STIGA SP 316 - Zaag

SP 316 - Zaag STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis SP 316 STIGA in PDF-formaat.

📄 602 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice STIGA SP 316 - page 372
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over SP 316 STIGA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding SP 316 - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. SP 316 van het merk STIGA.

GEBRUIKSAANWIJZING SP 316 STIGA

3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik.....4
3.2 Veiligheidssignalen 5
3.3 Identificatielabel product 6
3.4 Belangrijkste onderdelen.. 6

  1. MONTAGE 7

4.1 Onderdelen voor de montage 7
4.2 Montage van het blad en de getande ketting..7

  1. BEDIENINGSELEMENTEN 8

5.1 Start/stopschakelaar motor 8
5.2 Hendel choke (Starter) 8
5.3 Toets voorinspuiting (Primer) 8
5.4 Hendel versnelling 8
5.5 Blokkeringshendel versnelling 8
5.6 Handvat voor handmatige start 8
5.7 Kettingrem 8

  1. GEBRUK VAN DE MACHINE 8

6.1 Voorafgaande werkzaamheden 9
6.2 Veiligheidscontroles 9
6.3 Starten 10
6.4 Het werken 11
6.5 Werktechnieken 12
6.6 Suggesties voor het gebruik 13
6.7 Stoppen 14
6.8 Na het gebruik 14

  1. GEWOON ONDERHOUD. 14

7.1 Algemeen 14
7.2 Bereiding van het(AP) 14
7.3 Bijvullen van brandstof 15
7.4 Bijvullen oliereservoir hetting 15
7.5 Reiniging van de machine en van de motor..16
7.6 Reiniging van de ketting 16
7.7 Pin vergrendeling ketting 16
7.8 Smeergaten van de machine en het blad ... 16
7.9 Moeren en schroeven voor bevestiging..... 16

  1. BUITENGEWOON ONDERHOUD 16

8.1 Reiniging van de luchtfilter 16
8.2 Metalen band van de kettingrem 16
8.3 Tandwiel ketting 17
8.4 Controle van de bougie 17
8.5 Startkabel 17
8.6 Onderhoud van de getande hetting 17
8.7 Onderhoud van het blad 18
8.8 Regeling van het minimumtoerental 18
8.9 Regeling van de carburator 18

  1. STALLING 18

  2. HANTERING EN TRANSPORT 19

  3. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN 19
    12.GARANTIEDEKKING 19
  4. TABEL ONDERHOUD 20
  5. TABEL ONDERHOUD KETTING 20
  6. IDENTIFICATIE PROBLEMEN 21
    16.TOEBEHOREN 22

1. ALGEMEEN

1.1 HOE DE HANDLEIDING LEZEN

In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de verilgheid of de werkking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben:

OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen waarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade verooorzaakt worden.

Het symbol wist op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot möglichke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade.

De paragrafen die aangegeven zijn met een grije stippen-board wijzen op optionele kenmerken die nicht aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreiben zijn. Controller of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie.

De aanwijzingen "voor", "achter", "rechts" en "links" hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.

1.2 REFERENCES

1.2.1 Afbeeldingen

De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen..., Zijn genummerd 1, 2, 3 enz.

De onderdelen die op de afbeeldingen zich aangegeven, zich gekentekend met de letters A, B, C enz.

Een verwijzingaar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: "Zie afbeelding 2.C" of eenvoudigweg"(Afb.2.C).

De afbeeldingen zijn indicatief. De effectieve delen können wijzigten ten opzichte van wat aangegeven is.

1.2.2 Titels

De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf "2.1 Training" is een ondertitel van "2. Veiligheidsvoorschriften". De verwijzingen maar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hfdst. of par. en het desbeteffend nummer. Voorbeeld: "hfdst. 2" of "par. 2.1".

2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

2.1 TRAINING

Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de machine snel af te zetten. Het Niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.

  • Laat nooit toe dat de machine gebruikt worden door kinderen of door personen die nicht vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd�k.
  • Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoffen ingenomen heeft die een negatieve invloed{kunnen hebben op zich reactievermogen en aandacht.
    Denk eraan dat de personen die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevalten en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen konnen overkommen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om der risico's, die het terrein waarop hij要去 werknet met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen met het oog op zijn eigenveiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
  • Indien men de machine aan derden wil geven of lenen,要去 men zich ervan verzekerend dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.
  • Het gebruik van de machine voor het zagen en snoeien vergt een specifieke opleiding.

2.2 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

  • Gebruik aanpassende beschermende kledij met anti-snij beschermingen, trillingdempende

handschoenen, beschemende bril, anti-stofmaskers, gehoorbeschemmers en anti-snij schoenen met anti-slipzool.

  • Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes ofassen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen können worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
  • Lang haar worden zorgvuldig bijeengebonden.

Benzinemotoren: brandstof

GEVAAR! De benzine en het mengsel zich uiterst ontvlambaar!

  • Bewaar de benzine en het mengsel in speciale holders die waarvoor gehomologeerd zich, op een veilige plaat,uit de buurt van warmtebronnen of naakte vlammen.
  • Laat de houders en de opslagzone van de brandstof vrij van resten van zaagsel, takken, bladeren of te große hoeveelheden vet.
  • De recipiën moeten buiten het bereik van kinderen bewaard worden.
  • Rook nichtijdens de Voorbereiding van het(AP) metse, tijdens het tanken of het bijvullen van brandstof of elke keer wonneer men met de brandstof werkt.
  • Gebruik een trechter om brandstof bij te vullen, en doe dit enkel in de open lucht.
  • Vermijd inademing van de dampen van de brandstof.
  • Als de motor aanstaat of warm is mag u geen brandstof toevoegen of de dop van de benzinetank afdraaien.
  • Open de dop van het reservoir langzaam om de interne druk geleidelijk aan af te lately.
  • Breng geen vlammen nabij de opening van het reservoir om de inhoud ervan te controleren.
  • Als u brandstof gemorst hebt, mag u de motor niet starten maar dient u de machine uit de buurt van de plek waar u de brandstof gemorst hebt te brengen en voorkomen dat er brand ontstaat. U dient te wachten totdat de brandstof verdampt is en de dampen opgelost+zijn.
  • Reinig onmiddelijk elk spoor van brandstof dat op de machine of op de grond gelekt is.
  • Draai de dop alsijd weer goed op het brandstofreservoir en op de houder van de brandstof.
  • Start de machine nooit op deplaats waar de brandstof bijgevuld werk; de motor moet steeds gestart worden op een afstand van minstens 3 meter van deplaats waar de brandstof bijgevuld werk.
    Zorg ervoor dat de brandstof Niet in aanraking komt met de kledij en trek in ieder geval steeds neue wleren aan vooraleer de motor op te starten.

Schakel de motor Niet aan in gesloten ruimtes, waar er zich gevaarlijke koolstofmonoxidedampen+kennen vormen. De machine dient altijd in de open lucht of in een goed geventileerde ruimte gestart te worden! Denk er altijd aan dat de uitlaatgassen giftig+zijn!
- Richt,ijdens het opstarten van de machine, de geluidsdemper en dus de uitlaatgassen nooit maar ontvlambare materialen.
- Gebruik de machine nicht in omgevingen met gevaar op ontploffing, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoffen, gas of stof. Elektrische contacten of mechanische wrijvingen hunnen vonden veroorzaken die het stof of de dampen hunnen doen ontbranden.
Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig Licht en bij goede zichtaarheid reinigen.
- Verwijder Personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen要去en onder toezicht van een andere volwassene staan.
Zorg ervoor dan de andere personen zich op een afstand van minstens 15 meter uit de draagwijdte van de machine bevinden.
Vermijd zoveel möglich te werken op een natte of glibberige grond, of in ieder geval op te oneffen of steile terreinen die de stabiliteit van de bediener tijdens het werken nicht kuren garanderen;
- Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen bevaren en op de aanwezigheid van eventuele hinderissen die de zichtaarheid zouden+kunnen beperken.
- Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of vrijken.
- Let goed op het verkeer, wanner de machine zicht bij de staat gebruikt worden.
- Om brandgevaar te voorkomen, de machine Niet met warme motor achechterlaten op bladeren, droog gras, of ander ontvlambaar materiaal.

Gedrag

  • Tijdens het werk要去 de machine algid stevig met beiden handen vastgehonden worden (linkerhand op het voorste handgreep en de rechterhand op deijkenste, onafhankelijk van het feit of de bediener eventueel linkshandig is), en op afstand van alle lichaamsdelen.
  • Neem tijdens het gebruik een vaste en stabiele positie aan en wees algid voorzichtig.
    Vermijd het gebruik van ladders en onstabiele platformen.
    Ga best nicht alleen of te geisoleerd te werk, om in geval van een ongeluk makkelijker hulp te roepen.

  • Loop nooit, maar stap.

  • Let erop dat het blad Niet hevig gegen vreemde lichamen/hindernissen botst en let op eventueel wegspringend materiaalveroorzaakt door het draaien van de ketting. Indien de staaf een hindernis gegen komt, kan er zich een terugslag (kickback) voordoen. De terugslag doet zich voor wanner het uiteinde van de ketting in contact kommt met een voorwerp of wanner het hout krimpt en de ketting in de snede vasthoudt. Dit contact aan het uiteinde van de ketting kan aanleiding geen tot een uiterst snelle stoot in de tegenovergestelde richting, waar bij het blad maar boven enaar de bediener toe geduwd worden. Dit geldt ook wanner de ketting geblokkeerd worden aan de bovenkant van het blad. In beiden geallen kan de bediener door de terugslag de controverliezen over de kettingzaag, met möglichke bijzonder ernstige gevolgen. Om de terugslag te voorkomen, moet men de geschikte voorzorgsmaatregelen nemen, die hierna beschreiben zijn:

Houd de zaag stevig vast, met de duimen en vingers om de handgrepen van de kettingzaag gesloten en houd uw lichaam en Armen in een positie waar u谈起stand kunt bieden gegen terugslag.
- Reik Niet te ver en zaag nicht boven de schouderhoogte.
- Gebruik alleen de door de fabrikant gespecificierde zaagbladen en -kettingen.
- Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant voor wat betreft het slijpen en onderhoud van de kettingzaag.

Stel u Niet bloot aan het stof en zaagsel dat tijdens het snijden door de ketting ontstaat.
- Raak de delen van de motor die zich tijdens het gebruik opwarmen, nooit aan. Risico op brandwonden.

  • Ingeval van breuken of ongevalten tijdens het werk, dient men de motor onmiddelijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevalen met personlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddelijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan Personen of dieren können veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven.
  • De langdurige bloatstelling aan trillingen kan neuro-vasculaire letsels en problemenveroorzaken (ook gekend onder de naam "fenomeen van Raynaud" of "witte hand"), vooral bij Personen die circulatiestoornissen

hebben. De symptomen können betrekking hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, leuk, bijn, verkleuring of structurele wijzigingen van de huid. Deze effecten kennen versterkt worden door een lage omgevingstemperatuur en/of een overdreven druk op de handgreep. Wanner deze symptomen optreden, moet de machine minder lang gebruikt worden en is het noodzakelijk een arts te raadplegen.

Beperkingen voor het gebruik

  • De machine mag nicht gebruikt worden door Personen die nicht in staat zich on het gereedschap stevig met beiden handen vast het honden en/of om stevig in evenwicht te blijven staan op beiden benen.
  • Gebruik de machine nooit indien de beschermingen beschadigd zich, ontbreken of nicht correct geplaatst zich.
  • Gebruik de machine nicht indien de toebehoren/werktuigen nicht op de voorziene plaatsen geinstalleerd zich.
  • De aanwezigige veiligheidsinrichtingen/ microschakelaars Niet uitschakelen, aftschakelen, verwijderen of schenden.
  • Wijzig de afstellenen van de motor Niet, en overbelast hem Niet. Indien de motor aan een te hoog toerental werk, verhoegt het risico op persoonlijke letsels.
    Overbelast de machine Niet en gekruik geenkleine machine om zware werken te verrachten; het gekruik van een machine met aangepasteafmetingen za de risico's beperken ende kwaliteit van het werk verbeteren.

2.4 ONDERHOUD, STALLING

Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance.

Onderhoud

  • Om het risico op brand te verminderen,要去 men regelmatig controleren of er geenlekken van olie en/of brandstof zich.
  • Het niveau van het geluid en van de trillingen dat aangegeven is in deze handleiding, zich de maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een Niet gebalanceerd maai-element, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekkg onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is hetoodzakelijkpreventieve maatregelen te treffen om mogelijkke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen

te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzesijdens het werk.

Stalling

  • Zet de machine Niet met brandstof in de tank in een ruimte waar de brandstofdampen met vlammen, vonden of een warmtebron in aanraking zouden+kennen.
  • Laat geen holders met restmaterialiaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.

De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.

  • Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijkke uren (niet's ochtends vroeg of's avonds LAST Wonneer dit andere personen zou+kennen storen).
  • Tijdens het werken worden er een zekere hoeveelheid olie in de omgeving verspreid, noodzakelijk voor de smering van de ketting; gebruik om die reden alleen biologisch afbreekbare oliën, specifiek bedoeld voor dit gebruik. Het gebruik van een minerale olie of motorolie brengt ernstige schade toe aan het milieu.
  • Volg nauwgezet deplaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, olie, brandstof, filters, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op de omgeving; dit afval mag Niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
  • Volg nauwkeurig de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
  • Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu hintergelaten worden maar要去 waar een opvangcentrum gebracht worden, volgens de geldendeplaatselijkne normen.

3. LEER DE MACHINE KENNEN

3.1 BESCHRIJVING MACHINE EN BEOOGD GEBRUK

Deze machine is een bosbouwwerktuig, en met name een hettingzaag ontworpen voor boswerken.

De machine bestaat hoofdzakelijk uit:

  • een tweetaktmotor met interne verbranding, gevoed met een luchtgekoeld mengsel van olie en benzine;
  • een snij-inrichting;
  • een handgreep.

De beweging worden doorgegeven door een wiei met een snijdende getande ketting die op een geleidend blad met gleuf loopt.

De beweging wordt van de motor waar de ketting overgedragen door middel van een koppeling met centrifugaalgewichten die de beweging van de ketting verhindert wanner de motor op het laagste toerental draait.

De bediener houdt de machine met twee handen aan de handgrepen vooraan en achteraan vast, en kan de belangrijkste bedieningsknuppen inschakelen verwijl hij steeds op een veilige afstand van de snij-inrichting blijft.

3.1.1 Voorzien gebruik

Deze machine is ontworpen en gebouwd voor:

  • het vellen, verzagen en snoeien van bomen met afmetingen in verhouding tot de lengte van het blad of houten voorwerpen met gelijkaardige eigenschappen.
  • gebrui k door een enkele bediener.

3.1.2 Onjuist gebruik

Eender welt ander gebruik, dat afwijk van wat hierboven beschreiben is, kan gevaarlijk zich en schade berokkenen aan Personen en/of zaken. De volgende situatuies behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar nicht uitsluitend):

Hagen bijsnooeien;
-snjwerken;
- doorsnijden van banken, kisten en verpakkingen in het algemeen;
- doorsnijden van meubelen of andere voorwerpen die nagels, vrijen of andere metalen onderdelen hunnen bevatten;
- slachterswerken uitvoeren;
- de machine gezruiken voor het snijden van materialen die Niet van hout zichn (plastic, bouwmaterialen);
- de machine gebruiken als hefboom om voorwerpen op te tillen, te verplaatsen of door te breken;

  • de machine gebruiken wanner ze op vaste steunen geblokkeerd is;
  • het gebruik van andere snij-inrichtingen dan diegene die vermeld zich in de tabel "Technische gegevens". Gevaar op ernstige wonden en kwetsuren.
  • gebruik van de machine door meer dan een persoon tegelijk.

BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zich verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of andere oplopen.

3.1.3 Type gebruiker

Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door Niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor een "amateurieel gebruik".

3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN

Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij要去 aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken.

Betekenis van de symbolen:

STIGA SP 316 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 1

LET OP! GEVAAR! IndienDEXe machine nicht correct gekruikt wordt, kan ze gevaarlijk zijn voor de bediener en voor anderen

STIGA SP 316 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 2

LET OP! Lees de gebruiksaanwijzingen voordat u deze machine in gebruik neemt.

STIGA SP 316 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 3

De person die dezemachine dagelijks in normaleomstandigheden gebruktkanblootgesteldzijn aaneen geluidsniveau van 85dB A) of hoger. Gebruik eengehoorbescherming en bril endraag een veiligheidshelm.

STIGA SP 316 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 4

Draag werkhandsschoenen en veiligheidsschoeisel!

STIGA SP 316 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 5

STIGA SP 316 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 6

GEVAAR VOOR TERUGSLAG (KICKBACK)! De terugslagveroorzaakt de bruuske en ongecontroleerde beweging van de kettingzaag maar de bediener toe. Ga altijd op veilige wijze te werk. Gebruik kettingen voorzien van veiligheidsschakels die eventuele terugslagen beperken.

STIGA SP 316 - VEILIGHEIDSSIGNALEN - 7

Neem de machine nooit met een enkele hand vast! Neem de machine stevig met beiden handen vast, om een betere controte te hebben over de machine en het risico voor terugslag te beperken.

BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten verrangen worden. Vraag neue labels aan uw eigen geauthoriseerd Dienstcentrum.

3.3 IDENTIFICATIELABEL PRODUCT

Het identificatielabel van het product geeft de volgende gegevens aan (Afb.: 1):

  1. Geluidsniveau
  2. Conformiteitskenteken
  3. Bouwmaand/jaar
  4. Machinetype
  5. Serienummer
  6. Naam en adres van de fabrikant
  7. Artikelcode
  8. Aantal emissies

Schrijf de identificatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag.

BELANGRIJK Gebruik de identificatiegegevens die aangegeven zijn op het identificatielabel van het product bij)ieder contact met de geauthoriseerde werkplaats.

BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de LASTE pagina's van de handleiding.

3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

De machine bestaat hoofdzakelijkukt de volgende hoofdonderdelen (Afb.:1):

A. Motor: geeft de beweging aan de snij-inrichting.
B. Voorste handgreep: handgreep vooraand de kettingzaag. Deze handgreep wordmet de linkerhand vastgenomen.
C. Achterste handgreep: handgreep achteraan de kettingzaag. Deze handgreep wordt met de rechterhand vastgenomen. Hierop bevinden zich de belangrijkste bedieningsknuppen voor de versnelling.
D. Voorste handbeveiling: beveiliging tussen de voorste handgreep en de getande ketting, die het hand beschermt gegen snijwonden indien het hand van de handgreep zou weglijkden. Deze beveiliging worden gebruikt voor het inschakelen van de kettingrem (par. 5.7).
E. Achterste handbeveiliging: beveiliging rechts onderaan de achterste handgreep ter bescherming van het hand ten opzichte van de kettingzaag in geval van breuk of loskomen van het blad.
F. Blad: dit blad ondersteunt en geleidt de getande ketting.
G. Getande ketting: dit is het element dat effectief snijdt, en bestaat uit sleepschakels voorzien vankleine mesjes, "tandjes" genaamd en zijdelingse verbindingen die aaneen gehonden worden door klinknagels. Deze worden in spanning gehonden door een spaninrichting.
H. Pin vergrendeling ketting:
veiligheidsinrichting aan de basis van het geleidend blad dat dient om de ketting op te vangen en ongecontroleerde bewegingen te vermijden indien het zou breken of loskomen uit het blad.
I. Pal: inrichting die zich frontaal ten opzichte van het montagepunt van het blad bevindt en dat als steunpunt dient bij aanraking met een boom of een boomstam.
J. Bescherming van de pal: inrichting die de pal beschermt en die gebruikt moet worden tijdens de verplaatsing, het vervoer of de stalling van de machine. Deze bescherming moet tijdens het werk verwijderd worden.
K. Bladbescherming: bescherming van de kettingzaag op het blad, te gebruiken tijdens de verplaatsing, het vervoer of de stalling van de machine.

4. MONTAGE

BELANGRIJK De in ache t nemen veiligheidsnormen zich beschreiben in hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in ache om geen ernstige risico's of bevaren te lopen.

Om vervoers- en opsgredenen worden sommige onderdelen van machine nicht direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies.

Het uitpakken en de verwollediging van de montage要去en uitgevoerd worden op een vlikke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor de verplaatsing van de machine en de verpakkingen, en steeds met behulp van de geschikte instrumenten. Gebruik de machine Niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.

4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE

De verpakking bevat de onderdelen voor de montage die in de volgende tabel vermeld zijn:

Beschrijving
Geleidend blad met bladbescherming
Getande ketting
Sleutel
Vijl voor het bijslijpen van de ketting
Documentatie

4.1.1 Uitpakken

  1. Open de verpakking voorzichtig, let erop geen onderdelen te verliezen.
  2. Raadpleeg de documentatie in de doos, inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
  3. Haal alle onderdelen die nicht gemonteerd zijn uit de doos.
  4. Haal de machine uit de doos.
  5. Voer de doos en de verpakkingen af volgens deplaatselijke normen.

4.2 MONTAGE VAN HET BLAD EN DE GETANDE KETTING

Draag alkijd sterke werkhandsschoenen om het blad en de ketting te hanteren. Ga bijzonder voorzichtig te werk voor de montage van het blad en de ketting, om de veiligheid en efficiente van de machine Niet in het gedrang te brengen; neem bij twijfels contact op met uw Verkoper.

Voer alle handelingen uit bijuitgeschakelde motor.

Vooraleer de staaf te monteren, moet men zich ervan verzekeren dat de rem van de ketting Niet ingeschakeld is (par. 5.7).

  1. Schroef de moer los (Afb. 3.A) en verwijder de carter van de koppeling (Afb. 3.B), om toegang tot te verkrijgen tot het tandwiel en de huizing van het blad.
  2. Verwijder de plastic afstandhouser (Afb. 3.C.); deze afstandhouser dient enkel voor het vervoer van de verpakte machine en mag Niet meer gezruikt worden
  3. Monteer het blad (Afb. 4.A) door de stiftbout (Afb. 4.B) in de gleuf te steken (Afb. 4.C) en deze maar de achterkant van de machine te duwen.
  4. Kantel de machine om de ketting gemakkelijk rond het wie te konnenplaatsen (Afb. 5).
  5. Monteer de ketting (Afb. 6.A) rond het tandwiel (Afb. 6.B) en langs de geleiders van de staaf (Afb. 6.C), let er goed op de glijdrichting in acht te nemen.

STIGA SP 316 - MONTAGE VAN HET BLAD EN DE GETANDE KETTING - 1

Looprichting ketting

  1. Indien de punt van het blad voorzien is van een tandwiel, moet men ervoor zorgen dat de sleepschakels correct in de holtes van het tandwiel steken (Afb. 7).
  2. Hermonteer de carter (Afb. 8.A), zonder de moer volledig vast te draaien, en let erop de hendel van de koppeling van de kettingrem (Afb. 8.B) correct in+zijn zitting te plaatsen in de voorste handbescherming.
  3. Controleer of de pin van de kettingspanner (Afb. 8.C) van de carter van de koppeling correct in de opening van het blad steekt (Afb. 8.D); indien dit Niet zo is, moet men de schroef van de kettingspanner met een schroevendraaier verdraaien, tot de pin volledig op+zijn plaats zit.
  4. Verstel de schroef van de kettingspanner aan behoren (Afb. 9.A) tot de ketting degelijk is opgespannen.
  5. Houd het blad omhoog en draai de moer van de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 10).

4.2.1 Controle van de kettingspanning

Controleer de spanning van de ketting.

Om te controlleren of de spanning correct is,
mogen de sleepschakels Niet uit hun geleider
komen wanner de ketting halverwege
het blad vastgenomen worden (Afb. 11).

5. BEDIENINGSELEMENTEN

5.1 START/STOPSCHAKELAAR MOTOR

Staat toe de motor te starten en te stoppen (Afb. 13.D).

De motor kan opgestart en in dienst gezet worden.

STIGA SP 316 - START/STOPSCHAKELAAR MOTOR - 1

De motor stopt

Na het stopcommando ingedrukt te hebben, keert de schakelaar automatisch terug maar de startstand "I".

5.2 HENDEL CHOKE (STARTER)

Dit worden gezruikt om de motor koud op te starten. De choke heeft twee posities (Afb. 12.A):

STIGA SP 316 - HENDEL CHOKE (STARTER) - 1

Positie A - De choke isuitgeschakeld (normale Werking en warm starten).

STIGA SP 316 - HENDEL CHOKE (STARTER) - 2

Positie B - De choke is ingeschakeld (voor koud starten).

5.3 TOETS VOORINSPUITING (PRIMER)

STIGA SP 316 - TOETS VOORINSPUITING (PRIMER) - 1

Druk op de rubberen toets van de voorinspuiting om brandstof in de zuigcollector van de carburator te spuiten, en zo het opstarten van de motor te vereenvoudigen (Afb. 13.F).

5.4 HENDEL VERSNELLING

Staat toe de snelheid van de hetting te regelen.

De inschakeling van de versnellingshendel (Afb. 12.B) kan enkel ingeschakeld worden indien tegelijkertijd de blokkeringshendel van de versnelling ingedrukt worden (Afb. 12.C).

De juiste werksnelheid worden verkreten met de bedieningshendel van de versnelling (Afb. 12.B) aan het einde van de loop.

5.5 BLOKKERINGSHENDEL VERSNELLING

De blokkeringshendel van de versnelling (Afb. 12.C) staat toe de versnellingshendel in te schakelen (Afb. 12.B).

5.6 HANDVAT VOOR HANDMATIGE START

Dit staat de handmatige start van de motor toe (Afb. 13.E).

5.7 KETTINGREM

Dit is een veiligheidsrem die de beweging van de ketting onderbreekt in geval van terugslag (kickback)ijdens het werk. Terugslagen vinden plaats na een abnormaal contact van de punt van de staaf, met een krachtige verplaatsing maar boven, die de hand gegen de voorste bescherming doet stoten (Afb. 1.D).

Om de kettingrem uit te schakelen, moet men deze handmatig ontgrendelen.

STIGA SP 316 - KETTINGREM - 1

Kettingrem uitgeschakeld. Dit gebeurt wonneer de voorste handbeveiliging (Afb. 1.D) van de hand volledig awhileit getrokken is, maar de voorste handgreep toe, tot u een klik hoog.

STIGA SP 316 - KETTINGREM - 2

Kettingrem ingeschakeld. Dit gebeurt wanner de voorste handbeveiliging (Afb. 1.D) volledig vooruit geduwd is.

De machine nicht gebruiken indien de kettingrem nicht correct werkt. Neem voor de nodige controles contact op met uw Verkoper.

6. GEBRUK VAN DE MACHINE

BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen zich beschreiben in

hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in ache t om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.

6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN

Alvorens te beginnen met werken dienen er enkele controles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te zich dat het werk op de meest nuttige en veilige manier za verlopen.

BELANGRIJK De machine worden geleverd met de reservoirs van het mengsel en van de smeerolie van de ketting leeg.

6.1.1 Brandstof bijvullen

Vul brandstof bij vooraleer de machine te gebruiken. Voor de werkwijzen vooroorbereiding van het mengsel, voor de werkwijzen en voorzorgsmaatregelen voor het bijvullenten van brandstof, zie par. 7.3.

6.1.2 Smeerolie hetting bijvullen

Vul smeerolie voor de ketting bij alvorens de machine te gebruiken. Voor de werkwijzen en voorzorgsmaatregelen voor het bijvulleentn van olie, zie par. 7.4.

6.1.3 Controle van de hettingspanning

Voer alle handelingen uit bijuitgeschakelde motor.

Steeds stevige
werkhandsschoenen dragen.

Controleer de spanning van de ketting.

Om te controlleren of de spanning correct is,
mogen de sleepschakels Niet UIT hun geleider
komen wanner de ketting halverwege
het blad vastgenomen worden (Afb. 11)

Om de spanning van de ketting te regelen:

  1. draai de moer van de carter los met behulp van de meegeleverde sleutel;
  2. verstel de schroef van de kettingspanner aan behoren (Afb. 9.A) tot de ketting degelijk opgespannen is;
  3. houd hierbij het blad omhoog en draai de moer van de carter volledig vast met behulp van de meegeleverde sleutel (Afb. 10).

Werk nicht met een ketting die te los zit, om geen gevaarlijke situatives te creeren wanner de ketting uit de geleiders van het blad komt.

BELANGRIJK Tijdens de eerste gebruiksperiode, moet deze contrôle vaker uitgevoerd worden, wegens de aanpassing van de ketting.

6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES

Voer de volgende veiligheidscontrolesuit en controllerer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen.

Voer steeds de veiligheidscontrolesuit vooraleer de machine te gebruiken.
Voer steeds een dagelijkse controle uit van de machine alvorens.Deze te gebruiken, na een val of na andere stoten om eventuele schade of belangrijke defecten te ontdekken.

6.2.1 Algemene controle

Object Resultaat
Handgrepen en beschermingen (Afb. 1.B, Afb. 1.C, Afb. 1.D)Schoon, droog, zonder sporen van olie en vet, en correct en stevig aan de machine bevestigd.
Schroeven op de machine en op het bladGoed vastgedraaid (niet los)
Geleidend blad (Afb. 1.F)Correct gemonteerd.
Ketting (Afb. 1.G) Scherpp, nicht beschadigd of versleten, correct gemonteerd en opgespannen.
Luchtfilter (Afb. 31.A) Schoon
Kabel bougie Integer omhet ontstaan van vonden te vermiijden.
Dop bougie (Afb. 25.A)Integer en correct op de bougie gemonteerd

6.2.2 Test werking van de machine

Actie Resultaat
De machine opstarten (par. 6.3)De ketting (Afb. 1.G) mag nicht bewegen wanner de motor aan het minimumtoerental draait. Δ Gebruik de machine Niet als de ketting beweegt met de motor op het laagste toerental; neem in dit geval contact op met uw verkoper.
Gelijkijdig de bedieningshendel van de versnelling inschakelen (Afb. 12.B) en de blokkeringshendel van de versnelling los (Afb. 12.C).De beweging van de hendels要去 vrij়, zonder verklemmingen. De ketting beweegt.
Actie Resultaat
De versnellingshendel loslaten (Afb. 12.B) en de blokkeringshendel van de versnelling los (Afb. 12.C) loslatenDe hendels要去en automatisch en snel waar maar de neutrale stand keren, de motor要去en aan het minimumtoerental gaan draaien en de ketting要去 stoppen.
Schakel de bedieningshendel van de versnelling in (Afb. 12.B) (zonder de blokkeringshendel in te duwen Afb. 12.C)De versnellingshendel blijft geblokkeerd.
Schakel de schakelaar voor start/stop van de motor aan (Afb. 13.D)De schakelaar要去 gemakkelijk van de ene maar de andere positie gaan en wonneer hij losgelaten worden,要去 hij automatisch terug�aard de startpositie gaan.
CONTROL VAN DE KETTINGREM1. De machine opstarten (par. 6.3):2. De handgrepen stevig met beiden handen vastnemen.3. De versnelling inschakenom de ketting in beweging te houden, de voorste handbeveiliging vooruit duwen, met de rug van de linkerhand (par. 5.7).3. De ketting要去 onmiddelijk stilvallen.Na het stilvallen van de ketting, onmiddelijk de versnellinghendel loslaten en de kettingremuitschakenen (par. 5.7).

Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de volgende tabel, mag de machine Niet gebruikt worden! Breng de machine aan een Dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.

6.3 STARTEN

BELANGRIJK Er is een etiket
aangebracht op de machine (Afb. 2) dat de hoofdfasen voor het opstarten samenvat.
Dit etiket dient als snelle gids, en verwangent de hierna beschreiben procedures Niet.

Alvorens de machine op te starten:

  1. Verwijder de bladbescherming (Afb. 1.H) en de bescherming van de pal (Afb. 1.J) (indien gebruikt);
  2. Verzeker u ervan dat het blad en de ketting Niet in aanraking komen met de grond of andere voorwerpen.
  3. Verzeker u ervan dat de kettingrem ingeschakeld is (par. 5.7).

BELANGRIJK Om te voorkomen dat de startkabel breekt, worden er Niet over de gehele lengte aan getrokken. Laat het touw nicht langs de rand van de opening van de kabelgeleider schuren en LAST handgreep geleidelijk aan los, om te voorkomen dat de kabel op ongecontroleerde wijze waar binnen schiet.

BELANGRIJK Wikkel de

startkabel nooit rond uw hand.

Start de kettingzaag nooit door ze te soften vallen en ze aan de startkabel vast te houden. Deze werkwijze is uiterst gevaarlijk, aangezien men zo volledig de controle van de machine en van de ketting verliest.

OPMERKING De schakelaar bevindt

zich steeds in startpositie (par. 5.1).

6.3.1 Start met koude motor

Met start bij koude motor worden bedoeld een start na minstens 5 minutes dat de motor uitgeschakeld is of na het bijvullen van brandstof.

  1. Verzeker u ervan dat de kettingrem ingeschakeld is (par. 5.7).
  2. Schakel de choke in, door de hendel\ haar stand «B» te brengen (Afb. 12.A)\ tegelijkertijd ingedrukt worden.
  3. Druk zes maal op de toets voor de Voorinspuiting (Afb. 13.F) om de carburator gemakkelijker in te schakelen.
  4. Plaats de machine op een stabiele positie op het terrein; houd ze stevig gegen de grond, met een hand op de voorste handgreep en een voet in dechterste handgreep, omijdens de start nicht de contrôle te verliezen over de machine (Afb. 14).

Indien machine nicht stevig
vastgehonden worden, kan de gebruiker door de duwkracht van de motor het evenwicht verliezen of zou het blad gegen een hindernis of de gebruiker zich gericht konnen worden.

  1. Trek de handgreep voor het opstarten langzaam 10-15 cm aan tot u een zekere waterrstand gewaarwordt. Trek er dan nog 4 keer aan tot de machine in gang schiet. In deze fase start de motor Niet.
  1. Schakel de choke uit (Afb. 12.A), door de hendel maar stand «A», te brengen.
  2. Trek opnieuw aan de handgreep voor het opstarten tot de motor normal in gang komt.
  3. Zodra de motor opgestart is, schakelt men de versnellingshendel (Afb. 12.B) en de blokkeringshendel (Afb. 12.C) van de versnelling kort tegelijkertijd in, om de inrichting voor voor-versnelling UIT te schakelen. Laat de motor gedurende 10-15 seconden aan het minimumtoerental draaien.
  4. Schakel de hettingremuit (par. 5.7).

BELANGRIJK Vermijd de motor aan een hoog toerental te latent draaien met de rem van de ketting ingeschakeld; dit kan een oververhitting en beschadiging van de koppeling verooorzaken.
10. Laat de motor minstens 1 minuut op het minimumtoerental draaien vooraleer de machine te gebruiken.
BELANGRIJK Indien de handgreep van de startkabel herhaaldelijk bediend worden met de choke ingeschakeld, kan de motor vastlopen en de start bemoeilijk worden. In geval van flooding van de motor (zie par. 15.5).

6.3.2 Start bij warme motor

Voor de start bij warme motor (onmiddelijk na het stoppen van de motor):

  1. Verzeker u ervan dat de kettingrem ingeschakeld is (par. 5.7).
  2. Druk 6 maal op de toets voor de Voorinspuiting (Afb. 13.F) om de carburator gemakkelijk in te schaken.
  3. Schakel de starter in (positie «B» - par. 5.2) en onmiddelijk waaruit (positie «A» - par. 5.2); zo worden de inrichting voor voor-versnelling ingeschakeld.
  4. Volg de punten 4-7-8-9 van de vorige werkwijze (par. 6.3.1).

6.4 HET WERKEN

Wanneer u voor de eerste keer een boom wilt vellen of takken wilt afzagen, moet u eerst:

  • een specifieke oppleiding gezolgd hebben over het gebruik van dit type van gereedschap;
  • de veiligheidsvoorschriften en gebruiksaanwijzingen bevat in deze handledieing zorgvuldig gelezen hebben;
  • oefenen op houtblokken op de grond of bevestigd op een steun, om voldoende vertrouwd te raken met de machine en de meest geschikte snijtechnieken.

Doe als volgt om met de machine te werken:

  • Schakel steeds de kettingrem uit alvorens de versnelling in te schakelen.
  • De machine要去 altijd stevig vastgehouden worden met beiden handen, met de linkerhand op het voorste handgreep en de rechterhand op de achefterste, onafhankelijk van het feit of de bediener eventueel linkshandig is.

6.4.1 Controles uit te voeren tijdens het werken

6.4.1.a Controle van de kettingspanning

Tijdens het werk ondergaat de ketting een progressieve verlenging. De spanning moet dus regelmatin gecontroleerd worden (par. 6.1.3).

6.4.1.b Controle van de oliestroom

BELANGRIJK De machine nicht gebruiken zonder smering! Het oliereservoir kan bijna volledig leeg+zijn telkens wanner de brandstof oprakt. Zorg ervoor dat het oliereservoir aangevuld worden telkens wanner brandstof bijgevuld worden (par.7.4).

Zorg ervoor dat het blad en de ketting goed op hunplaats zitten wanneer de olietoevoer gecontroleerd worden.

Schakel de motor in (par. 6.3), houd het toerental Niet te hoog en controllerer of de olie van de ketting verspreid worden zoals aangegeven op de afbeelding (Afb. 15).

6.5 WERKTECHNIEKEN

6.5.1 Een boom snoeien

Zorg ervoor dat de zone waar in de takken zullen vallen vrij is.

  1. Ga aan de zichde gegenover de af te zagen tak staan.
  2. Begin met de laagste takken en werk zo maar de hogere takken toe.
  3. Zaag van bovenaar beneden, om te voorkomen dat het blad vastraakt(Afb. 16).

6.5.2 Een boom vellen

Als twee ofmeer personen tegelijk aan het vellen en doorzagen zich, dan要去 deze werkzaamheden op verschillendeplaatsen gebeuren, op een afstand van minstens 2,5 maal de hoogte van te vellen boom. Vel geen bomen indien dit gezaren kan verroorzaken brengen voor mensen, indien deBoom in aanraking kan komen met een elektriciteitsleiding of eender welke andere materiele schade kan verroorzaken. Als deBoom met een elektriciteitsleiding in aanraking mocht komen moet u meteen contact opnemen met het elektriciteitsbedrijf.

Voor een boom te vellen, moet men:

  • rekening houden met de natuurlijke valrichting van de boom, met de kant waar de takken het grootstijken en met de windrichting om te kunnen beoordelen hoe de boom gaat vallen.
  • vuil, stenen, stukken schors, spijkers, nieden en draden van deBoom verwijderen.
  • de zone rond de boom vrijmakers en zorgen voor een goede staanplaats voor de voeten.
  • gespaste vluchtwegen voorzien, vrij van hindernissen; de vluchtwegen要去 zich op ongeveer 45^ in de richting gegenover de valrichting van deBoom bevinden (Afb. 17) en een snelle vlucht van de bediener möglichk makeen maar een veilige plaats, op ongeveer 2,5 maal de hoogte van de boom.
  • Blijf aan de bovenkant van het terrein waarop de boom waarschijnlijk za rollen of vallen na het vellen.

Valkerf onderaan de boom

  1. Sta rechts naast de boom,
    achter de kettingzaag.
  2. Maak een inkeping met een diepte van 1/3 van de stam diameter, haaks op de valrichting (Afb. 18.A).

- Achterste velsnede

  1. Maak dechterste velsnede op een positie van minstens 5cm boven de horizontale velsnede (Afb. 18.B).
  2. Maak de achechterste velsnede zodanig dat er voldoende hout overblijft dat als scharnier dient (Afb. 18.C) Het hout van de scharnier belemmert het draaien van de boom en zorgtervoordat de

boom nicht in de verkeerde richting valt.
Maak geen sden in de scharnier.

  1. Zonder het blad te verwijderen, worden de bredte van de scharnier geleidelijk aan kleiner gemaakt, tot deBoom omvalt.
  2. Als er gevaar bestaat dat de boom nicht in de gewenste richting valt of dat hij achefterover zou kuren hellen en zo de zaagketting zou kuren verbuigen, stop dan met zagen zonder de achechterste velsnede af te make n en gebruik houten, kunststof of aluminium wiggen (Afb. 18.D) om de snede te openen. Laat de boom langs de gewenste vallijn vallen door met een knuppel op de wiggen te kloppen.
  3. Haal de machine uit de snede zodia de boom begint te vallen, zet de machine stil (par. 6.6),plaats ze op de grond en neem de voorziene vluchtweg. Pas op vallende takken en let op waar u loopt.

6.5.3 Takken van eenBoom snoeien

Snoeien betekent de takken van een gevelde boom afzagen.

Let op de steunpunter van de tak op de grond, op de mogelijkheid dat die in spanning staat, op de richting die de tak kan aannemenijdens het zagen en op de mogelijkke instabilititeit van de boom na het afzagen van de tak.

Als er takken gesnoeid worden要去en de grotere, onderste takken Niet afgezaagd worden om de stam te steunen. Verwijder dekleine takken met een enkele klop (Afb. 19.A) tegelijkkertijd ingedrukt worden. U kunt het Beste de onder spanning staande takken vanaf de onderkant afzagen om te voorkomen dat de kettingzaag doorbuigt (Afb. 19.B) tegelijkkertijd ingedrukt worden.

6.5.4 Doorzagen van een boomstam

Met doorzagen wordt het dwars in stukken zagen van boomstammen bedoeld.

Het is belangrijk stevig op de grond te staan met uw gewicht gelijkmatig over beiden benen verdelijk. Indien möglichk, kurz u het Beste de boomstam omhoog zieten met behulp van takken, andere boomstammen of houtblokken.

Het doorzagen van een stam wordt vergemakkelijk door het gebruik van de pal (Afb. 1.l):

  1. steek de pal in de stam, voer een hefboomkracht uit op de pal en

laat de machine een boogvormige beweging makez odat het blad in het hout kan dringen (Afb. 20);

  1. herhaal de handeling meerere keren indien nodig, door het steunpunt van de pal te verplaatsen.

- Boomstam op de grond

Als de boomstam over+zijn hele lenghte op de grond rust, dan要去 hij van bovenaf doorgezaagd (bovenste zaagsnede) worden (Afb.21.A).

  • Zaag tot ongeveer halverwege de diameter, rol de stam en kaak het werk af aan de tegenoverliggende zichde.

Op een enkel uiteinde steunende boomstam

Wanner de boomstam op een enkel uiteinde steunt

  1. dient men 1/3 van de doorsnede van de onderste kant (onderste zaagsnede) door te zagen (Afb. 22.A);

  2. daarna moet u van bovenaar onder zagenaar de eerste zaagsnede toe (Afb. 22.B) tegelijkertijd ingedrukt worden.

Op beiden uiteinden steunende boomstam Wanner de boomstam op\ beide uiteinden steunt:

  1. dient men 1/3 van de doorsnede van boven af door te zagen (bovenste zaagsnede) (Afb. 23.A);
  2. dan moet u de LASTe snedeuitvoeren, door 2/3 van de boomstam van onderaf doorzagen aan de eerste zaagsnede toe (Afb. 23.B) tegelijkertijd ingedrukt worden.

- Hellende boomstam

Als er een boomstam op een helling doorgezaagd wordt, moet u.altijd boven de boomstam staan,Afb.24).

Om de contrôle over de zaag Niet te verliezen als de boomstam bijna helemaal doorgezaagd is, moet u de druk op de zaagsnede verminderen zonder de grip op de handgrepen van de machine te verminderen. De machine mag de grond nicht raken.

6.6 SUGGESTIES VOOR HET GEBRUIK

OPMERKING Gedurende de eerste 6-8 werkuren van de machine, worden vermeden de hoogste toerentallen te gebruiken.

BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.6) tijdens verplaatsingen:tussen werkzones.

Leg de machine onmiddelijk stil wanner de ketting zich tijdens het werk blokkeert.

6.7 STOPPEN

  1. De versnellingshendel loslaten (Afb. 12.B) en LAST de motor gedurende enkele seconden aan het minimumtoerental draaien.
  2. Duw de schakelaar (Afb. 13.D) in positie «O».
  3. Wacht tot de ketting stil staat.

Nadat de versnelling in de minimumstand gezet werk, moet enkele seconden gewacht worden vooraleer de ketting tot stilstand komt.

De motor kan onmiddelijk na het uitschakelen zeer warm�n. Niet aanraken. Gevaar op brandwonden.

6.8 NA HET GEBRUIK

-Haal de kap van de bougie (Afb. 25.A).
- Monteer de bladbescherming.
-Laat de machine afkoelen.
Draai de bevestigingsbout van de staaf los om de spanning van de ketting te verminderen.
- Reinig de machine zorgvuldig van stof en afval en verwijder alle sporen van zaagsel of olie van de ketting (par. 7.5, par. 7.6).
- Controller of er geen onderdelen los of beschadigd zich. Vervang, indien nodig, de beschadigde delen en draai losgekomen schroeven en bouteen aan.

BELANGRIJK Stop de machine (par. 6.6), haal de kap van de bougie (Afb. 25.A) en monteer de bladbescherming elke keer wanner de machine onbewaatk gelaten wordt of wanner ze Niet gebruikt worden.

7. GEWOON ONDERHOUD

7.1 ALGEMEEN

BELANGRIJK De in ache t neemen
veiligheidsnormen zichn beschreiben in
hfdst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in ache
om geen ernstige risico's of bevaren te lopen.

Vooraleer eender welke controle, reiniging of ingreep voor onderhoud/ afstelling op de machine uit te voeren:

  • Breng de machine;
    Wacht tot de ketting volledig stilstaat;
  • Breng de bladbescherming aan, tenzij aan het blad zich gewerkt moet worden;
    Haal de kap van de bougie (Afb. 25.A);
    Wacht tot de motor voldoende afgekoeld is.
  • lees de desbetreffende instructies;
  • Draag geschikte kledij, werkhandsschoenen en een beschemende bril;

  • De frequentlys en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud" (zie hfdstk. 12). Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditiete latenten behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en deijdnen waarop ze uitgevoerd要去en worden. Voer de desbetreffende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum.

  • Het gebruik van Niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werkung en deeiligkeit van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letselsveroorzaakt door die producten.
  • De originele wisselstukken worden geleverd door de geauthoriseerde Dienstcentra en wederverkopers.
  • Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De beschadigde onderdelen要去en vernieuwd en nicht gerepareerd worden.

BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die Niet in deze handleiding beschreiben,zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.

7.2 BEREIDING VAN HET MENGSEL

Deze machine is uitgerust met een tweetaktmotor waarvoor een(OPsengsel van benzine en smeerolie gebruikt moet worden.

BELANGRIJK Het gebruik van alleen benzine beschadigd de motor en doet de garantie verrallen.

BELANGRIJK Gebruik alleen brandstof en smeermiddelen van goede kwaliteit, om de prestaties in stand te houden en borg te staan voor de levensduur van de mechanische componenten.

7.2.1 Eigenschappen van de benzine

Gebruik alleen loodvrije benzine (groen) met een octaangehalte van minstens 90 N.O.

BELANGRIJK Groene benzine zorgt
altijd voor wat afzettingen in hetrecipient
indien het langer dan 2 maanden bewaard
wordt. Gebruik.altijd verse benzine!

7.2.2 Eigenschappen van de olie

Gebruik enkel synthetische olie
van uitstekende kwaliteit, voor
tweetaktmotoren, minimum JASO FC.
Bij uw Verkoper zich liën beschikbaar
die speciaal bestudeerd werden voor dit
type van motor en in staat zijn om voor
een hoge bescherming te zorgen.
Het gebruik van deze oliën leidt tot een mengsel bij 2% , d.w.z. 1 deel olie voor 50 delen benzine.

7.2.3 Bereiding en bevaring van het mengsel

De tabel geeft de hoeveelheden benzine en olie wee der gebruikt要去en worden voor de bereiding van het mengsel.

Benzine Synthettische olle voor tweetaktmotoren
liter liter
1 0,025
2 0,050
3 0,075
5 0,125
10 0,250

Voor de bereiding van het(AP)

  1. Doe ongeveer de helft van de benzine in een geschikte tank.
  2. Voeg er alle olie aan toe.
  3. Voeg de rest van de benzine toe.
  4. Sluit de dop en schud krachtig.

BELANGRIJK Het mensel is onderhevig aan veroudering. Bereid Niet te veel mensel, om afzettingen te voorkomen.

BELANGRIJK Zorg ervoor dat de recipiennent van de benzine en het mengsel goed van elkaar anderschieren worden, om geen vergissing te begaan op het moment van het gebruik.

BELANGRIJK Reinig de recipiennent van de benzine en het(AP)ngel periodiek, om eventuele afzettingen te verwijderen.

7.3 BIJVULLEN VAN BRANDSTOF

Brandstof moet bijgevuld worden bij stilstaande machine en met de dop van de bougie losgemaakt.

Vooraleer bij te vullen:

  1. Schud de tank van het(AP)krechtig.
  2. Plaats de machine vlak en stabel, met de vuldop van het reservoir van het(AP)n aan boven.

OPMERKING Nabij de dop van het reservoir van het(APsel Afb.26.A) vindt men het volgende symbool:

STIGA SP 316 - Brandstof moet bijgevuld worden bij stilstaande machine en met de dop van de bougie losgemaakt. - 1

Mengreservoir

  1. Maak de dop van het reservoir en de zone rond de dop schoon om te voorkomen datijdens het bijvullen onzuiverheden terechtkomen in het mengsel.
  2. Open de dop van het reservoir voorzichtig om de druk geleidelijk aan af te lien.
  3. Vul bij gebruik makend van een trechter en vul het reservoir Niet tot aan de rand.

7.4 BIJVULLEN OLIERESERVOIR KETTING

OPMERKING Nabij de dop van het reservoir van de kettingolie (Afb. 26.B) vindt men het volgende symbool:

STIGA SP 316 - BIJVULLEN OLIERESERVOIR KETTING - 1

Olierereservoir ketting

BELANGRIJK Gebruik alleen olie die specifiek bestemd is voor kettingzagen of hechtolie voor kettingzagen. Gebruik geen olie die onzuiverheden bevat, om de filter van het reservoir Niet te verstoppen en de oliepomp Niet onherroepelijk te beschaden.

Het gebruik van een olie van goede kwaliteit is van fondamenteel belang voor een efficiente smering van de snij-inrichtingen; een vuile olie of olie van slechte kwaliteit zal de smering

in het gedrang brengen en de levensduur van de ketting en het blad verkorten.

Vul het oliereservoir steeds volledig (met behulp van een trechter) telkens wanner brandstof bijgevuld worden; aangezien de inhoud van het oliereservoir dusdanig berekend is dat de brandstof erder dan de olie opgebruikt worden, wordt voorkomen dat de machine zonder smeermiddel kan werken.

7.5 REINIGING VAN DE MACHINE EN VAN DE MOTOR

Na het werkken, worden de machine zorgvuldig vrijgemaakt van stof en vuil.

  • Om het risico op brand tot een minimum te herleiden: - houd de machine, en in het bijzonder de motor en de zone van de geluidsdemper vrij van resten van zaagsel, takken, bladeren of teveel vet; - reinig de vleugeltjes van de cilinder regelmatig met perslucht.
  • Om oververhitting en schade aan de motor te vermijden: -要去en de zuigroosters van de koellucht (Afb. 27) steeds schoon en vrij van zaagsel en afval gehonden worden.
  • Houd het deksel van de koppeling vrij van zaagsel en vuil (Afb. 28), haal regelmatig de carters van de ketting (par. 4.2) en hermonteer ze correct na het onderhoud. Ongeveer elke 30 uren要去 het intern lager gesmeerd worden bij uw Verkoper.

7.6 REINIGING VAN DE KETTING

Verwijder, na ieder gebruik, alle sporen van zaagsel of olieresten van de ketting.

Indien de ketting erg bevuild is of indien er veel hars op aanwezig is, dient men de ketting te demonteren en deze gedurende enkele uren in een houder te leggen met een bijzonder reinigingsmiddel. Spoel hem cervolgens af in schoon water en behandel hem met een geschikte anticorrosie-spray, Vooraleer hem weeer op de machine te monteren.

7.7 PINVERGRENDELING KETTING

Controleer de condities van de vergrendelpin van de ketting voor ieder gebruik (Afb. 1.H) en herstel de pin indien deze beschadigd is.

7.8 SMEERGATEN VAN DE MACHINE EN HET BLAD

Verwijder, voor ieder dagelijks gebruik, de carter van de koppeling (par. 4.2), demonteer het blad en controller of smeergaten van de machine (Afb. 29.A) en het blad (Afb. 29.B) Niet verstopt zichn.

  • Controller, voor ieder gebruik, of alle schroeven en moeren goed vastgeschroefd zich om er zeker van te zich dat alle machines in veilige gebruiksconditiones zich.
  • Controller voor ieder gebruik of de handgrepen stevig bevestigd+zijn.

8. BUITENGEWOON ONDERHOUD

8.1 REINIGING VAN DE LUCHTFILTER

BELANGRIJK Het is essentieel dat de luchtfilter gereinigd worden, voor de goede werkeng en de levensduur van de machine. Werk nooit zonder filter of met een beschadigde filter, om geen onherroepelijke schade toe te brengen aan de motor. Het filtrelement moet steeds verrangen worden wanner het te vuil of beschadigd is.

De reiniging worden UITgevoerd elke 8-10 werkuren.

Om de filter te reinigen:

  1. Draai de knop los (Afb. 30.A) en verwijder het deksel (Afb. 30.B).
  2. Scheid het bovenste deel van de filter (Afb. 31.A) van het onderste (Afb. 31.B) met behulp van een schroevendraier.
  3. Klop zachtjes met het bovenste deel om het vuil te verwijderen en reinig het met een zicht penseel.
  4. Indien het volledig verstopt is, moet men het reinigen met schone brandstof. Indien er perslucht gebruikt worden, moet men de straal van binnen maar buitenrichten(Afb. 32).
  5. Hermonteer het filtrelement door erop te duwen totdat u een klik hoort.
  6. Hermonteer het deksel.
  7. Draai het knopje wee vast.

8.2 METALEN BAND VAN DE KETTINGREM

Controleer maandelijks, bij uw Wederverkoper, de integritieit van de metalen band (Afb.

33.A) die de klok van de frictie omwikkelt.

De band moet verrangen worden wanneer hij versleten of cervormd is.

8.3 TANDWIEL KETTING

Controleer, bij uw Verkoper, regelmatig de staat van het kettingwiel (Afb. 6.B) en verrang het wanner de slijtage Niet meer aanvaardhaar is.

Monteer geen neue ketting op een versleten wie en omgekeerd.

8.4 CONTROLE VAN DE BOUGIE

De bougie bevindt zich onderaan de machine (Afb. 34).

Periodiek worden de bougie gedemonteerd en gereinigd, door eventuele restjes te verwijdersen met een metalen borsteltje (Afb.

35.A) tegelijkkertijd ingedrukt worden.

Controleer en herstel de correcte afstand tussen de elektrodes (Afb. 35.B) tegelijkkertijd ingedrukt worden.

Hermonteer de bougie en draai hem stevig vast met de bijgueverde sleutel.

De bougie要去 ingeval van doorgebrande elektroden of een beschadigde isolatie, en ieder geval elke 100 werkuren, verrangen worden door een bougie met analoge karakteristieken.

8.5 STARTKABEL

De startkabel要去 door uw Verkoper verrangen worden bij de eerste tekenen van slijtage.

8.6 ONDERHOUD VAN DE GETANDE KETTING

Omd redenen van veiligheid en officiencie, is het heel belangrijk dat de snij-inrichtingen goed scherp zich.

De ketting moet bijgeslepen worden wanner:

-Het zaagsel te veel op stof gelijkt.
- Ermeerkrachtnodigismontezagen.
- De snede nicht rechtlijnig is.
- Er meer trillingen zijn.
- Er wordenmeer brandstof verbruikt.

Als de ketting nicht scherp genoeg is, neemt het risico op segenslag (kickback) toe.

BELANGRIJK Het is raadzaam het slijpen aan een gespecialiseerd centrum toe te vertrouwen, waar dit uitgevoerd kan worden met speciale apparatuur die zorgt voor een minimale verwijdering van materiaal en een constanteSlijping van alle snijdende elementen.

8.6.1 Ketting bijslijpen

De ketting worden aangescherpt met behulp van daartoe bestemde vijlen met ronde doorsnede en een diameter die specifiek is voor elk type van ketting (zie "Tabel Onderhoud Ketting" hfdstk. 14). Het aanscherpen vergt een goede handigheid en ervaring, om de snijdende elementen Niet te beschaden.

Om de ketting te slijpen:

  1. Stop de machine (par. 6.6).
  2. Schakel de kettingremuit (par. 5.7).
  3. Blokker het blad stevig met de ketting gemonteerd (Afb. 36.A), en verzeker uervaan dat de ketting vrij kan glijden.
  4. Span de ketting indien die te los zit (par. 6.1.3).
  5. Plaats de vijl in de holte van de tand, met een constante inclinatie ten opzichte van het profiel van het mes (Afb. 36.B) tegelijkkertijd ingedrukt worden. Het gebruik van een slijpplaat vergemakkelijk de beweging van de vijl (Afb. 36.C).
  6. Voer slechts enkele passages met de vijl uit en uitsluitend vooruit. Herhaal de handeling op alle snijdende elementen, metdezelfde richting (aar rechts ofaar links).
  7. Keer de positie van het blad om in de klem en herhaal de handeling op de overige elementen.
  8. Controller of de beperkingstand (Afb. 36.D) overeenstem met de niveaus aangegeven in de "Tabel Onderhoud Ketting" (Hfdstk. 14) en vrij het eventueel overbodige deel weg met een vlakke lijm, en rond het profiel af.
  9. Na het vijlen worden alle vijlsporen en het vrijstof verwijderd. Smeer de ketting in een oliebad.

8.6.2 Vervanging van de getande hetting

De ketting worden verrangen wanner:

  • de lenghte van het snijdend element 5
    mm of minder bedraagt (Afb. 36.E);
  • de spelimg van de schakels op de

klinknagels te groot geworden is.

  • de snijnselheid traag is en herhaald aanscherpen de snijnselheid nicht verbeteren. De ketting versleten is.

BELANGRIJK Na de verwang ing van de ketting, moet men de spanning ervan vaker controeren, omwille van de aanpassing van de ketting.

8.7 ONDERHOUD VAN HET BLAD

Alle handelingen die betrekking hebben op het blad vergen een specifieke vaardigheid, naast het gebruik van speciala gereedschap om deze handelingen volgens de regels van de kunst uit te voeren;uit veiligheidsoverwegingen, neemt u altid het best contact op met uw Verkoper.

Om een asymmetrische slijtage van het blad te voorkomen, moet.Deze regelmatig omgedraaid worden.

Om de efficicntie van het blad in stand te honden, is het noodzakelijk:

  1. de lagers van de overbrenging (indien aanwezig) te smeren met een daartoe bestemde (niet meegeleverde) spuit.
  2. de inkeping van het blad te reinigen met een schraapstaal (niet meegeleverd) (Afb. 37.A);
  3. de smeergaten te reinigen (Afb. 37.B);
  4. met een platte vijl (niet meegeverd) de braam van de zijkanten te verwijderen en eventuele niveauverschillen:tussen de geleiders te compenseren.

8.7.1 Vervanging van het blad

Het blad worden verrangen wanner: -de diepte van de inkeping kleiner blijdt dan de hoogte van de sleepschakels (die nooit de bodemogen raken); -de binnenwand van de geleider zodanig versleten is dat de ketting lateraalGaat overhellen.

8.8 REGELING VAN HET MINIMUMTOERENTAL

Als de snij-inrichting beweegt met de motor op zich minimumtoerental, neem dan contact op met uw verkoper om de motor goed af te stellen (par. 8.11).

8.9 REGELING VAN DE CARBURATOR

De carburator werd in de fabriek geregeld met het oog op de Beste prestaties in alle omstandigheden, met een minimale

uitstoot van schadelijke gassen, overeenkomstig de geldende normen.

In geval van schaarse prestaties, wendl u zich tot de Verkoper voor een controle van de brandstoffevoer en de motor.

Regelingen van de carburator

T = regeling van het minimumtoerental L = regeling mengeling lage slelheid H = regeling mengeling hoge slelheid

9. STALLING

BELANGRIJK De veiligheidsnormen die tijdens de berging in acht genomen要去en worden, zich beschreiben in par. 2.4. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of bevaren te lopen.

Indien de machine langer dan 2-3 maanden opgeborgen要去blijven, moeten een aantal voorzorgsmaatregelen getroffen worden om problemen te vermijden bij het hervatten van het werk of om permanente schade aan de motor te voorkomen.

Alvorens de machine op te bergen:

  1. Draai de moer van de carter van de koppeling los, demonteer de carter en verwijder de ketting en het blad.
  2. Ledig het oliereservoir, vul met ongeveer 100-120 cc specifiek reinigingsvloeiestof en herplaats de dop.
  3. Hermonteer de carter (Afb. 8.A), zonder de moer volledig vast te draaien, en let erop de hendel van de koppeling van de kettingrem (Afb. 8.B) correct in zich zitting teplaatsen in de voorste handbescherming (die volledig anschteruit getrokken is).
  4. Start de machine en houd de motor in versnelling tot het reinigingsmiddel op is.
  5. Zet de motor op de laagste snelheid om alle brandstof die in het reservoir en in de carburator gebleven is, op te gebruiken.
  6. Laat de motor afkoelen.
  7. Verwijder de bougie.
  8. Giet in de opening van de bougie een lepel (verse) olie voor tweetaktmotoren.
  9. Trek verschillende keren aan de handgreep voor opstarten om de olie goed te verdelen in de cilinder.
  10. Hermonteer de bougie met de zuiger aan het bovenste dood punt (zichtbaar vanuit het gat van de bougie wanner de zuiger aan de eindaanslag gekomen is).
  11. Reinig de machine zorgvuldig.

  12. Controller of de machine geen schade vertoont. Contacteer, indien nodig, het geauthoriseerde Dienstcentrum.

  13. Berg de machine op:

-in een droge ruimte
-beschermd gegen slechte weersomstandigheden
met de bladbescherming correct gemonteerd
- buiten bereik van kinderen.
- na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of werktuigen die voor het onderhoud gezruikt werden, verwijderd te hebben.

Wanner de machine weer in.
werking gezet wordt:

  1. Verwijder de bougie.
  2. Trek enkele keren aan de handgreep voor opstarten om de overtollige olie te verwijderen.
  3. Controller de bougie (par. 8.5).
  4. Bereid de machine voor (par 4.2, hfdstk. 6).

10. HANTERING EN TRANSPORT

Wanner men de machine hanteert of verplaatst, moet men:

  • Stop de machine (par. 6.6).
    Wacht tot de ketting stil staat.
    -Haal de kap van de bougie (Afb. 25.A).
  • Monteer de bladbescherming.
  • De machine alleen vast te nemen aan de handgrepen en het blad in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden;

Wanner men de machine met een wagon vervoert, moet men:

  • de machine zoplaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt
  • ze stevig aan het vervoersmiddel bevestigen met koorden of kettingen om te vermijden dat ze Kantelt en zo eventueel beschadigd kan worden of dat er brandstof zou+kennen lekken.

11. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN

Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kuren gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kuren verrachten, die de gebruiker zich kan uitvoeren. Alle afstelingen en onderhoudshandelingen die nicht beschreiben zijn in deze handleiding要去en uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis

en uitrustingen om de werkden correctuit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die in Niet geschikte structuren of door onbekwame personen uitgevoerd werden,doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aanspraelijkheid van de Fabrikant verrallen.

Enkel de geauriseerde Dienstcentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
- De geauthoriseerde Dienstcentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden special voor de machines ontwikkeld.
- Niet originele wisselstukken en toebehoren zichniet goedgekeurd, het gebruik van nicht originele wisselstukken en toebehoren leidt tot verval van de garantie.
- Men raadt aan de machine eens per Jaar aan een geautoriseerd Dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.

12. GARANTIEDEKKING

De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker要去 aanachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie verschaft is. De garantie geldt nicht voor schade te wijten aan:

  • Onvoldoende kennis van de vergezellende documentatione.
  • Onoplettendheid.
  • Onjuist of nicht toegestaan gebruik en montage
  • Gebruik van Niet originele wisselstukken.
  • Gebruik van toebehoren dat Niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werk. Deze garantie geldt bovendien Niet voor:
  • De normale slijtage van verbruiksmaterialiaal zoals snij-inrichtingen, veiligheidsbauten.
    Normale slijtage

De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zich eigendan. De rechten van de koper die voorzien zich in de nationale wetten van zich eigendan. op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.

13. TABEL ONDERHOUD

Ingreep Frequentie Paragraf
Eerste\ keerVervolgens om de
MACHINE
Controle van alle bevestigingen- Voor eender welt gebruik 7.9
Veiligheidscontroles / Controle van de commando's- Voor eender welt gebruik 6.2
Controle vergrendelpin ketting- Voor eender welt gebruik 7.7
Controle van de smeergaten van de machine en het blad- Voor eender welt dagelijks gebruik7.8
Algemene reiniging en controle- Aan het einde van ieder gebruik7.5
Reinigung van de ketting- Aan het einde van ieder gebruik7.6
Invetten intern lager klok koppeling- 30 werkkuren 7.5 *
Controle metalen band van de kettingrem- Eenmaal per maand 8.2
Controle tandwie1 ketting- Eenmaal per maand 8.3 *
Onderhoud ketting-- 8.6
Onderhoud blad-- 8.7
MOTOR
Controle/bijvullen brandstof- Voor eender welt gebruik7.3.
Bijvulleniveau olie ketting-Bij iedere bijvulling van brandstof7.4.
Algemene reiniging en controle- Aan het einde van ieder gebruik7.5
Reinigung van de luchtfilter8-10 uren / na ieder seizoen8.1
Reinigung van de bougie-10 uren / na ieder seizoen8.4
Bougie verrangen-100 uren / na ieder seizoen8.4
  • Handling die door uw Verkoper of door een gespecialiseerd Centrum要去 uitgevoerd worden.

14. TABEL ONDERHOUD KETTING

Steek kettingNiveau begrenzertand (a)Diameter vijl (d)
ad
duimmmduimmmduimmm
3/89,60,0250,645/324,0
1/46,40,0250,645/324,0

STIGA SP 316 - TABEL ONDERHOUD KETTING - 1

De tabel geeft de gegevens aan voor het aanscherpen van de

verschillende soorten ketting, zonder dat dit betekent dat men andere

kettingen mag gebruiken dan de gehomologeerde kettingen, die vermeld

zijn in de "Tabel voor de correcte combinatie van blad en ketting".

15. IDENTIFICATIE PROBLEMEN

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
1. De motor start nicht of blijft nicht draaienDe startprocedure is nicht correct. Volg de instructies (par. 6.3)
De bougie is vuil of de afstandussen de elektroden is nicht gespastControler de bougie (par. 8.4).
Verstopte luchtfilter Reinig en/of verlang de filter (par. 8.1).
Brandstofproblemen Contactor het geauthoriserde dienstcentrum.
2. De motor start maar heeft Weinig vermogen.Verstopte luchtfilter Reinig en/of verlang de filter (par. 8.1).
Brandstofproblemen Contactor het geauthoriserde dienstcentrum.
3. De motor werkt onregelmatig of有多么 geen vermogen bij belastingDe bougie is vuil of de afstandussen de elektroden is nicht gespastControler de bougie (par. 8.4).
Problemen aan blad en ketting Controler of de ketting vrij draaait en de geleiders van het blad Niet verrormdijken.
Brandstofproblemen Contactor het geauthoriserde dienstcentrum.
4. De motor maakt teveel rookVerkeerde samenstelling van het(APs.7.2)
Brandstofproblemen Contactor het geauthoriserde dienstcentrum.
5. Flooding motorDe startknop ward meerere malen ingedrukt met de choke ingeschakeld.Controler de bougie (par. 8.5) en trek zachtjes aan de handgreep van de startkabel (Afb. 13.E) om het teveel aan brandstof te verwijderen, droog verzolgens de elektrden van de bougie af en hermonteer ze op de motor.
6. De olie komt nicht vrijSlechte kwaliteit van olie Ledig het reservoir bij koude motor, spoel het reservoir en de pijpleidingen met reinigingsvloeistof en verrang de olie.
Smeeropeningen verstopt Reiniger (cap. 8.1)
7. De ketting beweegt terwijl de motor aan het minimumtoerental draait.Verkeerde afstelling van de carburatieContacteer het geauthoriserde dienstcentrum.
8. De machine begint op abnormale wijze begint te trillenBeschadiging of losgekomen delenSchakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los (Afb. 25.A). Controler eventuale beschadigingen. Controler of er delen losgekomenijken en schroef ze weeer vast. Voer de controles, verrangingen of herstellungen uit bij het geauthoriserd centrum.
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
9. De machine is op een vreemd voorwerp gestoten.Beschadiging of losgekomen delenSchakel de motor uit en koppel de kabel van de bougie los (Afb. 25.A). Controller eventuele beschadigingen. Controller of er delen losgekomen zich en schroef ze wij vast. Voer de controles, verrangingen of herstellungen uit bij een geauthoriseerd centrum.

Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.

16. TOEBEHOREN

De "Tabel voor de correcte combinatie van blad en ketting" bevat de lijst met alle maybele combinaties tussen staaf en ketting, met vermeling van diegene die op elke machine gezruikt hun den worden, aangegeven met het symbol Dezelfde tabel verschaft bovendien de kenmerken van de gezomologeerde kettingen en staven voor iedere machine.
Gebruik voor de wisselstukken enkel de bladen en kettingen die in de tabel zich aangegeven. Het gebruik van Niet goedgekeurde combinaties kan leiden tot ernstige persoonlijke letsels en schade aan de machine.
Daar de gebruiker waar eigen oordeel besluit welke blad en ketting onder de verschillende gebruiksomstandigheden te kiezen, toe te passen en te gebruiken, neemt hij dan ook zich de waaruit voortkomende verantwoordding op zich voor iedere willekeurige schade die daardoor veroorzaakt worden. In geval van twijfel of geringe kennis van de specificiteit van iedere blad of ketting, moet u contact opnemen met uw eigen verkoper of met een gespecialiseerd tuincentrum.

INNHOLD

  1. GENERELT 1
  2. SIKKERHETSBESTEMMELSER 2
  3. BLI KJENT MED MASKINEN 4

Echipamente individuale de protectie (EIP)

Purtati intotdeauna manusi de protectie rezistente.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : STIGA

Model : SP 316

Categorie : Zaag