GLM 80 Professional - Laserwaterpas BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GLM 80 Professional BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Lasermeter |
| Merk | Bosch |
| Model | GLM 80 Professional |
| Bereik (typisch) | 0,05 – 80 m |
| Meetnauwkeurigheid (typisch) | ±1,5 mm |
| Laserklasse | 2 |
| Lasertype | 635 nm, <1 mW |
| Hellingsmeetbereik | -60° tot +60° |
| Voeding | Lithium-ion accu 3,7 V, 1,25 Ah |
| Levensduur | Ongeveer 25.000 metingen per lading |
| Afmetingen | 51 x 111 x 30 mm |
| Gewicht | 0,14 kg |
| Beschermingsgraad | IP54 (bescherming tegen stof en spatwater) |
| Werktemperatuur | -10°C tot +50°C |
| Belangrijkste functies | Afstandsmeting, oppervlakte, volume, continue meting, indirecte meting, wandoppervlaktemeting, hellingmeting, optellen/aftrekken, geheugen voor laatste 20 metingen, vertragingsfunctie, digitale waterpas |
| Veiligheid | Kijk niet in de laserstraal, niet op personen of dieren richten, vermijd explosieve atmosfeer, gebruik alleen de originele oplader |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte, vochtige doek, niet onderdompelen, opbergen in de beschermhoes |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Bosch after-sales service, reserveonderdelen beschikbaar op www.bosch-pt.com |
| Algemene informatie | Gebruik binnen en buiten, geleverd met beschermhoes, micro-USB-kabel en oplader |
Veelgestelde vragen - GLM 80 Professional BOSCH
Gebruikersvragen over GLM 80 Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GLM 80 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GLM 80 Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GLM 80 Professional BOSCH
Veiligheidsaanwijzingen


Alle aanwijzingen moeten gelezen en inucht genomen worden om zonder risico's en veilig met het meetgereedschap te werken. Wan
neer het meetgereedschap Niet volgens deze aanwijzinen worden gebruikt, hunnen de geintegreerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden. Maak waarschuwingsstickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.
Voorzichtig - wonneer andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of andere methodes uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling.
Het meetgereedschap worden geleverd met een waarschwingsplaatje (op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer (20)).

Als de tekst van het waarschuwingsplaatje Niet in uw taal is, plak dan de meegeleverde sticker in uw eigentaal hierover heen, voordat u het gereedschap voor deeerste koer gebruikt.

Richt de laserstraal Niet op Personen of die- ren en kijk Niet zich in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor aunt u Personen verblinden, oncevallen verooorzaken of het oog
beschadigen.
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddelijkuit de straal bewogen worden.
Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.
- Gebruik de laserbril Niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het better herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter Niet gegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril Niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met origine verwangingsonderdelen. Daarmee worden gewaarborgd dat de veriligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
Laat kinderen het lasermeetgereedschap Niet zonder toezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk Personen können verblinden.
Werk met het meetgereedschap Niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandhaar stof bevinden. In het meetgereedschap hunnen vonden ontstaandie het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

Beschem het meetgereedschap gegen hitte, bijv. ook gegen voortdurend zonlicht, vuur, water en vocht. Er bestaat explosiege
haar.
- Gebruik het meetgereedschap Niet met ingestoken micro-USB-kabel.
Veiligheidsaanwijzingen voor oplaadapparaten
Dit oplaadapparaat is nicht bestemd voor gebruik door kinderen en Personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijkke capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis. Dit oplaadapparaat kan door kinderen vanaf 8aar evenals door Personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijkke capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis gebruikt worden, mits zich onder toezicht staan van een persoon die voor hun verilgheid verantwoordelijk is, of door deze in het veilige gebruik van het oplaadapparaat geinstruendum werden en zij de hiermee verbonden gemaren begrijpen. Anders bestaat er gevaar voor foute bedieening en verwondingen.
Houd toezicht op kinderen bij gebruik, reiniging en onderhoud. Op deze manier worden gewaarborgd dat kinderen nicht met het oplaadapparaat spelen.
Houd het oplaadapparaat uit de buurt van regen of natheid. Het binnendringen van water in een elektrisch toestel verhoogt het risico van een elektrische schok.
Laad het meetgereedschap alleen met het meegele-verte oplaadapparaat.
Houd het oplaadapparaat schoon. Door verruilingbestaat er gevaar voor een elektrische schok.
Controller voor elk gebruik oplaadapparaat, kabel en stekker. Gebruik het oplaadapparaat Niet, als u beschadigingen vaststelt. Open het oplaadapparaat Niet zich en LAST hetuitsuitend repareren door gekwalificerd geschoold personeel en alleen met originele verrangingsonderdelen. Beschadigde oplaadappara- ten, kabels en stekkers verhogen het risico van een elektrische schok.
- Gebruik het oplaadapparaat Niet op eenlicht ontv lambare ondergrond (bijv. papier, textiel enz.) of in een brandbare omgeving. Vanwege de bij het opladen optredende verwarming van het oplaadapparaat bestaat brandgevaar.
Bij beschadiging en verkeerd gebruik van de accu kunnen er ook dampen vrijkomen. Zorg voor frisse lucht en raadpleeg bij klachten een arts. De dampen kuren deluchtwegen irriteren.
Beschrijving van productenwerking
Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bestend voor het meten van afstan den, lengtes, hoogtes, afstanden, hellingen en voor het berekenen van oppervlaktes en volumes.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.
Afebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
(1) Display
(2) Toets Meten
(3) Toets Hellingmeting/Kalibratie
(4) Toets Functiewissel/Basisinstellingen
(5) Mintoets
(6) Toets Resultaat/Timerfunctie
(7) Toets Meetwaardenlijst/Opslaan constante
(8) Toets Opslaan-Wissen/toets Aan-Uit
(9) Aanslagstift
(10) Toets voor kiezen van referentievlak
(11) Pluroets
(12) Toets voor lengte-, oppervlakte- en volumemeting
(13) Afdekking oplaadbus
(14) Micro-USB-bus
(15) Opname draagriem
(16) Uitgang laserstraal
(17) Ontvangstlens
(18) Seriennummer
(19) 1/4"-schroefdraad
(20) Laser-waarschwingsplaatje
(21) Oplaadstekker
(22) Micro-USB-kabel
(23) Oplaadapparaat
(24) Opbergetui
(25) Meetrail
(26) Vergrendelingshendel meetrail
(27) Statie
(28) Laserbril
(29) Laserrichtbord
A) Toets ingedrukt houden voor opvragen van de geavanceer de functies.
B) Afgebeelde of beschreven accessoires zichn nicht standardaard bij de levering inbegrepen.
Aanduidingselementen
(a) Meetwaarderegels
(b) Foutaanduiding „ERROR“
(c) Resultaatregel
(d) Digitale libel/positie meetwaardevermelding in lijst
(e) Indicator meetwaardenlijst
(f) Meetfunctions
I Longtemeting
Oppervlaktemeting
Volumemeting
Continumeting
Indirectehoogtemeting
Dubbele indirecte hoogtemeting
Indirecte lengthemeting
Timerfunctie
Muropervlaktemeting
Hellingmeting
(g) Accu-oplaadaanduiding
(h) Laser ingeschakeld
(i) Referentievlak van de meting
(j) Temperaturwaarschuwing
74|Nederlands
Technische gegevens
| Digi tale laserafstandsmeter GLM 80 GLM 80+R 60 | ||
| Productnumber | 3 601 K72 3.. 3 601 K72 3.. | |
| Afstandsmeting | ||
| Meetbereik (typisch) 0,05 - 80 m | A) | 0,05 - 80 mA) |
| Meetbereik (typisch, ongunstige omstandigheden) 35 m | B) | 35 mB) |
| Meetnauwkeurigheid (typisch) ± 1,5 mm | A) | ± 1,5 mmA) |
| Meetnauwkeurigheid (typisch, ongunstige omstandigheden) ± 2,5 mm | B) | ± 2,5 mmB) |
| Kleinste aanduidingseenheid 0,1 mm 0,1 mm | ||
| Indirecte afstandsmeting en libel | ||
| Meetbereik -60° - +60° -60° - +60° | ||
| Hellingmeting | ||
| Meetbereik 0° - 360° (4x90°) | C) | 0° - 360° (4x90°)C) |
| Meetnauwkeurigheid (typisch) 0,2° | D)E) | ± 0,2°C(E) |
| Kleinste aanduidingseenheid 0,1° 0,1° | ||
| Algemeen | ||
| Gebruiktemperatuur -10 °C...+50°C | F) | -10 °C...+50°C(F) |
| Opslagtemperatuur -20 °C...+50°C | -20 °C...+50°C | |
| Toegestaan oplaadtemperatuurbereik | +5 °C...+40 °C | +5 °C...+40 °C |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 90 % | 90 % |
| Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte | 2000 m | 2000 m |
| Vervuillingsgraad volgens IEC 61010-1 | 2(G) | 2(G) |
| Laserklasse | 2 | 2 |
| Lasertype | 635 nm, <1 mW | 635 nm, <1 mW |
| Diameter laserstraal (bij 25 °C) ca. | ||
| - op een afstand van 10 m | 6 mmE) | 6 mmE) |
| - op een afstand van 80 m | 48 mmE) | 48 mmE) |
| Instelnauwkeurigheid van laser ten opzichte van huis ca. | ||
| - vertical | ± 2 mm/m(H) | ± 2 mm/m(H) |
| - horizontal | ± 10 mm/m(H) | ± 10 mm/m(H) |
| Automatische uitschakeling na ca. | ||
| - laser | 20 s | 20 s |
| - meetgereedschap (zonder meting) | 5 min. | 5 min. |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | 0,14 kg 0,14 kg | |
| Afmetingen | 51 x 111 x 30 mm | 51 x 111 x 30 mm |
| Beschemklasse | IP 54 (stof- en spatwaterbeschermd) | IP 54 (stof- en spatwaterbeschermd) |
| Meetrail | ||
| Productnumber | - | 3 601 K79 000 |
| Afmetingen | - | 58 x 610 x 30 mm |
| Accu | Li-Ion | Li-Ion |
| Nominale spanning | 3,7 V | 3,7 V |
| Capaciteit | 1,25 Ah | 1,25 Ah |
| Aantal accucellen | 1 | 1 |
| Afzonderlijke metingen per acculading ca. | 25.0001) | 25.0001) |
Digitale laserafstandsmeter GLM 80 GLM 80+R 60
| Oplaadapparaat | ||
| Productnumber | 2 609 120 7.. | 2 609 120 7.. |
| 1 600 A01 3.. | 1 600 A01 3.. | |
| Oplaadtijd ca. 3 u ca. 3 u | ||
| Accu-iaadspanning 5,0 V 5,0 V | — | — |
| Laadstroom 1000 mA 1000 mA | ||
| Isolatieklasse | ☐/II /II | ☐ |
A) Bij meting vanaf voorkant van het meetgereedschap, 100% reflectievermogen van het doel (bijv. een wit geverfde muur), zwakke acheergrondverlichting en een gebruiktemperatuur van 25^. Daarnaast moet met een invloed van ± 0,05mm / m rekening worden gehonden.
B) Bij meting vanaf achterkant van het meetgereedschap, 10 - 100% reflectievermogen van het doel, sterke acheergrondverlichting en een gebruikstemperatuur van 25^ . Daarnaast moet met een invloed van ± 0,29mm / m rekening worden gezchoolen.
C) Bij metingen met referentie achechterkant toestel bedraagt het max. meetbereik ± 60^
D) Na kalibratie volgens afbeelding H. Extra stijingsfout ± 0,01^ /graad tot 45^ .
E) De breedte van de laserlijn is afhankelijk van het soort oppervlak en van omgevingsomstandigheden.
F) In de functie permanente meting bedraagt de max. gebruiktemperatuur +40^ .
G) Er ontstaat slechts een Niet geleidende verruiling, waar bij echter soms een tijdelijke geleidhaarheid wort verwacht door bedauwing.
H) bij 25^
1) Bij十几年 en opgeladen accu zonder displayverlichting en geluid.
Het serienummer (18) op het typeplaatje dient voor een ondubelzinnige identificatie van uw meetgereedschap.
Let op het artikelnummer op het typeplaatje van het oplaadapparaat. De handelsbenamingen van sommige oplaadapparaten kunnen afwijken.
Eerste ingebruikneming
Accu opladen
- Gebruik alleen de in de technische gegevens vermelde oplaadapparaten. Alleen deze oplaadapparaten zich af-gestemd op de Li-lon-accu die bij uw meetgereedschap moet worden gebruikt.
Het gebruik van oplaadapparaten van andere fabrikanten kan tot defecten bij het meetgereedschap leiden; dit meetgereedschap mag ook nicht worden opgeladen met een hogere spanning (bijv. 12 V) van een oplaadapparaat in een motorvoertuig. Bij veronachtzaming verralt de garantie.
Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van het oplaadapparaat.
Aanwijzig: De accu worden gedeeltelijk geladen geleverd. Om het maximale vermogen van de accu te garanderen, dient u de accu voor het eerste gebruik volledig op te laden.
De Lithium-Ion-accu kan op elk moment worden opgeladen zonder de levensduur te verkorten. Een onderbreking van het opladen schaadt de accu Niet.
Als het onderste segment van de accu-oplaadaanduiding (g) knippert, dan+kunnen nog maar enkele metingen uitgevoerd worden. Laad de accu op.
Als het kader rond de segmenten van de accu-oplaadaandui-ding (g) knippert, dan zich geen metingeneer moegelijk. Het meetgereedschap kan nog slechts korteijd gebruikt worden (bijv. om gevevens in demeetwaardelijst te controeren). Laad de accu op.
Verbind het meetgereedschap door middel van de meegeleverde micro-USB-kabel (22) met het oplaadapparaat (23).
Steek het oplaadapparaat (23) in het stopcontact. Het opla-den begint.
De accu-oplaadaanduiding (g) geeft de voortgang van het opladen aan. Tijdens het opladen knipperen de segmenten na elkaar. Als alle segmenten van de accu-oplaadaanduiding (g) te zien zich, dan is de accu helemaal opgeladen.
Als het oplaadapparaat langdurig Niet worden gebruikt, dient u de verbinding met het elektriciteitsnet te verbreken.
Daarnaast kan de accu ook aan een USB-poort opgeladen worden. Sluit hiervoort het meetgereedschap met de microUSB-kabel op een USB-poort aan. In de USB-modus (oplaadmodus, gegevensoverdracht) kan het opladen duidelijk langer duren.
Het meetgereedschap kan tijdens het opladen Niet gebruikt worden.
Beschem het oplaadapparaat tegen natheid/vocht!
Aanwijzingen voor optimaal omgaan met de accu in het meetgereedschap
Bewaar het meetgereedschapuitsluitend in het toegestane temperatuurbereik, (zie „Technische gegevens", Pagina 74). Laat het meetgereedschap bijv. in de zomer Niet in de auto liggen.
Een duidelijk kortere gebruksduur na het opladen duidt erop dat de accu versleten is en door de klantenservice van Bosch moet worden verrangen.
Neem de aanwijzingen met betrekking tot afvalverwijdering inRCT.
Gebruik
Ingebruikname
Beschem het meetgereedschap gegen vocht en felzonlicht.
Stel het meetgereedschap Niet bloot aan extreme temperaten of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. Niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen, voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaten of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beinvloed worden.
Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op hetmeetgereedschap moet u voor het verder werken alsijdeen nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Nauwkeurigheidscontrole en kalibratie van de hellingmetering (zie afbeelding H)”, Pagina 80) en (zie „Nauwkeurigheidscontrole van de afstandsmedting", Pagina 80).
In-/uitschakelen
Laat het ingeschakelde meetgereedschap Niet onbe heerd awhile en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere Personen können door de laserstraal verblind worden.
Voor het inschakenen van het meetgereedschap hebft u de volgende möglichkheden:
Druk op de aan/uit-toets (8): het meetgereedschap worden ingeschakeld en bevindt zich in de functie lengtemeting. De laser worden nicht ingeschakeld.
Druk op de toets Meten (2):meetgereedschap en laser worden ingeschakeld. Het meetgereedschap bevindt zich in de functie lengtemeting. Bij een meetgereedschap dat in de meetrail (25) is geplaatst, is de functie hellingmeting geactiveerd.
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk zich Niet in de laserstraal, ook Niet vanaf een große afstand.
Voor het uitschakelen van het meetgereedschap drukt u lang op de aan/uit-toets (8).
Wordt ca. 5 minutes lang geen toets op het meetgereedschap ingedrukt, dan schakelt het meetgereedschap automatischuit om de batterijen te sparen.
Wordt in de modus „Hellingmeting" de hoek ca. 5 minuten lang nicht gewijzigd, dan schakelt het meetgereedschap automatischuit om de batterijnen te sparen.
Bij de automatische uitschakeling blijven alle opgeslagen waarden bewaard.
Meetprocedure
Na het inschaken door het indrukken van de toets Meten (2) bevindt het meetgereedschap zich alkijd in de functie lengtemeting of hellingmeting bij in de meetrail (25) geplaatst meetgereedschap. Andere meetfuncties kunt u door
het indrukken van de betreffende functietoets instellen (zie „Meetfunctions", Pagina 77).
Als referentievlak voor de meting is na het inschaken de achterkant van het meetgereedschap gekozen. Door het indrukken van de toets Referentievlak (10) sunt u het referen- tievlak wijzigen (zie „Referentievlak kiezen (zie afbeel-ding A") , Pagina 76).
Plaats het meetgereedschap met het gekozen referentievlak op het gewenste startpunt van de meting (bijv. muur).
Druk voor het inschaken van de laserstraal kort op de toets Meten (2).
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk zichniet in de laserstraal, ook Niet vanaf een grote afstand.
Richt met de laserstraal op het doelvlak. Druk voor het activeven van de meting opnieuw kort op de toets Meten (2).
Bij ingeschakelde permanente laserstraal begint de meting al na de eerste keer indrukken van de toets Meten (2). In de functie continumeting start de meting onmiddelijk bij het inschakelen van de functie.
De meetwaarde verschijnt gewoonlijk binnen 0,5 s en uiterlijk na 4 s. De duur van de meting hangt van de afstand, delichtomstandigheden en de reflectie-eigenschappen van het doelvlak af. Het einde van de meting worden aangegeven door een geluidssignaal. Na de meting worden de laserstraal automatischuitgeschakeld.
Vindt ca. 20 s na het viseren geen meting plaats, dan scha-kelt de laserstraal automatisch uit om de accu te sparen.
Referentievlak kiezen (zie afbeelding A)
Voor de meting kunt uuit vier verschillende referentievlakkenkiezen:
- de weiterkant van het meetgereedschap of de voorkant van de 90^ uitgeklapte aanslagstift (9) (bijv. wanner het gegen buihenhoeken worden gelegd);
- de punt van de 180^ ingeklapte aanslagstift (9) (bijv. voor metingen vanuit hoeken);
- de voorkant van het meetgereedschap (bijv. bij het meten vanaf de rand van een tafel);
- het midden van de schroefdraad (19) (bijv. voor metingen met statief).
Druk voor het selecteren van het referentievlak zo vaak op de toets (10) tot op het display het gewenste referentievlak verschijnt. Na het inschaken van het meetgereedschap is.altijd de achterkant van het meetgereedschap als referentievlak vooraf ingesteld.
Het is Niet möglichk om het referentievlak van reeds uitgevoerde metingen (bijv. bij aanduiding van meetwaarden in demeetwaardelijst) achteraf te wijzigen.
Om in het menu „Basisinstallingen“ te komen, houdt u de toets Basisinstallingen (4) ingedrukt.
Druk kort op de toets Basisinstellingen (4) om de afzonder- lijke menupunten te kiezen.
Druk op de mintoets (5) of plustoets (11) om de instelling in de menupunten te kiezen.
Om het menu „Basisinstellungen“ te verlaten, drukt u op de toets Meting (2).
| Basisinstallingen | |
| Geluidssignalen Aan | Uit |
| Displayverlichting Aan | Uit |
| Automatisch aan/uit | |
| Digitale libel Aan | Uit |
| Displayrotatie Aan | Uit |
| Permanente laserstraal Aan | Uit |
Afstandseenheid (verschilt m, ft, inch, per land)
| Hoekeenheid (verschilt per land) | °, %, mm/m, inch/ft |
Behalve de instilling „Permanente laserstraal" blijven bij het uitschaken alle basisinstallingen behouden.
Permanente laserstraal
Richt de laserstraal Niet op Personen of dieren en kijk zich Niet in de laserstraal, ook Niet vanaf een große afstand.
De laserstraal blijft in deze instelling ook:tussen de metingen ingeschakeld. Voor de meting hoeft u de toets Meten (2) slechts eenmaal kort in te drukken.
Meetfunctions
Eenvoudige lengtheting
Druk voor lengtemetingen zo vaak op de toets (12) tot op het display de aanduiding voor lengtemeting Iverschijnt.

(c).
Druk voor het inschaken van de laser en voor het meten telkens een kort op de toets Meten (2).
De meetwaarde verschijnt in de resultaatregel
Bij meerere lenghtemetingen acheer elkaar verschijnen de resultaten van de laatste metingen in demeetwaarderegels (a).
Oppervlaktemeting
Druk voor oppervlaktemetingen zo vaak op de toets (12) tot op het display de aanduiding voor oppervlaktemeting Verschijnt.
Meet daarna bredte en lenghte na elkaar zoals bij een lenghtet meting. Tusnen de beiden metingen blijft de laserstraal ingeschakeld.

Na het voltooien van de tweede meting worden de oppervlakte automatisch berekend en verschijnt in de resultaatregel (c). De afzonderlijke meetwaarden staan in de meetwaarderegels (a).
Volumemeting
Druk voor volumemetingen zo vaak op de toets (12) tot op het display de aanduiding voor volumemeting verschijnt. Meet daarna bredte, lenghte en diepte na elkaar zoals bij een lengtemeting. Tussen de drie metingen blijdt de laserstraal ingeschakeld.

Na het voltooien van de derde meting worden het volume automatisch berekend en versuschijnt in de resultaatregel (c). De afzonderlijke meetwaarden staan in de meetwaarderegels (a).
Waarden boven 999.999 m³ kunnen nicht worden aange-duid, op het display verschijnt „ERROR". Verdeel het te meten volume in afzonderlijke metingen waarvan u de waarden apart berekent enervoigens optelt.
Continumeting / minimum-/maximummeting (zie afbeelding B)
Bij decontinumeting kan hetmeetgereedschap relatief ten opzichte van het doel worden verplaatst, waar bij de meetwaarde ongeveer elke 0,5 seconden wordt geactualiseerd. Ukunt zich bijv.van een muur tot op de gewenste afstand verwijden, de actuele afstand is altid ajfleesbaar.
VoorcontinumetingendruktuopdetoetsFunctiewissel(4) totophetdisplaydeaanduidingvoorcontinumetingverschijnt.Drukvoorthestartenvandecontinumetpingode toetsMeten(2).
De minimummeting dient voor de bepaling van de kortste afstand vanuit een vast referentiepunt. Deze helpt bijv. bij het bepalen van verticale of horizontale lijnen.
De maximummeting dient voor de bepaling van de grootste afstand vanuit een vast referentiepunt. Deze helpt bijv. bij de bepaling van diagonale lijnen.

In de resultaatregel (c) verschijnt de actuèle meetwaarde. In demeetwaarderegels (a) verschijnen de maximale (,max^一) en de minimale (,min^一) meetwaarde. Deze worden telkens
overschreiben, wanneer de actuèle lenghtemeetwaarde kleiner of groter dan de minimum- of maximumwaarde tot dusver is.
78|Nederlandsl
Door op de toets Opslaan-Wissen (8) te drukken worden de minimum- of maximumwaarden tot dusver gewist.
Door op de toets Meten (2) te drukken beeindigt u de continumeting. De LASTe meetwaarde verschijnt in de resultaatregel (c).Opnieuw indrukken van de toets Meten (2) start decontinumeting opnieuw.
Decontinumeting schakelt na 5 minuten automatischuit.De Iaatste meetwaarde blijft in de resultaatregel (c)staan.
Indirecte afstandsmeting
De indirecte afstandsmeting dient voor het bepalen van afstanden die Nietrechtstreeks hunnen worden gemeten, omdat een obstakel de laserstraal belemmert ofDatat er geen doelvlak als reflector beschikbaar is. Deze meetmethode kan alleen in verticale richting worden toegepast.Elke afwijking in horizontale richting leidt totmeetfouten.
Tussen de afzonderlijke metingen blijft de laserstraal ingeschakeld.
Voor de indirecte afstandsmeting staan drie meetfuncties ter beschikking waarmee telkens verschillende afstanden kunnen worden bepaald.
a) Indirecte hoogtemeting (zie afbeelding C)
Druk zo vaak op de toets Functiewisse (4) tot op het display de aanduiding voor de indirecte hoogtemeting verschijnt. Let erop dat het meetgereedschap zich op bezelfde hoogte als het onderste meetpunt bevindt. Kantel daarna het meetgereedschap om het referentievlak en meet net als bij een langtemeting de afstand (1).

Na aflsuiting van de meting verschijnt het resultaat voor de gezochte afstand, X^ in de resultaatregel (c). De meetwaarden voor de afstand,1 en de hoek, d^ staan in de meetwaarderegels (a).
b) Dubbele indirecte hoogtemeting (zie afbeelding D)
Druk zo vaak op de toets Functiewisse (4) tot op het display de aanduiding voor de dubbele indirecte hoogtemeting verschijnt.
Meet net als bij een lengtemeting de afstanden,1" en,2" in deze volgorde.

Na afsluiting van de meting verschijnt het resultaat voor de gezochtte afstand, X^ in de resultaatregel (c). De meetwaarden voor de afstanden,1",2" en de hoek, a^ staan in de meetwaarderegegs (a).
Let erop dat het referentievlak van de meting (bijv. achechterkant van het meetgereedschap) bij alle afzonderlijke metingen binnen een meetmethode op exactdezelfde plek blijft.
c) Indirecte lengthemeting (zie afbeelding E)
Druk zo vaak op de toets Functiewisse (4) tot op het display de aanduiding voor de indirecte lengtemeting verschijnt. Let erop dat het meetgereedschap zich op bezelfde hoogte als het gezochtete meetpunt bevindt. Kantel daarna het meetgereedschap om het referentievlak en meet net als bij een lengtemeting de afstand 1".

Na afsluiting van de meting verschijnt het resultaat voor de gezochtte afstand, X^ in de resultaatregel (c). De meetwaarden voor de afstand, 1 en de hoek, d^ staan in de meetwaarderegels (a).
Muuroppervlaktemeting (zie afbeeling F)
De muroppervlaktemeting dient voor het bepalen van de som van meerdere afzonderlijke vlakken met een gemeenschappelijkhoogte.
In het getoonde voorbeeld moet de totale oppervlakte van meerdere muren worden bepaald diedezelfde ruimtehoogte A, maar verschillende lengtes B hebben.
Druk voor muuroppervlaktemetingen zo vaak op de toets
Functiewisse (4) tot op het display de aanduiding voor
muuroppervlaktemeting Verschijnt.
Meet de ruimtehoogte A net als bij een lengtemeting. De meetwaarde (,cst^ ) verschijnt in de bovenste meetwaarde-regel (a). De laser blijft ingeschakeld.

Meet daarna de lenghte B_1 van de eerste muur. De oppervlakte worden automatisch berekend en verschijnt in de resultaatregel (c). De laatste lengtemeetwaarde staat in de middelste meetwaarderegel (a). De laser blijft ingeschä

keld.

Meet nu de lenghte B_2 van de tweede muur. De in de middelste meetwaarderegel (a) weergegeven afzonderlijke meetwaarde worden bij de lenghte B_1 opgeteld. De som van de beiden lenghtes ("sum", weergegeven in de onderste meet
waarderegel (a)) wird vermenigvuldig met de opgeslagen hoogte A. De totale oppervlaktewaarde verschijnt in de resultaatregel (c).
U kunt willekeurig veel verdere lengtes B_x meten die automatisch opgeteld en met de hoogte A vermenigvuldigd worden. Voorwaarde voor een correcte berekening van de oppervlakte is dat de eerste gemeten langte (in het voorbeeld de ruim-tehoogte A) voor alle delvlakken hetzelfde is.
Hellingmetting (zie afbeelding G)
Als u op de toets Hellingmeting (3) drukt, dan verschijnt op het display de aanduiding voor de hellingmeting Als referenievlak dient de achterkant van het meetgereedschap. Door nogmaals op de toets Hellingmeting (3) te drukken worden de zijvlakken van het meetgereedschap als referenievlak gezruikt en het display-aanzlicht 90^ gedraaid weergegeven.
Druk op de toets Meten (2) om de meetwaarde vast te zetten en in het meetwaardegeheugen over te nemen. Door nog-maals op de toets Meten (2) te drukken worden de meting voortgezet.
Als de aanduidingijdens de meting knippert, werh het meetgereedschap te sterk zijwaarts gekanteld.
Als u in de basisinstellungen de functie „Digitale libel" heeft ingeschakeld, verschijnt de hellingwaarde ook in de andere meetfuncties in regel (d) van het display (1).
Timerfunctie
De timerfunctie helpt bijv. wanner bewegingen van het meetgereedschapijdens de meting moeten worden verhinderd.
Houd voor de timerfunctie de toets (6) ingedrukt tot op het display de aanduidingverschijnt.
In de meetwaarderegel (a) verschijt de tijsduur vanaf het activeren tot aan de meting. De tijsduur kan door indrukken van de plustoets (11) of mintoets (5)ussen 1 s en 60 s worden ingesteld.

De meting vindt automatisch plaats na het verstreijken van de ingestelde tjidsduur.
De timerfunctie kan ook bij afstandsmetingen binnen andere meetfuncties (bijv. oppervlakte
meting) worden gebruikt. Het optellen en aftrekken van meetresultaten evenalscontinumeting zichn Niet mogelijk.
Lijst van de laatste meetwaarden
Het meetgereedschap slaat de LASTE 20 meetwaarden en de bijbehorende berekeningen op en toont.Deze in omgekeerde volgorde (de LASTe meetwaarde eerst).

Druk voor het opvragen van de opgeslagen mettingen op de toets (7).Op het displayverschijnt het resultaat van de laatste meting, waar bij de indicator voor de meetwaardenlijst
(e) en met geheugenplaatsvoor het nummeren
van de weergegeven metingen.
Als er bij het opnieuw indrukken van de toets (7) geen verzere metingen zijn opgeslagen, dan gaat het meetgereed-schap terug maar de LASTe meetfunctie. Als u demeetwaardenlijt wilt verlaten, drukt u op een van de toetsen voormeetfuncties.
Om de actuel weergeveen lengtemeetwaarde permanent als constante op te slaan, houdt u de toets Meetwaardenlijst (7) ingedrukt tot op het display „CST“ verschijnt. En meetwaardevermelding in de lijst kan nicht achteraf als constante worden opgeslagen.
Om een lengtemeetwaarde in een meetfunctie (bivj. oppervlaktemeting) te gebruiken, drukt u op de toets Meetwaardenlijst (7), kiest de gewenste vermelding en bevestigt door drukken op de toets Resultaat (6).
Meetwaarden wissen
Door het kort indrukken van de toets (8) kut u in alle meet- functies de laatst bepalde afzonderlijkemeetwaarde wissen. Door meerdere keren kort op de toets te drukken worden de afzonderlijke meetwaarden in omgekeerde volgorde gewist.
Om de actuel weergegeven meetwaardevermeling in de lijst te wissen, drukt u kort op de toets (8). Om de gehele meetwaardenlijst en de constante „CST" te wissen, houdt u de toets Meetwaardenlijst (7) ingedrukt en drukt u tegelijk-kertijd kort op de toets (8).
In de functie muropoppervlaktemeting worden bij de eerste keer kort indrukken van de toets (8) de LASTe afzonderlijke meetwaarde gewist, bij de tweede ker indrukken alle lengtes Bx, bij de derde keer indrukken de ruimtehoogte A.
Meetwaarden optellen
Ommeetwaarden op te tellen,voert u eerst een willekeurige metinguit ofkiesteenvermelinginde meetwaardenlijst. Druk daarna op de plastoets (11).Op het displayverschijnt ter bevestiging ^一 + ^一 .Voer verrolgens een tweede metinguit of kies nog een vermeling in de meetwaardenlijst.

Druk voor het opvragen van de som van beiden metingen op de resultaattoets (6). De berekening verschijnt in de meetwaarderegels (a), de som staat in de resultaatregel (c).
Na berekening van de som+kunnen bij ditresultaat verdere meetwaarden of vermeldingen in demeetwaardenlijst worden opgeteld, wonneer telkens voor de meting op de plustoets (11) wordt gedrukt. Het optellen worden beeindigdoord op de resultaattoets (6) te drukken.
Aanwijzingen bij het optellen:
- Lengte-, oppervlakte- en volumewaarden können nicht gegengd bij elkaar worden opgeteld. Als bijv. een lengte- en oppervlaktewaarde worden opgeteld, dan verschijnt bij het indrukken van de resultaattoets (6) kort „ERROR“ op het display. Vervolgens keert het meetgereedschap terug maar demeetfunctie die het LAST actief was.
Er worden telkens het resultaat van een meting (bijv. volumewaarde) opgeteld, bijcontinumetingen de in de resultaatregel (c) weergegeven meetwaarde. Het optellen van afzonderlijke meetwaarden uit de meetwaarderegels (a) is Niet möglich.
Meetwaarden aftrekken

Voor het aftrekken van meetwaarden drukt u op de mintoets (5), op het display verschijnt ter bevestiging, "De verdere werkwijze is hetzelfde als bij, Meetwaarden optellen".
Aanwijzingen voor werkzaamheden
Algemene aanwijzingen
De ontvangstlens (17) en de uitgang van de laserstraal (16)月至en meting Niet afgedekt zich.
Het meetgereedschap magijdens een meting Niet bewogen worden (met uitzondering van de functiescontinuming en hellingmeting). Leg waarom het meetgereedschap indien möglichketegen een vast aanslag-of oplegylak.
Invloeden op het meetbereik
Het meetbereik hangt van de lichtomstandigheden en de reflectie-eigenschappen van het doelvlak af. Gebruik voor een betere zichtaarheid van de laserstraal bij werkzaamheden buiten en bij fel zonlicht de laserbril (28) (accessaire) en het laserrichtbord (29) (accessaire) of beschaw het doelvlak.
Invloeden op het meetresultaat
Vanwege bepaalde eigenschappen van materialen{kennen bij metingen op sommige oppervlakken foue metingen nicht worden uitgesloten. Daartoe behoren:
- transparante oppervlakken (bijv. glas, water)
spiegelende oppervlakken (bijv. gepolijst metaal, glas) - poreuze oppervlakken (bijv. isolatiematerialial)
80|Nederlandsl
- gestructureerde oppervlakken (bijv. ruw pleisterwerk, na-tursteen).
Gebruik eventueel op deze oppervlakken het laserrichtbord (29) (accessoire).
Foute metingen zich bovendien möglich op doelvlakken waar schuin op worden gericht.
Ook hunl luchtlagen met verschillende temperaturen of indirect ontvangen reflecties de meetwaarde beinvloeden.
Nauwkeurigheidscontrole en kalibratie van de hellingmeting (zie afbeelding H)
Controleer regelmatig de nauwkeurigheid van de hellingmetting. Dit gebeurt door een omslagmetering. Leg waarvoor hetmeetgereedschap op een tafel en meet de helling. Draai hetmeetgereedschap 180^ en meet opnieuw de helling. Het verschil van de weergegeven waarde mag max. 0,3^ bedragen.
Bij grotere afwijkingen moet u het meetgereedschap opnieuw kalibreren. Houd hiervoord de toets Hellingmeting (3) ingedrukt. Volg de instructies op het display.
Nauwkeurigheidscontrole van de afstandsmeting
U kunt de nauwkeurigheid van het meetgereedschap als volgt controlen:
Kies een duurzaam onveranderlijke meetafstand van ca. 1 tot 10 meter waarvan u de lengte precies kent (bijvoorbeeld kamerbreedte, deuropening). Het meettraject moet binnenshuis liggen, het doelvlak van de meting moet glad en goed reflecterend+zijn.
- Meet de afstand tien keer ache ter elkaar.
De afwijking van de afzonderlijke metingen van de gemiddelde waarde mag maximaal ± 2 mm bedragen. Noteer de metingen om op een later tijdstip de nauwkeurigheid te konnen vergelijkden.
Werken met het statief (accessaire)
Het gebruik van een statief is vooral bij grotere afstanden moodzakelijk. Plaats het meetgereedschap met de 1 / 4" schroefdraad (19) op de snelwisselpaat van het statief (27) of een gangbaar fotostafief. Schroef het met de vastzetschroef van de snelwisselpaat vast.
Stel het referentievlak voor metingen met statief dieinovere enkomstig in door op de toets (10) te drukken (referentievlak schroefdraad).
Werken met de meetrail (zie afbeeldingen I-K)
De meetrail (25) kan voor een nauwkeuriger resultaat van de hellingmeting worden gebruikt. Afstandsmetingen zichn Niet möglichk met de meetrail.

Leg het meetgereedschap zoals afgebeeld in de meetrail (25) en vergrendel het meetgereedschap met de vergrendelingshendel (26). Druk op de toets Meten (2) om de modus "Meetrail" te activeren.
Controleer regelmatig de nauwkeurigheid van de hellingmetting door een omslagmeting of de libellen op de meetrail.
Bij grotere afwijkingen moet u het meetgereedschap op-nieuw kalibreren. Houd hiervoorde toets Hellingmeting (3) ingedrukt. Volg de instructies op het display.
Voor het beeindigen van de modus „Meetrail“ schakelt u het meetgereedschap uit en pakht het uit de meetrail.
Storingen -oorzaken en oplossingen
Oorzaak Oplossing
Temperatuurwaarschuwing (j) knippert, meting nicht möglichk
Meetgereedschap bevindt zich buiten de gebruikstemperatuur van -10^ tot +50^ (in de functiecontinuming tot +40^)
Wachtentot hetmeetgereed-schap de gebrukstemperatuur bereikt.
Aanduiding,ERROR op het display
Optellen of aftrekken van meetwaarden met verschil
lende maateenheden
Alleen meetwaarden met de-zelfde maateenheden optel-len of aftrekken
Hoek:tussen laserstraal endoel is te Klein.
Hoek tussen de laserstraal en het doel vergroten
Doelvlak reflecteert te sterk (bijv. spiegel) of te zwak (bijv. Zwarte stof), of omgevingslicht is te sterk.
Laserrichtbord (29) (accessaire) gebruiken
Uitgang laserstraal (16) of ontvangstlens (17) is besla-gen (bijv. door een snelle temperatuurverandering).
Met een zachte doek uitgang laserstraal (16) of ontvangst lens (17) droogwrijven
Berekende waarde is groter dan 999.999 m/m²/m³.
Berekening in tussenstappen verdelen
Aanduiding >60^ of -60^ op het display
Het hellingmeetbereik voor de meetfunctie of het referentievlak werden overschre den.
Voer de metinguitbinnen het gespecificeerde hoekbereik.
Aanduiding „CAL“ en aanduiding „ERROR“ op het display
De kalibratie van de hellingmeting werden nicht in de correcte volgorde of in de correcte posities uitgevoerd.
Herhaal de kalibratie volgens de instructies op het display en in de gebruksaanwijzing.
De voor de kalibratie gebruekte vlakken waren Niet nauwkeurig horizontaal of verticaal uitgelijnd.
Herhaal de kalibratie op een horizontal of vertical vlok en controller de vlokken eerst met een waterpas.
Het meetgereedschap werd bij het indrukken van de toets bewogen of gekanteld.
Herhaal de kalibratie en houd het meetgereedschap tijdens het indrukken van de toets rustig op het vlak.
Accu-oplaadaanduiding (g), temperatuurwaarschuwing (j) en aanduiding „ERROR" op het display
Temperatuur van meetgereedschap buiten toegestane oplaadtemperatuurbereik
Wacht tot het oplaadtemperatuurbereik is bereikt.
Oorzaak Oplossing
Accu-plaadaanduiding (g) en aanduiding „ERROR“ op het display
| Accu-kaadspanning nicht cor-rect | Controleer of de steekeverbind-ting correct tot stand is ge-brachte en de micro-USB-ka-bel correct functioneert. Als het toestelsymbol knippert, is de accu defect en moet de-ze door de Bosch-klantenser-vice worden verrangen. |
Accu-oplaadaanduiding (g) en kloksymbol (f) op het display
| Duidelijk langere oplaadijd, Gebruik uitsluitend de origi- omdat de laadstroom te laag nele Bosch micro-USB-kabel. is. |
Meetresultaat Niet aannemelijk
| Doelvlak reflecteert Niet DUI- Doelvlak afdekken delijk (bijv. water, glas). |
| Uitgang laserstraal (16) of ontvangstlens (17) is afge-dekt. | Uitgang laserstraal (16) of ontvangstlens (17) vrijhou-dekt. |
| Verkeerd referentievlak inge-Referentievlak passend bij steld de meting kiezen |
| Obstakel in het verloop van de laserstraal | Laserpunt要去 volledig op doelvlak liggen. |
De aanduiding blijft onveranderd of het meetgereed-schap reageert onverwacht op het indrukken van toetsen
Fout in de software Druk tegelijkertijd op de
toets Meten (2) en de toets Opslaan-Wissen/toets Aan-Uit (8) om de software te resetten.

Het meetgereedschap bewaakt het correcte functioneren bij elke meting. Wordt een defect vastgesteld, dan LAST het display alleen nog het hiernaast afgebeelde symbool zien. In dit ge
val, of wonneer de hierboven genoemde maatregelen een fouit Niet kunnen verhelpen, geeft u het meetgereedschap via uw dealer aan de Bosch-klantendienst.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in het meegeleverde opbergetui.
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap Niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Houd vooral de ontvangstlens (17) metdezelfde zorgvuldigheid schoon als waarkee een bril of lens van een fototoestel moeten worden behandeld.
Stuur het meetgereedschap voor reparatie in het opbergetui (24) op.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over verrangingsonderdelen. Explosietekingen en informatie over verrangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadiesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van verrangingsonderden altijd het uit tiem cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Belgie
Tel.: (02) 588 0589
Fax: (02) 588 0595
E-Mail: outillage.geredschap@be.bosch.com
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Vervoer
Op de meegeleverde Li-lon-accu's zijn de eisen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van toepassing. De accu's kunnen door de gebruiker zonder verdere voorwaarden over de weg vervoerd worden.
Bij de verzending door derden (bijv. luchtvervoer of expeditièbedrijf)要去en bijzondere eisen ten aanzien van verpakking en markering in acht genomen worden. In deze geallen要去 bij de Voorbereiding van de verzending een deskundige voor gevaarlijke stoffen geraadpleegd worden.
Afvalverwijdering

Meetgereedschappen, oplaadapparaten, accu's, accessoires en verpakkingen要去 op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.

Gooi meetgereedschappen, oplaadapparaten en accu's nicht bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese rechtlijk 2012/19/EU要去en nicht更是bruikbaremeetgereedschappen en oplaadapparaten en volgens de Europese rechtlijk 2006/66/EG要去en defec te of verbruekte accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerec ycenced.
Accu's/batterijen:
Li-Ion:
Lees de aanwijzingen in het gedeelte Vervoer en neem deze in acht (zie, Vervoer", Pagina 81).
82 | Dansk
Geintegreerde accu's mogen alleen voor het afvoeren door geschoold personeel verwijderd worden. Door het openen van de behuizingsschaal kan het meetgereed-schap onherstelbaar beschadigd worden.
Om de accuuit het meetgereedschap te nemen, bedient u het meetgereedschap zo lang tot de accu volledig ontladen is. Draai de schroeven op de behuizing eruit en haal de behuizingsschaal eraf om de accu te verwijderen. Om een kortsluiting te verhinderen, maakt u de aansluitingen bij de accu afzonderlijk na elkaar los en isoleert u daarna de polen. Ook bij volledige ontlading is nog een restcapaciteit in de accu voorhanden die bij kortsluiting vrij kankommen.