PowerSaw 250/18V P4A - Zaag GARDENA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PowerSaw 250/18V P4A GARDENA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over PowerSaw 250/18V P4A GARDENA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PowerSaw 250/18V P4A - GARDENA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PowerSaw 250/18V P4A van het merk GARDENA.
GEBRUIKSAANWIJZING PowerSaw 250/18V P4A GARDENA
Originele instructies
- VEILIGHEIDSINSTRUCTIES....175
- MONTEREN 180
- BEDIENING....181
- ONDERHOUD....183
- OPSLAG 184
- STORINGEN VERHELPEN....184
- TECHNISCHE GEGEVENS ..... 185
- TOEBEHOREN/ONDERDELEN ..... 185
- GARANTIE/SERVICE....185
- AFVOER 186
1. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
1.1 Symbolen op het product

→ Lees de gebruikershandleiding.

→ Stel het product niet bloot aan regen.

→ Draag een veiligheidsbril en gehoorbescherming.

→ Houd de kettingzaag altijd met twee handen vast tijdens gebruik.

→ Wees alert op de terugslag van de kettingzaag en raak de punt van het zaagblad niet aan.
1.2 Algemene veiligheidsinstructies
1.2.1 Algemene veiligheidsaanwijzingen voor machines

WAARSCHUWING!
Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die bij dit apparaat zijn meegeleverd.
Het niet opvolgen van ieder van de onderstaande instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor later gebruik.
De term „elektrisch apparaat“ in de waarschuwingen verwijst zowel naar apparaten die op het lichtnet (met snoer) werken als apparaten met een accu (snoerloos).
1) Veiligheid van het werkgebied
a) Zorg ervoor dat de werkplek schoon en goed verlicht is. In rommelige of donkere gebieden gebeuren eerder ongelukken.
b) Gebruik elektrische apparaten niet in een explosiegevaarlijke omgeving, zoals in de nabijheid van ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof.
Elektrische apparaten creëren vonken, waardoor stof of dampen kunnen ontbranden.
c) Houd kinderen en omstanders uit de buurt wanneer u een elektrisch apparaat gebruikt.
U kunt de controle over het apparaat verliezen als u afgeleid wordt.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker van een elektrisch apparaat moet geschikt zijn voor het stopcontact dat u wilt gebruiken. Pas de stekker nooit aan. Gebruik nooit een adapterstekker in combinatie met een geaard apparaat. Ongewijzigde stekkers en overeenkomende stopcontacten verkleinen het risico op elektrische schokken.
b) Vermijd lichaamscontact met geaarde oppervlakken, zoals pijpen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er is een verhoogd risico op elektrische schokken als uw lichaam geaard is.
c) Stel elektrische apparaten niet bloot aan regen of natte omstandig heden.
Als er water in een elektrisch apparaat binnendringt, wordt het risico op elektrische schokken groter.
d) Gebruik het snoer niet op een verkeerde manier. Gebruik het snoer nooit om het apparaat te dragen, te trekken of om de stekker uit het stopcontact te verwijderen. Houd de kabel uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen en bewegende onderdelen. Beschadigde of in de knoop geraakte kabels verhogen het risico op elektrische schokken.
e) Als u buitenshuis met een elektrisch apparaat werkt, gebruikt u een verlengkabel die geschikt is voor gebruik buiten.
Het gebruik van een kabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis, vermindert het risico op elektrische schokken.
f) Als werken met een elektrisch apparaat in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, gebruikt u voeding met een aardlekschakelaar (RCD).
Gebruik van een RCD vermindert het risico op elektrische schokken.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf alert, let goed op wat u doet en gebruik uw gezonde verstand bij het werken met een elektrisch apparaat. Gebruik geen elektrische apparaten als u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen.
Eén moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van een elektrisch apparaat kan ernstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
b) Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. Persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, veiligheidsschoenen met antislipprofiel, een veiligheidshelm of gehoorbescherming zullen in relevante werkomstandigheden letsel beperken.
c) Voorkom onopzettelijk starten. Controleer of de schakelaar op OFF staat voordat u het elektrische apparaat aansluit op netvoeding en / of de accu, en voordat u het apparaat oppakt of draagt.
Het dragen van elektrische apparaten met uw vinger op de schakelaar of het inschakelen van stroom of accu terwijl de schakelaar op ON staat, kan makkelijk tot ongelukken leiden.
d) Verwijder een eventueel aanwezige stelsleutel voordat u het elektrische apparaat inschakelt.
Gereedschap of sleutels die zich in een draaiend onderdeel van het elektrisch apparaat bevinden, kunnen verwondingen veroorzaken.
e) Voorkom overstrekken. Zorg dat u te allen tijde stevig en in balans staat. Hierdoor hebt u een betere controle over het apparaat in onverwachte situaties.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of sieraden. Houd uw haar en kleding uit de buurt van bewegende onderdelen. Losse kleding, sieraden of lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende onderdelen.
g) Als de mogelijkheid bestaat om een stofvanger te plaatsen, is het van belang dat deze op de juiste wijze wordt aangesloten en toegepast.
Het gebruik van stofopvang kan stofgerelateerde geva- ren beperken.
h) Let erop dat uw ervaring en vertrouwdheid met elektrische apparaten niet ertoe leidt dat u veiligheidsprincipes minder streng in acht gaat nemen.
Een onzorgvuldige handeling kan binnen een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel.
4) Elektrische apparaten gebruiken en onderhouden
a) Forceer het apparaat niet. Gebruik het juiste apparaat voor uw werkzaamheden. Het juiste apparaat klaart de klus beter en veiliger, en op de snelheid die mag worden verwacht.
b) Gebruik een elektrisch apparaat niet als het niet met de schakelaar kan worden in- en uitgeschakeld.
Apparaten die niet met de schakelaar kunnen worden bediend, zijn gevaarlijk en moeten worden gerepareerd.
c) Haal de stekker uit het stopcontact en/of verwijder het accupack, indien verwijderbaar, van de elektrisch apparaat voordat u aanpassingen maakt, accessoires verwisselt of apparaten opbergt. Deze voorzorgsmaatregelen beperken het risico op onbedoeld starten van de machine.
d) Berg elektrische apparaten die u niet nodig hebt op buiten het bereik van kinderen en laat personen die onbekend zijn met het apparaat of deze instructies niet ermee werken. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk in de handen van ongetrainde gebruikers.
e) Voer onderhoud uit op elektrisch apparaten en accessoires. Controleer het apparaat op verkeerde uitlijning of ondeugdelijke bevestiging van bewegende onderdelen, breuk van onderdelen en andere afwijkingen die de werking van het apparaat negatief kunnen beïnvloeden. Als het apparaat is beschadigd, moet u het laten repareren voordat het weer wordt gebruikt. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden apparaten.
f) Houd snijgereedschappen scherp en schoon. Goed onderhouden snijapparaten met scherpe snijranden zullen minder gauw vastlopen en zijn eenvoudiger onder controle te houden.
g) Gebruik het apparaat, de accessoires, bitjes en dergelijke in overeenstemming met deze instructies en houd hierbij rekening met de werkomstandigheden en het type klus dat moet worden uitgevoerd. Als u het apparaat voor andere toepassingen gebruikt dan waarvoor het is bedoeld, kan er een gevaarlijke situatie ontstaan.
h) Houd de handgrepen en grijpoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Vettige of anderszins glibberige handgrepen en grijpoppervlakken belemmeren veilige hantering en bediening van het apparaat in onverwachte situaties.
5) Gebruik en behandeling van accugereedschap
a) Laad het gereedschap alleen op met de lader die door de fabrikant is gespecificeerd. Een lader die voor een bepaald type accu geschikt is, kan een risico op brand creëren als de lader met een andere accu wordt gebruikt.
b) Gebruik alleen de accupacks die bestemd zijn voor de bijbehorende elektrisch apparaat. Als er andere accupacks worden gebruikt, bestaat er risico op letsel en brand.
c) Als het accupack niet gebruikt wordt, houd dit dan uit de buurt van andere metalen voorwerpen, zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding tussen de twee klemmen kunnen maken. Als er kortsluiting tussen de accuaansluitingen ontstaat, kunnen er brandwonden of brand ontstaan.
d) Als het accupack verkeerd wordt gebruikt, kan er vloeistof uit de accu komen; zorg dat u deze niet aanraakt. Als u per ongeluk in contact komt met de vloeistof, afspoelen met water. Als er vloeistof in de ogen komt dient u medische hulp in te roepen.
Vloeistof die uit de accu komt kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
e) Gebruik geen accupack of elektrisch apparaat dat beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of aangepaste accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosies of letsel.
f) Stel het accupack of elektrische apparaat niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130°C kan een explosie veroorzaken.
g) Volg alle oplaadinstructies op en laad het accupack of het elektrische apparaat niet op bij temperaturen die buiten het in de instructies gespecificeerde bereik vallen. Door onjuist opladen of opladen bij temperaturen die buiten het gespecificeerde bereik liggen, kan de accu beschadigd raken en neemt het risico op brand toe.
6) Service
a) Laat uw elektrische apparaat onderhouden door een gekwalificeerde onderhoudsmonteur met gebruikmaking van uitsluitend identieke vervangende onderdelen. Hierdoor blijft de veiligheid van de machine gehandhaafd.
b) Voer nooit onderhoud uit aan accupacks die beschadigd zijn. Onderhoud aan accupacks mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of geautoriseerde dienstverleners.
1.2.2 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen
1) Algemene veiligheidswaarschuwingen voor kettingzagen
a) Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting als de kettingzaag in werking is. Controleer voordat u de kettingzaag start of de zaagketting niets raakt. Als u even niet oplet, kan uw kleding of lichaam vast komen te zitten in de zaagketting bij het gebruik van een kettingzaag.
b) Houd de kettingzaag altijd stevig vast met uw rechterhand op het achterste handvat en uw linkerhand op het voorste handvat. Als u de kettingzaag andersom vasthoudt, neemt de kans op persoonlijk letsel toe; doe dat dus nooit.
c) Houd de kettingzaag alleen vast aan de geïsoleerde handgrepen, omdat de zaagketting verborgen bedrading kan raken. Als zaagkettingen een onder stroom staande draad aanraken, kan dit ervoor zorgen dat niet-geïsoleerde delen van de kettingzaag ook onder stroom komen, waardoor de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
d) Draag oogbescherming. We raden u aan verdere beschermingsmiddelen voor gehoor, hoofd, handen, benen en voeten te gebruiken. Als u een geschikte beschermingsmiddelen draagt, neemt de kans op persoonlijk letsel door rondvliegend vuil of onbedoeld contact met de zaagketting af.
e) Gebruik geen kettingzaag in een boom, op een ladder, vanaf een dak of op een onstabiele ondergrond. Wanneer u een kettingzaag op deze manier gebruikt, kan dit leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
f) Zorg dat u stabiel staat en bedien de kettingzaag alleen terwijl u op een vaste, stevige en vlakke ondergrond staat. Gladde of onstabiele oppervlakken kunnen ervoor zorgen dat u uw evenwicht of de controle over de kettingzaag verliest.
g) Als u een tak doorzaagt die onder spanning staat, zorg dan dat de tak u niet kan raken. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de geveerde tak de gebruiker raken en/of ervoor zorgen dat de gebruiker de kettingzaag niet meer onder controle heeft.
h) Wees zeer voorzichtig als u struiken en jonge bomen zaagt. Het dunne materiaal kan vast komen te zitten in de zaagketting en naar u toe zwiepen of u uit uw evenwicht brengen.
i) Draag de kettingzaag bij de voorste hand-greep met de kettingzaag uitgeschakeld en van uw lichaam af. Als u de kettingzaag vervoert of opbergt, moet u altijd de afdekking over het zaagblad aanbrengen.
Als u de kettingzaag goed hanteert, verlaagt u de kans op onbedoeld contact met de bewegende zaagketting.
j) Volg de instructies voor het smeren en het spannen van de ketting en het vervangen van het zaagblad en de ketting.
Als de ketting niet goed is gespannen of gesmeerd, kan de ketting breken en neemt de kans op terugslag toe.
k) Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaag alleen waarvoor hij is bedoeld. Bijvoorbeeld: gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van plastic, metaal, metselwerk of ander bouwmaterial dan hout. Als de kettingzaag wordt gebruikt voor andere toepassingen dan bedoeld, kan dat tot gevaarlijke situaties leiden.
m) Deze kettingzaag is niet bedoeld voor het vellen van bomen. Als de kettingzaag voor andere toepassingen dan bedoeld wordt gebruikt, kan dat tot ernstig letsel voor de gebruiker of omstanders leiden.
2) Oorzaken van terugslag en het voorkomen ervan door de gebruiker
Er kan terugslag optreden wanneer de punt van het zaagblad in contact komt met een voorwerp of wanneer de zaagsnede dichtklapt en de zaagketting in de snede wordt geblokkeerd.
Soms kan er bij contact met de punt een reactie in tegengestelde richting ontstaan, waardoor het zaagblad omhoog en naar achteren naar de gebruiker toe komt.
Als de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad klem komt te zitten, kan het zaagblad snel op de gebruiker af komen.
Bij deze reacties kunt u de controle over de zaag verliezen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Vertrouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die in de zaag zijn geïntegreerd. Bij het gebruik van een kettingzaag moet u een aantal stappen nemen om ongevallen of letsel bij het zagen te voorkomen.
Terugslag is het gevolg van verkeerd gebruik en/of verkeerde bedrijfsprocedures of -omstandigheden van de kettingzaag en kan worden vermeden door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals hieronder wordt beschreven:
a) Houd de zaag stevig vast, met uw duimen en vingers rond de handgrepen van de kettingzaag, met beide handen op de zaag en uw lichaam en arm zodanig geplaatst dat u eventuele terugslag kunt opvangen. De kracht van een terugslag kan door de gebruiker onder controle worden gehouden, mits de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen. Laat de kettingzaag niet los.
b) Reik niet te ver en zaag niet boven schouderhoogte. Zo voorkomt u onbedoeld contact met de punt en houdt u de kettingzaag in onverwachte situaties beter onder controle.
c) Monteer uitsluitend vervangende zaagbladen en zaagkettingen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Als verkeerde vervangende zaagbladen en zaagkettingen worden gebruikt, kan de ketting breken en/of kan er terugslag ontstaan.
d) Volg de instructies van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting.
Als de zaagdiepte wordt verkleind, kan de terugslag toenemen.
1.2.3 Uitleg over de veiligheidsfuncties van de kettingzaag
Inschakelvergrendeling [afb. A1]
De inschakelvergrendeling ⑫ voorkomt dat de start hendel ⑩ kan worden ingedrukt wanneer de ketting zaag is uitgeschakeld. Dit voorkomt onbedoeld opstarten.
Motorrem
De motorrem stopt de zaagketting nadat de starthen-del ⑩ wordt losgelaten. Dit vermindert het risico op letsel door een lopende zaagketting.
Handbescherming voor [afb. A1]
De handbescherming voor ① beschermt de linkerhand tegen letsel door de zaagketting indien de zaagketting uit de uitsparing in het zaagblad springt ④ of breekt.
Kettingrem [afb. A1]
De handbescherming voor ① is ook de hendel van de kettingrem ①.
De kettingrem wordt uitgeschakeld wanneer de hendel van de kettingrem ① naar achteren wordt getrokken en vergrendeld.
De kettingrem wordt ingeschakeld wanneer de hendel van de kettingrem ① naar voren wordt gedrukt in de richting van het zaagblad ④. Hierdoor wordt de lopende zaagketting in een fractie van een seconde geblokkeerd.
De kettingrem is ingeschakeld:
– Als u de hendel van de kettingrem ① met uw linkerhand naar voren duwt in de richting van het zaagblad ④ (om de functie te controleren) of
- Als u met uw pols de hendel van de kettingrem ① per ongeluk naar voren duwt ten gevolge van terugslag.
De kettingrem kan terugslag niet voorkomen. Hij verkleint alleen de kans op letsel als het zaagblad ④ het lichaam van de gebruiker raakt in geval van terugslag.
Controleer voor u de kettingzaag gebruikt altijd of de kettingrem goed werkt in de werkstand.
Als de kettingrem niet werkt, mag u de kettingzaag niet gebruiken. Neem in dat geval contact op met GARDENA Service.
Handbescherming achter [afb. A1]
De handbescherming achter ⑧ beschermt de linkerhand tegen letsel door de zaagketting indien de zaagketting uit de uitsparing in het zaagblad springt ④ of breekt.
Kettingbescherming [afb. A1]
De kettingbescherming ② beschermt tegen letsel veroorzaakt door de zaagketting tijdens transport en opslag.
Kettingvanger [afb. A1]
De kettingvanger ⑥ bevindt zich in de afdekking van het aandrijfkettingwiel ⑦ en voorkomt dat de zaagketting naar de gebruiker toe wordt geslingerd als de zaagketting uit de inkeping in het zaagblad springt ④ of breekt.
Het instellen van de juiste kettingspanning kan voorkomen dat de zaagketting uit de inkeping in de geleider springt ④ of breekt (zie ,2.4 de zaagketting spannen [afb. A4]').
Fout-led [Afb. O4]:
De fout-led Ⓦ duidt storingen aan in de accu en de kettingzaag (zie ,6.1 Foutentabel').
1.3 Aanvullende veiligheidsinstructies
1.3.1 Gebruik
De GARDENA-accukettingzaag is bedoeld voor het zagen van hout en kleinere bomen (de diameter van de stam mag niet groter zijn dan de lengte van het zaagblad).
Het product is ongeschikt voor continubedrijf (professioneel gebruik).

GEVAAR!
Risico op letsel!
De kettingzaag is niet geschikt voor het vellen van bomen (de diameter van de stam is groter dan de lengte van het zaagblad).
→ Gebruik de kettingzaag niet voor het vellen van bomen.
1.3.2 Veiligheidsinstructies voor accu's en acculaders

Lees alle veiligheidswaarschuwingen
en -instructies. Het niet opvolgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.
→ Bewaar deze instructies op een veilige plaats. Gebruik de lader alleen als u alle functies volledig kunt evalueren en zonder beperkingen kunt uitvoeren of als u overeenkomstige instructies heeft ontvangen.
→ Gebruik het product niet in explosieve atmosferen.
→ Houd toezicht op kinderen tijdens gebruik, reiniging en onderhoud. Dit zorgt ervoor dat kinderen niet met de lader spelen.
→ Laad alleen Li-ion accu's van het POWER FOR ALL-systeem van het type PBA 18V vanaf een capaciteit van 1,5 Ah (vanaf 5 accucellen) op. De accuspanning moet overeenkomen met de acculaadspanning van de lader. Laad geen niet-oplaadbare accu's op.
Anders bestaat er gevaar voor brand of explosie.

Gebruik de acculader alleen in gesloten ruimten en houd deze uit de buurt van vocht. Water dat in elektrisch gereedschap binnendringt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
→ Houd de acculader schoon. Vuil vormt een gevaar voor elektrische schok.
→ Controleer de acculader, kabel en stekker altijd voorafgaand aan het gebruik. Stop met het gebruik van de lader als u schade vaststelt. Open de lader niet zelf en laat deze repareren door een gekwalificeerde specialist die alleen originele reserveonderdelen gebruikt.
Beschadigde laders, kabels en stekkers verhogen het risico op elektrische schokken.
→ Gebruik de acculader niet op gemakkelijk brandbare oppervlakken (zoals papier, textiel, enz.) of in brandbare omgevingen. Er bestaat brandgevaar doordat de lader warm wordt tijdens bedrijf.
→ Als de aansluitkabel moet worden vervangen, moet dit worden uitgevoerd door GARDENA of door een erkend aftersales-servicecentrum voor elektrische gereedschap van GARDENA om veiligheidsrisico's te voorkomen.
→ Deze veiligheidsinstructies gelden alleen voor lithium-ion accu's van het POWER FOR ALL-systeem PBA 18V.
→ Gebruik alleen acculaders die door de fabrikant worden aanbevolen om de accu's op te laden. Een acculader die geschikt is voor het ene type accu, kan brandgevaar veroorzaken als deze gebruikt wordt met andere accu's.
→ Er kunnen dampen ontsnappen als de accu beschadigd is of verkeerd wordt gebruikt. De accu kan in brand vliegen of exploderen. Zorg ervoor dat de ruimte goed is geventileerd en roep medische hulp in als u nadelige gevolgen ervaart. De dampen kunnen de luchtwegen irriteren.
→ Als de accu defect is, kan er vloeistof lekken en kunnen aangrenzende voorwerpen nat worden. Controleer betreffende onderdelen. Reinig deze onderdelen of vervang ze indien nodig.
→ Bij verkeerd gebruik of als de accu beschadigd is, kan brandbare vloeistof uit de accu ontsnappen. Vermijd contact met dergelijke vloeistof. Als u per ongeluk in contact komt met de vloeistof, afspoelen met water. Als de vloeistof in contact met uw ogen komt, moet u medische hulp inroepen. Vloeistof die uit de accu komt kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
→ Gebruik de accu alleen in partnerproducten van het POWER FOR ALL-systeem. 18V-accu's met de POWER FOR ALL-markering zijn volledig compatibel met de volgende producten: alle 18V-partnerproducten van het POWER FOR ALL-systeem.
→ Neem de accu-aanbevelingen in de gebruiks-aanwijzing voor uw product in acht. Dit is de enige manier om de accu en het product veilig te gebruiken en de accu's te beschermen tegen gevaarlijke overbelasting.
→ Laad de accu's alleen op met acculaders die worden aanbevolen door de fabrikant of door partners van het POWER FOR ALL-systeem.
Een acculader die geschikt is voor een bepaald type accu vormt brandgevaar bij gebruik in combinatie met andere accu's (accutype: PBA 18 V enz./compatibele acculaders: AL 18 enz.).
→ De accu wordt gedeeltelijk geladen geleverd.
Om de volledige capaciteit van de accu te kunnen benutten, moet u de accu volledig opladen in de accu lader, voordat u het elektrische gereedschap voor de eerste keer gebruikt.
→ Houd batterijen uit de buurt van kinderen.
→ Open de accu niet. Er bestaat een risico op kort-sluiting.
→ Sluit de accu niet kort. Houd de accu als deze niet wordt gebruikt uit de buurt van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken.
Kortsluiting tussen de accucontacten kan brand-wonden of brand veroorzaken.
→ De accu-contacten kunnen heet zijn na gebruik. Wees voorzichtig met de hete contacten, wanneer u de accu verwijdert.
→ De accu kan beschadigd raken door puntige voorwerpen zoals een spijker of schroevendraaier of door externe kracht. Er kan interne kortsluiting ontstaan, waardoor de accu in brand kan raken, kan gaan roken, kan exploderen of oververhit kan raken.
→ Voer nooit service uit aan beschadigde accu-packs.
Service aan accupacks mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of geautoriseerde dienstverleners.

Bescherm de accu tegen hitte, waaron- der langdurige blootstelling aan zonlicht, vuur, vuil, water en vocht. Er bestaat gevaar voor explosie en kortsluiting.
→ Gebruik en bewaar de accu alleen bij een omgevingstemperatuur tussen -20 °C en +50 °C.
Laat de accu in de zomer bijvoorbeeld niet achter in uw auto. Bij temperaturen < 0 °C kunnen de prestaties afnemen, afhankelijk van het apparaat.
→ Laad de accu alleen op in een omgevings-temperatuur tussen 0 °C en +45 °C.
Laden bij temperaturen hoger dan het temperatuurbereik kan de accu beschadigen of het risico of brand vergroten.
→ Laat de accu na gebruik ten minste 30 minuten lang afkoelen, voordat u deze oplaadt of opbergt.
1.3.3 Aanvullende elektrische veiligheids-instructies

GEVAAR!
Risico op hartstilstand!
Het product en de radiostopper genereren een elektromagnetisch veld tijdens het bedrijf. Dit elektromagnetische veld kan de functionaliteit van actieve of passieve medische implantaten (bijvoorbeeld pacemakers) beïnvloeden, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
→ Raadpleeg uw arts en de fabrikant van uw implantaat voordat u dit product gebruikt.
1.3.4 Aanvullende persoonlijke veiligheids-instructies
→ Volg alle instructies op wanneer u opgehoopt materiaal van de kettingzaag verwijdert, de kettingzaag opbergt of onderhoudstaken uitvoert. Zorg ervoor dat de schakelaar in de uitgeschakelde stand staat en de accu is verwijderd.
Onverwachte bediening van de kettingzaag bij het verwijderen van vastgelopen materiaal of tijdens onderhoud kan ernstig letsel tot gevolg hebben.
Persoonlijke beschermingsmiddelen [afb. S1]:
Bij gebruik van deze kettingzaag moet de gebruiker de volgende beschermende kleding dragen:
– Nauwsluitende beschermende kleding,
- Veiligheidsschoenen met vaste zolen, schokbestendige beschermende neus en snijbescherming,
- Handschoenen met snijbescherming (veiligheidshandschoenen),
- Een veiligheidsbril of een gezichtsmasker,
– Gehoorbescherming,
- Veiligheidshelm (in geval van gevaar door vallende voorwerpen).
Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn verkrijgbaar bij geschikte gespecialiseerde dealers.
2. MONTEREN

GEVAAR!
Zaagkettingen kunnen snijwonden veroorzaken
Als het product onbedoeld wordt gestart, kunnen mensen gewond raken door de zaagketting.
→ Verwijder de accu voordat u het product monteert.
→ Draag veiligheidshandschoenen.
2.1 Omvang van de levering
| Art.nr.14790-20 | Art.nr.14790-55 | |
| Accu kettingzaag | x | x |
| Kettingbescherming | x | x |
| Acculader x – | ||
| Accu (4,0 Ah) x – | ||
| Gebruiksaanwijzing | x | x |
2.2 Knop [afb. A1]
| 1Handbe-scherming voor | 7Afdekking aandrijfket-tingwiel | 13Afdekkings-vergrendeling |
| 2Kettingbe-scherming | 8Handbe-scherming achter | 14Kettingspan-ner |
| 3Schorssteun | 9Achterste handgreep | 15Afdekking olietank |
| 4Zaagblad | 10Starthendel | 16Indicator oliepeil |
| 5Zaagketting | 11Voorste handgreep | 18Accu |
| 6Kettingvanger | 12Inschakelver-grendeling | 19Laadindicatie van de accu op het pro-duct |
2.3 De zaagketting aanbrengen [afb. A2/A3]
![GARDENA PowerSaw 250/18V P4A - De zaagketting aanbrengen [afb. A2/A3] - 1](/content/2026/04/721580/images/5f4d5983f3dea02ab391d93ce7fe11989062b200b24c48deb06e84953290bd6f.jpg)
GEVAAR!
Lichamelijk letsel!
Risico op letsel door een onjuiste zaagketting of zaagblad.
→ Gebruik alleen originele GARDENA-zaagkettingen en -zaagbladen.
U kunt de reserveonderdelen voor art. 14790 verkrijgen bij uw GARDENA-dealer of rechtstreeks bij GARDENA Service.
• GARDENA-zaagketting Art. 14790-00.600.24
• GARDENA-zaagblad Art. 14790-00.690.00
- Breng de zaagketting aan op een stevig oppervlak.
- Draai de afdekkingsvergrendeling ⑬ linksom tot deze eenvoudig draait.
- Verwijder de afdekking van het aandrijfkettingwiel ⑦.
- Houd het zaagblad ④ stevig vast en draai de kettingspanner ⑱ linksom totdat deze niet verder kan.
- Let op de richting waarin de zaagketting beweegt ⑤. De scherpe kant van de zaagtanden moet naar voren wijzen op het bovenste gedeelte ④ van het zaagblad (zie de belettering ,Power For All 18 V, op het zaagblad ④).
- Begin bij de punt van het zaagblad. Plaats de zaagketting ⑤ rondom het zaagblad ④. Geleid daarbij deaandrijfschakels ⑪ van de zaagketting ⑤ in de inkeping ⑨ van het zaagblad ④.
- Geleid de zaagketting ⑤ zodanig rond het aandrijf-kettingwiel ⑲ dat de aandrijfschakels ⑪ van de zaag-ketting ⑤ zich bevinden in de ⑲ uitsparingen van het aandrijfkettingwiel.
- Schuif het zaagblad ④ over de bevestigingsschroef⑳.
- Zorg ervoor dat geen aandrijfschakels ⑪ van de zaagketting ⑤ buiten de inkeping⑨ van het zaagblad bevinden.
- Draai de kettingspanner ⑱rechtsom tot de zaagketting ⑤ enigszins wordt aangespannen op het zaagblad ④.
- Geleid eerst de haak ① van de afdekking van het aan-drijfkettingwiel ⑦ in de kettingzaag en druk vervolgens de kettingwielafdekking ⑦ op de kettingzaag.
- Draai de afdekkingsvergrendeling ⑬ rechtsom totdat deze stevig vastzit.
- Span de zaagketting aan ⑤ (Zie ,2.4 De zaagketting spannen').
2.4 De zaagketting spannen [afb. A4]
![GARDENA PowerSaw 250/18V P4A - De zaagketting spannen [afb. A4] - 1](/content/2026/04/721580/images/08542a54b3c8dafb4a001172ffcff4dd4765f918a792965624467672926dda4e.jpg)
GEVAAR!
Risico op brandwonden
De zaagketting en het zaagblad worden tijdens bedrijf warm.
→ Span de zaagketting niet onmiddellijk na gebruik.
→ Wacht tot de zaagketting is afgekoeld.
Door de zaagketting op de juiste manier te spannen, ⑤ zal deze beter zagen en ook langer meegaan.
- Wanneer een zaagketting te strak is gespannen, ⑤ kan de motor overbelast raken en dit kan schade veroorzaken.
- Wanneer de zaagketting te slap gespannen is, ⑤ kan de zaagketting uit de inkeping ⑤ van het zaagblad lopen④.
→ Controleer daarom regelmatig de kettingspanning (ongeveer elke
10 minuten), omdat de ketting tijdens het gebruik kan uitrekken.
→ Als de zaagketting⑤ nieuw is, controleer dan de kettingspanning met kortere bedrijfsintervallen (om de paar minuten).
- Controleer of de zaagketting nog steeds goed scherp is (zie ,4.1 De zaagketting slijpen').
- Draai de afdekkingsvergrendeling ⑬ linksom tot de kettingspanner ⑭ kan worden gedraaid.
- Draai de kettingspanner ⑭ rechtsom tot de zaag-ketting ⑤ enigszins wordt aangespannen op het zaagblad ④ (houd de afdekkingsvergrendeling op zijn plaats terwijl ⑬ u dit doet).
- De kettingspanning controleren: Trek de zaagketting ⑤ weg van het zaagblad ④ (de speling moet ongeveer 2 – 3 mm bedragen).
- Kettingspanning is te slap (de speling is meer dan 3 mm): Draai de kettingspanner ^14 rechtsom (terwijl u het zaagblad omhoog richt).
Kettingspanning is te strak (de speling is minder dan 2 mm): Draai de kettingspanner ^14 linksom (terwijl u het zaagblad omhoog richt). - Als de zaagketting ⑤ correct is vastgeklemd: Draai de afdekkingsvergrendeling ⑬ rechtsom totdat deze stevig vastzit.
- Controleer tot slot of de zaagketting, ⑤ het zaagblad ④ en de afdekking van het aandrijfkettingwiel ⑦ correct zijn bevestigd en of zaagketting ⑤ correct gespannen is.
2.5 De zaagketting smeren

GEVAAR!
Gebroken zaagkettingen kunnen letselveroorzaken
Onvoldoende smering van het zaagblad kan ertoe leiden dat de ketting breekt, wat kan leiden tot ernstig letsel.
→ Giet een geschikte hoeveelheid kettingolie in de kettingzaag. Controleer of het oliesmeersysteem werkt.
Goedgekeurde zaagkettingolie:
De organische kettingolie wordt niet meegeleverd.
We raden aan om gebruik te maken van van GARDENA biologische kettingolie art.nr. 6006 of biologisch afbreekbare kettingolie van gespecialiseerde dealers.
2.5.1 Kettingolie bijvullen [afb. A5]
Als het oliepeil op de oliepeilindicator ⑯ lager is dan MIN, dient u verse kettingolie bij te vullen.
- Schroef de afdekking van de olietank ⑮ los.
- Giet de kettingolie in de vulhals ⑰ tot u aan de indicator van het oliepeil ⑱ kunt zien dat de olietank vol is. Zorg ervoor dat u geen kettingolie morst op de kettingzaag (als dit gebeurt, reinig dan de kettingzaag en de vulhals grondig).
- Schroef de afdekking van de olietank ⑮ weer op de vulhals ⑰.
2.5.2 Het oliesmeersysteem controleren [afb. S2]
- Houd het zaagblad gericht op een licht houtsnijoppervlak op een afstand van ca. 20 cm.
- Start de kettingzaag (zie ,3.4.1 De kettingzaag starten'). Na één minuut bedrijf moeten op het oppervlak van het houtwerk duidelijke sporen van olie ② te zien zijn.
3. BEDIENING

GEVAAR!
Zaagkettingen kunnen snijwonden veroorzaken
Als het product onbedoeld wordt gestart, kunnen mensen gewond raken door de zaagketting.
→ Verwijder de accu voordat u het product inspecteert of vervoert.
→ Draag altijd persoonlijke beschermingsmiddelen.
3.1 De accu opladen [afb. O1/O2/O3]
![GARDENA PowerSaw 250/18V P4A - De accu opladen [afb. O1/O2/O3] - 1](/content/2026/04/721580/images/833c3d90c11ac58f162a3b383aa01b1d563131bac06439e192809c8470b163c8.jpg)
LET OP!
Materièle schade.
Als de spanning van de voedingsbron niet overeenkomt met de specificaties op het typeplaatje van de acculader, kan de acculader beschadigd raken.
→ Let op de netspanning.

GEVAAR!
Risico op letsel.
Uw vingers kunnen bekneld raken wanneer u de accu plaatst.
→ Let op uw vingers.
Dankzij het intelligente oplaadprocedé wordt de laadtoe-stand van de accu automatisch herkend en wordt de accu, afhankelijk van de accutemperatuur en -spanning, met de telkens optimale oplaadstroom opgeladen. Daardoor wordt de accu ontzien en blijft deze bij bewaren in de acculader altijd volledig opgeladen.
- Druk op de vrijgaveknop Ⓐ en neem de accu Ⓑ uit de accuhouder Ⓓ.
- Verbind de acculader © met een stopcontact.
- Schuif de acculader Ⓒ op de accu Ⓑ.
Als de accu-laadindicator Ⓞ op de acculader groen knippert, wordt de accu opgeladen.
Als de accu-laadindicator op de acculader permanent groen brandt, is de accu volledig opgeladen (oplaadduur, zie 7. TECHNISCHE GEGEVENS). - Controleer tijdens het opladen regelmatig de oplaadstatus.
- Wanneer de accu Ⓑ volledig is opgeladen, kan de accu worden losgekoppeld van de acculader Ⓒ.
3.2 Betekenis van weergave-elementen
3.2.1 Acculaadindicator op de acculader [afb. O3]
Accu-laadi- indicator knippert ^Lc
![GARDENA PowerSaw 250/18V P4A - Acculaadindicator op de acculader [afb. O3] - 1](/content/2026/04/721580/images/c5240ba16231c3534280825e07a62b9c7ac77d9f25c5190763ef2d66c7e7096b.jpg)
De laadcyclus wordt aangegeven door het knipperen van de accu-laadindicator ^® .
Opmerking: Het opladen is alleen mogelijk, wanneer de temperatuur van de accu zich binnen het toe-gestane oplaadtemperatuurbereik bevindt, zie 7. TECHNISCHE GEGEVENS.
De accu-laadin- dicator brandt continu ①c
![GARDENA PowerSaw 250/18V P4A - Acculaadindicator op de acculader [afb. O3] - 2](/content/2026/04/721580/images/2e96dda60d24b90e284f6a2cc4929ad83d97a8091e50d6d929bb45e39a052911.jpg)
Wanneer de accu-laadindicator ① continu brandt duidt dit aan dat de accu volledig is opgeladen, of dat de temperatuur van de accu zich buiten het toegestane oplaadtemperatuur- bereik bevindt en er daarom niet kan worden opgeladen. Nadat het toe- gestane temperatuurbereik is bereikt, wordt de accu opgeladen.
Zonder dat de accu is geplaatst, duidt het continue branden van de accu-laadindicator ⑯, dat de stekker in het stopcontact is gestoken en de acculader klaar voor gebruik is.
3.2.2 Acculaadstatusindicator Ⓓ op het product [afb. O4/A1]
Na het starten van het product wordt de accu-laadstatusindicator Ⓓ gedurende 5 seconden weergegeven.
| Acculaadstatusindicator | Acculaadstatus |
| L1, L2 en L3 branden groen | 67 – 100% opgeladen |
| L1 en L2 branden groen | 34 – 66% opgeladen |
| L1 brandt groen | 11 – 33% opgeladen |
| L1 knippert groen | 0 – 10% opgeladen |
Wanneer de led Ⓛ groen knippert, moet de accu worden opgeladen.
Wanneer de fout-led® gaat branden of knipperen, zie 6. PROBLEMEN OPLOSSEN.
3.3 Werkpositie [afb. S2]
→ Houd de kettingzaag rechtop met uw linkerhand op de voorste handgreep ⑪ en de rechterhand op de achterste handgreep ⑨.
3.4 De kettingzaag starten/stoppen [afb. A1/O1/S2]
![GARDENA PowerSaw 250/18V P4A - De kettingzaag starten/stoppen [afb. A1/O1/S2] - 1](/content/2026/04/721580/images/ea59ed9bffb0152f144bb7a30e9921b4a94aac4d81ab480529c572bca2cc274e.jpg)
GEVAAR!
Risico op letsel
Risico op letsel als het product niet stopt wanneer de starchendel wordt losgelaten.
→ De veiligheidsvoorziening of schakelaars mogen nooit overbrugd worden.
→ De starchendel mag bijvoorbeeld niet aan de hendel worden bevestigd.
→ Breng geen wijzigingen aan in het product die niet in deze hand leiding worden beschreven.
3.4.1 Voordat u begint
- Controleer of de zaagketting ⑤ goed geslepen is (zie ,4.1 De zaagketting slijpen').
-
Controleer of de zaagketting ⑤ goed is gespannen (zie ,2.4 De zaagketting spannen' [afb. A4]).
-
Controleer of er voldoende kettingolie in het reservoir zit (zie ,2.5.1 Kettingolie bijvullen' [afb. A5]).
3.4.2 De kettingzaag starten
Het product is uitgerust met een tweehandige veiligheids- voorziening (starthendel ⑩ en inschakelvergrendeling ⑫) die voorkomen dat het product onbedoeld wordt ingeschakeld.
- Trek de kettingbescherming ② weg van het zaagblad ④ los.
- Plaats de accu Ⓑ in de accuhouder Ⓓ totdat deze vastklikt.
- Houd de kettingzaag rechtop met uw linkerhand op de voorste handgreep ⑪ en de rechterhand op de achterste handgreep ⑨.
- Als de hendel van de kettingrem ① is ingeschakeld, schakel dan de hendel van de kettingrem uit ①.
- Druk de inschakelvergrendeling ⑫ naar voren en trek de starchendel ⑩ richting de achterste handgreep ⑨. De kettingzaag zal nu starten.
- Controleer of het oliesmeersysteem werkt voordat u de kettingzaag gebruikt (zie ,2.5.2 Het oliesmeersysteem controleren' [afb. A6]).
3.4.3 De kettingzaag stoppen
- Laat de starchendel los ⑩.
De kettingzaag zal nu stoppen. - Wacht tot de zaagketting ⑤ is gestopt met draaien.
- Schakel de hendel van de kettingrem in ①.
- Verwijder de accu Ⓑ.
- Schuif de kettingbescherming ② over het zaagblad ④.
- Draai de kettingspanner ⑭ één slag linksom om de spanning van de zaagketting te verminderen.
De zaagketting wordt korter naarmate deze afkoelt. Zo voorkomt u dat de zaagketting beschadigd raakt wanneer deze afkoelt.
3.5 De kettingzaag vervoeren [afb. A1/S3]
![GARDENA PowerSaw 250/18V P4A - De kettingzaag vervoeren [afb. A1/S3] - 1](/content/2026/04/721580/images/dc756c9b5d3410531a2cfb30d313445d45915901c065945bb8571c7ee0b27aa2.jpg)
GEVAAR!
Risico op letsel
Als de kettingzaag gereed is voor gebruik en u deze draagt aan de achterste handgreep ^9 met alleen de schakelelementen, bestaat de kans dat de inschakelvergrendeling en ^12 starchendel per ongeluk ^10 tegelijkertijd geactiveerd worden en de kettingzaag start.
→ Draag de kettingzaag alleen aan de voorste hand-greep ⑪.
- Schakel de hendel van de kettingrem in ①.
- Schuif de kettingbescherming ② over het zaagblad ④.
- Verwijder de accu Ⓑ.
- Draag de kettingzaag aan de voorste handgreep ⑪.
3.6 Zaaginstructies
3.6.1 Zagen op een zaagbok [afb. S4]
We raden beginnende gebruikers aan om oefenen met het zagen van rond hout op een zaagbok ② of een frame.
Dit is de veiligste manier om de kettingzaag te leren gebruiken.
- Klem het hout indien mogelijk vast aan de zaagbok.
- Zaag van boven naar onderen. Zorg ervoor dat u stevig en stabiel staat.
3.6.2 De schorssteun gebruiken [afb. A1]
Maak indien mogelijk gebruik van de schorssteun ③ om veilig zaagsneden te kunnen maken.
→ Druk hiertoe de schorssteur® in de schors of het oppervlak van de stam, zodat u de kettingzaag met meer controle kunt hanteren.
3.6.3 Takken afzagen
Zorg er bij het afzagen van takken voor dat andere personen niet aan gevaar worden blootgesteld, dat er geen toevoerleidingen worden geraakt en dat er geen schade wordt toegebracht aan eigendommen.
Als een tak in contact komt met een toevoerleiding, informeer dan onmiddellijk het nutsbedrijf.
Als er op een helling wordt gezaagd, moet de bediener van de kettingzaag zich op het terrein boven de tak bevinden die wordt gezaagd, omdat de tak na het zagen waarschijnlijk naar beneden zal rollen of wegglijden.
Plan een vluchtroute voordat u gaat zagen en maak deze route indien nodig vrij.
Controleer voor het zagen de natuurlijke helling van de boom, de locatie van grotere takken en de windrichting om te bepalen in welke richting de tak zal vallen.
Verwijder eventueel vuil, stenen, losse schors, spijkers, klemmen en draden uit de boom.
3.6.4 Snoeien [afb. S5]
Snoeien betekent het verwijderen van de takken van een gevelde boom. Zaag tijdens het snoeien in eerste instantie niet de grotere, naar beneden gerichte takken af die de boom mogelijk ondersteunen. Verwijder kleinere takken, zoals weergegeven in afb. S5, met één zaagbeweging. Zaag takken die onder spanning staan van onder naar boven om te voorkomen dat de kettingzaag klem komt te zitten.
3.6.5 Opdelen [afb. S6/S7/S8/S9]
Opdelen verwijst naar het in delen zagen van een gevelde boom. Zorg ervoor dat u stevig staat en verdeel uw lichaamsgewicht gelijkmatig over beide voeten. Indien mogelijk moet de stam worden ondersteund en op zijn plaats worden gehouden door takken, balken of wiggen. Volg de instructies zoals vermeld in ,3.6.1 Zagen op een zaagbok' [afb. S4].
Als de boomstam over de gehele lengte gelijkmatig ligt, zoals weergegeven in afb. S6, zaag er dan van boven naar beneden doorheen.
Als de boomstam op één uiteinde rust, zoals weergegeven in afb. S7, zaag dan eerst een derde van de stamdiameter door van beneden naar boven en zaag daarna het resterende deel door van boven naar beneden ter hoogte van de opwaartse zaagsnede.
Als de boomstam op beide uiteinden rust, zoals weergegeven in afb. S8, zaag dan eerst een derde van de stamdiameter door van boven naar beneden en zaag daarna het resterende twee derde deel door van beneden naar boven ter hoogte van de neerwaartse zaagsnede.
Ga bij het zagen op een helling altijd boven de boomstam staan, zoals weergegeven in afb. S9. Om te zorgen dat u volledige controle behoudt op het moment dat u door de stam zaagt, vermindert u de neerwaartse druk naar het einde van de zaagsnede toe zonder uw stevige grip op de handgrepen van de kettingzaag te verslappen. Zorg ervoor dat de zaagketting de grond niet raakt. Wacht na het voltooien van de zaagsnede tot de ketting stopt met draaien, voordat u de kettingzaag verwijdert. Schakel altijd de motor van de kettingzaag uit voordat u van de ene boom naar een andere boom wisselt.
4. ONDERHOUD

GEVAAR!
Zaagkettingen kunnen snijwonden veroorzaken
Als het product onbedoeld wordt gestart, kunnen mensen gewond raken door de zaagketting.
→ Verwijder de accu voordat u onderhoud uitvoert aan het product.
→ Draag veiligheidshandschoenen.
4.1 De scherpte van de zaagketting controle- ren [afb. A4]
Als de zaagprestaties afnemen of als de tanden ⓣ korter zijn dan 3 mm, moet de zaagketting worden vervangen.
De accukettingzaag kan alleen efficiënt worden gebruikt als de zaagketting in goede staat en scherp is. Dit verlaagt ook het risico op terugslag.
De zaagketting kan door elke gespecialiseerde dealer worden geslepen. Probeer de zaagketting niet zelf te slijpen, tenzij u over geschikt gereedschap en de vereiste ervaring beschikt.
→ Laat de zaagketting slijpen door een gespecialiseerde dealer.
4.2 De kettingzaag schoonmaken

GEVAAR!
Risico op letsel!
Risico van letsel en risico van beschadiging van het product.
→ Gebruik geen water of waterstraal (vooral geen waterstraal onder hoge druk) om het product te reinigen.
→ Gebruik geen chemische producten, waaronder benzine of oplosmiddelen, voor de reiniging. Ze kunnen belangrijke kunststof onderdelen vernietigen.
De luchtstroomsleuven moeten altijd schoon zijn.
- Gebruik een vochtige doek om de kettingzaag te reinigen.
- Reinig de ventilatieopeningen ②3 met behulp van een zachte borstel (gebruik geen schroevendraaier).
- Reinig alle bewegende delen na elk gebruik
4.3 De accu en acculader reinigen
Het oppervlak en de contacten van de accu en acculader moeten schoon en droog zijn voordat de accu wordt aangesloten op de acculader.
→ Gebruik geen stromend water.
4.3.1 De accu reinigen
Gebruik nooit chemische middelen om de accu te reinigen.
→ Gebruik een zachte, schone, droge borstel om de ventilatiesleuven en de contacten van de accu van tijd tot tijd schoon te maken.
De acculader reinigen
→ Gebruik een zachte, droge doek om de contacten en de kunststof onderdelen schoon te maken.
5. OPSLAG
5.1 Afsluiten
Het product moet uit de buurt van kinderen worden opgeborgen.
- Schuif de kettingbescherming ② over het zaagblad ④.
- Verwijder de accu Ⓑ.
- Laad de accu op (zie ,3.1 De accu opladen' [afb. O1/O2/O3]).
- Reinig de kettingzaag, de accu en de acculader (zie ,4. Onderhoud').
- Bewaar de kettingzaag, accu en acculader op een droge, afgesloten en vorstvrije plaats.
6. STORINGEN VERHELPEN

GEVAAR!
Zaagkettingen kunnen snijwonden veroorzaken
Als het product onbedoeld wordt gestart, kunnen mensen gewond raken door de zaagketting.
→ Verwijder de accu voordat u problemen aan het product gaat oplossen.
→ Draag veiligheidshandschoenen.
6.1 Foutentabel
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
| Snede is slordig | De kettingzaag is beschadigd of versleten. | → Vervang de zaagketting of laat deze slijpen. |
| Looptijd is te kort | De zaagketting is te strak gespannen. | → Controleer de kettingspanning. |
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
| De kettingzaag stopt niet | De starchendel zit vast. | → Verwijder de accu en maak de starchendel los. |
| De kettingzaag start niet of stopt.Led Ⓗ knippert groen [afb. 04] | De accu is leeg. → Laad de accu op. | |
| De kettingzaag start niet of stopt.Fout-led Ⓦ brandt rood [afb. 04] | De temperatuur van de accu ligt buiten het toegestane bereik. | → Wacht tot de temperatuur van de accu is gedaald tot tussen 0 °C en +45 °C. |
| Er bevinden zich waterdruppels of vocht tussen de accucontacten. | → Verwijder de waterdruppels of het vocht met een droge doek. | |
| Een obstakel blok- keert de motor. | → Verwijder de obstructie. | |
| De kettingzaag start niet of stopt.Fout-led Ⓦ knip- pert rood [afb. 04] | De kettingzaag is defect. | → Neem contact op met de GARDENA-service. |
| De kettingzaag start niet of stopt.Fout-led Ⓦ gaat niet branden [afb. 04] | De kettingremhendel is beschadigd. | → Schakel de ket- tingremhendel uit. |
| De accu is kapot. | → Vervang de accu. | |
| De kettingzaag is defect. | → Neem contact op met de GARDENA-service. | |
| Opladen is niet mogelijk.Accu-oplaadindi- cator Ⓥ brandt continu groen | De accu is niet goed in de acculader geduwd. | → Duw de accu goed in de accu- lader. |
| Contacten van de accu zijn vuil | → Reinig de accucontacten (bijvoorbeeld door de accu meerdere keren aan te slui- ten en weer los te koppelen). Vervang de accu indien nodig. | |
| De temperatuur van de accu ligt buiten het toegestane bereik. | → Wacht tot de tem peratuur van de accu is gedaald tot tussen 0 °C en +45 °C. | |
| De accu is kapot. | → Vervang de accu. | |
| Opladen is niet mogelijk.Accu-oplaadindi- cator Ⓥ gaat niet branden | De stekker van de acculader is niet goed aangesloten. | → Steek de stekker volledig in het stopcontact. |
| Stopcontact, net- snoer of acculader is defect. | → Controleer de netspanning.→ Laat de accula- der indien nodig controleren door een erkende gespecialiseerde dealer of door GARDENA Service. | |
OPMERKING:
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door serviceafdelingen van GARDENA of door gespecialiseerde dealers die zijn goedgekeurd door GARDENA.
→ Neem contact op met uw GARDENA-servicecentrum in geval van andere storingen (zie achterzijde).
- TECHNISCHE GEGEVENS
| Accu kettingzaag Eenheid Waarde | (art.nr. 14790) | |
| Kettingsnelheid bij stationair toerental | m/s | 8 |
| Zaagbladlengte | mm | 250 |
| Type zaagketting | Oregon 90PX040X | |
| Type zaagblad | Oregon 104MLEA041 | |
| Dikte aandrijfschakels | mm | 1,1 |
| Inhoud olietank | ml | 150 |
| Gewicht (zonder zaagketting, zaagblad, zaagbladafdekking, olie, accu) | kg 3,3 | |
| Gereedschapsvrije kettingspanning (SDS) | x | |
| Automatische kettingsmering | x | |
| Geluidsdrukniveau L_pA^1) | dB(A) | 87 |
| Onzekerheidsmarge k_pA | dB(A) | 3 |
| Geluidsvermogens-niveau L_WA^2) : | ||
| gemeten/gegarandeerd | dB(A) | 99/101 |
| Onzekerheidsmarge k_WA | dB(A) | 3 |
| Hand-armtrillingen a_vhw^1) | m/s^2 | 3 |
| Onzekerheidsmarge k_vhw | m/s^2 | 1,5 |
Meetmethoden volgens:
^1) EN IEC 62841-4-1 ^2) RL 2000/14/EC/S.I. 2001 nr.1701
| SysteemaccuPBA 18V 4,0 Ah W-B | Eenheid Waarde(art.nr. 14905) |
| Accuspanning | V (DC) 18 |
| Accucapaciteit | Ah 4,0 |
| Aantal cellen (Li-ion) | 10 |
| Geschikte acculaders voor het POWER FOR ALL-systeem | AL 1810 CV/AL 1815 CV/AL 18V-20/AL 1830 CV/AL 1880 CV |
| Systeemacculader AL 18V-20 P4A | Eenheid Waarde (art.nr. 14911) | |
| Netspanning | V (AC) | 220-240 |
| Netfrequentie | Hz | 50-60 |
| Nominaal vermogen | W | 26 |
| SysteemacculaderAL 18V-20 P4A | Eenheid Waarde | |
| (art.nr. 14911) | ||
| Accu-oplaadspanning V (DC) 18 | ||
| Max. acculaadstroom mA 1000 | ||
| Oplaadtijd accu (circa)PBA 18V 2.0Ah W-B | min. | 115 |
| PBA 18V 2.5Ah W-B | min. | 136 |
| PBA 18V 4.0Ah W-C | min. | 228 |
| Toegestaan oplaad-temperatuurbereik | °C 0–35 | |
| Gewicht kg 0,17 | ||
| Beschermingsklasse | / | |
| Geschikte POWER FORALL-systeemaccu’sPBA 18V | PBA 18V | |
- TOEBEHOREN/ONDERDELEN
| GARDENA-zaagketting De zaagketting vervangen. | Art. 14790-00.600.24 | |
| GARDENA-zaagblad Het zaagblad vervangen. | Art. 14790-00.690.00 | |
| GARDENA biologische kettingolie | Olie om de ketting te smeren | Art. 6006 |
| GARDENA-systeemaccu P4A PBA 18V/45 P4A PBA 18V/72 | Accu voor extra gebruiksduur of voor vervanging. | Art. 14903 Art. 14905 |
| GARDENA-snellader Lader voor snel opla-den van POWER FOR ALL-systeemaccu's PBA 18V..W-. | Art. 14901 | |
9. GARANTIE/SERVICE
9.1 Productregistratie
U vindt de actuele contactgegevens van onze service op de achterzijde en online:
- België:
https://www.gardena.com/be-fr/c/assistance/contact
• Nederland: https://www.gardena.com/nl/c/ondersteuning/contact - Andere landen: https://www.gardena.com/int/support/advice/contact/
10. AFVOER
10.1. Afvoeren van de kettingzaag
(in overeenstemming met richtlijn 2012/19/EG/S.I. 2013 nr. 3113)

Het product mag niet met het normale huishoudelijke afval worden afgevoerd. Het moet volgens de geldende lokale milieuvoorschriften worden afgevoerd.
BELANGRIJK!
→ Voor het product via uw plaatselijke recyclinginstantie af.
10.2. De batterij afvoeren

De accu bevat lithium-ioncellen die aan het einde van hun levensduur afzonderlijk van het gewone huisvuil moeten worden afgevoerd.
Li-ion
- Ontlaad de lithium-ioncellen volledig (neem hiervoor contact op met GARDENA-service).
- Zorg ervoor dat de contacten van de lithium-ion-cel geen kortsluiting veroorzaken door er tape overheen te plaatsen.
- Voer de lithium-ion-cellen op de juiste wijze af via of bij uw lokale afvalinzamelingspunt.
三
no
no Batteridrevet motorsag PowerSaw 250/18V P4A
Husqvarna Nederland B.V.
GARDENA Division
Postbus 50131
1305 AC ALMERE
Phone: (+31) 36 521 00 10
info@gardena.nl
Neth. Antilles
Jonka Enterprises N.V.
Sta. Rosa Weg 196
P.O. Box 8200
Curaçao
Phone: (+599) 9 767 66 55
info@jonka.com
New Zealand
Deto Handelmaatschappij N.V.
Kernkampweg 72-74
P.O. Box: 12782
Paramaribo
Suriname
Phone: (+597) 43 80 50
info@deto.sr
Sweden
Husqvarna AB,
GARDENA Sverige
Drottninggatan 2
561 82 Huskvama
Sverige
Phone: (+46) (0) 36-14 60 02
service@gardena.se