HandyMower 2218V P4A - Grasmaaier GARDENA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HandyMower 2218V P4A GARDENA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HandyMower 2218V P4A - GARDENA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HandyMower 2218V P4A van het merk GARDENA.
GEBRUIKSAANWIJZING HandyMower 2218V P4A GARDENA
Vertaling van de originele instructies. Dit product kan worden gebruikt door kin- deren vanaf 8 jaar en ouder evenals door personen met verminderde lichamelijke, sensori- sche of mentale capaciteiten of gebrek aan erva- ring en kennis, wanneer zij onder toezicht staan of m.b.t. het veilige gebruik van het product werden geïnstrueerd en de daaruit voortvloeiende risico’s begrijpen. Kinderen mogen niet met het product spelen. Kinderen mogen het product niet zonder toezicht reinigen of onderhouden. Wij adviseren jongeren het product pas vanaf 16 jaar te gebrui- ken. Gebruik volgens de voorschriften: De GARDENA Grasmaaier is bedoeld voor het maaien van gazons in particuliere tuinen en in volkstuinen. Het product is niet geschikt om langdurig te gebruiken. GEVAAR! Lichamelijk letsel! v Gebruik het product niet voor het snoeien van struiken, hagen en heesters, voor het snoeien van klimplanten of gras op daken of in balkonbakken, voor het fijn maken van takken en twijgen en om onregelmatigheden in de bodem vlak te maken. Gebruik het product niet op hellingen die steiler zijn dan 20°. Beveilig het werkgebied alvorens met de werkzaamhe- den te beginnen. Kijk uit voor verborgen kabels. Uitschakelen: Verwijder de accu alvorens reinigings- en onderhoudswerk- zaamheden uit te voeren. Voor de acculader: Trek de stekker direct uit het stopcontact, wanneer het snoer beschadigd of doorgesneden werd. Algemene veiligheidsaanwijzingen Elektrische veiligheid voor het oplaadapparaat GEVAAR! Elektrische schok! Risico op letsel door een elektrische schok. v Het product moet worden gevoed via een aardlekschakelaar (RCD) met een nominale aardlekstroom van maximaal 30 mA. Training a) Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. b) Laat kinderen of andere personen die de gebruiksaanwijzing niet kennen de grasmaaier niet gebruiken. Er kunnen plaatselijke voorschriften zijn die gelden voor de minimumleeftijd van de gebruiker. c) Maai nooit wanneer er personen, met name kinderen, of dieren in de buurt zijn. d) Denk eraan dat de bediener of gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen met andere personen of hun eigendommen. Voorbereidende maatregelen a) Draag tijdens de bediening van de machine altijd ste vige schoenen en een lange broek. Bedien de machine niet op blote voeten of met open sandalen. Draag geen loszittende kleding of kleding met hangende koordjes of bandjes. b) Controleer het terrein waar de machine zal worden gebruikt en verwijder alle voorwerpen die door de machine kunnen worden weggeslingerd. c) Voer vóór gebruik altijd een visuele controle uit om te kijken of de snijbladen, bladbouten en de volledige bladeenheid niet versleten of beschadigd zijn. Ver- sleten of beschadigde snijbladen en bladbouten mogen alleen als set worden vervangen om onbalans te voorkomen. Versleten of beschadigde instructie- plaatjes moeten worden vervangen. d) Controleer vóór gebruik altijd de voedings- en verlengkabel op tekenen van beschadiging of slijtage. Wanneer de kabel tijdens het gebruik wordt bescha- digd, moet deze direct uit het stopcontact worden getrokken. RAAK DE KABEL NIET AAN ALVORENS DE STROOMTOEVOER TE ONDERBREKEN. Gebruik de machine niet wanneer de kabel beschadigd of versleten is. Bediening a) Maai alleen bij daglicht of bij voldoende kunstlicht. b) Vermijd het gebruik van het apparaat in nat gras. c) Zorg dat u altijd stevig staat op hellingen. d) Duw de machine alleen stapvoets voort. e) Maai dwars op de helling, nooit naar boven of naar beneden. f) Ga zeer voorzichtig te werk wanneer u op hellingen van richting verandert. g) Maai niet op buitensporig steile hellingen. h) Wees vooral voorzichtig wanneer u de grasmaaier omkeert of naar u toe trekt.
i) Stop het snijblad / de snijbladen wanneer de grasmaaier iets moet worden
gekanteld om over andere oppervlakken dan gras te rijden, en wanneer de grasmaaier van en naar de plaats wordt gereden waar deze wordt/werd gebruikt. j) Gebruik de grasmaaier nooit met beschadigde afschermingen of schilden of wanneer de veiligheidsvoorzieningen, zoals beschermkappen en / of gras- opvangvoorzieningen niet zijn geïnstalleerd. k) Bedien de starthendel voorzichtig overeenkomstig de instructies van de fabri- kant. Houd voeten uit de buurt van het snijblad/de snijbladen. l) Bij het starten van de motor mag de grasmaaier niet worden gekanteld, tenzij dit voor het starten noodzakelijk is. Kantel de grasmaaier in dit geval niet meer dan absoluut noodzakelijk en til alleen de kant op die van de bediener af is gericht. m) Start de motor niet wanneer u voor de afvoeropening staat. n) Houd handen of voeten nooit in de buurt van of onder draaiende onderdelen. Blijf altijd uit de buurt van de afvoeropening. o) Til een grasmaaier met draaiende motor nooit op en vervoer deze ook niet.
) Zet de motor af en trek de startsleutel uit het contact. Zorg ervoor dat alle bewegende onderdelen volledig tot stilstand zijn gekomen: – wanneer u de grasmaaier achterlaat; – voordat u blokkades verwijdert of verstoppingen in het afvoerkanaal verhelpt; – voordat u de grasmaaier controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert; – wanneer een vreemd voorwerp werd geraakt. Controleer de grasmaaier op beschadigingen en voer de benodigde reparaties uit alvorens deze opnieuw te starten en te gebruiken. BELANGRIJK! Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en bewaar deze om later nog eens te kunnen nalezen. Symbolen op het product: Lees de gebruiksaanwijzing. Afstand houden.
Opgelet – Scherpe snijbladen – Snijbladen lopen uit. Trek de sleutel uit de blokkeerinrichting vóór onderhoudswerk- zaamheden.
14620-20.960.01.indd 19 04.09.20 09:24Wanneer de grasmaaier buitengewoon sterk begint te trillen, moet deze direct worden gecontroleerd: – Controleer op beschadigingen. – Voer de benodigde reparaties van beschadigde onderdelen uit. – Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn vastgedraaid. Onderhoud en opbergen a) Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven stevig zijn vastgedraaid en het apparaat veilig functioneert. b) Controleer de grasopvanginrichting regelmatig op slijtage of veroudering. c) Vervang versleten of beschadigde onderdelen vanwege de veiligheid. d) Let erop dat de beweging van een snijblad van machines met meerdere snijbladen kan leiden tot het draaien van de overige snijbladen. e) Let er bij het afstellen van de machine op dat er geen vingers tussen bewe- gende snijbladen en vaste onderdelen van de machine bekneld raken. f) Laat de motor afkoelen voordat u de machine opbergt. g) Let er bij het onderhouden van de snijbladen op dat deze altijd kunnen bewegen, zelfs wanneer de spanningsbron is uitgeschakeld. h) Gebruik uitsluitend originele vervangende onderdelen en accessoires. Extra veiligheidsaanwijzingen Veilige omgang met accu’s Lees alle veiligheidsaanwijzingen en instructies. Nalatigheden bij het in acht nemen van de veiligheidsaanwijzingen en instructies kunnen een elektrische schok, brand en / of ernstige verwondingen veroorzaken. Bewaar deze instructies goed. Gebruik de acculader alleen, wanneer u alle functies volledig kunt beoordelen en zonder beperkingen kunt uitvoeren of des- betreffende instructies hebt gekregen. v Houd toezicht op kinderen bij gebruik, reiniging en onderhoud. Daarmee wordt gewaarborgd dat kinderen niet met de acculader spelen. v Laad alleen Li-ion accu’s op van het POWER FOR ALL-systeem van het type PBA 18V. vanaf een capaciteit van 1,5 Ah (vanaf 5 accucellen). De accuspanning moet passen bij de accu-oplaadspanning van de acculader. Laad geen accu’s op die niet oplaadbaar zijn. Anders bestaat er brand- en explosiegevaar.
Houd de acculader uit de buurt van regen of vocht. Het binnendringen van water in een elektrisch apparaat verhoogt het risico op een elektrische schok. v Zorg dat de acculader schoon blijft. Door verontreiniging bestaat het risico op een elektrische schok. v Controleer de acculader, het snoer en de stekker vóór elk gebruik. Gebruik de acculader niet, wanneer u schades constateert. Open de acculader niet zelf en laat deze alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele onderdelen. Beschadigde acculaders, snoeren en stekkers verhogen het risico op een elektrische schok. v Gebruik de acculader niet op een ondergrond die gemakkelijk in brand kan vliegen (bijv. papier, textiel enz.) of in een brandbare omgeving. Er bestaat brandgevaar doordat de acculader tijdens het opladen warm wordt. v Wanneer de voedingskabel moet worden vervangen, moet dit door GARDENA of een erkende klantenservicedienst voor elektrische gereedschap- pen van GARDENA worden uitgevoerd om veiligheidsrisico’s te voorkomen. v Gebruik het product niet terwijl het wordt opgeladen. v Deze veiligheidsaanwijzingen gelden alleen voor Li-ion accu’s van het POWER FOR ALL-systeem PBA 18V. v Gebruik de accu alleen in producten van de fabrikanten van het POWER FOR ALL-systeem. Alleen zo wordt de accu beschermd tegen gevaarlijke overbelasting. v Laad de accu’s alleen op met acculaders die door de fabrikant worden aanbevolen. Een acculader die voor een bepaald soort accu geschikt is kan in brand vliegen, wanneer er andere accu’s op worden aangesloten. v De accu wordt gedeeltelijk opgeladen geleverd. Om de volledige capaciteit van de accu te waarborgen, dient u de accu vóór het eerste gebruik volledig in de acculader op te laden. v Berg accu’s buiten de reikwijdte van kinderen op. v Open de accu niet. Er bestaat een risico op kortsluiting. v Bij beschadiging en onvakkundig gebruik van de accu kunnen dampen vrijkomen. De accu kan in brand vliegen of exploderen. Zorg voor frisse lucht en raadpleeg een arts bij klachten. De dampen kunnen de luchtwegen prikkelen. v Bij verkeerd gebruik of een beschadigde accu kan brandbare vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact hiermee. Bij toevallig contact met water afspoelen. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, moet u bovendien een arts raadplegen. Weglekkende accuvloeistof kan leiden tot huidirritaties of brandwonden. v Wanneer de accu defect is kan vloeistof weglekken en aangrenzende voorwerpen bevochtigen. Controleer desbetreffende onderdelen. Reinig deze of vervang ze indien nodig. v Sluit de accu niet kort. Houd de niet-gebruikte accu uit de buurt van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwon- den of brand tot gevolg hebben. v Door spitse voorwerpen zoals bijv. spijkers of een schroevendraaier of door externe krachtinwerking kan de accu beschadigd raken. Er kan kortsluiting ontstaan en de accu kan in brand vliegen, gaan roken of exploderen of oververhit raken. v Pleeg nooit onderhoud aan beschadigde accu’s. Elk onderhoud van accu’s dient te worden uitgevoerd door de fabrikant of een gevolmachtigde klantenservicedienst.
Bescherm de accu tegen hitte, bijv. ook tegen langdurige zonin- straling, vuur, vuil, water en vocht. Er bestaat explosie- en kortsluitgevaar. v Gebruik en bewaar de accu alleen bij een omgevingstemperatuur tussen – 20 °C en + 50 °C. Laat de accu bijv. ’s zomers niet in de auto liggen. Bij temperaturen < 0 °C kan zich apparaatspecifiek een beperking van de capaciteit voordoen. v Laad de accu alleen op bij omgevingstemperaturen tussen 0 °C en + 45 °C. Opladen buiten dit temperatuurbereik kan de accu beschadigen of het brandgevaar verhogen. Elektrische veiligheid GEVAAR! Hartstilstand! Dit product genereert tijdens de werking een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden invloed hebben op de werk wijze van actieve of passieve medische implantaten. Om het gevaar van situaties die kunnen leiden tot ernstige of dodelijke verwondingen uit te sluiten, dienen personen met een medisch implantaat hun arts en de fabrikant van het implantaat te raadplegen alvorens dit product te gebruiken. Gebruik het product met de accu alleen tussen 0 °C tot 40 °C. Gebruik het product niet onder vochtige omstandigheden. Bescherm de accucontacten tegen vocht. Persoonlijke veiligheid GEVAAR! Verstikkingsgevaar! Kleinere onderdelen kunnen gemakkelijk worden ingeslikt. De polyzak vormt een verstikkingsgevaar voor kleine kinderen. Houd kleine kinderen tijdens de montage uit de buurt. Demonteer het product niet verder dan de staat waarin het werd geleverd. Draag handschoenen, antislipschoenen en een veiligheidsbril. Voorkom overbelasting van de grasmaaier. Werk niet met het product wanneer u moe of ziek bent of wanneer u onder invloed bent van alcohol, drugs of medicijnen. Risico op uitglijden: – in nat gras – op steile hellingen – tijdens het transport Wees voorzichtig wanneer u achteruit loopt. Zorg dat het product niet nat wordt en bescherm het tegen regen en ander vocht. GEVAAR! Explosiegevaar! Werk niet met het product in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gassen of stof bevinden. Elektrische gereed- schappen veroorzaken vonken die stof of dampen kunnen ontsteken.
GEVAAR! Lichamelijk letsel! Risico op snijwonden wanneer het product onopzettelijk start. v Verwijder de accu, verwijder de veiligheidssleutel en trek handschoenen aan voordat u het product monteert. Hendel monteren [ afb. A1 / A2 ]:
. Daarbij moet de inschakelblok- kering
naar voren wijzen. Zorg ervoor dat de steel
volledig in de steelhouder is gestoken en dat de nokjes
van de steel zich in de uitsparingen
van de steel- houder
GEVAAR! Lichamelijk letsel! Risico op snijwonden wanneer het product onopzettelijk start.
14620-20.960.01.indd 20 04.09.20 09:24v Wacht totdat het blad tot stilstand is gekomen, verwijder de veiligheidssleutel en trek handschoenen aan voordat u het product instelt of transporteert. Accu opladen [ afb. O1 / O2 / O3 ]: LET OP! v Neem de netspanning in acht! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van de acculader. Bij de GARDENA accumaaier art. 14620-55 is geen accu en geen acculader bij de leveringsomvang inbegrepen. Dankzij het intelligente oplaadprocedé wordt de laadtoestand van de accu automatisch herkend en wordt de accu, afhankelijk van de accutempera- tuur en -spanning, met de telkens optimale oplaadstroom opgeladen. Daardoor wordt de accu ontzien en blijft bij bewaren in de acculader altijd volledig opgeladen.
in en verwijder de accu
3. Sluit het oplaadapparaat
aan op een stopcontact.
Wanneer de accu-oplaadaanduiding
groen knippert, wordt de accu opgeladen. Wanneer de accu-oplaadaanduiding
5. Controleer de oplaadtoestand tijdens het opladen regelmatig.
verwijderen. Betekenis van de aanduidingselementen: Aanduidingen op de acculader [ afb. O3 ]: Knipperlicht accu- oplaadaanduiding
Het opladen wordt weergegeven door het knipperen van de accu- oplaadaanduiding
Aanwijzing: Het opladen is alleen mogelijk, wanneer de temperatuur van de accu zich binnen het toegestane oplaadtemperatuurbereik bevindt, zie 7. TECHNISCHE GEGEVENS. Continulicht accu- oplaadaanduiding
Het continulicht van de accu-oplaadaanduiding
geeft aan dat de accu volledig is opgeladen, of dat de temperatuur van de accu zich buiten het toegestane oplaadtemperatuurbereik bevindt en er daarom niet kan worden opgeladen. Zodra het toegestane temperatuurbereik isbereikt, wordt de accu opgeladen. Zonder dat de accu ingestoken is, signaleert het continulicht van de accu-oplaadaanduiding
, dat de stekker in het stopcontact is gestoken en de acculader klaar voor gebruik is. Laadtoestandsaanduiding van de accu
op het product [ afb. O4 / O8 ]: Nadat het product is gestart, wordt de laadtoestandsaanduiding van de accu
gedurende 5 seconden weergegeven. Laadtoestand van de accu Laadtoestandsaanduiding van de accu 67 – 100 % opgeladen
branden groen 34 – 66 % opgeladen
branden groen 11 – 33 % opgeladen
brandt groen 0 – 10 % opgeladen
knippert groen Wanneer de LED
groen knippert, moet de accu worden opgeladen. Wanneer de fouten-LED
brandt of knippert, zie 6. STORINGEN VERHELPEN. Werkposities: Het product is uitgerust met een veiligheidsvoorziening waardoor inschakelen in de positie bij een werkonderbreking en in de trans- portpositie wordt voorkomen. Werkpositie
ca. 22° – 70° [ afb. O5 ]: Om ervoor te zorgen dat de maaier kan worden gestart, moet de steel
zich in de werkpositie
(ca. 22° – 70°) bevinden. Om veiligheidsredenen stopt de maaier direct, wanneer de steel uit de werkpositie
wordt bewogen. Parkeerpositie
helemaal naar boven wordt bewogen, bevindt de steel
zich in de parkeerpositie
. In deze positie kan de maaier niet worden gestart. Transportpositie
ca. 0° – 22° [ afb. O5 / O7 ]: Om de maaier te transporteren kan deze aan de steel
of aan de hand- greep
worden gedragen. Wanneer de maaier wordt gedragen, bevindt de steel
zich in de trans- portpositie
. In deze positie kan de maaier niet worden gestart. Maaihoogte instellen [ afb. O8 ]: De maaihoogte kan van 30 – 50 mm in 3 standen worden ingesteld.
in de richting van het wiel en zet de hoog- teverstelling
op de gewenste positie.
in de gewenste positie vastklikken. Maaier starten [ afb. O1 /O9 ]: GEVAAR! Lichamelijk letsel! Er bestaat verwondingsgevaar wanneer het product bij het loslaten van de start-hendel niet stopt. v Omzeil de veiligheidsvoorzieningen of schakelaars niet. Maak de start-hendel bijvoorbeeld niet aan de handgreep vast. Starten: Het product is uitgerust met een veiligheidsvoorziening met twee schakelaars (veiligheidssleutel met inschakelblokkering), waardoor onopzettelijk inschakelen van het product wordt voorkomen.
totdat deze hoorbaar vastklikt.
in de handgreep en draai deze naar de stand .
met de ene hand in en de starthendel
met de andere hand. De maaier start en de laadtoestandsaanduiding van de accu
wordt gedurende 5 seconden weergegeven.
2. Draai de veiligheidssleutel
naar stand en trek deze uit het contact. Tips voor het gebruik van de maaier: Voor een goed onderhouden gazon en een optimale maaicapaciteit, advi- seren wij het gras regelmatig te maaien, indien mogelijk één keer per week. Het gazon wordt dichter wanneer er regelmatig wordt gemaaid. Na langere tussenpozen zonder maaien (vakantie) maait u eerst in één richting op de hoogste maaihoogte en vervolgens in dwarsrichting op de gewenste maaihoogte. Maai het gras indien mogelijk alleen wanneer het droog is. Wanneer het gras vochtig is, zal het maaipatroon onregelmatig zijn. Maaicapaciteit en acculading: Het gazonoppervlak dat u per acculading kunt maaien is afhankelijk van verschillende factoren, zoals vocht, grasdichtheid en maaihoogte. Om een optimaal oppervlak te kunnen maaien, dient u de maaier niet te vaak in en uit te schakelen, omdat de acculooptijd daardoor wordt verkort. De maaicapaciteit per acculooptijd kan optimaal worden benut door een grotere maaihoogte en frequent maaien. Mulchen: Het speciaal gevormde mes zorgt voor optimale maai- en mulchresultaten. De grashalmen worden niet alleen afgesneden, maar tegelijkertijd in kleine stukjes gesneden, die op de grond tussen het gras vallen en daarmee uit- droging van het gazon verminderen. Het gemaaide gras hoeft noch te worden opgevangen noch te worden afgevoerd en vormt een natuurlijke meststof. Het beste mulchresultaat wordt bereikt, wanneer 1/3 van de grashoogte worden afgemaaid (bijv. van 60 mm naar 40 mm). De maximale oppervlakte van 50 m² wordt alleen bereikt onder optimale omstandigheden.
14620-20.960.01.indd 21 04.09.20 09:244. ONDERHOUD GEVAAR! Lichamelijk letsel! Risico op snijwonden wanneer het product onopzettelijk start. v Wacht tot het blad tot stilstand is gekomen, verwijder de veilig- heidssleutel en trek handschoenen aan voordat u het product onderhoudt. Maaier reinigen: GEVAAR! Lichamelijk letsel! Verwondingsgevaar en risico op beschadiging van het product. v Maak het product niet schoon met water of met een water- straal (in het bijzonder niet onder hoge druk). v Reinig niet met chemicaliën, inclusief benzine of oplosmidde- len. Sommige stoffen kunnen belangrijke kunststof onderdelen beschadigen. Onderkant van de maaier reinigen [ afb. M1 ]: De onderkant kan het gemakkelijkst direct na het maaien worden gereinigd.
1. Leg de maaier voorzichtig op zijn kant.
2. Reinig de onderkant en het mes
met een borstel en de bijgaande schraper
(gebruik geen scherpe voorwerpen). Bovenkant van de maaier reinigen: v Reinig de bovenkant met een vochtige doek. Accu en oplaadapparaat reinigen: Zorg ervoor dat het oppervlak en de contacten van de accu en van het oplaadapparaat altijd schoon en droog zijn, voordat u het oplaadapparaat aansluit. Gebruik geen stromend water. v Acculader: Reinig de contacten en de kunststof onderdelen met een zachte, droge doek. v Accu: Reinig de ventilatiegleuf en de aansluitingen van de accu af en toe met een zachte, schone en droge kwast.
Buitenbedrijfstelling [ afb. S1 ]: Het product moet voor kinderen ontoegankelijk worden bewaard.
1. Draai de veiligheidssleutel naar stand
en trek deze uit het contact.
2. Verwijder de accu.
5. Om de maaier ruimtebesparend op te bergen kan deze aan de steel in
de GARDENA Gereedschaphouder art. 3501 / 3503 worden opge- hangen. (De maaier mag niet aan de handgreep worden opgehangen.)
6. Berg de maaier, de accu en de acculader op een droge, dichte en
vorstbestendige plaats op. Afvoeren: (conform RL2012/19/EU) Het product mag niet met het normale huishoudelijke afval worden afgevoerd. Het moet volgens de geldende lokale milieuvoorschriften worden afgevoerd. BELANGRIJK! v Voer het product via uw plaatselijke recyclingverzamelpunt af. Accu afvoeren: Li-ion De GARDENA accu bevat lithium-ioncellen die aan het eind van hun levensduur gescheiden van het normale huishoudelijke afval moeten worden afgevoerd. BELANGRIJK! v Voer de accu’s via uw plaatselijke recyclingverzamelpunt af.
2. Beveilig de contacten van de lithium-ioncellen tegen kortsluiting.
3. Voer de lithium-ioncellen op vakkundige wijze af.
6. STORINGEN VERHELPEN
GEVAAR! Lichamelijk letsel! Risico op snijwonden wanneer het product onopzettelijk start. v Wacht totdat het blad tot stilstand is gekomen, verwijder de veiligheidssleutel en trek handschoenen aan voordat u problemen bij het product verhelpt. Snijblad vervangen: GEVAAR! Lichamelijk letsel! Risico op snijwonden wanneer het blad gehavend, ver- bogen, met onbalans of met beschadigde randen draait. v Gebruik de maaier niet met een beschadigd of verbogen snijblad, met een blad dat in onbalans is of beschadigde randen heeft. v Slijp het snijblad niet. GARDENA-reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij uw GARDENA-dealer of via de GARDENA-servicedienst. Gebruik alleen een origineel GARDENA-blad:
- GARDENA-reserveblad art. 4105 v Laat het blad vervangen door de GARDENA-servicedienst of door een door GARDENA erkende gespecialiseerde dealer Probleem Mogelijke oorzaak OplossingMotor is geblokkeerd en maakt lawaaiMotor is geblokkeerd. v Verwijder het obstakel. Start opnieuw.Maaihoogte te laag. v Stel een hogere maaihoogte in.Veel lawaai, de maaier rateltSchroeven van de motor, van de bevestiging of van de maaierbehuizing zitten los.
Laat de schroeven door een erkende gespeciali-seerdedealer of door de GARDENA-servicedienst vastdraaien.Maaier loopt onregelmatig of trilt hevigSnijblad is beschadigd / versleten of de bladbevestiging is losgeraakt.
Laat het blad door een erkende gespecialiseerde dealer of door de GARDENA- servicedienst vastdraaien of vervangen.Blad is erg vuil. v Maak de maaier schoon (zie 4. ONDERHOUD). Wanneer het probleem daar-door niet wordt opgelost, dient u zich te wenden tot de GARDENA-servicedienst.Het gazon is niet netjes gemaaidMes is bot of beschadigd. v Laat het mes vervangen door de GARDENA servicedienst.Maaihoogte te laag. v Stel een hogere maaihoogte in. Maaier start niet of stopt. LED
knippert groen [ afb. O4 ] Accu is leeg. v Laad de accu op. Maaier start niet of stopt.Fouten-LED brandt rood [ afb. O4 ]Temperatuur van de accu ligt buiten het toegestane bereik.v Wacht tot de temperatuur van de accu weer tussen 0 °C en + 45 C° ligt. Tussen de accucontacten op de maaier bevinden zich waterdruppels of vocht.v Verwijder de waterdruppels / het vocht met een droge doek.Motor is geblokkeerd. v Verwijder het obstakel. Start opnieuw.Maaier start niet of stopt.Fouten-LED knippert rood [ afb. O4 ]Product is defect. v Wendt u zich tot de GARDENA servicedienst.Maaier start niet of stopt.Fouten-LED brandt niet [ afb. O4 ]Accu is niet volledig in de accuhouder geplaatst.v Plaats de accu volledig in de accuhouder totdat deze hoorbaar vastklikt.Veiligheidssleutel niet naar stand gedraaid.v Draai de veiligheidssleutel naar stand .Steel bevindt zich niet in de werkpositie
[ afb. O5 ].v Zorg ervoor dat de steel zich bij het inschakelen in de werkpositie bevindt (ca. 22° – 70°).Klemhuls is niet vastgedraaid of is los gaan zitten [ afb. A1 / A2 ].v Draai de klemhuls vast (zie Hendel monteren Accu is defect. v Vervang de accu.
14620-20.960.01.indd 22 04.09.20 09:24Probleem Mogelijke oorzaak OplossingMaaier start niet of stopt.Fouten-LED brandt niet [ afb. O4 ]Product is defect. v Wendt u zich tot de GARDENA servicedienst.Opladen is niet mogelijk.Accu-oplaadaanduiding
brandt continu [ afb. O3 ]Accu is niet (juist) geplaatst. v Plaats de accu correct op de acculader.Accucontacten zijn vuil. v Reinig de accucontacten (bijv. door de accu meerdere keren in de acculader te ste-ken en weer te verwijderen. Vervang de accu indien nodig).Temperatuur van de accu bevindt zich buiten het toege-stane oplaadtemperatuurbereik.v Wacht tot de temperatuur van de accu weer tussen 0 °C en + 45 C° ligt. Accu is defect. v Vervang de accu. Accu-oplaadaanduiding
brandt niet [ afb. O3 ]Stekker van de acculader is niet (juist) ingestoken.
Steek de stekker (volledig) in het stopcontact.Stopcontact, netsnoer of acculader is defect.
Controleer de netspanning. Laat de acculader indien nodig door een erkende gespecialiseerde dealer of door de GARDENA service-dienst controleren. AANWIJZING: Wend u bij andere storingen tot uw GARDENA servicecenter. Reparaties mogen alleen door de GARDENA servicecenters en door speciaalza-ken worden uitgevoerd, die door GARDENA zijn goedgekeurd.
7. TECHNISCHE GEGEVENS
Accu-grasmaaier Eenheid Waarde (art. 14620)Toerental van het blad omw./min. 6000Maaibreedte cm 22Maaihoogte-instelling (3 standen)mm 30 – 50Gewicht (zonder accu) kg 4,2Geluidsdrukniveau L
Onzekerheid k dB (A)
gemeten / gegarandeerdOnzekerheid k
Onzekerheid k vhw m/s
< 2,5 1,5 Meetmethoden volgens: EN 60335-2-77 RL 2000/14/EC AANWIJZING: De vermelde vibratie-emissiewaarde werd gemeten overeenkom-stig een genormeerde keuringsprocedure en kan worden geraadpleegd om elektrische gereedschappen met elkaar te vergelijken. Deze waarde kan ook worden gebruikt voor de voorlopige beoordeling van de blootstelling. De vibratie-emissie-waarde kan tijdens het werkelijke gebruik van het elektrische gereedschap variëren. Systeemaccu PBA 18V 2,5Ah W-B Eenheid Waarde (art. 14903)Accuspanning V (DC) 18Accucapaciteit Ah 2,5Aantal cellen (Li-ion) 5Geschikte acculaders van het POWER FOR ALL-systeem: AL 18..CV. Acculader AL 1810 CV P4A Eenheid Waarde (art. 14900)Netspanning V (AC) 220 – 240Netfrequentie Hz 50 – 60Nominaal vermogen W 26Accu-oplaadspanning V (DC) 18Max. accu-oplaadstroom mA 1000Accu-oplaadtijd 80 % / 97 – 100 % (ca.)PBA 18V 2,0Ah W-BPBA 18V 2,5Ah W-BPBA 18V 4,0Ah W-C
GARDENA Reserveblad GARDENA-Reserveblad art. 4105 GARDENA Gereedschap-houderVoor het ruimtebesparend opbergen van de maaier.art. 3501 / GARDENA Systeemaccu PBA 18V/45 P4APBA 18V/72 P4AAccu voor extra looptijd of om te vervangen. art. 14903art. 14905GARDENA Accu-snellader AL 1830 CV P4AOm POWER FOR ALL-systeemaccu’s PBA 18V..W.- snel op te laden.art. 14901
9. SERVICE / GARANTIE
Service: Neem contact op met het adres op de achterzijde. Garantieverklaring: In het geval van een garantieclaim worden u geen kosten in rekening gebracht voor de geleverde diensten. GARDENA Manufacturing GmbH geeft op alle nieuwe originele GARDENA producten 2 jaar garantie vanaf de eerste aankoop bij de dealer, wanneer de producten uitsluitend privé werden gebruikt. Voor producten die op een secundaire markt zijn gekocht, geldt deze fabrieksgarantie niet. Deze garantie heeft betrekking op alle belangrijke defecten van het product, die aantoonbaar te wijten zijn aan materiaal- of fabricagefouten. Aan deze garantie wordt voldaan door levering van een volledig functioneel vervan- gend product of door gratis reparatie van het defecte product dat naar ons is verzonden; wij behouden ons het recht voor om tussen deze opties te kiezen. Deze dienst is onderworpen aan de volgende bepalingen:
- Het product is gebruikt voor het beoogde doel conform de aanbevelin- gen in de bedienings instructies.
- Noch de koper noch een derde heeft geprobeerd het product te openen of te repareren.
- Voor het gebruik worden alleen originele reser veonderdelen en slijtdelen van GARDENA toegepast.
- Overleggen van het aankoopbewijs. Normale slijtage van onderdelen en componenten (bijvoorbeeld van mes- sen, mesbevestigingsonderdelen, turbines, lichtbronnen, V-riemen en tan- driemen, rotoren, luchtfilters, bougies), optische veranderingen evenals slijt- en verbruiksdelen zijn uitgesloten van de garantie. Deze fabrieksgarantie is beperkt tot de vervangende levering en reparatie volgens de bovengenoemde voorwaarden. Andere claims tegen ons als fabrikant, bijv. een aanspraak op schadevergoeding, worden door de fabrieksgarantie niet gerechtvaardigd. Deze fabrieksgarantie tast de bestaande wettelijke en contractuele garantieaanspraken die bestaan tegenover de dealer / verkoper vanzelfsprekend niet aan. De fabrieksgarantie valt onder het recht van de Bondsrepubliek Duitsland. In geval van garantie dient u het defecte product samen met een kopie van het aankoopbewijs en een beschrijving van de fout voldoende gefran- keerd op te sturen naar het GARDENA serviceadres. Slijtdelen: Het snijblad en de wielen zijn slijtdelen en vallen dus niet onder de garantie.
Notice-Facile