GEBRUIKSAANWIJZING GRL 650 CHVG Professional BOSCH
Veiligheidsaanwijzingen voor rotatielasers en afstandsbediening ......Pagina 157
Beschrijving van product en werking....Pagina 158
Beoogd gebruik ...... Pagina 158
Rotatielaser.... Pagina 158
Afstandsbediening ...... Pagina 158
Afgebeelde componenten ...... Pagina 158
Rotatielaser....Pagina 158
Aanduidingselementen rotatielaser.... Pagina 158
Afstandsbediening ...... Pagina 158
Accessoires/vervangingsonderdelen.... Pagina 158
Technische gegevens....Pagina 159
Montage....Pagina 161
Energievoorziening meetgereedschap....Pagina 161
Gebruik met accu ...... Pagina 161
Accu-oplaadaanduiding ...... Pagina 161
Aanwijzingen voor de optimale omgang met de accu.... Pagina 161
Gebruik met batterijen.... Pagina 161
Accu/batterijen vervangen (zie afbeelding A) ...... Pagina 162
Oplaadindicatie ...... Pagina 162
Energievoorziening afstandsbediening ...... Pagina 162
Gebruik....Pagina 162
Ingebruikname afstandsbediening....Pagina 162
Ingebruikname rotatielaser....Pagina 162
Meetgereedschap plaatsen.... Pagina 162
Meetgereedschap bedienen ...... Pagina 163
In-/uitschakelen....Pagina 163
Verbinding met afstandsbediening/laserontvanger maken ...... Pagina 163
Afstandsbediening via Bosch Levelling Remote App.... Pagina 164
Rustmodus....Pagina 164
Toetsenbordvergrendeling ...... Pagina 165
Modi ...... Pagina 165
Uitlijning van X- en Y-as ...... Pagina 165
Overzicht modi ...... Pagina 165
Rotatiemodus....Pagina 165
Lijnmodus/puntmodus.... Pagina 165
Lijn/punt binnen het rotatievlak draaien ...... Pagina 166
Rotatievlak bij verticale positie draaien.... Pagina 166
Automatische loodpuntfunctie naar beneden bij verticale positie ...... Pagina 166
Automatische nivellering....Pagina 166
Overzicht ...... Pagina 166
Positieveranderingen.... Pagina 166
Schokwaarschuwingsfunctie ...... Pagina 166
Hellingmodus bij horizontale positie.... Pagina 167
Hellinggeheugen voor hellingmodus bij horizontale positie (GRL 650 CHVG) ...... Pagina 167
SlopeProtect.... Pagina 168
Handmatige modus ...... Pagina 168
Handmatige modus bij horizontale positie.... Pagina 168
Handmatige modus bij verticale positie ...... Pagina 168
Functies ...... Pagina 169
156 | Nederlands
Modus CenterFind....Pagina 169
Modus CenterLock (GRL 650 CHVG) ...... Pagina 169
Maskeermodus (zie afbeelding C).... Pagina 169
Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap ...... Pagina 169
Nauwkeurigheidsinvloeden.... Pagina 169
Nivelleernauwkeurigheid bij horizontale positie controleren ...... Pagina 170
Nivelleernauwkeurigheid bij verticale positie controleren.... Pagina 170
Meetgereedschap kalibreren ...... Pagina 170
Kalibratie X- en Y-as.... Pagina 170
Kalibratie Z-as ...... Pagina 172
Aanwijzingen voor werkzaamheden ...... Pagina 173
Werkzaamheden met het laserrichtbord ...... Pagina 173
Werken met het statief (accessoire).... Pagina 173
Laserbril (accessoire)....Pagina 173
Werken met wandhouder en uitlijneenheid (zie afbeelding D).... Pagina 173
Werken met de meetlat (accessoire) (zie afbeelding E).... Pagina 173
Toepassingsvoorbeelden ...... Pagina 173
Hoogtes overbrengen/controleren (zie afbeelding F)...... Pagina 173
Loodpunt naar boven parallel uitlijnen/rechte hoek toepassen (zie afbeelding G) ...... Pagina 173
Loodlijn/verticaal vlak weergeven (zie afbeelding G) ...... Pagina 174
Loodlijn/verticaal vlak uitlijnen (zie afbeelding H) ...... Pagina 174
Werkzaamheden zonder laserontvanger ...... Pagina 174
Werken met laserontvanger (zie afbeelding E)....Pagina 174
Buitenshuis werken (zie afbeelding E) ...... Pagina 174
Bekistingen opstellen (zie afbeelding I) ...... Pagina 174
Hellingen controleren (zie afbeelding J) ...... Pagina 174
Overzicht statusaanduidingen....Pagina 174
Overzicht besturingsmogelijkheden van de functies ...... Pagina 175
Storingen verhelpen ...... Pagina 176
Onderhoud en service....Pagina 177
Onderhoud en reiniging....Pagina 177
Klantenservice en gebruiksadvies ...... Pagina 177
Meer serviceadressen vindt u onder:.... Pagina 177
Vervoer....Pagina 177
Afvalverwijdering ...... Pagina 178
Alleen voor landen van de EU: ...... Pagina 178
Accu's/batterijen: ...... Pagina 178
Nederlands
Veiligheidsaanwijzingen voor rotatielasers en afstandsbediening

Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden om zonder risico's en veilig te werken. Wanneer deze aanwijzingen niet in acht genomen worden, dan kunnen geïntegreerde veiligheidsvoorzieningen nadelig beïnvloed worden. Maak waarschuwingsbordjes nooit on-leesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN DE PRODUCTEN MEE.
▶ Voorzichtig – wanneer andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of andere methods uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling.
- Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waarschuwingsplaatje (aangegeven op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen).
Is de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje niet in uw taal, plak dan vóór het eerste gebruik de meegeleverde sticker in uw eigen taal hieroverheen.

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor kunt u personen verblinden, ongevallen veroorzaken of het oog beschadigen.
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddel- lijk uit de straal bewogen worden.
▶ Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan. De in deze gebruiksaanwijzing beschreven instelmogelijkheden kunt u zonder gevaar gebruiken.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Laat uw producten uitsluitend repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid in stand blijft.
Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk andere personen of zichzelf kunnen verblinden.
▶ Werk niet in een omgeving met ontploffingsgevaar waar zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. Er kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
- Gebruik geen optisch concentrerende instrumenten, zoals verrekijker of loep voor het bekijken van de stralingsbron. U kunt hiermee uw ogen beschadigen.
▶ Open de (oplaadbare) batterijen niet. Er bestaat gevaar voor kortsluiting.
Bij beschadiging en verkeerd gebruik van de accu kunnen er dampen vrijkomen. De accu kan branden of exploderen. Zorg voor de aanvoer van frisse lucht en zoek bij klachten een arts op. De dampen kunnen de luchtwegen irriteren.
Bij verkeerd gebruik of een beschadigde accu kan brandbare vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties of verbrandingen leiden.
▶ Door spitse voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroevendraaiers, of door krachtinwerking van buitenaf kan de accu beschadigd worden. Er kan een interne kortsluiting ontstaan en de accu doen branden, roken, exploderen of oververhitten.
Houd de niet-gebruikte accu uit de buurt van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben.
- Gebruik de Bosch-accu alleen in producten van de fabrikant. Alleen zo wordt de accu tegen gevaarlijke overbelasting beschermd.
▶ Laad de accu's alleen op met oplaadapparaten die door de fabrikant aangeraden worden. Door een oplaadapparaat dat voor een bepaald type accu geschikt is, bestaat bij gebruik met andere accu's brandgevaar.

Bescherm accu's tegen hitte, bijvoorbeeld ook tegen voortdurend zonlicht, vuur, vuil, water en vocht. Er bestaat gevaar voor explosie en kortsluiting.

Houd de magnetische accessoires uit de buurt van implantaten en andere medische apparaten, zoals pacemakers en insulinepompen. Door de magneten van de accessoires wordt een veld opgewekt dat de werking van implantaten en medische apparaten kan verstoren.
Houd de magnetische accessoires uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten van de accessoires kan het tot onomkeerbaar gegevensverlies komen.
▶ Voorzichtig! Bij het gebruik van het meetgereedschap met Bluetooth® kunnen storingen bij andere apparaten en installaties, vliegtuigen en medische apparaten (bijv. pacemakers, hoorapparaten) ontstaan. Even-eens kan schade aan mens en dier in de directe omge-ving niet volledig uitgesloten worden. Gebruik het
meetgereedschap met Bluetooth® niet in de buurt van medische apparaten, tankstations, chemische installations, zones met explosiegevaar en in zones waar gebruik wordt gemaakt van explosieven. Gebruik het meetgereedschap met Bluetooth® niet in vliegtuigen. Vermijd het gebruik gedurende een langere periode heel dichtbij het lichaam.
Het woordmerk Bluetooth® evenals de beeldtekens (logo's) zijn geregistreerde handelsmerken en eigendom van Bluetooth SIG, Inc. Elk gebruik van dit woordmerk/ deze beeldtekens door Robert Bosch Power Tools GmbH gebeurt onder licentie.
Beschrijving van product en werking
Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.
Beoogd gebruik
Rotatielaser
Het meetgereedschap is bestemd voor het meten en controleren van nauwkeurig waterpas verlopende hoogtelijnen, verticale lijnen, vluchtlijnen en loodpunten.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.
Afstandsbediening
De afstandsbediening is bestemd voor de besturing van Bosch-rotatielasers per Bluetooth®.
De afstandsbediening is geschikt voor gebruik binnen en buiten.
Afgebeelde componenten
De nummering van de afgebeelde componenten heeft betrekking op de weergave van meetgereedschap en afstandsbediening op de pagina's met afbeeldingen.
Rotatielaser
(1) Batterijvakdeksel
(2) Vergrendeling van het batterijvakdeksel
(3) Hellingstoets omlaag ▼/toets rechtsom draaien
(4) Hellingstoets omhoog ▲/toets linksom draaien ♂
(5) Toets lijnmodus
(6) Toets rotatiemodus
(7) Toets Bluetooth®
(8) Variabele laserstraal
(9) Opening voor laserstraal
(10) Loodpunt naar boven ^a)
(11) Aan/uit-toets
(12) Statusaanduiding
(13) Toets handmatige modus
(14) Toets hellinginstelling
(15) Display
(16) Sleuf voor uitlijning
(17) Draaggreep
(18) Statiefopname 5/8" (horizontaal)
(19) Laser-waarschuwingsplaatje
(20) Statiefopname 5/8" (verticaal)
(21) Serienummer
(22) Batterijadapter
(23) Ontgrendelingstoets accu/batterijadapter
(24) Accu ^b)
a) In verticale modus geldt de loodpunt naar boven als 90°-referentiepunt.
b) Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma.
Aanduidingselementen rotatielaser
(a) Aanduiding lasermodus
(b) Aanduiding verbinding per Bluetooth®
(c) Aanduiding schokwaarschuwingsfunctie
(d) Oplaadaanduiding accu/batterijen
(e) Aanduiding loodpuntfunctie naar beneden
(f) Aanduiding hellingshoek X-as
(g) Aanduiding hellingshoek Y-as
(h) Aanduiding rotatiesnelheid
(i) Softkey-symbolen
Afstandsbediening
(25) Toets loodpuntfunctie naar beneden
(26) Toets rotatiemodus
(27) Toets rustmodus
(28) Toets lijnmodus
(29) Toets linksom draaien
(30) Hellingstoets omhoog
(31) Toets hellinginstelling
(32) Aanduiding signaalzending
(33) Statusaanduiding X-as
(34) Statusaanduiding Y-as
(35) Hellingstoets omlaag
(36) Toets rechtsom draaien
(37) Vergrendeling van het batterijvakdeksel
(38) Serienummer
(39) Batterijvakdeksel
(40) Afstandsbediening ^a)
a) Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma.
Accessoires/vervangingsonderdelen
(41) Laserontvanger ^a)
(42) Meetlat ^a)
(43) Statief ^a)
(44) Wandhouder/uitlijneenheid ^1
(45) Bevestigingsgaten van wandhouder ^a)
(46) Druktoets voor grofinstelling van wandhouder ^a)
(47) Fijninstelschroef van wandhouder ^a)
(48) 5/8"-schroef van wandhouder ^a)
(49) Magneet ^a)
(50) Laserbril ^a)
(51) Laserrichtbord ^a)
(52) Riem ^a)
(53) Koffer ^a)
a) Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma.
Technische gegevens
| Rotatielaser GRL 600 CHV GRL 650 CHVG |
| Productnummer | 3 601 K61 F.. 3 601 K61 V.. |
| Werkbereik (radius) | | |
| - zonder laserontvanger max. A) | 30 m 35 m |
| - met laserontvanger max. 300 m 325 m | | |
| Nivelleernauwkeurigheid op een afstand van 30 m B)C) | | |
| - horizontaal ±1,5 mm ±1,5 mm | | |
| - verticaal ±3 mm ±3 mm | | |
| Zelfnivelleerbereik ±8,5 % (±5°) ±8,5 % (±5°) | | |
| Nivelleertijd (bij max. 3 % helling) 30 s 30 s | | |
| Rotatiesnelheid 150/300/600 min | -1 | 150/300/600 min-1 |
| Hellingmodus over één as/twee assen | ±8,5 % | ±8,5 % |
| Nauwkeurigheid hellingmodus B,D) | ±0,2 % | ±0,2 % |
| Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte | 2000 m | 2000 m |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 90 % | 90 % |
| Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 | 2E) | 2E) |
| Laserklasse | 2 | 2 |
| Lasertype | 630–650 nm, < 1 mW | 500–540 nm, < 1 mW |
| Divergentie | < 1,5 mrad (volledige hoek) | < 1,5 mrad (volledige hoek) |
| Aanbevolen laserontvanger | LR 60 | LR 65 G |
| Statiefopname (horizontaal/verticaal) | 5/8" | 5/8" |
| Energievoorziening meetgereedschap | | |
| - Accu (lithiumion) | 18 V | 18 V |
| - Batterijen (alkali-mangaan) (met batterij-adapter) | 4 × 1,5 V LR20 (D) | 4 × 1,5 V LR20 (D) |
| Gebruiksduur ca. | | |
| - met accu (4 Ah) 60 h | 50 h | |
| - met batterijen | 70 h | 60 h |
| Bluetooth®-meetgereedschap | | |
| - Klasse | 1 | 1 |
| - Compatibiliteit F) | Bluetooth® 5.0/4.X (Low Energy) | Bluetooth® 5.0/4.X (Low Energy) |
| - Signaalbereik max. G) | 100 m 100 m |
| - Gebruiksfrequentiebereik | 2402–2480 MHz | 2402–2480 MHz |
| - Zendvermogen max. | 6,3 mW | 6,3 mW |
| Bluetooth®-smartphone | | |
| - Compatibiliteit F) | Bluetooth® 5.0/4.X (Low Energy) | Bluetooth® 5.0/4.X (Low Energy) |
| - Besturingssysteem H) | Android 6 (en hoger) iOS 11 (en hoger) | Android 6 (en hoger) iOS 11 (en hoger) |
160 | Nederlands
Rotatielaser GRL 600 CHV GRL 650 CHVG
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 |
| – met accu ^1) | 4,2–4,8 kg 4,2–4,8 kg |
| – met batterijen 4,6 kg 4,6 kg | |
| Afmetingen (lengte × breedte × hoogte) 327 × 188 × 278 mm 327 × 188 × 278 mm | |
| Beschermklasse IP 68 IP 68 | |
| Valtesthoogte ^1) | 2 m 2 m |
| Aanbevolen omgevingstemperatuur bij het op-laden | 0 °C ... +35 °C 0 °C ... +35 °C |
| Toegestane omgevingstemperatuur | |
| – bij het gebruik -10 °C ... +50 °C -10 °C ... +50 °C | |
| – bij opslag -20 °C ... +50 °C -20 °C ... +50 °C | |
| Aanbevolen accu's GBA 18V... | ProCORE18V 4,0 Ah/8,0 Ah | GBA 18V... |
| ProCORE18V 4,0 Ah/8,0 Ah |
| Aanbevolen oplaadapparaten GAL 18... | GAX 18... | GAL 18... |
| GAL 36... | GAX 18... |
| GAL 36... |
A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden.
B) bij 20°C
C) langs de assen
D) Bij de maximale helling van ±8,5 % bedraagt de maximale afwijking ±0,2 %.
E) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing.
F) Bij Bluetooth®-Low-Energy-toestellen kan, afhankelijk van model en besturingssysteem, eventueel het opbouwen van een verbinding niet mogelijk zijn. Bluetooth®-toestellen moeten het SPP-profiel ondersteunen.
G) Het bereik kan afhankelijk van externe omstandigheden, met inbegrip van de gebruikte ontvanger, sterk variëren. Binnen gesloten ruimten en door metalen barrières (bijv. muren, schappen, koffers, etc.) kan het Bluetooth®-bereik duidelijk worden beperkt.
H) Afhankelijk van updates van de Bosch Levelling Remote App kunnen hogere versies van het besturingssysteem noodzakelijk worden.
I) afhankelijk van gebruikte accu
J) Het meetgereedschap, in horizontale positie gemonteerd op een statief, valt op een vlakke betonnen vloer.
Het productnummer (21) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzinnige identificatie van uw meetgereedschap.
| Afstandsbediening | RC 6 |
| Productnummer | 3 601 K69 R.. |
| Werkbereik (radius) max. | 100 m |
| Gebruikstemperatuur | -10 °C ... +50 °C |
| Opslagtemperatuur | -20 °C ... +70 °C |
| Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte | 2000 m |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 90 % |
| Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 | 2^A) |
Bluetooth®-afstandsbediening
| - Klasse | 1 |
| - Compatibiliteit B) | Bluetooth® 5.0/4.X (Low Energy) |
| - Signaalbereik max. C) | 100 m |
| - Gebruiksfrequentiebereik | 2402–2480 MHz |
| - Zendvermogen max. | 6,3 mW |
| Batterijen | 2 × 1,5 V LR6 (AA) |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | 0,17 kg |
| Afmetingen (lengte × breedte × hoogte) | 122 × 59 × 27 mm |
Afstandsbediening RC 6
A) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing.
B) Bij Bluetooth®-Low-Energy-toestellen kan, afhankelijk van model en besturingssysteem, eventueel het opbouwen van een verbinding niet mogelijk zijn. Bluetooth®-toestellen moeten het SPP-profiel ondersteunen.
C) Het bereik kan afhankelijk van externe omstandigheden, met inbegrip van de gebruikte ontvanger, sterk variëren. Binnen gesloten ruimten en door metalen barrières (bijv. muren, schappen, koffers, etc.) kan het Bluetooth®-bereik duidelijk worden beperkt.
Montage
Energievoorziening meetgereedschap
Het meetgereedschap kan met in de handel verkrijgbare batterijen of met een Bosch lithiumionaccu worden gebruikt. Gebruik geen gangbare accu's (bijv. nikkel-metaalhydride).
Gebruik met accu
- Gebruik alleen de in de technische gegevens vermelde oplaadapparaten. Alleen deze oplaadapparaten zijn af-gestemd op de Li-Ion-accu die bij uw meetgereedschap moet worden gebruikt.
Aanwijzing: Het gebruik van accu's die niet geschikt zijn voor uw meetgereedschap, kan leiden tot storingen of beschadiging van het meetgereedschap.
Aanwijzing: De accu wordt gedeeltelijk geladen geleverd. Om de volledige capaciteit van de accu te verkrijgen, laadt u voor het eerste gebruik de accu volledig in het oplaadapparaat op.
De Lithium-Ion-accu kan op elk moment worden opgeladen zonder de levensduur te verkorten. Een onderbreking van het opladen schaadt de accu niet.
De Li-lon-accu is door de „Electronic Cell Protection (ECP)“ tegen diepontlading beschermd. Als de accu leeg is, wordt het elektrische gereedschap door een veiligheidsschakeling uitgeschakeld.
- Het meetgereedschap niet opnieuw inschakelen, nadat het door de veiligheidsschakeling is uitgeschakeld. De accu kan anders beschadigd worden.
Accu-oplaadaanduiding
Als de accu uit het meetgereedschap wordt genomen, kan de laadtoestand door de groene LED's van de oplaadaanduiding op de accu worden aangegeven.
Druk op de toets voor de oplaadaanduiding of de laadtoestand aan te geven.
Als er na het drukken op de toets voor de oplaadaanduiding geen LED brandt, dan is de accu defect en moet vervangen worden.
Accutype GBA 18V...

LED's Capaciteit
Permanent licht 3× groen 60–100 %
Permanent licht 2× groen 30–60 %
Permanent licht 1× groen 5-30 %
LED's Capaciteit
Aanwijzingen voor de optimale omgang met de accu
Bescherm de accu tegen vocht en water.
Bewaar de accu alleen bij een temperatuur tussen -20 °C en 50 °C. Laat de accu bijvoorbeeld in de zomer niet in de auto liggen.
Reinig de ventilatieopeningen van de accu af en toe met een zachte, schone en droge doek.
Een duidelijk kortere gebruiksduur na het opladen duidt erop dat de accu versleten is en moet worden vervangen.
Neem de aanwijzingen met betrekking tot afvalverwijdering in acht.
Gebruik met batterijen
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
Plaats de batterijen in de batterijadapter (22). Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de batterijadapter.
De batterij-adapter is uitsluitend bedoeld voor het gebruik in de betreffende Bosch-meetgereedschappen en mag niet bij elektrische gereedschappen worden gebruikt.
Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere periode van opslag in het meetgereedschap corroderen en zichzelf ontladen.
162 | Nederlands
Accu/batterijen vervangen (zie afbeelding A)
Voor het vervangen van accu/batterijen schuift u de vergrendeling (2) van het batterijvakdeksel in stand klapt u het batterijvakdeksel (1) open.
Schuif ofwel een geladen accu (24) of de batterijadapter (22) met geplaatste batterijen zo ver in het batterijvak dat deze merkbaar vastklikt.
Voor het verwijderen van de accu (24) of batterijadapter (22) drukt u op de ontgrendelingstoets (23) en trekt u de accu of batterijadapter uit het batterijvak. Gebruik daarbij geen geweld.
Sluit het batterijvakdeksel (1) en schuif de vergrendeling (2) in stand
Oplaadindicatie
De oplaadaanduiding (d) op het display geeft de laadtoestand van de accu of batterijen aan:
| Aanduiding | Capaciteit |
| 60-100% |
| 30-60% |
| 5-30% |
| 0-5% |

Als de accu of batterijen leeg zijn, verschijnt gedurende enkele seconden een waarschuwingsmelding en de statusaanduiding (12) knippert rood in een snel ritme. Daarna wordt het meetgereedschap uitgeschakeld.
Energievoorziening afstandsbediening
Voor de werking van de afstandsbediening wordt het gebruik van alkali-mangaan-batterijen aangeraden.
Draai de vergrendeling (37) van het batterijvakdeksel (bijv. met een muntstuk) in stand 📂lap het batterijvakdeksel (39) open en plaats de batterijen.
Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.
Sluit het batterijvakdeksel (39) en draai de vergrendeling (37) van het batterijvakdeksel in stand
▶ Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening, wanneer u deze langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere periode van opslag in de afstandsbediening corroderen en zichzelf ontladen.
Aanwijzing: De functie Bluetooth® blijft actief zolang er batterijen in de afstandsbediening zitten. Om het energieverbruik door deze functie te verhinderen, kunt u de batterijen verwijderen.
Gebruik
▶ Bescherm het meetgereedschap en de afstandsbediening tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap en de afstandsbediening niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat ze bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap en de afstandsbediening bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen, voordat u deze gaat gebruiken. Voer, voordat u doorwerkt met het meetgereedschap, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina 169).
Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden.
Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap, moet u altijd vóór het opnieuw gebruiken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina 169).
Ingebruikname afstandsbediening
Zolang batterijen met voldoende spanning in het batterijvak aanwezig zijn, blijft de afstandsbediening gereed voor gebruik.
Om de afstandsbediening te activeren, drukt u op een willekeurige toets van de afstandsbediening. De status van de assen op de rotatielaser wordt opgevraagd en verschijnt in de statusaanduidingen (33) en (34) op de afstandsbediening.
Zo lang de statusaanduidingen branden wordt telkens als er weer op een toets op de afstandsbediening wordt gedrukt, de betreffende instelling op de rotatielaser gewijzigd. Het oplichten van de aanduiding signaalverzending (32) op de afstandsbediening geeft aan dat er een signaal werd verzonden.
Om energie te besparen, wordt de afstandsbediening na korte tijd gedeactiveerd en de statusaanduidingen (33) en (34) verdwijnen weer.
In- en uitschakelen van het meetgereedschap met de afstandsbediening is niet mogelijk.
Ingebruikname rotatielaser
Houd de werkzone vrij van obstakels die de laserstraal zouden kunnen reflecteren of belemmeren. Dek bijv. spiegelende of glanzende oppervlakken af. Meet niet door glazen ruiten of soortgelijke materialen heen.
Door een gereflecteerde of belemmerde laserstraal kunnen de meetresultaten worden vervalst.
Meetgereedschap plaatsen

Horizontale positie
Verticale positie
Plaats het meetgereedschap in horizontale of verticale positie op een stabiele ondergrond, monteer het op het statief (43) of op de wandhouder (44) met uitlijneenheid.
Vanwege de hoge nivelleernauwkeurigheid reageert het meetgereedschap zeer gevoelig op trillingen en veranderingen van positie. Let daarom op een stabiele positie van het meetgereedschap om onderbrekingen van het gebruik door opnieuw nivelleren te voorkomen.
Meetgereedschap bedienen
De hoofdfuncties van het meetgereedschap worden via de toetsen op het meetgereedschap evenals via de afstandsbediening (40) bestuurd. Verdere functies zijn via de afstandsbediening (40), de laserontvanger (41) of via de Bosch Levelling Remote App beschikbaar (zie „Overzicht besturingsmogelijkheden van de functies“, Pagina 175).
Voor de aanduiding op het display (15) van het meetgereedschap geldt:
- Als voor de eerste keer op een functietoets (bijv. toets lijnmodus (5)) wordt gedrukt, dan verschijnen de actuele instellingen van de functie. Als de volgende keer op de functietoets wordt gedrukt, dan worden de instellingen gewijzigd.
- In het onderste gedeelte van het display verschijnen in diverse menu's softkey-symbolen (i). Met de bijbehorende, rondom het display gerangschikte functietoetsen (softkeys) kunnen de met de symbolen (i) weergegeven functies worden uitgevoerd (zie afbeelding B). De symbolen tonen - afhankelijk van het bijbehorende menu - de bruikbare functietoetsen (bijv. in het menu Rotatiemodus de toets rotatiemodus (6)) of aanvullende functies zoals Volgende (Vorige () of bestevestiging ().
- Via de softkey-symbolen (i) is ook te zien of de toetsen hellingstoets omlaag/toets rechtsom draaien (3) en hellingstoets omhoog/toets linksom draaien (4) in het actuele menu dient voor het omlaag hellen (▼) of omhoog hellen (▲) of voor het rechtsom (◇ of linksom ( ) draaien.
- 5 seconden nadat voor de laatste keer op een toets is gedrukt, keert de aanduiding automatisch terug naar het startscherm.
- Telkens als op een toets wordt gedrukt of bij elk signaal dat het meetgereedschap bereikt, wordt het display (15) verlicht. De verlichting dooft ongeveer 1 minuut nadat voor de laatste keer op een toets werd gedrukt.
Het hellen of draaien in verschillende functies kan worden versneld, wanneer de betreffende hellings- of draaitoetsen op het meetgereedschap of op de afstandsbediening langer worden ingedrukt.
Bij het uitschakelen van het meetgereedschap worden alle functies teruggezet naar de standaardinstelling.
In-/uitschakelen
Aanwijzing: Voer na de eerste ingebruikname en telkens voordat u met het werk begint, een nauwkeurigheidscontrole uit(zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina 169).
Voor het inschakelen van het meetgereedschap drukt u op de aan/uit-toets (11). Gedurende enkele seconden verschijnt een startsequentie, daarna het startscherm. Het meetgereedschap zendt de variabele laserstraal (8) en de loodpunt naar boven (10) uit de openingen (9).
Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.

Het nivelleren begint automatisch en wordt aangegeven door het knipperende symbool voor nivellering op het display, de knipperende laserstralen en de knipperende statusaanduiding (12) (zie „Automatische nivellering“, Pagina 166).
Na een geslaagde nivellering verschijnt het startscherm, de laserstralen branden permanent, de rotatie begint en de statusaanduiding (12) brandt permanent groen.

Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.

Voor het uitschakelen van het meetgereedschap houdt u de aan/uittoets (11) zolang ingedrukt tot het uitschakelen-symbol op het display verschijnt.

Bij overschrijden van de maximaal toe-gestane gebruikstemperatuur van 50 °C verschijnt gedurende enkele seconden een waarschuwingsmelding en de statusaanduiding (12) knippert rood.
Daarna wordt het meetgereedschap ter bescherming van de laserdiode uitgeschakeld. Na het afkoelen is het meetgereedschap weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld.
Verbinding met afstandsbediening/laserontvanger maken
Bij levering zijn meetgereedschap en de meegeleverde afstandsbediening (40) evenals de meegeleverde laserontvanger (41) al via Bluetooth® verbonden.

Om afstandsbediening of laserontvanger te verbinden, houdt u de toets Bluetooth ^ (7) zolang ingedrukt tot het symbool voor het maken van een
verbinding met afstandsbediening/laserontvanger op het display verschijnt.
Voor het maken van een verbinding met de afstandsbediening drukt u tegelijkertijd op de toets linksom draaien (29) en de toets rechtsom draaien (36) op de afstandsbediening tot de statusaanduidingen (33) en (34) beginnen te knippe-
ren. Terwijl de verbinding met de afstandsbediening wordt gemaakt, knipperen de statusaanduidingen op de afstandsbediening afwisselend groen.
Voor het maken van een verbinding met de laserontvanger houdt u tegelijkertijd de toetsen X-as en Y-as op de laserontvanger zo lang ingedrukt tot de melding over het opbouwen van de verbinding op het display van de laserontvanger verschijnt. Neem hiervoor goed nota van de gebruiksaanwijzing van de laserontvanger.

Het maken van een geslaagde verbinding met de afstandsbediening of laserontvanger wordt op het display bevestigd.
Bij het maken van een geslaagde ver-
binding met de afstandsbediening
branden de statusaanduidingen (33)
en (34) op de afstandsbediening 3 s
lang groen.

Als er geen verbinding kon worden gemaakt, dan verschijnt een foutmelding op het display.
Als het maken van een verbinding met
de afstandsbediening is mislukt, branden de statusaanduidingen (33) en (34) op de afstandsbediening 3 s lang rood.
Er kunnen 2 laserontvangers tegelijkertijd met het meetgereedschap verbonden zijn en met het meetgereedschap werken.
Als nog meer afstandsbedieningen of laserontvangers worden verbonden, dan wordt de telkens oudste verbinding gewist.
Afstandsbediening via Bosch Levelling Remote App
Het meetgereedschap is uitgerust met een Bluetooth®-module die m.b.v. radiotechnologie afstandsbediening via een smartphone met Bluetooth®-functie mogelijk maakt.
Voor het gebruik van deze functie is de applicatie (app)
"Bosch Levelling Remote App" nodig. Deze kunt u afhankelijk van eindapparaat downloaden in de betreffende app-store (Apple App Store, Google Play Store).
Informatie over de noodzakelijke systeemeisen voor een Bluetooth® verbinding, vindt u op de Bosch-internetpagina www.bosch-pt.com.
Bij de afstandsbediening via Bluetooth® kunnen door slechte ontvangstomstandigheden vertragingen tussen mobiel eindapparaat en meetgereedschap ontstaan.
De functie Bluetooth® is standaard ingeschakeld.
Voor het uitschakelen van Bluetooth® voor de afstandsbediening via app drukt u op de toets Bluetooth® (7). Op het startscherm verdwijnt de aanduiding verbinding via Bluetooth® (b).

Om Bluetooth® voor de afstandsbedie-
ning per app weer in te schakelen,
drukt u kort op de toets
Bluetooth® (7). Het symbool voor het maken van een verbinding met de smartphone verschijnt op het display. Zorg ervoor dat de interface voor
Bluetooth ^® op uw mobiele eindapparaat geactiveerd is.

Het omaken van een geslaagde verbinding wordt op het display bevestigd. Op het startscherm is de bestaande verbinding te zien aan de aanduiding verbinding via Bluetooth® (b).

Als er geen verbinding kon worden gemaakt, dan verschijnt een foutmelding op het display.
Na het starten van de Bosch-toepassing wordt de verbinding tussen mobiel eindapparaat en meetgereedschap tot stand gebracht. Worden meerdere actieve meetgereedschappen gevonden, kies dan het passende meetgereedschap. Wordt slechts een actief meetgereedschap gevonden, dan vindt een automatische verbindingsopbouw plaats.
De verbinding per Bluetooth® kan door een te grote afstand of obstakels tussen meetgereedschap en mobiel eindapparaat evenals door elektromagnetische storingen worden onderbroken. In dit geval wordt het hernieuwd opbouwen van een verbinding automatisch gestart.
Rustmodus
Tijdens pauzes kunt u het meetgereedschap in de rustmodus zetten. Daarbij worden alle instellingen opgeslagen.

Om de rustmodus in te schakelen drukt u kort op de aan/uit-toets (11). Druk in het volgende menu zo vaak op de aan/uit-toets (11) tot u de rustmodus heeft gekozen. Bevestig uw keuze met door op de toets hellinginstelling (14) te drukken.
Als alternatief kunt u de rustmodus inschakelen door op de toets rustmodus (27) op de afstandsbediening te drukken.

Bij ingeschakelde rustmodus verschijnt op het display het symbool rustmodus. De statusaanduiding (12) knippert groen in een langzaam ritme. De schokwaarschuwingsfunctie blijft geactiveerd, alle instellingen worden opgeslagen.
Om de rustmodus uit te schakelen drukt u kort op de aan/uit-toets (11) op het meetgereedschap of op de toets rustmodus (27) op de afstandsbediening.
U kunt het meetgereedschap ook tijdens de rustmodus uitschakelen. Houdt hiervoor de aan/uit-toets (11) zo lang ingedrukt tot het uitschakelen-symbool op het display ver-
schijnt. Alle andere toetsen op meetgereedschap en af-
standsbediening zijn gedeactiveerd.
Het in- en uitschakelen van de rustmodus is ook via de Bosch Levelling Remote App mogelijk.
Toetsenbordvergrendeling

Het toetsenbord van meetgereedschap en afstandsbediening kan via de Bosch Levelling Remote App worden vergrendeld. Op het display van het meetgereedschap verschijnt het symbool toetsenbordvergrendeling.
De toetsenbordvergrendeling kan als volgt worden opgeheven:
- via de Bosch Levelling Remote App,
- door uit- en inschakelen van het meetgereedschap via de aan/uit-toets (11)
- of door gelijktijdig indrukken van de toetsen ▲/ (4) en ▼/ (3) op het meetgereedschap.
Modi
Uitlijning van X- en Y-as

text_image
(Y)
+X
-X
+Y
(16)
(16)
De uitlijning van X- en Y-as is boven de rotatiekop op de behuizing gemarkeerd. De markeringen liggen precies boven de sleuven voor uitlijning (16) op de onderste behuizingsrand en op de onderste handgreep. Met behulp van de sleuven voor uitlijning kunt u het meetgereedschap langs de assen uitlijnen.
Overzicht modi
De 3 gebruiksmodi zijn allemaal in horizontale en verticale positie van het meetgereedschap mogelijk.

Rotatiemodus
De rotatiemodus is in het bijzonder aan te raden bij het gebruik van de laserontvanger. U kunt kiezen uit verschillende rotatiesnelheden.

Lijnmodus
In deze gebruiksmodus beweegt de variabele laserstraal zich in een begrensde openingshoek. Daardoor wordt de zichtbaarheid van de laserstraal ten opzichte van de rotatiefunctie verbeterd. U kunt uit verschillende openings-
hoeken kiezen.

Puntmodus
In deze gebruiksmodus wordt de beste zichtbaarheid van de variabele laserstraal bereikt. Deze dient bijv. voor het eenvoudig overbrengen van hoogtes of voor het controleren van
rechte lijnen.
Lijn- en puntmodus zijn niet geschikt voor het gebruik met de laserontvanger (41).
Rotatiemodus
Telkens na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de rotatiemodus met standaard rotatiesnelheid (600 min ^-1 ).
Om van lijn- naar rotatiemodus te gaan, drukt u op de toets rotatiemodus (6) of op de toets rotatiemodus (26) van de afstandsbediening.

Voor het wijzigen van de rotatiesnelheid drukt u zo vaak op de toets rotatiemodus (6) of de toets rotatiemodus (26) van de afstandsbediening tot de gewenste snelheid op het display verschijnt.
Op het startscherm is de ingestelde snelheid aan de aanduiding rotatiesnelheid (h) te zien.
Tijdens werkzaamheden met de laserontvanger dient u de hoogste rotatiesnelheid te kiezen. Bij het werken zonder laserontvanger verlaagt u voor een betere zichtbaarheid van de laserstraal de rotatiesnelheid en gebruikt u de laserbril (50).
Lijnmodus/puntmodus
Om naar de lijnmodus of puntmodus te gaan, drukt u op de toets lijnmodus (5) of de toets lijnmodus (28) van de afstandsbediening.

Voor het wijzigen van de openingshoek drukt u zo vaak op de toets lijnmodus (5) of de toets lijnmodus (28) van de afstandsbediening tot de gewenste gebruiksmodus op het display verschijnt. De openingshoek wordt telkens bij het drukken op de toets stapsgewijs verkleind
tot puntmodus is bereikt.
Bij 360° bevindt het meetgereedschap zich weer in de rotatiemodus, de rotatiesnelheid is de laatst ingestelde snelheid.
Aanwijzing: Vanwege de traagheid kan de laser iets over de eindpunten van de laserlijn heen schommelen.
Lijn/punt binnen het rotatievlak draaien
Bij lijn- en puntmodus kunt u de laserlijn of de laserpunt binnen het rotatievlak van de laser in de juiste positie plaatsen. Draaien is 360° mogelijk.
Voor linksom draaien drukt u op de toets (4) op het meetgereedschap of op de toets linksom draaien (29) op de afstandsbediening.
Voor rechtsom draaien drukt u op de toets (3) op het meetgereedschap of op de toets rechtsom draaien (36) op de afstandsbediening.
Rotatievlak bij verticale positie draaien
Bij een verticale positie van het meetgereedschap kunt u laserpunt, laserlijn of rotatievlak voor eenvoudig in een lijn brengen of parallel uitlijnen in een bereik van ±8,5 % om de X-as draaien.

Om de functie te starten drukt u op de toets hellinginstelling (14) op het meetgereedschap of op de toets hellinginstelling (31) op de afstandsbediening. Het menu voor de hellinginstelling van de Y-as verschijnt, het symbool van de Y-as knippert.
Om het rotatievlak te draaien drukt u zolang op de toets ▲ (4) of ▼ (3) op het meetgereedschap of op de hellingstoets omhoog (30) of omlaag (35) op de afstandsbediening tot de gewenste positie is bereikt.
Automatische loodpuntfunctie naar beneden bij verticale positie
Om het meetgereedschap bij een verticale positie op een referentiepunt op de vloer uit te lijnen, kunt u de variabele laserstraal (8) als loodpunt omlaag draaien. De loodpuntfunctie kan alleen met behulp van de afstandsbediening of via de Bosch Levelling Remote App worden gestart.
De variabele laserstraal als loodpunt is niet zelfnivellerend. Zorg er daarom voor dat het meetgereedschap bij het starten van de loodpuntfunctie genivelleerd is.

Druk voor het starten van de loodpuntfunctie naar beneden op de toets loodpuntfunctie (25) op de afstandsbediening. Tijdens de loodrechte uitlijning van de variabele laserstraal verschijnt het symbool loodpuntfunctie op het display. Na een geslaagde uitlij-
ning verschijnt de aanduiding loodpuntfunctie (e) op het startscherm.
Na het inschakelen controleert het meetgereedschap de horizontale of verticale positie en compenseert oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereik van ca. ±8,5 % (±5°) automatisch.

Tijdens het nivelleren knippert op het display het symbool voor de nivelle- ring. Tegelijkertijd knipperen de statusaanduiding (12) op het meetge- reedschap evenals de statusaandui- ding van de betreffende as ((34) of (33)) op de afstandsbediening groen.
Totdat het nivelleren is voltooid, is de rotatie gestopt en knipperen de laserstralen. Na een succesvolle voltooiing van de nivellering verschijnt het startscherm. De laserstralen branden permanent en de rotatie begint. De statusaanduiding (12) op het meetgereedschap evenals de statusaanduiding van de genivelleerde as ((34) of (33)) op de afstandsbediening branden permanent groen.

Als het meetgereedschap meer dan 8,5 % scheef staat of is het anders geplaatst dan in horizontale of verticale positie, dan is het nivelleren niet meer
mogelijk. Op het display verschijnt een foutmelding en de statusaanduiding (12) knippert rood.
Plaats het meetgereedschap opnieuw in de juiste positie en wacht het nivelleren af.

Als de maximale nivelleertijd is over-
schreden, dan wordt het nivelleren
met een foutmelding afgebroken.
Plaats het meetgereedschap opnieuw in de juiste positie en druk kort op de aan/uit-toets (11) om het nivelleren opnieuw te starten.
Positieveranderingen
Als het meetgereedschap genivelleerd is, controleert het voortdurend de horizontale of verticale positie. Bij positieveranderingen wordt automatisch genivelleerd.
Minimale positieveranderingen worden zonder onderbreking van de werking gecompenseerd. Trillingen van de ondergrond of weersinvloeden worden daarmee automatisch gecompenseerd.
Bij grotere positieveranderingen wordt ter voorkoming van foute metingen tijdens het nivelleren de rotatie van de laserstraal gestopt en de laserstralen knipperen. Op het display verschijnt het nivelleringssymbool. Eventueel wordt de schokwaarschuwingsfunctie geactiveerd.
Het meetgereedschap herkent vanzelf horizontale of verticale positie. Voor het wisselen tussen de horizontale en verticale positie schakelt u het meetgereedschap uit, plaatst het opnieuw in de juiste positie en schakelt het weer in.

Als de positie zonder uit-/inschakelen wordt gewisseld, dan verschijnt een foutmelding en de statusaanduiding (12) knippert rood in een snel ritme. Druk kort op de aan/uit-toets (11) om het nivelleren op-nieuw te starten.
Schokwaarschuwingsfunctie
Het meetgereedschap heeft een schokwaarschuwingsfunctie. Deze voorkomt bij positieveranderingen of trillingen van het meetgereedschap of bij trillingen van de ondergrond het
nivelleren in veranderde positie en daarmee fouten door een verschuiving van het meetgereedschap.
GRL 650 CHVG: De schokwaarschuwingsfunctie beschikt over 2 gevoeligheidsstanden. Na het inschakelen van het meetgereedschap is een hoge gevoeligheid ingesteld.
Schokwaarschuwing activeren:

De schokwaarschuwingsfunctie is standaard ingeschakeld. Deze wordt ongeveer 30 s na het inschakelen van het meetgereedschap geactiveerd. Tijdens de activering knippert de aanduiding schokwaarschuwingsfunctie (c) op het display. Na de activering brandt de
aanduiding permanent.
Schokwaarschuwing geactiveerd:

Als de positie van het meetgereedschap verandert of een sterke trilling wordt geregistreerd, dan wordt de schokwaarschuwing geactiveerd: de rotatie van de laser wordt gestopt en een foutmelding verschijnt. De statusaanduiding (12) knippert rood in een snel ritme en een waarschu-
wingssignaal dat steeds sneller wordt, is te horen.
Bevestig de waarschuwingsmelding met door op de toets hellinginstelling (14) op het meetgereedschap of op de toets hellinginstelling (31) op de afstandsbediening te drukken. Bij werken met automatische nivellering (inclusief hellingmodus) wordt het nivelleren automatisch opnieuw gestart.
Controleer nu de positie van de laserstraal aan de hand van een referentiepunt en corrigeer de hoogte of uitlijning van het meetgereedschap eventueel.
Schokwaarschuwingsfunctie wijzigen/uitschakelen:
Op het startscherm wordt de actuele instelling met de aanduiding schokwaarschuwing (c) weergegeven:

Schokwaarschuwingsfunctie is met een hoge gevoeligheid ingeschakeld.

GRL 650 CHVG: Schokwaarschuwingsfunctie is met gereduceerde gevoeligheid ingeschakeld.

Schokwaarschuwingsfunctie is uitgeschakeld.

Om de instelling van de schokwaarschuwingsfunctie te wijzigen, drukt u kort op de aan/uit-toets (11). Druk in het volgende menu zo vaak op de aan/uit-toets (11) tot u de gewenste instelling heeft gekozen. Bevestig uw keuze met door op de toets hellinginstelling (14) te drukken.

(GRI 650 CHVG)
Als de schokwaarschuwingsfunctie werd ingeschakeld, dan wordt deze na ongeveer 30 seconden geactiveerd.
Hellingmodus bij horizontale positie
Bij een horizontale positie van het meetgereedschap kunnen de X-as en de Y-as onafhankelijk van elkaar in een bereik van ±8,5 % worden geheld.

Voor het hellen van de X-as drukt u een keer op de toets hellinginstelling (14) op het meetgereedschap of op de toets hellinginstelling (31) op de afstandsbediening. Het menu voor de helling-instelling van de X-as verschijnt.
Stel met de toetsen ▲ (4) of ▼ (3) op het meetgereedschap of met de hellingtoetsen omhoog (30) of omlaag (35) op de afstandsbediening de gewenste helling in. Tegelijkertijd indrukken van beide hellingtoetsen op het meetgereedschap of op de afstandsbediening zet de helling terug naar 0,00 %.

Voor het hellen van de Y-as drukt u op-
nieuw op de toets
hellinginstelling (14) op het meetge-
reedschap of op de toets
hellinginstelling (31) op de afstands-
bediening. Het menu voor de helling-
instelling van de Y-as verschijnt.
Stel de gewenste helling in zoals beschreven bij de X-as.

Enkele seconden nadat voor de laatste keer op een toets werd gedrukt, wordt de gekozen helling bij het meetgereedschap gerealiseerd. Tot aan de voltooiing van de hellinginstelling knipperen de laserstraal evenals op het display het symbool voor hellingin-
stelling.


Na voltooiing van de hellinginstelling verschijnen op het startscherm de ingestelde hellingswaarden van de beide assen. De statusaanduiding (12) op het meetgereedschap brandt permanent rood. Op de afstandsbediening brandt de statusaanduiding van de gehelde as ((34) en/of (33)) per-
manent rood.
Hellinggeheugen voor hellingmodus bij horizontale positie (GRL 650 CHVG)
Het meetgereedschap slaat de 4 laatst gebruikte helling-waarden van beide assen op. Als alternatief voor een nieuwe instelling van de hellingen kunt u deze opgeslagen helling-combinaties overnemen.
Start de hellingmodus voor de X-as (zie „Hellingmodus bij horizontale positie“, Pagina 167).

Om het hellinggeheugen op te vragen drukt u op de toets lijnmodus (5) op het meetgereedschap of op de toets lijnmodus (28) op de afstandsbediening.

Om een van de 4 opgeslagen combinaties te selecteren, drukt u zo vaak op de toets lijnmodus (5) op het meetgereedschap of op de toets lijnmodus (28) op de afstandsbediening tot de gewenste combinatie op het display verschijnt.
Om de selectie te bevestigen, drukt u op de toets hellinginstelling (14) op het meetgereedschap (3) of op de toets hellinginstelling (31) op de afstandsbediening. Enkele seconden nadat op de toets werd gedrukt, wordt de helling-combinatie op het meetgereedschap gerealiseerd (zie „Hellingmodus bij horizontale positie“, Pagina 167).
Om andere dan de opgeslagen waarden in te stellen, drukt u op de toets ▲ (4) op het meetgereedschap (☑) of op de hellingtoets omhoog (30) op de afstandsbediening. De aanduiding keert terug naar het instellingsmenu hellingmodus (zie „Hellingmodus bij horizontale positie“, Pagina 167).
SlopeProtect
Temperatuurveranderingen van het meetgereedschap kunnen uitwerkingen hebben op de ingestelde helling van de assen.
Om onnauwkeurigheden bij het meten te vermijden, wordt de helling van de assen bij het overschrijden van het ingestelde temperatuurverschil opnieuw afgesteld: het meetgereedschap wordt genivelleerd, daarna keert het met de laatst ingestelde waarden terug naar de hellingmodus.
Het terugzetten van de helling gebeurt bij temperatuurveranderingen van ≥ 5 °C.
GRL 650 CHVG: Met behulp van de Bosch Levelling
Remote App kan het temperatuurverschil naar 2 °C verlaagd of de functie SlopeProtect uitgeschakeld worden. De instelling wordt bij het uitschakelen van het meetgereedschap niet opgeslagen.
Handmatige modus
De automatische nivellering van het meetgereedschap kan uitgeschakeld worden (handmatige modus):
- bij horizontale positie voor beide assen onafhankelijk van elkaar.
- bij verticale positie voor de X-as (de Y-as kan bij verticale positie niet worden genivelleerd).
Bij handmatige modus is het mogelijk om het meetgereedschap in een willekeurige schuine stand te plaatsen. Boven-dien kunnen de assen onafhankelijk van elkaar in een bereik van ±8,5 % op het meetgereedschap worden geheld. De hellingswaarde van een as in de handmatige modus verschijnt niet op het display.
De statusaanduiding (12) op het meetgereedschap brandt permanent rood, wanneer
- bij horizontale positie ten minste één as op handmatige modus is ingesteld,
- bij verticale positie de X-as op handmatige modus is ingesteld.
Op de afstandsbediening brandt de statusaanduiding Y-as (34) of de statusaanduiding X-as (33) permanent rood,
wanneer de betreffende as op handmatige modus is ingesteld.
De handmatige modus kan niet via de afstandsbediening worden gestart.
Handmatige modus bij horizontale positie

Voor het uitschakelen van de automatische nivellering drukt u zo vaak op de toets handmatige modus (13) tot de gewenste instellingscombinatie voor beide assen is bereikt. Op het afgebeelde voorbeelddisplay is de automatische nivellering voor de X-as uitgeschakeld, de Y-as wordt nog steeds
genivelleerd.

Om een as met uitgeschakelde automatische nivellering te hellen, drukt u op de toets hellinginstelling (14), terwijl het menu Handmatige modus wordt weergegeven.
Als de automatische nivellering maar voor één as is uitgeschakeld, dan kunt u alleen de helling van deze as wijzigen. Bij handmatige modus van beide assen kunt u door opnieuw op de toets hellinginstelling (14) te drukken tussen de assen wisselen. Op het display knippert het symbool van de as waarvan de helling kan worden gewijzigd.
Hel de gekozen as met de toetsen ▲ (4) of ▼ (3) tot de gewenste positie.
Handmatige modus bij verticale positie

Om de automatische nivellering voor de X-as uit te schakelen drukt u één keer op de toets handmatige modus (13). (De Y-as kan bij verticale positie niet worden genivelleerd.)

Om de X-as zonder automatische nivellering te hellen, drukt u op de toets hellinginstelling (14), terwijl het menu Handmatige modus wordt weergegeven. Op het display knippert het symbool van de X-as.
Hel de X-as met de toetsen ▲ (4) of ▼ (3) tot de gewenste positie.

Om de Y-as te draaien, drukt u op-nieuw op de toets
hellinginstelling (14), terwijl het menu Handmatige modus wordt weergegeven. Op het display knippert het symbool van de Y-as.
Draai de Y-as met de toetsen ▲ (4) of ▼ (3) tot de gewenste positie.
Functions
Modus CenterFind
In de modus CenterFind probeert het meetgereedschap automatisch, door een op- en neerwaartse beweging van de rotatiekop de laserstraal op de middenlijn van de laserontvanger uit de lijnen. De laserstraal kan op de X- of Y-as van het meetgereedschap worden uitgelijnd.
De modus CenterFind wordt op de laserontvanger gestart. Lees hiervoor de gebruiksaanwijzing van de laserontvanger en neem deze in acht.

Tijdens het zoeken verschijnt het symbool CenterFind voor een of beide assen op het display van het meetgereedschap en de statusaanduiding (12) knippert rood.
Als de laserstraal op de middenlijn van de laserontvanger kon worden uitgelijnd, dan wordt de modus CenterFind automatisch beëindigd en de gevonden helling verschijnt op het startscherm.

Als de laserstraal niet op de midden-
lijn van de laserontvanger kon worden
uitgelijnd, dan wordt de rotatie van de
laserstraal gestopt en een foutmelding
verschijnt op het display. Druk op een
willekeurige toets om de foutmelding
te sluiten. De betreffende as wordt
weer op 0 % genivelleerd.
Controleer of meetgereedschap en laserontvanger correct zijn geplaatst en start de modus opnieuw. De laserontvanger moet zich binnen een draaibereik van ±8,5 % van het meetgereedschap bevinden.
Aanwijzing: Bij het gebruik van de modus CenterFind kan de instelling van beide assen veranderen, ook wanneer een van de assen niet op de laserontvanger werd uitgelijnd.
Modus CenterLock (GRL 650 CHVG)
In de modus CenterLock probeert het meetgereedschap automatisch, door een op- en neerwaartse beweging van de rotatiekop de laserstraal op de middenlijn van de laserontvanger uit de lijnen. Het verschil met de modus CenterFind is dat de positie van de laserontvanger continu gecontroleerd en de helling van het meetgereedschap automatisch aangepast wordt. De hellingwaarden verschijnen niet op het display.
▶ Let er bij het werken met de modus CenterLock zorgvuldig op dat meetgereedschap en laserontvanger
niet per ongeluk worden bewogen. Door de automatische aanpassing van de helling bij elke positieverandering kunnen er foute metingen ontstaan.
De laserstraal kan op de X- of Y-as van het meetgereedschap worden uitgelijnd.
De modus CenterLock wordt op de laserontvanger gestart en beëindigd. Lees hiervoor de gebruiksaanwijzing van de laserontvanger en neem deze in acht.

Tijdens het zoeken verschijnt het symbool CenterLock voor een of beide assen op het display van het meetgereedschap en de statusaanduiding (12) knippert rood.

Als de laserstraal op de middenlijn van de laserontvanger kon worden uitgelijnd, dan verschijnt op het start-scherm voor een of beide assen het symbool CenterLock. De hellingwaarden verschijnen niet.

Als de laserstraal niet op de midden-
lijn van de laserontvanger kon worden
uitgelijnd, dan wordt de rotatie van de
laserstraal gestopt en een foutmelding
verschijnt op het display. Druk op een
willekeurige toets om de foutmelding
te sluiten. De betreffende as wordt
weer op 0 % genivelleerd.
Controleer of meetgereedschap en laserontvanger correct zijn geplaatst en start de modus opnieuw. De laserontvanger moet zich binnen een draaibereik van ±8,5 % van het meetgereedschap bevinden.
Aanwijzing: Bij het gebruik van de modus CenterLock kan de instelling van beide assen veranderen, ook wanneer een van de assen niet op de laserontvanger werd uitgelijnd.
Maskeermodus (zie afbeelding C)
In de rotatiemodus kunt u de variabele laserstraal (8) voor een of meerdere kwadranten van het rotatievlak uitschakelen. Op deze manier is het mogelijk om het gevaar door laserstraling te begrenzen tot bepaalde gebieden. Bovendien kan de storing van andere apparaten door de laserstraal of de storing van de laserontvanger door ongewenste reflecties worden vermeden.
Het uitschakelen van afzonderlijke kwadranten kan alleen met behulp van de Bosch Levelling Remote App worden bestuurd. De kwadranten waarin de laserstraal zichtbaar is, zijn in de aanduiding lasermodus (a) op het startscherm te zien.
Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap
De volgende werkzaamheden mogen uitsluitend door goed geschoolde en gekwalificeerde personen worden uitgevoerd. De wetmatigheden bij het uitvoeren van een nauwkeurigheidscontrole of kalibratie van een meetgereedschap moeten bekend zijn.
Nauwkeurigheidsinvloeden
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.
Om thermische invloeden door van de vloer opstijgende warmte tot een minimum te beperken, wordt aangeraden om het meetgereedschap op een statief te gebruiken. Plaats het
170 | Nederlands
meetgereedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak.
Naast externe invloeden kunnen ook toestelspecifieke invloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controleer daarom de nivelleernauwkeurigheid, telkens voordat u begint te werken.
Mocht het meetgereedschap bij een van de hierna beschreven meetprocedures de maximale afwijking overschrijden, voer dan een kalibratie uit(zie „Meetgereedschap kalibre- ren“, Pagina 170) of laat het meetgereedschap bij een Bosch-klantenservice controleren.
Nivelleernauwkeurigheid bij horizontale positie controleren
Voor een betrouwbaar en nauwkeurig resultaat wordt aangeraden om de nivelleernauwkeurigheid op een vrij meettraject van 30 m op een vaste ondergrond vóór een muur te controleren. Voer voor beide assen telkens een compleet meetproces uit.
- Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een afstand van 30 m van de muur op een statief of plaats het op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in.

text_image
30 m
- Markeer na voltooiing van het nivelleren het midden van de laserstraal op de muur (punt I).

- Draai het meetgereedschap 180°, zonder de hoogte te wijzigen. Laat het nivelleren en markeer het midden van de laserstraal op de muur (punt II). Let erop dat punt II loodrecht boven of onder punt I ligt.
Herhaal het meetproces voor de andere as. Draai hiervoor het meetgereedschap vóór aanvang van het meetproces 90°.
Op het meettraject van 30 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking ±1,5 mm. Het verschil d tussen de punten I en II mag dus bij elk van de beide meetprocessen maximaal 3 mm bedragen.
Nivelleernauwkeurigheid bij verticale positie controleren
Voor de controle heeft u een vrij meettraject op een stevige ondergrond voor een 10 m hoge muur nodig. Bevestig een loodlijn aan de muur.
- Plaats het meetgereedschap in verticale positie op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in en laat het nivelleren.

text_image
X
10 m
d
- Lijn het meetgereedschap zodanig uit dat de laserstraal de loodlijn aan het bovenste uiteinde precies in het midden raakt. Uit het verschil d tussen laserstraal en loodlijn aan het onderste uiteinde van de lijn blijkt de afwijking van het meetgereedschap van de loodlijn.
Bij een 10 m hoog meettraject bedraagt de maximaal toege- stane afwijking ±1 mm. Het verschil d mag dus maximaal 1 mm bedragen.
Meetgereedschap kalibreren
De volgende werkzaamheden mogen uitsluitend door goed geschoolde en gekwalificeerde personen worden uitgevoerd. De wetmatigheden bij het uitvoeren van een nauwkeurigheidscontrole of kalibratie van een meetgereedschap moeten bekend zijn.
▶ Voer de kalibratie van het meetgereedschap uiterst nauwgezet uit of laat het meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst controlleren. Een onnauwkeurige kalibratie leidt tot foute meetresultaten.
▶ Start de kalibratie alleen, wanneer u een kalibratie van het meetgereedschap moet uitvoeren. Zodra het meetgereedschap zich in de kalibratiemodus bevindt, moet u de kalibratie uiterst nauwkeurig tot aan het einde uitvoeren, om ervoor te zorgen dat achteraf geen foute meetresultaten worden verkregen.
Controleer na elke kalibratie de nivelleernauwkeurigheid (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina 169). Als de afwijking buiten de maximaal toegestane waarden ligt, laat dan het meetgereedschap bij een Bosch-klantenservice controleren.
Kalibratie X-en Y-as
De kalibratie van de GRL 600 CHV is alleen met behulp van de laserontvanger LR 60 mogelijk, de kalibratie van de GRL 650 CHVG alleen met de LR 65 G. De laserontvanger
moet via Bluetooth® met het meetgereedschap verbonden zijn(zie „Verbinding met afstandsbediening/laserontvanger maken“, Pagina 163).
De positie van meetgereedschap en laserontvanger mag tijdens het kalibreren niet worden veranderd (met uitzondering van de beschreven uitlijningen of draaiingen). Plaats daarom het meetgereedschap op een stevige, vlakke ondergrond en bevestig de laserontvanger goed.
Het kalibreren moet indien mogelijk via de Bosch Levelling Remote App worden uitgevoerd. Bij besturing via de app vervallen mogelijke fouten, omdat anders de positie van het meetgereedschap bij onvoorzichtig indrukken van toetsen kan worden veranderd.
Bij het kalibreren zonder app moeten de betreffende toetsen op het meetgereedschap worden ingedrukt, de afstandsbediening kan tijdens het kalibreren niet worden gebruikt.
U heeft een vrij meettraject van 30 m op een stevige ondergrond nodig. Als een dergelijk meettraject niet beschikbaar is, dan kan het kalibreren ook met een geringere nivelleernauwkeurigheid op een 15 m lang meettraject worden uitgevoerd.
Meetgereedschap en laserontvanger voor het kalibreren monteren:
Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een afstand van 30 m of 15 m van de laserontvanger op het statief (43) of zet het op een stevige, vlakke ondergrond.
Bevestig de laserontvanger goed op de juiste hoogte:
- ofwel op een muur of ander oppervlak met de magneten of met de ophanghaak van de laserontvanger,
- of op een stabiel bevestigd hulpmiddel met de houder van de laserontvanger.
Lees hiervoor goed de gebruiksaanwijzing door van de laserontvanger.
Meetgereedschap voor het kalibreren uitlijnen:

Lijn het meetgereedschap zodanig uit dat de ingestanse X-as-aanduiding op het meetgereedschap met de "+"zijde naar de laserontvanger wijst. De X-as moet daarbij verticaal t.o.v. de laserontvanger staan.
Kalibratie starten:
- Kalibratie via de Bosch Levelling Remote App: schakel het meetgereedschap in. Start de kalibratie in de app. Volg verder de instructies in de app.
- Kalibratie zonder app: schakel meetgereedschap en laserontvanger in. Zorg ervoor dat beide via Bluetooth® zijn verbonden. Start de kalibratie door tegelijkertijd op de aan/uit-toets van de laserontvanger en op de toets modus CenterFind op de laserontvanger te drukken. Op het display van de laserontvanger verschijnt CAL.
Om de kalibratie indien gewenst te annuleren, drukt u lang op de toets modus CenterFind op de laserontvanger.
Kalibratie zonder app uitvoeren:

Kies in het menu dat na het starten van de kalibratie op het display van het meetgereedschap verschijnt, de aanwezige afstand tussen meetgereedschap en laserontvanger. Druk hiervoor op de toets ▲ (4) of ▼ (3). Bevestig uw keuze met door op de toets hellinginstelling (14) te drukken.

Om in het volgende menu het gekozen meettraject inclusief bijbehorende nivelleernauwkeurigheid te bevestigen (drukt u op de toets hellinginstelling (14). Om terug te keren naar het kiezen van het meettraject (drukt u op de toets lijnmodus (5).
Lijn de laserontvanger in hoogte zodanig uit dat de variabele laserstraal (8) op de laserontvanger als "in het midden" wordt aangegeven (zie gebruiksaanwijzing van de laserontvanger). Bevestig de laserontvanger goed op deze hoogte.

Controleer of meetgereedschap en laserontvanger zoals afgebeeld op het display t.o.v. elkaar zijn uitgelijnd (de "+"-zijde van de X-as is naar de laserontvanger gericht). Start de kalibratie van de X-as met door op de toets hellinginstelling (14) te drukken.

Als deze stap op het display verschijnt, draai dan het meetgereedschap 180°, zodat de "-"-zijde van de X-as op de laserontvanger is gericht. Let er bij elke draaiing op dat hoogte en helling van het meetgereedschap niet worden veranderd. Bevestig de draaiing met door op de toets
hellinginstelling (14) te drukken. De kalibratie van de X-as wordt voortgezet.

Als de kalibratie van de X-as met succes is voltooid, verschijnt dit symbool op het display van het meetgereedschap.
Ga met door met de kalibratie door op de toets hellinginstelling (14) te drukken.
172 | Nederlands

Voor de kalibratie van de Y-as draait u het meetgereedschap in pijlrichting 90°, zodat de "+"zijde van de Y-as op de laserontvanger is gericht. Bevestig de draaiing met door op de toets hellinginstelling (14) te drukken.

Als deze stap op het display verschijnt, draai dan het meetgereedschap 180°, zodat de "-"-zijde van de Y-as op de laserontvanger is gericht. Bevestig de draaiing met Ebor op de toets hellinginstelling (14) te drukken. De kalibratie van de Y-as wordt voortgezet.

Als de kalibratie van de Y-as met succes is voltooid, verschijnt dit symbool op het display van het meetgereedschap.
Sluit de kalibratie van de Y-as met door op de toets hellinginstelling (14) te drukken.

Dit symbool bevestigt de succesvolle kalibratie van de X- en Y-as met de aan het begin gekozen nivelleernauwkeurigheid. Beëindig de kalibratie met door op de toets hellinginstelling (14) te drukken.
Als de kalibratie met succes is voltooid, dan wordt het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld.

Als de kalibratie van de X- of Y-as is mislukt, dan verschijnt een dienovereenkomstige foutmelding op het display van het meetgereedschap. Op het display van de laserontvanger verschijnt ERR.

Annuleer de kalibratie met door op de toets lijnmodus (5) te drukken.
Zorg ervoor dat het meetgereedschap en de laserontvanger correct zijn uitgelijnd (zie beschrijving verder boven). Start de kalibratie opnieuw.
Mislukt de kalibratie opnieuw, laat dan het meetgereedschap bij een Bosch-klantenservice controleren.
Kalibratie Z-as
Voor de kalibratie heeft u een vrij meettraject op een stevige ondergrond voor een 10 m hoge muur nodig. Bevestig een loodlijn aan de muur.

text_image
10 m
Zet het meetgereedschap op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meetgereedschap in en laat het nivelleren. Lijn het meetgereedschap zodanig uit dat de laserstraal verticaal de muur raakt en de loodlijn snijdt. Schakel het meetgereedschap uit.
Om de kalibratiemodus te starten, houdt u de toets hellinginstelling (14) ingedrukt en drukt u daarna bovendien kort op de aan/uit-toets (11). Het meetgereedschap wordt ingeschakeld. Laat het meetgereedschap nivelleren.

Lijn de laserstraal zodanig uit dat deze zo parallel mogelijk t.o.v. de loodlijn loopt.

Hel de laserstraal in richting ◀ door op de toets ▲ (4) te drukken. Hel de laserstraal in richting ▶ door op de toets ▼ (3) te drukken.
Als het niet mogelijk is om de laserstraal parallel t.o.v. de loodlijn uit te lijnen, lijn dan het meetgereedschap nauwkeuriger t.o.v. de muur uit en start de kalibratieprocedure opnieuw.
Als de laserstraal parallel is uitgelijnd, sla dan de kalibratie met op door op de toets hellinginstelling (14) te drukken.

Dit symbool bevestigt de succesvolle kalibratie van de Z-as. Tevens knippert de statusaanduiding (12) 3× groen. Beëindig de kalibratie met door op de toets hellinginstelling (14) te drukken.
Als de kalibratie met succes is voltooid, dan wordt het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld.

Als de kalibratie van de Z-as is mislukt, dan verschijnt deze foutmelding. Annuleer de kalibratie met door op de toets lijnmodus (5) te drukken.
Zorg ervoor dat de referentie-loodlijn in het draaibereik van de rotatiekop ligt en start de kalibratie opnieuw. Let erop dat het meetgereedschap tijdens de kalibratie niet wordt bewogen.
Mislukt de kalibratie opnieuw, laat dan het meetgereedschap bij een Bosch-klantenservice controleren.
Aanwijzingen voor werkzaamheden
- Gebruik voor het markeren altijd alleen het midden van het laserpunt of de laserlijn. De grootte van het laserpunt of de breedte van de laserlijn veranderen met de afstand.
Het meetgereedschap is met een radio-interface uitgerust. Lokale gebruiksbeperkingen, bijv. in vliegtuigen of ziekenhuizen, moeten in acht genomen worden.
Werkzaamheden met het laserrichtbord
Het laserrichtbord (51) verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal onder ongunstige omstandigheden en over grotere afstanden.
Het reflecterende vlak van het laserrichtbord (51) verbetert de zichtbaarheid van de laserlijn, door het transparante vlak is de laserlijn ook aan de achterzijde van het laserrichtbord te zien.
Werken met het statief (accessoire)
Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Voor horizontale modus plaatst u het meetgereedschap met de 5/8"-statiefopname (18) op de schroefdraad van het statief (43). Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.
Voor verticale modus gebruikt u de 5/8"-statiefopname (20).
Bij een statief met schaalverdeling op het uittrekbare gedeelte kunt u de hoogteverplaatsing direct instellen.
Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap in-
schakelt.
Laserbril (accessoire)
De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het licht van de laser voor het oog helderder.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Werken met wandhouder en uitlijneenheid (zie afbeelding D)
U kunt het meetgereedschap met behulp van de wandhouder met uitlijneenheid (44) aan een muur bevestigen. Het gebruik van de wandhouder wordt bijv. aangeraden bij werkzaamheden die boven de uittrekhoogte van statieven liggen, of bij werkzaamheden op een onstabiele ondergrond en zonder statief.
Schroef de wandhouder (44) met schroeven door de bevestigingsgaten (45) aan een muur vast. Monteer de wandhouder zo loodrecht mogelijk en let op een stabiele bevestiging.
Schroef de 5/8"-schroef (48) van de wandhouder afhankelijk van toepassing in de horizontale statiefopname (18) of de verticale statiefopname (20) op het meetgereedschap.
Met behulp van de uitlijneenheid kunt u het meetgereedschap in een bereik van ca. 13 cm in hoogte verschuiven. Druk op de druktoets (46) en schuif de uitlijneenheid grof naar de gewenste hoogte. Met de fijninstelschroef (47) kunt u de laserstraal exact op een referentiehoogte uitlijnen.
Werken met de meetlat (accessoire) (zie afbeelding E)
Voor het controleren van effenheden of het toepassen van verval wordt het gebruik van de meetlat (42) samen met de laserontvanger aangeraden.
Op de meetlat (42) is boven een relatieve verdeelschaal aangebracht. De nulhoogte daarvan kunt u onder op het uittrekbare gedeelte vooraf instellen. Daarmee kunnen afwijkingen van de gewenste hoogte rechtstreeks worden afgelezen.
Toepassingsvoorbeelden
Hoogtes overbrengen/controleren (zie afbeelding F)
Zet het meetgereedschap in horizontale positie op een stevige ondergrond of monteer het op een statief (43) (accessoire).
Werkzaamheden met statief: lijn de laserstraal op de gewenste hoogte uit. Breng de hoogte naar de plaats van bestemming over of controleer de hoogte.
Werken zonder statief: bepaal met behulp van het laserrichtbord (51) het hoogteverschil tussen laserstraal en hoogte op het referentiepunt. Breng het gemeten hoogteverschil naar de plaats van bestemming over of controleer het gemeten hoogteverschil.
Loodpunt naar boven parallel uitlijnen/rechte hoek toepassen (zie afbeelding G)
Als rechte hoeken toegepast of tussenmuren uitgelijnd moeten worden, dan moet u de loodpunt naar boven (10) parallel, d.w.z. op dezelfde afstand tot een referentielijn (bijv. muur), uitlijnen.
Zet hiervoor het meetgereedschap in verticale positie en plaats het zodanig dat de loodpunt naar boven ongeveer parallel met de referentielijn loopt.
Meet voor het nauwkeurig in juiste positie plaatsen de afstand tussen het loodpunt naar boven en de referentielijn direct bij het meetgereedschap met behulp van het laserrichtbord (51). Meet de afstand tussen het loodpunt naar boven en de referentielijn opnieuw op een zo groot mo-
174 | Nederlands
gelijke afstand van het meetgereedschap. Lijn het loodpunt naar boven zodanig uit dat het dezelfde afstand tot de referentielijn heeft als bij de meting direct bij het meetgereedschap.
De rechte hoek t.o.v. het loodpunt naar boven (10) wordt aangegeven door de variabele laserstraal (8).
Loodlijn/verticaal vlak weergeven (zie afbeelding G)
Voor het aangeven van een loodlijn of een verticaal vlak zet u het meetgereedschap in de verticale positie. Als het verticale vlak in een rechte hoek met een referentielijn (bijv. muur) moet lopen, lijn dan de loodpunt naar boven (10) op deze referentielijn uit.
De loodlijn wordt door de variabele laserstraal (8) aangegeven.
Loodlijn/verticaal vlak uitlijnen (zie afbeelding H)
Om de verticale laserlijn of het rotatievlak op een referentiepunt op een muur uit te lijnen, plaatst u het meetgereedschap in de verticale positie en lijnt u de laserlijn of het rotatievlak grof op het referentiepunt uit. Voor het nauwkeurig uitlijnen op het referentiepunt draait u het rotatievlak om de X-as(zie „Rotatievlak bij verticale positie draaien“, Pagina 166).
Werkzaamheden zonder laserontvanger
Bij gunstige lichtomstandigheden (donkere omgeving) en op korte afstanden kunt u zonder laserontvanger werken. Voor een betere zichtbaarheid van de laserstraal kiest u de lijnmodus of u kiest puntmodus en draait de laserstraal naar de plaats van bestemming.
Werken met laserontvanger (zie afbeelding E)
Bij ongunstige lichtomstandigheden (lichte omgeving, direct zonlicht) en op grotere afstanden kunt u de laserontvanger (41) gebruiken om de laserstraal beter te kunnen vinden. Kies bij werkzaamheden met de laserontvanger de rotatie-modus met de hoogste rotatiesnelheid.
Buitenshuis werken (zie afbeelding E)
Buitenshuis moet altijd de laserontvanger (41) worden gebruikt.
Monteer bij werkzaamheden op een onbetrouwbare ondergrond het meetgereedschap op het statief (43). Werk alleen met geactiveerde schokwaarschuwingsfunctie om foute metingen bij bodembewegingen of trillingen van het meetgereedschap te vermijden.
Bekistingen opstellen (zie afbeelding I)
Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een statief (43) en plaats het statief buiten het bekistingsbereik. Kies de rotatiemodus.
Bevestig de laserontvanger (41) met de houder op een meetlat (42). Zet de meetlat op een referentiepunt voor de bekisting.
Lijn de laserontvanger op de meetlat in hoogte zodanig uit dat de variabele laserstraal (8) van het meetgereedschap als "in het midden" wordt aangegeven (zie gebruiksaanwijzing van de laserontvanger).
Zet daarna de meetlat met de laserontvanger achtereenvolgens op verschillende controlepunten op de bekisting. Let erop dat de positie van de laserontvanger op de meetlat onveranderd blijft.
Corrigeer de hoogte van de bekisting tot de laserstraal op alle controlepunten als "in het midden" wordt aangegeven.
Hellingen controleren (zie afbeelding J)
Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een statief (43). Kies de rotatiemodus.
Plaats het statief met het meetgereedschap zodanig dat de X-as in één lijn met de te controleren helling is uitgelijnd.
Stel de gewenste helling als helling van de X-as in (zie „Hellingmodus bij horizontale positie“, Pagina 167).
Bevestig de laserontvanger (41) met de houder op een meetlat (42). Plaats de meetlat aan de voet van het vlak met helling.
Lijn de laserontvanger op de meetlat in hoogte zodanig uit dat de variabele laserstraal (8) van het meetgereedschap als "in het midden" wordt aangegeven (zie gebruiksaanwijzing van de laserontvanger).
Zet daarna de meetlat met de laserontvanger achtereenvolgens op verschillende controlepunten op het vlak met helling. Let erop dat de positie van de laserontvanger op de meetlat onveranderd blijft.
Als de laserstraal op alle controlepunten als "in het midden" wordt aangegeven, is de helling van het vlak correct.
Overzicht statusaanduidingen
Meetgereedschap Functie

Groen Rood
○ Horizontale positie: nivelleerproces X-en/of Y-as
Verticale positie: nivelleerproces X-as
- Rustmodus geactiveerd
- Horizontale positie: beide assen zijn genivelleerd.
Verticale positie: X-as is genivelleerd.
Meetgereedschap Functie

Groen Rood
Automatische uitschakeling vanwege foutmelding (bijv. batterij/accu leeg, gebruikstemperatuur overschreden)
Modus CenterFind of modus CenterLock gestart (zie gebruiksaanwijzing van de laserontvanger)
- Positieverandering van het meetgereedschap zonder uit-/inschakelen
- Zelfnivellering niet mogelijk, einde van het zelfnivelleerbereik
- Schokwaarschuwingsfunctie geactiveerd
- Kalibratie van het meetgereedschap is gestart.
- Horizontale positie: minimaal één as is geheld of in handmatige modus. Verticale positie: X-as is geheld of in handmatige modus.
● permanent brandend
knipperend
Afstandsbediening

Afstandsbediening

Functie
groen rood groen rood
- Nivelleerproces X-as (horizontale en verticale positie)
- Nivelleerproces Y-as (horizontale positie)
○ ○ Afstandsbediening wordt via Bluetooth® verbonden.
(De beide statusaanduidingen knipperen afwisselend.)
- X-as is genivelleerd (horizontale en verticale positie).
● Y-as is genivelleerd (horizontale positie).
● (3 s) ● (3 s) Afstandsbediening met succes via Bluetooth® verbonden
- X-as is geheld of in handmatige modus (horizontale en verticale positie).
● Y-as is geheld of in handmatige modus (horizontale positie).
● (3 s) ● (3 s) Verbinding via Bluetooth® met het meetgereedschap is mislukt
● permanent brandend
○ knipperend
Overzicht besturingsmogelijkheden van de functies
| Functie GRL 600 | CHV | GRL 650 CHVG | RC 6 LR 60 LR 65 G Bosch Levelling |
| Remote App |
| In-/uitschakelen GRL 600 CHV/GRL 650 CHVG | ● | ● | - | - | - |
| Verbinding via Bluetooth® opbouwenA) | ●● | ● | ●● | | ● |
| Rustmodus | ● | ● | ● | - | - |
| Toetsenbordvergrendeling inschakelen | - | - | - | - | - |
| Toetsenbordvergrendeling uitschakelen | ● | ● | - | - | - |
| Rotatie-, lijn- en puntmodus | ● | ● | ● | - | - |
| Lijn/punt binnen het rotatievlak draaien | ● | ● | ● | - | - |
| Rotatievlak bij verticale positie draaien | ● | ● | ● | - | - |
| Automatische loodpuntfunctie naar beneden bij verticale positie | - | - | ● | - | - |
176 | Nederlands
| Functie GRL 600 | CHV | GRL 650 CHVG | RC 6 LR 60 LR 65 G Bosch Levelling |
| Remote App |
| Schokwaarschuwingsfunctie uit-/inschakelen ● ● - - - ● | | | | |
| Gevoeligheid schokwaarschuwingsfunctie wijzi-gen | - ● - - - ● | | | |
| Hellingmodus ● ● ● - - ● | | | | |
| SlopeProtect wijzigen (GRL 650 CHVG) | - - - - - ● | | | |
| Handmatige modus ● ● - - - ● | | | | |
| Modus CenterFind | - - - ● | ● - | | |
| Modus CenterLock | - - - - | ● - | | |
| Maskeermodus | - - - - - ● | | | |
| Kalibratie X- en Y-as (horizontale positie) ^B) | ● ● - ● | ● | ● | |
| Kalibratie Z-as (verticale positie) | ● ● - - - ● | | | |
A) De functie moet tegelijkertijd op het meetgereedschap enerzijds en afstandsbediening, laserontvanger of smartphone anderzijds worden gestart.
B) De functie wordt ofwel op meetgereedschap en smartphone samen of op de laserontvanger gestart.
Storingen verhelpen
| Displayaanduiding rotatielaser | Displayaanduiding la-serontvanger | Probleem | Verhelpen |
 | | - | Automatische uitschakeling (accu of batterijen leeg) | Verwissel de accu of batterijen. |
 | | - | Automatische uitschakeling (gebruikstemperatuur over-schreden) | Laat het meetgereedschap op temperatuur komen, voor-dat u het inschakelt. Controleer daarna de meetnauwkeu-righeid en kalibreer indien nodig het meetgereedschap. |
 | | -/PNK | Opbouwen van verbinding met afstandsbediening (40) of laserontvanger (41) mislukt | Druk kort op de aan/uit-toets (11) om de foutmelding te sluiten. Start het opbouwen van de verbinding op-nieuw(zie „Verbinding met afstandsbediening/laseront-vanger maken“, Pagina 163).Als het niet mogelijk is om een verbinding op te bouwen, neem dan contact op met de Bosch klantenservice. |
 | | - | Opbouwen van verbinding met het mobiele eindappa-raat mislukt | Druk kort op de aan/uit-toets (11) om de foutmelding te sluiten. Start het opbouwen van de verbinding op-nieuw(zie „Afstandsbediening via Bosch Levelling Remote App“, Pagina 164).Als het niet mogelijk is om een verbinding op te bouwen, neem dan contact op met de Bosch klantenservice. |
 | | - | Meetgereedschap staat meer dan 8,5 % scheef of niet in correcte horizontale of verticale positie. | Plaats het meetgereedschap opnieuw in de juiste, hori-zontale of verticale, positie. Het opnieuw nivelleren start automatisch. |
 | | - | Overschrijding van de maxi-male nivelleertijd | Plaats het meetgereedschap opnieuw in de juiste, hori-zontale of verticale, positie. Druk kort op de aan/uit-toets (11) om het nivelleren opnieuw te starten. |
 | | - | Wisselen tussen horizontale positie en verticale positie zonder uit-/inschakelen van het meetgereedschap | Druk kort op de aan/uit-toets (11) om het nivelleren op-nieuw te starten. |
| Displayaanduiding rotatielaser | Displayaanduiding laserontvanger | Probleem Verhelpen | |
 | ERR | Kalibratie van X-as mislukt Annuleer de kalibratie met d# op de toets lijnmodus (5) te drukken.Zorg ervoor dat het ontvangstveld van de laserontvanger loodrecht op de betreffende as (X/Y) van het meetgereedschap staat. Start de kalibratie opnieuw. |
 | ERR | Kalibratie van Y-as mislukt | |
 | - Kalibratie van Z-as mislukt Annuleer de kalibratie met door op de todclijnmodus (5) te drukken. Controleer de correcte uitlijning van het meetgereedschap en start de kalibratie opnieuw. |
 | ERR Modus CenterFind met be-trekking tot de X-as mislukt | Druk op een willekeurige toets om de foutmelding te sluiten.Controleer of meetgereedschap en laserontvanger correct zijn geplaatst. De laserontvanger moet zich binnen een draaibereik van ± 8,5 % van het meetgereedschap bevinden.Start de modus opnieuw. |
 | ERR Modus CenterFind met be-trekking tot de Y-as mislukt |
| GRL 650 CHVG: |
 | ERR Modus CenterLock met be-trekking tot de X-as mislukt | Druk op een willekeurige toets om de foutmelding te sluiten.Controleer of meetgereedschap en laserontvanger correct zijn geplaatst. De laserontvanger moet zich binnen een draaibereik van ± 8,5 % van het meetgereedschap bevinden.Start de modus opnieuw. |
 | ERR Modus CenterLock met be-trekking tot de Y-as mislukt |
GRL 650 CHVG:
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd meetgereedschap en afstandsbediening altijd schoon.
Dompel meetgereedschap en afstandsbediening niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Reinig bij het meetgereedschap vooral de vlakken bij de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.
Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in de koffer (53).
Verstuur het meetgereedschap bij reparaties in de koffer (53).
Bij het transport van het meetgereedschap in de opbergkoffer (53) kunt u het statief (43) met de riem (52) op de opbergkoffer bevestigen.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderde-
len. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u onder:
Op de meegeleverde Li-Ion-accu's zijn de eisen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van toepassing. De accu's kunnen door de gebruiker zonder verdere voorwaarden over de weg vervoerd worden.
Bij de verzending door derden (bijv. luchtvervoer of expeditiebedrijf) moeten bijzondere eisen ten aanzien van verpak-
178 | Nederlands
king en markering in acht genomen worden. In deze gevallen moet bij de voorbereiding van de verzending een deskundige voor gevaarlijke stoffen geraadpleegd worden.
Verzend accu's alleen, wanneer de behuizing onbeschadigd is. Plak blootliggende contacten af en verpak de accu zodanig dat deze niet in de verpakking beweegt. Neem ook eventuele overige nationale voorschriften in acht.
Afvalverwijdering

Elektrische apparaten, accu's/batterijen, accessoires en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.

Gooi elektrische apparaten en accu's/batterijen niet bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten niet meer bruikbare elektrische apparaten en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.
Accu's/batterijen:
Li-Ion:
Lees de aanwijzingen in het gedeelte Vervoer en neem deze in acht (zie „Vervoer“, Pagina 177).
Indholdsfortegnelse
Functie de avertizare privind şocurile