GCL 215 Professional - Laserpointer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GCL 215 Professional BOSCH in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - GCL 215 Professional BOSCH
Gebruikersvragen over GCL 215 Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laserpointer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GCL 215 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GCL 215 Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GCL 215 Professional BOSCH
Veiligheidsaanwijzingen

Alle aanwijzingen moeten gelezen en in alotgenomen worden om gevaarloos en veiligmet het meetgereedschap te werken. Wanneer het meetgereedschap Niet volgens de
beschikbare aanwijzingen gebruikt worden, kuren de ge integgreerde veilighidevsoorzieingen in het meetgereed-schap belemmerd worden. Maak waarschuwsstickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DE- ZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.
Voorzichtig - wonneer andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebrukt of andere methodes uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling.
Het meetgereedschap worden geleverd met een waarschuwingsplaatje (aangeduid op de weergave van hetmeetgereedschap op de pagina met afbeeldenen).
Als de tekst van het waarschuwingsplaatje Niet in uw taal is, plak dan de meegeleverde sticker in uw eigenaal hierover heen, voordat u het gereedschap voor de eerste keer gebruikt.

Richt de laserstraal Niet op Personen of die- ren en kijk Niet zelf in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor kurz u Personen verblinden, oncevallenveroorzaken of het oog
beschadigen.
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en要去 het hoofd onmiddelijkuit de straal bewogen worden.
Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.
Gebruik de laserbril Niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal; deze beschermtECHTER Niet gegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril Niet als zonnebril of in het verker. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en verminder het waarnemen van kleuren.
Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originelevervangingsonderdelen.Daarmee wordt gewaarborgd dat deveiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Laat kinderen het lasermeetgereedschap nicht zonder toezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk Personen können verblinden.
Werk met het meetgereedschap Niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandaar stof be
58|Nederlandsls
vinden. In het meetgereedschap hunnen vonden ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

Breng het meetgereedschap en de draaihouder Niet in de buurt van pacemakers. Door demagneten van het meetgereedschap en de draaihouder worden een veld opgewekt dat de werkinq van pacemakers kan verstoren.
Houd het meetgereedschap en de draaihouseruit de buurt van magnetische gevevensdragers en magnetisch gevoelige toestellen. Door de werkking van de magneten van het meetgereedschap en de draaihouser kan het tot onomkeerbaar geveensverlies komen.
Beschrijving van product en werkinq
Neem goednota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.
Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bedoeld voor het bepalen en controeren van horizontale en verticale lijnen evenals loodpunten.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.
Afebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
(1) Opening voor laserstraal
(2) Batterij-aanduiding
(3) Aanduiding werken zonder automatische nivelle-ring
(4) Toets voor modus Laserpunt
(5) Toets voor modus Laserlijn
(6) BatterijvakdekseI
(7) Geleidingsgroef
(8) Aan/uit-schakelaar
(9) Staticfopname 1 / 4^
(10) Statiefopname 5 / 8
(11) Serienummer
(12) Laser-waurschuwingsplaatje
(13) Draaihouser (RM 1)
(14) Geleidingsrail
(15) Bevestigingslobgat
(16)Magneet
(17) Plafondklem
(18) Universe houder (BM 1)
(19) Laserrichtbord
(20) Koffer
(21) Inleg
(22) Staticf (BT 150)
(23) Telescoopstang (BT 350)
(24)Opbergetu
(25) Laserbrill
A) Niet elk afgebeeld en beschren interven accessoire is standard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zich te vinden in ons accessoreprogramma.
Technische gegevens
| Punt- en lijnlaser GCL 2-15 GCL 2-15 G | ||
| Productnummer | 3 601 K66 E.. 3 601 K66 J.. | |
| WerkbereikA) | ||
| - Laserlijn 15 m 15 m | ||
| - Laserpunt maar boven 10 m 10 m | ||
| - Laserpunt maar beneden 10 m 10 m | ||
| Nivelleernauwkeurigheid | ||
| - Laserlijnen ±0,3 mm/m ±0,3 mm/m | ||
| - Laserpunter ±0,7 mm/m ±0,7 mm/m | ||
| Zelfrivellaringsbereik typisch ±4° ±4° | ||
| Nivelleertijd typisch <4 s <4 s | ||
| Gebruikstemperatuur | -10 °C...+50 °C | -10 °C...+50 °C |
| Opslagtemperatuur | -20 °C...+70 °C | -20 °C...+70 °C |
| Max. gebruikshoopte boven referentie-hoogte | 2000 m | 2000 m |
| Relatieve luchtvochtigkeit max. | 90 % | 90 % |
| Vervilingsgraad volgens IEC 61010-1 | 2B) | 2B) |
| Laserklasse | 2 | 2 |
1609924HE|09.08.2018 Bosch Power Tools
Punt-en Iijnlaser GCL 2-15 GCL 2-15 G
| Laserlijn | ||
| - Lasertype 630-650 nm, <1 mW 500-540 nm, <10 mW | ||
| - Kleur van de laserstraal rood groen | ||
| - C5 | 1 | 10 |
| - Divergentie 0,5 mrad (volledige hoek) 50 × 10 mrad (volledige hoek) | ||
| Laserpunt | ||
| - Lasertype 630-650 nm, <1 mW 630-650 nm, <1 mW | ||
| - Kleur van de laserstraal rood rood | ||
| - C5 | 1 | 1 |
| - Divergentie 0,8 mrad (volledige hoek) 0,8 mrad (volledige hoek) | ||
| Statiefopname 1/4", 5/8" 1/4", 5/8" | ||
| Batterijen | 3 × 1,5 VLR6 (AA) | 3 × 1,5 VLR6 (AA) |
| Gebruiksduur bij modus | ||
| - Kruislijn- en puntmodus | 6 h | 6 h |
| - Kruislijnmodus | 8 h | 8 h |
| - Lijn- en puntmodus | 12 h | 10 h |
| - Lijnmodus | 16 h | 12 h |
| - Puntmodus | 22 h | 22 h |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | 0,49 kg | 0,49 kg |
| Afmetingen (lengthe × bredte × hoogte) | ||
| - zonder draaihouser | 112 × 55 × 106 mm | 112 × 55 × 106 mm |
| - met draaihouser | 132 × 81 × 163 mm | 132 × 81 × 163 mm |
| Beschermingsklasse | IP 54 (stof- en spatwaterbeschermd) | IP 54 (stof- en spatwaterbeschermd) |
A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden.
B) Er ontsta slechts een nicht geleidende verruiling, waar bij echter soms een tijdelijke geleidbarheid wort verwacht door bedauwing. Het productnummer (11) op het typeplaatje dient voor een ondubelzinnige identificatie van uw meetgereedschap.
Montage
Batterijenplaatsen/verwisselen
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
Klap het batterijvakdeksel (6) open enplaats de batterijen.
Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.
Als de batterijen zwak worden, dan knippert de batterij-aanduiding (2) groen. Bovendien knipperen de laserlijnen om de 10 minuten gedurende ca. 5 Seconden. Het meetgereedschap kan na de eerste keer knipperen nog ca. 1 uur lang worden gebruikt. Als de batterijen leeg raken, dan knipperen de laserlijnen nog eenkeer direct voor het automatisch uitschakelen.
Vervang altdi alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van een fabrikant en metdezelfde capacititeit.
Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wonneer u dit langere tijd Niet gebruikt. De batterijen hunnen bij een langere periode van opslag corroderen en zichzelf ontladen.
Werken met de draaihouser RM1 (zie afbeeldingen A1-A3)
Met behulp van de draaihouser (13) kut u het meetgereed-schap 360^ rond een centraal, altdij zichtaar loodpunt draaien. Daardoor kanne de laserlijnen exact worden ingesteld zonder de positie van het meetgereedschap te veranderen.
Plaats het meetgereedschap met de geleidingsgroef (7) te-gen de geleidingsrail (14) van de draaihouser (13) en schuif het meetgereedschap tot aan de aanslag op het platform.
Om los te make, trekt u het meetgereedschap in omgeeker de richting van de draaihouser.
Plaatsingsmogelijkheden van de draaihouder:
- staand op een vlakke ondergrond
- gegen een vertical vlak geschroefd
-in combinatie met de plafondklem (17) aan metalen pla-fondlijsten
met behulp van de magneten (16) op metalen oppervlakken
60|Nederlandds
Gebruik
Ingebruikname
Beschem het meetgereedschap gegen vocht en felzonlicht.
Stel het meetgereedschap Niet bloot aan extreme temperaten of temperatuerschommelingen. Laat het bijv. Niet gedurende langere tiled in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuerschommelingen eerst op temperatuur komen, voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuerschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nudelig beinvoed worden.
Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op hetmeetgereedschap, moet u algid voor het opnieuw gebruiken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie, Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap", Pagina 62).
Het meetgereedschap tijdens transport uitschakelen. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewegingen beschadigd raken.
In-/uitschakelen
Voor het inschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan/uit-schakelaar (8) maar de stand "n" (voor werken zonder automatische nivelling) ofaar de stand
On" (voer werken met automatische nivellering). Het meetgereedschap zendt direct na het inschakelen laserstralen uit de openings (1).
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk zich Niet in de laserstraal, ook Niet vanaf een große afstand.
Voor het uitschakelen van het meetgereedschap de aan-/uit-schakelaar (8) waar de stand "Off" schuiven. Bij het uitschakelen worden de pendeleenheid vergrendeld.
Laat het ingeschakelde meetgereedschap Niet onbe heerdchter en schakel het meetgereedschap na gebruikuit. Andere Personen konnen door de laserstraal verblind worden.
Bij het overschrijden van de maximaal toegestane gebruikstemporatuur van 50^ volgt een uitschakeling ter beschering van de laserdiode. Na het afkoelen is het meetgereed
schap waar gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld.
Automatische uitschakeling
Als ca. 120 minutes lang geen toets op het meetgereedschap worden ingedrukt, schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de batterijen te sparen.
Om het meetgereedschap na de automatische uitschakeling weer in te schaken, kutu de aan/uit-schakelaar (8) eerst maar stand ^ schuiven en het meetgereedschap dan weein schaken, of u drukt op de toets voor modus Laserpunt (4) of op de toets voor modus Laserlijn (5).
Automatische uitschakelingijdelijk deactiveren
Omde automatische uitschakeling te deactiveren, houdt u (bij ingeschakeld meetgereedschap) de toets voor modus Laserlijn (5) minimaal 3 s lang ingedrukt. Als de automatische uitschakeling is gedeactiveerd, knipperen de laserstra- len even ter bevestiging.
Aanwijzing: Als de gebruikstemperatuur boven 45^ komt, kan de automatische uitschakeling Niet meer worden gedeactiveerd.
Als u de automatische uitschakeling wilt activeren, schakelt u het meetgereedschap UIT en weer in.
Modus instellen
Het meetgereedschap beschikt over meerdere modi. U kunt op elk gewenst moment:tussen de modi wisselen:
Kruislijn-en puntmodus: het meetgereedschap produeert een horizontale en verticale laserlijn aan voren evenals telkens een laserpunt verticaal maar boven en aan beneden. De laserpuijnen kuisen elkaar in een hoek van 90^
Lijnmodus horizontaal: het meetgereedschap produc- ceert een horizontale laserlijn waar voren.
Lijnmodus verticala: het meetgereedschap produeert een verticale laserlijn maar voren.
Bij eenplaatsing van het meetgereedschap in de ruimte
verschijnt de verticale laserlijn op het plafond boven het
bovenste laserpuntuit.
Bij eenplaatsing van het meetgereedschap direct gegen
een muur produeert de verticale laserlijn een nagenoeg
helemaal rondon ropende laserlijn (360^ -lijn).
Puntmodus: het meetgereedschap produceert telkens een laserpunt verticaal maar boven en� beneden.
Alle gebruiksmodi behalve de puntmodus können zowel met als zonder automatische nivellering worden gekozen.
Werken met automatische nivellering
| Volgorde van de handelingen Lijnmodus ho- rizontaal | Lijnmodus vertical | Puntmodus Aanduiding wer- ken zonder auto- matische nivelle- ring (3) | Afbeel- ding |
| Aan/uit-schakelaar (8) in stand „ | B1 | ||
| Kruislijnmodus | |||
| 1× drukken op toets voor modus Laserlijn (5) | ● - ● | C1 | |
1609924HE|09.08.2018 Bosch Power Tools
Nederlands | 61
| Volgorde van de handelingen Lijnmodus ho- rizontaal | Lijnmodus vertical | Puntmodus Aanduiding wer- ken zonder auto- matische nivelle- ring (3) | Afbeel- ding | ||
| 2× drukken op toets voor modus Laserlijn (5) | - • ● | D1 | |||
| 3× drukken op toets voor modus Laserlijn (5) | -- ● | E1 | |||
| 4× drukken op toets voor modus Laserlijn (5) | ● ● ● | B1 | |||
| Kruislijnmodus | |||||
| Onafhankelijk van de instelling van de lijnmodus kan de puntmodus worden geactiveerd of gedeactiveerd: | |||||
| 1× drukken op toets voor modus Laserpunt (4) | ●/- ●/-- | ||||
| 2× drukken op toets voor modus Laserpunt (4) | ●/- ●/-- ● | ||||
Als het meetgereedschap zich buiten hetzfivilleerbereik bevindt, dan knipperen de laserlijnen en/of -punten in een snel ritme.
Als u tijdens het werkken met automatische nivellering in de modus, Werken zonder automatische nivellering" (aan/uitschakelaar (8) in stand _^ ) werkt, dan worden altijd deeerste combinatiemogelijkheid van de aanduidingen van deze modus geactiveerd.
Werken zonder automatische nivellering
| Volgorde van de handelingen Lijnmodus ho- | rizontaal | Lijnmodus vertical | Puntmodus Aanduiding wer-ken zonder auto-matische nivelle-ring (3) | Afbeel-ding |
| Aan/uit-schakelaar (8) in stand „On“ | ● ● - | F1 | ||
| Kruislijnmodus | ||||
| 1× drukken op toets voor modus Laserlijn (5) | ● - - | rood | ||
| 2× drukken op toets voor modus Laserlijn (5) | - ● - | rood | ||
| 3× drukken op toets voor modus Laserlijn (5) | ● ● - | rood | ||
| Kruislijnmodus | F1 | |||
In de modus „Werken zonder automatische nivelling" knipperen de laserlijnen permanent in een langzaam ritme. Als u tijdens het werken zonder automatische nivelling in de modus „Werken met automatische nivelling" (aan/uitschakelaar (8) in stand „n") werkt, dan worden alsijd deeerste combinatiemogelijkheid van de aanduidingen van deze modus geactiveerd.
Werken met automatische nivellering (zie afbeeldingen B1-E1)
Zet het meetgereedschap op een horizontale, stevige ondergrond of bevestig het op de draaihouser (13).
Voor het werkken met automatisch waterpassen de aan/uitschakelaar (8) maar de stand "n" schuiven.
Na het inschaken compensate de automatische nivellering automatisch oneffenheden binnen het zichnivelleerbereik
van ± 4^ Zodra de laserstralen Nieteer knipperen, is het meetgereedschap klaar met nivellenen. Is automatische nivellering Niet mogelijk, bijv. omdat het standvlak van het meetgereedschap mer dan 4^ van de ho rizontale lijn afwijk, dan knipperen de laserstralen in een snel ritme.
Stel in dit geval het meetgereedschap horizontaal op en wacht de zelfnivellingaf. Zodra het meetgereedschap zich opnieuw binnen het zelfnivelleerbereik van ± 4^ bevindt,血液循环 de laserstralen permanent branden.
Bij schokken of veranderingen van positieijdens het gebruik wordt het meetgereedschap automatisch opnieuw genivelleerd. Controller na het nivellenen de positie van de laserstralen met betrekking tot referentiepunten om founten door eenverschuving van het meetgereedschap te voorkomen.
Bosch Power Tools 1609 92A 4HE (09.08.2018)
62|Nederlandsl
Werken zonder automatische nivellering (zie afbeelding F1)
Bij het werken zonder automatisch waterpassen de aan-/uitschakelaar (8) waar de stand "on" schuiven. Is het automatisch niveilleren uitgeschakeld, brandt de indicateit wieken zonder automatisch waterpassen (3) rood en knipperen de laserlijnen permanent in met langzaam ritme.
Bij uitgeschakelde automatische nivellering kunt u het meetgereedschap vrij in de hand houden of op een hellende ondergrund zetten. De laserstralen lopen Nieteer noodzakeijk loodrecht ten opzichte van elkaar.
Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap
Nauwkeurigheidsinvloeden
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuuruit. Vooral vanaf de grond maar boven toe verlopende temperatuurverschillen konnen de laserstraal afbuigen.
Omdat de temperatuurgelaagdheid in de buurt van de grond of vloer het grootst is, dient u het meetgereedschap indien möglich op een statief te monteren en het in het midden van het werkoppervlak op te stellen.
Naast exter nvoleden kunnen ook toestelspecifieke in vloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controller aanom de nivelleernauwkeurigheid, telkens voordat u begint te werken.
Controleer altijd eerst de hoogte- en niveleernauwkeurigheid van de horizontale laserlijn en daarna de niveleernauwkeurigheid van de verticale laserlijn.
Als het meetgereedschap bij een van de controles de maxi-male afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te lately repareren.
Hogtenauwkeurigheid van de horizontale lijn controeren
Voor de contrôle heeft u een vrij meettraject van 5 m op een vaste ondergrondCUSen twee muren A en B nodig.
Monteer het meetgereedschap zich bij muur A op een statief of plaats het op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in. Kies kruislijnmodus met automatische nivelling.

Richt de laser op de nabijgelegen muur A en laat het meetereedschap waterpassen. Markeer het midden van het punt waar de laserlijnen zich op de wand kruisen (punt I).

Draai het meetgereedschap 180^ ,laat het zich nivellenen en markeer het kruispunt van de laserlijnen op de tegenoverliggende wand B (punt II).
- Plaats het meetgereedschap-zonder het te draaien -dicht bij wand B, inschakelen en laat het zich nivellenen.

-Het meetgereedschap zodanig in de hoogte uutilijnen (met het statief of eventueel door onderlegmaterialial), dat het kruispunt van de laserlijnen exact het eerder gemarkeer de punt Il op wand Braakt.

Draai het meetgereedschap 180^ zonder de hoogte te wijzigen. Het zodenig op de wand A richten, dat de verticale laserlijn door het eerder gemarkeerde punct I loopt. Laat het meetapparaat zich nivellenen en-Markeer het kruispunt van de laserlijnen op de wand A (punt III).
Het verschil d van de beide gemarkeerde punten I en III op de wand A geeft de werkelijkke hoogteafwijking van het meetgereedschap.
Op het meettraject van 2 × 5m = 10m bedraagt de maximaal toegestane afwijking:
10 m × ± 0,3 mm/m = ± 3 mm. Het verschil d:tussen de pun- ten I en lll mag dus maximaal 3 mm bedragen.
Nivelleernauwkeurigheid van de horizontale lijn controeren
Voor de contrôle heeft u een vrij vlak van ca. 5 × 5 m nodig.
- Monteer het meetgereedschap in het middenussen de muren A en B op een statief of plaats het op een stevige, vlakte ondergrond. Kies horizontale lijnmodus met automatische nivellingen laat het meetgereedschap niveleren.

- Markee op een afstand van 2,5 m van het meetgereed-schap op beiden muren het midden van de laserlijn (punt I op muur A en punt II op muur B).

- Plaats het meetgereedschap 180^ gedraid op een afstand van 5 m enaar het nivellenen.
Lijn het meetgereedschap in hoogte zodeniguit (met behulp van het statief of eventueel door onderlegmaterial) dat het midden van de laserlijn precies het tevoren gemarkeerde sunt II op muur B raakt. - Markeeop muur A het midden van de laserlijn als punt III (vertical boven of onder punt I).
- Het verschil d van de beiden gemarkeerde punten I en III op de muur A levert de daadwerkelijkte afwijking van het meetgereedschap van de horizontale lijn op.
Op het meettraject van 2× 5m = 10m bedraagt de maxi maal toegestane afwijking:
10 m × ± 0,3 mm/m = ± 3 mm. Het verschil dussen de punten en III mag dus maximaal 3 mm bedragen.
Nivelleernauwkeurigheid van de verticale waar controleren
Voor de controle heeft u een deuopening nodig met (op een stabiele ondergrund) aan beiden zijden van de deur minstens 2,5 meter ruimte.
Zet het meetgereedschap op 2,5 meter afstand van de deuropening op een vlakte en stabiele ondergrond (niet op een statief). Kies verticale lijnmodus met automatische nvelling. Richt de laserlijn op de deuropening en laat het meetgereedschap nvellenen.

- Markeer het midden van de verticale laserlijn op de vloer van de deuropening (punt I), op een afstand van 5 m aan de andere zijde van de deuropening (punt II), evenals bij de boenrand van de deuropening (punt III).

Draai het meetgereedschap 180^ en plaats het aan de andere zichde van de deuopening, direct acheer punct II. Laat het meetgereedschap zich nivellenen en de verticale laserlijn zodanig uitlijnen, dat het midden hiervan door de punten I en II loopt.
- Markee het midden van de laserlijn op de bovenrand van de deuropening als punt IV.
- Het verschil d van de beiden gemarkeerde punten III en IV geeft de werkelijkke verticale afwijking van het meetgereedschap.
- Meet de hoogte van de deuropening.
64|Nederlandds
De maxima toegestane afwijking berekent u als volgt: dubbele hoogte van de deuopening × 0.3mm / m
Voorbeeld: bij een hoogte van de deuropening van 2 m mag de maximale afwijking
2 × 2m × ± 0,3mm/m = ± 1,2mm bedragen. De punten III en IV mogen dus maximaal 1,2mm uit elkaar liggen.
Loodnauwkeurigheid controlleren
Voor de contrôle heeft u een vrij meettraject op een vaste ondergrond met een afstand van ca. 5 mussen vloer en pla-fond nodig.
Monteer het meetgereedschap op de draaihouser (13) en zet het op de grond. Kies puntmodus en laat het meetgereedschap nivellenen.

- Markee het midden van het bovenste laserpunt op het plafond (punt I). Markee bovendien het midden van het onderste laserpunt op de grond (punt II).

Draai het meetgereedschap 180^ . Plaats het zodanig dat het midden van het onderste laserpunt op het reeds gemarkeerde punt II ligt. Laat het meetgereedschap nivellearen. Markeer het midden van het bovenste laserpunt (punt III).
- Het verschil d van de beiden gemarkeerde punten I en III op het plafond levert de daadwerkelijkie afwijking van het meetgereedschap van de verticale lijn op.
De maximale toegestane afwijking berekent u als volgt: dubbele afstand tussen vloer en plafond × 0,7mm / m Voorbeeld: bij een afstand tussen vloer en plafond van 5 m mag de maximale afwijking
2× 5m× ± 0,7mm / m = ± 7 mm bedragen. De punten I en III mogendus maximaal 7mm uit elkaar liggen.
Aanwijzingen voor werkzaamheden
- Gebruik voor het markeren algijd alleen het midden van het laserpunt of de laserlijn. De grotte van het laserpunt of de bredte van de laserlijn veranderen met de afstand.
Werken met het statief (accessaire)
Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrund. Plaats het meetgereedschap met de 1 / 4^ -statiefopname (9) op de schroefdraad van het statief (22) of van een gangbaar fotostatif. Voor de bevestiging op een gangbaar bouwstatief de 5 / 8^ -statiefopname (10) gebruiken.
Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.
Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap in schakelt.
Bevestigen met de universe houder (accessoire) (zie afbeeding G)
Met de universe houder (18) kan het meetgereedschap bijv. aan verticale vlaken, buizen of magnetische materialen worden bevestigd. De universe houder is eveneens geschikt als vloerstatief en vergemakkelijkt de hoogteafstelling van het meetgereedschap.
De universele houder (18) grof richten, voor het inschakelen van het meetgereedschap.
Werken met het laserrichtbord (zie afbeelding G)
Het laserrichtbord (19) verbeterd de zichtaarheid van de laseraal onder ongunstige omstandigheden en over grotere afstanden.
De reflecterende helft van het laserrichtbord (19) verbeter de zichtaarheid van de laserlijn, door de transparante helft is de laserlijn ook aan dechterzijde van het laserrichtbord te zien.
Laserbril (accessoire)
De laserbril filter het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het Licht van de laser voor het oog helderde.
- Gebruik de laserbril Niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal; deze beschermtECHTERNiet gegen de laserstraling.
Gebruik de laserbril Niet als zonnebril of in het verker. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en verminder het waarnemen van kleuren.
Gebruiksvoorbeelden (zie afbeeldingen B2-F2, G en H)
Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetgereedschap vindt u op de pagina's met afbeeldingen.
Plaats het meetgereedschap altijd zo zich mogelijk bij het vlak of langs de rand die moet worden gecontroleerd en LAST het zich voor elke meting nivellenen.
Meet de afstanden:tussen de laserstraal en een oppervlak of rand alttijd aan twee zo ver mogelijk uit elkaar ligende pun- ten.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd het meetgereedschap alsijd schoon.
Dompel het meetgereedschap Niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings-of oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let waar bij op pluizen.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over verwangingsonderdelen. Explosietekingen en informatie over verwangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over.
onze producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van verrangingsonderden altiijd het UITien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 5795454
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België
Tel.: (02) 588 0589
Fax: (02) 588 0595
E-mail: outillage.geredschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden gerecycled.

Gooi meetgereedschappen en batterijen nicht bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtig en 2012/19/EU要去en nicht更是 bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtig en 2006/66/EG要去en defecte of verbruekte ac-cu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoordere wijze worden gerecycled.
Dansk
aannnnnnaanennnnnnae
yannnu anm nnnnauouuunauoanauu uuyuynnnnuyu: uwnanlulwau wannrro yu nnanae luev uwwuunuunuun
- 1
1nVJnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVnVn
Wnwnnnnnaaannnnnnae nn nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnne nnnnnee
270

yannnnnnaaannnnnnaanennnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn
n
aannnnnnae aennnnne
aannnnnnaanennnnae
aannnnnnaanennnnnne aannnnnnnnnnnnnne
aunnnnnaeannnnnne aennnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nnnnnnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nannnne nennnee
aannnnnnae annnnnne aannnnnne nnnnne
aunnnnnaeannnnnne annnnn nnnn
aannnnnnaanennnnn nnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn

nnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn
nnuuuaaunauuunnnnnaeunnnnne
777777777777777
nunnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn
JU 1
1
70
nauuuaa
y
ywnnaaonaaauauananaaunuue
aunnnnnae annnne
2012/19/EU 2006/66/EC 2007/12/14