GLL 3-80 G Professional - Laserpointer BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GLL 3-80 G Professional BOSCH in PDF-formaat.
| Type product | Lijnlaser |
| Merk | Bosch |
| Model | GLL 3-80 G Professional |
| Afmetingen (L × B × H) | 144 × 89 × 139 mm |
| Gewicht (zonder accu) | 0,93 kg |
| Voeding | Lithium-ion-accu 3,7 V of 4 AA-batterijen (via adapter) |
| Gebruiksduur (3 lijnen) | 5 h (met accu of batterijen) |
| Laserklasse | Klasse 2 |
| Laservermogen | < 10 mW, 500-540 nm |
| Standaard bereik | 30 m |
| Bereik met ontvanger | 5-80 m |
| Nivelleernauwkeurigheid | ±0,3 mm/m |
| Zelfnivelleerbereik | ±4° |
| Nivelleertijd | < 4 s |
| Bedrijfsmodi | Horizontale lijn en 2 verticale lijnen, kantelmodus |
| Speciale functies | Energiebesparingsmodus, instelbare automatische uitschakeling, kantelfunctie |
| Bedrijfstemperatuur | -10 °C tot +40 °C |
| Beschermingsgraad | IP65 |
| Onderhoud en reiniging | Reinigen met een zachte, vochtige doek; geen oplosmiddelen; opslaan in de hoes |
| Veiligheid | Niet in de straal kijken; oogcontact vermijden; laserinstructies opvolgen |
| Reserveonderdelen en reparatie | Bosch-service; reserveonderdelen verkrijgbaar via productreferentie |
Veelgestelde vragen - GLL 3-80 G Professional BOSCH
Gebruikersvragen over GLL 3-80 G Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laserpointer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GLL 3-80 G Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GLL 3-80 G Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING GLL 3-80 G Professional BOSCH
nl Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
da Original Drugsanvishing
sv Bruksanvisning i original
no Original driftsinstruks
Veiligheidsaanwijzingen

Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden om gevaarloos en veilig met het meetgereedschap te werken.
Wanneer het meetgereedschap niet volgens de beschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïntegreerde veiligheids- voorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden.
Maak waarschuwingsstickers op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG EN GEEF ZE BIJ HET DOORGEVEN VAN HET MEETGEREEDSCHAP MEE.
▶ Voorzichtig – wanneer andere dan de hier aangegeven bedienings- of afstelvoorzieningen gebruikt of andere methods uitgevoerd worden, kan dit resulteren in een gevaarlijke blootstelling aan straling.
- Het meetgereedschap is voorzien van een laser-waarschuwingsplaatje (aangegeven op de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen).
Is de tekst van het laser-waarschuwingsplaatje niet in uw taal, plak dan vóór het eerste gebruik de meegeleverde sticker in uw eigen taal hieroverheen.

Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk niet zelf in de directe of gereflecteerde laserstraal. Daardoor kunt u personen verblinden, ongevallen veroorzaken of het oog beschadigen.
▶ Als laserstraling het oog raakt, dan moeten de ogen bewust gesloten worden en moet het hoofd onmiddellijk uit de straal bewogen worden.
▶ Breng geen wijzigingen aan de laserinrichting aan.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
▶ Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Zij zouden per ongeluk andere personen of zichzelf kunnen verblinden.
▶ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
▶ Verander en open de accu niet. Er bestaat gevaar voor kortsluiting.
Bij beschadiging en verkeerd gebruik van de accu kunnen er dampen vrijkomen. De accu kan branden of exploderen. Zorg voor de aanvoer van frisse lucht en zoek bij klachten een arts op. De dampen kunnen de luchtwegen irriteren.
Bij verkeerd gebruik of een beschadigde accu kan brandbare vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties of verbrandingen leiden.
▶ Door spitse voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroevendraaiers, of door krachtinwerking van buitenaf kan de accu beschadigd worden. Er kan een interne kortsluiting ontstaan en de accu doen branden, roken, exploderen of oververhitten.
Houd de niet-gebruikte accu uit de buurt van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben.
- Gebruik de accu alleen in producten van de fabrikant. Alleen zo wordt de accu tegen gevaarlijke overbelasting beschermd.
▶ Laad de accu's alleen op met oplaadapparaten die door de fabrikant aangeraden worden. Door een oplaadapparaat dat voor een bepaald type accu geschikt is, bestaat bij gebruik met andere accu's brandgevaar.

Bescherm de accu tegen hitte, bijvoorbeeld ook tegen voortdu-rend zonlicht, vuur, vuil, water en vocht. Er bestaat gevaar voor explosie en kortsluiting.

Houd de magnetische accessoires uit de buurt van implantaten en andere medische apparaten, zoals pacemakers en insulinepompen. Door de magneten van de accessoires wordt een veld opgewekt dat de werking van implantaten en medische apparaten kan verstoren.
112 | Nederlands
Houd de magnetische accessoires uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten van de accessoires kan het tot onomkeerbaar gegevensverlies komen.
Beschrijving van product en werking
Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.
Beoogd gebruik
Het meetgereedschap is bedoeld voor het bepalen en controleren van horizontale en verticale lijnen.
Het meetgereedschap is geschikt voor gebruik binnenshuis en buitenshuis.
Dit product is een laserproduct voor consumenten in overeenstemming met EN 50689.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen.
(1) Toets voor lasermodus
(2) Toets voor energiespaarmodus
(3) Aanduiding laadtoestand accu/batterijen
(4) Aan/uit-schakelaar
(5) Opening voor laserstraal
(6) Laser-waarschuwingsplaatje
(7) Draaisluiting Li-Ion-accupack/batterij-adapter
(8) Batterij-adapter
(9) Li-Ion-occupack ^a)
(10) Oplaadaanduiding van Li-Ion-occupack ^a)
(11) USB Type-C®-bus ^a)b)
(12) Serienummer
(13) Statiefopname 1/4"
(14) Statiefopname 5/8"
(15) Houder (LB 10) ^a)
(16) Magneet ^a)
(17) 1/4"-schroef van houder ^a)
(18) Schroefgat van houder ^a)
(19) Plafondklem (DK 20) ^a)
(20) Universele houder ^a)
(21) Laserrichtbord ^a)
(22) Laserbril ^a)
(23) Laserontvanger ^a)
(24) Statief ^a)
(25) Telescoopstang ^a)
(26) USB-kabel ^a)
(27) Opbergetui ^a)
(28) Koffer ^a)
a) Dit accessoire is niet standaard bij de levering inbegrepen.
b) USB Type-C® en USB-C® zijn handelsmerken van het USB Implementers Forum.
Technische gegevens
| Lijnlaser GLL 80-33 G | |
| Productnummer | 3 601 K65 5.. |
| Werkbereik (radius)A) | |
| - Standaard 30 m | |
| - met laserontvanger 5–80 m | |
| NivelleernauwkeurigheidB)C)D) | ±0,3 mm/m |
| Zelfnivelleerbereik ±4° | |
| Nivelleertijd < 4 s | |
| Gebruikstemperatuur –10 °C ... +40 °C | |
| Opslagtemperatuur (zonder Li-lon-accupack) –20 °C ... +70 °C | |
| Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000 m | |
| Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % | |
| Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 2 | E) |
| Laserklasse 2 | |
| Lasertype < 10 mW, 500–540 nm | |
| C610 | |
Bosch Power Tools 1 609 92A 9B3 | (08.05.2024)
114 | Nederlands
Lijnlaser GLL 80-33 G
| Divergentie 50 × 10 mrad (volledige hoek) | |
| Kortste impulsduur 1/10000 s | |
| Pulsfrequentie 10 kHz | |
| Compatibele laserontvanger LR 7 | |
| Statiefopname 1/4", 5/8" | |
| Energievoorziening | |
| - Li-lon-accupack 3,7 V | |
| - Alkalinebatterijen (met batterij-adapter) 4 × 1,5 V LR6 (AA) | |
| Gebruiksduur met 3 laserlijnen | |
| - met Li-lon-accupack 5 h | |
| - met alkalinebatterijen 5 h | |
| Gewicht ^F | 0,93 kg |
| Afmetingen (lengte × breedte × hoogte) 144 × 89 × 139 mm | |
| Beschermklasse IP65 | |
| Li-lon-accupack (accessoire) BA 3.7V 3.0Ah XL | |
| Productnummer | 1 600 A03 1FZ |
| Laadaansluiting USB Type-C® | |
| Aanbevolen USB Type-C®-kabel | 1 600 A03 4XE |
| Nominale spanning 3,7 V | — |
| Capaciteit | 3,0 Ah |
| Aanbevolen omgevingstemperatuur bij het opladen | +10°C ... +35°C |
| Toegestane omgevingstemperatuur bij opslag | -10°C ... +45°C |
| Voedingsadapter | |
| Uitgangsspanning | 5,0 V — |
Lijnlaser GLL 80-33 G
Uitgangsstroom minimaal 2 A
A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden.
B) Geldig bij de vier horizontale snijpunten.
C) De opgegeven waarden gelden bij normale tot gunstige omgevingsomstandigheden (bijv. geen trillingen, geen mist, geen rook, geen direct zonlicht). Na sterke temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid afwijken.
D) Bij een maximaal zelfnivelleerbereik moet rekening worden gehouden met een extra mogelijke afwijking van ±0,1 mm/m.
E) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing.
F) Gewicht zonder Li-Ion-occupack/batterij-adapter/batterijen
Het productnummer (12) op het typeplaatje dient voor een ondubbelzinnige identificatie van uw meetgereedschap.
Energievoorziening meetgereedschap
Het meetgereedschap kan met een Bosch Li-lon-accupack (9) of met batterijen in de batterij-adapter (8) worden gebruikt.
Aanwijzing: Bewaar het meetgereedschap nooit zonder geplaatste Li-Ion-occupack (9) of batterij-adapter (8), in een stoffige of vochtige omgeving.
Gebruik met batterijen (accessoire)
Voor het gebruik van het meetgereedschap wordt het gebruik van alkali-mangaanbatterijen aanbevolen.
Plaats de batterijen in de batterij-adapter (8). Let hierbij op de juiste plaatsing van plus-en min-pool volgens de afbeelding aan de binnenkant van de batterij-adapter.
Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
Plaats de batterij-adapter (8) in het meetgereedschap en draai de draaisluiting (7) zodanig dat u het oog tegen de batterij-adapter kunt klappen.
Voor het wegnemen van de batterij-adapter (8) klapt u het oog van de draaisluiting (7) open en draait u dit 90°. Neem de batterij-adapter uit het meetgereedschap.
▶ Haal de batterijen uit het meetgereedschap, wanneer u dit langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere opslagduur in het meetgereedschap gaan corroderen.
116 | Nederlands
Werking met Li-Ion-accupack
Li-Ion-accupack plaatsen/verwisselen
Plaats de Li-lon-accupack (9) in het meetgereedschap en draai de draaisluiting (7) zodanig dat u het oog tegen de Li-lon-accupack kunt klappen.
Voor het wegnemen van de Li-lon-occupack (9) klapt u het oog van de draaisluiting (7) open en draait u dit 90°. Neem de Li-lon-occupack uit het meetgereedschap.
Li-Ion-occupack opladen
- Gebruik voor het opladen uitsluitend een USB-voedingsadapter waarvan de uitgangsspanning en minimale uitgangsstroom overeenkomen met de eisen in het hoofdstuk "Technische gegevens". Neem goed nota van de gebruiksaanwijzing van de USB-voedingsadapter.
▶ Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje van de voedingsadapter.
▶ Laad de accu uitsluitend via de USB-aansluiting bij omgevingstemperaturen tussen +10 °C en +35 °C. Laden buiten het temperatuurbereik kan de accu beschadigen of een verhoogd risico op brand vormen.
Aanwijzing: lithium-ion-accu's worden vanwege internationale transportvoorschriften gedeeltelijk geladen geleverd. Om het volledige vermogen van de accu te waarborgen, laadt u vóór het eerste gebruik de accu volledig op.
Open de afdekking van de USB Type-C®-bus (11). Verbind de USB-bus via de USB-kabel (26) met een USB-voedingsadapter. Sluit de USB-voedingsadapter op het elektriciteitsnet aan.
| Kleur | Betekenis |
| oplaadaanduiding (10) |
Geel Li-Ion-accupack wordt opgeladen.
Groen Li-Ion-accupack is helemaal opgeladen.
Rood Laadspanning of laadstroom is ongeschikt.
Verwijder na voltooiing van het oplaadproces de USB-kabel (26). Sluit de afdekking van de USB Type-C®-bus (11) ter bescherming tegen stof en spatwater.
Energiespaarmodus
Om energie te sparen, kunt u de helderheid van de laserlijnen verlagen. Druk hiervoor op de toets voor energiespaarmodus (2). De energiespaarmodus wordt aangegeven door het oplichten van de toets voor energiespaarmodus. Voor het beëindigen van de energie-
spaarmodus drukt u opnieuw op de toets voor energiespaarmodus (2) zodat deze uitgaat.
Oplaadaanduiding
De oplaadaanduiding (3) geeft bij ingeschakeld meetgereedschap de actuele laadtoestand van de Li-lon-accupack of de batterijen aan.
Als de Li-lon-accupack of de batterijen zwak wordt/worden, dan wordt de helderheid van de laserlijnen langzaam minder.
Als de Li-lon-accupack of de batterijen bijna leeg is/zijn, dan knippert de oplaadaanduiding (3) permanent. De laserlijnen knipperen om de 5 minuten gedurende 5 seconden.
Als de Li-lon-accupack of de batterijen leeg is/zijn, dan knipperen de laserlijnen en de oplaadaanduiding (3) nog één keer, voordat het meetgereedschap wordt uitgeschakeld.
Gebruik
Ingebruikname
▶ Bescherm het meetgereedschap tegen vocht en fel zonlicht.
Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat het bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat het meetgereedschap bij grotere temperatuurschommelingen eerst op temperatuur komen en voer vóór het verder werken altijd een nauwkeurigheidscontrole uit (zie „Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina 119). Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van het meetgereedschap nadelig beïnvloed worden.
Vermijd krachtige stoten of vallen van het meetgereedschap. Na sterke invloeden van buitenaf op het meetgereedschap, moet u altijd vóór het opnieuw gebruiken hiervan een nauwkeurigheidscontrole uitvoeren (zie „Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap“, Pagina 119).
- Het meetgereedschap tijdens transport uitschakelen. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld. Anders kan deze bij heftige bewegingen beschadigd raken.
In-/uitschakelen
Voor het inschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan/uit-schakelaar (4) naar de stand „ON“. Het meetgereedschap zendt onmiddellijk na het inschakelen een laserlijn uit de bovenste opening (5).
118 | Nederlands
Richt de laserstraal niet op personen of dieren en kijk zelf niet in de laserstraal, ook niet vanaf een grote afstand.
Voor het uitschakelen van het meetgereedschap schuift u de aan-/uit-schakelaar (4) in stand OFF. Bij het uitschakelen wordt de pendeleenheid vergrendeld.
Laat het ingeschakelde meetgereedschap niet onbeheerd achter en schakel het meetgereedschap na gebruik uit. Andere personen kunnen door de laserstraal verblind worden.
Als de temperatuur van het meetgereedschap de maximaal toegestane werktemperatuur nadert, dan wordt de helderheid van de laserlijnen langzaam minder.
Bij overschrijding van de maximaal toegestane gebruikstemperatuur knipperen de laserlijnen snel, daarna schakelt het meetgereedschap uit. Na het afkoelen is het meetgereedschap weer gereed voor gebruik en kan het opnieuw worden ingeschakeld.
Automatische uitschakeling deactiveren
Als ca. 120 minuten lang geen toets op het meetgereedschap wordt ingedrukt, dan schakelt het meetgereedschap automatisch uit om de accu of batterijen te sparen.
Als u het meetgereedschap na de automatische uitschakeling weer wilt inschakelen, kunt u de aan/uit-schakelaar (4) eerst in de stand „OFF“ schuiven en het meetgereedschap vervolgens weer inschakelen, of u drukt op een van de toetsen voor lasermodus (1).
Om de automatische uitschakeling te deactiveren houdt u (bij ingeschakeld meetgereedschap) een van de toetsen voor lasermodus (1) minimaal 3 s ingedrukt. Als de automatische uitschakeling is gedeactiveerd, knipperen de laserstralen even ter bevestiging.
Als u de automatische uitschakeling wilt activeren, schakelt u het meetgereedschap uit en weer in.
Modi
Het meetgereedschap kan één horizontale en twee verticale laserlijnen produceren.
Na het inschakelen van het meetgereedschap is de horizontale laserlijn ingeschakeld.
U kunt elk van de laserlijnen onafhankelijk van elkaar in- en uitschakelen. Druk hiervoor op de bij de laserlijn horende toets lasermodus (1).
Alle modi zijn zowel met automatische nivellering als met hellingsfunctie mogelijk.
Alle modi zijn geschikt voor het gebruik met de laserontvanger (23).
Het meetgereedschap bewaakt tijdens het gebruik op elk moment de positie. Bij plaatsing binnen het zelfnivelleerbereik van ±4^ werkt het met automatische nivellering. Buiten het zelfnivelleerbereik wisselt het automatisch naar de hellingsfunctie.
Werken met automatische nivellering
Plaats het meetgereedschap op een horizontale, vlakke ondergrond en bevestig het op de houder (15) of het statief (24).
De automatische nivellering compenseert automatisch oneffenheden binnen het zelfnivelleerbereik van ±4^ . Zodra de laserstralen continu branden, is het meetgereedschap klaar met nivelleren.
Als de automatische nivellering niet mogelijk is, bijv. omdat het standvlak van het meetgereedschap meer dan 4° van de horizontale lijn afwijkt, dan knipperen de laserlijnen eerst 2 seconden lang in een snel ritme, daarna om de 5 seconden meermaals in een snel ritme. Het meetgereedschap bevindt zich in de hellingsfunctie.
Voor verder werken met de automatische nivellering plaatst u het meetgereedschap horizontaal en wacht u de zelfnivellering af. Zodra het meetgereedschap zich binnen het zelf-nivelleerbereik van ±4° bevindt, branden de laserstralen continu.
Bij schokken of veranderingen van positie tijdens het gebruik wordt het meetgereedschap automatisch opnieuw genivelleerd. Controleer na het nivelleren de positie van de laserstralen met betrekking tot referentiepunten om fouten door een verschuiving van het meetgereedschap te voorkomen.
Werken met hellingsfunctie
Plaats het meetgereedschap op een hellende ondergrond. Bij het werken met de hellingsfunctie knipperen de laserlijnen eerst 2 seconden lang in een snel ritme, daarna om de 5 seconden meermaals in een snel ritme.
In de hellingsfunctie worden de laserlijnen niet meer genivelleerd en lopen niet meer noodzakelijk loodrecht op elkaar.
Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereedschap
Nauwkeurigheidsinvloeden
De grootste invloed oefent de omgevingstemperatuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen.
Om thermische invloeden door van de vloer opstijgende warmte tot een minimum te beperken, wordt aangeraden om het meetgereedschap op een statief te gebruiken. Plaats het meetgereedschap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak.
Naast externe invloeden kunnen ook toestelspecifieke invloeden (zoals val of sterke stoten) leiden tot afwijkingen. Controleer daarom de nivelleernauwkeurigheid, telkens voordat u begint te werken.
Controleer altijd eerst de nivelleernauwkeurigheid van de horizontale laserlijn en daarna de nivelleernauwkeurigheid van de verticale laserlijnen.
120 | Nederlands
Als het meetgereedschap bij een van de controles de maximale afwijking overschrijdt, dient u het door een Bosch-klantenservice te laten repareren.
Horizontale waterpasnauwkeurigheid van de breedteas controleren
Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 5 m op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig.
- Monteer het meetgereedschap dicht bij muur A op een statief of plaats het op een vlakke en stabiele ondergrond. Schakel het meetgereedschap aan. Schakel de horizontale laserlijn en de verticale laserlijn frontaal vóór het meetgereedschap in.

- Richt de laser op de nabijgelegen muur A en laat het meetgereedschap waterpassen. Markeer het midden van het punt waar de laserlijnen zich op de wand krui- sen (punt I).

- Draai het meetgereedschap 180°, laat het zich nivelleren en markeer het kruispunt van de laserlijnen op de tegenoverliggende wand B (punt II).
- Plaats het meetgereedschap- zonder het te draaien - dicht bij wand B, inschakelen en laat het zich nivelleren.

- Het meetgereedschap zodanig in de hoogte uitlijnen (met het statief of eventueel door onderlegmateriaal), dat het kruispunt van de laserlijnen exact het eerder gemarkeerde punt II op wand B raakt.

- Draai het meetgereedschap 180°, zonder de hoogte te wijzigen. Het zodanig op de wand A richten, dat de verticale laserlijn door het eerder gemarkeerde punt I loopt. Laat het meetapparaat zich nivelleren en markeer het kruispunt van de laserlijnen op de wand A (punt III).
- Het verschil d van de beide gemarkeerde punten I en III op de wand A geeft de werkelijke hoogteafwijking van het meetgereedschap.
Op het meettraject van 2 × 5 m = 10 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking: 10 m × ±0,3 mm/m = ±3 mm. Het verschil d tussen de punten I en III mag dus maximaal 3 mm bedragen.
Waterpasnauwkeurigheid van de verticale lijnen controleren
Voor de controle heeft u een deuropening nodig met (op een stabiele ondergrond) aan beide zijden van de deur minstens 2,5 meter ruimte.
- Zet het meetgereedschap op 2,5 meter afstand van de deuropening op een stevige, vlakke ondergrond (niet op een statief). Schakel het meetgereedschap en de verticale laserlijn frontaal vóór het meetgereedschap in. Richt de laserlijn op de deuropening en laat het meetgereedschap nivelleren.

- Markeer het midden van de verticale laserlijn op de vloer van de deuropening (punt I), op een afstand van 5 m aan de andere zijde van de deuropening (punt II), evenals bij de bovenrand van de deuropening (punt III).
122 | Nederlands

- Draai het meetgereedschap 180° en plaats het aan de andere zijde van de deuropening, direct achter punt II. Laat het meetgereedschap zich nivelleren en de verticale laserlijn zodanig uitlijnen, dat het midden hiervan door de punten I en II loopt.
- Markeer het midden van de laserlijn op de bovenrand van de deuropening als punt IV.
- Het verschil d van de beide gemarkeerde punten III en IV geeft de werkelijke verticale afwijking van het meetgereedschap.
- Meet de hoogte van de deuropening.
Herhaal de meting voor de tweede verticale laserlijn. Schakel hiervoor de verticale laserlijn opzij naast het meetgereedschap in en draai het meetgereedschap vóór aanvang van het meetproces 90°.
De maximale toegestane afwijking berekent u als volgt:
dubbele hoogte van de deuropening × 0,3 mm/m
Voorbeeld: bij een hoogte van de deuropening van 2 m mag de maximale afwijking
2 × 2 m × ± 0,3 mm/m = ± 1,2 mm bedragen. De punten III en IV mogen dus maximaal
1,2 mm uit elkaar liggen.
Aanwijzingen voor werkzaamheden
- Gebruik bij het markeren altijd alleen het midden van de laserlijn. De breedte van de laserlijn wijzigt met de afstand.
Werken met de houder LB 10 (accessoire) (zie afbeeldingen A-D)
Met behulp van de houder (15) kunt u het meetgereedschap aan verticale vlakken of magnetiseerbare materialen bevestigen. In combinatie met de plafondklem (19) kan het meetgereedschap ook in hoogte worden uitgelijnd.
Plaats het meetgereedschap met de 1/4"-statiefopname (13) op de 1/4"-schroef (17) van de houder en schroef het vast.
Bevestigingsmogelijkheden van de houder (15):
- met een gangbare bevestigingsschroef door het schroefgat (18) aan hout (zie afbeelding B),
- met de magneten (16) op magnetiseerbare materialen (zie afbeelding C),
- met de plafondklem (19) aan plafondplinten (zie afbeelding D).
Houd uw vingers weg van de achterzijde van het magnetische accessoire, wanneer u het accessoire op een oppervlak bevestigt. Door de sterke aantrekkingskracht van de magneten kunnen uw vingers bekneld raken.
Lijn de houder (15) grof uit, voordat u het meetgereedschap inschakelt.
Werken met het laserrichtbord (accessoire)
Het laserrichtbord (21) verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal onder ongunstige omstandigheden en over grotere afstanden.
Het reflecterende vlak van het laserrichtbord (21) verbetert de zichtbaarheid van de laserlijn, door het transparante vlak is de laserlijn ook aan de achterzijde van het laserrichtbord te zien.
Werken met het statief (accessoire)
Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Plaats het meetgereedschap met de 1/4"-statiefopname (13) op de schroefdraad van het statief (24) of van een gangbaar fotostatief. Voor de bevestiging op een gangbaar bouwstatief de 5/8"-statiefopname (14) gebruiken. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.
Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap inschakelt.
Bevestigen met de universele houder (accessoire) (zie afbeelding F)
Met de universele houder (20) kunt u het meetgereedschap bijv. aan verticale vlakken of magnetische materialen bevestigen. De universele houder is eveneens geschikt als vloerstatief en vergemakkelijkt de hoogteafstelling van het meetgereedschap.
Houd uw vingers weg van de achterzijde van het magnetische accessoire, wanneer u het accessoire op een oppervlak bevestigt. Door de sterke aantrekkingskracht van de magneten kunnen uw vingers bekneld raken.
De universele houder (20) grof richten, vóór het inschakelen van het meetgereedschap.
Werken met de laserontvanger (accessoire) (zie afbeelding F)
Bij ongunstige lichtomstandigheden (lichte omgeving, directe zonnestralen) en op grote- re afstanden kunt u de laserontvanger (23) gebruiken om de laserlijnen beter te kunnen vinden.
Alle modi zijn geschikt voor het gebruik met de laserontvanger (23).
Laserbril (accessoire)
De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het licht van de laser voor het oog helderder.
124 | Nederlands
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling.
- Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.
Gebruiksvoorbeelden (zie afbeeldingen E-J)
Voorbeelden van toepassingsmogelijkheden van het meetgereedschap vindt u op de pagina's met afbeeldingen.
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd het meetgereedschap altijd schoon.
Dompel het meetgereedschap niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Reinig in het bijzonder de opening van de laser regelmatig en let daarbij op pluizen.
Bewaar en vervoer het meetgereedschap uitsluitend in de opbergtas (27) of in de koffer (28).
Stuur het meetgereedschap in geval van reparatie altijd in de opbergtas (27) of in de koffer (28) retour.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderdelen altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer volgens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u onder:
Op de aanbevolen Li-Ion-accu's zijn de eisen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van toepassing. De accu's kunnen door de gebruiker zonder verdere voorwaarden over de weg vervoerd worden.
Bij de verzending door derden (bijv. luchtvervoer of expeditiebedrijf) moeten bijzondere eisen ten aanzien van verpakking en markering in acht genomen worden. In deze gevallen moet bij de voorbereiding van de verzending een deskundige voor gevaarlijke stoffen geraadpleegd worden.
Verzend accu's alleen, wanneer de behuizing onbeschadigd is. Plak blootliggende contacten af en verpak de accu zodanig dat deze niet in de verpakking beweegt. Neem ook eventuele overige nationale voorschriften in acht.
Afvalverwijdering

Meetgereedschappen, accu's/batterijen, accessoires en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.

Gooi meetgereedschappen en accu's/batterijen niet bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en de implementatie in nationaal recht moeten niet meer bruikbare meetgereedschappen en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.
Bij een verkeerde afvoer kunnen afgedankte elektrische en elektronische apparaten vanwege de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen schadelijke uitwerkingen op het milieu en de gezondheid van mensen hebben.
Accu's/batterijen:
Li-lon:
Lees de aanwijzingen in het gedeelte Vervoer en neem deze in acht (zie „Vervoer“, Pagina 125).