EasyMax 32/18V P4A - Grasmaaier GARDENA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis EasyMax 32/18V P4A GARDENA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over EasyMax 32/18V P4A GARDENA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding EasyMax 32/18V P4A - GARDENA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. EasyMax 32/18V P4A van het merk GARDENA.
GEBRUIKSAANWIJZING EasyMax 32/18V P4A GARDENA
Snoerloze gazonmaaier
no Brukermanual
Trådløs gressklipper
Vertaling van gebruikershandleiding
- VEILIGHEIDSINSTRUCTIES 95
- MONTAGE 97
- BEDIENING 98
- ONDERHOUD 99
- OPSLAG 99
- STORINGEN VERHELPEN 99
- TECHNISCHE GEGEVENS....100
- ACCESSOIRES/RESERVEONDERDELEN 100
- GARANTIE/SERVICE....101
- AFVOER....101
1. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
1.1 Symbolen op het product

→ Lees de gebruikershandleiding.

WAARSCHUWING!
→ Wees voorzichtig met onderdelen die worden uitgeworpen—houd omstanders uit de buurt.

WAARSCHUWING!
→ Houd de netspanningskabel uit de buurt van de bladen (niet van toepassing op snoerloze maaiers).

WAARSCHUWING!
→ Houd uw handen en voeten uit de buurt van de bladen.

WAARSCHUWING!
→ Haal de netstekker uit het stopcontact voordat u onderhoud uitvoert of als de netspanningskabel beschadigd is (niet van toepassing op sncerloze maaiers).

WAARSCHUWING!
→ Koppel de accu voorafgaand aan het onderhoud los.

WAARSCHUWING!
→ Verwijder de vergrendeling vóór het onderhoud (niet van toepassing op draadloze gazonmaaiers zonder vergrendeling).
1.2 Algemene veiligheidsinstructies
1.2.1 Algemene veiligheidsinstructies machine

WAARSCHUWING!
Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die bij dit apparaat zijn meegeleverd.
Het niet opvolgen van ieder van de onderstaande instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of emstig letsel.
Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor later gebruik.
De term "machine" die in de veiligheidsinstructies wordt gebruikt, heeft betrekking op uw machine die op netspanning werkt (met netsnoer) of op uw machine die op accu werkt (draadloos).
1) Velligheid van het werkgebled
a) Zorg ervoor dat de werkplek schoon en goed verlicht is.
In rommelige of donkere gebieden gebeuren eerder ongelukken.
b) Werk niet met de machine in explosiegevaarlijke omgevingen die ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof bevatten. Elektrische apparaten creëren vonken, waardoor stof of dampen kunnen ontbranden.
c) Houd kinderen en andere personen uit de buurt wanneer u de machine gebruikt.
Ü kunt de controle over het apparaat verliezen als u afgeleid wordt.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekker van de machine moet In het stopcontact passen. Pas de stekker nooit aan. Gebruik geen adapterstekkers met geaarde machines. Ongewijzigde stekkers en overeenkomende stopcontacten verkleinen het risico op elektrische schokken.
b) Vermijd fysiek contact met geaarde oppervlakken zoals buizen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er is een verhoogd risico op elektrische schokken als uw lichaam geaard is.
c) Houd machines uit de buurt van regen en vocht. Als er water in een elektrisch apparaat binnendringt, wordt het risico op elektrische schokken groter.
d) Gebruik de kabel niet op een ongepaste manler. Gebruik de kabel nooit om de machine te dragen, te trekken of om de stekker uit het stopcontact te verwijderen. Houd de kabel uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen en bewegende onderdelen. Beschadigde of in de knoop geraakte kabels verhogen het risico op elektrische schokken.
e) Als u buitenshuis met een machine werkt, mag u uitsluitend een ver- lengkabel gebruiken die geschikt is voor gebruik buitenshuis. Het gebruik van een kabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis, vermindert het risico op elektrische schokken.
f) Als gebruik van de machine in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, moet een aardlekschakelaar (RCD) worden gebruikt. Gebruik van een RCD vermindert het risico op elektrische schokken.
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf alert, let goed op wat u doet en gebruik uw gezond verstand bij het werken met een machine. Gebruik geen elektrische apparaten als u moe bent of onder invloed van drugs, alcohol of medicijnen. Eén moment van onoplottondheid tijdons het gebruik van een elektrisch apparaat kan omstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben.
b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd een veilig-heldsbrll. Beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, veiligheidsschoenen met antislipprofiel, een veiligheidshelm of gehoorbescherming in relevante werkomstandigheden beperken letsel.
c) Vermijd onbedoeld opstarten. Controleer of de schakelaar op OFF staat voordat u het elektrische apparaat aansluit op netvoeding en/of de accu, en voordat u het apparaat oppakt of draagt. Het dragen van elektrische apparaten met uw vinger op de schakelaar of het inschakelen van stroom of accu terwijl de schakelaar op ON staat, kan makkelijk tot ongelukken leiden.
d) Verwijder de afstelgereedschappen of sleutels voordat u de machine inschakelt. Gereedschap of sleutels die zich in een draaiend onderdeel van het elektrisch apparaat bevinden, kunnen verwondingen veroorzaken.
e) Vermijd een abnormale houding. Zorg dat u te allen tilde stevig en in balans staat. Hierdoor hebt u een betere controle over het apparaat in onverwachte situaties.
f) Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of sieraden. Houd uw haar en kleding uit de buurt van bewegende onderdelen. Losse kleding, sieraden of lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende onderdelen.
g) Als voorzieningen voor het afzulgen en opvangen van stof kunnen worden aangebracht, moeten deze op de juiste wijze worden aangesloten en gebruikt. Het gebruik van stofopvang kan stofgerelateerde gevaren beperken.
h) Laat u niet verleiden tot een vals gevoel van veiligheid en negeer nooit de veiligheidsvoorschriften voor machines, zelfs niet als u bekend bent met de machine omdat u ze vaak hebt gebruikt. Een onzorgvuldige handeling kan binnen een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel.
4) Gebruik en behandeling van machine
a) Overbelast de machine niet. Gebruik het juiste apparaat voor uw werkzaamheden. Het juiste apparaat klaart de klus beter en veiliger, en op de snelheid die mag worden verwacht.
b) Gebruik de machine niet als de schakelaar ervan defect is. Apparaten die niet met de schakelaar kunnen worden bediend, zijn gevaarlijk en moeten worden gerepareerd.
c) Haal de stekker uit het stopcontact en/of verwijder de accu voordat u de machine Instelt, onderdelen van plaatsingsgereedschap verwisselt of de machine opbergt. Deze voorzorgsmaatregelen beperken het risico op onbedoeld starten van de machine.
d) Houd machines die niet in gebruik zijn buiten het bereik van kinderen en laat niemand de machine gebruiken die er niet bekend mee is of deze instructies niet heeft gelezen. Elektrische apparaten zijn govaarlijk in de handen van ongetrainde gebruikers.
e) Onderhoud machines en onderdelen van plaatsingsgereedschap zorgvuldig. Controleer het apparaat op verkeerde uitlijning of ondeugdelijke bevestiging van bewegende onderdelen, breuk van onderdelen en andere afwijkingen die de werking van het apparaat negatief kunnen beïnvloeden. Als het apparaat is beschadlgd, moet u het laten repareren voordat het weer wordt gebruikt. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden apparaten.
f) Houd snijgereedschappen scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereedschappen met scherpe snijranden zullen minder gauw vastlopen en zijn eenvoudiger onder controle te houden.
g) Gebruik de machine, accessoires, hulpstukken enz. overeenkomstig deze instructies. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Als u het apparaat voor andere toe-passingen gebruikt dan waarvoor het is bedoeld, kan er een gevaarlijke situatie ontstaan.
h) Houd de handgrepen en grijpoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Vettige of anderszins glibberige handgrepen en grijpoppervlakken belemmeren veilige hantering en bediening van het apparaat in onvenwachte situaties.
5) Gebruik en onderhoud van gereedschap met accu
a) Laad de accu's alleen op met acculaders die door de fabrikant worden aanbevolen. Een lader die voor een bepaald type accu geschikt is, kan een risico op brand creëren als de lader met een andere accu wordt gebruikt.
b) Gebruik uitsluitend de hiervoor bedoelde accu's in de machines. Als er andere accupacks worden gebruikt, bestaat er risico op letsel en brand.
c) Houd de accu als hij niet wordt gebruikt uit de buurt van paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Als er kortsluiting tussen de accuaansluitingen ontstaat, kunnen er brandwonden of brand ontstaan.
d) Bij onjuist gebruik kan er vloelstof uit de accu lekken; vermljd contact met de accu. Als u per ongeluk in contact komt met de vloelstof,
afspoelen met water. Als er vloelstof in de ogen komt dient u medische hulp in te roepen. Vloeistof die uit de accu komt kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
e) Gebruik geen accu die is beschadigd of gewijzigd. Beschadigde of aangepaste accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosies of letsel.
f) Stel een accu niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130°C kan een explosie veroorzaken.
g) Volg alle laadinstructies op en laad de accu of het accugereedschap nooit op bij temperaturen die buiten het in de gebruikershandleiding gespecificeerde bereik vallen. Door onjuist opladen of opladen bij temperaturen die buiten het gespecificeerde bereik liggen, kan de accu beschadigd raken en neem! het risico op brand toe.
6) Service
a) Laat uw machine alleen repareren door gekwalificeerde specialisten en alleen met gebruik van originele reserveonderdelen. Hierdoor blijft de veiligheid van de machine gehandhaafd.
b) Voer nooit service uit aan beschadigde accu's. Service aan accupacks mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of geautoriseerde dienstverleners.
1.2.2 Veiligheidsinstructies voor gazonmaaiers
a) Gebruik de gazonmaaler niet bij slecht weer, en vooral niet bij storm- weer. Dit vermindert het risico op blikseminslag.
b) Onderzoek grondig of er wilde dieren in het werkgebied zijn. Wilde dieren kunnen gewond raken door de draaiende gazonmaaier.
c) Onderzoek het werkgebied grondig, en verwijder alle stenen, stokken, draden, beenderen en andere vreemde voorwerpen. Weggeslingerde onderdelen kunnen letsels veroorzaken.
d) Controleer voor u de gazonmaaler gebruikt altijd of de snijbladen en de snij-inrichting niet versleten of beschadigd zijn. Versleten of beschadigde onderdelen vermogen het risico op letsel.
e) Controleer de grasopvangbak regelmatig op slijtage en veroudering. Een versleten of beschadigde grasopvangbak kan het risico op letsel verhogen.
f) Laat de beschermkappen op hun plaats zitten. Beschermkappen moeten operationeel zijn en goed zijn bevestigd. Een losse, beschadigde of slecht functionerende beschermkap kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
g) Houd alle koelluchtinlaten vrij van vuil. Verstopte luchtinlaten en vuil kunnen leiden tot oververhitting of brandgevaar.
h) Draag altijd antisilpvelligheidsschoenen wanneer u de gazonmaaler gebruikt. Werk nooit op blote voeten of met open sandalen. Hierdoor wordt het risico op voetletsel bij contact met de draaiende snijbladen tot een minimum beperkt.
i) Draag altijd een lange broek wanneer u de gazonmaaier gebruikt. Blootliggende huid verhoogt de kans op letsel door weggeslingerde voorwerpen.
j) Gebruik de gazonmaaler niet op nat gras. U dient uitsluitend te lopen, nooit te rennen. Dit verkleint het risico op uitgliiden en vallen, wat kan leiden tot letsel.
k) Gebruik de gazonmaaler niet op extreem stelle hellingen. Dit verkleint het risico op controleverlies, uitolijden en vallen, wat kan leiden tot letsel,
I) Zorg er bij het werken op hellingen voor dat u stevig staat; werk altijd dwars op de helling, nooit op of neer en wees uiterst voorzichtig bij het veranderen van werkrichting. Dit verkleint het risico op controleverlies, uitglijden en vallen, wat kan leiden tot leisel.
m) Wees extra voorzlichtig wanneer u achteruit maalt of wanneer u de gazonmaaier naar u toe trekt. Let altijd op uw omgeving. Dit verlaagt het risico op struikelen tijdens het werk.
n) Raak de bladen of andere gevaarlijke onderdelen die nog bewegen niet aan. Dit verlaagt het risico op letsel door bewegende delen.
o) Zorg ervoor dat alle schakelaars zijn uitgeschakeld en de accu is los- gekoppeld voordat u vastzittend materiaal verwijdert of de gazonmaaier reinigt. Onoplettendheid tijdens het gebruik van de gazonmaaier kan omstig leisel veroorzaken.
p) Zorg ervoor dat alle schakelaars zijn uitgeschakeld en verwijder (of activeer) de vergrendeling voordat u vastzittend materiaal verwijdert of de gazonmaaler reinigt. Onoplettendheid tijdens het gebruik van de gazonmaaler kan emstig letsel veroorzaken.
1.3 Aanvullende veiligheidsinstructies
1.3.1 Gebruik
De GARDENA-gazonmaaier is bedoeld voor het maaien van gazons in luinen van particulieren en hobbyisten.
Het product is ongeschikt voor langdurig gebruik (professioneel gebruik).

GEVAAR!
Risico op letsel!
→Gebruik het product niet voor het snoeien van struiken, heggen en vaste planten of voor het snoeien van klimplanten of gras op daken of op balkons, voor het fijnhakken van takken en twijgen en om onregelmatigheden in de bodem vlak te maken.
→Gebruik het product niet op hellingen van meer dan 20°.
1.3.2 Veiligheidsinstructies voor accu's en acculaders

Lees alle veiligheidswaarschuwingen en -instructies.
Het niet opvolgen van de waarschuwingen en instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.

→ Bewaar deze Instructies op een veilige plaats. Gebruik de lader alleen als u alle functies volledig kunt evalueren en zonder beperkingen kunt uitvoeren of als u overeenkomstige instructies heeft ontvangen.
→Gebruik het product niet in explosieve atmosferen.
→Houd toezlicht op kinderen tijdens gebruik, reiniging en onderhoud. Dit zorgt ervoor dat kinderen niet met de lader spelen.
→Laad alleen Li-ion accu's van het POWER FOR ALL-systeem van het type PBA 18V vanaf een capaciteit van 1,5 Ah (vanaf 5 accucellen) op. De accuspanning moet overeenkomen met de acculaadspanning van de lader. Laad geen niet-oplaadbare accu's op. Anders bestaat er gevaat voor brand of explosie.
→ Gebruik de acculader alleen in gesloten ruimten en houd deze uit de buurt van vocht. Water dat in elektrisch gereedschap binnendringt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
→ Houd de acculader schoon. Vuil vormt een gevaar voor elektrische schok. → Controleer de acculader, kabel en stekker altijd voorafgaand aan het gebruik. Stop met het gebruik van de lader als u schade vaststelt.
Open de lader niet zelf en laat deze repareren door een gekwalificeerde specialist die alleen originele reserveonderdelen gebruikt. Beschadigde laders, kabels en stekkers vermogen het risico op elektrische schokken.
→Gebruik de acculader niet op gemakkelijk brandbare oppervlakken (zoals papier, textiel, enz.) of in brandbare omgevingen. Er bestaat brandgevaar doordat de ieder warm wordt tijdens bedrijf.
→Als de aansiultkabel moet worden vervangen, moet dit worden uitgevoerd door GARDENA of door een erkend aftersales-servicecentrum voor elektrische gereedschap van GARDENA om veiligheidsrisico's te voorkomen.
→ Deze veiligheidsinstructies gelden alleen voor lithium-ion accu's van het POWER FOR ALL-systeem PBA 18V.
→ Dek de ventilatiesleuven van de acculader niet af. Anders kan de acculader oververhit raken, waardoor deze niet meer naar behoren werkt.
→Gebruik alleen acculaders die door de fabrikant worden aanbevolen om de accu's op te laden. Een acculader die geschikt is voor het ene type accu, kan brandgevaar veroorzaken als deze gebruikt wordt met andere accu's.
→Er kunnen dampen ontsnappen als de accu beschadlgd is of verkeerd wordt gebruikt. De accu kan in brand vliegen of exploderen. Zorg ervoor dat de ruimte goed is geventileerd en roep medische hulp in als u nadelige gevolgen ervaart. De dampen kunnen de luchtwegen imiteren.
→ Als de accu defect is, kan er vloelstof lekken en kunnen aangrenzende voorwerpen nat worden. Controleer betreffende onderdelen. Reinig deze onderdelen of vervang ze indien nodig.
→Bij verkeerd gebruik of als de accu beschadigd Is, kan brandbare vloeistof uit de accu ontsnappen. Vermijd contact met dergelijke vloeistof. Als u per ongeluk in contact komt met de vloeistof, afspoelen met water. Als de vloeistof In contact met uw ogen komt, moet u medische hulp inroepen. Vloeistof die uit de accu komt kan imitatie of brandwonden veroorzaken.
→Gebruik de accu alleen in partnerproducten van het POWER FOR ALL-systeem. 18V-accu's met de POWER FOR ALL-markoring zijn vollodig compatibel met de volgende producten: alle 18V-partnerproducten van het POWER FOR ALL-systeem.
→Neem de accu-aanbevelingen in de gebruiksaanwijzing voor uw product in acht. Dit is de enige manier om de accu en het product veilig te gebruiken en de accu's te beschemen tegen gevaarlijke overbelasting.
→Laad de accu's alleen op met acculaders die worden aanbevolen door de fabrikant of door partners van het POWER FOR ALL-systeem. Een acculader die geschikt is voor een bapaald type accu vomt brandgevaar bij gebruik in combinatie met andere accu's (accutype: PBA 18 V enz./compatibele acculaders: AL 18 enz.).
→ De accu wordt gedeeltelijk geladen geleverd. Om de volledige capaciteit van de accu te kunnen benutten, moet u de accu volledig opladen in de acculader, voordat u het elektrische gereedschap voor de eerste keer gebruikt.
→Houd batterijen uit de buurt van kinderen.
→ Open de accu niet. Er bestaat een risico op kortsluiting.
→Sluit de accu niet kort. Houd de accu als deze niet wordt gebruikt uit de buurt van papercilips, munten, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine metalen voorwerpen die een overbrugging van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand veroorzaken.
→ De accu-contacten kunnen heet zijn na gebruik. Wees voorzichtig met de hete contacten, wanneer u de accu verwijdert.
→De accu kan beschadigd raken door puntige voorwerpen zoals een spijker of schroevendraaler of door externe kracht. Er kan interne kort-sluiting ontstaan, waardoor de accu in brand kan raken, kan gaan rokon, kan exploderen of oververhit kan raken.
→ Voer nooit service uit aan beschadigde accupacks. Service aan accupacks mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of geautortseerde dienstverleners.
→ Bescherm de accu tegen hitte, waaronder langdurlge blootstelling aan zonlicht, vuur, vull, water en vocht. Er bestaat gevaar voor explosie en kortsluiting.

→Gebruik en bewaar de accu alleen bij een omgevingstemperatuur tussen -20 °C en +50 °C. Laat de accu blijvoorbeeld 's zomers niet in de auto liggen. Bij temperaturen < 0 °C kunnen de prestaties afnemen, afhankelijk van het apparaat.
→Laad de accu alleen op bij een omgevingstemperatuur tussen 0 °C en +35 °C. Opladen buiten het temperatuurbereik kan de accu beschadigen en het risico op brand vergroten.
→ Laat de accu na gebruik ten minste 30 minuten lang afkoelen, voordat u deze oplaadt of opbergt.
1.3.3 Aanvullende elektrische veiligheidsinstructies
GEVAAR! Risico op hartstilstand!
Dit product genereert een elektromagnetisch veld tijdens het bedrijf. Dit elektromagnetische veld kan de functionaliteit van actieve of passieve medische implantaten (bijvoorbeeld pacemakers) beinvloeden, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
→Raadpleeg uw arts en de fabrikant van uw implantaat voordat u dit product gebruikt.
→Verwijder de accu wanneer u het product niet gebruikt.
1.3.4 Aanvullende persoonlijke veiligheidsinstructies
GEVAAR! Verstikkingsgevaar!
Kleinere onderdelen kunnen worden ingeslikt. →Houd kleine kinderen tijdens de montage uit te buurt.
→ Stop de machine, verwijder de accupacks en wacht tot alle bewegende onderdelen volledig tot stilstand zijn gekomen.
Als er een vreemd voorwerp geraakt is.
→ Inspecteer in dat geval de machine op schade en voer reparaties uit alvorens de machine opnieuw te starten en te gebruiken.
- Als de machine ongebruikelijk begint te trillen.
→ Controleer in dat geval de machine onmiddellijk op schade, vervang of repareer beschadigde onderdelen en inspecteer op losse onderdelen en draai deze vast.
→Controleer vóór het maaien het te maaien gebied op verborgen voorwerpen zoals takken en verwijder deze. Dit verminderl het risico dat het snoeigereedschap vastloopt.
→ Stop het snoeigereedschap als de machine moet worden gekanteld voor vervoer bij het oversteken van andere oppervlakken dan gras, en bij het transport van de machine naar en van de zone waar wordt gemaaid.
→Kantel de machine niet terwijl de motor is ingeschakeld.
→Leeg de grasopvangbak voordat u deze opbergt.
→ Aanbeveling: Voer reinigings- en onderhoudswerkzaamheden uit voordat u gaat opbergen.
→ Voer regelmatig onderhoud aan de machine uit. Dit verlengt de levensduur van de machine.
→ Gebruik uitsluitend door GARDENA goedgekeurde reserveonderdelen. Ongeschikte reserveonderdelen kunnen letsel of schade aan de machine ver-oorzaken.
→ Breng geen wijzigingen aan de veiligheidscomponenten aan.
Het wijzigen van veiligheidscomponenten verhoogt het risico op letsel.
→ Wees voorzichtig bij het afstellen van de machine. Dit voorkomt dat vingers bekneld raken tussen het bewegende snoeigereedschap en stationaire delen van de machine.
→Laat de machine altijd afkoelen voordat u deze opbergt.
→ Houd er bij het uitvoeren van onderhoud aan het snoeigereedschap rekening mee dat het snoeigereedschap nog kan bewegen nadat het is uitgeschakeld.
→Aanbeveling: Draag gehoorbescherming.
2. MONTAGE
GEVAAR! Risico op snijwonden door het blad.
Als het product onbedoeld wordt gestart, kunnen mensen gewond raken door de bladen.
→Verwijder de accu voordat u het product monteert.
→Draag veiligheidshandschoenen.
2.1 Omvang van de levering
Art. 14634-20 Art. 14634-55 Art. 14634-60
Snoerloze maaier x x x
| Acculader x - - | |
| Snellader | - - x |
| Accu (4,0 Ah) | x - x |
Gebruiksaanwijzing x x x
2.2 De onderste handgrepen aanbrengen [Afb. A1]
- Duw de onderste handgrepen ① in de houders van de handgrepen ② op de maaier.
Zorg ervoor dat de handgrepen volledig zijn ingestoken en dat de gaten in de handgrepen zijn uitgelijnd met de gaten in de houders van de handgrepen. - Steek de schroeven③ in het gat op de maaier.
- Draai de schroeven ③ vast.
2.3 De bovenste handgreep aanbrengen [Afb. A2]
De bovenste handgreep ④ kan op de onderste handgrepen ① worden gemonteerd om de hoogte in 3 standen in te stellen.
→ Werkstand: Stel de hoogte van de handgreep zo af dat u rechtop staat wanneer u de maaier gebruikt.
Positie Hoogte van de handgreep boven
de grond
Onderste gat 91 cm
Middelste gat 94 cm
Bovenste gat 97 cm
- Bevestig de bovenste handgreep ④ op de onderste handgrepen ①. Zorg ervoor dat de handgrepen volledig zijn ingestoken en dat de gewenste gaten in de handgrepen op één lijn liggen.
- Druk de schroeven ⑤ door de gaten.
- Plaats de sluitringen ⑥ en de vleugelmoeren ⑦ op de schroeven ⑤.
- Draai de vleugelmoeren ⑦ vast.
2.4 De kabel aan de handgreep bevestigen [Afb. A3]
→Bevestig de kabe® aan de handgreep met behulp van de klemmen⑨. Zorg ervoor dat de kabel niet klem komt te zitten tussen de bovenste en onderste handgrepen.
2.5 De grasopvangzak aanbrengen [Afb. A4/A5]
- Duw het lipje ⑩ vanaf de achterkant in de connectors ⑪ op de grasopvangzak totdat u de aansluitingen op hun plaats hoort klikken.
Controleer of alle koppelingen vastgeklikt zijn. - Plaats eerst de handgreep van de opvangzak ⑫ in de achterkant van het deksel van de opvangzak ⑬.
- Duw vervolgens de handgreep van de opvangzak ⑫ in de voorkant van het deksel van de opvangzak ⑬ totdat u de verbindingen hoort vastklikken.
Controleer of alle koppelingen vastgeklikt zijn.
3. BEDIENING

GEVAAR!
Risico op snijwonden door het blad.
Als het product onbedoeld wordt gestart, kunnen mensen gewond raken door de bladen.
→Wacht tot het blad tot stilstand is gekomen voordat u het product afstelt of vervoert.
→Verwijder de accu.
→Draag veiligheidshandschoenen.
3.1 De accu opladen [afb. O1/O2/O3]
![GARDENA EasyMax 32/18V P4A - De accu opladen [afb. O1/O2/O3] - 1](/content/2026/04/716904/images/13b1c99c4f6d8027339ff7fd162eb6dd5b47590639f96f0d31582b18b0d6e355.jpg)
LET OP!
Materièle schade.
Als de spanning van de voedingsbron niet overeenkomt met de specificaties op het typeplaatje van de acculader, kan de acculader beschadigd raken.
→Let op de netspanning.

GEVAAR!
Risico op letsel.
Uw vingers kunnen bekneld raken wanneer u de accu plaatst.
→Let op uw vingers.
Dankzij het intelligente oplaadprocedé wordt de laadtoestand van de accu automatisch herkend en wordt de accu, afhankelijk van de accutemperatuur en -spanning, met de telkens optimale oplaadstroom opgeladen. Daardoor wordt de accu ontzien en blijft deze bij bewaren in de acculader altijd volledig opgeladen.
- Open het deksel ⑱ van de accuhouder ⑭.
- Druk op de ontgrendelknop Ⓐ en verwijder de accu Ⓑ uit de accuhouder Ⓓ.
- Sluit de acculader © op een stopcontact aan.
-
Schuif de acculader © op de accu®.
Wanneer de acculaadindicator op de lader groen knippert, wordt de accu opgeladen.
Wanneer de acculaadindicator op de lader permanent groen brandt, is de accu volledig opgeladen (oplaadduur, zie 7. TECHNISCHE GEGEVENS). -
Controleer tijdens het opladen regelmatig de oplaadstatus.
- Als de accu Ⓑ volledig is opgeladen, kan de accu Ⓑ worden losgekoppeld van de acculader Ⓒ.
3.2 Betekenis van weergave-elementen
3.2.1 Acculaadindicator op de acculader [afb. O3]
Acculaadindica-
tor knippert
![GARDENA EasyMax 32/18V P4A - Acculaadindicator op de acculader [afb. O3] - 1](/content/2026/04/716904/images/212dc976d218878b322c70136b983ffbe2ff2acdc82ecc2ca2b609894d64ceba.jpg)
De laadcyclus wordt aangegeven door het knipperen van de acculaadindicator.
Opmerking: Het opladen is alleen mogelijk, wanneer de temperatuur van de accu zich binnen het toegestane oplaadtemperatuurbereik bevindt, zie 7. TECHNISCHE GEGEVENS.
De acculaadin-
dicator brandt
continu
![GARDENA EasyMax 32/18V P4A - Acculaadindicator op de acculader [afb. O3] - 2](/content/2026/04/716904/images/63af4fb3b05eaec815217b9166d276372b08e540292a28cdcf5bb666864c809b.jpg)
Een continu brandend lampje op de acculaadindicator geeft aan dat de accu volledig is opgeladen, of dat de temperatuur van de accu zich buiten het toegestane laadtemperatuurbereik bevindt en er daarom niet kan worden opgeladen. Nadat het toegestane temperatuurbereik is bereikt, wordt de accu opgeladen.
Als de accu niet is geplaatst, geeft een continu brandend lampje op de acculaadindicator ⑤ dat de stekker in het stopcontact is gestoken en de acculader klaar is voor gebruik.
3.3 Werkpositie [Afb. A2]
→Stel de lengte van de handgree(2) zo af dat u rechtop staat wanneer u de maaiier gebruikt (zie "2.3 De bovenste handgreep aanbrengen [Afb. A2]").
3.4 De maaihoogte afstellen [Afb. 04]
De maaihoogte kan worden afgesteld van 35 tot 65 mm in 4 standen.
3.4.1 De maaihoogte verlagen
- Druk op de knop ⑳.
- Duw de hendel ② naar beneden en klik hem op zijn plaats op de gewenste maaihoogte.
3.4.2 De maaihoogte verhogen
- Druk op de knop ⑳.
- Trek de hendel (2) omhoog en klik hem op zijn plaats op de gewenste maaihoogte.
3.5 Maaien met de grasopvangzak [Afb. O5]
![GARDENA EasyMax 32/18V P4A - Maaien met de grasopvangzak [Afb. O5] - 1](/content/2026/04/716904/images/84688ccfb40a1e8e4efcbde6bc3369e90869c7f9d0325d1485673aa7826712ff.jpg)
GEVAAR!
Risico op snijwonden door het blad.
Als het product onbedoeld wordt gestart, kunnen mensen gewond raken door de bladen.
→Steek uw handen niet in de afvoeropening.
3.5.1 De grasopvangzak in de maaier plaatsen
- Til de beschermende klep ② op.
- Haak de grasopvangzak ② aan de handgreep ⑫ en in de maaier.
Controleer of de opvangzak stevig is bevestigd. - Start de maaier.
3.5.2 De grasopvangzak leegmaken
Tijdens het maaien wordt de niveau-indicator ②4 geopend. Als deze gesloten wordt tijdens het maaien, is de grasopvangzak②3 vol.
- Stop de maaier wanneer de grasopvangzak ② vol is.
- Til de beschermende klep Ⓞ op.
- Verwijder de grasopvangzak van de handgreep ⑫.
- Maak de grasopvangzak ② leeg.
3.6 De maaier starten/stoppen

GEVAAR!
Risico op letsel
Risico op letsel als het product niet stopt wanneer de starchendel wordt losgelaten.
→De veiligheidsvoorziening of schakelaars mogen nooit overbrugd worden.
→ De starchendel mag bijvoorbeeld niet aan de hendel worden bevestigd.
→Breng geen wijzigingen aan in het product die niet in deze handleiding worden beschreven.
3.6.1 De maaier starten [Afb. O1/O6]
Het product is uitgerust met een tweehandige veiligheidsvoorziening (starthendel 25 en veiligheidsvergrendeling 25) om te voorkomen dat het product onbedoeld wordt ingeschakeld.
Wij raden het gebruik aan van uitsluitend 4 Ah accu's P4A PBA 18V/72 (art. 14905) of groter.
- Open het deksel ⑱ van de accuhouder ①.
- Steek de accu Ⓑ in de accuhouder Ⓓ totdat ze op haar plaats vastklikt.
-
Sluit het deksel ⑬ van de accuhouder ⑭.
-
Druk met één hand op de veiligheidsvergrendeling ②5 en trek de starchendel ⑥6 met de andere hand richting de handgreep.
De maaier start.
- Laat de veiligheidsvergrendeling ② los.
3.6.2 De maaier stoppen
-
Laat de starchendel ②6 los.
De maaier stopt. -
Verwijder de accu Ⓑ.
3.7 Tips voor het maaien
3.7.1 Tips voor het gebruik van de maaier
Als er gemaaid materiaal in de afvoeropening zit, moet de maaiier 1 m naar achteren worden getrokken, zodat het gemaaide materiaal eruit kan vallen.
Voor een goed onderhouden gazon raden wij u aan het gazon regelmatig te maaien, indien mogelijk eenmaal per week. Het gazon wordt dichter bij regelmatig maaien.
Na lange maaipauzes (vakantie) maait u eerst op de hoogste maaihoogte in één richting en vervolgens dwars in deze richting op de gewenste maaihoogte. Dit voorkomt dat het blad wordt geblokkeerd door te veel gemaaid materiaal.
Maai het gazon, indien mogelijk, alleen wanneer het droog is. Wanneer het gras nat is, wordt het maalpatroon onregelmatig.
3.7.2 Maaiprestaties en acculading
Het gazonoppervlak dat per acculading kan worden gemaaid, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals vocht, de dichtheid van het gras en de maaihoogte. Schakel de maaier niet te vaak in en uit voor een optimaal gebruik van het gebied, omdat dit de levensduur van de accu verkort. De best mogelijke maiprestaties per acculading kunnen worden bereikt door de maaihoogte te verhogen en regelmatig te maaien.
Schakel de boostmodus uit voor een maximale looptijd van de accu.
3.7.3 Gazonoppervlak per acculading
Systeemaccu 4,0 Ah max. 200 m²
Systeemaccu 5,0 Ah max. 250 m²
Systeemaccu 6,0 Ah max. 300 m²
4. ONDERHOUD

GEVAAR!
Risico op snijwonden door het blad.
Als het product onbedoeld wordt gestart, kunnen mensen gewond raken door de bladen.
→Wacht tot het blad tot stilstand is gekomen voordat u onderhoud aan het product uitvoert.
→Verwijder de accu.
→Draag veiligheidshandschoenen.
4.1 De maaier reinigen

GEVAAR!
Risico op letsel!
Risico van letsel en risico van beschadiging van het product.
→Gebruik geen water of waterstraal (vooral geen waterstraal onder hoge druk) om het product te reinigen. Hierdoor kan het product beschadigd raken of kan er water in de elektrische componenten binnendringen, wat corrosie of kortsluiting kan veroorzaken.
→Gebruik geen chemische producten, waaronder benzine of oplosmiddelen, voor de reiniging. Ze kunnen belangrijke kunststof onderdelen vernietigen.
De luchtstroomsleuven moeten altijd schoon zijn.
→Reinig de boven- en onderkant van de maaier na elk gebruik.
4.1.1 De bovenkant van de maaier reinigen
-
Reinig de bovenkant van de maaier met een vochtige doek.
-
Reinig de ventilatiesleuven met een zachte borstel (gebruik geen scherpe voorwerpen).
4.1.2 De onderkant van de maaier reinigen [afb. M1]
- Plaats de maaier voorzichtig op zijn kant.
- Reinig de onderkant, het blad en de afvoeropening ②7 met een zachte borstel (gebruik geen scherpe voorwerpen).
4.1.3 De grasopvangzak reinigen
→Reinig de grasopvangzak met een zachte borstel (gebruik geen scherpe voorwerpen).
4.2 De accu en acculader reinigen
Het oppervlak en de contacten van de accu en acculader moeten schoon en droog zijn voordat de accu wordt aangesloten op de acculader.
→Gebruik geen stromend water.
4.2.1 De accu reinigen
Gebruik nooit chemische middelen om de accu te reinigen.
→ Gebruik een zachte, schone, droge borstel om de ventilatiesleuven en de contacten van de accu van tijd tot tijd schoon te maken.
4.2.2 De acculader reinigen
→Gebruik een zachte, droge doek om de contacten en de kunststof onderdelen schoon te maken.
5. OPSLAG
5.1 Afsluiten
Het product moet uit de buurt van kinderen worden opgeborgen.
- Verwijder de accu Ⓑ.
- Laad de accu op (zie '3.1 De accu opladen' [afb. O1/O2/O3]).
- Maak de grasopvangzak leeg.
- Reinig de maaier, de accu's en de acculader (zie '4. Onderhoud').
- Berg de maaier, de accu's en de acculader op een droge, dichte en vorstbestendige plek op.
5.2 Ruimtebesparende opbergpositie [afb. S1]
- Om ruimte te besparen, draait u de vleugelmoeren ⑦ los totdat de bovenste handgreep ④ gemakkelijk in elkaar te klappen is.
Zorg ervoor dat de kabel niet klem komt te zitten tussen de bovenste en onderste handgrepen.
6. STORINGEN VERHELPEN

GEVAAR!
Risico op snijwonden door het blad.
Als het product onbedoeld wordt gestart, kunnen mensen gewond raken door de bladen.
→Wacht tot het blad tot stilstand is gekomen voordat u probleemoplossing aan het product uitvoert.
→Verwijder de accu.
→Draag veiligheidshandschoenen.
6.1 Het blad vervangen [Afb. T1/T2]
![GARDENA EasyMax 32/18V P4A - Het blad vervangen [Afb. T1/T2] - 1](/content/2026/04/716904/images/3718f3549bc4d4c9de1cdd29e3aea0021bdbf98809d3a6fafedf795f76115739.jpg)
GEVAAR!
Risico op snijwonden door het blad.
Risico op snijwonden als een beschadigd of verbogen blad wordt gebruikt of een blad dat draait met onbalans of afgebrokkelde snijranden.
→Gebruik de maaier niet met een beschadigd of verbogen blad, een ongebalanceerd blad of een blad met afgebrokkelde snijranden.
→Slijp het blad niet.
GARDENA-reserveonderdelen zijn beschikbaar bij uw GARDENA-dealer of de GARDENA-service.
→ Gebruik alleen een originele GARDENA-reserveblad, Art. nr. 4124
Om veiligheidsredenen raden wij u aan het blad te laten vervangen door de GARDENA-service of door een geautoriseerde GARDENA-dealer.
- Steek een schroevendraaier in een van de gaten aan de onderkant van de carrosserie ②8.
De schroevendraaier dient dus als aanslag voor het blad. -
Draai de bladschroef ⑲los.
Zorg ervoor dat het afstandsstuk ③0 niet beschadigd wordt bij het uitoefenen van kracht. -
Verwijder de bladschroef ⑲ en de sluitring ⑳ en verwijder het mes ⑴.
-
Plaats het nieuwe mes ③2 in de maaier. Het label op het blad (this side to grass) moet zichtbaar zijn.
-
Plaats de sluitring ③1 en de bladschroef ②9 in de maaier.
-
Schroef het nieuwe blad ⑲ op zijn plaats met de bladschroef ⑳ (het aanhaalmoment is 15–20 Nm). Draai niet te strak aan. Zorg ervoor dat het afstandsstuk ⑩ niet beschadigd wordt bij het uitoefenen van kracht.
-
Trek de schroevendraaier uit de maaier. Zorg ervoor dat de schroevendraaier is verwijderd voordat u de maaier opnieuw start.
6.2 Foutentabel
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
| Veel lawaai, de maaier ratelt | Schroeven op de motor, bevestigling of behuizing van de maalier zitten los. | →Schroeven laten aanhalen door een erkende gespecl- aliscerde dealer of door de GARDENA-service. |
| Maalier draait ongelijkmatig of trilt hevig | Blad is beschadigd of ver- sieten. | →Vervang het blad. |
| Bladschroef zlt los. →Draal de bladschroef vast. | ||
| Blad is zwaar verontreinigd. →Reinig de maaler. Neem contact op met de GARDENA-service als het probleem hiermee niet verholpen is. | ||
| Het gazon wordt niet netjes gemaald | Blad is bot of beschadigd. →Vervang het blad. | |
| Maaihoogte is te laag inge- steld. | →Stel een hogere maai- hoogte in. | |
| Maalier start niet of stopt | De accu is leeg. | →Laad de accu op. |
| De temperatuur van de accu ilgt buiten het toegestane bereik. | →Wacht tot de accutempe- ratuur weer tussen 0 en + 45 °C ligt. | |
| Er bevinden zich waterdruppels of vocht tussen de accucon- tacten. | →Verwijder de waterdrup- pels of het vocht met een droge doek. | |
| Een obstakel blokkeert de motor. | →Verwijder de obstructie. | |
| Maaihoogte is te laag inge- steld. | →Stel een hogere maai- hoogte in. | |
| De maaler is defect. →Neem contact op met de GARDENA-service. | ||
| De accu is kapot. →Vervang de accu. | ||
| Opladen is niet mogelijk. Accu-oplaadindicator brandt continu groen | De accu is niet goed in de acculader geduwd. | →Duw de accu goed in de acculader. |
| Contacten van de accu zijn vuil | →Roinig de accucontacten (bijvoorbeeld door de accu meerdore keren aan te sluiten en weer los te koppolen). Vervang de accu indien nodig. | |
| De temperatuur van de accu ilgt buiten het toegestane bereik. | →Wacht tot de accutempe- ratuur weer tussen 0 en + 45 °C ligt. | |
| De accu is kapot. →Vervang de accu. | ||
| Opladen is niet mogelijk. Accu-oplaadindicator gaat niet branden | De stekker van de acculader is niet goed aangesloten. | →Steek de stekker volledig in het stopcontact. |
| Stopcontact, netsnoer of accu- lader is defect. | →Controleer de netspanning. →Laat de acculader indien nodig controleren door een erkende gespedialiszerde dealer of door GARDENA Service. | |
OPMERKING:
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door serviceafdelingen van GARDENA of door gespecialiseerde dealers die zijn goedgekeurd door GARDENA.
→ Neem contact op met uw GARDENA-servicecentrum in geval van andere storingen (zie achterzijde).
- TECHNISCHE GEGEVENS
| Snoerloze gazonmaaler | Eenheid | Waarde (art.nr. 14634) |
| Snelheld blad | tpm | 3500 |
| Afstelling maaihoogte (4 posities) | mm | 35-65 |
| Snoerloze gazonmaaier | Eenheid | Waarde (art.nr. 14634) |
| Maalbreedte | cm | 32 |
| Capaciteit grasopvangzak | l | 30 |
| Gewicht (zonder accu) | kg | 10,9 |
| Geluidsdrukniveau L_pA^1) | cB(A) | 74 |
| Onzekerheidsmarge K_pA | cB(A) | 3 |
| Geluidsvermogensniveau L_wA^2c | ||
| gemeten/gegarandeerd | cB(A) | 86/87 |
| Onzekerheidsmarge K_wA | cB(A) | 0,9 |
| Hand-/arm-trilling a_thw^1) | m/s^2 | 2,2 |
| Onzekerheidsmarge K_thw | 1,5 |
Meetmethoden volgens: ^1 EN IEC 52841-4-3 ^2 RL 2000/14/EC / S.I. 2001 nr.1701
OPMERKING: De vermelde trillingsemissiewaarde is gemeten volgens een gestandaardiseerde testprocedure, en kan gebruikt worden voor vergelijkingen tussen het ene elektrisch gereedschap en het andere. Deze waarde kan ook worden gebruikt voor de voorlopige beoordeling van de blootstelling. De trillingsemissiewaarde kan variëren tijdens het gebruik van het elektrisch gereedschap.
| Systeemaccu | Eenheid | Waarde (PBA 18 V 4,0 Ah W-C) |
| Accuspanning | V (DC) | 18 |
| Accucapaciteit | Ah 4,0 | |
| Aantal cellen (Li-ion) | 10 | |
| Geschikte acculaders voor het POWER FOR ALL-systeem | AL 1810 CV / AL 1815 CV / AL 18V-20 / AL 1830 CV / AL 18V-44 / AL 1880 CV | |
| Systeemacculader | Eenheid | Waarde (AL 18V-20 CV) |
| Netspanning | V (AC) | 220–240 |
| Netfrequentie | Hz | 50–60 |
| Nominaal vermogen | W | 50 |
| Accu-oplaadspanning | V (DC) | 18 |
| Max. acculaadstroom | mA | 2000 |
| Acculaadtijd (ca.) | ||
| PBA 18V 2.0Ah W-B | min. | 64 |
| PBA 18V 2.5Ah W-B | min. | 79 |
| PBA 18V 4.0Ah W-C | min. | 124 |
| Toegestane accutemperatuur tijdens het opladen | °C 0 tot 45 | |
| Gewicht | g | 210 |
| Beschermingsklasse | ☐/ II | |
| Geschikte POWER FOR ALL-systee-maccu's PBA 18V | PBA 18V | |
| Snellader | Eenheid | Waarde (AL 18V-44) |
| Netspanning | V (AC) | 220–240 |
| Netfrequentie | Hz | 50–60 |
| Nominaal vermogen | W | 105 |
| Accu-oplaadspanning | V (DC) | 14,4 – 18 |
| Max. acculaadstroom | A | 4,4 |
| Acculaadtijd (ca.) | ||
| PBA 18V 2.0Ah W-B | min. | 34 |
| PBA 18V 2.5Ah W-B | min. | 43 |
| PBA 18V 4.0Ah W-C | min. | 59 |
| Toegestane accutemperatuur tijdens het opladen | °C 0 tot 45 | |
| Gewicht | g | 475 |
| Beschermingsklasse | ☐/ II | |
| Geschikte POWER FOR ALL-systee-maccu's PBA 18V | PBA 18V | |
- ACCESSOIRES/RESERVEONDERDELEN
| GARDENA-reservebladenset | Ter vervanging van botte bladen. | Art. 4124 |
| GARDENA-systeemaccu P4A PBA 18V/72 | Accu voor extra gebruiksduur of voor vervanging. | Art. 14905 |
| GARDENA Accu-snellader AL 1830 CV P4A | Lader voor snel opladen van POWER FOR ALL-systeemaccu's PBA 18V...W-.. | Art. 14901 |
9. GARANTIE/SERVICE
9.1 Productregistratie
U vindt de actuele contactgegevens van onze service op de achterzijde en online:
- België: https://www.gardena.com/be-fr/c/assistance/contact
• Nederland: https://www.gardena.com/nl/c/ondersteuning/contact
• Andere landen: https://www.gardena.com/int/support/advice/contact/
10. AFVOER
10.1 Het product afvoeren
(in overeenstemming met richtlijn 2012/19/EG/S.I. 2013 nr. 3113)

Het product mag niet bij het gewone huisvuil worden weggegooid. Het moet volgens de geldende lokale milieuvoorschriften worden afgevoerd.
BELANGRIJK!
→Voer het product via uw gemeentelijke recyclinginstantie af.
10.2 De accu afvoeren

Li-ion
De accu bevat lithium-ioncellen die aan het eind van hun levensduur gescheiden van het normale huishoudelijke afval moeten worden afgevoerd.
BELANGRIJK!
- Ontlaad de lithium-ioncellen volledig (neem hiervoor contact op met GARDENA-service).
- Zorg ervoor dat de contacten van de lithium-ion-cel geen kortsluiting veroorzaken door er tape overheen te plaatsen.
- Voer de lithium-ion-cellen op de juiste wijze af bij of via het plaatselijke inzamelpunt voor recycling.