GEBRUIKSAANWIJZING GRL 250 HV Professional BOSCH
Veiligheidsaanwijzingen voor rotatielasers en afstandsbediening

Alle aanwijzingen要去en gelezen en in achtgenomen worden om zonder risico's enveilig te werken. Wanner deze aanwijzingen Niet in acht genomen worden, dan kannen
geintegreerde veiligheidsvoorzieningen nadelig beinvloed worden. Maak waarschuwingsbordjes nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN DE PRODUCTEN MEE.
Voorzichtig - wanneer andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebrukt of andere methodes uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling.
Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waarschuwingsplaatje (aangegeven op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen).
Is de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje Niet in uw taal, plak dan voor het eerste gebruik de meegeleverde sticker in uw eigenaal hieroverheen.
Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.
- Gebruik de laserbril (accessoire) Niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal; deze beschermtECHTER Niet gegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril (accessoire) Niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en verminder het waarnemen van kleuren.
Laat uw producten uitsluitend repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele verwangingsonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de veiligheid in stand blijft.
Laat kinderen het lasermeetgereedschap Niet zonder toezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk personen können verblinden.
Werk nicht in een omgeving met ontploffingsgevaar waar zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandhaar stof bevinden. Er konnen vonden ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
Aanvullende veiligheidsaanwijzingen voor GRL 250 HV:

Richt de laserstraal Niet op Personen of die- ren en kijk Niet zich in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor kurz u Personen verblinden, oncevallen voroorzaken of het oog beschadigen.
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddelijkukt de straal bewogen worden.
74|Nederlandsl
Aanvullende veiligheidsaanwijzingen voor GRL 300 HV, GRL 300 HVG:
Op het meetgereedschap worden de laseroppeningen aangegeven door een waarschuwingsplaatje. Let op de positie hiervan bij het gebruik van het meetgereed-schap.
Als de tekst van het betreffende waarschuwingsplaatje Niet in uw taal is,plak dan de meegeleverde sticker in uw eigen taal hieroverheen,voordat u het gereedschap voor de eerste keer gebruikt.
Neem bij het gebruik van een laser met laserklasse 3R goednota van maybeke nationale voorschriften. Het Niet in acht nemen van deze voorschriften kan tot letsel leiden.
Het meetgereedschap mag alleen bediend worden door Personen die vertrouwd zich met de omgang met laserapparaten. Volgens EN 60825-1 hoogelijk o.a. de kennis van de biologische werking van de laser opogen en huid evenals het juiste gebruik van de laserbescherming voor het afwenden van gezaren.
Markeer het gebied waar hetmeetgereedschap gebruikt worden met geschikte laserwaarschuwingsborden. Zo voorkomt u dat buitenstaanders de gezarenzone betreden.
Bewaar het meetgereedschap Niet op eenplaats waar onbevoegden toeing hebben. Personen die Niet vertrouwd+zijn met de bediening van het meetgereedschap, kunnen zichelf en andere schade toebrengen.

Richt de laserstraal Niet op Personen of die- ren en kijk Niet zich in de laserstraal. Dit meetgereedschap produeelr laserstraling van laserklasse 3R conform EN 60825-1.Di- rect in de laserstraal kijken - ook vanaf grotere afstand - kan schadelijk zijn voor de ogen.
Zorg ervoor dat het gebied van de laserstraling bewaakt of afgeschermd is. De begrenzing van de laserstraling bennen een gecontroleerd gebied voorkomt oogletsel bij buitenstaanders.
- Plaats het meetgereedschap algijd zodanig dat de laserstralen ver boven of onder ooghoogte lopen. Zo is gewaarborgd dat er geen beschadigingen van de ogen optreden.
Vermijd reflecties van de laserstraal op gladde oppervlakken als ramen of spiegels. Ook door de weerspie-gelde laserstraal is een beschadiging van de ogen mogelijk.
Verdereveiligheidsaanwijzingen
- Gebruik geen optisch concentrerende instrumenten, zoals verrekijker of loep voor het bekijken van de stralingsbron. U kunt hiermee uw ogen beschadigen.

Houd de magnetische accessoiresuit debuurt van implantaten en andere medische apparaten, zoals pacemakers en insulinepompen. Door de magneten van de accessoires worden een veld opgewekt dat de werkig
van implantaten en medische apparaten kan verstoren.
Houd de magnetische accessoires uit de buurt van magnetische gevevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werkig van de magneten van de accessoires kan het tot onomkeerbaar geveensverlies komen.
Open de (oplaadbare) batterijen nicht. Er bestaat gevaar voor kortsluiting.
Bij beschadiging en verkeerd gebruik van de accu kunnen er dampen vrijkomen. De accu kan branden of exploderen. Zorg voor de aanvoer van frisse lucht enzoek bij klachten een arts op. De dampen kuren de luchtwegen irriteren.
Bij verkeerd gebruik of een beschadigde accu kan brandbare vloeistofuit de accu lekken.Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af.Wanneer de vloeistof in de ogen komt,dient u bovendien een arts te raadplegen.Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties of verbrandingen leiden.
Door spitse voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroe-vendraaiers, of door krachtinwerking van buitenaf kan de accu beschadigd worden. Er kan een interne kortsluiting ontstaan en de accu doeon branden, roken, exploderen of oververhitten.
Houd de Niet-gebruekte accu uit de buurt van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of anderekleine metalen voorwerpen die overbrugging van decontacten zonden hunken veroorzaken. Kortsluitingtussen de accucontacten kan brandwonden of brand totgevolg hebben.
- Gebruik de Bosch-accu alleen in producten van de fabrikant. Alleen zo worden de accu gegen gevaarlijke overbelasting beschermd.
Laad de Bosch-accu alleen met het meegeleverde oplaadapparaat op.

Beschem accu's gegen但它, bijvoorbeeld ook gegen voortdurend zonlicht, vuur, vuil, water en vocht. Er bestaat gevaar voor explosie en kortsluiting.
Veiligheidsaanwijzingen voor oplaadapparaten

Lees alle veiligheidsaanwijzingen en instructies. Het Niet naleven van de veiligheidsaanwijzingen en instructies kan elektrische schokken,brand en/of zware verwondingenveroorzaken.
Bewaar alle veiligheidsaanwijzingen en instructies voor toekomstig geleruik.
Dit oplaadapparaat is nicht bestemd voor gebruik door kinderen en Personen met beperkte licha
melijke, zintuiglijke of geestelijkke capacitieren of gebrek aan ervaring en kennis. Dit oplaadapparaat kan door kinderen vanaf 8JAare evenals door personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijkke capacitieren of gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, mits zich onder toezicht staan van een persoon die voor hun verilgheid verantwoordelijk is, of door deze in het veilige gebruik van het oplaadapparaat geinstruereeerd werden en zij de hiermee verbonden genbrijpen. Anders bestaat er gevaar voor foute bedieening en verwondingen.
Houd toezicht op kinderen bij gebruik, reiniging en onderhoud. Op deze manier worden gewaarborgd dat kinderen nicht met het oplaadapparaat spelen.
Laad alleen Bosch NiCd/NiMH-accu's met een capacititeit van 9 Ah (2 accucellen). De.accuspanning要去 bij de acculaadspanning van het oplaadapparaat passen. Laad geen accu's die Niet oplaadbaar zich. Anders bestaat er brand- en explosiegevaar.
Houd het oplaadapparaat uit de buurt van regen of natheid. Het binnendringen van water in een elektrisch toestel verhoogt het risico van een elektrische schok.
Laad het meetgereedschap alleen met het meegele-verte oplaadapparaat.
Houd het oplaadapparaat schoon. Door verruilingbestaat er gevaar voor een elektrische schok.
Controller voor elk gebruik oplaadapparaat, kabel en stekker. Gebruik het oplaadapparaat Niet, als u be
schadigingen vaststelt. Open het oplaadapparaat zichelf en LAST het uitsluitend repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originelevervangingsonderdelen. Beschadigde oplaadappara-ten, kabels en stekkers verhogen het risico van een elektrische schok.
- Gebruik het oplaadapparaat Niet op eenlicht ontv lambare ondergrond (bijv. papier, textiel enz.) of in een brandbare omgeving. Vanwege de bij het opladen optredende verwarming van het oplaadapparaat bestaat brandgevaar.
Beschrijving van producten werking
Neem goednota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijing.
Beoogd gebruik
Rotatielaser
Het meetgereedschap is bestemd voor het meten en contro-leren van nauwkeurig waterpas verlopende hoogtelijnen, verticale lijnen, vluchtlijnen en loodpunten.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.
Afstandsbediening
De afstandsbediening is bestemd voor de besturing van Bosch-rotatielasers per infrarood.
De afstandsbediening is geschikt voor gebruik binnen en buiten.
Afegebelede componenten
De nummering van de afgebeelde componenten heeft betrekkig op de weergave van meetgereedschap en afstandsbediening op de pagina's met afbeeldingen.
Rotatielaser/opaadapparaat
(1) Aanduiding schokwaarschuwingsfunctie
(2) Toets schokwaarschuwing
(3) Statusaanduiding
(4) Aan/uit-toets
(5) Toets rotatiemodus
(6) Variabele laserstraal
(7) Sensor voor afstandsbedieling
(8) Opening voor laserstraal
(9) Loodpunt maar boven
(10) Rotatiekop
(11) Toets lijnmodus
(12) Batterijwaarschuwing
(13)Accupack
(14) Batterijyak
(15) Vergrendeling van batterijvak
(16) Vergrendeling van accurack
76 | Netherlands
(17) Oplaadbus
(18) Oplaadapparaat
(19)Netstekker van oplaadapparaat
(20) Oplaadstekker
(21) Statiefopname 5/8"
(22) Serienummer
(23) Laser-waarschwingsplaatje
(24) Waarschuwingsplaatje opening voor laserstraal (GRL 300 HV/GRL 300 HVG)
A) Niet elk afgebeeld en beschreiben accessoire is standard bij de levering inbegren. Alle accessoires zich te vinden in ons accessoireprogramma.
Afstandsbediening
(25) Afstandsbediening
(26) Toets rotatiemodus
(27) Toets Iijnmodus
(28) Toets reset schokwaarschuwing
(29) Toets rechtsom draaien
(30) Toets linksom draaien
(31) Aanduiding signaalzending
(32) Opening voor infraroodstraling
(33) Serienummer
(34) Vergrendeling van het batterijvakdeksel
(35) Batterijvakdeksel
Accessoires/vervangingsonderdelen
(36) Laserontvanger
(37) Meetlat
(38) Statief
(39) Bevestigingschroef van wandhouser
(40) Bevestigingsgaten van wandhouser
(41) 5 / 8^ -statiefopname van wandhouser
(42) Wandhouser/uitlijneenheid
(43) Schroef op de uitlijneidenheid
(44) 5 / 8^ -schroef van wandhouser
(45) Magnet
(46) Laserbri
(47) Laserrichtbord
(48) Koffer
A) Niet elk afgebeeld en beschreiben accessoire is standard bij de levering inbegren. Alle accessoires zich te vinden in ons accesoirreprogramma.
Technische gegevens
Rotatielaser GRL 250 HV GRL 300 HV GRL 300 HVG
| Productnummer | 3601 K61 6.. 3601 K61 5.. 3601 K61 7.. |
| Werkbereik (radius)\(^{A|B|}\) | | | |
| - zonder laserontvanger ca. 30 m 30 m 50 m | | | |
| - met laserontvanger ca. 0,5-125 m 0,5-150 m 0,5-150 m | | | |
| Nivelleernauwkeurigheid\(^{A|C)}\) | ±3 mm (bij 30 m) ±3 mm (bij 30 m) ±3 mm (bij 30 m) |
| Zelfnivelleerbereik typisch ±8% (±4,6°) ±8% (±4,6°) ±8% (±4,6°) | | | |
| Nivelleertijd typisch 15 s 15 s 15 s | | | |
| Rotatiesnelheid 150/300/600 min | 150/300/600 min-1 | 150/300/600 min-1 |
| Openingshoek bij lijnmodus 10/25/50° | 10/25/50° | |
| Gebruikstemperatuur | -10°C ... +50°C | -10°C ... +50°C | 0°C ... +40°C |
| Opslagtemperatuur | -20°C ... +70°C | -20°C ... +70°C | -20°C ... +70°C |
| Max. gebruikshoopte boven referentiehoogte | 2000 m | 2000 m | 2000 m |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 90 % | 90 % | 90 % |
| Vervoilingsgraad volgens IEC 61010-1 | 2D) | 2D) | 2D) |
| Laserklasse | 2 | 3R | 3R |
| Lasertype | 635 nm, < 1 mW | 635 nm, < 5 mW | 532 nm, < 5 mW |
| Divergentie | 0,4 mrad (volledige hoek) | 0,4 mrad (volledige hoek) | 0,4 mrad (volledige hoek) |
| Statiefopname horizontal | 5/8"-11 | 5/8"-11 | 5/8"-11 |
| Oplaadbare batterijen (NiMH) | 2 × 1,2 V HR20 (D) | 2 × 1,2 V HR20 (D) | 2 × 1,2 V HR20 (D) |
| (9 Ah) | (9 Ah) | (9 Ah) |
| Batterijen (alkaline) | 2 × 1,5 VLR20 (D) | 2 × 1,5 VLR20 (D) | 2 × 1,5 VLR20 (D) |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | 1,8 kg | 1,8 kg | 1,8 kg |
Rotatielaser GRL 250 HV GRL 300 HV GRL 300 HVG
| Afmetingen (lengte × bredde × hoogte) 190 × 180 × 170 mm 190 × 180 × 170 mm 190 × 180 × 170 mm |
| Beschermklasse IP 54 (stof- en spatwa-terbescherming) | IP 54 (stof- en spatwa-terbescherming) | IP 54 (stof- en spatwa-terbescherming) | |
A) bij 25°C
B) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden.
C) langs de assen
D) Er ontstaat slechts een Niet geleidende verruiling, waar bij echter soms een tijdelijke geleidhaarheid wort verwacht door bedauwing. Het productnummer (22) op het typeplaatje dien voor een ondubelzinnige identificatie van uw meetgereedschap.
| Oplaadapparaat CHNM1 |
| Productnummer | | 2610 A15 290 |
| Ingangsspanning V~ 100-240 | | |
| Ingangswisselstroomfrequentie Hz 50/60 | | |
| Uitgangsspanning V= 3 | | |
| Uitgangsstroom A 1,0 | | |
| Toegestane accutemperatuur bij het opladen | °C | 0 ... +40 |
| Oplaadtijd | h | 14 |
| Aantal accuellen | | 2 |
| Nominale spanning (per accucel) | V= 1,2 | |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | kg | 0,12 |
| Isolatieklasse | | ☐ /☐ |
| Afstandsbediening | RC 1 |
| Productnummer | 3601 K69 9.. |
| WerkbereikA) | 30 m |
| Gebruikstemperatuur | -10 °C ... +50 °C |
| Opslagtemperatuur | -20 °C ... +70 °C |
| Max. gebruikshoopte boven referentiehoogte | 2000 m |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 90 % |
| Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 | 2B) |
| Batterij | 1 × 1,5 V LR6 (AA) |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | 0,07 |
A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden.
B) Er ontstaat slechts een Niet geleidende verruiling, waar bij echter soms een tijdelijke geleidhaarheid wort verwacht door bedauwing. Het serienummer (33) op het typeplaatje dient voor een duidelijke identificatie van uw afstandsbediening.
Montage
Energievoorziening afstandsbediening
Voor de werkig van de afstandsbediening worden het gebruik van alkali-mangaan-batterijen aangeraden.
Voor het openen van het batterijvakdeksel (35) duwt u de vergrendeling (34) in de richting van de pijl en haalt u het batterijvakdeksel eraf. Plaats de batterij.
Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.
Verwijder de batterijuit de afstandsbediening, wanneer u deze langere tijd Niet gebruikt. De batterij kan bij een langere opslagduur in de afstandsbediening gaan corroderen en zichzelf ontladen.
Energievoorzieningmeetgereedschap
Het meetgereedschap kan met in de handel verkrijjbare (oplaadbare) batterijen of met een Bosch-accupack worden gebruikt.
Werking met accupack
Let op de netspanning! De spanning van de stroombron要去 overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van het oplaadapparaat.
Laad de accupack (13) Voor het eerste gebruik op. De accupack kan uitsluitend met het waarvoort bestemde oplaadapparaat (18) worden opgeladen.
Steek de bij uw elektriciteitsnet passende netstekker (19) in het oplaadapparaat (18) en LAST.
78|Nederlandsl
Steek de oplaadstekker (20) van het oplaadapparaat in de oplaadbus (17) op de accupack (13). Sluit het oplaadapparaat op het elektriciteitsnet aan.
Voor het opladen van de lege accupack is ca. 14aar nodig. Oplaadapparaat en accupack zich beveiligd gegen overladen. Een neue of lang Niet gebruikte accupack levert pas na ca. vijf oplaad- en ontlaadcylcij waar volledige capaciteit.
Laad de accupack (13) Niet na elk gebruik op, odomat anders zich capacititeit worden verminderd. Laad de accupack pas op, wanner de batterijwaarschuwing (12) permanent brandt of knippert.
Een duidelijk kortere gebruksduur na het opladen duidt erop dat de accupack versleten is en moet worden verrangen. Bij een lege accupack kut u het meetgereedschap ook met behulp van het oplaadapparaat (18) gebruiken, wanner dit op het elektriciteitsnet is aangesloten. Schakel het meetgereedschapuit, laad de accupack ca. 10 minuten op en schakel daarna het meetgereedschap met aangesloten oplaadapparaat wee in.
Voor het verwisselen van de accapack (13) draait u de vergrendeling (16) in stand n trekt de accapackuit het meetgereedschap. Schuif een neue accapack in het meetgereedschap en draai de vergrendeling (16) in stand
Haal de accupack uit het meetgereedschap, wonneer u dit langere tijd Niet gebruikt. Accu's hunnen bij een langere periode van opslag in het meetgereedschap corroderen of zichzelf ontladen.
Gebruik met (oplaadbare) batterijen
Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkali-mangaanbatterijen of accu's geadviseerd.
Voor het wegnemen van het batterijvak (14) draait u de vergrendeling (15) in stand. A rek het batterijvakuit het meetgereedschap enplaats de (oplaadbare) batterijen.
Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.
Verwissel altijd alle batterijen of accu's tegelijkkertijd. Gebruik alleen batterijen of accu's van een fabrikant en met dezelfde capaciteit.
Schuif het batterijvak (14) in het meetgereedschap en draai de vergrendeling (15) in stand
Haal de (oplaadbare) batterijen uit het meetgereed-schap, wonneer u dit langereijd nicht gebruikt. De (oplaadbare) batterijen+kennen bij een langereperiode van opslag in het meetgereedschap corroderen en zichsclfontladen.
Aanduiding laadtoestand
Als de batterijwaarschuwing (12) voor de eerste keer rood knippert, dan kan het meetgereedschap nog 2aar worden gebruikt.
Als de batterijwaarschuwing (12) permanent rood brandt, dan zich geen metingen meer möglichk. Het meetgereed-schap worden na 1 minuut automatischuitgeschakeld.
Gebruik
Beschem het meetgereedschap en de afstandsbedienning gegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap en de afstandsbediening Niet bloot aan extreme temperaten of temperatuurschommelingen. Laat ze bijv. Niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap en de afstandsbediening bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen, voordat u deze gaat gebruiken.Voer,voordat u doorwerkt met het meetgereedschap, altijd een nauwkeurigheidscontroleuit(zie,Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap",Pagina 80).
Bij extreme temperatenr of temperatuerschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beinvloed worden.
Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op hetmeetgereedschap, moet u algtd voor het opniewe gebruiken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uityoeren (zie "Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap", Pagea 80).
Ingebruikname afstandsbediening
Bij het indrukken van de bedieningstoetsen kan het meetgereedschap uit de niveleermodus worden gehaal, zodat de rotatie even stopt. Door het gebruik van de afstandsbediening worden dit effect vermeden.
Zolang een batterij met voldoende spanning in het batterijvak aanwezig is, blijft de afstandsbediening gereed voor gebruik.
Plaats het meetgereedschap zodanig dat de signalen van de afstandsbediening een van de sensors (7) in directe richting bereiken. Als de afstandsbediening Niet direct op een sensor kan worden gericht, dan worden het werkbereikkleiner. Door reflecties van het signalaal (bijv. bij muren) kan het bereik ook bij een indirect signalaal weeorden verbeterd.
Nadat op een toets op de afstandsbediening is gedrukt, geeft het oplichten van de aanduiding signalazending (31) aan dat een signal waerd verzonden.
In- en uitschakelen van het meetgereedschap met de afstandsbediening is Niet möglichk.
Ingebruikname rotatielaser
Houd de werkzone vrij van obstakels die de laserstraal zonden hunnen reflecteren of belemmeren. Dek bijv. spiegelende of glanzende oppervlakken af. Meet Niet door glazen ruiten of soortgelijke materialen heb.
Door een gereflecteerde of belemmerde laserstraal kunnen de meetresultaten worden vervalst.
Meetgereedschapplaatsen


Horizontale positie Verticale positie
Plaats het meetgereedschap in horizontale of verticale positie op een stabiele ondergrond, monteer het op het statief (38) of op de wandhouser (42) met uitlijneuenheid.
Vanwege de hoge nivelleernauwkeurigheid reageert het meetgereedschap zeer gevoelig op trillingen en veranderingen van positie. Letkaarom op een stabiele positie van het meetgereedschap om onderbrekingen van het gebruik door opnieuw nivellenen te voorkomen.
In-/uitschakelen
Voor het inschakelen van het meetgereedschap drukt u op de aan/uit-toets (4).Alle aanduidingen lichten even op.Het meetgereedschap zendt de variabile laserstraal (6) en het loodpunt maar boven (9)uit de openings (8).
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk zich Niet in de laserstraal, ook Niet vanaf een große afstand.
Het meetgereedschap begint direct met het automatisch nivellenen. Tijdens het nivellenen knippert de statusaanduiding (3) groen, de laser roteert Niet en knippert.
Het meetgereedschap is klaar met nivellenen zodra de statusaanduiding (3) permanent groen brandt en de laser permanent brandt. Na voltooiing van het nivellenen start het meetgereedschap automatisch in de rotatiemodus.
Laat het ingeschakelde meetgereedschap Niet onbe heerd awhile en schakel het meetgereedschap na gebruikuit. Andere Personen können door de laserstraal verblind worden.
Met de toets rotatiemodus (5) of de toets lijnmodus (11) kunt u al tijdens het nivelleren de modus vastleggen. In dat geval start het meetgereedschap na voltooien van het nivellenen in de gekozen modus.
Om het meetgereedschap uit te schakelen drukt u opnieuw op de aan/uit-toets (4).
Het meetgereedschap wordt ter bescherming van de (oplaadbare) batterijen automatisch uitgeschakeld, wanneer het zich langer dan 2 uur buiten het zichnivelleerbereik bevindt of de schokwaarschuwing langer dan 2 uur geactiveerd is. Plaats het meetgereedschap opnieuw in de juiste positie en schakel het weein.
Modi
Overzicht modi
De 3 gelebruiksmodi zijn allemaal in horizontale en verticale positie van het meetgereedschap möglichk.

Rotatiemodus
De rotatiemodus is bijzonder aan te raden bij het gebruik van de laserontvanger. U kunt kiezen uit verschillende rotatiesnelheden.

Lijnmodus
In deze gebruiksmodus beweegt de variabele laserstraal zich in een begrensde openingshoek. Daardoor wordt de zichbaarheid van de laserstraal ten opzichte van de rotatiefunctie verbeterd. U kunt uitterschillende openingshoeken kiezen.

Puntmodus
In deze gebruiksmodus worden de beste zichtaarheid van de variabele laserstraal bereikt. Deze dient bijv. voor het eenvoudig overbrengen van hoogtes ofoor het controeren van rechte lijnen.
Lijn- en puntmodus zichn Niet geschikt voor het gebruik met de laserontvanger (36).

Rotatiemodus
Telkens na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de rotatiemodus met standardar rotatiesnelheid (300min^-1)
Om van lijn- maar rotatiemodus te gaan, drukt u op de toets rotatiemodus (5) of op de toets rotatiemodus (26) van de afstandsbediening.
Voor het wijzigen van de rotatiesnelheid drukt u zo vaak op de toets rotatiemodus (5) of de toets rotatiemodus (26) van de afstandsbediening tot de gewenste能力和 is bereikt.
Tijdens werkzaamheden met de laserontvanger dient u de hoogste rotatiesnelheid te kiezen. Bij het werken zonder la serontvanger verlaagt u voor een betere zichtaarheid van de laserstraal de rotatiesnelheid en gebruikt u de laserbril (46).

Lijnmodus/puntmodus
Om maar de lijnmodus of puntmodus te gaan, drukt u op de toets lijnmodus (11) of de toets lijnmodus (27) van de afstandsbediening.
Het meetgereedschap gaat maar de lijnmodus met dekleinste openingsshoek.
Voor het wijzigen van de openingshoek drukt u zo vaak op de toets lijnmodus (11) of de toets lijnmodus (27) van de afstandsbediening tot de gewenste gebruiksmodus is bereikt. De openingshoek worden stapsgewijs bij elkeeer indrukken vergroot, tegelijkkertijd worden de rotatiesnelheid bij elk stapje verhoogd.
Na de grootste openingshoek gaat het meetgereedschap na kort natrillen maar de puntmodus. Als er opnieuw op de toets voor lijnmodus (11) worden gedrukt, dan gaat u terug maar de lijnmodus met dekleinste openingshoek.
80|Nederlandsl
Aanwijzijing: Vanwege de traagheid kan de laser iets over de eindpunten van de laserlijn hebenschommelen.
Functies

Lijn/punt bij horizontale positie binnen het k draaien (zie afbeelding A)
Bij een horizontale positie van het meetgereedschap kunt u de laserlijn of de laserpunt binnen het rotatievlak van de la ser in de juiste positie plaatsen. Draaien is met 360^ mogelijk.
Draai hiervoor de rotatiekop (10) met de hand in de gewens te positie of gebruik de afstandsbediening: druk voor rechtsom draaien op de toets rechtsom draaien (29) van de afstandsbediening, voor linksom draaien op de toets linksom draaien (30) van de afstandsbediening. Bij rotatiemodus heeft het drukken op de toetsen geen efect.

Rotatievlak bij verticale positie draaien (ding B)
Bij een verticale positie van het meetgereedschap kunt u laserpunt, laserlijk of rotatievlak voor eenvoudig in een lijn brengen of parallel uitlijnen in een bereik van ± 8% om de verticale as draaien.
Voor rechtsom draaien drukt u op de toets rechtsom draaien (29) op de afstandsbediening.
Voor linksom draaien drukt u op de toets linksom draaien (30) op de afstandsbediening.
Het meetgereedschap herkent vanzelf horizontale of verticale positie. Voor het wisselen tussen de horizontale en verticale positie schakelt u het meetgereedschapuit,plaatst het opnieuw in de juiste positie en schakelt het weer in.
Na het inschaken controleert het meetgereedschap de horizontale of verticale positie en compenseert oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereik van ca. ± 8% (± 4,6^) automatisch.
Tijdens het nvelleren knippert de statusaanduiding (3) groen, de laser roeteert Niet en knippert.
Het meetgereedschap is maar met nivellenen zodia de statusaanduiding (3) permanent groen brandt en de laser permanent brandt. Na voltooiing van het nivellenen start het meetgereedschap automatisch in de rotatiemodus.
Als het meetgereedschap na het inschakenen of na een positieveranderingeer aan dan 8 % scheef staat, dan is nivellenen nicht更是er可想而知. In dit geval wordt de rotor gestopt, de la ser knippert en de statusaanduiding (3) brandt permanent rood.
Plaats het meetgereedschap opnieuw in de juiste positie en wacht het nivellenen af. Zonder opnieuw in de juiste positie plaaten worden na 2 minuten de laser en na 2aar het meetgereedschapuitgeschakeld.
Als het meetgereedschap genivelleerd is, controleert het voortdurend de horizontale of verticale positie. Bij positie
veranderingen worden automatisch genivelleerd. Om foutieve metingen te voorkomen, stopt de rotorijdens het nivelleren, de laser knippert en de statusaanduiding (3) knippert groen.

Schokwaarschuwingsfunctie
Het meetgereedschap heeft een schokwaarschuwingsfunctie. Deze voorkomt bij positieveranderingen of trillingen van het meetgereedschap of bij trillingen van de ondergrond het nivellenen in veranderde positie en daarmee fouten door een versuschuving van het meetgereedschap.
Schokwaarschuwing inschakelen/activeren: Druk op de toets schokwaarschuwing (2). De aanduiding schokwaarschuwing (1) brandt permanent groen. De schokwaarschuwing worden onceveer 30 seconden na het inschaken van de schokwaarschuwingsfunctie geactiveerd.
Schokwaarschuwing geactiveerd: Als bij een positieverandering van het meetgereedschap het bereik van de nivelleernauwkeurigheid overschreden of een sterke trilling gereigstreerd worden, dan worden de schokwaarschuwing geactiveerd: het roteren van de laser worden gestopt, de laserstraal knippert, de statusaanduiding (3)Gaat uit en de aanuiding schokwaarschuwing (1) knippert rood.
De actuèle gebruiksmodus wordt opgeslagen.
Druk bij geactiveerde schokwaarschuwing op de toets schokwaarschuwing (2) op het meetgereedschap of op de toets reset schokwaarschuwing (28) op de afstandsbedie- ning. De schokwaarschuwingsfunctie worden opnieuw gestart en het meetgereedschap begint met het nivellenen. Zodra het meetgereedschap kaar is met nivellenen (de statusaanduiding (3) brandt permanent groen), start het automatisch in de opgeslagen modus.
Controleer nu de positie van de laserstraal aan de hand van een referentiepunt en corrigeer de hoogte of uitlijning van het meetgereedschap eventuel.
Als bij geactiveerde schokwaarschuwing de functie Niet door drukken op de toets schokwaarschuwing (2) op het meetgereedschap of op de toets reset schokwaarschuwing (28) op de afstandsbediening opnieuw worden gestart, dan worden na 2 minutes de laser en na 2aar het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld.
Schokwaarschuwingsfunctie uitschakelen: Druk een keer op de toets schokwaarschuwing (2) of bij geactiveerde schokwaarschuwing (aanduiding schokwaarschuwing (1) knippert rood) twee keer. Bijuitgeschakelde schokwaarschuwing要去 aanuiding schokwaarschuwing UIT.
Aanwijzig: Met de afstandsbediening kan de schokwaarschuwingsfunctie Niet worden in- of uitgeschakeld, maar alleen na het activeren opnieuw worden gestart.
Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap
Nauwkeurigheidsinvloeden
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur UIT. Vooral vanaf de grond waar boven toe verlopende temperatuurverschillen+kunnen de laserstraal afbuigen.
Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst zichn, dient u het meetgereedschap vanaf een meettraject van 20 meter algid op een statief te monteren. Plaats het meetgereedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak.
De afwijkingen zijn relevant vanaf een meettraject van ca. 20 meter en+kunnen bij 100 meter zelfs het twee-tot viervoudige van de afwijking bij 20 meter bedragen.
Naast exter nvoeden kunnen ook toestelspecifieke in vloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controleer daarom de niveleernauwkeurigheid, telkens voordat u begint te werken.
Als het meetgereedschap bij een van de controles de maxi-male afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te lately repareren.
Nivelleernauwkeurigheid bij horizontale positie controeren
Voor een betrouwbaar en nauwkeurig resultaat worden de controle op een vrij meettraject van 30 m op een vaste ondergrond voor een muur aangeraden. Voer voor beiden assen telkens een compleet meetprocesuit.
- Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een afstand van 30m van de muur op een statief ofplaats het op een stevige,vlakke ondergrond.Schakel het meetgereedschap in.

- Markeer na voltooing van het nivelleren het midden van de laserstraal op de muur (punt I).

Draai het meetgereedschap 180^ zonder de positie er van te wijzigen. Laat het niveilleren en markeer het miden van de laserstraal op de muur (punt II). Let erop dat punt II zo loodrecht maybek boven of onder punt I ligt. Uit het verschil d van de beide gemarkeerde punten I en II op de muur blijkt de werkelijkhe hoogteafwijking van het meetgereedschap voor de gemeten as.
Herhaal het meetproces voor de andere as. Draai hiervoor het meetgereedschap vór aanvang van het meetproces 90^
Op het meetetraject van 30 m bedraagt de maximaal togete- stane afwijking:
30m× ± 0,1mm / m = ± 3mm . Het verschil d:tussen de punten I en II mag dus bij elk van de beiden meetprocessen maxi- maal 6 mm bedragen.
Aanwijzingen voor werkzaamheden
- Gebruik voor het markeren altijd alleen het midden van het laserpunt of de laserlijn. De grootte van het laserpunt of de bredte van de laserlijn veranderen met de afstand.
Werken met het laserrichtbord (zie afbeelding C)
Het laserrichtbord (47) verbetert de zichtaarheid van de la serstraal onder ongunstige omstandigheden en over grotere afstanden.
Het reflecterende vlak van het laserrichtbord (47) verbeter de zichtbaarheid van de laserlijn, door het transparante vlak is de laserlijn ook aan dechterzijde van het laserrichtbord te zien.
Werken met het statief (accessaire)
Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Zet het meetgereedschap met de 5 / 8" statiefopname (21) op de schroefdraad van het statief (38). Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.
Bij een statief met schaalverdeling op het uittrekbare gedeel te kunt u de hoogteverplaatsing direct instellen.
Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap in schakelt.
Werken met de wandhouser WM 4 (accessoire) (zie afbeelding D)
U kunt het meetgereedschap ook op de wandhouser met uitlijneenheid (42) monteren. Schroef hiervoor de 5 / 8" schroef (44) van de wandhouser in de statiefopname (21) op het meetgereedschap.
Montage aan een muur: De montage aan een muur worden bijv. aangeraden bij werkzaamheden die boven de uittrekhoogte van statieven liggen, of bij werkzaamheden op een onstabile ondergrond en zonder statief.
Schroef de wandhouser (42) met schroeven door de bevestigingsgaten (40) aan een muur of met de bevestigingsschoef (39) op een lat vast. Monteer de wandhouser zo loodrecht möglichk op een muur en let op een sta-biele bevestiging.
Montage op een statief: U(Int)kunt de wandhouser (42)eveneens met de statiefopname (41) op de achterkant op een statief schroeven. Deze bevestiging wordt vooral aangera-den bij werkzaamheden waar bij het rotatievlak op een referentielijn moet worden uitgelijnd.
Met behulp van de uitlijneenheid kutu het gemonteerde meetgereedschap verticaal (bij montage aan de muur) of horizontaal (bij montage op een statief) in een bereik van ca.
82|Nederlandsl
16 cm verschuiven. Draai hiervoor de schroef (43) op de uitlijneenheid los,verschuif het meetgereedschap in de gewenste positie en draai de schroef (43) weer vast.
Werken met de laserontvanger (accessoire)
Bij ongunstige lichtomstandigheden (lichte omgeving, direc- te zonnestralen) en op grotere afstanden kurz u de laserontvanger (36) gebruiken om de laserlijnen better te konnen vinden.
Bij rotatielasers met meerde gebruiskmodi kiest u horizon-tale of verticale modus met de hoogste rotatiesnelheid.
Voor het werken met de laserontvanger leest en volgt u de instructies in de gebruiksaanwijzing ervan.
Werken met de afstandsbediening
Bij het indrukken van de bedieningstoetsen kan het meetgereedschap uit de niveleermodus worden gehald, zodat derotatie even stopt. Door het gebruik van de afstandsbediening worden dit effect vermeden.
Sensors (7) voor de afstandsbediening bevinden zich aan drie kanten van het meetgereedschap, o.a. boven het bedieningspaneel aan de voorkant.
Werken met de meetlat (accessaire) (zie afbeelding E)
Voor het controlleren van effenheden of het toepassen van verval worden het gebruik van de meetlat (37) samen met de laserontvanger aangeraden.
Op de meetlat (37) is boven een relatieve verdelschaal aan gebracht. De nulhoogte waarvan kut u onder op het uittrekbare gedeelte vooraf instellen. Daarmee+kunnen afwijkingen van de gewenste hoogterechtstreeks worden afgelezen.
Laserbril (accessoire)
De laserbril filter het omgevingslichtuit. Daardoor lijkt het Licht van de laser voor het oog helderder.
- Gebruik de laserbril (accessoire) Niet als verligheids-bril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter Niet gegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril (accessoire) Niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en verminder het waarnemen van kleuren.
Toepassingsvoorbeelden
Hoogtes overbrengen/controleren (zie afbeelding F)
Zet het meetgereedschap in horizontale positie op een steige ondergrond of monteer het op een statief (38) (accessaire).
Werkzaamheden met statief: lijn de laserstraal op de gewenste hoogte uit. Breng de hoogte maar deplaats van bestemming over of controller de hoogte.
Werken zonder statief: bepaal met behulp van het laserrichtbord (47) het hoogteverschil tussen laserstraal en hoogte op het referentiepunt. Breng het gemeten hoogteverschil waar de plaatsvan bestemming over of controller het gemeten hoogteverschil.
Loodpuntaarboven paralleluitlijnen/rechtehoek toepassen (zie afbeelding G)
Als rechte hoeken toegepast of tussenmuren uitgelijnd moeten worden, dan moet u de loodpuntaar boven (9) parallel, d.w.z. opdezelfde afstand tot een referentielijn (bijv.muur), uutilijnen.
Zet hiervoort het meetgereedschap in verticale positie en plaats het zodenig dat de loodpunt maar boven ongeveer par- rallel met de referentielijn loopt.
Meet voor het nauwkeurig in juiste positieplaatsen de afstandussen het loodpunt hier boven en de referentielijn direct bij het meetgereedschap met behulp van het laserrichtbord (47). Meet de afstandussen het loodpunt hier boven en de referentielijn opnieuw op een zo groot mogelijk afstand van het meetgereedschap. Lijn het loodpunt hier boven zodeniguit dat hetdezelfde afstand tot de referentielijn heeft als bij de meting direct bij het meetgereedschap.
De rechte hoek t.o.v. het loodpunt maar boven (9) worden aangegeven door de variabile laserstraal (6).
Loodlijn/verticalvlakweergeven (zieafbeeldingH)
Voor het aangeven van een loodlijn of een verticaal vlak zet u het meetgereedschap in de verticale positie. Als het verticale vlak in een rechte hoek met een referentielijn (bijv. muur)要去 lopen, lijn dan de loodpunt maar boven (9) op deze referentielijn UIT.
De loodlijn worden door de variabile laserstraal (6) aangegeven.
Loodlijn/verticalvlakuiitlijnen (zieafbeeldingI)
Om de verticale laserlijn of het rotatievlak op een referentiepunt op een muuruit te lijnen,plaatst u het meetgereed-schap in de verticale positie en lijnt u de laserlijn of het rotatievlak grof op het referentiepunt uit. Voor het nauwearigui:tlijnen op het referentiepunt draait u het rotatievlak om de
verticale as (zie, Retatrevlak bij verticale positie draien (zie afbeelding B)“, Pagina 80).
Werken zonder laserontvanger (zie afbeelding J)
Bij gunstige lichtomstandigheden (donkere omgeving) en op korte afstanden kurz u zonder laserontvanger werken. Voor een betere zichtaarheid van de laserstraal kiest u de lijnmodus of u kiest puntmodus en draait de laserstraal maar de plaats van bestemming.
Werken met laserontvanger (zie afbeelding K)
Bij ongunstige lichtomstandigheden (lichte omgeving, direct zonlicht) en op grotere afstanden kurz u de laserontvanger (36) gebruiken om de laserstraal beter te konnen vinden. Kies bij werkzaamheden met de laserontvanger de rotatiemodus met de hoogste rotatiesnelheid.
Meten over große afstanden (zie afbeelding L)
Bij het meten over groe afstanden moet de laserontvanger (36) worden gebruikt om de laserstraal te vinden. Om storingsinvloeden te verminderen, moet u het meetgereedschap altijd in het midden van het werkvlak en op een statief plaatsen.
Buitenshuis werken (zie afbeelding E)
Buitenshuis moet altijd de laserontvanger (36) worden gebruikt.
Monteer bij werkzaamheden op een onbetrouwbare ondergrond het meetgereedschap op het statief (38). Werk alleen met geactiveerde schokwaarschuwingsfunctie om foute metingen bij bodembewegingen of trillingen van het meetgereedschap te vermijden.
Overzicht van de aanduidingen op de rotatielaser
| Laserstraal Rotatie van de laserstraal | Groen Rood | Groen Rood Rood |
| Meetgereedschap inschakelen (1 s zelftest) ● ● ● |
| Nivellenen in het begin en tussentijds 2×/s o 2×/s |
| MeetgereedschapCLAAR met nivellenen/klaar voor gebruik | ● ● ● | | |
| Zelfnivelleerbereik overschreden 2×/s o ● |
| Schokwaarschuwing ingeschakeld ● |
| Schokwaarschuwing geactiveerd 2×/s o 2×/s |
| Batterij-/accuspanning voor ≤ 2aar werkung |
| (Oplaadbare) batterijen leeg | ○○ | | ● |
: permanent
2*s: knipperfrequentie (bjv. twee keer per seconde)
o: functie gestopt
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd meetgereedschap, oplaadapparaat en afstandsbediening altijd schoon.
Dompel meetgereedschap, oplaadapparaat en afstandsbediening Niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Reinig bij het meetgereedschap vooral de vlakken bij de op- ning van de laser regelmatig en let waar bij op pluizen.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over verrangingsonderdelen. Explosietekingen en informatie over verrangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadiesteam helpt u graag bij vragen over once producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van verrangingsonderden altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u onder:
Elektrische apparaten, accu's/batterijen, accessoires en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.

Gooi elektrische apparaten en accu's/batterijen nicht bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU要去en nicht更是 bruikbare elektrische apparaten en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG要去en defecte of verbruike accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.
Dansk
Stille opp malverktoyet


protectie integrate pot fi perturbate. Placutele de
avertizare nu trebuie sa devina niciodata ilizibile. PASTREAZAI IN CONDIITI OPLTIME ACESTE INSTRUCTIUNI SI PREDA-LE IMPREUNA CU PRODUSUL URMATORULUI POSESOR AL ACESTUA.
Tip de protectie IP 54 (protectie
nauuuaan an nannnnnaaannn aannn
Hnueuwnnaaannnnn GRL 300 HV, GRL 300 HVG:
yauoovuaonuunnuuunnuu
Wnwnnnn nn nnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn
aaiiaaaiaaaan 3R nugannnngnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn
ywnnnnnaaannnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn nn nannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne
yunuunlunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnuunnu
aunnnnnae aenannnne annnnnnae annnnnnae

nannnnnnaaennnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn nn nannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne aannnne
nannnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn
1
aannnnnnaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaanaraannnnaaa
nVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVn
nannnnnnaa a. u. nau anu wnu nauu nnannnnaan an an annnnaaennnnae annnnae annnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annannnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae annnnnnae ann
nunnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn
Bosch 1nunnnnnae
Bosch

Jauuuaaannnnnnaa a. u.
uu annnnnnnnnnnnnnnnnnn nn
auanun un naanennnnnnnnnnnn
a 1

aunnnnnaanannnnnnnnaa anuunnnnnaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaananaanaraannnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn
Hnnnnaaennnnnaaaanrnnn
1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1
nwnnnna nunnuuynnuu
Aunnnaaannn nnnn nnrnnn rnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnnnnn nnne
Bosch NiCd/NiMH 9 Ah (waaanen2) wvnu Iwwuauoovwnuunu Iwwuauuauoovn uovnuuauuauuauu
aannnnnnaanennnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn
nauanannnnnnaaannnnnnaaannnnn
aannnnnnaanennnnnne nnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn nn
1 1
y
nngnnnnaaennnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn
yunnnnnuuyn
L
1
n
wnnnn nn nnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn
nannnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn
nwnnnnn
aannnnnnaeaae aen nne