Droogbouw en Metaal bovendien op de aanduiding van het objectmidden CENTER (k), die een nauwkeurige detectie mogelijk maken.

▶ Voordat u in de muur boort, zaagt of freest, moet u zich nog via andere informatiebronnen tegen risico's indekken. Omdat de meetresultaten door omgevingsinvloeden of de hoedanigheid van de muur beïnvloed kunnen worden, kan er gevaar bestaan, hoewel de meetaanduiding (i) geen object in het sensorgebied aangeeft, er geen geluidssignaal te horen is en de lichtring (1) groen brandt.

Gebruiksmodi

Door het kiezen van de juiste gebruiksmodus bereikt u de best mogelijke meetresultaten. De maximale detectiediepte voor metalen objecten bereikt u in de gebruiksmodus Metaal. De maximale detectiediepte voor spanningvoerende leidingen bereikt u in de gebruiksmodus Stroomkabel.

De gekozen gebruiksmodus is op elk moment te herkennen door de groen brandende aanduiding gebruiksmodus (4).

Gebruiksmodus Droogbouw

De gebruiksmodus Droogbouw is geschikt om houten en metalen objecten in droogbouwwanden te vinden.

Druk op de toets gebruiksmodus Droogbouw (11) om de gebruiksmodus Droogbouw te activeren. De aanduiding gebruiksmodus (4) boven de toets gebruiksmodus Droogbouw brandt groen.

Zodra u het meetgereedschap op de te onderzoeken ondergrond plaatst, brandt de lichtring (1) groen en signaleert dat het toestel gereed is om te meten.

In de gebruiksmodus Droogbouw worden alle beschikbare objectsoorten gevonden en aangegeven:

(c) niet metaal, bijv. houten balken

(d) niet magnetisch, maar van metaal, bijv. koperen buis

C _s^N (e) magnetisch, bij. wapeningsijzer

(f) spanningvoerend, bijv. elektriciteitsleiding

Aanwijzing: In de gebruiksmodus Droogbouw worden naast houten en metalen objecten evenals spanningvoerende leidingen ook andere objecten, bijv. met water gevuld kunststof buizen, aangegeven. Op het display verschijnt voor deze objecten de aanduiding niet-metalen objecten (c).

88 | Nederlands

Spijkers en schroeven in de ondergrond kunnen ertoe leiden dat een houten balk op het display als metalen object wordt aangegeven.

Als op het display een permanente, hoge uitslag van de meetaanduiding (i) en van de fijnverdeelschaal (j) verschijnt, start dan de meetprocedure opnieuw door het meetgereedschap op een andere plek op de ondergrond te plaatsen.

Als de lichtring (1) bij het plaatsen op de te onderzoeken ondergrond niet signaleert dat er kan worden gemeten, kan het meetgereedschap de ondergrond niet correct herkennen.

  • Druk zo lang op de toets gebruiksmodus Droogbouw (11) tot de lichtring (1) groen brandt. Voer vervolgens de meting zoals gebruikelijk uit.
    Wanneer u na voltooiing van deze meting een nieuwe meetprocedure op een andere muur wilt starten, druk dan kort op de toets gebruiksmodus Droogbouw (11) om het meetgereedschap terug te zetten.
  • Sporadisch kan het meetgereedschap de ondergrond niet herkennen, omdat de achterkant met het sensorgedeelte (13) vuil is. Maak het meetgereedschap schoon met een droge, zachte doek en start de meetprocedure opnieuw.

Gebruiksmodus Metaal

De gebruiksmodus Metaal is bij uitstek geschikt om magnetische en niet-magnetische objecten onafhankelijk van de hoedanigheid van de muur te vinden.

Druk op de toets gebruiksmodus Metaal (10) om de gebruiksmodus Metaal te activeren. De lichtring (1) en de aanduiding gebruiksmodus (4) boven de toets gebruiksmodus Metaal branden groen.

Als het meetgereedschap zich boven een metalen object bevindt (de lichtring (1) brandt rood), wordt het soort metaal op het display weergegeven: bij magnetische metalen (bijv. ijzer) verschijnt de aanduiding magnetische metalen (e), bij niet-magnetische (bijv. koper) de aanduiding niet-magnetische metalen (d).

Aanwijzing: bij bouwstaalmatten en wapeningen in de onderzochte ondergrond is er over het gehele vlak een uitslag in de meetaanduiding (i) te zien. Typisch verschijnt bij bouwstaalmatten direct boven de ijzerstaven de aanduiding magnetische metalen (e), tussen de ijzerstaven de aanduiding niet-magnetische metalen (d).

Gebruiksmodus Stroomkabel

De gebruiksmodus Stroomkabel is uitsluitend geschikt om spanningvoerende leidingen (110–230 V) te vinden.

Druk op de toets gebruiksmodus Stroomkabel (9) om de gebruiksmodus Stroomkabel te activeren. De lichtring (1) en de aanduiding gebruiksmodus (4) boven de toets gebruiksmodus Stroomkabel branden groen.

Als een spanningvoerende leiding wordt gevonden, verschijnt op het display de aanduiding voor spanningvoerende leidingen (f). Beweeg het meetgereedschap herhaaldelijk over het vlak om de spanningvoerende leiding nauwkeuriger te lokaliseren. Nadat er meerdere keren overheen is bewogen, kan de spanningvoerende leiding zeer nauwkeurig worden aangegeven. Als het meetgereedschap zich heel dicht bij de leiding bevindt, dan knippert de lichtring (1) rood en is er een geluidssignaal met snel opeenvolgende tonen te horen.

Aanwijzingen:

  • Spanningvoerende leidingen worden in elke gebruiksmodus aangegeven.
  • Spanningvoerende leidingen kunnen gemakkelijker worden gevonden, wanneer stroomverbruikers (bijv. lampen, apparaten) op de gezochte leiding aangesloten en ingeschakeld worden. Schakel de stroomverbruikers uit, voordat u in de muur boort, zaagt of freest.
  • Onder bepaalde omstandigheden (zoals bijv. achter metalen oppervlakken of achter oppervlakken met een hoog watergehalte) kunnen spanningvoerende leidingen niet betrouwbaar worden gevonden. De signaalsterkte van een spanningvoerende leiding is afhankelijk van de ligging van de kabels. Controleer daarom door verdere metingen in de directe omgeving of andere informatiebronnen of een spanningvoerende leiding aanwezig is.
  • Niet-spanningvoerende leidingen kunt u als metalen objecten in de gebruiksmodus Metaal vinden. Gevlochten kabels worden daarbij niet aangegeven (in tegenstelling tot kabels van stevig materiaal).
  • Statische elektriciteit kan ertoe leiden dat leidingen niet of onnauwkeurig (bijv. over een groot gebied) worden aangegeven. Om de aanduiding te verbeteren, legt u uw vrije hand naast het meetgereedschap vlak op de muur om de statische elektriciteit te verminderen.

Aanwijzingen voor werkzaamheden

Objecten markeren

U kunt gevonden objecten indien gewenst markeren. Meet zoals gebruikelijk.

Als u de grenzen of het midden van een object heeft gevonden, dan markeert u de ge- zochte plek door de markeringsopening (2).

Temperatuurbewaking

Het meetgereedschap is uitgerust met een temperatuurbewaking, omdat een exacte meting alleen mogelijk is zo lang de temperatuur binnenin het meetgereedschap constant blijft.

90 | Nederlands

Als de aanduiding temperatuurbewaking (g) oplicht, bevindt het meetgereedschap zich buiten de gebruikstemperatuur of was blootgesteld aan sterke temperatuurschommelingen.

Schakel het meetgereedschap uit en laat het eerst op temperatuur komen, voordat u het weer inschakelt.

Waarschuwingsfunctie

Als op het display de waarschuwingsaanduiding (b) oplicht en de aanduiding gebruiksmodus (4) boven de toets gebruiksmodus Droogbouw (11) knippert, moet u de meting opnieuw starten. Neem het meetgereedschap van de muur en plaats het op een andere plek op de ondergrond.

Als de waarschuwingsaanduiding (b) op het display knippert, stuur dan het meetgereedschap in het opbergetui (19) op naar een geautoriseerde Bosch klantenservice.

Nakalibreren

Als in de gebruiksmodus Metaal de meetaanduiding (i) voortdurend uitslaat, hoewel zich geen object van metaal in de buurt van het meetgereedschap bevindt, kunt u het meetgereedschap handmatig nakalibreren.

  • Zorgiervoor dat de batterij-aanduiding (h) nog ten minste 1/3 capaciteit aangeeft.
  • Schakel het meetgereedschap uit.
  • Verwijder alle objecten die zouden kunnen worden aangegeven, uit de buurt van het meetgereedschap (ook horloge of ringen van metaal).
    Houd het meetgereedschap horizontaal zodanig in de lucht dat de achterkant van het meetgereedschap naar de vloer wijst.
    Vermijd felle lichtbronnen of direct zonlicht op de achterkant van het meetgereedschap, zonder dat u dit gebied afdekt.
  • Druk tegelijkertijd op de aan/uit-toets (5) en de toets geluidssignaal (7) en houd beide toetsen zo lang ingedrukt tot de lichtring (1) rood brandt. Laat dan beide toetsen los.
  • Als de kalibratie succesvol was, start het meetgereedschap na enkele seconden automatisch en is weer gereed voor gebruik.

Aanwijzing: Start het meetgereedschap niet automatisch, herhaal dan het nakalibreren. Als het meetgereedschap dan toch niet start, stuur het dan in het opbergetui (19) op naar een geautoriseerde Bosch klantenservice.

Onderhoud en service

Onderhoud en reiniging

- Controleer het meetgereedschap vóór elk gebruik. Bij zichtbare beschadigingen of losse delen binnenin het meetgereedschap is de veilige werking niet meer gewaarborgd.

Houd het meetgereedschap altijd schoon en droog om goed en veilig te werken.

Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.

Verwijder vuil met een droge, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.

Verwijder de glijders (12) aan de achterkant van het meetgereedschap niet.

Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde opbergetui.

Stuur voor reparaties het meetgereedschap in het opbergetui op.

Klantenservice en gebruiksadvies

Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com

Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.

Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.

Nederland

Tel.: (076) 579 54 54

Fax: (076) 579 54 94

E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com

Meer serviceadressen vindt u onder:

Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden gerecycled.

BOSCH GMS 120 Professional - Meer serviceadressen vindt u onder: - 1

Gooi meetgereedschappen en batterijen niet bij het huisvuil!

92 | Dansk

Alleen voor landen van de EU:

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en de implementatie in nationaal recht moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.

Bij een verkeerde afvoer kunnen afgedankte elektrische en elektronische apparaten vanwege de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen schadelijke uitwerkingen op het milieu en de gezondheid van mensen hebben.

Dansk

Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : GMS 120 Professional

Categorie : Elektrisch gereedschap