Climate 5000i - Airconditioning BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Climate 5000i BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Climate 5000i BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Climate 5000i - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Climate 5000i van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING Climate 5000i BOSCH
EC 53 Temperatuurianduri torge seadm T4 (valistemperatuur)
EC 54 Temperatuurianduri torge TP-I (kompressori labipuhketorustik)
EC 56 Temperatuurianduri torge seadelm T2B (aurustipooli valjalase; ainult multisplit-kliimaseade)
EH 0A Parameetrite torge siseseadme EEPROMis
EH00
Inhoudsopgave 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsin
1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsinstrumentes. 152
1.1 Toelichting op de symbolen. 152
1.2 Algemene veiligheidsinstructies 153
1.3 Aanwijzingen bij dieze instructie 153
2 Productinformationie 154
2.1 Conformiteitsverklaring. 154
2.2 Leveringsomvang 154
2.3 Afmetingen en minimale afstanden 154
2.3.1 Binnenunit en buitenunit 154
2.3.2 Koudemiddelleidingen. 154
2.4 Specifications koudemiddel 154
3 Installatie. 155
3.1 Voor de installment 155
3.2 Eisen aan de opstellingsplaats 155
3.3 Montage van het toestel. 155
3.3.1 Binnenunit monteren 155
3.3.2 Buitenunit monteren 155
3.4 Aansluiting van de buizen 156
3.4.1 Koudemiddelleidingen op de binnen- en aan de buitenunit aansluiten 156
3.4.2 Condensafvoer op de binnenunit aansluiten....156
3.4.3 Dichtheid controlleren en installmente vullen 156
3.5 Aansluiten elektrisch 157
3.5.1 Algemene aanwijzingen 157
3.5.2 Binnenunit aansluiten 157
3.5.3 Buitenunit aansluiten 157
4 Inbedrijftstelling 158
4.1 Checklist voor de inbedrijfname 158
4.2 Werkingscontrole. 158
4.3 Overdracht aan de eigenaar 158
5 Storingenverhelpen 158
5.1 Storingen met weergave 158
5.2 Storingen zonder weergave. 159
6 Millieubescherming en afvalverwerking. 160
7 Informatie inzake gegevensbescherming 160
1.1 Toelichting op de symbolen
Waarschuwingen
Bij waarschuwingen geben signalaalwoorden de soort en de ernst van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar nicht worden opgevolgd.
De volgende signaalwoorden zijn vastgelegd en{kunnen in dit document worden gebruikt:

GEVAAR
GEVAAR betekent dat ernstig tot levensgevaarlijk lichamelijk letsel za ontstaan.

WAARSCHUWING
WAARSCHUWING betekent dat zwaar tot levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan ontstaan.

VOORZICHTIG
VOORZICHTIG betekent, datlicht tot middelzwaar lichamelijk letsel kan ontstaan.
OPMERKING
OPMERKING betekent dat materielle schade kan ontstaan.
Belangrijke informatie

Belangrijke informatie, zonder gevaar voor mens of materialen, worden met het getoonde info-symbol gemarkeerd.
Symbool Betekenis

Waarschuwing voor ontvlambare stoffen: het koudemiddel R32 in dit product is een gas met geringe brandhaarheid en geringe giftigheid (A2L of A2).

Het onderhoud moet door een gekwalificeerd persoon worden uitgevoerd volgens de instructies in de onderhoudsinstructie.

Tijdens gebruik de instructies in de gebruiksinstruktie aanhonden.
Tabel 1
1.2 Algemene veiligheidsinstructies
Instructies voor de doelgroep
Deze installmentie-instructie is bedoeld voor vakmensen op het gebied van koude- en klimaattechniek en elektrotechniek. De instructies in alle installmenterelevante handleidingen moeten worden aangehonden. Indien deze Niet worden aangehonden kan materiaèle schade en lichamelijk letsel en zelfs levensgevaar ontstaan.
Lees de installatione-instructies van alle installationecomponenten door voordat u begint met installatione.
Houd de veiligheids- en waarschuwingsinstructies aan.
Houd de nationale en régionale voorschriften, technische regels en richtlijnen aan.
Documenteer uitgevoerde werkzaamheden.
Correct gebruik
De binnenunit is bedoeld voor de installmentie in het gebouw met aansluiting op een buitenunit en andere systeemcomponenten, bijvoorbeeld regelingen.
De buitenunit is bedoeld voor de installmente buiten het gebouw met aansluiting op een of meerere binnen-units en andere systeemcomponenten, bijvoorbeeld regelingen.
lederander gebruikkomt Niet overeen met de voorschriften.Verkeerd gebruik enaaruitresulterende schade valt Niet onder de aansprakelijkheid.
Voor de installmentie op speciale locaties (parkeergarages, technische ruimte, balkon of andere half openplaatsen):
Houd de eisen aan de installmentieplaats in de technische documentatie aan.
Algemene gevaren door het koudemiddel
Dit toestel is met koudemiddel R32 bevuld. Koudemiddelgas kan bij contact met vuur giftige gassen vormen.
Wanner tijdens de installment koudemiddel ontsnapt, de ruimte grondig ventileren.
- Na de installmentie de dichtheid van de installmentie controeren.
- Geen andere stoffen dan het gespecificierde koudemiddel (R32) in het koudemiddelcircuitterecht latentkommen.
Veiligkeit van huishoudelijk en soortgelijke elektrische toestellen
Tervoorkoming van gevaar door elektrische apparatuur gelden conform EN 60335-1 de volgende instructies: "Dit toestel kan door kinderen vanaf 8aar en ouder en door personen met verminderde fysische, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, wanner deze onder toezicht staan of voor wat betreft het veilig gebruik van het toestel zich geinstrueerd en de waaruitresulterende gevaren begrijpen. Kinderen mogen Niet met het toestel spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen nicht door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd."
"Wonneer de netaansluitkabel worden beschadigd, moet deze door de fabrikant of haar servicedienst of een gekwalificierde persoon worden verrangen, om gevaar te vermijden."
Overdracht aan de eigenaar
Instrueler de gebruiker bij de overdracht in de bedie-ning en bedrijsvoorwaarden van de airconditioning.
Leg de bediening uit - ga waar bij in het bijzonder in op alle veiligheidsrelevante handelingen.
Wijs met name op de volgende punten:
- Ombouw of reparatie mogen alleen door een erkende installmenter worden uitgevoerd.
- Voor het veilig en milieuvriendelijk gebruik is minimaal een Jaarlijkse inspectie en een behoefteafhankelijk reining en onderhoud nodig.
De mogelijk gevolgen (persoonlijk letsel of dood of materielle schade) van een ontbrekende of onjuiste inspectie, reiniging en onderhoud te identificeren.
- Geef de installmenten bedieningsinstrumenties aan de eigenaar in bewaring.
1.3 Aanwijzingen bij deze instructie
Afbeeldingen vindt u verzameld aan het eind van deze instructie. De tekst bevat verwijzingen maar de afbeeldingen.
De producten können afhankelijk van het model afwijken van de weergave in deze instructie.
2 Productinformationie
2.1 Conformiteitsverklaring
Dit product voldoet qua constructie en werking aan de Europese en nationale vereisten.
Met de CE-markering worden de conformiteit van het product met alle toepasbare EU-voorschriften bevestigd,welke samenhagen met het aanbrengen van deze markering.
De volledige tekst van de conformiteitsverklaring is via internet beschikbaar: www.bosch-thermotechniek.nl.
2.2 Leveringsomvang
Legendabijafb.1:
[1] Buitenunit (gevuld met koudemiddel)
[2] Binnenunit (gevuld voor stiktstof)
[3] Koudkatalysatorfilter (zwart) en biofilter (groen)
[4] Afvoerbocht met pakking (voor buitenunit met stand- of wandconsole)
[5] Ruimtethermostaat
[6] Houder afstandsbediening met bevestigingschroef
[7] Bevestigingsmaterial (5 schroeven en 5 pluggen)
[8] Documentenset voor productdocumentationie
[9] 5-aderige communicatiekabel (optionele accessoire)
[10] 4 trillingsdempers voor de buitenunit
2.3 Afmetingen en minimale afstanden
2.3.1 Binnenunit en buitenunit
Afbeeldingen 2 tot 4.
2.3.2 Koudemiddelledingingen
Legendabijafb.5:
[1] Gaszijdige buis
[2] Vloeistofzijdige buis
[3] Sifonvormige bocht als olieafscheider
i
Wanner de buitenunit hoger dan de binnenunit worden geplaatst, gazijdig na maximaal 6 m een sifonvormige bocht uitvoeren en na elke volgende 6 m een volgende sifonvormige bocht ( aff., 5, [1]).
- Maximale buislengte en maximale hoogteverschil:tussen binnenunit en buitenunit aanhonden.
| Maximale buislengte1) [m] | Maximale hoogteverschil2) [m] | |
| CL5000i 26 E ≤ 25 ≤ 10 | ||
| CL5000i 35 E ≤ 25 ≤ 10 | ||
1) Gaszijde of vloeistofzijde
2) Gemeten van onderkant tot onderkant.
Table 2 Buislengthe en hoogteverschil
| Toesteltype | Doorlaat | |
| Vloeistofzijde [mm] | Gaszijde [mm] | |
| CL5000i 26 E | 6,35 (1/4") 9,53 | (3/8") |
| CL5000i 35 E | 6,35 (1/4") 9,53 | (3/8") |
Table 3 Buisdiameter afhankelijk van het toesteltype
| Doorlaat [mm] | Alternatieve doorlaat [mm] |
| 6,35 (1/4") | 6 |
| 9,53 (3/8") | 10 |
Tabel 4 Alternatieve doorlaat
| Specificatie van de buizen | |
| Minimale buislengte | 3 m |
| Standaard buislengte | 5 m |
| Extra koudemiddel bij een buislengtemeer dan 5 m | 12 g/m |
| Buisdikte | ≥ 0,8 mm |
| Dikte isolatie | ≥ 6 mm |
| Materialial isolatie | Polyethylen schuimrubber |
Tabl5
2.4 Specificaties koudemiddel
Dit toestel bevat gefluoreerde broeikasgassen als koudemiddel. Het toestel is hermetisch afgesloten. De gegevens over het koudemiddel conform de EU-verordening nr. 517/2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen vindt u in de gebruiksinstructie van het toestel.
i
Instructie voor de installerateur: wanner u koudemiddel bijvult, vult u de bijvulhoeveelheid en de totale hoeveelheid van het koudemiddel in de tabel "Gegevens koudemiddel" van de gebruiksinstructie in.
3 Installatie
3.1 Voor de installment

VOORZICHTIG
Gevaar voor lichamelijk letsel door scherpe randen en bramen!
Draag bij de installmentie werkhandsoenen.

VOORZICHTIG
Gevaar door verbranding!
De buizen wordenijdens bedrijf zeer heet.
Waarborg, dat de buizen voor het aanraken zich afgekoeld.
Controller of de leveringsomvang Niet beschadigd is.
Controller of bij het openen van de buizen van de binneneenheid sisen vanwege onderdruk waarneembaar is.
3.2 Eisen aan de opstellingsplaats
Minimale afstanden aanhouden ( afl.2 tot 3).
binnenunit
De binnenunit Niet in een ruimte installeren, waar open ontstekingsbronnen worden gezruikt (bijvoorbeeld open vuur, een werkend cy-toestel of een werkende elektrische verwarming).
De installmentieplaats mag Niet hoger liggen dan 2000 m boven zeiniveau.
De luchtinlaat en de luchtuitlaat vrij houden van hindernissen, zDat de lucht ongehinderd kan circuleren. Anders kan vermogensverlies en een hoger geluidsdrukniveau optreden.
TV-toestellen, radio's en dergelijke toestellen op minimaal 1 m afstand van het toestel en de afstandsbediening houden.
Voor de montage van de binnenunit een wand kiezen, die trillingen dempt.
Minimale ruimteppervlak in acht nemen.
| Toesteltype Maximale installatiehoogte [m] | Minimale ruimteoppervlak [m²] | |
| CL5000iU W 26 E | ≥1,8 ≥4 | |
| CL5000iU W 35 E | ||
Tabel 6 Minimale ruimteoppervlak
Bij geringere inbouwhoogte moet het vloeroppervlak overeenkomstig groter+zijn.
Buitenunit
De buitenunit Niet blootstellen aan machine-oliedamp, hete stoom, zwavelgas enzovoort.
- De buitenunit nicht vlak bij water installeren of aan de zeewind bloot-stellen.
De buiteneenheid moet altiqd vrij blijven van sneeuw.
Afvoerlucht of de bedrijfsgeluiden mogen nicht storen.
De lucht moet goed rondon de buitenunit circuleren, het toestel mag城县 hier st aan krachtige wind worden blootgesteld.
Hetijdens gelebruik optredend condenswater要去 probleemloos hunnen weglopen. Indien nodig, een afvoerslang installeren. In koude regio's is de installment van een afvoerslang af te raden, odomat er bevriezingen hunnen optreden
De buitenunit op een stabiele planta opstellen.
3.3 Montage van het toestel
OPMERKING
Materièle schade door verkeerde montage!
Door verkeerde montage kan het toestel van de muur vallen.
Monteer het toestel alleen op een vaste, vlakke wand. De wand moet het toestelgewicht konnen dragen.
Gebruik alleen voor het type wand en het gewicht geschikte schroe-ven en pluggen.
3.3.1 Binnenunit monteren
Karton aan bovenkant openen en de binnenunitaar boven toe uittrekken ( afb.6).
Binnenunit met de vormdelen van de verpakking op de voorkant leggen ( afb.7).
Schroeven losmaken en de montageplaat aan de achterkant van de binnenunit afnemen.
Installatieplaats rekening houdend met de minimale afstanden bepalen ( afb.2).
Montageplaat met een schroef en een plug boven in het midden op de wand bevestigen en horizontaal uittijnen ( afb.8).
- Montageplaat met vier extra schroeven en pluggen bevestigen, zodate de montageplaat vlak gegen de wand aanlicht.
Muurdoorvoer voor de leidingen boren (aanbevolen positie van de muurdoorvoer acheter de binnenunit afb.9).
Eventuelde positie van de condensafvoer veranderen ( afb.10).
i
De leidingkoppelingen aan de binnenunit litgen in de meeste geallen ),achter de binnenunit. Wij adviseren, de buizen al voor het ophangen van de binnenunit te verlengen.
Buisverbindingen uitvoeren zoals beschreiben in hoofdstuk 3.4.
Eventueel de leidingen in de gewenste richting verbuigen en een openning aan de zijkant van de binnenunituitbreken ( afb.12).
Leidingen door de wand leiden en de binnenunit in de montageplaat hangen ( afb. 13).
Bovenste afdekking omhoog klappen en een van beiden filtrelementen afnemen ( afb.14).
Het filteruit de leveringsomvang in het filtrelement plaatsen en het filtrelement weer monteren.
Wanner de binnenunit van de montageplaat moet worden afgenomen:
- De onderzieje van de mantel in het gebied van de beiden uitsparingen aan beneden trekken en de binnenunitaar voren trekken ( afb.15).
3.3.2 Buitenunit monteren
Karton maar boven uitrachten.
Sluitbanden open snijden en verwijderen.
Hetkartonnairobnoftrekkenendeverpakkingverwijderen.
Afhankelijk van de installationsoor een stand- of wandconsole voorbereiden en monteren.
Buitenunit opstellen of ophangen, waar bij de meegeleverde of bouw-zijdige trillingsdempers voor de voeten gebruiken.
Bij installmentie met stand- of wandconsole de meegeleverde afvoerbocht met pakking aanbrengen ( aflb. 16).
Afdekking voor de buisaansluitingen afnemen ( afl. 17).
Buisverbindingen uitvoeren zoals beschreiben in hoofdstuk 3.4.
Afdekking voor de buisaansluitingen wee monteren.
3.4 Aansluiting van de buizen
3.4.1 Koudemiddellegingen op de binnen- en aan de buitenunit aansluiten

VOORZICHTIG
Ontsnappen van het koudemiddel door lekkende verbindingen
Door ondeskundig uitgevoerde buisverbindingen kan koudemiddel ontsnappen. Herbruikbare mechanische aansluitingen en kraagverbindigen zich in binnenruimten Niet toegestaan.
Kraagverbindingen slechts eenmaal aantrekken.
Kraagverbindungen na het losmaken alkijd opnieuw make.

Koperen buizen zijn in metrische en in inch-maten leveraar, het flensmoerschroefdraad is beschicht hetzelfde. De flenskoppelingen aan de binnen- en aan de buitenunit Hij bedoeld voor inch-maten.
Bij gebruik van metrische koperen buis de flensmoeren verrangen door exemplaren met passende diameter ( tabel 7).
Buisdiameter en buislengte bepalen ( pagina 154).
Buis met een buissnijder inkorten ( afb.11).
Buisuiteinden altijd ontbramen en de spanen uitkloppen.
Moer op de buis steken.
Buis met het flensgereedschap op de maat UIT tabel 7 expanderen. De moer要去 gemakkelijk tot de rand hunnen worden geschoven, maar Niet.daarover heen.
Buis aansluiten en de schroefkoppeling op het draaimoment uit tabel 7 vastdraaien.
Bovenstaande stappen voor de tweede buis herhalen.
OPMERKING
Minder rendement door warmteverdracht:tussen koudemiddelledingen
Koudemiddeldeidingen afzonderlijk van elkaar thermisch isoleren.
Isolatie van de buizen aanbrengen en fixeren.
| Buisbuitendiameter Ø [mm] | Aandraimoment [Nm] Diameter van de flensopening (A) [mm] | Geflensduisuiteinde Vorgemonteerd flensmoerschroefdraad | ||
| 6,35 (1/4") 18-20 8,4-8,7 3/8" | 90°±4 A 45°±2 R0.4~0.8 | |||
| 9,53 (3/8") 32-39 13,2-13,5 3/8" | ||||
Tabel 7 Specificatie van de buisverbindingen
3.4.2 Condensafvoer op de binnenunit aansluiten
De condensbak van de binnenunit is met twee aansluitingen uitgerust.
Af fabriek zijn.daaraan een condensslang en een stop gemonteerd,
deze{kunnen worden verwisseld ( afb.12).
Condensslang met verval installeren.
3.4.3 Dichtheid controlleren en installmente vullen
Dichtheid controleren
Bij de dichetheidstest de nationale en lokale voerschriften aanhouden.
- Beschermdoppen van de drie ventielen verwijderen ( aflb. 18, [1], [2] en [3]).
Schraderopener [6] en drukmeter [4] op het schraderventiel [1] aansluiten.
Schraderopener indraaien en schraderventiel [1] openen. - Ventielen [2] en [3] gesloten lien en de installation met stiktof vullen, tot de druk 10% boven de maximale bedrijfsdruk ligt ( pagina 161).
Controller of de druk na 10 minuten nicht is veranderd.
Stikstof aflaten, tot de maximale bedrijfsdruk is bereikt.
Controller of de druk na minimaal 1 aur Niet is veranderd.
Stikstof aflaten.
Installatie vullen
OPMERKING
Functiestoring door verkeerd koudemiddel
De buitenunit is af fabriek met het koudemiddel R32GVuld.
Wanner koudemiddel moet worden bijgevuld, alleen hetzelfde koudemiddel bijvullen. Koudemiddeltypen Niet(AP
Installatie met een vacuumpomp ( afb. 18, [5]) vacuum trekken en drogen, tot circa -1 bar (of circa 500 micron) is bereikt.
Bovenste ventiel [3] (vloeistofzijde) openen.
Met de drukmeter [4] controlleren, of de doorstroming vrij is.
Onderste ventiel [2] (gaszijde) openen. Het koudemiddel verdoeffd zich over de installmentie.
Tenslotte de drukomstandigheden controleren.
Schraderopener [6] uittdraaien en schadrerventiel [1] sluiten.
Vacuumpomp, drukmeter en schraderopener verwijderen.
Beschermdoppen van de ventielen weeanbrengen.
Afdekking voor buisaansluitingen op de buitenuniteer aanbrengen.
3.5 Aansluiten elektrisch
3.5.1 Algemene aanwijzingen

WAARSCHUWING
Levensgevaar door elektrische stroom!
Aanraken van elektrische onderdelen die onder spanning staan, kan een elektrische schok veroorzaken.
Onderbreek voor werkzaamheden aan elektrische delen de voedingsspanning over alle polen (zekering, vermogensautomaat) en beveilig gegen onbedoeld herinschakelen.
Werkzaamheden aan de elektrische installmentenogen alleen door een elektrotechnicus worden uitgevoerd.
Veiligheidsmaatregelen conform de nationale en internationale voorschriften aanhonden.
Bij een aanwezig veiligheidsrisico in de netspanning of bij een kortsluitingijdens de installatione de exploitant schriftelijk informeren en de toestellen Niet installereren tot het probleem is opgelost.
Alle elektrische aansluitingen conform het elektrische aansluitschema uitvoeren.
▶ Kabelisolatie alleen met special gereedschap knippen.
Geen andere verbruikers op de netaansluiting van het toestel aansluiten.
Fase en nul Niet verwisselen. Dit kan functiestoringen tot gevolg hebben.
Bij een vaste netaansluiting een overspanningsbeveiliging en een scheidingschakelaar installeren, die is gedimensioneerd voor 1,5 keer het maximale opgenomen vermogen van het toestel.
Voor toestelen met vaste netaansluiting waar bij een afleidstroom hoger dan 10mA maybeijk is, adviseren wij de installmentie van een aardlekschakelaar (RCD) met een nominale verschilinschakelstrom van maximaal 30mA .
3.5.2 Binnenunit aansluiten
De binnenunit worden via een 5-aderige communicatiekabel van het type H07RN-F op de buitenunit aangesloten. De aderdiameter van de communicatiekabel moet minimaal 1,5mm^2 bedragen.
OPMERKING
Materièle schade door verkeerd aangesloten binnenunit
De binnenunit worden via de buitenunit met spanning gevoed.
Binnenunit alleen op de buitenunit aansluten.
Voor aansluten van de communicatiekabel:
Bovenste afdekking omhoog klappen ( afl. 19).
Schroef verwijderen en de afdekking op het schakelveld wegemen.
Schroef verwijderen en de afdekking [1] van de aansluitklem afnemen ( aflb.20).
▶ Kabeldoorvoer [3] aan dechterzijde van de binnenunituitbreken en de kabel doorvoeren.
▶ Kabel via de trekontlasting [2] zekeren en op de klemmen W, 1(L), 2(N), Sen dansluten.
Toekenning van de aders aan de aansluitklemmen noteren.
Afdekingen weer bevestigen.
▶ Kabel maar de buitenunit leiden.
3.5.3 Buitenunit aansluiten
Op de buitenunit worden een stroomkabel (3-aderig) en de communica-tiekabel waar de binnenunit (5-aderig) aangesloten. Gebruik kabel van het type H07RN-F met voldoende aderdiameter en zeker de netaanslui-ting met een zekering ( tab.8).
Buitenunit Netzekering Ader diameter
| Stroomkabel | Communicatie-kabel | |
| CL5000i 26 E 13 A ≥ 1,5 mm | 2 | ≥ 1,5 mm |
| CL5000i 35 E 13 A ≥ 1,5 mm | 2 | ≥ 1,5 mm |
Tabl 8
Schroef verwijderen en de afdekking van de elektrische aansluiting afnemen ( aflb.21).
Communicatiekabel via de trekontlasting zekeren en op de klemmen W, 1(L), 2(N), S en aansluiten (toekenning van de aders aan de aansluitklemmen als bij de binnenunit) ( afb. 22).
Stroomkabel via de trekontlasting zekeren en op de klemmen L, N en dansluten.
Afdekking weer bevestigen.
4 Inbedrijfstelling
4.1 Checklist voor de inbedrijfonte
Tabel 9
| 1 Buitenunit en binnenunit zijn correct gemonteerd. | |
| 2 Buizen zijn correcta aangesloten,g e isoleerd,op dichtheid getest. | |
| 3 Correkte condensafvoer is uitgevoerd en getest. | |
| 4 Elektrische aansluiting is correct uitgevoerd.Voedingsspanning ligt binnen het normalebereikRandaarde is correct aangebrachteAansluitkabel is vast op de klemmenstrookaangesloten | |
| 5 Alle afdekkingen zijn aangebrachte en bevestigd. | |
| 6 De luchtgeleidingsplaat van de binnenunitis correctgemonteerd en de stelaandrijving is vastgeklikt. |
4.2 Werkingscontrol
Na uitgevoerde installment met dichtheidstest en elektrische aansluiting kan het systeme worden getest:
Voedingsspanning tot stand brengen.
Binnenunit met de afstandsbediening inschakelen.
Druk op de toets Mode om de koelmodus (喜) in te stellen.
Pijltoets () indrukken tot de laagste temperatuur is ingesteld.
Koelmodus 5 minuten lang testen.
Druk op de toets Mode om het verwarmen ( ) in te stellen.
Pijltoets () indrukken tot de hoogste temperatuur is ingesteld.
Verwarmingsmodus 5 minuten lang testen.
Bewegingsvrijheid van de luchtgeleidingsplaat waarborgen.
i
Bij een kamertemperatuur onder 17^ 要去 de koelmodus handmatig worden ingeschakeld. Deze handbediening is alleen bedoeld voor testen en noodgevallen.
Normaal gesproken altijd de afstandsbediening gebruiken.
Omde koelmodus handmatig in te schakelen:
Binnenunit uitschakelen.
Met een dun object tweeemaal de toets voor handmatige koelmodus indrukken ( afb.23).
Toets Mode van de afstandsbediening indrukken, om de handmatig ingestelde koelmodus te verlaten.
i
In een system met multisplit-airconditioning is handbediening nicht möglich.
4.3 Overdracht aan de eigenaar
- Wonneer het systeme is ingesteld, de installment-instructie aan de klant overhandigen.
- De klant de bediening van het systeme aan de hand van de gebruiksinstructie uitleggen.
Adviseer de klant, de gebruiksinstrictie zorgvuldig te lezen.
5 Storingen verhelpen
5.1 Storingen met weergave

WAARSCHUWING
Levensgevaar door elektrische stroom!
Aanraken van elektrische onderdelen die onder spanning staan, kan een elektrische schok veroorzaken.
Onderbreek voor werkzaamheden aan elektrische delen de voedingsspanning over alle polen (zekering, vermogensautomaat) en beveilig gegen onbedoeld herinschakelen.
Wanner teijdens gebruik een storing optreedt, toont het display een storingscode (bijvoorbeeld EH 02).
Wanner een storing langer dan 10 minutes optreedt:
Voedingsspanning gedurende korteijd onderbreken en de binnen-unit wee inschaken.
Wanner een storing nicht kan worden opgelost:
Contact opnemen met de servicedienst en de storingscode en de toestelgegevens doergeven.
Tabel 10
| Storingscode Mogelijk oorzaak | |
| EC 07 Ventilatortoerental van de buitenunit buten het normale bereik | |
| EC 51 Parameterstoring in de EEPROM van de buitenunit | |
| EC 52 Storing temperatuursensor aan T3 (condensorspoel) | |
| EC 53 Storing temperatuursensor aan T4 (buitentemperatuur) | |
| EC 54 Storing temperatuursensor aan TP (afblaasleiding compressor) | |
| EC 56 | Storing temperatuursensor aan T2B (uitlaat van de verdamperspoel; alleen Multisplit-airconditioning) |
| EH 0A | Parameterstoring in de EEPROM van de binnenunit |
| EH 00 | |
| EH 0b | CommunicatiestoringCUSenhoofdprintplaat van de binnenunit en het display |
| EH 02 Storing bij het herkennen van het nuldoorgangssignaal | |
| EH 03 | Ventilatortoerental van de binnenunit buten het normale bereik |
| EH 60 Storing temperatuursensor aan T1 (kamertemperatuur) | |
| EH 61 | Storing temperatuursensor aan T2 (midden van de verdamperspoel) |
| EL 0C1) | Niet voldoende koudemiddel of ontsnappend koudemiddel of storing temperatuursensor aan T2 |
| EL 01 CommunicatiestoringCUSen de binnen- en de buitenunit | |
| PC 00 Storing aan IPM-module of IGBT-overstroombeveiliging | |
| PC 01 Overspannings- of anderspanningsbeveiliging | |
| PC 02 | Temperaturbeveiliging aan compressor of oververhittingsbeveiliging aan IPM-module of overdrukbeveiliging |
| PC 03 Onderdrukbeveiliging | |
| PC 04 Storing aan inverter-compressormodule | |
| PC 08 Beveiliging gegen stroomoverbelasting | |
| PC 40 | CommunicatiestoringCUSenhoofdprintplaat van de buitenunit en de hoofprintplaat van de compressoraandrijving |
| -- | Conflict bedrijfsmodus van de binnenunits; bedrijfsmodus van de binnenunits en de buitenunit要去en overeenkomen. |
1) Lekdetectie Niet actief, wannear in een systeem met multisplit-airconditioning.
5.2 Storingen zonder weergave
Tabel 11
| Storing Mogelijk oorzaak Oplossingen | ||
| Vermogen van de binnenunit is te laag. Warmtewisselsaar van de buiten- of binnenunit verwuild. | ▶ Warmtewisselsaar van de buiten- of binnenunit reinigen. | |
| Te weinig koudemiddel | ▶ Buizen op dichtheid controlleren, eventuele opnieuw afdachten.▶ Koudemiddel bijvullen. | |
| Buitenunit of binnenunit functioneert nicht. | Geen stroom | ▶ Elektrische aansluiting controlleren.▶ Binnenunit inschakelen. |
| Aardlekschakelaar of in toestel ingebouwderezekering controlleden1) is geactiveerd. | ▶ Elektrische aansluiting controlleren.▶ Aardlekschakelaar en zekering controlleren. | |
| Buitenunit of binnenunit start en stopt continu. | Te weinig koudemiddel in het systeme. | ▶ Buizen op dichtheid controlleren, eventueel opnieuw afdachten.▶ Koudemiddel bijvullen. |
| Te veel koudemiddel in het systeme. | Koudemiddel met een toestel voorkoudemiddelterugwinning aftappen. | |
| Vochtigheid of verruilingen in hetkoudemiddelcircuit. | ▶ Koudemiddelcircuit vacuum trekken.▶ Nieuw koudemiddel vullen. | |
| Spanningsvarieties te hoog. | ▶ Spanningsregelaar inbouwen. | |
| Compressor is defect. | ▶ compressor verwangen. | |
1) Een zekering voor de overstroombeveiliging bevindt zich op de hoofprintplaat. De specificatie is op de hoofprintplaat gedrukt en bevindt zich ook in de technische gegevens op pagina 161. Gebruik alleen explosieveilige keramische zekeringen.
6 Milieubescherming en afvalverwerking
Milieubeschemming is een ondernemingsprincipe van de Bosch Groep. Productkwaliteit, economische rendabilititeit en milieubeschemming zijn gelijkwaardige doelen voor ons. Milieuwet- en regelgeving worden strikt nageleefd. Ter beschemming van het milieu passen wij, met inachtneming van bedrijfsconomische aspecten, de best mogelijkke technieken en materialen toe.
Verpakking
Bij het verpakken zijn we betrokken bij de landspecifieke recyclingsystemen, die een optimale recycling waarborgen. Alle gebruike verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en recyclehaar.
Recyclen
Oude producten bevatten materialien die gerecycled hunnen worden. De componenten hunnen gemakkelijk worden geschienen en kunststoffen zich gemarkeerd. Daardoor hunnen ze worden gesorteerd en voor recycling of afvalverwerking worden afgegeben.
Dit symbolism betekent dat het product Niet samen met ander afval mag worden afgevoerd, maar voor behandeling, inzameling, recycling en afvalverwerking maar de waaroor be doelde verzamelplaatsen moet worden gebracht.
Dit symbol geldt voor landen met voorschriften op het gebied van verschroten van elektronica, bijv. de "Europese richtlijn 2012/19/EG betreffende oude elektrische en elektronische apparaten". In deze regelgeving is het kader vastgelegd voor de inlevering en recycling van oude elektronische apparaten in de afzonderlijke landen.
Aangezien elektronische apparatuur gevaarlijke stoffen kan bevatten,要去 deze op verantwoorde wijze worden gerecycled om möglichke milieuschade en risico's voor de menselijkige gezondheid tot een minimum te beperken. Bovendien draagt het recyclen van elektronisch schroot bij aan het behoud van natuurlijke hulpbronnen.
Voor meer informatie over de milieuvriendelijke verwijdering van afgedankte elektrische en elektronische apparatuurkest u contact opnemen met deplaatselijke autoriteiten, uw afvalverwerkingsbedrijf of de verkooper bij wie u het product hebt gekocht.
Meer informatie vindt u hier:
www.wee.bosch-thermotechnology.com/
Koudemiddel R32
Het toestel bevat gefluoreerd broeikasgas R32 (aardopwar-mingsvermogen 675^1) met geringe brandaarheid en geringe giftigheid (A2L of A2).
De opgenomen hoeveelheid is op de typeplaat van de buitenunit aangegeven.
Koudemiddelen zijn een gevaar voor het milieu en moeten afzonderlijk worden verzameld en afgevoerd.
7 Informatieinzake gegevensbescherming
Wij, Bosch Thermotechniek B.V., Zweedsestraat 1, 7418 BG Deventer, Nederland verwerken producten installmente-informatie, technische - en aansluitgevevens, communicatiegeveens, productregistraties en historische klantgeveens om productfunctionaliteit te realiseren (art. 6 (1) subpar. 1 (b) AVG) om aan
onze plicht tot producttoezigte te voldoen en om redenen van productveiligheid en beveiliging (art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG), vanwege once rechten met betrekking tot garantie- en productregistratievragen (art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG), voor het analyseren van de distributie van once producten en om te voorzien in geindividualseerde informatiek en aanbiedingen gerelateerd aan het product (art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG). Om diensten te verlenen zoals verkoop- en marketing, contractmanagement, betalingsverwerking, ontwikkeling, data hosting en telefonische Diensten+kennen wij gevevens ter beschikking stellen en overdragen aan externdeienstverleners en/of bedrijven gelieerd aan Bosch. In bepaalde gevallen, maar alleen indien een passende geveensbeveiliging is gewaarborgd, kuren persoonsgeveens worden overgedragen aan ontvangers buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Meer informatie is op aanvraag beschikbaar. U kunt contact opnemen met once Data Protection Officer onder: Data Protection Officer, Information Security and Privacy (C/ISP), Robert Bosch GmbH, Postfach 30 02 20, 70442 Stuttgart, DUITSLAND.
U heeft te allen tijde hetrecht om bezwaartemaken gegen de verwerking van uwpersoonsgeevens conform art.6 (1) subpar. 1 (f) AVG om reden met betrekking tot uw specifieke situatie of voor direct marketingdoeleinden. Neem voor het uitoefelen van uwrecht contact met ons op via privacy.ttn@bosch.com.Voor meer informatie, scan de QR-code.
| binnenunit CL5000iU W 26 E CL5000iU W 35 E Buitenunit CL5000i 26 E CL5000i 35 E | |||
| Koelen | |||
| Nominal vermogen kW | 2,6 | 3,5 | |
| kBTU/h | 9 | 12 | |
| Opgenomen vermogen bij nominal vermogen W 659 1004 | |||
| Vermogen (minimaal - maximaal) kW 1,0-3,2 1,4-4,3 | |||
| Opgenomen vermogen (minimaal - maximaal) | W | 80-1100 | 120-1650 |
| Koellast (Pdesignc) | kW | 2,6 | 3,3 |
| Energieuzinigheid (SEER) | - 8,5 | 8,5 | |
| Energie-efficiencyklasse | - | A+++ | A+++ |
| Verwarmen - algemeen | |||
| Nominal vermogen | 2,9 | 3,8 | |
| kBTU/h | 10 | 13 | |
| Opgenomen vermogen bij nominal vermogen W 674 | 969 | ||
| Vermogen (minimaal - maximaal) kW 0,8-3,4 | 1,1-4,4 | ||
| Opgenomen vermogen (minimaal - maximaal) | W | 70-990 | 110-1480 |
| Verwarmen - koud klimaat | |||
| Warmtevraag (Pdesignh) | kW | 3,1 | 3,8 |
| Energieuzinigheid (SCOP) | - | 3,4 | 3,4 |
| Energie-efficiencyklasse | - | A | A |
| Verwarmen - gemiddeld klimaat | |||
| Warmtevraag (Pdesignh) | kW | 2,6 | 2,6 |
| Energieuzinigheid (SCOP) | - | 4,2 | 4,3 |
| Energie-efficiencyklasse | - | A+ | A+ |
| Verwarmen - warm klimaat | |||
| Warmtevraag (Pdesignh) | kW | 2,5 | 2,6 |
| Energieuzinigheid (SCOP) | - | 5,4 | 5,8 |
| Energie-efficiencyklasse | - | A+++ | A+++ |
| Algemeen | |||
| Voedingsspanning | V/Hz | 220-240 / 50 | 220-240 / 50 |
| Max. opgenomen vermogen | W | 2150 | 2150 |
| Max. stroomverbruik A 10 | 10 | ||
| Koudemiddel | - | R32 | R32 |
| Koelmiddel-vulhoeveelheid: | g | 620 | 620 |
| Nominale druk | MPa | 4,3/1,7 | 4,3/1,7 |
| binnenunit | |||
| Explosieveilige keramische zekering op hoofdprintplaat | - | T 3,15 A/250 V | T 3,15 A/250 V |
| Volumestroom (hoog/middel/laag) | m³/h | 510/360/300 | 520/370/310 |
| Geluidsdrukniveau (hoog/middel/laag/geluidsreductie) | dB(A) | 37/32/22/21 | 37/32/22/21 |
| Geluidsvermogensniveau | dB(A) | 56 | 60 |
| Toegestane omgevingstemperatuur (koelen/verwarmen) | °C | 16...32/0...30 | 16...32/0...30 |
| Nettogewicht | kg | 8,7 | 8,7 |
| Buitenunit | |||
| Explosieveilige keramische zekering op hoofdprintplaat | - | T 20 A/250 V | T 20 A/250 V |
| Volumestroom (flow) | m³/h | 2150 | 2200 |
| Geluidsdrukniveau | dB(A) | 55,5 55,0 | |
| Geluidsvermogensniveau | dB(A) | 60 | 64 |
| Toegestane omgevingstemperatuur (koelen/verwarmen) | °C | -15...50/-15...24 | -15...50/-15...24 |
| Nettogewicht | kg | 26,2 26,4 | |
Tabel 12
La instalare, purati manusi de protectie.

PRECAUTIE
Pericol de arde!
6 Oxpanaokpykaioe cpeblnyttnnaa
3aunta OKpykaoue Cpebl-3TO OCHOBHON pnnncn DeTebHOCTN npedpnrtnr rpynnb Bosch.
KauecTBO npOdyKun, 3KOHOOMnHOCt b OxpaHa OKpykaIOe CpeDbI paBHO3NaHbIe Ia Hac CEJI. Mbl CTpOro Co6IIoJaem 3aKoHbI n npaBnla OXpaHbI OKpykaIOe CpeDbI.
ДяЗИТБОКРУЖAOUIСЕСРДБМБПINIMEHЯEMHAHNYUWYIOTEXHHKY mATEPINAJI(CyETOMKOKOHMOHUECKHXACNEKTOB).
Ynakobka
PnH3rTOBHeHHyNAKOKBmMbYHTbBaEMHaUHOHaNbHbIe npaBnla yTHIN3aUNyNAKOBOHybIX MaTepeHNOB, KOToPbe rapaHTnpyOT ONTMaJIbHbIE BO3MOXHOCTN DnI INNepepaBOTKn.
Bce Hcnonb3yemble ynaKOBOHybe MaTePnaIb IaIbIOTc
3KoIOnHbIMn H NpOJIeXaT BToPNUHO nepepa60Te.
06bpyoBaHne,OTcnyKHBwe cBoi cpoK
Pn60bI,OTcnyKMBWne CBOI cPOK,COePKaT MaTePNaNbl,KOTOpBle MOxHO OTnPaBnTb Ha nepepa6OtKy.
KOMHOHeHbI CnCTeMbI NERKO pa3dEJIOTc. INaCTMacca HMeET MapKnPOBky. IIOToMY pa3NJUHbIe KOHCTpyKTHBhIe y3JIbMoXHO COptnPOBaTb IOTpABNtB Ha nepepa6OtKy HIn yTNIN3HPOBaTb.
OcnyKHBuee cB0n CpOK 3neKtpHueckoe H 3neKtpoHnoe 6obopyoBaHne

3TOT 3HaK 03HaayeT, YTO npOyKT He DOnJKeH yTNIN3HPOBAtbCBA MecTe CdpYrHMN OTXoDAMn, A DOnJKeH 6bITb DoCTaBHeN BnyHKTBc6opa OTxODoB dIra O6pa6oTKn, c6opa, nepepa6oTKn yTNIN3auu.
3TOT3HaK paCnPoCtpaHReTcHa CTpaHbI, B KOTOpbIX
IeNCTByIOT npaBnla B OTHOWeHn 3NeKtPoHHOro Noma,HaPnPmep,
"Ebponeckan dnpekTbva 2012/19/EG o6 xOax 3neKtpnueckoro n 3neKtpoHHoro 06opyDobAHnna". 3TN npabnna yctaHaBnBaIOT paMoCHy bYe cNOHn, npmehmblc K Bo3BpaTy n yTINn3auHN oTpa6oTHHO 3neKtpoHHoro 06opyDobAHnBn KaKdoCTpaHe.
Iocoklbky 3JektpoHbIy yCtpoCTBa MOrTy coepjKaTb onacHbIe BeuecCTBa, OHN Tpe6byOT TBeCTBHeHNoY tYNnHaauu, YTO6bl MNHHMn3npoBaTb NToEHnuaJIbHbI yUepe6 OkpykaIoSe cpeJe ONaCHOCb IIN 3DopOBbI yEnOBeKa. Kpome TOrO, yTNnHaaua J3JektpoHrO ToMa NOMa NOMaerT CbepeBy npipOnHbIe pecypcbI.
3a 60ee noDpObHn HOpMaueNe oB 3KoONrueckn 6eOanchoy tnn3aun Otpa6oTaHHOr 3neKTpucecko n 3neKtPOHHORO 6obpyoBaHnno 6paauTecb B MeCThIe opraHb BlaCTN, B KOMNaHNO no ytniHa3aun OTXoOB nKn PpOdaBuy, y KOTOPoR bbl npNo6peHn3dJIHe.
DOnONHHTeBHyIO HhOpMaUHO MoXHO HaHTN 3decb: www.weee.bosch-thermotechnology.com/
XnaadareHrR32

B obopydobAHn coepKHTcA TOpnpOBaHHbI npHKnOBbI ra3 R32 (napHKnOBbI nToEHuaN 6751) c Hn3KM yPObHem rOpUeCTn I aDOBHTocTn (A2L nn A2). 3aPabLeHHbI o6bem yKa3aH Ha 3aBOcko Ta6nuek HapyJHOrO 6noka.
XnaaareHnpecnctabnreTOnacHocTbIINOkpykaOuoeCpebl;no3tomy OHdoJKeHcoBnpaTbcnYytnnnHpOBaTcBOTdEhHO.
7 TexHHueckne XapaKTepeHCTHKN
3.3 Montimi i pajisjes
KESHILLE
Mund tendodhédemtim i materialit pér shkak témontimit t' pasakté!
Montimi i pasakté mund te sjelle renien e pajisjes nga muri.
Montojeni pajisjen vetem nje mur te fiksuar e t rrafshet. Muri duhet te kete mundesinen te mbaje peshen e pajisjes.
Perdorni vida e upa te pershtatshme per tipin e murit dhe peshene pajisjes.
3.3.1 Montimi injësise sè brendshme
Hapeni kartonin nga lart dhe nxirnjiñesine e brendshme ( figura 6).
Vendoseni njesine e brendshme me kallepet e paketimit perpara ( figura 7).
Vidhosni hiqni pllaken e montimit mbrapa njese se brendshme.
Percaktoni vendine instalimit duke pasur parasysh distancat minimale ( figura 2).
Fiksojeni pillaken e montimit menjede videe upelart, nemest murit dhe drejtojeni horizontalisht ( figure 8).
Fiksojeni pllaken e montimit me kater vida e upa te tjera nemyre qte gendroje rrafsh me murin.
Shponi murin per kalimin e tubave (pzionici rekomanduar ne i shpimit nemur eshte pas njesisse brendshme figura 9).
- Nese eshte nevoja nderroni poziconin e kullimit te kondensatit ( figura 10).
i
Neshumicen erasteve, rakordet et tubave nenjesine e bredshme ndodhen mbrapa njese brendshme. Ne rekomandojmshtrirjen e tubave perpara varjes nenjese brendshme.
Lidhjetubavesipaskapitullit3.4.
Nese eshte nevoja, perkuleni tubacionin n drejtimin e deshiruar dhe hapni njve vrime ne ane t enjesisse brendshme ( figura 12).
▶ Kalojeni tubacionin périmes murit dhe montojeni njësinë e brendshme né PLLAKEN e montimit (→ figura 13).
Palosni kapakun e siperm dhe hiqni njenga dy bokullat e filtrave ( figura 14).
Futeni filtrin e dhene nè bokullen e filtrit dhe rimontoji nen bokullen. Nese njesia e jashtme duhet heq ur nga plaka e montimit:
Terhiqui pjesen e poshtme te panelit ne zonen e dy te futurave dhe terhiqui njesine e brendshme perpara ( figura 15).
3.3.2 Montimi injësise séjashtme
Vendoseni kartonin nekembe.
Prisni hiqnngjitet e paketimit.
Hiqeni kartonin nga lart dhe hiqni paketimin.
- Ne varesi te tipit te instalimit, pergatisni dhe montoni mbajtesen ose suportin emurit.
Kapni os varni njesine e jashtme duke perdorur takot e dhena te vibrimit per kembet.
Kur instalohet mbajtese apo suport muri, vendoseni me guarnacion berrylin e dhene t kullimit ( figura 16).
Hiqni kapakun per lidhjet e tubave ( figura 17).
Lidhjet etubave sipas kapitullit 3.4.
Rimontoni kapakun per lidhjet e tubave.
3.4 Lidhma tubacionit
Eeektpnhi ta eeneKtponhi ctapipnpnaia

Cenmbon 03haae,io Bnpi6 3abopohcTbca yntniBbATn pa3om i3iHmMn BiXoamn. Horo Heo6xidno nepeatn dna 6pO6kn, 3hpaHH, nepopo6Kn Ta ytni3aui do nykHTy npniomy cmTTA.