GCL 215 Professional - Laserpointer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GCL 215 Professional BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Laserpointer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GCL 215 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GCL 215 Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GCL 215 Professional BOSCH
Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bijde levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden inons accessoireprogramma. Technische gegevens Punt- en lijnlaser GCL 2-15 GCL 2-15 G Productnummer 3 601 K66 E.. 3 601 K66 J.. Werkbereik
– Laserlijn 15 m 15 m – Laserpunt naar boven 10 m 10 m – Laserpunt naar beneden 10 m 10 m Nivelleernauwkeurigheid – Laserlijnen ±0,3 mm/m ±0,3 mm/m – Laserpunten ±0,7 mm/m ±0,7 mm/m Zelfnivelleringsbereik typisch ±4° ±4° Nivelleertijd typisch <4 s <4 s Gebruikstemperatuur –10°C...+50°C –10°C...+50°C Opslagtemperatuur –20 °C...+70 °C –20 °C...+70 °C Max. gebruikshoogte boven referentie- hoogte 2000 m 2000 m Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % 90 % Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 2
– Divergentie 0,8mrad (volledige hoek) 0,8mrad (volledige hoek) Statiefopname 1/4", 5/8" 1/4", 5/8" Batterijen 3×1,5V LR6(AA) 3×1,5V LR6(AA) Gebruiksduur bij modus – Kruislijn- en puntmodus 6 h 6 h – Kruislijnmodus 8 h 8 h – Lijn- en puntmodus 12 h 10 h – Lijnmodus 16 h 12 h – Puntmodus 22 h 22 h Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 0,49 kg 0,49 kg Afmetingen (lengte × breedte × hoogte) – zonder draaihouder 112 × 55 × 106 mm 112 × 55 × 106 mm – met draaihouder 132 × 81 × 163 mm 132 × 81 × 163 mm Beschermingsklasse IP 54 (stof- en spatwaterbeschermd) IP 54 (stof- en spatwaterbeschermd) A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden. B) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing. Het productnummer (11) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzinnige identificatie van uw meetgereedschap. Montage Batterijen plaatsen/verwisselen Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het ge- bruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen. Klap het batterijvakdeksel (6) open en plaats de batterijen. Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak. Als de batterijen zwak worden, dan knippert de batterij-aan- duiding (2) groen. Bovendien knipperen de laserlijnen om de 10minuten gedurende ca. 5seconden. Het meetgereed- schap kan na de eerste keer knipperen nog ca. 1 uur lang worden gebruikt. Als de batterijen leeg raken, dan knipperen de laserlijnen nog één keer direct vóór het automatisch uit- schakelen. Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterij- en van één fabrikant en met dezelfde capaciteit. u Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere periode van opslag corroderen en zichzelf ontladen. Werken met de draaihouderRM1 (zie afbeeldingenA1–A3) Met behulp van de draaihouder(13) kunt u het meetgereed- schap 360° rond een centraal, altijd zichtbaar loodpunt draaien. Daardoor kunnen de laserlijnen exact worden inge- steld zonder de positie van het meetgereedschap te veran- deren. Plaats het meetgereedschap met de geleidingsgroef(7) te- gen de geleidingsrail(14) van de draaihouder(13) en schuif het meetgereedschap tot aan de aanslag op het platform. Om los te maken, trekt u het meetgereedschap in omgekeer- de richting van de draaihouder. Plaatsingsmogelijkheden van de draaihouder: – staand op een vlakke ondergrond – tegen een verticaal vlak geschroefd – in combinatie met de plafondklem(17) aan metalen pla- fondlijsten – met behulp van de magneten(16) op metalen oppervlak- ken Nederlands | 59 Bosch Power Tools 1 609 92A 4HE | (09.08.2018) Downloaded from www.Manualslib.com manuals search engine60 | Nederlands 1 609 92A 4HE | (09.08.2018) Bosch Power Tools Gebruik Ingebruikname u Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. u Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme tem- peraturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelin- gen eerst op temperatuur komen, voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschom- melingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereed- schap nadelig beïnvloed worden. u Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetge- reedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap, moet u altijd vóór het opnieuw gebrui- ken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina62). u Het meetgereedschap tijdens transport uitschakelen. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergren- deld. Anders kan deze bij heftige bewegingen beschadigd raken. In-/uitschakelen Voor het inschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan/uit-schakelaar (8) naar de stand " On" (voor werken zonder automatische nivellering) of naar de stand " On" (voor werken met automatische nivellering). Het meet- gereedschap zendt direct na het inschakelen laserstralen uit de openingen (1). u Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote af- stand. Voor het uitschakelen van het meetgereedschap de aan-/ uit-schakelaar (8) naar de stand "Off" schuiven. Bij het uit- schakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld. u Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbe- heerd achter en schakel het meetgereedschap na ge- bruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden. Bij het overschrijden van de maximaal toegestane gebruiks- temperatuur van 50°C volgt een uitschakeling ter bescher- ming van de laserdiode. Na het afkoelen is het meetgereed- schap weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld. Automatische uitschakeling Als ca. 120minuten lang geen toets op het meetgereed- schap wordt ingedrukt, schakelt het meetgereedschap auto- matisch uit om de batterijen te sparen. Om het meetgereedschap na de automatische uitschakeling weer in te schakelen, kunt u de aan/uit-schakelaar(8) eerst naar stand „Off“ schuiven en het meetgereedschap dan weer inschakelen, of u drukt op de toets voor modus Laser- punt(4) of op de toets voor modus Laserlijn(5). Automatische uitschakeling tijdelijk deactiveren Om de automatische uitschakeling te deactiveren, houdt u (bij ingeschakeld meetgereedschap) de toets voor modus Laserlijn(5) minimaal 3s lang ingedrukt. Als de automati- sche uitschakeling is gedeactiveerd, knipperen de laserstra- len even ter bevestiging. Aanwijzing: Als de gebruikstemperatuur boven 45°C komt, kan de automatische uitschakeling niet meer worden gede- activeerd. Als u de automatische uitschakeling wilt activeren, schakelt u het meetgereedschap uit en weer in. Modus instellen Het meetgereedschap beschikt over meerdere modi. U kunt op elk gewenst moment tussen de modi wisselen: – Kruislijn- en puntmodus: het meetgereedschap produ- ceert een horizontale en verticale laserlijn naar voren evenals telkens een laserpunt verticaal naar boven en naar beneden. De laserlijnen kruisen elkaar in een hoek van 90°. – Lijnmodus horizontaal: het meetgereedschap produ- ceert een horizontale laserlijn naar voren. – Lijnmodus verticaal: het meetgereedschap produceert een verticale laserlijn naar voren. Bij een plaatsing van het meetgereedschap in de ruimte verschijnt de verticale laserlijn op het plafond boven het bovenste laserpunt uit. Bij een plaatsing van het meetgereedschap direct tegen een muur produceert de verticale laserlijn een nagenoeg helemaal rondom lopende laserlijn (360°-lijn). – Puntmodus: het meetgereedschap produceert telkens een laserpunt verticaal naar boven en naar beneden. Alle gebruiksmodi behalve de puntmodus kunnen zowel met als zonder automatische nivellering worden gekozen. Werken met automatische nivellering Volgorde van de handelingen Lijnmodus ho- rizontaal Lijnmodus verticaal Puntmodus Aanduiding wer- ken zonder auto- matische nivelle- ring(3) Afbeel- ding Aan/uit-schakelaar(8) in stand „ On“
Kruislijnmodus 1× drukken op toets voor modus Laserlijn(5)
Downloaded from www.Manualslib.com manuals search engineVolgorde van de handelingen Lijnmodus ho- rizontaal Lijnmodus verticaal Puntmodus Aanduiding wer- ken zonder auto- matische nivelle- ring(3) Afbeel- ding 2× drukken op toets voor modus Laserlijn(5)
3× drukken op toets voor modus Laserlijn(5)
4× drukken op toets voor modus Laserlijn(5)
Kruislijnmodus Onafhankelijk van de instelling van de lijnmodus kan de puntmodus worden geactiveerd of gedeactiveerd: 1× drukken op toets voor modus Laserpunt(4)
2× drukken op toets voor modus Laserpunt(4)
Als het meetgereedschap zich buiten het zelfnivelleerbereik bevindt, dan knipperen de laserlijnen en/of -punten in een snel ritme. Als u tijdens het werken met automatische nivellering in de modus „Werken zonder automatische nivellering“ (aan/uit- schakelaar(8) in stand „ On“) werkt, dan wordt altijd de eerste combinatiemogelijkheid van de aanduidingen van de- ze modus geactiveerd. Werken zonder automatische nivellering Volgorde van de handelingen Lijnmodus ho- rizontaal Lijnmodus verticaal Puntmodus Aanduiding wer- ken zonder auto- matische nivelle- ring(3) Afbeel- ding Aan/uit-schakelaar(8) in stand „ On“
Kruislijnmodus 1× drukken op toets voor modus Laserlijn(5)
rood 2× drukken op toets voor modus Laserlijn(5)
rood 3× drukken op toets voor modus Laserlijn(5)
Kruislijnmodus In de modus „Werken zonder automatische nivellering“ knip- peren de laserlijnen permanent in een langzaam ritme. Als u tijdens het werken zonder automatische nivellering in de modus „Werken met automatische nivellering“ (aan/uit- schakelaar(8) in stand „ On“) werkt, dan wordt altijd de eerste combinatiemogelijkheid van de aanduidingen van de- ze modus geactiveerd. Automatische nivellering Werken met automatische nivellering (zie afbeeldingenB1–E1) Zet het meetgereedschap op een horizontale, stevige onder- grond of bevestig het op de draaihouder (13). Voor het werken met automatisch waterpassen de aan/uit- schakelaar (8) naar de stand " On" schuiven. Na het inschakelen compenseert de automatische nivellering automatisch oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereik van ±4°. Zodra de laserstralen niet meer knipperen, is het meetgereedschap klaar met nivelleren. Is automatische nivellering niet mogelijk, bijv. omdat het standvlak van het meetgereedschap meer dan 4° van de ho- rizontale lijn afwijkt, dan knipperen de laserstralen in een snel ritme. Stel in dit geval het meetgereedschap horizontaal op en wacht de zelfnivellering af. Zodra het meetgereedschap zich opnieuw binnen het zelfnivelleerbereik van ±4° bevindt, blij- ven de laserstralen permanent branden. Bij schokken of veranderingen van positie tijdens het gebruik wordt het meetgereedschap automatisch opnieuw genivel- leerd. Controleer na het nivelleren de positie van de laser- stralen met betrekking tot referentiepunten om fouten door een verschuiving van het meetgereedschap te voorkomen. Nederlands | 61 Bosch Power Tools 1 609 92A 4HE | (09.08.2018) Downloaded from www.Manualslib.com manuals search engine62 | Nederlands 1 609 92A 4HE | (09.08.2018) Bosch Power Tools Werken zonder automatische nivellering (zie afbeeldingF1) Bij het werken zonder automatisch waterpassen de aan-/uit- schakelaar (8) naar de stand " On" schuiven. Is het auto- matisch nivelleren uitgeschakeld, brandt de indicatie werken zonder automatisch waterpassen (3) rood en knipperen de laserlijnen permanent in met langzaam ritme. Bij uitgeschakelde automatische nivellering kunt u het meet- gereedschap vrij in de hand houden of op een hellende on- dergrond zetten. De laserstralen lopen niet meer noodzake- lijk loodrecht ten opzichte van elkaar. Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap Nauwkeurigheidsinvloeden De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende tempera- tuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen. Omdat de temperatuurgelaagdheid in de buurt van de grond of vloer het grootst is, dient u het meetgereedschap indien mogelijk op een statief te monteren en het in het midden van het werkoppervlak op te stellen. Naast externe invloeden kunnen ook toestelspecifieke in- vloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controleer daarom de nivelleernauwkeurigheid, telkens voordat u begint te werken. Controleer altijd eerst de hoogte- en nivelleernauwkeurig- heid van de horizontale laserlijn en daarna de nivelleernauw- keurigheid van de verticale laserlijn. Als het meetgereedschap bij een van de controles de maxi- male afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klan- tenservice te laten repareren. Hoogtenauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 5m op een vaste ondergrond tussen twee muren A enB nodig. – Monteer het meetgereedschap dicht bij muur A op een statief of plaats het op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in. Kies kruislijnmodus met automatische nivellering.
5 m – Richt de laser op de nabijgelegen muur A en laat het meet- gereedschap waterpassen. Markeer het midden van het punt waar de laserlijnen zich op de wand kruisen (punt Ⅰ).
180° – Draai het meetgereedschap 180°, laat het zich nivelleren en markeer het kruispunt van de laserlijnen op de tegen- overliggende wand B (punt Ⅱ). – Plaats het meetgereedschap– zonder het te draaien – dicht bij wand B, inschakelen en laat het zich nivelleren.
– Het meetgereedschap zodanig in de hoogte uitlijnen (met het statief of eventueel door onderlegmateriaal), dat het kruispunt van de laserlijnen exact het eerder gemarkeer- de punt Ⅱ op wand B raakt.
– Draai het meetgereedschap 180°, zonder de hoogte te wijzigen. Het zodanig op de wand A richten, dat de verti- cale laserlijn door het eerder gemarkeerde punt Ⅰ loopt. Laat het meetapparaat zich nivelleren en markeer het kruispunt van de laserlijnen op de wand A (punt Ⅲ). – Het verschil d van de beide gemarkeerde punten Ⅰ en Ⅲ op de wand A geeft de werkelijke hoogteafwijking van het meetgereedschap. Op het meettraject van 2×5m=10m bedraagt de maxi- maal toegestane afwijking: 10m×± 0,3mm/m=± 3mm. Het verschil d tussen de pun- tenⅠ en Ⅲ mag dus maximaal 3mm bedragen. Nivelleernauwkeurigheid van de horizontale lijn controleren Voor de controle heeft u een vrij vlak van ca. 5×5m nodig. Downloaded from www.Manualslib.com manuals search engine– Monteer het meetgereedschap in het midden tussen demuren A en B op een statief of plaats het op een stevige,vlakke ondergrond. Kies horizontale lijnmodus met auto-matische nivellering en laat het meetgereedschap nivelle- ren. 2,5 m 5,0 m
– Markeer op een afstand van 2,5m van het meetgereed-schap op beide muren het midden van de laserlijn (puntⅠop muur A en puntⅡ op muurB). 2,5 m
– Plaats het meetgereedschap 180° gedraaid op een af-stand van 5m en laat het nivelleren.– Lijn het meetgereedschap in hoogte zodanig uit (met be-hulp van het statief of eventueel door onderlegmateriaal)dat het midden van de laserlijn precies het tevoren ge-markeerde puntⅡ op muur B raakt.– Markeer op muurA het midden van de laserlijn als puntⅢ(verticaal boven of onder puntⅠ). – Het verschil d van de beide gemarkeerde puntenⅠ en Ⅲ op de muurA levert de daadwerkelijke afwijking van hetmeetgereedschap van de horizontale lijn op.Op het meettraject van 2×5m=10m bedraagt de maxi-maal toegestane afwijking: 10m×± 0,3mm/m=± 3mm. Het verschil d tussen de pun- tenⅠ en Ⅲ mag dus maximaal 3mm bedragen.Nivelleernauwkeurigheid van de verticale lijncontrolerenVoor de controle heeft u een deuropening nodig met (op eenstabiele ondergrond) aan beide zijden van de deur minstens2,5 meter ruimte.– Zet het meetgereedschap op 2,5 meter afstand van dedeuropening op een vlakke en stabiele ondergrond (nietop een statief). Kies verticale lijnmodus met automati-sche nivellering. Richt de laserlijn op de deuropening enlaat het meetgereedschap nivelleren. 2,5 m 2,5 m – Markeer het midden van de verticale laserlijn op de vloervan de deuropening (punt Ⅰ), op een afstand van 5 m aande andere zijde van de deuropening (punt Ⅱ), evenals bijde bovenrand van de deuropening (punt Ⅲ).
2 m – Draai het meetgereedschap 180° en plaats het aan de an-dere zijde van de deuropening, direct achter puntⅡ. Laathet meetgereedschap zich nivelleren en de verticale la-serlijn zodanig uitlijnen, dat het midden hiervan door depuntenⅠ en Ⅱ loopt.– Markeer het midden van de laserlijn op de bovenrand vande deuropening als punt Ⅳ. – Het verschil d van de beide gemarkeerde punten Ⅲ en Ⅳ geeft de werkelijke verticale afwijking van het meetge-reedschap.– Meet de hoogte van de deuropening.Nederlands | 63Bosch Power Tools 1 609 92A 4HE | (09.08.2018) Downloaded from www.Manualslib.com manuals search engine64 | Nederlands 1 609 92A 4HE | (09.08.2018) Bosch Power Tools De maximale toegestane afwijking berekent u als volgt: dubbele hoogte van de deuropening×0,3mm/m Voorbeeld: bij een hoogte van de deuropening van 2m mag de maximale afwijking 2×2m×± 0,3mm/m=± 1,2mm bedragen. De puntenⅢ en Ⅳ mogen dus maximaal 1,2mm uit elkaar liggen. Loodnauwkeurigheid controleren Voor de controle heeft u een vrij meettraject op een vaste ondergrond met een afstand van ca. 5m tussen vloer en pla- fond nodig. – Monteer het meetgereedschap op de draaihouder(13) en zet het op de grond. Kies puntmodus en laat het meet- gereedschap nivelleren. 5 m – Markeer het midden van het bovenste laserpunt op het plafond (puntⅠ). Markeer bovendien het midden van het onderste laserpunt op de grond (puntⅡ). 180°
– Draai het meetgereedschap 180°. Plaats het zodanig dat het midden van het onderste laserpunt op het reeds ge- markeerde puntⅡ ligt. Laat het meetgereedschap nivelle- ren. Markeer het midden van het bovenste laserpunt (puntⅢ). – Het verschild van de beide gemarkeerde puntenⅠ enⅢ op het plafond levert de daadwerkelijke afwijking van het meetgereedschap van de verticale lijn op. De maximale toegestane afwijking berekent u als volgt: dubbele afstand tussen vloer en plafond×0,7mm/m. Voorbeeld: bij een afstand tussen vloer en plafond van 5m mag de maximale afwijking 2×5m×± 0,7mm/m=± 7mm bedragen. De puntenⅠ en Ⅲ mogen dus maximaal 7mm uit elkaar liggen. Aanwijzingen voor werkzaamheden u Gebruik voor het markeren altijd alleen het midden van het laserpunt of de laserlijn. De grootte van het la- serpunt of de breedte van de laserlijn veranderen met de afstand. Werken met het statief (accessoire) Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meeton- dergrond. Plaats het meetgereedschap met de 1/4"-statief- opname (9) op de schroefdraad van het statief (22) of van een gangbaar fotostatief. Voor de bevestiging op een gang- baar bouwstatief de 5/8"-statiefopname (10) gebruiken. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast. Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap in- schakelt. Bevestigen met de universele houder (accessoire) (zie afbeelding G) Met de universele houder (18) kan het meetgereedschap bijv. aan verticale vlaken, buizen of magnetische materialen worden bevestigd. De universele houder is eveneens ge- schikt als vloerstatief en vergemakkelijkt de hoogteafstelling van het meetgereedschap. De universele houder (18) grof richten, vóór het inschakelen van het meetgereedschap. Werken met het laserrichtbord (zie afbeeldingG) Het laserrichtbord (19) verbetert de zichtbaarheid van de la- serstraal onder ongunstige omstandigheden en over grotere afstanden. De reflecterende helft van het laserrichtbord (19) verbetert de zichtbaarheid van de laserlijn, door de transparante helft is de laserlijn ook aan de achterzijde van het laserrichtbord te zien. Laserbril (accessoire) De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het licht van de laser voor het oog helderder. u Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling. u Gebruik de laserbril niet als zonnebril of in het ver- keer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren. Gebruiksvoorbeelden (zie afbeeldingenB2–F2, GenH) Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetge- reedschap vindt u op de pagina’s met afbeeldingen. Plaats het meetgereedschap altijd zo dicht mogelijk bij het vlak of langs de rand die moet worden gecontroleerd en laat het zich voor elke meting nivelleren. Meet de afstanden tussen de laserstraal en een oppervlak of rand altijd aan twee zo ver mogelijk uit elkaar liggende pun- ten. Downloaded from www.Manualslib.com manuals search engineOnderhoud en service Onderhoud en reiniging Houd het meetgereedschap altijd schoon. Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloei- stoffen. Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen. Klantenservice en gebruiksadvies Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderde- len. Explosietekeningen en informatie over vervangingson- derdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde- len altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer vol- gens het typeplaatje van het product. Nederland Tel.: (076) 579 54 54 Fax: (076) 579 54 94 E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com België Tel.: (02) 588 0589 Fax: (02) 588 0595 E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com Afvalverwijdering Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden gere- cycled. Gooi meetgereedschappen en batterijen niet bij het huisvuil! Alleen voor landen van de EU: Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europe- se richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte ac- cu’s/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled. Dansk Sikkerhedsinstrukser Samtlige anvisninger skal læses og overhol- des for at kunne arbejde sikkert og uden ri- siko med måleværktøjet. Hvis måleværktø- jet ikke anvendes i overensstemmelse med de foreliggende anvisninger, kan funktionen af de inte- grerede beskyttelsesforanstaltninger i måleværktøjet blive forringet. Sørg for, at advarselsskilte aldrig gøres ukendelige på måleværktøjet. GEM ANVISNINGERNE, OG SØRG FOR AT LEVERE DEM MED, HVIS MÅLEVÆRK- TØJET GIVES VIDERE TIL ANDRE. u Forsigtig – hvis andre end de her angivne betjenings- eller justeringsanordninger benyttes, eller andre fremgangsmåder udføres, kan der opstå en farlig strå- lingseksposition. u Måleværktøjet udleveres med et advarselsskilt (på billedet af måleværktøjet på grafiksiden kendetegnet med nummer). u Hvis teksten på advarselsskiltet ikke er på dit lande- sprog, skal du klæbe den medleverede etiket på dit sprog over den før første ibrugtagning. Ret ikke laserstrålen mod personer eller dyr, og kig aldrig ind i den direkte eller re- flekterede laserstråle. Det kan blænde perso- ner, forårsage ulykker eller beskadige øjnene. u Hvis du får laserstrålen i øjnene, skal du lukke dem med det samme og straks bevæge hovedet ud af strå- leområdet. u Foretag aldrig ændringer af laseranordningen.u Brug ikke laserbrillerne som beskyttelsesbriller. Med laserbrillerne kan man lettere få øje på laserstrålen, men de beskytter ikke mod laserstråling. u Brug ikke laserbrillerne som solbriller eller i trafikken. Laserbrillerne giver ikke fuldstændig UV-beskyttelse, og de nedsætter farveopfattelsen. u Sørg for, at reparationer på måleværktøjet kun ud- føres af kvalificerede fagfolk, og at der kun benyttes originale reservedele. Dermed sikres størst mulig sik- kerhed i forbindelse med måleværktøjet. u Lad ikke børn benytte måleværktøjet uden opsyn. De kan utilsigtet blænde personer. u Brug ikke måleværktøjet i eksplosionsfarlige omgivel- ser, hvor der findes brændbare væsker, gasser eller støv. I måleværktøj kan der dannes gnister,som kan an- tænde støvet eller dampene. Placer ikke måleværktøjet og drejeholderen i nærheden af pacemakere. Som følge af magne- terne i måleværktøjet og drejeholderen skabes et Dansk | 65 Bosch Power Tools 1 609 92A 4HE | (09.08.2018) Downloaded from www.Manualslib.com manuals search engine66 | Dansk 1 609 92A 4HE | (09.08.2018) Bosch Power Tools felt, som kan påvirke pacemakeres funktion nega- tivt. u Hold måleværktøjet og drejeholderen væk fra magne- tiske datamedier og magnetisk følsomt udstyr. Magne- ten i måleværktøjet og drejeholderen har en virkning, der kan forårsage uopretteligt datatab. Produkt- og ydelsesbeskrivelse Vær opmærksom på alle illustrationer i den forreste del af betjeningsvejledningen. Beregnet anvendelse Måleværktøjet er beregnet til at finde og kontrollere vandrette og lodrette linjer samt lodpunkter. Måleværktøjet kan bruges både indendørs og udendørs. Illustrerede komponenter Nummereringen af de illustrerede komponenter refererer til illustrationen af måleværktøjet på illustrationssiden. (1) Udgangsåbning laserstråling (2) Batteriindikator (3) Visning af arbejde uden nivelleringsautomatik (4) Tast for driftsarten Laserpunkt (5) Tast for driftsarten Laserlinje (6) Batterirumslåg (7) Styrenot (8) Tænd/sluk-kontakt (9) Stativholder 1/4" (10) Stativholder 5/8" (11) Serienummer (12) Laser-advarselsskilt (13) Drejeholder (RM1) (14) Føringsskinne (15) Monteringslanghul (16) Magnet (17) Loftsklemme
Notice-Facile