GML 50 Professional - Radio BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GML 50 Professional BOSCH in PDF-formaat.
| Producttype | Radio-oplader |
| Merk | Bosch |
| Model | GML 50 Professional |
| Voeding | Netstroom 230 V/110 V of Li-Ion accu 14,4–18 V |
| Versterkervermogen (netstroom) | 50 W |
| Gewicht | 11,2 kg |
| Beschermingsklasse | IP54 (stof- en spatwaterdicht) |
| Oplaadtemperatuur | 0 tot 45 °C |
| Bedrijfstemperatuur | 0 tot 45 °C |
| Opslagtemperatuur | -20 tot 50 °C |
| Radiofrequentiebanden | FM (87,5–108 MHz) en AM (531–1602 kHz) |
| Ondersteunde audioformaten | MP3, WMA |
| Acculaadspanning | 14,4–18 V |
| Laadstroom | 0,9 A |
| Laadtijd (accu 1,3 Ah) | Ongeveer 120 min |
| Laadtijd (accu 4,0 Ah) | Ongeveer 400 min |
| Audioaansluitingen | AUX1 (3,5 mm extern), AUX2 (3,5 mm intern), USB, SD/MMC, LINE OUT |
| 12 V-uitgang | Ja (max. 1 A, zekeringbeveiligd) |
| Back-upbatterijen (klok) | 2 × 1,5 V LR06/AA |
| Afstandsbediening | Ja, batterij CR2032, bereik 7 m |
| Equalizer | Voorinstellingen JAZZ, ROCK, POP, CLASSICAL + handmatige instelling van bas/treble |
| Scherm | Scherm met tijd, frequentie, afspeelinformatie |
Veelgestelde vragen - GML 50 Professional BOSCH
Gebruikersvragen over GML 50 Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Radio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GML 50 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GML 50 Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GML 50 Professional BOSCH
Veiligheidsvoorschriften

WAARSCHUWING Lees alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen
door, ook de informatie aan de onderzijde van de radiolader. Als de veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen niet in acht worden genomen, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen voor de toekomst.
Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip 'radiolader' heeft betrekking op radioladers voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer) en op radioladers voor gebruik met een accu (zonder netsnoer).
Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werkomgeving kan tot ongelukken leiden. De aansluitstekker van de radiolader moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met radioladers met veiligheidsaarding. Onveranderde stekkers en passende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok. Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om de radiolader te dragen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende delen van het gereedschap. Beschadigde of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok. Als u buitenshuis met de radiolader werkt, dient u alleen verlengkabels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Als u een verlengkabel gebruikt die geschikt is voor gebruik buitenshuis, beperkt u daardoor het risico van een elektrische schok. Als het gebruik van de radiolader in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico van een elektrische schok. Sluit de radiolader op een volgens de voorschriften geaard stroomnet aan. Het stopcontact en de verlengkabel moeten een goed werkende aardeaansluiting hebben. Wikkel het netsnoer volledig af als u de radiolader met aansluiting op het stroomnet gebruikt. Het netsnoer kan anders warm worden. Zorg ervoor dat de netstekker op elk gewenst moment uit het stopcontact getrokken kan worden. De enige mogelijkheid om de verbinding van de radiolader met het stroomnet te verbreken is de netstekker uit het stopcontact te trekken. Deze radiolader is niet bestemd voor gebruik door kinderen en personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke capaciteiten of gebrekkige ervaring en kennis. Deze radiolader kan door kinderen vanaf 8 jaar evenals door personen met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke capaciteiten of ontbrekende ervaring en kennis gebruikt worden, wanneer zij onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijk persoon of door deze persoon over het veilige gebruik van de radiolader geïnformeerd werden en de hiermee gepaard gaande gevaren begrijpen. Anders bestaat er gevaar voor foute bediening en verwondingen.



sche of geestelijke capaciteiten of ontbrekende ervaring en kennis gebruikt worden, wanneer zij onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijk persoon of door deze persoon over het veilige gebruik van de radiolader geïnformeerd werden en de hiermee gepaard gaande gevaren begrijpen. Anders bestaat er gevaar voor foute bediening en verwondingen.
Houd kinderen in het oog bij gebruik, reiniging en onderhoud. Hierdoor wordt gegarandeerd dat kinderen niet met de radiolader spelen. Laad alleen Bosch Li-Ion-accu's vanaf een capaciteit van 1,3 Ah (vanaf 4 accucellen). De accuspanning moet bij de acculaadspanning van de radiolader passen. Laad geen batterijen die niet oplaadbaar zijn. Anders bestaat er brand- en explosiegevaar.

Laat de radiolader niet in de regen staan en houd deze uit de buurt van vocht. Het binnendringen van water in de radiolader vergroot de kans op een elektrische schok.
Laad alleen Bosch Li-ion-accu's. De accuspanning moet bij de acculaadspanning van de radiolader passen. Anders bestaat er brand- en explosiegevaar. Houd de radiolader schoon. Door vervuiling bestaat er gevaar voor een elektrische schok. Controleer voor elk gebruik radiolader, kabel en stekker. Gebruik de radiolader niet nadat u een defect heeft vastgesteld. Open de radiolader niet zelf en laat deze door gekwalificeerd personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen repareren. Beschadigde radioladers, kabels en stekkers verhogen het risico van een elektrische schok. Gebruik de radiolader niet op een gemakkelijk brandbare ondergrond (zoals papier of textiel) of in een brandbare omgeving. Vanwege de bij het opladen optredende verwarming van de radiolader bestaat brandgevaar. Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties en verbrandingen leiden. Bij beschadiging en onjuist gebruik van de accu kunnen er dampen vrijkomen. Zorg voor frisse lucht en raadpleeg bij klachten een arts. De dampen kunnen de luchtwegen irriteren.
Open de accu niet. Er bestaat gevaar voor kortsluiting. Bescherm de accu tegen hitte, bijvoorbeeld ook tegen voortdurend zonlicht, vuur, water en vocht. Er bestaat explosiegevaar. Voorkom aanraking van de niet-gebruikte accu met paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwerpen die overbrugging van de contacten kan veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben.
Laad accu's alleen op in oplaadapparaten die door de fabrikant worden geadviseerd. Voor een oplaadapparaat dat voor een bepaald type accu geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer het met andere accu's wordt gebruikt. - Gebruik de accu alleen in combinatie met de radiolader en/of een Bosch elektrisch gereedschap. Alleen zo wordt de accu tegen gevaarlijke overbelasting beschermd. Door scherpe voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroevendraaiers of door krachtinwerking van buitenaf kan de accu beschadigd worden. Het kan tot een interne kortsluiting leiden en de accu doen branden, roken, exploderen of oververhitten. Lees de veiligheids- en gebruiksvoorschriften in de gebruiksaanwijzing van de apparaten die u op de radiolader aansluit en neem deze voorschriften strikt in acht.
Product- en vermogensbeschrijving


Lees alle veiligheidswaarschuwingen en alle voorschriften. Als de waarschuwingen en voorschriften niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben.
Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van de radiolader open en laat deze pagina opengevouwen tijdens het lezen van de gebruiksaanwijzing.
Afgebeelde componenten
De afgebeelde componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van de radiolader op de pagina met afbeeldingen.
1 Luidspreker 2 Afstandsbediening 3 Draaggreep 4 Controlelampje wisselstroomaansluiting (niet bij zaaknummer 3601 D29660) 5 Afdekklep wisselstroomaansluiting (niet bij zaaknummer 3601 D29 660) 6 Stopcontact wisselstroomaansluiting (niet bij zaaknummer 3601 D29 660) 7 Toets voor achteruit zoeken < < " op de afstandsbediening 8 Uitgangsopening voor infraroodstraal 9 Toets geluidsvolume hoger
10 Toets voor vooruit zoeken, >> op de afstandsbediening 11 Toets weergave/pauze op de afstandsbediening 12 Toets geluidsvolume lager 13 Aan/uit-toets audiofunctie op de afstandsbediening 14 Toets voor keuze van audiobron „Source" op de afstandsbediening




15 Toets dempen „Mute" 16 Draagsluiting
17 Vergrendeling van batterijvakdeksel (bufferbatterijen) 18 Batterijvakdeksel (bufferbatterijen) 19 Vergrendelingshendel van mediavakdeksel 20 Mediavakdeksel 21 Sprietantenne 22 Oplaadschacht 23 Vergrendelingshendel van mediavakdeksel 24 Accuvakdeksel 25 Accu 26 Toets voor keuze van klankvoorinstelling „Equalizer" 27 Geheugentoets „Memory" 28 Toets voor handmatige klankinstelling „Custom" 29 Toets voor tijdsinstelling „Clock" 30 Draaiknop voor zenderinstelling „Tune" 31 Ontvangstlens voor afstandsbediening 32 Toets weergave in willekeurige volgorde en herhaalde weergave 33 Toets voor vooruit zoeken „Seek +/>>" 34 Toets voor keuze van audiobron „Source" 35 Toets voor achteruit zoeken, |<<-Seek" 36 Toets weergave/pauze 37 Draaiknop voor instelling van geluidsvolume (Volume") en klank (Bass/Treb") 38 Aan/uit-toets audiofunctie 39 Display 40 "AUX 1 IN"-aansluitopening 41 12 V-aansluitopening 42 LINE OUT"-aansluitopening 43 Kap van zekering
44 Zekering 12 V-aansluiting 45 USB-aansluitopening 46 Insteekopening voor SD- en MMC-kaarten 47 AUX2IN-aansluitopening 48 Houder voor externe audiobronnen * Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd. Het volledige toebehoren vindt u in ons toebehoreprogramma.
Indicatie-elementen bij audiofunctie
a Indicatie klankvoorinstelling b Indicatie wijziging niveau hoge tonen c Indicatie wijziging niveau lage tonen d Indicatie geluidsvolume, geheugenplaats radiozenders resp. titelweergave (afhankelijk van de gekozen audiobron) e Indicatie ontvangst opgeslagen zender (bij gebruik van radio) f Indicatie weergave in willekeurige volgorde (bij audiobron SD-/MMC-kaart of USB) g Indicatie herhaalde weergave van alle titels in actuele map (bij audiobron SD-/MMC-kaart of USB) h Indicatie herhaalde weergave van actuele titel (bij audiobron SD-/MMC-kaart of USB) i Indicatie stereo-ontvangst j Indicatie radiofrequentie resp. speelduur van actuele titel (afhankelijk van de gekozen audiobron) k Temperatuurwaarschuwing l Indicatie accu geplaatst m Accuoplaadindicatie n Indicatie audiobron o Tijdindicatie

Technische gegevens
| Radiolader GML 50 | ||
| Productnummer | 3 601 D29 6.. | |
| Bufferbatterijen | 2 x 1,5 V (LR06/AA) | |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | kg 11,2 | |
| Isolatieklasse | €/I | |
| Beschermingsklasse | IP 54 (stof- en spatwaterbescherming) | |
| Toegestane omgevingstemperatuur | ||
| - bij het laden | °C | 0...+45 |
| - bij het gebruik* | °C | 0...+45 |
| - bij opslag | °C | -20...+50 |
| Aanbevolen accu's | GBA 14,4 V .../GBA 18 V ... | |
- beperkt vermogen bij temperaturen <0°C 1) (bij audiobron SD-/MMC-kaart of USB) 2) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht).
Technische gegevens bepaald met meegeleverde accu.


Radiolader GML 50
| Audiofunctie/radio | ||
| Bedrijfsspanning | ||
| - bij gebruik op het stroomnet | V | 230/110 |
| - bij gebruik op batterijen | V | 14,4-18 |
| Nominal vermogen versterker (bij gebruik op het stroomnet) | W | 50 |
| Ontvangsthoek afstandsbediening | ° | 110 |
| Ontvangstbereik | ||
| - FM | MHz | 87,5-108 |
| - MG | kHz | 531-1602 |
| Ondersteunde bestandstypen1) | MP3, WMA | |
| Oplaadapparaat | ||
| Oplaadspanning accu (automatische spanningsherkenning) | V= | 14,4-18 |
| Laadstroom | A | 0,9 |
| Toegestaan oplaadtemperatuurbereik | °C 0-45 | |
| Oplaadtijd bij accucapaciteit, ca. | ||
| - 1, 3 A h | min | 120 |
| - 4, 0 A h | min | 400 |
| Aantal accucellen | 4-10 | |
| Afstandsbediening | ||
| Werkbereik2) | m | 7 |
| Batterij | 1 x 3 V (CR2032) | |
beperkt vermogen bij temperaturen <0°C 1) (bij audiobron SD-/MMC-kaart of USB) 2) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht). Technische gegevens bepaald met meegeleverde accu.
Montage
Energievoorziening radiolader
De energievoorziening van de radiolader kan plaatsvinden via de aansluiting op het stroomnet of via een in de oplaadschacht 22 geplaatste lithiumionaccu. Als de accu voor de energievoorziening dient, staan alleen de audiofunctie en de functie voor de energievoorziening van externe apparaten via de geïntegreerde USB-aansluiting ter beschikking.
Let op de netspanning! De spanning van de stroombron bij aansluiting op het stroomnet moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van de radiolader. Met 230 V aangeduide radioladers kunnen ook met 220 V worden gebruikt.
Accu inzetten of verwijderen (zie afbeelding A)
Opmerking: Het gebruik van voor de radiolader geschikte accu's kan tot storingen of tot beschadiging van de radiolader leiden.
Open de vergrendelingshendel 23 van het accuvak (Charger/Battery Bay) en klap het accuvakdeksel 24 open.
Zet een accu zodanig in de oplaadschacht 22 dat de aansluitingen in de oplaadschacht 22 liggen en laat de accu in de oplaadschacht vastklikken.

Zodra een accu met voldoende spanning is ingezet, verschijnt de accu-indicatie I in het display.

De accu-indicatie I knippert als de accu te zwak wordt.
Als u de accu 25 wilt verwijderen, drukt u op de ontgrendelingsknop van de accu en trekt u de accu uit de oplaadschacht 22.
Klap het accuvakdeksel 24 na het inzetten of verwijderen van een accu dicht. Vergrendel het accuvakdeksel door de vergrendelingshendel 23 in het huis vast te haken en vervolgens omlaag te duwen.
Draag bij het verwijderen van de accu indien nodig werkhandschoenen. De accu kan tijdens het opladen zeer warm worden.
Bufferbatterijen inzetten of vervangen (zie afbeelding A)
Om de tijd op de radiolader te kunnen opslaan, moeten er bufferbatterijen worden ingezet. Daarvoor wordt het gebruik van alkaline-mangaanbatterijen geadviseerd.
Open de vergrendelingshendel 23 van het accuvak (Charger/Battery Bay) en klap het accuvakdeksel 24 open.
Verwijder indien nodig de accu 25.
Als u het batterijvakdeksel 18 wilt openen, drukt u op de vergrendeling 17 en verwijdert u het batterijvakdeksel. Zet de bufferbatterijen in. Let daarbij op de juiste poolaansluitingen, zoals aangegeven op de binnenzijde van het batterijvak.
Breng het deksel 18 van het bufferbatterijvak weer aan.


"REPLACE AA BATTERY WHEN UNIT NO LONGER KEEPS CORRECT TIME": Vervang de bufferbatterijen als de tijd op de radiolader niet meer correct wordt opgeslagen.
Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Gebruik alleen batterijen van dezelfde fabrikant en met dezelfde capaciteit.
Neem de bufferbatterijen uit de radiolader als u deze langdurig niet gebruikt. Als de bufferbatterijen lang worden bewaard, kunnen deze gaan roesten en hun lading verliezen.
Gebruik
Audiofunctie (zie afbeeldingen B en C)
Enkele audiofuncties kunnen ook via de afstandsbediening (zie "Afstandsbediening", pagina 67) worden bestuurd.
In- en uitschakelen audiofunctie
Als u de audiofunctie (radio en externe afspeelapparaten) wilt inschakelen, drukt u op de aan/uit-schakelaar 38. Het display 39 wordt geactiveerd. Weergegeven wordt het geluid van de audiobron die was ingesteld toen de radiolader werd uitgeschakeld.
Als de radiolader in de energiebespaarstand (zie "Energiespaarmodus", pagina 68) staat, drukt u de aan/uit-toets 38 tweemaal in om de audiofunctie in te schakelen.
Als u de audiofunctie wilt uitschakelen, drukt u opnieuw op de aan/uit-toets 38. De actuele instelling van de audiobron wordt opgeslagen.
Als u energie wilt besparen, schakelt u de radiolader alleen in wanneer u deze gebruikt.
Geluidsvolume instellen
Als u het geluidsvolume hoger wilt instellen, draait u de knop "Volume" 37 met de wijzers van de klok mee. Als u het lager wilt instellen, draait u de knop tegen de wijzers van de klok in. De instelling van het geluidsvolume (waarde tussen 0 en 20) verschijnt gedurende enkele seconden in de indicatie d in het display.
Stel het geluidsvolume op een lage waarde in voordat u een radiozender instelt of van zender wisselt. Stel het op een gemiddelde waarde in voordat u een externe audiobron start.
Klank instellen
Voor een optimale geluidsweergave is een equalizer in de radiolader geïntegreerd.
U kunt het niveau van de hoge en lage tonen handmatig wijzigen of klankinstellingen voor verschillende soorten muziek gebruiken. U kunt kiezen uit de voorgeprogrammeerde instellingen "JAZZ", "ROCK", "POP" en "CLASSICAL" en de door uzelf te programmeren instelling "CUSTOM".
Als u een van de opgeslagen klankinstellingen wilt selecteren, drukt u de toets voor het selecteren van de klankinstelling "Equalizer" 26 zo vaak in tot de gewenste instelling in de indicatie a van het display verschijnt.
Wijziging van de instelling "CUSTOM"
Druk de toets voor de handmatige klankinstelling "Custom" 28 eenmaal in. In het display knipperen de indicatie "BAS" c en in de indicatie d de opgeslagen waarde van het niveau van de lage tonen. - Stel het gewenste niveau van de lage tonen in (waarde tussen 0 en 10). Als u het niveau van de lage tonen hoger wilt instellen, draait u de knop "Bass/Treb" 37 met de wijzers van de klok mee. Als u het niveau lager wilt instellen, draait u de knop tegen de wijzers van de klok in. - Als u het ingestelde niveau van de lage tonen wilt opslaan, drukt u de toets voor handmatige klankinstelling "Custom" 28 een tweede keer in. In het display knipperen de indicatie "TRE" b voor de daaropvolgende instelling van het niveau van de hoge tonen en in de indicatie d de opgeslagen waarde van het niveau van de hoge tonen. - Stel het gewenste niveau van de hoge tonen in (waarde tussen 0 en 10). Als u het niveau van de hoge tonen hoger wilt instellen, draait u de knop "Bass/Treb" 37 met de wijzers van de klok mee. Als u het niveau lager wilt instellen, draait u de knop tegen de wijzers van de klok in. - Als u het ingestelde niveau van de hoge tonen wilt opslaan, drukt u de toets voor handmatige klankinstelling "Custom" 28 een derde keer in.
Audiobron selecteren
Als u een audiobron wilt selecteren, drukt u de toets "Source" 34 zo vaak in tot in het display de indicatie n voor de gewenste interne audiobron (zie "Radiozenders instellen en opslaan", pagina 66) resp. externe audiobron (zie "Externe audiobronnen aansluiten", pagina 66) verschijnt:
- "FM": Radio via FM,
- "AM": Radio via middengolf, "AUX 1": externe audiobron (bijv. cd-speler) via de 3,5 mm-aansluitopening 40 aan de buitenzijde, "AUX 2": externe audiobron (bijv. mp3-speler) via de 3,5 mm-aansluitopening 47 in het mediavak, "USB": externe audiobron (bijv. USB-stick) via de USB-aansluitopening 45, "SD": externe audiobron (SD- of MMC-kaart) via de SD-/MMC-insteekopening 46.
Sprietantenne afstellen
De radiolader wordt met gemonteerde sprietantenne 21 geleverd. Draai bij gebruik van de radio de sprietantenne in de richting die de beste ontvangst mogelijk maakt.
Als er geen voldoende ontvangst mogelijk is, dient u de radiolader op een plaats met een betere ontvangst neer te zetten.
Opmerking: Bij het gebruik van de radiolader in de onmiddellijke nabijheid van zendinstallaties of zendapparatuur kan de kwaliteit van de radio-ontvangst achteruitgaan.
Mocht de sprietantenne 21 losraken, dient u deze vlakbij het huis in de richting van de wijzers van de klok vast te draaien.
Radiozenders instellen en opslaan
Druk de toets voor de keuze van de audiobron „Source“ 34 zo vaak in tot in de indicatie „FM“ voor het fm-ontvangstbereik of „AM“ voor het middengolf-ontvangstbereik verschijnt.
Wilt u een bepaalde radiofrequentie instellen, draait u de knop „Tune“ 30 met de wijzers van de klok mee om de frequentie te verhogen of tegen de wijzers van de klok in om de frequentie te verlagen. De frequentie verschijnt tijdens de instelling in de indicatie o en vervolgens in de indicatie j in het display.
Wilt u naar radiozenders met een hoge signaalsterkte zoeken, drukt u op de toets voor omlaag zoeken „- Seek“ 35 of de toets voor omhoog zoeken „Seek +“ 33 en houdt u deze kort ingedrukt. De frequentie van de gevonden radiozender verschijnt kort in de indicatie o en vervolgens in de indicatie j in het display.
Bij voldoende sterke ontvangst van een geschikt signaal schakelt de radiolader automatisch over op stereo-ontvangst. In het display verschijnt de indicatie voor stereo-ontvangst i.
Wilt u een ingestelde zender opslaan, drukt u op de geheugentoets „Memory“ 27. In het display knippert de indicatie „PRESET“ e en in de indicatie d het nummer van de ingestelde geheugenplaats. Als u een geheugenplaats wilt kiezen, drukt u de toets voor omlaag zoeken „- Seek“ 35 of de toets voor omhoog zoeken „Seek +“ 33 zo vaak in tot de gewenste geheugenplaats in de indicatie d verschijnt. Druk de geheugentoets 27 opnieuw in om de ingestelde zender op de gekozen geheugenplaats op te slaan. De indicaties e en d knipperen niet meer.
U kunt 20 fm-zenders en 10 middengolfzenders opslaan. Houd er rekening mee dat een reeds toegewezen geheugenplaats, als deze opnieuw wordt gekozen, met de nieuw ingestelde radiozender wordt overschreven.
Wilt u een opgeslagen zender weergeven, drukt u zo vaak op de toets voor omlaag zoeken „- Seek“ 35 of de toets voor omhoog zoeken „Seek +“ 33 tot de gewenste geheugenplaats in de indicatie d en PRESET in de indicatie e verschijnen.
Externe audiobronnen aansluiten (zie afbeelding C)
Naast het geluid van de geïntegreerde radio kunt u het geluid van verschillende externe audiobronnen weergeven.
AUX IN 1-aansluiting: De AUX IN 1-aansluiting is bijzonder geschikt voor audiobronnen die buiten het mediavak moeten worden ondergebracht (bijv. cd-spelers). Neem het beschermkapje van de „AUX 1 IN“-aansluitopening 40 en steek de 3,5 mm-stekker van de meegeleverde of een andere passende AUX-kabel in de aansluitopening. Sluit de AUX-kabel op een passende audiobron aan.
Breng ter bescherming tegen vervuiling het beschermkapje van de "AUX 1 IN"-aansluitopening 40 weer aan als u de stekker van de AUX-kabel verwijdert.
Voor externe audiobronnen via de volgende aansluitingen opent u de vergrendelingshendel 19 en klapt u het deksel 20 van het mediavak (Digital Media Bay) open.
Insteken van SD- en MMC-kaarten: Steek een SD- of MMC-kaart in de SD-/MMC-insteekopening 46. Het opschrift van de kaart moet in de richting van het zekeringskapje 43 wijzen. U kunt beginnen met de weergave van ge
luid van de kaart zodra in de indicatie d het titelnummer en het totale aantal op de kaart beschikbare titels verschijnen. Als u de kaart wilt verwijderen, drukt u de kaart in. De kaart wordt vervolgens uitgeworpen.
- USB-aansluiting: Steek een USB-stick (of de USB-stekker van een geschikte audiobron) in de USB-aansluitopening 45. U kunt beginnen met de weergave van geluid van de USB-stick zodra in de indicatie het titelnummer en het totale aantal op de stick beschikbare titels verschijnen. Als u de USB-stick wilt verwijderen, trekt u deze uit de USB-aansluitopening. - AUX IN 2-aansluiting: De AUX IN 2-aansluiting is bijzonder geschikt voor audiobronnen die in het mediavak kunnen worden ondergebracht (bijv. mp3-spelers). Steek de 3,5 mm-stekker van de meegeleverde AUX-kabel in de "AUX 2 IN"-aansluitopening 47. Sluit de AUX-kabel op een passende audiobron aan.
Bij passende grootte kunt u de aangesloten externe audiobron met de klittenband van de houder 48 in het mediavak bevestigen.
Ter bescherming tegen beschadiging en vuil dient u, indien mogelijk, het mediavakdeksel 20 te sluiten nadat u de externe audiobron heeft aangesloten.
Als u geluid van de aangesloten audiobron wilt weergeven, drukt u de toets voor de keuze van de audiobron "Source" 34 zo vaak in tot in het display de indicatie voor de gewenste audiobron verschijnt.
Externe audiobronnen besturen
De weergave van geluidsbronnen die via de SD-/MMC-insteekopening 46 of de USB-aansluitopening 45 zijn aangesloten, kunt u via de radiolader besturen. In de indicatie d verschijnen links het nummer van de actueel gekozen titel en rechts het totale aantal aanwezige titels.
Weergave en weergave onderbreken:
- Als u de weergave wilt starten, drukt u op de toets voor weergave/pauze 36. De speelduur van de actuele titel verschijnt in de indicatie j.
- Als u de weergave wilt onderbreken of voort wilt zetten, drukt u opnieuw op de toets voor weergave/pauze 36. De actuele speelduur knippert in de indicatie j.
Titel kiezen:
- Als u een titel wilt kiezen, drukt u de toets voor omlaag zoeken "- Seek" 35 of de toets voor omhoog zoeken "Seek +" 33 zo vaak in tot het nummer van de gewenste titel links in de indicatie d verschijnt.
- Als u de weergave wilt starten, drukt u op de toets voor weergave/pauze 36.
Weergave in willekeurige volgorde en herhaalde weergave:
- Als u alle titels op de kaart of op de USB-stick in willekeurige volgorde wilt weergeven, drukt u de toets voor weergave in willekeurige volgorde en herhaalde weergave 32 eenmaal in. In het display verschijnt de indicatie f.
- Als u alle titels in de actuele map wilt herhalen, drukt u de toets voor weergave in willekeurige volgorde en herhaalde weergave 32 een tweede keer in. In het display verschijnt de indicatie g.








Opmerking: Alleen in deze functie verschijnt rechts in de indicatie d het nummer van de actuele map op de kaart of de USB-stick. Als u van map wilt veranderen, moet u eerst naar de normale weergave terugkeren en een titel uit de gewenste map kiezen.
- Als u alleen de actueel weergegeven titel wilt herhalen, drukt u de toets voor weergave in willekeurige volgorde en herhaalde weergave 32 een derde keer in. In het display verschijnt de indicatie h.
- Als u naar de normale weergave wilt terugkeren, drukt u de toets voor willekeurige weergave en herhaalde weergave 32 een vierde keer in, zodat geen van de indicaties f, g of h in het display verschijnt.
- Als u de weergave wilt starten, drukt u op de toets voor weergave/pauze 36.
Externe audioweergave aansluiten (zie afbeelding C)
U kunt het actuele audiosignaal van de radiolader ook aan andere weergaveapparaten (zoals versterkers en luidsprekers) overdragen.
Neem het beschermkapje van de "LINE OUT"-aansluitopening 42 en steek de 3,5 mm-stekker van een passende AUX-kabel in de aansluitopening. Sluit een passend weergaveapparaat aan de AUX-kabel aan. Breng ter bescherming tegen vuil worden het beschermkapje van de "LINE OUT"-aansluitopening 42 weer aan nadat u de stekker van de AUX-kabel verwijderd heeft.
Afstandsbediening
Laat de afstandsbediening repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de functionaliteit van de afstandsbediening in stand blijft. Werk met de afstandsbediening niet in een omgeving met explosiegevaar waarin zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In de afstandsbediening kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
Ingebruikneming
Bescherm de afstandsbediening tegen vocht en fel zonlicht. Stel de afstandsbediening niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat deze bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat de afstandsbediening bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u deze in gebruik neemt.
Zolang een batterij met voldoende spanning in het batterijvak aanwezig is, blijft de afstandsbediening gereed voor gebruik. Stel de radiolader zo op dat de signalen uit de uitgangsopening 8 van de afstandsbediening de ontvangstlens 31 van de radiolader rechtstreeks kunnen bereiken. Als de afstandsbediening niet rechtstreeks op de ontvangstlens kan worden gericht, neemt het werkbereik af. Door reflectie van het signaal (bijvoorbeeld op muren) kan de reikwijdte ook bij niet-rechtstreeks signaal weer worden verbeterd.
De afstandsbediening 2 kan in de draaggreep 3 worden bewaard. Tijdens het gebruik kunt u de afstandsbediening bijv. aan de lus van een riem bevestigen door de draagsluiting 16 te openen en de afstandsbediening te bevestigen.
Functies
Onafhankelijk van de gekozen audiobron:
- Als u de audiofunctie wilt in- of uitschakelen, drukt u op de toets 13 van de afstandsbediening. Als u het geluid wilt in- of uitschakelen, drukt u op de toets "Mute" 15.
- Als u het volume wilt verhogen, drukt u op de toets 9; als u het volume wilt verlagen, drukt u op de toets 12. Als u van audiobron wilt wisselen, drukt u op de toets "Source" 14.
Tijdens gebruik van de radio:
- Als u een radiozender met een lage frequentie wilt kiezen, drukt u zo lang op de toets voor achterwaarts zoeken 7 tot u de gewenste frequentie heeft gevonden.
- Als u een radiozender met een hoge frequentie wilt kiezen, drukt u zo lang op de toets voor voorwaarts zoeken 10 tot u de gewenste frequentie heeft gevonden.
Bij besturing van audiobronnen die via de insteekopening voor SD- en MMC-kaarten 46 of de USB-aansluiting 45 zijn aangesloten:
- Als u de weergave van een titel wilt starten, onderbreken of voortzetten, drukt u op de toets weergave/pauze 11.
- Als u een titel wilt selecteren, drukt u op de toets voor achterwaarts zoeken 7 of voor voorwaarts zoeken 10.
Batterij verrangen
Als u de batterij wilt verrangen, draait u de schroef van het batterijvak uit de achterkant van de afstandsbediening en verwijdert u het deksel.
Let bij het inzetten van de nieuwe batterij op de juiste poolaansluitingen. Schroef het batterijvakdeksel weer vast.
Vervang de batterij uitsluitend door een nieuwe batterij van hetzelfde type. Bij het gebruik van andere batterijtypen bestaat explosiegevaar. Neem de batterij uit de afstandsbediening als u deze langdurig niet gebruikt. Als de batterij lang wordt bewaard, kan deze gaan roesten en haar lading verliezen. Houd de batterij uit de buurt van kleine kinderen. Anders kunnen kleine kinderen de batterij inslikken, waardoor hun gezondheid in gevaar wordt gebracht.
Accu opladen (zie afbeelding A)
Het opladen begint zodra de netstekker van de radiolader in het stopcontact wordt gestoken en een accu 25 in de oplaad-schacht 22 wordt gestoken (zie "Accu inzetten of verwijderen", pagina 64).


In het display knippert tijdens het opladen de oplaadindicatie "CHARGING" m. De indicatie "CHARGING" gaat uit als de accu volledig opgeladen is.
Door de intelligente oplaadmethode wordt de oplaadtoestand van de accu automatisch herkend en wordt de accu af







hankelijk van de accutemperatuur en -spanning met de optimale laadstroom opgeladen.
Daardoor wordt de accu ontzien en blijft deze, als deze in de radiolader wordt bewaard, altijd volledig opgeladen.
De opgeladen accu 25 kan uit de oplaadschacht 22 worden verwijderd (in de oplaadschacht geplaatst) als energievoorziening bij gebruik van de audiofunctie dienen.
Draag bij het verwijderen van de accu indien nodig werkhandschoenen. De accu kan tijdens het opladen zeer warm worden.
Energievoorziening van externe apparaten
De energievoorziening van externe apparaten via de 12 V- en wisselstroomaansluiting is alleen mogelijk als de radiolader op het stroomnet is aangesloten en niet als deze op een accu werkt.
Als de radiolader op het stroomnet is aangesloten, brandt het groene controlelampje 4 ter bevestiging.
USB-aansluiting
Met de USB-aansluiting kunnen de meeste apparaten, die via USB-aansluiting van stroom worden voorzien (bijvoorbeeld diverse mobiele telefoons), gebruikt en opgeladen worden.
Open de vergrendelingshendel 19 en klap het deksel van het mediavak 20 open. Gebruik de USB-aansluiting van het externe apparaat via een geschikte USB-kabel met de USB-aansluiting 45 van de radiolader. Voor het starten van het opladen moet het externe apparaat op de radiolader eventueel als audiobron worden geselecteerd.
12 V-aansluiting (zie afbeelding C)
Met de 12 V-aansluiting kunt u een extern elektrisch apparaat met 12 V-stekker en maximaal 1 A stroomopname gebruiken. Neem het beschermkapje van de 12 V-aansluitopening 41. Steek de stekker van het externe elektrische apparaat in de 12 V-aansluitopening.
De 12 V-aansluiting is met een zekering 44 beveiligd. Als er bij de aansluiting van een extern apparaat geen spanning aanwezig is, opent u de vergrendelingshendel 19 en klapt u het mediavakdeksel 20 open. Schroef het zekeringkapje 43 los en controleer of de ingezette zekering 44 is doorgeslagen. Als de zekering is doorgeslagen, zet u een nieuwe geschikte zekering (5x20mm, 250V maximale spanning, 1A stroom en aanduiding snel) in. Schroef het zekeringkapje 43 weer stevig vast.
Opmerking: Gebruik uitsluitend 1 A-zekeringen voor maximaal 250 V spanning (250V 1A FUSE FOR 12V OUTLET). Als andere zekeringen worden gebruikt, kan de radiolader beschadigd raken.
De 12 V-aansluiting is bovendien met een interne temperatuurbeveiliging beveiligd. Deze wordt bij oververhitting geactiveerd. Nadat de radiolader is afgekoeld, vindt een automatische reset plaats.
Breng ter bescherming tegen vuil het beschermkapje van de 12 V-aansluitopening 41 weer aan nadat u de externe stekker verwijderd heeft.
Wisselstroomaansluiting ("Power Outlets") (niet bij zaaknummer 3601 D29660)
Met de wisselstroomaansluitingen kunt u andere externe elektrische apparaten gebruiken. De stopcontacten kunnen afwijken door de toepassing van verschillende nationale normen.
Het totaal van de maximaal toegestane stroomopname van alle aangesloten elektrische apparaten mag de in de volgende tabel aangegeven waarde niet overschrijden (zie ook opschrift op behuizing onder de afdekkleppen 5):
Productnummer Totaal van de max. stroomopname (in A)
3601D2960015
3601D296309
3601D2967012
3601D296W015
Open een afdekklep 5 van de wisselstroomaansluitingen en steek de steker van het externe elektrische apparaat in een stopcontact 6 van de radiolader.
Tijdindicatie
De radiolader beschikt over een tijdindicatie met energie voorziening. Als er bufferbatterijen met voldoende capaciteit in het batterijvak zijn geplaatst (zie „Bufferbatterijen inzetten of verrangen", pagina 64), kan de tijd worden opgeslagen, ook als de radiolader van de energievoorziening via stroomnet of accu wordt losgekoppeld.
Tijd instellen
Druk voor het instellen van de tijd de tijdinsteltoets "Clock" 29 zo lang in tot het aantal uren in de indicatie knippert. Druk de toets voor omhoog zoeken, "Seek +" 33 of de toets voor omlaag zoeken, "- Seek" 35 zo vaak in tot het juiste aantal uren worden aangegeven. - Druk opnieuw op de toets „Clock", zodat het aantal minuten in de tijdindicatie knippert. - Druk de toets voor omhoog zoeken „Seek+" 33 of de toets voor omlaag zoeken „- Seek" 35 zo vaak in tot het juiste aantal minuten wordt aangegeven. Druk de toets "Clock" voor de derde keer in om de tijd op te slaan.
Energiespaarmodus
U kunt de tijdindicatie in het display 39 uitschakelen om energie te sparen.
Houd bij het uitschakelen van de audiofunctie (zie „In- en uitschakelen audiofunctie", pagina 65) de aan/uit-toets 38 zolang ingedrukt tot er geen indicatie meer in het display verschijnt.
Als u de tijdindicatie weer wilt inschakelen, drukt u eenmaal op de aan/uit-toets 38.



Tips voor de werkzaamheden
Temperatuurbewaking bij gebruik op een accu
Als de radiolader uitsluitend op een accu wordt gebruikt (geen aansluiting op het stroomnet), wordt de temperatuur van de accu bewaakt.
- Als de temperatuur van de accu onder -10°C of boven 50°C ligt, knippert de temperatuurwaarschuwing k in het display.
- Als de temperatuur van de accu boven 70 °C ligt, wordt de radiolader ter bescherming van de accu automatisch uitgeschakeld. Als de accu afgekoeld is, kan de radiolader weer in gebruik worden genomen.
Aanwijzingen voor de optimale omgang met de accu
Bewaar de accu alleen bij een temperatuur tussen -20 °C en 50 °C. Laat de accu bijvoorbeeld in de zomer niet in de auto liggen.
Een nieuwe of lang niet gebruikte accu levert pas na ca. vijf oplaad- en ontlaadcycli de volledige capaciteit.
Een duidelijk kortere gebruiksduur na het opladen duidt erop dat de accu versleten is en moet worden vervangen.
Neem de voorschriften ten aanzien van de afvalverwijdering in acht.
Oorzaken en oplossingen van fouten
Oorzaak Oplossing
| Radiolader werkt nicht |
| Geen stroom Netstekker aansluten of opgeladen accu (volledig) insteken |
| Radiolader te warm of te koud Wachten tot de radiolader de bedrijftstemperatuur bereikt |
Radiolader werkt niet bij gebruik op het stroomnet
| Stopcontact defect Gebruik een ander stopcontact | |
| Netstekker of netsnoerdefect | Netstekker en netsnoer controleren en indien nodig latelyervangen |
Radiolader werkt niet bij gebruik op een accu
| Accucontacten vuiil Reinig de accucontacten, bij-voorbeeld door de accu enke-le keren teplaatsen en te ver-wijderen, of verwang de accu indien nodig |
Accu defect Vervang de accu
| Accu te warm of te koud (temperatuurwaarschuwing knippert of radiolader wordtuitgeschakeld) |
Oorzaak Oplossing
| Opladen van accu of energievoorziening van externepparaten werkt Niet | |
| Netstekker Niet in het stopcontact gestoken | Netstekker (volledig) in hotospcontact steken |
| Accu voor opladen Niet(goed) ingezet | Accu correct in oplaad-schacht lately vastklikken |
| 12 V-aansluiting werkt Niet | |
| Geen zekering 44 ingezet | Zekering 44 inzetten |
| Zekering 44 doorgeslagen | Zekering 44 verrangen |
| Interne temperatuurbeveilig-ing is geactiveerd | Extern apparaat verwijdenein radiolader lately afkoel |
| Radiolader werkt plotseling Niet meer | |
| Netstekker resp. accu Niet goed of Niet volledig ingestoken. | Netstekker resp. accu goeden volledig insteken |
| Softwarefout Voor reset van software net-stekker uit stopcontact troken en accu verwijderen. Volgens 30 secondewachten en daarna netsteker waar in stopcontact staken resp. accu wee aanbgen. | |
Slechte ontvangst van radio
| Storing door andere apparata- ten of ongunstige opstellings- plaats | Radiolader op een andere plaats met betere ontvangst neerzetten |
| Sprietantenne Niet optimaal afgesteld | Sprietantenne draaien |
Tijdindicatie gestoord
| Bufferbatterijen voor de klok着眼 leeg | Bufferbatterijen verrangen |
| Bufferbatterijen in verkeerde poolrichting geplaatst | Bufferbatterijen met juiste poolrichting inzetten |
| Afstandsbediening werkeltiet | |
| Batterij van afstandsbedie-ning leeg | Batterij van afstandsbedie-ning verrangen |
| Batterij van afstandsbedie-ning met verkeerde poolrich-ingetzet | Batterij van afstandsbedie-ning met juiste poolrichting inzetten |
| Signaal van afstandsbedie-ning bereikt ontvangstlens 31 Niet | Radiolader met ontvangst-lens 31 in richting van afstandsbediening draaien |
Neem contact op met een erkende Bosch klantenservice als de fout door de genoemde maatregelen niet kan worden hersteld.

Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
- Het netsnoer is voorzien van een speciale veiligheidsaansluiting en mag uitsluitend door een erkende Bosch klantenservice worden vervangen.
Houd radiolader en afstandsbediening schoon om goed en veilig te werken.
Dompel de afstandsbediening niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Klantenservice en gebruiksadviezen
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op:
www.bosch-pt.com
Het Bosch-team voor gebruiksadviezen helpt u graag bij vragen over onze producten en toebehoren.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande zaaknummer volgens het typeplaatje van de radiolader.
Nederland
Tel.: (076) 5795454
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
België
Tel.: (02) 588 0589
Fax: (02) 588 0595
E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com
Vervoer
Op de meegeleverde lithium-ionaccu's zijn de eisen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van toepassing. De accu's kunnen door de gebruiker zonder verdere voorwaarden over de weg worden vervoerd.
Bij de verzending door derden (bijv. luchtvervoer of expeditiebedrijf) moeten bijzondere eisen ten aanzien van verpakking en markering in acht worden genomen. In deze gevallen moet bij de voorbereiding van de verzending een deskundige voor gevaarlijke goederen worden geraadpleegd.
Verzend accu's alleen als de behuizing onbeschadigd is. Plak blootliggende contacten af en verpak de accu zodanig dat deze niet in de verpakking beweegt.
Neem ook eventuele overige nationale voorschriften in acht.
Afvalverwijdering

Radiolader, afstandsbediening, accu's, toebehoren en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.
Gooi radiolader, afstandsbediening, accu's en batterijen niet bij het huisvuil.
Alleen voor landen van de EU:

Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU moeten niet meer bruikbare elektrische gereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of lege accu's en batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt.
Accu's en batterijen:

Li-ion:
Lees de aanwijzingen in het gedeelte "Vervoer", pagina 70 en neem deze in acht.
Wijzigingen voorbehouden.