GMS 100 M - Detector BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GMS 100 M BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Digitale metaal- en spanningskabeldetector |
| Merk | Bosch |
| Model | GMS 100 M Professional |
| Afmetingen (L x B x H) | 200 x 86 x 32 mm |
| Gewicht | 260 g (volgens EPTA-Procedure 01/2003) |
| Voeding | 1 batterij 9 V (6LR61) |
| Werktijd | Ongeveer 5 uur |
| Max. detectiediepte (ferrometalen) | 100 mm |
| Max. detectiediepte (non-ferrometalen) | 80 mm |
| Max. detectiediepte (spanningvoerende kabels) | 50 mm (110-230 V AC) |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C tot +45 °C |
| Opslagtemperatuur | -20 °C tot +70 °C |
| Max. relatieve luchtvochtigheid | 80 % |
| Beschermingsgraad | IP54 (stof- en spatwaterdicht) |
| Automatische uitschakeling | Na ongeveer 5 minuten zonder gebruik |
| Weergave | LCD-scherm met schaalverdeling, batterijladingsindicator, objecttype-iconen |
| Geluidssignaal | Ja, in-/uitschakelbaar |
| Lichtring | Groen, geel, rood afhankelijk van de nabijheid van het object |
| Belangrijkste functies | Detectie van ferrometalen, non-ferrometalen en spanningvoerende kabels |
| Handmatige kalibratie | Mogelijk bij afwijking van de weergave |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte, droge doek; geen oplosmiddelen gebruiken; niet onderdompelen |
| Veiligheid | Niet gebruiken in explosieve omgeving; raadpleeg andere bronnen voor het boren; niet zelf repareren |
| Onderdelen en repareerbaarheid | Reparatie door een erkend Bosch-servicecentrum; originele reserveonderdelen |
Veelgestelde vragen - GMS 100 M BOSCH
Gebruikersvragen over GMS 100 M BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GMS 100 M - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GMS 100 M van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GMS 100 M BOSCH
In de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
De originele gebruiksaanwijzing
GEBRUIKSAANWIJZING origineel
Veiligheidsvoorschriften

Lees alle voorschriften en neem deze in acht. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED.
Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft. Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen. Voor dit meetgereedschap kan om technische redenen geen honderd procent zekerheid worden gegarandeerd. Raadpleeg, als u gevaren wilt uitsluiten, voor uw eigen veiligheid voor het boren, zagen of frezen in muren, plafonds en vloeren andere informatiebronnen zoals bouwplannen, foto's uit de bouwfase, enz. Omgevingsinvloeden, zoals luchtvochtigheid of de nabijheid van andere elektrische apparaten, kunnen de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloeden. Aard en toestand van de muren (bijv. vocht, metaalhoudende bouwmaterialen, geleidend behang, isolatiematerialen, tegels) alsmede aantal, grootte en positie van de voorwerpen kunnen tot verkeerde meetresultaten leiden.
Product- en vermogensbeschrijving
Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van het meetgereedschap open en laat deze pagina opengevouwen terwijl u de gebruiksaanwijzing leest.
Gebruik volgens bestemming
Het meetgereedschap is bestemd voor het zoeken naar ijzerhoudende en niet-ijzerhoudende objecten en spanningvoerende leidingen.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
1 Verlichting
2 Markeringsopening
3 Display
4 Aan/uit-toets
5 Glijders
6 Sensorgedeelte
7 Typeplaatje
8 Deksel van batterijvak
9 Vergrendeling van het batterijvakdeksel
10 Opname draagriem
11 Draagriem 12 Beschermetui*
- Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren worden standaard meegeleverd.
Indicatie-elementen (afbeelding A)
a Indicatie voor uitgeschakeld geluidssignaal b Indicatie van waarschuwingsfunctie c Indicatie van voorwerptye „niet-magnetisch metaal" d Indicatie van voorwerptyte „magnetisch metaal" e Indicatie van voorwerpty,“spanningvoerende leiding” f Indicatie temperatuurbewaking g Batterij-indicatie h Hoofdschaalverdeling i Fijne schaalverdeling
Technische gegevens
| Digitale detector GMS 100 M | |
| Professional | |
| Zaaknummer | 3601K81100 |
| Max. detectiediepte* | |
| - Ijzer | 100 mm |
| - Non-ferrometaal (koper) | 80 mm |
| - Stroomvoerende leidingen | |
| 110-230 V (bij aangesloten spanning)** | 50 mm |
| Automatische uitschakeling na ca. | 5 min |
| Bedrijftemperatuur | -10 °C...+45 °C |
| Bewaartemperatuur | -20 °C...+70 °C |
| Relatieve luchtvochtigheid max. | 80 % |
| Batterij | 1 x 9 V 6 L R 6 1 |
| Gebruiksduur ca. | 5 h |
| Isolatiesoort (behalte batterijdeksel) | IP 54 (stof- en spat-waterbescherming) |
| Gewicht volgens | |
| EPTA-Procedure 01/2003 | 260 g |
| Afmetingen (length x breedex x hoogte) | 200 x 86 x 32 m m |
*afhankelijk van de functie, het materiaal en de grootte van de voorwerpen
en van het materiaal en de toestand van de ondergrond
**kleinere detectiediepte bij niet-spanningvoerende leidingen
Het meetresultaat kan onnauwkeurig zijn als de ondergrond ongunstig is.
Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het meetgereedschap.
De handelsbenamingen van afzonderlijke meetgereedschappen kunnen afwijken.
Conformiteitsverklaring

Wij verklaren als alleen verantwoordelijke dat het onder "Technische gegevens" beschreven product voldoet aan de volgende normen en normatieve documenten: EN 61010-1:2010-10, EN 61326-1:2006-05, EN 301489-3:2002-08, EN 301489-1:2008-04, EN 300330-1:2010-02, EN 300330-2:2010-02 volgens de bepalingen van de richtlijnen 2004/108/EG, 1999/5/EG.
Dr. Egbert Schneider
Dr. Eckerhard Strötgen
Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkali-mangaanbatterijen geadviseerd.
Als u het batterijvakdeksel 8 wilt openen, drukt u op de vergrendeling 9 in de richting van de pijl en klapt u het batterijvakdeksel omhoog. Plaats de meegeleverde batterij. Let daarbij op de juiste poolaansluitingen zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvak.
De batterij-indicatie g geeft altijd de actuele status van de batterij aan:
Batterij is volledig opgeladen - Batterij heeft twee derde van de capaciteit of minder - Batterij heeft een derde van de capaciteit of minder - Batterij vervangen. Neem de batterij uit het meetgereedschap als u het gedurende lange tijd niet gebruikt. De batterij kan, als deze lang worden bewaard, roesten of zichlading verliezen.
Gebruik
Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het inschakelt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap en de weergave in het display nadelig worden beïnvloed. Het gebruik of de activiteit van zendinstallaties zoals WLAN, UMTS, vluchtradar, zendmasten of microgolven in de nabije omgeving kan de meetfunctie beïnvloeden.
Ingebruikneming
In- en uitschakelen
▷ Controller voor het inschakelen van het meetgereedschap dat het sensorgedeelte 6 niet vochtig is. Wrijf het meetgereedschap indien nodig droog met een doek. ▷ Als het meetgereedschap is blootgesteld aan een sterke temperatuurwisseling, laat u het voor het inschakelen op de juiste temperatuur komen.
Als u het meetgereedschap wilt inschakelen, drukt u op de aan/uit-toets 4.
Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, drukt u opnieuw op de aan/uit-toets 4.
Als er ongeveer 5 minuten geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt en er geen voorwerpen worden gedetecteerd, wordt het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld om de batterij te ontzien.
Geluidssignaal in- en uitschakelen
U kunt het geluidssignaal in- of uitschakelen door de aan/uit-toets 4 enkele seconden ingedrukt te houden terwijl het meetgereedschap ingeschakeld is. Als het geluidssignaal uitgeschakeld is, verschijnt in het display de indicatie a.
Werking (zie afbeeldingen A-B)
Met het meetgereedschap worden de ondergrond van het sensorbereik 6 in meetrichting z tot aan de max. meetdiepte gecontroleerd (zie "Technische gegevens"). Herkend worden voorwerpen van een ander materiaal dan het materiaal van de muur.
Beweeg het meetgereedschap altijd in een rechte lijn met lichte druk over de ondergrond zonder het op te tillen of de aandrukkracht te veranderen. Tijdens de meting moeten de glijders 5 altijd contact met de ondergrond hebben.
Meten
Na het inschakelen is de ring 1 groen verlicht.
Plaats het meetgereedschap op het te onderzoeken oppervlak en beweeg het in de richting van de x- en y-as. Als het meetgereedschap in de buurt van een voorwerp komt, neemt de uitslag in de hoofdschaalverdeling h toe en wordt de ring 1 geel verlicht. Als het meetgereedschap verder van het voorwerp verwijdert raakt, neemt de uitslag af. Boven het voorwerp geeft de hoofdschaalverdeling h de maximale uitslag aan; de ring 1 brandt rood en er klinkt een geluidssignaal. Bij kleine of diep liggende voorwerpen kan de ring 1 nog steeds geel worden verlicht en het geluidssignaal uitblijven.
Bredere voorwerpen worden niet over de volledige breedte door de verlichte ring of het geluidssignaal aangegeven.
Zodra het meetgereedschap een voorwerp onder het midden van de sensor heeft gelokaliseerd, worden de fijne schaalverdeling i geactiveerd.
Wilt u de plaats van het voorwerp nauwkeuriger bepalen, dient u het meetgereedschap een paar keer (3x) over het voorwerp heen en weer te bewegen.
De fijnschaalverdeling i geeft een maximale uitslag aan als het voorwerp precies onder het midden van de sensor ligt, onafhankelijk van het aantal streepjes dat in de hoofdschaalverdeling h wordt weergegeven.
Als u zeer kleine of diep liggende voorwerpen zoekt en de hoofdschaalverdeling h slechts gering uitslaat, beweegt u het meetgereedschap meermaals horizontaal (x-as) en verticaal (y-as) over het voorwerp. Let op de uitslag van de fijne schaalverdeling i.
Voordat u in de muur boort, zaagt of freest, dient u andere informatiebronnen te raadplegen om gevaren te voorkomen. Aangezien omgevingsinvloeden en de aard van de muur de meetresultaten kunnen beïnvloeden, kan er gevaar bestaan, hoewel de indicatie geen voorwerp in het sensorbereik aangeeft (er klinkt geen geluidssignaal en de verlichte ring 1 brandt groen).
Metaal
Is het gevonden voorwerp van magnetisch metaal (bijvoorbeeld ijzer), dan wordt in het display 3 het symbool d weergegeven. Is het voorwerp van niet-magnetisch metaal, dan wordt het symbool c weergegeven. Voor het onderscheid tussen de metaalsoorten moet het meetgereedschap zich boven het gevonden metalen voorwerp bevinden (ring 1 is rood verlicht en de fijne schaalverdeling i toont een hoge uitslag).
Opmerking: Bij bouwstaalmatten en wapeningen in de onderzochte ondergrond wordt over het gehele oppervlak een uitslag in de hoofdschaalverdeling h aangegeven. Bij bouwstaalmatten wordt altijd vlak boven de ijzerstaafjes in het display het symbool d voor magnetisch metaal weergegeven. Tussen de ijzerstaafjes verschijnt het symbool c voor niet-magnetisch metaal.
Stroomkabel
Als een spanningvoerende leiding wordt gevonden, wordt in het display 3 de indicatie e weergegeven. Beweeg het meetgereedschap meermaals over het oppervlak om de spanningvoerende leiding nauwkeuriger te lokaliseren. Nadat meermaals over hetzelfde gedeelte is bewogen, kan de spanningvoerende leiding zeer nauwkeurig worden aangegeven. Als het meetgereedschap zich zeer dicht bij de leiding bevindt, knippert de verlichte ring 1 in een snel ritme rood en klinkt er een geluidssignaal met kort opeenvolgende tonen.
Aanwijzingen:
- Spanningvoerende leidingen kunnen gemakkelijker worden gevonden als stroomverbruikers (zoals lampen en apparaten) worden aangesloten op de op te sporen leiding en deze verbruikers worden ingeschakeld.
- Onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld achter metalen oppervlakken of boven oppervlakken met een hoog watergehalte) kunnen spanningvoerende leidingen niet altijd worden gevonden. De signaalsterkte van een spanningvoerende leiding is afhankelijk van de plaats van de kabels. Controleer daarom door verdere metingen in de nabije omgeving of andere informatiebronnen of er een spanningvoerende leiding aanwezig is.
- Niet-spanningvoerende leidingen kunt u als metalen voorwerpen vinden. Draadkabels worden echter niet weergegeven (in tegenstelling tot kabels van massief materiaal).
- Statische elektriciteit kan ertoe leiden dat de leidingen niet nauwkeurig, dat wil zeggen over een groot bereik, worden aangegeven. Om de indicatie te verbeteren, legt u uw vrije hand naast het meetgereedschap plat op de muur om de statische elektriciteit af te bouwen.
Tips voor de werkzaamheden
De meetresultaten kunnen afhankelijk van het principe door bepaalde omgevingsomstandigheden nadelig worden beïnvloed. Daartoe behoren bijvoorbeeld de nabijheid van apparaten die sterke magnetische of elektromagnetische velden opwekken, vocht, metaalhoudende bouwmaterialen, met aluminium beklede isolatiematerialen en geleidend behang of geleidende tegels. Raadpleeg daarom voor het boren, zagen of frezen in muren, plafonds of vloeren ook andere informatiebronnen (bijvoorbeeld bouwtekeningen).
Voorwerpen markeren
U kunt gevonden voorwerpen indien nodig markeren. Meet zoals u gewend bent. Als u de grenzen of het midden van een voorwerp heeft gevonden, markeert u de gezochte plaats door de markeringsopening 2.
Temperatuurbewaking
Het meetgereedschap is voorzien van een temperatuurbewaking, aangezien een nauwkeurige meting slechts mogelijk is zolang de temperatuur binnen in het meetgereedschap constant blijft.
Licht de indicatie voor de temperatuurbewaking f op, dan bevindt het meetgereedschap zich buiten de bedrijfstemperatuur of heeft het blootgestaan aan sterke temperatuurschommelingen. Schakel het meetgereedschap uit en laat het eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het weer inschakelt.
Waarschuwingsfunctie
Als in het display de indicatie b brandt, moet u de meting opnieuw starten. Neem het meetgereedschap van de muur en zet het op een andere plaats op de ondergrond.
Knippert in het display 3 de indicatie b, dan dient u het meetgereedschap naar een erkende klantenserviceplaats te sturen.
Nakalibreren
Als de hoofdschaalverdeling h continu uitslaat, hoewel er zich geen voorwerp van metaal in de buurt van het meetgereedschap bevindt, kunt u het meetgereedschap handmatig opnieuw kalibreren.
- Schakel het meetgereedschap uit.
- Verwijder alle voorwerpen die kunnen worden aangegeven uit de buurt van het meetgereedschap, ook polshorloge of ringen van metaal, en houd het meetgereedschap in de lucht. Let erop dat de batterij-indicatie g nog minstens een derde van de capaciteit aangeeft.
- Schakel het meetgereedschap in. Als het meetgereedschap start, drukt u onmiddellijk op de aan/uit-toets 4 en houdt u deze ingedrukt. Houd de aan/uit-toets ingedrukt tot de verlichte ring 1 in een langzaam ritme rood knippert. Daarmee wordt de kalibratie van het meetgereedschap aangegeven.
- Als het kalibreren is geslaagd, wordt de ring 1 groen verlicht en is het meetgereedschap klaar om te worden gebruikt.
Opmerking: Als het meetgereedschap niet automatisch start, kalibreert u opnieuw. Start het meetgereedschap dan nog niet, dient u het aan een erkende klantenservice te sturen.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Controleer het meetgereedschap altijd voor het gebruik. Bij zichtbare beschadigingen of losse delen binnenin het meetgereedschap is de veilige werking niet meer gewaarborgd.
Houd het meetgereedschap altijd schoon en droog om goed en veilig te werken.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een droge, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Om de meetfunctie niet te beïnvloeden, mogen in het sensorgedeelte 6 aan de voor- en achterkant van het meetgereedschap geen stickers of plaatjes, in het bijzonder geen plaatjes van metaal, worden aangebracht.
Verwijder niet de glijders 5 aan de zijkant van het meetgereedschap.
Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen. Open het meetgereedschap niet.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap.
Klantenservice en advies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:
De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren.
Nederland
Tel.: +31 (076) 579 54 54
Fax: +31 (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België en Luxemburg
Tel.: +32 (070) 225565
Fax: +32 (070) 22 55 75
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Afvalverwijdering
Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden hergebruikt.
Gooi meetgereedschappen, accu's en batterijen niet bij het huisvuil.
Alleen voor landen van de EU:

Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG moeten onbruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of lege accu's en batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Wijzigingen voorbehouden.
Temperatuurikontroll
Het meetapparaat is uitgerust met een temperatuurregeling die nauwkeurige metingen mogelijk maakt zolang de binnentemperatuur van het meetapparaat constant is.