GEBRUIKSAANWIJZING Quigo Green BOSCH
Veiligheidsaanwijzingen

Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden om gevaarloos en veilig met het meetgereedschap te werken. Wanneer het meetgereedschap niet volgens de beschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheidsvoorzieningen in
het meetgereedschap belemmerd worden. Maak waarschuwingsstickers
op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.
Voorzichtig - wanneer andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of andere methodes uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling. Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waarschuwingsplaatje (aangegeven op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen). Is de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje niet in uw taal, plak dan voor het eerste gebruik de meegeleverde sticker in uw eigen taal hieroverheen.

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor kunt u personen verblinden, ongevallen veroorzaken of het oog beschadigen.
Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddellijk uit de straal bewogen worden. Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan. Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt niet tegen de laserstraling. Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren. Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft. Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk andere personen of zichzelf kunnen verblinden. Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen
of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.

Houd de magneet uit de buurt van implantaten en andere medische apparaten, zoals pacemakers en insulinpompen. Door de magneet wordt een veld opgewekt dat de werking van implantaten en medische apparaten kan verstoren.
Houd het meetgereedschap uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten kan onherroepelijk gegevensverlies optreden.
Beschrijving van productwerking
Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.
Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bedoeld voor het bepalen en controleren van horizontale en verticale lijnen.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
(1) 1/4-opname van de adapterplaat (2) Fijninstelschroef van de adapterplaat (3) Adapterplaat (4) Aan/uit-schakelaar (5) Opening voor laserstraal (6) Statief (7) Laserbril a) (8) Statiefopname 1/4" (9) Batterijvakdeksel (10) Laser-waarschuwingsplaatje
(11) Serienummer (12) Vergrendeling van het batterijvakdeksel (13) 1/4-schroef van houder (14) Vastzetschroef van houder (15) Bevestigingsschroef van houder (16) Houder
a) Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma.
Technische gegevens
| Kruislijnlaser Quigo Green |
| Productnummer | 3 603 F63 C02 |
| Werkbereik minimaalA) | 12 m |
| NivelleernauwkeurigheidB)C) | ±0,6 mm/m |
| Zelfnivelleerbereik ±4° | |
| Nivelleertijd ≤ 6 s | |
| Gebruikstemperatuur -5 °C ... +40 °C | |
| Opslagtemperatuur -20 °C ... +70 °C | |
| Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte | 2000 m |
| Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % | |
| Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 2 | D) |
| Laserklasse 2 | |
| Lasertype 500-540 nm, < 5 mW | |
| C6 | 5 |
| Divergentie 25 × 5 mrad (volledige hoek) | |
| Statiefopname 1/4" | |
| Batterijen 2 × 1,5 V LR3 (AAA) | |
| Gebruiksduur minimaalB) | 3 h |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | |
| - Kuislijnlaser 0,27 kg | |
Kruislijnlaser Quigo Green
Afmetingen (lengte × breedte × hoogte) 65 × 65 × 65 mm
A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden. B) bij 20-25°C C) De opgegeven waarden gelden bij normale tot gunstige omgevingsomstandigheden (bijv. geen trillingen, geen mist, geen rook, geen direct zonlicht). Na sterke temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid afwijken. D) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij soms een tijdelijke geleidbaarheid wordt verwacht door bedauwing.
Het productnummer (11) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzinnige identificatie van uw meetgereedschap.
Montage
Batterijen plaatsen/verwisselen
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
Voor het openen van het batterijvakdeksel (9) drukt u de vergrendeling (12) in de richting van de pijl en haalt u het batterijvakdeksel eraf. Plaats de meegeleverde batterijen.
Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.
Als de batterijen zwak worden, dan knipperen de laserlijnen gedurende enkele seconden in een snel ritme.
Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van een fabrikant en met dezelfde capaciteit.
Haal de batterijen uit het meetgereedschap wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere periode van opslag in het meetgereedschap corroderen en zichzelf ontladen.
Gebruik
Ingebruikname
Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen, voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden. Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Door schade aan het meetgereedschap kan de nauwkeurigheid in het gedrang komen. Vergelijk na een heftige schok of val de laserlijn ter controle met een bekende horizontale of verticale referentielijn. Het meetgereedschap tijdens transport uitschakelen. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewegingen beschadigd raken.
In-/uitschakelen
Voor het inschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan/uitschakelaar (4) naar boven. Het meetgereedschap zendt direct na het inschakelen twee laserlijnen uit de opening (5).
Voor het uitschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan/uitschakelaar (4) naar beneden over de opening (5).
Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.
Plaats het meetgereedschap op een horizontale, vlakke ondergrond en bevestig het op de houder (16) of het statief (6). Om met automatische nivellering te werken, moet de onderkant van het meetgereedschap horizontaal en met de statiefopname (8) omlaag uitgelijnd zijn. Na het inschakelen compenseert de automatische nivellering automatisch oneffenheden binnen het zelfnivelleringsbereik van ±4°. De nivellering is afgesloten zodra de laserlijnen niet meer knipperen.
Als de automatische nivellering niet mogelijk is, bijv. omdat de onderkant van het meetgereedschap meer dan 4° van de horizontale lijn afwijkt of omdat het meetgereedschap vrij in de hand wordt gehouden, dan knipperen de laserlijnen permanent in een langzaam ritme en het meetgereedschap werkt zonder automatische nivellering. De laserlijnen blijven ingeschakeld, de beide gekruiste lijnen lopen echter niet meer dwingend in een rechte hoek ten
opzichte van elkaar. Om te garanderen dat de twee laserlijnen verder in een rechte hoek ten opzichte van elkaar lopen, zet u het meetgereedschap orthogonaal (loodrecht) op de muur.
Bij schokken of veranderingen van positie tijdens het gebruik wordt het meetgereedschap automatisch opnieuw genivelleerd. Controleer na een hernieuwde nivellering de positie van de horizontale of verticale laserlijn met betrekking tot de referentiepunten om fouten door een verschuiving van het meetgereedschap te vermijden.
Aanwijzingen voor werkzaamheden
▸ Gebruik bij het markeren altijd alleen het midden van de laserlijn. De breedte van de laserlijn wijzigt met de afstand.
Bevestigen met de houder (zie afbeelding A)
Met behulp van de houder (16) kunt u het meetgereedschap aan verschillende soorten voorwerpen met een dikte van 10 tot 60 mm bevestigen, bijv. aan verticale of horizontale planken of buizen.
Draai de bevestigingsschroef (15) van de houder los, plaats de houder op de gewenste plek en draai de bevestigingsschroef weer vast.
Plaats het meetgereedschap met de statiefopname (8) op de 1/4"-schroef (13) van de houder en draai het met matige kracht op de houder vast. Draai het meetgereedschap niet te vast aan. Anders kan het beschadigd worden.
Lijn de houder grof uit, voordat u het meetgereedschap inschakelt. Draai hiervoor de vastzetschroef (14) van de houder los. Beweeg het meetgereedschap in een horizontale positie (met de statiefopname (8) omlaag) naar de gewenste hoogte. Draai de vastzetschroef weer vast.
U kunt het meetgereedschap ook met de adapterplaat (3) op de houder bevestigen.
Werken met het statief (accessoire)
Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Plaats het meetgereedschap met de 1/4"-statiefopname (8) op de schroefdraad van het statief (6) of op een gangbaar fotostatief. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.
Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap inschakelt.
U kunt het meetgereedschap ook met de adapterplaat (3) op het statief bevestigen.
Werken met de adapterplaat (zie afbeeldingen B-C)
De adapterplaat (3) maakt het nauwkeurig uitlijnen van het meetgereedschap op een referentiepunt gemakkelijker en maakt snel opzetten en wegnemen van het meetgereedschap mogelijk.
De adapterplaat (3) kan op de houder (16) of het statief (6) worden bevestigd.
- Houder: zet de adapterplaat met de 1/4"-opname (1) op de schroef (13) van de houder en draai deze met matige kracht op de houder vast.
Aanwijzing: Draai de vastzetschroef (14) van de houder los, wanneer u de positie van het meetgereedschap wilt wijzigen. Bij het draaien van de adapterplaat zonder dat de vastzetschroef is losgedraaid, kan de adapterplaat los gaan zitten en het meetgereedschap eraf vallen.
- Statief: schroef de vastzetschroef van het statief in de 1/4"-opname (1) van de adapterplaat vast.
Duw het meetgereedschap zodanig in de adapterplaat (3) dat de vergrendelingen van de adapterplaat in de uitsparingen aan twee kanten van het meetgereedschap vastklikken. De adapterplaat kan aan de onder-, achter- en bovenkant van het meetgereedschap worden bevestigd.
Controleer of het meetgereedschap stevig vastzit.
Bij montage van de adapterplaat aan de achterkant kan het meetgereedschap in hoogte, bij montage aan de boven- of onderkant zijdelings worden uitgelijnd. Draai aan de fijninstelschroef (2) van de adapterplaat om de laserlijn op een referentiepunt uit te lijnen.
Laserbril (accessoire)
De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het licht van de laser voor het oog helderder.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw producten en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 5795454
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u onder:
Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden gerecycled.

Gooi meetgereedschappen en batterijen niet bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.
4.15 01
.
(A gss s g) o jls k l
16)
dgl 10 60 10 j1
.15gocU Gai slw
Jgolglj J 10 (15) Jw
.
1/4 8 (8) uu uu uu uu uu uu uu uu uuu
bawgio gj j j j j j j j j (13)
274|wJ
J,siKj Caw slj I j 0jI jI jI .Sds
.