BOSCH GRL 250 HV Professional - Laserwaterpas

GRL 250 HV Professional - Laserwaterpas BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GRL 250 HV Professional BOSCH in PDF-formaat.

📄 416 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BOSCH GRL 250 HV Professional - page 73
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : GRL 250 HV Professional

Categorie : Laserwaterpas

Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GRL 250 HV Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GRL 250 HV Professional van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING GRL 250 HV Professional BOSCH

Livellamento o correzione del livellamento 2×/s ○ 2×/s Strumento di misura livellato/pronto all’uso ● ● ● Campo di autolivellamento superato 2×/s ○ ● Segnale di avviso urto attivato ● Segnale di avviso urto intervenuto 2×/s ○ 2×/s Tensione pile/batterie ricaricabili per funziona- mento ≤2h 2×/s Pile/batterie ricaricabili scariche ○ ○ ● ●:impieghi prolungati 2×/s: frequenza di lampeggiamento (ad es. due volte al secondo) ○:funzione arrestata 1 609 92A 5S1 | (09.09.2020) Bosch Power ToolsNederlands | 73 Manutenzione ed assistenza Manutenzione e pulizia Mantenere sempre puliti lo strumento di misura, il caricabat- teria e il telecomando. Non immergere lo strumento di misura, il caricabatteria e il telecomando in acqua o in altri liquidi. Pulire eventuali impurità utilizzando un panno morbido inu- midito. Non utilizzare detergenti, né solventi. Sullo strumento di misura, pulire regolarmente soprattutto le superfici dell’uscita laser, prestando attenzione ad eventuali filamenti. Servizio di assistenza e consulenza tecnica Il servizio di assistenza risponde alle Vostre domande relati- ve alla riparazione e alla manutenzione del Vostro prodotto nonché concernenti i pezzi di ricambio. Disegni in vista esplosa e informazioni relative ai pezzi di ricambio sono con- sultabili anche sul sito www.bosch-pt.com Il team di consulenza tecnica Bosch sarà lieto di rispondere alle Vostre domande in merito ai nostri prodotti e accessori. In caso di richieste o di ordinazione di pezzi di ricambio, co- municare sempre il codice prodotto a 10cifre riportato sulla targhetta di fabbricazione dell’elettroutensile. Italia Tel.: (02) 3696 2314 E-Mail: pt.hotlinebosch@it.bosch.com Per ulteriori indirizzi del servizio assistenza consultare: www.bosch-pt.com/serviceaddresses Smaltimento Apparecchi elettrici, batterie/pile, accessori e confezioni non più utilizzabili andranno avviati a un riciclaggio rispettoso dell’ambiente. Non gettare apparecchi elettrici, né batterie/pile, tra i rifiuti domestici. Solo per i Paesi UE: Ai sensi della Direttiva Europea 2012/19/UE, gli apparecchi elettrici non più utilizzabili e, ai sensi della Direttiva Europea 2006/66/CE, le batterie/le pile difettose o esauste, andran- no raccolti separatamente ed avviati ad un riutilizzo rispetto- so dell’ambiente. Nederlands Veiligheidsaanwijzingen voor rotatielasers en afstandsbediening Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden om zonder risico's en vei- lig te werken. Wanneer deze aanwijzingen niet in acht genomen worden, dan kunnen geïntegreerde veiligheidsvoorzieningen nadelig beïn- vloed worden. Maak waarschuwingsbordjes nooit on- leesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN DE PRODUCTEN MEE. u Voorzichtig – wanneer andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of andere methodes uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling. u Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waar- schuwingsplaatje (aangegeven op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldin- gen). u Is de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje niet in uw taal, plak dan vóór het eerste gebruik de meegele- verde sticker in uw eigen taal hieroverheen. u Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.u Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheids- bril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laser- straling. u Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-be- scherming en vermindert het waarnemen van kleuren. u Laat uw producten uitsluitend repareren door gekwa- lificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid in stand blijft. u Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk personen kunnen verblinden. u Werk niet in een omgeving met ontploffingsgevaar waar zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. Er kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen. Aanvullende veiligheidsaanwijzingen voor GRL250HV : Richt de laserstraal niet op personen of die- ren en kijk niet zelf in de directe of gereflec- teerde laserstraal. Daardoor kunt u personen verblinden, ongevallen veroorzaken of het oog beschadigen. u Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddel- lijk uit de straal bewogen worden. Bosch Power Tools 1 609 92A 5S1 | (09.09.2020)74 | Nederlands Aanvullende veiligheidsaanwijzingen voor GRL300HV, GRL300HVG : u Op het meetgereedschap worden de laseropeningen aangegeven door een waarschuwingsplaatje. Let op de positie hiervan bij het gebruik van het meetgereed- schap. u Als de tekst van het betreffende waarschuwingsplaat- je niet in uw taal is, plak dan de meegeleverde sticker in uw eigen taal hieroverheen, voordat u het gereed- schap voor de eerste keer gebruikt. u Neem bij het gebruik van een laser met laserklasse 3R goed nota van mogelijke nationale voorschriften. Het niet in acht nemen van deze voorschriften kan tot letsel leiden. u Het meetgereedschap mag alleen bediend worden door personen die vertrouwd zijn met de omgang met laserapparaten. Volgens EN 60825-1 hoort daarbij o.a. de kennis van de biologische werking van de laser op ogen en huid evenals het juiste gebruik van de laserbe- scherming voor het afwenden van gevaren. u Markeer het gebied waar het meetgereedschap ge- bruikt wordt met geschikte laserwaarschuwingsbor- den. Zo voorkomt u dat buitenstaanders de gevarenzone betreden. u Bewaar het meetgereedschap niet op een plaats waar onbevoegden toegang hebben. Personen die niet ver- trouwd zijn met de bediening van het meetgereedschap, kunnen zichzelf en anderen schade toebrengen. Richt de laserstraal niet op personen of die- ren en kijk niet zelf in de laserstraal. Dit meetgereedschap produceert laserstraling van laserklasse 3R conform EN 60825-1. Di- rect in de laserstraal kijken – ook vanaf grotere afstand – kan schadelijk zijn voor de ogen. u Zorg ervoor dat het gebied van de laserstraling be- waakt of afgeschermd is. De begrenzing van de laser- straling binnen een gecontroleerd gebied voorkomt oog- letsel bij buitenstaanders. u Plaats het meetgereedschap altijd zodanig dat de la- serstralen ver boven of onder ooghoogte lopen. Zo is gewaarborgd dat er geen beschadigingen van de ogen op- treden. u Vermijd reflecties van de laserstraal op gladde opper- vlakken als ramen of spiegels. Ook door de weerspie- gelde laserstraal is een beschadiging van de ogen moge- lijk. Verdere veiligheidsaanwijzingen u Gebruik geen optisch concentrerende instrumenten, zoals verrekijker of loep voor het bekijken van de stra- lingsbron. U kunt hiermee uw ogen beschadigen. Houd de magnetische accessoires uit de buurt van implantaten en andere medische apparaten, zoals pacemakers en insuline- pompen. Door de magneten van de accessoi- res wordt een veld opgewekt dat de werking van implantaten en medische apparaten kan verstoren. u Houd de magnetische accessoires uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoeli- ge apparatuur. Door de werking van de magneten van de accessoires kan het tot onomkeerbaar gegevensverlies komen. u Open de (oplaadbare) batterijen niet. Er bestaat gevaar voor kortsluiting. u Bij beschadiging en verkeerd gebruik van de accu kun- nen er dampen vrijkomen. De accu kan branden of ex- ploderen. Zorg voor de aanvoer van frisse lucht en zoek bij klachten een arts op. De dampen kunnen de luchtwe- gen irriteren. u Bij verkeerd gebruik of een beschadigde accu kan brandbare vloeistof uit de accu lekken. Voorkom con- tact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, dient u bo- vendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties of verbrandingen leiden. u Door spitse voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroe- vendraaiers, of door krachtinwerking van buitenaf kan de accu beschadigd worden. Er kan een interne kortsluiting ontstaan en de accu doen branden, roken, ex- ploderen of oververhitten. u Houd de niet-gebruikte accu uit de buurt van paper- clips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben. u Gebruik de Bosch-accu alleen in producten van de fa- brikant. Alleen zo wordt de accu tegen gevaarlijke over- belasting beschermd. u Laad de Bosch-accu alleen met het meegeleverde op- laadapparaat op. Bescherm accu's tegen hitte, bijvoorbeeld ook tegen voortdurend zonlicht, vuur, vuil, water en vocht. Er bestaat gevaar voor explo- sie en kortsluiting. Veiligheidsaanwijzingen voor oplaadapparaten Lees alle veiligheidsaanwijzingen en in- structies. Het niet naleven van de veiligheids- aanwijzingen en instructies kan elektrische schokken, brand en/of zware verwondingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsaanwijzingen en instructies voor toekomstig gebruik. u Dit oplaadapparaat is niet be- stemd voor gebruik door kinderen en personen met beperkte licha- 1 609 92A 5S1 | (09.09.2020) Bosch Power ToolsNederlands | 75 melijke, zintuiglijke of geestelijke capaciteiten of gebrek aan erva- ring en kennis. Dit oplaadapparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar evenals door personen met be- perkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, mits zij onder toezicht staan van een persoon die voor hun veiligheid verantwoordelijk is, of door deze in het veilige gebruik van het oplaadapparaat geïnstru- eerd werden en zij de hiermee ver- bonden gevaren begrijpen. Anders bestaat er gevaar voor foute bedie- ning en verwondingen. u Houd toezicht op kinderen bij ge- bruik, reiniging en onderhoud. Op deze manier wordt gewaarborgd dat kinderen niet met het oplaadappa- raat spelen. u Laad alleen Bosch NiCd/NiMH-ac- cu's met een capaciteit van 9Ah (2accucellen). De accuspanning moet bij de acculaadspanning van het oplaadapparaat passen. Laad geen accu's die niet oplaadbaar zijn. Anders bestaat er brand- en ex- plosiegevaar. Houd het oplaadapparaat uit de buurt van regen of natheid. Het binnendringen van water in een elektrisch toe- stel verhoogt het risico van een elektrische schok. u Laad het meetgereedschap alleen met het meegele- verde oplaadapparaat. u Houd het oplaadapparaat schoon. Door vervuiling be- staat er gevaar voor een elektrische schok. u Controleer vóór elk gebruik oplaadapparaat, kabel en stekker. Gebruik het oplaadapparaat niet, als u be- schadigingen vaststelt. Open het oplaadapparaat niet zelf en laat het uitsluitend repareren door gekwalifi- ceerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Beschadigde oplaadappara- ten, kabels en stekkers verhogen het risico van een elek- trische schok. u Gebruik het oplaadapparaat niet op een licht ontvlam- bare ondergrond (bijv. papier, textiel enz.) of in een brandbare omgeving. Vanwege de bij het opladen optre- dende verwarming van het oplaadapparaat bestaat brandgevaar. Beschrijving van product en werking Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing. Beoogd gebruik Rotatielaser Het meetgereedschap is bestemd voor het meten en contro- leren van nauwkeurig waterpas verlopende hoogtelijnen, verticale lijnen, vluchtlijnen en loodpunten. Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis. Afstandsbediening De afstandsbediening is bestemd voor de besturing van Bosch-rotatielasers per infrarood. De afstandsbediening is geschikt voor gebruik binnen en bui- ten. Afgebeelde componenten De nummering van de afgebeelde componenten heeft be- trekking op de weergave van meetgereedschap en afstands- bediening op de pagina's met afbeeldingen. Rotatielaser/oplaadapparaat (1) Aanduiding schokwaarschuwingsfunctie (2) Toets schokwaarschuwing (3) Statusaanduiding (4) Aan/uit-toets (5) Toets rotatiemodus (6) Variabele laserstraal (7) Sensor voor afstandsbediening (8) Opening voor laserstraal (9) Loodpunt naar boven (10) Rotatiekop (11) Toets lijnmodus (12) Batterijwaarschuwing (13) Accupack

(19) Netstekker van oplaadapparaat

(21) Statiefopname 5/8" (22) Serienummer (23) Laser-waarschuwingsplaatje (24) Waarschuwingsplaatje opening voor laserstraal (GRL300HV/GRL300HVG)

Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma. Afstandsbediening (25) Afstandsbediening (26) Toets rotatiemodus (27) Toets lijnmodus (28) Toets reset schokwaarschuwing (29) Toets rechtsom draaien (30) Toets linksom draaien (31) Aanduiding signaalzending (32) Opening voor infraroodstraling (33) Serienummer (34) Vergrendeling van het batterijvakdeksel (35) Batterijvakdeksel Accessoires/vervangingsonderdelen (36) Laserontvanger

(39) Bevestigingsschroef van wandhouder

(40) Bevestigingsgaten van wandhouder

(41) 5/8"-statiefopname van wandhouder

(42) Wandhouder/uitlijneenheid

(43) Schroef op de uitlijneenheid

(44) 5/8"-schroef van wandhouder

Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma. Technische gegevens Rotatielaser GRL250 HV GRL300 HV GRL300HVG Productnummer 3601K616.. 3601K615.. 3601K617.. Werkbereik (radius) A)B) – zonder laserontvanger ca. 30m 30m 50m – met laserontvanger ca. 0,5–125m 0,5–150m 0,5–150m Nivelleernauwkeurigheid A)C) ±3mm (bij 30m) ±3mm (bij 30m) ±3mm (bij 30m) Zelfnivelleerbereik typisch ±8% (±4,6°) ±8% (±4,6°) ±8% (±4,6°) Nivelleertijd typisch 15s 15s 15s Rotatiesnelheid 150/300/600min

Openingshoek bij lijnmodus 10/25/50° 10/25/50° 10/25/50° Gebruikstemperatuur –10°C…+50°C –10°C…+50°C 0°C…+40°C Opslagtemperatuur –20°C…+70°C –20°C…+70°C –20°C…+70°C Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000m 2000m 2000m Relatieve luchtvochtigheid max. 90% 90% 90% Vervuilingsgraad volgens IEC61010-1 2

bij 25°C B) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden. C) langs de assen D) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing. Het productnummer (22) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzinnige identificatie van uw meetgereedschap. Oplaadapparaat CHNM1 Productnummer 2610A15290 Ingangsspanning V~ 100−240 Ingangswisselstroomfrequentie Hz 50/60 Uitgangsspanning V= 3 Uitgangsstroom A 1,0 Toegestane accutemperatuur bij het opladen °C 0…+40 Oplaadtijd h 14 Aantal accucellen 2 Nominale spanning (per accucel) V= 1,2 Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 kg 0,12 Isolatieklasse /II Afstandsbediening RC 1 Productnummer 3601K699.. Werkbereik

30 m Gebruikstemperatuur –10°C…+50°C Opslagtemperatuur –20°C…+70°C Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000m Relatieve luchtvochtigheid max. 90% Vervuilingsgraad volgens IEC61010-1 2

Batterij 1×1,5V LR6(AA) Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 0,07 A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden. B) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing. Het serienummer(33) op het typeplaatje dient voor een duidelijke identificatie van uw afstandsbediening. Montage Energievoorziening afstandsbediening Voor de werking van de afstandsbediening wordt het gebruik van alkali-mangaan-batterijen aangeraden. Voor het openen van het batterijvakdeksel(35) duwt u de vergrendeling(34) in de richting van de pijl en haalt u het batterijvakdeksel eraf. Plaats de batterij. Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak. u Verwijder de batterij uit de afstandsbediening, wan- neer u deze langere tijd niet gebruikt. De batterij kan bij een langere opslagduur in de afstandsbediening gaan corroderen en zichzelf ontladen. Energievoorziening meetgereedschap Het meetgereedschap kan met in de handel verkrijgbare (op- laadbare) batterijen of met eenBosch-accupack worden ge- bruikt. Werking met accupack u Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van het oplaadapparaat. Laad de accupack(13) vóór het eerste gebruik op. De accu- pack kan uitsluitend met het daarvoor bestemde oplaadapparaat(18) worden opgeladen. Steek de bij uw elektriciteitsnet passende netstekker(19) in het oplaadapparaat(18) en laat deze vastklikken. Bosch Power Tools 1 609 92A 5S1 | (09.09.2020)78 | Nederlands Steek de oplaadstekker(20) van het oplaadapparaat in de oplaadbus(17) op de accupack(13). Sluit het oplaadappa- raat op het elektriciteitsnet aan. Voor het opladen van de lege accupack is ca.14uur nodig. Oplaadapparaat en accupack zijn beveiligd tegen overladen. Een nieuwe of lang niet gebruikte accupack levert pas na ca. vijf oplaad- en ontlaadcycli zijn volledige capaciteit. Laad de accupack(13) niet na elk gebruik op, omdat anders zijn capaciteit wordt verminderd. Laad de accupack pas op, wanneer de batterijwaarschuwing(12) permanent brandt of knippert. Een duidelijk kortere gebruiksduur na het opladen duidt erop dat de accupack versleten is en moet worden vervangen. Bij een lege accupack kunt u het meetgereedschap ook met behulp van het oplaadapparaat(18) gebruiken, wanneer dit op het elektriciteitsnet is aangesloten. Schakel het meetge- reedschap uit, laad de accupack ca. 10minuten op en scha- kel daarna het meetgereedschap met aangesloten oplaadap- paraat weer in. Voor het verwisselen van de accupack(13) draait u de vergrendeling(16) in stand en trekt de accupack uit het meetgereedschap. Schuif een nieuwe accupack in het meet- gereedschap en draai de vergrendeling(16) in stand . u Haal de accupack uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. Accu's kunnen bij een langere periode van opslag in het meetgereedschap cor- roderen of zichzelf ontladen. Gebruik met (oplaadbare) batterijen Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkali- mangaanbatterijen of accu’s geadviseerd. Voor het wegnemen van het batterijvak(14) draait u de vergrendeling(15) in stand . Trek het batterijvak uit het meetgereedschap en plaats de (oplaadbare) batterijen. Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak. Verwissel altijd alle batterijen of accu’s tegelijkertijd. Ge- bruik alleen batterijen of accu’s van één fabrikant en met de- zelfde capaciteit. Schuif het batterijvak(14) in het meetgereedschap en draai de vergrendeling(15) in stand . u Haal de (oplaadbare) batterijen uit het meetgereed- schap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De (op- laadbare) batterijen kunnen bij een langere periode van opslag in het meetgereedschap corroderen en zichzelf ontladen. Aanduiding laadtoestand Als de batterijwaarschuwing(12) voor de eerste keer rood knippert, dan kan het meetgereedschap nog 2 uur worden gebruikt. Als de batterijwaarschuwing(12) permanent rood brandt, dan zijn geen metingen meer mogelijk. Het meetgereed- schap wordt na 1minuut automatisch uitgeschakeld. Gebruik u Bescherm het meetgereedschap en de afstandsbedie- ning tegen vocht en fel zonlicht. u Stel het meetgereedschap en de afstandsbediening niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuur- schommelingen. Laat ze bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap en de af- standsbediening bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen, voordat u deze gaat gebrui- ken. Voer, voordat u doorwerkt met het meetgereed- schap, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit(zie „Mauw- keurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagi- na80). Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden. u Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetge- reedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap, moet u altijd vóór het opnieuw gebrui- ken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina80). Ingebruikname afstandsbediening Bij het indrukken van de bedieningstoetsen kan het meetge- reedschap uit de nivelleermodus worden gehaald, zodat de rotatie even stopt. Door het gebruik van de afstandsbedie- ning wordt dit effect vermeden. Zolang een batterij met voldoende spanning in het batterij- vak aanwezig is, blijft de afstandsbediening gereed voor ge- bruik. Plaats het meetgereedschap zodanig dat de signalen van de afstandsbediening een van de sensors(7) in directe richting bereiken. Als de afstandsbediening niet direct op een sensor kan worden gericht, dan wordt het werkbereik kleiner. Door reflecties van het signaal (bijv. bij muren) kan het bereik ook bij een indirect signaal weer worden verbeterd. Nadat op een toets op de afstandsbediening is gedrukt, geeft het oplichten van de aanduiding signaalzending(31) aan dat een signaal werd verzonden. In- en uitschakelen van het meetgereedschap met de af- standsbediening is niet mogelijk. Ingebruikname rotatielaser u Houd de werkzone vrij van obstakels die de laserstraal zouden kunnen reflecteren of belemmeren. Dek bijv. spiegelende of glanzende oppervlakken af. Meet niet door glazen ruiten of soortgelijke materialen heen. Door een gereflecteerde of belemmerde laserstraal kun- nen de meetresultaten worden vervalst. 1 609 92A 5S1 | (09.09.2020) Bosch Power ToolsNederlands | 79 Meetgereedschap plaatsen Horizontale positie Verticale positie Plaats het meetgereedschap in horizontale of verticale posi- tie op een stabiele ondergrond, monteer het op het statief(38) of op de wandhouder(42) met uitlijneenheid. Vanwege de hoge nivelleernauwkeurigheid reageert het meetgereedschap zeer gevoelig op trillingen en veranderin- gen van positie. Let daarom op een stabiele positie van het meetgereedschap om onderbrekingen van het gebruik door opnieuw nivelleren te voorkomen. In-/uitschakelen Voor het inschakelen van het meetgereedschap drukt u op de aan/uit-toets(4). Alle aanduidingen lichten even op. Het meetgereedschap zendt de variabele laserstraal(6) en het loodpunt naar boven(9) uit de openingen(8). u Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote af- stand. Het meetgereedschap begint direct met het automatisch ni- velleren. Tijdens het nivelleren knippert de statusaanduiding(3) groen, de laser roteert niet en knip- pert. Het meetgereedschap is klaar met nivelleren zodra de statusaanduiding(3) permanent groen brandt en de laser permanent brandt. Na voltooiing van het nivelleren start het meetgereedschap automatisch in de rotatiemodus. u Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbe- heerd achter en schakel het meetgereedschap na ge- bruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden. Met de toets rotatiemodus(5) of de toets lijnmodus(11) kunt u al tijdens het nivelleren de modus vastleggen. In dat geval start het meetgereedschap na voltooien van het nivel- leren in de gekozen modus. Om het meetgereedschap uit te schakelen drukt u opnieuw op de aan/uit-toets(4). Het meetgereedschap wordt ter bescherming van de (op- laadbare) batterijen automatisch uitgeschakeld, wanneer het zich langer dan 2uur buiten het zelfnivelleerbereik be- vindt of de schokwaarschuwing langer dan 2uur geactiveerd is. Plaats het meetgereedschap opnieuw in de juiste positie en schakel het weer in. Modi Overzicht modi De 3 gebruiksmodi zijn allemaal in horizontale en verticale positie van het meetgereedschap mogelijk. Rotatiemodus De rotatiemodus is bijzonder aan te raden bij het gebruik van de laserontvanger. U kunt kiezen uit verschillende rotatiesnel- heden. Lijnmodus In deze gebruiksmodus beweegt de varia- bele laserstraal zich in een begrensde openingshoek. Daardoor wordt de zicht- baarheid van de laserstraal ten opzichte van de rotatiefunctie verbeterd. U kunt uit verschillende openingshoeken kiezen. Puntmodus In deze gebruiksmodus wordt de beste zichtbaarheid van de variabele laserstraal bereikt. Deze dient bijv. voor het eenvou- dig overbrengen van hoogtes of voor het controleren van rechte lijnen. Lijn- en puntmodus zijn niet geschikt voor het gebruik met de laserontvanger(36). Rotatiemodus Telkens na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de rotatiemodus met standaard rotatiesnelheid (300min

Om van lijn- naar rotatiemodus te gaan, drukt u op de toets rotatiemodus(5) of op de toets rotatiemodus(26) van de afstandsbediening. Voor het wijzigen van de rotatiesnelheid drukt u zo vaak op de toets rotatiemodus(5) of de toets rotatiemodus(26) van de afstandsbediening tot de gewenste snelheid is bereikt. Tijdens werkzaamheden met de laserontvanger dient u de hoogste rotatiesnelheid te kiezen. Bij het werken zonder la- serontvanger verlaagt u voor een betere zichtbaarheid van de laserstraal de rotatiesnelheid en gebruikt u de laserbril(46). Lijnmodus/puntmodus Om naar de lijnmodus of puntmodus te gaan, drukt u op de toets lijnmodus(11) of de toets lijnmodus(27) van de af- standsbediening. Het meetgereedschap gaat naar de lijnmodus met de klein- ste openingshoek. Voor het wijzigen van de openingshoek drukt u zo vaak op de toets lijnmodus(11) of de toets lijnmodus(27) van de af- standsbediening tot de gewenste gebruiksmodus is bereikt. De openingshoek wordt stapsgewijs bij elke keer indrukken vergroot, tegelijkertijd wordt de rotatiesnelheid bij elk stapje verhoogd. Na de grootste openingshoek gaat het meetgereedschap na kort natrillen naar de puntmodus. Als er opnieuw op de toets voor lijnmodus(11) wordt gedrukt, dan gaat u terug naar de lijnmodus met de kleinste openingshoek. Bosch Power Tools 1 609 92A 5S1 | (09.09.2020)80 | Nederlands Aanwijzing: Vanwege de traagheid kan de laser iets over de eindpunten van de laserlijn heen schommelen. Functies Lijn/punt bij horizontale positie binnen het rotatievlak draaien (zieafbeeldingA) Bij een horizontale positie van het meetgereedschap kunt u de laserlijn of de laserpunt binnen het rotatievlak van de la- ser in de juiste positie plaatsen. Draaien is met 360° moge- lijk. Draai hiervoor de rotatiekop(10) met de hand in de gewens- te positie of gebruik de afstandsbediening: druk voor rechts- om draaien op de toets rechtsom draaien(29) van de af- standsbediening, voor linksom draaien op de toets linksom draaien(30) van de afstandsbediening. Bij rotatiemodus heeft het drukken op de toetsen geen effect. Rotatievlak bij verticale positie draaien (zieafbeeldingB) Bij een verticale positie van het meetgereedschap kunt u la- serpunt, laserlijn of rotatievlak voor eenvoudig in een lijn brengen of parallel uitlijnen in een bereik van ±8% om de verticale as draaien. Voor rechtsom draaien drukt u op de toets rechtsom draaien(29) op de afstandsbediening. Voor linksom draaien drukt u op de toets linksom draaien(30) op de afstandsbediening. Automatische nivellering Overzicht Het meetgereedschap herkent vanzelf horizontale of vertica- le positie. Voor het wisselen tussen de horizontale en ver- ticale positie schakelt u het meetgereedschap uit, plaatst het opnieuw in de juiste positie en schakelt het weer in. Na het inschakelen controleert het meetgereedschap de ho- rizontale of verticale positie en compenseert oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereik van ca. ±8% (±4,6°) automa- tisch. Tijdens het nivelleren knippert de statusaanduiding(3) groen, de laser roteert niet en knippert. Het meetgereedschap is klaar met nivelleren zodra de statusaanduiding(3) permanent groen brandt en de laser permanent brandt. Na voltooiing van het nivelleren start het meetgereedschap automatisch in de rotatiemodus. Als het meetgereedschap na het inschakelen of na een posi- tieverandering meer dan8% scheef staat, dan is nivelleren niet meer mogelijk. In dit geval wordt de rotor gestopt, de la- ser knippert en de statusaanduiding(3) brandt permanent rood. Plaats het meetgereedschap opnieuw in de juiste positie en wacht het nivelleren af. Zonder opnieuw in de juiste positie plaatsen wordt na 2minuten de laser en na 2uur het meet- gereedschap uitgeschakeld. Als het meetgereedschap genivelleerd is, controleert het voortdurend de horizontale of verticale positie. Bij positie- veranderingen wordt automatisch genivelleerd. Om foutieve metingen te voorkomen, stopt de rotor tijdens het nivelle- ren, de laser knippert en de statusaanduiding(3) knippert groen. Schokwaarschuwingsfunctie Het meetgereedschap heeft een schokwaarschuwingsfunc- tie. Deze voorkomt bij positieveranderingen of trillingen van het meetgereedschap of bij trillingen van de ondergrond het nivelleren in veranderde positie en daarmee fouten door een verschuiving van het meetgereedschap. Schokwaarschuwing inschakelen/activeren: Druk op de toets schokwaarschuwing(2). De aanduiding schokwaarschuwing(1) brandt permanent groen. De schok- waarschuwing wordt ongeveer 30 seconden na het inscha- kelen van de schokwaarschuwingsfunctie geactiveerd. Schokwaarschuwing geactiveerd: Als bij een positieveran- dering van het meetgereedschap het bereik van de nivelleer- nauwkeurigheid overschreden of een sterke trilling geregi- streerd wordt, dan wordt de schokwaarschuwing geacti- veerd: het roteren van de laser wordt gestopt, de laserstraal knippert, de statusaanduiding(3) gaat uit en de aanduiding schokwaarschuwing(1) knippert rood. De actuele gebruiksmodus wordt opgeslagen. Druk bij geactiveerde schokwaarschuwing op de toets schokwaarschuwing(2) op het meetgereedschap of op de toets reset schokwaarschuwing(28) op de afstandsbedie- ning. De schokwaarschuwingsfunctie wordt opnieuw gestart en het meetgereedschap begint met het nivelleren. Zodra het meetgereedschap klaar is met nivelleren (de statusaanduiding(3) brandt permanent groen), start het au- tomatisch in de opgeslagen modus. Controleer nu de positie van de laserstraal aan de hand van een referentiepunt en corrigeer de hoogte of uitlijning van het meetgereedschap eventueel. Als bij geactiveerde schokwaarschuwing de functie niet door drukken op de toets schokwaarschuwing(2) op het meetge- reedschap of op de toets reset schokwaarschuwing(28) op de afstandsbediening opnieuw wordt gestart, dan worden na 2 minuten de laser en na 2 uur het meetgereedschap auto- matisch uitgeschakeld. Schokwaarschuwingsfunctie uitschakelen: Druk één keer op de toets schokwaarschuwing(2) of bij geactiveerde schokwaarschuwing (aanduiding schokwaarschuwing(1) knippert rood) twee keer. Bij uitgeschakelde schokwaar- schuwing gaat de aanduiding schokwaarschuwing uit. Aanwijzing: Met de afstandsbediening kan de schokwaar- schuwingsfunctie niet worden in- of uitgeschakeld, maar al- leen na het activeren opnieuw worden gestart. Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap Nauwkeurigheidsinvloeden De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende tempera- tuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen. 1 609 92A 5S1 | (09.09.2020) Bosch Power ToolsNederlands | 81 Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst zijn, dient u het meetgereedschap vanaf een meettraject van 20 meter altijd op een statief te monteren. Plaats het meet- gereedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak. De afwijkingen zijn relevant vanaf een meettraject van ca. 20meter en kunnen bij 100meter zelfs het twee- tot vier- voudige van de afwijking bij 20meter bedragen. Naast externe invloeden kunnen ook toestelspecifieke in- vloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controleer daarom de nivelleernauwkeurigheid, telkens voordat u begint te werken. Als het meetgereedschap bij een van de controles de maxi- male afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klan- tenservice te laten repareren. Nivelleernauwkeurigheid bij horizontale positie controleren Voor een betrouwbaar en nauwkeurig resultaat wordt de controle op een vrij meettraject van 30m op een vaste on- dergrond voor een muur aangeraden. Voer voor beide assen telkens een compleet meetproces uit. – Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een afstand van 30m van de muur op een statief of plaats het op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meet- gereedschap in. 30 m – Markeer na voltooiing van het nivelleren het midden van de laserstraal op de muur (puntⅠ). 180°

– Draai het meetgereedschap 180°, zonder de positie er- van te wijzigen. Laat het nivelleren en markeer het mid- den van de laserstraal op de muur (puntⅡ). Let erop dat puntⅡ zo loodrecht mogelijk boven of onder puntⅠ ligt. Uit het verschil d van de beide gemarkeerde punten Ⅰ en Ⅱ op de muur blijkt de werkelijke hoogteafwijking van het meetge- reedschap voor de gemeten as. Herhaal het meetproces voor de andere as. Draai hiervoor het meetgereedschap vóór aanvang van het meetproces 90°. Op het meettraject van 30m bedraagt de maximaal toege- stane afwijking: 30m×±0,1mm/m= ±3mm. Het verschild tussen de pun- tenⅠ en Ⅱ mag dus bij elk van de beide meetprocessen maxi- maal 6mm bedragen. Aanwijzingen voor werkzaamheden u Gebruik voor het markeren altijd alleen het midden van het laserpunt of de laserlijn. De grootte van het la- serpunt of de breedte van de laserlijn veranderen met de afstand. Werken met het laserrichtbord (zie afbeeldingC) Het laserrichtbord (47) verbetert de zichtbaarheid van de la- serstraal onder ongunstige omstandigheden en over grotere afstanden. Het reflecterende vlak van het laserrichtbord (47) verbetert de zichtbaarheid van de laserlijn, door het transparante vlak is de laserlijn ook aan de achterzijde van het laserrichtbord te zien. Werken met het statief (accessoire) Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meeton- dergrond. Zet het meetgereedschap met de 5/8"- statiefopname(21) op de schroefdraad van het statief(38). Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast. Bij een statief met schaalverdeling op het uittrekbare gedeel- te kunt u de hoogteverplaatsing direct instellen. Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap in- schakelt. Werken met de wandhouder WM4 (accessoire) (zieafbeeldingD) U kunt het meetgereedschap ook op de wandhouder met uitlijneenheid(42) monteren. Schroef hiervoor de 5/8"- schroef(44) van de wandhouder in de statiefopname(21) op het meetgereedschap. Montage aan een muur: De montage aan een muur wordt bijv. aangeraden bij werkzaamheden die boven de uittrek- hoogte van statieven liggen, of bij werkzaamheden op een onstabiele ondergrond en zonder statief. Schroef de wandhouder(42) met schroeven door de bevestigingsgaten(40) aan een muur of met de bevestigingsschroef(39) op een lat vast. Monteer de wand- houder zo loodrecht mogelijk op een muur en let op een sta- biele bevestiging. Montage op een statief: U kunt de wandhouder(42) even- eens met de statiefopname(41) op de achterkant op een statief schroeven. Deze bevestiging wordt vooral aangera- den bij werkzaamheden waarbij het rotatievlak op een refe- rentielijn moet worden uitgelijnd. Met behulp van de uitlijneenheid kunt u het gemonteerde meetgereedschap verticaal (bij montage aan de muur) of ho- rizontaal (bij montage op een statief) in een bereik van ca. Bosch Power Tools 1 609 92A 5S1 | (09.09.2020)82 | Nederlands 16cm verschuiven. Draai hiervoor de schroef(43) op de uit- lijneenheid los, verschuif het meetgereedschap in de ge- wenste positie en draai de schroef(43) weer vast. Werken met de laserontvanger (accessoire) Bij ongunstige lichtomstandigheden (lichte omgeving, direc- te zonnestralen) en op grotere afstanden kunt u de laserontvanger(36) gebruiken om de laserlijnen beter te kunnen vinden. Bij rotatielasers met meerdere gebruiksmodi kiest u horizon- tale of verticale modus met de hoogste rotatiesnelheid. Voor het werken met de laserontvanger leest en volgt u de in- structies in de gebruiksaanwijzing ervan. Werken met de afstandsbediening Bij het indrukken van de bedieningstoetsen kan het meetge- reedschap uit de nivelleermodus worden gehaald, zodat de rotatie even stopt. Door het gebruik van de afstandsbedie- ning wordt dit effect vermeden. Sensors(7) voor de afstandsbediening bevinden zich aan drie kanten van het meetgereedschap, o.a. boven het bedie- ningspaneel aan de voorkant. Werken met de meetlat (accessoire) (zie afbeeldingE) Voor het controleren van effenheden of het toepassen van verval wordt het gebruik van de meetlat(37) samen met de laserontvanger aangeraden. Op de meetlat(37) is boven een relatieve verdeelschaal aan- gebracht. De nulhoogte daarvan kunt u onder op het uittrek- bare gedeelte vooraf instellen. Daarmee kunnen afwijkingen van de gewenste hoogte rechtstreeks worden afgelezen. Laserbril (accessoire) De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het licht van de laser voor het oog helderder. u Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheids- bril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laser- straling. u Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-be- scherming en vermindert het waarnemen van kleuren. Toepassingsvoorbeelden Hoogtes overbrengen/controleren (zie afbeeldingF) Zet het meetgereedschap in horizontale positie op een stevi- ge ondergrond of monteer het op een statief (38) (accessoi- re). Werkzaamheden met statief: lijn de laserstraal op de ge- wenste hoogte uit. Breng de hoogte naar de plaats van be- stemming over of controleer de hoogte. Werken zonder statief: bepaal met behulp van het laserrichtbord(47) het hoogteverschil tussen laserstraal en hoogte op het referentiepunt. Breng het gemeten hoogtever- schil naar de plaats van bestemming over of controleer het gemeten hoogteverschil. Loodpunt naar boven parallel uitlijnen/rechte hoek toepassen (zieafbeeldingG) Als rechte hoeken toegepast of tussenmuren uitgelijnd moe- ten worden, dan moet u de loodpunt naar boven(9) parallel, d.w.z. op dezelfde afstand tot een referentielijn (bijv. muur), uitlijnen. Zet hiervoor het meetgereedschap in verticale positie en plaats het zodanig dat de loodpunt naar boven ongeveer pa- rallel met de referentielijn loopt. Meet voor het nauwkeurig in juiste positie plaatsen de af- stand tussen het loodpunt naar boven en de referentielijn di- rect bij het meetgereedschap met behulp van het laserrichtbord(47). Meet de afstand tussen het loodpunt naar boven en de referentielijn opnieuw op een zo groot mo- gelijke afstand van het meetgereedschap. Lijn het loodpunt naar boven zodanig uit dat het dezelfde afstand tot de refe- rentielijn heeft als bij de meting direct bij het meetgereed- schap. De rechte hoek t.o.v. het loodpunt naar boven(9) wordt aangegeven door de variabele laserstraal(6). Loodlijn/verticaal vlak weergeven (zie afbeeldingH) Voor het aangeven van een loodlijn of een verticaal vlak zet u het meetgereedschap in de verticale positie. Als het vertica- le vlak in een rechte hoek met een referentielijn (bijv. muur) moet lopen, lijn dan de loodpunt naar boven(9) op deze re- ferentielijn uit. De loodlijn wordt door de variabele laserstraal(6) aangege- ven. Loodlijn/verticaal vlak uitlijnen (zieafbeeldingI) Om de verticale laserlijn of het rotatievlak op een referentie- punt op een muur uit te lijnen, plaatst u het meetgereed- schap in de verticale positie en lijnt u de laserlijn of het rota- tievlak grof op het referentiepunt uit. Voor het nauwkeurig uitlijnen op het referentiepunt draait u het rotatievlak om de verticale as (zie „ Rotatievlak bij verticale positie draaien (zieafbeeldingB)“, Pagina80). Werken zonder laserontvanger (zieafbeeldingJ) Bij gunstige lichtomstandigheden (donkere omgeving) en op korte afstanden kunt u zonder laserontvanger werken. Voor een betere zichtbaarheid van de laserstraal kiest u de lijnmo- dus of u kiest puntmodus en draait de laserstraal naar de plaats van bestemming. Werken met laserontvanger (zieafbeeldingK) Bij ongunstige lichtomstandigheden (lichte omgeving, direct zonlicht) en op grotere afstanden kunt u de laserontvanger (36) gebruiken om de laserstraal beter te kunnen vinden. Kies bij werkzaamheden met de laserontvanger de rotatie- modus met de hoogste rotatiesnelheid. Meten over grote afstanden (zieafbeeldingL) Bij het meten over grote afstanden moet de laserontvanger(36) worden gebruikt om de laserstraal te vinden. Om storingsinvloeden te verminderen, moet u het meetgereedschap altijd in het midden van het werkvlak en op een statief plaatsen. 1 609 92A 5S1 | (09.09.2020) Bosch Power ToolsDansk | 83 Buitenshuis werken (zie afbeeldingE) Buitenshuis moet altijd de laserontvanger (36) worden ge- bruikt. Monteer bij werkzaamheden op een onbetrouwbare onder- grond het meetgereedschap op het statief(38). Werk alleen met geactiveerde schokwaarschuwingsfunctie om foute me- tingen bij bodembewegingen of trillingen van het meetge- reedschap te vermijden. Overzicht van de aanduidingen op de rotatielaser Laserstraal Rotatie van de laser- straal Groen Rood Groen Rood Rood Meetgereedschap inschakelen (1s zelftest) ● ● ● Nivelleren in het begin en tussentijds 2×/s ○ 2×/s Meetgereedschap klaar met nivelleren/klaar voor gebruik

EU-conformiteitsverklaring Wij verklaren op eigen verantwoordelijkheid dat de genoemde producten voldoen aan alle desbetreffende bepalingen van de hierna genoemde richtlij- nen en verordeningen en overeenstemmen met de volgende normen. Technisch dossier bij: * Rotatielaser Productnummer

EU-conformiteitsverklaring Wij verklaren op eigen verantwoordelijkheid dat de genoemde producten voldoen aan alle desbetreffende bepalingen van de hierna genoemde richtlij- nen en verordeningen en overeenstemmen met de volgende normen. Technisch dossier bij: * Afstandsbedie- ning Productnummer