BOSCH BL 200 GC Professional - Laserpointer

BL 200 GC Professional - Laserpointer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis BL 200 GC Professional BOSCH in PDF-formaat.

📄 419 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BOSCH BL 200 GC Professional - page 98
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : BL 200 GC Professional

Categorie : Laserpointer

Download de handleiding voor uw Laserpointer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BL 200 GC Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BL 200 GC Professional van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING BL 200 GC Professional BOSCH

Veiligheidsvoorschriften Alle aanwijzingen moeten wor- den gelezen om zonder gevaren en veilig met het meetgereed- schap te werken. Maak waar- schuwingsplaatjes op het meet- gereedschap nooit onleesbaar.

BEWAAR DEZE VOORSCHRIF-

TEN GOED. f Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde bedienings- en instelvoorzienin- gen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden. f Het meetgereedschap wordt geleverd met twee waarschuwingsplaatjes in het Duits (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 16 en 4): f Plak over de Duitse tekst van het waar- schuwingsplaatje 16 en over het complete waarschuwingsplaatje 4 de bijbehorende stickers in uw eigen taal voordat u het ge- reedschap voor het eerst gebruikt. De stickers ontvangt u samen met het meetge- reedschap. f Richt de laserstraal niet op personen of die- ren en kijk zelf niet in de laserstraal. Dit meetgereedschap brengt laserstralen van la- serklasse 3R volgens EN 60825-1 voort. Recht- streeks kijken in de laserstraal – ook van een grote afstand – kan het oog beschadigen. f Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescher- ming tegen de laserstralen. f Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstra- len en vermindert de waarneming van kleuren. f Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en al- leen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veilig- heid van het meetgereedschap in stand blijft. f Laat kinderen het meetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Zij kunnen de la- serstraal onbedoeld op personen of dieren richten en hun ogen beschadigen. f Voorkom weerspiegeling van de laserstraal op een glad oppervlak, zoals een raam of spiegel. Ook door de weerspiegelde laser- straal is een beschadiging van de ogen moge- lijk. f Het meetgereedschap mag alleen worden bediend door personen die vertrouwd zijn met de omgang met laserapparaten. Vol- gens EN 60825-1 behoort daartoe onder an- dere de kennis van de biologische werking van de laser op het oog en de huid, alsmede de juiste toepassing van de laserbeveiliging ter afwending van gevaren. f Houd het oplaadapparaat uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van wa- ter in het oplaadapparaat vergroot het risico van een elektrische schok. f Laad met het oplaadapparaat geen accu’s van andere fabrikanten op. Het oplaadappa- raat is alleen geschikt voor het opladen van het Bosch-accupack dat in het meetgereed- schap is geplaatst. Bij het opladen van accu’s van andere fabrikanten bestaat brand- en ex- plosiegevaar. DIN EN 60825-1:2003-10, <5 mW, 635 nm LASER- STRAHLUNG Direkte Bestrah- lung der Augen vermeiden Laser Klasse 3R AUSTRITTSÖFFNUNG FÜR LASERSTRAHLUNG OBJ_BUCH-78-004.book Page 98 Thursday, July 26, 2007 2:04 PMNederlands | 99 Bosch Power Tools 1 609 929 L80 | (26.7.07) f Houd het oplaadapparaat schoon. Door ver- vuiling bestaat gevaar voor een elektrische schok. f Controleer voor elk gebruik oplaadappa- raat, kabel en stekker. Gebruik het oplaad- apparaat niet als u een beschadiging hebt vastgesteld. Open het oplaadapparaat niet zelf en laat het alleen door gekwalificeerd personeel en alleen met originele vervan- gingsonderdelen repareren. Beschadigde oplaadapparaten, kabels en stekkers vergro- ten het risico van een elektrische schok. f Gebruik het oplaadapparaat niet op een ge- makkelijk brandbare ondergrond (zoals pa- pier of textiel) of in een brandbare omge- ving. Vanwege de bij het opladen optredende verwarming van het oplaadapparaat bestaat brandgevaar. f Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de ac- cu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wan- neer de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties en ver- brandingen leiden. Functiebeschrijving Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en laat deze pa- gina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwij- zing leest. Gebruik volgens bestemming Het meetgereedschap is bestemd voor het me- ten en controleren van nauwkeurig waterpas verlopende hoogtelijnen, verticale lijnen, vlucht- lijnen en loodpunten, zowel buiten als binnen. Afgebeelde componenten De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pa- gina met afbeeldingen. 1 Libel 2 Ontvangstlens voor afstandsbediening 3 Contactbus voor oplaadstekker 4 Waarschuwingsplaatje opening laserstraling 5 Opening voor laserstraal 6 Markering Y-as 7 Markering X-as 8 Loodstraal 9 Variabele laserstraal 10 Loodgroeven X-as 11 Loodgroeven Y-as 12 Vergrendeling van het batterijvakdeksel 13 Deksel van batterijvak 14 Rubber voet 15 Accupack 16 Laser-waarschuwingsplaatje 17 Statiefopname 5/8" (horizontaal en verticaal) 18 Serienummer 19 Toets voor lijnfunctie en keuze van de lijnlengte 20 Richtingtoets omhoog 21 Richtingtoets links 22 Toets voor rotatiefunctie en keuze van de rotatiesnelheid 23 Richtingtoets omlaag 24 Richtingtoets rechts 25 Indicatie handmatige nivellering „man” 26 Indicatie automatische nivellering „auto” 27 Oplaadindicatie batterij 28 Toets „man/auto” voor het uitschakelen van het automatisch nivelleren 29 Aan/uit-toets 30 Bouwlaser-meetlat* 31 Laserbril 32 Muurhouder/richteenheid* 33 5/8"-schroef op muurhouder* 34 Schroeven van richteenheid* 35 Meetplaat met voet 36 Plafondmeetplaat* 37 Hellingspie* 38 Hogecapaciteitsontvanger met houder 39 Afstandsbediening 40 Statief* 41 Oplaadstekker 42 Oplaadapparaat 43 Opbergkoffer

  • Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd. OBJ_BUCH-78-004.book Page 99 Thursday, July 26, 2007 2:04 PM100 | Nederlands 1 609 929 L80 | (26.7.07) Bosch Power Tools Technische gegevens Bouwlaser BL 200 GC Professional Zaaknummer 3 601 K15 000 Werkbereik (radius)

– zonder ontvanger ca. – met ontvanger ca. 75 m 200 m Waterpasnauwkeurigheid

± 0,05 mm/m Zelfwaterpasbereik kenmerkend ± 8% (±5°) Waterpastijd kenmerkend 10 s Rotatiesnelheid 600/200/50/10 min

Bedrijfstemperatuur – 20 ... +50 °C Bewaartemperatuur – 20 ... +70 °C Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % Laserklasse

Lasertype 635 nm, <5 mW Ø Laserstraal bij de opening ca.

Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het meetgereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke meetgereedschappen kunnen afwijken. Het serienummer 18 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap. OBJ_BUCH-78-004.book Page 100 Thursday, July 26, 2007 2:04 PMNederlands | 101 Bosch Power Tools 1 609 929 L80 | (26.7.07) Montage Accupack opladen of vervangen Accupack opladen Laad voor het eerste gebruik het meegeleverde accupack 15 op. Het accupack kan alleen wor- den opgeladen in het meetgereedschap en uit- sluitend met het daarvoor voorziene oplaadap- paraat 42. Steek de oplaadstekker 41 van het oplaadappa- raat in de contactbus 3 en sluit het oplaadappa- raat aan op het stroomnet. Tijdens het opladen brandt op het oplaadapparaat de rode indicatie. Het opladen van het lege accupack vereist ca. 7 uur. Het opladen wordt niet automatisch beëindigd. Verbreek daarom na het opladen de verbinding tussen het oplaadapparaat 42 en het stroomnet. Het oplaadapparaat 42 en het accupack 15 zijn echter beveiligd tegen te sterk opladen. Een nieuwe of lang niet gebruikte accu levert pas na ca. vijf oplaad- en ontlaadcycli zijn volle- dige capaciteit. Als het accupack leeg is, kunt u het meetgereed- schap ook met behulp van het oplaadapparaat 42 gebruiken, als dit op het stroomnet is aange- sloten. Schakel het meetgereedschap uit, laad het accupack ca. 10 minuten op en schakel ver- volgens het meetgereedschap met het aangeslo- ten oplaadapparaat weer in. Aanwijzingen ter bescherming van het accupack Laad het accupack 15 niet na elk gebruik op, omdat anders de capaciteit ervan verminderd wordt. Laad het accupack alleen op als de oplaadindicatie 27 knippert of continu brandt. Een duidelijk kortere gebruiksduur na het opla- den geeft aan dat het accupack versleten is en moet worden vervangen. Accupack vervangen U kunt het meegeleverde accupack 15 vervan- gen door accu’s van een andere fabrikant of al- kali-mangaan-batterijen. Gebruik alleen batterij- en of accu’s van één fabrikant en met dezelfde capaciteit. Vervang batterijen resp. accu’s altijd compleet. Als u het accupack wilt verwijderen, draait u de vergrendeling 12 van het batterijvakdeksel in de stand en verwijdert u het batterijvakdeksel

Plaats een nieuw accupack, accu’s van een an- dere fabrikant of batterijen. Let bij het inzetten op de juiste poolaansluitingen. Het accupack 15 kan ter bescherming tegen verkeerde poolaan- sluitingen slechts in één stand in het batterijvak worden geplaatst. Als u accu’s van een andere fabrikant of batterij- en verkeerd heeft geplaatst, kan het meetge- reedschap niet worden ingeschakeld. Plaats de accu’s van een andere fabrikant of batterijen met de juiste poolaansluitingen en wacht een minuut voordat u het meetgereedschap weer in- schakelt. Breng het batterijvakdeksel 13 aan (slechts één stand mogelijk) en draai de vergrendeling 12 in stand . Een beveiliging zorgt ervoor dat alleen het accu- pack 15 in het meetgereedschap kan worden opgeladen. Accu’s van een andere fabrikant moeten buiten het meetgereedschap worden opgeladen. f Neem accupack, accu’s van een andere fabrikant of batterijen uit het meetgereed- schap als u het langdurig niet gebruikt. De accu’s of batterijen kunnen, als deze lang worden bewaard, roesten of hun lading ver- liezen. OBJ_BUCH-78-004.book Page 101 Thursday, July 26, 2007 2:04 PM102 | Nederlands 1 609 929 L80 | (26.7.07) Bosch Power Tools Gebruik Ingebruikneming f Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Na sterke externe inwer- kingen op het meetgereedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Waterpasnauwkeurigheid”). f Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuur- schommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetge- reedschap bij grote temperatuurschomme- lingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Meetgereedschap opstellen Stel het meetgereedschap op een stabiele on- dergrond in de horizontale of verticale stand op, monteer het op een statief 40 of op de muurhou- der 32 met richteenheid. Vanwege de hoge nivelleernauwkeurigheid rea- geert het meetgereedschap zeer gevoelig op tril- lingen en verplaatsingen. Let daarom op een sta- biele positie van het meetgereedschap om onderbrekingen van het gebruik door opnieuw nivelleren te voorkomen. In- en uitschakelen f Richt de laserstraal niet op personen of die- ren (in het bijzonder niet op hun ooghoog- te) en kijk zelf niet in de laserstraal (ook niet van een grote afstand). Het meetge- reedschap zendt onmiddellijk na het inscha- kelen de verticale loodstraal 8 en de variabe- le laserstraal 9 uit, die om de loodstraal draait. Bijzondere voorzichtigheid is gebo- den met de variabele laserstraal in de punt- functie. Als u het meetgereedschap wilt inschakelen drukt u op de aan/uit-knop 29. De laser start on- middellijk in de rotatiefunctie. Tegelijkertijd be- gint het automatisch nivelleren (zie „Werkzaam- heden met automatisch nivelleren”). De indicaties 25, 26 en 27 branden gedurende drie seconden. Tijdens het verder nivelleren knippert de indicatie voor automatisch nivelleren „auto” 26 twee keer per seconde. Als het nivelleren lan- ger dan 5 seconden duurt, wordt de rotatiefunc- tie onderbroken en knippert de laser twee keer per seconde tot het nivelleren is beëindigd. Met de functietoetsen 19 en 22 en de richting- toetsen 20, 21, 23 en 24 kunt u al tijdens het ni- velleren de functie vastleggen (zie „Functies”). In dit geval werkt het meetgereedschap tijdens het nivelleren ter bevestiging van de invoer 5 se- conden in de gekozen functie. Na afsluiting van het nivelleren werkt het apparaat verder in deze functie. Het meetgereedschap is genivelleerd als de la- serstraal en de indicatie „auto” 26 continu bran- den. Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, drukt u opnieuw op de aan/uit-toets 29. Onder de volgende omstandigheden wordt het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld: – Als het meetgereedschap zich bij het auto- matisch nivelleren langer dan 10 minuten buiten het zelfnivelleerbereik bevindt, wordt het uitgeschakeld om de batterijen te be- schermen. Positioneer het meetgereedschap opnieuw en schakel het weer in. – Bij het overschrijden van de maximaal toege- stane bedrijfstemperatuur van 50 °C vindt uitschakeling plaats om de laserdiode te be- schermen. Na het afkoelen is het meetge- reedschap weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld. – Als de zelftest mislukt of bij storingen tijdens het gebruik worden alle functies geblokkeerd en flakkert de oplaadindicatie 27. – Als het meetgereedschap tijdens geactiveer- de standby niet binnen 24 uur weer wordt in- geschakeld. – Bij te geringe batterijspanning. Horizontale stand Verticale stand OBJ_BUCH-78-004.book Page 102 Thursday, July 26, 2007 2:04 PMNederlands | 103 Bosch Power Tools 1 609 929 L80 | (26.7.07) Standbyfunctie met opslaan van de gebruiksmodus Het meetgereedschap kan gedurende max. 24 uur standby worden geschakeld. Als voor het be- gin van de standbyfunctie het automatisch nivel- leren is geactiveerd (indicatie „auto” 26 brandt continu), bewaakt het automatisch nivelleren in de standbyfunctie nog steeds de positie van het meetgereedschap. De op het meetgereedschap ingestelde functie blijft bewaard. Druk voor het inschakelen van de standbyfunc- tie de lijntoets 19 gedurende minstens 5 secon- den in. Tijdens standby gaan de laserstraal en de nivelleringsindicaties uit, alleen de oplaadin- dicatie 27 knippert eenmaal per 5 seconden. Druk voor het omschakelen van standbyfunctie naar de normale functie de lijntoets 19 opnieuw minstens 5 seconden in. Het meetgereedschap start in dezelfde functie als voor de standby. Bij positieveranderingen van het meetgereedschap ten opzichte van de uitgangspositie voor de standby reageert het automatisch nivelleren als bij de geactiveerde trapbeveiliging (zie „Trapbe- veiliging”): De laserstraal kan weer op dezelfde hoogte als voor de standby worden genivelleerd of de laserstraal wordt ter bescherming tegen hoogtefouten uitgeschakeld. Functies Overzicht Alle drie gebruiksmodi zijn in horizontale en ver- ticale stand van het meetgereedschap mogelijk. Rotatiefunctie De rotatiefunctie wordt in het bijzonder geadviseerd bij toe- passing van de ontvanger 38. U kunt uit vier rotatiesnelheden kiezen. Lijnfunctie In deze functie beweegt de va- riabele laserstaal binnen een be- perkte openingshoek. Daardoor wordt de zichtbaarheid van de laserstraal ten opzichte van de rotatiefunctie verbeterd. U kunt uit vier openingshoeken kiezen. Puntfunctie In deze functie wordt de beste zichtbaarheid van de variabele laserstraal bereikt. Deze dient bijvoorbeeld voor het eenvoudig overbrengingen van hoogten of voor het controleren van rooilij- nen. Verloop van X- en Y-as De X- en Y-as verlopen haaks ten opzichte van el- kaar overeenkomstig de markeringen 7 en 6 op het huis. De markeringen liggen precies boven de loodgroeven 10 (X-as) en 11 (Y-as) aan de on- derste rand van het huis. Gebruiksmodi toepassen Rotatievlak bij verticale stand draaien Bij een verticale stand van het meetgereedschap kunt u de laserpunt, de laserlijn of het rotatie- vlak voor eenvoudig of parallel uitlijnen om de Y-as draaien. Druk daarvoor op de richtingtoet- sen links 21 resp. rechts 24. De draaiing is alleen binnen het zelfnivelleerbe- reik (8 % naar links of rechts) mogelijk. Als het meetgereedschap aan de grens van dit bereik komt, klinkt een waarschuwingssignaal en knip- peren de laser en de indicaties „man” 25 en „au- to” 26 eenmaal per seconde. Druk op de tegen- gestelde richtingtoets (21 resp. 24) of schakel het meetgereedschap uit om het opnieuw te po- sitioneren. Rotatiefunctie Na het inschakelen bevindt het meetgereed- schap zich telkens in de rotatiefunctie. Het start met de hoogste rotatiesnelheid. Door het indrukken van de toets voor rotatie- functie 22 kunt u de snelheid in vier stappen tot stilstand (puntfunctie) verminderen. Als u de toets 22 opnieuw indrukt, start de rotatiefunctie weer met de hoogste snelheid. Tijdens werkzaamheden met de ontvanger 38 dient u de hoogste rotatiesnelheid te kiezen. Tij- dens werkzaamheden zonder ontvanger vermin- dert u de rotatiesnelheid voor een betere zicht- baarheid of gebruikt u de laserbril 31 (toebehoren). OBJ_BUCH-78-004.book Page 103 Thursday, July 26, 2007 2:04 PM104 | Nederlands 1 609 929 L80 | (26.7.07) Bosch Power Tools Bij een verticale stand van het meetgereedschap en automatisch nivelleren kunt u door het indruk- ken van de richtingtoetsen boven 20 resp. onder 23 het rotatievlak om de X-as draaien. Vijf secon- den nadat u voor het laatst op een van de vier richtingtoetsen hebt gedrukt, wordt het rotatie- vlak automatisch weer verticaal genivelleerd. Lijnfunctie Als u naar de lijnfunctie wilt gaan, drukt u op de toets voor de lijnfunctie 19. Het meetgereed- schap wisselt (afhankelijk van de vorige functie) naar de puntfunctie of de lijnfunctie met de klein- ste openingshoek. Door meermaals indrukken van de toets 19 wisselt het meetgereedschap via de kleinste openingshoek van 4° naar de ope- ningshoeken 30°, 60° en 180°. Tegelijkertijd wordt de snelheid bij elke stand verhoogd. Als u de toets 19 nogmaals indrukt, wisselt het meet- gereedschap terug naar de puntfunctie. Openingshoek wijzigen: Bij een horizontale stand van het meetgereedschap en automatisch nivelleren kunt u door het indrukken van de rich- tingtoetsen boven 20 resp. onder 23 de ope- ningshoek vergroten of verkleinen. De snelheid blijft daarbij onveranderd. Openingshoek draaien: Bij een horizontale stand van het meetgereedschap en automatisch nivelleren of enkelassige hellingfunctie kunt u door het indrukken van de richtingtoetsen links 21 resp. rechts 24 de laserlijn of de laserpunt stapsgewijs 360° draaien. Bij een verticale stand en automatische nivellering vindt deze draaiing plaats door het indrukken van de rich- tingtoetsen boven 20 resp. unten 23. Puntfunctie U kunt de puntfunctie door het indrukken van de toets voor de rotatiefunctie 22 en door het in- drukken van de toets voor de lijnfunctie 19 in- schakelen: – Als het meetgereedschap zich in de rotatie- functie bevindt en u op de toets voor de lijn- functie 19 drukt, start het meetgereedschap met de puntfunctie. Uitzondering: Het meet- gereedschap bevond zich al door het indruk- ken van de toets voor de rotatiefunctie 22 in de puntfunctie. In dit geval begint na het in- drukken van de toets voor de lijnfunctie on- middellijk de lijnfunctie met de kleinste ope- ningshoek. – Als het meetgereedschap zich in de lijnfunc- tie bevindt en u op de toets voor de rotatie- functie 22 drukt, start het meetgereedschap eveneens met de puntfunctie. Uitzondering: Het meetgereedschap bevond zich al door het indrukken van de toets voor de lijnfunctie 19 in de puntfunctie. In dit geval begint na het indrukken van de toets voor de rotatie- functie onmiddellijk de rotatiefunctie met de hoogste rotatiesnelheid. Werkzaamheden met automatisch waterpassen Overzicht Het meetgereedschap herkent na het inschake- len zelf de horizontale resp. verticale stand. Als u wilt wisselen tussen de horizontale en vertica- le stand, schakelt u het meetgereedschap uit, positioneert u het opnieuw en schakelt u het weer in. Na het inschakelen controleert het meetgereed- schap de horizontale of verticale stand en com- penseert het oneffenheden binnen het zelfnivel- leerbereik van ca. 8 % ( ± 0,8 m/10 m) automatisch. Als het meetgereedschap na het inschakelen of na een positieverandering meer dan 8 % scheef staat, is nivelleren niet meer mogelijk. Zolang de trapbeveiliging niet is geactiveerd (zie „Trapbe- veiliging”), klinkt in dit geval een waarschu- wingssignaal met een langzame reeks tonen. De rotor wordt gestopt, de laserstraal en de indica- ties „auto” 26 en „man” 25 knipperen eenmaal per seconde. Schakel vervolgens het meetge- reedschap uit, richt het opnieuw en schakel het weer in. OBJ_BUCH-78-004.book Page 104 Thursday, July 26, 2007 2:04 PMNederlands | 105 Bosch Power Tools 1 609 929 L80 | (26.7.07) Positieveranderingen Als het meetgereedschap is genivelleerd, con- troleert het voortdurend de horizontale resp. verticale stand. Positieveranderingen van het meetgereedschap leiden tot de volgende reac- ties: Kleine positieveranderingen Kleine positieveranderingen worden binnen 5 seconden gecompenseerd. De gekozen functie wordt niet onderbroken. Tijdens het opnieuw ni- velleren knippert de indicatie „auto” 26 twee keer per seconde. Trillingen van de bouwgrond en weerinvloeden worden daarmee automatisch gecompenseerd. Grote positieveranderingen Als het meetgereedschap niet binnen 5 secon- den kan worden genivelleerd, wordt de rotor gestopt ter voorkoming van verkeerde metingen tijdens het nivelleren. De laserstraal en de in- dicatie „auto” 26 knipperen tweemaal per se- conde. Trapbeveiliging Het meetgereedschap bezit een trapbeveiliging. Deze voorkomt bij positieveranderingen van meer dan 3 mm/m het nivelleren op veranderde hoogte en daarmee hoogtefouten. De trapbevei- liging wordt 30 seconden na elke druk op een toets of elke nivellering automatisch ingescha- keld. Als de trapbeveiliging geactiveerd is, knip- pert de indicatie „auto” 26 eenmaal per 4 se- conden. Bij een positieverandering probeert het meetge- reedschap eerst om deze te compenseren. Als bij het opnieuw nivelleren de grenswaarde van 3 mm/m wordt overschreden, klinkt een waar- schuwingssignaal met een snelle reeks tonen, de laser wordt uitgeschakeld en de indicatie „man” 25 knippert tweemaal per seconde. Schakel in dit geval het meetgereedschap uit en weer in. Controleer of corrigeer vervolgens de hoogte van de laserstraal. Werkzaamheden zonder automatisch waterpassen Om het meetgereedschap in willekeurige schui- ne standen te gebruiken (zie „Hellingen aanteke- nen”), kunt u het automatisch nivelleren voor de X- en de Y-as uitschakelen. f Positieveranderingen van het meetgereed- schap worden niet herkend als automatisch nivelleren is uitgeschakeld. Uitschakelen van automatisch nivelleren bij ho- rizontale stand en enkelassige hellingfunctie Bij een horizontale stand van het meetgereed- schap schakelt u het automatisch nivelleren voor beide assen uit door eenmaal op de toets „man/auto” 28 te drukken. De indicatie „man” 25 knippert eenmaal per seconde. Als u opnieuw op de toets „man/auto” 28 drukt, schakelt u de enkelassige hellingfunctie in. In de enkelassige hellingfunctie wordt de X-as au- tomatisch genivelleerd, de Y-as niet. De indica- ties „man” 25 en „auto” 26 knipperen eenmaal per seconde. Als u de toets „man/auto” 28 een derde keer in- drukt, wordt automatisch nivelleren voor beide assen weer ingeschakeld. De indicatie „auto” 26 knippert (zolang het meetgereedschap opnieuw nivelleert) of brandt continu (als het meetge- reedschap is genivelleerd). Automatisch nivelleren bij verticale stand uit- schakelen Bij een verticale stand van het meetgereedschap schakelt u door het eenmaal indrukken van de toets „man/auto” 28 het automatisch nivelleren voor beide assen uit. De indicatie „man” 25 knippert eenmaal per seconde. Als u de toets „man/auto” 28 opnieuw indrukt, wordt het automatisch nivelleren weer inge- schakeld. De indicatie „auto” 26 knippert (zo- lang het meetgereedschap opnieuw nivelleert) of brandt continu (als het meetgereedschap is genivelleerd). OBJ_BUCH-78-004.book Page 105 Thursday, July 26, 2007 2:04 PM106 | Nederlands 1 609 929 L80 | (26.7.07) Bosch Power Tools Helling van het rotatievlak wijzigen Als het automatisch nivelleren is uitgeschakeld, kunt u met behulp van de richtingtoetsen het ro- tatievlak (resp. laserpunt of laserlijn) om de X- resp. de Y-as draaien. De werking van de vier richtingtoetsen is daarbij onafhankelijk van de horizontale of verticale stand van het meetge- reedschap en van de functie. Met de richtingtoetsen boven 20 resp. onder 23 draait u het rotatievlak om de X-as (in de af- beelding richting A resp. C). Met de richtingtoet- sen links 21 resp. rechts 24 draait u het rota- tievlak om de Y-as (in de afbeelding richting D resp. B). In de enkelassige hellingfunctie (horizontale stand) kunt u met de richtingtoetsen boven 20 resp. onder 23 het rotatievlak om de X-as draaien. Een draaiing om de Y-as is niet moge- lijk. Waterpasnauwkeurigheid Nauwkeurigheidsinvloeden De grootste invloed oefent de omgevingstempe- ratuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen. De afwijkingen zijn relevant vanaf een meettra- ject van ca. 20 meter en kunnen bij 100 meter zelfs het twee- tot viervoudige van de afwijking bij 20 meter bedragen. Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst zijn, dient u het meetgereedschap vanaf een meettraject van 20 meter altijd op een statief te monteren. Plaats het meetgereed- schap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak. Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap Behalve externe invloeden, kunnen ook appa- raatspecifieke invloeden (zoals een val of een hevige schok) tot afwijkingen leden. Controleer daarom altijd voor het begin van de werkzaam- heden de nauwkeurigheid van het meetgereed- schap. Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 20 meter op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig. U moet – bij een horizonta- le stand van het meetgereedschap – een om- slagmeting over beide assen X en Y (positief en negatief) uitvoeren (vier complete metingen). – Monteer het meetgereedschap in de horizon- tale stand dicht bij muur A op een statief 40 (toebehoren) of plaats het op een stevige en vlakke ondergrond. Schakel het meetgereed- schap in.

OBJ_BUCH-78-004.book Page 106 Thursday, July 26, 2007 2:04 PMNederlands | 107 Bosch Power Tools 1 609 929 L80 | (26.7.07) – Richt na het nivelleren de laserstraal in de puntfunctie op de nabijgelegen muur A. Mar- keer het midden van de punt van de laser- straal op de muur (punt I). – Draai het meetgereedschap 180°, laat het ni- velleren en markeer het midden van de punt van de laserstraal op muur B aan de andere kant (punt II). – Plaats het meetgereedschap – zonder het te draaien – dicht bij muur B, schakel het in en laat het waterpassen. – Stel het meetgereedschap in hoogte zo af (met behulp van het statief of indien nodig door er iets onder te plaatsen), dat het mid- den van de punt van de laserstraal precies de eerder gemarkeerde punt II op muur B raakt. – Draai het meetgereedschap 180°, zonder de hoogte te veranderen. Laat het nivelleren en markeer het midden van de punt van de la- serstraal op muur A (punt III). – Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten I en III op muur A levert de feitelijke afwijking van het meetgereedschap voor de gemeten as op. Herhaal de meting voor de andere drie assen. Draai daarvoor het meetgereedschap voor het begin van elke meting telkens 90°. Op het meettraject van 2 x 20 = 40 m mag de af- wijking maximaal ± 2 mm bedragen. De hoogste en laagste markering mogen daarom hoogstens 4 mm uit elkaar liggen. Als het meetgereedschap de maximale afwijking bij een van de vier metingen overschrijdt, dient u het bij een Bosch-klantenservice te laten contro- leren. Tips voor de werkzaamheden f Gebruik altijd alleen het midden van de la- serpunt voor het markeren. De grootte van de laserpunt verandert met de afstand. Laserbril (toebehoren) De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daar- door lijkt het rode licht van de laser voor het oog helderder. f Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal en biedt daarom geen be- scherming tegen de laserstralen. f Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstra- len en vermindert de waarneming van kleuren. OBJ_BUCH-78-004.book Page 107 Thursday, July 26, 2007 2:04 PM108 | Nederlands 1 609 929 L80 | (26.7.07) Bosch Power Tools Werkzaamheden met de afstandsbediening Bij het indrukken van de bedieningstoetsen kan het meetgereedschap uit de nivellering worden gebracht, zodat de rotatie gedurende korte tijd stopt. Door het gebruik van de afstandsbedie- ning 39 wordt dit effect voorkomen. Ontvangstvelden voor de afstandsbediening be- vinden zich aan vier zijden van het meetgereed- schap bij de opening van de laserstralen en naast de oplaadaansluiting 3. De ontvangstlens 2 aan de onderkant van de be- huizing reageert met een duidelijk hogere gevoe- ligheid op de signalen van de afstandbediening (kenmerkend werkbereik 200 meter). Stel bij het gebruik van de afstandsbediening het meetge- reedschap zo op dat de signalen van de afstands- bediening de ontvangstlens 2 rechtstreeks raken. Werkzaamheden met het statief (toebehoren) Het meetgereedschap beschikt over een 5/8"- statiefopname 17 voor horizontaal en verticaal gebruik. Bij een statief 40 met schaalverdeling op het uit- schuifbaar deel kunt u de hoogteverplaatsing rechtstreeks instellen. Werkzaamheden met muurhouder en richteen- heid (toebehoren) (zie afbeelding A) U kunt het meetgereedschap ook op de wand- houder met richteenheid 32 monteren. Draai daarvoor de 5/8"-schroef 33 van de muurhouder in de statiefopname 17 voor horizontaal gebruik op het meetgereedschap. Montage op een muur: Montage op een muur wordt geadviseerd bijvoorbeeld bij werkzaam- heden boven de uittrekhoogte van het statief of bij werkzaamheden op een instabiele onder- grond en zonder statief. Bevestig daarvoor de muurhouder 32 met gemonteerd meetgereed- schap zo verticaal mogelijk tegen een muur. Montage op een statief: U kunt de muurhouder 32 ook met de statiefopname aan de achterkant op een statief schroeven. Deze bevestiging wordt in het bijzonder geadviseerd bij werk- zaamheden waarbij het rotatievlak op een refe- rentielijn moet worden gericht. Met behulp van de richteenheid kunt u het ge- monteerde meetgereedschap verticaal (bij mon- tage op de muur) of horizontaal (bij montage op een statief) over een afstand van ca. 10 cm ver- schuiven. Draai daarvoor de schroeven 34 op de richteenheid los, verschuif het meetgereed- schap in de gewenste stand en draai de schroe- ven 34 weer vast. Werkzaamheden met de meetplaat Met de meetplaat 35 kunt u de lasermarkering op de vloer resp. de laserhoogte op een muur overbrengen. Met het nulveld en de schaalverdeling kunt u de verplaatsing ten opzichte van de gewenste hoog- te meten en op een andere plaats aantekenen. Daarmee vervalt het nauwkeurig instellen van het meetgereedschap op de over te brengen hoogte. De meetplaat 35 heeft een reflecterende laag die de zichtbaarheid van de laserstraal op een grote afstand resp. bij fel zonlicht verbetert. De helderheidsversterking is alleen zichtbaar als u parallel aan de laserstraal op de meetplaat kijkt. Werkzaamheden met de meetlat (toebehoren) Voor het controleren van oneffenheden of het aan- tekenen van verval wordt het gebruik van de meet- lat

samen met de ontvanger

geadviseerd. Op de meetlat 30 is boven een relatieve schaal- verdeling ( ± 50 cm) aangebracht. De nulhoogte (90 tot 210 cm) kunt u onder op het uittrekbare gedeelte vooraf instellen. Daarmee kunnen af- wijkingen van de gewenste hoogte rechtstreeks worden afgelezen. 30 mm OBJ_BUCH-78-004.book Page 108 Thursday, July 26, 2007 2:04 PMNederlands | 109 Bosch Power Tools 1 609 929 L80 | (26.7.07) Toepassingsvoorbeelden Opmerking: Bij alle toepassingsvoorbeelden, met uitzondering van „Hellingen aantekenen”, wordt ervan uit gegaan dat automatisch nivelle- ren is ingeschakeld. Hoogtepunt overbrengen en meterlijn (zie afbeelding B) Plaats het meetgereedschap in de horizontale stand op een stevige ondergrond of monteer het op een statief 40 (toebehoren). Werkzaamheden met statief en ontvanger 38: Richt de laserstraal in de rotatiefunctie op de gewenste hoogte en breng de hoogte naar het doel over. Werkzaamheden zonder statief: Bepaal het hoogteverschil tussen de laserstraal (in de punt- of lijnfunctie) en de hoogtelijn bij het referentie- punt met behulp van de meetplaat 35. Draai de laserstraal met de richtingtoetsen links 21 resp. rechts 24 naar het doel en breng het gemeten hoogteverschil over. Loodstraal parallel uitlijnen (zie afbeelding C) Als u rechte hoeken wilt aantekenen of tussen- wanden wilt uitlijnen, dient u de loodstraal 8 pa- rallel, dat wil zeggen op dezelfde afstand tot een referentielijn (bijvoorbeeld een muur) uit te lij- nen. Stel daarvoor het meetgereedschap in de verti- cale stand op en positioneer het zo dat de lood- straal ongeveer parallel aan de referentielijn ver- loopt. Meet voor de nauwkeurige positionering de af- stand tussen loodstraal en referentielijn vlakbij het meetgereedschap met behulp van de meet- plaat 35. Meet de afstand tussen loodstraal en referentielijn opnieuw op een zo groot mogelijke afstand van het meetgereedschap. Richt de loodstraal met behulp van de richtingtoetsen links 21 resp. rechts 24 zo dat deze dezelfde af- stand tot de referentielijn heeft als bij de meting vlakbij het meetgereedschap. Rotatievlak boven een bodempunt centreren (zie afbeelding D) Als er rechte hoeken vanuit een gedefinieerd bo- dempunt moeten worden afgetekend, dient u het rotatievlak boven dit referentiepunt te cen- treren. Plaats het meetgereedschap in de verticale stand zo dicht mogelijk boven het referentie- punt en kies de puntfunctie. Met de richtingtoetsen boven 20 resp. onder 23 draait u de variabele laserstraal zo dat deze naar onderen op de vloer is gericht. Met behulp van de libel 1 op de rotorkop richt u de laserstraal vervolgens nauwkeurig verticaal. f Controleer dat de variabele laserstraal naar onderen is gericht voordat u van boven op de libel 1 kijkt. Zo voorkomt u rechtstreeks kijken in de laserstraal. Positioneer het meetgereedschap zo dat de ver- ticale laserstraal nauwkeurig het referentiepunt raakt. Rechte hoeken aantekenen (zie afbeelding E) De rechte hoek wordt bij een verticale stand van het meetgereedschap door de loodstraal 8 en de variabele laserstraal 9 aangegeven. Naar behoefte centreert u voor het aantekenen van rechte hoeken het rotatievlak boven een bo- dempunt en lijnt u de loodstraal 8 parallel aan een referentielijn (bijvoorbeeld een muur) uit. Verticale lijnen aantekenen (zie afbeelding F) Stel het meetgereedschap in de verticale stand op en richt de variabele laserstraal 9 op de plaats waar de verticale lijn moet worden aange- tekend. Kies de lijn- of rotatiefunctie en teken de verticale lijn aan. Verticaal vlak aangeven (zie afbeelding F) Plaats het meetgereedschap in de verticale stand. Richt de variabele laserstraal op een refe- rentielijn (bijvoorbeeld een tussenwand). Kies de lijn- of rotatiefunctie en teken het verticale vlak aan. OBJ_BUCH-78-004.book Page 109 Thursday, July 26, 2007 2:04 PM110 | Nederlands 1 609 929 L80 | (26.7.07) Bosch Power Tools Rotatievlak parallel uitlijnen (zie afbeelding G) Bij een verticale stand van het meetgereedschap kunt u het rotatievlak parallel aan een referen- tielijn (bijvoorbeeld een muur) uitlijnen. Posi- tioneer het meetgereedschap daartoe zo dicht mogelijk bij de referentielijn en kies de rotatie- functie. Lijn het rotatievlak bij benadering parallel aan de referentielijn uit. Draai daartoe het rotatie- vlak met de richtingtoetsen links 21 resp. rechts 24 om de Y-as. Om gemakkelijker te kunnen rich- ten, kunt u het rotatievlak dichter bij de referen- tielijn brengen. Beweeg daartoe het rotatievlak schuin met de richtingtoetsen boven 20 resp. onder 23 om de X-as. Lijn nu het rotatievlak door draaien om de Y-as nauwkeurig parallel aan de referentielijn uit (richtingtoetsen links 21 resp. rechts 24). Als er 5 seconden lang geen richting- toets wordt ingedrukt, wordt het rotatievlak au- tomatisch weer verticaal gericht. Bodempunt (loodpunt) op plafond overbrengen Voor het nauwkeurig richten van de loodstraal boven een bodempunt bevinden zich aan de on- derste rand van huis de loodgroeven 10 en 11. Teken twee haakse hulplijnen door het bodem- punt aan. Zet het meetgereedschap in de hori- zontale stand neer en lijn het met behulp van de loodgroeven aan de hulplijnen uit. Werkzaamheden met statief: De laseroorsprong bevindt zich bij een horizontale stand van het meetgereedschap vlak boven de horizontale sta- tiefopname. Bij gebruik van een statief 40 (toe- behoren) kunt u een schietlood aan de statief- bevestigingsschroef aanbrengen en daarmee de laser op een bodempunt uitlijnen. Hellingen aantekenen (zie afbeelding H) Voor het aantekenen van hellingen moet u het automatisch nivelleren uitschakelen (zie „Werk- zaamheden zonder automatisch nivelleren”). Daarna kunt u het meetgereedschap in een wil- lekeurige schuine stand opstellen. Voor het aantekenen van hellingen in slechts één asrichting (bijvoorbeeld taluds) dient u – bij een horizontale stand van het meetgereedschap – de enkelassige hellingfunctie kiezen (zie „Uit- schakelen van automatisch nivelleren bij hori- zontale stand en enkelassige hellingfunctie”). Lijn in dit geval het meetgereedschap parallel aan de Y-as in de richting van de helling uit. Voor het aantekenen van nauwkeurige hellingen wordt het gebruik van een hellingspie 37 (toebe- horen) geadviseerd. Deze wordt gemonteerd op een statief 40. U kunt het meetgereedschap ook parallel aan de gewenste schuinte uitlijnen door er aan één kant iets onder te leggen of met behulp van het statief 40 (toebehoren). Binnen het zelfnivel- leerbereik van 8 % kunnen hellingen ook met be- hulp van de richtingtoetsen worden ingesteld. OBJ_BUCH-78-004.book Page 110 Thursday, July 26, 2007 2:04 PMNederlands | 111 Bosch Power Tools 1 609 929 L80 | (26.7.07) Overzicht van de indicaties Onderhoud en service Onderhoud en reiniging Houd het meetgereedschap altijd schoon. Verwijder vuil met een droge, zachte doek. Ge- bruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen. Bij ernstige vervuiling kunt u het meetgereed- schap onder stromend water reinigen. Dompel het meetgereedschap echter niet in het water en stel het niet bloot aan een hogedrukwaterstraal. Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldi- ge fabricage- en testmethoden toch defect ra- ken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervan- gingsonderdelen altijd het uit tien cijfers be- staande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap. Laserstraal Rotatie van de laser* Waarschuwings- signaal Meetgereedschap inschakelen (zelftest 3 seconden) zz zzz Meetgereedschap genivelleerd en gereed voor gebruik zz z Nivelleren of opnieuw nivelleren 2x/1 s 2x/1 s Zelfnivelleerbereik overschreden 1x/1 s 1x/1 s 1x/1 s 1x/1 s Trapbeveiliging geactiveerd 1x/4 s Trapbeveiliging in werking gezet 4x/1 s 2x/1 s Automatisch nivelleren uitgeschakeld 1x/1 s Enkelassige hellingfunctie ingeschakeld 1x/1 s 1x/1 s Standbyfunctie met opslaan van de gebruiksmodus 1x/5 s Batterijspanning laag 1x/2 s Accu leeg z Storing z

  • bij lijn- en rotatiefunctie 1x/1 s

Knipperfrequentie (bijvoorbeeld eenmaal per seconde) Continufunctie Functie gestopt OBJ_BUCH-78-004.book Page 111 Thursday, July 26, 2007 2:04 PM112 | Nederlands 1 609 929 L80 | (26.7.07) Bosch Power Tools Vervangingsonderdelen Rubber voet 14 (3 stuks) . . . . . . 1 609 203 588 Deksel van batterijvak 13. . . . . .1 609 203 M02 Accupack 15 . . . . . . . . . . . . . . .1 609 203 M04 Klantenservice en advies Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekenin- gen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com De medewerkers van onze klantenservice advi- seren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebe- horen. Nederland Tel.: +31 (076) 579 54 54 Fax: +31 (076) 579 54 94 E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com België en Luxemburg Tel.: +32 (070) 22 55 65 Fax: +32 (070) 22 55 75 E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com Afvalverwijdering Meetgereedschappen, toebehoren en verpak- kingen dienen op een voor het milieu verant- woorde manier te worden hergebruikt. Alleen voor landen van de EU: Gooi meetgereedschappen niet bij het huisvuil. Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in na- tionaal recht moeten niet meer bruikbare meet- gereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze wor- den hergebruikt. Accu’s en batterijen: Gooi accu’s of batterijen niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accu’s en bat- terijen moeten worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verantwoorde wijze worden afgevoerd. Alleen voor landen van de EU: Volgens richtlijn 91/157/EEG moeten defecte of versleten accu’s en batterijen worden gerecycled. Wijzigingen voorbehouden. OBJ_BUCH-78-004.book Page 112 Thursday, July 26, 2007 2:04 PMDansk | 113 Bosch Power Tools 1 609 929 L80 | (26.7.07)