GRL 650 CHVG Professional - Laserpointer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GRL 650 CHVG Professional BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Laserpointer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GRL 650 CHVG Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GRL 650 CHVG Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GRL 650 CHVG Professional BOSCH
(11) Aan/uit-toets (12) Statusaanduiding (13) Toets handmatige modus (14) Toets hellinginstelling (15) Display (16) Sleuf voor uitlijning (17) Draaggreep (18) Statiefopname 5/8" (horizontaal) (19) Laser-waarschuwingsplaatje (20) Statiefopname 5/8" (verticaal) (21) Serienummer (22) Batterijadapter (23) Ontgrendelingstoets accu/batterijadapter (24) Accu
a) In verticale modus geldt de loodpunt naar boven als 90°-refe- rentiepunt.
Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma. Aanduidingselementen rotatielaser (a) Aanduiding lasermodus (b) Aanduiding verbinding per Bluetooth® (c) Aanduiding schokwaarschuwingsfunctie (d) Oplaadaanduiding accu/batterijen (e) Aanduiding loodpuntfunctie naar beneden (f) Aanduiding hellingshoek X-as (g) Aanduiding hellingshoek Y-as (h) Aanduiding rotatiesnelheid (i) Softkey-symbolen Afstandsbediening (25) Toets loodpuntfunctie naar beneden (26) Toets rotatiemodus (27) Toets rustmodus (28) Toets lijnmodus (29) Toets linksom draaien (30) Hellingstoets omhoog (31) Toets hellinginstelling (32) Aanduiding signaalzending (33) Statusaanduiding X-as (34) Statusaanduiding Y-as (35) Hellingstoets omlaag (36) Toets rechtsom draaien (37) Vergrendeling van het batterijvakdeksel (38) Serienummer (39) Batterijvakdeksel (40) Afstandsbediening
Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma. Accessoires/vervangingsonderdelen (41) Laserontvanger
(44) Wandhouder/uitlijneenheid
(46) Druktoets voor grofinstelling van wandhouder
(47) Fijninstelschroef van wandhouder
(48) 5/8"-schroef van wandhouder
Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma. Technische gegevens Rotatielaser GRL 600 CHV GRL 650 CHVG Productnummer 3601K61F.. 3601K61V.. Werkbereik (radius) – zonder laserontvanger max.
30m 35m – met laserontvanger max. 300m 325m Nivelleernauwkeurigheid op een afstand van 30m B)C) – horizontaal ±1,5mm ±1,5mm – verticaal ±3mm ±3mm Zelfnivelleerbereik ±8,5% (±5°) ±8,5% (±5°) Nivelleertijd (bij max. 3% helling) 30s 30s Rotatiesnelheid 150/300/600min
Hellingmodus over één as/twee assen ±8,5% ±8,5% Nauwkeurigheid hellingmodus B)D) ±0,2% ±0,2% Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000m 2000m Relatieve luchtvochtigheid max. 90% 90% Vervuilingsgraad volgens IEC61010-1 2
2m 2m Aanbevolen omgevingstemperatuur bij het op- laden 0°C…+35°C 0°C…+35°C Toegestane omgevingstemperatuur – bij het gebruik –10°C…+50°C –10°C…+50°C – bij opslag –20°C…+50°C –20°C…+50°C Aanbevolen accu's GBA 18V... ProCORE18V 4,0Ah/8,0Ah GBA 18V... ProCORE18V 4,0Ah/8,0Ah Aanbevolen oplaadapparaten GAL 18... GAX 18... GAL 36... GAL 18... GAX 18... GAL 36... A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden.
bij 20°C C) langs de assen D) Bij de maximale helling van ±8,5% bedraagt de maximale afwijking ±0,2%. E) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing. F) Bij Bluetooth®-Low-Energy-toestellen kan, afhankelijk van model en besturingssysteem, eventueel het opbouwen van een verbinding niet mogelijk zijn. Bluetooth®-toestellen moeten het SPP-profiel ondersteunen. G) Het bereik kan afhankelijk van externe omstandigheden, met inbegrip van de gebruikte ontvanger, sterk variëren. Binnen gesloten ruimten en door metalen barrières (bijv. muren, schappen, koffers, etc.) kan het Bluetooth®-bereik duidelijk worden beperkt.
Afhankelijk van updates van deBosch Levelling Remote App kunnen hogere versies van het besturingssysteem noodzakelijk worden.
I) afhankelijk van gebruikte accu
J) Het meetgereedschap, in horizontale positie gemonteerd op een statief, valt op een vlakke betonnen vloer. Het productnummer (21) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzinnige identificatie van uw meetgereedschap. Afstandsbediening RC 6 Productnummer 3601K69R.. Werkbereik (radius) max. 100m Gebruikstemperatuur –10°C…+50°C Opslagtemperatuur –20°C…+70°C Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000m Relatieve luchtvochtigheid max. 90% Vervuilingsgraad volgens IEC61010-1 2
100m – Gebruiksfrequentiebereik 2402–2480MHz – Zendvermogen max. 6,3mW Batterijen 2×1,5V LR6(AA) Gewicht volgens EPTA-Procedure01:2014 0,17kg Afmetingen (lengte×breedte×hoogte) 122×59×27mm 1 609 92A 6AE | (28.05.2021) Bosch Power ToolsNederlands | 161 Afstandsbediening RC 6 Beschermklasse IP54 A) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing. B) Bij Bluetooth®-Low-Energy-toestellen kan, afhankelijk van model en besturingssysteem, eventueel het opbouwen van een verbinding niet mogelijk zijn. Bluetooth®-toestellen moeten het SPP-profiel ondersteunen. C) Het bereik kan afhankelijk van externe omstandigheden, met inbegrip van de gebruikte ontvanger, sterk variëren. Binnen gesloten ruimten en door metalen barrières (bijv. muren, schappen, koffers, etc.) kan het Bluetooth®-bereik duidelijk worden beperkt. Montage Energievoorziening meetgereedschap Het meetgereedschap kan met in de handel verkrijgbare bat- terijen of met een Bosch lithiumionaccu worden gebruikt. Gebruik geen gangbare accu's (bijv. nikkel-metaalhydride). Gebruik met accu u Gebruik alleen de in de technische gegevens vermelde oplaadapparaten. Alleen deze oplaadapparaten zijn af- gestemd op de Li-Ion-accu die bij uw meetgereedschap moet worden gebruikt. Aanwijzing: Het gebruik van accu's die niet geschikt zijn voor uw meetgereedschap, kan leiden tot storingen of be- schadiging van het meetgereedschap. Aanwijzing: De accu wordt gedeeltelijk geladen geleverd. Om de volledige capaciteit van de accu te verkrijgen, laadt u voor het eerste gebruik de accu volledig in het oplaadappa- raat op. De Lithium-Ion-accu kan op elk moment worden opgeladen zonder de levensduur te verkorten. Een onderbreking van het opladen schaadt de accu niet. De Li-Ion-accu is door de „Electronic Cell Protection (ECP)“ tegen diepontlading beschermd. Als de accu leeg is, wordt het elektrische gereedschap door een veiligheidsschakeling uitgeschakeld. u Het meetgereedschap niet opnieuw inschakelen, na- dat het door de veiligheidsschakeling is uitgescha- keld. De accu kan anders beschadigd worden. Accu-oplaadaanduiding Als de accu uit het meetgereedschap wordt genomen, kan de laadtoestand door de groene LED's van de oplaadaandui- ding op de accu worden aangegeven. Druk op de toets voor de oplaadaanduiding of om de laadtoestand aan te geven. Als er na het drukken op de toets voor de oplaadaanduiding geen LED brandt, dan is de accu defect en moet vervangen worden. Accutype GBA 18V... LED's Capaciteit Permanent licht 3× groen 60−100% Permanent licht 2× groen 30−60% Permanent licht 1× groen 5−30% LED's Capaciteit Knipperlicht 1× groen 0−5% Accutype ProCORE18V... LED's Capaciteit Permanent licht 5× groen 80−100 % Permanent licht 4× groen 60−80 % Permanent licht 3× groen 40−60 % Permanent licht 2× groen 20−40 % Permanent licht 1× groen 5−20 % Knipperlicht 1× groen 0−5 % Aanwijzingen voor de optimale omgang met de accu Bescherm de accu tegen vocht en water. Bewaar de accu alleen bij een temperatuur tussen –20 °C en 50 °C. Laat de accu bijvoorbeeld in de zomer niet in de auto liggen. Reinig de ventilatieopeningen van de accu af en toe met een zachte, schone en droge doek. Een duidelijk kortere gebruiksduur na het opladen duidt erop dat de accu versleten is en moet worden vervangen. Neem de aanwijzingen met betrekking tot afvalverwijdering in acht. Gebruik met batterijen Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het ge- bruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen. Plaats de batterijen in de batterijadapter(22). Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de batterijadapter. u De batterij-adapter is uitsluitend bedoeld voor het ge- bruik in de betreffende Bosch-meetgereedschappen en mag niet bij elektrische gereedschappen worden gebruikt. Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterij- en van één fabrikant en met dezelfde capaciteit. u Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere periode van opslag in het meetgereedschap corroderen en zichzelf ontladen. Bosch Power Tools 1 609 92A 6AE | (28.05.2021)162 | Nederlands Accu/batterijen vervangen (zie afbeeldingA) Voor het vervangen van accu/batterijen schuift u de vergrendeling(2) van het batterijvakdeksel in stand en klapt u het batterijvakdeksel(1) open. Schuif ofwel een geladen accu(24) of de batterijadapter(22) met geplaatste batterijen zo ver in het batterijvak dat deze merkbaar vastklikt. Voor het verwijderen van de accu(24) of batterijadapter(22) drukt u op de ontgrendelingstoets(23) en trekt u de accu of batterijadapter uit het batterijvak. Ge- bruik daarbij geen geweld. Sluit het batterijvakdeksel(1) en schuif de vergrendeling(2) in stand . Oplaadindicatie De oplaadaanduiding(d) op het display geeft de laadtoe- stand van de accu of batterijen aan: Aandui- ding Capaciteit 60–100% 30–60% 5–30% 0–5% Als de accu of batterijen leeg zijn, ver- schijnt gedurende enkele seconden een waarschuwingsmelding en de statusaanduiding(12) knippert rood in een snel ritme. Daarna wordt het meetgereedschap uitgeschakeld. Energievoorziening afstandsbediening Voor de werking van de afstandsbediening wordt het gebruik van alkali-mangaan-batterijen aangeraden. Draai de vergrendeling(37) van het batterijvakdeksel (bijv. met een muntstuk) in stand . Klap het batterijvakdeksel (39) open en plaats de batterijen. Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak. Sluit het batterijvakdeksel(39) en draai de vergrendeling(37) van het batterijvakdeksel in stand . u Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening, wanneer u deze langere tijd niet gebruikt. De batterij- en kunnen bij een langere periode van opslag in de af- standsbediening corroderen en zichzelf ontladen. Aanwijzing: De functie Bluetooth® blijft actief zolang er bat- terijen in de afstandsbediening zitten. Om het energiever- bruik door deze functie te verhinderen, kunt u de batterijen verwijderen. Gebruik u Bescherm het meetgereedschap en de afstandsbedie- ning tegen vocht en fel zonlicht. u Stel het meetgereedschap en de afstandsbediening niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuur- schommelingen. Laat ze bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap en de af- standsbediening bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen, voordat u deze gaat gebrui- ken. Voer, voordat u doorwerkt met het meetgereed- schap, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit(zie „Mauw- keurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagi- na169). Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden. u Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetge- reedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap, moet u altijd vóór het opnieuw gebrui- ken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina169). Ingebruikname afstandsbediening Zolang batterijen met voldoende spanning in het batterijvak aanwezig zijn, blijft de afstandsbediening gereed voor ge- bruik. Om de afstandsbediening te activeren, drukt u op een wille- keurige toets van de afstandsbediening. De status van de as- sen op de rotatielaser wordt opgevraagd en verschijnt in de statusaanduidingen(33) en(34) op de afstandsbediening. Zo lang de statusaanduidingen branden wordt telkens als er weer op een toets op de afstandsbediening wordt gedrukt, de betreffende instelling op de rotatielaser gewijzigd. Het oplichten van de aanduiding signaalverzending(32) op de afstandsbediening geeft aan dat er een signaal werd verzon- den. Om energie te besparen, wordt de afstandsbediening na kor- te tijd gedeactiveerd en de statusaanduidingen(33) en(34) verdwijnen weer. In- en uitschakelen van het meetgereedschap met de af- standsbediening is niet mogelijk. Ingebruikname rotatielaser u Houd de werkzone vrij van obstakels die de laserstraal zouden kunnen reflecteren of belemmeren. Dek bijv. spiegelende of glanzende oppervlakken af. Meet niet door glazen ruiten of soortgelijke materialen heen. Door een gereflecteerde of belemmerde laserstraal kun- nen de meetresultaten worden vervalst. Meetgereedschap plaatsen Horizontale positie Verticale positie 1 609 92A 6AE | (28.05.2021) Bosch Power ToolsNederlands | 163 Plaats het meetgereedschap in horizontale of verticale posi- tie op een stabiele ondergrond, monteer het op het statief(43) of op de wandhouder(44) met uitlijneenheid. Vanwege de hoge nivelleernauwkeurigheid reageert het meetgereedschap zeer gevoelig op trillingen en veranderin- gen van positie. Let daarom op een stabiele positie van het meetgereedschap om onderbrekingen van het gebruik door opnieuw nivelleren te voorkomen. Meetgereedschap bedienen De hoofdfuncties van het meetgereedschap worden via de toetsen op het meetgereedschap evenals via de afstandsbediening(40) bestuurd. Verdere functies zijn via de afstandsbediening(40), de laserontvanger(41) of via deBosch Levelling Remote App beschikbaar(zie „Over- zicht besturingsmogelijkheden van de functies“, Pagi- na175). Voor de aanduiding op het display(15) van het meetgereed- schap geldt: – Als voor de eerste keer op een functietoets (bijv. toets lijnmodus(5)) wordt gedrukt, dan verschijnen de actuele instellingen van de functie. Als de volgende keer op de functietoets wordt gedrukt, dan worden de instellingen gewijzigd. – In het onderste gedeelte van het display verschijnen in di- verse menu's softkey-symbolen(i). Met de bijbehorende, rondom het display gerangschikte functietoetsen (soft- keys) kunnen de met de symbolen(i) weergegeven func- ties worden uitgevoerd (zieafbeeldingB). De symbolen tonen − afhankelijk van het bijbehorende menu − de bruikbare functietoetsen (bijv. in het menu Rotatiemodus de toets rotatiemodus(6)) of aanvullende functies zoals Volgende ( ), Vorige ( ) of Bevestiging ( ). – Via de softkey-symbolen(i) is ook te zien of de toetsen hellingstoets omlaag/toets rechtsom draaien(3) en hel- lingstoets omhoog/toets linksom draaien(4) in het actue- le menu dient voor het omlaag hellen (▼) of omhoog hel- len (▲) of voor het rechtsom ( ) of linksom ( ) draaien. – 5seconden nadat voor de laatste keer op een toets is ge- drukt, keert de aanduiding automatisch terug naar het startscherm. – Telkens als op een toets wordt gedrukt of bij elk signaal dat het meetgereedschap bereikt, wordt het display(15) verlicht. De verlichting dooft ongeveer 1 minuut nadat voor de laatste keer op een toets werd gedrukt. Het hellen of draaien in verschillende functies kan worden versneld, wanneer de betreffende hellings- of draaitoetsen op het meetgereedschap of op de afstandsbediening langer worden ingedrukt. Bij het uitschakelen van het meetgereedschap worden alle functies teruggezet naar de standaardinstelling. In-/uitschakelen Aanwijzing: Voer na de eerste ingebruikname en telkens voordat u met het werk begint, een nauwkeurigheidscontrole uit(zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereed- schap“, Pagina169). Voor het inschakelen van het meetgereedschap drukt u op de aan/uit-toets(11). Gedurende enkele seconden ver- schijnt een startsequentie, daarna het startscherm. Het meetgereedschap zendt de variabele laserstraal(8) en de loodpunt naar boven(10) uit de openingen(9). u Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote af- stand. Het nivelleren begint automatisch en wordt aangegeven door het knippe- rende symbool voor nivellering op het display, de knipperende laserstralen en de knipperende statusaanduiding(12) (zie „Automati- sche nivellering“, Pagina166). Na een geslaagde nivellering ver- schijnt het startscherm, de laserstra- len branden permanent, de rotatie be- gint en de statusaanduiding(12) brandt permanent groen. u Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbe- heerd achter en schakel het meetgereedschap na ge- bruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden. Voor het uitschakelen van het meet- gereedschap houdt u de aan/uit- toets(11) zolang ingedrukt tot het uit- schakelen-symbool op het display ver- schijnt. Bij overschrijden van de maximaal toe- gestane gebruikstemperatuur van50°C verschijnt gedurende enkele seconden een waarschuwingsmelding en de statusaanduiding(12) knippert rood. Daarna wordt het meetgereedschap ter bescherming van de laserdiode uitgeschakeld. Na het afkoelen is het meetge- reedschap weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld. Verbinding met afstandsbediening/laserontvanger maken Bij levering zijn meetgereedschap en de meegeleverde afstandsbediening(40) evenals de meegeleverde laserontvanger(41) al via Bluetooth® verbonden. Om afstandsbediening of laserontvan- ger te verbinden, houdt u de toets Bluetooth®(7) zolang ingedrukt tot het symbool voor het maken van een verbinding met afstandsbediening/laserontvanger op het display verschijnt. Voor het maken van een verbinding met de afstandsbedie- ning drukt u tegelijkertijd op de toets linksom draaien(29) en de toets rechtsom draaien(36) op de afstandsbediening tot de statusaanduidingen(33) en(34) beginnen te knippe- Bosch Power Tools 1 609 92A 6AE | (28.05.2021)164 | Nederlands ren. Terwijl de verbinding met de afstandsbediening wordt gemaakt, knipperen de statusaanduidingenop de afstands- bediening afwisselend groen. Voor het maken van een verbinding met de laserontvanger houdt u tegelijkertijd de toetsen X-as en Y-as op de laseront- vanger zo lang ingedrukt tot de melding over het opbouwen van de verbinding op het display van de laserontvanger ver- schijnt. Neem hiervoor goed nota van de gebruiksaanwijzing van de laserontvanger. Het maken van een geslaagde verbin- ding met de afstandsbediening of la- serontvanger wordt op het display be- vestigd. Bij het maken van een geslaagde ver- binding met de afstandsbediening branden de statusaanduidingen(33) en(34) op de afstandsbediening 3 s lang groen. Als er geen verbinding kon worden ge- maakt, dan verschijnt een foutmelding op het display. Als het maken van een verbinding met de afstandsbediening is mislukt, branden de statusaanduidingen(33) en(34) op de afstandsbediening 3 s lang rood. Er kunnen 2 laserontvangers tegelijkertijd met het meetge- reedschap verbonden zijn en met het meetgereedschap wer- ken. Als nog meer afstandsbedieningen of laserontvangers wor- den verbonden, dan wordt de telkens oudste verbinding ge- wist. Afstandsbediening viaBosch Levelling Remote App Het meetgereedschap is uitgerust met een Bluetooth®-mo- dule die m.b.v. radiotechnologie afstandsbediening via een smartphone met Bluetooth®-functie mogelijk maakt. Voor het gebruik van deze functie is de applicatie (app) "Bosch Levelling Remote App" nodig. Deze kunt u afhanke- lijk van eindapparaat downloaden in de betreffende app-sto- re (Apple App Store, Google Play Store). Informatie over de noodzakelijke systeemeisen voor een Bluetooth® verbinding, vindt u op de Bosch-internetpagina www.bosch-pt.com. Bij de afstandsbediening via Bluetooth® kunnen door slechte ontvangstomstandigheden vertragingen tussen mobiel eind- apparaat en meetgereedschap ontstaan. De functie Bluetooth® is standaard ingeschakeld. Voor het uitschakelen van Bluetooth® voor de afstandsbedie- ning via app drukt u op de toets Bluetooth®(7). Op het start- scherm verdwijnt de aanduiding verbinding via Bluetooth®(b). Om Bluetooth® voor de afstandsbedie- ning per app weer in te schakelen, drukt u kort op de toets Bluetooth®(7). Het symbool voor het maken van een verbinding met de smartphone verschijnt op het display. Zorg ervoor dat de interface voor Bluetooth® op uw mobiele eindapparaat geactiveerd is. Het omaken van een geslaagde verbin- ding wordt op het display bevestigd. Op het startscherm is de bestaande verbinding te zien aan de aanduiding verbinding via Bluetooth®(b). Als er geen verbinding kon worden ge- maakt, dan verschijnt een foutmelding op het display. Na het starten van de Bosch-toepassing wordt de verbinding tussen mobiel eindapparaat en meetgereedschap tot stand gebracht. Worden meerdere actieve meetgereedschappen gevonden, kies dan het passende meetgereedschap. Wordt slechts een actief meetgereedschap gevonden, dan vindt een automatische verbindingsopbouw plaats. De verbinding per Bluetooth® kan door een te grote afstand of obstakels tussen meetgereedschap en mobiel eindappa- raat evenals door elektromagnetische storingen worden on- derbroken. In dit geval wordt het hernieuwd opbouwen van een verbinding automatisch gestart. Rustmodus Tijdens pauzes kunt u het meetgereedschap in de rustmodus zetten. Daarbij worden alle instellingen opgeslagen. Om de rustmodus in te schakelen drukt u kort op de aan/uit-toets(11). Druk in het volgende menu zo vaak op de aan/uit-toets(11) tot u de rustmo- dus heeft gekozen. Bevestig uw keuze met door op de toets hellinginstelling(14) te drukken. Als alternatief kunt u de rustmodus inschakelen door op de toets rustmodus(27) op de afstandsbediening te drukken. Bij ingeschakelde rustmodus ver- schijnt op het display het symbool rustmodus. De statusaanduiding(12) knippert groen in een langzaam ritme. De schokwaarschuwingsfunctie blijft geactiveerd, alle instellingen worden opgeslagen. Om de rustmodus uit te schakelen drukt u kort op de aan/ uit-toets(11) op het meetgereedschap of op de toets rustmodus(27) op de afstandsbediening. U kunt het meetgereedschap ook tijdens de rustmodus uit- schakelen. Houdt hiervoor de aan/uit-toets(11) zo lang in- gedrukt tot het uitschakelen-symbool op het display ver- 1 609 92A 6AE | (28.05.2021) Bosch Power ToolsNederlands | 165 schijnt. Alle andere toetsen op meetgereedschap en af- standsbediening zijn gedeactiveerd. Het in- en uitschakelen van de rustmodus is ook via deBosch Levelling Remote App mogelijk. Toetsenbordvergrendeling Het toetsenbord van meetgereed- schap en afstandsbediening kan via deBosch Levelling Remote App wor- den vergrendeld. Op het display van het meetgereedschap verschijnt het symbool toetsenbordvergrendeling. De toetsenbordvergrendeling kan als volgt worden opgehe- ven: – via deBosch Levelling Remote App, – door uit- en inschakelen van het meetgereedschap via de aan/uit-toets(11) – of door gelijktijdig indrukken van de toetsen ▲/ (4) en ▼/ (3) op het meetgereedschap. Modi Uitlijning van X- en Y-as
(16) (16) De uitlijning van X- en Y-as is boven de rotatiekop op de be- huizing gemarkeerd. De markeringen liggen precies boven de sleuven voor uitlijning(16) op de onderste behuizings- rand en op de onderste handgreep. Met behulp van de sleu- ven voor uitlijning kunt u het meetgereedschap langs de as- sen uitlijnen. Overzicht modi De 3 gebruiksmodi zijn allemaal in horizontale en verticale positie van het meetgereedschap mogelijk. Rotatiemodus De rotatiemodus is in het bijzonder aan te ra- den bij het gebruik van de laserontvanger. U kunt kiezen uit verschillende rotatiesnelheden. Lijnmodus In deze gebruiksmodus beweegt de variabele laserstraal zich in een begrensde openings- hoek. Daardoor wordt de zichtbaarheid van de laserstraal ten opzichte van de rotatiefunctie verbeterd. U kunt uit verschillende openings- hoeken kiezen. Puntmodus In deze gebruiksmodus wordt de beste zicht- baarheid van de variabele laserstraal bereikt. Deze dient bijv. voor het eenvoudig overbren- gen van hoogtes of voor het controleren van rechte lijnen. Lijn- en puntmodus zijn niet geschikt voor het gebruik met de laserontvanger(41). Rotatiemodus Telkens na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de rotatiemodus met standaard rotatiesnelheid (600min
Om van lijn- naar rotatiemodus te gaan, drukt u op de toets rotatiemodus(6) of op de toets rotatiemodus(26) van de afstandsbediening. Voor het wijzigen van de rotatiesnel- heid drukt u zo vaak op de toets rotatiemodus(6) of de toets rotatiemodus(26) van de afstandsbe- diening tot de gewenste snelheid op het display verschijnt. Op het startscherm is de ingestelde snelheid aan de aandui- ding rotatiesnelheid(h) te zien. Tijdens werkzaamheden met de laserontvanger dient u de hoogste rotatiesnelheid te kiezen. Bij het werken zonder la- serontvanger verlaagt u voor een betere zichtbaarheid van de laserstraal de rotatiesnelheid en gebruikt u de laserbril(50). Lijnmodus/puntmodus Om naar de lijnmodus of puntmodus te gaan, drukt u op de toets lijnmodus(5) of de toets lijnmodus(28) van de af- standsbediening. Voor het wijzigen van de openings- hoek drukt u zo vaak op de toets lijnmodus(5) of de toets lijnmodus(28) van de afstandsbedie- ning tot de gewenste gebruiksmodus op het display verschijnt. De ope- ningshoek wordt telkens bij het druk- ken op de toets stapsgewijs verkleind tot puntmodus is bereikt. Bij 360° bevindt het meetgereedschap zich weer in de rota- tiemodus, de rotatiesnelheid is de laatst ingestelde snelheid. Aanwijzing: Vanwege de traagheid kan de laser iets over de eindpunten van de laserlijn heen schommelen. Bosch Power Tools 1 609 92A 6AE | (28.05.2021)166 | Nederlands Lijn/punt binnen het rotatievlak draaien Bij lijn- en puntmodus kunt u de laserlijn of de laserpunt bin- nen het rotatievlak van de laser in de juiste positie plaatsen. Draaien is 360° mogelijk. Voor linksom draaien drukt u op de toets (4) op het meet- gereedschap of op de toets linksom draaien(29) op de af- standsbediening. Voor rechtsom draaien drukt u op de toets (3) op het meetgereedschap of op de toets rechtsom draaien(36) op de afstandsbediening. Rotatievlak bij verticale positie draaien Bij een verticale positie van het meetgereedschap kunt u la- serpunt, laserlijn of rotatievlak voor eenvoudig in een lijn brengen of parallel uitlijnen in een bereik van ±8,5% om de X-as draaien. Om de functie te starten drukt u op de toets hellinginstelling(14) op het meetgereedschap of op de toets hellinginstelling(31) op de afstands- bediening. Het menu voor de helling- instelling van de Y‑as verschijnt, het symbool van de Y‑as knippert. Om het rotatievlak te draaien drukt u zolang op de toets ▲ (4) of ▼ (3) op het meetgereedschap of op de hellingstoets omhoog(30) of omlaag(35) op de afstandsbediening tot de gewenste positie is bereikt. Automatische loodpuntfunctie naar beneden bij verticale positie Om het meetgereedschap bij een verticale positie op een re- ferentiepunt op de vloer uit te lijnen, kunt u de variabele laserstraal(8) als loodpunt omlaag draaien. De loodpunt- functie kan alleen met behulp van de afstandsbediening of via deBosch Levelling Remote App worden gestart. De variabele laserstraal als loodpunt is niet zelfnivellerend. Zorg er daarom voor dat het meetgereedschap bij het star- ten van de loodpuntfunctie genivelleerd is. Druk voor het starten van de lood- puntfunctie naar beneden op de toets loodpuntfunctie(25) op de afstands- bediening. Tijdens de loodrechte uitlij- ning van de variabele laserstraal ver- schijnt het symbool loodpuntfunctie op het display. Na een geslaagde uitlij- ning verschijnt de aanduiding loodpuntfunctie(e) op het startscherm. Automatische nivellering Overzicht Na het inschakelen controleert het meetgereedschap de ho- rizontale of verticale positie en compenseert oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereik van ca. ±8,5% (±5°) automa- tisch. Tijdens het nivelleren knippert op het display het symbool voor de nivelle- ring. Tegelijkertijd knipperen de statusaanduiding(12) op het meetge- reedschap evenals de statusaandui- ding van de betreffende as((34) of (33)) op de afstandsbediening groen. Totdat het nivelleren is voltooid, is de rotatie gestopt en knipperen de laserstralen. Na een succesvolle voltooiing van de nivellering verschijnt het startscherm. De laserstralen branden permanent en de rotatie begint. De statusaanduiding(12) op het meetgereedschap evenals de statusaanduiding van de genivelleerde as((34) of (33)) op de afstandsbediening branden permanent groen. Als het meetgereedschap meer dan 8,5% scheef staat of is het anders ge- plaatst dan in horizontale of verticale positie, dan is het nivelleren niet meer mogelijk. Op het display verschijnt een foutmelding en de statusaanduiding(12) knippert rood. Plaats het meetgereedschap opnieuw in de juiste positie en wacht het nivelleren af. Als de maximale nivelleertijd is over- schreden, dan wordt het nivelleren met een foutmelding afgebroken. Plaats het meetgereedschap opnieuw in de juiste positie en druk kort op de aan/uit-toets(11) om het nivelleren opnieuw te starten. Positieveranderingen Als het meetgereedschap genivelleerd is, controleert het voortdurend de horizontale of verticale positie. Bij positie- veranderingen wordt automatisch genivelleerd. Minimale positieveranderingen worden zonder onderbre- king van de werking gecompenseerd. Trillingen van de on- dergrond of weersinvloeden worden daarmee automatisch gecompenseerd. Bij grotere positieveranderingen wordt ter voorkoming van foute metingen tijdens het nivelleren de rotatie van de la- serstraal gestopt en de laserstralen knipperen. Op het dis- play verschijnt het nivelleringssymbool. Eventueel wordt de schokwaarschuwingsfunctie geactiveerd. Het meetgereedschap herkent vanzelf horizontale of vertica- le positie. Voor het wisselen tussen de horizontale en ver- ticale positie schakelt u het meetgereedschap uit, plaatst het opnieuw in de juiste positie en schakelt het weer in. Als de positie zonder uit-/inschakelen wordt gewisseld, dan verschijnt een foutmelding en de statusaanduiding(12) knippert rood in een snel ritme. Druk kort op de aan/ uit-toets(11) om het nivelleren op- nieuw te starten. Schokwaarschuwingsfunctie Het meetgereedschap heeft een schokwaarschuwingsfunc- tie. Deze voorkomt bij positieveranderingen of trillingen van het meetgereedschap of bij trillingen van de ondergrond het 1 609 92A 6AE | (28.05.2021) Bosch Power ToolsNederlands | 167 nivelleren in veranderde positie en daarmee fouten door een verschuiving van het meetgereedschap. GRL650CHVG: De schokwaarschuwingsfunctie beschikt over 2gevoeligheidsstanden. Na het inschakelen van het meetgereedschap is een hoge gevoeligheid ingesteld. Schokwaarschuwing activeren: De schokwaarschuwingsfunctie is standaard ingeschakeld. Deze wordt ongeveer 30s na het inschakelen van het meetgereedschap geactiveerd. Tijdens de activering knippert de aan- duiding schokwaarschuwingsfunctie(c) op het display. Na de activering brandt de aanduiding permanent. Schokwaarschuwing geactiveerd: Als de positie van het meetgereed- schap verandert of een sterke trilling wordt geregistreerd, dan wordt de schokwaarschuwing geactiveerd: de rotatie van de laser wordt gestopt en een foutmelding verschijnt. De statusaanduiding(12) knippert rood in een snel ritme en een waarschu- wingssignaal dat steeds sneller wordt, is te horen. Bevestig de waarschuwingsmelding met door op de toets hellinginstelling(14) op het meetgereedschap of op de toets hellinginstelling(31) op de afstandsbediening te drukken. Bij werken met automatische nivellering (inclusief hellingmo- dus) wordt het nivelleren automatisch opnieuw gestart. Controleer nu de positie van de laserstraal aan de hand van een referentiepunt en corrigeer de hoogte of uitlijning van het meetgereedschap eventueel. Schokwaarschuwingsfunctie wijzigen/uitschakelen: Op het startscherm wordt de actuele instelling met de aan- duiding schokwaarschuwing(c) weergegeven: Schokwaarschuwingsfunctie is met een hoge gevoeligheid ingeschakeld. GRL650CHVG: Schokwaarschuwingsfunctie is met gereduceerde gevoeligheid ingescha- keld. Schokwaarschuwingsfunctie is uitgeschakeld. (GRL 600 CHV) (GRL 650 CHVG) Om de instelling van de schokwaarschuwings- functie te wijzigen, drukt u kort op de aan/uit- toets(11). Druk in het volgende menu zo vaak op de aan/uit-toets(11) tot u de gewenste in- stelling heeft gekozen. Bevestig uw keuze met door op de toets hellinginstelling(14) te drukken. Als de schokwaarschuwingsfunctie werd ingeschakeld, dan wordt deze na ongeveer 30 seconden geactiveerd. Hellingmodus bij horizontale positie Bij een horizontale positie van het meetgereedschap kunnen de X‑as en de Y‑as onafhankelijk van elkaar in een bereik van ±8,5% worden geheld. Voor het hellen van de X‑as drukt u een keer op de toets hellinginstelling(14) op het meetge- reedschap of op de toets hellinginstelling(31) op de afstands- bediening. Het menu voor de helling- instelling van de X‑as verschijnt. Stel met de toetsen ▲ (4) of ▼ (3) op het meetgereedschap of met de hellingtoetsen omhoog(30) of omlaag(35) op de afstandsbediening de gewenste helling in. Tegelijkertijd in- drukken van beide hellingtoetsen op het meetgereedschap of op de afstandsbediening zet de helling terug naar 0,00%. Voor het hellen van de Y‑as drukt u op- nieuw op de toets hellinginstelling(14) op het meetge- reedschap of op de toets hellinginstelling(31) op de afstands- bediening. Het menu voor de helling- instelling van de Y‑as verschijnt. Stel de gewenste helling in zoals beschreven bij de X-as. Enkele seconden nadat voor de laatste keer op een toets werd gedrukt, wordt de gekozen helling bij het meetge- reedschap gerealiseerd. Tot aan de voltooiing van de hellinginstelling knipperen de laserstraal evenals op het display het symbool voor hellingin- stelling. Na voltooiing van de hellinginstelling verschijnen op het startscherm de in- gestelde hellingswaarden van de bei- de assen. De statusaanduiding(12) op het meetgereedschap brandt per- manent rood. Op de afstandsbedie- ning brandt de statusaanduiding van de gehelde as ((34) en/of(33)) per- manent rood. Hellinggeheugen voor hellingmodus bij horizontale positie (GRL650CHVG) Het meetgereedschap slaat de 4 laatst gebruikte helling- waarden van beide assen op. Als alternatief voor een nieuwe instelling van de hellingen kunt u deze opgeslagen helling- combinaties overnemen. Start de hellingmodus voor de X-as (zie „Hellingmodus bij ho- rizontale positie“, Pagina167). Om het hellinggeheugen op te vragen drukt u op de toets lijnmodus(5) op het meetgereedschap of op de toets lijnmodus(28) op de afstandsbedie- ning. Bosch Power Tools 1 609 92A 6AE | (28.05.2021)168 | Nederlands Om een van de 4 opgeslagen combina- ties te selecteren, drukt u zo vaak op de toets lijnmodus(5) op het meetge- reedschap of op de toets lijnmodus(28) op de afstandsbedie- ning tot de gewenste combinatie op het display verschijnt. Om de selectie te bevestigen, drukt u op de toets hellinginstelling(14) op het meetgereedschap ( ) of op de toets hellinginstelling(31) op de afstandsbediening. Enkele seconden nadat op de toets werd gedrukt, wordt de helling- combinatie op het meetgereedschap gerealiseerd (zie „Hel- lingmodus bij horizontale positie“, Pagina167). Om andere dan de opgeslagen waarden in te stellen, drukt u op de toets ▲(4) op het meetgereedschap ( ) of op de hellingtoets omhoog(30) op de afstandsbediening. De aan- duiding keert terug naar het instellingsmenu hellingmodus (zie „Hellingmodus bij horizontale positie“, Pagina167). SlopeProtect Temperatuurveranderingen van het meetgereedschap kun- nen uitwerkingen hebben op de ingestelde helling van de as- sen. Om onnauwkeurigheden bij het meten te vermijden, wordt de helling van de assen bij het overschrijden van het inge- stelde temperatuurverschil opnieuw afgesteld: het meetge- reedschap wordt genivelleerd, daarna keert het met de laatst ingestelde waarden terug naar de hellingmodus. Het terugzetten van de helling gebeurt bij temperatuurveran- deringen van ≥5°C. GRL650CHVG: Met behulp van deBosch Levelling Remote App kan het temperatuurverschil naar 2°C verlaagd of de functieSlopeProtect uitgeschakeld worden. De instel- ling wordt bij het uitschakelen van het meetgereedschap niet opgeslagen. Handmatige modus De automatische nivellering van het meetgereedschap kan uitgeschakeld worden (handmatige modus): – bij horizontale positie voor beide assen onafhankelijk van elkaar, – bij verticale positie voor de X‑as (de Y‑as kan bij verticale positie niet worden genivelleerd). Bij handmatige modus is het mogelijk om het meetgereed- schap in een willekeurige schuine stand te plaatsen. Boven- dien kunnen de assen onafhankelijk van elkaar in een bereik van ±8,5% op het meetgereedschap worden geheld. De hel- lingswaarde van een as in de handmatige modus verschijnt niet op het display. De statusaanduiding(12) op het meetgereedschap brandt permanent rood, wanneer – bij horizontale positie ten minste één as op handmatige modus is ingesteld, – bij verticale positie de X‑as op handmatige modus is inge- steld. Op de afstandsbediening brandt de statusaanduiding Y‑as(34) of de statusaanduiding X‑as(33) permanent rood, wanneer de betreffende as op handmatige modus is inge- steld. De handmatige modus kan niet via de afstandsbediening worden gestart. Handmatige modus bij horizontale positie Voor het uitschakelen van de automa- tische nivellering drukt u zo vaak op de toets handmatige modus(13) tot de gewenste instellingscombinatie voor beide assen is bereikt. Op het afge- beelde voorbeelddisplay is de auto- matische nivellering voor de X‑as uit- geschakeld, de Y-as wordt nog steeds genivelleerd. Om een as met uitgeschakelde auto- matische nivellering te hellen, drukt u op de toets hellinginstelling(14), terwijl het menu Handmatige modus wordt weergegeven. Als de automatische nivellering maar voor één as is uitge- schakeld, dan kunt u alleen de helling van deze as wijzigen. Bij handmatige modus van beide assen kunt u door opnieuw op de toets hellinginstelling(14) te drukken tussen de assen wisselen. Op het display knippert het symbool van de as waarvan de helling kan worden gewijzigd. Hel de gekozen as met de toetsen ▲ (4) of ▼ (3) tot de ge- wenste positie. Handmatige modus bij verticale positie Om de automatische nivellering voor de X-as uit te schakelen drukt u één keer op de toets handmatige modus(13). (De Y‑as kan bij verticale positie niet worden genivelleerd.) Om de X-as zonder automatische ni- vellering te hellen, drukt u op de toets hellinginstelling(14), terwijl het me- nu Handmatige modus wordt weer- gegeven. Op het display knippert het symbool van de X-as. Hel de X‑as met de toetsen ▲ (4) of ▼ (3) tot de gewenste positie. Om de Y‑as te draaien, drukt u op- nieuw op de toets hellinginstelling(14), terwijl het me- nu Handmatige modus wordt weer- gegeven. Op het display knippert het symbool van de Y-as. Draai de Y‑as met de toetsen ▲ (4) of ▼ (3) tot de gewenste positie. 1 609 92A 6AE | (28.05.2021) Bosch Power ToolsNederlands | 169 Functies ModusCenterFind In de modusCenterFind probeert het meetgereedschap au- tomatisch, door een op- en neerwaartse beweging van de ro- tatiekop de laserstraal op de middenlijn van de laserontvan- ger uit de lijnen. De laserstraal kan op de X‑ of Y‑as van het meetgereedschap worden uitgelijnd. De modusCenterFind wordt op de laserontvanger gestart. Lees hiervoor de gebruiksaanwijzing van de laserontvanger en neem deze in acht. Tijdens het zoeken verschijnt het symboolCenterFind voor een of bei- de assen op het display van het meet- gereedschap en de statusaanduiding(12) knippert rood. Als de laserstraal op de middenlijn van de laserontvanger kon worden uitgelijnd, dan wordt de modusCenterFind au- tomatisch beëindigd en de gevonden helling verschijnt op het startscherm. Als de laserstraal niet op de midden- lijn van de laserontvanger kon worden uitgelijnd, dan wordt de rotatie van de laserstraal gestopt en een foutmelding verschijnt op het display. Druk op een willekeurige toets om de foutmelding te sluiten. De betreffende as wordt weer op 0% genivelleerd. Controleer of meetgereedschap en laserontvanger correct zijn geplaatst en start de modus opnieuw. De laserontvanger moet zich binnen een draaibereik van ±8,5% van het meet- gereedschap bevinden. Aanwijzing: Bij het gebruik van de modusCenterFind kan de instelling van beide assen veranderen, ook wanneer een van de assen niet op de laserontvanger werd uitgelijnd. ModusCenterLock (GRL650CHVG) In de modusCenterLock probeert het meetgereedschap au- tomatisch, door een op- en neerwaartse beweging van de ro- tatiekop de laserstraal op de middenlijn van de laserontvan- ger uit de lijnen. Het verschil met de modusCenterFind is dat de positie van de laserontvanger continu gecontroleerd en de helling van het meetgereedschap automatisch aange- past wordt. De hellingwaarden verschijnen niet op het dis- play. u Let er bij het werken met de modusCenterLock zorg- vuldig op dat meetgereedschap en laserontvanger niet per ongeluk worden bewogen. Door de automati- sche aanpassing van de helling bij elke positieverandering kunnen er foute metingen ontstaan. De laserstraal kan op de X‑ of Y‑as van het meetgereedschap worden uitgelijnd. De modusCenterLock wordt op de laserontvanger gestart en beëindigd. Lees hiervoor de gebruiksaanwijzing van de la- serontvanger en neem deze in acht. Tijdens het zoeken verschijnt het symboolCenterLock voor een of bei- de assen op het display van het meet- gereedschap en de statusaanduiding(12) knippert rood. Als de laserstraal op de middenlijn van de laserontvanger kon worden uitge- lijnd, dan verschijnt op het start- scherm voor een of beide assen het symboolCenterLock. De hellingwaar- den verschijnen niet. Als de laserstraal niet op de midden- lijn van de laserontvanger kon worden uitgelijnd, dan wordt de rotatie van de laserstraal gestopt en een foutmelding verschijnt op het display. Druk op een willekeurige toets om de foutmelding te sluiten. De betreffende as wordt weer op 0% genivelleerd. Controleer of meetgereedschap en laserontvanger correct zijn geplaatst en start de modus opnieuw. De laserontvanger moet zich binnen een draaibereik van ±8,5% van het meet- gereedschap bevinden. Aanwijzing: Bij het gebruik van de modusCenterLock kan de instelling van beide assen veranderen, ook wanneer een van de assen niet op de laserontvanger werd uitgelijnd. Maskeermodus (zie afbeeldingC) In de rotatiemodus kunt u de variabele laserstraal(8) voor een of meerdere kwadranten van het rotatievlak uitschake- len. Op deze manier is het mogelijk om het gevaar door laser- straling te begrenzen tot bepaalde gebieden. Bovendien kan de storing van andere apparaten door de laserstraal of de storing van de laserontvanger door ongewenste reflecties worden vermeden. Het uitschakelen van afzonderlijke kwadranten kan alleen met behulp van de Bosch Levelling Remote App worden bestuurd. De kwadranten waarin de laserstraal zichtbaar is, zijn in de aanduiding lasermodus(a) op het startscherm te zien. Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap De volgende werkzaamheden mogen uitsluitend door goed geschoolde en gekwalificeerde personen worden uitge- voerd. De wetmatigheden bij het uitvoeren van een nauw- keurigheidscontrole of kalibratie van een meetgereedschap moeten bekend zijn. Nauwkeurigheidsinvloeden De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende tempera- tuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen. Om thermische invloeden door van de vloer opstijgende warmte tot een minimum te beperken, wordt aangeraden om het meetgereedschap op een statief te gebruiken. Plaats het Bosch Power Tools 1 609 92A 6AE | (28.05.2021)170 | Nederlands meetgereedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak. Naast externe invloeden kunnen ook toestelspecifieke in- vloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controleer daarom de nivelleernauwkeurigheid, telkens voordat u begint te werken. Mocht het meetgereedschap bij een van de hierna beschre- ven meetprocedures de maximale afwijking overschrijden, voer dan een kalibratie uit(zie „Meetgereedschap kalibre- ren“, Pagina170) of laat het meetgereedschap bij een Bosch-klantenservice controleren. Nivelleernauwkeurigheid bij horizontale positie controleren Voor een betrouwbaar en nauwkeurig resultaat wordt aange- raden om de nivelleernauwkeurigheid op een vrij meettraject van30m op een vaste ondergrond vóór een muur te contro- leren. Voer voor beide assen telkens een compleet meetpro- ces uit. – Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een afstand van 30m van de muur op een statief of plaats het op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meet- gereedschap in. 30 m – Markeer na voltooiing van het nivelleren het midden van de laserstraal op de muur (puntⅠ). 180°
– Draai het meetgereedschap 180°, zonder de hoogte te wijzigen. Laat het nivelleren en markeer het midden van de laserstraal op de muur (puntⅡ). Let erop dat puntⅡ loodrecht boven of onder puntⅠ ligt. Herhaal het meetproces voor de andere as. Draai hiervoor het meetgereedschap vóór aanvang van het meetproces 90°. Op het meettraject van30m bedraagt de maximaal toege- stane afwijking ±1,5mm. Het verschild tussen de puntenⅠ en Ⅱ mag dus bij elk van de beide meetprocessen maximaal3mm bedragen. Nivelleernauwkeurigheid bij verticale positie controleren Voor de controle heeft u een vrij meettraject op een stevige ondergrond voor een 10m hoge muur nodig. Bevestig een loodlijn aan de muur. – Plaats het meetgereedschap in verticale positie op een stevige, vlakke ondergrond. Schakel het meetgereed- schap in en laat het nivelleren. 10 m
– Lijn het meetgereedschap zodanig uit dat de laserstraal de loodlijn aan het bovenste uiteinde precies in het mid- den raakt. Uit het verschild tussen laserstraal en loodlijn aan het onderste uiteinde van de lijn blijkt de afwijking van het meetgereedschap van de loodlijn. Bij een10m hoog meettraject bedraagt de maximaal toege- stane afwijking ±1mm. Het verschild mag dus maximaal1mm bedragen. Meetgereedschap kalibreren De volgende werkzaamheden mogen uitsluitend door goed geschoolde en gekwalificeerde personen worden uitge- voerd. De wetmatigheden bij het uitvoeren van een nauw- keurigheidscontrole of kalibratie van een meetgereedschap moeten bekend zijn. u Voer de kalibratie van het meetgereedschap uiterst nauwgezet uit of laat het meetgereedschap bij een Bosch-klantendienst controleren. Een onnauwkeurige kalibratie leidt tot foute meetresultaten. u Start de kalibratie alleen, wanneer u een kalibratie van het meetgereedschap moet uitvoeren. Zodra het meetgereedschap zich in de kalibratiemodus bevindt, moet u de kalibratie uiterst nauwkeurig tot aan het einde uitvoeren, om ervoor te zorgen dat achteraf geen foute meetresultaten worden verkregen. Controleeer na elke kalibratie de nivelleernauwkeurig- heid(zie „Mauwkeurigheidscontrole van het meetgereed- schap“, Pagina169). Als de afwijking buiten de maximaal toegestane waarden ligt, laat dan het meetgereedschap bij een Bosch-klantenservice controleren. Kalibratie X‑ en Y‑as De kalibratie van de GRL600CHV is alleen met behulp van de laserontvanger LR60 mogelijk, de kalibratie van de GRL650CHVG alleen met de LR65G. De laserontvanger 1 609 92A 6AE | (28.05.2021) Bosch Power ToolsNederlands | 171 moet via Bluetooth® met het meetgereedschap verbonden zijn(zie „Verbinding met afstandsbediening/laserontvanger maken“, Pagina163). De positie van meetgereedschap en laserontvanger mag tij- dens het kalibreren niet worden veranderd (met uitzonde- ring van de beschreven uitlijningen of draaiingen). Plaats daarom het meetgereedschap op een stevige, vlakke onder- grond en bevestig de laserontvanger goed. Het kalibreren moet indien mogelijk via deBosch Levelling Remote App worden uitgevoerd. Bij besturing via de app vervallen mogelijke fouten, omdat anders de positie van het meetgereedschap bij onvoorzichtig indrukken van toetsen kan worden veranderd. Bij het kalibreren zonder app moeten de betreffende toetsen op het meetgereedschap worden ingedrukt, de afstandsbe- diening kan tijdens het kalibreren niet worden gebruikt. U heeft een vrij meettraject van30m op een stevige onder- grond nodig. Als een dergelijk meettraject niet beschikbaar is, dan kan het kalibreren ook met een geringere nivelleer- nauwkeurigheid op een15m lang meettraject worden uitge- voerd. Meetgereedschap en laserontvanger voor het kalibreren monteren: Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een afstand van30m of15m van de laserontvanger op het statief(43) of zet het op een stevige, vlakke ondergrond. Bevestig de laserontvanger goed op de juiste hoogte: – ofwel op een muur of ander oppervlak met de magneten of met de ophanghaak van de laserontvanger, – of op een stabiel bevestigd hulpmiddel met de houder van de laserontvanger. Lees hiervoor goed de gebruiksaanwijzing door van de laser- ontvanger. Meetgereedschap voor het kalibreren uitlijnen:
Lijn het meetgereedschap zodanig uit dat de ingestanste X‑as-aanduiding op het meetgereedschap met de "+"-zijde naar de laserontvanger wijst. De X‑as moet daarbij verticaal t.o.v. de laserontvanger staan. Kalibratie starten: – Kalibratie via deBosch Levelling Remote App: schakel het meetgereedschap in. Start de kalibratie in de app. Volg verder de instructies in de app. – Kalibratie zonder app: schakel meetgereedschap en la- serontvanger in. Zorg ervoor dat beide via Bluetooth® zijn verbonden. Start de kalibratie door tegelijkertijd op de aan/uit-toets van de laserontvanger en op de toets modusCenterFind op de laserontvanger te drukken. Op het display van de laserontvanger verschijntCAL. Om de kalibratie indien gewenst te annuleren, drukt u lang op de toets modusCenterFind op de laserontvanger. Kalibratie zonder app uitvoeren: Kies in het menu dat na het starten van de kalibratie op het display van het meetgereedschap verschijnt, de aanwezige afstand tussen meetge- reedschap en laserontvanger. Druk hiervoor op de toets ▲(4) of ▼(3). Bevestig uw keuze met door op de toets hellinginstelling(14) te drukken. Om in het volgende menu het gekozen meettraject inclusief bijbehorende ni- velleernauwkeurigheid te bevestigen ( ), drukt u op de toets hellinginstelling(14). Om terug te ke- ren naar het kiezen van het meettra- ject ( ), drukt u op de toets lijnmodus(5). Lijn de laserontvanger in hoogte zodanig uit dat de variabele laserstraal(8) op de laserontvanger als "in het midden" wordt aangegeven (zie gebruiksaanwijzing van de laseront- vanger). Bevestig de laserontvanger goed op deze hoogte. Controleer of meetgereedschap en la- serontvanger zoals afgebeeld op het display t.o.v. elkaar zijn uitgelijnd (de "+"-zijde van de X‑as is naar de laser- ontvanger gericht). Start de kalibratie van de X-as met door op de toets hellinginstelling(14) te drukken. Als deze stap op het display ver- schijnt, draai dan het meetgereed- schap 180°, zodat de "–"-zijde van de X-as op de laserontvanger is gericht. Let er bij elke draaiing op dat hoogte en helling van het meetgereedschap niet worden veranderd. Bevestig de draaiing met door op de toets hellinginstelling(14) te drukken. De kalibratie van de X‑as wordt voortgezet. Als de kalibratie van de X‑as met suc- ces is voltooid, verschijnt dit symbool op het display van het meetgereed- schap. Ga met door met de kalibratie door op de toets hellinginstelling(14) te drukken. Bosch Power Tools 1 609 92A 6AE | (28.05.2021)172 | Nederlands Voor de kalibratie van de Y‑as draait u het meetgereedschap in pijlrichting 90°, zodat de "+"-zijde van de Y‑as op de laserontvanger is gericht. Bevestig de draaiing met door op de toets hellinginstelling(14) te drukken. Als deze stap op het display ver- schijnt, draai dan het meetgereed- schap 180°, zodat de "–"-zijde van de Y-as op de laserontvanger is gericht. Bevestig de draaiing met door op de toets hellinginstelling(14) te druk- ken. De kalibratie van de Y‑as wordt voortgezet. Als de kalibratie van de Y‑as met suc- ces is voltooid, verschijnt dit symbool op het display van het meetgereed- schap. Sluit de kalibratie van de Y‑as met af door op de toets hellinginstelling(14) te drukken. Dit symbool bevestigt de succesvolle kalibratie van de X‑ en Y‑as met de aan het begin gekozen nivelleernauwkeu- righeid. Beëindig de kalibratie met door op de toets hellinginstelling(14) te drukken. Als de kalibratie met succes is voltooid, dan wordt het meet- gereedschap automatisch uitgeschakeld. Als de kalibratie van de X‑ of Y‑as is mislukt, dan verschijnt een dienover- eenkomstige foutmelding op het dis- play van het meetgereedschap. Op het display van de laserontvanger verschijntERR. Annuleer de kalibratie met door op de toets lijnmodus(5) te drukken. Zorg ervoor dat het meetgereedschap en de laserontvanger correct zijn uitgelijnd (zie beschrijving verder boven). Start de kalibratie opnieuw. Mislukt de kalibratie opnieuw, laat dan het meetgereedschap bij eenBosch-klantenservice controleren. Kalibratie Z-as Voor de kalibratie heeft u een vrij meettraject op een stevige ondergrond voor een 10m hoge muur nodig. Bevestig een loodlijn aan de muur. 10 m Zet het meetgereedschap op een stevige, vlakke onder- grond. Schakel het meetgereedschap in en laat het nivelle- ren. Lijn het meetgereedschap zodanig uit dat de laserstraal verticaal de muur raakt en de loodlijn snijdt. Schakel het meetgereedschap uit. Om de kalibratiemodus te starten, houdt u de toets hellinginstelling(14) ingedrukt en drukt u daarna bovendien kort op de aan/uit-toets(11). Het meetgereedschap wordt ingeschakeld. Laat het meetgereedschap nivelleren. Lijn de laserstraal zodanig uit dat deze zo parallel mogelijk t.o.v. de loodlijn loopt. Hel de laserstraal in richting ◀ door op de toets ▲(4) te drukken. Hel de la- serstraal in richting ▶ door op de toets ▼(3) te drukken. Als het niet mogelijk is om de laserstraal parallel t.o.v. de loodlijn uit te lijnen, lijn dan het meetgereedschap nauwkeu- riger t.o.v. de muur uit en start de kalibratieprocedure op- nieuw. Als de laserstraal parallel is uitgelijnd, sla dan de kalibratie met op door op de toets hellinginstelling(14) te drukken. Dit symbool bevestigt de succesvolle kalibratie van de Z-as. Tevens knip- pert de statusaanduiding(12) 3× groen. Beëindig de kalibratie met door op de toets hellinginstelling(14) te drukken. 1 609 92A 6AE | (28.05.2021) Bosch Power ToolsNederlands | 173 Als de kalibratie met succes is voltooid, dan wordt het meet- gereedschap automatisch uitgeschakeld. Als de kalibratie van de Z-as is mislukt, dan verschijnt deze foutmelding. An- nuleer de kalibratie met door op de toets lijnmodus(5) te drukken. Zorg ervoor dat de referentie-loodlijn in het draaibereik van de rotatiekop ligt en start de kalibratie opnieuw. Let erop dat het meetgereedschap tijdens de kalibratie niet wordt bewo- gen. Mislukt de kalibratie opnieuw, laat dan het meetgereedschap bij een Bosch-klantenservice controleren. Aanwijzingen voor werkzaamheden u Gebruik voor het markeren altijd alleen het midden van het laserpunt of de laserlijn. De grootte van het la- serpunt of de breedte van de laserlijn veranderen met de afstand. u Het meetgereedschap is met een radio-interface uit- gerust. Lokale gebruiksbeperkingen, bijv. in vliegtui- gen of ziekenhuizen, moeten in acht genomen wor- den. Werkzaamheden met het laserrichtbord Het laserrichtbord (51) verbetert de zichtbaarheid van de la- serstraal onder ongunstige omstandigheden en over grotere afstanden. Het reflecterende vlak van het laserrichtbord (51) verbetert de zichtbaarheid van de laserlijn, door het transparante vlak is de laserlijn ook aan de achterzijde van het laserrichtbord te zien. Werken met het statief (accessoire) Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meeton- dergrond. Voor horizontale modus plaatst u het meetgereed- schap met de 5/8"-statiefopname(18) op de schroefdraad van het statief (43). Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast. Voor verticale modus gebruikt u de 5/8"- statiefopname(20). Bij een statief met schaalverdeling op het uittrekbare gedeel- te kunt u de hoogteverplaatsing direct instellen. Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap in- schakelt. Laserbril (accessoire) De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het licht van de laser voor het oog helderder. u Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheids- bril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laser- straling. u Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-be- scherming en vermindert het waarnemen van kleuren. Werken met wandhouder en uitlijneenheid (zie afbeeldingD) U kunt het meetgereedschap met behulp van de wandhou- der met uitlijneenheid(44) aan een muur bevestigen. Het gebruik van de wandhouder wordt bijv. aangeraden bij werk- zaamheden die boven de uittrekhoogte van statieven liggen, of bij werkzaamheden op een onstabiele ondergrond en zon- der statief. Schroef de wandhouder(44) met schroeven door de bevestigingsgaten(45) aan een muur vast. Monteer de wandhouder zo loodrecht mogelijk en let op een stabiele be- vestiging. Schroef de 5/8"-schroef(48) van de wandhouder afhanke- lijk van toepassing in de horizontale statiefopname(18) of de verticale statiefopname(20) op het meetgereedschap. Met behulp van de uitlijneenheid kunt u het meetgereed- schap in een bereik van ca. 13cm in hoogte verschuiven. Druk op de druktoets(46) en schuif de uitlijneenheid grof naar de gewenste hoogte.Met de fijninstelschroef(47) kunt u de laserstraal exact op een referentiehoogte uitlijnen. Werken met de meetlat (accessoire) (zie afbeeldingE) Voor het controleren van effenheden of het toepassen van verval wordt het gebruik van de meetlat(42) samen met de laserontvanger aangeraden. Op de meetlat(42) is boven een relatieve verdeelschaal aan- gebracht. De nulhoogte daarvan kunt u onder op het uittrek- bare gedeelte vooraf instellen. Daarmee kunnen afwijkingen van de gewenste hoogte rechtstreeks worden afgelezen. Toepassingsvoorbeelden Hoogtes overbrengen/controleren (zie afbeeldingF) Zet het meetgereedschap in horizontale positie op een stevi- ge ondergrond of monteer het op een statief (43) (accessoi- re). Werkzaamheden met statief: lijn de laserstraal op de ge- wenste hoogte uit. Breng de hoogte naar de plaats van be- stemming over of controleer de hoogte. Werken zonder statief: bepaal met behulp van het laserrichtbord(51) het hoogteverschil tussen laserstraal en hoogte op het referentiepunt. Breng het gemeten hoogtever- schil naar de plaats van bestemming over of controleer het gemeten hoogteverschil. Loodpunt naar boven parallel uitlijnen/rechte hoek toepassen (zie afbeeldingG) Als rechte hoeken toegepast of tussenmuren uitgelijnd moe- ten worden, dan moet u de loodpunt naar boven(10) paral- lel, d.w.z. op dezelfde afstand tot een referentielijn (bijv. muur), uitlijnen. Zet hiervoor het meetgereedschap in verticale positie en plaats het zodanig dat de loodpunt naar boven ongeveer pa- rallel met de referentielijn loopt. Meet voor het nauwkeurig in juiste positie plaatsen de af- stand tussen het loodpunt naar boven en de referentielijn di- rect bij het meetgereedschap met behulp van het laserrichtbord(51). Meet de afstand tussen het loodpunt naar boven en de referentielijn opnieuw op een zo groot mo- Bosch Power Tools 1 609 92A 6AE | (28.05.2021)174 | Nederlands gelijke afstand van het meetgereedschap. Lijn het loodpunt naar boven zodanig uit dat het dezelfde afstand tot de refe- rentielijn heeft als bij de meting direct bij het meetgereed- schap. De rechte hoek t.o.v. het loodpunt naar boven(10) wordt aangegeven door de variabele laserstraal(8). Loodlijn/verticaal vlak weergeven (zie afbeeldingG) Voor het aangeven van een loodlijn of een verticaal vlak zet u het meetgereedschap in de verticale positie. Als het vertica- le vlak in een rechte hoek met een referentielijn (bijv. muur) moet lopen, lijn dan de loodpunt naar boven(10) op deze referentielijn uit. De loodlijn wordt door de variabele laserstraal(8) aangege- ven. Loodlijn/verticaal vlak uitlijnen (zie afbeeldingH) Om de verticale laserlijn of het rotatievlak op een referentie- punt op een muur uit te lijnen, plaatst u het meetgereed- schap in de verticale positie en lijnt u de laserlijn of het rota- tievlak grof op het referentiepunt uit. Voor het nauwkeurig uitlijnen op het referentiepunt draait u het rotatievlak om de X‑as(zie „Rotatievlak bij verticale positie draaien“, Pagi- na166). Werkzaamheden zonder laserontvanger Bij gunstige lichtomstandigheden (donkere omgeving) en op korte afstanden kunt u zonder laserontvanger werken. Voor een betere zichtbaarheid van de laserstraal kiest u de lijnmo- dus of u kiest puntmodus en draait de laserstraal naar de plaats van bestemming. Werken met laserontvanger (zie afbeeldingE) Bij ongunstige lichtomstandigheden (lichte omgeving, direct zonlicht) en op grotere afstanden kunt u de laserontvanger (41) gebruiken om de laserstraal beter te kunnen vinden. Kies bij werkzaamheden met de laserontvanger de rotatie- modus met de hoogste rotatiesnelheid. Buitenshuis werken (zie afbeeldingE) Buitenshuis moet altijd de laserontvanger (41) worden ge- bruikt. Monteer bij werkzaamheden op een onbetrouwbare onder- grond het meetgereedschap op het statief(43). Werk alleen met geactiveerde schokwaarschuwingsfunctie om foute me- tingen bij bodembewegingen of trillingen van het meetge- reedschap te vermijden. Bekistingen opstellen (zie afbeeldingI) Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een statief(43) en plaats het statief buiten het bekistingsbereik. Kies de rotatiemodus. Bevestig de laserontvanger(41) met de houder op een meetlat(42). Zet de meetlat op een referentiepunt voor de bekisting. Lijn de laserontvanger op de meetlat in hoogte zodanig uit dat de variabele laserstraal(8) van het meetgereedschap als "in het midden" wordt aangegeven (zie gebruiksaanwijzing van de laserontvanger). Zet daarna de meetlat met de laserontvanger achtereenvol- gens op verschillende controlepunten op de bekisting. Let erop dat de positie van de laserontvanger op de meetlat on- veranderd blijft. Corrigeer de hoogte van de bekisting tot de laserstraal op al- le controlepunten als "in het midden" wordt aangegeven. Hellingen controleren (zie afbeeldingJ) Monteer het meetgereedschap in horizontale positie op een statief(43). Kies de rotatiemodus. Plaats het statief met het meetgereedschap zodanig dat de X-as in één lijn met de te controleren helling is uitgelijnd. Stel de gewenste helling als helling van de X-as in(zie „Hel- lingmodus bij horizontale positie“, Pagina167). Bevestig de laserontvanger(41) met de houder op een meetlat(42). Plaats de meetlat aan de voet van het vlak met helling. Lijn de laserontvanger op de meetlat in hoogte zodanig uit dat de variabele laserstraal(8) van het meetgereedschap als "in het midden" wordt aangegeven (zie gebruiksaanwijzing van de laserontvanger). Zet daarna de meetlat met de laserontvanger achtereenvol- gens op verschillende controlepunten op het vlak met hel- ling. Let erop dat de positie van de laserontvanger op de meetlat onveranderd blijft. Als de laserstraal op alle controlepunten als "in het midden" wordt aangegeven, is de helling van het vlak correct. Overzicht statusaanduidingen Meetgereedschap Functie Groen Rood ◌ Horizontale positie: nivelleerproces X- en/of Y-as Verticale positie: nivelleerproces X-as ◌ Rustmodus geactiveerd ● Horizontale positie: beide assen zijn genivelleerd. Verticale positie: X-as is genivelleerd. 1 609 92A 6AE | (28.05.2021) Bosch Power ToolsNederlands | 175 Meetgereedschap Functie Groen Rood ◌ Automatische uitschakeling vanwege foutmelding (bijv. batterij/accu leeg, gebruikstemperatuur overschreden)
ModusCenterFind of modusCenterLock gestart (zie gebruiksaanwijzing van de laserontvan- ger) ◌ Positieverandering van het meetgereedschap zonder uit-/inschakelen ◌ Zelfnivellering niet mogelijk, einde van het zelfnivelleerbereik ◌ Schokwaarschuwingsfunctie geactiveerd ◌ Kalibratie van het meetgereedschap is gestart. ● Horizontale positie: minimaal één as is geheld of in handmatige modus. Verticale positie: X-as is geheld of in handmatige modus. ●permanent brandend ◌knipperend Afstandsbediening
Functie groen rood groen rood ◌ Nivelleerproces X-as (horizontale en verticale positie) ◌ Nivelleerproces Y-as (horizontale positie) ◌ ◌ Afstandsbediening wordt via Bluetooth® verbonden. (De beide statusaanduidingen knipperen afwisselend.) ● X-as is genivelleerd (horizontale en verticale positie). ● Y-as is genivelleerd (horizontale positie). ● (3s) ● (3s) Afstandsbediening met succes via Bluetooth® verbonden ● X-as is geheld of in handmatige modus (horizontale en verticale po- sitie). ● Y-as is geheld of in handmatige modus (horizontale positie). ● (3s) ● (3s) Verbinding via Bluetooth® met het meetgereedschap is mislukt ●permanent brandend ◌knipperend Overzicht besturingsmogelijkheden van de functies Functie GRL 600 CHV GRL 650 CHVG RC 6 LR 60 LR 65G Bosch Levelling Remote App In-/uitschakelen GRL 600 CHV/GRL650CHVG ● ● − − − − Verbinding via Bluetooth® opbouwen
● ● ● ● ● ● Rustmodus ● ● ● − − ● Toetsenbordvergrendeling inschakelen − − − − − ● Toetsenbordvergrendeling uitschakelen ● ● − − − ● Rotatie-, lijn- en puntmodus ● ● ● − − ● Lijn/punt binnen het rotatievlak draaien ● ● ● − − ● Rotatievlak bij verticale positie draaien ● ● ● − − ● Automatische loodpuntfunctie naar beneden bij verticale positie − − ● − − ● Bosch Power Tools 1 609 92A 6AE | (28.05.2021)176 | Nederlands Functie GRL 600 CHV GRL 650 CHVG RC 6 LR 60 LR 65G Bosch Levelling Remote App Schokwaarschuwingsfunctie uit-/inschakelen ● ● − − − ● Gevoeligheid schokwaarschuwingsfunctie wijzi- gen − ● − − − ● Hellingmodus ● ● ● − − ● SlopeProtect wijzigen (GRL650CHVG) − − − − − ● Handmatige modus ● ● − − − ● ModusCenterFind − − − ● ● − ModusCenterLock − − − − ● − Maskeermodus − − − − − ● Kalibratie X‑ en Y‑as (horizontale positie)
EU-conformiteitsverklaring Wij verklaren op eigen verantwoordelijkheid dat de genoemde producten voldoen aan alle desbetreffende bepalingen van de hierna genoemde richtlijnen en verordeningen en overeenstemmen met de volgende normen. Technisch dossier bij: * Rotatielaser Productnummer
EU-conformiteitsverklaring Wij verklaren op eigen verantwoordelijkheid dat de genoemde producten voldoen aan alle desbetreffende bepalingen van de hierna genoemde richtlijnen en verordeningen en overeenstemmen met de volgende normen. Technisch dossier bij: * Rotatielaser Productnummer
EU-conformiteitsverklaring Wij verklaren op eigen verantwoordelijkheid dat de genoemde producten voldoen aan alle desbetreffende bepalingen van de hierna genoemde richtlijnen en verordeningen en overeenstemmen met de volgende normen. Technisch dossier bij: * Afstands- bediening Productnummer
Notice-Facile