IR Micro Office DALI2 - Bewegingsdetector STEINEL - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IR Micro Office DALI2 STEINEL in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Bewegingsdetector in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IR Micro Office DALI2 - STEINEL en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IR Micro Office DALI2 van het merk STEINEL.
GEBRUIKSAANWIJZING IR Micro Office DALI2 STEINEL
2. Algemene veiligheidsvoorschriften 124
3. Beschrvingvanhetapparaat 125
4. Elektrische aansluiting 134
– Rechten uit het auteursrecht voorbehouden. Vermenig- vuldiging, ook van delen van deze handleiding, is alleen met onze toestemming geoorloofd. – Wzigingen in het kader van de technische vooruitgang voorbehouden.
Waarschuwing voor gevaar! Waarschuwing voor risico's door elektriciteit! Waarschuwing voor risico's door water!
2. Algemene veiligheidsvoorschriften
Gevaar door niet naleving van de gebruiks- aanwzing! Deze gebruiksaanwzing bevat belangrke informatie inzake een veilige omgang met het apparaat. Er wordt in het bzonder gewezen op mogelke risico's. Indien deze informatie niet wordt nageleefd kan dit ernstig lichamelk letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.
- Gebruiksaanwzing zorgvuldig doorlezen.
- Veiligheidsvoorschriften naleven.
- Toegankelk bewaren. – Door de omgang met elektrische stroom kunnen gevaarlke situaties ontstaan. Het aanraken van stroom- voerende componenten kan een elektrische schok, verbrandingen of zelfs de dood tot gevolg hebben. – Werkzaamheden aan de netspanning mogen uitsluitend door gekwaliceerd vakpersoneel worden uitgevoerd. – De nationale installatievoorschriften en aansluitvoor- waarden moeten worden nageleefd (bv. DE: VDE0100, AT:ÖVE-ÖNORM E8001-1, CH:SEV1000).– 125 – Inhoud – Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen. – Reparaties mogen uitsluitend door een vakbedrf worden uitgevoerd.
3. Beschrvingvanhetapparaat
Gebruik volgens de voorschriften – Sensor voor plafondmontage binnenshuis. Functieprincipe – De infraroodsensor registreert de warmtestraling van bewegende lichamen (bv. mensen, dieren). De zo gere- gistreerde warmtestraling wordt elektronisch omgezet en schakelt hierdoor de led-spot automatisch in. – De veiligste bewegingsregistratie ontstaat b apparaat- montage zdelings op de looprichting. – Het bereik van de bewegingsregistratie is beperkt als er recht op de sensor af gelopen wordt. – Door hindernissen (bv. bomen, muren of ruiten) kan de bewegingsregistratie gehinderd worden of zelfs onmogelk zn. – Plotselinge temperatuurschommelingen door weersinvloe- den worden niet onderscheiden van warmtebronnen. Certicering: Dit product is gecerticeerd volgens IEC 62386-103 als Single-Master Application Controller. De DALI 2-certice- ring dekt daarom alleen toepassingen waarb alleen DALI elektronische voorschakelapparaten (“Control Gear”) op deDALI-bus zn aangesloten. IR Micro Oce DALI-2 APC AP: Opbouwvariant IR Micro Oce DALI-2 APC UP: Variant inbouw IR Micro Oce DALI-2 APC DE: Variant plafondmontage– 126 – Inhoud LeveringsomvangIRMicroOceDALI-2APCAP
4. Elektrische aansluiting
Het netsnoer bestaat uit een meeraderige kabel: L = Fase (meestal zwart, bruin of grs) N = Nuldraad (meestal blauw) S = Knop DA+ = Aansluiting op de DALI-BUS DA- = Aansluiting op de DALI-BUS A = DALI-lamp B = Sensor (applicatiecontroller) C = Knop Het apparaat kan ook elektrisch worden aangesloten achter een netschakelaar, indien gewaarborgd is dat denetschakelaar continu is ingeschakeld.– 135 – Inhoud Voor de bedrading van de sensor geldt het volgende: Volgens VDE 0100 520 sectie 6 mag voor de bedrading tussen het DALI elektronische voorschakelapparaat (“Control Gear”) en de DALI Application Controller moet een meervoudige kabel worden gebruikt die zowel de netspanningskabels als de besturingskabels bevat (bv.NYM 5 × 1,5). De maximale kabellengte tussen de DALI-applicatiecon- troller en de DALI ECG (“Control Gear”) mag niet langer zndan 300 m (met 1,5 mm²). Na installatie en inschakelen brandt de LED van de sensor 10 seconden.– 136 – Inhoud
Gevaar door elektrische stroom! Het aanraken van stroomvoerende componenten kan een elektrische schok, verbrandingen of zelfs de dood tot gevolg hebben.
- De stroom uitschakelen en de spanningstoevoer onderbreken.
- Controleer m.b.v. een spanningstester dat er geen spanning op staat.
- Zorg ervoor dat de spanningstoevoer onderbroken blft. Gevaar voor beschadigingen! Het verwisselen van de kabels kan kortsluiting tot gevolg hebben.
- Identiceer de aansluitkabels.
- Aansluitkabels correct verbinden. Montagevoorbereiding
- Alle onderdelen controleren op beschadigingen. Neem de lamp b beschadigingen niet in gebruik.
- Geschikte montageplaats kiezen. – Houd rekening met het bereik. – Houd rekening met de bewegingsregistratie. – Trillingsvr. – Registratiebereik vr van hindernissen. – Niet in een explosieve omgeving monteren. – Niet op licht ontvlambare oppervlakken monteren. – Minstens 50 cm verwderd van andere sensoren. – Kabellengte tussen sensor en knop < 50 m.– 137 – Inhoud Bereik
~6m 2,8m Bewegingsregistratie
- Zorg ervoor dat de voeding is uitgeschakeld.
- Trek de kabel door de opening.
- Sluit de voedingskabel en de DALI-bus aan volgens het aansluitschema. ➔ “4. Elektrische aansluiting”– 140 – Inhoud
- Breek de banen uit het frame zoals vereist. De oriëntatieneus van de sensormodule moet in acht worden genomen!– 141 – Inhoud
- Plaats het frame in de juiste richting. Let op de inkepin- gen.
- Zorg ervoor dat de voeding is uitgeschakeld.
- Sluit de voedingskabel en de DALI-bus aan volgens het aansluitschema. ➔ “4. Elektrische aansluiting”
- Zorg ervoor dat de voeding is uitgeschakeld.
- Boor een gat van 68 mm in het verlaagde plafond.
- Verwder het zpaneel.
- Grote kabeldiameter (links). Bevestig de trekontlastingsbeugel zoals links afge- beeld.
- Kleine kabeldiameter (rechts): Bevestig trekontlastingsbeugels zoals rechts afge- beeld.– 147 – Inhoud
- Sluit de voedingskabel en de DALI-bus aan volgens het aansluitschema.
- Bevestig trekontlastingen. ➔ “4. Elektrische aansluiting”
- Verwder indien nodig de vleugels van de zdelen voor de kabeldoorvoer.– 148 – Inhoud
- Druk de veren naar boven samen en steek de sensor- module in het verlaagde plafond.
- Stel functies in. ➔ “6. Werking”– 150 – Inhoud
Fabrieksinstellingen (vóór inbedrfstelling via Steinel Connect App) – Volledig / halfautomatisch: Volledig automatisch – Tdinstelling hoofdlicht: 5 minuten – Basislicht: Uit – Referentie helderheidswaarde: Intern – Constante lichtregeling: Geactiveerd – Drempel constante lichtregeling: 500 lux De fabrieksinstellingen zn geactiveerd: – B de eerste inbedrfstelling van de aanwezigheidsmel- der. – B reset door de app.– 151 – Inhoud SteinelConnect-app Om de sensor met een smartphone of tablet te congure- ren, moet de STEINEL Connect-app in uw AppStore wor- den gedownload. Een Bluetooth-compatibele smartphone of tablet is vereist. Android iOS Bluetooth-netwerken(Bluetooth-mesh) De sensor voldoet aan de Bluetooth mesh-standaard. Het kan worden gekoppeld aan alle producten die voldoen aan de Bluetooth-mesh-standaard. De sensor wordt gecongureerd met behulp van de Steinel Connect-app. B de eerste verbinding tussen de sensor en de Steinel Connect-app worden de bbehorende netwerksleutels op de smartphone of tablet opgeslagen. De netwerksleutel voorkomt ongeautoriseerde toegang tot de sensor. Voor toegang via een andere smartphone of tablet moet de netwerksleutel worden gedeeld. LED-functie Initialisatie: LED licht 10 seconden op. Identicatie: LED knippert elke seconde. Normale werking: LED uit. Beweging testen: LED brandt. Testmodus geen beweging: LED uit.– 152 – Inhoud Bluetooth-groepering Het is mogelk om het apparaat als een enkele sensor te gebruiken of om meerdere sensoren aan te sluiten om groepen te vormen. Alle sensoren die aan een groep zn toegewezen, werken volgens de groepsparameters die zn ingesteld in de Steinel Connect-app. In elke groep moet een sensor voor de helderheidsmeting worden geselecteerd. Alle groeps- deelnemers accepteren de door deze sensor uitgezonden helderheidswaarde. Naburige functie De naburige groepen worden door de naburige functie aan de actieve sensorgroep toegewezen. De groep reageert op inschakelsignalen van de toegewezen buurgroep en schakelt volgens de instellingen. Volledigautomatisch De verlichting schakelt automatisch AAN en UIT afhankelk van de helderheid en aanwezigheid. De verlichting kan op elk moment handmatig worden ingeschakeld. De automatische schakeling wordt tdelk onderbroken. Halfautomatisch De verlichting gaat alleen automatisch uit. Inschakeling is handmatig, licht moet worden aangevraagd met een drukknop en blft aan gedurende de ingestelde nalooptd. Schemerinstelling De inschakellichtsterkte (schemering) kan traploos van ca.2 – 1.000 lux worden ingesteld. – = daglichtstand (onafhankelk van de lichtsterkte) – = schemerstand (ca. 2lux)– 153 – Inhoud Gebruik overdag De dagstand wordt gestart door de schemerinstelling op maximaal te zetten. B gebruik overdag schakelt de sensor de verlichting onafhankelk van de omgevingslichtsterkte wanneer beweging wordt gedetecteerd. Teach Met behulp van de teach-functie kan de schemerinstelling of de streefwaarde voor de constantlichtregeling automa- tisch worden ingesteld op basis van de gemeten lichtom- standigheden. Als de constantlichtregeling gedeactiveerd is, wordt de schemerinstelling ingesteld op de momenteel gemeten waarde voor de omgevingshelderheid. Het licht wordt tdens het proces automatisch uitgeschakeld. Als de constantlichtregeling actief is en het licht is ingescha- keld, wordt in plaats daarvan de streefwaarde voor de regeling op de gemeten lichtwaarde ingesteld. Vooraf moet het licht handmatig worden gedimd, zodat de doelwaarde zo nauwkeurig mogelk wordt bereikt. Er is ook de moge- lkheid om de teach op een bepaald tdstip uit te voeren. Constantelichtregeling Als deze functie is geactiveerd, wordt de verlichting op een constante gewenste lichtsterkte geregeld. De gewenste helderheid komt overeen met de ingestelde aanspreek- drempel voor de automatische helderheidsregeling of met de via de leerfunctie ingestelde lichtwaarde.– 154 – Inhoud Hoofdlicht De instellingen in het hoofdlicht bepalen het gedrag voor het inschakelen van de verlichting wanneer er iemand aanwezig is. B gedeactiveerde constantlichtregeling wordt via het dimniveau de gewenste lichtopbrengst ingesteld. B geactiveerde constantlichtregeling wordt de verlichting op de ingestelde helderheidswaarde geregeld. Via het dimniveau wordt dan de minimale lichtopbrengst ingesteld waar de controller niet onder mag komen. Als 0% is geselecteerd, kan de controller de verlichting volledig uitschakelen als er voldoende daglicht is. Als de lichtsterkte weer onder de streefwaarde komt, schakelt de controller automatisch de verlichting weer in. Via de nalooptd kan de gewenste verlichtingsduur van het hoofdlicht worden ingesteld. Elke beweging die vóór het verstrken van deze td wordt waargenomen, laat de overschrding opnieuw beginnen. Met de fade-td kan de dimcurve b het in- en uitschake- len worden ingesteld. Basislicht De instellingen in het basislicht bepalen het gedrag na het verlaten van het hoofdlicht na het verstrken van de nalooptd, b afwezigheid. Er wordt teruggeschakeld naar de hoofdlichttoestand als tdens de basislichttoestand beweging wordt gedetec- teerd. Het basislicht kan worden gedeactiveerd of gecongu- reerd met de op helderheid gebaseerde of tdgebaseerde functies. Met gedeactiveerd basislicht wordt de verlichting direct na het verstrken van de nalooptd van de hoofdverlichting uitgeschakeld. De basislichtstatus wordt niet uitgevoerd.– 155 – Inhoud Op helderheid gebaseerde functie: Als de op helderheid gebaseerde functie is geactiveerd, wordt de basisverlichtingsstatus niet meer verlaten als er geen persoon aanwezig is. Met het dimniveau wordt de gewenste lichtopbrengst voor het basislicht ingesteld. Als de daglichtcomponent de reactiedrempel overschrdt, wordt de basisverlichting uitgeschakeld. Als de daglichtcomponent onder de reactiedrempel komt, wordt de basisverlichting automatisch weer ingeschakeld. Op td gebaseerde functie: Als de tdafhankelke functie is geactiveerd, kan via de instelling basislichtnalooptd worden ingesteld hoe lang het basislicht actief moet zn. Na aoop van de nalooptd wordt de basisverlichtingssta- tus verlaten en de verlichting uitgeschakeld. Met het dimniveau wordt de gewenste lichtopbrengst voor het basislicht ingesteld. Vasteconstantlichtregeling/dynamischeconstant- lichtregeling B de vaste constantlichtregeling slaat de sensor een handmatige onderdrukking van de constantlichtregeling met een toets niet op. B de dynamische constantlichtre- geling daarentegen wordt de nieuwe helderheid als nieuwe regeldrempel ingesteld. B handmatige bediening zonder geactiveerde constant- lichtregeling in de dynamische modus constantlichtregeling wordt het actuele lichtniveau als nieuwe waarde voor “Hoofdlicht dimmen” ingesteld. Knop invoer Knoppen kunnen via de STEINEL Connect-app worden geïntegreerd en gecongureerd. Om een knop via ingang S te kunnen congureren, moet het product waarop de knop is aangesloten, aan een groep worden toegewezen.– 156 – Inhoud Naast ingang S kunnen nog meer knoppen uit het BT Mesh-netwerk aan de sensor worden toegewezen. Voor elke knop kan een functie voor een korte en lange druk op de knop worden gedenieerd. De volgende func- ties kunnen worden geselecteerd door kort op de knop te drukken: – Een knop met de functie “Aan/Uit” kan de verlichting handmatig in- en uitschakelen. – Handmatig uitschakelen is b de functie “Aan” niet mogelk. B elke druk op de knop wordt de nalooptd opnieuw gestart. – Met de functie “Uit” kan de verlichting alleen handmatig worden uitgeschakeld. – Daarnaast zn er de functies “Aan x Min” en “Uit x Min”, waarmee de verlichting voor een bepaalde td kan worden in- of uitgeschakeld. Met een lange druk op de knop kunnen de volgende functies worden geselecteerd: – Een knop met de functie “DIM up/DIM down” kan de verlichting handmatig omhoog en omlaag dimmen. – Met de functie “DIM up” kan de verlichting alleen omhoog gedimd worden. – Met de functie “DIM down” kan de verlichting alleen omlaag gedimd worden. Er is een knop nodig om de sensor in halfautomatische modus te bedienen. Bovendien kan het oproepen van een vooraf ingestelde scène als functie aan de knop worden toegewezen. Presentatiemodus Als het licht via een knop wordt uitgeschakeld, activeert de sensor de presentatiemodus. – De last blft uitgeschakeld zolang beweging wordt gedetecteerd. – Zodra er geen beweging meer wordt gedetecteerd en de nalooptd is verstreken, schakelt de sensor terug naar normaal sensorbedrf.– 157 – Inhoud Beperking van detectiegebied Om onbedoelde detectie te voorkomen, kan het detec- tiebereik worden beperkt met de afdekschaal. Met beide afdekschalen bevestigd, wordt het detectiebereik voor beweging teruggebracht tot 3 × 6 m en het detectiebereik voor aanwezigheid op 2 × 4 m.
- Monteer de afdekschaal op de sensor. Rg de haken aan de voorkant in en druk ze vervolgens naar achteren naar beneden.– 158 – Inhoud
7. Schoonmaken en verzorgen
Dit apparaat is onderhoudsvr. Gevaar door elektrische stroom! Het contact van water met stroomvoerende componenten kan een elektrische schok, verbrandingen of zelfs de dood tot gevolg hebben.
- Reinig het apparaat alleen in droge toestand. Gevaar voor beschadigingen! De lamp kan door het gebruiken van verkeerde schoon- maakmiddelen worden beschadigd.
- Reinig het apparaat met een licht bevochtigde doek zonder reinigingsmiddel.– 159 – Inhoud
STEINEL Vertrieb GmbH verklaart hierb dat de IR Micro Oce DALI-2 Application Controller voldoet aan 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is beschikbaar op het volgende internetadres: www.steinel.de– 160 –Inhoud
10. Fabrieksgarantie
Als koper heeft u t.o.v. de verkoper recht op de wettelk voorgeschreven garantie. Voor zover dit recht op garantie in uw land bestaat, wordt die door onze garantieverklaring noch verkort, noch beperkt. W verlenen 5jaar garantie op de onberispelke staat en het correcte functioneren van uw sensorproduct uit het STEINEL Professional assortiment. W garanderen dat dit product geen materiaal-, productie- of constructiefouten heeft. W garanderen de goede werking van alle elektronische componenten en kabels, alsook dat alle toegepaste materialen en hun oppervlakken vr van gebreken zn. Garantie claimen Als u aanspraak wilt maken op garantie, dan kunt u het betreende artikel, compleet samen met het originele aan-koopbews en de klachtomschrving, terugsturen naar uw leverancier of direct naar VanSpkAgenturen,DeSche-per402,5688HPOirschot. W adviseren u daarom uw aankoopbews zorgvuldig te bewaren tot de garantiepe-riode is verlopen. STEINEL kan niet aansprakelk worden gesteld voor de transportkosten en het transportrisico van het terugsturen.(Op onze website www.vanspk.nl vindt u meer informatie over het claimen van garantierechten)Als u een garantie-aanvraag heeft of technische vragen betreende uw product, kunt u contact opnemen met onze helpdesk +31 499 551490.
Afmetingen (Ø × D): IR Micro Oce DALI-2 APC AP: 106 × 45 mm IR Micro Oce DALI-2 APC UP: 85 × 37 mm IR Micro Oce DALI-2 APC DE: 85 × 69 mm Ingangsspanning: 220 – 240 ~V / 50/60Hz Stroomverbruik stand-by: 0,4 W zonder elektronisch voorschakelapparaat DALI-interface: 2-pins stuurleiding, enkele master Applicatiecontroller / uitzending. Gegarandeerde voedingsstroom 40 mA volgens IEC 62386-101, komt overeen met 20 DALI ECG’s. Maximale voedingsstroom: 250 mA Sensoren: Passief infrarood (IR) Bereik: 4 × 4 m aanwezigheid, radiaal, 6 × 6 m tangentieel, Detectiehoek: 360° Optimale montagehoogte: 2,8 m Schemering instelling: 2 – 1.000 lux, ∞ / daglicht Tdinstelling hoofdlicht: 5s – 60min Mate van bescherming: IP20 Temperatuurbereik: 0 °C tot +40 °C Bluetooth-frequentie: 2,4–2,48 GHz Zendvermogen Bluetooth: max. 10 dBm / 10 mW– 162 – Inhoud
12. Verhelpenvanstoringen
Apparaat zonder spanning. – Zekering niet ingeschakeld of defect.
- Zekering inschakelen.
- Defecte zekering vervangen. – Kabel onderbroken.
- Kabel testen met spanningstester. – Kortsluiting in de stroomtoevoer.
- Aansluitingen controleren. – Eventueel aanwezige netschakelaar uit.
- Netschakelaar inschakelen. De lamp schakelt niet in. – Schemerinstelling verkeerd gekozen.
- Schemerinstelling opnieuw instellen. – Netschakelaar UIT.
- Netschakelaar instellen. – Zekering niet ingeschakeld of defect.
- Zekering inschakelen.
- Defecte zekering vervangen. – Snelle bewegingen worden onderdrukt om storingen te vermden of het registratiebereik is te klein of niet correct.
- Registratiebereik controleren en aanpassen. De lamp schakelt niet uit. – Permanente beweging in het registratiebereik.
- Registratiebereik controleren.
- Indien nodig het registratiebereik verkleinen of veranderen. Het apparaat schakelt ongewenst aan. – Apparaat niet veilig voor bewegingen gemonteerd.
- Apparaat stevig monteren. – Beweging was aanwezig maar werd niet herkend door de waarnemer (tocht, verwarming nab).
- Indien nodig het registratiebereik verkleinen of veranderen.Sommario
Notice-Facile