BOSCH Climate 5000i - Airconditioning

Climate 5000i - Airconditioning BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Climate 5000i BOSCH in PDF-formaat.

📄 268 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice BOSCH Climate 5000i - page 152
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : Climate 5000i

Categorie : Airconditioning

Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Climate 5000i - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Climate 5000i van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING Climate 5000i BOSCH

Inhoudsopgave 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsin- structies

1.1 Toelichting op de symbolen

Waarschuwingen Bij waarschuwingen geven signaalwoorden de soort en de ernst van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden opgevolgd. De volgende signaalwoorden zijn vastgelegd en kunnen in dit document worden gebruikt: GEVAAR GEVAAR betekent dat ernstig tot levensgevaarlijk lichamelijk letsel zal ontstaan. WAARSCHUWING WAARSCHUWING betekent dat zwaar tot levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan ontstaan. VOORZICHTIG VOORZICHTIG betekent, dat licht tot middelzwaar lichamelijk letsel kan ontstaan. OPMERKING OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan. Belangrijke informatie Belangrijke informatie, zonder gevaar voor mens of materialen, wordt met het getoonde info-symbool gemarkeerd. Tabel 1 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsinstructies . . . .152

1.1 Toelichting op de symbolen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .152

1.2 Algemene veiligheidsinstructies . . . . . . . . . . . . . . . . .153

1.3 Aanwijzingen bij deze instructie . . . . . . . . . . . . . . . . .153

3.2 Eisen aan de opstellingsplaats . . . . . . . . . . . . . . . . . .155

3.4.1 Koudemiddelleidingen op de binnen- en aan de

buitenunit aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .156

3.4.2 Condensafvoer op de binnenunit aansluiten . . . . . . .156

3.5.1 Algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .157

4.1 Checklist voor de inbedrijfname . . . . . . . . . . . . . . . . .158

4.2 Werkingscontrole. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .158

4.3 Overdracht aan de eigenaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .158

6 Milieubescherming en afvalverwerking. . . . . . . . . . . . . . . .160 7 Informatie inzake gegevensbescherming . . . . . . . . . . . . . .160 8 Technische gegevens. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .161 Symbool Betekenis Waarschuwing voor ontvlambare stoffen: het koudemiddel R32 in dit product is een gas met geringe brandbaarheid en geringe giftigheid (A2L of A2). Het onderhoud moet door een gekwalificeerd persoon worden uitgevoerd volgens de instructies in de onderhoudsinstructie. Tijdens gebruik de instructies in de gebruiksinstructie aanhouden.Toelichting bij de symbolen en veiligheidsinstructies

1.2 Algemene veiligheidsinstructies

H Instructies voor de doelgroep Deze installatie-instructie is bedoeld voor vakmensen op het gebied van koude- en klimaattechniek en elek- trotechniek. De instructies in alle installatierelevante handleidingen moeten worden aangehouden. Indien deze niet worden aangehouden kan materiële schade en lichamelijk letsel en zelfs levensgevaar ontstaan. ▶ Lees de installatie-instructies van alle installatie- componenten door voordat u begint met installatie. ▶ Houd de veiligheids- en waarschuwingsinstructies aan. ▶ Houd de nationale en regionale voorschriften, tech- nische regels en richtlijnen aan. ▶ Documenteer uitgevoerde werkzaamheden. H Correct gebruik De binnenunit is bedoeld voor de installatie in het ge- bouw met aansluiting op een buitenunit en andere systeemcomponenten, bijvoorbeeld regelingen. De buitenunit is bedoeld voor de installatie buiten het gebouw met aansluiting op één of meerdere binnen- units en andere systeemcomponenten, bijvoorbeeld regelingen. Ieder ander gebruik komt niet overeen met de voor- schriften. Verkeerd gebruik en daaruit resulterende schade valt niet onder de aansprakelijkheid. Voor de installatie op speciale locaties (parkeergara- ges, technische ruimte, balkon of andere half open plaatsen): ▶ Houd de eisen aan de installatieplaats in de techni- sche documentatie aan. H Algemene gevaren door het koudemiddel ▶ Dit toestel is met koudemiddel R32 gevuld. Koude- middelgas kan bij contact met vuur giftige gassen vormen. ▶ Wanneer tijdens de installatie koudemiddel ont- snapt, de ruimte grondig ventileren. ▶ Na de installatie de dichtheid van de installatie con- troleren. ▶ Geen andere stoffen dan het gespecificeerde kou- demiddel (R32) in het koudemiddelcircuit terecht laten komen. H Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Ter voorkoming van gevaar door elektrische apparatuur gelden conform EN 60335-1 de volgende instructies: “Dit toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar en ouder en door personen met verminderde fysische, sensori- sche of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, wanneer deze onder toezicht staan of voor wat betreft het veilig gebruik van het toe- stel zijn geïnstrueerd en de daaruit resulterende geva- ren begrijpen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd.” “Wanneer de netaansluitkabel wordt beschadigd, moet deze door de fabrikant of haar servicedienst of een gekwalificeerde persoon worden vervangen, om gevaar te vermijden.” H Overdracht aan de eigenaar Instrueer de gebruiker bij de overdracht in de bedie- ning en bedrijfsvoorwaarden van de airconditioning. ▶ Leg de bediening uit – ga daarbij in het bijzonder in op alle veiligheidsrelevante handelingen. ▶ Wijs met name op de volgende punten: – Ombouw of reparatie mogen alleen door een er- kende installateur worden uitgevoerd. – Voor het veilig en milieuvriendelijk gebruik is mi- nimaal een jaarlijkse inspectie en een behoefte- afhankelijke reiniging en onderhoud nodig. ▶ De mogelijke gevolgen (persoonlijk letsel of dood of materiële schade) van een ontbrekende of onjuiste inspectie, reiniging en onderhoud te identificeren. ▶ Geef de installatie- en bedieningsinstructies aan de eigenaar in bewaring.

1.3 Aanwijzingen bij deze instructie

Afbeeldingen vindt u verzameld aan het eind van deze instructie. De tekst bevat verwijzingen naar de afbeeldingen. De producten kunnen afhankelijk van het model afwijken van de weerga- ve in deze instructie.Productinformatie Climate 5000i – 6721824787 (2021/09)

2.1 Conformiteitsverklaring

Dit product voldoet qua constructie en werking aan de Europese en nati- onale vereisten. Met de CE-markering wordt de conformiteit van het product met alle toepasbare EU-voorschriften bevestigd, welke samen- hangen met het aanbrengen van deze markering. De volledige tekst van de conformiteitsverklaring is via internet beschik- baar: www.bosch-thermotechniek.nl.

Legenda bij afb. 1: [1] Buitenunit (gevuld met koudemiddel) [2] Binnenunit (gevuld voor stikstof) [3] Koudkatalysatorfilter (zwart) en biofilter (groen) [4] Afvoerbocht met pakking (voor buitenunit met stand- of wandconsole) [5] Ruimtethermostaat [6] Houder afstandsbediening met bevestigingsschroef [7] Bevestigingsmateriaal (5 schroeven en 5 pluggen) [8] Documentenset voor productdocumentatie [9] 5-aderige communicatiekabel (optionele accessoire) [10] 4 trillingsdempers voor de buitenunit

2.3 Afmetingen en minimale afstanden

2.3.1 Binnenunit en buitenunit

Afbeeldingen 2 tot 4.

2.3.2 Koudemiddelleidingen

Legenda bij afb. 5: [1] Gaszijdige buis [2] Vloeistofzijdige buis [3] Sifonvormige bocht als olieafscheider Wanneer de buitenunit hoger dan de binnenunit wordt geplaatst, gaszij- dig na maximaal 6 m een sifonvormige bocht uitvoeren en na elke volgen- de 6 m een volgende sifonvormige bocht ( afb., 5, [1]). ▶ Maximale buislengte en maximale hoogteverschil tussen binnenunit en buitenunit aanhouden. Tabel 2 Buislengte en hoogteverschil Tabel 3 Buisdiameter afhankelijk van het toesteltype Tabel 4 Alternatieve doorlaat Tabel 5

2.4 Specificaties koudemiddel

Dit toestel bevat gefluoreerde broeikasgassen als koudemiddel. Het toestel is hermetisch afgesloten. De gegevens over het koudemiddel conform de EU-verordening nr. 517/2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen vindt u in de gebruiksinstructie van het toestel. Instructie voor de installateur: wanneer u koudemiddel bijvult, vult u de bijvulhoeveelheid en de totale hoeveelheid van het koudemiddel in de ta- bel “Gegevens koudemiddel” van de gebruiksinstructie in. Maximale buislengte

1) Gaszijde of vloeistofzijde

2) Gemeten van onderkant tot onderkant.

CL5000i 26 E ≤ 25 ≤ 10 CL5000i 35 E ≤ 25 ≤ 10 Doorlaat Toesteltype Vloeistofzijde [mm] Gaszijde [mm] CL5000i 26 E 6,35 (1/4") 9,53 (3/8") CL5000i 35 E 6,35 (1/4") 9,53 (3/8") Doorlaat [mm] Alternatieve doorlaat [mm] 6,35 (1/4") 6 9,53 (3/8") 10 Specificatie van de buizen Minimale buislengte 3 m Standaard buislengte 5 m Extra koudemiddel bij een buislengte meer dan 5 m 12 g/m Buisdikte ≥ 0,8 mm Dikte isolatie ≥6mm Materiaal isolatie Polyethyleen schuimrubberInstallatie

3.1 Voor de installatie

VOORZICHTIG Gevaar voor lichamelijk letsel door scherpe randen en bramen! ▶ Draag bij de installatie werkhandschoenen. VOORZICHTIG Gevaar door verbranding! De buizen worden tijdens bedrijf zeer heet. ▶ Waarborg, dat de buizen voor het aanraken zijn afgekoeld. ▶ Controleer of de leveringsomvang niet beschadigd is. ▶ Controleer of bij het openen van de buizen van de binneneenheid sis- sen vanwege onderdruk waarneembaar is.

3.2 Eisen aan de opstellingsplaats

▶ Minimale afstanden aanhouden ( afb. 2 tot 3). . binnenunit ▶ De binnenunit niet in een ruimte installeren, waar open ontstekings- bronnen worden gebruikt (bijvoorbeeld open vuur, een werkend cv-toestel of een werkende elektrische verwarming). ▶ De installatieplaats mag niet hoger liggen dan 2000 m boven zeeniveau. ▶ De luchtinlaat en de luchtuitlaat vrij houden van hindernissen, zodat de lucht ongehinderd kan circuleren. Anders kan vermogensverlies en een hoger geluidsdrukniveau optreden. ▶ TV-toestellen, radio's en dergelijke toestellen op minimaal 1 m afstand van het toestel en de afstandsbediening houden. ▶ Voor de montage van de binnenunit een wand kiezen, die trillingen dempt. ▶ Minimale ruimteoppervlak in acht nemen. Tabel 6 Minimale ruimteoppervlak Bij geringere inbouwhoogte moet het vloeroppervlak overeenkomstig groter zijn. Buitenunit ▶ De buitenunit niet blootstellen aan machine-oliedamp, hete stoom, zwavelgas enzovoort. ▶ De buitenunit niet vlak bij water installeren of aan de zeewind bloot- stellen. ▶ De buiteneenheid moet altijd vrij blijven van sneeuw. ▶ Afvoerlucht of de bedrijfsgeluiden mogen niet storen. ▶ De lucht moet goed rondom de buitenunit circuleren, het toestel mag echter niet aan krachtige wind worden blootgesteld. ▶ Het tijdens gebruik optredend condenswater moet probleemloos kunnen weglopen. Indien nodig, een afvoerslang installeren. In koude regio's is de installatie van een afvoerslang af te raden, omdat er be- vriezingen kunnen optreden ▶ De buitenunit op een stabiele plaat opstellen.

3.3 Montage van het toestel

OPMERKING Materiële schade door verkeerde montage! Door verkeerde montage kan het toestel van de muur vallen. ▶ Monteer het toestel alleen op een vaste, vlakke wand. De wand moet het toestelgewicht kunnen dragen. ▶ Gebruik alleen voor het type wand en het gewicht geschikte schroe- ven en pluggen.

3.3.1 Binnenunit monteren

▶ Karton aan bovenkant openen en de binnenunit naar boven toe uit- trekken ( afb. 6). ▶ Binnenunit met de vormdelen van de verpakking op de voorkant leggen ( afb. 7). ▶ Schroeven losmaken en de montageplaat aan de achterkant van de binnenunit afnemen. ▶ Installatieplaats rekening houdend met de minimale afstanden bepalen ( afb. 2). ▶ Montageplaat met een schroef en een plug boven in het midden op de wand bevestigen en horizontaal uitlijnen ( afb. 8). ▶ Montageplaat met vier extra schroeven en pluggen bevestigen, zodat de montageplaat vlak tegen de wand aanligt. ▶ Muurdoorvoer voor de leidingen boren (aanbevolen positie van de muurdoorvoer achter de binnenunit afb. 9). ▶ Eventueel de positie van de condensafvoer veranderen ( afb. 10). De leidingkoppelingen aan de binnenunit liggen in de meeste gevallen achter de binnenunit. Wij adviseren, de buizen al voor het ophangen van de binnenunit te verlengen. ▶ Buisverbindingen uitvoeren zoals beschreven in hoofdstuk 3.4. ▶ Eventueel de leidingen in de gewenste richting verbuigen en een ope- ning aan de zijkant van de binnenunit uitbreken ( afb. 12). ▶ Leidingen door de wand leiden en de binnenunit in de montageplaat hangen ( afb. 13). ▶ Bovenste afdekking omhoog klappen en een van beide filterelemen- ten afnemen ( afb. 14). ▶ Het filter uit de leveringsomvang in het filterelement plaatsen en het filterelement weer monteren. Wanneer de binnenunit van de montageplaat moet worden afgenomen: ▶ De onderzijde van de mantel in het gebied van de beide uitsparingen naar beneden trekken en de binnenunit naar voren trekken ( afb. 15).

3.3.2 Buitenunit monteren

▶ Karton naar boven uitrichten. ▶ Sluitbanden open snijden en verwijderen. ▶ Het karton naar boven aftrekken en de verpakking verwijderen. ▶ Afhankelijk van de installatiesoort een stand- of wandconsole voor- bereiden en monteren. ▶ Buitenunit opstellen of ophangen, daarbij de meegeleverde of bouw- zijdige trillingsdempers voor de voeten gebruiken. ▶ Bij installatie met stand- of wandconsole de meegeleverde afvoer- bocht met pakking aanbrengen ( afb. 16). ▶ Afdekking voor de buisaansluitingen afnemen ( afb. 17). ▶ Buisverbindingen uitvoeren zoals beschreven in hoofdstuk 3.4. ▶ Afdekking voor de buisaansluitingen weer monteren. Toesteltype Maximale installatiehoogte [m] Minimale ruimteoppervlak

3.4 Aansluiting van de buizen

3.4.1 Koudemiddelleidingen op de binnen- en aan de buitenunit

aansluiten VOORZICHTIG Ontsnappen van het koudemiddel door lekkende verbindingen Door ondeskundig uitgevoerde buisverbindingen kan koudemiddel ont- snappen. Herbruikbare mechanische aansluitingen en kraagverbindin- gen zijn in binnenruimten niet toegestaan. ▶ Kraagverbindingen slechts eenmaal aantrekken. ▶ Kraagverbindingen na het losmaken altijd opnieuw maken. Koperen buizen zijn in metrische en in inch-maten leverbaar, het flens- moerschroefdraad is echter hetzelfde. De flenskoppelingen aan de bin- nen- en aan de buitenunit zijn bedoeld voor inch-maten. ▶ Bij gebruik van metrische koperen buis de flensmoeren vervangen door exemplaren met passende diameter ( tabel 7). ▶ Buisdiameter en buislengte bepalen ( pagina 154). ▶ Buis met een buissnijder inkorten ( afb. 11). ▶ Buisuiteinden altijd ontbramen en de spanen uitkloppen. ▶ Moer op de buis steken. ▶ Buis met het flensgereedschap op de maat uit tabel 7 expanderen. De moer moet gemakkelijk tot de rand kunnen worden geschoven, maar niet daarover heen. ▶ Buis aansluiten en de schroefkoppeling op het draaimoment uit tabel 7 vastdraaien. ▶ Bovenstaande stappen voor de tweede buis herhalen. OPMERKING Minder rendement door warmteoverdracht tussen koudemiddellei- dingen ▶ Koudemiddelleidingen afzonderlijk van elkaar thermisch isoleren. ▶ Isolatie van de buizen aanbrengen en fixeren. Tabel 7 Specificatie van de buisverbindingen

3.4.2 Condensafvoer op de binnenunit aansluiten

De condensbak van de binnenunit is met twee aansluitingen uitgerust. Af fabriek zijn daaraan een condensslang en een stop gemonteerd, deze kunnen worden verwisseld ( afb. 12). ▶ Condensslang met verval installeren.

3.4.3 Dichtheid controleren en installatie vullen

Dichtheid controleren Bij de dichtheidstest de nationale en lokale voorschriften aanhouden. ▶ Beschermdoppen van de drie ventielen verwijderen ( afb. 18, [1], [2] en [3]). ▶ Schraderopener [6] en drukmeter [4] op het schraderventiel [1] aansluiten. ▶ Schraderopener indraaien en schraderventiel [1] openen. ▶ Ventielen [2] en [3] gesloten laten en de installatie met stikstof vullen, tot de druk 10 % boven de maximale bedrijfsdruk ligt ( pagina 161). ▶ Controleer of de druk na 10 minuten niet is veranderd. ▶ Stikstof aflaten, tot de maximale bedrijfsdruk is bereikt. ▶ Controleer of de druk na minimaal 1 uur niet is veranderd. ▶ Stikstof aflaten. Installatie vullen OPMERKING Functiestoring door verkeerd koudemiddel De buitenunit is af fabriek met het koudemiddel R32 gevuld. ▶ Wanneer koudemiddel moet worden bijgevuld, alleen hetzelfde koudemiddel bijvullen. Koudemiddeltypen niet mengen. ▶ Installatie met een vacuümpomp ( afb. 18, [5]) vacuüm trekken en drogen, tot circa –1 bar (of circa 500 micron) is bereikt. ▶ Bovenste ventiel [3] (vloeistofzijde) openen. ▶ Met de drukmeter [4] controleren, of de doorstroming vrij is. ▶ Onderste ventiel [2] (gaszijde) openen. Het koudemiddel verdeeld zich over de installatie. ▶ Tenslotte de drukomstandigheden controleren. ▶ Schraderopener [6] uitdraaien en schraderventiel [1] sluiten. ▶ Vacuümpomp, drukmeter en schraderopener verwijderen. ▶ Beschermdoppen van de ventielen weer aanbrengen. ▶ Afdekking voor buisaansluitingen op de buitenunit weer aanbrengen. Buisbuitendiameter Ø [mm] Aandraaimoment [Nm] Diameter van de flensopening (A) [mm] Geflensd buisuiteinde Voorgemonteerd flensmoerschroefdraad 6,35 (1/4") 18-20 8,4-8,7 3/8" 9,53 (3/8") 32-39 13,2-13,5 3/8" R0.4~0.8

45°± 2 90°± 4Installatie

3.5 Aansluiten elektrisch

3.5.1 Algemene aanwijzingen

WAARSCHUWING Levensgevaar door elektrische stroom! Aanraken van elektrische onderdelen die onder spanning staan, kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Onderbreek voor werkzaamheden aan elektrische delen de voe- dingsspanning over alle polen (zekering, vermogensautomaat) en be- veilig tegen onbedoeld herinschakelen. ▶ Werkzaamheden aan de elektrische installatie mogen alleen door een elektrotechnicus worden uitgevoerd. ▶ Veiligheidsmaatregelen conform de nationale en internationale voor- schriften aanhouden. ▶ Bij een aanwezig veiligheidsrisico in de netspanning of bij een kort- sluiting tijdens de installatie de exploitant schriftelijk informeren en de toestellen niet installeren tot het probleem is opgelost. ▶ Alle elektrische aansluitingen conform het elektrische aansluitsche- ma uitvoeren. ▶ Kabelisolatie alleen met speciaal gereedschap knippen. ▶ Geen andere verbruikers op de netaansluiting van het toestel aansluiten. ▶ Fase en nul niet verwisselen. Dit kan functiestoringen tot gevolg hebben. ▶ Bij een vaste netaansluiting een overspanningsbeveiliging en een scheidingsschakelaar installeren, die is gedimensioneerd voor 1,5 keer het maximale opgenomen vermogen van het toestel. ▶ Voor toestelen met vaste netaansluiting waarbij een afleidstroom ho- ger dan 10 mA mogelijk is, adviseren wij de installatie van een aard- lekschakelaar (RCD) met een nominale verschilinschakelstroom van maximaal 30 mA.

3.5.2 Binnenunit aansluiten

De binnenunit wordt via een 5-aderige communicatiekabel van het type H07RN-F op de buitenunit aangesloten. De aderdiameter van de com- municatiekabel moet minimaal 1,5 mm

bedragen. OPMERKING Materiële schade door verkeerd aangesloten binnenunit De binnenunit wordt via de buitenunit met spanning gevoed. ▶ Binnenunit alleen op de buitenunit aansluiten. Voor aansluiten van de communicatiekabel: ▶ Bovenste afdekking omhoog klappen ( afb. 19). ▶ Schroef verwijderen en de afdekking op het schakelveld wegnemen. ▶ Schroef verwijderen en de afdekking [1] van de aansluitklem afnemen

▶ Kabeldoorvoer [3] aan de achterzijde van de binnenunit uitbreken en de kabel doorvoeren. ▶ Kabel via de trekontlasting [2] zekeren en op de klemmen W, 1(L), 2(N), S en aansluiten. ▶ Toekenning van de aders aan de aansluitklemmen noteren. ▶ Afdekkingen weer bevestigen. ▶ Kabel naar de buitenunit leiden.

3.5.3 Buitenunit aansluiten

Op de buitenunit wordt een stroomkabel (3-aderig) en de communica- tiekabel naar de binnenunit (5-aderig) aangesloten. Gebruik kabel van het type H07RN-F met voldoende aderdiameter en zeker de netaanslui- ting met een zekering ( tab. 8). Tabel 8 ▶ Schroef verwijderen en de afdekking van de elektrische aansluiting afnemen ( afb. 21). ▶ Communicatiekabel via de trekontlasting zekeren en op de klemmen W, 1(L), 2(N), S en aansluiten (toekenning van de aders aan de aansluitklemmen als bij de binnenunit) ( afb. 22). ▶ Stroomkabel via de trekontlasting zekeren en op de klemmen L, N en aansluiten. ▶ Afdekking weer bevestigen. Buitenunit Netzekering Aderdiameter Stroomkabel Communicatie- kabel CL5000i 26 E 13 A ≥ 1,5 mm

4.1 Checklist voor de inbedrijfname

Na uitgevoerde installatie met dichtheidstest en elektrische aansluiting kan het systeem worden getest: ▶ Voedingsspanning tot stand brengen. ▶ Binnenunit met de afstandsbediening inschakelen. ▶Druk op de toets Mode om de koelmodus (') in te stellen. ▶Pijltoets (/) indrukken tot de laagste temperatuur is ingesteld. ▶ Koelmodus 5 minuten lang testen. ▶Druk op de toets Mode om het verwarmen (%) in te stellen. ▶Pijltoets (.) indrukken tot de hoogste temperatuur is ingesteld. ▶ Verwarmingsmodus 5 minuten lang testen. ▶ Bewegingsvrijheid van de luchtgeleidingsplaat waarborgen. Bij een kamertemperatuur onder 17 °C moet de koelmodus handmatig worden ingeschakeld. Deze handbediening is alleen bedoeld voor testen en noodgevallen. ▶ Normaal gesproken altijd de afstandsbediening gebruiken. Om de koelmodus handmatig in te schakelen: ▶ Binnenunit uitschakelen. ▶ Met een dun object tweemaal de toets voor handmatige koelmodus indrukken ( afb. 23). ▶Toets Mode van de afstandsbediening indrukken, om de handmatig ingestelde koelmodus te verlaten. In een systeem met multisplit-airconditioning is handbediening niet mogelijk.

4.3 Overdracht aan de eigenaar

▶ Wanneer het systeem is ingesteld, de installatie-instructie aan de klant overhandigen. ▶ De klant de bediening van het systeem aan de hand van de gebruik- sinstructie uitleggen. ▶ Adviseer de klant, de gebruiksinstructie zorgvuldig te lezen. 5 Storingen verhelpen

5.1 Storingen met weergave

WAARSCHUWING Levensgevaar door elektrische stroom! Aanraken van elektrische onderdelen die onder spanning staan, kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Onderbreek voor werkzaamheden aan elektrische delen de voe- dingsspanning over alle polen (zekering, vermogensautomaat) en beveilig tegen onbedoeld herinschakelen. Wanneer tijdens gebruik een storing optreedt, toont het display een storingscode (bijvoorbeeld EH 02). Wanneer een storing langer dan 10 minuten optreedt: ▶ Voedingsspanning gedurende korte tijd onderbreken en de binnen- unit weer inschakelen. Wanneer een storing niet kan worden opgelost: ▶ Contact opnemen met de servicedienst en de storingscode en de toe- stelgegevens doorgeven. 1 Buitenunit en binnenunit zijn correct gemonteerd. 2 Buizen zijn correct

  • op dichtheid getest. 3 Correcte condensafvoer is uitgevoerd en getest. 4 Elektrische aansluiting is correct uitgevoerd.
  • Voedingsspanning ligt binnen het normale bereik
  • Randaarde is correct aangebracht
  • Aansluitkabel is vast op de klemmenstrook aangesloten 5 Alle afdekkingen zijn aangebracht en bevestigd. 6 De luchtgeleidingsplaat van de binnenunit is correct gemonteerd en de stelaandrijving is vastgeklikt.Storingen verhelpen

5.2 Storingen zonder weergave

Tabel 11 Storingscode Mogelijke oorzaak EC 07 Ventilatortoerental van de buitenunit buiten het normale bereik EC 51 Parameterstoring in de EEPROM van de buitenunit EC 52 Storing temperatuursensor aan T3 (condensorspoel) EC 53 Storing temperatuursensor aan T4 (buitentemperatuur) EC 54 Storing temperatuursensor aan TP (afblaasleiding compressor) EC 56 Storing temperatuursensor aan T2B (uitlaat van de verdamperspoel; alleen Multisplit-airconditioning) EH 0A EH 00 Parameterstoring in de EEPROM van de binnenunit EH 0b Communicatiestoring tussen hoofdprintplaat van de binnenunit en het display EH 02 Storing bij het herkennen van het nuldoorgangssignaal EH 03 Ventilatortoerental van de binnenunit buiten het normale bereik EH 60 Storing temperatuursensor aan T1 (kamertemperatuur) EH 61 Storing temperatuursensor aan T2 (midden van de verdamperspoel) EL 0C

1) Lekdetectie niet actief, wanneer in een systeem met multisplit-airconditioning.

Niet voldoende koudemiddel of ontsnappend koudemiddel of storing temperatuursensor aan T2 EL 01 Communicatiestoring tussen de binnen- en de buitenunit PC 00 Storing aan IPM-module of IGBT-overstroombeveiliging PC 01 Overspannings- of onderspanningsbeveiliging PC 02 Temperatuurbeveiliging aan compressor of oververhittingsbeveiliging aan IPM-module of overdrukbeveiliging PC 03 Onderdrukbeveiliging PC 04 Storing aan inverter-compressormodule PC 08 Beveiliging tegen stroomoverbelasting PC 40 Communicatiestoring tussen hoofdprintplaat van de buitenunit en de hoofprintplaat van de compressoraandrijving −− Conflict bedrijfsmodus van de binnenunits; bedrijfsmodus van de binnenunits en de buitenunit moeten overeenkomen. Storing Mogelijke oorzaak Oplossingen Vermogen van de binnenunit is te laag. Warmtewisselaar van de buiten- of binnenunit vervuild. ▶ Warmtewisselaar van de buiten- of binnenunit reinigen. Te weinig koudemiddel ▶ Buizen op dichtheid controleren, eventueel opnieuw afdichten. ▶ Koudemiddel bijvullen. Buitenunit of binnenunit functioneert niet. Geen stroom ▶ Elektrische aansluiting controleren. ▶ Binnenunit inschakelen. Aardlekschakelaar of in toestel ingebouwde zekering controleren

is geactiveerd. 1) Een zekering voor de overstroombeveiliging bevindt zich op de hoofprintplaat. De specificatie is op de hoofprintplaat gedrukt en bevindt zich ook in de technische gegevens op pagina 161. Gebruik alleen explosieveilige keramische zekeringen. ▶ Elektrische aansluiting controleren. ▶ Aardlekschakelaar en zekering controleren. Buitenunit of binnenunit start en stopt continu. Te weinig koudemiddel in het systeem. ▶ Buizen op dichtheid controleren, eventueel opnieuw afdichten. ▶ Koudemiddel bijvullen. Te veel koudemiddel in het systeem. Koudemiddel met een toestel voor koudemiddelterugwinning aftappen. Vochtigheid of vervuilingen in het koudemiddelcircuit. ▶ Koudemiddelcircuit vacuüm trekken. ▶ Nieuw koudemiddel vullen. Spanningsvariaties te hoog. ▶ Spanningsregelaar inbouwen. Compressor is defect. ▶ compressor vervangen.Milieubescherming en afvalverwerking Climate 5000i – 6721824787 (2021/09)

6 Milieubescherming en afvalverwerking Milieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch Groep. Productkwaliteit, economische rendabiliteit en milieubescherming zijn gelijkwaardige doelen voor ons. Milieuwet- en regelgeving worden strikt nageleefd. Ter bescherming van het milieu passen wij, met inachtneming van bedrijfseconomische aspecten, de best mogelijke technieken en ma- terialen toe. Verpakking Bij het verpakken zijn we betrokken bij de landspecifieke recyclingsyste- men, die een optimale recycling waarborgen. Alle gebruikte verpakkings- materialen zijn milieuvriendelijk en recyclebaar. Recyclen Oude producten bevatten materialen die gerecycled kunnen worden. De componenten kunnen gemakkelijk worden gescheiden en kunststof- fen zijn gemarkeerd. Daardoor kunnen ze worden gesorteerd en voor re- cycling of afvalverwerking worden afgegeven. Afgedankte elektrische en elektronische apparaten Dit symbool betekent dat het product niet samen met ander afval mag worden afgevoerd, maar voor behandeling, inza- meling, recycling en afvalverwerking naar de daarvoor be- doelde verzamelplaatsen moet worden gebracht. Dit symbool geldt voor landen met voorschriften op het ge- bied van verschrotten van elektronica, bijv. de "Europese richtlijn 2012/ 19/EG betreffende oude elektrische en elektronische apparaten". In deze regelgeving is het kader vastgelegd voor de inlevering en recycling van oude elektronische apparaten in de afzonderlijke landen. Aangezien elektronische apparatuur gevaarlijke stoffen kan bevatten, moet deze op verantwoorde wijze worden gerecycled om mogelijke mili- euschade en risico's voor de menselijke gezondheid tot een minimum te beperken. Bovendien draagt het recyclen van elektronisch schroot bij aan het behoud van natuurlijke hulpbronnen. Voor meer informatie over de milieuvriendelijke verwijdering van afge- dankte elektrische en elektronische apparatuur kunt u contact opnemen met de plaatselijke autoriteiten, uw afvalverwerkingsbedrijf of de verko- per bij wie u het product hebt gekocht. Meer informatie vindt u hier: www.weee.bosch-thermotechnology.com/ Koudemiddel R32 Het toestel bevat gefluoreerd broeikasgas R32 (aardopwar- mingsvermogen 675

) met geringe brandbaarheid en ge- ringe giftigheid (A2L of A2). De opgenomen hoeveelheid is op de typeplaat van de buite- nunit aangegeven. Koudemiddelen zijn een gevaar voor het milieu en moeten afzonderlijk worden verzameld en afgevoerd. 7 Informatie inzake gegevensbescherming Wij, Bosch Thermotechniek B.V., Zweedsestraat 1, 7418 BG Deventer, Nederland verwerken product- en installatie-informatie, technische - en aansluitgege- vens, communicatiegegevens, productregistraties en historische klantgegevens om productfunctionaliteit te realiseren (art. 6 (1) subpar. 1 (b) AVG) om aan onze plicht tot producttoezicht te voldoen en om redenen van product- veiligheid en beveiliging (art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG), vanwege onze rechten met betrekking tot garantie- en productregistratievragen (art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG), voor het analyseren van de distributie van onze producten en om te voorzien in geïndividualiseerde informatie en aan- biedingen gerelateerd aan het product (art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG). Om diensten te verlenen zoals verkoop- en marketing, contractmanagement, betalingsverwerking, ontwikkeling, data hosting en telefonische dien- sten kunnen wij gegevens ter beschikking stellen en overdragen aan ex- terne dienstverleners en/of bedrijven gelieerd aan Bosch. In bepaalde gevallen, maar alleen indien een passende gegevensbeveiliging is ge- waarborgd, kunnen persoonsgegevens worden overgedragen aan ont- vangers buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Meer informatie is op aanvraag beschikbaar. U kunt contact opnemen met onze Data Protection Officer onder: Data Protection Officer, Information Security and Privacy (C/ISP), Robert Bosch GmbH, Postfach 30 02 20, 70442 Stuttgart, DUITSLAND. U heeft te allen tijde het recht om bezwaar te maken tegen de verwerking van uw persoonsgegevens conform art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG om rede- nen met betrekking tot uw specifieke situatie of voor direct marketing- doeleinden. Neem voor het uitoefenen van uw recht contact met ons op via privacy.ttnl@bosch.com. Voor meer informatie, scan de QR-code.

1) op basis van bijlage I van de verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europese

  • /h 510/360/300 520/370/310 Geluidsdrukniveau (hoog/middel/laag/geluidsreductie) dB(A) 37/32/22/21 37/32/22/21 Geluidsvermogensniveau dB(A) 56 60 Toegestane omgevingstemperatuur (koelen/verwarmen) °C 16 p. 32
  • /0 p. 30
  • 16 p. 32
  • /0 Nettogewicht kg 8,7 8,7 Buitenunit Explosieveilige keramische zekering op hoofdprintplaat – T 20 A/250 V T 20 A/250 V Volumestroom (flow) m p. 30

3.3 Montimi i pajisjes