GMS 100 M - Detector BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GMS 100 M BOSCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Detector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GMS 100 M - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GMS 100 M van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GMS 100 M BOSCH
- Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd. Indicatie-elementen (afbeelding A) a Indicatie voor uitgeschakeld geluidssignaal b Indicatie van waarschuwingsfunctie c Indicatie van voorwerptype „niet-magnetisch metaal” d Indicatie van voorwerptype „magnetisch metaal” e Indicatie van voorwerptype „spanningvoerende leiding” f Indicatie temperatuurbewaking g Batterij-indicatie h Hoofdschaalverdeling i Fijne schaalverdeling Technische gegevens Conformiteitsverklaring Wij verklaren als alleen verantwoordelijke dat het onder „Technische gegevens” beschreven product voldoet aan de volgende normen en normatieve documenten: EN 61010-1:2010-10, EN 61326-1:2006-05, EN 301489-3:2002-08, EN 301489-1:2008-04, EN 300330-1:2010-02, EN 300330-2:2010-02 volgens de bepalingen van de richtlijnen 2004/108/EG, 1999/5/EG. Robert Bosch GmbH, Power Tools Division D-70745 Leinfelden-Echterdingen Leinfelden, 23.03.2011 Montage Batterij inzetten of vervangen Voor het gebruik van het meetgereedschap worden alkali- mangaanbatterijen geadviseerd. Als u het batterijvakdeksel 8 wilt openen, drukt u op de ver- grendeling 9 in de richting van de pijl en klapt u het batterij- vakdeksel omhoog. Plaats de meegeleverde batterij. Let daar- bij op de juiste poolaansluitingen zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvak. De batterij-indicatie g geeft altijd de actuele status van de bat- terij aan: – Batterij is volledig opgeladen – Batterij heeft twee derde van de capaciteit of minder – Batterij heeft een derde van de capaciteit of minder – Batterij vervangen f Neem de batterij uit het meetgereedschap als u het ge- durende lange tijd niet gebruikt. De batterij kan, als deze lang wordt bewaard, roesten of zijn lading verliezen. Gebruik f Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht. f Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme tem- peraturen of temperatuurschommelingen. Laat het bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het inschakelt. Bij extre- me temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap en de weergave in het display nadelig worden beïnvloed. f Het gebruik of de activiteit van zendinstallaties zoals WLAN, UMTS, vluchtradar, zendmasten of microgolven in de nabije omgeving kan de meetfunctie beïnvloeden. Digitale detector GMS 100 M Professional Zaaknummer 3601K81100 Max. detectiediepte* – Ijzer – Non-ferrometaal (koper) – Stroomvoerende leidingen 110–230 V (bij aangesloten spanning)** 100 mm 80 mm 50 mm Automatische uitschakeling na ca. 5min Bedrijfstemperatuur –10 °C...+45 °C Bewaartemperatuur –20 °C...+70 °C Relatieve luchtvochtigheid max. 80 % Batterij 1x9V 6LR61 Gebruiksduur ca.
Isolatiesoort (behalve batterijdeksel) IP 54 (stof- en spat- waterbescherming) Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 260 g Afmetingen (lengte x breedte x hoogte) 200x86x32mm *afhankelijk van de functie, het materiaal en de grootte van de voorwer- pen en van het materiaal en de toestand van de ondergrond**kleinere detectiediepte bij niet-spanningvoerende leidingen f Het meetresultaat kan onnauwkeurig zijn als de ondergrond ongunstig is.Let op het zaaknummer op het typeplaatje van het meetgereedschap. De handelsbenamingen van afzonderlijke meetgereedschappen kunnen afwijken. Dr. Egbert Schneider Senior Vice President Engineering Dr. Eckerhard Strötgen Head of Product Certification OBJ_BUCH-1418-001.book Page 30 Thursday, April 28, 2011 9:54 AMNederlands | 31 Bosch Power Tools 1 609 929 Y44 | (28.4.11) Ingebruikneming In- en uitschakelen f Controleer voor het inschakelen van het meetgereed- schap dat het sensorgedeelte 6 niet vochtig is. Wrijf het meetgereedschap indien nodig droog met een doek. f Als het meetgereedschap is blootgesteld aan een ster- ke temperatuurwisseling, laat u het voor het inschake- len op de juiste temperatuur komen. Als u het meetgereedschap wilt inschakelen, drukt u op de aan/uit-toets 4. Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, drukt u op- nieuw op de aan/uit-toets 4. Als er ongeveer 5 minuten geen toets op het meetgereed- schap wordt ingedrukt en er geen voorwerpen worden gede- tecteerd, wordt het meetgereedschap automatisch uitge- schakeld om de batterij te ontzien. Geluidssignaal in- en uitschakelen U kunt het geluidssignaal in- of uitschakelen door de aan/uit- toets 4 enkele seconden ingedrukt te houden terwijl het meet- gereedschap ingeschakeld is. Als het geluidssignaal uitge- schakeld is, verschijnt in het display de indicatie a. Werking (zie afbeeldingen A–B) Met het meetgereedschap wordt de ondergrond van het sensor- bereik 6 in meetrichting z tot aan de max. meetdiepte gecontro- leerd (zie „Technische gegevens”). Herkend worden voorwer- pen van een ander materiaal dan het materiaal van de muur. Beweeg het meetgereedschap altijd in een rechte lijn met lichte druk over de ondergrond zonder het op te tillen of de aandrukkracht te veranderen. Tijdens de meting moeten de glijders 5 altijd contact met de ondergrond hebben. Meten Na het inschakelen is de ring 1 groen verlicht. Plaats het meetgereedschap op het te onderzoeken opper- vlak en beweeg het in de richting van de x- en y-as. Als het meetgereedschap in de buurt van een voorwerp komt, neemt de uitslag in de hoofdschaalverdeling h toe en wordt de ring 1 geel verlicht. Als het meetgereedschap verder van het voor- werp verwijdert raakt, neemt de uitslag af. Boven het voor- werp geeft de hoofdschaalverdeling h de maximale uitslag aan; de ring 1 brandt rood en er klinkt een geluidssignaal. Bij kleine of diep liggende voorwerpen kan de ring 1 nog steeds geel worden verlicht en het geluidssignaal uitblijven. f Bredere voorwerpen worden niet over de volledige breedte door de verlichte ring of het geluidssignaal aangegeven. Zodra het meetgereedschap een voorwerp onder het midden van de sensor heeft gelokaliseerd, wordt de fijne schaalverde- ling i geactiveerd. Wilt u de plaats van het voorwerp nauwkeuriger bepalen, dient u het meetgereedschap meermaals (3x) over het voor- werp heen en weer te bewegen. De fijne schaalverdeling i geeft een maximale uitslag aan als het voorwerp precies onder het midden van de sensor ligt, on- afhankelijk van het aantal streepjes dat in de hoofdschaalver- deling h wordt weergegeven. Als u zeer kleine of diep liggende voorwerpen zoekt en de hoofdschaalverdeling h slechts gering uitslaat, beweegt u het meetgereedschap meermaals horizontaal (x-as) en verticaal (y-as) over het voorwerp. Let op de uitslag van de fijne schaal- verdeling i. f Voordat u in de muur boort, zaagt of freest, dient u an- dere informatiebronnen te raadplegen om gevaren te voorkomen. Aangezien omgevingsinvloeden en de aard van de muur de meetresultaten kunnen beïnvloeden, kan er gevaar bestaan, hoewel de indicatie geen voorwerp in het sensorbereik aangeeft (er klinkt geen geluidssignaal en de verlichte ring 1 brandt groen). Metaal Is het gevonden voorwerp van magnetisch metaal (bijvoor- beeld ijzer), wordt in het display 3 het symbool d weergege- ven. Is het voorwerp van niet-magnetisch metaal, wordt het symbool c weergegeven. Voor het onderscheid tussen de me- taalsoorten moet het meetgereedschap zich boven het gevon- den metalen voorwerp bevinden (ring 1 is rood verlicht en de fijne schaalverdeling i toont een hoge uitslag). Opmerking: Bij bouwstaalmatten en wapeningen in de on- derzochte ondergrond wordt over het gehele oppervlak een uitslag in de hoofdschaalverdeling h aangegeven. Bij bouws- taalmatten wordt altijd vlak boven de ijzerstaafjes in het dis- play het symbool d voor magnetisch metaal weergegeven. Tussen de ijzerstaafjes verschijnt het symbool c voor niet- magnetisch metaal. Stroomkabel Als een spanningvoerende leiding wordt gevonden, wordt in het display 3 de indicatie e. Beweeg het meetgereedschap meermaals over het oppervlak om de spanningvoerende lei- ding nauwkeuriger te lokaliseren. Nadat meermaals over het- zelfde gedeelte is bewogen, kan de spanningvoerende leiding zeer nauwkeurig worden aangegeven. Als het meetgereed- schap zich zeer dicht bij de leiding bevindt, knippert de ver- lichte ring 1 in een snel ritme rood en klinkt er een geluidssig- naal met kort opeenvolgende tonen. Aanwijzingen: – Spanningvoerende leidingen kunnen gemakkelijker wor- den gevonden als stroomverbruikers (zoals lampen en ap- paraten) worden aangesloten op de op te sporen leiding en deze verbruikers worden ingeschakeld. – Onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld achter metalen oppervlakken of achter oppervlakken met een hoog watergehalte) kunnen spanningvoerende leidin- gen niet altijd worden gevonden. De signaalsterkte van een spanningvoerende leiding is afhankelijk van de plaats van de kabels. Controleer daarom door verdere metingen in de nabije omgeving of andere informatiebronnen of er een spanningvoerende leiding aanwezig is. – Niet-spanningvoerende leidingen kunt u als metalen voor- werpen vinden. Draadkabels worden daarbij niet weerge- geven (in tegenstelling tot kabels van massief materiaal). – Statische elektriciteit kan ertoe leiden dat de leidingen niet nauwkeurig, dat wil zeggen over een groot bereik worden aangegeven. Om de indicatie te verbeteren, legt u uw vrije hand naast het meetgereedschap plat op de muur om de statische elektriciteit af te bouwen. OBJ_BUCH-1418-001.book Page 31 Thursday, April 28, 2011 9:54 AM32 | Nederlands 1 609 929 Y44 | (28.4.11) Bosch Power Tools Tips voor de werkzaamheden f De meetresultaten kunnen afhankelijk van het principe door bepaalde omgevingsomstandigheden nadelig worden beïnvloed. Daartoe behoren bijvoorbeeld de nabijheid van apparaten die sterke magnetische of elektromagnetische velden opwekken, vocht, metaal- houdende bouwmaterialen, met aluminium beklede isolatiematerialen en geleidend behang of geleidende tegels. Raadpleeg daarom voor het boren, zagen of frezen in muren, plafonds of vloeren ook andere informatiebron- nen (bijvoorbeeld bouwtekeningen). Voorwerpen markeren U kunt gevonden voorwerpen indien nodig markeren. Meet zoals u gewend bent. Als u de grenzen of het midden van een voorwerp heeft gevonden, markeert u de gezochte plaats door de markeringsopening 2. Temperatuurbewaking Het meetgereedschap is voorzien van een temperatuurbewa- king, aangezien een nauwkeurige meting slechts mogelijk is zolang de temperatuur binnen in het meetgereedschap con- stant blijft. Licht de indicatie voor de temperatuurbewaking f op, bevindt het meetgereedschap zich buiten de bedrijfstemperatuur of heeft het blootgestaan aan sterke temperatuurschommelin- gen. Schakel het meetgereedschap uit en laat het eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het weer inscha- kelt. Waarschuwingsfunctie Als in het display de indicatie b brandt, moet u de meting op- nieuw starten. Neem het meetgereedschap van de muur en zet het op een andere plaats op de ondergrond. Knippert in het display 3 de indicatie b, dient u het meetge- reedschap naar een erkende klantenservicewerkplaats te sturen. Nakalibreren Als de hoofdschaalverdeling h continu uitslaat, hoewel er zich geen voorwerp van metaal in de buurt van het meetgereed- schap bevindt, kunt u het meetgereedschap handmatig op- nieuw kalibreren. – Schakel het meetgereedschap uit. – Verwijder alle voorwerpen die kunnen worden aangegeven uit de buurt van het meetgereedschap, ook polshorloge of ringen van metaal, en houd het meetgereedschap in de lucht. Let erop dat de batterij-indicatie g nog minstens een derde van de capaciteit aangeeft: – Schakel het meetgereedschap weer in. Als het meetge- reedschap start, drukt u onmiddellijk op de aan/uit-toets 4 en houdt u deze ingedrukt. Houdt de aan/uit-toets inge- drukt tot de verlichte ring 1 in een langzaam ritme rood knippert. Daarmee wordt de kalibratie van het meetge- reedschap aangegeven. – Als het kalibreren is geslaagd, wordt de ring 1 groen ver- licht en is het meetgereedschap weer gereed om te wor- den gebruikt. Opmerking: Als het meetgereedschap niet automatisch start, kalibreert u opnieuw. Start het meetgereedschap dan nog niet, dient u het aan een erkende klantenservice te sturen. Onderhoud en service Onderhoud en reiniging f Controleer het meetgereedschap altijd voor het ge- bruik. Bij zichtbare beschadigingen of losse delen binnen- in het meetgereedschap is de veilige werking niet meer ge- waarborgd. Houd het meetgereedschap altijd schoon en droog om goed en veilig te werken. Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloei- stoffen. Verwijder vuil met een droge, zachte doek. Gebruik geen rei- nigings- of oplosmiddelen. Om de meetfunctie niet te beïnvloeden, mogen in het sensor- gedeelte 6 aan de voor- en achterkant van het meetgereed- schap geen stickers of plaatjes, in het bijzonder geen plaatjes van metaal, worden aangebracht. Verwijder niet de glijders 5 aan de achterkant van het meetge- reedschap. Mocht het meetgereedschap ondanks zorgvuldige fabricage- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te wor- den uitgevoerd door een erkende klantenservice voor Bosch elektrische gereedschappen. Open het meetgereedschap niet. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde- len altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van het meetgereedschap. Klantenservice en advies Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderde- len. Explosietekeningen en informatie over vervangingson- derdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com De medewerkers van onze klantenservice adviseren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toebehoren. Nederland Tel.: +31 (076) 579 54 54 Fax: +31 (076) 579 54 94 E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com België en Luxemburg Tel.: +32 (070) 22 55 65 Fax: +32 (070) 22 55 75 E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com Afvalverwijdering Meetgereedschappen, toebehoren en verpakkingen dienen op een voor het milieu verantwoorde manier te worden herge- bruikt. Gooi meetgereedschappen, accu’s en batterijen niet bij het huisvuil. OBJ_BUCH-1418-001.book Page 32 Thursday, April 28, 2011 9:54 AMDansk | 33 Bosch Power Tools 1 609 929 Y44 | (28.4.11) Alleen voor landen van de EU: Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG moeten niet meer bruikbare meetgereed- schappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of lege accu’s en batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze wor- den hergebruikt. Wijzigingen voorbehouden. Dansk Sikkerhedsinstrukser Alle instrukser skal læses og følges. DISSE
Notice-Facile