GPL 3 - Laserwaterpas BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GPL 3 BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GPL 3 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GPL 3 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GPL 3 BOSCH
Veiligheidsvoorschriften Puntlaser Alle aanwijzingen moeten worden gelezen om zonder gevaren en veilig met het meetgereedschap te werken. Maak waarschuwings- plaatjes op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED. f Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde bedienings- en instelvoorzienin- gen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden. f Het meetgereedschap wordt geleverd met een waarschuwingsplaatje in het Engels (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 5). f Plak over de Engelse tekst van het waar- schuwingsplaatje de meegeleverde sticker in uw eigen taal voordat u het gereedschap voor het eerst gebruikt. Richt de laserstraal niet op per- sonen of dieren en kijk niet zelf in de laserstraal. Dit meetgereed- schap brengt laserstraling van la- serklasse 2 volgens IEC 60825-1 voort. Daardoor kunt u personen verblinden. f Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescher- ming tegen de laserstralen. f Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstra- len en vermindert de waarneming van kleuren. f Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en al- leen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veilig- heid van het meetgereedschap in stand blijft. f Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Anders kun- nen personen worden verblind. Houder Breng de houder 8 niet in de buurt van een pacemaker. De magneten 12 brengen een veld voort dat de functie van een pace- maker nadelig kan beïnvloeden. f Houd de houder 8 uit de buurt van magne- tische gegevensdragers en magnetisch ge- voelige apparatuur. Door de werking van de magneten 12 kan onherroepelijk gegevens- verlies optreden. Functiebeschrijving Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en laat deze pa- gina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwij- zing leest. Gebruik volgens bestemming Het meetgereedschap is bestemd voor het bepalen en controleren van horizontale en verti- cale lijnen en loodpunten.
1 mW, 635 nm OBJ_BUCH-807-002.book Page 47 Tuesday, September 30, 2008 1:13 PM48 | Nederlands 1 609 929 S08 | (30.9.08) Bosch Power Tools Technische gegevens Afgebeelde componenten De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen. 1 Opening voor laserstraal 2 Vergrendeling van het batterijvakdeksel 3 Deksel van batterijvak 4 Aan/uit-schakelaar 5 Laser-waarschuwingsplaatje 6 Statiefopname 1/4" 7 Serienummer 8 Houder 9 Vastzetschroef van houder 10 Schroefgaten van houder 11 Riemgeleiding 12 Magneten 13 Statiefopname 1/4" op houder 14 Statiefopname 5/8" op houder 15 Meetplaat met voet* 16 Beschermetui 17 Laserbril* 18 Statief*
- Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd. Het volledige toebehoren vindt u in ons toebehorenprogramma. Montage Batterijen inzetten of vervangen Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkalimangaanbatterijen geadviseerd. Als u het batterijvakdeksel 3 wilt openen, draait u de vergrendeling 2 met de wijzers van de klok mee in stand en trekt u het batterijvakdeksel los. Plaats de meegeleverde batterijen. Let daar- bij op de juiste poolaansluitingen, zoals aange- geven op de binnenzijde van het batterijvak. Zet het batterijvakdeksel onder op de behuizing en druk het vervolgens omhoog. Draai de ver- grendeling 2 tegen de wijzers van de klok in stand om het batterijvakdeksel te vergrendelen. Als de laserstralen tijdens het gebruik in een langzaam ritme knipperen, zijn de batterijen bijna leeg. Nadat de laserstralen voor het eerst knipperen, kan het meetgereedschap nog ca. 8 uur worden gebruikt. Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Ge- bruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit. f Neem de batterijen uit het meetgereed- schap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden bewaard, kunnen deze gaan roesten en leegraken. Puntlaser GPL 3 Professional Zaaknummer 3 601 K66 1.. Werkbereik 30 m Waterpasnauwkeurigheid ± 0,3 mm/m Zelfwaterpasbereik kenmerkend langs de – lengteas – breedteas ± 5° ± 3° Waterpastijd kenmerkend <4 s Bedrijfstemperatuur –10 °C ... +50 °C Bewaartemperatuur –20 °C ... +70 °C Relatieve luchtvochtig- heid max. 90 % Laserklasse
Lasertype 635 nm, <1 mW Statiefopname 1/4" Batterijen 3x1,5VLR6(AA) Gebruiksduur ca. 24 h Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 0,25 kg Afmetingen 104 x 80 x 40 mm Beschermingsklasse IP 5X Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het meetgereedschap. De handelsbenamingen van afzon-derlijke meetgereedschappen kunnen afwijken.Het serienummer 7 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap. OBJ_BUCH-807-002.book Page 48 Tuesday, September 30, 2008 1:13 PMNederlands | 49 Bosch Power Tools 1 609 929 S08 | (30.9.08) Gebruik Ingebruikneming f Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. f Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuur- schommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetge- reedschap bij grote temperatuurschomme- lingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelin- gen kan de nauwkeurigheid van het meetge- reedschap nadelig worden beïnvloed. f Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Na sterke externe inwer- kingen op het meetgereedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Waterpasnauwkeurigheid”). f Schakel het meetgereedschap uit wanneer u het verplaatst of vervoert. Bij het uitscha- kelen wordt de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewegingen be- schadigd raken. In- en uitschakelen Als u het meetgereedschap wilt inschakelen duwt u de aan/uit-schakelaar 4 omhoog, zodat op de schakelaar „I” verschijnt. Onmiddellijk na het inschakelen zendt het meetgereedschap uit elk van de laserstraalopeningen 1 één laserstraal. f Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand. Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen duwt u de aan/uit-schakelaar 4 omlaag, zodat op de schakelaar „0” verschijnt. Als u het meetge- reedschap uitschakelt, wordt de pendeleenheid vergrendeld. Automatische uitschakeling instellen Standaard wordt het meetgereedschap 20 minuten na het inschakelen automatisch uitgeschakeld. Deze automatische uitschakeling kan van 20 mi- nuten op 8 uur worden omgeschakeld. Schakel daarvoor het meetgereedschap in, onmiddellijk weer uit en binnen 4 seconden opnieuw in. Ter bevestiging van de wijziging knipperen alle laser- stralen na de tweede keer inschakelen gedurende 2 seconden in een snel ritme. f Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meet- gereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden. Als u het meetgereedschap de volgende keer in- schakelt, is de automatische uitschakeling weer op 20 minuten ingesteld. Werkzaamheden met automatisch waterpassen Plaats het meetgereedschap op een rechte en stabiele ondergrond of bevestig het op de hou- der 8 of het statief 18. Na het inschakelen worden door het automa- tisch waterpassen oneffenheden binnen het zelfwaterpasbereik van ± 5° (lengteas) resp. ± 3° (breedteas) automatisch gecompenseerd. Het waterpassen is afgesloten zodra de punten van de laserstraal niet meer bewegen. Als automatisch waterpassen niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat het oppervlak waarop het meetgereedschap staat meer dan 5° bzw. 3° van de waterpaslijn afwijkt, knipperen de laser- stralen in een snel ritme. Stel in dit geval het meetgereedschap horizontaal op en wacht het zelfwaterpassen af. Zodra het meetgereedschap zich binnen het zelfwaterpasbereik van ±5° resp. ±3° bevindt, schijnen de laserstralen weer continu. Bij trillingen of veranderingen van plaats tijdens het gebruik vindt automatisch opnieuw water- passen van het meetgereedschap plaats. Con- troleer na het waterpassen de positie van de la- serstralen met betrekking tot referentiepunten om fouten door een verschuiving van het meet- gereedschap te voorkomen. OBJ_BUCH-807-002.book Page 49 Tuesday, September 30, 2008 1:13 PM50 | Nederlands 1 609 929 S08 | (30.9.08) Bosch Power Tools Waterpasnauwkeurigheid Nauwkeurigheidsinvloeden De grootste invloed oefent de omgevingstempe- ratuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen. Omdat de temperatuurverschillen in de buurt van de grond of vloer het grootst zijn, dient u het meetgereedschap indien mogelijk op een in de handel verkrijgbaar statief te monteren en het in het midden van het werkoppervlak op te stellen. Behalve externe invloeden, kunnen ook appa- raatspecifieke invloeden (zoals een val of een hevige schok) tot afwijkingen leden. Controleer daarom altijd voor het begin van de werkzaam- heden de nauwkeurigheid van het meetgereed- schap. Als het meetgereedschap bij een van de contro- les de maximale afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te laten repa- reren. Horizontale waterpasnauwkeurigheid controleren Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 20 meter op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig. – Monteer het meetgereedschap dicht bij muur A op de houder resp. een statief of plaats het op een stabiele en vlakke ondergrond. Scha- kel het meetgereedschap in. – Richt de horizontale laserstraal op de nabij- gelegen muur A en laat het meetgereedschap waterpassen. Markeer het midden van de punt van de laserstraal op de muur (punt I). – Draai het meetgereedschap 180°, laat het nivelleren en markeer het midden van de punt van de laserstraal op muur B aan de andere kant (punt II). – Plaats het meetgereedschap – zonder het te draaien – dicht bij muur B, schakel het in en laat het waterpassen. – Stel het meetgereedschap in hoogte zo af (met behulp van het statief of indien nodig door er iets onder te plaatsen), dat het mid- den van de punt van de laserstraal precies de eerder gemarkeerde punt II op muur B raakt.
OBJ_BUCH-807-002.book Page 50 Tuesday, September 30, 2008 1:13 PMNederlands | 51 Bosch Power Tools 1 609 929 S08 | (30.9.08) – Draai het meetgereedschap 180° zonder de hoogte te veranderen. Laat het waterpassen en markeer het midden van de punt van de la- serstraal op muur A (punt III). Let erop dat punt III zoveel mogelijk recht boven of recht onder punt I ligt. – Het verschil d tussen beide gemarkeerde pun- ten I en III op muur A levert de feitelijke hoog- teafwijking van het meetgereedschap op. Op het meettraject van 2 x 20 m = 40 m be- draagt de maximaal toegestane afwijking: 40 m x ± 0,3 mm/m = ± 12 mm. Het verschil d tussen de punten I en III mag daarom hoogstens 12 mm bedragen. Verticale waterpasnauwkeurigheid controleren Voor de controle heeft u een vrij meettraject op een vaste ondergrond met een afstand van ca. 5 m tussen vloer en plafond nodig. – Teken een rechte streep op het plafond. – Monteer het meetgereedschap op de houder of een statief. Schakel het meetgereedschap in en draai het zo dat de onderste loodstraal op de vloer zichtbaar is. – Positioneer het meetgereedschap zodanig dat de bovenste loodstraal de streep op het plafond raakt. Laat het meetgereedschap wa- terpassen. Markeer het midden van de bo- venste laserstraalpunt op de streep op de muur (punt I). Markeer bovendien het mid- den van de onderste laserstraalpunt op de vloer (punt II). – Draai het meetgereedschap 180°. Positio- neer het zo dat het midden van de onderste laserstraalpunt op het reeds gemarkeerde punt II en de bovenste laserstraalpunt op de streep op het plafond liggen. Laat het meet- gereedschap waterpassen. Markeer het mid- den van de bovenste laserstraalpunt op de streep op de muur (punt III). – Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten I en III op het plafond levert de feite- lijke afwijking van het meetgereedschap van de verticale lijn op. Op het meettraject van 2 x 5 m = 10 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking: 10 m x ± 0,3 mm/m = ± 3 mm. Het verschil d tussen de punten I en III mag daarom hoogstens 3 mm bedragen.
OBJ_BUCH-807-002.book Page 51 Tuesday, September 30, 2008 1:13 PM52 | Nederlands 1 609 929 S08 | (30.9.08) Bosch Power Tools Tips voor de werkzaamheden f Gebruik altijd alleen het midden van de la- serpunt voor het markeren. De grootte van de laserpunt verandert met de afstand. Bevestigen met houder Als u het meetgereedschap op de houder 8 wilt bevestigen, draait u de vastzetschroef 9 van de houder in de 1/4"-statiefopname 6 op het meet- gereedschap vast. Als u het meetgereedschap op de houder wilt draaien, draait u de schroef 9 iets los. – Draai het meetgereedschap op de houder 8 opzij of naar achteren om de onderste lood- straal zichtbaar te maken. – Draai het meetgereedschap op de houder 8 om met de horizontale laserstraal hoogten over te brengen. Met de houder 8 heeft u de volgende mogelijk- heden om het meetgereedschap te bevestigen: – Monteer de houder 8 met de 1/4"-statiefop- name 13 op het statief 18 of een in de handel verkrijgbaar fotostatief. Voor de bevestiging op een in de handel verkrijgbaar bouwstatief gebruikt u de 5/8"-statiefopname 14. – Aan stalen delen kan de houder 8 met de magneet 12 worden bevestigd. – Op droogbouw- of houten wanden kan de houder 8 met schroeven worden vastge- schroefd. Steek daarvoor schroeven met een lengte van minstens 50 mm door de schroef- gaten 10 van de houder. – Aan buizen en dergelijke kan de houder 8 worden bevestigd met een in de handel ver- krijgbare riem die door de riemvoering 11 wordt getrokken. Werkzaamheden met het statief (toebehoren) Een statief 18 biedt een stabiele, in hoogte in- stelbare meetondergrond. Plaats het meetge- reedschap met de statiefopname 6 op de 1/4"- schroefdraad van het statief en schroef het met de vastzetschroef van het statief vast. Werkzaamheden met de meetplaat (toebehoren) Met de meetplaat 15 kunt u de lasermarkering op de vloer resp. de laserhoogte op een muur overbrengen. Met het nulveld en de schaalverdeling kunt u de verplaatsing ten opzichte van de gewenste hoogte meten en op een andere plaats aanteke- nen. Daarmee vervalt het nauwkeurig instellen van het meetgereedschap op de over te brengen hoogte. De meetplaat 15 heeft een reflecterende laag die de zichtbaarheid van de laserstraal op een grote afstand resp. bij fel zonlicht verbetert. De helderheidsversterking is alleen zichtbaar als u parallel aan de laserstraal op de meetplaat kijkt. Laserbril (toebehoren) De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daar- door lijkt het rode licht van de laser voor het oog helderder. f Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescher- ming tegen de laserstralen. f Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstra- len en vermindert de waarneming van kleuren. OBJ_BUCH-807-002.book Page 52 Tuesday, September 30, 2008 1:13 PMNederlands | 53 Bosch Power Tools 1 609 929 S08 | (30.9.08) Onderhoud en service Onderhoud en reiniging Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde beschermetui. Houd het meetgereedschap altijd schoon. Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen. Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen. Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldi- ge fabricage- en testmethoden toch defect ra- ken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervan- gingsonderdelen altijd het uit tien cijfers be- staande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap. Verzend het meetgereedschap in het bescher- metui 16 in het geval van een reparatie. Klantenservice en advies Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekenin- gen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com De medewerkers van onze klantenservice advi- seren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebe- horen. Nederland Tel.: +31 (076) 579 54 54 Fax: +31 (076) 579 54 94 E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com België en Luxemburg Tel.: +32 (070) 22 55 65 Fax: +32 (070) 22 55 75 E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com Afvalverwijdering Meetgereedschappen, toebehoren en verpak- kingen dienen op een voor het milieu verant- woorde manier te worden hergebruikt. Alleen voor landen van de EU: Gooi meetgereedschappen niet bij het huisvuil. Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in na- tionaal recht moeten niet meer bruikbare meet- gereedschappen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze wor- den hergebruikt. Accu’s en batterijen: Gooi accu’s of batterijen niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accu’s en bat- terijen moeten worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verantwoorde wijze worden afgevoerd. Alleen voor landen van de EU: Volgens richtlijn 91/157/EEG moeten defecte of versleten accu’s en batterijen worden gerecycled. Wijzigingen voorbehouden. OBJ_BUCH-807-002.book Page 53 Tuesday, September 30, 2008 1:13 PM54 | Dansk 1 609 929 S08 | (30.9.08) Bosch Power Tools
Notice-Facile