Climate Class 6000i - Airconditioning BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Climate Class 6000i BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Airconditioning in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Climate Class 6000i - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Climate Class 6000i van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING Climate Class 6000i BOSCH
Inhoudsopgave 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsin- structies
1.1 Toelichting op de symbolen
Waarschuwingen Bij waarschuwingen geven signaalwoorden de soort en de ernst van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden opgevolgd. De volgende signaalwoorden zijn vastgelegd en kunnen in dit document worden gebruikt: GEVAAR GEVAAR betekent dat ernstig tot levensgevaarlijk lichamelijk letsel zal ontstaan. WAARSCHUWING WAARSCHUWING betekent dat zwaar tot levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan ontstaan. VOORZICHTIG VOORZICHTIG betekent, dat licht tot middelzwaar lichamelijk letsel kan ontstaan. OPMERKING OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan. Belangrijke informatie Belangrijke informatie, zonder gevaar voor mens of materialen, wordt met het getoonde info-symbool gemarkeerd. Tabel 1 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsinstructies . . . . . 92
1.1 Toelichting op de symbolen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
1.2 Algemene veiligheidsinstructies . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
1.3 Aanwijzingen bij deze instructie . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
2.2 Vereenvoudigde conformiteitsverklaring
3.2 Eisen aan de opstellingsplaats . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
3.4.1 Koudemiddelleidingen op de binnen- en aan de
buitenunit aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 96
3.4.2 Condensafvoer op de binnenunit aansluiten . . . . . . . . 96
3.5.1 Algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
4.1 Checklist voor de inbedrijfname . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98
4.2 Werkingscontrole. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98
4.3 Overdracht aan de eigenaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98
6 Milieubescherming en afvalverwerking. . . . . . . . . . . . . . . .100 7 Informatie inzake gegevensbescherming . . . . . . . . . . . . . .100 8 Technische gegevens. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .101 Symbool Betekenis Waarschuwing voor ontvlambare stoffen: het koudemiddel R32 in dit product is een gas met geringe brandbaarheid en geringe giftigheid (A2L of A2). Het onderhoud moet door een gekwalificeerd persoon worden uitgevoerd volgens de instructies in de onderhoudsinstructie. Tijdens gebruik de instructies in de gebruiksinstructie aanhouden. OBJ_DCL-6721831489-001.fm Page 92 Wednesday, April 21, 2021 2:52 PMToelichting bij de symbolen en veiligheidsinstructies
1.2 Algemene veiligheidsinstructies
H Instructies voor de doelgroep Deze installatie-instructie is bedoeld voor vakmensen op het gebied van koude- en klimaattechniek en elek- trotechniek. De instructies in alle installatierelevante handleidingen moeten worden aangehouden. Indien deze niet worden aangehouden kan materiële schade en lichamelijk letsel en zelfs levensgevaar ontstaan. ▶ Lees de installatie-instructies van alle installatie- componenten door voordat u begint met installatie. ▶ Houd de veiligheids- en waarschuwingsinstructies aan. ▶ Houd de nationale en regionale voorschriften, technische regels en richtlijnen aan. ▶ Documenteer uitgevoerde werkzaamheden. H Correct gebruik De binnenunit is bedoeld voor de installatie in het ge- bouw met aansluiting op een buitenunit en andere systeemcomponenten, bijvoorbeeld regelingen. De buitenunit is bedoeld voor de installatie buiten het gebouw met aansluiting op één of meerdere binnen- units en andere systeemcomponenten, bijvoorbeeld regelingen. Ieder ander gebruik komt niet overeen met de voor- schriften. Verkeerd gebruik en daaruit resulterende schade valt niet onder de aansprakelijkheid. Voor de installatie op speciale locaties (parkeergara- ges, technische ruimte, balkon of andere half open plaatsen): ▶ Houd de eisen aan de installatieplaats in de techni- sche documentatie aan. H Algemene gevaren door het koudemiddel ▶ Dit toestel is met koudemiddel R32 gevuld. Koudemiddelgas kan bij contact met vuur giftige gassen vormen. ▶ Wanneer tijdens de installatie koudemiddel ontsnapt, de ruimte grondig ventileren. ▶ Na de installatie de dichtheid van de installatie controleren. ▶ Geen andere stoffen dan het gespecificeerde koudemiddel (R32) in het koudemiddelcircuit terecht laten komen. H Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen Ter voorkoming van gevaar door elektrische apparatuur gelden conform EN 60335-1 de volgende instructies: “Dit toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar en ouder en door personen met verminderde fysische, sensori- sche of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, wanneer deze onder toezicht staan of voor wat betreft het veilig gebruik van het toe- stel zijn geïnstrueerd en de daaruit resulterende geva- ren begrijpen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd.” “Wanneer de netaansluitkabel wordt beschadigd, moet deze door de fabrikant of haar servicedienst of een gekwalificeerde persoon worden vervangen, om gevaar te vermijden.” H Overdracht aan de eigenaar Instrueer de gebruiker bij de overdracht in de bedie- ning en bedrijfsvoorwaarden van de airconditioning. ▶ Leg de bediening uit – ga daarbij in het bijzonder in op alle veiligheidsrelevante handelingen. ▶ Wijs met name op de volgende punten: – Ombouw of reparatie mogen alleen door een erkende installateur worden uitgevoerd. – Voor het veilig en milieuvriendelijk gebruik is minimaal een jaarlijkse inspectie en een behoef- te-afhankelijke reiniging en onderhoud nodig. ▶ De mogelijke gevolgen (persoonlijk letsel of dood of materiële schade) van een ontbrekende of onjuiste inspectie, reiniging en onderhoud te identificeren. ▶ Geef de installatie- en bedieningsinstructies aan de eigenaar in bewaring.
1.3 Aanwijzingen bij deze instructie
Afbeeldingen vindt u verzameld aan het eind van deze instructie . De tekst bevat verwijzingen naar de afbeeldingen. De producten kunnen afhankelijk van het model afwijken van de weergave in deze instructie. OBJ_DCL-6721831489-001.fm Page 93 Wednesday, April 21, 2021 2:52 PMProductinformatie Climate Class 6000i/8000i – 6721831489 (2021/02)
2.1 Conformiteitsverklaring
Dit product voldoet qua constructie en werking aan de Europese en nationale vereisten. Met de CE-markering wordt de conformiteit van het product met alle toepasbare EU-voorschriften bevestigd, welke samenhangen met het aanbrengen van deze markering. De volledige tekst van de conformiteitsverklaring is via internet beschikbaar: www.bosch-thermotechniek.nl.
2.2 Vereenvoudigde conformiteitsverklaring betreffende
radiografische installaties Hierbij verklaart Bosch Thermotechnik GmbH, dat het in deze instructie genoemde product Climate Class 6000i/8000i met radiografische technologie aan de richtlijn 2014/53/EU voldoet. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is via internet beschikbaar: www.bosch-thermotechniek.nl.
Legenda bij afb. 1: [1] Buitenunit (gevuld met koudemiddel) [2] Binnenunit (gevuld voor stikstof) [3] Montageplaat [4] Spiegelplaat (alleen voor gekleurde modellen CLC8001i... T/S/R)
[5] Afdekkap voor de aansluitklemmen met schroef [6] Afstandsbediening met batterijen [7] Documentenset voor productdocumentatie [8] Bevestigingsmateriaal (7 lange schroeven, 1 speciale schroef voor bevestiging van de afstandsbediening en 8 pluggen) [9] Plaat (voor kabelbevestiging in trekontlasting) [10] Afvoerverbinding en afvoerbak (alleen voor type CLC8001i...) [11] Afvoeraansluiting (alleen voor type CLC6001i...)
2.4 Afmetingen en minimale afstanden
Legenda bij afb. 3: [1] Buis gaszijde [2] Buis vloeistofzijde [3] Sifonvormige bocht als olieafscheider Wanneer de buitenunit hoger dan de binnenunit wordt geplaatst, gaszijdig na maximaal 6 m een sifonvormige bocht uitvoeren en na elke volgende 6 m een volgende sifonvormige bocht ( afb., 3, [1]). ▶ Maximale buislengte en maximale hoogteverschil tussen binnenunit en buitenunit aanhouden. Tabel 2 Buislengte en hoogteverschil Tabel 3 Buisdiameter afhankelijk van het toesteltype Tabel 4 Alternatieve doorlaat Tabel 5
1) Bevestiging van de spiegelplaat afb. 10
1) Gaszijde of vloeistofzijde
2) Gemeten van onderkant tot onderkant.
Alle typen ≤ 15 ≤ 10 Doorlaat Toesteltype Vloeistofzijde [mm] Gaszijde [mm] Alle typen 6,35 (1/4") 9,53 (3/8") Doorlaat [mm] Alternatieve doorlaat [mm] 6,35 (1/4") 6 9,53 (3/8") 10 Specificatie van de buizen Minimale buislengte 3 m Extra koudemiddel bij een buislengte meer dan 7,5 m (vloeistofzijde) CLC6001i...: 15 g/m CLC8001i...: 0 g/m
1) Voorgevuld voor de maximale buislengte van 15 m.
Leidingdikte bij 6,35 mm tot 12,7 mm doorlaat ≥0,8mm Dikte isolatie ≥6mm Materiaal isolatie Polyethyleen schuimrubber OBJ_DCL-6721831489-001.fm Page 94 Wednesday, April 21, 2021 2:52 PMInstallatie
3.1 Voor de installatie
VOORZICHTIG Gevaar voor lichamelijk letsel door scherpe randen en bramen! ▶ Draag bij de installatie werkhandschoenen. VOORZICHTIG Gevaar door verbranding! De buizen worden tijdens bedrijf zeer heet. ▶ Waarborg, dat de buizen voor het aanraken zijn afgekoeld. ▶ Controleer of de leveringsomvang niet beschadigd is. ▶ Controleer of bij het openen van de buizen van de binneneenheid sissen vanwege onderdruk waarneembaar is.
3.2 Eisen aan de opstellingsplaats
▶ Houd de minimale afstanden aan ( afb. 4). binnenunit ▶ De binnenunit niet in een ruimte installeren, waar open ontstekings- bronnen worden gebruikt (bijvoorbeeld open vuur, een werkend cv-toestel of een werkende elektrische verwarming). ▶ Het toestel kan in een ruimte met een oppervlak van 4 m
worden geïn- stalleerd, voor zover de inbouwhoogte minimaal 2,5 m is. Bij geringere inbouwhoogte moet het vloeroppervlak overeenkomstig groter zijn. ▶ De installatieplaats mag niet hoger liggen dan 2000 m boven zeeniveau. ▶ De luchtinlaat en de luchtuitlaat vrij houden van hindernissen, zodat de lucht ongehinderd kan circuleren. Anders kan vermogensverlies en een hoger geluidsdrukniveau optreden. ▶ TV-toestellen, radio's en dergelijke toestellen op minimaal 1 m afstand van het toestel en de afstandsbediening houden. ▶ Voor de montage van de binnenunit een wand kiezen, die trillingen dempt. Buitenunit ▶ De buitenunit niet blootstellen aan machine-oliedamp, hete stoom, zwavelgas enzovoort. ▶ De buitenunit niet vlak bij water installeren of aan de zeewind blootstellen. ▶ De buiteneenheid moet altijd vrij blijven van sneeuw. ▶ Afvoerlucht of de bedrijfsgeluiden mogen niet storen. ▶ De lucht moet goed rondom de buitenunit circuleren, het toestel mag echter niet aan krachtige wind worden blootgesteld. ▶ Het tijdens gebruik optredend condenswater moet probleemloos kunnen weglopen. Indien nodig, een afvoerslang installeren. In koude regio's is de installatie van een afvoerslang af te raden, omdat er bevriezingen kunnen optreden ▶ De buitenunit op een stabiele plaat opstellen.
3.3 Montage van het toestel
OPMERKING Materiële schade door verkeerde montage! Door verkeerde montage kan het toestel van de muur vallen. ▶ Monteer het toestel alleen op een vaste, vlakke wand. De wand moet het toestelgewicht kunnen dragen. ▶ Gebruik alleen voor het type wand en het gewicht geschikte schroe- ven en pluggen.
3.3.1 Binnenunit monteren
▶ Karton aan bovenkant openen en de binnenunit naar boven toe uittrekken. ▶ Binnenunit met de vormdelen van de verpakking op de voorkant leggen. ▶ Schroeven losmaken en de montageplaat aan de achterkant van de binnenunit afnemen. ▶ Installatieplaats rekening houdend met de minimale afstanden bepalen ( afb. 2). ▶ Montageplaat met een schroef en een plug door het middelste gat op de wand bevestigen en horizontaal uitrichten ( afb. 4). ▶ Montageplaat met zes extra schroeven en pluggen bevestigen, zodat de montageplaat vlak tegen de wand aanligt. ▶ Muurdoorvoer voor de leidingen boren (aanbevolen positie van de muurdoorvoer achter de binnenunit afb. 5). De markeringen [1] zijn bedoeld voor de positionering van de boring. ▶ Eventueel de positie van de condensafvoer veranderen ( afb. 6). De leidingkoppelingen aan de binnenunit liggen in de meeste gevallen achter de binnenunit. Wij adviseren, de buizen al voor het ophangen van de binnenunit te verlengen. ▶ Buisverbindingen uitvoeren zoals beschreven in hoofdstuk 3.4. ▶ Eventueel de leidingen in de gewenste richting verbuigen en een opening aan de zijkant of onderkant van de afdekplaat uitbreken ( afb. 8). ▶ Leidingen door de wand leiden en de binnenunit in de montageplaat hangen ( afb. 9). ▶ Voor CLC8001i... T/S/R zijn extra spiegelplaten beschikbaar, die op de betreffende posities moeten worden aangebracht (
, [2]). – Positie van de spiegelplaat bepalen.
– Kleeffolie aftrekken. – Spiegelplaten op de al aanwezige spiegelplaten [1] aanpassen. Wanneer de binnenunit van de montageplaat moet worden afgenomen: ▶ Op de markeringen aan de onderkant van de binnenunit drukken en de binnenunit naar voren trekken ( afb. 11, [1]). Bij de gekleurde typen CLC8001i... zijn deze markeringen niet te zien, omdat op die plaats een spiegelplaat is opgebracht. Toch kan de binnen- unit door indrukken op de betreffende posities van de wand worden afgenomen.
1) Afhankelijk van de positie van de buizen zijn alle 4 spiegelplaten nodig of slechts 3.
▶ Karton naar boven uitrichten. ▶ Sluitbanden open snijden en verwijderen. ▶ Het karton naar boven aftrekken en de verpakking verwijderen. ▶ Afhankelijk van de installatiesoort een stand- of wandconsole voorbereiden en monteren. ▶ Buitenunit opstellen of ophangen, daarbij de meegeleverde of bouwzijdige trillingsdempers voor de voeten gebruiken. ▶ Bij installatie met stand- of wandconsole de meegeleverde fvoerbak [2] met afvoerbocht [3] op de afvoerboring [1] aanbrengen (
Wanneer druppelend water een probleem wordt, een standaard afvoerslang [4] aansluiten. ▶ Afdekking voor de buisaansluitingen afnemen ( afb. 13). ▶ Buisverbindingen uitvoeren zoals beschreven in hoofdstuk 3.4. ▶ Afdekking voor de buisaansluitingen weer monteren.
3.4 Aansluiting van de buizen
3.4.1 Koudemiddelleidingen op de binnen- en aan de buitenunit
aansluiten VOORZICHTIG Ontsnappen van het koudemiddel door lekkende verbindingen Door ondeskundig uitgevoerde buisverbindingen kan koudemiddel ontsnappen. ▶ Bij het opnieuw gebruiken van kraagverbindingen het flensdeel altijd opnieuw maken. Koperen buizen zijn in metrische en in inch-maten leverbaar, het flens- moerschroefdraad is echter hetzelfde. De flenskoppelingen aan de binnen- en aan de buitenunit zijn bedoeld voor inch-maten. ▶ Bij gebruik van metrische koperen buis de flensmoeren vervangen door exemplaren met passende diameter ( tabel 6). ▶ Buisdiameter en buislengte bepalen ( pagina 94). ▶ Buis met een buissnijder inkorten ( afb. 7). ▶ Buisuiteinden altijd ontbramen en de spanen uitkloppen. ▶ Moer op de buis steken. ▶ Buis met het flensgereedschap op de maat uit tabel 6 expanderen. De moer moet gemakkelijk tot de rand kunnen worden geschoven, maar niet daarover heen. ▶ Buis aansluiten en de schroefkoppeling op het draaimoment uit tabel 6 vastdraaien. ▶ Bovenstaande stappen voor de tweede buis herhalen. OPMERKING Minder rendement door warmteoverdracht tussen koudemiddellei- dingen ▶ Koudemiddelleidingen afzonderlijk van elkaar thermisch isoleren. ▶ Isolatie van de buizen aanbrengen en fixeren. Tabel 6 Specificatie van de buisverbindingen
3.4.2 Condensafvoer op de binnenunit aansluiten
De condensbak van de binnenunit is met twee aansluitingen uitgerust. Af fabriek zijn daaraan een condensslang en een stop gemonteerd, deze kunnen worden verwisseld ( afb. 6). ▶ Condensslang met verval installeren.
3.4.3 Dichtheid controleren en installatie vullen
Dichtheid controleren Bij de dichtheidstest de nationale en lokale voorschriften aanhouden. ▶ Beschermdoppen van de drie ventielen verwijderen ( afb. 14, [1], [2] en [3]). ▶ Schraderopener [6] en drukmeter [4] op het schraderventiel [1] aansluiten. ▶ Schraderopener indraaien en schraderventiel [1] openen. ▶ Ventielen [2] en [3] gesloten laten en de installatie met stikstof vullen, tot de druk 10 % boven de nominale druk van 42,5 bar ligt. ▶ Controleer of de druk na 10 minuten niet is veranderd. ▶ Stikstof inlaten, tot de nominale druk is bereikt. ▶ Controleer of de druk na minimaal 1 uur niet is veranderd. ▶ Stikstof aflaten. Installatie vullen OPMERKING Functiestoring door verkeerd koudemiddel De buitenunit is af fabriek met het koudemiddel R32 gevuld. ▶ Wanneer koudemiddel moet worden bijgevuld, alleen hetzelfde koudemiddel bijvullen. Koudemiddeltypen niet mengen. ▶ Installatie met een vacuümpomp ( afb. 14, [5]) gedurende minimaal 30 minuten vacuüm trekken en drogen, tot circa –1 bar (of circa 500 micron) is bereikt. ▶ Bovenste ventiel [3] (vloeistofzijde) openen. ▶ Met de drukmeter [4] controleren, of de doorstroming vrij is. ▶ Onderste ventiel [2] (gaszijde) openen. Het koudemiddel verdeeld zich over de installatie. ▶ Tenslotte de drukomstandigheden controleren. ▶ Schraderopener [6] uitdraaien en schraderventiel [1] sluiten. ▶ Vacuümpomp, drukmeter en schraderopener verwijderen. ▶ Beschermdoppen van de ventielen weer aanbrengen. ▶ Afdekking voor buisaansluitingen op de buitenunit weer aanbrengen. Buisbuitendiameter Ø [mm] Aandraaimoment [Nm] Diameter van de flensopening (A) [mm] Geflensd buisuiteinde Voorgemonteerd flensmoerschroefdraad 6,35 (1/4") 18-20 8,4-8,7 1/4" 9,53 (3/8") 32-39 13,2-13,5 3/8" R0.4~0.8
3.5 Aansluiten elektrisch
3.5.1 Algemene aanwijzingen
WAARSCHUWING Levensgevaar door elektrische stroom! Aanraken van elektrische onderdelen die onder spanning staan, kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Onderbreek voor werkzaamheden aan elektrische delen de voedingsspanning over alle polen (zekering, vermogensautomaat) en beveilig tegen onbedoeld herinschakelen. ▶ Werkzaamheden aan de elektrische installatie mogen alleen door een elektrotechnicus worden uitgevoerd. ▶ Veiligheidsmaatregelen conform de nationale en internationale voorschriften aanhouden. ▶ Bij een aanwezig veiligheidsrisico in de netspanning of bij een kort- sluiting tijdens de installatie de exploitant schriftelijk informeren en de toestellen niet installeren tot het probleem is opgelost. ▶ Alle elektrische aansluitingen conform het elektrische aansluitschema uitvoeren. ▶ Kabelisolatie alleen met speciaal gereedschap knippen. ▶ Geen andere verbruikers op de netaansluiting van het toestel aansluiten. ▶ Fase en nul niet verwisselen. Dit kan functiestoringen tot gevolg hebben. ▶ Bij een vaste netaansluiting een overspanningsbeveiliging en een scheidingsschakelaar installeren, die is gedimensioneerd voor 1,5 keer het maximale opgenomen vermogen van het toestel.
3.5.2 Binnenunit aansluiten
De binnenunit wordt via een 4-aderige kabel van het type H07RN-F op de buitenunit aangesloten. De geleiderdiameter van de communicatiekabel moet minimaal 1,5 mm
bedragen. OPMERKING Materiële schade door verkeerd aangesloten binnenunit De binnenunit wordt via de buitenunit met spanning gevoed. ▶ Binnenunit alleen op de buitenunit aansluiten. Voor aansluiten van de communicatiekabel: ▶ Bovenste afdekking en voorste afdekking openen. – Sluiting van de bovenste afdekking losmaken. – Bovenste afdekking tegen het eigen lichaam houden en optillen. – Voorste afdekking uit de haken losmaken en langs de rail naar voren trekken. ( afb. 15). ▶ Het uiteinde van de aansluitkabel [3] voor de binnenunit voorbereiden
▶ Schroef [4] verwijderen en de afdekking [5] van de aansluitklem afnemen. ▶ Kabeldoorvoer aan de achterzijde van de binnenunit uitbreken en de kabel doorvoeren. ▶ Kabel op de klemmen N, 1, 2 aansluiten. ▶ Randaarde [2] op aansluiten. ▶ Toekenning van de aders aan de aansluitklemmen noteren. ▶ Afdekking van de aansluitklem weer bevestigen. ▶ Voorste afdekking en bovenste afdekking weer bevestigen. ▶ Kabel naar de buitenunit leiden.
3.5.3 Buitenunit aansluiten
Op de buitenunit wordt een stroomkabel (3-aderig) en de communica- tiekabel naar de binnenunit (4-aderig) aangesloten. Gebruik kabel van het type H07RN-F met voldoende aderdiameter en zeker de netaanslui- ting met een zekering ( tab. 7). Tabel 7 ▶ Het uiteinde van de stroomkabel voorbereiden ( afb. 18). ▶ Het uiteinde van de communicatiekabel voorbereiden ( afb. 19). ▶ Afdekkingen [3+6] van de elektrische aansluiting afnemen ( afb. 20). Type CLC6001i... heeft alleen de buitenste afdekking [3]. ▶ Stroomkabel [2] en communicatiekabel [1] op de trekontlasting [4] zekeren. Indien nodig het meegeleverde inlegelement [5] daartussen plaatsen. ▶ Stroomkabel op de klemmen N, 1 en aansluiten. ▶ Communicatiekabel op de klemmen N, 1, 2 en aansluiten (toe- kenning van de aders aan de aansluitklemmen als bij de binnenunit). ▶ Afdekkingen weer bevestigen. Buitenunit Netzekering Aderdiameter Stroomkabel Communicatiekabel Alle typen 16A ≥1,5mm
4.1 Checklist voor de inbedrijfname
Na uitgevoerde installatie met dichtheidstest en elektrische aansluiting kan het systeem worden getest: ▶ Voedingsspanning tot stand brengen. ▶ Binnenunit met de afstandsbediening inschakelen. ▶Houd de toets ON/OFF [1] 5 seconden ingedrukt, om de koelmodus in te stellen ( afb. 21) Een pieptoon klinkt en de bedrijfslamp knippert. ▶ Koelmodus 5 minuten lang testen. ▶ Bewegingsvrijheid van de luchtgeleidingsplaat [2] waarborgen. ▶ Op de afstandsbediening verwarmingsbedrijf kiezen. ▶ Verwarmingsbedrijf 5 minuten lang testen. ▶Toets ON/OFF opnieuw indrukken, om het bedrijf te beëindigen.
4.3 Overdracht aan de eigenaar
▶ Wanneer het systeem is ingesteld, de installatie-instructie aan de klant overhandigen. ▶ De klant de bediening van het systeem aan de hand van de gebruiksinstructie uitleggen. ▶ Adviseer de klant, de gebruiksinstructie zorgvuldig te lezen. 1 Buitenunit en binnenunit zijn correct gemonteerd. 2 Buizen zijn correct
- op dichtheid getest. 3 Correcte condensafvoer is uitgevoerd en getest. 4 Elektrische aansluiting is correct uitgevoerd.
- Voedingsspanning ligt binnen het normale bereik
- Randaarde is correct aangebracht
- Aansluitkabel is vast op de klemmenstrook aangesloten 5 Alle afdekkingen zijn aangebracht en bevestigd. 6 De luchtgeleidingsplaat van de binnenunit is correct gemonteerd en de stelaandrijving is vastgeklikt. OBJ_DCL-6721831489-001.fm Page 98 Wednesday, April 21, 2021 2:52 PMStoringen verhelpen
5.1 Storingen met weergave
WAARSCHUWING Levensgevaar door elektrische stroom! Aanraken van elektrische onderdelen die onder spanning staan, kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Onderbreek voor werkzaamheden aan elektrische delen de voedingsspanning over alle polen (zekering, vermogensautomaat) en beveilig tegen onbedoeld herinschakelen. Een storing aan het toestel kan ook door sequentieel knipperen van de volgende lampjes worden gesignaleerd:
- Bedrijfslamp K (groen)
- WLAN-lamp (groen) Het aantal knipperingen geeft het nummer van de storingscode aan. Zo knippert bijvoorbeeld in geval van storing 23 – 4 de bedrijfslamp K (groen) 2 keer, daarna de timer-lamp (oranje) 3 keer en vervolgens de WLAN-lamp (groen) 4 maal. Als alternatief kan de storingscode via de afstandsbediening worden opgeroepen gebruiksinstructie. Wanneer een storing langer dan 10 minuten optreedt: ▶ Voedingsspanning gedurende korte tijd onderbreken en de binnen- unit weer inschakelen. Wanneer een storing niet kan worden opgelost: ▶ Contact opnemen met de servicedienst en de storingscode en de toe- stelgegevens doorgeven. Tabel 9
5.2 Storingen zonder weergave
Tabel 10 Storingscode Mogelijke oorzaak 00 – 0 Normaal bedrijf 01 – ... Kortsluiting aan thermistor van de buitenunit 02 – ... Storing door te hoge temperatuur in de compressor of warmtewisselaar 03 – 0 Buitenunit is ter beveiliging kortstondig uitgeschakeld. 05 – ... Open stroomkring aan thermistor van de buitenunit 06 – ... 07 – ... Overbelasting door onvoldoende koudemiddel of geblokkeerde luchtinlaat/luchtuitlaat. Storing aan IPM-module of overstroombeveiliging van de hoofdprintplaat van de buitenunit. 09 – ... Storing aan thermistor of 4-wegklep of onvoldoende koudemiddel. 10 – ... Parameterstoring in de EEPROM van de buitenunit 11 – ... Storing op ventilator in de buitenunit 13 – ... Storing aan compressor bij start of bedrijf 14 – ... Storing bij de impuls-amplitude-modulatie 17 – ... Verkeerde elektrische aansluiting van de toestellen met open stroomkring 18 – ... Verkeerde elektrische aansluiting van de toestellen met kortsluiting 19 – ... Storing op ventilator in de binnenunit 20 – ... Parameterstoring in de EEPROM van de binnenunit 24 – ... Communicatiestoring van de binnenunit met de WLAN 26 – ... Storing aan een thermistor van de binnenunit Storing Mogelijke oorzaak Oplossingen Vermogen van de binnenunit is te laag. Warmtewisselaar van de buiten- of binnenunit vervuild. ▶ Warmtewisselaar van de buiten- of binnenunit reinigen. Te weinig koudemiddel ▶ Buizen op dichtheid controleren, eventueel opnieuw afdichten. ▶ Koudemiddel bijvullen. Buitenunit of binnenunit functioneert niet. Geen stroom ▶ Elektrische aansluiting controleren. ▶ Binnenunit inschakelen. Aardlekschakelaar werd geactiveerd. ▶ Elektrische aansluiting controleren. ▶ Aardlekschakelaar controleren. Buitenunit of binnenunit start en stopt continu. Te weinig koudemiddel in het systeem. ▶ Buizen op dichtheid controleren, eventueel opnieuw afdichten. ▶ Koudemiddel bijvullen. Te veel koudemiddel in het systeem. Koudemiddel met een toestel voor koudemiddelterugwinning aftappen. Vochtigheid of vervuilingen in het koudemiddelcircuit. ▶ Koudemiddelcircuit vacuüm trekken. ▶ Nieuw koudemiddel vullen. Spanningsvariaties te hoog. ▶ Spanningsregelaar inbouwen. Compressor is defect. ▶ compressor vervangen. OBJ_DCL-6721831489-001.fm Page 99 Wednesday, April 21, 2021 2:52 PMMilieubescherming en afvalverwerking Climate Class 6000i/8000i – 6721831489 (2021/02)
6 Milieubescherming en afvalverwerking Milieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch Groep. Productkwaliteit, economische rendabiliteit en milieubescherming zijn gelijkwaardige doelen voor ons. Milieuwet- en regelgeving worden strikt nageleefd. Ter bescherming van het milieu passen wij, met inachtneming van bedrijfseconomische aspecten, de best mogelijke technieken en ma- terialen toe. Verpakking Bij het verpakken zijn we betrokken bij de landspecifieke recyclingsyste- men, die een optimale recycling waarborgen. Alle gebruikte verpakkings- materialen zijn milieuvriendelijk en recyclebaar. Recyclen Oude producten bevatten materialen die gerecycled kunnen worden. De componenten kunnen gemakkelijk worden gescheiden en kunststof- fen zijn gemarkeerd. Daardoor kunnen ze worden gesorteerd en voor re- cycling of afvalverwerking worden afgegeven. Afgedankte elektrische en elektronische apparaten Dit symbool betekent dat het product niet samen met ander afval mag worden afgevoerd, maar voor behandeling, inza- meling, recycling en afvalverwerking naar de daarvoor be- doelde verzamelplaatsen moet worden gebracht. Dit symbool geldt voor landen met voorschriften op het ge- bied van verschrotten van elektronica, bijv. de "Europese richtlijn 2012/ 19/EG betreffende oude elektrische en elektronische apparaten". In deze regelgeving is het kader vastgelegd voor de inlevering en recycling van oude elektronische apparaten in de afzonderlijke landen. Aangezien elektronische apparatuur gevaarlijke stoffen kan bevatten, moet deze op verantwoorde wijze worden gerecycled om mogelijke mili- euschade en risico's voor de menselijke gezondheid tot een minimum te beperken. Bovendien draagt het recyclen van elektronisch schroot bij aan het behoud van natuurlijke hulpbronnen. Voor meer informatie over de milieuvriendelijke verwijdering van afge- dankte elektrische en elektronische apparatuur kunt u contact opnemen met de plaatselijke autoriteiten, uw afvalverwerkingsbedrijf of de verko- per bij wie u het product hebt gekocht. Meer informatie vindt u hier: www.weee.bosch-thermotechnology.com/ Batterijen Batterijen mogen niet met het huishoudelijk afval worden afgevoerd. Lege batterijen moeten via de voorgeschreven inzamelingssystemen worden afgevoerd. Koudemiddel R32 Het toestel bevat gefluoreerd broeikasgas R32 (aardopwar- mingsvermogen 675
) met geringe brandbaarheid en ge- ringe giftigheid (A2L of A2). De opgenomen hoeveelheid is op de typeplaat van de buite- nunit aangegeven. Koudemiddelen zijn een gevaar voor het milieu en moeten afzonderlijk worden verzameld en afgevoerd. 7 Informatie inzake gegevensbescherming Om een afstandsbewaking en afstandsbediening van een Bosch verwar- mings-/ventilatiesysteem met dit product mogelijk te maken, is een in- ternetaansluiting nodig. Na het verbinden met het internet maakt het product automatisch verbinding met een Bosch-server. Hierbij worden de verbindingsgegevens, met name het IP-adres, automatisch overge- dragen en door Bosch Thermotechnik verwerkt. De verwerking kan door het resetten naar de fabrieksinstellingen van dit product worden inge- steld. Meer opmerkingen over de gegevensverwerking vindt u in de pri- vacyverklaring hierna en op het internet. Wij, Bosch Thermotechniek B.V., Zweedsestraat 1, 7418 BG Deventer, Nederland verwerken product- en installatie-informatie, technische - en aansluitgege- vens, communicatiegegevens, productregistraties en historische klantgegevens om productfunctionaliteit te realiseren (art. 6 (1) subpar. 1 (b) AVG) om aan onze plicht tot producttoezicht te voldoen en om redenen van product- veiligheid en beveiliging (art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG), vanwege onze rechten met betrekking tot garantie- en productregistratievragen (art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG), voor het analyseren van de distributie van onze producten en om te voorzien in geïndividualiseerde informatie en aan- biedingen gerelateerd aan het product (art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG). Om diensten te verlenen zoals verkoop- en marketing, contractmanagement, betalingsverwerking, ontwikkeling, data hosting en telefonische dien- sten kunnen wij gegevens ter beschikking stellen en overdragen aan ex- terne dienstverleners en/of bedrijven gelieerd aan Bosch. In bepaalde gevallen, maar alleen indien een passende gegevensbeveiliging is ge- waarborgd, kunnen persoonsgegevens worden overgedragen aan ont- vangers buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Meer informatie is op aanvraag beschikbaar. U kunt contact opnemen met onze Data Protection Officer onder: Data Protection Officer, Information Security and Privacy (C/ISP), Robert Bosch GmbH, Postfach 30 02 20, 70442 Stuttgart, DUITSLAND. U heeft te allen tijde het recht om bezwaar te maken tegen de verwerking van uw persoonsgegevens conform art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG om rede- nen met betrekking tot uw specifieke situatie of voor direct marketing- doeleinden. Neem voor het uitoefenen van uw recht contact met ons op via privacy.ttnl@bosch.com. Voor meer informatie, scan de QR-code.
1) op basis van bijlage I van de verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europese
Inhoudsopgave 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsin- structies
1.1 Symboolverklaringen
Waarschuwingen Bij waarschuwingen geven signaalwoorden de soort en de ernst van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden opgevolgd. De volgende signaalwoorden zijn vastgelegd en kunnen in dit document worden gebruikt: GEVAAR GEVAAR betekent dat zwaar tot levensgevaarlijk lichamelijk letsel zal ontstaan. WAARSCHUWING WAARSCHUWING betekent dat zwaar tot levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan ontstaan. VOORZICHTIG VOORZICHTIG betekent, dat licht tot middelzwaar persoonlijk letsel kan ontstaan. OPMERKING OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan. Belangrijke informatie Belangrijke informatie, zonder gevaar voor mens of materialen, wordt met het getoonde info-symbool gemarkeerd. Tabel 1 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsinstructies . . . .102
1.3 Aanwijzingen bij dit voorschrift. . . . . . . . . . . . . . . . . .103
2.2 Vereenvoudigde conformiteitsverklaring
3.2 Eisen aan de opstellingsplaats . . . . . . . . . . . . . . . . . .105
3.4.1 Koelmiddelleidingen op de binnen- en aan de
buiteneenheid aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .106
3.4.2 Condensafvoer op de binneneenheid aansluiten. . . .106
3.5.1 Algemene aanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .107
3.5.2 Binneneenheid aansluiten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .107
3.5.3 Buiteneenheid aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .107
4 Inbedrijfstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .108
4.1 Checklist voor de inbedrijfname . . . . . . . . . . . . . . . . .108
4.2 Werkingscontrole. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .108
4.3 Overdracht aan de gebruiker. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .108
6 Milieubescherming en recyclage. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .110 7 Aanwijzing inzake gegevenbescherming . . . . . . . . . . . . . . .110 8 Technische gegevens. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .111 Symbool Betekenis Waarschuwing voor ontvlambare stoffen: het koelmiddel R32 in dit product is een gas met geringe brandbaarheid en geringe giftigheid (A2L of A2). Het onderhoud moet door een gekwalificeerd persoon worden uitgevoerd volgens de instructies in de onderhoudshandleiding. Tijdens bedrijf de instructies in de bedieningshandleiding aanhouden. OBJ_DCL-6721831489-001.fm Page 102 Wednesday, April 21, 2021 2:52 PMToelichting bij de symbolen en veiligheidsinstructies
1.2 Algemene veiligheidsvoorschriften
H Instructies voor de doelgroep Deze installatiehandleiding is bedoeld voor vakmen- sen op het gebied van koude- en klimaattechniek en elektrotechniek. De instructies in alle installatierele- vante handleidingen moeten worden aangehouden. Indien deze niet worden aangehouden kunnen materi- ële schade, lichamelijk letsel en zelfs levensgevaar ontstaan. ▶ Lees de installatiehandleidingen van alle installatie- componenten door voordat u begint met installatie. ▶ Neem de veiligheidsinstructies en waarschuwings- aanwijzingen in acht. ▶ Neem de nationale en regionale voorschriften, technische regels en richtlijnen in acht. ▶ Documenteer uitgevoerde werkzaamheden. H Gebruik volgens de voorschriften De binneneenheid is bedoeld voor de installatie in het gebouw met aansluiting op een buiteneenheid en an- dere systeemcomponenten, bijvoorbeeld regelingen. De buiteneenheid is bedoeld voor de installatie buiten het gebouw met aansluiting op één of meerdere bin- neneenheden en andere systeemcomponenten, bijvoorbeeld regelingen. Ieder ander gebruik komt niet overeen met de voor- schriften. Verkeerd gebruik en daaruit resulterende schade valt niet onder de aansprakelijkheid. Voor de installatie op speciale locaties (parkeergarages, technische ruimte, balkon of andere half open plaatsen): ▶ Houd de eisen aan de installatieplaats in de technische documentatie aan. H Algemene gevaren door het koelmiddel ▶ Dit toestel is met koelmiddel R32 gevuld. Koelmiddel- gas kan bij contact met vuur giftige gassen vormen. ▶ Wanneer tijdens de installatie koelmiddel ontsnapt, de ruimte grondig ventileren. ▶ Na de installatie de dichtheid van de installatie controleren. ▶ Geen andere stoffen dan het gespecificeerde koelmiddel (R32) in het koelmiddelcircuit terecht laten komen. H Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische apparaten Ter voorkoming van gevaar door elektrische apparatuur gelden conform EN 60335-1 de volgende instructies: “Dit toestel kan door kinderen vanaf 8 jaar en ouder en door personen met verminderde fysische, sensori- sche of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, wanneer deze onder toezicht staan of voor wat betreft het veilig gebruik van het toe- stel zijn geïnstrueerd en de daaruit resulterende geva- ren begrijpen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd.” “Wanneer de netaansluitkabel wordt beschadigd, moet deze door de fabrikant of haar servicedienst of een gekwalificeerde persoon worden vervangen, om gevaar te vermijden.” H Overdracht aan de gebruiker Instrueer de gebruiker bij de overdracht in de bedie- ning en gebruiksvoorwaarden van de airconditioning. ▶ Bediening uitleggen – daarbij in het bijzonder op alle veiligheidsrelevante handelingen ingaan. ▶ Wijs met name op de volgende punten: – Onderhoud of herstelling mogen alleen door een erkend vakman worden uitgevoerd. – Voor het veilig en milieuvriendelijk bedrijf is mini- maal een jaarlijkse inspectie en een behoefte-af- hankelijke reiniging en onderhoud nodig. ▶ De mogelijke gevolgen (persoonlijk letsel of dood of materiële schade) van een ontbrekende of onjuiste inspectie, reiniging en onderhoud laten weten. ▶ Installatie- en bedieningshandleidingen ter bewa- ring aan de gebruiker geven.
1.3 Aanwijzingen bij dit voorschrift
Afbeeldingen vindt u verzameld aan het eind van deze handleiding. De tekst bevat verwijzingen naar de afbeeldingen. De producten kunnen afhankelijk van het model afwijken van de weergave in deze handleiding. OBJ_DCL-6721831489-001.fm Page 103 Wednesday, April 21, 2021 2:52 PMGegevens betreffende het product Climate Class 6000i/8000i – 6721831489 (2021/02)
2 Gegevens betreffende het product
2.1 Conformiteitsverklaring
Dit product voldoet qua constructie en werking aan de Europese en nationale vereisten. Met de CE-markering wordt de conformiteit van het product met alle toepasbare EU-voorschriften bevestigd, welke samen- hangen met het aanbrengen van deze markering. De volledige tekst van de conformiteitsverklaring is via internet beschikbaar: www.bosch-climate.be.
2.2 Vereenvoudigde conformiteitsverklaring betreffende
radiografische installaties Hierbij verklaart Bosch Thermotechnik GmbH, dat het in deze instructie genoemde product Climate Class 6000i/8000i met radiografische technologie aan de richtlijn 2014/53/EU voldoet. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is via internet beschikbaar: www.bosch-climate.be.
Legenda bij afb. 1: [1] Buiteneenheid (gevuld met koelmiddel) [2] Binneneenheid (gevuld voor stikstof) [3] Montageplaat [4] Spiegelplaat (alleen voor gekleurde modellen CLC8001i... T/S/R)
[5] Afdekkap voor de aansluitklemmen met schroef [6] Afstandsbediening met batterijen [7] Documentenset voor productdocumentatie [8] Bevestigingsmateriaal (7 lange schroeven, 1 speciale schroef voor bevestiging van de afstandsbediening en 8 pluggen) [9] Plaat (voor kabelbevestiging in trekontlasting) [10] Afvoerverbinding en afvoerbak (alleen voor type CLC8001i...) [11] Afvoeraansluiting (alleen voor type CLC6001i...)
2.4.1 Binneneenheid en buiteneenheid
Legenda bij afb. 3: [1] Buis gaszijde [2] Buis vloeistofzijde [3] Sifonvormige bocht als olieafscheider Wanneer de buiteneenheid hoger dan de binneneenheid wordt geplaatst, gaszijdig na maximaal 6 m een sifonvormige bocht installeren en na elke volgende 6 m een volgende sifonvormige bocht (
, [1]). ▶ Maximale buislengte en maximaal hoogteverschil tussen binneneen- heid en buiteneenheid aanhouden. Tabel 2 Buislengte en hoogteverschil Tabel 3 Buisdiameter afhankelijk van het toesteltype Tabel 4 Alternatieve doorlaat Tabel 5
1) Bevestiging van de spiegelplaat afb. 10
1) Gaszijde of vloeistofzijde
2) Gemeten van onderkant tot onderkant.
Alle typen ≤ 15 ≤ 10 Doorlaat Keteltype Vloeistofzijde [mm] Gaszijde [mm] Alle typen 6,35 (1/4") 9,53 (3/8") Doorlaat [mm] Alternatieve doorlaat [mm] 6,35 (1/4") 6 9,53 (3/8") 10 Specificatie van de buizen Minimale buislengte 3 m Extra koelmiddel bij een buislengte van meer dan 7,5 m (vloeistofzijde) CLC6001i...: 15 g/m CLC8001i...: 0 g/m
1) Voorgevuld voor de maximale buislengte van 15 m.
Leidingdikte bij 6,35 mm tot 12,7 mm doorlaat ≥0,8mm Dikte isolatie ≥6mm Materiaal isolatie Polyethyleen schuimrubber OBJ_DCL-6721831489-001.fm Page 104 Wednesday, April 21, 2021 2:52 PMInstallatie
3.1 Voor de installatie:
VOORZICHTIG Gevaar voor lichamelijk letsel door scherpe randen! ▶ Draag bij de installatie veiligheidshandschoenen. VOORZICHTIG Gevaar door verbranding! De buizen worden tijdens bedrijf zeer heet. ▶ Waarborg, dat de buizen voor het aanraken zijn afgekoeld. ▶ Controleer of de leveringsomvang niet beschadigd is. ▶ Controleer of bij het openen van de buizen van de binneneenheid geen sissend geluid wegens onderdruk te horen is.
3.2 Eisen aan de opstellingsplaats
▶ Respecteer de minimale afstanden ( afb. 4). Binneneenheid ▶ De binneneenheid niet in een ruimte installeren, waar open ontste- kingsbronnen worden gebruikt (bijvoorbeeld open vuur, een werkend cv-toestel of een werkende elektrische verwarming). ▶ Het toestel kan in een ruimte met een oppervlakte van 4 m
worden geïnstalleerd, voor zover de inbouwhoogte minimaal 2,5 m is. Bij geringere inbouwhoogte moet de vloeroppervlakte overeenkom- stig groter zijn. ▶ De installatieplaats mag niet hoger liggen dan 2000 m boven zeeniveau. ▶ De luchtinlaat en de luchtuitlaat vrij houden van hindernissen, zodat de lucht ongehinderd kan circuleren. Anders kan vermogensverlies en een hoger geluidsniveau optreden. ▶ Tv-toestellen, radio's en dergelijke toestellen op minimaal 1 m afstand van het toestel en de afstandsbediening houden. ▶ Voor de montage van de binneneenheid een wand kiezen, die trillingen dempt. Buiteneenheid ▶ De buiteneenheid niet blootstellen aan machine-oliedamp, hete stoom, zwavelgas enzovoort. ▶ De buiteneenheid niet vlak bij water installeren of aan zeewind blootstellen. ▶ De buiteneenheid moet altijd vrij blijven van sneeuw. ▶ Afvoerlucht of de bedrijfsgeluiden mogen niet storen. ▶ De lucht moet goed rondom de buiteneenheid circuleren, het toestel mag echter niet aan krachtige wind worden blootgesteld. ▶ Het tijdens bedrijf optredend condensaat moet probleemloos kunnen weglopen. Indien nodig, een afvoerslang installeren. In koude regio's is de installatie van een afvoerslang af te raden, omdat er bevriezingen kunnen optreden ▶ De buiteneenheid op een stabiele plaat opstellen.
3.3 Montage van het toestel
OPMERKING Materiële schade door verkeerde montage! Door verkeerde montage kan het toestel van de muur vallen. ▶ Monteer het toestel alleen op een vaste, vlakke wand. De wand moet het toestelgewicht kunnen dragen. ▶ Gebruik alleen voor het type wand en het gewicht geschikte schroe- ven en pluggen.
3.3.1 Binneneenheid monteren
▶ Karton aan bovenkant openen en de binneneenheid naar boven toe uittrekken. ▶ Binneneenheid met de vormdelen van de verpakking op de voorkant leggen. ▶ Schroeven losmaken en de montageplaat aan de achterkant van de binneneenheid afnemen. ▶ Installatieplaats rekening houdend met de minimale afstanden bepalen ( afb. 2). ▶ Montageplaat met een schroef en een plug door het middelste gat op de wand bevestigen en horizontaal uitlijnen ( afb. 4). ▶ Montageplaat met zes extra schroeven en pluggen bevestigen, zodat de montageplaat vlak tegen de wand aanligt. ▶ Muurdoorvoer voor de leidingen boren (aanbevolen positie van de muurdoorvoer achter de binneneenheid afb. 5). De markeringen [1] zijn bedoeld voor de positionering van de boring. ▶ Eventueel de positie van de condensafvoer veranderen ( afb. 6). De leidingkoppelingen aan de binneneenheid liggen in de meeste gevallen achter de binneneenheid. Wij adviseren, de buizen al voor het ophangen van de binneneenheid te verlengen. ▶ Buisverbindingen uitvoeren zoals beschreven in hoofdstuk 3.4. ▶ Eventueel de leidingen in de gewenste richting verbuigen en een opening aan de zijkant of onderkant van de afdekplaat uitbreken ( afb. 8). ▶ Leidingen door de wand leiden en de binneneenheid in de montage- plaat hangen ( afb. 9). ▶ Voor CLC8001i... T/S/R zijn extra spiegelplaten beschikbaar, die op de betreffende posities moeten worden aangebracht (
, [2]). – Positie van de spiegelplaat bepalen.
– Kleeffolie aftrekken. – Spiegelplaten op de al aanwezige spiegelplaten [1] aanpassen. Wanneer de binneneenheid van de montageplaat moet worden afgenomen: ▶ Op de markeringen aan de onderkant van de binneneenheid drukken en de binneneenheid naar voren trekken ( afb. 11, [1]). Bij de gekleurde modellen CLC8001i... zijn deze markeringen niet te zien, omdat op die plaats een spiegelplaat is opgebracht. Toch kan de binneneenheid door indrukken op de betreffende posities van de wand worden afgenomen.
1) Afhankelijk van de positie van de buizen zijn alle 4 spiegelplaten nodig of slechts 3.
▶ Karton naar boven uitrichten. ▶ Sluitbanden open snijden en verwijderen. ▶ Het karton naar boven aftrekken en de verpakking verwijderen. ▶ Afhankelijk van de installatiesoort een stand- of wandconsole voorbereiden en monteren. ▶ Buiteneenheid opstellen of ophangen, daarbij de meegeleverde of bouwzijdige trillingsdempers voor de voeten gebruiken. ▶ Bij installatie met stand- of wandconsole de meegeleverde afvoerbak [2] met afvoerbocht [3] op de afvoerboring [1] aanbrengen ( afb. 12). Wanneer druppelend water een probleem wordt, een standaard afvoer- slang [4] aansluiten. ▶ Afdekking voor de buisaansluitingen afnemen ( afb. 13). ▶ Buisverbindingen uitvoeren zoals beschreven in hoofdstuk 3.4. ▶ Afdekking voor de buisaansluitingen weer monteren.
3.4 Aansluiting van de buizen
3.4.1 Koelmiddelleidingen op de binnen- en aan de buiteneen-
heid aansluiten VOORZICHTIG Ontsnappen van het koelmiddel door lekkende verbindingen Door ondeskundig uitgevoerde buisverbindingen kan koelmiddel ontsnappen. ▶ Bij het opnieuw gebruiken van kraagverbindingen het flensdeel altijd opnieuw maken. Koperen buizen zijn in metrische en in inch-maten leverbaar, het flens- moerschroefdraad is echter hetzelfde. De flenskoppelingen aan de binnen- en aan de buiteneenheid zijn bedoeld voor inch-maten. ▶ Bij gebruik van metrische koperen buizen de flensmoeren vervangen door exemplaren met passende diameter ( tabel 6). ▶ Buisdiameter en buislengte bepalen ( pagina 104). ▶ Buis met een buissnijder inkorten ( afb. 7). ▶ Buisuiteinden inwendig ontbramen en de spanen uitkloppen. ▶ Moer op de buis steken. ▶ Buis met het flensgereedschap op de maat uit tabel 6 expanderen. De moer moet gemakkelijk tot de rand kunnen worden geschoven, maar niet daarover heen. ▶ Buis aansluiten en de schroefverbinding op het draaimoment uit tabel 6 vastdraaien. ▶ Bovenstaande stappen voor de tweede buis herhalen. OPMERKING Minder rendement door warmteoverdracht tussen koelmiddellei- dingen ▶ Koelmiddelleidingen afzonderlijk van elkaar thermisch isoleren. ▶ Isolatie van de buizen aanbrengen en fixeren. Tabel 6 Specificatie van de buisverbindingen
3.4.2 Condensafvoer op de binneneenheid aansluiten
De condensbak van de binneneenheid is met twee aansluitingen uitge- rust. Af fabriek zijn daaraan een condensaatslang en een stop gemon- teerd, deze kunnen worden verwisseld ( afb. 6). ▶ Condensaatslang met verval installeren.
3.4.3 Dichtheid controleren en installatie vullen
Dichtheid controleren Bij de dichtheidscontrole de nationale en lokale voorschriften aanhouden. ▶ Doppen van de drie ventielen verwijderen (
, [1], [2] en [3]). ▶ Schraderopener [6] en drukmeter [4] op het schraderventiel [1] aansluiten. ▶ Schraderopener indraaien en schraderventiel [1] openen. ▶ Ventielen [2] en [3] gesloten laten en de installatie met stikstof vullen, tot de druk 10 % boven de nominale druk van 42,5 bar ligt. ▶ Controleer of de druk na 10 minuten niet is veranderd. ▶ Stikstof inlaten, tot de nominale druk is bereikt. ▶ Controleer of de druk na minimaal 1 uur niet is veranderd. ▶ Stikstof aflaten. Installatie vullen OPMERKING Functiestoring door verkeerd koelmiddel De buiteneenheid is af fabriek met het koelmiddel R32 gevuld. ▶ Wanneer koelmiddel moet worden bijgevuld, alleen hetzelfde koelmiddel bijvullen. Koelmiddeltypen niet mengen. ▶ Installatie met een vacuümpomp ( afb. 14, [5]) gedurende minimaal 30 minuten vacuüm trekken en drogen, tot circa –1 bar (of circa 500 micron) is bereikt. ▶ Bovenste ventiel [3] (vloeistofzijde) openen. ▶ Met de drukmeter [4] controleren, of de doorstroming vrij is. ▶ Onderste ventiel [2] (gaszijde) openen. Het koelmiddel verdeelt zich over de installatie. ▶ Ten slotte de drukomstandigheden controleren. ▶ Schraderopener [6] uitdraaien en schraderventiel [1] sluiten. ▶ Vacuümpomp, drukmeter en schraderopener verwijderen. ▶ Doppen van de ventielen weer aanbrengen. ▶ Afdekking voor buisaansluitingen op de buiteneenheid weer aanbrengen. Buisbuitendiameter Ø [m
Aandraaimoment [Nm] Diameter van de flensopening (A) [mm] Buisuiteinde met kraag Voorgemonteerd flensmoerschroefdraad 6,35 (1/4") 18-20 8,4-8,7 1/4" 9,53 (3/8") 32-39 13,2-13,5 3/8" R0.4~0.8
3.5 Elektrische aansluiting
3.5.1 Algemene aanwijzingen
WAARSCHUWING Levensgevaar door elektrische stroom! Aanraken van elektrische onderdelen die onder spanning staan kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Voor werkzaamheden aan elektrische delen de voedingsspanning over alle polen onderbreken (zekering, vermogensautomaat) en be- veiligen tegen onbedoeld herinschakelen. ▶ Werkzaamheden aan de elektrische installatie mogen alleen door een elektrotechnicus worden uitgevoerd. ▶ Beschermende maatregelen conform de nationale en internationale voorschriften aanhouden. ▶ Bij een aanwezig veiligheidsrisico in de netspanning of bij een kortsluiting tijdens de installatie de gebruiker schriftelijk informeren en de toestellen niet installeren tot het probleem is opgelost. ▶ Alle elektrische aansluitingen conform het elektrische aansluitschema uitvoeren. ▶ Kabelisolatie alleen met speciaal gereedschap knippen. ▶ Geen andere verbruikers op de netaansluiting van de ketel aansluiten. ▶ Fase en nul niet verwisselen. Dit kan functiestoringen tot gevolg hebben. ▶ Bij een vaste netaansluiting een overspanningsbeveiliging en een scheidingsschakelaar installeren, die is gedimensioneerd voor 1,5 keer het maximale opgenomen vermogen van het toestel.
3.5.2 Binneneenheid aansluiten
De binneneenheid wordt via een 4-aderige kabel van het type H07RN-F op de buiteneenheid aangesloten. De aderdiameter van de communica- tiekabel moet minimaal 1,5 mm
bedragen. OPMERKING Materiële schade door verkeerd aangesloten binneneenheid De binneneenheid wordt via de buiteneenheid met spanning gevoed. ▶ Binneneenheid alleen op de buiteneenheid aansluiten. Voor aansluiten van de communicatiekabel ▶ Bovenste afdekking en voorste afdekking openen. – Sluitingen van de bovenste afdekking losmaken. – Bovenste afdekking tegen het eigen lichaam houden en optillen. – Voorste afdekking uit de haken losmaken en langs de rail naar voren trekken. ( afb. 15). ▶ Het uiteinde van de aansluitkabel [3] voor de binneneenheid voorbereiden ( afb. 16 tot 17). ▶ Schroef [4] verwijderen en de afdekking [5] van de aansluitklem afnemen. ▶ Kabeldoorvoer aan de achterzijde van de binneneenheid uitbreken en de kabel doorvoeren. ▶ Kabel op de klemmen N, 1, 2 aansluiten. ▶ Randaarde [2] op aansluiten. ▶ Toekenning van de aders aan de aansluitklemmen noteren. ▶ Afdekking van de aansluitklem weer bevestigen. ▶ Voorste afdekking en bovenste afdekking weer bevestigen. ▶ Kabel naar de buiteneenheid leiden.
3.5.3 Buiteneenheid aansluiten
Op de buiteneenheid wordt een stroomkabel (3-aderig) en de communi- catiekabel naar de binneneenheid (4-aderig) aangesloten. Gebruik kabel van het type H07RN-F met voldoende geleiderdiameter en zeker de netaansluiting met een zekering (
Tabel 7 ▶ Het uiteinde van de stroomkabel voorbereiden ( afb. 18). ▶ Het uiteinde van de communicatiekabel voorbereiden ( afb. 19). ▶ Afdekkingen [3+6] van de elektrische aansluiting afnemen ( afb. 20). Model CLC6001i... heeft alleen de buitenste afdekking [3]. ▶ Stroomkabel [2] en communicatiekabel [1] op de trekontlasting [4] zekeren. Indien nodig het meegeleverde inlegelement [5] daartussen plaatsen. ▶ Stroomkabel op de klemmen N, 1 en aansluiten. ▶ Communicatiekabel op de klemmen N, 1, 2 en aansluiten (toekenning van de aders aan de aansluitklemmen als bij de binneneenheid). ▶ Afdekkingen weer bevestigen. Buiteneenheid Netzekering Aderdiameter Stroomkabel Communicatiekabel Alle typen 16 A ≥ 1,5 mm
4.1 Checklist voor de inbedrijfname
Na uitgevoerde installatie met dichtheidscontrole en elektrische aansluiting kan het systeem worden getest: ▶ Voedingsspanning tot stand brengen. ▶ Binneneenheid met de afstandsbediening inschakelen. ▶Houd de toets ON/OFF [1] 5 seconden ingedrukt, om de koelmodus in te stellen ( afb. 21) Een pieptoon klinkt en de bedrijfslamp knippert. ▶ Koelmodus 5 minuten lang testen. ▶ Bewegingsvrijheid van de luchtgeleidingsplaat [2] waarborgen. ▶ Op de afstandsbediening cv-bedrijf kiezen. ▶ Cv-bedrijf 5 minuten lang testen. ▶Toets ON/OFF opnieuw indrukken, om het bedrijf te beëindigen.
4.3 Overdracht aan de gebruiker
▶ Wanneer het systeem is ingesteld, de installatiehandleiding aan de klant overhandigen. ▶ De klant de bediening van het systeem aan de hand van de bedieningshandleiding uitleggen. ▶ Adviseer de klant, de bedieningshandleiding zorgvuldig te lezen. 1 Buiteneenheid en binneneenheid zijn correct gemonteerd. 2 Buizen zijn correct
- op dichtheid getest. 3 Correcte condensafvoer is uitgevoerd en getest. 4 Elektrische aansluiting is correct uitgevoerd.
- Stroomvoorziening ligt binnen het normale bereik
- Randaarde is correct aangebracht
- Aansluitkabel is vast op de klemmenstrook aangesloten 5 Alle afdekkingen zijn aangebracht en bevestigd.
De luchtgeleidingsplaat van de binneneenheid is correct gemonteerd en de stelaandrijving is vastgeklikt. OBJ_DCL-6721831489-001.fm Page 108 Wednesday, April 21, 2021 2:52 PMStoringen verhelpen
5.1 Storingen met weergave
WAARSCHUWING Levensgevaar door elektrische stroom! Aanraken van elektrische onderdelen die onder spanning staan kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Voor werkzaamheden aan elektrische delen de voedingsspanning over alle polen onderbreken (zekering, vermogensautomaat) en beveiligen tegen onbedoeld herinschakelen. Een storing aan het toestel kan ook door sequentieel knipperen van de volgende lampjes worden gesignaleerd:
- Bedrijfslamp K (groen)
- WLAN-lamp (groen) Het aantal knipperingen geeft het nummer van de storingscode aan. Zo knippert bijvoorbeeld in geval van storing 23 – 4 de bedrijfslamp
(groen) 2 keer, daarna de timer-lamp (oranje) 3 keer en vervolgens de WLAN-lamp (groen) 4 maal. Als alternatief kan de storingscode via de afstandsbediening worden opgeroepen
bedieningshandleiding. Wanneer een storing langer dan 10 minuten optreedt: ▶ Voedingsspanning gedurende korte tijd onderbreken en de binneneenheid weer inschakelen. Wanneer een storing niet kan worden opgelost: ▶ Contact opnemen met de servicedienst en de storingscode en de toestelgegevens doorgeven. Tabel 9
5.2 Storingen zonder weergave
Tabel 10 Storingscode MOGELIJKE OORZAAK 00 – 0 Normaal bedrijf 01 – ... Kortsluiting aan thermistor van de buiteneenheid 02 – ... Storing door te hoge temperatuur in de compressor of warmtewisselaar 03 – 0 Buiteneenheid is ter beveiliging kortstondig uitgeschakeld. 05 – ... Open stroomkring aan thermistor van de buiteneenheid 06 – ... 07 – ... Overbelasting door onvoldoende koelmiddel of geblokkeerde luchtinlaat/luchtuitlaat. Storing aan IPM-module of overstroombeveiliging van de hoofdprintplaat van de buiteneenheid. 09 – ... Storing aan thermistor of 4-wegklep of onvoldoende koelmiddel. 10 – ... Parameterstoring in de EEPROM van de buiteneenheid 11 – ... Storing op ventilator in de buiteneenheid 13 – ... Storing aan compressor bij start of bedrijf 14 – ... Storing bij de impuls-amplitude-modulatie 17 – ... Verkeerde elektrische aansluiting van de toestellen met open stroomkring 18 – ... Verkeerde elektrische aansluiting van de toestellen met kortsluiting 19 – ... Storing op ventilator in de binneneenheid 20 – ... Parameterstoring in de EEPROM van de binneneenheid 24 – ... Communicatiestoring van de binneneenheid met de WLAN 26 – ... Storing aan een thermistor van de binneneenheid Storing MOGELIJKE OORZAAK Oplossing Vermogen van de binneneenheid is te laag. Warmtewisselaar van de buiten- of binneneenheid vervuild. ▶ Warmtewisselaar van de buiten- of binneneenheid reinigen. Te weinig koelmiddel ▶ Buizen op dichtheid controleren, eventueel opnieuw afdichten. ▶ Koelmiddel bijvullen. Buiteneenheid of binneneenheid functioneert niet. Geen stroom ▶ Stroomaansluiting controleren. ▶ Binneneenheid inschakelen. Aardlekschakelaar werd geactiveerd. ▶ Stroomaansluiting controleren. ▶ Aardlekschakelaar controleren. Buiteneenheid of binneneenheid start en stopt continu. Te weinig koelmiddel in het systeem. ▶ Buizen op dichtheid controleren, eventueel opnieuw afdichten. ▶ Koelmiddel bijvullen. Te veel koelmiddel in het systeem. Koelmiddel met een toestel voor koelmiddelterugwinning aftappen. Vochtigheid of vervuilingen in het koelmiddelcircuit. ▶ Koelmiddelcircuit vacuüm trekken. ▶ Nieuw koelmiddel vullen. Spanningsvariaties te hoog. ▶ Spanningsregelaar inbouwen. Compressor is defect. ▶ Compressor vervangen. OBJ_DCL-6721831489-001.fm Page 109 Wednesday, April 21, 2021 2:52 PMMilieubescherming en recyclage Climate Class 6000i/8000i – 6721831489 (2021/02)
6 Milieubescherming en recyclage Milieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch-groep. Kwaliteit van de producten, rendement en milieubescherming zijn even belangrijke doelen voor ons. Wetten en voorschriften op het gebied van de milieubescherming worden strikt gerespecteerd. Ter bescherming van het milieu gebruiken wij, rekening houdend met bedrijfseconomische gezichtspunten, de best mogelijke techniek en materialen. Verpakking Voor wat de verpakking betreft nemen wij deel aan de nationale verwer- kingssystemen, die een optimale recycling waarborgen. Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt. Oud apparaat Oude toestellen bevatten materialen, die hergebruikt kunnen worden. De modules kunnen gemakkelijk worden gescheiden. Kunststoffen zijn gemarkeerd. Daardoor kunnen de verschillende componenten worden gesorteerd en voor recycling of afvalverwerking worden afgegeven. Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur Dit symbool betekent, dat het product niet samen met ander afval mag worden afgevoerd, maar voor behandeling, inza- meling, recycling en afvoeren naar de daarvoor bedoelde verzamelplaatsen moet worden gebracht. Dit symbool geldt voor landen met voorschriften op het ge- bied van verschroten van elektronica, bijv. de "Europese richtlijn 2012/ 19/EG betreffende oude elektrische en elektronische apparaten". In deze voorschriften is het kader vastgelegd voor de inlevering en recy- cling van oude elektronische apparaten in de afzonderlijke landen. Aangezien elektronische toestellen gevaarlijke stoffen kunnen bevatten, moeten deze op verantwoorde wijze worden gerecycled om mogelijke milieuschade en gevaren voor de menselijke gezondheid tot een mini- mum te beperken. Bovendien draagt het recyclen van elektronisch schroot bij aan het behoud van natuurlijke hulpbronnen. Voor meer informatie over het milieuvriendelijke afvoeren van afgedank- te elektrische en elektronische apparatuur kunt u contact opnemen met de plaatselijke autoriteiten, uw afvalverwerkingsbedrijf of de verkoper bij wie u het product hebt gekocht. Meer informatie vindt u hier: www.weee.bosch-thermotechnology.com/ Batterijen Batterijen mogen niet met het huishoudelijk afval worden afgevoerd. Verbruikte batterijen moeten via de voorgeschreven inzamelingssyste- men worden afgevoerd. Koudemiddel R32 Het toestel bevat gefluoreerd broeikasgas R32 (aardopwar- mingsvermogen 675
) met geringe brandbaarheid en geringe giftigheid (A2L of A2). De opgenomen hoeveelheid is op de typeplaat van de buiteneenheid aangegeven. Koelmiddelen zijn een gevaar voor het milieu en moeten afzonderlijk worden verzameld en afgevoerd. 7 Aanwijzing inzake gegevenbescherming Om een afstandsbewaking en afstandsbediening van een Bosch verwar- mings-/ventilatiesysteem met dit product mogelijk te maken, is een in- ternetaansluiting nodig. Na het verbinden met het internet maakt het product automatisch verbinding met een Bosch-server. Hierbij worden de verbindingsgegevens, met name het IP-adres, automatisch overge- dragen en door Bosch Thermotechnik verwerkt. De verwerking kan door het resetten naar de fabrieksinstellingen van dit product worden inge- steld. Meer opmerkingen over de gegevensverwerking vindt u in de pri- vacyverklaring hierna en op het internet. Wij, Bosch Thermotechnology n.v./s.a., Zandvoort- straat 47, 2800 Mechelen, België, verwerken pro- duct- en installatie-informatie, technische - en aansluitgegevens, communicatiegegevens, product- registraties en historische klantgegevens om product- functionaliteit te realiseren (art. 6 (1) subpar. 1 (b) AVG) om aan onze plicht tot producttoezicht te voldoen en om redenen van productveiligheid en beveiliging (art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG), van- wege onze rechten met betrekking tot garantie- en productregistratievra- gen (art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG), voor het analyseren van de distributie van onze producten en om te voorzien in geïndividualiseerde informatie en aanbiedingen gerelateerd aan het product (art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG). Om diensten te verlenen zoals verkoop- en marketing, contract- management, betalingsverwerking, ontwikkeling, data hosting en telefo- nische diensten kunnen wij gegevens ter beschikking stellen en overdragen aan externe dienstverleners en/of bedrijven gelieerd aan Bosch. In bepaalde gevallen, maar alleen indien een passende gegevens- beveiliging is gewaarborgd, kunnen persoonsgegevens worden overge- dragen aan ontvangers buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Meer informatie is op aanvraag beschikbaar. U kunt contact opnemen met onze Data Protection Officer onder: Data Protection Officer, Infor- mation Security and Privacy (C/ISP), Robert Bosch GmbH, Postfach 30 02 20, 70442 Stuttgart, DUITSLAND. U heeft te allen tijde het recht om bezwaar te maken tegen de verwerking van uw persoonsgegevens conform art. 6 (1) subpar. 1 (f) AVG om rede- nen met betrekking tot uw specifieke situatie of voor direct marketing- doeleinden. Neem voor het uitoefenen van uw recht contact met ons op via privacy.ttbe@bosch.com. Voor meer informatie, scan de QR-code.
Notice-Facile