CS 100e - Zaag STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 100e STIGA in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - CS 100e STIGA
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 100e - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 100e van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING CS 100e STIGA
Kettingzaag met accutoevoer voor snoeien GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.
VAN STANG EN KETTING (Hfdst. 15.3) [24] STEEK [25] STANG [26] KETTING [27] Inches / mm [28] Lengte: Inches / cm [29] Breedte gleuf: Inches / mm [30] Code a) OPMERING: de totale verklaarde waarde van de trillingen werd gemeten met een genormaliseerde testmethode en kan gebruikt worden voor een vergelijking tussen twee werktuigen. De totale waarde van de trillingen kan ook gebruikt worden in een voorafgaande evaluatie van de blootstelling. b) WAARSCHUWING: de emissie van trillingen bij het eectief gebruik van het werktuig kan verschillen van de totale verklaarde waarden, al naar gelang de manieren waarop het werktuig gebruikt wordt . Daarom is het noodzakelijk, tijdens het werk, de volgende veiligheidsmaatregelen toe te passen om de bediener te beschermen: handschoenen te gebruiken tijdens het gebruik, het gebruik van de machine te beperken en de de bedieningshendel van de versnelling zo kort mogelijk ingedrukt te houden.
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
3.1 Beschrijving machine en beoogd
3.3 Belangrijkste onderdelen .......................... 8
4.1 Onderdelen voor de montage ................... 9
4.2 Montage van het blad en de getande
6.1 Voorafgaande werkzaamheden .............. 10
7.6 Smeergaten van de machine
en het blad .............................................. 15
7.7 Moeren en schroeven voor bevestiging .. 16
8.2 Onderhoud van de getande ketting ........ 16
8.3 Onderhoud van het blad ......................... 16
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, op verschillende wijze gekenmerkt, volgens het volgende criterium: OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade. De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze stippen-boord wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen “voor”, “achter”, “rechts” en “links” hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: “Zie Afb. 2.C” of eenvoudigweg “(Afb. 2.C)”. De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.NL - 2
De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf “2.1 Training” is een ondertitel van “2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen naar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het desbetreend nummer. Voorbeeld: “hfdst. 2” of “par. 2.1”.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR ELEKTRISCHE WERKTUIGEN LET OP Lees alle veiligheidsvoorschriften en instructies. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstige letsels veroor- zaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen. De term "elektrisch werktuig"die gebruikt wordt in de voorschriften, heeft betrekking op uw toestel met accuvoeding (zonder kabel).
1) Veiligheid van de werkzone
a) Houd de werkzone netjes et goed ver- licht. Vuile en rommelige zones leiden ge- makkelijk tot ongevallen. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap in omgevingen met ontplongsgevaar, in aanwezigheid van ontvlambare vloei- stoen, gas of stof. De elektrische gereed- schappen genereren vonken die stof of dam- pen kunnen doen ontvlammen. c) Hou kinderen en omstanders uit de buurt wanneer gebruik gemaakt wordt van een elektrisch gereedschap. Een mo- ment van onoplettendheid kan ertoe leiden dat men de controle over de machine verlies.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekkers van het elektrische gereed- schap moeten in het stopcontact pas- sen. Wijzig de stekker op geen enkele manier. Gebruik geen adapterstekkers met geaard elektrisch gereedschap. Ongemodiceerde stekkers en bijpassende stopcontacten verminderen het risico op een elektrische schok. b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er is een ver- hoogd risico op elektrische schokken als uw lichaam geaard is. c) Stel de elektrische gereedschappen niet bloot aan regen of vocht. Water dat in een elektrisch gereedschap sijpelt verhoogt het risico voor elektrische schokken. d) Misbruik de kabel niet. Gebruik de kabel nooit om het elektrisch gereedschap te dragen, te trekken of los te koppelen. Houd de kabel op afstand van hittebron- nen, olie, scherpe randen of bewegende delen. Beschadigde of verwarde kabels ver- hogen het risico op elektrische schokken. e) Als u elektrisch gereedschap buitens- huis gebruikt, gebruik dan een verleng- stuk dat geschikt is voor buitenshuis gebruik. Het gebruik van een kabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis, vermin- dert het risico op elektrische schokken. f) Als het onvermijdelijk is om elektrisch gereedschap op een vochtige plaats te gebruiken, gebruik dan een voeding die is beveiligd met een aardlekschakelaar (RCD). Het gebruik van een aardlekscha- kelaar vermindert het risico op elektrische schokken
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf attent, controleer wat er gaande is en gebruik altijd het gezond verstand wanneer een elektrisch gereedschap ge- bruikt wordt. Gebruik het elektrisch ge- reedschap niet wanneer u moe bent, ge- neesmiddelen, alcohol of drugs gebruikt hebt. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van een elektrisch gereedschap kan ernstige persoonlijke letsels veroorza- ken. b) Gebruik beschermende kleding. Draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van een beschermende uitrusting zoals een stof- masker, antislipschoenen, een veiligheids- helm of een oorbescherming voorkomt per- soonlijke letsels. c) Voorkom dat de machine ongewild start. Zorg ervoor dat het apparaat uitgescha- keld is vooraleer de accu te plaatsen, of gereedschap vast te nemen of te trans- porteren. Een elektrisch gereedschap transporteren met een vinger op de schake- laar of de accu monteren met de schakelaar in de stand “ON” verhoogt het risico op on- gevallen. d) Verwijder alle sleutels of regelinstru- menten vooraleer het elektrisch ge- reedschap in te schakelen. Een sleutel of gereedschap dat in contact blijft met een be- wegend onderdeel kan persoonlijke letsels veroorzaken.NL - 3 e) Ga niet overhellen. Ga altijd stabiel staan en zorg ervoor dat het evenwicht niet verloren wordt. Zo heeft men in onver- wachte situaties een betere controle over het elektrisch gereedschap. f) Draag gepaste kleding. Draag geen rui- me kleding of juwelen. Hou het haar, de kleding en de handschoenen op veilige afstand van bewegende onderdelen. Loshangende kledingstukken, juwelen of lang haar kunnen gegrepen worden in de bewegende onderdelen. g) Als er delen met stofafname-installaties verbonden moeten worden, verzeker u er dan van dat ze goed verbonden en gebruikt worden. Door het gebruik van deze inrich- tingen kunnen de risico’s met betrekking tot stof beperkt worden. h) Laat de vertrouwdheid die u met het veelvuldig gebruik van de machine op- gedaan heeft u niet misleiden, zodat u veiligheidsprincipes zou negeren. Nala- tigheid kan in een fractie van een seconde ernstig letsel veroorzaken.
4) Gebruik en onderhoud van het elektrisch
gereedschap a) Het elektrisch gereedschap niet overbe- lasten. Gebruik het elektrisch gereed- schap dat geschikt is voor het werk. Met een gepast elektrisch gereedschap zal het werk beter en op veiliger wijze uit te voeren, aan de snelheid waarvoor het gereedschap ontworpen werd. b) Gebruik het elektrisch gereedschap in- dien de schakelaar hem niet correct kan in- en uitschakelen. Een elektrisch gereed- schap dat niet bediend kan worden met de schakelaar is gevaarlijk en moet gerepa- reerd worden. c) Verwijder de accu uit zijn zitting vooral- eer een regeling uit te voeren of acces- soires te veranderen, of vooraleer het elektrisch gereedschap op te bergen. Deze preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico voor accidentele inschakelingen van het elektrisch gereed- schap. d) Hou de niet gebruikte gereedschappen buiten het bereik van kinderen en laat ze niet gebruiken door personen die niet vertrouwd zijn met het gereedschap zelf of met deze instructies. De elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk indien ze gebruikt worden door onervaren personen. e) Onderhoud de elektrische gereedschap- pen correct. Controleer of de bewegen- de onderdelen goed uitgelijnd zijn en vrij kunnen bewegen, of er geen delen ge- broken zijn en of er andere condities zijn die een invloed kunnen hebben op de werking van het elektrisch gereedschap. Bij schade moet het gereedschap gere- pareerd worden vooraleer het opnieuw te gebruiken. Vele ongevallen worden ver- oorzaakt door een ontoereikend onderhoud. f) Alle snijonderdelen moeten scherp en schoon gehouden worden. Wanneer de snijonderdelen altijd scherp en schoon zijn, zullen ze minder snel vastlopen en makkelij- ker te beheersen zijn. g) Gebruik het elektrisch werktuig en de bijhorende toebehoren volgens de ver- schafte instructies, en houd rekening met de werkcondities en het soort werk dat uitgevoerd moet worden. Het gebruik van een elektrisch werktuig voor andere handelingen dan diegene die voorzien zijn kan tot gevaarlijk situaties leiden. h) Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. De gladde handgrepen staan geen veilige hantering en controle van het gereedschap in onverwachte situaties mogelijk.
5) Gebruik en voorzorgsmaatregelen voor
het gebruik van de werktuigen met accu a) Enkel herladen met de door de fabrikant aangegeven acculader. Een acculader geschikt voor een bepaalde accugroep kan een risico op brand inhouden indien deze gebruikt wordt voor een andere accugroep. b) Gebruik de elektrische werktuigen enkel met de speciek bepaalde accugroepen. Het gebruik van eender welke andere ac- cugroep kan risico op letsels en brand ver- oorzaken. c) Wanneer de accugroep niet in gebruik is, moet men deze op afstand houden van andere metalen voorwerpen zoals niet- jes, muntstukken, nagels, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding tussen de twee aansluit- klemmen kunnen creëren. Kortsluiting van de aansluitklemmen van de accu kan brand- wonden of brand veroorzaken. d) Indien de accu in slechte staat is, kan er vloeistof uit lekken: vermijd alle aan- rakingen. Indien er zich een ongewilde aanraking voordoet, moet men onmid- dellijk met water spoelen. Indien de vloeistof in de ogen komt, moet men onmiddellijk medische hulp zoeken. De vloeistof die uit de accu lekt, kan huidirritatie of brandwonden veroorzaken. e) Gebruik geen beschadigde of gewijzigde accu’s of instrumenten. Beschadigde of gewijzigde accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosie of risico op letsel.NL - 4 f) Stel een accu niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen boven 130°C kan explosies veroorzaken. OPMERKING. De temperatuur “130°C” kan worden vervangen door de temperatuur “265°F”. g) Volg alle oplaadinstructies en laad de accu niet op buiten het in de instructies gespeciceerde temperatuurbereik. On- juist opladen of bij temperaturen buiten het gespeciceerde bereik kan de accu bescha- digen en het risico op brand vergroten.
a) Laat het elektrisch gereedschap repa- reren door gekwaliceerd personeel en gebruik alleen originele onderdelen. Op die manier wordt de veiligheid van het elek- trisch gereedschap in stand gehouden. b) Herstel geen beschadigde accu's. Onderhoud aan de accu mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of geautoriseerde serviceproviders.
ELEKTRISCHE ZAGEN a) Blijf met al uw lichaamsdelen uit de buurt van de tandketting terwijl de kettingzaag in werking is. Voor de kettingzaag te starten, controleren of de zaagketting nergens mee in aanraking komt. Als u even niet oplet terwijl u de kettingzaag gebruikt, kan uw kleding of lichaam in de zaagketting verstrikt raken. b) Pak met uw rechter hand de achterste handgreep vast en met uw linkerhand de voorste handgreep. Nooit de kettingzaag andersom vastpakken omdat dan het risico op persoonlijk letsel toeneemt. c) Houd het elektrisch werktuig enkel vast bij de geïsoleerde oppervlakten van de hand- grepen, aangezien het de getande ketting in aanraking zou kunnen komen met verborgen kabels. De aanraking van de getande ketting met een kabel onder spanning kan de metalen delen van het werktuig onder spanning zetten en een elektroshock aan de bediener veroorzaken. d) Draag een veiligheidsbril en gehoorbe- scherming. Verder wordt een andere be- veiligingsinrichtingen aanbevolen voor het hoofd, de handen, de voeten en de benen. Door het dragen van geschikte beschermkleding verlaagt u de kans op verwondingen die veroor- zaakt kunnen worden door wegspringend hout- afval of het per ongeluk in aanraking komen met de zaagketting. e) Gebruik een kettingzaag niet in een boom, ladder, dak of een onstabiele ondergrond. Dergelijk gebruik van een kettingzaag kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. f) Ga altijd op een goed steunpunt staan en laat de kettingzaag alleen draaien als u op een stevig, veilig en vlak oppervlak staat. Als u op een gladde of instabiele ondergrond staat, zoals bijvoorbeeld een ladder, kunt u uw evenwicht of de controle over de kettingzaag verliezen. g) Als u een onder spanning staande tak afzaagt, moet u op het risico van eventuele terugslag letten. Als de spanning van de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak de bediener een tik geven en/of kan hij de controle over de kettingzaag verliezen. h) Wees uiterst voorzichtig als u struiken en jonge boompjes afzaagt. Dun materiaal kan in de zaagketting verstrikt raken waardoor het in uw richting kan wegspringen en/of u uw evenwicht kunt verliezen.
i) Draag de kettingzaag aan de voorste hand-
greep als hij uitgeschakeld is en van uw lichaam af gekeerd. Als de kettingzaag ver- voerd of opgeborgen wordt moet altijd de bladbescherming aangebracht worden. Ge- bruik de kettingzaag correct om de mogelijkheid op toevallige aanraking met de beweeglijke tand- ketting tot een minimum te herleiden. j) Houd u aan de aanwijzingen voor het smeren, het spannen van de ketting en het vervangen van de staaf en de ketting. Een verkeerd gespannen of gesmeerde ketting kan breken en verhoogt de kans op terugslag. k) Zaag alleen hout. De kettingzaag niet voor andere doeleinden gebruiken dan hier voor- zien zijn. Bijvoorbeeld: de kettingzaag niet gebruiken voor het zagen van metalen ma- terialen, plastic, bouwmateriaal of ander materiaal dan hout. Het gebruik van de ket- tingzaag voor andere doeleinden dan waarvoor hij bedoeld is, kan leiden tot gevaarlijke situaties. l) Probeer geen boom te vellen voordat u de risico's begrijpt en weet hoe u deze kunt vermijden. Er kan ernstig letsel optreden bij de gebruiker of omstanders bij het vellen van een boom. m) Volg alle instructies voor het verhelpen van storingen, het opslaan en/of onderhouden van uw kettingzaag. Zorg ervoor dat de scha- kelaar uit staat en de accu verwijderd is. Er kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaakt worden als gevolg van een onverwachte werking van de ket- tingzaag tijdens het verwijderen van vastgelopen materiaal of het uitvoeren van onderhoud. n) Het wordt aanbevolen, althans voor het eerste gebruik, om de boomstammen op een steun te zagen . o) Het wordt aanbevolen om het slijpen en onderhoud van de ketting van de zaag te laten uitvoeren door geautoriseerde servicecentra.NL - 5 p) Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Een vette handgreep is glad en hierdoor kunt u de controle over de kettingzaag verliezen.
2.3 OORZAKEN VAN TERUGSLAG
EN VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE GEBRUIKER: Terugslag ontstaat als de punt of het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of het hout de kettingzaag tijdens het snijden vastklemt. Door de aanraking van de punt kan, in sommige gevallen, een omgekeerde reactie plaatsvinden waarbij het zaagblad omhoog en achteruit naar de bediener toe springt. Het beknellen van de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad kan de zaagketting snel naar achteren naar de bediener toe werpen. Door één van deze twee reacties kunt u de controle over de zaag verliezen, met mogelijk ernstige verwondingen tot gevolg. U kunt niet uitsluitend op de in de zaag ingebouwde veiligheidsinrichtingen vertrouwen. De gebruiker van een kettingzaag moet verschil- lende maatregelen treen om het risico op onge- lukken of verwonding tijdens de zaagwerkzaamhe- den te vermijden. Terugslag is het gevolg van een slecht gebruik van het gereedschap en/of onjuiste procedures of gebruiksomstandigheden en kan vermeden worden door de volgende voorzorgs- maatregelen te treen. a) Houd de zaag met beide handen stevig vast, met de duimen en vingers om de handgrepen van de kettingzaag gesloten en houd uw lichaam en armen in een positie waarin u tegenstand kunt bieden tegen terugslag. Terugslag kan door de bediener opgevangen worden als hij de nodige voorzorgsmaatregelen getroen heeft. Laat de kettingzaag niet los. b) Reik niet te ver en zaag niet boven de schouderhoogte. Dit draagt bij te vermijden dat de punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en tot een betere controle over de kettingzaag in onverwachte situaties. c) Gebruik alleen de door de fabrikant gespeciceerde zaagbladen en -kettingen. Ongeschikte zaagbladen en -kettingen kunnen ervoor zorgen dat de ketting breekt en/of terugslag veroorzaken. d) Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor wat betreft het slijpen en onderhoud van de kettingzaag. Een vermindering van de werkdiepte kan leiden tot meer terugslagen.
- Hoe te werk gaan met de elektrische kettingzaag (met accuvoeding) Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht en gebruik de technieken die het meest gepast zijn voor het uit te voeren werk, volgens de instructies en de voorbeelden gegeven in de gebruiksaanwij- zingen.
- Hoe de elektrische kettingzaag (met accu- voeding) veilig verplaatsen Telkens wanneer de machine verplaatst of vervoerd moet worden, is het noodzakelijk: – de motor uit te schakelen, te wachten tot de ketting tot stilstand gekomen is en de machine los van het elektriciteitsnet te koppelen; – de bladbescherming monteren; – de machine alleen aan de handgrepen vastnemen en het blad in de richting tegenover de loop- of rijrichting houden; Wanneer de machine vervoerd wordt met een transportmiddel, moet zij op dusdanige manier gepositioneerd worden dat niemand gevaar loopt en stevig vastgesnoerd worden.
- Aanbevelingen voor beginners Wanneer u voor de eerste keer een boom wilt vellen of takken wilt afzagen, moet u eerst: – een specieke opleiding gevolgd hebben over het gebruik van dit type van gereedschap; – de veiligheidsvoorschriften en gebruiksaanwij- zingen bevat in deze handleiding zorgvuldig gelezen hebben; – oefenen op houtblokken op de grond of beves- tigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest geschikte snijtechnieken.
- Correcte hantering en gebruik van de elektri- sche werktuigen met accu a) Verzeker u ervan dat het toestel uitgescha- keld is vooraleer er een accu in te plaatsen. Een accu in een elektrisch toestel plaatsen kan ongevallen veroorzaken. b) Gebruik voor het laden van de accu's enkel de door de fabrikant aanbevolen acculaders. De acculaders zijn over het algemeen spe- ciek bestemd voor een bepaald type accu; als ze met andere types gebruikt worden, bestaat er een risico of brand. c) Gebruik enkel de specieke accu's die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van an- dere accu's kan leiden tot letsels en risico op brand. d) Houd de niet gebruikte accu ver van kantoorklemmetjes, muntstukken, sleutels, spijkers of andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting van de contacten van de accu kan tot brand leiden.NL - 6 e) Een accu in slechte condities kan lekken van de vloeistof veroorzaken. Vermijd de aanra- king met de vloeistof. In geval van onvoorzie- ne aanraking, dient men met water te spoe- len. In geval van aanraking van de vloeistof met de ogen, dient men ook een genees- heer te raadplegen. De vloeistof die uit de accu lekt, kan huidirritatie of brandwonden veroorzaken. f) Controleren of de accu in goede staat is en of er geen beschadigingen zichtbaar zijn. Gebruik de machine niet met een bescha- digde of versleten accu.
2.4 ACCU / ACCULADER
LET OP De hierna volgende veiligheidsnormen vervol- ledigen de veiligheidsvoorschriften die aange- geven zijn in de specieke handleiding van de acculader.
- Gebruik voor het laden van de accu enkel de door de fabrikant aanbevolen acculaders. Een niet geschikte acculader kan leiden tot elektroshock, oververhitting of lekken van de corrosieve vloeistof van de accu.
- Gebruik enkel de specieke accu's die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van andere accu's kan leiden tot letsels en risico op brand.
- Houd de niet gebruikte accu ver van kan- toorklemmetjes, muntstukken, sleutels, spijkers of andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting van de contacten van de accu kan tot brand leiden.
- Gebruik de acculader niet in een omgeving waar er stoom aanwezig is, met ontvlambare materi- alen of op gemakkelijk ontvlambare oppervlak- ten zoals papier, stof, enz. Tijdens het opladen, wordt de accu opgewarmd en zou brand kunnen veroorzaken.
- Tijdens het vervoer van de accu’s, moet men er op letten dat de contacten onderling niet in con- tact komen, en dat er geen metalen houders ge- bruikt worden voor het vervoer.
2.5 BESCHERMING VAN DE OMGEVING
De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.
- Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijke uren (niet 's ochtends vroeg of 's avonds laat wanneer dit andere personen zou kunnen storen).
- Tijdens het werken wordt er een zekere hoeveelheid olie in de omgeving verspreid, noodzakelijk voor de smering van de ketting; gebruik om die reden alleen biologisch afbreekbare oliën, speciek bedoeld voor dit gebruik. Het gebruik van een minerale olie of motorolie brengt ernstige schade toe aan het milieu.
- Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, accu's, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
- Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
- Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen. Gooi elektrische apparatuur niet bij het gewoon huishoudelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/EG inzake elektrisch en elektronisch afval en de toepassing ervan overeenkomstig de nationale wetgeving, moet de afgedankte elektrische apparatuur apart ingezameld worden voor recyclagedoeleinden. Indien de elektrische apparatuur afgedankt wordt op een afvalpark of in de ondergrond, kunnen de schadelijke stoen de waterlaag bereiken en in de voedingsketen terecht komen, met nadelige gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Voor meer informatie over de afdanking van dit product, contacteer de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het huishoudelijk afval of raadpleeg uw Verkoper. Aan het einde van hun levensduur, moet men de accu's met de nodige zorg voor het milieu afdanken. De accu bevat materialen die gevaarlijk zijn voor U en voor de omgeving. Ze moet verwijderd worden en gescheiden ingezameld worden nabij een structuur die lithium-ion-accu's aanvaardt. De gescheiden inzameling van gebruikte producten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de materialen toe. Het hergebruik van gerecycled materiaal helpt de vervuiling van het milieu te voorkomen en vermindert de vraag naar grondstoen.
3. LEER DE MACHINE KENNEN
LET OP Deze tool kan het hand-armtrillingssyndroom veroorzaken als het gebruik ervan niet goed wordt beheerd.NL - 7 Om precies te zijn, moet bij een schatting van het blootstellingsniveau onder daadwerkelijke gebruiksomstandigheden ook rekening worden gehouden met alle onderdelen van de werkcyclus, zoals de momenten waarop het gereedschap is uitgeschakeld en wanneer het inactief is maar het werk niet daadwerkelijk uitvoert. Dit kan het blootstellingsniveau gedurende de tota- le werkperiode aanzienlijk verminderen, waardoor het risico op blootstelling aan trillingen en lawaai wordt geminimaliseerd. Gebruik altijd scherpe beitels, boren en messen. Onderhoud dit gereedschap volgens deze instruc- ties en goed gesmeerd (indien van toepassing). Als het instrument regelmatig wordt gebruikt, is het raadzaam om trillingsdempende en anti-geluidsac- cessoires te gebruiken. Plan een werkschema om het gebruik van vibre- rende gereedschappen over meerdere dagen te spreiden.
De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor gevoed door een accu en een blad dat de beweging van de motor doorgeeft aan de getande ketting die als echte zaag dient. De bediener houdt de machine met twee handen aan de handgrepen vooraan en achteraan vast, en kan de belangrijkste bedieningsknoppen inschakelen terwijl hij steeds op een veilige afstand van de snij-inrichting blijft.
3.1.1 Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd voor: – het snoeien en afsnijden van boomkronen met hoge stelen; – het snijden van struiken, boomstammen om houten balken met een doorsnede afhankelijk van de lengte van het geleidend blad; – het snijden van enkel hout; – gebruik door een enkele bediener.
3.1.2 Onjuist gebruik
Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend): – hagen bijsnoeien; – snijwerken; – doorsnijden van banken, kisten en verpakkin- gen in het algemeen; – doorsnijden van meubelen of andere voorwer- pen die nagels, vijzen of andere metalen on- derdelen kunnen bevatten; – slachterswerken uitvoeren; – de machine gebruiken voor het snijden van materialen die niet van hout zijn (plastic, bouw- materialen); – de machine gebruiken als hefboom om voor- werpen op te tillen, te verplaatsen of door te breken; – de machine gebruiken wanneer ze op vaste steunen geblokkeerd is; – het gebruik van andere snij-inrichtingen dan diegene die vermeld zijn in de tabel “Techni- sche gegevens”. Gevaar op ernstige wonden en kwetsuren; – gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk. BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.
3.1.3 Type gebruiker
Deze machine is alleen bedoeld voor gebruik door operators die getraind zijn in het onderhoud van bomen.
3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN
Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen: Let op! Lees de aanwijzingen al- vorens de machine te gebruiken. Gevaar! Indien deze machine niet correct gebruikt wordt, kan ze ge- vaarlijk zijn voor de bediener en voor anderen. Let op! Gebruik gehoorbescher- ming, bril en een veiligheidshelm. Let op! Draag werkhandschoenen en antislip-veiligheidsschoeisel!NL - 8 Gevaar! Niet blootstellen aan re- gen of vochtigheid. Gevaar voor terugslag (Kick- back)! De terugslag veroorzaakt de bruuske en ongecontroleerde beweging van de kettingzaag naar de bediener toe. Ga altijd op veili- ge wijze te werk. Gebruik kettingen voorzien van veiligheidsschakels die eventuele terugslagen beper- ken. Let op! Neem de machine nooit met een enkele hand vast! Neem de machine stevig met beide han- den vast, om een betere controle te hebben over de machine en het risico voor terugslag te beperken. Let op! Raadpleeg de betreen- de handleiding voor wat betreft de accu en de acculader. BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.
3.3 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
De machine is samengesteld uit de volgende hoofdonderdelen, met de volgende functies (Afb. 1): A. Motor: geeft de beweging aan de snij- inrichting. B. Voorste handgreep: handgreep vooraan de kettingzaag. Deze handgreep wordt met de linkerhand vastgenomen. C. Achterste handgreep: handgreep achteraan de kettingzaag. Deze handgreep wordt met de rechterhand vastgenomen. Hierop bevinden zich de belangrijkste bedieningsknoppen voor de versnelling. D. Voorste handbeveiling: beveiliging tussen de voorste handgreep en de getande ketting, die het hand beschermt tegen snijwonden indien het hand van de handgreep zou wegglijden. Deze beveiliging wordt gebruikt voor het inschakelen van de kettingrem. E. Blad: dit blad ondersteunt en geleidt de getande ketting. F. Getande ketting: dit is het element dat eectief snijdt, en bestaat uit sleepschakels voorzien van kleine mesjes, "tandjes" genaamd en zijdelingse verbindingen die aaneen gehouden worden door klinknagels. G. Vergrendelpin ketting: veiligheidsinrichting die voorkomt dat de ketting ongecontroleerde bewegingen maakt in geval van een breuk of losse ketting. H. Pal: inrichting die zich frontaal ten opzichte van het montagepunt van het blad bevindt en dat als steunpunt dient bij aanraking met een boom of een boomstam.
I. Snelle kettingspanring: (indien voorzien).
J. Bladbescherming: bescherming van de kettingzaag op het blad, te gebruiken tijdens de verplaatsing, het vervoer of de stalling van de machine. K. Accu(indien niet met de machine geleverd, zie par. 15.1 “accessoires op aanvraag”: inrich- ting die elektrische energie verschaft aan het werktuig; de kenmerken en de gebruiksnor- men ervan zijn in een specieke handleiding beschreven. L. Acculader (indien niet met de machine geleverd, zie par. 15.2 “accessoires op aanvraag”): inrichting die gebruikt wordt voor het opladen van de accu. M. Bescherming punt: anti-terugslag apparaat N. Zitting van de accu: plaats waar de accu in de machine geplaatst moet worden. O. Moer of knop vastdraaien
3.4 IDENTIFICATIELABEL
Het identicatielabel geeft de volgende gegevens aan (Afb. 2):
2. Conformiteitskenteken
3. Maand / jaar van fabricatie
7. Naam en adres van de fabrikant
10. Beschrijving product
Schrijf de identicatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identificatiegegevens die aangegeven zijn op het identificatielabel van het product bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats.NL - 9
De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Om vervoers- en opslagredenen worden sommige onderdelen van machine niet direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemon- teerd te worden aan de hand van de volgende in- structies. Het uitpakken en de vervollediging van de montage moeten uitgevoerd worden op een vlakke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten. Gebruik de machine niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.
4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE
De verpakking bevat de onderdelen voor de montage die in de volgende tabel vermeld zijn: Geleidend blad met bladbescherming Getande ketting Sleutel (indien voorzien) Documentatie
1. Open de verpakking voorzichtig, let erop geen
onderdelen te verliezen.
2. Raadpleeg de documentatie in de doos,
inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
3. Haal alle onderdelen die niet gemonteerd zijn
4. Haal de machine uit de doos.
5. Voer de doos en de verpakkingen af volgens
de plaatselijke normen.
Draag altijd sterke werkhandschoenen om het blad en de ketting te hanteren. Ga bijzonder voorzichtig te werk voor de montage van het blad en de ketting, om de veiligheid en eciëntie van de machine niet in het gedrang te brengen; neem bij twijfels contact op met uw Verkoper. Voer alle werkzaamheden uit na verwijdering van de accu. Vooraleer de staaf te monteren, moet men zich ervan verzekeren dat de rem van de ketting niet ingeschakeld is (par. 5.4).
1. Draai met de meegeleverde sleutel de moer
los of draai aan de spanknop (Fig. 3.A) en verwijder de carter van de ketting (Afb. 3.B) om toegang tot te verkrijgen tot het tandwiel en de huizing van het blad.
2. Monteer het blad (Afb. 4.A) door de stiftbout
(Afb. 4.B) in de gleuf te steken (Afb. 4.C) en deze naar de achterkant van de machine te duwen.
3. Controleer of de pin van de kettingspanner
(Afb. 4.D) correct in de daarvoor bestemde opening van het blad geplaatst is; indien dit niet zo is, moet men de schroef van de kettingspanner met een schroevendraaier verstellen (Afb. 4.E), tot de pin helemaal op zijn plaats zit. (indien voorzien).
4. Kantel de machine om de ketting gemakkelijk
rond het wiel te kunnen plaatsen (Afb. 5).
5. Monteer de ketting (Afb. 6.A) rond het tandwiel
(Afb. 6.B) en langs de geleiders van de staaf (Afb. 6.C), let er goed op de glijdrichting in acht te nemen. Looprichting ketting
6. Indien de punt van het blad voorzien is van
een tandwiel, moet men ervoor zorgen dat de sleepschakels correct in de holtes van het tandwiel steken (Afb. 7).
7. Hermonteer de carter (Afb. 8.A), zonder de
moer of de knop volledig aan te halen (Afb. 8.B).
8. Verstel de schroef van de kettingspanner of
de moer naar behoren (Afb. 9.A) tot de ketting degelijk is opgespannen (Afb.10) (par. 6.1.3).
9. Houd het blad omhoog en draai de moer van
de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel of de knop (Afb.11.A).
Staat toe de ketting te bedienen. De inschakeling van de versnellingshendel (Afb. 12.A) is enkel mogelijk nadat de vergrendel- toets van de versnelling ingedrukt wordt (Afb. 12.B). De snij-inrichting stop automatisch wanneer de hendel van de versnelling losgelaten worden.
5.2 TOETS VERGRENDELING
VERSNELLING De vergrendeltoets van de versnelling (Afb. 12.B) staat toe de versnellingshendel in te schakelen (Afb. 12.A).NL - 10
Dit is een veiligheidsrem die de beweging van de ketting blokkeert in geval van terugslag (kickback) tijdens het werk. Terugslagen vinden plaats na een abnormaal contact van de punt van de staaf, met een krachtige verplaatsing naar boven, die de hand tegen de voorste bescherming doet stoten (Afb. 1.D). Om de kettingrem uit te schakelen, moet men deze handmatig ontgrendelen. Kettingrem ingeschakeld. Dit gebeurt wanneer de voorste handbeveiliging volledig vooruit geduwd is. Kettingrem uitgeschakeld. Dit gebeurt wanneer de voorste handbeveiliging van de hand volledig achteruit getrokken is, naar de machine toe, tot u een klik hoort. De machine niet gebruiken indien de kettingrem niet correct werkt. Neem voor de nodige controles contact op met uw Verkoper.
6. GEBRUIK VAN DE MACHINE
De veiligheidsnormen die in acht geno- men moeten worden, zijn beschreven in hfdst.
2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om
geen ernstige risico's of gevaren te lopen. BELANGRIJK Voor de aanwijzingen met betrekking op de motor en de accu (indien voorzien), verwijst men naar de desbetreffende handleidingen.
6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Alvorens te beginnen met werken dienen er enkele controles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te zijn dat het werk op de meest nuttige en veilige manier zal verlopen.
6.1.1 Controle van de accu
Koop een accu met een geschikt vermogen voor de werkbehoeften en laad deze volledig op, volgens de aanwijzingen in de handleiding van de accu. De lijst van de voor deze machine gehomologeerde accu's bevindt zich in de tabel "Technische Gegevens".
- Voor eender welk gebruik: – de status van de accu controleren volgens de aanwijzingen in de handleiding van de accu.
6.1.2 Smeerolie ketting bijvullen
Vul smeerolie voor de ketting bij alvorens de machine te gebruiken. Voor de werkwijzen en voorzorgsmaatregelen voor het bijvullen van olie, zie par. 7.3.
6.1.3 Controle van de kettingspanning
Voer alle handelingen uit bij uitgeschakel- de motor. Steeds stevige werkhandschoenen dragen. Controleer de spanning van de ketting. Om te controleren of de spanning correct is, mogen de sleepschakels niet uit hun geleider komen wanneer de ketting halverwege het blad vastgenomen wordt (Afb. 10). Om de spanning van de ketting te regelen:
1. draai de moer van de carter los
met behulp van de meegeleverde sleutel of met de knop (Afb. 3.A);
2. verstel de schroef van de kettingspanner
of de moer naar behoren (Afb. 9.A) tot de ketting degelijk is opgespannen.
3. houd het blad omhoog en draai de moer van
de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel of de knop (Afb. 11.A). Werk niet met een ketting die te los zit, om geen gevaarlijke situaties te creëren wanneer de ketting uit de geleiders van het blad komt. BELANGRIJK Tijdens de eerste gebruiksperio- de (of na de vervanging van de ketting), moet deze controle vaker uitgevoerd worden, wegens de aan- passing van de ketting.
6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES
Voer de volgende veiligheidscontroles uit en controleer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen. Voer steeds de veiligheidscontroles uit vooraleer de machine te gebruiken. Voer steeds een dagelijkse controle uit van de machine alvorens deze te gebruiken, na een val of na andere stoten om eventuele schade of belangrijke defecten te ontdekken.NL - 11
6.2.1 Algemene veiligheidscontrole
Object Resultaat Handgrepen en beschermingen Schoon, droog, zonder sporen van olie en vet, en correct en stevig aan de machine bevestigd. Schroeven op de machine en op het blad. Goed vastgedraaid (niet los). Doorgangen van de koellucht Niet verstopt. Blad Correct gemonteerd. Ketting Scherp, niet beschadigd of versleten, correct gemonteerd en opgespannen. Beschermingen Ongeschonden, niet beschadigd. Accu Geen schade aan het omhulsel, geen lekken van vloeistoen. Machine Geen tekens van beschadiging of slijtage. Versnellingshendel, contacttoets De beweging moet vrij zijn, zonder verklemmingen. Inschakeltest Geen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluidNL - 12
6.2.2 Test werking van de machine
Actie Resultaat Plaats de accu in zijn zitting (par. 7.2. 3) en bedien de hendel van de versnelling (Afb. 12.A) (zonder de vergrendeltoets van de versnelling in te drukken (Afb. 12.B).
versnellingshendel blijft geblokkeerd. Bedien de vergrendeltoets van de versnelling (Afb. 12.B) en de hendel voor bediening van de versnelling (Afb. 12.A). De beweging van de hendels moet vrij zijn, zonder verklemmingen. De ketting beweegt. Laat de versnellingshendel los (Afb. 12.A) of druk op de vergrendeltoets (Afb. 12.B). De hendel moet automatisch en snel terug naar de neutrale stand terugkeren. De ketting moet stilvallen. CONTROLE VAN DE KETTINGREM
stevig met beide handen vastnemen.
inschakelen om de ketting in beweging te houden, de voorste handbeveiliging vooruit duwen, met de rug van de linkerhand (par. 5.3).
onmiddellijk stilvallen. Na het stilvallen van de ketting, de versnellingshendel loslaten en de kettingrem uitschakelen (par. 5.3). Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine niet gebruikt worden! Richt u tot een dienstencentrum voor de nodige controles en herstelling.
1. Verwijder de bladbescherming (Afb.1.J).
2. Verzeker u ervan dat het blad en de ketting niet
in aanraking komen met de grond of andere voorwerpen.
3. Plaats de accu correct in zijn huizing (Afb. 13.K)
4. Schakel de kettingrem uit (par. 5.3).
5. De vergrendeltoets van de versnelling
(Afb. 12.B) en de hendel van de versnelling (Afb. 12.A).
Wanneer u voor de eerste keer een boom wilt vellen of takken wilt afzagen, moet u eerst: – een specieke opleiding gevolgd hebben over het gebruik van dit type van gereedschap; – de veiligheidsvoorschriften en gebruiksaanwij- zingen bevat in deze handleiding zorgvuldig gelezen hebben; – oefenen op houtblokken op de grond of beves- tigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest geschikte snijtechnieken. Doe als volgt om met de machine te werken:
- Schakel steeds de kettingrem uit alvorens de versnelling in te schakelen.
- De machine moet altijd stevig vastgehouden worden met beide handen, met de linkerhand op het voorste handgreep en de rechterhand op de achterste, onafhankelijk van het feit of de bediener eventueel linkshandig is. Leg de machine onmiddellijk stil wanneer de ketting zich tijdens het werk blokkeert. OPMERKING Tijdens het werk, is de accu tegen volledige ontlading beschermd door een beschermingssysteem dat de machine uitschakelt en de werking ervan blokkeert. OPMERKING Als de kettingzaag stopt met werken tijdens het zagen, wacht dan 15 minuten totdat de machine is afgekoeld en start ze dan opnieuw op
6.4.1 Controles uit te voeren tijdens het
Tijdens het werk ondergaat de ketting een progressieve verlenging. De spanning moet dus regelmatig gecontroleerd worden (par. 6.1.3).
6.4.1.b Controle van de oliestroom
BELANGRIJK De machine niet gebruiken zonder smering! Zorg ervoor dat het blad en de ketting goed op hun plaats zitten wanneer de olietoevoer gecontroleerd wordt.NL - 13 Schakel de motor in (par. 6.3) en controleer of de olie van de ketting verspreid wordt zoals aangegeven op de afbeelding (Afb. 14).
6.5.1 Een boom snoeien
Zorg ervoor dat de zone waarin de takken zullen vallen vrij is.
1. Ga aan de zijde tegenover de af te zagen tak
2. Begin met de laagste takken en werk zo naar
de hogere takken toe.
3. Voer de eerste snede van onder naar boven
uit (Afb. 15.A). Zaag de takken verder af door van boven naar beneden te knippen, zoals aangegeven in (Afb. 15.B).
6.5.2 Een boom vellen
BELANGRIJK Als twee of meer personen tege- lijk aan het vellen en doorzagen zijn, dan moeten deze werkzaamheden op verschillende plaatsen gebeuren, op een afstand van minstens 2,5 maal de hoogte van te vellen boom. Vel geen bomen indien dit gevaren kan veroorzaken brengen voor mensen, indien de boom in aanraking kan komen met een elektriciteitsleiding of eender welke ande- re materiële schade kan veroorzaken. Als de boom met een elektriciteitsleiding in aanraking mocht komen moet u meteen contact opnemen met het elektriciteitsbedrijf. Voor een boom te vellen, moet men: – rekening houden met de natuurlijke valrichting van de boom, met de kant waar de takken het grootst zijn en met de windrichting om te kunnen beoordelen hoe de boom gaat vallen. – vuil, stenen, stukken schors, spijkers, nieten en draden van de boom verwijderen. – de zone rond de boom vrijmaken en zorgen voor een goede staanplaats voor de voeten. – gepaste vluchtwegen voorzien, vrij van hindernissen; de vluchtwegen moeten zich op ongeveer 45° in de richting tegenover de valrichting van de boom bevinden (Afb. 16) en een snelle vlucht van de bediener mogelijk maken naar een veilige plaats, op ongeveer 2,5 maal de hoogte van de boom ; – Blijf aan de bovenkant van het terrein waarop de boom waarschijnlijk zal rollen of vallen na het vellen.
- Valkerf onderaan de boom
1. Sta rechts naast de boom, achter de
2. Maak een inkeping met een diepte van 1/3
van de stamdiameter, haaks op de valrichting (Afb. 17.A).
1. Maak de achterste velsnede op een positie van
voldoende hout overblijft dat als scharnier dient (Afb. 18.C). Het hout van de scharnier belemmert het draaien van de boom en zorgt ervoor dat de boom niet in de verkeerde richting valt. Maak geen sneden in de scharnier.
3. Zonder het blad te verwijderen, wordt de
breedte van de scharnier geleidelijk aan kleiner gemaakt, tot de boom omvalt.
4. Als er gevaar bestaat dat de boom niet in de
gewenste richting valt of dat hij achterover zou kunnen hellen en zo de zaagketting zou kunnen verbuigen, stop dan met zagen zonder de achterste velsnede af te maken en gebruik houten, kunststof of aluminium wiggen (Afb. 19.D) om de snede te openen. Laat de boom langs de gewenste vallijn vallen door met een knuppel op de wiggen te kloppen.
5. Haal de machine uit de snede zodra de
boom begint te vallen, zet de machine stil (par. 6.6), plaats ze op de grond en neem de voorziene vluchtweg. Pas op vallende takken en let op waar u loopt.
6.5.3 Takken van een boom snoeien
Snoeien betekent de takken van een gevelde boom afzagen. Let op de steunpunten van de tak op de grond, op de mogelijkheid dat die in spanning staat, op de richting die de tak kan aannemen tijdens het zagen en op de mogelijke instabi- liteit van de boom na het afzagen van de tak. Als er takken gesnoeid worden moeten de grotere, onderste takken niet afgezaagd worden om de stam te steunen. Verwijder de kleine takken met een enkele klop (Afb. 20.A). U kunt het beste de onder spanning staande takken vanaf de onderkant afzagen om te voorkomen dat de kettingzaag doorbuigt (Afb. 20.B).
6.5.4 Doorzagen van een boomstam
Met doorzagen wordt het dwars in stukken zagen van boomstammen bedoeld.NL - 14 Het is belangrijk stevig op de grond te staan met uw gewicht gelijkmatig over beide benen verdeeld. Indien mogelijk, kunt u het beste de boomstam omhoog zetten met behulp van takken, andere boomstammen of houtblokken. Het doorzagen van een stam wordt vergemakkelijkt door het gebruik van de pal (Afb. 1.H):
1. steek de pal in de stam, voer een hefboom-
kracht uit op de pal en laat de machine een boogvormige beweging maken zodat het blad in het hout kan dringen (Afb. 21);
2. herhaal de handeling meerdere keren indien
nodig, door het steunpunt van de pal te verplaatsen.
- Boomstam op de grond Als de boomstam over zijn hele lengte op de grond rust, dan moet hij van bovenaf doorgezaagd (bovenste zaagsnede) worden (Afb. 22.A). – Zaag tot ongeveer halverwege de diameter, rol de stam en maak het werk af aan de tegenoverliggende zijde.
- Op een enkel uiteinde steunende boomstam Wanneer de boomstam op een enkel uiteinde steunt: – dient men 1/3 van de doorsnede van de onderste kant (onderste zaagsnede) door te zagen (Afb. 23.A); – daarna moet u van boven naar onder zagen naar de eerste zaagsnede toe (Afb. 23.B).
- Op beide uiteinden steunende boomstam Wanneer de boomstam op beide uiteinden steunt: – dient men 1/3 van de doorsnede van boven af door te zagen (bovenste zaagsnede) (Afb. 24.A); – dan moet u de laatste snede uitvoeren, door 2/3 van de boomstam van onderaf doorzagen naar de eerste zaagsnede toe (Afb. 24.B).
- Hellende boomstam Als er een boomstam op een helling doorgezaagd wordt, moet u altijd boven de boomstam staan, (Afb. 25). Om de controle over de zaag niet te verliezen als de boomstam bijna helemaal doorgezaagd is, moet u de druk op de zaagsnede verminderen zonder de grip op de handgrepen van de machine te verminderen. De machine mag de grond niet raken.
Na de versnellingshendel losgelaten te hebben, moet men enkele seconden wachten tot de getande ketting stil valt. De machine steeds stoppen: – tijdens verplaatsingen tussen werkzones. Houd tijdens de verplaatsingen nooit de vinger op de contacttoets om te vermijden de machine ongewild in te schakelen.
op de machine (Afb. 26.A), Verwijder de accu uit zijn huizing (Afb. 26.K) en laad het op (par. 7.2.2);
2. monteer de bladbescherming (Afb. 1.J);
3. laat de motor eerst afkoelen vóór de machine
in elke willekeurige ruimte op te bergen.
4. draai de bevestigingsbout van de staaf of de
en verwijder alle sporen van zaagsel of olie van de ketting (par. 7.4);
6. controleer of er geen onderdelen los of
beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde delen en draai losgekomen schroeven en bouten aan. BELANGRIJK Verwijder steeds de accu (par. 7.2.2) en monteer de bladbescherming elke keer wanneer de machine ongebruikt of onbewaakt achtergelaten wordt.
De veiligheidsnormen die in acht geno- men moeten worden, zijn beschreven in hfdst.
2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om
geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Vooraleer eender welke controle, reini- ging of ingreep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:
- Stop de machine en schakel de motor uit;
- Wacht tot de ketting stil staat;
- Verwijder de accu uit zijn huizing;
- Breng de bladbescherming aan, tenzij aan het blad zelf gewerkt moet worden;
- Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
- Lees de desbetreende instructies;
- Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril;NL - 15
- De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud". Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te laten behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en de tijden waarop ze uitgevoerd moeten worden. Voer de desbetreende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
- Het gebruik van niet originele of niet correct gemonteerde wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de veiligheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade, letsels of ongevallen veroorzaakt door die producten.
- De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseerde dienstcentra en wederverkopers. BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.
De autonomie van de accu wordt hoofdzakelijk beïnvloed door: a. omgevingsfactoren, die leiden tot een grotere energiebehoefte: – snijden van bomen en te grote takken. b. gedrag van de bediener, die moet vermijden: – de machine vaak aan- en uit te schakelen tijdens het werken; – een niet geschikte snijtechniek te gebruiken voor het werk dat moet uitgevoerd worden (par. 6.5). Om de autonomie van de accu te optimaliseren, raadt men aan:
- het hout te snijden wanneer het droog is;
- de juiste techniek te gebruiken voor het werk dat moet uitgevoerd worden. Indien men de machine met langere werkbeurten wenst te gebruiken dan wat mogelijk is met de standaard-accu, kan men:
- een tweede standaard-accu kopen om de platte accu onmiddellijk te vervangen, zonder de continuïteit in het gedrang te brengen;
7.2.2 Verwijdering en opladen van de accu
1. Druk op de blokkeerknop op de accu
(Afb. 26.A) en verwijder de accu (Afb. 26.K);
2. Plaats de accu in de acculader en sluit de
acculader aan op een stopcontact, met een spanning die overeenstemt met wat aangegeven is op het plaatje (Afb. 27).
3. Laad de accu volledig op en volg hierbij de
aanwijzingen die in het instructieboekje van de accu /acculader aangegeven zijn. OPMERKING De accu is voorzien van een bescherming die de herlading ervan verhindert indien de omgevingstemperatuur niet tussen 4~40°C. OPMERKING De accu kan op eender welk moment, ook gedeeltelijk, opgeladen worden, zonder risico op beschadiging.
1. Haal de accu uit de houder in de acculader
(vermijd deze gedurende lange tijd opgeladen te houden na het opladen) en koppel de acculader los van het stroomnet (Afb. 28);
2. Plaats de accu in zijn behuizing op de machine
3. duw de accu stevig aan tot u een “klik” hoort die
aangeeft dat de accu op zijn positie vast zit en het elektrisch contact verzekerd is.
7.3 BIJVULLEN OLIERESERVOIR KETTING
OPMERKING Nabij de dop van het oliereservoir van de ketting (Afb. 29.A) vindt men het volgende symbool: Oliereservoir ketting BELANGRIJK Gebruik alleen olie die specifiek bestemd is voor kettingzagen of hechtolie voor kettingzagen. Gebruik geen olie die onzuiverheden bevat, om de filter van het reservoir niet te verstoppen en de oliepomp niet onherroepelijk te beschadigen. Het gebruik van een olie van goede kwaliteit is van fundamenteel belang voor een eciënte smering van de snij-inrichtingen; een vuile olie of olie van slechte kwaliteit zal de smering in het gedrang brengen en de levensduur van de ketting en het blad verkorten. BELANGRIJK Zet de ketting nooit in werking zonder voldoende olie, aangezien dit de ketting- zaag zou kunnen beschadigen en de veiligheid in het gedrang zou kunnen brengen.NL - 16 Controleer de hoeveelheid olie in de kettingzaag aan de hand van de indicator van het oliepeil (Afb. 29.B). Indien het oliepeil gedaald is, moet men als volgt bijvullen:
1. De dop losdraaien en van het oliereservoir
2. Olie in het reservoir gieten en het peil
controleren aan de hand van de daarvoor voorziene indicator (Afb. 29.B).
3. Zich ervan verzekeren dat er geen vuil in het
oliereservoir komt tijdens het bijvullen.
4. De dop van de olie weer plaatsen en
en van de motor Na het werken, wordt de machine zorgvuldig vrijgemaakt van stof en vuil.
- Houd de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten bladeren, takken of teveel vet, om het risico op brand tot een minimum te herleiden.
- Reinig de machine steeds na gebruik met een schone en met een neutraal reinigingsmiddel bevochtigd doek,
- Verwijder alle sporen van vochtigheid met een zachte en droge doek. Vochtigheid kan leiden tot risico op elektrocutie.
- Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of oplosmiddelen om de plastic delen of de handgrepen te reinigen.
- Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te maken.
- Om oververhitting en schade aan de motor of aan de accu te vermijden, moet men zich er steeds van verzekeren dat de zuigroosters van de koellucht schoon en vrij van afval zijn.
7.4.2 Reiniging van de ketting
Verwijder, na ieder gebruik, alle sporen van zaagsel of olieresten van de ketting. Indien de ketting erg bevuild is of indien er veel hars op aanwezig is, dient men de ketting te demonteren en deze gedurende enkele uren in een houder te leggen met een bijzonder reinigingsmiddel. Spoel hem vervolgens af in schoon water en behandel hem met een geschikte anticorrosie-spray, vooraleer hem weer op de machine te monteren.
7.5 PIN VERGRENDELING KETTING
Controleer de condities van de vergrendelpin van de ketting voor ieder gebruik (Afb. 1.G) en herstel de pin indien deze beschadigd is.
Verwijder, vòòr ieder dagelijks gebruik, de carter (par. 4.2), demonteer het blad en controleer of de smeergaten van de machine (Afb. 30.A) en het blad (Afb. 30.B) niet verstopt zijn.
- Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt
- Controleer regelmatig of de handgrepen stevig bevestigd zijn.
Controleer, bij uw Verkoper, regelmatig de staat van het kettingwiel en vervang het wanneer het de aanvaardbare limieten overschrijdt. Monteer geen nieuwe ketting op een versleten wiel en omgekeerd.
8.2 ONDERHOUD VAN DE GETANDE
KETTING Om redenen van veiligheid en eciëntie, is het heel belangrijk dat de snij-inrichtingen goed scherp zijn. Draag altijd sterke werkhandschoenen om het blad en de ketting te hanteren. De ketting moet bijgeslepen worden wanneer: – Het zaagsel te veel op stof gelijkt. – Er meer kracht nodig is om te zagen. – De snede niet rechtlijnig is. – Er meer trillingen zijn. Als de ketting niet scherp genoeg is, neemt het risico op tegenslag (kickback) toe. BELANGRIJK Het is raadzaam het slijpen aan een gespecialiseerd centrum toe te vertrouwen, waar dit uitgevoerd kan worden met speciale apparatuur die zorgt voor een minimale verwijdering van materiaal en een constante slijping van alle snijdende elementen.NL - 17
8.2.1 Vervanging van de getande ketting
De ketting wordt vervangen wanneer: – de lengte van het snijdend element 5 mm of minder bedraagt; – de speling van de schakels op de klinknagels te groot geworden is; – de snijsnelheid traag is en herhaald aanscherpen de snijsnelheid niet verbeteren. De ketting versleten is. BELANGRIJK Na de vervanging van de ketting, moet men de spanning ervan vaker controleren, omwille van de aanpassing van de ketting.
8.3 ONDERHOUD VAN HET BLAD
Alle handelingen die betrekking hebben op het blad vergen een specifieke vaardigheid, naast het gebruik van speciaal gereedschap om deze handelingen volgens de regels van de kunst uit te voeren; uit veiligheidsoverwegingen, neemt u altijd het best contact op met uw Verkoper. Om een asymmetrische slijtage van het blad te voorkomen, moet deze regelmatig omgedraaid worden. Om de eciëntie van het blad in stand te houden, is het noodzakelijk:
1. de lagers van de overbrenging (indien
aanwezig) te smeren met een daartoe bestemde (niet meegeleverde) spuit.
2. de inkeping van het blad te reinigen met een
schraapstaal (niet meegeleverd) (Afb. 31.A);
3. de smeergaten te reinigen (Afb. 31.B);
4. met een platte vijl de braam van de zijkanten
te verwijderen en eventuele niveauverschillen tussen de geleiders te compenseren.
8.3.1 Vervanging van het blad
Het blad wordt vervangen wanneer: – de diepte van de inkeping kleiner blijkt dan de hoogte van de sleepschakels (die nooit de bodem mogen raken); – de binnenwand van de geleider zodanig versleten is dat de ketting lateraal gaat overhellen.
Wanneer de machine gestald moet worden:
1. Haal de accu uit zijn zitting en laad hem op.
2. Monteer de bladbescherming;
3. Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
4. Reinig de machine (par. 7.4).
5. Controleer of er geen onderdelen los of be-
schadigd zijn. Vervang, indien nodig, de be- schadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geauto- riseerde dienstcentrum.
6. Berg de machine op:
– in een droge ruimte; – beschermd tegen slechte weersomstandighe- den; – buiten bereik van kinderen; – na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben; – bij een omgevingstemperatuur tussen -20°C en 85°C.
9.2 STALLING VAN DE ACCU
De accu moet worden bewaard in een gesloten en vochtvrije omgeving, bij een temperatuur tussen:
- 0°C - 25°C gedurende 1 jaar OPMERKING In geval van langdurig niet- gebruik, moet men de accu om de twee maanden opladen, om de duur ervan te verlengen.
10. HANTERING EN TRANSPORT
Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of overgeheld moet worden, moet men:
- Haal de accu uit zijn zitting en laad hem op.
- Monteer de bladbescherming;
- Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
- Stevige werkhandschoenen dragen;
- De machine alleen vast te nemen aan de handgrepen en het blad in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden; Wanneer men de machine met een wagen vervoert, moet men:
- de machine tijdens het vervoer goed met touwen of kettingen bevestigen.
- de machine zo plaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt;
11. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN
Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u no- dig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhouds- werkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden doorNL - 18 uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de ma- chine. Handelingen die in niet geschikte structuren of door onbekwame personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.
- Enkel de geautoriseerde dienstencentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
- De geautoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden speciaal voor de machines ontwikkeld.
- Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn niet goedgekeurd, het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren leidt tot verval van de garantie.
- Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.
De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker moet aandachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie verschaft is. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:
- Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatie.
- Onjuist of niet toegestaan gebruik en montage
- Gebruik van niet originele wisselstukken.
- Gebruik van toebehoren dat niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werd. Deze garantie geldt bovendien niet voor:
- De normale slijtage van verbruiksmateriaal zoals snij-inrichtingen, veiligheidsbouten.
- Normale slijtage De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zijn eigen land. De rechten van de koper die voorzien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land, zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.
Ingreep Frequentie Paragraaf Eerste keer Vervolgens om de MACHINE Controle van alle bevestigingen - Voor eender welk gebruik 7.7 Veiligheidscontroles / Controle van de commando's - Voor eender welk gebruik 6.2 Controle vergrendelpin ketting - Voor eender welk gebruik 7.5 Algemene reiniging en controle - Aan het einde van ieder gebruik
Reiniging van de ketting - Aan het einde van ieder gebruik
Controle van de smeergaten van de machine en het blad - Voor eender welk gebruik 7.6 Controle tandwiel ketting - Eenmaal per maand 8.1 * Onderhoud ketting - - 8.2 * Onderhoud blad - - 8.3 Bijvullen niveau olie ketting - Voor eender welk gebruik 7.3
- Handelingen die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moeten uitgevoerd worden.
en de vergrendelknop ingeschakeld worden, start de machine niet. Geen accu of accu niet correct geplaatst. Verzeker u ervan dat de accu goed geplaatst is (par. 7.2.3). Accu plat Controleer de ladingsstatus en herlaad de accu (par. 7.2.2). Machine beschadigd Gebruik de machine niet Verwijder de accu en Contacteer een Dienstcentrum.
tijdens het werk Accu niet correct geplaatst. Verzeker u ervan dat de accu goed geplaatst is (par. 7.2.3). Accu plat Controleer de ladingsstatus en herlaad de accu (par. 7.2.2). Machine beschadigd Gebruik de machine niet Verwijder de accu en Contacteer een Dienstcentrum. Een motorbeveiliging wordt geactiveerd Wacht 15 minuten totdat de machine is afgekoeld en start ze dan opnieuw op
3. De ketting draait niet
wanneer de vergrendeltoets van de versnelling en de versnellingshendel ingeschakeld zijn. Overdreven spanning van de ketting Span de ketting opnieuw op (par. 6.1.3). Problemen aan blad en ketting Controleer of de ketting vrij draait en de geleiders van het blad niet vervormd zijn (par. 8.2, 8.3). Machine beschadigd Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en neem contact op met een Dienstcentrum.
4. De ketting warmt teveel
op aan het einde van het blad en er komt rook uit. Overdreven spanning van de ketting Span de ketting opnieuw op (par. 6.1.3). Reservoir smeerolie leeg. Vul het reservoir van de smeerolie bij (par. 7.3).
onregelmatig of heeft geen vermogen bij belasting Problemen aan blad en ketting Controleer of de ketting vrij draait en de geleiders van het blad niet vervormd zijn.
6. De olie komt niet vrij
Slechte kwaliteit van olie Ledig het reservoir bij koude motor, spoel het reservoir en de pijpleidingen met reinigingsvloeistof en vervang de olie. Smeeropeningen verstopt Reinig de smeergaten (par. 7.6).
7. De machine is op een
vreemd voorwerp gestoten. Beschadiging of losgekomen delen Stop de machine (par. 6.6). Controleer eventuele beschadi- gingen. Controleer of er delen losgeko- men zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een geau- toriseerd centrum.NL - 20
8. Men hoort overdreven
geluiden en/of trillingen tijdens het werk Losgekomen of beschadigde delen Stop de machine, verwijder de accu en: – controleer de schade; – controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast; – vervang of herstel de beschadigde delen met delen met gelijkwaardige kenmerken.
9. Er komt rook uit de machine
tijdens de werking Machine beschadigd Gebruik de machine niet. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en neem contact op met een Dienstcentrum.
10. Kleine autonomie
van de accu Zware gebruikscondities met hogere stroomabsorptie Optimaliseer het gebruik (par. 7.2.1). Accu niet voldoende voor de werkbehoeften Gebruik een tweede accu of een sterkere accu (par. 7.2.1). Verslechtering van de capaciteit van de accu. Koop een nieuwe accu.
11. De acculader laadt
de accu niet op Accu niet correct geplaatst in de acculader Controleer of de accu correct geplaatst is (par. 7.2.2). Niet geschikte omgevingscondities Herlaad de accu in een omgeving met geschikte temperatuur (zie handleiding van de accu/acculader). Vuile contacten Reinig de contacten. Geen spanning aan de acculader Controleer of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact. Defecte acculader Vervang met een origineel wisselstuk. Indien het probleem aanhoudt, raadpleeg de handleiding van de accu / acculader. Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.NL - 21
Er zijn accu's met verschillende vermogens beschikbaar, voor de specieke werkvereisten (Afb. 32). De lijst van de voor deze machine gehomologeerde accu's bevindt zich in de tabel "Technische Gegevens".
Inrichting die gebruikt wordt voor het opladen van de accu (Afb. 33).
15.3 STAVEN EN KETTINGEN
In de "Tabel voor de juiste combinatie van staaf en ketting" staan alle mogelijke combinaties tussen staaf en ketting. Dezelfde tabel verschaft bovendien de kenmerken van de gehomologeerde kettingen en staven voor iedere machine. Gebruik voor de wisselstukken enkel de bladen en kettingen die in de tabel zijn aan- gegeven. Het gebruik van niet goedgekeurde combinaties kan leiden tot ernstige persoonlij- ke letsels en schade aan de machine. Daar de gebruiker naar eigen oordeel be- sluit welke blad en ketting onder de verschil- lende gebruiksomstandigheden te kiezen, toe te passen en te gebruiken, neemt hij dan ook zelf de daaruit voortkomende verantwoording op zich voor iedere willekeurige schade die daardoor veroorzaakt wordt. In geval van twij- fel of geringe kennis van de speciciteit van ie- dere blad of ketting, moet u contact opnemen met uw eigen verkoper of met een gespeciali- seerd tuincentrum.NO - 1 ADVARSEL!: LES DENNE BRUKSANVISNINGEN NØYE FØR DU BRUKER MASKINEN. Må oppbevares til senere bruk.
NL (Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)
2. Verklaart onder zijn eigen verantwoordelijkheid
dat de machine: Kettingzaag met accuvoeding, vellen/snijden/snoeien van bomen a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu
3. Voldoet aan de specificaties van de richtlijnen:
e) Certificatie-instituut f) EG-onderzoek van het Type
4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde normen
g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen k) Geïnstalleerd vermogen n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum
Notice-Facile