Fein Ex18a - Freesmachine

Ex18a - Freesmachine Fein - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Ex18a Fein in PDF-formaat.

📄 326 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice Fein Ex18a - page 41

Gebruikersvragen over Ex18a Fein

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

L'email reste privé : il sert seulement à vous prévenir si quelqu'un répond à votre question.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Freesmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Ex18a - Fein en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Ex18a van het merk Fein.

GEBRUIKSAANWIJZING Ex18a Fein

Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing. Gebruikte symbolen, afkortingen en begrippen. Technische gegevens. Bestemming van de pijpfreesmachines. De pijpfreesmachine is bestemd voor het snijden en frezen van blootliggende pijp- schaleh en gelegde pijpleidingen van staal of gietijzer, alsmede voor het afschuinen van pijpeinden vóór het lassen op bouwterreinen, in werkplaatsen en buitenshuis. De pijpfreesmachine is bestemd voor gespecialiseerde bedrijven, bediening door specialisten en niet-continu dagelijks gebruik. De complete pijpfreesmachine is niet goedgekeurd voor explosiegevaarlijke omge- vingen. De pijpfreesmachine is niet bestemd voor: – het gebruik in omgevingen met een explosieve atmosfeer – het gebruik in de stromende regen en werkzaamheden onder water. – buiten een temperatuurbereik van -20°C tot 40°C. – voor het snijden van explosieve materialen. – voor het snijden van brandbare materialen. EG-richtlijn 94/9EG ATEX (Atmosphères Explosibles) Wij wijzen erop dat de Fein pijpfreesmachines van het type RSG Ex (**) niet zijn goedgekeurd voor gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen en er daarom voor deze pijpfreesmachines geen EG-typeonderzoekscertificaten overeenkomstig richtlijn 94/9EG bestaan. (Bij de pijpfreesmachine RSG Ex (**) worden alleen twee ATEX-conforme com- ponenten ingebouwd, de elektromotor en de extra schakelaar.) De ATEX-richtlijn geldt alleen binnen de EG. In één oogopslag. 1 Kleminrichting 2 Bevestigingsschroef voor zijplaat 3 Zijplaat 4 Opmerking 5 Bout 6 Draadspil 7 Instelinrichting 8 Cilinderschroef voor instelinrichting 9 Montageschroef 10 Loopas 11 Klemhendel 12 Zeskantschroef 13 Ring 14 Klemas 15 Moer Symbool, teken Verklaring Volg de aanwijzingen in de nevenstaande tekst of afbeelding op. Lees beslist de meegeleverde documenten, zoals de gebruiksaanwijzing en de algemene veiligheidsvoorschriften. Gebruik tijdens de werkzaamheden een oogbescherming. Gebruik tijdens de werkzaamheden een gehoorbescherming. Gebruik tijdens de werkzaamheden een handbescherming. Algemeen verbodsteken. Deze handeling is verboden. Ingrijpen verboden! Raak ronddraaiende delen van het elektrische gereedschap niet aan. Grijp niet in kettingen en tandwielen! Waarschuwing voor scherpe randen van inzetgereedschappen zoals snijkanten van snijmessen. Heet oppervlak! Greepoppervlak Extra informatie. Bevestigt de conformiteit van het elektrische gereedschap met de richtlijnen van de Europese Gemeenschap. Versleten elektrische gereedschappen en andere elektrotechnische en elektrische producten moeten apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt. Draai in geen geval aan de drie veiligheidsschroeven. Geldt alleen voor China: De duur van de milieubescherming bij normaal gebruik van het product bedraagt 10 jaar. (**) Kan cijfers of letters bevatten

) 50 Hz 50 Hz Netaansluitsoort 3 ~ (draaistroom) 3 ~ (draaistroom) Onbelast toerental (n

16 Gereedschapskop 17 Pijpmoer 18 Bevestigingsschroef voor motor 19 Clip 20 Kettingwiel 21 Transportas 22 Borgring 23 Pen 24 Schroefplug gereedschapskop 25 Draaggreep (geïsoleerde greepvlakken) 26 Diepteschaalverdeling 27 Kartelmoer 28 Aanvoerschakelhendel 29 Zeskant kettingspanner 30 Schijf kettingspanner 31 Borgbouten kettingspanner 32 Borgring kettingschakel 33 Bout kettingschakel 34 Draagriem Voor uw veiligheid. Algemene veiligheidsvoorschriften. Lees alle bij dit elektrische gereedschap behorende vei- ligheidsvoorschriften, aanwijzingen en technische gege- vens en bekijk de afbeeldingen. Als de veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen voor de toekomst. Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip „elektrisch gereedschap” heeft betrekking op elektrische gereedschappen voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer) en op elektrische gereedschappen voor gebruik met een accu (zonder netsnoer).

1) Veiligheid van de werkomgeving

a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onver- lichte werkomgeving kan tot ongevallen leiden. b) Werk met het elektrische gereedschap niet in een omgeving met explosie- gevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereedschap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.

2) Elektrische veiligheid

a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde elektrische gereedschappen. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok. b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoor- beeld van buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. c) Houd het gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektrische gereedschap vergroot het risico van een elek- trische schok. d) Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het elektrische gereed- schap te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewe- gende gereedschapdelen. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergro- ten het risico van een elektrische schok. e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok. f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok.

3) Veiligheid van personen

a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik geen elektrisch gereed- schap wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het elek- trische gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden. b) Draag persoonlijke beschermende uitrusting. Draag altijd een veiligheids- bril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stof- masker, slipvaste werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektri- sche gereedschap, vermindert het risico van verwondingen. c) Voorkom per ongeluk inschakelen. Controleer dat het elektrische gereed- schap uitgeschakeld is voordat u de stekker in het stopcontact steekt of de accu aansluit en voordat u het gereedschap oppakt of draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap ingeschakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels voordat u het elektri- sche gereedschap inschakelt. Een instelgereedschap of sleutel in een draaiend deel van het gereedschap kan tot verwondingen leiden. e) Voorkom een onevenwichtige lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrische gereed- schap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, lange haren en sieraden kunnen door bewegende delen worden meegeno- men. g) Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging beperkt het gevaar door stof. h) Ondanks het feit dat u eventueel heel goed vertrouwd bent met het gebruik van gereedschappen, moet u ervoor zorgen dat u niet nonchalant wordt en veiligheidsvoorschriften voor het gereedschap gaat negeren. Een onoplet- tende handeling kan binnen een fractie van een seconde ernstig letsel ver- oorzaken.

4) Zorgvuldige omgang met en zorgvuldig gebruik van elektrische gereedschap-

pen a) Overbelast het gereedschap niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbe- reik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch gereedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu (indien uitneem- baar) uit het elektrische gereedschap, voordat u het elektrische gereed- schap instelt, accessoires wisselt of het elektrische gereedschap opbergt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het elektrische gereedschap. d) Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen buiten bereik van kin- deren. Laat het gereedschap niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt. e) Pleeg onderhoud aan elektrische gereedschappen en accessoires. Contro- leer of bewegende delen van het gereedschap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het elektrische gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat deze beschadigde onderdelen voor het gebruik repareren. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrische gereedschappen. f) Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onder- houden snijdende inzetgereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn gemakkelijker te geleiden. g) Gebruik elektrisch gereedschap, accessoires, inzetgereedschappen en der- gelijke volgens deze aanwijzingen. Let daarbij op de arbeidsomstandighe- den en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrische gereedschappen voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaar- lijke situaties leiden. h) Houd handgrepen en greepvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgrepen en greepvlakken verhinderen dat het gereedschap in onverwachte situaties veilig kan worden gehanteerd en bediend.

a) Laat het elektrische gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daar- mee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft. Speciale veiligheidsvoorschriften voor pijpfreesmachines. Neem bij ingebruikneming en onderhoud en tijdens werkzaamheden met de pijpfreesmachine de voorschriften ter voorkoming van ongevallen in acht. Neem de richtlijnen inzake explosieveiligheid in acht. Zorg ervoor dat de te bewerken pijp stabiel ligt. Niet in acht nemen van dit voorschrift kan tot ernstig letsel of de dood leiden. Elektrisch aangedreven pijpfreesmachines (type RSG Ex (**)). Netspanning en op de pijpfreesmachine vermelde spanning moeten overeenko- men. De aansluiting van de pijpfreesmachine moet worden beveiligd met een zekering van 20 A. Controleer netsnoer en evt. verlengsnoer regelmatig. Sluit de pijpfreesmachine alleen aan op de combinatie van schakelapparatuur wan- neer de hoofdschakelaar in de uit-stand staat. De combinatie van schakelapparatuur moet voor de bediener op elk moment bereikbaar zijn. Gebruik. Houd grepen en greepvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Met gladde gre- pen en greepvlakken is veilige bediening en controle van het elektrische gereed- schap in onvoorziene situaties niet mogelijk. Houd het gereedschap aan de geïsoleerde greepvlakken vast als u werkzaamheden uitvoert waarbij het inzetgereedschap verborgen stroomleidingen kan raken. Con- tact met een onder spanning staande leiding kan ook metalen delen van het gereed- schap onder spanning zetten en tot een elektrische schok leiden. Overbelast de pijpfreesmachine niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het juiste inzetgereedschap. Met het juiste inzetgereedschap werkt u beter en veiliger. Gebruik geen pijpfreesmachine waarvan de schakelaar defect is. Een pijpfreesma- chine die niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd.43

Onderbreek de energietoevoer voordat u het elektrische gereedschap instelt of inzetgereedschappen wisselt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van de pijpfreesmachine. Laat de pijpreesmachine niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet gelezen hebben. Pijpfreesmachines zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt. Voer regelmatig onderhoud aan de pijpfreesmachine uit. Onderzoek de pijpfrees- machine op mogelijke beschadigingen en andere factoren die de werking van de pijpfreesmachine nadelig kunnen beïnvloeden. Repareer een niet-intact pijpfrees- machine vóór het gebruik. Veel vermijdbare ongevallen worden veroorzaakt door een slecht onderhouden pijpfreesmachine. Gebruik de pijpfreesmachine, het toebehoren en de inzetgereedschappen volgens de voorschriften in deze gebruiksaanwijzing. Neem daarbij de arbeidsomstandig- heden en de te verrichten werkzaamheden in acht. Het gebruik van pijpfreesmachi- nes voor andere dan de voorziene toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. Werking (afbeelding A). De pijpfreesmachine snijdt en freest blootliggende pijpschalen en gelegde pijplei- dingen met behulp van spaanverwijderend inzetgereedschap. Deze wordt aan de buitenkant van de pijp gespannen met de spaninrichting en loopt rond de pijp met automatische werkaanvoer. De inzetgereedschappen zijn metaalcirkelzaagbladen en vormfrezen waarvan de snijkanten gemaakt zijn van snelstaal of hardmetaal, afhankelijk van het pijpmateriaal – De snijdiepte wordt ingesteld via de gereedschapskop (16) die in de beide zij- platen (3) draaibaar is geplaatst en kan worden aangepast met de draadspil (6). – De transportas (21), die via de transportwielen de werkaanvoerbewegin

bewerkstellig t, wordt via twee wormwieltrappen door de gereedschapsspil aangedreven. – De aanvoerbeweging kan met de aanvoerschakelhendel (28) in- en uitgescha- keld worden. Een slipkoppeling beschermt de aanvoeroverbrenging tegen overbelasting. De lagering van de gereedschapsspil is bijzonder stijf. De in een oliebad gesmeerde hoofdtandwielkast voor de aandrijving van de gereedschapsspil bestaat uit een pla- netaire tandwielkast en een wormwielkast. De versnellingsbak is zo gedimensioneerd dat het af en toe vastlopen van de ketting zonder schade kan worden verdragen. Alle aandrijfassen lopen in rollagers. Het machineframe met de assen heeft tot taak de vastgeklemde pijpfreesmachine op de pijp te geleiden en de snij- en aanvoerkrachten over te brengen. – De aanpassing aan de respectieve pijpbuitendiameter gebeurt door aanpassing van de loopas 10. De spankettingen worden samengesteld uit afzonderlijke kettingstukken die iden- tiek zijn aan elkaar. Het aantal benodigde kettingstukken of de lengte van de spankettingen is afhanke- lijk van de buitendiameter van de pijp. Transport. Gevaar voor letsel bij het vervoer van de pijpfreesmachine. Vervoer de pijpf- reesmachine alleen met de meegeleverde draagriemen (34) of door ten min- ste drie personen. Voor de ingebruikneming. Gevaar voor letsel door onverwachte bewegingen van het werkstuk. Zet het werkstuk vast voordat u het bewerkt, ter voorkoming van onverwachte bewe- gingen. Bij het bewerken van het werkstuk bestaat het gevaar voor onverwacht rollen, vallen of verschuiven van het werkstuk. De machine mag alleen in technisch perfecte staat worden gebruikt. Contro- leer de machine op versleten of beschadigde inzetgereedschappen en onder- delen vóór elke inbedrijfstelling. Versleten of beschadigde inzetgereedschappen en onderdelen moeten onmiddellijk door nieuwe worden vervangen. Voorbereiding van de te bewerken pijp. – Leg een voorwerp onder pijpen die op de werkvloer worden doorgesneden,

dat het inzetgereedschap niet klem komt te zitten. – In het geval van geïnstalleerde pijpen moet op elk punt over een lengte van 1 m, gemeten vanaf de buitenkant van de pijp, een afstand van ten minste 50 cm tot de wand van de put worden aangehouden. – Het werkoppervlak moet vrij zijn van vuil en aarde. Verwijder vooraf de zachte beschermlagen op het werkoppervlak. – Het snijgereedschap moet worden gekozen op grond van het pijpmateriaal, de vereiste bewerkingsvorm en de koelsmering. – Verwijder de lasnaden in de buurt van de wielen en kettingen. Neem voor meer informatie contact op met uw leverancier van smeer- en koel- middelen. (zie ook koelsmeersysteem met perslucht 9 12 01 002 00 4) Smeermiddelen bij 0°C: – Smeermiddel BIOCUT 1L - 3 21 32 039 00 0 – Smeermiddel BIOCUT 5L - 3 21 32 040 00 0 Smeermiddelen tot 25°C: – Smeermiddel 1L - 3 21 32 042 00 0 – Smeermiddel 5L - 3 21 32 043 00 0 Voorbereiding van de pijpfreesmachine (afbeelding A). – Maak de klemhendel (11) los. – Beweeg de gereedschapskop (16) met de handslinger (in de gereedschapskist) aan de instelinrichting (7) omhoog. – Verwijder de montageschroeven (9) en monteer de loopas (10) opnieuw vol- gens de gegevens in de tabel (4) passend bij de actuele pijpbuitendiameter. – Draai de montageschroeven (9) weer vast. P: Positie van de loopas D: Pijpdiameter – Beweeg de spaninrichtingen (1) voor opspankettingen naar buiten door aan de veerpot te draaien, zodat na het neerzetten van de pijpfreesmachine voldoende spanweg ter beschikking staat. Stel de opspankettingen passend voor de pijpdiameter samen. Plaats de pijpfreesmachine op de pijp en borg deze met een hijswerktuig om wegglijden te voorkomen. Stel de geleidingsketting met kettingspanner passend voor de pijpdiameter samen. – Bevestig de geleidingsketting op een afstand van 10 mm naast de spanketting, tegenover het freesgereedschap. De afstand tussen de bout van de geleidings- ketting en de bout van de spanketting bedraagt 10 mm. – Controleer de afstand rond de omtrek ten minste drie keer. Klemmen van de pijpfreesmachine op de pijp. Aanbrengen van de schakelkettingen. – Plaats de nog open schakelkettingen over de pijp aan beide zijden van de pijpf- reesmachine. – Beweeg de pijpfreesmachine omhoog en schuif de schakelkettingen onder de

ettingwielen (20) zodat na het neerzetten van de pijpfreesmachine de tand

n de schakelkettingen grij pen. – Gel eid de schakelkettingen met hun vrije uiteinden over de kettingwielen van spanas (14) en clip (19

– Sl uit beide uiteinden van de schakelketting met de bout (3 02 17 216 00 4) en zet ze vast met de twee borgringen (4 26 34 020 00 5).

Spannen van de schakelkettingen (zie afbeelding A). – Leg de schakelkettingen eerst door het draaien van de beide veerpotten (1) lichtjes tegen de pijp. Voor een exacte uitlijning duwt u de pijpfreesmachine een paar keer heen en weer in de omtrekrichting van de pijp. – Span de schakelkettingen door het draaien van de veerpotten tot de stift (23, afbeelding A) in het langgat van de veerpot binnen de aan de omtrek ingestoken groef staat. – Let op de positie van de stift tijdens het snijden. Als de pijp niet rond is, moet deze opnieuw worden vastgeklemd of worden losgemaakt. Verwijder alle 4 handvatten voor het snijden. Gevaar voor ongevallen! Span de veerpot niet verder dan dit punt! Montage van het inzetgereedschap. Gevaar voor letsel Er bestaat gevaar voor letsel als gevolg van onbedoeld inschakelen. Trek de netstekker uit het stopcontact voordat u het inzetgereedschap monteert. Gevaar voor letsel Het gevaar bestaat dat men zich snijdt door de scherpe snijranden van het inzetgereedschap. Draag werkhandschoenen bij het monteren en demonte- ren van het inzetgereedschap. Gevaar voor letsel Er bestaat gevaar voor brandwonden door het hete inzetgereedschap. Draag werkhandschoenen bij het demonteren van het inzetgereedschap. Draag werkhandschoenen. Gebruik alleen inzetgereedschap met snijkanten die volledig in orde zijn. – Reinig vóór het aanbrengen gereedschapsspil en pas- en contactvlakken. – Breng het inzetgereedschap met afstandhouders aan. – Draai de gereedschapspanmoer stevig vast. Ingebruikneming. Pijpfreesmachine: Sluit stroomopwaarts van de pijpfreesmachine met elektrische aandrijving een combinatie van schakel- kastapparatuur met de volgende componenten aan: –Hoofdschakelaar/omkeerschakelaar –Motorbeveiligingsschakelaar –Onderspanningsbeveiliging –Stekkerverbindingen De hoofdschakelaar wordt gebruikt als inschakelaar en om de draairichting om te keren. De motorbe- veiligingsschakelaar en de onderspanningsbeveili- ging vormen één geheel. Bij overbelasting schakelt de motorbeveiligingsschakelaar uit en bij uitval van de netspanning koppelt de onderspanningsbeveili- ging de pijpfreesmachine los van het net om onbe- doeld opnieuw opstarten te voorkomen. De pijpfreesmachine wordt weer in werking gesteld door het bedienen van de motorbeveiligingsschake- laar. De combinatie van schakelapparatuur moet zodanig worden geplaatst dat deze te allen tijde door de bediener kan worden bereikt. Pijpfreesmachine in gedeeltelijk explosieveilige uitvoering: Gebruik voor de combinatie van schakelapparatuur een schakelkast met een extra aan/uit-schakelaar om de pijpfreesmachine te bedienen in zone 2 gevaarlijke zones. De schakelkast moet zo worden geplaatst dat deze te allen tijde door de bediener kan worden bereikt. Explosiegevaar De combinatie van schakelapparatuur moet buiten zone 2 worden geïnstalleerd. Bediening. Gevaar voor letsel De beschermkap moet tijdens het gebruik volledig gesloten en vergrendeld zijn! Gevaar voor letsel als gevolg van rondvliegende spanen Deze kunnen letsel veroorzaken. Let erop dat zich geen personen in de geva- renzone bevinden. Brandgevaar als gevolg van rondvliegende spanen Let erop dat zich geen gemakkelijk ontvlambare voorwerpen in de gevaren- zone bevinden. Gevaar voor letsel Er bestaat gevaar voor letsel door rondvliegende delen wanneer de pijpfrees- machine wordt ingeschakeld. Verwijder de handslinger vóór elk gebruik van de pijpfreesmachine. Starten Bij een pijpfreesmachine met een elektromotor moet u ervoor zorgen dat de draai- richting van het inzetgereedschap juist is. De draairichting kan worden omgescha- keld via de omkeerschakelaar op de schakelkast. Gevaar voor letsel Wanneer de machine draait, bestaat er gevaar voor letsel door draaiende delen. De gevarenzone van de machine mag alleen worden betreden voor afstelwerkzaamheden met inachtneming van de veiligheidsmaatregelen. – Schakel de aanvoeroverbrenging uit via de aanvoerschakelhendel (28). – Schakel de pijpfreesmachine in. – Maak de klemhendel (11) los en laat het lopende zaagblad met de handslinger zo diep mogelijk in de pijp invallen. Het diep invallende zaagblad stabiliseert het zaagverloop. – Kies bij het frezen de laagst mogelijke ingrijping van het inzetgereedschap. Het verspaningsvolume neemt toe met toenemende snijdiepte. – Inzetgereedschap ca. 3 mm dieper laten invallen dan nodig is, daarna terug naar de vereiste diepte, hierdoor grijpt het inzetgereedschap niet langer in. – Wanneer u de diepteschaal gebruikt, laat het inzetgereedschap dan over het oppervlak van de pijp krassen. Draai de kartelmoer (27) los en zet de wijzer (28) op 0. Draai de kartelmoer (27) weer vast. De insteldiepte kan van de schaal worden afgelezen. – Schakel de pijpfreesmachine uit. – Vervolgens de instelling vastzetten door de klemhendel (11) aan te trekken. – Schakel de pijpfreesmachine weer in. – Schakel de aanvoeroverbrenging in via de aanvoerschakelhendel (28). – Als het motorvermogen voldoende is, snijdt u de pijpwand in één snijbeweging door. – Gelegde pijpen kunnen tijdens het zagen wijken en het inzetgereedschap in de spleet klem zetten. Daarom moeten de bijgeleverde wiggen met regelmatige tussenpozen in de spleet achter het zaaggereedschap worden gedreven. Gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen wiggen (6 33 05 013 00 2) (RSG Ex 1500 A/B (**) bijgeleverd toebehoren) en een hamer van niet-vonkend mate- riaal. – Vermijd overbelasting van de pijpfreesmachine. – Er is sprake van overbelasting als het motortoerental merkbaar daalt wanneer het draaiende inzetgereedschap wordt teruggetrokken. – Tegelijkertijd leidt dit tot een daling van het verspanend vermogen. – Zet het werkstuk (afgezaagd pijpstuk) vast om te voorkomen dat het valt. Voor dikwandige pijpen (s > 10 mm) moet de lasnaad in verschillende gangen wor- den gefreesd. Het congruente snijverloop wordt beïnvloed door de volgende factoren: – Richting van de pijpfreesmachine bij het opstarten, – pijp wijkt geometrisch af van de cirkelvormige of cilindrische vorm, – scherpte van het inzetgereedschap, – hardheid van het materiaal. De pijpfreesmachine is zo afgesteld dat het begin en het einde van de snijlijn onge- veer gelijk zijn voor pijpdiameters van 300 mm en 600 mm. Als gevolg van de excentriciteit van de geleidingsas is de fijnstelmarkering (24, zie afbeelding E) alleen voor beide genoemde diameters bepalend. Bij grotere pijpdia- meters kan bijstelling noodzakelijk zijn. Achteruit draaien van de pijpfreesmachine (RSG Ex (**)). Materiële schade! Voordat u de pijpfreesmachine terugbeweegt, moet u ervoor zorgen dat het inzet- gereedschap naar buiten is gezet om schade aan inzetgereedschap en overbrenging te voorkomen. – Schakel de aanvoeroverbrenging uit via de aanvoerschakelhendel (28). – Maak de klemhendel (11) los. – Zet het inzetgereedschap naar buiten. – Zet de hoofdschakelaar/omkeerschakelaar in stand „0” (uit). – Zet de omkeerschakelaar op terugloop. – Trek de klemhendel (11) vast. – Schakel de aanvoeroverbrenging in via de aanvoerschakelhendel (28). De pijpfreesmachine is niet geschikt voor teruglopend snijden! Opmerkingen over koeling en smering. Materiële schade! Het inzetgereedschap moet tijdens het frezen worden gekoeld en gesmeerd. Onvoldoende koeling en smering kan ertoe leiden dat spanen vastlopen. Dit kan leiden tot breuk van het inzetgereedschap. Neem de aanwijzingen/instructies van de fabrikant voor de gebruikte koelvloeistof in acht. – Snij pijpen van grijs gietijzer altijd droog zonder koelsmeermiddel. – Koel het zaagblad of de frees af met zeepwater bij het zagen van ongelegeerde stalen pijpen.

Aanpassen van de loopnauwkeurigheid. – Draai de moer (15, zie afbeelding A) SW 46 los. – Verdraai de as (10) ten opzichte van de clip (19). – Draai de moer (15) vast. Wanneer de loopas (10) met de klok mee (in de richting van het inzetgereedschap) wordt gedraaid, loopt het inzetgereedschap naar rechts (gezien in de bewegings-richting van de pijpfreesmachine). Wanneer de loopas tegen de klok in wordt gedraaid, loopt het inzetgereedschap naar links.Meer kettingschakels inzetten.Extra kettingschakels mogen alleen worden gebruikt op de daarvoor bestemde plaatsen. – Verwijder de borgring (32). – Verwijder de bout (33).– Plaats het gewenste aantal kettingschakels. – Kettingschakels in verschillende maten maken deel uit van het toebehoren van de machine. – Steek de bout (33) in. – Monteer een nieuwe borgring (32). Klemmen van de pijpfreesmachine.„A” vereiste werkruimte bij grootste snijdiepte.„D” buitendiameter van de pijp„i” Aantal kettingstukken bij pijpdiameter „D“.

*Bestelnummer 3 02 31 013 02 7 bestaande uit 10 kettingstukken met een lengte van 635 mm elk.RSG Ex 18 A/BPositie van de loopasD A vereiste ket-tinglengte per zijdeTotale lengte ketting [mm] [mm] [mm] [mm]

Om een optimale kettingspanning te bereiken, kunnen de halve kettingstukken met een lengte van 31,75 mm worden gebruikt die in de gereedschapskist zijn bij-gesloten.Voorbeeld:Voor een pijpdiameter van D=400 mm zijn 6 kettingstukken (bestelnummer 3 02 31 013 02 7) nodig. Spoorgeleiding via geleidingsketting Stel de lengte van de geleidingsketting samen volgens de tabelOm een optimale kettingspanning te bereiken, kunnen de halve kettingstukken met een lengte van 31,75 mm worden gebruikt die in de gereedschapskist zijn bij-gesloten.Bestelnummer 3 02 31 034 01 0 (l = 635 mm)Bestelnummer 3 02 31 036 01 0 (l = 63,5 mm)Bestelnummer 3 02 31 035 01 0 (l = 31,7 mm) – Bevestig de geleidingsketting met de bout en borgring aan een van de twee ket- tingstukken op de kettingspanner.– Rijg de geleidingsstreng van de geleidingsketting onder de twee geleidingsket-tingwielen (afbeelding H). – Zet het vrije uiteinde van de geleidingsketting vast aan de kettingspanner met bout en borgring. – Breng de geleidingsketting aan op de pijp door de zeskant op de kettingspanner (2) te draaien. – Stel de geleidingsketting af op een afstand van 10 mm (bout van aandrijfketting tot bout van geleidingsketting) en controleer dit driemaal rond de omtrek. – Span de kettingspanner aan de zeskant (29) tot de ring (30) tegen het huis van de kettingspanner ligt (spanbereik ca. 50 mm). (Max. aanhaalmoment 50 Nm) Let op gevaar voor ongevallen! Draai in geen geval aan de drie beveiligingsschroeven (31) aan de kopzijde. (zie afbeelding H) Afsluitende werkzaamheden na elk gebruik. – Zet het inzetgereedschap naar buiten.– Schakel de pijpfreesmachine uit.– Verwijder het inzetgereedschap.– Klem de pijpfreesmachine los. Opbergen van de pijpfreesmachine. – Bescherm de buitenste metalen delen tegen corrosie.– Bewaar de pijpfreesmachine op een droge plaats. Onderhoud en reparaties. Over onderhoud en reparaties. Neem in het geval van te repareren FEIN elektrische gereedschappen en toebeho-ren contact op met de FEIN klantenservice. Het adres vindt u op www.fein.com.De actuele onderdelenlijst van dit elektrische gereedschap vindt u op www.fein.com.Gebruik alleen originele vervangingsonderdelen.De volgende delen kunt u indien nodig zelf vervangen: Inzetgereedschap, handvatten, ketting, kettingschakelsDe machine mag alleen in technisch perfecte staat worden gebruikt. Versleten of beschadigde inzetgereedschappen en onderdelen moeten onmiddellijk door nieuwe worden vervangen.Gevaar voor letsel door per ongeluk inschakelen.Trek de netstekker uit het stopcontact voordat u werkzaamheden aan de pijpfreesmachine uitvoert! Algemene aanwijzingen Onderhoudswerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleide specialisten.De verzorgings- en onderhoudswerkzaamheden omvatten in hoofdzaak:– Reiniging van de buitenzijde van de pijpfreesmachine en de spankettingen.– Visuele controle van de gehele pijpfreesmachine.– Verversen van de olie van de tandwielkast.– Invetten van bewegingsdraad en kettingen.– Smeren van de geleidingen van de kop van het gereedschap in de opspan- en transportinrichting. – Vernieuw stickers en waarschuwingen op het gereedschap Verzorging van de schakelkettingen Na het verwijderen van het grove vuil de schakelkettingen zorgvuldig reinigen met wasbenzine, petroleumether of iets dergelijks terwijl u de kettingschakels beweegt.Leg de kettingen enkele uren in viskeuze olie, bv. SAE 140 transmissieolie, om de smering te verzekeren.Gevaar voor ongevallen! Controleer de kettingschakels voor hergebruik door een grondige visuele inspectie op goede staat. Vervang beschadigde onderdelen en vervang ont-brekende borgringen. Aansluitkabel Als de aansluitkabel van het elektrische gereedschap beschadigd is, moet deze wor-den vervangen door de fabrikant of zijn vertegenwoordiger.61300

*Bestelnummer 3 02 31 013 02 7 bestaande uit 10 kettingstukken met een lengte van 635 mm elk.Kettinglengte geleidingskettingPijpdia-meterLengte kettingKettingstukken[mm] [mm] 635 mm 63,5 mm 31,75 mm 250 710 1 1 1300 870 1 4 0350 1030 1 6 1400 1190 1 9 0450 1344 2 1 1500 1500 2 4 0550 1660 2 6 1600 1809 2 8 1650 1970 3 1 1700 2130 3 4 0750 2290 3 6 1800 2440 3 8 1

Instelinrichting (afbeelding A) – Verwijder vuil en beginnende roest van het mantelvlak van de pijpmoer (17) en vet het altijd licht in. – Bij het verversen van de tandwielolie moet de bewegingsdraad worden gerei- nigd en ingevet. Demontage: – Verwijder de cilinderschroef (8). – Trek de bout (5) uit het deksel. – Gebruik vervolgens de handslinger om de instelinrichting los te draaien van de pijpmoer. – Reinig de schroefdraaddelen en smeer deze (zie het gedeelte Smeermiddelen en smeerschema op pagina 47). – Vervang beschadigde schraapringen. Montage: De montage vindt plaats in omgekeerde volgorde. Schraapringen bij de montage niet beschadigen! Kleminrichting Voorkom vuil worden van de schroefdraad van de oogbouten (3, afbeelding I) in de veerpot. Maak indien nodig de schroefdraad schoon en smeer deze. Smeermiddelen en smeerschema Bij levering is de kop van het gereedschap gevuld met ARAL olie Degol BMB 100. Het gebruik van een andere transmissieolie wordt sterk afgeraden. Smeermiddelen voor glijvlakken Voor de smering en verzorging van de glijvlakken bevelen wij zuurvrije, waterbes- tendige glijlagervetten van een bekend merk aan. Storingen verhelpen (type RSG Ex (**)). Garantie. De wettelijke garantie op het product geldt overeenkomstig de wettelijke regelin- gen in het land waar het product wordt verkocht. Smeermiddel ARAL Olie Degol Inhoud Temperatuurbe- reik [°C] Specificatie BMB 460 2-liter 0 tot +60 Tandwielolie type CLPF volgens DIN15502 BMB 100 2-liter -20 tot +40 Smeerpunt Smeermiddel of brandstof 2 (overbrenging) Zie tabel Smeerolie voor kop van gereedschap 3 (glijvlakken en bewegingsdraad) Glijlagervet

Storing Mogelijke oorzaken Maatregelen Motor en inzetgereedschap haperen Zeer lage omgevingstemperaturen Gebruik FEIN transmissieolie voor lage temperaturen Stomp inzetgereedschap Inzetgereedschap vervangen Geen netspanning Netaansluiting en schakelapparatuur controleren Verkeerde netspanning Controleer gegevens van de netaansluiting Te snelle aanvoer of te veel materiaal verwijderd in één cyclus Stel de overbrenging af en/of verminder de invaldiepte Olieverlies tandwielkast Lokaliseer en repareer het lek– Vul olie bij. Overmatige temperatuurstijging in de motor Combinatie van schakelapparatuur 3 07 02 041 01 4 opnieuw activeren Defect kettingwiel Beschadigd kettingstuk Kettingstuk vervangen Ketting verkeerd verbonden Verbindingspunten controleren en corrigeren Kettingbout onvolledig ingestoken Bout in zijn geheel insteken Verkeerd snijverloop Verkeerd afgestelde pijpfreesmachine en ketting Zie het gedeelte „Voorbereiding van de pijpfreesma- chine (zie afbeelding A).“ op pagina 43 und het gedeelte „Klemmen van de pijpfreesmachine op de pijp.“ op pagina 43 Geleidingsas niet excentrisch Loopnauwkeurigheid bijstellen, zie het gedeelte „Instellen van de loopnauwkeurigheid.“ op pagina 45 Stomp inzetgereedschap Inzetgereedschap vervangen Schuine of verticaal geplaatste pijp of pijp die niet rond

Spoorgeleidingsinrichting gebruiken, zie gedeelte „Spannen van de pijpfreesmachine op de pijp.“ op pagina 43 en gedeelte „Spoorgeleiding“ op pagina 46 Overbelast inzetgereedschap Stel de overbrenging af en/of verminder de invaldiepte Verminderde of ondoeltreffende werking van de machine Geen netspanning Netaansluiting en schakelapparatuur controleren Schakelaar niet bediend Schakelaar controleren Koppeling slipt Stel de overbrenging af of laat het reactiekoppel van de koppeling door de FEIN fabriek afstellen. Sterke trillingen Aanvoer te snel Overbrenging aanpassen Inzetgereedschap te diep Inzetgereedschap omhoog bewegen Klemhendel (11) niet aangetrokken Klemhendel aantrekken Ketting los Controleer de kettingspanning Stomp inzetgereedschap Inzetgereedschap vervangen48

Inzetgereedschap en toebehoren. Cirkelzaagbladen Pasveer Transportcontainer Vormsnijder Vorm 1, HSS, voor overbrengingstype: A, B - voor de bewerking van stalen pijpen Ø Breedte Gew. Aantal tanden Max. snij- diepte Bestelnummer (mm) (mm) (kg) (mm) 160 4 0,5 50 25 6 35 02 022 00 6 180 4 0,7 60 35 6 35 02 037 00 8 200 4 0,9 64 45 6 35 02 053 00 7 220 4 1,3 70 55 6 35 02 041 00 1 Vorm 2, HSS, voor overbrengingstype: B - voor de bewerking van gegoten pijpen Ø Breedte Gew. Aantal tanden Max. snij- diepte Bestelnummer (mm) (mm) (kg) (mm) 160 4 0,5 40 25 6 35 02 050 00 1 180 4 0,7 46 35 6 35 02 098 00 0 200 4 0,6 50 45 6 35 02 099 00 4 Vorm 3, HSS, met hardmetaaltanden, voor overbrengingstype: A, B - voor het bewerken van gegoten pijpen (ook met cementvoering) en pijpen van ongelegeerd staal tot 400 N/mm

V-vorm, HSS, voor overbrengingstype: A - voor de bewerking van stalen pijpen, hooggelegeerd B - voor de bewerking van ongelegeerde stalen en gegoten buizen tot een max. wanddikte van 10 mm en een max. diameter van 1600 mm DBGew.Aantal tanden ß Max. snij- diepte Bestelnummer (mm) (mm) (kg) (°) in (mm) 125 25 1,6 32 30 25 6 35 08 056 00 4 160 30 3,2 36 30 25 6 35 08 081 00 9 160 30 3,3 36 37,5 25 6 35 08 093 00 0 180 42 5,5 36 37,5 25 6 35 08 094 00 0 180 42 4,9 36 30 25 6 35 08 085 00 8 U-vorm, HSS, voor overbrengingstype: A - voor de bewerking van stalen pijpen, hooggelegeerd B - voor de bewerking van ongelegeerde stalen en gegoten buizen tot een max. wanddikte van 10 mm en een max. diameter van 1600 mm DBGew.Aantal tanden Max. snij- diepte Bestelnummer (mm) (mm) (kg) (mm) 160 25 2,8 40 25 6 35 08 089 00 7 Setfrees, HSS, voor overbrengingstype: A - voor de bewerking van stalen pijpen, hooggelegeerd B - voor de bewerking van ongelegeerde stalen en gegoten buizen tot een max. wanddikte van 10 mm en een max. diameter van 1600 mm DBGew.Aantal tanden ß Max. snij- diepte Bestelnummer (mm) (mm) (kg) (°) (mm) 154 30,5 2,5 32 30 25 6 35 08 099 02 0 ß = 30° ß = 8° r = 6 mm b = 4 mm49

Kettingstuk Vervangingsbout Vervangingsborgring Stalen spouwmes Meegeleverd toebehoren Optioneel toebehoren Koelsmeersysteem met perslucht 9 12 01 002 00 4 Vanwege mogelijk hoge snij- en aanvoersnelheden van de pijpfreesmachine is koe- ling en smering van inzetgereedschappen bij het bewerken van staal vereist. Het koelsmeersysteem met perslucht werkt volgens het principe van verstuiving en verdamping van het koelsmeermiddel en zorgt voor een doorlopend goede koe- ling en smering via de sproeikoppen die op de pijpfreesmachine zijn gemonteerd. Bovendien wordt de verontreiniging van de bodem op de bouwplaats door boor- emulsie vermeden. Anders wordt de booremulsie gewoonlijk met de hand toege- voegd. Als koelsmeermiddel adviseren wij het metaalbewerkingssmeermiddel BIOCUT 3000. Het is een nieuw type volledig synthetisch, hoogperformant smeermiddel, heeft een uitstekende hechtende en koelende werking, is in water oplosbaar, gemakkelijk biologisch afbreekbaar en zuinig in verbruik (afhankelijk van de instel- ling, tot ca. 3 dm

/h per sproeier). BIOCUT 3000 bevat geen stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Het vol- doet aan de eisen van de Duitse Vereniging voor Gas en Water (DVGW). Alle ingrediënten voldoen aan de richtlijnen van de FDA (Food and Drug Admini- stration) en de Duitse Farmacopee (DAB) in de momenteel geldige versie. Het smeermiddel kan worden verkregen bij: Smeermiddel BIOCUT 3000 voor temperaturen tot 0°C: 1 L - 3 21 32 039 00 0 5 L - 3 21 32 040 00 0 Smeermiddel koudebestendig voor temperaturen tot -25°C: 1 L - 3 21 32 042 00 0 5 L - 3 21 32 043 00 0 Bij de draaistroomuitvoeringen RSG Ex (**) is een compressor FEIN bestelnum- mer 9 26 01 023 02 3 met een aanzuigvolume van ca. 130 l/min vereist om het koelsmeersysteem met perslucht te kunnen gebruiken. Vervangingsonderdelen. De actuele lijst van vervangingsonderdelen is te vinden op www.fein.com. Conformiteitsverklaring. De CE-verklaring geldt alleen voor landen van de Europese Unie en de EFTA (Euro- pean Free Trade Association) en alleen voor producten die bestemd zijn voor de EU- of EFTA-markt. De firma FEIN verklaart als alleen verantwoordelijke dat dit product overeenstemt met de geldende bepalingen die op de laatste pagina van deze gebruiksaanwijzing vermeld staan. Technische documentatie bij: C. & E. Fein GmbH, D-73529 Schwäbisch Gmünd Milieubescherming en afvoer van afval. Voer verpakkingen, versleten elektrische gereedschappen en toebehoren op een voor het milieu verantwoorde wijze af. 10 kettingstukken x 63,5 mm = 635 mm Bestelnummer 3 02 31 013 02 7 1 kettingstuk 31,75 Bestelnummer 3 02 31 029 00 2 Bestelnummer 3 02 17 216 00 4 Spanketting 38,5 mm Bestelnummer 3 02 16 166 00 0 Geleidingsketting 54 mm Bestelnummer 3 02 17 216 00 4 Bestelnummer 6 33 05 006 00 8 Bestelnummer Aantal Omschrijving 3 39 01 114 00 7 1 Transportcontainer 3 39 01 031 00 1 1 Gereedschapskist 3 21 22 007 01 7 1 Handslinger 6 29 01 016 00 2 1 Steeksleutel, SW 46 6 29 03 010 00 6 1 Steeksleutel, SW 55 3 12 07 333 01 0 1 Kettingspanner alleen voor RSG Ex 1500 A/B (**) 6 29 11 010 00 0 1 Ringsleutel, 17/19 6 29 06 014 00 0 1 Dopsleutel, SW 46/41 3 02 31 029 00 2 20 Rolketting 3 02 17 216 00 4 20 Bout 4 26 34 020 00 5 40 Borgring 6 33 05 013 00 2 5 Splijtwiggen, vonkvrij voor RSG Ex 1500/18 A/B (**) 3 07 02 041 01 4 1 Combinatie van schakelapparatuur voor RSG Ex 1500/18 A/B (**) 3 21 74 009 00 1 1 Ronde strop 3 21 74 010 00 3 1 Ronde strop 3 07 28 188 00 8 1 CEE-koppeling voor RSG Ex 1500/18 A/B (**) 3 02 31 035 02 0 1 Ketting alleen voor RSG Ex 1500 A/B (**) 3 02 16 166 01 0 1 Bout alleen voor RSG Ex 1500 A/B (**) 3 40 56 026 00 0 1 Steekschijven alleen voor RSG Ex 1500 A/B (**) Bestelnummer Aantal Omschrijving 3 02 31 013 02 7 1 Ketting met 10 kettingstukken 4 26 34 020 00 5 1 Borgring 3 02 17 216 00 4 1 Bout 4 30 12 051 12 2 1 Montageschroef 6 33 05 013 00 2 Niet-vonkende uitwerpwig 9 12 01 002 00 4 Koelsmeersysteem met perslucht (DKSE) 3 24 33 027 01 7 1 Verbindingsstukken voor DKSE (plaat zg.) 9 26 01 023 02 3 1 Compressor voor DKSE 3 14 14 055 00 2 1 PA-DL slang compleet voor com- pressor 4 11 36 005 01 9 1 Koppelingsmof 3 02 31 035 02 0 1 Ketting 3 02 16 166 01 0 1 Bout 3 40 56 026 00 0 1 Steekschijven50

Combinatie van schakelapparatuur

Handleidingassistent
Powered by Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Fein

Model : Ex18a

Categorie : Freesmachine