BOSCH BL 200 GC Professional - Laserpointer

BL 200 GC Professional - Laserpointer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis BL 200 GC Professional BOSCH in PDF-formaat.

📄 419 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice BOSCH BL 200 GC Professional - page 98
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over BL 200 GC Professional BOSCH

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Laserpointer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BL 200 GC Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BL 200 GC Professional van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING BL 200 GC Professional BOSCH

Veiligheidsvoorschriften

BOSCH BL 200 GC Professional - Veiligheidsvoorschriften - 1

Alle aanwijzingen moeten worden gelezen om zonder gevaren en veilig met het meetgereedschap te werken. Maak waarschuwingsplaatjes op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.

▶ Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde bedienings- en instelvoorzieningen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden.
Het meetgereedschap wordt geleverd met twee waarschuwingsplaatjes in het Duits (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 16 en 4):

BOSCH BL 200 GC Professional - Veiligheidsvoorschriften - 2

text_image DIN EN 60825-1: 2003-10, <5 mW, 635 nm LASER- STRAHLUNG Direkte Bestrah- lung der Augen vermeiden Laser Klasse 3R

BOSCH BL 200 GC Professional - Veiligheidsvoorschriften - 3

Plak over de Duitse tekst van het waarschuwingsplaatje 16 en over het complete waarschuwingsplaatje 4 de bijbehorende stickers in uw eigen taal voordat u het gereedschap voor het eerst gebruikt. De stickers ontvangt u samen met het meetgereedschap.

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal. Dit meetgereedschap brengt laserstralen van laserklasse 3R volgens EN 60825-1 voort. Rechtstreeks kijken in de laserstraal – ook van een grote afstand – kan het oog beschadigen.
- Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescherming tegen de laserstralen.
- Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstraalen en vermindert de waarneming van kleuren.
Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Laat kinderen het meetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Zij kunnen de laserstraal onbedoeld op personen of dieren richten en hun ogen beschadigen.
▶ Voorkom weerspiegeling van de laserstraal op een glad oppervlak, zoals een raam of spiegel. Ook door de weerspiegelde laserstraal is een beschadiging van de ogen mogelijk.
Het meetgereedschap mag alleen worden bediend door personen die vertrouwd zijn met de omgang met laserapparaten. Volgens EN 60825-1 behoort daartoe onder andere de kennis van de biologische werking van de laser op het oog en de huid, alsmede de juiste toepassing van de laserbeveiliging ter afwending van gevaren.
Houd het oplaadapparaat uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het oplaadapparaat vergroot het risico van een elektrische schok.
Laad met het oplaadapparaat geen accu's van andere fabrikanten op. Het oplaadapparaat is alleen geschikt voor het opladen van het Bosch-accupack dat in het meetgereedschap is geplaatst. Bij het opladen van accu's van andere fabrikanten bestaat brand- en explosiegevaar.

Nederlands | 99

Houd het oplaadapparaat schoon. Door vervuiling bestaat gevaar voor een elektrische schok.
- Controleer voor elk gebruik oplaadapparaat, kabel en stekker. Gebruik het oplaadapparaat niet als u een beschadiging hebt vastgesteld. Open het oplaadapparaat niet zelf en laat het alleen door gekwalificeerd personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen repareren. Beschadigde oplaadapparaten, kabels en stekkers vergroten het risico van een elektrische schok.
- Gebruik het oplaadapparaat niet op een gemakkelijk brandbare ondergrond (zoals papier of textiel) of in een brandbare omgeving. Vanwege de bij het opladen optredende verwarming van het oplaadapparaat bestaat brandgevaar.
Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties en verbrandingen leiden.

Functiebeschrijving

Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.

Gebruik volgens bestemming

Het meetgereedschap is bestemd voor het meten en controleren van nauwkeurig waterpas verlopende hoogtelijnen, verticale lijnen, vluchtlijnen en loodpunten, zowel buiten als binnen.

Afgebeelde componenten

De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.

1 Libel
2 Ontvangstlens voor afstandsbediening
3 Contactbus voor oplaadstekker
4 Waarschuwingsplaatje opening laserstraling

5 Opening voor laserstraal
6 Markering Y-as
7 Markering X-as
8 Loodstraal
9 Variabele laserstraal

10 Loodgroeven X-as
11 Loodgroeven Y-as
12 Vergrendeling van het batterijvakdeksel
13 Deksel van batterijvak
14 Rubber voet
15 Accupack
16 Laser-waarschuwingsplaatje
17 Statiefopname 5/8" (horizontaal en verticaal)
18 Serienummer
19 Toets voor lijnfunctie en keuze van de lijnlengte
20 Richtingtoets omhoog
21 Richtingtoets links
22 Toets voor rotatiefunctie en keuze van de rotatiesnelheid
23 Richtingtoets omlaag
24 Richtingtoets rechts
25 Indicatie handmatige nivellering „man”
26 Indicatie automatische nivellering „auto“
27 Oplaadindicatie batterij
28 Toets „man/auto“ voor het uitschakelen van het automatisch nivelleren
29 Aan/uit-toets
30 Bouwlaser-meetlat*
31 Laserbril
32 Muurhouder/richteenheid*
33 5/8"-schroef op muurhouder*
34 Schroeven van richteenheid*
35 Meetplaat met voet
36 Plafondmeetplaat*
37 Hellingspie*
38 Hogecapaciteitsontvanger met houder
39 Afstandsbediening
40 Statief*
41 Oplaadstekker
42 Oplaadapparaat
43 Opbergkoffer
* Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd.

BOSCH BL 200 GC Professional - Afgebeelde componenten - 1

BOSCH BL 200 GC Professional - Afgebeelde componenten - 2

BOSCH BL 200 GC Professional - Afgebeelde componenten - 3

BOSCH BL 200 GC Professional - Afgebeelde componenten - 4

BOSCH BL 200 GC Professional - Afgebeelde componenten - 5

BOSCH BL 200 GC Professional - Afgebeelde componenten - 6

BOSCH BL 200 GC Professional - Afgebeelde componenten - 7

BOSCH BL 200 GC Professional - Afgebeelde componenten - 8

100 | Nederlands

Technische gegevens

Bouwlaser BL 200 GC
Professional
Zaaknummer3 601 K15 000
Werkbereik (radius)^1)
- zonder ontvanger ca.75 m
- met ontvanger ca.200 m
Waterpasnauwkeurigheid^1) 2) ± 0,05 mm/m
Zelfwaterpasbereik kenmerkend± 8 % (±5°)
Waterpastijd kenmerkend10 s
Rotatiesnelheid600/200/50/10 min ^-1
Bedrijfstemperatuur-20 ... +50 °C
Bewaartemperatuur-20 ... +70 °C
Relatieve luchtvochtigheid max.90 %
Laserklasse3R
Lasertype635 nm, <5 mW
∅ Laserstraal bij de opening ca. ^1) 8 mm
Statiefopname (horizontaal en verticaal)5/8"
Accu's4 x 1,2 V KR20 (D) (5000 mAh)
Batterijen (alkali-mangaan)4 x 1 , 5 V L R 2 0 ( D )
Gebruiksduur ca.
- Accu's30 h
- Batterijen (alkali-mangaan)40 h
Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/20033,0 kg
Afmetingen211 x 180 x 190 mm
BeschermingsklasseIP 66 (stofdicht en beschermd tegen straalwater)

1) bij 21 °C
2) langs de assen
Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het meetgereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke meetgereedschappen kunnen afwijken.
Het serienummer 18 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap.

Nederlands | 101

Montage

Accupack opladen of vervangen

Accupack opladen

Laad voor het eerste gebruik het meegeleverde accupack 15 op. Het accupack kan alleen worden opgeladen in het meetgereedschap en uitsluitend met het daarvoor voorziene oplaadapparaat 42.

Steek de oplaadstekker 41 van het oplaadapparaat in de contactbus 3 en sluit het oplaadapparaat aan op het stroomnet. Tijdens het opladen brandt op het oplaadapparaat de rode indicatie. Het opladen van het lege accupack vereist ca. 7 uur.

Het opladen wordt niet automatisch beeindigd. Verbreek daarom na het opladen de verbinding tussen het oplaadapparaat 42 en het stroomnet. Het oplaadapparaat 42 en het accupack 15 zijn echter beveiligd tegen te sterk opladen.

Een nieuwe of lang niet gebruikte accu levert pas na ca. vijf oplaad- en ontlaadcycli zijn volledige capaciteit.

Als het accupack leeg is, kunt u het meetgereedschap ook met behulp van het oplaadapparaat 42 gebruiken, als dit op het stroomnet is aangesloten. Schakel het meetgereedschap uit, laad het accupack ca. 10 minuten op en schakel vervolgens het meetgereedschap met het aangesloten oplaadapparaat weer in.

Aanwijzingen ter bescherming van het accupack

Laad het accupack 15 niet na elk gebruik op, omdat anders de capaciteit ervan verminderd wordt. Laad het accupack alleen op als de oplaadindicatie 27 knippert of continu brandt.

Een duidelijk kortere gebruiksduur na het opla- den geeft aan dat het accupack versleten is en moet worden vervangen.

Accupack vervangen

U kunt het meegeleverde accupack 15 vervangen door accu's van een andere fabrikant of alkali-mangaan-batterijen. Gebruik alleen batterijen of accu's van één fabrikant en met dezelfde capaciteit. Vervang batterijen resp. accu's altijd compleet.

Als u het accupack wilt verwijderen, draait u de vergrendeling 12 van het batterijvakdeksel in de stand on verwijdert u het batterijvakdeksel 13.

Plaats een nieuw accupack, accu's van een andere fabrikant of batterijen. Let bij het inzetten op de juiste poolaansluitingen. Het accupack 15 kan ter bescherming tegen verkeerde poolaansluitingen slechts in één stand in het batterijvak worden geplaatst.

Als u accu's van een andere fabrikant of batterijen verkeerd heeft geplaatst, kan het meetgereedschap niet worden ingeschakeld. Plaats de accu's van een andere fabrikant of batterijen met de juiste poolaansluitingen en wacht een minuut voordat u het meetgereedschap weer inschakelt.

Breng het batterijvakdeksel 13 aan (slechts één stand mogelijk) en draai de vergrendeling 12 in stand 🔒.

Een beveiliging zorgt ervoor dat alleen het accupack 15 in het meetgereedschap kan worden opgeladen. Accu's van een andere fabrikant moeten buiten het meetgereedschap worden opgeladen.

- Neem accupack, accu's van een andere fabrikant of batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig niet gebruikt.

De accu's of batterijen kunnen, als deze lang worden bewaard, roesten of hun lading verliezen.

BOSCH BL 200 GC Professional - Accupack vervangen - 1

BOSCH BL 200 GC Professional - Accupack vervangen - 2

BOSCH BL 200 GC Professional - Accupack vervangen - 3

BOSCH BL 200 GC Professional - Accupack vervangen - 4

BOSCH BL 200 GC Professional - Accupack vervangen - 5

BOSCH BL 200 GC Professional - Accupack vervangen - 6

BOSCH BL 200 GC Professional - Accupack vervangen - 7

BOSCH BL 200 GC Professional - Accupack vervangen - 8

BOSCH BL 200 GC Professional - Accupack vervangen - 9

102 | Nederlands

Gebruik

Ingebruikneming

▶ Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Na sterke externe inwerkingen op het meetgereedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Waterpasnauwkeurigheid").
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt.

Meetgereedschap opstellen

BOSCH BL 200 GC Professional - Meetgereedschap opstellen - 1
Horizontale stand

Verticale stand
BOSCH BL 200 GC Professional - Meetgereedschap opstellen - 2

Stel het meetgereedschap op een stabiele ondergrond in de horizontale of verticale stand op, monteer het op een statief 40 of op de muurhouder 32 met richtenheid.

Vanwege de hoge nivelleernauwkeurigheid reageert het meetgereedschap zeer gevoelig op trillingen en verplaatsingen. Let daarom op een stabiele positie van het meetgereedschap om onderbrekingen van het gebruik door opnieuw nivelleren te voorkomen.

In- en uitschakelen

Richt de laserstraal niet op personen of dieren (in het bijzonder niet op hun ooghoogte) en kijk zelf niet in de laserstraal (ook niet van een grote afstand). Het meetgereedschap zendt onmiddellijk na het inschakelen de verticale loodstraal 8 en de variabele laserstraal 9 uit, die om de loodstraal draait. Bijzondere voorzichtigheid is geboden met de variabele laserstraal in de puntfunctie.

Als u het meetgereedschap wilt inschakelen drukt u op de aan/uit-knop 29. De laser start onmiddellijk in de rotatiefunctie. Tegelijkertijd begint het automatisch nivelleren (zie „Werkzaamheden met automatisch nivelleren“). De indicaties 25, 26 en 27 branden gedurende drie seconden. Tijdens het verder nivelleren knippert de indicatie voor automatisch nivelleren „auto” 26 twee keer per seconde. Als het nivelleren langer dan 5 seconden duurt, wordt de rotatiefunctie onderbroken en knippert de laser twee keer per seconde tot het nivelleren is beëindigd.

Met de functietoetsen 19 en 22 en de richtingtoetsen 20, 21, 23 en 24 kunt u al tijdens het nivelleren de functie vastleggen (zie „Functies“). In dit geval werkt het meetgereedschap tijdens het nivelleren ter bevestiging van de invoer 5 seconden in de gekozen functie. Na afsluiting van het nivelleren werkt het apparaat verder in deze functie.

Het meetgereedschap is genivelleerd als de laserstraal en de indicatie „auto” 26 continu branden.

Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, drukt u opnieuw op de aan/uit-toets 29.

Onder de volgende omstandigheden wordt het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld:

  • Als het meetgereedschap zich bij het automatisch nivelleren langer dan 10 minuten buiten het zelfnivelleerbereik bevindt, wordt het uitgeschakeld om de batterijen te beschermen. Positioneer het meetgereedschap opnieuw en schakel het weer in.
  • Bij het overschrijden van de maximaal toegestane bedrijfstemperatuur van 50 °C vindt uitschakeling plaats om de laserdiode te beschermen. Na het afkoelen is het meetgereedschap weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld.
  • Als de zelftest mislukt of bij storingen tijdens het gebruik worden alle functies geblokkeerd en flakkert de oplaadindicatie 27.
  • Als het meetgereedschap tijdens geactiveerde standby niet binnen 24 uur weer wordt ingeschakeld.
  • Bij te geringe batterijspanning.

BOSCH BL 200 GC Professional - In- en uitschakelen - 1

BOSCH BL 200 GC Professional - In- en uitschakelen - 2

BOSCH BL 200 GC Professional - In- en uitschakelen - 3

BOSCH BL 200 GC Professional - In- en uitschakelen - 4

BOSCH BL 200 GC Professional - In- en uitschakelen - 5

BOSCH BL 200 GC Professional - In- en uitschakelen - 6

BOSCH BL 200 GC Professional - In- en uitschakelen - 7

BOSCH BL 200 GC Professional - In- en uitschakelen - 8

BOSCH BL 200 GC Professional - In- en uitschakelen - 9

Standbyfunctie met opslaan van de gebruiksmodus

Het meetgereedschap kan gedurende max. 24 uur standby worden geschakeld. Als voor het begin van de standbyfunctie het automatisch nivelleren is geactiveerd (indicatie „auto” 26 brandt continu), bewaakt het automatisch nivelleren in de standbyfunctie nog steeds de positie van het meetgereedschap. De op het meetgereedschap ingestelde functie blijft bewaard.

Druk voor het inschakelen van de standbyfunctie de lijntoets 19 gedurende minstens 5 seconden in. Tijdens standby gaan de laserstraal en de nivelleringsindicaties uit, alleen de oplaadindicatie 27 knippert eenmaal per 5 seconden.

Druk voor het omschakelen van standbyfunctie naar de normale functie de lijntoets 19 opnieuw minstens 5 seconden in. Het meetgereedschap start in dezelfde functie als voor de standby. Bij positieveranderingen van het meetgereedschap ten opzichte van de uitgangspositie voor de standby reageert het automatisch nivelleren als bij de geactiveerde trapbeveiliging (zie „Trapbeveiliging“): De laserstraal kan weer op dezelfde hoogte als voor de standby worden genivelleerd of de laserstraal wordt ter bescherming tegen hoogtefouten uitgeschakeld.

Functions

Overzicht

Alle drie gebruiksmodi zijn in horizontale en verticale stand van het meetgereedschap mogelijk.

BOSCH BL 200 GC Professional - Overzicht - 1
Rotatiefunctie

De rotatiefunctie wordt in het bijzonder geadviseerd bij toe-passing van de ontvanger 38. U kunt uit vier rotatiesnelheden kiezen.

BOSCH BL 200 GC Professional - Overzicht - 2
Lijnfunctie

In deze functie beweegt de variabele laserstaal binnen een beperkte openingshoek. Daardoor wordt de zichtbaarheid van de laserstraal ten opzichte van de rotatiefunctie verbeterd. U kunt uit vier openingshoeken kiezen.

BOSCH BL 200 GC Professional - Overzicht - 3
Puntfunctie

In deze functie wordt de beste zichtbaarheid van de variabele laserstraal bereikt. Deze dient bijvoorbeeld voor het eenvoudig overbrengingen van hoogten of voor het controleren van rooilijnen.

Verloop van X- en Y-as

De X- en Y-as verlopen haaks ten opzichte van elkaar overeenkomstig de markeringen 7 en 6 op het huis. De markeringen liggen precies boven de loodgroeven 10 (X-as) en 11 (Y-as) aan de onderste rand van het huis.

Gebruiksmodi toepassen

Rotatievlak bij verticale stand draaien

Bij een verticale stand van het meetgereedschap kunt u de laserpunt, de laserlijn of het rotatievlak voor eenvoudig of parallel uitlijnen om de Y-as draaien. Druk daarvoor op de richtingtoetsen links 21 resp. rechts 24.

De draaiing is alleen binnen het zelfnivelleerbereik (8 % naar links of rechts) mogelijk. Als het meetgereedschap aan de grens van dit bereik komt, klinkt een waarschuwingssignaal en knipperen de laser en de indicaties „man” 25 en „auto” 26 eenmaal per seconde. Druk op de tegengestelde richtingtoets (21 resp. 24) of schakel het meetgereedschap uit om het opnieuw te positioneren.

Rotatiefunctie

Na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich telkens in de rotatiefunctie. Het start met de hoogste rotatiesnelheid.

Door het indrukken van de toets voor rotatiefunctie 22 kunt u de snelheid in vier stappen tot stilstand (puntfunctie) verminderen. Als u de toets 22 opnieuw indrukt, start de rotatiefunctie weer met de hoogste snelheid.

Tijdens werkzaamheden met de ontvanger 38 dient u de hoogste rotatiesnelheid te kiezen. Tijdens werkzaamheden zonder ontvanger vermindert u de rotatiesnelheid voor een betere zichtbaarheid of gebruikt u de laserbril 31 (toebehoren).

104 | Nederlands

Bij een verticale stand van het meetgereedschap en automatisch nivelleren kunt u door het indrukken van de richtingtoetsen boven 20 resp. onder 23 het rotatievlak om de X-as draaien. Vijf seconden nadat u voor het laatst op een van de vier richtingtoetsen hebt gedrukt, wordt het rotatievlak automatisch weer verticaal genivelleerd.

Lijnfunctie

Als u naar de lijnfunctie wilt gaan, drukt u op de toets voor de lijnfunctie 19. Het meetgereedschap wisselt (afhankelijk van de vorige functie) naar de puntfunctie of de lijnfunctie met de kleinste openingshoek. Door meermaals indrukken van de toets 19 wisselt het meetgereedschap via de kleinste openingshoek van 4° naar de openingshoeken 30°, 60° en 180°. Tegelijkertijd wordt de snelheid bij elke stand verhoogd. Als u de toets 19 nogmaals indrukt, wisselt het meetgereedschap terug naar de puntfunctie.

Openingshoek wijzigen: Bij een horizontale stand van het meetgereedschap en automatisch nivelleren kunt u door het indrukken van de richtingtoetsen boven 20 resp. onder 23 de openingshoek vergroten of verkleinen. De snelheid blijft daarbij onveranderd.

Openingshoek draaien: Bij een horizontale stand van het meetgereedschap en automatisch nivelleren of enkelassige hellingfunctie kunt u door het indrukken van de richtingtoetsen links 21 resp. rechts 24 de laserlijn of de laserpunt stapsgewijs 360° draaien. Bij een verticale stand en automatische nivellering vindt deze draaiing plaats door het indrukken van de richtingtoetsen boven 20 resp. unten 23.

Puntfunctie

U kunt de puntfunctie door het indrukken van de toets voor de rotatiefunctie 22 en door het indrukken van de toets voor de lijnfunctie 19 inschakelen:

- Als het meetgereedschap zich in de rotatiefunctie bevindt en u op de toets voor de lijnfunctie 19 drukt, start het meetgereedschap met de puntfunctie. Uitzondering: Het meet-

gereedschap bevond zich al door het indrukken van de toets voor de rotatiefunctie 22 in de puntfunctie. In dit geval begint na het indrukken van de toets voor de lijnfunctie onmiddellijk de lijnfunctie met de kleinste openingshoek.

- Als het meetgereedschap zich in de lijnfunctie bevindt en u op de toets voor de rotatiefunctie 22 drukt, start het meetgereedschap eveneens met de puntfunctie. Uitzondering: Het meetgereedschap bevond zich al door het indrukken van de toets voor de lijnfunctie 19 in de puntfunctie. In dit geval begint na het indrukken van de toets voor de rotatiefunctie onmiddellijk de rotatiefunctie met de hoogste rotatiesnelheid.

Werkzaamheden met automatisch waterpassen

Overzicht

Het meetgereedschap herkent na het inschakelen zelf de horizontale resp. verticale stand. Als u wilt wisselen tussen de horizontale en verticale stand, schakelt u het meetgereedschap uit, positioneert u het opnieuw en schakelt u het weer in.

Na het inschakelen controleert het meetgereedschap de horizontale of verticale stand en compenseert het oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereik van ca. 8 % (± 0,8 m/10 m) automatisch.

Als het meetgereedschap na het inschakelen of na een positieverandering meer dan 8 % scheef staat, is nivelleren niet meer mogelijk. Zolang de trapbeveiliging niet is geactiveerd (zie „Trapbeveiliging”), klinkt in dit geval een waarschuwingssignaal met een langzame reeks tonen. De rotor wordt gestopt, de laserstraal en de indicaties „auto” 26 en „man” 25 knipperen eenmaal per seconde. Schakel vervolgens het meetgereedschap uit, richt het opnieuw en schakel het weer in.

Positieveranderingen

Als het meetgereedschap is genivelleerd, controleert het voortdurend de horizontale resp. verticale stand. Positieveranderingen van het meetgereedschap leiden tot de volgende reacties:

Kleine positieveranderingen

Kleine positieveranderingen worden binnen 5 seconden gecompenseerd. De gekozen functie wordt niet onderbroken. Tijdens het opnieuw nivelleren knippert de indicatie „auto” 26 twee keer per seconde. Trillingen van de bouwgrond en weerinvloeden worden daarmee automatisch gecompenseerd.

Grote positieveranderingen

Als het meetgereedschap niet binnen 5 seconden kan worden genivelleerd, wordt de rotor gestopt ter voorkoming van verkeerde metingen tijdens het nivelleren. De laserstraal en de indicatie „auto” 26 knipperen tweemaal per seconde.

Trapbeveiliging

Het meetgereedschap bezit een trapbeveiliging. Deze voorkomt bij positieveranderingen van meer dan 3 mm/m het nivelleren op veranderde hoogte en daarmee hoogtefouten. De trapbeveiliging wordt 30 seconden na elke druk op een toets of elke nivellering automatisch ingeschakeld. Als de trapbeveiliging geactiveerd is, knippert de indicatie „auto” 26 eenmaal per 4 seconden.

Bij een positieverandering probeert het meetgereedschap eerst om deze te compenseren. Als bij het opnieuw nivelleren de grenswaarde van 3 mm/m wordt overschreden, klinkt een waarschuwingssignaal met een snelle reeks tonen, de laser wordt uitgeschakeld en de indicatie „man” 25 knippert tweemaal per seconde. Schakel in dit geval het meetgereedschap uit en weer in. Controleer of corrigeer vervolgens de hoogte van de laserstraal.

Werkzaamheden zonder automatisch waterpassen

Om het meetgereedschap in willekeurige schuine standen te gebruiken (zie „Hellingen aantekenen“), kunt u het automatisch nivelleren voor de X- en de Y-as uitschakelen.

- Positieveranderingen van het meetgereedschap worden niet herkend als automatisch nivelleren is uitgeschakeld.

Uitschakelen van automatisch nivelleren bij horizontale stand en enkelassige hellingfunctie

Bij een horizontale stand van het meetgereedschap schakelt u het automatisch nivelleren voor beide assen uit door eenmaal op de toets „man/auto” 28 te drukken. De indicatie „man” 25 knippert eenmaal per seconde.

Als u opnieuw op de toets „man/auto” 28 drukt, schakelt u de enkelassige hellingfunctie in. In de enkelassige hellingfunctie wordt de X-as automatisch genivelleerd, de Y-as niet. De indicaties „man” 25 en „auto” 26 knipperen eenmaal per seconde.

Als u de toets „man/auto” 28 een derde keer indrukt, wordt automatisch nivelleren voor beide assen weer ingeschakeld. De indicatie „auto” 26 knippert (zolang het meetgereedschap opnieuw nivelleert) of brandt continu (als het meetgereedschap is genivelleerd).

Automatisch nivelleren bij verticale stand uitschakelen

Bij een verticale stand van het meetgereedschap schakelt u door het eenmaal indrukken van de toets „man/auto” 28 het automatisch nivelleren voor beide assen uit. De indicatie „man” 25 knippert eenmaal per seconde.

Als u de toets „man/auto” 28 opnieuw indrukt, wordt het automatisch nivelleren weer ingeschakeld. De indicatie „auto” 26 knippert (zo-lang het meetgereedschap opnieuw nivelleert) of brandt continu (als het meetgereedschap is genivelleerd).

BOSCH BL 200 GC Professional - Automatisch nivelleren bij verticale stand uitschakelen - 1

BOSCH BL 200 GC Professional - Automatisch nivelleren bij verticale stand uitschakelen - 2

Helling van het rotatievlak wijzigen

Als het automatisch nivelleren is uitgeschakeld, kunt u met behulp van de richtingtoetsen het rotatievlak (resp. laserpunt of laserlijn) om de X-resp. de Y-as draaien. De werking van de vier richtingtoetsen is daarbij onafhankelijk van de horizontale of verticale stand van het meetgereedschap en van de functie.

BOSCH BL 200 GC Professional - Helling van het rotatievlak wijzigen - 1

text_image BOSGW A B C D A B C D B C D

Met de richtingtoetsen boven 20 resp. onder 23 draait u het rotatievlak om de X-as (in de afbeelding richting A resp. C). Met de richtingtoetsen links 21 resp. rechts 24 draait u het rotatievlak om de Y-as (in de afbeelding richting D resp. B).

In de enkelassige hellingfunctie (horizontale stand) kunt u met de richtingtoetsen boven 20 resp. onder 23 het rotatievlak om de X-as draaien. Een draaiing om de Y-as is niet mogelijk.

Waterpasnauwkeurigheid

Nauwkeurigheidsinvloeden

De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.

De afwijkingen zijn relevant vanaf een meettraject van ca. 20 meter en kunnen bij 100 meter zelfs het twee- tot viervoudige van de afwijking bij 20 meter bedragen.

Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst zijn, dient u het meetgereedschap vanaf een meettraject van 20 meter altijd op een statief te monteren. Plaats het meetgereedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak.

Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap

Behalve externe invloeden, kunnen ook apparaatspecifieke invloeden (zoals een val of een hevige schok) tot afwijkingen leden. Controleer daarom altijd voor het begin van de werkzaamheden de nauwkeurigheid van het meetgereedschap.

Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 20 meter op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig. U moet - bij een horizontale stand van het meetgereedschap - een omslagmeting over beide assen X en Y (positief en negatief) uitvoeren (vier complete metingen).

- Monteer het meetgereedschap in de horizontale stand dicht bij muur A op een statief 40 (toebehoren) of plaats het op een stevige en vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in.

BOSCH BL 200 GC Professional - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 1

BOSCH BL 200 GC Professional - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 2

BOSCH BL 200 GC Professional - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 3

BOSCH BL 200 GC Professional - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 4

BOSCH BL 200 GC Professional - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 5

Nederlands | 107

BOSCH BL 200 GC Professional - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 6

text_image A 1 B 20 m

- Richt na het nivelleren de laserstraal in de puntfunctie op de nabijgelegen muur A. Markeer het midden van de punt van de laserstraal op de muur (punt 1).

BOSCH BL 200 GC Professional - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 7

- Draai het meetgereedschap 180°, laat het nivelleren en markeer het midden van de punt van de laserstraal op muur B aan de andere kant (punt II).

- Plaats het meetgereedschap - zonder het te draaien - dicht bij muur B, schakel het in en laat het waterpassen.

BOSCH BL 200 GC Professional - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 8

text_image A I B II

- Stel het meetgereedschap in hoogte zo af (met behulp van het statief of indien nodig door er iets onder te plaatsen), dat het midden van de punt van de laserstraal precies de eerder gemarkeerde punt II op muur B raakt.

BOSCH BL 200 GC Professional - Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap - 9

text_image A III d I 180° B II
  • Draai het meetgereedschap 180°, zonder de hoogte te veranderen. Laat het nivelleren en markeer het midden van de punt van de laserstraal op muur A (punt III).
  • Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten I en III op muur A levert de feitelijke afwijking van het meetgereedschap voor de gemeten as op.

Herhaal de meting voor de andere drie assen. Draai daarvoor het meetgereedschap voor het begin van elke meting telkens 90°.

Op het meettraject van 2 x 20 = 40 m mag de afwijking maximaal ± 2 mm bedragen. De hoogste en laagste markering mogen daarom hoogstens 4 mm uit elkaar liggen.

Als het meetgereedschap de maximale afwijking bij een van de vier metingen overschrijdt, dient u het bij een Bosch-klantenservice te laten controleren.

Tips voor de werkzaamheden

- Gebruik altijd alleen het midden van de laserpunt voor het markeren. De grootte van de laserpunt verandert met de afstand.

Laserbril (toebehoren)

De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het rode licht van de laser voor het oog helderder.

  • Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal en biedt daarom geen bescherming tegen de laserstralen.
  • Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstraalen en vermindert de waarneming van kleuren.

BOSCH BL 200 GC Professional - Laserbril (toebehoren) - 1

BOSCH BL 200 GC Professional - Laserbril (toebehoren) - 2

BOSCH BL 200 GC Professional - Laserbril (toebehoren) - 3

BOSCH BL 200 GC Professional - Laserbril (toebehoren) - 4

BOSCH BL 200 GC Professional - Laserbril (toebehoren) - 5

BOSCH BL 200 GC Professional - Laserbril (toebehoren) - 6

BOSCH BL 200 GC Professional - Laserbril (toebehoren) - 7

BOSCH BL 200 GC Professional - Laserbril (toebehoren) - 8

BOSCH BL 200 GC Professional - Laserbril (toebehoren) - 9

BOSCH BL 200 GC Professional - Laserbril (toebehoren) - 10

BOSCH BL 200 GC Professional - Laserbril (toebehoren) - 11

Werkzaamheden met de afstandsbediening

Bij het indrukken van de bedieningstoetsen kan het meetgereedschap uit de nivellering worden gebracht, zodat de rotatie gedurende korte tijd stopt. Door het gebruik van de afstandsbediening 39 wordt dit effect voorkomen.

Ontvangstvelden voor de afstandsbediening bevinden zich aan vier zijden van het meetgereedschap bij de opening van de laserstralen en naast de oplaadaansluiting 3.

De ontvangstlens 2 aan de onderkant van de behuizing reageert met een duidelijk hogere gevoeligheid op de signalen van de afstandbediening (kenmerkend werkbereik 200 meter). Stel bij het gebruik van de afstandsbediening het meetgereedschap zo op dat de signalen van de afstandsbediening de ontvangstlens 2 rechtstreeks raken.

Werkzaamheden met het statief (toebehoren)

Het meetgereedschap beschikt over een 5/8"-statiefopname 17 voor horizontaal en verticaal gebruik.

Bij een statief 40 met schaalverdeling op het uitschuifbaar deel kunt u de hoogteverplaatsing rechtstreeks instellen.

Werkzaamheden met muurhouder en richteenheid (toebehoren) (zie afbeelding A)

U kunt het meetgereedschap ook op de wandhouder met richteenheid 32 monteren. Draai daarvoor de 5/8"-schroef 33 van de muurhouder in de statiefopname 17 voor horizontaal gebruik op het meetgereedschap.

Montage op een muur: Montage op een muur wordt geadviseerd bijvoorbeeld bij werkzaamheden boven de uittrekhoogte van het statief of bij werkzaamheden op een instabiele ondergrond en zonder statief. Bevestig daarvoor de muurhouder 32 met gemonteerd meetgereedschap zo verticaal mogelijk tegen een muur.

Montage op een statief: U kunt de muurhouder 32 ook met de statiefopname aan de achterkant op een statief schroeven. Deze bevestiging wordt in het bijzonder geadviseerd bij werkzaamheden waarbij het rotatievlak op een referentielijn moet worden gericht.

Met behulp van de richteenheid kunt u het ge- monteerde meetgereedschap verticaal (bij montage op de muur) of horizontaal (bij montage op een statief) over een afstand van ca. 10 cm verschuiven. Draai daarvoor de schroeven 34 op de richteenheid los, verschuif het meetgereedschap in de gewenste stand en draai de schroeven 34 weer vast.

Werkzaamheden met de meetplaat

Met de meetplaat 35 kunt u de lasermarkering op de vloer resp. de laserhoogte op een muur overbrengen.

BOSCH BL 200 GC Professional - Werkzaamheden met de meetplaat - 1

Met het nulveld en de schaalverdeling kunt u de verplaatsing ten opzichte van de gewenste hoogte meten en op een andere plaats aantekenen. Daarmee vervalt het nauwkeurig instellen van het meetgereedschap op de over te brengen hoogte. De meetplaat 35 heeft een reflecterende laag die de zichtbaarheid van de laserstraal op een grote afstand resp. bij fel zonlicht verbetert. De helderheidsversterking is alleen zichtbaar als u parallel aan de laserstraal op de meetplaat kijkt.

Werkzaamheden met de meetlat (toebehoren) Voor het controleren van oneffenheden of het aan- tekenen van verval wordt het gebruik van de meet- lat 30 samen met de ontvanger 38 geadviseerd.

BOSCH BL 200 GC Professional - Werkzaamheden met de meetplaat - 2

text_image 0+50 0 0-50 X

Op de meetlat 30 is boven een relatieve schaalverdeling (± 50 cm) aangebracht. De nulhoogte (90 tot 210 cm) kunt u onder op het uittrekbare gedeelte vooraf instellen. Daarmee kunnen afwijkingen van de gewenste hoogte rechtstreeks worden afgelezen.

BOSCH BL 200 GC Professional - Werkzaamheden met de meetplaat - 3

BOSCH BL 200 GC Professional - Werkzaamheden met de meetplaat - 4

BOSCH BL 200 GC Professional - Werkzaamheden met de meetplaat - 5

BOSCH BL 200 GC Professional - Werkzaamheden met de meetplaat - 6

BOSCH BL 200 GC Professional - Werkzaamheden met de meetplaat - 7

BOSCH BL 200 GC Professional - Werkzaamheden met de meetplaat - 8

BOSCH BL 200 GC Professional - Werkzaamheden met de meetplaat - 9

BOSCH BL 200 GC Professional - Werkzaamheden met de meetplaat - 10

Toepassingsvoorbeelden

Opmerking: Bij alle toepassingsvoorbeelden, met uitzondering van „Hellingen aantekenen“, wordt ervan uit gegaan dat automatisch nivelle- ren is ingeschakeld.

Hoogetpunt overbrengen en meterlijn (zie afbeelding B)

Plaats het meetgereedschap in de horizontale stand op een stevige ondergrond of monteer het op een statief 40 (toebehoren).

Werkzaamheden met statief en ontvanger 38: Richt de laserstraal in de rotatiefunctie op de gewenste hoogte en breng de hoogte naar het doel over.

Werkzaamheden zonder statief: Bepaal het hoogteverschil tussen de laserstraal (in de punt- of lijnfunctie) en de hoogtelijn bij het referentie-punt met behulp van de meetplaat 35. Draai de laserstraal met de richtingtoetsen links 21 resp. rechts 24 naar het doel en breng het gemeten hoogteverschil over.

Loodstraal parallel uitlijnen (zie afbeelding C)

Als u rechte hoeken wilt aantekenen of tussenwanden wilt uitlijnen, dient u de loodstraal 8 parallel, dat wil zeggen op dezelfde afstand tot een referentielijn (bijvoorbeeld een muur) uit te lijnen.

Stel daarvoor het meetgereedschap in de verticale stand op en positioneer het zo dat de loodstraal ongeveer parallel aan de referentielijn verloopt.

Meet voor de nauwkeurige positionering de afstand tussen loodstraal en referentielijn vlakbij het meetgereedschap met behulp van de meetplaat 35. Meet de afstand tussen loodstraal en referentielijn opnieuw op een zo groot mogelijke afstand van het meetgereedschap. Richt de loodstraal met behulp van de richtingtoetsen links 21 resp. rechts 24 zo dat deze dezelfde afstand tot de referentielijn heeft als bij de meting vlakbij het meetgereedschap.

Rotatievlak boven een bodempunt centreren (zie afbeelding D)

Als er rechte hoeken vanuit een gedefinieerd bodempunt moeten worden afgetekend, dient u het rotatievlak boven dit referentiepunt te centreren.

Plaats het meetgereedschap in de verticale stand zo dicht mogelijk boven het referentie-punt en kies de puntfunctie.

Met de richtingtoetsen boven 20 resp. onder 23 draait u de variabele laserstraal zo dat deze naar onderen op de vloer is gericht. Met behulp van de libel 1 op de rotorkop richt u de laserstraal vervolgens nauwkeurig verticaal.

▶ Controleer dat de variabele laserstraal naar onderen is gericht voordat u van boven op de libel 1 kijkt. Zo voorkomt u rechtstreeks kijken in de laserstraal.

Positioneer het meetgereedschap zo dat de verticale laserstraal nauwkeurig het referentiepunt raakt.

Rechte hoeken aantekenen (zie afbeelding E)

De rechte hoek wordt bij een verticale stand van het meetgereedschap door de loodstraal 8 en de variabele laserstraal 9 aangegeven.

Naar behoefte centreert u voor het aantekenen van rechte hoeken het rotatievlak boven een bodempunt en lijnt u de loodstraal 8 parallel aan een referentielijn (bijvoorbeeld een muur) uit.

Verticale lijnen aantekenen (zie afbeelding F)

Stel het meetgereedschap in de verticale stand op en richt de variabele laserstraal 9 op de plaats waar de verticale lijn moet worden aangetekend. Kies de lijn- of rotatiefunctie en teken de verticale lijn aan.

Verticaal vlak aangeven (zie afbeelding F)

Plaats het meetgereedschap in de verticale stand. Richt de variabele laserstraal op een referentielijn (bijvoorbeeld een tussenwand). Kies de lijn- of rotatiefunctie en teken het verticale vlak aan.

BOSCH BL 200 GC Professional - Verticaal vlak aangeven (zie afbeelding F) - 1

BOSCH BL 200 GC Professional - Verticaal vlak aangeven (zie afbeelding F) - 2

Rotatievlak parallel uitlijnen (zie afbeelding G)

Bij een verticale stand van het meetgereedschap kunt u het rotatievlak parallel aan een referen- tielijn (bijvoorbeeld een muur) uitlijnen. Posi- tioneer het meetgereedschap daartoe zo dicht mogelijk bij de referentielijn en kies de rotatie- functie.

Lijn het rotatievlak bij benadering parallel aan de referentielijn uit. Draai daartoe het rotatievlak met de richtingtoetsen links 21 resp. rechts 24 om de Y-as. Om gemakkelijker te kunnen richten, kunt u het rotatievlak dichter bij de referentielijn brengen. Beweeg daartoe het rotatievlak schuin met de richtingtoetsen boven 20 resp. onder 23 om de X-as. Lijn nu het rotatievlak door draaien om de Y-as nauwkeurig parallel aan de referentielijn uit (richtingtoetsen links 21 resp. rechts 24). Als er 5 seconden lang geen richtingtoets wordt ingedrukt, wordt het rotatievlak automatisch weer verticaal gericht.

Bodempunt (loodpunt) op plafond overbrengen

Voor het nauwkeurig richten van de loodstraal boven een bodempunt bevinden zich aan de onderste rand van huis de loodgroeven 10 en 11. Teken twee haakse hulplijnen door het bodempunt aan. Zet het meetgereedschap in de horizontale stand neer en lijn het met behulp van de loodgroeven aan de hulplijnen uit.

Werkzaamheden met statief: De laseroorsprong bevindt zich bij een horizontale stand van het meetgereedschap vlak boven de horizontale statiefopname. Bij gebruik van een statief 40 (toebehoren) kunt u een schietlood aan de statiefbevestigingsschroef aanbrengen en daarmee de laser op een bodempunt uitlijnen.

Hellingen aantekenen (zie afbeelding H)

Voor het aantekenen van hellingen moet u het automatisch nivelleren uitschakelen (zie „Werkzaamheden zonder automatisch nivelleren“). Daarna kunt u het meetgereedschap in een willekeurige schuine stand opstellen.

Voor het aantekenen van hellingen in slechts één asrichting (bijvoorbeeld taluds) dient u – bij een horizontale stand van het meetgereedschap – de enkelassige hellingfunctie kiezen (zie „Uitschakelen van automatisch nivelleren bij horizontale stand en enkelassige hellingfunctie”). Lijn in dit geval het meetgereedschap parallel aan de Y-as in de richting van de helling uit.

Voor het aantekenen van nauwkeurige hellingen wordt het gebruik van een hellingspie 37 (toebehoren) geadviseerd. Deze wordt gemonteerd op een statief 40.

U kunt het meetgereedschap ook parallel aan de gewenste schuinte uitlijnen door er aan één kant iets onder te leggen of met behulp van het statief 40 (toebehoren). Binnen het zelfnivelleerbereik van 8 % kunnen hellingen ook met behulp van de richtingtoetsen worden ingesteld.

BOSCH BL 200 GC Professional - Hellingen aantekenen (zie afbeelding H) - 1

BOSCH BL 200 GC Professional - Hellingen aantekenen (zie afbeelding H) - 2

BOSCH BL 200 GC Professional - Hellingen aantekenen (zie afbeelding H) - 3

BOSCH BL 200 GC Professional - Hellingen aantekenen (zie afbeelding H) - 4

BOSCH BL 200 GC Professional - Hellingen aantekenen (zie afbeelding H) - 5

Nederlands | 111

Overzicht van de indicaties

LaserstraalRotatie van de laser*Waarschuwingssignaalautoman
Meetgereedschap inschakelen (zelftest 3 seconden) ● ●
Meetgereedschap genivelleerd en gereed voor gebruik ● ● ●
Nivelleren of opnieuw nivelleren2x/1 s2x/1 s
Zelfnivelleerbereik overschreden1x/1 s1x/1 s1x/1 s1x/1 s
Trapbeveiliging geactiveerd 1x/4 s
Trapbeveiliging in werking gezet4x/1 s2x/1 s
Automatisch nivelleren uitgeschakeld 1x/1 s
Enkelassige hellingfunctie ingeschakeld 1x/1 s 1x/1 s
Standbyfunctie met opslaan van de gebruiksmodus1x/5 s
Batterijspanning laag1x/2 s
Accu leeg
Storing
* bij lijn- en rotatiefunctie
1x/1 sKnipperfrequentie (bijvoorbeeld eenmaal per seconde)
Continufunctie
Functie gestopt

Onderhoud en service

Onderhoud en reiniging

Houd het meetgereedschap altijd schoon.

Verwijder vuil met een droge, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.

Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.

Bij ernstige vervuiling kunt u het meetgereedschap onder stromend water reinigen. Dompel het meetgereedschap echter niet in het water en stel het niet bloot aan een hogedrukwaterstraal.

Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen.

Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap.

BOSCH BL 200 GC Professional - Onderhoud en reiniging - 1

BOSCH BL 200 GC Professional - Onderhoud en reiniging - 2

Vervangingsonderdelen

Rubber voet 14 (3 stuks) ..... 1 609 203 588

Deksel van batterijvak 13. . . . . .1 609 203 M02

Accupack 15 ....1 609 203 M04

Klantenservice en advies

Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:

www.bosch-pt.com

De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren.

Nederland

Tel.: +31 (076) 579 54 54

Fax: +31 (076) 579 54 94

E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com

België en Luxemburg

Tel.: +32 (070) 22 55 65

Fax: +32 (070) 22 55 75

E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com

Afvalverwijdering

Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.

Alleen voor landen van de EU:

BOSCH BL 200 GC Professional - Alleen voor landen van de EU: - 1

Gooi meetgereedschappen niet bij het huisvuil.

Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in na-

tionaal recht moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.

Accu's en batterijen:

Gooi accu's of batterijen niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accu's en batterijen moeten worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verantwoorde wijze worden afgevoerd.

Alleen voor landen van de EU:

Volgens richtlijn 91/157/EEG moeten defecte of versleten accu's en batterijen worden gerecycled.

Wijzigingen voorbehouden.

BOSCH BL 200 GC Professional - Alleen voor landen van de EU: - 1

BOSCH BL 200 GC Professional - Alleen voor landen van de EU: - 2

BOSCH BL 200 GC Professional - Alleen voor landen van de EU: - 3

BOSCH BL 200 GC Professional - Alleen voor landen van de EU: - 4

BOSCH BL 200 GC Professional - Alleen voor landen van de EU: - 5

BOSCH BL 200 GC Professional - Alleen voor landen van de EU: - 6

BOSCH BL 200 GC Professional - Alleen voor landen van de EU: - 7

BOSCH BL 200 GC Professional - Alleen voor landen van de EU: - 8

BOSCH BL 200 GC Professional - Alleen voor landen van de EU: - 9

Dansk | 113

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : BL 200 GC Professional

Categorie : Laserpointer