GLM 500 Professional - Laserpointer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GLM 500 Professional BOSCH in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - GLM 500 Professional BOSCH
Download de handleiding voor uw Laserpointer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GLM 500 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GLM 500 Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GLM 500 Professional BOSCH
Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma. Aanduidingselementen (keuze) (a) Statusbalk (b) Referentievlak van de meting (c) Batterij-aanduiding (d) Meetwaarderegels (e) Resultaatregel (f) Meetfuncties (g) Aanduiding hellingshoek (h) BasisinstellingenTechnische gegevens Digitale laserafstandsmeter GLM 500 Productnummer 3 601 K72 H.. Instelling maateenheid m, ft, in Meetbereik (typisch) 0,05–50 m
Kleinste aanduidingseenheid 0,5 mm Indirecte afstandsmeting en libel Meetbereik 0°–360° (4x90°) Hellingmeting Meetbereik 0°–360° (4x90°) Meetnauwkeurigheid (typisch) ±0,2° C)D)E) Kleinste aanduidingseenheid 0,1° Algemeen Gebruikstemperatuur –10 °C ...+45°C
Opslagtemperatuur –20 °C ... +70 °C Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000 m Vervuilingsgraad volgens IEC61010-1 2
Laserklasse 2 Lasertype 635nm, <1mW Diameter laserstraal (bij 25°C) ca. – op een afstand van 10m 9mm
– op een afstand van 50m 45mm
Batterijen Accucellen 2 x 1,5 V LR03 (AAA) 2 x 1,2 V HR03 (AAA) A) Bij meting vanaf voorkant van het meetgereedschap, geldt voor een hoog reflectievermogen van het doel (bijv. een wit geverfde muur), zwakke achtergrondverlichting en een gebruikstempera- tuur van 25°C. Daarnaast moet met een afwijking van ±0,05mm/m gerekend worden. B) Bij meting vanaf achterkant van het meetgereedschap, geldt voor laag reflectievermogen van het doel (bijv. een donker geverfde muur), sterke achtergrondverlichting en een gebruikstempera- tuur van –10 °C tot +45 °C. Daarnaast moet met een afwijking van ±0,15 mm/m gerekend wor- den. C) Na de kalibrering door de gebruiker bij 0° en 90°; er moet rekening worden gehouden met een extra hellingfout van ± 0,01°/graden tot 45° (max.). Als referentievlak voor de hellingmeting dient de linkerkant van het meetgereedschap. D) Bij een gebruikstemperatuur van 25°C E) Als referentievlak voor de hellingmeting dient de linkerkant van het meetgereedschap. F) In de functie permanente meting bedraagt de max. gebruikstemperatuur +40 °C. G) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaar- heid wort verwacht door bedauwing. H) uitgezonderd batterijvak Het serienummer (11) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzinnige identificatie van uw meetge- reedschap. Montage Batterijen plaatsen/verwisselen Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkalimangaanbatterijen of accu’s ge- adviseerd. Met 1,2 V-accu's zijn mogelijk minder metingen mogelijk dan met 1,5 V-batterijen. Voor het openen van het batterijvakdeksel (9) drukt u op de vergrendeling (10) en neemt u het batterijvakdeksel weg. Plaats de batterijen of accu's. Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak. Wanneer het lege batterijsymbool voor de eerste keer op het display verschijnt, dan zijn er nog ca. 100 metingen mogelijk. Wanneer het batterijsymbool leeg is en rood knippert, dan zijn er geen metingen meer mogelijk. Verwissel de batterijen of accu's.Verwissel altijd alle batterijen of accu’s tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen of accu’s van één fabrikant en met dezelfde capaciteit. u Haal de batterijen of accu's uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. Als de batterijen of accu’s lang worden bewaard, kunnen deze gaan corroderen en zichzelf ontladen. Gebruik Ingebruikname u Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal ver- blind worden. u Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. u Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuur- schommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur ko- men, voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuur- schommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden. u Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap moet u altijd vóór het verder werken een nauw- keurigheidscontrole uitvoeren (zie „Nauwkeurigheidscontrole en kalibrering van de hellingmeting (zie afbeeldingenE1–E2)“, Pagina118). In-/uitschakelen – Voor het inschakelen van het meetgereedschap en van de laser drukt u kort op de meettoets (2) [ ]. – Voor het inschakelen van het meetgereedschap zonder laser drukt u kort op de aan/ uit-toets (5) [ ]. u Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand. Voor het uitschakelen van het meetgereedschap houdt u de aan/uit-toets (5) [ ] inge- drukt. Bij het uitschakelen van het meetgereedschap blijven de waarden in het geheugen en de toestelinstellingen behouden. Nederlands | 111 Bosch Power Tools 1 609 92A 4RG | (15.11.2018)112 | Nederlands 1 609 92A 4RG | (15.11.2018) Bosch Power Tools Meetprocedure Na het inschakelen bevindt het meetgereedschap zich in de functie lengtemeting. Voor een andere meetfunctie drukt u op de toets (7) [Func]. Kies de gewenste meetfunctie met de toets (3) [+] of toets (8) [–] (zie „Meetfuncties“, Pagina113). Activeer de meet- functie met de toets (7) [Func] of met de meettoets (2) [ ]. Als referentievlak voor de meting is na het inschakelen de achterkant van het meetge- reedschap gekozen. Voor het wisselen van het referentievlak (zie „Referentievlak kiezen (zie afbeeldingA)“, Pagina112). Plaats het meetgereedschap op het gewenste startpunt van de meting (bijv. muur). Aanwijzing: Als het meetgereedschap met de aan/uit-toets (5) [ ] werd ingeschakeld, druk dan kort op de meettoets (2) [ ] om de laser in te schakelen. Druk voor het activeren van de meting kort op de meettoets (2) [ ]. Daarna wordt de la- serstraal uitgeschakeld. Voor nog een meting herhaalt u deze procedure. u Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand. Aanwijzing: De meetwaarde verschijnt normaal gezien binnen 0,5s en uiterlijk na ca. 4s. De duur van de meting hangt van de afstand, de lichtomstandigheden en de reflec- tie-eigenschappen van het doelvlak af. Na de meting wordt de laserstraal automatisch uitgeschakeld. Referentievlak kiezen (zie afbeeldingA) Voor de meting kunt u uit drie verschillende referentievlakken kiezen: – de achterkant van het meetgereedschap (bijv. als het tegen een muur wordt gelegd) – de voorkant van het meetgereedschap (bijv. bij het meten vanaf de rand van een tafel) – het midden van de schroefdraad (13) (bijv. voor metingen met statief) Druk voor het kiezen van het referentievlak op de toets (4). Kies met de toets (3) [+] of de toets (8) [–] of de toets (4) het gewenste referentievlak. Telkens na het inschakelen van het meetgereedschap is de achterkant van het meetgereedschap als referentievlak vooringesteld. Menu „Basisinstellingen“ Om in het menu „Basisinstellingen“ (h) te komen, houdt u de toets (7) [Func] ingedrukt. Kies de desbetreffende basisinstelling en de instelling ervan. Om het menu „Basisinstellingen“ te verlaten, drukt u op de aan/uit-toets (5) [ ].Displayverlichting De displayverlichting is permanent ingeschakeld. Als er niet op een toets wordt gedrukt, wordt de displayverlichting na ca. 20seconden gedimd om de batterijen/accu's te spa- ren. Meetfuncties Lengtemeting Kies de lengtemeting . Druk voor het inschakelen van de laserstraal kort op de meettoets (2) [ ]. Druk voor het meten kort op de meettoets (2) [ ]. De meetwaarde verschijnt onderaan op het display.
m7.620 Herhaal de hierboven genoemde stappen voor elke verdere meting. De laatste meetwaarde staat onderaan op het display, de voorlaatste meet- waarde erboven enz. Permanente meting Bij de permanente meting kan het meetgereedschap relatief ten opzichte van het doel worden verplaatst, waarbij de meetwaarde ongeveer elke 0,5 seconden wordt geactuali- seerd. U kunt zich bijv. van een muur tot op de gewenste afstand verwijderen, de actuele afstand kan altijd worden afgelezen. Kies de permanente meting . Druk voor het inschakelen van de laserstraal kort op de meettoets (2) [ ]. Beweeg het meetgereedschap zo lang tot de gewenste afstand onderaan op het display verschijnt.
-64° Door kort op de meettoets (2) [ ] te drukken onderbreekt u de perma- nente meting. De actuele meetwaarde verschijnt onderaan op het dis- play. Opnieuw indrukken van de meettoets (2) [ ] start de permanente meting opnieuw. De permanente meting schakelt na 5 min automatisch uit. Oppervlaktemeting Kies de oppervlaktemeting . Nederlands | 113 Bosch Power Tools 1 609 92A 4RG | (15.11.2018)114 | Nederlands 1 609 92A 4RG | (15.11.2018) Bosch Power Tools Meet daarna breedte en lengte na elkaar zoals bij een lengtemeting. Tussen de beide me- tingen blijft de laserstraal ingeschakeld. De te meten afstand knippert in de aanduiding voor oppervlaktemeting .
De eerste meetwaarde verschijnt bovenaan op het display. Na het afsluiten van de tweede meting wordt de oppervlakte automa- tisch berekend en weergegeven. Het eindresultaat staat onderaan op het display, de afzonderlijke meetwaarden erboven. Volumemeting Kies de volumemeting . Meet daarna breedte, lengte en diepte na elkaar zoals bij een lengtemeting. Tussen de drie metingen blijft de laserstraal ingeschakeld. De te meten afstand knippert in de aan- duiding voor volumemeting . 1474.8 m
m10.160 De eerste meetwaarde verschijnt bovenaan op het display. Na het afsluiten van de derde meting wordt het volume automatisch be- rekend en weergegeven. Het eindresultaat staat onderaan op het dis- play, de afzonderlijke meetwaarden erboven. Indirecte afstandsmeting Voor de indirecte afstandmeting staan drie meetfuncties ter beschikking waarmee tel- kens verschillende afstanden kunnen worden bepaald. De indirecte afstandsmeting dient voor het bepalen van afstanden die niet rechtstreeks kunnen worden gemeten, omdat een obstakel de laserstraal belemmert of omdat er geen doelvlak als reflector beschikbaar is. Deze meetmethode kan alleen in verticale richting worden toegepast. Elke afwijking in horizontale richting leidt tot meetfouten. Aanwijzing: De indirecte afstandsmeting is altijd onnauwkeuriger dan de directe af- standsmeting. Meetfouten kunnen afhankelijk van de toepassing groter zijn dan bij de di- recte afstandsmeting. Voor de verbetering van de meetnauwkeurigheid raden we het ge- bruik van een statief (accessoire) aan. Tussen de afzonderlijke metingen blijft de laserstraal ingeschakeld. a) Indirecte hoogtemeting (zie afbeeldingB) Kies de indirecte hoogtemeting . Let erop dat het meetgereedschap zich op dezelfde hoogte als het onderste meetpunt bevindt. Kantel daarna het meetgereedschap om het referentievlak en meet net als bij een lengtemeting de afstand „1“ (op het display weergegeven als rode lijn).14.142 m 45° m20.000 45.0° Na afsluiting van de meting verschijnt het resultaat voor de gezochte af- stand „X“ in de resultaatregel (e). De meetwaarden voor de afstand „1“ en de hoek „α“ staan in de meetwaarderegels (d). b) Dubbele indirecte hoogtemeting (zie afbeeldingC) Het meetgereedschap kan alle afstanden indirect meten die in het verticale niveau van het meetgereedschap liggen. Kies de dubbele indirecte hoogtemeting . Meet net als bij een lengtemeting de afstanden „1“ en „2“ in deze volgorde.
-10° m10.154 45.0° m12.208 Na afsluiting van de meting verschijnt het resultaat voor de gezochte af- stand „X“ in de resultaatregel (e). De meetwaarden voor de afstanden „1“, „2“ en de hoek „α“ staan in de meetwaarderegels (d). Let erop dat het referentievlak van de meting (bijv. achterkant van het meetgereedschap) bij alle afzonderlijke metingen binnen een meetme- thode op exact dezelfde plek blijft. c) Indirecte lengtemeting (zie afbeeldingD) Kies de indirecte lengtemeting . Let erop dat het meetgereedschap zich op dezelfde hoogte als het gezochte meetpunt bevindt. Kantel daarna het meetgereedschap om het referentievlak en meet net als bij een lengtemeting de afstand „1“.
60° m20.000 60.0° Na afsluiting van de meting verschijnt het resultaat voor de gezochte af- stand „X“ in de resultaatregel (e). De meetwaarden voor de afstand „1“ en de hoek „α“ staan in de meetwaarderegels (d). Hellingmeting/digitale waterpas Kies de hellingmeting/digitale waterpas . Het meetgereedschap schakelt automatisch tussen twee toestanden om. 1°2° 3° De digitale waterpas dient voor de controle van de horizontale of verti- cale uitlijning van een object (bijv. wasmachine, koelkast enz.). Wanneer de helling 3° overschrijdt, brandt het bolletje op het display rood. Nederlands | 115 Bosch Power Tools 1 609 92A 4RG | (15.11.2018)116 | Nederlands 1 609 92A 4RG | (15.11.2018) Bosch Power Tools 36.0° De hellingmeting dient voor het meten van een stijging of helling (bijv. van trappen, leuningen, bij het inpassen van meubels, bij het plaatsen van buizen enz.). Als referentievlak voor de hellingmeting dient de linkerkant van het meetgereedschap. Als de aanduiding tijdens de meting knippert, werd het meetgereedschap te sterk opzij gekanteld. Geheugenfuncties De waarde of het eindresultaat van elke afgesloten meting wordt automatisch opgesla- gen. Aanduiding geheugenwaarde Maximaal 20 waarden (meetwaarden of eindresultaten) kunnen opgeroepen worden. Druk op de geheugentoets (6) [ ].
Bovenaan op het display verschijnt het nummer van de geheugenwaar- de, onderaan de bijbehorende geheugenwaarde en links de bijbehoren- de meetfunctie. Druk op de toets(3) [+] om vooruit door de opgeslagen waarden te bla- deren. Druk op de toets(8)[–] om achteruit door de opgeslagen waarden te bladeren. Als er geen waarde in het geheugen beschikbaar is, dan verschijnt onderaan op het dis- play „0.000“ en bovenaan „0“. De oudste waarde bevindt zich op positie 1 in het geheugen, de nieuwste waarde op po- sitie 20 (bij 20 beschikbare geheugenwaarden). Bij het opslaan van nog een waarde wordt altijd de oudste waarde in het geheugen gewist. Geheugen wissen Voor het wissen van de geheugeninhoud drukt u op de geheugentoets (6) [ ]. Daarna drukt u kort op de aan/uit-toets (5) [ ] om de aangegeven waarde te wissen. Voor het wissen van alle waarden in het geheugen drukt u tegelijkertijd op de toets (4) en de aan/uit-toets (5) [ ] en laat vervolgens de aan/uit-toets (5) [ ] los. Waarden optellen/aftrekken Meetwaarden of eindresultaten kunnen opgeteld of afgetrokken worden. Waarden optellen Het volgende voorbeeld beschrijft het optellen van oppervlaktes: Bepaal een oppervlakte volgens het hoofdstuk „Oppervlaktemeting“ (zie „Oppervlakte- meting“, Pagina113).143.45 m
Druk op de toets(3)[+]. De berekende oppervlakte en het symbool„+“ verschijnen. Druk op de meettoets (2) [ ] om een verdere oppervlaktemeting te starten. Bepaal de oppervlakte conform het deel „Oppervlakteme- ting“ (zie „Oppervlaktemeting“, Pagina113). Zodra de tweede meting is afgesloten, verschijnt het resultaat van de tweede oppervlaktemeting onderaan op het display. Om het eindresultaat weer te geven, drukt u opnieuw op de meettoets (2) [ ]. Aanwijzing: Bij een lengtemeting verschijnt het eindresultaat direct. Om de optelfunctie te verlaten, drukt u op de toets (7) [Func]. Waarden aftrekken Voor het aftrekken van waarden drukt u op de toets(8)[–]. De verdere werkwijze ver- loopt zoals bij „Waarden optellen“. Meetwaarden wissen Door het kort indrukken van de aan/uit-toets (5) [ ] kunt u in alle meetfuncties de laatst bepaalde meetwaarde wissen. Door meerdere keren kort op de aan/uit-toets (5) [ ] te drukken worden de meetwaarden in omgekeerde volgorde gewist. Maateenheid wisselen Basisinstelling is de maateenheid „m“ (meter). Schakel het meetgereedschap in. Houd de toets (7) [Func] ingedrukt om in het menu „Basisinstellingen“ te komen. Kies „ft/m“. Druk op de toets (3) [+] of de toets (8) [–] om de maateenheid te wisselen. Voor het verlaten van het menupunt drukt u op de aan/uit-toets (5) [ ]. Na het uitscha- kelen van het meetgereedschap blijft de gekozen instelling opgeslagen. Geluid in- en uitschakelen In de basisinstelling is het geluid ingeschakeld. Schakel het meetgereedschap in. Houd de toets (7) [Func] ingedrukt om in het menu „Basisinstellingen“ te komen. Kies . Druk op de toets (3) [+] of de toets (8) [–] om het geluid in en uit te schakelen. Voor het verlaten van het menupunt drukt u op de meettoets (2) [ ] of op de aan/uit- toets (5) [ ]. Na het uitschakelen van het meetgereedschap blijft de gekozen instelling opgeslagen. Nederlands | 117 Bosch Power Tools 1 609 92A 4RG | (15.11.2018)118 | Nederlands 1 609 92A 4RG | (15.11.2018) Bosch Power Tools Aanwijzingen voor werkzaamheden Algemene aanwijzingen De ontvangstlens (14) en de uitgang van de laserstraal (15) mogen bij een meting niet afgedekt zijn. Het meetgereedschap mag tijdens een meting niet bewogen worden. Leg daarom het meetgereedschap het best tegen een vast aanslag- of steunvlak. Invloeden op het meetbereik Het meetbereik hangt van de lichtomstandigheden en de reflectie-eigenschappen van het doelvlak af. Gebruik voor de betere zichtbaarheid van de laserstraal bij sterk omge- vingslicht de laserbril (17) (accessoire) en het laserrichtbord (16) (accessoire) of be- schaduw het doelvlak. Invloeden op het meetresultaat Vanwege bepaalde eigenschappen van materialen kunnen bij metingen op sommige op- pervlakken foute metingen niet worden uitgesloten. Daartoe behoren: – transparante oppervlakken (bijv. glas, water) – spiegelende oppervlakken (bijv. gepolijst metaal, glas) – poreuze oppervlakken (bijv. isolatiemateriaal) – gestructureerde oppervlakken (bijv. ruw pleisterwerk, natuursteen). Gebruik eventueel op deze oppervlakken het laserrichtbord (16) (accessoire). Foute metingen zijn bovendien mogelijk op doelvlakken waarop schuin wordt gericht. Ook kunnen luchtlagen met verschillende temperaturen of indirect ontvangen weerspie- gelingen de meetwaarde beïnvloeden. Nauwkeurigheidscontrole en kalibrering van de hellingmeting (zie afbeeldingenE1–E2) Controleer regelmatig de nauwkeurigheid van de hellingmeting. Dit gebeurt door een om- slagmeting. Leg daarvoor het meetgereedschap op een tafel en meet de helling. Draai het meetgereedschap 180° en meet opnieuw de helling. Het verschil van de weergege- ven waarde mag max. 0,3° bedragen. Bij grotere afwijkingen moet u het meetgereedschap opnieuw kalibreren. Kies hiervoor in de instellingen. Volg de instructies op het display. Na sterke temperatuurveranderingen en na stoten raden we u een nauwkeurigheidscon- trole aan en evt. een kalibrering van het meetgereedschap. Na een temperatuurverande- ring moet het meetgereedschap zich een tijdje aan de temperatuur aanpassen, voordat een kalibrering plaatsvindt.Nauwkeurigheidscontrole van de afstandsmeting U kunt de nauwkeurigheid van het meetgereedschap als volgt controleren: – Kies een duurzaam onveranderlijke meetafstand van ca. 3 tot 10meter, waarvan u de lengte precies kent (bijvoorbeeld kamerbreedte, deuropening). De meting moet on- der gunstige omstandigheden worden uitgevoerd, d.w.z. het meettraject moet in de binnenruimte liggen met een zwakke achtergrondverlichting en het doelvlak van de meting moet glad en goed reflecterend zijn. – Meet het traject 10 keer na elkaar. De afwijking van de afzonderlijke metingen van de gemiddelde waarde mag maximaal ± 4mm over het volledige meettraject bij gunstige voorwaarden bedragen. Noteer de me- tingen om op een later tijdstip de nauwkeurigheid te kunnen vergelijken. Werken met het statief (accessoire) Het gebruik van een statief is vooral bij grotere afstanden noodzakelijk. Plaats het meet- gereedschap met de 1/4"-schroefdraad (13) op de snelwisselplaat van het statief (18) of een gangbaar fotostatief. Schroef het met de vastzetschroef van de snelwisselplaat vast. Stel het referentievlak voor metingen met statief dienovereenkomstig in door op de toets (4) te drukken (referentievlak schroefdraad). Foutmelding Wanneer een meting niet correct kan worden uitgevoerd, verschijnt de foutmelding „Er- ror“ op het display. Schakel het meetgereedschap uit en weer in en start de meting op- nieuw. Het meetgereedschap bewaakt het correcte functioneren bij elke me- ting. Als een defect wordt vastgesteld, verschijnt op het display alleen nog het hiernaast afgebeelde symbool en het meetgereedschap wordt uitgeschakeld. In dit geval laat u het meetgereedschap via uw dealer naar de Bosch klantenservice opsturen. Onderhoud en service Onderhoud en reiniging Houd het meetgereedschap altijd schoon. Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen. Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Nederlands | 119 Bosch Power Tools 1 609 92A 4RG | (15.11.2018)120 | Nederlands 1 609 92A 4RG | (15.11.2018) Bosch Power Tools Houd vooral de ontvangstlens (14) met dezelfde zorgvuldigheid schoon als waarmee een bril of lens van een fototoestel moet worden behandeld. Bij een defect of reparatie stuurt u het meetgereedschap naar een geautoriseerde Bosch klantenservice. Klantenservice en gebruiksadvies Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw pro- duct en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervan- gingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en acces- soires. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product. Nederland Tel.: (076) 579 54 54 Fax: (076) 579 54 94 E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com België Tel.: (02) 588 0589 Fax: (02) 588 0595 E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com Afvalverwijdering Meetgereedschappen, accessoires en verpakkingen dienen op een voor het milieu ver- antwoorde manier te worden gerecycled. Gooi meetgereedschappen en accu's/batterijen niet bij het huisvuil! Alleen voor landen van de EU: Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten niet meer bruikbare meetgereed- schappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte accu’s/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.Dansk Sikkerhedsinstrukser Samtlige anvisninger skal læses og overholdes for at kunne arbejde sikkert og uden risiko med måleværktøjet. Hvis måleværktøjet ikke anvendes i overensstemmelse med de foreliggende anvisninger, kan funktionen af de integrerede beskyttelsesforanstaltninger i måleværktøjet blive forringet. Sørg for, at advarselsskilte aldrig gø- res ukendelige på måleværktøjet. GEM ANVISNINGERNE, OG SØRG FOR AT LEVERE DEM MED, HVIS MÅLEVÆRKTØJET GIVES VIDERE TIL ANDRE. u Forsigtig – hvis andre end de her angivne betjenings- eller justeringsanordnin- ger benyttes, eller andre fremgangsmåder udføres, kan der opstå en farlig strå- lingseksposition. Måleværktøjet udleveres med et advarselsskilt (på billedet af måleværktøjet på grafiksiden kendetegnet med nummer (12)). u Hvis teksten på advarselsskiltet ikke er på dit landesprog, skal du klæbe den medleverede etiket på dit sprog over den før første ibrugtagning. Ret ikke laserstrålen mod personer eller dyr, og kig aldrig ind i den direkte eller reflekterede laserstråle. Det kan blænde personer, for- årsage ulykker eller beskadige øjnene. u Hvis du får laserstrålen i øjnene, skal du lukke dem med det samme og straks be- væge hovedet ud af stråleområdet. u Foretag aldrig ændringer af laseranordningen. u Brug ikke laserbrillerne som beskyttelsesbriller. Med laserbrillerne kan man lette- re få øje på laserstrålen, men de beskytter ikke mod laserstråling. u Brug ikke laserbrillerne som solbriller eller i trafikken. Laserbrillerne giver ikke fuldstændig UV-beskyttelse, og de nedsætter farveopfattelsen. Dansk | 121 Bosch Power Tools 1 609 92A 4RG | (15.11.2018)122 | Dansk 1 609 92A 4RG | (15.11.2018) Bosch Power Tools u Sørg for, at reparationer på måleværktøjet kun udføres af kvalificerede fagfolk, og at der kun benyttes originale reservedele. Dermed sikres størst mulig sikkerhed i forbindelse med måleværktøjet. u Lad ikke børn benytte måleværktøjet uden opsyn. De kan utilsigtet blænde perso- ner. u Brug ikke måleværktøjet i eksplosionsfarlige omgivelser, hvor der findes brænd- bare væsker, gasser eller støv. I måleværktøj kan der dannes gnister,som kan an- tænde støvet eller dampene. Produkt- og ydelsesbeskrivelse Klap venligst foldesiden med illustration af måleværktøjet ud, og lad denne side være fol- det ud, mens du læser betjeningsvejledningen. Beregnet anvendelse Måleværktøjet er beregnet til måling af distancer, længder, højder, afstande og hældnin- ger samt til beregning af arealer og voluminer. Måleværktøjet kan bruges både indendørs og udendørs. Illustrerede komponenter Nummereringen af de illustrerede komponenter refererer til illustrationen af måleværktø- jet på illustrationssiden. (1) Display (2) Måletast [ ] (3) Plustast [+] (4) Tast til valg af referenceplan (5) Start-stop-tast [ ] (6) Hukommelsestast [ ] (7) Funktionstast[Func] (8) Minustast [−] (9) Batterirumslåg (10) Låsning af batterirumslåg (11) Serienummer (12) Laser-advarselsskilt (13) 1/4"-stativgevind(14) Modtagelinse (15) Udgang laserstråling (16) Laser-måltavle
Notice-Facile