HUSQVARNA DP110 - Grasmaaier

DP110 - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis DP110 HUSQVARNA in PDF-formaat.

📄 364 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag
Notice HUSQVARNA DP110 - page 211
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.

Gebruikersvragen over DP110 HUSQVARNA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DP110 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DP110 van het merk HUSQVARNA.

GEBRUIKSAANWIJZING DP110 HUSQVARNA

NL Gebruiksaanwijzing

NO Bruksanvisning

Husqvarna DP110 is een opzetstuk voor stoksnoeizagen dat wordt gebruikt in combinatie met een voedingseenheid.

Husqvarna AB werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van haar producten en behoudt zich dan ook het recht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in o.a. vorm en uiterlijk door te voeren.

Gebruik

HUSQVARNA DP110 - Gebruik - 1

WAARSCHUWING: Dit opzetstuk mag alleen samen met het beoogde product worden gebruikt. Zie het hoofdstuk over accessoires in de bedieningshandleiding van het product.

Dit opzetstuk is uitsluitend bedoeld voor het knippen van takken en twijgen.

Overzicht opzetstukken

(Fig. 1)

  1. As

  2. Ophanghaak draagstel

  3. Beschermkap voor zaagketting

  4. Vergrendelknop voor beschermkap

  5. Kettingspannerschroef

  6. Zaagketting

  7. Geleider

  8. Kettingolietank

  9. Dop voor de kettingolietank

  10. Gebruikershandleiding

  11. Transportbescherming

  12. Klimgordel

  13. Combinatietang

  14. Handbescherming

  15. Houder

  16. Schroeven voor de handbescherming

  17. Opslaghaak, schroeven en wandpluggen

Symbolen op het opzetstuk en de voedingseenheid

(Fig. 2) WAARSCHUWING! Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen.

(Fig. 3) Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u het opzetstuk gaat gebruiken.

(Fig. 4) Gebruik een veiligheidshelm op locaties waar objecten op u kunnen vallen. Gebruik goedgekeurde oogbescherming.

(Fig. 5) Gebruik altijd goedgekeurde veiligheidshandschoenen.

(Fig. 6) Gebruik stevige antisliplaarzen.

(Fig. 7) Gelijkstroom.

(Fig. 8) Nominale spanning, V

(Fig. 9) Het product of de verpakking ervan is geen huishoudelijk afval. Lever het in bij een recyclepunt voor elektrische en elektronische apparatuur.

(Fig. 10) Stel het product niet bloot aan regen.

(Fig. 11) Koppel de accu los voor onderhoud.

(Fig. 12) Kettingolie.

(Fig. 13) Dit opzetstuk voldoet aan de geldende EG-richtlijnen.

(Fig. 14) Dit product voldoet aan de geldende VK-regelgeving.

(Fig. 15) Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the

(Fig. 16) Dit product is niet elektrisch geïsoleerd. Wanneer het product in con-

tact komt met of in de buurt komt van stroomvoerende leidingen kan dit leiden tot dodelijke ongelukken of ernstig letsel. Elektriciteit kan door een zogenaamde spanningsboog van het ene naar het andere punt geleid worden. Hoe hoger de spanning is, des te langer de weg waarover de elektriciteit geleid kan worden. Elektriciteit kan ook door takken of andere voorwerpen geleid worden, vooral als deze nat zijn. Houd altijd minimaal 10 m afstand tussen de machine en een leiding waarop spanning staat en/of voorwerpen die daarmee in contact staan. Wanneer u toch met een kortere veiligheidsafstand moet werken, moet u altijd contact opnemen met de desbetreffende energiemaatschappij om ervoor te zorgen dat de spanning uit staat voordat u uw werkzaamheden begint.

Gebruikers van het product moeten erop toezien dat er tijdens het werk geen mensen of dieren dichter dan 15 meter bij het product komen.

Let op: Overige op de machine aangegeven symbolen/plaatjes verwijzen naar specifieke eisen aan certificering voor bepaalde markten.

Veiligheid

Veiligheidsdefinities

Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding.

HUSQVARNA DP110 - Veiligheidsdefinities - 1

WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.

HUSQVARNA DP110 - Veiligheidsdefinities - 2

OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd.

Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie.

Algemene veiligheidsinstructies

HUSQVARNA DP110 - Algemene veiligheidsinstructies - 1

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

  • Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u het opzetstuk gebruikt.
  • Deze instructies vormen een aanvulling op de instructies die bij het product zijn geleverd. Raadpleeg de bedieningsinstructies van het product voor andere procedures.
  • De oorspronkelijke vormgeving van het opzetstuk mag in geen enkel geval gewijzigd worden zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik nooit een opzetstuk dat gewijzigd lijkt te zijn door anderen, en gebruik altijd originele accessoires. Niet goedgekeurde wijzigingen en/of niet-originele onderdelen kunnen tot ernstig persoonlijk letsel of de dood van zowel gebruiker als omstanders leiden.
  • Mogelijk gelden er nationale wettelijke voorschriften die het gebruik van de machine beperken.

Veiligheidsinstructies voor bediening

  • Laat nooit kinderen het product gebruiken.
  • Houd onbevoegden op afstand. Kinderen, dieren, toeschouwers en helpers moeten zich buiten de veiligheidszone van 15 m bevinden terwijl u werkt. Schakel het product onmiddellijk uit indien iemand dichterbij komt.
  • Laat nooit iemand anders het product gebruiken zonder dat u zeker weet dat hij of zij de gebruikershandleiding heeft gelezen en begrepen.

  • Werk nooit op een ladder, stoel of andere verhoging die niet stevig vast staat.

  • Let erop dat u tijdens het werken altijd op een veilige en stabiele ondergrond staat.
  • Gebruik altijd het draagstel wanneer u het product gebruikt. Het draagstel biedt maximale controle tijdens de bediening van het product. Het draagstel vermindert het risico op vermoeidheid in uw armen en rug.
  • Gebruik altijd beide handen om het product vast te houden. Houd het product naast uw lichaam. Zorg ervoor dat u het harnas vastmaakt aan de ophanghaak.

(Fig. 17)

  • Gebruik uw rechterhand om de voedingsschakelaar te bedienen.
  • Als zich een noodsituatie voordoet, laat u het product los en laat u het op de grond vallen.
  • Zorg ervoor dat uw handen en voeten niet bij de snijuitrusting komen als de motor draait.
  • Wanneer u de motor hebt uitgeschakeld, moet u uw handen en voeten uit de buurt van de snijuitrusting houden tot deze helemaal gestopt is.
  • Wees alert op stukken tak die tijdens het knippen weggeslingerd kunnen worden.

- Plaats het product altijd op de grond als u het niet gebruikt.

- Controleer het werkgebied op vreemde voorwerpen, zoals elektriciteitskabels, insecten, dieren etc. of andere voorwerpen die de snijuitrusting kunnen beschadigen, zoals metalen voorwerpen.

- Stop het product onmiddellijk als een vreemd voorwerp wordt geraakt of als zich trillingen voordoen. Als u een product hebt dat op een accu werkt, verwijdert u de accu uit het product. Controleer of het product niet beschadigd is. Vervang het product als dit beschadigd is.

- Als er iets vast komt te zitten in de snijuitrusting terwijl u aan het werk bent, zet dan de motor af en laat deze volledig stoppen voordat u de snijuitrusting reinigt.

- Gebruik de stoksnoeischaar niet als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen.

- Overmatige blootstelling aan trillingen kan leiden tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen bij personen met een slechte bloedcirculatie. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen waarneemt die wijzen op overmatige blootstelling aan trillingen. Dergelijke symptomen zijn o.a. een doof gevoel, gevoelloosheid, tintelingen, een prikkelend gevoel, pijn, krachtverlies, veranderingen van huidskleur of conditie van de huid. Deze symptomen worden meestal waargenomen in de vingers, handen of polsen. De risico's kunnen bij lage temperaturen toenemen.

- Controleer het product vóór gebruik op beschadigingen. Als het product valt of iets raakt, controleer dan op schade. Vervang het product als dit beschadigd is.

- Adem de kettingolienevel of het stof van zaagsel niet in. Langdurige inademing van kettingolienevel en het stof van zaagsel kan een gezondheidsrisico vormen.

Persoonlijke beschermingsuitrusting

HUSQVARNA DP110 - Persoonlijke beschermingsuitrusting - 1

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

  • Gebruik een helm als er objecten op u kunnen vallen.
  • Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming.
  • Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging. Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming.
  • Draag altijd veiligheidslaarzen met antislipzool.
  • Draag altijd werkkleding en een stevige lange broek.
  • Draag nooit losse kleding of sieraden.
  • Zorg ervoor dat uw haar boven schouderhoogte is.

(Fig. 18)

Veiligheidsvoorzieningen op het product

In dit hoofdstuk worden de veiligheidsvoorzieningen op het product beschreven, welke functie ze hebben en hoe controles en onderhoud moeten worden uitgevoerd om de goede werking ervan te waarborgen.

HUSQVARNA DP110 - Veiligheidsvoorzieningen op het product - 1

WAARSCHUWING: Gebruik een product nooit wanneer de veiligheidsvoorzieningen defect zijn. De veiligheidsvoorzieningen moeten worden gecontroleerd zoals in dit hoofdstuk wordt beschreven. Als het product een van deze controles niet doorstaat, moet u contact opnemen met uw servicewerkplaats voor reparatie.

Veiligheidswaarschuwingen voor de stoksnoeizaag

  • Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting of het zaagblad als de stoksnoeizaag in werking is. Voordat u de machine start, zorgt u ervoor dat de zaagketting of het blad nergens contact mee maakt. Een moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van de machine kan leiden letsel bij uzelf of anderen.
  • Gebruik altijd twee handen bij het bedienen van de stoksnoeizaag. Houd de machine met beide handen vast om te voorkomen dat u de controle verliest.
  • Om het risico op elektrocutie te beperken, mag u de stoksnoeizaag nooit in de buurt van elektriciteitskabels gebruiken. Contact met of gebruik in de buurt van elektriciteitskabels kan ernstig letsel veroorzaken of een elektrische schok die de dood tot gevolg heeft.

  • Houd de stoksnoeizaag alleen vast aan de geïsoleerde handgrepen, omdat de zaagketting of het blad verborgen bedrading kan raken. Als de zaagketting of het blad een onder stroom staande draad aanraakt, kan dit ervoor zorgen dat niet-geïsoleerde delen van de machine onder stroom komen, waardoor de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.

  • Draag een veiligheidsbril en gehoorbeschermers. Wij raden u aan verdere beschermingsuitrusting voor handen en voeten te gebruiken. Als u voldoende beschermende kleding draagt, neemt de kans op persoonlijk letsel door rondvliegend vuil of onbedoeld contact met de zaagketting of het blad af.
  • Gebruik altijd hoofdbescherming wanneer u boven uw hoofd werkt met de stoksnoeizaag. Vallend afval kan leiden tot ernstig lichamelijk letsel.
  • Ga altijd goed staan en bedien de stoksnoeizaag alleen terwijl u op de grond staat. Gladde of onstabiele oppervlakken kunnen ervoor zorgen dat u uw evenwicht of de controle over de machine verliest.
  • Bedien een stoksnoeizaag nooit terwijl u in een boom staat. Als u een stoksnoeizaag gebruikt terwijl u in een boom staat, kan dat persoonlijk letsel veroorzaken.
  • Houd alle netsnoeren en kabels uit de buurt van het snijgebied. Netsnoeren en kabels kunnen verborgen in bomen liggen en kunnen onbedoeld worden doorgesneden door het blad.
  • Gebruik de stoksnoeizaag niet bij slechte weersomstandigheden, vooral wanneer er een risico op bliksem bestaat. Dit vermindert het risico op blikseminslag.
  • Als u een tak doorzaagt die onder spanning staat, zorg dan dat de tak u niet kan raken. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de geveerde tak de gebruiker raken en/of ervoor zorgen dat de gebruiker de machine niet meer onder controle heeft.
  • Wees zeer voorzichtig als u struiken en jonge bomen zaagt. Het dunne materiaal kan vast komen te zitten in de zaagketting of het blad en naar u toe zwiepen of u uit uw evenwicht brengen.
  • Draag de stoksnoeizaag aan de handgrepen met de machine uitgeschakeld. Let erop dat u geen aan/uitschakelaar bedient en het blad van uw lichaam af houdt. Op de juiste manier dragen van de machine vermindert de kans op onbedoeld contact met de bewegende kettingzaag of blad.
  • Als u de stoksnoeizaag vervoert of opbergt, moet u altijd de afdekking over het zaagblad of blad aanbrengen. Op de juiste manier omgaan met de machine vermindert de kans op onbedoeld contact met de bewegende zaagketting of blad.
  • Als u vastgelopen materiaal verwijdert, de stoksnoeizaag opbergt of er onderhoud aan uitvoert, dient u te zorgen dat de schakelaar uit staat en dat het accupack verwijderd is. Indien de machine onverwacht wordt geactiveerd tijdens

het verwijderen van vastgelopen materiaal of onderhoud, kan dit leiden tot ernstig persoonlijk letsel.

- Volg de instructies voor het smeren, het spannen van de ketting en het verwisselen van accessoires. Als de ketting niet goed is gespannen of gesmeerd, kan de ketting breken en neemt de kans op terugslag toe.

- Zaag alleen hout. Gebruik de stoksnoeizaag alleen waarvoor hij is bedoeld. Bijvoorbeeld: gebruik de machine niet om plastic, metaal, metselwerk of ander bouwmateriaal dan hout door te zagen. Als de machine voor andere toepassingen dan bedoeld wordt gebruikt, kan dat tot gevaarlijke situaties leiden.

Oorzaken van terugslag en het voorkomen ervan door de gebruiker:

Er kan terugslag optreden wanneer de punt van het zaagblad in contact komt met een voorwerp of wanneer de zaagsnede dichtklapt en de zaagketting of het cirkelvormige zaagblad in de snede wordt geblokkeerd.

Soms kan er bij contact met de punt een reactie in tegengestelde richting ontstaan, waardoor het zaagblad omhoog en naar achteren wordt geslagen en de veilige bediening van de stoksnoeizaag beïnvloed wordt.

Als de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad klem komt te zitten, kan het zaagblad snel naar achteren worden gedrukt.

Bij deze reacties kunt u de controle over de stoksnoeizaag verliezen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Bij het gebruik van een stoksnoeizaag moet u een aantal stappen nemen om ongevallen of letsel bij het zagen te voorkomen.

Terugslag is het gevolg van verkeerd gebruik en/of verkeerde bedrijfsprocedures of -omstandigheden en kan worden vermeden door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals hieronder wordt beschreven:

  • Houd de zaag stevig vast, met uw duimen en vingers rond de handgrepen van de stoksnoeizaag, met beide handen op de machine en uw lichaam en arm zodanig geplaatst dat u eventuele terugslag kunt opvangen. De kracht van een terugslag kan door de gebruiker onder controle worden gehouden, mits de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen. Laat de machine niet los.
  • Voorkom overstrekken. Zo voorkomt u onbedoeld contact met de punt en houdt u de machine in onverwachte situaties beter onder controle.
  • Gebruik uitsluitend vervangende zaagbladen, zaagkettingen of bladen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Als verkeerde vervangende zaagbladen, kettingen of bladen worden gebruikt, kan de ketting breken en/of kan er terugslag ontstaan.
  • Volg de instructies van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting of het zaagblad.

Als de zaagdiepte wordt verkleind, kan de terugslag toenemen.

Overige veiligheidsinformatie

  • Vermijd gevaarlijke omgevingen - Gebruik apparaten niet op vochtige of natte locaties.
  • Gebruik apparaten niet in de regen.
  • Houd kinderen uit de buurt - Alle bezoekers moeten uit de buurt blijven van het werkgebied.
  • Draag geschikte kleding - Draag geen losse kleding of sieraden. Deze kunnen vast komen te zitten in bewegende delen. Het gebruik van rubberen handschoenen en stevig schoeisel wordt aanbevolen bij werkzaamheden buitenshuis. Lange haren altijd bedekken.
  • Draag een veiligheidsbril - Gebruik altijd een (stof)masker tijdens stoffige werkzaamheden.
  • Gebruik de juiste apparatuur - Gebruik apparatuur uitsluitend voor toepassingen waarvoor deze bedoeld is.
  • Voorkom onbedoeld starten - Draag het apparaat niet met de vinger op de schakelaar. Zorg ervoor dat de schakelaar is uitgeschakeld wanneer u de stekker in het stopcontact steekt.
  • Forceer het apparaat niet - Het werk verloopt beter en met minder kans op letsel als de machine wordt gebruikt met de snelheid waarvoor deze ontworpen is.
  • Voorkom overstrekken - Zorg dat u te allen tijde stevig en in balans staat.
  • Blijf alert - Kijk wat u doet. Gebruik altijd uw gezond verstand. Gebruik het apparaat niet wanneer u moe bent.
  • Berg apparaten binnen op - Berg uw apparaten, wanneer u ze niet gebruikt, binnen, op een droge en hoge of goed afgesloten plaats op, en houd ze buiten bereik van kinderen.
  • Onderhoud het apparaat zorgvuldig - Houd de messen scherp en schoon voor de beste prestaties en om het risico op letsel te verkleinen. Volg de instructies voor het smeren en verwisselen van accessoires. Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet.
  • Controleer op beschadigde onderdelen – Voordat u een apparaat, afscherming of ander beschadigd onderdeel verder gebruikt, dient u dit nauwkeurig te controleren om vast te stellen of het naar behoren werkt. Controleer de uitlijning van bewegende delen, de bewegingsvrijheid van bewegende delen, defecte onderdelen, bevestiging en andere toestanden die de werking ervan negatief kunnen beïnvloeden. Een afscherming of ander onderdeel dat beschadigd is, moet op de juiste manier worden gerepareerd of vervangen door een geautoriseerd servicecentrum, tenzij in deze handleiding anders wordt aangegeven.

Veiligheidsinstructies voor onderhoud

HUSQVARNA DP110 - Veiligheidsinstructies voor onderhoud - 1

WAARSCHUWING: De snijuitrusting blijft roteren, zelfs nadat u de activeringsschakelaar hebt losgelaten. Als u een product hebt dat op een accu werkt, verwijdert u de accu uit het product. Zorg ervoor dat de snijuitrusting volledig tot stilstand is gekomen voordat u er onderhoud aan uitvoert.

  • Zorg ervoor dat de transportbescherming correct aan de snijuitrusting is bevestigd wanneer het product niet in gebruik is, wordt vervoerd of is opgeborgen.
  • Gebruik altijd handschoenen voor zwaar gebruik wanneer u de snijuitrusting repareert. De snijuitrusting is zeer scherp en kan eenvoudig snijwonden veroorzaken.
  • Bewaar het product buiten het bereik van kinderen.
  • Gebruik bij reparatie alleen originele reserveonderdelen.
  • Gebruik nooit een machine die defect is. Voer de in deze handleiding beschreven veiligheidscontroles en de onderhouds- en service-instructies uit. Bepaalde onderhouds- en servicemaatregelen moeten door opgeleide en gekwalificeerde specialisten worden uitgevoerd.
  • Zet de machine vast tijdens transport.

Veiligheidsinstructies voor snijuitrusting

HUSQVARNA DP110 - Veiligheidsinstructies voor snijuitrusting - 1

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.

  • Gebruik alleen goedgekeurde combinaties van zaagblad/zaagketting en de hulpmiddelen voor vijlen. Zie Combinaties van geleiders en zaagkettingen op pagina 221 voor instructies.
  • Draag veiligheidshandschoenen wanneer u onderhoud aan de zaagketting uitvoert of de zaagketting gebruikt. Ook een zaagketting die niet beweegt, kan verwondingen veroorzaken.
  • Houd de zaagtanden goed geslepen. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen vijlmal. Een beschadigde of verkeerd geslepen zaagketting vergroot de kans op ongevallen.

(Fig. 19)

- Zorg voor de correcte tanddiepte. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen instelling voor de vijlmal. Als de tanddiepte te groot is, vergroot dit de kans op terugslag.

(Fig. 20)

- Zorg dat de zaagketting de juiste spanning heeft. Als de zaagketting niet strak tegen het zaagblad loopt, kan de zaagketting van het zaagblad lopen. Een verkeerde kettingspanning zorgt voor overmatige slijtage van het zaagblad, de zaagketting

en het kettingaandrijfwiel. Zie De kettingspanning aanpassen op pagina 220.

(Fig. 21)

- Voer regelmatig onderhoud uit op de snijuitrusting en houd deze goed gesmeerd. Bij onvoldoende smering

van de zaagketting is de kans op slijtage van het zaagblad, de zaagketting en het kettingaandrijfwiel groter.

(Fig. 22)

Montage

Inleiding

HUSQVARNA DP110 - Inleiding - 1

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het apparaat monteert.

Geleider en zaagketting monteren

  1. Klap het lipje op de vergrendelknop (A) uit en draai de vergrendelknop linksom. (Fig. 23)
  2. Neem de kap (B) weg.
  3. Plaats het zaagblad op de zaagbladbout. Zorg ervoor dat de kettingstelpen (C) zich in het correcte gat (D) in het zaagblad bevindt. (Fig. 24)
  4. Duw het zaagblad in de achterste positie.
  5. Plaats de zaagketting op het kettingaandrijfwiel (E) en in de groef van de geleider. Begin aan de bovenzijde van de geleider.
  6. Zorg dat de snijkanten van de zaagschakels naar voren wijzen op de bovenrand van het blad.
  7. Controleer of de aandrijfschakels van de zaagketting goed op het kettingaandrijfwiel zijn gemonteerd en of de zaagketting in de groef van het zaagblad zit.
  8. Monteer de afdekking. Zorg ervoor dat de flens (F) op de afdekking correct in het gat (G) op de zaagkop is geplaatst. (Fig. 25)
  9. Draai de vergrendelknop rechtsom.
  10. Draai de kettingspannerschroef om de zaagketting te spannen. Gebruik de schroevendraaierkant van het combinatiegereedschap. (Fig. 26)

Let op: De zaagketting heeft de juiste spanning wanneer deze niet aan de onderkant van het zaagblad hangt, maar gemakkelijk met de hand kan worden gedraaid.(Fig. 27)

  1. Houd de voorkant van het zaagblad omhoog en draai de vergrendelknop vast.

Let op: Wanneer u een nieuwe zaagketting monteert, voer dan een inloopprocedure uit en controleer de kettingspanning regelmatig gedurende die periode. Controleer de kettingspanning op gezette tijden. Een ketting met de juiste spanning is nodig voor goede zaagprestaties en een lange levensduur van de zaagketting.

De handbescherming monteren

  1. Klap de klem van de handbescherming uit en plaats deze op de as. Zorg ervoor dat de lip op de as in de groef aan de onderkant van de klem van de handbescherming zit. (Fig. 28)
  2. Klap de klem van de handbescherming rond de as en haal de 2 schroeven aan.

Draagstel afstellen

  1. Doe het draagstel om.
  2. Bevestig het product aan de ophanghaak van het draagstel.
  3. Stel de lengte van het draagstel zo af dat de ophanghaak ongeveer ter hoogte van uw rechterheup hangt. (Fig. 17)

De kettingolietank met kettingolie vullen

  1. Verwijder de olietankdop van de kettingolietank. (Fig. 29)
  2. Vul de tank met kettingzaagolie.
  3. Draai de olietankdop vast.

De opberghaak op de wand monteren

  • Monteer de opberghaak binnenshuis.
  • Houd de opberghaak buiten bereik van zonlicht en in een omgevingstemperatuur van -10°C tot 70°C.
  • Monteer de opberghaak op een gipswand, houten wand of betonwand.

HUSQVARNA DP110 - De opberghaak op de wand monteren - 1

OPGELET: Zorg ervoor dat de muur een belasting van minimaal 30 kg kan dragen.

- Bevestig de opberghaak met de 3 schroeven (A) aan de wand. Gebruik wandpluggen (B) indien nodig. (Fig. 30)

HUSQVARNA DP110 - De opberghaak op de wand monteren - 2

OPGELET: Zorg ervoor dat de schroeven geschikt zijn voor uw type wand.

- Neem contact op met uw Husqvarna-servicewerkplaats voor informatie over de beschikbare accessoires voor opslag van uw product.

Het opzetstuk van de stoksnoeizaag aan de opberghaak hangen

- Hang het opzetstuk van de stoksnoeizaag aan de opberghaak zoals afgebeeld. (Fig. 31)

Werking

Inleiding

HUSQVARNA DP110 - Inleiding - 1

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het product gebruikt.

Voordat u het product inschakelt

  1. Controleer het werkgebied. Verwijder voorwerpen die weggeslingerd kunnen worden.
  2. Controleer het zaagopzetstuk. Gebruik nooit stompe of beschadigde uitrusting.
  3. Controleer of het product correct werkt.
  4. Controleer of alle moeren en schroeven goed zijn vastgedraaid.
  5. Zorg ervoor dat de smering van de ketting correct werkt. Raadpleeg De snijuitrusting smeren op pagina 220.
  6. Zorg er voor dat het zaagopzetstuk altijd stopt wanneer u de activeringsschakelaar loslaat.
  7. Gebruik het product alleen voor het snoeien van takken en twijgen.
  8. Controleer of de hendel en de veiligheidsfuncties niet beschadigd zijn en correct werken. Gebruik geen product met ontbrekende onderdelen of dat is veranderd ten opzichte van de specificatie.
  9. Zorg ervoor dat de vergrendelingsvoorzieningen van beweegbare elementen, zoals de uitgeschoven as en het draaibare element, vergrendeld zijn.

Het product gebruiken

HUSQVARNA DP110 - Het product gebruiken - 1

WAARSCHUWING: Houd u aan de geldende veiligheidsvoorschriften voor werkzaamheden in de buurt van hoogspanningskabels.

HUSQVARNA DP110 - Het product gebruiken - 2

WAARSCHUWING: Sta nooit direct onder een tak die wordt afgezaagd. Dit kan leiden tot ernstig of zelfs dodelijk letsel.

HUSQVARNA DP110 - Het product gebruiken - 3

WAARSCHUWING: Dit product is niet elektrisch geïsoleerd. Wanneer het product in contact komt met of in de buurt komt van stroomvoerende leidingen kan dit leiden tot dodelijke ongelukken of ernstig persoonlijk letsel. Elektriciteit kan door een

zogenaamde spanningsboog van het ene naar het andere punt geleid worden. Hoe hoger de spanning is, des te langer de weg waarover de elektriciteit geleid kan worden. Elektriciteit kan ook door takken of andere voorwerpen geleid worden, vooral als deze nat zijn. Houd altijd minimaal 10 m afstand tussen het product en een leiding waarop spanning staat en/of voorwerpen die daarmee in contact staan. Wanneer u toch met een kortere veiligheidsafstand moet werken, moet u altijd contact opnemen met de desbetreffende energiemaatschappij om ervoor te zorgen dat de spanning uit staat voordat u uw werkzaamheden begint.

HUSQVARNA DP110 - Het product gebruiken - 4

WAARSCHUWING: Dit product heeft een groot bereik. Zorg ervoor dat er zich geen personen of dieren op een afstand kleiner dan 15 meter bevinden wanneer het product in bedrijf is.

HUSQVARNA DP110 - Het product gebruiken - 5

WAARSCHUWING: Activeer de activeringsschakelaar nooit als u geen volledig zicht hebt op de snijuitrusting.

  • Houd het product zo dicht mogelijk bij uw lichaam voor de beste balans.
  • Zorg ervoor dat de punt de grond niet raakt.
  • Forceer het werk niet, beweeg de heggenschaar in een regelmatig tempo, zodat alle takjes gelijkmatig afgeknipt worden.
  • Ontgrendel de voedingsschakelaar na elke werkhandeling. Als de motor langdurig op volle snelheid draait zonder dat hij belast wordt, kan dit tot ernstige beschadigingen van de motor leiden.
  • Werk altijd op volle snelheid.
  • Ga voorzichtig te werk als u werkt in de buurt van hoogspanningskabels. Vallende takken kunnen leiden tot kortsluiting.
  • Zorg er indien mogelijk voor dat u de tak onder de juiste hoek kunt doorzagen. (Fig. 32)
  • Houd de as niet recht voor u uitgestoken (zoals een vishengel), aangezien hierdoor het schijnbare gewicht van de snijuitrusting toeneemt. (Fig. 33)
  • Zaag grote takken in secties, zodat u betere controle hebt over waar ze zullen vallen. (Fig. 34)

  • Zaag nooit door de verdikking bij de wortel van de tak, want hierdoor vertraagt de genezing en wordt het risico op schimmelvorming vergroot. (Fig. 35)

  • Gebruik de stop op de basis van de zaagkop voor ondersteuning tijdens het zagen. Hierdoor voorkomt u dat de snijuitrusting op de tak "springt". (Fig. 36)
  • Maak een eerste snede aan de onderkant van de tak voordat u de tak doorzaagt. Zo voorkomt u dat de bast gaat scheuren, wat kan leiden tot een langzame genezing en permanente schade aan de boom. De snede mag niet dieper zijn dan 1/3 van de dikte van de tak om vastlopen te voorkomen. Laat de ketting lopen terwijl u de snijuitrusting van de tak verwijdert om vastlopen te voorkomen. (Fig. 37)

  • Gebruik het draagstel om het gewicht van de machine te ondersteunen en het hanteren te vergemakkelijken.

  • Zorg ervoor dat u stevig staat en dat u kunt werken zonder te worden gehinderd door takken, stenen of bomen.

Onderhoud

Inleiding

Hieronder worden algemene onderhoudsvoorschriften opgesomd. Neem contact op met uw dealer indien u meer informatie behoeft.

Onderhoud uitvoeren aan de bevestiging

De zaagketting controleren

Controleer de zaagketting dagelijks.

  1. Controleer of de klinknagels en schakels vrij zijn van scheuren. (Fig. 38)
  2. Controleer of de zaagketting voldoende stug is.
  3. Vergelijk de zaagketting met een nieuwe om te bepalen of de klinknagels en schakels versleten zijn.
  4. Gooi de zaagketting weg als deze één of enkele van bovenstaande punten vertoont.
  5. Vervang de zaagketting wanneer de zaagtanden zijn afgesleten en korter zijn dan 4 mm (Fig. 39)

Het kettingaandrijfwiel controleren

- Controleer regelmatig of het kettingaandrijfwiel versleten is. Vervang het kettingaandrijfwiel indien nodig. (Fig. 40)

De geleider controleren

  1. Controleer of het oliekanaal niet verstopt is. Reinig het oliekanaal indien nodig. (Fig. 41)
  2. Controleer de randen van de geleider op bramen. Gebruik een vijl om bramen te verwijderen. (Fig. 42)
  3. Reinig de groef in het zaagblad. (Fig. 43)
  4. Controleer of de groef in het zaagblad versleten is. Vervang het zaagblad indien nodig. (Fig. 44)
  5. Controleer de punt van de geleider op ruwheid en overmatige slijtage. (Fig. 45)

  6. Controleer of het neuswiel van het zaagblad soepel draait en of de smeeropening in het neuswiel van het zaagblad open is. Reinig en smeer het neuswiel indien nodig. (Fig. 46)

  7. Draai de geleider dagelijks om de levensduur te verlengen. (Fig. 47)

Zaagketting slijpen

Informatie over de geleider en zaagketting

Als het zaagblad of de zaagketting versleten of beschadigd is, moet u deze vervangen door de door ons aanbevolen combinaties van zaagblad en zaagketting. Dit is belangrijk om de veiligheidsfuncties van de zaaguitrusting in stand te houden. Raadpleeg Accessoires op pagina 221, voor een lijst met aanbevolen combinaties voor het vervangen van het zaagblad en de zaagketting.

  • Lengte, inch.cm.
    (Fig. 48)
    • Aantal tanden in het neuswiel (T).

(Fig. 49)

- Steek van de ketting, inch. De afstand tussen de aandrijfschakels van de zaagketting, moet overeenkomen met de tandsteek van het neuswiel en het kettingaandrijfwiel.

(Fig. 50)

- Aantal aandrijfschakels (stuks). Elke zaagbladlengte levert in combinatie met de steek van de ketting en het aantal tanden van het neuswiel een bepaald aantal aandrijfschakels op.

(Fig. 51)

- Breedte geleidergroef, inch/mm. De breedte van de geleidergroef moet overeenkomen met de breedte van de aandrijfschakels van de ketting.

(Fig. 52)

- Kettingolie-opening en opening voor kettingstrekkerpen. De geleider moet aangepast zijn aan het product.

(Fig. 53)

• Aandrijfschakel-breedte, inch/mm.

(Fig. 54)

Algemene informatie over het slijpen van zaagtanden

Gebruik geen ongeslepen zaagketting. Als de zaagketting bot is, dient u meer druk toe te passen om de geleider door het hout te drukken. Als de zaagketting zeer bot is, ontstaan er geen houtsnippers maar zaagsel.

Een scherpe zaagketting zaagt door het hout en de houtsnippers worden lang en dik.

De zaagtand (A) en de dieptesteller (B) samen vormen het zagende deel van de zaagketting, de snijder. Het hoogteverschil tussen de twee geeft de zaagdiepte (instelling dieptesteller).

(Fig. 55)

Denk bij het slijpen van een zaagtand na over het volgende:

• Vijlhoek.

(Fig. 56)

- Snijhoek.

(Fig. 57)

• Vijlpositie.

(Fig. 58)

- Diameter van de ronde vijl.

(Fig. 59)

Het is niet makkelijk om zonder de juiste hulpmiddelen een zaagketting correct te slijpen. Gebruik de aanbevolen vijlmal. Deze helpt u om optimale zaagprestaties te bereiken en het risico op terugslag tot een minimum te beperken.

HUSQVARNA DP110 - Algemene informatie over het slijpen van zaagtanden - 1

WAARSCHUWING: Het risico op terugslag wordt ernstig verhoogd als u de slijpinstructies niet opvolgt.

Let op: Zie Technische gegevens op pagina 220voor informatie over het slijpen van de zaagketting.

Snijtanden slijpen

  1. Gebruik voor het slijpen van de snijtanden een ronde vijl en een vijlmal. (Fig. 60)

Let op: Zie Technische gegevens op pagina 220 voor informatie over welke vijl en mal wordt aangeraden voor uw zaagketting.

  1. Zorg dat de zaagketting de juiste spanning heeft. Een zaagketting zonder de juiste spanning beweegt zijdelings heen en weer. Hierdoor wordt het moeilijker om de zaagketting te slijpen. Zie De kettingspanning aanpassen op pagina 220 voor instructies. (Fig. 61)
  2. Beweeg de vijl vanaf de binnenkant van de snijtanden naar buiten. Verlaag de druk bij de trekslag. (Fig. 62)
  3. Verwijder eerst de vijlresten op de tanden aan de ene kant.
  4. Draai het product om en verwijder de resten op de tanden aan de andere kant.
  5. Controleer na het verwijderen van de vijlresten of alle zaagtanden dezelfde lengte hebben.
  6. De zaagketting is versleten als de zaagtanden 4 mm (0,16 inch) of kleiner zijn. In dat geval moet u de zaagketting vervangen. (Fig. 39)

Algemene informatie over hoe u de hoogte van de dieptesteller aanpast.

De hoogte van de dieptesteller (C) neemt af wanneer u de zaagtanden (A) slijpt. Voor maximale zaagprestaties moet u de vijlresten verwijderen van de dieptesteller (B), zodat de dieptesteller de juiste hoogte heeft. Zie Technische gegevens op pagina 220 voor instructies over hoe u voor de juiste hoogte van de dieptesteller zorgt voor uw zaagketting.

(Fig. 63)

HUSQVARNA DP110 - Algemene informatie over hoe u de hoogte van de dieptesteller aanpast. - 1

WAARSCHUWING: Een te hoge dieptesteller vergroot het terugslagrisico van de ketting!

Hoogte van de dieptesteller aanpassen

Zie Snijtanden slijpen op pagina 219 voor instructies vóór u de hoogte van de dieptesteller aanpast of de zaagtanden slijpt. We raden aan de snijdiepte bij te stellen na elke derde kettingslijpbeurt.

Let op: Deze aanbeveling is alleen van toepassing als de lengte van de zaagtanden niet overmatig is afgenomen.

We raden u aan onze vijlmal voor de tanddiepte te gebruiken, om de juiste maat voor de tanddiepte en de juiste hoek van de dieptestellernok te krijgen.

(Fig. 64)

  1. Gebruik een platte vijl en een vijlmal om de hoogte van de dieptesteller aan te passen. Gebruik alleen een aanbevolen vijlmal om de juiste maat voor de tanddiepte en de juiste hoek van de dieptestellernok te verkrijgen.
  2. Plaats de vijlmal op de zaagketting.

Let op: Zie de verpakking van de vijlmal voor meer informatie over het gebruik.

  1. Gebruik de platte vijl om het gedeelte van de dieptesteller te verwijderen dat boven de vijlmal uitsteekt. (Fig. 65)

Let op: De snijdiepte is correct als u geen weerstand voelt wanneer u de vijl over de mal haalt.

De kettingspanning aanpassen

HUSQVARNA DP110 - De kettingspanning aanpassen - 1

WAARSCHUWING: Een zaagketting die niet correct is gespannen, kan losschieten uit het zaagblad en ernstig of dodelijk letsel veroorzaken.

Een zaagketting rekt uit tijdens gebruik. Stel de zaagketting regelmatig af.

  1. Maak de vergrendelknop los die de afdekking en de kettingrem vergrendelt. (Fig. 66)
  2. Til de voorkant van de geleider op en draai de stelschroef van de ketting aan. Gebruik de schroevendraaierkant van het combinatiegereedschap. (Fig. 26)
  3. Span de zaagketting aan totdat deze strak tegen het zaagblad aanligt maar met gemak kan bewegen.
  4. Draai de vergrendelknop vast en til tegelijkertijd de voorkant van het zaagblad omhoog. (Fig. 67)
  5. Controleer of de zaagketting gemakkelijk met de hand kan worden rondgedraaid en of deze niet doorhangt aan de onderkant van het zaagblad. (Fig. 27)

De snijuitrusting smeren

HUSQVARNA DP110 - De snijuitrusting smeren - 1

WAARSCHUWING: Onvoldoende smeren van de snijuitrusting kan een breuk van de ketting veroorzaken wat tot ernstige en zelfs dodelijke verwondingen kan leiden.

HUSQVARNA DP110 - De snijuitrusting smeren - 2

WAARSCHUWING: Gebruik geen afgewerkte olie! Afgewerkte olie is gevaarlijk

voor personen, het product en voor het milieu.

Zaagkettingolie

Voor de positie van de olietankdop, zie Overzicht opzetstukken op pagina 211.

  • Gebruik een zaagkettingolie die goed aan de zaagketting hecht. De zaagkettingolie dient zijn viscositeit te behouden onder alle weersomstandigheden, bijvoorbeeld tijdens een hete zomer of koude winter.
  • Gebruik kettingolie van Husqvarna voor een maximale levensduur van de zaagketting en voor behoud van het milieu. Als Husqvarnazaagkettingolie niet beschikbaar is, gebruik dan een standaard zaagkettingolie.
  • In gebieden waar voor smering van de zaagkettingen bestemde olie niet beschikbaar is, kan gewone EP 90-transmissieolie worden gebruikt.
  • Zorg ervoor dat de smering van de zaagketting correct werkt. Vul met zaagkettingolie en controleer indien nodig de zaagkettingsmering.
  • Controleer het oliepeil in de olietank regelmatig om schade aan de zaagketting en het zaagblad te voorkomen.

Kettingsmering controleren

- Controleer de kettingsmering regelmatig. Richt de voorkant van het zaagblad op een oppervlak met een lichte kleur, op ongeveer 20 cm (8 inch) afstand. Als de kettingsmering correct is, ziet u na 1 minuut een duidelijke olielijn op het oppervlak. (Fig. 68)

Controleren of de smering niet werkt

  1. Controleer of het kettingoliekanaal van het zaagblad open is. Maak schoon indien nodig. (Fig. 69)
  2. Controleer of het oliekanaal in het tandwielhuis schoon is. Maak schoon indien nodig.
  3. Controleer of het neuswiel vrij draait. Als de kettingsmering nog steeds niet werkt na uitvoering van bovenstaande controles, moet u contact opnemen met uw servicewerkplaats. (Fig. 70)

Technische gegevens

Technische gegevens

110iLDof 110iL+ opzetstuk voor stoksnoeizaag DP110
Smeersysteem
Inhoud olietank, liter 0,09
Gewicht
Gewicht zonder accu, kg 3,11
Geluidsemissies^49
Geluidsvermogensniveau, gemeten dB(A) 94
Geluidsvermogensniveau, gegarandeerd L_WA dB (A) 97
Geluidsniveaus^50
Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, dB(A) 87
Trillingsniveau^51
Trillingsniveaus in de voor-/achterhandgreep, gemeten volgens ISO 22867, m/s ^2 1,415/1,374

Accessoires

Combinaties van geleiders en zaagkettingen

De onderstaande combinaties zijn CE-typegoedgekeurd.

Geleider Zaagketting
Type Lengte,inch Steek, inchSpoorbreedte, mmTypeLengte, aantal aan-drijfschakels
529 34 07-34 101/4 1,1 SP11G 60

Zaagkettingvijl en vijlmal

Gebruik de aanbevolen vijlmal om de tanden in de juiste hoek te krijgen voor vijlen. Wij raden u aan altijd de aanbevolen vijlmal te gebruiken om uw zaagketting weer scherp te krijgen.

Neem contact op met uw servicedealer als u niet weet met welke zaagketting uw product is uitgerust.

HUSQVARNA DP110 - Zaagkettingvijl en vijlmal - 1PITCH = 2 [zzgc]HUSQVARNA DP110 - Zaagkettingvijl en vijlmal - 2 15 HUSQVARNA DP110 - Zaagkettingvijl en vijlmal - 3HUSQVARNA DP110 - Zaagkettingvijl en vijlmal - 4[IMAGE]HUSQVARNA DP110 - Zaagkettingvijl en vijlmal - 5
mm/inch mm/inch mm/inchaandrijfs-chakels:cm/inch
SP11G6,4/0,25" 11/0,043" 3,5/0,14 60° 30° 0°0,4/0,016" 60:25/10"

Verklaring van overeenstemming

EU-verklaring van overeenstemming

Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna,

Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder onze

alleenverantwoordelijkheid dat het product:

Beschrijving Accu-aangedreven stoksnoeizaag
Merk Husqvarna
Type/model DP110 opzetstuk met voedingseenheid 110iLDof 110iL
Identificatie Serienummers vanaf 2023 en verder

voldoen volledig aan de volgende EU-richtlijnen en

-regelgeving:

Verordening Beschrijving
2006/42/EG "betreffende machines"
2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit"
2000/14/EG "betreffende geluid buitenshuis"
2011/65/EU "betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen"

De volgende normen zijn van toepassing: EN

62841-1:2015/A11:2022, EN ISO 11680-1:2021, EN

ISO 12100:2010, EN IEC 55014-1:2021, EN IEC

55014-2:2021, EN IEC 63000:2018.

Aangemelde instantie: TÜV SÜD Product Service

GmbH, Ridlerstraße 65, 80339 MÜNCHEN, Germany,

heeft een EG-typeonderzoek uitgevoerd volgens de

machinerichtlijn (2006/42/EG), artikel 12, punt 3b.

Het certificaat voor EG-typeonderzoek heeft nummer:

M6A 024735 0160

Huskvarna, 2023-08-15

$$ \Delta \cdot \mathrm {d u} $$

Claes Losdal, R&D Manager, Husqvarna AB

Verantwoordelijk voor technische documentatie

CE

INNHOLD

Innledning.... 224

Sikkerhet....225

Montering....228

Drift....229

Vedlikehold.... 230

Originele instructies

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : HUSQVARNA

Model : DP110

Categorie : Grasmaaier