SP 400 Q-16 - Zaag STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis SP 400 Q-16 STIGA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over SP 400 Q-16 STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SP 400 Q-16 - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SP 400 Q-16 van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING SP 400 Q-16 STIGA
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing ....NL
wij danken u voor het feit dat u de voorkeur hebt gegeven aan onze producten en wij hopen dat het gebruik van deze machine u zeer tevreden zal stellen en dat zij volledig aan uw verwachtingen zal voldoen. Deze handleiding is geschreven om u vertrouwd te maken met uw machine en om u in staat te stellen haar op de beste en de meest veilige manier te gebruiken: vergeet niet dat deze handleiding een integrerend deel van de machine is, bewaar deze binnen handbereik zodat u haar op elk gewenst moment kunt raadplegen en zorg ervoor dat ze de machine altijd vergezelt ook als u de machine verkoopt of uitleent.
Deze nieuwe machine is ontworpen en gemaakt in overeenstemming met de geldende voorschriften en is volkomen veilig en betrouwbaar indien zij wordt gebruikt overeenkomstig de aanwijzingen in deze handleiding (voorzien gebruik); het gebruik voor andere doeleinden of het niet in acht nemen van de aangegeven veiligheids-, ge bruiks-, onderhouds- en reparatievoorschriften wordt als "oneigenlijk gebruik" beschouwd en brengt verval van, zo wel de garantie, als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.
Neem steeds de plaatselijke wetten in verband met de veiligheid in acht, die het gebruik van de machine mogelijk beperken.
Mocht u verschillen tegenkomen tussen wat beschreven is en de machine die u bezit, denk er dan aan dat, aangezien het product continu verbeterd wordt, de in deze handleiding opgenomen gegevens zonder voorafgaande kennisgeving en zonder dat de fabrikant verplicht is de handleiding te updaten gewijzigd kunnen worden, waarbij de essentiële kenmerken met het oog op de veiligheid en de werking evenwel onveranderd blijven. Neem ingeval van twijfel contact op met uw Verkoper. Wij wensen u een prettig gebruik van de machine toe!
INHOUD
- Identificatie van de hoofdcomponenten 2
- Symbolen.... 3
- Veiligheidsvoorschriften 4
- Montage van de machine 7
- Voorbereiding 8
- Starten - Gebruik - Uitschakelen motor 10
- Gebruik van de machine 12
- Onderhoud en opslag 14
- Opsporen van defecten.... 17
- Accessoires.... 18
1. IDENTIFICATIE VAN DE HOOFDCOMPONENTEN
BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
- Motor
- Pal
- Voorste handbescherming
- Voorste handgreep
- Achterste handgreep
- Pin vergrendeling ketting
- Blad
- Ketting
- Bladbescherming
9a. Palbescherming (verwijderen tijdens het gebruik) - Typeplaatje


10.1) CE-overeenstemmingskenteken
10.2) Naam en adres van de fabrikant
10.3) Geluidsvermogenniveau
10.5) Machinetype
10.6) Serienummer
10.7) Bouwjaar
10.8) Artikelcode
10.9) Aantal emissies

Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de voorlaatste pagina van de handleiding.
2. SYMBOLLEN


1) Let op! Gevaar. Een niet correct gebruik van de ze ma chine kan gevaarlijk zijn voor zichzelf en de anderen.
2) Gevaar voor terugslag (kickback)! De terugslag veroorzaakt de bruuske en ongecontroleerde beweging van de kettingzaag naar de bediener toe. Ga al tijd op veilige wijze te werk. Ge bruik kettingen voorzien van veiligheidsschakels die eventuele terugslagen beperken.
3) Neem de machine nooit met een enkele hand vast! Neem de machine stevig met beide handen vast, om een betere controle te hebben over de machine en het risico voor terugslag te beperken.
4) Voordat u deze machine in gebruik neemt, eerst de handleiding lezen.
5) De persoon die deze machine dagelijks in normale omstandigheden gebruikt kan blootgesteld zijn aan een geluidsniveau van 85 dB (A) of ho ger. Gebruik een gehoorbescherming en bril en draag een veiligheidshelm.
6) Draag werkhandschoenen en veiligheidsschoeisel!
H = regeling brandstof hoge snelheid
T = regeling van het minimumtoerental
14) Chokeknop (Starter)
15) Knop voorinspuiting (Primer)
16) Kettingrem (het symbool geeft de positie aan waarin de rem vrijgegeven wordt)
3. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Gebruik de machine alleen voor het doel waartoe het bestemd is, m.a.w. "het vellen, het verzagen en snoeien van bomen met afmetingen in verhouding tot de lengte van het kettingblad" of houten voorwerpen met gelijkaardige eigenschappen. Elk ander doel waarvoor de machine wordt gebruikt kan gevaarlijk zijn en zou de machine kunnen beschadigen.
De volgende situaties behoren tot het oneigenlijk ge bruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):
- Hagen bijschoeien
- snijwerken
- doorsnijden van banken, kisten en verpakkingen in het algemeen
- doorsnijden van meubelen of andere voorwerpen die na gels, vijzen
of andere metalen onderdelen kunnen bevatten - slachterswerken uitvoeren
- de machine gebruiken als hefboom om voorwerpen op te tillen, te verplaatsen of door te breken;
- de machine gebruiken wanneer ze op vaste steunen geblokkeerd is.
De kettingzaag niet gebruiken voor het zagen van plastic, bouwmaterial of ander materiaal dan hout. Het gebruik van de kettingzaag voor andere doeleinden dan waarvoor hij bedoeld is, kan leiden tot gevaarlijke situaties.
A) VERTROUWD RAKEN
1) Lees de gebruiksaanwijzingen aandachtig. Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de motor snel af te zetten.
2) Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met de ze aanwijzingen. De leeftijd van de gebruiker kan lan de lijk gereglementeerd zijn.
3) De machine dient niet door meer dan één persoon gebruikt te worden.
4) Gebruik de machine in geen geval:
- als er personen, in het bijzonder kinderen of dieren in de buurt zijn;
- indien de gebruiker moe is, zich niet fit voelt of ge neesmiddelen, drugs, alcohol of schadelijke stoffen in genomen heeft die zijn reactievermogen en aandacht kunnen verminderen;
- indien de gebruiker niet in staat is om de machine stevig vast te houden met beide handen en/of tijdens het werk niet in evenwicht en stevig op beide voeten kan staan.
5) Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en on voorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen.
B) VÓÓR HET GEBRUIK
1) Tijdens het werken moet gepaste kledij gedragen worden die de gebruiker niet hindert in zijn bewegingen.
- Draag aansluitende en beschermende kledij die bestand is tegen sneden.
- Draag een helm, werkhandschoenen, een veiligheidsbril, een stofmaskertje en veiligheidsschoeisel met een antislipzool.
- Gebruik de oorbeschermers.
- Draag geen sjaal, hemd, halsketting of andere hangende of ruime accessoires die gegrepen kunnen wor den door de machine of voorwerpen en materiaal aan wezig op de werkplaats.
- Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden.
2) PGELET: GEVAAR! De benzine is bijzonder brandbaar:
- bewaar de brandstof in gepaste recipienten die geschikt zijn voor dit gebruik;
- rook niet wanneer de brandstof gehanteerd wordt;
- open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk geleidelijk aan af te laten;
- vul benzine alleen bij in de open lucht en gebruik hiervoor een trechter;
- giet de brandstof in het reservoir vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen
of de dop van de benzinetank afdraaien;
- als u benzine gemorst hebt mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de benzine gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de benzinedampen opgelost zijn;
- reinig onmiddellijk elk spoor van benzine gemorst op de machine of op de grond;
- start de machine niet op de plaats waar de brandstof bijgevuld werd;
- vermijd dat de brandstof in contact komt met de kledij en, mocht dit toch gebeuren, trek dan andere kledij aan vooraleer de motor te starten;
- draai de dop altijd weer goed op het reservoir van de machine en het benzinerecipiënt.
3 Vervang defecte of beschadigde geluidsdempers.
4) Ga vóór het gebruik over tot een algemene controle van de machine, in het bijzonder: - de versnellingshendel en de veiligheidshendel moeten vrij kunnen bewegen, zonder geforceerd te worden, en bij het loslaten moeten ze automatisch en snel terug in de neutrale stand komen;
- de versnellingshendel moet geblokkeerd blijven indien niet op de veiligheidshendel geduwd wordt;
- de stopschakelaar van de motor moet makkelijk van de ene stand in de andere gebracht kunnen worden;
- de elektrische kabels en in het bijzonder de kabel van de bougie moeten onbeschadigd zijn om te voorkomen dat vonken ontstaan; de kap moet correct op de bougie gemonteerd zijn;
- de handgrepen en beschermingen van de machine moeten schoon, droog, en stevig bevestigd zijn op de machine;
- de rem van de ketting moet perfect werken en doeltreffend zijn;
- Ihet blad en de ketting moeten correct gemonteerd zijn;
- de ketting moet correct gespannen zijn.
5) Vóór het werk te beginnen, controleer of alle be scher mingen correct gemonteerd zijn.
C) TIJDENS HET GEBRUIK
1) Start de motor niet in gesloten ruimten, waar zich gevaarlijke koolmonoxide kan ontwikkelen.
Controleer de luchtverversing wanneer men in grachten, holtes of dergelijke werkt.
2) Werk alleen bij daglicht of bij goed kunstlicht.
3) Blijf stil en stabiel staan:
- vermijd zoveel mogelijk te werken op een natte of glib berige grond, of in ieder geval op te oneffen of steil e terreinen die de stabiliteit van de gebruiken tijdens het werken niet kunnen garanderen;
- vermijd het gebruik van ladders en onstabiele platformen;
- ga niet te werk met de machine boven de schouderlijn;
- loop niet maar ga normaal en let op oneffenheden van het terrein en de aanwezigheid van eventuele hindernissen.
- ga best niet alleen of te geïsoleerd te werk, om in geval van een ongeluk makkelijker hulp te roepen.
4) Start de motor terwijl de machine stevig vastgehouden wordt:
- start de motor op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd;
- controleer of er zich andere personen in de draagwijd te van de machine bevinden;
- richt de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit naar ontvlambare materialen:
- let op het mogelijk wegspringen van materiaal veroorzaakt door de beweging van de ketting, vooral wanneer de ketting in contact komt met hindernissen of vreem de lichamen.
5) Wijzig de afstelling van de motor niet en laat het toerental van de motor niet buitengewoon hoog op lopen.
6) Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine om zware werken te verrichten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen zal de risico's beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.
7) Controleer of het laagste toerental van de machine de ketting niet in beweging brengt en of de motor na een plotse versnelling snel
terugvalt tot het laagste toerental.
8) Let erop dat het blad niet hevig botst met vreemde lichamen en let op eventueel wegspringend materiaal veroorzaakt door het draaien van de ketting.
9) Schakel de motor uit:
- telkens wanneer u de machine onbeheerd achterlaat;
- vóórdat u benzine bijtankt.
10) Schakel de motor uit en koppel de bougiekabel los:
- voordat u de machine controleert, schoonmaakt of eraan werkt;
- nadat er op een vreemd lichaam gestoten is. Con tro leer de machine op eventuele beschadigingen en voer de nodige reparaties uit alvorens de machine opnieuw te gebruiken;
- indien de machine op abnormale wijze begint te trillen (Meteen de oorzaak van de trillingen opsporen en hem laten nakijken door een Gespecialiseerd Service cen trum).
- wanneer de machine niet gebruikt wordt.
11) Stel u niet bloot aan het stof en zaagsel dat tijdens het snijden door de ketting ontstaat.
1) Laat de bouten en de schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is. Als u regelmatig onderhoud aan de heggenschaar pleegt zal de werking van ervan veilig blijven en zal het prestatieniveau be waard blijven.
2) Zet de machine niet met benzine in het reservoir in een ruimte waar de benzinedampen met vlammen, vonken of een warmtebron in aanraking zouden kunnen ko men.
3) Laat de motor eerst afkoelen vóór het opbergen van de machine in elke willekeurige ruimte.
4) Om het risico voor brand te beperken, worden de mo tor, de geluidsdemper van de uitlaat en de opslagzone van de benzine vrij gehouden van zaagsel, takjes, bladeren of overtollig vet; laat geen recipienten met snijafval in de ruimte achter.
5) Als u het reservoir moet ledigen, dient u dit in de o pen lucht te doen en wanneer de motor koud is.
6) Draai werkhandschoenen voor elke ingreep aan de snij-inrichting.
7) Zorg ervoor dat de ketting altijd scherp is. Alle handelingen die betrekking hebben op de ketting en het blad vergen een specifieke vaardigheid, naast het ge bruik van speciaal gereedschap om deze handelingen volgens de regels van de kunst uit te voeren; uit veiligheidsoverwegingen, neemt u altijd het best contact op met uw Verkoper.
8) Gebruik de machine, uit veiligheidsoverwegingen, nooit met onderdelen die versleten of beschadigd zijn. De beschadigde onderdelen moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Onderdelen van een andere kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker.
9) Vooraleer de machine op te bergen, de sleutels of het gereedschap gebruikt voor het onderhoud wegnemen.
10) Bewaar de machine buiten het bereik van kinderen!
E) TRANSPORT EN VERPLAATSING
1) Telkens wanneer de machine verplaatst of vervoerd moet worden, is het noodzakelijk:
- de motor uit te schakelen, te wachten tot de ketting tot stilstand gekomen is en de bougiekap los te koppelen;
- de bladbescherming aan te brengen;
- de machine alleen vast te nemen aan de handgrepen en het blad in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden.
2) Wanneer de machine vervoerd wordt met een voertuig, moet het op dusdanige wijze geplaatst worden dat er voor niemand gevaar ontstaat en stevig geblokkeerd worden om te voorkomen dat de machine omvalt en beschadigd wordt of dat brandstof lekt.
F) RESTRISICO'S
- Blijf met al uw lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting terwijl de kettingzaag in werking is. Voor de kettingzaag te starten, controleren of de zaagketting nergens mee in aanraking komt. Als u even niet oplet terwijl u de kettingzaag gebruikt, kan uw kleding of lichaam in de zaagketting verstrikt raken.
- Pak met uw rechter hand de achterste handgreep vast en met uw linkerhand de voorste handgreep. Nooit de kettingzaag andersom vastpakken omdat dan het risico op persoonlijk letsel toeneemt.
- Draag een veiligheidsbril en oorbeschermingen. Verder wordt een beschermhelm aanbevolen en berschermschoenen en -handschoenen. Door het dragen van geschikte beschermkleding verlaagt u de kans op verwondingen die veroorzaakt kunnen worden door wegspringend houtafval of het per ongeluk in aanraking komen met de zaagketting.
- Gebruik de kettingzaag niet in een boom. Het gebruik van een kettingzaag terwijl u in een boom geklommen bent, kan verwondingen veroorzaken.
- Ga altijd op een goed steunpunt staan en laat de kettingzaag alleen draaien als u op een stevig, veilig en vlak oppervlak staat. Als u op een gladde of instabiele ondergrond staat, zoals bijvoorbeeld een ladder, kunt u uw evenwicht of de controle over de kettingzaag verliezen.
- Als u een onder spanning staande tak afzaagt, moet u op het risico van eventuele terugslag letten. Als de spanning van de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak de bediener een tik geven en/of kan hij de controle over de kettingzaag verliezen.
- Wees uiterst voorzichtig als u struiken en jonge boompjes afzaagt. Dun materiaal kan in de zaagketting verstrikt raken waardoor het in uw richting kan wegspringen en/of u uw evenwicht kunt verliezen.
- Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep als hij uitgeschakeld is en van uw lichaam af gekeerd. Als de kettingzaag vervoerd of opgeborgen wordt moet altijd de bladbescherming aangebracht worden. Door correct met de kettingzaag om te gaan verkleint u de kans op het per ongeluk in aanraking komen met de bewegende zaagketting.
- Houd u aan de aanwijzingen voor het smeren, het spannen van de ketting en het verwisselen van accessoires. Een verkeerd gespannen of gesmeerde ketting kan breken en verhoogt de kans op terugslag.
- Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Een vette handgreep is glad en hierdoor kunt u de controle over de kettingzaag verliezen.
- De aanschakelinrichting van deze machine genereert een elektromagnetisch veld van beperkte omvang, tot echter de mogelijkheid op interferentie met de werking van actieve of passieve medische inrichtingen die op de bediener aangebracht zijn, niet kan uitsluiten, met als gevolg mogelijke ernstige risico's voor zijn veiligheid. Men raadt daarom aan dat te dragers van dergelijke medische apparaten de geneesheer of de fabrikant van deze apparaten zelf raadplegen, vooraleer de machine te gebruiken.
G) OORZAKEN VAN TERUGSLAG EN VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE GEBRUIKER:
Terugslag ontstaat als de punt of het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of het hout de kettingzaag in de snede vastklemt.
Door de aanraking van de punt kan, in sommige gevallen, een omgekeerde reactie plaatsvinden waarbij het zaagblad omhoog en achteruit naar de bediener toe springt.
Het beknellen van de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad kan de zaagketting snel naar achteren naar de bediener toe werpen.
Door één van deze twee reacties kunt u de controle over de zaag verliezen, met mogelijk ernstige verwondingen tot gevolg. U kunt niet uitsluitend op de in de zaag ingebouwde veiligheidsinrichtingen vertrouwen.
De gebruiker van een kettingzaag moet verschillende maatregelen treffen om het risico op ongelukken of verwonding tijdens de zaagwerkzaamheden op te heffen. Terugslag is het gevolg van een slecht gebruik van het gereedschap en/of onjuiste procedures of gebruiksomstandigheden en kan vermeden worden door de volgende voorzorgsmaatregelen te treffen.
- Houd de zaag met beide handen stevig vast, met de duimen en vingers om de handgrepen van de kettingzaag gesloten en houd uw lichaam en armen in een positie waarin u tegenstand kunt bieden tegen terugslag. Terugslag kan door de bediener opgevangen worden als hij de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen heeft. Laat de kettingzaag niet los.
- Reik niet te ver en zaag niet boven schouderhoogte. Dit draagt bij te vermijden dat de punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en tot een betere controle over de kettingzaag in onverwachte situaties.
- Gebruik alleen de door de fabrikant gespecificeerde zaagbladen en -kettingen. Ongeschikte zaagbladen en -kettingen kun nen ervoor zorgen dat de ketting breekt en/of terugslag veroorzaken.
- Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor wat betreft het slijpen en onderhoud van de kettingzaag. Door een kleinere zaagdiepte neemt het risico op terugslag toe.
H) GEBRUIKSTECHNIEKEN VAN DE MOTORZAAG
Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht en gebruik de technieken die het meest gepast zijn voor het uit te voeren werk, volgens de instructies en de voorbeelden gegeven in de gebruiksaanwijzingen (zie hoofdstuk 7).
J) AANBEVELINGEN VOOR BEGINNERS
Wanneer u voor de eerste keer een boom wilt vellen of takken wilt afzagen, moet u eerst:
- een specifieke opleiding gevolgd hebben over het gebruik van dit type van gereedschap;
- de veiligheidsvoorschriften en gebruiksaanwijzingen bevat in deze handleiding zorgvuldig gelezen hebben;
- oefenen op houtblokken op de grond of bevestigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest geschikte snijtechnieken.
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten, ge ken merkt door diverse symbolen die de volgende be tekenis hebben:
OPMERKING
of
BELANGRIJK
Verstrekt nadere gegevens of andere
elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt.
LET OP!
Gevaar voor persoonlijk letsel of
letsel aan anderen in geval van niet-inachtneming.
GEVAAR!
Kans op ernstig persoonlijk let sel
of ernstig letsel aan anderen met gevaar van dodelijke ongelukken, in geval van niet-inachtneming.
4. MONTAGE VAN DE MACHINE
BELANGRIJK
De machine wordt geleverd met
gedemonteerde blad en ketting, en met lege brand stofen oliereservoirs.

LET OP!
De machine moet op een
vlak ke en solide ondergrond uitgepakt en gemonteerd worden, met voldoende bewegingsruimte voor de machine en de verpakking, en steeds met ge bruik van geschikte werktuigen.
De verpakking moet volgens de plaatselijke geldende bepalingen worden afgevoerd.

LET OP!
Draag altijd sterke werkhand-
schoenen om het blad en de ketting te hanteren. Ga bijzonder voorzichtig te werk voor de montage van het blad en de ketting, om de veiligheid en efficiëntie van de machine niet in het gedrang te brengen; neem bij twijfels contact op met uw Verkoper.
Vooraleer het blad te monteren, controleer of de rem van de ketting niet ingeschakeld is; dit wordt bekomen door de voorste handbescherming volledig naar ach ter te trekken, naar het machinehuis toe.

LET OP!
Voer alle handelingen uit bij
uitgeschakelde motor.
MONTAGE VAN HET BLAD EN DE KETTING
• Machines met standaardkettingspanner
- Draai de moeren los en verwijder de carter van de koppeling om toegang te hebben tot het sleepwiel en de zitting van het blad (Afb. 1).
- Verwijder de plastieken afstandhouder (1); deze afstandhouder dient enkel voor het vervoer van de verpakte machine en dient niet meer gebruikt te worden (Afb. 1).
- Monteer het blad (2) door de stiften in de gleuf van het blad te brengen en het blad naar de achterkant van het machinehuis te duwen (Afb. 2).
- Leg de ketting rond het sleepwiel en langs de geleiders van het blad. Let hierbij op de draairichting (Afb. 3); indien de punt van het blad voorzien is van een haakse overbrenging, zorg er dan voor dat de sleepschakels van de ketting correct in deze overbrenging passen.
- Hermonteer de carter, zonder de moeren vast te
draaien.
- Controleren of de pin van de kettingspanner (3) van het carter van de koppeling correct in de relatieve opening van het blad zit; als dit niet zo is, ga dan met een schroevendraaier te werk op de schroef (4) van de kettingspanner, tot de pin volledig in de opening zit (Afb. 4).
- Draai aan de schroef van de kettingspanner (4) tot de gepaste spanning bekomen wordt (Afb. 4).
- Houd het blad omhoog en draai de moeren van de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 5).
• Machines met snelle kettingspanner (SP 375Q, SP 405Q, C 38 T, C 41 T)
- Draai de knop (11) los en verwijder de carter, om toegang te krijgen tot het sleepwiel en de zitting van het blad (Afb. 1A).
- Verwijder de plastieken afstandhouder (12); deze afstandhouder dient enkel voor het vervoer van de verpakte machine en dient niet meer gebruikt te worden (Afb. 1A).
- Monteer het blad (2) door de stiften in de gleuf van het blad te brengen en het blad naar de achterkant van het machinehuis te duwen (Afb. 2)
- Leg de ketting rond het sleepwiel en langs de geleiders van het blad. Let hierbij op de draairichting (Afb. 3); indien de punt van het blad voorzien is van een haakse overbrenging, zorg er dan voor dat de sleepschakels van de ketting correct in deze overbrenging passen.
- Hermonteer de carter, zonder de knop (11) vast te draaien. Controleer of de pin van de kettingspanner (14) correct in de relatieve opening van het blad zit; als dit niet zo is, ga dan met een schroevendraaier te werk op de ringmoer (15) van de kettingspanner, tot de pin volledig in de opening zit (Afb. 4A).
- Draai aan de ringmoer van de kettingspanner (15) tot de gepaste spanning bekomen wordt (Afb. 4A).
- Houd het blad omhoog en draai de knop (15) volledig vast (Afb. 5A).
- Controle spanning ketting
Controleer de spanning van de ketting. Om te controle- ren of de spanning correct is, mogen de sleepschakels niet uit hun geleider komen wanneer de ketting halver- wege het blad vastgenomen wordt (Afb. 7).
5. VOORBEREIDING
1. BEREIDING VAN HET BRANDSTOFMENGSEL
Deze machine is uitgerust met een tweetaktmotor waar- voor een mengsel van benzine en smeerolie gebruikt moet worden.
BELANGRIJK
Het gebruik van alleen benzine
beschadigd de motor en doet de garantie vervallen.
BELANGRIJK
Gebruik alleen brandstof en
smeermiddelen van goede kwaliteit, om de prestaties in stand te houden en borg te staan voor de levensduur van de mechanische componenten.
• Eigenschappen van de benzine
Gebruik alleen loodvrije benzine (groen) met een octaangehalte van minstens 90 N.O.
BELANGRIJK
Groene benzine zorgt altijd voor
wat afzettingen in het recipiënt indien het langer dan 2 maanden bewaard wordt. Gebruik altijd verse benzine!
- Eigenschappen van de olie
Gebruik alleen synthetische olie van uitstekende kwaliteit, specifiek voor tweetaktmotoren.
Bij uw Verkoper zijn oliën beschikbaar die speciaal be-studeerd werden voor dit type van motor en in staat zijn om voor een hoge bescherming te zorgen.
Het gebruik van deze oliën leidt tot een mengsel bij 2,5%, d.w.z. 1 deel olie voor 40 delen benzine.
- Bereiding en bewaring van het mengsel

GEVAAR!
De benzine en het mengsel zijn ontvlambaar!
- Bewaar de benzine en het mengsel in speciale recipienten voor brandstof, op een veilige plaats, uit de buurt van warmtebronnen of naakte vlammen.
- De recipienten moeten buiten het bereik van kinderen bewaard worden.
- Niet roken tijdens de bereiding van het mengsel en de benzinedampen niet inademen.
De tabel geeft de hoeveelheden benzine en olie weer te gebruiken voor de bereiding van het mengsel naar-gelang het aangewend type van olie.
| Benzine Synthetische olie 2-Takt | ||
| liter liter cm3 | ||
| 1 | 0,025 | 25 |
| 2 | 0,050 | 50 |
| 3 | 0,075 | 75 |
| 5 | 0,125 | 125 |
| 10 | 0,250 | 250 |
Voor de bereiding van het mengsel:
- Doe ongeveer de helft van de benzine in een geschikte tank.
- Voeg er alle olie aan toe, volgens de tabel.
- Voeg de rest van de benzine toe.
- Sluit de dop en schud krachtig.
BELANGRIJK
Het mengsel is onderhevig aan
veroudering. Bereid niet te veel mengsel, om afzettingen te voorkomen.
BELANGRIJK
Zorg ervoor dat de recipienten
van de benzine en het mengsel goed van elkaar onder- scheiden worden, om geen vergissing te begaan op het moment van het gebruik.
BELANGRIJK
Reinig de recipienten van de
benzine en het mengsel periodiek, om eventuele afzettingen te verwijderen.
BIJVULLEN VAN BRANDSTOF

GEVAAR!
Niet roken tijdens het bijvul-
len en de benzinedampen niet inademen.

GEVAAR!
Ggiet de brandstof in het re-
servoir vóórdat u de motor aanzet: als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien.

LET OP!
Open de dop van de tank
voorzichtig omdat er druk ontstaan kan zijn aan de binnenkant.
Vooraleer bij te vullen:
- Schud de tank van het mengsel krachtig.
- Plaats de machine effen en stabiel, met de vuldop van het reservoir naar boven.
- Maak de dop van het reservoir en de zone rond de dop schoon om te voorkomen dat tijdens het bijvullen onzuiverheden terechtkomen in het mengsel.
- Open de dop van het reservoir voorzichtig om de druk geleidelijk aan af te laten. Vul bij gebruik ma kend van
een trechter en vul het reservoir niet tot aan de rand.
LET OP! moet altijd stevig we
De dop van het reservoir er vastgedraaid worden.
LET OP!
Reinig onmiddellijk elk spo or van mengsel dat eventueel gemorst werd op de machine of op de grond en start de motor pas wanneer de benzinedampen voleldig opgelost zijn.
3. SMEERMIDDEL KETTING
BELANGRIJK
Gebruik alleen olie die specifiek bestemd is voor kettingzagen of hechtolie voor kettingzagen. Gebruik geen olie die onzuiverheden bevat, om de filter van het reservoir niet te verstoppen en de olie-pomp niet onherroepelijk te beschadigen.
BELANGRIJK
De olie bestemd voor de smering van de ketting is biologisch afbreekbaar. Het gebruik van een minerale olie of motorolie brengt ernstige schade toe aan het milieu.
Het gebruik van een olie van goede kwaliteit is van fundamenteel belang voor een efficiënte smering van de snij-inrichtingen; een vuile olie of olie van slechte kwa liteit zal de smering in het gedrang brengen en de levensduur van de ketting en het blad verkorten.
Het is altijd raadzaam het oliereservoir volledig te vullen (met behulp van een trechter) telkens wanneer brandstof bijgevuld wordt; aangezien de inhoud van het olie-reservoir dusdanig berekend is dat de brandstof eerder dan de olie opgebruikt wordt, wordt voorkomen dat de machine zonder smeermiddel kan werken.
4. CONTROLE VAN DE MACHINE
Alvorens de machine te gebruiken, is het noodzakelijk:
- vul de respectievelijke reservoirs met mengsel en olie;
- te controleren of er geen schroeven loszitten aan de machine of het blad;
- te controleren of de ketting scherp is en niet beschadigd is;
- te controleren of de luchtfilter schoon is;
- te controleren of de handgrepen en beschermingen van de machine schoon en droog zijn, correct gemonteerd zijn en stevig vastzitten op de machine;
- te controleren of de handgrepen goed bevestigd zijn;
- de efficiëntie van de kettingrem te controleren;
- controleer de spanning van de ketting;
- controleer de werking van de koppeling: Vòor het gebruik dient u zich ervan te verzekeren dat de ketting niet beweegt wanneer de machine op het laagste toerental staat.
5. CONTROLE SPANNING KETTING
LET OP!
Voer alle handelingen uit bij
uitgeschakelde motor.
Om te controleren of de spanning correct is, mogen de sleepschakels niet uit hun geleider komen wanneer de ketting halverwege het blad vastgenomen wordt (Fig. 7).
• Machines met standaardkettingspanner
- Draai de moeren van de carter los met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 4).
- Draai aan de schroef van de kettingspanner (4) tot de gepaste spanning bekomen wordt (Afb. 4).
- Houd het blad omhoog en draai de moeren van de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 5).
• Machines met snelle kettingspanner (SP 375Q, SP 405Q, C 38 T, C 41 T)
- Draai de knop (11) los (Fig. 4A).
- Draai aan de ringmoer van de kettingspanner (15) tot de gepaste spanning bekomen wordt (Fig. 5A).
- Houd het blad omhoog en draai de knop (11) volledig vast (Fig. 5A).
6. CONTROLE VAN DE KETTINGREM
Deze machine is voorzien van een veiligheidsremsysteem.
In geval van terugslagen (terugslag) tijdens het werk, na een abnormaal contact van de punt van de staaf, met een krachtige verplaatsing naar boven, die de hand tegen de voorste bescherming doet stoten. In dit geval, blokkeert de actie van de rem de beweging van de ketting en moet deze handmatig losgezet worden om hem uit te schakelen.
Deze rem kan ook handmatig ingeschakeld worden, door de voorste bescherming naar voor te duwen. Om de rem vrij te geven, trek de voorste bescherming naar de handgreep tot u een klik gewaarwordt.
Om de efficiëntie van de rem te controleren:
- Start de motor en houd de handgreep stevig met beide handen vast.
- Schakel het commando van de versnelling aan om de ketting in beweging te houden en duw de hendel van de rem vooruit, met de rug van de linkerhand; de ketting moet onmiddellijk stilvallen.
- Laat de hendel van de versnelling onmiddellijk los, zodra de ketting stilgevallen is.
- Laat de rem los.
LET OP!
De machine niet gebruiken in dien de kettingrem niet correct werkt. Neem voor de nodige controles contact op met uw Ver koper.
De motor wordt gestart op een afstand van minstens 3 meter van de plaats waar de brandstof bijgevuld werd.
Alvorens de motor te starten:
- Zet de machine stabiel op de grond.
- Verwijder de bladbescherming.
- Zorg ervoor dat het blad niet in aanraking komt met het terrein of met andere voorwerpen.
- Vooraleer de motor op te starten, dient u zich ervan te verzekeren dat de ketting geen enkel voorwerp raakt. Verzeker u ervan dat de kettingrem aangeschakeld is alvorens de machine op te starten.
- Start met koude motor
OPMERKING
Met start bij koude motor wordt bedoeld een start na minstens 5 minuten dat de motor uitgeschakeld is of na het bijvullen van brandstof.
Om de motor te starten (Fig. 8):
- Controleer of de remketting ingeschakeld is (voorste handbescherming vooruit).
- Breng de schakelaar (1) in de stand «START».
- Schakel de starter in, door sterk aan de knop (2) te trekken.
- Druk 3-4 keer op de knop van de voorinspuiting (primer) (3) om de aanvoer van de carburator te bevorderen.
- Houd de machine stevig tegen de grond, met een hand op de handgreep en een voet in de achterste handgreep, om tijdens de start niet de controle te verliezen over de machine (Fig. 9).
LET OP!
Indien machine niet stevig vastgehouden wordt, kan de gebruiker door de duwkracht van de motor het evenwicht verliezen of zou het blad tegen een hindernis of de gebruiker zelf gericht kunnen worden.
- Draai langzaam de startknop 10-15 cm tot u een zekere weerstand gewaarwordt. Geef dan enkele keren een stevige ruk tot de machine in gang schiet.
LET OP! rond uw hand.
Wikkel de startkabel nooit
GEVAAR!
Start de kettingzaag nooit door ze te laten vallen en ze aan de startkabel vast te houden. Deze methode is uiterst gevaarlijk, aangezien men zo volledig de controle van de machine en van de ketting verliest.
BELANGRIJK
Om te voorkomen dat het touw breekt, wordt er niet over de gehele lengte aan getrokken. Laat het touw niet langs de rand van de opening van de touwgeleider schuren en laat de knop geleidelijk aan los, om te voorkomen dat het touw op ongecontroleerde wijze naar binnen schiet.
- Duw de knop van de starter ongeveer tot halverwege de loop terug in.
- Trek opnieuw aan de startknop tot de motor normaal in gang komt.
OPMERKING
Indien de knop van het starttouw herhaaldelijk bediend wordt met de starter ingeschakeld, kan de motor vastlopen en de start bemoeilijkt worden. Indien de motor vastloopt, de bougie demonteren en voorzichtig aan de knop van het starttouw trekken om de overtollige brandstof te verwijderen; vervolgens de elektrodes van de bougie afdrogen en de bougie weer monteren op de motor.
- Zodra de motor loopt, de versnelling kortstondig bedienen om de starter uit te schakelen en de motor weer tot het minimumtoerental te brengen.
BELANGRIJK
Vermijd de motor aan een hoog toerental te laten draaien met de rem van de ketting ingeschakeld; dit kan een oververhitting en beschadiging van de koppeling veroorzaken.
- Trek de voorste handbescherming naar het voorste handvat om de rem los te laten.
Laat de motor minstens 1 minuut op het minimum-toerental draaien vooraleer de machine te gebruiken.
- Start bij warme motor
Voor de start bij warme motor (onmiddellijk na de uitschakeling van de motor), volg de punten 1 - 2 - 5 - 6 - 9 - 10 van de vorige werkwijze.
GEBRUIK VAN DE MOTOR (Afb. 10)
BELANGRIJK
Ontkoppel steeds de remketting, door de hendel naar de bediener toe te trekken, vooraleer de versnelling aan te schakelen.
De snelheid van de ketting wordt geregeld met de versnellingshendel (1) op de achterste handgreep (2).
De versnelling kan alleen ingeschakeld worden wanneer gelijktijdig op de vergrendeling (3) geduwd wordt.
De beweging wordt van de motor overgedragen op de ketting door middel van een koppeling met centrifugaalgewichten die de beweging van de ketting verhindert wanneer de motor op het laagste toerental draait.

LET OP!
Gebruik de machine niet als de ketting beweegt met de motor op het laagste toerental; neem in dit geval contact op met uw verkoper.
De correcte werksnelheid wordt bekomen door de versnellingsknop (1) volledig in te duwen.
BELANGRIJK
Gedurende de eerste 6-8 werkuren van de machine, wordt vermeden de hoogste toerentalen te gebruiken
UITSCHAKELEN VAN DE MOTOR (Afb. 10)
Om de motor uit te schakelen:
- Laat de versnellingsknop los (1) en laat de motor enkele seconden draaien op het laagste toerental.
- Breng de schakelaar (4) in de stand «STOP».

LET OP!
Nadat de versnelling in de minimumstand gezet werd, kan het voorkomen dat men enkele seconden moet wachten vooraleer de ketting tot stilstand komt.
BELANGRIJK
Als de machine niet stilvalt, dient men de starter aan te schakelen om de motor te doen stoppen door blokkering en onmiddellijk de wederverkoper te contacteren om de oorsprong van het probleem op te sporen en de nodige herstellingen uit te voeren.
GEBRUIK VAN DE ANTIVRIES-INRICHTING
( behalve Mod. C 46 - XC 246 - C 50 - CP 45 À 455 MC 846) (Afb. 11)
Bij het gebruik van motorzagen bij temperaturen van 0 - 5 °C en een hoge luchtvochtigheid kan er in de carburateur ijsvorming optreden, waardoor het vermogen van
de motor afneemt of de motor gaat stotteren.
Daarom heeft deze motorzaag aan de rechterkant van het cilinderdeksel een ventilatieklepje waardoor er warme lucht naar de motor geblazen wordt, zodat er geen ijsvorming kan optreden.
Onder normale omstandigheden moet de motorzaag in de normale bedrijfsstand worden gebruikt, d.w.z. in de stand waarin de motorzaag standaard is ingesteld. Als echter de kans bestaat dat er ijsvorming kan optreden, moet de motorzaag voor gebruik op de antibevriezingsstand worden ingesteld.
Om over te gaan van de werkwijze "Normaal" naar de werkwijze "Antivries" (en omgekeerd) (Afb. 11):
- De motor uitschakelen.
- Het deksel (1) van de luchtfilter en de luchtfilter zelf (2) verwijderen.
- De knop van de lucht (3) van het deksel van de cilinder (4) halen.
- De schroeven (5) die het deksel van de cilinder bevestigen (drie schroven binnenin en een aan de buitenkant van het deksel) en het deksel van de cylinder (4) verwijderen.
- Met de vingers op het antivries-dopje (5) op de rechterkant van het deksel van de cilinder duwen en dit uit zijn huizing halen.
- Het antivries-dopje (5) zodanig verdraaien dat het symbool "SNEEUW" naar boven gericht is en het dopje opnieuw plaatsen.
- Het deksel van de cilinder en alle andere delen weer op hun oorspronkelijke positie monteren.
OPMERKING
Bij gebruik van de machine in de werkwijze antivries bij hogere temperaturen, kan men problemen ondervinden bij het aanschakelen en de werking van de motor, bij niet correcte snelheden. Controleer dus steeds of de machine weer in normale werking gezet werd (met het symbool "ZON" omhoog) als er geen gevaar op vorming van ijs meer is.
7. GEBRUIK VAN DE MACHINE
BELANGRIJK
Denk er altijd aan dat een oneigenlijk gebruik van de motorzaag storend kan zijn voor de anderen en schadelijk kan zijn voor het milieu.
Uit respect voor de anderen en het milieu:
- Gebruik de machine niet op plaatsen en uren die storend kunnen zijn.
- Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het snijafval.
- Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van olie, beschadigde onderdelen of om het even welk element dat niet milieuvriendelijk is.
- Tijdens het werken wordt een zekere hoeveelheid olie verspreid in de omgeving, noodzakelijk voor de smering van de ketting; om die reden, gebruik alleen biologisch afbreekbare oliën, specifiek bedoeld voor dit gebruik.
- Om brandgevaar te voorkomen, de machine niet met warme motor achterlaten op bladeren of droog gras.

LET OP!
Draag tijdens het werk gepaste kledij. Uw Verkoper zal u alle nodige informatie geven over de meest geschikte veiligheidskledij, met het oog op een veilig gebruik van de machine. Gebruik trillingswerende handschoenen. Alle boven vermeldde voorzorgsmaatregelen zijn geen garantie tegen het risico op het fenomeen van Raynaud of het carpaletunnelsyndroom. Men raadt daarom aan dat wie langdurig gebruik maakt van deze machine, regelmatig de condities van zijn handen en vingers moet laten controleren. Indien sommige van de hierboven vermeldde symptomen verschijnen, moet men onmiddellijk een geneesheer raadplegen.

LET OP!
Het gebruik van de machine voor het zagen en snoeien vergt een specifieke opleiding.
1. CONTROLES UIT TE VOEREN IJDENS HET WERKEN
- Controle van de kettingspanning
Tijdens het werk ondergaat de ketting een progressieve verlenging. De spanning moet dus regelmatig gecontroleerd worden.
BELANGRIJK
Tijdens de eerste gebruiksperiode (of na de vervanging van de ketting), moet deze controle vaker uitgevoerd worden, wegens de aanpassing van de ketting.

LET OP!
Werk niet met een ketting die te los zit, om geen gevaarlijke situaties te creëren wanneer de ketting uit de geleiders komt.
Om de kettingspanning te regelen, ga te werk zoals aangegeven in Hoofdstuk 5.5.
- Controle van de oliestroom
BELANGRIJK
De machine niet gebruiken zonder smering! Het oliereservoir kan bijna volledig leeg zijn telkens wanneer de brandstof oprakt. Zorg ervoor dat het oliereservoir aangevuld wordt telkens wanneer brandstof bijgevuld wordt.

LET OP!
Zorg ervoor dat het blad en de ketting goed op hun paats zitten wanneer de olietoevoer gecontroleerd wordt.
Start de motor, houd het toerental niet te hoog en controleer of de olie van de ketting verspreid wordt zoals aangegeven in de figuur (Afb. 12).
Kan de oliestroom van de ketting geregeld worden door met een schroevendraaier de regelschroef (1 of 1a) van de pomp te draaien, onderaan de machine (Afb. 12).
2. GEBRUIKSWIJZEN EN SNIJTECHNIEKEN
Vooraleer de machine voor de eerste keer te gebruiken voor het vellen of snoeien van een boom, oefent u best op houtblokken op de grond of bevestigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest geschikte snijtechnieken.

LET OP!
Tijdens het werk moet de machine altijd stevig vastgehouden worden met beide handen, met de linkerhand op het voorste handgreep en de rechterhand op de achterste, onafhankelijk van het feit of de bediener eventueel linkshandig is.
LET OP!
Leg de motor onmiddellijk stil
wanneer de ketting zich tijdens het werk blokkeert. Let altijd op voor mogelijke terugslagen (kickback) wanneer het blad in contact komt met een hindernis.
- Een boom snoeien (Afb. 13)
LET OP!
Zorg ervoor dat de zone
waarin de takken zullen vallen vrij is.
- Ga aan de zijde tegenover de af te zagen tak staan.
- Begin met de laagste takken en werk zo naar de hogere takken toe.
- Zaag van boven naar beneden, om te voorkomen dat het blad vastraakt.
- Een boom vellen (Afb. 14)
LET OP!
Op hellingen wordt altijd ge-
werkt stroomopwaarts van de boom. Zorg ervoor dat de gevelde stam geen schade kan veroorzaken bij het naar beneden rollen.
- Bepaal de valrichting van de boom rekenig houdend met de wind, de helling van de plant, de positie van de zwaarste takken, het gemakkelijk werken na het vellen, enz.
- Maak de zone rond de boom vrij en zorg voor een goede steunplaats voor de voeten.
- Voorzie gepaste vluchtwegen, vrij van hindernissen; de vluchtwegen moeten zich op ongeveer 45° in de richting tegenover de valrichting van de boom bevin- den en een snelle vlucht van de bediener naar een veilige plaats mogelijk maken. Deze veilige plaats moet op een afstand liggen die 2,5 keer de hoogte van de te vellen boom bedraagt.
- Breng aan de valzijde een inkeping aan met een diepte gelijk aan een derde van de doorsnede van de stam.
- Zaag de stam aan de tegenoverliggende zijde, iets boven de punt van de inkeping en laat een "scharnier" (1) van ongeveer 5-10 cm vrij.
- Zonder het blad te verwijderen, wordt de breedte van de scharnier geleidelijk aan kleiner gemaakt, tot de boom omvalt.
- In bijzondere situaties of bij een schaarse stabiliteit, kan het vellen voltooid worden door twee wiggen (2) aan de zijde tegenover de valzijde aan te brengen en met een hamer op de wiggen te kloppen tot de boom omvalt.
- Snoeien na het vellen (Afb. 15)
LET OP!
Let op de steunpunten van de
tak op de grond, aan de mogelijkheid dat die in spanning staat, aan de richting die de tak kan aannemen tijdens het zagen en aan de mogelijke instabiliteit van de boom na het afzagen van de tak.
- Neem de richting waar waarin de tak in de stam zit.
- Begin te zagen aan de plooizijde en maak het werk af aan de tegenoverliggende zijde.
- Een stam doorzagen (Afb. 16)
Het doorzagen van een stam wordt vergemakkelijkt door het gebruik van de pal.
- Steek de pal in de stam, voer een hefboomkracht uit op de pal en laat de kettingzaag een boogvormige beweging maken zodat het blad in het hout kan dringen.
- Herhaal de handeling meerdere keren indien nodig, door het steunpunt van de pal te verplaatsen.
- Een stam doorzagen op de grond (Afb. 17)
Zaag tot ongeveer halverwege de diameter, rol de stam en maak het werk af aan de tegenoverliggende zijde.
- Een opgetilde stam doorzagen (Afb. 18)
- Indien het zagen na de steunpunten (A) plaatsvindt, zaag dan tot een derde van de diameter onderaan en maak het werk af bovenaan.
- Indien gezaagd wordt tussen twee steunpunten (B), zaag dan tot een derde van de diameter bovenaan en maak het werk af langs onder.
Het gebruik van de pal voor het doorsnijden van bomen en dikke taken verzekert uw veiligheid en vermindert de inspanning van het werk en het niveau van de trillingen.
3. NA HET WERKEN
Na het werken:
- Schakel de motor uit zoals eerder aangegeven (Hoofdstuk 6).
- Wacht tot de ketting tot stilstand gekomen is en laat de machine afkoelen.
- Draai de bevestigingsbouten van de staaf los om de spanning van de ketting te verminderen.
- Verwijder alle sporen van zaagsel of olieresten van de ketting.
- Indien de ketting erg bevuild is of indien er veel hars
op aanwezig is, dient men de ketting te demonteren en deze gedurende enkele uren in een houder te leggen met een bijzonder reinigingsmiddel. Spoel hem vervolgens af in schoon water en behandel hem met een geschikte anticorrosie-spray, vooraleer hem weer op de machine te monteren.
- Monteer de bescherming van de staaf vooraleer de machine weg te zetten.

Laat de motor eerst afkoelen vóór het opbergen van de machine in elke willekeurige ruimte. Om het risico voor brand te beperken de machine vrijmaken van zaagsel, takjes, bladeren of overtollig vet; laat geen recipienten met snijafval in de ruimte achter.
8. ONDERHOUD EN OPSLAG
LET OP!
Voor uw veiligheid en die van
de anderen:
- Een correct onderhoud is fundamenteel om in de tijd de oorspronkelijke efficiëntie en ge bruik-sveiligheid van de machine in stand te houden.
- Laat bouten en schroeven vastgedraaid zitten om er zeker van te zijn dat de machine altijd op een veilige manier gebruiksklaar is
- Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De beschadigde onderdelen moeten vernieuwd en niet gerepareerd worden.
- Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. Onderdelen van een andere kwaliteit kunnen de machine beschadigen en kunnen gevaarlijk zijn voor de gebruiker.
LET OP!
Tijdens het onderhoud:
- Haal de kap van de bougie.
- Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
- Gebruik werkhandschoenen voor het hanteren van het blad en de ketting.
- Houd de bladbeschermingen op hun plaats, tenzij aan het blad zelf of aan de ketting gewerkt moet worden.
- De olie, benzine of andere vervuilende materialen niet in het milieu gooien.
CILINDER EN GELUIDSDEMPER (Afb. 19)
Om brandgevaar te beperken, worden de vleugels van de cilinder regelmatig gereinigd met perslucht en wordt de zone van de geluidsdemper vrijgemaakt van zaagsel, takjes, bladeren of ander afval.
STARTGROEP
Om oververhitting en schade aan de motor te voorkomen, moeten de roosters voor de aanzuiging van de koellucht altijd schoon en vrij van zaagsel en vuil zijn. Het starttouw moet vervangen worden bij de eerste tekenen van slijtage.
KOPPELINGSGROEP (Afb. 20)
Houd het deksel van de koppeling vrij van zaagsel en vuil, door de carter te verwijderen (zoals aangegeven in hoofdstuk 4.1.) en deze na de ingreep correct weer te monteren. Ongeveer elke 30 uren moet het intern lager gesmeerd worden bij uw Verkoper.
REM KETTING
Controleer regelmatig de efficiëntie van de kettingrem en of de metalen band die het deksel van de koppeling omgeeft niet beschadigd is, door de carter te verwijderen (zoals aangegeven in hoofdstuk 4.1.) en deze na de ingreep correct weer te monteren.
De band moet vervangen worden wanneer de dikte aan de contactpunten met het deksel van de koppeling ongeveer de helft geworden is ten opzichte van de twee uiteinden, die niet onderhevig zijn aan wrijving.
KETTINGWIEL
Controleer, bij uw Verkoper, regelmatig de staat van het kettingwiel en vervang het wanneer het de aanvaardbare limieten overschrijdt.
Monteer geen nieuwe ketting op een versleten wiel en omgekeerd.
SMEEROPENING (Afb. 21)
Verwijder regelmatig de carter (zoals aangegeven in hoofdstuk 4.1), demonteer de staaf en controleer of de openingen voor de smering van de machine (1) en van de staaf (2) niet verstopt zijn.
PIN VERGRENDELING KETTING
Deze pin is heel belangrijk voor de veiligheid, omdat hij voorkomt dat de ketting ongecontroleerde bewegingen maakt in geval van een breuk of loszittende ketting. Controleer regelmatig de staat van de pin en herstel hem indien hij beschadigd is.
BEVESTIGINGEN
Controleer regelmatig of alle schroeven en moeren goed aangezet zijn en of de handgrepen stevig vastzitten. Men raadt een dagelijkse controle aan, vòör het gebruik en na vallen of andere aanzienlijke stoten om schade of defecten te identificeren.
REINIGING VAN DE LUCHTFILTER (Afb. 22)
BELANGRIJK
Het is essentieel dat de luchtfilter gereinigd wordt, voor de goede werking en de le- vensduur van de machine. Werk nooit zonder filter of met een beschadigde filter, om geen onherroepelijke schade toe te brengen aan de motor.
De reiniging wordt uitgevoerd elke 8-10 werkuren.
Om de filter te reinigen:
- Maak het lipje (1) los en verwijder het deksel (2).
- Draai de knop (2a) los, verwijder het filterelement (3) en klop er zachtjes tegen om het vuil te verwijderen, reinig het indien nodig met een borstel.
- Indien het volledig verstopt is, dient men de twee delen (3a en 3b) te scheiden met behulp van een schroevendraaier en met reine benzine te reinigen. Indien er perslucht gebruikt wordt, moet men de straal van binnen naar buiten richten.
- Hermonteer de twee delen van het filterelement door op de boorden te drukken totdat men de klik hoort.
- Hermonteer het filterelement (3) draai de knop (2a) vast.
- Hermonteer het deksel (2) en haak het lipje (1) vast.
CONTROLE VAN DE BOUGIE (Afb. 24)
De bougie wordt toegankelijk door het deksel van de luchtfilter te verwijderen.
Periodiek wordt de bougie gedemonteerd en gereinigd, door eventuele restjes te verwijderen met een metalen borsteltje.
Controleer en herstel de correcte afstand tussen de elektrodes
Hermonteer de bougie en draai hem stevig vast met de bijgeleverde sleutel.
De bougie moet ingeval van doorgebrande elektroden of een beschadigde isolatie, en ieder geval elke 100 werk-uren, vervangen worden door een bougie met analoge karakteristieken.
REGELING VAN DE CARBURATOR
De carburator werd in de fabriek geregeld met het oog op de beste prestaties in alle omstandigheden, met een minimale uitstoot van schadelijke gassen, overeenkomstig de geldende normen.
Ingeval van slechte prestaties, controleer eerst of de ketting vrij beweegt en of de sporen van het blad niet vervormd zijn. Wend u tot uw Verkoper voor een controle van de carburator en de motor.
- Regeling van het minimumtoerental

LET OP!
De ketting mag niet bewegen met de motor op het minimumtoerental. Als de ketting beweegt met de motor op zijn minimumtoerental, neem dan contact op met uw verkoper om de motor goed af te stellen.
DE KETTING SLIJPEN

LET OP!
Om redenen van veiligheid en efficiëntie, is het heel belangrijk dat de snij-inrichtingen goed scherp zijn.
Er moet geslepen worden wanneer:
- Het zaagsel te veel op stof gelijkt.
- Er meer kracht nodig is om te zagen..
- De snede niet rechtlijning is.
- Er meer trillingen zijn.
- Er meer brandstof verbruikt wordt.

LET OP!
Als de ketting niet scherp genoeg is, neemt het risico op tegenslag (kickback) toe.
Indien het slijpen toevertrouwd wordt aan een gespecialiseerd centrum, kan dit uitgevoerd worden met speciale apparatuur die zorgt voor een minimale verwijdering van materiaal en een constante slijping van alle snijdende elementen.
De ketting wordt "eigenhandig" geslepen met behulp van daartoe bestemde vijlen met ronde doorsnede en een diameter die specifiek is voor elk type van ketting (zie "Tabel Onderhoud Ketting"). Het slijpen vergt een goede handigheid en ervaring, om de snijdende elementen niet te beschadigen.
Tabel onderhoud ketting

LET OP!
Om veiligheidsredenen, geen andere types van ketting of blad gebruiken.
De tabel geeft de slijpgegevens voor de verschillende types van kettingen weer, zonder de mogelijkheid om andere kettingen dan de gehomologeerde types te gebruiken.
| Steek ketting Niveau begrenzertand (a) Diameter vijl (d) | |||||
![]() | ![]() | ||||
| duim mm duim | mm duim mm | ||||
| 3/8 Mini | 9,32 | 0,018 | 0,45 | 5/32 | 4,0 |
| 0,325 | 8,25 | 0,026 | 0,65 | 3/16 | 4,8 |
| 3/8 | 9,32 | 0,026 | 0,65 | 13/64 | 5,2 |
| 0,404 | 10,26 | 0,031 | 0,80 | 7/32 | 5,6 |
Om de ketting te slijpen (Afb. 24):
- Zet de motor af, geef de kettingrem vrij en blokkeer het blad stevig met de ketting gemonteerd. Zorg ervoor dat de ketting vrij kan bewegen.
- Span de ketting indien die te los zit.
- MPlaats de vijl in de geleider en breng de vijl in de uitsparing van de tand, waarbij een constante helling wordt behouden naargelang het profiel van het snijdend element.
- Voer slechts enkele passages met de vijl uit en uitsluitend vooruit. Herhaal de handeling op alle snijdende elementen, met dezelfde richting (naar rechts of naar links).
- Keer de positie van het blad om in de klem en herhaal de handeling op de overige elementen.
- Controleer of de begrenzende tand niet voorbij het controle-instrument steekt en vijl het eventueel over-tollig materiaal weg met een platte vijl, door het profiel ronder te maken.
- Na het vijlen worden alle vijlsporen en het vijlstof verwijderd. Smeer de ketting in een oliebad.
De ketting wordt vervangen wanneer:
- De lengte van het snijdend element 5 mm of minder bedraagt;
- de speling van de schakels op de klinknagels te groot geworden is.
ONDERHOUD VAN HET BLAD (Afb. 25)
Om een asymetrische slijtage van het blad te voorkomen, moet deze regelmatig omgedraaid worden.
Om de efficiëntie van het blad in stand te houden, is het noodzakelijk:
- De lagers van de overbrenging (indien aanwezig) te smeren met een daartoe bestemde spuit.
- De inkeping van het blad te reinigen met een schraapstaal (niet meegeleverd).
- De smeeropeningen te reinigen.
- Met een vlatte vijl de braam van de zijkanten te verwijderen en eventuele niveauverschillen tussen de geleiders te compenseren.
Het blad wordt vervangen wanneer:
- de diepte van de inkeping kleiner blijkt dan de hoogte van de sleepschakels (die nooit de bodem mogen raken);
- de binnenwand van de geleider zodanig versleten is dat de ketting lateraal gaat overhellen.
BUITENGEWONE HANDELINGEN
Elke onderhoudsbeurt die niet vermeld wordt in deze handleiding dient alleen door uw Verkoper uitgevoerd te worden.
Handelingen die uitgevoerd werden in niet geschikte structuren of door onbekwame personen doen de garantie vervallen.
OPSLAG
Na het werken, wordt de machine zorgvuldig vrijge- maakt van stof en vuil en worden de defecte onderdelen gerepareerd of vervangen.
De machine moet bewaard worden op een droge plaats, beschermd tegen de weersomstandigheden en met de bladbescherming gemonteerd.
LANGDURIGE PERIODE VAN INACTIVITEIT
BELANGRIJK
Indien men van plan is de machine langer dan 2 – 3 maanden niet te gebruiken, moeten een aantal voorzorgsmaatregelen getroffen worden om problemen te vermijden bij het hervatten van het werk of om permanente schade aan de motor te voorkomen.
- Opberging
Alvorens de machine te op te bergen:
- Draai de twee moeren los, demonteer de carter en verwijder de ketting en het blad.
- Ledig het oliereservoir, vul met ongeveer 100-120 cc specifiek reinigingsvloeistof en herplaats de dop.
- Hermonteer de carter, zonder de moeren vast te draaien.
- Start de machine en houd de motor in versnelling tot het reinigingsmiddel op is.
- Zet de motor op de laagste snelheid om alle brandstof
in het reservoir en in de carburator op te gebruiken.
- Verwijder de bougie wanneer de machine afgekoeld is.
- Giet in de opening van de bougie een lepel (verse) olie voor tweetaktmotoren.
- Trek verschillende keren aan de startknop om de olie goed te verdelen in de cilinder.
- Hermonteer de bougie met de zuiger aan het bovenste dood punt (zichtbaar vanuit het gat van de bougie wanneer de zuiger aan de eindaanslag gekomen is).
• Hervatten van de activiteit
Wanneer de machine weer gestart wordt:
- Verwijder de bougie.
- Trek enkele keren aan de startknop om de overtollige olie te verwijderen.
- Controller de bougie zoals beschreven in het hoofdstuk "Controle van de bougie".
- Bereid de machine voor zoals aangegeven in het hoofdstuk "Vóór het gebruik".
9. OPSPOREN VAN DEFECTEN
PROBLEMEN MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
| 1) De motor start niet of blijft niet draaien | - De startprocedure is niet correct- De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast- Verstopte luchtfilter- Antivries-inrichting niet correct gemonteerd (behalve Mod. C 46 - XC 246 - C 50 - CP 45 - A 455 - MC 846)- Brandstofproblemen | - Volg de aanwijzingen (zie hoofdstuk 6)- Controleer de bougie (zie hoofdstuk 8)- Reinig en/of vervang de filter (zie hoofdstuk 8)- Controleer de montagepositie (zie hoofdst. 6)- Contacteer uw Verkoper |
| 2) De motor start maar heeft weinig vermogen | - Verstopte luchtfilter- Brandstofproblemen | - Reinig en/of vervang de filter (zie hoofdstuk 8)- Contacteer uw Verkoper |
| 3) De motor werkt onregelmatig of heeft geen vermogen bij belasting | - De bougie is vuil of de afstand tussen de elektroden is niet gepast- Brandstofproblemen | - Controleer de bougie (zie hoofdstuk 8)- Contacteer uw Verkoper |
| 4) De motor geeft teveel rook af | - Verkeerde samenstelling van het mengsel- Brandstofproblemen | - Bereid het mengsel volgens de aanwijzingen (zie hoofdstuk 5)- Contacteer uw Verkoper |
| 5) De olie komt niet vrij | - Slechte kwaliteit van olie- Smeeropeningen verstopt | - Ledig het reservoir, spoel het reservoir en de pijpleidingen met reinigingsvloeistof en vervang de olie- Reinigen |
10. ACCESSOIRES
De tabel bevat de lijst met alle mogelijke combinaties tus sen staaf en ketting, met vermelding van diegene die op elke machine gebruikt kunnen worden, aan gege ven met het symbool “*

LET OP!
Daar de gebruiker naar ei gen
oordeel besluit welke blad en ketting onder de verschillende gebruiksomstandigheden te kiezen, toe
te passen en te gebruiken, neemt hij dan ook zelf de daaruit voortkomende verantwoording op zich voor iedere willekeurige schade die daardoor veroorzaakt wordt. In geval van twijfel of geringe kennis van de specificiteit van iedere blad of ketting, moet u contact opnemen met uw eigen verkoper of met een gespecialiseerd tuincentrum.
Combinaties van blad en ketting
| Stap BLAD KETTING Model | ||||||||||
| Duimen | Lengte Duimen / cm | Breedte Groef Duimen / mm | Code Code | C 38 C 38 T SP 375 SP 375Q A 375 CP 38 XC 238 | XC 240 A 405 CP 40 | C 41 C 41 T SP 405 SP 405Q | C 46 MC 846 | XC 246 CP 45 A 455 | C 50 | |
| 3/8" 14" | / 35 cm 0,050° | / 1,3 mm | OREGON 140SDEA041 | OREGON 91VG053X OREGON 91PX053X | * | |||||
| 3/8" 16" | / 40 cm 0,050° | / 1,3 mm | OREGON 160SDEA041 | OREGON 91VG057X OREGON 91PX057X | * | * | ||||
| 325" 16" | / 40 cm 0,050° | / 1,3 mm | OREGON 160MLBK041 | OREGON 95VPX066X | * | |||||
| 325" 16" | / 40 cm 0,058° | / 1,5 mm | OREGON 168PXBK095 | OREGON 21BPX066X | * | |||||
| 325" 18" | / 45 cm 0,058° | / 1,5 mm | OREGON 188PXBK095 | OREGON 21BPX072X | * | * | * | |||
| 325" 20" | / 50 cm 0,058° | / 1,5 mm | OREGON 208PXBK095 | OREGON 21BPX078X | * | |||||

LET OP!
Gebruik als wisselstukken enkel de hiervoor vermeldde kettingen en staven. Het gebruik
van niet goedgekeurde combinaties kan leiden tot ernstige persoonlijke letsels en schade aan de machine.
NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandleiding werden gerealiseerd voor rekening van STIGA S.p.A. en zijn beschermd door het auteursrecht – Elke niet-geautoriseerde reproductie of wijziging, ook gedeeltelijke, van het document is verboden.

