Hose Pull Professional - Boormachine BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Hose Pull Professional BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Slang- of veerbalancer voor pneumatisch/elektrisch gereedschap |
| Beschikbare modellen | Slangbalancer: 0 607 950 938, 939; Veerbalancer: 0 607 950 950 tot 958 |
| Belastingsbereik (slangbalancer) | 0,4 - 2,2 kg |
| Belastingsbereik (veerbalancer) | 0,3 - 10,0 kg afhankelijk van model |
| Maximale luchtdruk (slangbalancer) | 10 bar (145 psi) |
| Maximale slangweg | 800 mm |
| Maximale kabelweg (veerbalancer) | 1500 - 3000 mm afhankelijk van model |
| Gewicht (slangbalancer) | 1,3 - 1,4 kg |
| Gewicht (veerbalancer) | 0,41 - 3,7 kg afhankelijk van model |
| Voeding (slangbalancer) | Perslucht klasse 5 DIN ISO 8573-1, minimale druk 6,3 bar |
| Hoofdfuncties | In evenwicht houden van pneumatisch of elektrisch gereedschap, instellen van terugtrekkracht, begrenzing van slag |
| Onderhoud en reiniging | Reinig regelmatig het filter bij de luchtingang; smeer de wrijvingspunten; controleer dagelijks ophanging en valbeveiliging |
| Veiligheid | Valbeveiliging en veiligheidsketting verplicht; maximale belasting niet overschrijden; vervangen na een val |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Reparatie door erkend Bosch servicecentrum; onderdelen verkrijgbaar via bosch-pt.com |
| Algemene informatie | Conform gebruik: tare-inrichting voor gereedschap; montage met veiligheidsfactor 5; maximale valafstand 1 m |
Veelgestelde vragen - Hose Pull Professional BOSCH
Gebruikersvragen over Hose Pull Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Boormachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Hose Pull Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Hose Pull Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING Hose Pull Professional BOSCH
Veiligheidsvoorschriften
Lees alle voorschriften en neem deze in acht. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.
Slang- en veerbalansen mogen alleen door gekwalificeerd en gespecialiseerd personeel worden geïnstalleerd en onderhouden. Het gespecialiseerde personeel moet de bij deze werkzaamheden eventueel optredende gevaren kennen. - Installeer slang- en veerbalansen met een kunststof huis niet in de onmiddellijke nabijheid van warmeluchtblazers. - Gebruik slang- en veerbalansen die met een valbeveiliging 4 en een borgketting 1 worden geleverd nooit zonder deze voorzieningen. Isoleer slang- en veerbalansen elektrisch als u daaraan bevestigde lastangen gebruikt. ▶ Installeer de slang- of veerbalans zodanig dat bedienende personen niet onder zwevende lasten werken. Als u het gereedschap aan de slang- of veerbalans naar het werkstuk trekt, mag de hoek maximaal 10° bedragen. In een grotere hoek uitgetrokken gereedschappen kunnen na het loslaten heen en weer zwaaien en daardoor personen verwonden. ▶ Overschrijd nooit de op het typeplaatje 8 aangegeven draaglast. Bij overbelasting dreigt verwonding door vallende lasten. Demonteer nooit de slang- of veerbalans. Het openen van het huis kan de inwendige veer beschadigen en de slang- of veerbalans onbruikbaar maken.
Vervang slang- en veerbalansen na een val onmiddellijk. Laat beschadigde slang- en veerbalansen door een erkende klantenservicewerkplaats voor Bosch elektrische gereedschappen repareren.
Veiligheidsvoorschriften voor slangbalansen

Draag persoonlijke beschermende uitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmasker, slipvaste werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het persluchtgereedschap, vermindert het risico van verwondingen.
- Gebruik perslucht van kwaliteitsklasse 5 volgens ISO 8573-1 en een aparte verzorgingseenheid bij de slanghaspel. De toegevoerde perslucht moet vrij zijn van voorwerpen en vocht om de slanghaspel te beschermen tegen beschadiging, vervuiling en roestvorming. Controleer aansluitingen en toevoerleidingen. Alle verzorgingseenheden, koppelingen en slangen moeten ten aanzien van druk en luchthoeveelheid op de technische gegevens afgestemd zijn. Te geringe druk heeft een nadelige invloed op de werking van de slanghaspel. Te hoge druk kan tot materiële schade of persoonlijk letsel leiden. Bescherm de slangen tegen knikken, vernauwingen, oplosmiddelen en scherpe randen. Houd de slangen uit de buurt van hitte, olie en ronddraaiende delen. Vervang een beschadigde slang onmiddellijk. Een beschadigde toevoerleiding kan tot zwiepen van de persluchtslang leiden en kan letsel veroorzaken. Opgewerveld stof of spanen kunnen tot ernstig oogletsel leiden. Let erop dat slangklemmen altijd stevig vastgedraaid zijn. Niet-vastgedraaide of beschadigde slangklemmen kunnen de lucht ongecontroleerd laten ontsnappen. Het persluchtgereedschap moet altijd met volledig ingetrokken persluchtslang aan de snelsluitkoppeling 12 worden aangesloten of daarvan worden losgemaakt. Uitgetrokken persluchtslangen zonder last kunnen met een zweepslag terugschieten en letsel veroorzaken. Onderbreek de luchttoevoer voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, draaglastinstellingen wijzigt, het persluchtgereedschap instelt of dit verwijdert. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het persluchtgereedschap. Controleer de ophanging en de valbeveiliging dagelijks op roestvorming en beschadigingen. Laat de slanghaspel, in het bijzonder de persluchtslang, minstens eenmaal per jaar door een deskundige volgens de in uw land geldende voorschriften controleren. Bij een beschadiging mag de slanghaspel niet meer gebruikt worden.
Veiligheidsvoorschriften voor veerbalansen
- Gebruik de veerbalans niet als hijskraan. Het gebruik van veerbalansen als hijskraan kan tot persoonlijk letsel en materiële schade leiden. Lasten moeten altijd bij volledig ingetrokken kabel bevestigd of verwijderd worden. Uitgetrokken kabel
zonder last kunnen met een zweepslag terugschieten en daardoor letsel veroorzaken.
Stel de veerbalans buiten bedrijf nadat de uitgetrokken kabel zonder last is teruggeschoten. De teruggeschoten kabel is eventueel niet meer juist verankerd of de kabelophanging is gebroken. Controleer de kabel, de ophanging en de valbeveiliging (indien aanwezig) dagelijks op roestvorming en beschadigingen. Laat de veerbalans, in het bijzonder de kabel, minstens eenmaal per jaar door een deskundige volgens ISO 4309 controleren. Na een beschadiging mag de veerbalans niet meer gebruikt worden.
Product- en vermogensbeschrijving
Vouw de uitvouwbare pagina's met de afbeeldingen van slang- of veerbalans open en laat deze pagina's opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.
Gebruik volgens bestemming
Type 0 607 950 938 | ... 939
De slangbalans is bestemd voor de toepassing als belastbare ophangvoorziening voor gebruiksklare persluchtgereedschappen.
De veerbalans is bestemd voor de toepassing als belastbare ophangvoorziening voor gebruiksklare elektrische gereedschappen.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeeldingen van slang- en veerbalans op de pagina's met afbeeldingen.
1 Borgketting 2 Ophanging 3 Borgmoer aan de ophanging 2
4 Valbeveiliging
5 Behuizing
6 Draaglastinstelling
7 Aansluitstuk aan luchtingang van slangbalans
8 Typeplaatje
9 Binnenzeskantsleutel (6 mm)
10 Persluchtslang
11 Slangintrekbegrenzing
12 Snelsluitkoppeling
13 Slangnippel met slangtule
14 Slangnippel
15 Slangklem
16 Luchttoevoerslang
17 Koppelingsnippel (slangnippel met slangtule)
18 Slangkoppeling (koppeling met buitenschroefdraad)
19 Luchtafvoer aan de verzorgingseenheid
20 Koppelingsnippel met schroefdraad
21 Aansluitstuk aan luchtingang
22 Slangnippel meegeleverd met persluchtgereedschap
23 Slangtussenstuk met slangklemmen
24 Handwiel voor draaglastinstelling
25 Kabel
29 Stelschroef voor draaglastinstelling
30 Persklem voor borging van vrije uiteinde van kabel
31 Kabelslot voor instelling van kabellengte
32 Kabelklem voor kabelintrekbegrenzing
Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren worden standaard meegeleverd.
Technische gegevens
| Slangbalans (terughaalveer) | |||
| Productnumber 0 607 950 ...... 938 ... 939 | |||
| Draaglastbereik | kg | 0,4-1,2 | 1,2-2,2 |
| Ibs | 1,9-2,6 | 2,6-4,8 | |
| Max. persluchttoevoer | bar | 10 | 10 |
| psi | 145 | 145 | |
| Aansluitschoefdraad | G1/4" | ● | ● |
| Inwendige slangdiameter | mm | 5 | 5 |
| in | 0,2 | 0,2 | |
| Max. slanguittreklengthe mm | in | 800 | 800 |
| in | 31,5 | 31,5 | |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | kg | 1,3 | 1,4 |
| Ibs | 2,9 | 3,1 | |
42|Nederlands
Veerbalans
| Productnummer | 0 607 950 ... | ... 950 | ... 951 | ... 952 | ... 953 | ... 954 |
| Draaglastbereik | kg | 0,5-1,2 | 1,0-2,0 | 0,3-1,5 | 1,2-2,5 | 2,0-5,0 |
| Ibs | 1,1-2,6 | 2,2-4,4 | 0,7-3,3 | 2,6-5,5 | 4,4-11,0 | |
| Max. uittreklenge kabel | mm | 2000 | 2000 | 1600 | 1600 | 3000 |
| in | 78,7 | 78,7 | 62,9 | 62,9 | 118,1 | |
| Gewicht volgens | kg | 0,41 | 0,41 | 0,46 | 0,49 | 3,5 |
| EPTA-Procedure 01:2014 | Ibs | 1,3 | 1,3 | 1,1 | 1,3 | 7,3 |
Veerbalans
| Productnummer | 0 607 950 ... | ... 955 | ... 956 | ... 957 | ... 958 |
| Draaglastbereik | kg | 4,0-8,0 | 7,0-10,0 | 0,4-1,2 | 1,2-2,6 |
| Ibs | 8,8-17,6 | 15,4-22,0 | 1,9-2,6 | 2,6-5,7 | |
| Max. uittreklenge kabel | mm | 3000 | 3000 | 1500 | 1500 |
| in | 118,1 | 118,1 | 59 | 59 | |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | kg | 3,7 | 3,7 | 1,3 | 1,4 |
| Ibs | 8,2 | 8,2 | 2,9 | 2,9 |
Montage
De voorziening waaraan de ophanging 2 en de valbeveiliging 4 van de slang- of veerbalans worden aangebracht, moet met veiligheidsfactor 5 geconstrueerd zijn. Om met de slang- of veerbalans veilig te werken, berekent u het eigen gewicht van de slang- of veerbalans (zie "Technische gegevens") vermeerderd met de maximale draaglast (gewicht van het daaraan bevestigde gereedschap) en vermenigvuldigt u de som met 5. Vervang slang- en veerbalansen na een val onmiddellijk. Laat beschadigde slang- en veerbalansen door een erkende klantenservicewerkplaats voor Bosch elektrische gereedschappen repareren.
Slangbalans ophangen
Type 0 607 950 938 | ... 939
Bevestig de slangbalans met de ophanging 2 op een vaste plaats met voldoende stabiliteit.
Draai de borgmoer 3 aan de ophanging 2 vast zodat de slangbalans niet uit de ophanging glijdt.
Bevestig de valbeveiliging 4 onafhankelijk van de ophanging 2.
Let erop dat de beweeglijkheid van de slangbalans door de borgketting 1 van de valbeveiliging niet wordt belemmerd.
Pendelen in de trekrichting van de slang moet mogelijk zijn.
De mogelijke valweg bij een val mag 1 meter niet overschrijden.
Veerbalans ophangen
Type 0 607 950 950|...951
Bevestig de veerbalans met de ophanging 2 op een vaste plaats met voldoende stabiliteit.
Type 0 607 950 952 | ... 953 | ... 954 | ... 955 | ... 956 | ... 957 | ... 958
Bevestig de veerbalans met de ophanging 2 op een vaste plaats met voldoende stabiliteit.
Draai de borgmoer 3 aan de ophanging 2 vast zodat de veerbalans niet uit de ophanging glijdt.
Bevestig de valbeveiliging 4 onafhankelijk van de ophanging 2.
Let erop dat de beweeglijkheid van de veerbalans door de borgketting 1 van de valbeveiliging niet wordt belemmerd.
Pendelen in de trekrichting van de kabel moet mogelijk zijn.
De mogelijke valweg bij een val mag 1 meter niet overschrijden.
Aansluiting op de luchttoevoer
Type 0 607 950 938|...939
Let erop dat de luchtdruk niet lager dan 6,3 bar (91 psi) is, omdat het persluchtgereedschap voor deze werkdruk ontworpen is.
Houd voor een maximale capaciteit de waarden voor de inwendige slangdiameter en de aansluitschroefdraad in de tabel „Technische gegevens“ aan. Gebruik voor het instandhouden van de volledige capaciteit alleen slangen met een lengte van maximaal 4 meter.
De toegevoerde perslucht moet vrij van voorwerpen en vocht zijn om het persluchtgereedschap te beschermen tegen beschadiging, vervuiling en roestvorming.
Opmerking: Het gebruik van een persluchtverzorgingsenheid is noodzakelijk. Deze waarborgt een correcte werking van de persluchtgereedschappen.
Lees de gebruiksaanwijzing van de verzorgingseenheid en neem deze in acht.
Alle armaturen, verbindingsleidingen en slangen moeten geschikt zijn voor de druk en de vereiste luchthoeveelheid.
Voorkom vernauwingen van de toevoerleidingen, bijvoorbeeld door afknellen, knikken of trekken.
Controleer in geval van twijfel de druk bij de luchtingang met een manometer terwijl het persluchtgereedschap ingeschakeld is.

Aansluiting van de persluchtvoorziening aan de slangbalans (zie afbeelding A)
Schroef de slangnippel 14 in het aansluitstuk van de luchtingang 7.
Ter voorkoming van beschadigingen aan inwendige ventieldelen van de slangbalans dient u bij het in- en uitdraaien van de slangnippel 14 het uitstekende aansluitstuk van de luchtingang 7 met een steeksleutel (sleutelwijdte 17 mm) tegen te houden.
Maak de slangklemmen 15 van de luchttoevoerslang 16 los. Duw het ene uiteinde van de luchttoevoerslang over de slangnippel 14 en draai de slangklem weer stevig vast. Stulp vervolgens het andere uiteinde van de luchttoevoerslang over de koppelingsnippel 17 en bevestig de luchttoevoerslang door ook de andere slangklem stevig vast te draaien.
Schroef een automatische slangkoppeling 18 in de luchtuitgang van de verzorgingseenheid 19. Met automatische slangkoppelingen kan snel een verbinding tot stand worden gebracht en wordt de luchttoevoer bij het loskoppelen automatisch onderbroken.
Steek de koppelingsnippel 17 in de koppeling 18 om de luchttoevoerslang aan de verzorgingseenheid aan te sluiten.
Aansluiting van het persluchtgereedschap aan de slangbalans (zie afbeelding B)
Het persluchtgereedschap moet altijd met volledig ingetrokken persluchtslang aan de snelsluitkoppeling 12 worden aangesloten of ervan worden losgemaakt. Uitgetrokken persluchtslangen zonder last kunnen met een zweepslag terugschieten en letsel veroorzaken.
Overschrijd niet de vermelde minimale en maximale draaglast (zie „Technische gegevens"). Een overschrijding van het draaglastbereik beschadigt de veer in de behuizing.
Het persluchtgereedschap kunt u op twee manieren op de slangbalans aansluiten.
- Koop een koppelingsnippel met schroefdraad 20 die in het aansluitstuk aan de luchtingang 21 van het persluchtgereedschap past (zie „Aansluiting op de luchttoevoer" in de gebruiksaanwijzing van het persluchtgereedschap) zodat u het persluchtgereedschap rechtstreeks op de slangbalans kunt aansluiten of ervan los kunt koppelen. Let erop dat u het persluchtgereedschap niet onbedoeld in werking stelt terwijl u de koppelingsnippel 20 met de snelsluitkoppeling 12 verbindt.
- Verbind de slangnippel met slangtule 13 en de slangnippel 22 die bij het persluchtgereedschap worden meegeleverd met een kort slangtussenstuk 23. Draai de slangklemmen stevig vast. Let erop dat u het persluchtgereedschap niet onbedoeld in werking stelt terwijl u de slangnippel 13 met de snelsluitkoppeling 12 verbindt.
Gebruik
Instellingen van de slangintrekking
Overschrijd niet de maximale slanguittreklengte (zie „Technische gegevens").
Type 0 607 950 938|...939
Stel eerst de draaglast in (zie „Draaglastinstelling bij de slangbalansen", pagina 43). Draai de kruiskopschroef van de slangintrekbegrenzing 11 los. Stel de persluchtslang 10 op de gewenste lengte in en draai de kruiskopschroef van de slangintrekbegrenzing weer vast.
Instellen van de kabellengte
Type 0 607 950 954|...955|...956|...957|...958
De veerbalansen worden geleverd met een lange kabel 25 zodat de kabellengte kan worden aangepast.
Trek de kabel 25 door het kabelslot 31.
Houd een minimumafstand van 1 meter aan:
- Bij type 0607 950 954|... 955|... 956 tussen de kabelintrekbegrenzing 26 en het kabelslot 31. Bij type 0 607 950 957|... 958 tussen de kabelklem 32 en het kabelslot 31.
Stel de gewenste lengte van de kabel in en pers de persklem 30 vast.
Knip het uitstekende uiteinde van de kabel bij de persklem 30 af.
Instellen van de kabelintrekking
Overschrijd niet de maximale kabeluittreklengte (zie „Technische gegevens").
Type 0 607 950 950 | ... 951 | ... 952 | ... 953 | ... 954 | ... 955 | ... 956
Bij deze veerbalansen is een begrenzing van de kabelintrekking niet mogelijk.
Type 0 607 950 957|...958
Stel eerst de draaglast in (zie „Draaglastinstelling bij de veerbalansen", pagina 44).
Draai de schroeven van de kabelklem 32 los.
Stel de kabel 25 op de gewenste lengte in en draai de schroeven van de kabelklem 32 weer vast.
De elastische kabelintrekbegrenzing 26 kan handmatig worden verschoven.
Draaglastinstelling bij de slangbalansen
▷ Overschrijd niet de vermelde minimale en maximale draaglast (zie „Technische gegevens”). Een overschrijding van het draaglastbereik beschadigt de veer in de behuizing.
Om de slangbalansen te ontzien, zijn deze in de fabriek ingesteld op de minimale draaglast.
Door het bevestigen van een draaglast kan de slang volledig worden afgewikkeld. Beschadigingen en letsel kunnen daarvan het gevolg zijn.
Stel de slangbalans daarom na het ophangen onbelast op de maximale terugtrekkracht in (zie „Terugtrekkracht instellen”).
Aansluitend kan de terugtrekkracht van de opgehangen draaglast worden aangepast.


Terugtrekkracht instellen
Sluit het persluchtgereedschap op de slangbalans aan (zie „Aansluiting van het persluchtgereedschap aan de slangbalans”, pagina 43).
Als u de terugtrekkracht wilt verkleinen, zet u de inbussleutel 9 in de draaglastinstelling 6, drukt u de stelschroef in de draaglastinstelling naar binnen en draait u de inbussleutel tegen de wijzers van de klok in tot de opgehangen last is uitgebalanceerd.
Als u de terugtrekkracht wilt vergroten, zet u de inbussleutel 9 in de draaglastinstelling 6, drukt u de stelschroef in de draaglastinstelling naar binnen en draait u de inbussleutel met de wijzers van de klok mee tot de opgehangen last is uitgebalanceerd.
- Bij type 0607950938 maximaal 4 slagen. - Bij type 0607950939 maximaal 2 slagen.
De optimale terugtrekkracht is bereikt als het persluchtgereedschap gemakkelijk in de gewenste stand kan worden getrokken en na het loslaten weer aan de beginstand terugkeert.
Draaglastinstelling bij de veerbalansen
- Lasten moeten altijd bij volledig ingetrokken kabel bevestigd of verwijderd worden. Uitgetrokken kabels zonder last kunnen met een zweepslag terugschieten en daardoor letsel veroorzaken. ▷ Overschrijd niet de vermelde minimale en maximale draaglast (zie „Technische gegevens”). Een overschrijding van het draaglastbereik beschadigt de veer in de behuizing.
De veerbalansen zijn in de fabriek ingesteld op de maximaal toegestane draaglast.
Bevestig de draaglast:
Bij de typen 0 607 950 950, ... 951, ... 952 en ... 953 door vastmaken in de lasthaak met haakbekborging 27. Bij de typen 0 607 950 954, ... 955, ... 956, ... 957 en ... 958 door vastmaken in de lasthaak 27 en vastdraaien van de borgmoer.
De correcte draaglastinstelling is bereikt als het opgehangen gereedschap gemakkelijk in de gewenste stand kan worden getrokken en na het loslaten weer naar de beginstand terugkeert.
Type 0 607 950 950 | ... 951
Als u de terugtrekkracht wilt verkleinen, duwt u het handwiel 24 tegen de behuizing en draait u het ingedrukt tegen de wijzers van de klok in.
Draai het ingedrukte handwiel in stappen van 60° voordat u het vastklikt.
Als u de terugtrekkracht wilt vergroten, duwt u het handwiel 24 tegen de behuizing en draait u het ingedrukt met de wijzers van de klok mee.
- Bij type 0607950950 maximaal 2 slagen. - Bij type 0607950951 maximaal 4 slagen.
Type 0 607 950 952 | ... 953
Draag werkhandschoenen en houd de inbussleutel goed vast terwijl u de draaglast instelt. Bij maximale draaglastinstelling staat de veer van de draaglastinstelling onder grote spanning. Deze kan zich bij het indrukken van de inbussleutel plotseling ontladen.
Plaats de inbussleutel 28 in de veerklink van de draaglastinstelling 6.
Als u de terugtrekkracht wilt verkleinen, duwt u de veerklink naar binnen en draait u de inbussleutel 28 tegen de wijzers van de klok in.
Als u de terugtrekkracht wilt vergroten, duwt u de veerklink naar binnen en draait u de inbussleutel 28 met de wijzers van de klok mee.
- Bij type 0607950952 maximaal 4 slagen. Bij type 0 607 950 953 maximaal 5,6 slagen.
Type 0 607 950 954 | ... 955 | ... 956
Draag werkhandschoenen en houd de inbussleutel goed vast terwijl u de draaglast instelt. Bij maximale draaglastinstelling staat de veer van de draaglastinstelling onder grote spanning. Deze kan zich bij het indrukken van de inbussleutel plotseling ontladen.
Plaats de inbussleutel 9 in de stelschroef 29. De stelschroef heeft invloed op de veerklink van de draaglastinstelling 6.
Als u de terugtrekkracht wilt verkleinen, draait u de inbussleutel 9 tegen de wijzers van de klok in.
Als u de terugtrekkracht wilt vergroten, draait u de inbussleutel 9 met de wijzers van de klok mee.
Bij type 0 607 950 954 maximaal 11 1/2 slagen. - Bij type 0 607 950 955 maximaal 10 slagen. - Bij type 0 607 950 956 maximaal 4 1/2 slagen.
Type 0 607 950 957 | ... 958
Draag werkhandschoenen en houd de inbussleutel goed vast terwijl u de draaglast instelt. Bij maximale draaglastinstelling staat de veer van de draaglastinstelling onder grote spanning. Deze kan zich bij het indrukken van de inbussleutel plotseling ontladen.
Plaats de inbussleutel 9 in de veerklink van de draaglastinstelling 6.
Als u de terugtrekkracht wilt verkleinen, duwt u de veerklink naar binnen en draait u de inbussleutel 9 tegen de wijzers van de klok in.
Als u de terugtrekkracht wilt vergroten, duwt u de veerklink naar binnen en draait u de inbussleutel 9 met de wijzers van de klok mee.
- Bij type 0 607 950 957 maximaal 11 slagen. - Bij type 0 607 950 958 maximaal 5 slagen.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Slangbalansen
▷ Onderbreek de luchttoevoer voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert, draaglast instelt of wijzigt, het persluchtgereedschap instelt of dit verwijdert. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt onbedoeld starten van het persluchtgereedschap. ▷ Controleer de ophanging en de valbeveiliging dagelijks op roestvorming en beschadigingen. Laat de slangbalans, in het bijzonder de persluchtslang, minstens eenmaal per jaar door een deskundige volgens de in uw land geldende voorschriften controleren. Bij een beschadiging mag de slangbalans niet meer gebruikt worden.
Smeer alle aan de buitenkant zichtbare bewegende delen, zoals de wrijfplaatsen van de ophanging 2 en de valbeveiliging 4.
Reinig regelmatig de zeef bij de luchtingang van de slangbalans. Schroef daarvoor de slangnippel 14 los en verwijder stof- en vuildeeltjes uit de zeef. Schroef vervolgens de slangnippel weer vast.
Ter voorkoming van beschadigingen aan inwendige ventieldelen van de slangbalans dient u bij het in- en uitdraaien van de slangnippel 14 het uitstekende aansluitstuk van de luchtingang 7 met een steeksleutel (sleutelwijdte 17 mm) tegen te houden.

Neem het advies voor bijmengsels van perslucht in acht. Dit advies vindt u in de gebruiksaanwijzing van het bij de slangbalans gebruikte persluchtgereedschap.
Veerbalansen
▷ Controleer de kabel, de ophanging en de valbeveiliging (indien aanwezig) dagelijks op roestvorming en beschadigingen. Laat de veerbalans, in het bijzonder de kabel, minstens eenmaal per jaar door een deskundige volgens ISO 4309 controleren. Na een beschadiging mag de veerbalans niet meer gebruikt worden.
Smeer alle aan de buitenkant zichtbare bewegende delen, zoals de wrijfplaatsen van de ophanging 2 en de valbeveiliging 4.
Onderhoud van de kabel met zuurvrij vet (vaseline) verbetert de levensduur van de kabel.
Toebehoren
Meer informatie over het volledige programma met kwaliteitstoebehoren vindt u op het internet op www.bosch-pt.com en www.boschproductiontools.com, of vraag uw vakhandel om advies.
Klantenservice en gebruiksadviezen
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
Het Bosch-team voor gebruiksadviezen helpt u graag bij vragen over deze producten en toebehoren.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België
Tel.: (02) 588 0589
Fax: (02) 588 0595
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Slang- of veerbalans, toebehoren en verpakking dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.
Voer smeer- en reinigingsmiddelen op een voor het milieu verantwoorde wijze af. Neem de wettelijke voorschriften in acht.
Als de slang- of veerbalans niet meer kan worden gebruikt, dient u deze af te geven bij een recyclingcentrum, bij uw leverancier of bij een erkende Bosch klantenservicewerkplaats.
Wijzigingen voorbehouden.
Bevestig de last aan de veerhaken als volgt.
Voor veerhaken van het type 0607950950,...951,...952 en...953 hangt u de last aan de karabijnhaak met veer 27. Voor veerhaken van het type 0 607 950 954, ... 955, ... 956, ... 957 en ... 958 hangt u de last aan het oog 27 en draait u de verbindingsmoer stevig vast.
Als de lastafname correct is ingesteld, kan het opgehangen gereedschap gemakkelijk naar de gewenste positie worden getrokken en keert het na het loslaten terug naar de oorspronkelijke positie.
Type 0607 950 950|...951
Om de trekkracht te verminderen, drukt u de hendel 24 in de richting van de behuizing en draait u hem, terwijl u hem ingedrukt houdt, tegen de klok in.
Draai de ingedrukte hendel in stappen van 60° voordat u hem laat vastklikken.
Om de trekkracht te vergroten, drukt u de hendel 24 in de richting van de behuizing en draait u hem, terwijl u hem ingedrukt houdt, met de klok mee.
Voor veerhaken van het type 0607 950 950 is het maximale instelbereik 2 omwentelingen. Voor veerhaken van het type 0607 950 951 is het maximale instelbereik 4 omwentelingen.
Type 0607 950 952 |...953
Houd tijdens het instellen van de lastafname de beschermhandschoenen aan en houd de inbussleutel stevig vast. Bij maximale lastafname is de veer van de haspel sterk gespannen en kan deze plotseling loskomen op het moment dat de inbussleutel in de veerhaakbehuizing wordt gestoken.
Plaats de inbussleutel 28 in de veer van de lastafnameregelaar 6.
Om de trekkracht te verminderen, drukt u de veer in en draait u de inbussleutel 28 tegen de klok in.
Om de trekkracht te vergroten, drukt u de veer in en draait u de inbussleutel 28 met de klok mee.
Voor veerhaken van het type 0607 950 952 is het maximale instelbereik 4 omwentelingen. Voor veerhaken van het type 0607 950 953 is het maximale instelbereik 5,6 omwentelingen.
Tips 0607950954|...955|...956
Nesejslodzes regulēšanas laikā nesajiet aizsargcimdus un stingri turiet sešstūra stieņatslēgu. Pie maksimālās nesejslodzes spoles atspere ir stipri nospriegota un var strauji attīties brīdī, kad sešstūra stieņatslēga tiek iespiesta atsperes spoles korpusā.
Ievietojiet sešstūra stieņatslēgu 9 regulējošās skrūves 29 galviņā. Regulējošā skrūve iedarbojas uz nesejslodzes regulatora 6 atsperes spridi.
Lai samazinātu iešanas spēku, grieziet sešstūra stieņatslēgu 9 pretēji pulksteņa rādītāju kustības virzienam.
Lai palielinātu iešanas spēku, grieziet sešstūra stieņatslēgu 9 pulksteņa rādītāju kustības virzienā.
Tipa 0607 950 954 atsperes spolēm maksimālais regulēšanas diapazons ir 11 apgriezieni. Tipa 0607 950 955 atsperes spolēm maksimālais regulēšanas diapazons ir 10 apgriezieni. Tipa 0607 950 956 atsperes spolēm maksimālais regulēšanas diapazons ir 4 1/2 apgriezieni.
Tips 0607 950 957|...958
Nesejslodzes regulēšanas laikā nesajiet aizsargcimdus un stingri turiet sešstūra stieņatslēgu. Pie maksimālās nesejslodzes spoles atspere ir stipri nospriegota un var strauji attīties brīdī, kad sešstūra stieņatslēga tiek iespiesta atsperes spoles korpusā.
Ievietojiet sešstūra stieņatslēgu 9 nesejslodzes regulatora 6 atsperes spridi.
Lai samazinātu iešanas spēku, piespiediet atsperes spridi un grieziet sešstūra stieņatslēgu 9 pretēji pulksteņa rādītāju kustības virzienam.
Lai palielinātu iešanas spēku, piespiediet atsperes spridi un grieziet sešstūra stieņatslēgu 9 pulksteņa rādītāju kustības virzienā.
Tipa 0607 950 957 atsperes spolēm maksimālais regulēšanas diapazons ir 11 apgriezieni. Tipa 0607 950 958 atsperes spolēm maksimālais regulēšanas diapazons ir 5 apgriezieni.
nui
nunwnua
yivunnuynvovnuoyuoywnnna (nyanwn)
ju 0607 950 938|...939
Iwunwn Iwunwnnnnunwn
(n"naunnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn
11 00
nss
ju 0607 950 954 |... 955 |... 956 |... 957 |... 958
25 100000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000
1
- 0607950954|...955|...956
- 067950957|...958 2017年版第32
30
n 30 anl
ju 0607 950 950|...951|...952|...953|...954| ...955|...956

