122RJ - Grasmaaier HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 122RJ HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 122RJ HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 122RJ - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 122RJ van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING 122RJ HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing
NO Bruksanvisning
Gebruikershandleiding
De oorspronkelijke taal van deze gebruikshandleiding is Engels. Bedieningshandleidingen in andere talen zijn vertalingen uit het Engels.
Overzicht
(Fig. 1)
- Trimmerkop (alleen voor 122L)
- Vuldop smeervet
- Haakse overbrenging
- Beschermkap van de snijuitrusting
- As
- Lusgreep
- Gashendel
- Stopschakelaar
- Gashendelvergrendeling
- Bougiekap, bougie
- Starterhuis
- Startkoordgreep
- Brandstoftank
- Luchtfilterdeksel
- Balgje voor extra brandstoftoevoer
- Chokehendel
- Meenemer
- Gebruiksaanwijzing
- Blad (alleen voor 122RJ)
- J-handgreep (alleen voor 122RJ)
- Draagstel (alleen voor 122RJ)
- Klem draagstel (alleen voor 122RJ)
- Transportbescherming (alleen voor 122RJ)
Symbolen op het product
(Fig. 2) WAARSCHUWING: Onzorgvuldig of onjuist gebruik kan leiden tot ernstig letsel of overlijden van de bestuurder of anderen.
(Fig. 3) Lees deze handleiding.
(Fig. 4) Gebruik een veiligheidshelm op locaties waar objecten op u kunnen vallen. Gebruik
goedgekeurde gehoorbescherming. Gebruik goedgekeurde oogbescherming.
(Fig. 5) Draag goedgekeurde veiligheidshandschoenen.
(Fig. 6) Draag veiligheidsschoenen of veiligheidslaarzen.
(Fig. 7) Het gebruik van het apparaat kan tot rondvliegende voorwerpen leiden, waardoor oogletsel kan ontstaan.
(Fig. 8) Het gebruik van het apparaat kan tot rondvliegende voorwerpen leiden, waardoor oogletsel kan ontstaan.
(Fig. 9) Max. toerental van de uitgaande as.
(Fig. 10) Veilige afstand
(Fig. 11) Wees voorzichtig met de terugslag.
(Fig. 12) Zorg ervoor dat lang haar tot boven uw schouders wordt samengebonden.
(Fig. 13) De pijlen geven de limieten van de positie van de hendel weer.
(Fig. 14) Geluidsemissie naar het omgevingslabel volgens de richtlijnen en voorschriften van de EU en het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 214 en op het label.
(Fig. 15) Het product voldoet aan de geldende EG-richtlijnen.
(Fig. 16) Dit product voldoet aan de geldende VK-regelgeving.
Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor overige commerciële markten.
Euro V-emissies

WAARSCHUWING: De EU-typegoedkeuring van dit product vervalt als
ongoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden.
Productaansprakelijkheid
Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Veiligheid
Veiligheidsdefinities
De onderstaande definities geven de mate van ernst weer voor elk trefwoord.

WAARSCHUWING: Letsel aan personen.

OPGELET: Schade aan het product.
Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik.
Algemene veiligheidsinstructies

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik het product op de juiste manier. Onjuist gebruik leidt mogelijk tot letsel of de dood. Gebruik het product uitsluitend voor de taken die in deze handleiding worden genoemd. Gebruik het product niet voor andere taken.
- Volg de instructies in deze handleiding op. Volg de veiligheidssymbolen en veiligheidsinstructies op. Het niet in acht nemen van de instructies en de symbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood.
-
Gooi deze handleiding niet weg. Gebruik de instructies voor het monteren, gebruiken en onderhouden van uw product. Gebruik de instructies voor een correcte installatie van opzetstukken en accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde opzetstukken en accessoires.
-
Gebruik nooit een beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handleiding een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
- Deze handleiding kan niet alle situaties beschrijven die zich voor kunnen doen wanneer u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product niet en voer geen onderhoudswerkzaamheden aan het product uit als u niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, servicewerkplaats of erkende servicepunt.
- Beoordeel het product dagelijks voor elk gebruik op significante schade of als het product is geraakt door andere voorwerpen of op de grond is gevallen. Raadpleeg Onderhoudsschema op pagina 213.
- Koppel de bougiekabel los voordat u het product monteert, het product opslaat of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Gebruik het product niet als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd. Vervang geen onderdelen van het product zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde onderdelen. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
- Adem geen dampen in van de motor. Langdurig inademen van de uitlaatgassen van de motor kan een gevaar voor de gezondheid opleveren.
- Start het product niet in gesloten ruimtes of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal. De uitlaatgassen zijn heet en kunnen vonken veroorzaken die tot brand kunnen leiden. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Wanneer u dit product gebruikt, genereert de motor een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische
veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gebruikt.
- Laat het product niet door een kind bedienen. Laat de machine niet bedienen door personen die de instructies niet hebben gelezen.
- Zorg ervoor dat u personen met een lichamelijke of geestelijke beperking die het product gebruiken, altijd in de gaten houdt. Er moet te allen tijde een verantwoordelijke volwassene aanwezig zijn.
- Berg het product op in een afgesloten ruimte die niet toegankelijk is voor kinderen of onbevoegde personen.
- Het product kan objecten uitwerpen en letsel veroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in acht om het risico op letsel of de dood te verlagen.
- Blijf in de buurt van het product wanneer de motor is ingeschakeld.
- De gebruiker van het product is verantwoordelijk indien zich een ongeval voordoet.
- Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn, voordat u het product gebruikt.
- Zorg ervoor dat u minimaal 15 m (50 ft) van andere personen en dieren verwijderd bent, voordat u het product gaat gebruiken. Zorg ervoor dat personen in het aangrenzende gebied weten dat u het product gaat gebruiken.
- Neem nationale en lokale wetgeving in acht. Deze kan het gebruik van het product in sommige situaties beperken of verbieden.
- Gebruik het product niet als u moe bent, ziek bent, of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert. Ze kunnen een negatief effect hebben op uw zicht, alertheid, coördinatie of oordeel.
Veiligheidsinstructies voor bediening
- Zorg ervoor dat het product volledig is gemonteerd voordat u het gaat gebruiken.
- Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start. Plaats het product op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat de snijuitrusting niet in aanraking komt met de grond of andere objecten.
- Het gebruik van het apparaat kan tot rondvliegende voorwerpen leiden, waardoor oogletsel kan ontstaan. Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming wanneer u het product gebruikt.
- Let op: Tijdens het gebruik kan een kind zonder uw medeweten dicht bij het product komen.
- Gebruik dit product niet als zich personen in het werkgebied bevinden. Schakel het product uit wanneer een persoon het werkgebied betreedt.
- Zorg dat u het product altijd onder controle hebt. Zorg ervoor dat u telkens van bedieningspositie verandert en geplande pauzes neemt tijdens het gebruik van het product.
- Gebruik het product niet als u geen hulp kunt krijgen indien zich een ongeval voordoet. Zorg er altijd voor
dat anderen weten dat u het product gaat gebruiken voordat u het product start.
- Draai niet met het product voordat u zeker weet dat er zich geen personen of dieren in de veiligheidszone bevinden.
- Verwijder alle ongewenste materialen uit het werkgebied voordat u begint. Als de snijuitrusting een object raakt, dan kan dit object worden uitgeworpen en letsel of schade veroorzaken. Ongewenst materiaal kan zich rond de snijuitrusting wikkelen en schade veroorzaken.
- Gebruik het product niet bij slecht weer (mist, regen, sterke wind, gevaar van blikseminslag of andere weersomstandigheden.). Slecht weer kan leiden tot gevaarlijke omstandigheden (zoals gladde oppervlakken).
- Zorg dat u vrij kunt bewegen en in een stabiele houding kunt werken.
(Fig. 17)
- Zorg dat u niet kunt vallen wanneer u het product gebruikt. Buig u niet voorover of achterover wanneer u het product bedient.
- Houd het product altijd met twee handen vast. Houd het apparaat rechts van uw lichaam.
(Fig. 18)
- Bedien het product zodanig dat de snijuitrusting zich onder uw middel bevindt.
- Als de chokehendel in de chokestand staat wanneer de motor wordt ingeschakeld, dan begint de snijuitrusting te draaien.
- Raak de hoekoverbrenging niet aan nadat de motor is uitgeschakeld. De hoekoverbrenging is heet nadat de motor is uitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letsel veroorzaken.
- Schakel de motor uit voordat u het product verplaatst.
- Zet het product niet neer terwijl de motor is ingeschakeld.
- Schakel de motor uit en wacht totdat de snijuitrusting is gestopt voordat u ongewenst materiaal van het product verwijdert. Laat de snijuitrusting eerst stoppen voordat u (al dan niet met een hulpmiddel) het maaisel verwijdert.
- Een te grote blootstelling aan trillingen kan leiden tot schade aan de bloedsomloop, zoals het fenomeen van Raynaud, en zenuwbeschadigingen bij personen die een slechte bloedcirculatie hebben. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen heeft die wijzen op te grote blootstelling aan trillingen. Dergelijke symptomen zijn slapende vingers e.d., geen gevoel, 'kriebelend' gevoel, 'speldenprikken', pijn, geen of weinig kracht, huidverkleuringen of veranderingen van het huidoppervlak. Deze symptomen komen meestal voor op vingers, handen of polsen.

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het product gebruikt. De persoonlijke beschermingsmiddelen nemen het risico op letsel niet weg. De persoonlijke beschermingsmiddelen verlagen de ernst van het letsel indien zich een ongeval voordoet.
- Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming wanneer u het product gebruikt.
- Bedien het product niet op blote voeten of met open schoenen. Gebruik altijd antisliplaarzen voor zwaar gebruik.
- Draag een lange broek van stevige stof.
- Gebruik een helm als er objecten op uw hoofd kunnen vallen.
- Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.
- Zorg ervoor dat u een EHBO-kit bij de hand hebt.
- Draag zo nodig handschoenen, bijvoorbeeld bij het monteren, inspecteren of reinigen van de snijuitrusting. Handschoenen kunnen ook bloedvat- en zenuwbeschadigingen aan hand en vingers door trillingen voorkomen.
Veiligheidsvoorzieningen op het product
- Zorg ervoor dat u regelmatig onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan het product.
- De levensduur van het product neemt toe.
- Het risico van ongevallen neemt af.
Laat het product regelmatig door een erkende dealer of een erkend servicepunt controleren, zodat er aanpassingen en reparaties uitgevoerd kunnen worden.
- Gebruik geen product met beschadigde beschermingsmiddelen. Als het product beschadigd is, neemt u dan contact op met een erkend servicepunt.
Gashendelvergrendeling
De gashendelvergrendeling vergrendelt de gashendel. (Fig. 19)
Druk op de gashendelvergrendeling (A) om de gashendel (B) te ontgrendelen. Wanneer u de hendel ontgrendelt, gaan de gashendelvergrendeling en de gashendel terug naar hun oorspronkelijke stand.
-
Zorg dat de gashendel (B) is vergrendeld in de stationaire stand wanneer u de gashendelvergrendeling (A) ontgrendelt.
-
Druk op de gashendelvergrendeling (A) en controleer of deze teruggaat naar de oorspronkelijke stand wanneer u deze loslaat.
- Druk op de gashendel (B) en controleer of deze teruggaat naar de oorspronkelijke stand wanneer u deze loslaat.
Start de motor en zet het gas volledig open. Laat de gashendel los en controleer of de snijuitrusting stopt. Als de snijuitrusting draait terwijl de gashendel in de stationaire stand staat, controleer dan de stelschroef voor de stationaire stand van de carburateur.
Stopschakelaar
Start de motor. Controleer of de motor stopt wanneer u de stopschakelaar in de stop-stand zet.
(Fig. 20)
Beschermkap voor snijuitrusting
De beschermkap van de snijuitrusting voorkomt dat losse objecten in de richting van de gebruiker kunnen vliegen.
(Fig. 21)
Controleer de beschermkap van de snijuitrusting op schade en vervang hem indien hij beschadigd is. Gebruik alleen de goedgekeurde beschermkap voor de snijuitrusting.
Geluiddemper
- Gebruik geen motor met een beschadigde geluiddemper. Een beschadigde geluiddemper laat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand. Zorg dat er een brandblusser in de buurt is.
- Controleer regelmatig of de geluiddemper aan het product is bevestigd.
- Raak de motor en de geluiddemper niet aan terwijl de motor is ingeschakeld. Raak de motor en de geluiddemper een tijdje niet aan nadat de motor is uitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letsel veroorzaken.
- Een hete geluiddemper kan brand veroorzaken. Let op als u het product in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of dampen gebruikt.
- Raak geen onderdelen van de geluiddemper aan als de geluiddemper beschadigd is. De onderdelen kunnen kankerverwekkende chemicaliën bevatten.
Borgmoer
De borgmoer wordt gebruikt om een aantal soorten snijuitrusting te borgen.
(Fig. 22)
Wanneer u de borgmoer aanbrengt, haal deze dan aan in de richting die tegengesteld is aan de draairichting van de snijuitrusting.
Snijuitrusting

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Voer regelmatig onderhoud uit. Laat de snijuitrusting regelmatig door een erkend servicepunt controleren, zodat er aanpassingen en reparaties uitgevoerd kunnen worden.
- Dit leidt tot betere prestaties van de snijuitrusting.
- De levensduur van de snijuitrusting neemt toe.
- Het risico van ongevallen neemt af.
- Gebruik uitsluitend een goedgekeurde beschermkap voor de snijuitrusting. Zie Accessoires op pagina 215.
- Gebruik nooit beschadigde snijuitrusting.
Grastrimmerkop
- Zorg dat u de grastrimmerdraad strak en gelijkmatig om de trommel rolt om trillingen te verminderen.
- Gebruik alleen goedgekeurde grastrimmerkoppen en grastrimmerdraden. Zie Accessoires op pagina 215.
- Gebruik een grastrimmerdraad met de juiste lengte. Een lange grastrimmerdraad gebruikt meer motorvermogen dan een korte grastrimmerdraad.
- Zorg ervoor dat het mes op de beschermkap van de snijuitrusting niet beschadigd is.
- Laat de grastrimmerdraad 2 dagen in water weken voordat u deze op het product bevestigt. Dit zorgt voor een langere levensduur van de grastrimmerdraad.
- Zie instructies voor snijuitrusting voor de juiste procedure voor invoeren van de draad en de keuze van de juiste draaddiameter.
Grasmaaibladen en grasmessen
- Gebruik het product met een goedgekeurd grasmaaiblad. Gebruik geen grasmaaiblad zonder dat de overige vereiste onderdelen naar behoren zijn aangebracht. Zorg dat de installatie op de juiste manier is uitgevoerd en dat de juiste onderdelen zijn gebruikt. Door een onjuiste installatie kan het blad worden weggeslingerd en ernstig letsel toebrengen aan de gebruiker en/of omstanders.
- Draag beschermende handschoenen wanneer u het blad hanteert of daar onderhoudswerkzaamheden aan uitvoert.
- Gebruik hoofdbescherming wanneer u een product met een grasmaaiblad gebruikt.
- Grasmaaibladen en grasmessen worden gebruikt om ruw gras te maaien.
- Een grasmaaiblad kan letsel veroorzaken als het nog draait nadat de motor wordt uitgeschakeld of de gashendel wordt losgelaten. Zorg ervoor dat het grasmaaiblad volledig tot stilstand is gekomen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Schakel de motor uit voordat u werkzaamheden aan de snijuitrusting uitvoert. Zorg ervoor dat de snijuitrusting volledig tot stilstand komt. Koppel de kabel van de bougie los.
- Gebruik alleen een goedgekeurde snijuitrusting of een juist geslepen blad.
- Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen.
(Fig. 23)
- Gebruik nooit beschadigde snijuitrusting.
- Bevestig de transportbeveiliging op het grasmaaiblad wanneer u het product vervoert of opslaat.
Terugslag
- Een terugslag is een plotselinge beweging van het product naar de zijkant, naar voren of naar achteren. Een terugslag vindt plaats wanneer het grasmaaiblad of zaagblad een object raakt dat niet kan worden gemaid. Op plaatsen waar u moeilijk kunt zien wat u maait, is er een groter risico op terugslag.
- Bij een terugslag bestaat het risico dat het product of de gebruiker uit zijn positie wordt gebracht. Een bewegend blad kan omstanders raken en er is kans op letsel.
- Gooi een blad dat verbogen is, scheuren vertoont of gebroken of beschadigd is, weg.
- Gebruik een scherp blad. Het risico op terugslag is groter als het blad niet scherp is.
Brandstofveiligheid
- Start het product niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en laat het product drogen. Verwijder ongewenste brandstof van het product.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
- Zorg dat er geen brandstof op uw lichaam terecht komt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw lichaam terecht komt, verwijder deze dan met water en zeep.
- Start de motor niet als u brandstof op het product of op uw lichaam hebt gemorst.
- Start het product niet als er sprake is van een motorlekkage. Controleer de motor regelmatig op lekkage.
- Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze kunnen letsel veroorzaken of leiden tot de dood.
- Adem geen brandstofdampen in, dit kan letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
- Rook niet in de buurt van de brandstof of de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
-
Vul geen brandstof bij terwijl de motor is ingeschakeld.
-
Zorg ervoor dat de motor koud is wanneer u brandstof bijvult.
- Draai de tankdop langzaam open en laat de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
- Vul geen brandstof voor de motor bij in een afgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Draai de tankdop goed vast, zodat er geen brand kan ontstaan.
- Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start.
- Doe niet te veel brandstof in de brandstoftank.
- Zorg dat er geen brandstof wordt gemorst wanneer u het product of de jerrycan met brandstof verplaatst.
- Plaats het product of de jerrycan met brandstof niet op een plaats waar deze wordt blootgesteld aan
open vuur, vonken of waakvlammen. Zorg dat er geen open vuur aanwezig is in de opslagruimte.
- Gebruik alleen goedgekeurde jerrycans voor het verplaatsen of opslaan van brandstof.
- Leeg de brandstoftank voordat het product gedurende lange tijd wordt opgeslagen. Neem lokale wetgeving in acht voor het afvoeren van brandstof.
- Reinig het product voordat het gedurende lange tijd wordt opgeslagen.
- Verwijder de bougiekabel voordat het product wordt opgeslagen, zodat de motor niet onbedoeld kan starten.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud
- Neem contact op met uw servicepunt als het stationaire toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stopt. Gebruik het product niet voordat het correct is afgesteld of gerepareerd.
Montage

WAARSCHUWING: Lees het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product monteert.
Lusgreep bevestigen
- Bevestig de lusgreep op de steel zoals afgebeeld en zet de lusgreep vast. (Fig. 24)
- Zorg ervoor dat de lusgreep tussen de pijlen op de as wordt bevestigd.
J-hendel bevestigen

WAARSCHUWING: Gebruik geen zaagbladen wanneer u de J-hendel monteert. Gebruik alleen grasmaaibladen/grasmessen of trimmerkoppen/kunststof bladen.
- Breng de J-hendel aan op de lusgreep, zoals afgebeeld en zet hem vast. (Fig. 24)
Klem van het draagstel installeren
- Plaats de bovenste klem van het draagstel op de steel. Plaats de onderste klem van het draagstel onder de steel.
- Zorg dat de schroefgaten van de bovenste en onderste klem van het draagstel tegenover elkaar liggen.
- Breng twee schroeven aan in de schroefgaten.
- Haal de schroeven aan om de klem van het draagstel te bevestigen.
Monteren van bladbeschermkap, grasmaaiblad en grasmes

OPGELET: Gebruik alleen de goedgekeurde beschermkap voor de bladen. Zie Accessoires op pagina 215.
- Monteer de bladbeschermkap/beschermkap van de snijuitrusting (A) op de steel en zet deze vast met de bout. (Fig. 25)
- Monteer de meenemer (B) op de uitgaande as.
- Draai de uitgaande as totdat een van de openingen in de meenemer op één lijn ligt met de overeenkomstige opening in het tandwielhuis.
- Breng de inbussleutel (C) aan in de opening om de as te vergrendelen.
- Monteer het maaiblad (D), de steunkop (E) en de steunflens (F) op de uitgaande as.
- Breng de moer (G) aan. Haal de moer aan met 35-50 Nm (26-36 ft/lb). Houd de steel van de dopsleutel zo dicht mogelijk bij de bladbeschermkap vast. Om de moer vast te draaien, moet u de dopsleutel tegen de draairichting in draaien.
Let op: Linkse schroefdraad.
Monteren van bladen en trimmerkoppen

WAARSCHUWING: Gebruik alleen de goedgekeurde beschermkap voor de bladen. Zie Accessoires op pagina 215. Een beschadigde beschermkap kan letsel veroorzaken.

WAARSCHUWING: Als u het product met een grasmaaiblad gebruikt, dient u eerst de juiste handgreep, beschermkap van het maaiblad en draagstel te monteren.

WAARSCHUWING: Als u de maaibladen niet naar behoren monteert, dan kan dit letsel veroorzaken.
- Zorg dat het hoger liggende deel van de meenemer/steunflens goed in het midden van de bladen valt.
- Breng de bladen aan. (Fig. 26)
Snijuitrusting monteren
Beschermkap van snijuitrusting en trimmerkop (rechte steel) bevestigen
-
Bevestig de beschermkap van de snijuitrusting (A) met de bout (L) aan de steel.
-
Bevestig de meenemer (B) op de uitgaande as.
- Draai aan de uitgaande as totdat het gat in de meenemer op één lijn ligt met de opening in het tandwielhuis.
- Plaats een kleine schroevendraaier (C) in de opening om de as te vergrendelen. (Fig. 27)
- Draai de trimmerkop (H) linksom om de trimmerkop op het tandwielhuis te bevestigen. (Linkse schroefdraad.) (Fig. 28)
Werking

WAARSCHUWING: Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product gebruikt.
Brandstof
Brandstof gebruiken

OPGELET: Dit product heeft een tweetaktmotor. Gebruik een mengsel van benzine en tweetakt-motorolie. Zorg dat u de juiste hoeveelheid olie gebruikt in het mengsel. Door een onjuiste verhouding van benzine en olie kan de motor beschadigd raken.
Benzine

OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON (87 AKI). Dit kan schade aan het product veroorzaken.

OPGELET: Gebruik geen benzine met een ethanolgehalte van meer dan 10% (E10). Dit kan schade aan het product veroorzaken.

OPGELET: Gebruik geen loodhoudende benzine. Dit kan schade aan het product veroorzaken.
- Gebruik altijd nieuwe loodvrije benzine met een minimaal octaangetal van RON 90 (87 AKI) en een ethanolgehalte van minder dan 10% (E10).
- Gebruik benzine met een hoger octaangetal als u het product regelmatig gebruikt met een hoog motortoerental.
- Gebruik altijd een goede kwaliteit ongelode benzine/oliemengsel.
Tweetakt-motorolie
- Gebruik alleen hoogwaardige tweetakt-motorolie. Gebruik alleen motorolie voor luchtgekoelde tweetakt-motorolie.
- Gebruik geen andere typen olie.
• Mengverhouding 50:1 (2%)
| Benzine Olie | |
| 1 U.S. Gal. 77 ml (2,6 oz) | |
| 1 UK Gal. 95 ml (3,2 oz) | |
| 5 l 100 ml (3,4 oz) |
Brandstof mengen
Let op: Gebruik altijd een schone jerrycan wanneer u brandstof gaat mengen.
Let op: Maak een hoeveelheid brandstofmengsel voor maximaal 30 dagen.
-
Voeg de helft van de hoeveelheid benzine toe.
-
Voeg de volledige hoeveelheid olie toe.
- Schud het brandstofmengsel om de stoffen te mengen.
- Voeg de resterende hoeveelheid benzine toe.
- Schud het brandstofmengsel om de stoffen te mengen.
- Vul de brandstoftank.
Brandstof vullen
- Gebruik altijd een jerrycan met een anti-morsschenktuit.
- Als er brandstof op de jerrycan aanwezig is, dan verwijdert u de ongewenste brandstof en laat u de jerrycan drogen.
- Zorg dat het oppervlak rondom de tankdop schoon is.
- Schud de jerrycan voordat u het brandstofmengsel in de brandstoftank laat lopen.
Starten en stoppen
Controleren vóór het starten
- Controleer het product op ontbrekende, beschadigde, loszittende of versleten onderdelen.
- Controleer de moeren, schroeven en bouten.
- Controleer de bladen.
- Controleer de borgmoer. Zorg dat de borgmoer een minimale borgkracht van 1,5 Nm (1,1 ft lb) heeft. Haal de borgmoer aan met 35-50 Nm (26-36 ft lb).
- Controleer het luchtfilter.
- Controleer de gashendelvergrendeling en de gashendel.
- Controleer de stopschakelaar.
- Controleer het product op brandstoflekkage.
Koude motor starten
- Druk het balgje voor extra brandstoftoevoer 10 maal in. (Fig. 29)
- Trek de chokehendel omhoog. (Fig. 30)
- Druk de behuizing van het apparaat met uw linkerhand op de grond. (Fig. 31) Stap niet op het product. Trek langzaam aan de greep van het startkoord totdat u enige weerstand voelt. Trek daarna stevig aan de greep van het startkoord.
Let op: Trek niet aan de gashendel terwijl u de motor start.
-
Trek herhaaldelijk aan de greep van het startkoord totdat de motor start of probeert te starten. Als de motor start of probeert te starten, drukt u de chokehendel omlaag.
-
Als de motor start, duwt u zachtjes tegen de gashendel en laat u de motor 60 seconden draaien om warm te worden. Als de motor niet start, trekt u aan de startkoordhendel totdat de motor start. Duw vervolgens zachtjes tegen de gashendel en laat de motor 60 seconden draaien om warm te worden.

OPGELET: Trek niet aan het startkoord totdat deze stopt. Laat het startkoord niet los wanneer het volledig is uitgetrokken. Laat het startkoord langzaam los. Het niet naleven van deze instructies kan leiden tot motorschade.
Warme motor starten
- Druk het balgje voor extra brandstoftoevoer 10 maal in.
- Trek aan het startkoord totdat de motor start.
Product stoppen
- Druk de stopschakelaar in om de motor te stoppen. (Fig. 32)
Let op: De stopschakelaar keert automatisch terug naar zijn oorspronkelijke stand.
Grastrimmer bedienen

OPGELET: Zorg dat u het motortoerental na elke activiteit terug laat lopen naar het stationaire toerental. Langdurig gebruik bij onbelast volgas kan leiden tot motorschade.
Let op: Reinig de afdekking van de trimmerkop wanneer u een nieuwe trimmerdraad aanbrengt, om trillingen te voorkomen. Controleer de andere delen van de trimmerkop en reinig deze indien nodig.
Gras trimmen
- Houd de trimmerkop vlak boven de grond en schuin. Druk de grastrimmerdraad niet in het gras. (Fig. 33)
- Verkort de lengte van de trimmerdraad met 10-12 cm/4-4,75 inch.
- Verlaag het motortoerental om het risico op schade aan planten te beperken.
- Gebruik 80 % van het vermogen wanneer u in de buurt van objecten gras maait. (Fig. 34)
Gras maaien
- Zorg dat de trimmerdraad parallel loopt aan de grond wanneer u gaat maaien. (Fig. 35)
- Duw de trimmerkop niet op de grond. Dit kan schade aan het product veroorzaken.
- Gebruik de maximale snelheid. (Fig. 36)
Gras maaien met een grasmaaiblad
- De grasmaaibladen en grasmessen mogen niet gebruikt worden bij houtachtige stammen.
- Voor alle soorten hoog of sterk gras wordt een grasmaaiblad gebruikt.
- Het gras wordt gemaid met pendelende bewegingen naar de zijkanten, waarbij de beweging van rechts naar links het maaimoment is en de beweging van links naar rechts de retourbeweging. Laat de linkerkant van het blad werken (tussen 8 en 12 uur).
-
Indien het blad tijdens het grasmaaien een ietsje schuin naar links wordt gehouden, wordt het gras in een streng gelegd, hetgeen het verzamelen makkelijker maakt bijv. bij harken.
-
Probeer om ritmisch te werken. Sta stevig met uw voeten uit elkaar. Beweeg na de retourbeweging naar voren en zorg dat u weer stevig staat.
- Laat de steunkop licht op de grond rusten. Deze is speciaal bedoeld om te voorkomen dat het blad in de grond snijdt.
- Verklein het risico dat het materiaal rond het blad wordt gewonden door altijd met volgas te werken en maaisel bij de retourbeweging te ontwijken.
- Schakel de motor uit, maak het draagstel los en zet de machine op de grond voordat u het gemaaide materiaal verzamelt.
Onderhoud

WAARSCHUWING: Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u gaat reinigen of reparaties of onderhoud gaat uitvoeren.
Onderhoudsschema
Houd u aan het onderhoudsschema. De intervallen worden berekend op basis van het dagelijks gebruik van het product. De intervallen wijken af als u het product niet dagelijks gebruikt. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit die in deze handleiding worden beschreven. Neem voor overige onderhoudswerkzaamheden die niet in deze handleiding worden beschreven contact op met een erkend servicepunt.
Wekelijks onderhoud
- Reinig de externe oppervlakken.
- Controleer het stationaire toerental.
- Controleer de smering van de hoekoverbrenging.
Maandelijks onderhoud
- Controleer de greep van het startkoord en het startkoord.
Jaarlijks onderhoud
- Controleer de bougie.
- Reinig de externe oppervlakken van de carburateur en de aangrenzende oppervlakken.
- Reinig het koelsysteem.
- Controleer het vonkenscherm.
- Controleer het brandstofffilter.
- Controleer de brandstofslang op schade.
- Controleer alle kabels en aansluitingen.
Onderhoud na 50 uur
- Zorg dat de geluiddemper wordt gerepareerd of vervangen door een erkend servicepunt.
Stationair toerental afstellen
- Zorg dat het luchtfilter schoon is en dat het luchtfilterdeksel is aangebracht voordat het stationaire toerental wordt afgesteld.
- Stel het stationaire toerental af met de bijbehorende T-stelschroef met de markering "T".
-
Het stationaire toerental is juist wanneer de motor in alle standen soepel draait. Het stationaire toerental moet lager zijn dan het toerental waarbij de snijuitrusting begint te draaien.
-
Draai de stelschroef rechtsom tot de snijuitrusting begint te draaien. (Fig. 37)
- Draai de stelschroef linksom tot de snijuitrusting stopt.
Borgmoer verwijderen

OPGELET: Vervang de borgmoer wanneer u deze ca. 10 keer hebt gebruikt.
- Draai de borgmoer in de draairichting van de snijuitrusting om deze te verwijderen. (Fig. 38)
Let op: De borgmoer heeft een linkse schroefdraad.
- Controleer of u de nylon borgring van de borgmoer met de hand kunt draaien. De minimale weerstand van de nylon borgring moet minimaal 1.5 Nm (1,1 ft lb) zijn.
- Haal de borgmoer aan met de copsleutel.
Onderhoud uitvoeren aan het vonkenscherm
Gebruik een staalborstel om het vonkenscherm te reinigen. (Fig. 39)
Koelsysteem reinigen
Reinig de onderdelen van het koelsysteem met een borstel.
(Fig. 40)
Het koelsysteem is inclusief de luchtinlaat op de startmotor (A), de koelribben op de cilinder (B).
Bougie controleren

OPGELET: Gebruik de aanbevolen bougie. Zorg dat het vervangende onderdeel identiek is aan het onderdeel dat door de fabrikant wordt geleverd. Een onjuiste bougie kan leiden tot schade aan het product. Zorg ervoor dat de bougie is uitgerust met een onderdrukker. Neem voor meer informatie contact op met uw servicedealer.
- Controleer de bougie als:
a) het motorvermogen laag is.
b) de motor niet soepel start.
c) de motor niet naar behoren werkt bij stationair toerental.
- Als de motor niet soepel start of draait, controleer dan of er ongewenst materiaal op de bougie aanwezig is. Om het risico van ongewenst materiaal op de elektroden van de bougie te beperken:
a) zorg dat het stationaire motortoerental correct is afgesteld.
b) zorg dat het brandstofmengsel correct is.
c) zorg dat het luchtfilter schoon is.
- Reinig de bougie als deze vuil is. Controleer of de afstand tussen de elektroden juist is. Zie Technische gegevens op pagina 214. (Fig. 41)
- Vervang de bougie indien nodig.
Onderhoud uitvoeren aan het luchtfilter
Het luchtfilter reinigen
- Verwijder het luchtfilterdeksel en verwijder het luchtfilter. (Fig. 42)
-
Reinig het luchtfilter met een warm sopje van water en zeep. Zorg dat het luchtfilter droog is wanneer u dit aanbrengt.
-
Vervang het luchtfilter als het zo vuil is dat het niet meer volledig kan worden gereinigd. Vervang een beschadigd luchtfilter altijd.
- Als uw product is uitgerust met een schuimluchtfilter, breng dan luchtfilterolie aan. Breng alleen luchtfilterolie aan op een schuimfilter. Breng geen olie aan op een viltfilter.
Luchtfilterolie aanbrengen op het luchtfilter

OPGELET: Gebruik altijd speciale luchtfilterolie op schuimluchtfilters. Gebruik geen andere typen olie.

WAARSCHUWING: Zorg dat er geen olie op uw lichaam terecht komt.
- Verwijder het luchtfilterdeksel en verwijder het luchtfilter. (Fig. 43)
- Doe het luchtfilter in een plastic zak.
- Doe de luchtfilterolie in de plastic zak. (Fig. 44)
- Druk op de plastic zak, zodat de olie gelijkmatig over het luchtfilter wordt verdeeld.
- Duw op het luchtfilter in de plastic zak, om de overtollige luchtfilterolie te verwijderen. Verwijder het luchtfilter uit de tas.
- Breng het luchtfilter aan.
Smeermiddel aanbrengen op de hoekoverbrenging
Zorg dat de hoekoverbrenging voor 3/4 gevuld is met smeermiddel.
(Fig. 45)
Scherpen van grasmes en grasmaaiblad
- Vijl bladen en messen met een platte vijl met enkele kapping.
- Vijl alle snijkanten van de grasmaaibladen en -messen gelijkmatig om de balans te bewaren. (Fig. 23)
Technische gegevens
| eenheid 122L 122RJ | |||
| Motor | |||
| Cilinderinhoud cm | ^3 | 21,7 21,7 | |
| Elektrodenafstand mm 0,5 0,5 | |||
| Inhoud brandstoftank l/cm | 3 | 0,34/343 0,34/343 | |
| Stationair toerental min | -1 | 2800 - 3200 2800 - 3200 | |
| Maximaal vermogen bij toerental min | -1 | 7800 7800 | |
| Uitgangsvermogen kW 0,6 0,6 | |||
| Bougie HQT-4 672201 HQT-4 672201 | |||
| Maximaal toerental uitgaande as min | -1 | 7200 7200 | |
| Geluids- en trillingsgegevens | |||
| Equivalent trillingsniveau (ahv, eq), uitgerust met gras-maaiblad, voorste handgreep - zie opmerking 1 | m/s2 | N.v.t. 2,76 | |
| Equivalent trillingsniveau (ahv, eq), uitgerust met gras-maaiblad, achterste handgreep - zie opmerking 1 | m/s2 | N.v.t. 2,88 | |
| Equivalent trillingsniveau (ahv, eq), uitgerust met trim-merkop, voorste handgreep - zie opmerking 1 | m/s2 | 2,95 N.v.t. | |
| Equivalent trillingsniveau (ahv, eq), uitgerust met trim-merkop, achterste handgreep - zie opmerking 1 | m/s2 | 2,66 N.v.t. | |
| Geluidvermogensniveau, gegarandeerd (LWA) - zie op-merking 2 | dB(A) 102 102 | ||
| Geluidvermogensniveau, gemeten - zie opmerking 2 | dB(A) 97 | 99 | |
| Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, uitge-rust met een grasmaaiblad - zie opmerking 3 | dB(A) N.v.t. 90 | ||
| Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, uitge-rust met een grastrimmer - zie opmerking 3 | dB(A) 85 | N.v.t. | |
| Afmetingen product | |||
| Gewicht (exclusief snijuitrusting) | kg | 4,7 4,8 | |
| Opmerking 1: De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,5 m/s2.Opmerking 2: Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (LWA) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Het gerapporteerde geluidsvermogensniveau voor de machine is gemeten met de originele snijuitrusting die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen gegarandeerd en gemeten geluidsvermogen is dat het gegarandeerde geluidsvermogen ook spreiding in het meetresultaat omvat en de verschillen tussen de verschillende machines van hetzelfde model conform Richtlijn 2000/14/EG.Opmerking 3: De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau voor de machine vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 3,5 dB(A). | |||
Accessoires
| 122RJ | ||
| Goedgekeurde accessoires | Type | Beschermkap van de snijuitrusting |
| As met schroefdraad (M10L) | ||
| Grasmaaiblad/grasmes Gras 255-4 (∅ | 250) 580 44 66-06 | |
| 122L | ||
| Goedgekeurde accessoires Type Beschermkap van de snijuitrusting | ||
| Trimmerkop T25 (∅ 2,0 - 2,4 mm) 580 | 44 66-06 | |
| R25 (∅ 2,0 - 2,4 mm) | ||
Verklaring van overeenstemming
EU-verklaring van overeenstemming
Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het product:
| Beschrijving Grastrimmer met benzine motor / bosmaaier | |
| Merk Husqvarna | |
| Type / model 122L 122RJ | |
| Identificatie Serienummer vanaf 2023 en verder | |
voldoen volledig aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Verordening Beschrijving | |
| 2006/42/EG "betreffende machines" | |
| 2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" | |
| 2000/14/EG "betreffende geluid buitenshuis" | |
| 2011/65/EU "beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen" |
Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn als volgt:
EN ISO 12100:2010, EN ISO 11806-1:2022, CISPR 12:2007+A1:2009, ISO 14982:2009, EN IEC 63000:2018
TUV Rheinland heeft een vrijwillig typeonderzoek uitgevoerd ten behoeve van Husqvarna AB, AM 50596267 onder vermelding van Certificaat van overeenstemming met Machinerichtlijn 2006/42/EC van de Europese Raad.
Het certificaat is van toepassing op alle fabriekslocaties en landen van herkomst, zoals vermeld op het product.
Het geleverde product is conform het geteste exemplaar.
Namens Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, 2023-07-25
$$ \Delta \cdot \mathrm {d u} $$
Claes Losdal, R&D Manager, Husqvarna AB
Verantwoordelijk voor technische documentatie

INNHOLD
Innledning.... 218
Sikkerhet....219
Montering....223
Bruk.... 223
Vedlikehold.... 225
Tekniske data.... 227
Tilbehør....228
Samsvarserklæring....229
Vedlegg 356