CS 300e - Zaag STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 300e STIGA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CS 300e STIGA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 300e - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 300e van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING CS 300e STIGA
NL Kettingzaag met accutoevoer voor snoeien GEBRUIKERSHANDLEIDING
LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handlelding aandachtig te lezen.
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing ....NL
3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik...6
3.2 Belangrijkste onderdelen....7
3.3 Identificatielabel 7
3.4 Veiligheidssignalen....8
- MONTAGE 8
4.1 Uitpakken....8
4.2 DE OPLAADBASIS monteren (afb. 3)......9
4.3 DE RAIL VOOR MUURBEVESTIGING
monteren (afb. 4)....9
4.4 Montage van het blad en de getande ketting 9
- BEDIENINGSELEMENTEN 9
5.1 HENDEL van de versnelling (Afb. 14.A) .....9
5.2 VERGRENDELTOETS van de versnelling (Afb. 14.B)....9
5.3 Kettingrem....9
- GEBRUIK VAN DE MACHINE....9
6.1 Voorafgaande werkzaamheden......10
6.2 Veiligheidscontroles 10
6.3 Starten 11
6.4 Het werken....11
6.5 Boswerken 12
6.6 Stoppen....13
6.7 Na het gebruik....13
- GEWOON ONDERHOUD....14
7.1 Algemeen....14
7.2 Bijvullen oliereservoir ketting....14
7.3 Pin vergrendeling ketting....14
7.4 Smeergaten van de machine en het blad .14
7.5 Moeren en schroeven voor bevestiging ....14
7.6 Reiniging....14
7.7 Accu....15
- BUITENGEWOON ONDERHOUD....16
8.1 Tandwiel ketting....16
8.2 Onderhoud van de getande ketting .....16
8.3 Onderhoud van het blad....16
- STALLING....16
9.1 Stalling van de machine .....16
9.2 Opslag van accu's....17
-
HANTERING EN TRANSPORT......17
-
ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN......17
- GARANTIEDEKKING....17
- TABEL ONDERHOUD....18
- PROBLEMEN IDENTIFICATIE....18
- OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES 20
15.1 Accu's (Afb. 35) ......20
15.2 Acculader (Afb. 36)....20
15.3 Staven en kettingen....20
1. ALGEMEEN
1.1 HOE DE HANDLEIDING LEZEN
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, op verschillende wijze gekenmerkt, volgens het volgende criterium:
OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt.
Het symbool wijst op een gevaar.
Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade.
De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze stippen-boord wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie.
De aanwijzingen "voor", "achter", "rechts" en "links" hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.
1.2 REFERENTIES
1.2.1 Afbeeldingen
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1, 2, 3 enz.
De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz.
Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: "Zie Afb. 2.C" of eenvoudigweg "(Afb. 2.C)".
De afbeeldingen zijn indicatief. De effectieve delen kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.
1.2.2 Titels
De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf "2.1 Training" is een ondertitel van "2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen naar titels of paragrafen zijn aangegeven
met de afkorting hfdst. of par. en het desbetreffend nummer. Voorbeeld: "hfdst. 2" of "par. 2.1".
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 ALGEMENE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR ELEKTRISCHE WERKTUIGEN
LET OP Lees alle veiligheidsvoorschriften en instructies. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstige letsels veroorzaken.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen.
De term "elektrisch werktuig" die gebruikt wordt in de voorschriften, heeft betrekking op uw toestel met accuvoeding (zonder kabel).
1) Veiligheid van de werkzone
a) Houd de werkzone netjes et goed verlicht.
Vuile en rommelige zones leiden gemakkelijk tot ongevallen.
b) Gebruik geen elektrisch gereedschap in omgevingen met ontploffingsgevaar, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen.
c) Hou kinderen en omstanders uit de buurt wanneer gebruik gemaakt wordt van een elektrisch gereedschap. Een moment van on-oplettendheid kan ertoe leiden dat men de controle over de machine verlies.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekkers van het elektrische gereedschap moeten in het stopcontact passen. Wijzig de stekker op geen enkele manier. Gebruik geen adapterstekkers met geaard elektrisch gereedschap. Ongemodificeerde stekkers en bijpassende stopcontacten verminderen het risico op een elektrische schok.
b) Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, fornui- zen en koelkasten. Er is een verhoogd risico op elektrische schokken als uw lichaam geaard is.
c) Stel de elektrische gereedschappen niet bloot aan regen of vocht. Water dat in een elektrisch gereedschap sijpelt verhoogt het risico voor elektrische schokken.
d) Misbruik de kabel niet. Gebruik de kabel nooit om het elektrisch gereedschap te dragen, te trekken of los te koppelen. Houd de kabel op afstand van hittebronnen, olie, scherpe randen of bewegende delen. Be-
schadigde of verwarde kabels verhogen het risico op elektrische schokken.
e) Als u elektrisch gereedschap buitenshuis gebruikt, gebruik dan een verlengstuk dat geschikt is voor buitenshuis gebruik. Het gebruik van een kabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis, vermindert het risico op elektrische schokken.
f) Als het onvermijdelijk is om elektrisch gereedschap op een vochtige plaats te gebruiken, gebruik dan een voeding die is beveiligd met een aardlekschakelaar (RCD). Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico op elektrische schokken
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf attent, controleer wat er gaande is en gebruik altijd het gezond verstand wanneer een elektrisch gereedschap gebruikt wordt. Gebruik het elektrisch gereedschap niet wanneer u moe bent, geneesmiddelen, alcohol of drugs gebruikt hebt. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van een elektrisch gereedschap kan ernstige persoonlijke letsels veroorzaken.
b) Gebruik beschermende kleding. Draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van een beschermende uitrusting zoals een stofmasker, antislipschoenen, een veiligheidshelm of een oorbescherming voorkomt persoonlijke letsels.
c) Voorkom dat de machine ongewild start. Zorg ervoor dat het apparaat uitgeschakeld is vooraleer de accu te plaatsen, of gereedschap vast te nemen of te transporteren. Een elektrisch gereedschap transporteren met een vinger op de schakelaar of de accu monteren met de schakelaar in de stand "ON" verhoogt het risico op ongevallen.
d) Verwijder alle sleutels of regelinstrumenten vooraleer het elektrisch gereedschap in te schakelen. Een sleutel of gereedschap dat in contact blijft met een bewegend onderdeel kan persoonlijke letsels veroorzaken.
e) Ga niet overhellen. Ga altijd stabiel staan en zorg ervoor dat het evenwicht niet verloren wordt. Zo heeft men in onverwachte situaties een betere controle over het elektrisch gereedschap.
f) Draag gepaste kleding. Draag geen ruime kleding of juwelen. Hou het haar, de kleding en de handschoenen op veilige afstand van bewegende onderdelen. Loshangende kledingstukken, juwelen of lang haar kunnen gegrepen worden in de bewegende onderdelen.
g) Als er delen met stofafname-installaties verbonden moeten worden, verzeker u er dan van dat ze goed verbonden en gebruikt worden. Door het gebruik van deze inrichtingen
kunnen de risico's met betrekking tot stof beperkt worden.
h) Laat de vertrouwdheid die u met het veelvuldig gebruik van de machine opgedaan heeft u niet misleiden, zodat u veiligheidsprincipes zou negeren. Nalatigheid kan in een fractie van een seconde ernstig letsel veroorzaken.
4) Gebruik en onderhoud van het elektrisch gereedschap
a) Het elektrisch gereedschap niet overbelasten. Gebruik het elektrisch gereedschap dat geschikt is voor het werk. Met een gepast elektrisch gereedschap zal het werk beter en op veiliger wijze uit te voeren, aan de snelheid waarvoor het gereedschap ontworpen werd.
b) Gebruik het elektrisch gereedschap indien de schakelaar hem niet correct kan in- en uitschakelen. Een elektrisch gereedschap dat niet bediend kan worden met de schakelaar is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
c) Verwijder de accu uit zijn zitting vooraleer een regeling uit te voeren of accessoires te veranderen, of vooraleer het elektrisch gereedschap op te bergen. Deze preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico voor accidentele inschakelingen van het elektrisch gereedschap.
d) Hou de niet gebruikte gereedschappen buiten het bereik van kinderen en laat ze niet gebruiken door personen die niet vertrouwd zijn met het gereedschap zelf of met deze instructies. De elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk indien ze gebruikt worden door onervaren personen.
e) Onderhoud de elektrische gereedschappen correct. Controleer of de bewegende onderdelen goed uitgelijnd zijn en vrij kunnen bewegen, of er geen delen gebroken zijn en of er andere condities zijn die een invloed kunnen hebben op de werking van het elektrisch gereedschap. Bij schade moet het gereedschap gerepareerd worden vooraleer het opnieuw te gebruiken. Vele ongevallen worden veroorzaakt door een ontoereikend onderhoud.
f) Alle snijonderdelen moeten scherp en schoon gehouden worden. Wanneer de snijonderdelen altijd scherp en schoon zijn, zullen ze minder snel vastlopen en makkelijker te beheersen zijn.
g) Gebruik het elektrisch werktuig en de bijhorende toebehoren volgens de verschafte instructies, en houd rekening met de werkcondities en het soort werk dat uitgevoerd moet worden. Het gebruik van een elektrisch werktuig voor andere handelingen dan diegene die voorzien zijn kan tot gevaarlijk situaties leiden.
h) Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. De gladde handgrepen staan
geen veilige hantering en controle van het gereedschap in onverwachte situaties mogelijk.
5) Gebruik en voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van de werktuigen met accu
a) Enkel herladen met de door de fabrikant aangegeven acculader. Een acculader geschikt voor een bepaalde accugroep kan een risico op brand inhouden indien deze gebruikt wordt voor een andere accugroep.
b) Gebruik de elektrische werktuigen enkel met de specifiek bepaalde accugroepen. Het gebruik van eender welke andere accugroep kan risico op letsels en brand veroorzaken.
c) Wanneer de accugroep niet in gebruik is, moet men deze op afstand houden van andere metalen voorwerpen zoals nietjes, muntstukken, nagels, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding tussen de twee aansluitklemmen kunnen creëren. Kortsluiting van de aansluitklemmen van de accu kan brandwonden of brand veroorzaken.
d) Indien de accu in slechte staat is, kan er vloeistof uit lekken: vermijd alle aanrakingen. Indien er zich een ongewilde aanraking voordoet, moet men onmiddellijk met water spoelen. Indien de vloeistof in de ogen komt, moet men onmiddellijk medische hulp zoeken. De vloeistof die uit de accu lekt, kan huidirritatie of brandwonden veroorzaken.
e) Gebruik geen beschadigde of gewijzigde accu's of instrumenten. Beschadigde of gewijzigde accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosie of risico op letsel.
f) Stel een accu niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen boven 130°C kan explosies veroorzaken. OPMERKING. De temperatuur "130°C" kan worden vervangen door de temperatuur "265°F".
g) Volg alle oplaadinstructies en laad de accu niet op buiten het in de instructies gespecificeerde temperatuurbereik. Onjuist opladen of bij temperaturen buiten het gespecificeerde bereik kan de accu beschadigen en het risico op brand vergroten.
6) Assistentie
a) Laat het elektrisch gereedschap repareren door gekwalificeerd personeel en gebruik alleen originele onderdelen. Op die manier wordt de veiligheid van het elektrisch gereedschap in stand gehouden.
b) Herstel geen beschadigde accu's. Onderhoud aan de accu mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of geautoriseerde serviceproviders.
2.2 SPECIFIEKE VEILIGHEIDSNORMEN VOOR KETTINGZAGEN EN ELEKTRISCHE ZAGEN
a) Blijf met al uw lichaamsdelen uit de buurt van de tandketting terwijl de kettingzaag in werking is. Voor de kettingzaag te starten, controleren of de zaagketting nergens mee in aanraking komt.
Als u even niet oplet terwijl u de kettingzaag gebruikt, kan uw kleding of lichaam in de zaagketting verstrikt raken.
b) Pak met uw rechter hand de achterste handgreep vast en met uw linkerhand de voorste handgreep. Nooit de kettingzaag andersom vastpakken omdat dan het risico op persoonlijk letsel toeneemt.
c) Houd het elektrisch werktuig enkel vast bij de geïsoleerde oppervlakten van de handgrepen, aangezien het de getande ketting in aanraking zou kunnen komen met verborgen kabels. De aanraking van de getande ketting met een kabel onder spanning kan de metalen delen van het werktuig onder spanning zetten en een elektroshock aan de bediener veroorzaken.
d) Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming. Verder wordt een andere beveiligingsinrichtingen aanbevolen voor het hoofd, de handen, de voeten en de benen. Door het dragen van geschikte beschermkleding verlaagt u de kans op verwondingen die veroorzaakt kunnen worden door wegspringend houtafval of het per ongeluk in aanraking komen met de zaagketting.
e) Gebruik een kettingzaag niet in een boom, ladder, dak of een onstabiele ondergrond. Dergelijk gebruik van een kettingzaag kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
f) Ga altijd op een goed steunpunt staan en laat de kettingzaag alleen draaien als u op een stevig, veilig en vlak oppervlak staat. Als u op een gladde of instabiele ondergrond staat, zoals bijvoorbeeld een ladder, kunt u uw evenwicht of de controle over de kettingzaag verliezen.
g) Als u een onder spanning staande tak afzaagt, moet u op het risico van eventuele terugslag letten. Als de spanning van de houtvezels vrijkomt, kan de onder spanning staande tak de bediener een tik geven en/of kan hij de controle over de kettingzaag verliezen.
h) Wees uiterst voorzichtig als u struiken en jonge boompjes afzaagt. Dun materiaal kan in de zaagketting verstrikt raken waardoor het in uw richting kan wegspringen en/of u uw evenwicht kunt verliezen.
i) Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep als hij uitgeschakeld is en van uw lichaam af gekeerd. Als de kettingzaag vervoerd of opgeborgen wordt moet altijd de bladbescherming aangebracht worden. Gebruik de kettingzaag correct om de mogelijkheid op toevallige aanraking met de beweeglijke tandketting tot een minimum te herleiden.
j) Houd u aan de aanwijzingen voor het smeren, het spannen van de ketting en het vervangen van de staaf en de ketting. Een verkeerd gespannen of gesmeerde ketting kan breken en verhoogt de kans op terugslag.
k) Zaag alleen hout. De kettingzaag niet voor andere doeleinden gebruiken dan hier voorzien zijn. Bijvoorbeeld: de kettingzaag niet gebruiken voor het zagen van metalen materialen, plastic, bouwmateriaal of ander materiaal dan hout. Het gebruik van de kettingzaag voor andere doeleinden dan waarvoor hij bedoeld is, kan leiden tot gevaarlijke situaties.
I) Probeer geen boom te vellen voordat u de risico's begrijpt en weet hoe u deze kunt vermijden. Er kan ernstig letsel optreden bij de gebruiker of omstanders bij het vellen van een boom.
m) Volg alle instructies voor het verhelpen van storingen, het opslaan en/of onderhouden van uw kettingzaag. Zorg ervoor dat de schakelaar uit staat en de accu verwijderd is. Er kan ernstig persoonlijk letsel veroorzaakt worden als gevolg van een onverwachte werking van de kettingzaag tijdens het verwijderen van vastgelopen materiaal of het uitvoeren van onderhoud.
n) Het wordt aanbevolen, althans voor het eerste gebruik, om de boomstammen op een steun te zagen.
o) Het wordt aanbevolen om het slijpen en onderhoud van de ketting van de zaag te laten uitvoeren door geautoriseerde servicecentra.
p) Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. Een vette handgreep is glad en hierdoor kunt u de controle over de kettingzaag verliezen.
2.3 OORZAKEN VAN TERUGSLAG EN VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE GEBRUIKER:
Terugslag ontstaat als de punt of het uiteinde van het zaagblad een voorwerp raakt of het hout de kettingzaag tijdens het snijden vastklemt.
Door de aanraking van de punt kan, in sommige gevallen, een omgekeerde reactie plaatsvinden waarbij het zaagblad omhoog en achteruit naar de bediener toe springt.
Het beknellen van de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad kan de zaagketting snel naar achteren naar de bediener toe werpen.
Door één van deze twee reacties kunt u de controle over de zaag verliezen, met mogelijk ernstige verwondingen tot gevolg. U kunt niet uitsluitend op de in de zaag ingebouwde veiligheidsinrichtingen vertrouwen.
De gebruiker van een kettingzaag moet verschillende maatregelen treffen om het risico op ongelukken of verwonding tijdens de zaagwerkzaamheden te vermijden. Terugslag is het gevolg van een slecht gebruik van het gereedschap en/of onjuiste procedures of gebruiksomstandigheden en kan vermeden worden door de volgende voorzorgsmaatregelen te treffen.
a) Houd de zaag met beide handen stevig vast, met de duimen en vingers om de handgrepen van de kettingzaag gesloten en houd uw lichaam en armen in een positie waarin u tegenstand kunt bieden tegen terugslag. Terugslag kan door de bediener opgevangen worden als hij de nodige voorzorgsmaatregelen getroffen heeft. Laat de kettingzaag niet los.
b) Reik niet te ver en zaag niet boven de schouderhoogte. Dit draagt bij te vermijden dat de punt van het zaagblad per ongeluk iets raakt en tot een betere controle over de kettingzaag in onverwachte situaties.
c) Gebruik alleen de door de fabrikant gespecificeerde zaagbladen en -kettingen. Ongeschikte zaagbladen en -kettingen kunnen ervoor zorgen dat de ketting breekt en/of terugslag veroorzaken.
d) Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor wat betreft het slijpen en onderhoud van de kettingzaag. Een vermindering van de werkdiepte kan leiden tot meer terugslagen.
- Hoe te werk gaan met de elektrische kettingzaag (met accuvoeding)
Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht en gebruik de technieken die het meest gepast zijn voor het uit te voeren werk, volgens de instructies en de voorbeelden gegeven in de gebruiksaanwijzingen..
- Hoe de elektrische kettingzaag (met accuvoeding) veilig verplaatsen
Telkens wanneer de machine verplaatst of vervoerd moet worden, is het noodzakelijk:
– de motor uit te schakelen, te wachten tot de ketting tot stilstand gekomen is en de machine los van het elektriciteitsnet te koppelen;
– de bladbescherming monteren;
- de machine alleen aan de handgrepen vastnemen en het blad in de richting tegenover de loop- of rijrichting houden;
Wanneer de machine vervoerd wordt met een transportmiddel, moet zij op dusdanige manier gepositioneerd worden dat niemand gevaar loopt en stevig vastgesnoerd worden.
- Aanbevelingen voor beginners
Wanneer u voor de eerste keer een boom wilt vellen of takken wilt afzagen, moet u eerst:
- een specifieke opleiding gevolgd hebben over het gebruik van dit type van gereedschap;
- de veiligheidsvoorschriften en gebruiksaanwijzingen bevat in deze handleiding zorgvuldig gelezen hebben;
- oefenen op houtblokken op de grond of bevestigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest geschikte snijtechnieken.
- Correcte hantering en gebruik van de elektrische werktuigen met accu
a) Verzeker u ervan dat het toestel uitgeschakeld is vooraleer er een accu in te plaatsen. Een accu in een elektrisch toestel plaatsen kan ongevallen veroorzaken.
b) Gebruik voor het laden van de accu's enkel de door de fabrikant aanbevolen acculaders. De acculaders zijn over het algemeen specifiek bestemd voor een bepaald type accu; als ze met andere types gebruikt worden, bestaat er een risico of brand.
c) Gebruik enkel de specifieke accu's die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van andere accu's kan leiden tot letsels en risico op brand.
d) Houd de niet gebruikte accu ver van kantoorklemmetjes, muntstukken, sleutels, spijkers of andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting van de contacten van de accu kan tot brand leiden.
e) Een accu in slechte condities kan lekken van de vloeistof veroorzaken. Vermijd de aanraking met de vloeistof. In geval van onvoorziene aanraking, dient men met water te spoelen. In geval van aanraking van de vloeistof met de ogen, dient men ook een geneesheer te raadplegen. De vloeistof die uit de accu lekt, kan huidirritatie of brandwonden veroorzaken.
f) Controleren of de accu in goede staat is en of er geen beschadigingen zichtbaar zijn. Gebruik de machine niet met een beschadigde of versleten accu.
2.4 ACCU / ACCULADER
LET OP
De hierna volgende veiligheidsnormen vervolledigen de veiligheidsvoorschriften die aangegeven zijn in de specifieke handleiding van de acculader.
- Gebruik voor het laden van de accu enkel de door de fabrikant aanbevolen acculaders. Een niet geschikte acculader kan leiden tot elektroshock, oververhitting of lekken van de corrosieve vloeistof van de accu.
- Gebruik enkel de specifieke accu's die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van andere accu's kan leiden tot letsels en risico op brand.
-
Houd de niet gebruikte accu ver van kantoorklemmetjes, muntstukken, sleutels, spijkers of andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting van de contacten van de accu kan tot brand leiden.
-
Gebruik de acculader niet in een omgeving waar er stoom aanwezig is, met ontvlambare materialen of op gemakkelijk ontvlambare oppervlakten zoals papier, stof, enz. Tijdens het opladen, wordt de accu opgewarmd en zou brand kunnen veroorzaken.
- Tijdens het vervoer van de accu's, moet men er op letten dat de contacten onderling niet in contact komen, en dat er geen metalen houders gebruikt worden voor het vervoer.
De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.
- Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijke uren (niet 's ochtends vroeg of 's avonds laat wanneer dit andere personen zou kunnen storen).
- Tijdens het werken wordt er een zekere hoeveelheid olie in de omgeving verspreid, noodzakelijk voor de smering van de ketting; gebruik om die reden alleen biologisch afbreekbare oliën, specifiek bedoeld voor dit gebruik. Het gebruik van een minerale olie of motorolie brengt ernstige schade toe aan het milieu.
- Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, accu's, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
- Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
- Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen.

Gooi elektrische apparatuur niet bij het gewoon huishoudelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/EG inzake elektrisch en elektronisch afval en de toepassing ervan overeenkomstig de nationale wetgeving, moet de afgedankte elektrische apparatuur apart ingezameld worden voor recyclagedoeleinden. Indien de elektrische apparatuur afgedankt wordt op een afvalpark of in de ondergrond, kunnen de schadelijke stoffen de waterlaag bereiken en in de voedingsketen terecht komen, met nadelige gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Voor meer informatie over de afdanking van dit product, contacteer de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het huishoudelijk afval of raadpleeg uw Verkoper.

Aan het einde van hun levensduur, moet men de accu's met de nodige zorg voor het milieu afdanken. De accu bevat materialen die gevaarlijk zijn voor U en voor de omgeving. Ze
moet verwijderd worden en gescheiden ingezameld worden nabij een structuur die lithium-ion-accu's aanvaardt.

De gescheiden inzameling van gebruikte producten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de materialen toe. Het hergebruik van gerecycled materiaal helpt de vervuiling van het milieu te voorkomen en vermindert de vraag naar grondstoffen.
3. LEER DE MACHINE KENNEN
LET OP
Deze tool kan het hand-armtrillingssyndroom veroorzaken als het gebruik ervan niet goed wordt beheerd.
Om precies te zijn, moet bij een schatting van het blootstellingsniveau onder daadwerkelijke gebruiksomstandigheden ook rekening worden gehouden met alle onderdelen van de werkcyclus, zoals de momenten waarop het gereedschap is uitgeschakeld en wanneer het inactief is maar het werk niet daadwerkelijk uitvoert. Dit kan het blootstellingsniveau gedurende de totale werkperiode aanzienlijk verminderen, waardoor het risico op blootstelling aan trillingen en lawaai wordt geminimaliseerd.
Gebruik altijd scherpe beitels, boren en messen.
Onderhoud dit gereedschap volgens deze instructies en goed gesmeerd (indien van toepassing).
Als het instrument regelmatig wordt gebruikt, is het raadzaam om trillingsdempende en anti-geluidsaccessoires te gebruiken.
Plan een werkschema om het gebruik van vibrerende gereedschappen over meerdere dagen te spreiden.
3.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUIK
De machine bestaat in wezen uit een motor die wordt aangedreven door een accu en een geleidend blad; dat dient om de beweging van de motor over te brengen op de getande ketting die als de eigenlijke zaag dient.
De bediener houdt de machine met twee handen aan de handgrepen vooraan en achteraan vast, en kan de belangrijkste bedieningsknoppen inschakelen terwijl hij steeds op een veilige afstand van de snij-inrichting blijft.
3.1.1 Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd voor:
- het snoeien en afsnijden van boomkronen met hoge stellen;
- het snijden van struiken, boomstammen om houten balken met een doorsnede afhankelijk van de lengte van het geleidend blad;
- het snijden van enkel hout;
- gebruik door een enkele bediener.
3.1.2 Onjuist gebruik
Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend):
- hagen bijsnoeien;
- snijwerken;
- doorsnijden van banken, kisten en verpakkingen in het algemeen;
- doorsnijden van meubelen of andere voorwerpen die nagels, vijzen of andere metalen onderdelen kunnen bevatten;
- slachterswerken uitvoeren;
- de machine gebruiken voor het snijden van materialen die niet van hout zijn (plastic, bouwmaterialen);
- de machine gebruiken als hefboom om voorwerpen op te tillen, te verplaatsen of door te breken;
- de machine gebruiken wanneer ze op vaste steunen geblokkeerd is;
- het gebruik van andere snij-inrichtingen dan diegene die vermeld zijn in de tabel "Technische gegevens". Gevaar op ernstige wonden en kwetsuren;
- gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk.
van de handgreep zou wegglijden. Deze beveiliging wordt gebruikt voor het inschakelen van de kettingrem.
E. Blad: dit blad ondersteunt en geleidt de getande ketting.
F. Getande ketting: dit is het element dat effectief snijdt, en bestaat uit sleepschakels voorzien van kleine mesjes, "tandjes" genaamd en zijdelingse verbindingen die aaneen gehouden worden door klinknagels.
G. Vergrendelpin ketting: veiligheidsinrichting die voorkomt dat de ketting ongecontroleerde bewegingen maakt in geval van een breuk of losse ketting.
H. Pal: inrichting die zich frontaal ten opzichte van het montagepunt van het blad bevindt en dat als steunpunt dient bij aanraking met een boom of een boomstam.
I. Snelle kettingspanring: (indien voorzien).
J. Bladbescherming: bescherming van de kettingzaag op het blad, te gebruiken tijdens de verplaatsing, het vervoer of de stalling van de machine.
K. Accu's (indien niet meegeleverd met de machine, zie par. 15.1 "accessoires op aanvraag": inrichting die elektrische energie verschaft aan het werktuig; de kenmerken en de gebruiksnormen ervan zijn in een specifieke handleiding beschreven.
L. Acculader (indien niet met de machine geleverd, zie par. 15.2 "accessoires op aanvraag"): inrichting die gebruikt wordt voor het opladen van de accu.
aM. Klemknop
BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verva van zowel de garantie als de aansprakelijkheid de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hij. anderen oplopen.
3.1.3 Type gebruiker
Deze machine is alleen bedoeld voor gebruik door operators die getraind zijn in het onderhoud van bomen.
3.2 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
De machine is samengesteld uit de volgende hoofdonderdelen, met de volgende functies (Afb. 1):
A. Motor: geeft de beweging aan de snij-inrichting.
B. Voorste handgreep: handgreep vooraan de kettingzaag. Deze handgreep wordt met de linker-hand vastgenomen.
C. Achterste handgreep: handgreep achteraan de kettingzaag. Deze handgreep wordt met de rechterhand vastgenomen. Hierop bevinden zich de belangrijkste bedieningsknoppen voor de versnel-ling.
D. Voorste handbeveiling: beveiliging tussen de voorste handgreep en de getande ketting, die het hand beschermt tegen snijwonden indien het hand
yN. vanRail
O. Oplaadbasis
Pelf of Objecthouder
Q. Meegeleverde schroeven
BELANGRIJK De machine werkt alleen als beide accu's geplaatst zijn.
BELANGRIJK Accu's kunnen rechtstreeks op de machine worden opgeladen via de oplaadbasis.
3.3 IDENTIFICATIELABEL
Het identificatielabel geeft de volgende gegevens aan (Afb. 2):
- Geluidsniveau
- Conformiteitskenteken
- Maand / jaar van fabricatie
- Machinetype
- Toevoerspanning
- Serienummer
- Naam en adres van de fabrikant
- Artikelcode
- Lengte blad.
- Beschrijving product
Schrijf de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag.
BELANGRIJK Gebruik de identificatiegegevens die aangegeven zijn op het identificatielabel van het product bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats.
3.4 VEILIGHEIDSSIGNALEN
Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken.
Betekenis van de symbolen:

Lees de aanwijzingen alvorens de machine te gebruiken.

Gevaar! Indien deze machine niet correct gebruikt wordt, kan ze gevaarlijk zijn voor de bediener en voor anderen.

Let op! Gebruik gehoorbescherming, bril en een veiligheidshelm.

Let op! Draag werkhandschoenen en antislip-veiligheidsschoeisel!

Gevaar! Niet blootstellen aan regen of vochtigheid.

Gevaar voor terugslag (Kickback)! De terugslag veroorzaakt de bruus- ke en ongecontroleerde beweging van de kettingzaag naar de bediener toe. Ga altijd op veilige wijze te werk. Gebruik kettingen voorzien van veilig- heidsschakels die eventuele terugsla- gen beperken.

Let op! Neem de machine nooit met een enkele hand vast! Neem de machine stevig met beide handen vast, om een betere controle te hebben over de machine en het risico voor terugslag te beperken.


Lengte van de rail

Verwijder de accu voordat u controles, reinigings- of onderhouds-/afstelwerkzaamheden aan de machine uitvoert.

Let op! Raadpleeg de betreffende handleiding voor wat betreft de accu en de acculader.
BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.
4. MONTAGE
⚠ De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
Om vervoers- en opslagredenen worden sommige onderdelen van machine niet direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies.
⚠ Het uitpakken en de vervollediging van de montage moeten uitgevoerd worden op een vlakke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten. Gebruik de machine niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.
4.1 UITPAKKEN
- Open de verpakking voorzichtig, let erop geen onderdelen te verliezen.
- Raadpleeg de documentatie in de doos, inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
- Haal alle onderdelen die niet gemonteerd zijn uit de doos.
- Haal de machine uit de doos.
- Voer de doos en de verpakkingen af volgens de plaatselijke normen.
⚠️ Controleer voor de montage of de accu's niet in hun compartiment zitten.
4.2 DE OPLAADBASIS MONTEREN (AFB. 3)
OPMERKING Het apparaat kan aan de muur worden opgehangen.
De accu's kunnen direct op de machine worden opgeladen via de oplaadbasis (Afb. 3. A).
OPMERKING De oplaadbasis kan aan de muur worden bevestigd (Afb. 3. B) (met de meegeleverde schroeven, Afb. 1. K).
4.3 DE RAIL VOOR MUURBEVESTIGING MONTEREN (AFB. 4)
Zodra de rail is bevestigd (Afb. 1. H) aan de muur (met de meegeleverde schroeven), schuif de oplaadbasis (Afb. 4. A) en de objecthouder (Afb. 4. B)
4.4 MONTAGE VAN HET BLAD EN DE GETANDE KETTING
⚠ Draag altijd sterke werkhandschoenen om het blad en de ketting te hanteren. Ga bijzonder voorzichtig te werk voor de montage van het blad en de ketting, om de veiligheid en efficiëntie van de machine niet in het gedrang te brengen; neem bij twijfels contact op met uw Verkoper.
⚠️ Voer alle handelingen uit na het verwijderen van de accu's.
⚠️ Controleer voordat u het blad monteert of de ketting rem niet is ingeschakeld. (par. 5,3).
- Draai de klemknop (Afb. 5.A) en verwijder de kettingcarter (Afb. 5.B) om bij het aandrijftandwiel en de railzitting te komen.
- Monteer het blad (Afb. 6.A) door het inbrengen van het tandwiel (Afb. 6.B) in de groef (Afb. 6.C) en duw deze naar de achterkant van de behuizing van de machine.
- Kantel de machine om de ketting gemakkelijk rond het wiel te kunnen plaatsen (Afb. 7).
- Monteer de ketting (Afb. 8.A) rond het aandrijftandwiel (Afb. 8.B) en langs de rail (Afb. 8.C), rekening houdend met de looprichting.

- Indien de punt van het blad voorzien is van een tandwiel, moet men ervoor zorgen dat de sleepschakels correct in de holtes van het tandwiel steken (Afb. 9).
- Hermonteer de carter (Afb. 10.A), zonder de knop volledig vast te draaien (Afb. 10.B).
-
Stel de ringmoer af (Afb. 11.A) tot de juiste kettingspanning is bereikt (Afb.12) (par. 6.1.3).
-
Draai de knop volledig vast terwijl de rail omhoog staat (Afb.13.A).
5. BEDIENINGSELEMENTEN
5.1 HENDEL VAN DE VERSNELLING (Afb. 14.A)
Staat toe de ketting te bedienen.
Bediening van de hendel van de versnelling is alleen mogelijk na het indrukken van de vergrendeltoets van de versnelling (Afb. 14.B).
De snij-inrichting stop automatisch wanneer de hendel van de versnelling losgelaten worden.
5.2 VERGRENDELTOETS VAN DE VERSNELLING (Afb. 14.B)
Hiermee kan de hendel van de versnelling worden bediend (Afb. 14.A).
5.3 KETTINGREM
Dit is een veiligheidsrem die de beweging van de ketting blokkeert in geval van terugslag (kickback) tijdens het werk. Terugslagen vinden plaats na een abnormaal contact van de punt van de staaf, met een krachtige verplaatsing naar boven, die de hand tegen de voorste bescherming doet stoten (Afb. 1.D).
Om de kettingrem uit te schakelen, moet men deze handmatig ontgrendelen.

Kettingrem ingeschakeld. Dit gebeurt wanneer de voorste handbeveiliging volledig vooruit geduwd is.

Kettingrem uitgeschakeld. Dit gebeurt wanneer de voorste handbeveiliging van de hand volledig achteruit getrokken is, naar de machine toe, tot u een klik hoort.
⚠ De machine niet gebruiken indien de kettingrem niet correct werkt. Neem voor de nodige controles contact op met uw Verkoper.
6. GEBRUIK VAN DE MACHINE
⚠ De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Alvorens te beginnen met werken dienen er enkele controles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te zijn dat het werk op de meest nuttige en veilige manier zal verlopen.
6.1.1 Accu's controlleren en opladen (Afb.15)
Controleer voor elk gebruik de ladingstoestand van de accu's aan de hand van de instructies in het accuboekje.
OPMERKING De machine werkt alleen als beide accu's geplaatst zijn.
6.1.2 Smeerolie ketting bijvullen
Vul smeerolie voor de ketting bij alvorens de machine te gebruiken. Voor de werkwijzen en voorzorgsmaatregelen voor het bijvullen van olie, zie par. 7.3.
6.1.3 Controle van de kettingspanning

Voer alle handelingen uit met uitgeschakelde r en verwijder de accu's uit hun zitting.

Steeds stevige werkhandschoenen dragen.
Om te controleren of de spanning correct is, mogen de sleepschakels niet uit hun geleider komen wanneer de ketting halverwege het blad vastgenomen wordt (Afb. 12).
Om de spanning van de ketting te regelen:
- draai de knop los (Afb. 5.A);
- draai de ringmoer (Afb. 11.A) tot de juiste kettingspanning is bereikt;

- terwijl u het zaagblad omhoog houdt, draait u de knop vast (Afb. 13.A).

Werk niet met een ketting die te los zit, om geen gevaarlijke situaties te creëren wanneer de ketting uit de geleiders van het blad komt.
BELANGRIJK Tijdens de eerste gebruiksperiode (of na de vervanging van de ketting), moet deze controle vaker uitgevoerd worden, wegens de aanpassing van de ketting.
6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES
Voer de volgende veiligheidscontroles uit en controleer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen.

Voer steeds de veiligheidscontroles uit aleer de machine te gebruiken.

Voer steeds een dagelijkse controle uit de machine alvorens deze te gebruiken, en val of na andere stoten om eventuele de of belangrijke defecten te ontdekken.
6.2.1 Algemene veiligheidscontrole
| Object Resultaat | |
| Handgrepen en beschermingen | Schoon, droog, zonder sporen van olie en vet, en correct en stevig aan de machine bevestigd. |
| Schroeven op de machine en op het blad. | Goed vastgedraaid (niet los). |
| Doorgangen van de koellucht | Niet verstopt. |
| Blad Correct gemonteerd. | |
| Ketting Scherp, niet beschadigd of versleten, correct gemonteerden opgespannen. | |
| Beschermingen Ongeschonden, niet beschadigd. | |
| Accu Geen schade aan het omhulsel, geen lekken van vloeistoffen. | |
| Machine | Geen tekens van beschadiging of slijtage. |
| Versnellingshen-del, contacttoets | De beweging moet vrij zijn, zonder verklemmingen. |
| Inschakeltest | Geen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluid |
6.2.2 Test werking van de machine
| Actie Resultaat | |
| Plaats de accu’s in hun behuizing en bedien de hendel van de versnelling (Afb. 14.A) (zonder op de vergrendeltoets te drukken (Fig. 14.B). | De versnellingshendel blijft geblokkeerd. |
| Bedien de vergrendeltoets van de versnelling (Afb. 14.B) en de hendel van de versnelling (Afb. 14.A). | De beweging van de hendels moet vrij zijn, zonder verklemmingen. De ketting beweegt. |
| Laat de versnellingshendel los (Afb. 14.A) of druk op de vergrendeltoets (Afb. 14.B). | De hendel moet automatisch en snel terug naar de neutrale stand terugkeren. De ketting moet stilvallen. |
| CONTROLE VAN DE KETTINGREM1. De machine opstarten (par. 6.3).2. De handgrepen stevig met beide handen vastnemen.3. De versnelling inschakelen om de ketting in beweging te houden, de voorste handbeveiliging vooruit duwen, met de rug van de linkerhand (par. 5.3). | 3. De ketting moet onmiddellijk stilvallen. Na het stilvallen van de ketting, de versnellingshendel loslaten en de kettingrem uitschakelen (par. 5.3). |
Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de tabellen, mag de machine niet gebruikt worden! Richt u tot een dienstencentrum voor de nodige controles en herstelling.
6.3 STARTEN
OPMERKING Het wordt aanbevolen om de machine te gebruiken bij een temperatuur tussen -10°C en 60°C.
OPMERKING Controleer voor elk gebruik of de dop goed op zijn plaats zit (fig.16.A.). Dit voorkomt dat er stof (zaagsel) in de laadterminal terechtkomt.
Start de machine niet als deze bezig is met opladen.
- Verwijder de bladbescherming (afb.1.J).
- Verzeker u ervan dat het blad en de ketting niet in aanraking komen met de grond of andere voorwerpen.
- Plaats de accu's op de juiste manier (Afb. 17.K) in hun compartiment door ze in te schuiven totdat u de 'klik' hoort die ze op hun plaats vergrendelt en elektrisch contact garandeert.
OPMERKING De machine werkt alleen als beide accu's geplaatst zijn.
-
Schakel de kettingrem uit (par. 5.3).
-
De vergrendeltoets van de versnelling (Afb. 14. B) en de hendel van de versnelling. (Afb. 14. A).
6.4 HET WERKEN
Wanneer u voor de eerste keer een boom wilt vellen of takken wilt afzagen, moet u eerst:
- een specifieke opleiding gevolgd hebben over het gebruik van dit type van gereedschap;
- de veiligheidsvoorschriften en gebruiksaanwijzingen bevat in deze handleiding zorgvuldig gelezen hebben;
- oefenen op houtblokken op de grond of bevestigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest geschikte snijtechnieken.
Doe als volgt om met de machine te werken:
- Schakel steeds de kettingrem uit alvorens de versnelling in te schakelen.
- De machine moet altijd stevig vastgehouden worden met beide handen, met de linkerhand op het voorste handgreep en de rechterhand op de achterste, onafhankelijk van het feit of de bediener eventueel linkshandig is.
Leg de machine onmiddellijk stil wanneer de ketting zich tijdens het werk blokkeert.
OPMERKING Tijdens het werk, is de accu tegen volledige ontlading beschermd door een beschermingssysteem dat de machine uitschakelt en de werking ervan blokkeert.
OPMERKING Als de zaag tijdens het zagen
met werken, wacht dan 15min om de machine te laten afkoelen en start hem dan opnieuw.
6.4.1 Controles die tijdens het werk moeten worden uitgevoerd:
- Controle van de kettingspanning
Tijdens het werk ondergaat de ketting een progressieve verlenging. De spanning moet dus regelmatig gecontroleerd worden (par. 6.1.3).
- Controle van de oliestroom
BELANGRIJK De machine niet gebruiken zonder smering!
⚠️ Zorg ervoor dat het blad en de ketting goed op hun plaats zitten wanneer de olietoevoer gecontroleerd wordt.
Schakel de motor in (par. 6.3) en controleer of de kettingolie is gesmeerd zoals aangegeven in de (Afb. 18).
6.5 BOSWERKEN
6.5.1 Een boom snoeien
⚠️ Zorg ervoor dat de zone waarin de takken zullen vallen vrij is.
- Ga aan de zijde tegenover de af te zagen tak staan.
- Begin met de laagste takken en werk zo naar de hogere takken toe.
- Voer de eerste snede van onder naar boven uit (Afb. 19.A). Zaag de takken verder af door van boven naar beneden te knippen, zoals aangegeven in (Afb. 19.B).
6.5.2 Een boom vellen
BELANGRIJK Als twee of meer personen teg aan het vellen en doorzagen zijn, dan moeten werkzaamheden op verschillende plaatsen gebeuren, op een afstand van minstens 2,5 maal de hoogte van te vellen boom. Vel geen bomen indien dit gevaren kan veroorzaken brengen voor mensen, indien de boom in aanraking kan komen met een elektriciteitsleiding of eender welke andere materiële schade kan veroorzaken. Als de boom met een elektriciteitsleiding in aanraking mocht komen moet u meteen contact opnemen met het elektriciteitsbedrijf.
Voor een boom te vellen, moet men:
- rekening houden met de natuurlijke valrichting van de boom, met de kant waar de takken het
stgrootst zijn en met de windrichting om te kunnen beoordelen hoe de boom gaat vallen.
– vuil, stenen, stukken schors, spijkers, nieten en draden van de boom verwijderen.
- de zone rond de boom vrijmaken en zorgen voor een goede staanplaats voor de voeten.
- gepaste vluchtwegen voorzien, vrij van hindernissen; de vluchtwegen moeten zich op ongeveer 45° in de richting tegenover de valrichting van de boom bevinden (Afb. 20) en moet de bediener zich kunnen verplaatsen naar een veilig gebied dat ongeveer 2,5 keer zo hoog is als de te vellen boom;
- Blijf aan de bovenkant van het terrein waarop de boom waarschijnlijk zal rollen of vallen na het vellen.
- Valkerf onderaan de boom
- Sta rechts naast de boom, achter de kettingzaag.
- Maak een inkeping met een diepte van 1/3 van de stamdiameter, haaks op de valrichting (Afb. 21.A).
- Achterste velsnede
- Maak de achterste velsnede op een positie van minstens 5 cm boven de horizontale velsnede (Afb. 22.B).
- Maak de achterste velsnede zodanig dat er voldoende hout overblijft dat als scharnier dient (Afb. 22.C). Het hout van de scharnier belemmert het draaien van de boom en zorgt ervoor dat de boom niet in de verkeerde richting valt. Maak geen sneden in de scharnier.
- Zonder het blad te verwijderen, wordt de breedte van de scharnier geleidelijk aan kleiner gemaakt, tot de boom omvalt.
-
Als er gevaar bestaat dat de boom niet in de gewenste richting valt of dat hij achterover zou kunnen hellen en zo de zaagketting zou kunnen verbuigen, stop dan met zagen zonder de achterste velsnede af te maken en gebruik houten, kunststof of aluminium wiggen (Afb. 23.D) om de snede te openen. Laat de boom langs de gewenste vallijn vallen door met een knuppel op de wiggen te kloppen.
-
Haal de machine uit de snede zodra de boom egelijk begint te vallen, zet de machine stil (par. 6.6), plaats en dezep de grond en neem de voorziene vluchtweg. Pas op vallende takken en let op waar u loopt.
6.5.3 Takken van een boom snoeien
Snoeien betekent de takken van een gevelde boom afzagen.
Let op de steunpunten van de tak op de grond, op de mogelijkheid dat die in spanning staat, op de richting die de tak kan aannemen tijdens het zagen en op de mogelijke instabiliteit van de boom na het afzagen van de tak.
Als er takken gesnoeid worden moeten de grotere, onderste takken niet afgezaagd worden om de stam te steunen.
Verwijder de kleine takken met een enkele klop (Afb. 24.A).
Het is het beste om takken onder spanning van beneden naar boven te zagen om te voorkomen dat de kettingzaag buigt (Afb 24.B).
6.5.4 Doorzagen van een boomstam
Met doorzagen wordt het dwars in stukken zagen van boomstammen bedoeld.
Het is belangrijk stevig op de grond te staan met uw gewicht gelijkmatig over beide benen verdeeld. Indien mogelijk, kunt u het beste de boomstam omhoog zetten met behulp van takken, andere boomstammen of houtblokken.
Het doorzagen van een stam wordt vergemakkelijkt door het gebruik van de pal (Afb. 1.H):
-
steek de pal in de stam, voer een hefboomkracht uit op de pal en laat de machine een boogvormige beweging maken zodat het blad in het hout kan dringen (Afb. 25);
-
herhaal de handeling meerdere keren indien nodig, door het steunpunt van de pal te verplaatsen.
- Boomstam op de grond
Als de boomstam over zijn hele lengte op de grond rust, dan moet hij van bovenaf doorgezaagd (bovenste zaagsnede) worden (Afb. 26.A).
- Zaag tot ongeveer halverwege de diameter, rol de stam en maak het werk af aan de tegenoverliggende zijde.
- Op een enkel uiteinde steunende boomstam
Wanneer de boomstam op een enkel uiteinde steunt:
– snij 1/3 van de diameter van de onderkant af (onderste gedeelte) (Afb. 27.A);
– daarna moet u van boven naar onder zagen naar de eerste zaagsnede toe (Afb. 27.B).
- Op beide uiteinden steunende boomstam
Wanneer de boomstam op beide uiteinden steunt:
- dient men 1/3 van de doorsnede van boven af door te zagen (bovenste zaagsnede) (Afb. 28.A);
– dan moet u de laatste snede uitvoeren, door 2/3 van de boomstam van onderaf doorzagen naar de eerste zaagsnede toe (Afb. 28.B).
- Hellende boomstam
Als er een boomstam op een helling doorgezaagd wordt, moet u altijd boven de boomstam staan, (Afb. 29).
Om de controle over de zaag niet te verliezen als de boomstam bijna helemaal doorgezaagd is, moet u de druk op de zaagsnede verminderen zonder de grip op
de handgrepen van de machine te verminderen. De machine mag de grond niet raken.
6.6 STOPPEN
Om de machine te stoppen, laat u de hendel van de versnelling los (Afb. 14.A).
Na de versnellingshendel losgelaten te hebben, moet men enkele seconden wachten tot de getande ketting stil valt.
Zet de machine altijd stil tijdens de verplaatsing tussen de werkzones.
⚠️ Houd tijdens de verplaatsingen nooit de vinger op de contacttoets om te vermijden de machine ongewild in te schakelen.
6.7 NA HET GEBRUIK
- Verwijder deaccu's uit de zittingals de machine niet wordt opgeladen;
- monteer de bladbescherming (Afb. 1.J);
- laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
- Draai de knop los om de kettingspanning te verminderen (par. 6.1.3);
- reinig de machine zorgvuldig van stof en afval en verwijder alle sporen van zaagsel of olie van de ketting (par. 7.6);
- controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde delen en draai losgekomen schroeven en bouten aan.
BELANGRIJK Verwijder altijd de accu's en monteer de mesbescherming wanneer de machine niet wordt gebruikt of onbeheerd is.
6.7.1 Accu's verwijderen
Om de accu's te verwijderen, drukt u op de vergrendeltoets op de accu (Afb. 30. C)
7. GEWOON ONDERHOUD
7.1 ALGEMEEN
De veiligheidsnormen die in acht genomen moeten worden, zijn beschreven in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
⚠️ Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/afstelling op de machine uit te voeren:
- Stop de machine en schakel de motor uit;
• Wacht tot de ketting stil staat;
- Verwijder de batterijen uit hun zitting;
- Breng de bladbescherming aan, tenzij aan het blad zelf gewerkt moet worden;
- Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
- Lees de desbetreffende instructies;
- Draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril.
- De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud". Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te laten behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en de tijden waarop ze uitgevoerd moeten worden. Voer de desbetreffende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.
- Het gebruik van niet originele of niet correct gemonteerde wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de veiligheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade, letsels of ongevallen veroorzaakt door die producten.
- De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseerde dienstcentra en wederverkopers.
Het gebruik van een olie van goede kwaliteit is van fundamenteel belang voor een efficiënte smering van de snij-inrichtingen; een vuile olie of olie van slechte kwaliteit zal de smering in het gedrang brengen en de levensduur van de ketting en het blad verkorten.
BELANGRIJK Zet de ketting nooit in werking zonder voldoende olie, aangezien dit de kettingzaag zou kunnen beschadigen en de veiligheid in het gedrang zou kunnen brengen.
Controleer de hoeveelheid olie in de kettingzaag aan de hand van de indicator van het oliepeil (Afb. 31.B).
Indien het oliepeil gedaald is, moet men als volgt bijvullen:
- De dop losdraaien en van het oliereservoir halen (Afb. 31.A).
- Olie in het reservoir gieten en het peil controleren aan de hand van de daarvoor voorziene indicator (Afb. 31.B).
- Zich ervan verzekeren dat er geen vuil in het oliereservoir komt tijdens het bijvullen.
- De dop van de olie weer plaatsen en vastdraaien.
7.3 PIN VERGRENDELING KETTING
Controleer de condities van de vergrendelpin van de ketting voor ieder gebruik (Afb. 1.G) en herstel de pin indien deze beschadigd is.
7.4 SMEERGATEN VAN DE MACHINE EN HET BLAD
Verwijder de carter voordat u deze elke dag gebruikt. (Fig. 5. B), demonteer de rail en controleer of de smeergaten van de machine (Fig. 32.A) en het blad (Afb. 32.B) niet verstopt zijn.
BELANGRIJK Alle werkzaamheden
onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.
7.2 BIJVULLEN OLIERESERVOIR KETTING
OPMERKING Nabij de dop van het
oliereservoir van de ketting (Afb. 31.A)
het volgende symbool aanwezig is:

BELANGRIJK Gebruik alleen olie die specifiek bestemd is voor kettingzagen of hechtolie voor kettingzagen. Gebruik geen olie die onzuiverheden bevat, om de filter van het reservoir niet te verstoppen en de oliepomp niet onherroepelijk te beschadigen.
voor 7.5 MOEREN EN SCHROEVEN VOOR BEVESTIGING
door uw
- Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt.
- Controleer regelmatig of de handgrepen stevig bevestigd zijn.
7.6 REINIGING
7.6.1 Reiniging van de machine en van de motor
Na het werken, wordt de machine zorgvuldig vrijgemaakt van stof en vuil.
- Houd de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten bladeren, takken of teveel vet, om het risico op brand tot een minimum te herleiden.
- Reinig de machine steeds na gebruik met een schone en met een neutraal reinigingsmiddel bevochtigd doek,
- Verwijder alle sporen van vochtigheid met een zachte en droge doek. Vochtigheid kan leiden tot risico op elektrocutie.
- Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of oplosmiddelen om de plastic delen of de handgrepen te reinigen.
- Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te maken.
- Om oververhitting en schade aan de motor of aan de accu te vermijden, moet men zich er steeds van verzekeren dat de zuigroosters van de koellucht schoon en vrij van afval zijn.
7.6.2 Reiniging van de ketting
Verwijder, na ieder gebruik, alle sporen van zaagsel of olieresten van de ketting.
Indien de ketting erg bevuild is of indien er veel hars op aanwezig is, dient men de ketting te demonteren en deze gedurende enkele uren in een houder te leggen met een bijzonder reinigingsmiddel. Spoel hem vervolgens af in schoon water en behandel hem met een geschikte anticorrosie-spray, vooraleer hem weer op de machine te monteren.
7.7 ACCU
7.7.1 Autonomie van de accu
De autonomie van de accu wordt hoofdzakelijk beïnvloed door:
a. omgevingsfactoren, die leiden tot een grotere energiebehoefte:
- snijden van bomen en te grote takken.
b. gedrag van de bediener, die moet vermijden:
– de machine vaak aan- en uit te schakelen tijdens het werken;
- een niet geschikte snijtechniek te gebruiken voor het werk dat moet uitgevoerd worden (par. 6.5).
Om de autonomie van de accu te optimaliseren, raadt men aan:
- het hout te snijden wanneer het droog is;
- de juiste techniek te gebruiken voor het werk dat moet uitgevoerd worden.
Mocht je de machine langer willen gebruiken dan de normale accu's toelaten, dan is dat mogelijk:
- Twee extra standardaccu's kopen om de lege batterijen onmiddellijk te vervangen, zonder de continuïteit van het gebruik te beïnvloeden.
7.7.2 De accu's direct op de machine opladen (Afb. 33)
OPMERKING Verwijder voor het opladen de dop (fig. 16.B).
De accu's kunnen direct op de machine worden opgeladen door de stekker aan te sluiten (Afb. 33.A) naar de machine (Afb. 33. B) met gebruik van de oplaadbasis.
De machine kan aan de muur worden opgehangen:
- fde oplaadbasis direct aan de muur te bevestigen (Afb. 33. I).
- door bevestiging van de rail aan de muur waarop de laadbasis en de houder glijden (Afb. 33. II).
Monteer de railkap van het zaagblad en activeer de kettingrem voordat je de machine aan de muur hangt.
De accu is uitgerust met een beveiliging die voorkomt dat de accu wordt opgeladen als de omgevingstemperatuur niet tussen 0°C-40°C ligt.
BELANGRIJK De accu kan op elk moment worden opgeladen, zelfs gedeeltelijk, zonder risico op beschadiging.
De accu's worden achtereenvolgens gedeeltelijk opgeladen, zoals aangegeven in het diagram:
OPMERKING Met gedeeltelijk opladen kan de machine worden gebruikt om het werk af te maken zonder te wachten tot het volledig is opgeladen.
OPMERKING Verwijder geen accu's terwijl de machine wordt opgeladen.
OPMERKING Start de machine niet als deze wordt opgeladen.
8. BUITENGEWOON ONDERHOUD
8.1 TANDWIEL KETTING
Controleer, bij uw Verkoper, regelmatig de staat van het kettingwiel en vervang het wanneer het de aanvaardbare limieten overschrijdt.

Monteer geen nieuwe ketting op een versleten en omgekeerd.
8.2 ONDERHOUD VAN DE GETANDE KETTING

Om redenen van veiligheid en efficiëntie, is het heel belangrijk dat de snij-inrichtingen goed scherp zijn.

Draag altijd sterke werkhandschoenen et blad en de ketting te hanteren.
De ketting moet bijgeslepen worden wanneer:
- Het zaagsel te veel op stof gelijkt.
– Er meer kracht nodig is om te zagen. - De snede niet rechtlijnig is.
- Er meer trillingen zijn.

Als de ketting niet scherp genoeg is, neemt isico op tegenslag (kickback) toe.
BELANGRIJK Het is raadzaam het slijpen aan een gespecialiseerd centrum toe te vertrouwen, waar dit uitgevoerd kan worden met speciale apparatuur die zorgt voor een minimale verwijdering van materiaal en een constante slijping van alle snijdende elementen.
8.2.1 Vervanging van de getande ketting
De ketting wordt vervangen wanneer:
– de lengte van het snijdend element
5 mm of minder bedraagt;
- de speling van de schakels op de klinknagels te groot geworden is;
- de snijsnelheid traag is en herhaald aanscherpen de snijsnelheid niet verbeteren. De ketting versleten is.
BELANGRIJK Na de vervanging van de ketting, moet men de spanning ervan vaker controleren, omwille van de aanpassing van de ketting.
8.3 ONDERHOUD VAN HET BLAD
OPMERKINGEN Alle handelingen die betrekking hebben op het blad vergen een specifieke vaardigheid, naast het gebruik van speciaal gereedschap om deze handelingen volgens de regels van de kunst uit te voeren; uit veiligheidsoverwegingen, neemt u altijd het best contact op met uw Verkoper.
Om een asymmetrische slijtage van het blad te voorkomen, moet deze regelmatig omgedraaid worden.
Om de efficiëntie van het blad in stand te houden, is het noodzakelijk:
- de lagers van de overbrenging (indien aanwezig) te smeren met een daartoe bestemde (niet meegeleverde) spuit.
- reinig de groef van de rail met de railschraper (niet meegeleverd) (Afb. 34.A);
- de smeergaten te reinigen (Afb. 34.B);
- met een platte vijl de braam van de zijkanten te verwijderen en eventuele niveauverschillen tussen de geleiders te compenseren.
8.3.1 Vervanging van het blad
Het blad wordt vervangen wanneer:
- de diepte van de inkeping kleiner blijkt dan de hoogte van de sleepschakels (die nooit de bodem mogen raken);
- de binnenwand van de geleider zodanig versleten is dat de ketting lateraal gaat overhellen.
9. STALLING
9.1 STALLING VAN DE MACHINE
Wanneer de machine gestald moet worden:
- Haal de accu's uit hun zitting.
- Monteer de bladbescherming.
- Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
- Reinig de machine (par. 7.4).
- Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum.
-
Berg de machine op:
-
in een droge ruimte;
- beschermd tegen slechte weersomstandigheden;
- buiten bereik van kinderen;
- na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben;
-
bij een omgevingstemperatuur tussen -20°C en 85°C.
-
De machine kan direct aan de muur worden opgehangen (Afb.33.I - II).
OPMERKINGEN Zorg ervoor dat de wand een belasting van minstens 20 kg kan dragen.
Begin met opladen.(par. 7.7.2).
De accu moet worden bewaard in een gesloten en vochtvrije omgeving, bij een temperatuur tussen:
- 0°C - 60°C gedurende 1 maand
- 0°C - 45°C gedurende 3 maanden
- 0°C - 25°C gedurende 1 jaar
OPMERKING In geval van langdurig niet-gebruik, moet men de accu om de twee maanden opladen, om de duur ervan te verlengen.
10. HANTERING EN TRANSPORT
Telkens wanneer de machine verplaatst, geheven, vervoerd of overgeheld moet worden, moet men:
- Breng de machine;
• Wacht tot de ketting stil staat; - Haal de accu uit zijn zitting en laad hem op;
• Monteer de bladbescherming; - Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is;
• Stevige werkhandschoenen dragen; - De machine alleen vast te nemen aan de handgrepen en het blad in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden;
Wanneer men de machine met een wagen vervoert, moet men:
- de machine tijdens het vervoer goed met touwen of kettingen bevestigen;
- de machine zo plaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt;
11. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN
Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine.
Handelingen die in niet geschikte structuren of door onbekwame personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.
- Enkel de geautoriseerde dienstencentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
- De geautoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden speciaal voor de machines ontwikkeld.
- Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn niet goedgekeurd, het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren leidt tot verval van de garantie.
- Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.
12. GARANTIEDEKKING
De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker moet aandachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie verschaft is.
De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:
- Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatie.
- Onoplettendheid.
- Onjuist of niet toegestaan gebruik en montage
- Gebruik van niet originele wisselstukken.
- Gebruik van toebehoren dat niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werd.
Deze garantie geldt bovendien niet voor:
- De normale slijtage van verbruiksmateriaal zoals snij-inrichtingen, veiligheidsbouten.
- Normale slijtage
De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zijn eigen land. De rechten van de koper die voorzien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land, zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.
13. TABEL ONDERHOUD
| Ingreep Frequentie | ||
| Eerste keer | Vervolgens om de | |
| MACHINE | ||
| Controle van alle bevestigingen | - Voor eender welk gebruik | |
| Veiligheidscontroles / Controle van de commando's | - Voor eender welk gebruik | |
| Controle vergrendelpin ketting | - Voor eender welk gebruik | |
| Algemene reiniging en controle | - Aan het einde van ieder gebruik | |
| Reiniging van de ketting | - Aan het einde van ieder gebruik | |
| Controle van de smeergaten van de machine en het blad | - Voor eender welk gebruik | |
| Controle tandwiel ketting | - Eenmaal per maand | |
| Onderhoud ketting | - | - |
| Onderhoud blad | - | - |
| Bijvullen niveau olie ketting - Voor eender welk gebruik | ||
* Handelingen die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum moeten uitgevoerd worden.
14. PROBLEMEN IDENTIFICATIE
| PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING | ||
| 1. Wanneer de gashendel en de vergrendelknop ingeschakeld worden, start de machine niet. | Geen accu of accu niet correct geplaatst. | Zorg ervoor dat de accu's goed vastzitten. |
| Accu plat Controleer oplaadstatus en laad de accu'sop. | ||
| Machine beschadigd De machine niet gebruiken Verwijder de accu's en neem contact op met een Dienstcentrum. | ||
| 2. De motor stopt tijdens het werk | Accu niet correct geplaatst. Zorg ervoor dat de accu' goed vastzitten. | |
| Accu plat Controleer oplaadstatus en laad de accu'sop. | ||
| Machine beschadigd De machine niet gebruiken Verwijder de accu's en neem contact op met een Dienstcentrum. | ||
| Motorbeveiliging grijpt in Wacht 15min tot de machine is afgekoeld en start hem dan opnieuw op. | ||
| 3. De ketting draait niet wanneer de vergrendeltoets van de versnelling en de versnellingshendel ingeschakeld zijn. | Overdreven spanning van de ketting | Span de ketting opnieuw. |
| Problemen aan blad en ketting | Controleer of de ketting vrij draait en de geleiders van het blad niet vervormd zijn. | |
| Machine beschadigd Gebruik de | machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en Neem contact op met een Dienstcentrum. | |
| 4. De ketting warmt teveel op aan het einde van het blad en er komt rook uit. | Overdreven spanning van de ketting | Span de ketting opnieuw. |
| Reservoir smeerolie leeg. Vul het | smeeroliereservoir bij. | |
| 5. De motor werkt onregelmatig of heeft geen vermogen bij belasting | Problemen aan blad en ketting | Controleer of de ketting vrij draait en de geleiders van het blad niet vervormd zijn. |
| 6. De olie komt niet vrij | Slechte kwaliteit van olie Ledig het | reservoir bij koude motor, spoel het reservoir en de pijpleidingen met reinigingsvloeistof en vervang de olie. |
| Smeeropeningen verstopt Reinig | de smeergaten. | |
| 7. De machine is op een vreemd voorwerp gestoten. | Beschadiging of losgekomen delen | Stop de machine. Controleer eventuele beschadigingen. Controleer of er delen losgeko-men zijn en schroef ze weer vast. Voer de controles, vervangingen of herstellingen uit bij een geautoriseerd centrum. |
| 8. Men hoort overdreven geluiden en/of trillingen tijdens het werk | Losgekomen of beschadigde delen | Stop de machine, verwijder de accu's en: - controleer de schade; - controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast; - vervang of herstel de beschadigde delen met delen met gelijkwaardige kenmerken. |
| 9. Er komt rook uit de machine tijdens de werking | Machine beschadigd Gebruik de | machine niet. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu's en Neem contact op met een Dienstcentrum. |
| 10. Kleine autonomie van de accu | Zware gebruikscondities met hogere stroomabsorptie | Optimaliseer het gebruik |
| Accu niet voldoende voor de werkbehoeften | Gebruik andere accu's | |
| Verslechtering van de capaciteit van de accu. | Koop een nieuwe accu. | |
| 11. De acculader laadt de accu niet op | Accu's niet goed in de lader geplaatst of stekker niet goed aangesloten op de machine | Controleer of de plaatsing correct is. |
| Niet geschikte omgevingscondities | Herlaad de accu in een omgeving met geschikte temperatuur (zie handleiding van de accu/acculader). | |
| Vuile contacten Reinig de contacten. | ||
| Geen spanning aan de acculader | Controleer of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact. | |
| Defecte acculader Vervang met een origineel wisselstuk. | ||
| Accu te warm of te koud Breng de accu op een omgevingstemperatuur tussen 4-40°C | ||
| Indien het probleem aanhoudt, raadpleeg de handleiding van de accu / acculader. | ||
Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.
15. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCESSOIRES
15.1 ACCU'S (AFB. 35)
Er zijn accu's met verschillende capaciteiten beschikbaar om aan te passen aan specifieke operationele behoeften.
De lijst van de voor deze machine gehomologeerde accu's bevindt zich in de tabel "Technische Gegevens".
15.2 ACCULADER (AFB. 36)
Er zijn verschillende apparaten om de batterij op te laden.
De lijst met goedgekeurde acculaders voor deze machine vindt u in de tabel 'Technische gegevens'.
15.3 STAVEN EN KETTINGEN
In de "Tabel voor de juiste combinatie van staaf en ketting" staan alle mogelijke combinaties tussen staaf en ketting. Dezelfde tabel verschaft bovendien de kenmerken van de gehomologeerde kettingen en staven voor iedere machine.
Gebruik voor de wisselstukken enkel de bladen en kettingen die in de tabel zijn aangegeven. Het gebruik van niet goedgekeurde combinaties kan leiden tot ernstige persoonlijke letsels en schade aan de machine.
Daar de gebruiker naar eigen oordeel besluit welke blad en ketting onder de verschillende gebruiksomstandigheden te kiezen, toe te passen en te gebruiken, neemt hij dan ook zelf de daaruit voortkomende verantwoording op zich voor iedere willekeurige schade die daardoor veroorzaakt wordt. In geval van twijfel of geringe kennis van de specificiteit van iedere blad of ketting, moet u contact opnemen met uw eigen verkoper of met een gespecialiseerd tuincentrum.
INNHOLD
NL • De inhoud en de afbeeldingen van deze gebruikshandleiding werden gerealiseerd voor rekening van ST. S.p.A. en zijn beschermd door het auteursrecht – Elke niet-geautoriseerde reproductie of wijziging, ook gedeeltelijke, van het document is verboden.