GTC 400 C Professional - Camera BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GTC 400 C Professional BOSCH in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - GTC 400 C Professional BOSCH
Download de handleiding voor uw Camera in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GTC 400 C Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GTC 400 C Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GTC 400 C Professional BOSCH
30 5,1 x 3,8 OBJ_BUCH-3136-002.book Page 66 Tuesday, August 22, 2017 6:26 PMNederlands | 67 Bosch Power Tools 1 609 92A 3RD | (22.8.17) Italia Officina Elettroutensili Robert Bosch S.p.A. Corso Europa 2/A 20020 LAINATE (MI) Tel.: (02) 3696 2663 Fax: (02) 3696 2662 Fax: (02) 3696 8677 E-Mail: officina.elettroutensili@it.bosch.com Svizzera Sul sito www.bosch-pt.com/ch/it è possible ordinare diretta- mente on-line i ricambi. Tel.: (044) 8471513 Fax: (044) 8471553 E-Mail: Aftersales.Service@de.bosch.com Trasporto Le batterie ricaricabili agli ioni di litio utilizzabili sono soggette ai requisiti di legge relativi a merci pericolose. Le batterie rica- ricabili possono essere trasportate su strada tramite l’utente senza ulteriori precauzioni. In caso di spedizione tramite terzi (p. es.: trasporto aereo op- pure spedizioniere) devono essere osservati particolari re- quisiti relativi ad imballo e marcatura. In questo caso per la preparazione del pezzo da spedire è necessario ricorrere ad un esperto per merce pericolosa. Spedire batterie ricaricabili solamente se la carcassa non è danneggiata. Coprire con nastro adesivo i contatti scoperti ed imballare la batteria ricaricabile in modo tale che non si muo- va nell’imballo. Vi preghiamo di osservare anche eventuali ulteriori norme na- zionali. Smaltimento Strumenti di misura, batterie/batterie ricaricabili, accessori e imballi dovranno essere smaltiti/riciclati nel rispetto dell’ambiente. Non gettare strumenti di misura e batterie ricarica- bili/batterie tra i rifiuti domestici! Solo per i Paesi della CE: Conformemente alla direttiva europea 2012/19/UE gli stru- menti di misura diventati inservibili e, in base alla direttiva eu- ropea 2006/66/CE, le batterie ricaricabili/ batterie difettose o consumate devono essere raccolte separatamente ed esse- re inviate ad una riutilizzazione ecologica. Per le batterie ricaricabili/le batterie non funzionanti rivol- gersi al Consorzio: Italia Ecoelit Viale Misurata 32 20146 Milano Tel.: +39 02 / 4 23 68 63 Fax: +39 02 / 48 95 18 93 Svizzera Batrec AG 3752 Wimmis BE Batterie ricaricabili/Batterie: Li-Ion: Si prega di tener presente le indicazioni riportare nel para- grafo «Trasporto», pagina 67. Con ogni riserva di modifiche tecniche. Nederlands Veiligheidsvoorschriften Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden. Als het meetgereed- schap niet volgens de voorhanden aanwijzin- gen gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheidsinrichtingen in het meetgereed- schapa gevaar lopen. BEWAAR DEZE AANWIJ- ZINGEN ZORGVULDIG. Laat het meetgereedschap repareren door gekwalifi- ceerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft. Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistof- fen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen. Haal de accu of de batterijen vóór alle werkzaamheden aan het meetgereedschap (bijv. montage, onderhoud etc.) alsook bij transport en bewaring uit het meetge- reedschap. Open de accu niet. Er bestaat gevaar voor kortsluiting. Bescherm de accu tegen hitte, bijv. ook tegen fel zonlicht, vuur, water en vocht. Er bestaat explosiegevaar. Voorkom aanraking van de niet-gebruikte accu met pa- perclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven en an- dere kleine metalen voorwerpen die overbrugging van de contacten kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben. Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Bij onvoorzien contact af- spoelen met water. Als de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accu- vloeistof kan tot huidirritaties en brandwonden leiden. Bij beschadiging en onjuist gebruik van de accu kunnen er dampen vrijkomen. Zorg voor frisse lucht en raad- pleeg bij klachten een arts. De dampen kunnen de lucht- wegen irriteren. OBJ_BUCH-3136-002.book Page 67 Tuesday, August 22, 2017 6:26 PM68 | Nederlands 1 609 92A 3RD | (22.8.17) Bosch Power Tools Laad accu’s alleen op in oplaadapparaten die door de fabrikant worden geadviseerd. Voor een oplaadappa- raat dat voor een bepaald type accu geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer het met andere accu’s wordt ge- bruikt. Gebruik de accu alleen in combinatie met het Bosch- meetgereedschap. Alleen zo wordt de accu tegen gevaar- lijke overbelasting beschermd. Door scherpe voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroevendraaiers of door krachtinwerking van bui- tenaf kan de accu beschadigd worden. Er kan een inter- ne kortsluiting ontstaan en de accu doen branden, roken, exploderen of oververhitten. De accu-adapter is uitsluitend voor het gebruik in daar- voor bestemde Bosch-meetgereedschappen bestemd en mag niet met elektrische gereedschappen gebruikt worden. Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden be- waard, kunnen deze gaan roesten en leegraken. Bescherm het meetgereedschap, vooral het gedeelte van de camera en infraroodlens, tegen vocht en sneeuw. De ontvangstlens zou kunnen beslaan en meetre- sultaten kunnen vervalsen. Verkeerde toestelinstellingen en andere atmosferische invloedsfactoren kunnen resulte- ren in verkeerde metingen. Objecten zouden heter of kou- der kunnen worden weergegeven, wat mogelijk kan leiden tot een gevaar bij aanraking. Hoge temperatuurverschillen in een warmtebeeld kun- nen ertoe leiden dat zelfs hoge temperaturen in een kleur worden weergegeven die met lage temperaturen wordt geassocieerd. Een contact met een dergelijk op- pervlak kan resulteren in verbrandingen! Correcte temperatuurmetingen zijn alleen mogelijk, wanneer de ingestelde emissiegraad en de emissie- graad van het object overeenstemmen. Objecten zou- den in temperatuur en/of kleur heter of kouder kunnen worden weergegeven, wat mogelijk kan leiden tot een ge- vaar bij aanraking. Opgelet! Bij het gebruik van het meetgereedschap met Bluetooth® kan een storing aan andere apparaten en in- stallaties, vliegtuigen en medische apparaten (bijv. pacemakers, hoorapparaten) optreden. Eveneens kan schade aan mens en dier in de directe omgeving niet volledig uitgesloten worden. Gebruik het meetgereed- schap met Bluetooth® niet in de buurt van medische ap- paraten, tankstations, chemische installaties, gebie- den met explosiegevaar en in explosiegebieden. Gebruik het meetgereedschap met Bluetooth® niet in vliegtuigen. Vermijd het gebruik gedurende een lange- re periode in de directe omgeving van het lichaam. Het meetgereedschap is met een radio-interface uitge- rust. Lokale gebruiksbeperkingen, bijv. in vliegtuigen of ziekenhuizen moeten in acht genomen worden. Product- en vermogensbeschrijving Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meet- gereedschap open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest. Het Bluetooth®-woordmerk alsook de beeldtekens (logo’s) zijn gedeponeerde handelsmerken en eigendom van Bluetooth SIG, Inc. Elk gebruik van dit woordmerk/ deze beeldtekens door Robert Bosch Power Tools GmbH gebeurt onder licentie. Gebruik volgens bestemming Deze warmtebeeldcamera is bestemd voor de contactloze meting van oppervlaktetemperaturen. Het weergegeven warmtebeeld toont de temperatuurverde- ling van het geregistreerde gedeelte van de infraroodlens en daardoor is het mogelijk om temperatuurafwijkingen in kleur gedifferentieerd weer te geven. Zo kunnen bij een vakkundig gebruik oppervlakken en objec- ten contactloos worden onderzocht op temperatuurverschil- len of opvallend temperatuurgedrag om bouwelementen en/ of eventuele zwakke punten zichtbaar te maken, o.a.: – isolaties (bijv. opsporen van warmtebruggen) – actieve cv- en warmwaterleidingen (bijv. vloerverwar- ming) in vloeren en muren – oververhitte elektrische componenten zoals bijv. zeke- ringen of klemmen – machinedelen (bijv. oververhitting door defecte kogel- lagers) Het meetgereedschap mag niet voor de temperatuurmeting bij personen en dieren of voor andere medische doeleinden gebruikt worden. Het meetgereedschap is niet geschikt voor de oppervlakte- temperatuurmeting van gassen of vloeistoffen. Afgebeelde componenten De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen. 1 Beschermkap voor visuele camera en infraroodsensor 2 Serienummer 3 Afdekking micro-USB-bus 4 Micro-USB-bus 5 Pijltoets omhoog 6 Toets Meetfuncties „Func” 7 Wissel temperatuurverdeelschaal automatisch-vast / functietoets rechts 8 Pijltoets rechts 9 Aan/uit-toets 10 Pijltoets omlaag 11 Toets Opslaan 12 Pijltoets links OBJ_BUCH-3136-002.book Page 68 Tuesday, August 22, 2017 6:26 PMNederlands | 69 Bosch Power Tools 1 609 92A 3RD | (22.8.17) 13 Toets Galerij/functietoets links 14 Display 15 Visuele camera 16 Infrarood-sensorbereik 17 Toets Meting bevriezen/verder meten 18 Accuschacht 19 Ontgrendelingstoets accu/batterij-adapter 20 Afsluitkap batterij-adapter* 21 Huls batterij-adapter* 22 Uitsparing huls 23 Accu* 24 Micro-USB-kabel 25 Beschermetui*
- Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd. Indicatie-elementen a Datum/tijd b Meetfunctie c Aanduiding emissiegraad d Aanduiding Bluetooth®-verbinding e Aanduiding WiFi in-/uitgeschakeld f Indicatie oplaadtoestand g Aanduiding maximale oppervlaktetemperatuur in het meetbereik h Verdeelschaal i Aanduiding minimale oppervlaktetemperatuur in het meetbereik j Symbool verdeelschaalvergrendeling k Aanduiding hotspot (bij wijze van voorbeeld) l Dradenkruis met temperatuuraanduiding m Aanduiding coldspot (bij wijze van voorbeeld) n Galerijsymbool Technische gegevens Warmtebeeldcamera GTC 400 C Productnummer 3 601 K83 1.. Resolutie infraroodsensor 160 x 120 Thermische gevoeligheid <50mK Spectraalbereik 8–14μm Gezichtsveld (FOV) 53 x 43° Brandpuntsafstand ≥0,3m Focus vast Meetbereik oppervlaktetemperatuur –10...+400 °C Meetnauwkeurigheid (kenmerkend) Oppervlaktetemperatuur
–10...+10 °C 10...100 °C >+100 °C ±3 °C ±3 °C ±3 % Displaytype TFT Displaygrootte 3,5" Resolutie display 320 x 240 Beeldformaat .jpg Opgeslagen beelden per opslagproces 1 x warmtebeeld (screenshot) 1 x visueel echt beeld incl. temperatuurwaarden (metagegevens) Aantal foto’s in het interne beeldgeheugen (typisch)
Geïntegreerde visuele camera
Batterijen (alkali-mangaan) Accu (lithiumion) 4 x 1,5 V LR6 (AA) (met batterij-adapter) 10,8 V/12 V Het serienummer 2 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap.
1) bij een omgevingstemperatuur van 20–23 °C en een emissiegraad van >0,999, meetafstand: 0,3 m, gebruiksduur: >5 min
2) beperkt vermogen bij temperaturen <0 °C
Technische gegevens bepaald met meegeleverde accu. OBJ_BUCH-3136-002.book Page 69 Tuesday, August 22, 2017 6:26 PM70 | Nederlands 1 609 92A 3RD | (22.8.17) Bosch Power Tools Montage Energievoorziening Het meetgereedschap kan ofwel met gangbare batterijen (AA- batterijen type LR6 of vergelijkbaar) of met een Bosch Li-Ion- accu worden gebruikt. Gebruik met batterij-adapter (uitneembaar) (zie afbeelding A) De batterijen worden in de batterij-adapter geplaatst. De accu-adapter is uitsluitend voor het gebruik in daar- voor bestemde Bosch-meetgereedschappen bestemd en mag niet met elektrische gereedschappen gebruikt worden. Voor het plaatsen van de batterijen schuift u de huls van de batterij-adapter 21 in de accuschacht 18. Plaats de batterijen volgens de afbeelding op de afsluitkap 20 in de huls. Schuif de afsluitkap over de huls tot deze voelbaar vastklikt en vlak afsluit met de handgreep van het meetgereedschap. Voor het wegnemen van de batterijen drukt u op de ontgrendelingstoetsen 19 van de afsluitkap 20 en trekt u de afsluitkap eraf. Let er hierbij op dat de batterijen er niet uitvallen. Houd het meetgereed- schap zodanig vast dat de accuschacht 18 naar boven gericht is. Verwijder de batterijen. Om de binnenliggende huls 21 uit de accuschacht 18 te verwijderen, grijpt u in de uitsparing van de huls 22 en trekt u deze met een lichte druk op de zijwand uit het meetgereed- schap (zie afbeelding B). Opmerking: Gebruik voor het wegnemen van de accu geen gereedschap (bijv. een schroevendraaier), omdat de huls an- ders zou kunnen breken. Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen bat- terijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit. Neem de batterijen uit het meetgereedschap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden be- waard, kunnen deze gaan roesten en leegraken. Gebruiksduur – Batterijen (alkali-mangaan) – Accu (lithiumion) 2,0 h 5,0 h USB-aansluiting
Voeding TrackMyTools-Bluetooth®-module –Knoopcel – Levensduur batterij ca. CR2450 (3-V-lithium-batterij) 60 maanden Bluetooth® Bluetooth® 4.2 (Low Energy) Max. zendvermogen Bluetooth® 3,2 mW Frequentieband Bluetooth® 2,402 –2,480 GHz Draadloze connectiviteit WiFi Max. zendvermogen WiFi 30 mW Werkfrequentiebereik WiFi 2,400–2,483 GHz Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 0,54 kg Afmetingen (lengte x breedte x hoogte) 233 x 95 x 63 mm Isolatiesoort (behalve batterijdeksel) IP 53 Toegestane omgevingscondities –Laadtemperatuur – Gebruikstemperatuur
– Bewaartemperatuur –Relatieve luchtvochtigheid (niet condenserend) 0...+45 °C –10...+45 °C –20...+70 °C 20... 80 % Aanbevolen accu’s GBA 10,8 V GBA 12 V Aanbevolen laadapparaten AL 11.. CV GAL 12.. CV Warmtebeeldcamera GTC 400 C Het serienummer 2 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw meetgereedschap.
1) bij een omgevingstemperatuur van 20–23 °C en een emissiegraad van >0,999, meetafstand: 0,3 m, gebruiksduur: >5 min
2) beperkt vermogen bij temperaturen <0 °C
Technische gegevens bepaald met meegeleverde accu. OBJ_BUCH-3136-002.book Page 70 Tuesday, August 22, 2017 6:26 PMNederlands | 71 Bosch Power Tools 1 609 92A 3RD | (22.8.17) Gebruik met accu (zie afbeelding C) Opmerking: Het gebruik van niet voor uw meetgereedschap geschikte accu’s kan tot storingen of tot beschadiging van het meetgereedschap leiden. Opmerking: De accu wordt deels opgeladen geleverd. Om de volledige capaciteit van de accu te verkrijgen, laadt u voor het eerste gebruik de accu volledig in het oplaadapparaat op. Gebruik alleen de in de technische gegevens vermelde oplaadapparaten. Alleen deze oplaadapparaten zijn afge- stemd op de Li-Ion-accu die bij uw meetgereedschap moet worden gebruikt. De lithiumionaccu kan op elk moment worden opgeladen zon- der de levensduur te verkorten. Een onderbreking van het op- laden schaadt de accu niet. Druk na het automatisch uitschakelen van het meetge- reedschap niet verder op de aan/uittoets. De accu kan anders beschadigd worden. Voor het plaatsen van de geladen accu 23 schuift u deze in de accuschacht 18 tot deze voelbaar vastklikt en vlak afsluit met de handgreep van het meetgereedschap. Voor het wegnemen van de accu 23 drukt u op de ontgrende- lingstoetsen 19 en trekt u de accu uit de accuschacht 18. Ge- bruik daarbij geen geweld. Oplaadindicatie De oplaadaanduiding f in het display geeft de laadtoestand van de batterijen of de accu 23 aan. Gebruik Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme tem- peraturen of temperatuurschommelingen. Laat het bij- voorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetge- reedschap bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschom- melingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereed- schap nadelig worden beïnvloed. Let op een correcte acclimatisering van het meetgereed- schap. Bij sterke temperatuurschommelingen of sterk ver- anderende omgevingsomstandigheden zou de meetnauw- keurigheid van het meettoestel zolang belemmerd kunnen zijn tot het weer helemaal geacclimatiseerd is. Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereed- schap. Na sterke uitwendige invloeden en bij opvallende za- ken in de functionaliteit moet u het meetgereedschap bij een geautoriseerde Bosch-klantendienst laten controleren. Ingebruikneming In- en uitschakelen Klap voor het meten de beschermkap 1 open. Let er tijdens het werk op dat het infrarood-meetbereik niet afgesloten of afgedekt wordt. Voor het inschakelen van het meetgereedschap drukt u op de Aan/Uit-toets 9. Op het display 14 verschijnt een startse- quentie. Na de startsequentie begint het meetgereedschap direct met de meting en gaat hier continu tot aan het uitscha- kelen mee door. Opmerking: In de eerste minuten kan het voorkomen dat het meetgereedschap zichzelf vaker afstelt, omdat de sensor- en omgevingstemperatuur nog niet zijn gelijkgesteld. De her- nieuwde kalibratie maakt een nauwkeurige meting mogelijk. Tijdens de kalibratie bevriest het warmtebeeld even. Voor het uitschakelen van het meetgereedschap drukt u op- nieuw op de Aan/Uit-toets. Het meetgereedschap slaat alle in- stellingen op en schakelt daarna uit. Sluit de beschermkap 1 voor een veilig transport van het meetgereedschap. In het instellingsmenu kunt u kiezen of en na welke tijd het meetgereedschap automatisch moet uitschakelen (zie „Uit- schakeltijd”, pagina 74). Als de accu of het meetgereedschap zich buiten de in de Tech- nische gegevens aangegeven gebruikstemperatuur bevindt, dan wordt het meetgereedschap na een korte waarschuwing (zie „Oorzaken en oplossingen van fouten”, pagina 75) auto- matisch uitgeschakeld. Laat het meetgereedschap weer op de juiste temperatuur komen en schakel het dan weer in. Om energie te sparen, schakelt u het meetgereedschap alleen in als u het gebruikt. Meetvoorbereiding Emissiegraad voor oppervlaktetemperatuurmetingen in- stellen De emissiegraad van een voorwerp is afhankelijk van het ma- teriaal en de structuur van zijn oppervlak. Dit bepaalt of een voorwerp in vergelijking met andere voorwerpen van dezelfde temperatuur veel of weinig infraroodwarmtestraling uitzendt. Voor de bepaling van de oppervlaktetemperatuur wordt con- tactloos de natuurlijke infrarood-warmtestraling gemeten die het object waarop wordt gericht, uitstraalt. Voor correcte me- tingen moet de op het meetgereedschap ingestelde emissie- graad bij elke meting gecontroleerd en eventueel aan het meetobject aangepast worden. U kunt een van de vooringestelde emissiegraden kiezen of een nauwkeurige cijferwaarde invoeren. Stel de gewenste emissiegraad via het menu „Meting” >„Emissiegraad” in (zie pagina 73). Correcte temperatuurmetingen zijn alleen mogelijk, wanneer de ingestelde emissiegraad en de emissie- graad van het object overeenstemmen. Kleurverschillen kunnen te wijten zijn aan verschillende tem- peraturen en/of aan verschillende emissiegraden. Bij sterk verschillende emissiegraden kunnen de weergegeven tempe- ratuurverschillen duidelijk afwijken van de werkelijke ver- schillen. Indicatie Capaciteit >2/3 ≤2/3 ≤1/3 ≤10% Batterijen of accu wisselen OBJ_BUCH-3136-002.book Page 71 Tuesday, August 22, 2017 6:26 PM72 | Nederlands 1 609 92A 3RD | (22.8.17) Bosch Power Tools Als zich meerdere meetobjecten van verschillend materiaal of verschillende structuur in het meetbereik bevinden, dan zijn de weergegeven temperatuurwaarden alleen bindend bij de objecten die bij de ingestelde emissiegraad passen. Bij alle andere objecten (met andere emissiegraden) kunnen de weergegeven kleurverschillen als aanwijzing voor tempera- tuurrelaties worden gebruikt. Opmerkingen over de meetvoorwaarden Sterk reflecterende of glanzende oppervlakken (bijv. glan- zende tegels of blanke metalen) kunnen de weergegeven resultaten vervalsen of belemmeren. Plak indien nodig het meetvlak af met een donkere, matte plakband die goed warmtegeleidend is. Laat de plakband op het oppervlak even op de juiste temperatuur komen. Let bij reflecterende oppervlakken op een gunstige meet- hoek, zodat gereflecteerde warmtestraling van andere objecten het resultaat niet vervalst. Zo kan bijvoorbeeld bij metingen verticaal van voren de reflectie van uw lichaams- warmte de meting belemmeren. Bij een egaal oppervlak zou- den zo de omtrekken en temperatuur van uw lichaam kunnen worden weergegeven (gereflecteerde waarde), die niet overeenkomen met de eigenlijke temperatuur van het geme- ten oppervlak (geëmitteerde waarde of werkelijke waarde van het oppervlak). De meting door transparante materialen (bijv. glas of trans- parante kunststoffen) heen is vanwege het principe niet mogelijk. De meetresultaten worden nauwkeuriger en betrouwbaarder naarmate de meetomstandigheden beter en stabieler zijn. De infrarood-temperatuurmeting wordt belemmerd door rook, stoom/hoge luchtvochtigheid of stoffige lucht. Aanwijzingen voor een betere nauwkeurigheid van de metingen: – Loop zo dicht mogelijk naar het meetobject toe om stoor- factoren tussen u en het meetoppervlak tot een minimum te beperken. – Ventileer binnenvertrekken vóór de meting, vooral wan- neer de lucht vervuild of erg nevelig is. Laat de ruimte na het ventileren een tijdje op temperatuur komen tot deze weer de gebruikelijke temperatuur heeft bereikt. Indeling van de temperaturen aan de hand van de verdeelschaal Aan de rechterkant van het display krijgt u een ver- deelschaal te zien. De waarden helemaal boven- en onderaan richten zich naar de in het warmte- beeld geregistreerde maximum- of minimumtem- peratuur. De toewijzing van een kleur aan een tem- peratuurwaarde in het beeld gebeurt gelijkmatig verdeeld (lineair). Met behulp van de verschillende kleuren kunnen op deze manier temperaturen binnen deze twee randwaarden worden ingedeeld. Een temperatuur die precies tussen de maximum- en minimum- waarde ligt, kan zo bijvoorbeeld bij het middelste kleurbereik van de verdeelschaal worden inge- deeld. Voor de temperatuurbepaling van een concreet gedeelte beweegt u het meettoestel, zodat het dradenkruis met temperatuuraanduiding l op het gewenste punt of gedeelte is gericht. In de automatische instelling wordt het kleurenspectrum van de verdeelschaal steeds over het gehele meetbereik binnen de maximum- of minimumtemperatuur lineair (= gelijkmatig) verdeeld. De warmtebeeldcamera geeft alle gemeten temperaturen in het meetbereik in verhouding tot elkaar weer. Als in een ge- deelte, bijvoorbeeld in een gekleurde weergave, de warmte in het kleurenpallet blauwachtig wordt weergegeven, dan bete- kent dit dat de blauwachtige gedeeltes bij de koudere meet- waarden in het huidige meetbereik horen. Deze gedeeltes kunnen echter toch in een temperatuurbereik liggen dat even- tueel kan resulteren in letsel. Let daarom altijd op de weerge- geven temperaturen op de verdeelschaal of direct bij het dra- denkruis. Functies Aanpassen van de kleurweergave Afhankelijk van meetsituatie kunnen verschillende kleurenpa- letten de analyse van het warmtebeeld vereenvoudigen en ob- jecten of de stand van zaken duidelijker op het display afbeel- den. De gemeten temperaturen worden hierdoor niet beënvloed. Alleen de weergave van de temperatuurwaarden verandert. Voor het wisselen van het kleurenpalet blijft u in de meetmo- dus en drukt u op de pijltoetsen rechts 8 of links 12. Overlapping van warmte- en echt beeld Voor een betere oriëntatie (= ruimtelijke indeling van het weergegeven warmtebeeld) kan bij evenwichtige tempera- tuurbereiken bovendien ook een visueel echt beeld worden ingeschakeld. Opmerking: De overlapping van warmte- en echt beeld is bij een afstand van 0,55 m nauwkeurig. Bij afwijkende afstanden tot het meetobject kan een verplaatsing tussen warmte- en echt beeld ontstaan. Materiaal Emissiegraad (indicatiewaarde 0°C...100°C) Beton 0,93 Pleisterwerk/specie 0,93 Baksteen 0,93 Dakvilt 0,93 Radiatorlak 0,93 Hout 0,91 Linoleum 0,88 Papier 0,89 21,8 °C 32,5 °C OBJ_BUCH-3136-002.book Page 72 Tuesday, August 22, 2017 6:26 PMNederlands | 73 Bosch Power Tools 1 609 92A 3RD | (22.8.17) De warmtebeeldcamera biedt u de volgende mogelijkheden: – 100 % infraroodbeeld Uitsluitend het warmtebeeld wordt weergegeven. – Beeld in beeld Het weergegeven warmtebeeld wordt afgesneden en het omringende gedeelte wordt als echt beeld weergegeven. Deze instelling verbetert de ruimtelijke indeling van het meetbereik. – Transparantie Het weergegeven warmtebeeld wordt iets transparant over het echte beeld gelegd. Zo kunnen objecten beter worden herkend. Door op de pijltoetsen boven 5 of beneden 10 te drukken kunt u de instelling aanpassen. Verdeelschaal vastzetten De aanpassing van de kleurverdeling in het warmtebeeld ge- beurt automatisch, maar kan door op de functietoets rechts 7 te drukken worden bevroren. Dit maakt het mogelijk om warmtebeelden te vergelijken die onder verschillende tempe- ratuuromstandigheden werden opgenomen (bijv. bij de con- trole van meerdere ruimtes op warmtebruggen). Om de verdeelschaal weer naar automatisch te schakelen, drukt u opnieuw op de functietoets rechts 7. De temperatu- ren gedragen zich nu weer dynamisch en passen zich aan de gemeten minimum- en maximumwaarden aan. Meetfuncties Om verdere functies op te vragen die u kunnen helpen bij de weergave, drukt u op de toets „Func” 6. Navigeer met rechts/links in de weergegeven opties om een functie te kie- zen. Kies een functie en druk opnieuw op de toets „Func” 6. De volgende meetfuncties staan ter beschikking: – „Automatisch” De kleurverdeling in het warmtebeeld gebeurt automatisch – „Warmtezoeker” In deze meetfunctie worden alleen de warmere temperatu- ren in het meetbereik als warmtebeeld weergegeven. Het gedeelte buiten deze warmere temperaturen wordt als echt beeld in grijstinten weergegeven om gekleurde objecten niet abusievelijk met temperaturen in verbinding te brengen (bijv. rode kabel in schakelkast bij het zoeken naar overver- hitte bouwelementen). Pas de verdeelschaal met de toetsen omhoog 5 en omlaag 10 aan. Het weergegeven tempera- tuurbereik wordt daardoor vergroot of verkleind. Het toestel meet minimum- en maximumtemperaturen ver- der mee en geeft deze aan de uiteinden van de verdeel- schaal weer. U kunt echter regelen welk temperatuurbe- reik als warmtebeeld in kleur moet verschijnen. – „Koudezoeker” In deze meetfunctie worden alleen de koudere temperatu- ren in het meetbereik als warmtebeeld weergegeven. Het gedeelte buiten deze koudere temperaturen wordt als echt beeld in grijstinten weergegeven om gekleurde objecten niet abusievelijk met temperaturen in verbinding te bren- gen (bijv. blauw kozijn bij het zoeken naar gebrekkige iso- latie). Pas de verdeelschaal met de toetsen omhoog 5 en omlaag 10 aan. Het weergegeven temperatuurbereik wordt daardoor vergroot of verkleind. Het toestel meet minimum- en maximumtemperaturen ver- der mee en geeft deze aan de uiteinden van de verdeel- schaal weer. U kunt echter regelen welk temperatuurbe- reik als warmtebeeld in kleur moet verschijnen. – „Handmatig” Als sterk afwijkende temperaturen in het warmtebeeld worden gemeten (bijv. radiator als heet object bij onder- zoek van warmtebruggen), dan worden de beschikbare kleuren over een groot aantal temperatuurwaarden in het bereik tussen maximum- en minimumtemperatuur ver- deeld. Dit kan ertoe leiden dat fijne temperatuurverschil- len niet meer gedetailleerd kunnen worden weergegeven. Om een weergave van de focustemperatuur met meer de- tails te verkrijgen, gaat u als volgt te werk: nadat u naar de modus „Handmatig” bent gegaan, kunt u de maximum- of minimumtemperatuur instellen. Zo kunt u het tempera- tuurbereik vastleggen dat voor u relevant is en waarin u fij- ne verschillen wilt herkennen. De instelling Reset past de verdeelschaal weer automatisch aan de gemeten waarden in het gezichtsveld van de infraroodsensor aan. Hoofdmenu Om in het hoofdmenu te komen, drukt u op de toets „Func” 6 voor het opvragen van de meetfuncties. Druk nu op de func- tietoets rechts 7. – „Meting” – „Indicatie” – „Emissiegraad” c: Voor enkele van de meest voorkomende materialen kan worden gekozen uit opgeslagen emissiegraden. Kies in het menupunt „Materiaal” het passende materiaal. De bijbehorende emissiegraad verschijnt in de regel eronder. Wanneer u de precieze emissiegraad van uw meetobject weet, dan kunt u deze ook als getalswaarde in het menu- punt „Emissiegraad” instellen. – „Gereflecteerde temperatuur”: De instelling van deze parameter verbetert het meetre- sultaat vooral bij materialen met een lage emissiegraad (= hoge reflectie). Meestal komt de gereflecteerde tem- peratuur overeen met de omgevingstemperatuur. Wanneer objecten met sterk afwijkende temperaturen in de buurt van sterk reflecterende objecten de meting kunnen beenvloeden, dan moet deze waarde worden aangepast. – „Hotspot” k: „AAN/UIT” In deze functie wordt het heetste punt (= meetpixels) in het meetbereik automatisch gemarkeerd door een rood dradenkruis in het warmtebeeld. Dit kan het voor u ge- makkelijker maken om een kritisch punt te herkennen, bijv. een losse klem in de schakelkast. – „Coldspot”m: „AAN/UIT” Het koudste punt (= meetpixels) in het meetbereik wordt voor u automatisch gemarkeerd door een blauw dradenkruis in het warmtebeeld. Dit kan het voor u ge- makkelijker maken om een kritisch punt te herkennen, bijv. een niet dichte plek in een isolatie. OBJ_BUCH-3136-002.book Page 73 Tuesday, August 22, 2017 6:26 PM74 | Nederlands 1 609 92A 3RD | (22.8.17) Bosch Power Tools – „WiFi”: „AAN/UIT” (zie „Gegevensoverdracht”, pagina 74) – „Track My Tools”: „AAN/UIT” (zie „TrackMyTools”, pagina 76) – „Toestel” Om een willekeurig menu te verlaten en terug te keren naar het standaard displayscherm, kunt u ook op de toets 17 drukken. Documenteren van meetresultaten Meetresultaten opslaan Direct na het inschakelen begint het meetgereedschap met de meting en gaat hier continu tot aan het uitschakelen mee door. Om een beeld op te slaan, richt u de camera op het gewenste meetobject en drukt u op de toets Opslaan 11. Het beeld wordt in het interne geheugen van de camera opgeslagen. Of u drukt op de toets Meting bevriezen 17. De meting wordt be- vroren en u krijgt deze op het display te zien. Dit stelt u in staat om het beeld rustig te bekijken. Als u het bevroren beeld niet wilt opslaan, dan komt u met toets 17 weer in de meetmodus. Wanneer u het beeld in het interne geheugen van de camera wilt opslaan, druk dan op de toets Opslaan 11. Opgeslagen beelden opvragen Voor het opvragen van opgeslagen warmtebeelden gaat u als volgt te werk: – Druk op de functietoets links 13. Op het display verschijnt nu de laatst opgeslagen foto. – Om tussen de opgeslagen warmtebeelden te wisselen, drukt u op de pijltoetsen rechts 8 of links 12. Opgeslagen beelden wissen Voor het wissen van afzonderlijke warmtebeelden gaat u naar het galerijscherm: – Druk op de rechter functietoets 7 onder het prullenbak- symbool. – Bevestig het proces met de linker functietoets 13 of annu- leer het wissen door op de rechter functietoets 7 onder het Annuleren-symbool te drukken. Alle foto’s wissen In het menu „Alle foto’s wissen” kunt u alle bestanden die zich in het interne geheugen bevinden, in één keer wissen. Druk op de toets „Func” 6 voor het opvragen van de meet- functies. Druk nu op de rechter functietoets 7 en kies „Toestel” > „Alle foto’s wissen”. Druk op de pijltoets rechts 8 om in het submenu te komen. Druk daarna ofwel op de lin- ker functietoets 13 onder het vinkje-symbool om alle bestan- den te wissen, of op de rechter functietoets 7 onder het kruis- symbool om het proces te annuleren. Gegevensoverdracht Gegevensoverdracht via USB-interface Open de afdekking van de micro-USB-bus 3. Verbind de micro-USB-bus van het meetgereedschap via de meegele- verde micro-USB-kabel met uw pc of notebook. Schakel de warmtebeeldcamera nu met de toets 9 in. Open de bestandsbrowser en kies het station „BOSCH GTC 400 C”. De opgeslagen JPG-bestanden kunnen vanuit het interne geheugen van het meetgereedschap gekopieerd, naar uw computer verplaatst of gewist worden. Zodra u het gewenste proces heeft beëindigd, koppelt u het station standaard los en schakelt vervolgens de warmtebeeld- camera met de toets 9 weer uit. Verwijder de micro-USB-kabel tijdens het meten en sluit de afdekking 3. Attentie: Meld het station altijd eerst bij uw besturingssy- steem af (schijf uitwerpen), omdat anders het interne geheu- gen van de warmtebeeldcamera kan worden beschadigd. Houd de afdekking van de USB-poort altijd gesloten, zodat er geen stof of spatwater in de behuizing kan binnendringen. Opmerking: Verbind het meetgereedschap alleen met een pc of notebook. Het toestel zou beschadigd kunnen raken, wan- neer u het met een ander apparaat verbindt. Opmerking: De micro-USB-poort dient uitsluitend voor gege- vensoverdracht; batterijen en accu’s kunnen hier niet worden geladen. – „Dradenkruis” l: „AAN/UIT” Het dradenkruis wordt in het midden van het warmte- beeld weergegeven en geeft u de gemeten temperatuur- waarde op dit punt aan. – „Verdeelschaal” h: „AAN/UIT” – „Taal” Onder dit menupunt kunt u de taal van alle aanduidingen aanpassen. – „Tijd & datum” a Voor de wijziging van datum en tijd in de aanduiding vraagt u het submenu „Tijd & datum” op. In dit subme- nu kunt u bovendien het datum- en tijdformaat wijzigen. Voor het verlaten van het submenu „Tijd & datum” drukt u ofwel op de linker functietoets 13 onder het vinkje-symbool om de instellingen op te slaan, of op de rechter functietoets 7 onder het kruis-symbool om de wijzigingen te verwerpen. – „Geluidssignalen”: „AAN/UIT” Onder dit menupunt kunt u de geluidssignalen in-/uit- schakelen. – „Uitschakeltijd” Onder dit menupunt kunt u het tijdsinterval kiezen waar- na het meetgereedschap automatisch moet uitschake- len, wanneer op geen enkele toets wordt gedrukt. U kunt de automatische uitschakeling ook deactiveren door de instelling „Nooit” te kiezen. – „Alle foto’s wissen” Onder dit menupunt kunt u alle bestanden die zich in het interne geheugen bevinden, in één keer wissen. Druk op de pijltoets rechts 8 voor „meer ...” om in het submenu te komen. Druk daarna ofwel op de linker functietoets 13 onder het vinkje-symbool om alle bestanden te wis- sen, of op de rechter functietoets 7 onder het kruis-sym- bool om het proces te annuleren. – „Toestelinformatie” Onder dit menupunt kunt u informatie over het meetge- reedschap opvragen. U vindt daar het serienummer van het meetgereedschap en de geïnstalleerde soft- wareversie. OBJ_BUCH-3136-002.book Page 74 Tuesday, August 22, 2017 6:26 PMNederlands | 75 Bosch Power Tools 1 609 92A 3RD | (22.8.17) Nabewerking van de warmtebeelden De opgeslagen warmtebeelden kunt u op uw computer onder een Windows-besturingssysteem nabewerken. Download hiervoor de GTC-transfer-software van de productpagina van de warmtebeeldcamera op www.bosch-professional.com/gtc. Gegevensoverdracht via WiFi Het meetgereedschap is uitgerust met een WiFi-module waar- mee opgeslagen beelden van uw warmtebeeldcamera draad- loos naar een mobiel eindapparaat kunnen worden overge- bracht. Hiervoor is als software-interface de applicatie (app) „Measuring Master” nodig. Deze kan afhankelijk van het eindapparaat in de betreffende stores gedownload worden: Met de applicatie „Measuring Master” kunt u, naast de draadloze overdracht van uw beelden, de functies uitbreiden en dit maakt het nabewerken en doorsturen van de meet- gegevens (bijv. per e-mail) gemakkelijker. Informatie over de noodzakelijke systeemvereiste voor een WiFi-verbinding vindt u op de Bosch-internetpagina „www.bosch-professional.com/gtc”. Om de WiFi-verbinding bij het meetgereedschap te active- ren/deactiveren, vraagt u het hoofdmenu op, navigeert u met de toetsen naar de optie „WiFi” en activeert/deactiveert u deze. Op het display verschijnt de aanduiding e. Zorg ervoor dat de WiFi-interface op uw mobiele eindapparaat geactiveerd is. Na het starten van de Bosch-applicatie kan (bij geactiveerde WiFi-modules) de verbinding tussen mobiel eindapparaat en meetgereedschap tot stand worden gebracht. Volg hiervoor de instructies van de applicatie „Measuring Master”. Oorzaken en oplossingen van fouten Bij een storing voert het toestel een herstart uit en kan vervolgens weer worden gebruikt. Anders helpt het onderstaande over- zicht u bij permanente foutmeldingen. Fout Oorzaak Oplossing Meetgereedschap kan niet ingeschakeld worden. Accu of batterijen leeg Laad de accu op of wissel de batterijen. Accu te warm of te koud Laat de accu op de juiste temperatuur komen of wissel deze. Meetgereedschap te warm of te koud Laat het meetgereedschap op de juiste temperatuur komen. Beeldgeheugen defect Formatteer het interne geheugen door alle foto’s te wissen (zie „Alle foto’s wissen”, pagina 74). Als het probleem blijft bestaan, stuur het meetgereedschap dan naar een geautoriseerde Bosch-klantenservice. Beeldgeheugen vol Breng de foto’s indien nodig over naar een ander opslagmedium (bijv. computer of notebook). Wis daarna de foto’s in het interne geheugen. Meetgereedschap defect Stuur het meetgereedschap naar een geautoriseerde Bosch-klantenservice. Meetgereedschap kan niet met een com- puter worden verbonden. Meetgereedschap wordt niet door de computer herkend. Controleer of het stuurprogramma op uw computer actueel is. Eventueel is een nieuwere versie van het besturingssysteem op de computer nodig. Micro-USB-aansluiting of micro-USB-kabel defect Controleer of het meetgereedschap met een andere computer kan worden verbonden. Als dit niet het geval is, stuur het meetgereedschap dan naar een geautoriseerde Bosch-klantenservice. OBJ_BUCH-3136-002.book Page 75 Tuesday, August 22, 2017 6:26 PM76 | Nederlands 1 609 92A 3RD | (22.8.17) Bosch Power Tools Begripsverklaringen Infrarood-warmtestraling De infrarood-warmtestraling is een elektromagnetische stra- ling die door elk lichaam wordt uitgestraald. De hoeveelheid straling is afhankelijk van de temperatuur en de emissiegraad van het lichaam. Emissiegraad De emissiegraad van een object is afhankelijk van het materi- aal en van de structuur van zijn oppervlak. Deze geeft aan hoe- veel infrarood-warmtestraling het object in vergelijking met een ideale warmtestraler (zwart lichaam, emissiegraad =1) afgeeft. Warmtebrug Met warmtebrug wordt een object aangeduid dat ongewenst warmte naar buiten of binnen leidt en zich zodoende aanzien- lijk onderscheidt van de overige of gewenste temperatuur van een wand. Aangezien de oppervlaktetemperatuur bij warmtebruggen lager is dan in de overige ruimte, neemt het schimmelgevaar op deze plaatsen sterk toe. Gereflecteerde temperatur / reflectievermogen van een object De gereflecteerde temperatuur zijn de warmtestralingen die niet van het object zelf uitgaan. Afhankelijk van de structuur en het materiaal worden omgevingsstralingen in het te meten object gereflecteerd en vervalsen zo het eigenlijke tempera- tuurresultaat. Objectafstand De afstand tussen het meetobject en het meettoestel beïn- vloedt de geregistreerde oppervlakgrootte per pixel. Met een toenemende objectafstand kunt u steeds grotere objecten re- gistreren. TrackMyTools Met de Bluetooth® Low Energy Module kan het meetgereed- schap persoonlijk worden ingesteld en kan de status ervan worden gecontroleerd. Tevens kunnen instellingen en gege- vens op basis van Bluetooth®-radiotechnologie worden over- gebracht. Voeding TrackMyTools-Bluetooth®-module Het meetgereedschap is uitgerust met een knoopcel, zodat het ook zonder geplaatste accu 23 of batterijen via TrackMyTools door een mobiel eindapparaat kan worden ge- registreerd. Meer informatie krijgt u direct in de app van Bosch. Gegevensoverdracht De TrackMyTools-Bluetooth®-module kunt u in de toestelin- stellingen in- of uitschakelen. Daarna zendt het een continu signaal uit. Het zendinterval van de module bedraagt acht seconden. Afhankelijk van omgeving kunnen tot wel drie zendintervallen nodig zijn, voordat het meetgereedschap wordt herkend. Opmerking: Schakel TrackMyTools uit, wanneer u zich be- vindt in ruimtes waar het uitzenden van radiogolven verboden is, bijv. in een vliegtuig. Registratie en instelling van de app/webapplicatie Om TrackMyTools te kunnen gebruiken, moet u zich eerst on- line registreren. Ga hiervoor naar de website www.bosch-trackmytools.com en voer de registratie uit. Na afsluiting van de registratie ont- vangt u uw toegangsgegevens. Download de app TrackMyTools via een overeenkomstige app-store (Apple App Store, Google Play Store) of vraag de webtoepassing via https://web.bosch-trackmytools.com op. Hier kunt u zich met uw toegangsgegevens aanmelden. Nu kunt u uw inventaris met behulp van de app/webapplicatie aanleggen en beheren. Opmerking: Volg eerst de tutorial van de app/webtoepassing helemaal. Daardoor krijgt u een beter overzicht van de werk- wijze bij het aanleggen van de inventaris en over de bediening van de software. Onderhoud en service Onderhoud en reiniging Bewaar en transporteer het meetgereedschap alleen in een geschikte houder zoals de originele verpakking of het opberg- etui (accessoire). Plak geen stickers in de buurt van de infra- rood-sensor op het meetgereedschap. Houd het meetgereedschap altijd schoon. Tijdens het reinigen mag geen vloeistof in het meetgereed- schap binnendringen. Probeer niet met spitse voorwerpen vuil uit de sensor, van de camera of de ontvangstlens te verwijderen, en veeg niet over camera en ontvangstlens (gevaar voor krassen). Wanneer u een hernieuwde kalibratie van uw meetgereed- schap wenst, neem dan contact op met een Bosch servicecentrum (adressen zie hoofdstuk „Klantenservice en gebruiksadviezen”). Stuur voor reparatie het meetgereedschap in de originele ver- pakking of het opbergetui (accessoire) op. De geïntegreerde knoopcel mag alleen voor het afvoeren door geschoold personeel verwijderd worden. Door het openen van de behuizingsschaal kan het meetgereedschap worden vernietigd. Draai de schroeven op de behuizing eruit en haal de behuizingsschaal eraf om de knoopcel te verwijderen. Afstand (m) Grootte infrarood- pixels (mm) Infraroodbereik breedte x hoogte (m) 0,5 3 ~0,5 x 0,4
Notice-Facile