240i - Zaag HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 240i HUSQVARNA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 240i - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 240i van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING 240i HUSQVARNA
- Huskvarna, 2022-07-31 Claes Losdal, Responsable R&D, Husqvarna AB Responsable de la documentation technique 1951 - 003 - 20.06.2023 197Inhoud Inleiding p. 198
- Veiligheid p. 199
- Montage p. 207
- Werking p. 208
- Onderhoud p. 214
- Probleemoplossing p. 218
- Vervoer, opslag en verwerking p. 219
- Technische gegevens p. 220
- Accessoires p. 221
- Verklaring van overeenstemming Inleiding Gebruik Deze kettingzaag voor bosbouwtoepassingen is bestemd voor boswerkzaamheden zoals vellen, snoeien en zagen. Let op: Nationale wetgeving kan het gebruik van dit product mogelijk beperken. Productbeschrijving Husqvarna 240i is een kettingzaagmodel met een elektromotor. Er wordt voortdurend gewerkt aan het verhogen van uw veiligheid en efficiëntie tijdens bedrijf. Neem voor meer informatie contact op met uw servicedealer. Productoverzicht (Fig. 1) p. 223
3. Gebruikers interface
5. Waarschuwingslampje en acculampje
7. Achterhandgreep met rechterhandbescherming
8. Informatie- en waarschuwingsplaatje
12. Vergrendeling voedingsschakelaar
13. Voedingsschakelaar
14. Afdekking van het kettingaandrijfwiel met
24. Waarschuwingslampje
32. Afdekking van het kettingaandrijfwiel met
zaagbladbout Symbolen op het product (Fig. 2) WAARSCHUWING: Dit product kan gevaarlijk zijn en ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Wees voorzichtig en gebruik het product op de juiste manier. (Fig. 3) Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product gaat gebruiken. (Fig. 4) Gebruik een goedgekeurde veiligheidshelm, gehoorbescherming en oogbescherming. (Fig. 5) Gebruik 2 handen wanneer u het product bedient. (Fig. 6) Gebruik het product nooit met 1 hand. (Fig. 7) Laat de punt van het zaagblad geen objecten raken. (Fig. 8) Niet in regen gebruiken. (Fig. 9) Waarschuwing! Terugslag kan optreden wanneer de punt van de geleider een voorwerp raakt. Hierdoor schiet de geleider in de richting van de gebruiker. Risico op ernstig letsel of de dood. 198 1951 - 003 - 20.06.2023(Fig. 10) Nominale spanning, V (Fig. 11) Kettingolie. (Fig. 12) De richting waarin de zaagketting roteert en maximale lengte van het zaagblad. (Fig. 13) Gelijkstroom. (Fig. 21) Kettingrem, ingeschakeld (vooruit). Kettingrem, uitge- schakeld (achteruit). (Fig. 22) Draairichting van de ket- ting. (Fig. 23) Het serienummer staat op het productplaatje. yyyy is het productiejaar, ww is de productieweek. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor bepaalde markten. Symbolen op de accu en/of op de accuhouder (Fig. 24) Lever dit product in bij een re- cyclepunt voor elektrische en elektronische apparatuur. (Al- leen geldig voor Europa) (Fig. 14) Milieumarkering. Het product of de verpakking ervan is geen huishoudelijk afval. Lever het in bij een erkende verwijderingslocatie voor elektrische en elektronische apparatuur. (Fig. 15) Dit product voldoet aan de geldende EU- richtlijnen. (Fig. 16) Dit product voldoet aan de geldende VK- richtlijnen. (Fig. 17) Geluidsemissies naar het omgevingslabel volgens de Europese richtlijn 2000/14/EG, de richtlijnen en voorschriften van het VK en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". Het gegarandeerde geluidsvermogensniveau van het product staat vermeld in Technische gegevens op pagina 220
op het label. (Fig. 18) Faalveilige transformator. (Fig. 19) Bewaar en gebruik de acculader alleen binnen. (Fig. 20) Dubbele isolatie. Fabrikant Husqvarna AB Drottninggatan 2, SE-561 82, Huskvarna, Sweden, tel: +46-36-146500 Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities Waarschuwingen, voorzorgsmaatregelen en opmerkingen worden gebruikt om te wijzen op belangrijke delen van de handleiding. WAARSCHUWING: Wordt gebruikt om te wijzen op de kans op ernstig of fataal letsel voor de gebruiker of omstanders wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. OPGELET: Wordt gebruikt indien er een risico bestaat op schade aan het product en andere eigendommen of aan de omgeving wanneer de instructies in de handleiding niet worden gevolgd. Let op: Geven verdere informatie die nodig is in een bepaalde situatie. 1951 - 003 - 20.06.2023 199Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrisch gereedschap WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies, illustraties en specificaties die worden meegeleverd met dit elektrisch gereedschap. Het niet opvolgen van ieder van de onderstaande instructies kan leiden tot elektrische schokken, brand en/of ernstig letsel.
- Bewaar alle waarschuwingen en instructies voor later gebruik. De term "elektrisch gereedschap" in de waarschuwingen verwijst zowel naar gereedschappen die op het lichtnet (met snoer) werken als gereedschappen die met een accu (snoerloos) werken. Veiligheid van het werkgebied
- Zorg ervoor dat de werkplek schoon en goed verlicht is. In rommelige of donkere gebieden gebeuren eerder ongelukken.
- Gebruik elektrisch gereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar bestaat, zoals in de buurt van brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische apparaten creëren vonken waardoor het stof of de dampen kunnen ontbranden.
- Houd kinderen en omstanders op afstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt. U kunt de controle over het apparaat verliezen als u afgeleid wordt. Elektrische veiligheid
- Elektrisch gereedschap moet geschikt zijn voor het betreffende stopcontact. Wijzig nooit de stekker. Gebruik nooit een adapterstekker in combinatie met geaarde elektrische gereedschappen. Ongewijzigde stekkers en overeenkomende stopcontacten verkleinen het risico op elektrische schokken.
- Vermijd lichamelijk contact met geaarde oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, fornuizen en koelkasten. Er is een verhoogd risico op elektrische schokken als uw lichaam geaard is.
- Stel elektrische gereedschappen niet bloot aan regen of vochtige omstandigheden. Water dat in elektrisch gereedschap binnendringt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
- Gebruik de kabel niet voor oneigenlijke doeleinden. Gebruik de kabel nooit om het elektrische apparaat te dragen, het mee te slepen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van warmte, olie, scherpe randen en bewegende onderdelen. Beschadigde of in de knoop geraakte kabels verhogen het risico op elektrische schokken.
- Gebruik een verlengkabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis wanneer u buiten werkt met elektrisch gereedschap. Het gebruik van een kabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis, vermindert het risico op elektrische schokken.
Als gebruik van een elektrisch apparaat in een vochtige omgeving onvermijdelijk is, gebruik dan een netvoeding met reststroombescherming (RCD). Het gebruik van een aardlekschakelaar vermindert het risico op elektrische schokken. Persoonlijke veiligheid
- Wees altijd alert, kijk wat u doet en gebruik uw gezonde verstand wanneer u elektrisch gereedschap gebruikt. Gebruik elektrisch gereedschap niet als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid tijdens het gebruik van elektrische apparaat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
- Maak altijd gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. Beschermingsmiddelen zoals een stofmasker, veiligheidsschoenen met antislipprofiel, een veiligheidshelm of gehoorbescherming in relevante werkomstandigheden beperken letsel.
- Voorkom een onbedoelde start. Zorg ervoor dat de schakelaar in de stand Off staat voordat u het gereedschap aansluit op een spanningsbron en/of accupack, oppakt of draagt. Het dragen van elektrische apparaten met uw vinger op de schakelaar of het onder spanning zetten van elektrische apparaten waarvan de schakelaar op aan staat, kan makkelijk leiden tot ongelukken.
- Verwijder eventuele (instel)sleutels voordat u het elektrisch gereedschap inschakelt. Een sleutel die is bevestigd aan een draaiend onderdeel van het elektrische gereedschap kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben.
- Voorkom overstrekken. Zorg dat u te allen tijde stevig en in balans staat. Hierdoor heeft u een betere controle over het apparaat in onverwachte situaties.
- Draag geschikte kleding. Draag geen losse kleding of sieraden. Houd uw haar en kleding uit de buurt van bewegende onderdelen. Losse kleding, sieraden of lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende onderdelen.
- Als de mogelijkheid bestaat voor het opvangen van stof moet u ervoor zorgen dat deze is aangesloten en op de juiste wijze wordt gebruikt. Het gebruik van stofopvang kan stofgerelateerde gevaren beperken.
- Laat de vertrouwdheid met de door u gebruikte apparaten door het frequente gebruik ervan niet toe leiden dat u de veiligheidsprincipes negeert. Een onzorgvuldige handeling kan binnen een fractie van een seconde leiden tot ernstig letsel. Gebruik en verzorging van elektrische apparaten
- Gebruik elektrische gereedschap niet voor taken waarvoor het niet geschikt is. Gebruik het juiste elektrische apparaat voor uw toepassing. Met het juiste elektrische apparaat kunt u de taak beter en veiliger uitvoeren met de snelheid waarvoor het is ontworpen.
1951 - 003 - 20.06.2023• Gebruik het elektrisch gereedschap niet als de aan/ uitschakelaar niet werkt. Elektrische apparaten die niet bediend kunnen worden met de schakelaar zijn gevaarlijk en moeten gerepareerd worden.
- Haal de stekker uit het stopcontact en/of verwijder het accupack (indien verwijderbaar) van het elektrische gereedschap voordat u aanpassingen maakt, accessoires verwisselt of het elektrische gereedschap opbergt. Deze voorzorgsmaatregelen verkleinen het risico op het per ongeluk starten van het elektrische apparaat.
- Berg elektrisch gereedschap dat u niet nodig hebt op buiten het bereik van kinderen en laat personen die onbekend zijn met het elektrisch gereedschap of deze instructies niet werken met het elektrisch gereedschap. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk in handen van ongetrainde gebruikers.
- Zorg voor een deugdelijk onderhoud van elektrische gereedschappen en accessoires. Controleer op onjuiste montage of vastlopen van bewegende delen, gebroken onderdelen en andere condities die de werking van het elektrische gereedschap kunnen beïnvloeden. Als het elektrische apparaat beschadigd is, moet u het laten repareren voordat u het gebruikt. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden elektrische apparaten.
- Houd snijgereedschappen scherp en schoon. Goed onderhouden snijgereedschappen met scherpe snijranden zullen minder gauw vastlopen en zijn eenvoudiger onder controle te houden.
- Gebruik het elektrisch gereedschap, de accessoires, gereedschapsbits en dergelijke in overeenstemming met deze instructies en houd hierbij rekening met de werkomstandigheden en het type klus dat moet worden uitgevoerd. Als u het elektrische apparaat voor andere toepassingen gebruikt dan waarvoor het is bedoeld, kan er een gevaarlijke situatie ontstaan.
- Houd de handgrepen en grijpoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als handgrepen en grijpoppervlakken glad zijn, kan dit ervoor zorgen dat het gereedschap in onverwachte situaties niet veilig kan worden gehanteerd en bediend. Gebruik en onderhoud van gereedschap met accu
- Laad het gereedschap alleen op met de lader die door de fabrikant is gespecificeerd. Een lader die voor een bepaald type accu geschikt is, kan een risico op brand creëren als de lader met een andere accu wordt gebruikt.
- Gebruik elektrisch gereedschap enkel met de specifiek hiervoor bedoelde accu. Als er andere accupacks worden gebruikt, bestaat er risico op letsel en brand.
- Als het accupack niet gebruikt wordt, houd hem dan uit de buurt van andere metalen voorwerpen, zoals paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven of andere kleine metalen voorwerpen die een verbinding tussen de twee klemmen kunnen maken. Als er kortsluiting tussen de accuaansluitingen ontstaat, kunnen er brandwonden of brand ontstaan.
- Als het accupack verkeerd wordt gebruikt, kan er vloeistof uit de accu komen; zorg dat u deze niet aanraakt. Als u per ongeluk in contact komt met de vloeistof, afspoelen met water. Als er vloeistof in de ogen komt dient u medische hulp in te roepen. Vloeistof die uit accu's loopt, kan irritatie of brandwonden veroorzaken.
- Gebruik geen accupack of product dat beschadigd of gewijzigd is. Beschadigde of aangepaste accu's kunnen onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosies of letsel.
- Stel het accupack of product niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Blootstelling aan vuur of temperaturen hoger dan 130 °C kan een explosie veroorzaken.
- Volg alle oplaadinstructies op en laad de accu of het product niet op bij temperaturen die buiten het in de instructies gespecificeerde bereik vallen. Door onjuist opladen of opladen bij temperaturen die buiten het gespecificeerde bereik liggen, kan de accu beschadigd raken en neemt het risico op brand toe. Service
- Laat uw elektrische apparaat repareren door een gekwalificeerde monteur en gebruik uitsluitend identieke vervangingsonderdelen. Dit zorgt ervoor dat de veiligheid van het elektrisch gereedschap wordt gehandhaafd.
- Voer nooit onderhoud uit aan beschadigde accupacks. Onderhoud aan accupacks mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of geautoriseerde dienstverleners. Algemene veiligheidswaarschuwingen voor de motorkettingzaag
- Houd alle lichaamsdelen weg van de zaagketting als de motorkettingzaag in werking is. Controleer voordat u de motorkettingzaag start of de zaagketting niets raakt. Als u even niet oplet, kan uw kleding of lichaam vast komen te zitten in de zaagketting bij het gebruik van een motorkettingzaag.
- Houd de motorzaag altijd stevig vast met uw rechterhand op het achterste handvat en uw linker handvat op het voorste handvat. Als u de motorkettingzaag andersom vasthoudt, neemt de kans op persoonlijk letsel toe; doe dat dus nooit.
- Houd de motorkettingzaag alleen vast aan de geïsoleerde handgrepen, omdat de zaagketting verborgen bedrading kan raken. Als zaagkettingen een onder stroom staande draad aanraken, kan dit ervoor zorgen dat niet-geïsoleerde delen van de motorkettingzaag ook onder stroom komen, waardoor de gebruiker een elektrische schok kan krijgen.
- Draag oogbescherming. We raden u aan verdere beschermingsuitrusting voor gehoor, hoofd, handen, 1951 - 003 - 20.06.2023 201benen en voeten te gebruiken. Als u een geschikte beschermingsuitrusting draagt, neemt de kans op persoonlijk letsel door rondvliegend vuil of onbedoeld contact met de zaagketting af.
- Gebruik geen kettingzaag in een boom, op een ladder, vanaf een dak of op een onstabiele ondergrond. Wanneer u een kettingzaag op deze manier gebruikt, kan dit leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
- Ga altijd goed staan en bedien de motorkettingzaag alleen terwijl u op een vaste, stevige en vlakke ondergrond staat. Gladde of onstabiele oppervlakken kunnen ervoor zorgen dat u uw evenwicht of de controle over de motorkettingzaag verliest.
- Als u een tak doorzaagt die onder spanning staat, zorg dan dat de tak u niet kan raken. Als de spanning in de houtvezels vrijkomt, kan de geveerde tak de gebruiker raken en/of ervoor zorgen dat de gebruiker de motorkettingzaag niet meer onder controle heeft.
- Wees zeer voorzichtig als u struiken en jonge bomen zaagt. Het dunne materiaal kan vast komen te zitten in de zaagketting en naar u toe zwiepen of u uit uw evenwicht brengen.
- Draag de motorkettingzaag bij de voorste handgreep met de motorkettingzaag uitgeschakeld en van uw lichaam af. Als u de motorkettingzaag vervoert of opbergt, moet u altijd de afdekking over het zaagblad aanbrengen. Als u de motorkettingzaag goed hanteert, verlaagt u de kans op onbedoeld contact met de bewegende zaagketting.
- Volg de instructies voor het smeren, het spannen van de ketting en het vervangen van de geleider en de ketting. Als de ketting niet goed is gespannen of gesmeerd, kan de ketting breken en neemt de kans op terugslag toe.
- Zaag alleen hout. Gebruik de motorkettingzaag alleen waarvoor hij is bedoeld. Bijvoorbeeld: gebruik de motorkettingzaag niet voor het zagen van plastic, metaal, metselwerk of ander bouwmateriaal dan hout. Als de motorkettingzaag voor andere toepassingen dan bedoeld wordt gebruikt, kan dat tot gevaarlijke situaties leiden.
- Probeer niet om een boom te vellen tot u weet welke risico's er zijn en hoe u deze kunt vermijden. Ernstige verwondingen kunnen zich voordoen bij de gebruiker of omstanders tijdens het vellen van een boom.
- Volg alle instructies op voor het verwijderen van vastgelopen materiaal en opslag of onderhoud van de motorkettingzaag. Zorg ervoor dat de schakelaar in de uitgeschakelde stand staat en het accupack is verwijderd. Indien de motorkettingzaag onverwacht wordt geactiveerd tijdens het verwijderen van vastgelopen materiaal of onderhoud, kan dit leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
Gebruik een kettingzaag NOOIT in een boom, tenzij u daar speciaal voor bent opgeleid. Het gebruik van een motorkettingzaag in een boom zonder de juiste training kan het risico op ernstig persoonlijk letsel vergroten. Oorzaken van terugslag en het voorkomen ervan door de gebruiker Er kan terugslag optreden wanneer de punt van het zaagblad in contact komt met een voorwerp of wanneer de zaagsnede dichtklapt en de zaagketting in de snede wordt geblokkeerd. Als de zaagbladpunt contact maakt, kan dit in sommige gevallen een plotselinge tegengestelde reactie veroorzaken, waarbij het zaagblad omhoog en naar achteren, naar de gebruiker toe wordt geslagen. Als de zaagketting aan de bovenkant van het zaagblad klem komt te zitten, kan het zaagblad snel op de gebruiker af komen. Bij deze reacties kunt u de controle over de zaag verliezen, wat kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Vertrouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die in de zaag zijn geïntegreerd. Bij het gebruik van een motorkettingzaag moet u een aantal stappen nemen om ongevallen of letsel bij het zagen te voorkomen. Terugslag is het gevolg van verkeerd gebruik en/of verkeerde bedrijfsprocedures of -omstandigheden van de motorkettingzaag en kan worden vermeden door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen, zoals hieronder wordt beschreven:
- Houd de zaag stevig vast, met uw duimen en vingers rond de handgrepen van de motorkettingzaag, met beide handen op de zaag en uw lichaam en arm zodanig geplaatst dat u eventuele terugslag kunt opvangen. De kracht van een terugslag kan door de gebruiker onder controle worden gehouden, mits de juiste voorzorgsmaatregelen zijn genomen. Laat de motorkettingzaag niet los.
- Reik niet te ver en zaag niet boven schouderhoogte. Zo voorkomt u onbedoeld contact met de punt en houdt u de motorkettingzaag in onverwachte situaties beter onder controle.
- Monteer uitsluitend vervangende zaagbladen en zaagkettingen die door de fabrikant zijn gespecificeerd. Als verkeerde vervangende zaagbladen en zaagkettingen worden gebruikt, kan de ketting breken en/of kan er terugslag ontstaan.
- Volg de instructies van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Als de zaagdiepte wordt verkleind, kan de terugslag toenemen. BEWAAR DEZE INSTRUCTIES.
Als u getraind bent in speciale zaag- en werktechnieken en goed beveiligd bent (hoogwerker, touwen, veiligheidsdraagstel), kunnen aanpassingen aan dit veiligheidsvoorschrift worden doorgevoerd. 202 1951 - 003 - 20.06.2023Algemene veiligheidsinstructies WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Dit product kan bij onvoorzichtig of onjuist gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn. Dit product kan ernstig of fataal letsel toebrengen aan de gebruiker of anderen. Het is erg belangrijk dat u deze gebruiksaanwijzing leest en begrijpt.
- Dit product mag niet worden gewijzigd zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik het product niet als iemand anders het heeft gewijzigd en gebruik te allen tijde goedgekeurde accessoires. Wijzigingen die niet door de fabrikant zijn goedgekeurd, kunnen ernstig of fataal letsel tot gevolg hebben voor de gebruiker of anderen.
- Langdurige inhalatie van kettingoliedampen en zaagsel kan gezondheidsproblemen veroorzaken.
- Dit product produceert tijdens bedrijf een elektromagnetisch veld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden de werking van actieve of passieve medische implantaten verstoren. Om het risico op ernstig of fataal letsel te beperken, raden we personen met een medisch implantaat aan om contact op te nemen met hun arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat ze dit product gebruiken. Veiligheidsinstructies voor bediening WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- De informatie in deze gebruikershandleiding kan vakkennis en ervaring niet vervangen. Als u het apparaat gebruikt in een situatie waarin u zich niet veilig voelt, schakel het apparaat dan direct uit. Neem contact op met uw servicedealer of een professionele kettingzaaggebruiker. Vermijd gebruik waarvan u vindt dat u niet voldoende gekwalificeerd bent!
- Neem contact op met uw servicedealer of Husqvarna als u vragen hebt over de werking van het product. Wij kunnen u informatie geven over hoe u uw product op de juiste manier en op veilige wijze bedient. Neem, indien mogelijk, deel aan een cursus over het gebruik van een kettingzaag. Uw servicedealer, bosbouwschool of uw bibliotheek kunnen u vertellen welk opleidingsmateriaal en cursussen er beschikbaar zijn.
- U dient inzicht te hebben in de effecten van terugslag en hoe deze te voorkomen voordat u dit product gaat gebruiken. Raadpleeg Informatie over terugslag op pagina 209
Veelgestelde vragen over terugslag op pagina 209 voor instructies.
- Gebruik een product, accu of acculader niet als ze beschadigd zijn of niet correct werken.
- Raak een draaiende zaagketting niet aan. Dit kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
- Gebruik het product nooit wanneer u vermoeid bent, alcohol of drugs hebt gebruikt, of als u medicijnen gebruikt die uw gezichtsvermogen, beoordelingsvermogen of coördinatie kunnen beïnvloeden.
- Werken in slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot extra gevaarlijke situaties leiden. Het is in verband met het extra gevaar niet aanbevolen om de machine te gebruiken bij zeer slecht weer, bijvoorbeeld dichte mist, zware regen, sterke wind, intense koude of bij risico op bliksem, etc.
- Start een product niet, tenzij de geleider, zaagketting en alle afdekkingen correct zijn geplaatst. Anders kan de kettingwielaandrijving losraken en ernstig letsel veroorzaken. Raadpleeg Montage op pagina
voor instructies. (Fig. 25)
- Soms komen snippers vast te zitten in de kettingwielaandrijving, waardoor de ketting blokkeert. Stop altijd eerst de motor voordat u deze reinigt.
- Controleer de omgeving. Zorg dat er geen risico bestaat dat personen of dieren het product aanraken of invloed kunnen hebben op de besturing van het product. (Fig. 26)
- Laat het product niet door kinderen bedienen; houd het buiten hun bereik. Het product start gemakkelijk. Hierdoor bestaat het gevaar dat kinderen het product starten wanneer ze niet onder volledig toezicht staan. Dit kan ernstig letsel tot gevolg hebben.
- Verwijder de accu als u geen zicht hebt op het product of het product enige tijd niet gebruikt.
- U moet op stabiele ondergrond staan om het product volledig onder controle te houden. Gebruik het product niet als u in een boom zit of op een ladder staat. Gebruik het product alleen als u op een stabiele ondergrond staat.
- Bij werk in een boom moet speciale zaag- en werktechnieken worden toegepast om het grotere risico van persoonlijk letsel te beperken. Werk alleen in een boom als u specifieke, professionele training voor dergelijk werk hebt gevolgd, waaronder training in het gebruik van veiligheidsmiddelen en andere klimuitrusting, zoals draagstellen, touwen, riemen, klimijzers, snappers, karabijnhaken, enz.
- Probeer nooit een vallend stuk hout op te vangen. Zaag nooit in een boom wanneer u slechts met één lijn bent gezekerd. Gebruik altijd twee veiligheidslijnen. (Fig. 27)
- Als u niet oplet, wordt het risico op terugslag groter. Een terugslag kan optreden als de terugslagzone 1951 - 003 - 20.06.2023 203van de geleider per ongeluk een tak, boom of andere objecten raakt. (Fig. 28)
- Gebruik het apparaat niet met één hand. U kunt dit product niet veilig onder controle houden met één hand.
- Gebruik het product niet boven schouderhoogte en probeer niet te zagen met de punt van de geleider. (Fig. 29)
- Gebruik het product nooit in een situatie waarin u niet om hulp kunt roepen mocht er een ongeval gebeuren.
- Stop het product en schakel de kettingrem in vóór u het apparaat verplaatst. Houd het apparaat vast met de geleider en zaagketting naar achter gericht. Plaats transportbescherming op de geleider vóór u het apparaat vervoert of over enige afstand verplaatst.
- Als u het product op de grond plaatst, moet u de kettingrem inschakelen en ervoor zorgen dat u continu zicht hebt op het product. Stop het apparaat en verwijder de accu als u het apparaat enige tijd achterlaat.
- Het is mogelijk dat er spaanders vast komt te zitten in het aandrijfsysteem. Hierdoor kan de zaagketting vastlopen. Vóór u het apparaat schoonmaakt, moet u altijd eerst het apparaat uitschakelen en de accu verwijderen.
- Zorg ervoor dat u veilig kunt bewegen. Controleer de omgeving en het terrein op eventuele obstakels, zoals wortels, stenen, takken, sloten enzovoorts. Wees voorzichtig als u op een helling werkt.
- Het trillingsniveau neemt toe als u met snijuitrusting werkt die onjuist of niet goed is geslepen. Het zagen van hardhoutsoorten, zoals loofbomen, veroorzaakt meer trillingen dan het zagen van zacht hout, zoals coniferen. (Fig. 30)
- Overmatige blootstelling aan trillingen kan leiden tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen bij personen met een verminderde bloedcirculatie. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen waarneemt die wijzen op overmatige blootstelling aan trillingen. Voorbeelden van zulke symptomen zijn slapen, geen gevoel, 'kriebels', 'speldeprikken', pijn, geen of minder kracht, huidverkleuringen of veranderingen van het huidoppervlak. Deze klachten treden meestal op in de vingers, handen of polsen en nemen toe bij lage temperaturen.
- Voorkom situaties waarvan u denkt dat deze uw capaciteiten overschrijden.
- Het is niet mogelijk om elke situatie te vermelden die u kunt tegenkomen als u dit product gebruikt. Wees altijd voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. (Fig. 31) Persoonlijke beschermingsuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken. (Fig. 32)
- De meeste ongelukken met een kettingzaag gebeuren wanneer de zaagketting contact maakt met de gebruiker. U moet goedgekeurde persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken wanneer u het product gebruikt. Persoonlijke beschermingsmiddelen bieden geen volledige bescherming tegen letsel, maar kunnen bij een ongeval wel de ernst van het letsel beperken. Neem contact op met uw servicedealer voor de aanbevolen veiligheidsuitrusting.
- Uw kleding moet nauwsluitend zijn zonder uw bewegingsvrijheid te beperken. Controleer regelmatig de toestand van uw persoonlijke beschermingsmiddelen.
- Draag een goedgekeurde veiligheidshelm.
- Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
- Gebruik een goedgekeurde veiligheidsbril of gezichtsvizier om de kans op letsel door wegvliegende voorwerpen te verkleinen. Het product kan voorwerpen zoals spaanders, kleine stukjes hout enz. met grote kracht wegslingeren. Dit kan leiden tot ernstig letsel, vooral aan ogen.
- Draag handschoenen met zaagbescherming.
- Draag een broek met zaagbescherming.
- Draag laarzen met zaagbescherming, stalen neuzen en antislipzolen.
- U moet altijd een EHBO-kit bij de hand hebben.
- Gevaar voor vonkvorming. Zorg dat u een brandblusser en een schop bij de hand hebt om bosbranden te voorkomen. Veiligheidsvoorzieningen op het product WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik geen producten met veiligheidsvoorzieningen die beschadigd zijn of niet correct werken.
- Controleer de veiligheidsvoorzieningen regelmatig op een juiste werking. Raadpleeg
veiligheidsvoorzieningen op het product onderhouden en controleren op pagina 214
- Als de veiligheidsvoorzieningen beschadigd zijn of niet goed werken, neem dan contact op met uw Husqvarna servicedealer.
1951 - 003 - 20.06.2023Functies van de gebruikersinterface De gebruikersinterface omvat de start-/stopknop, de knop SavE, de accustatus en het waarschuwingslampje. Het waarschuwingslampje knippert als de kettingrem wordt geactiveerd of als er risico op overbelasting is. De overbelastingsbescherming schakelt het product tijdelijk uit. U kunt het product weer gebruiken als de temperatuur is gedaald. Als het waarschuwingslampje blijft branden, neem dan contact op met uw servicedealer. (Fig. 33) Voor meer informatie over de gebruikersinterface, zie Productoverzicht op pagina 198
De automatische stopfunctie Het product is voorzien van een automatische stopfunctie die het product stopt als u het 3 minuten lang niet gebruikt. Kettingrem met terugslagbeveiliging Uw product heeft een kettingrem die de zaagketting stopt in het geval van terugslag. Een kettingrem vermindert het risico op ongevallen, maar alleen u kunt ze voorkomen. (Fig. 34) WAARSCHUWING: Vermijd situaties waarin het risico op terugslag bestaat. Ga voorzichtig met het product om en zorg dat de terugslagzone van de geleider geen contact maakt met een voorwerp. (Fig. 35) De kettingrem (A) wordt handmatig geactiveerd (via uw linkerhand) of automatisch via het traagheidsmechanisme. Duw de terugslagbeveiliging (B) naar voren om de kettingrem handmatig in te schakelen. Er wordt een veermechanisme geactiveerd, dat het kettingaandrijfwiel stopt. (Fig. 36) Hoe de kettingrem wordt ingeschakeld, hangt af van de kracht van de terugslag en de positie van het product. Als u een intense terugslag ervaart terwijl de terugslagzone zich op het verste punt van u vandaan bevindt, wordt de kettingrem ingeschakeld door het traagheidsmechanisme. Als de terugslag niet sterk is of als de terugslagzone zich dichter bij u in de buurt bevindt, schakelt u de kettingrem handmatig in met uw linkerhand. (Fig. 37) Gebruik de kettingrem als parkeerrem wanneer u het product start en wanneer u korte afstanden aflegt. Dit vermindert de kans dat u of iemand in uw buurt de zaagketting raakt. (Fig. 38) Trek de terugslagbeveiliging naar achteren om de kettingrem uit te schakelen. (Fig. 39) Een terugslag kan bliksemsnel gebeuren en erg krachtig zijn. Meestal is de terugslag erg licht en de kettingrem wordt niet altijd geactiveerd. Als er een terugslag optreedt wanneer u het product gebruikt, houdt u het stevig vast aan de handgrepen en laat u het niet los. (Fig. 40) De terugslagbeveiliging verlaagt ook het risico op het raken van de zaagketting als u uw hand van de voorste handgreep afhaalt. (Fig. 41) In de velpositie kunt u de kettingrem niet handmatig inschakelen. De kettingrem kan in deze stand alleen worden ingeschakeld door het traagheidsmechanisme. (Fig. 42) Vergrendeling voedingsschakelaar De vergrendeling van de activeringsschakelaar voorkomt dat de activeringsschakelaar per ongeluk wordt ingeschakeld. Als u de vergrendeling van de activeringsschakelaar naar voren (A) en tegen de handgreep (B) drukt, wordt de activeringsschakelaar (C) losgelaten. Als u de handgreep loslaat, bewegen de activeringsschakelaar en de vergrendeling weer terug naar hun beginposities. (Fig. 43) Kettingvanger De kettingvanger vangt de zaagketting als deze breekt of loskomt. Zorg dat de ketting onder de juiste spanning staat om het risico hierop te verkleinen. Het risico wordt ook kleiner als u de geleider en zaagketting op de juiste manier onderhoudt. Zie Montage op pagina 207
Onderhoud op pagina 214 voor instructies. (Fig. 44) Rechterhandbescherming De rechterhandbescherming beschermt uw hand mocht de zaagketting breken of loskomen. Bovendien voorkomt deze dat takken het gebruik van het product in de weg staan. (Fig. 45) Veiligheid bij accu's WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik alleen de accu's uit de BLi-serie en 40- B-serie. Voor meer informatie, zie Goedgekeurde 1951 - 003 - 20.06.2023 205accu's op pagina 222 . De accu's zijn voorzien van softwarematige encryptie.
- Gebruik accu's uit de BLi-serie en de 40-B-serie die uitsluitend oplaadbaar zijn als een voedingsbron voor de bijbehorende producten van Husqvarna. Raadpleeg Goedgekeurde acculaders voor het product op pagina 222 . Gebruik de accu niet als voedingsbron voor andere apparaten, om letsel te voorkomen.
- Risico van elektrische schok. Breng de accuklemmen niet in contact met sleutels, schroeven of ander metaal. Dit kan kortsluiting van de accu veroorzaken.
- Gebruik geen batterijen die niet oplaadbaar zijn.
- Plaats geen voorwerpen in de luchtspleten van de accu.
- Bescherm de accu tegen direct zonlicht, warmte of open vuur. De accu kan brandwonden en/of chemische brandwonden veroorzaken.
- Bescherm de accu tegen regen en vocht.
- Houd de accu uit de buurt van magnetrons en hoge druk.
- Probeer de accu niet te demonteren of te slopen.
- Laat accuzuur niet in contact komen met uw huid. Accuzuur kan verwondingen aan de huid, corrosie en brandplekken veroorzaken. Wrijf niet in uw ogen wanneer u accuzuur in uw ogen krijgt, maar spoel uw ogen minstens 15 minuten met water. Als accuzuur in contact is gekomen met uw huid, moet u de huid reinigen met veel water en zeep. Roep medische hulp in.
- Gebruik de accu bij temperaturen tussen -10 °C (14 °F) en 40 °C (104 °F).
- Reinig de accu of acculader nooit met water. Raadpleeg De accu en de accuhouder controleren op pagina 215
- Gebruik geen accu die is beschadigd of niet correct werkt.
- Sla accu's op uit de buurt van metalen voorwerpen, bijvoorbeeld spijkers, schroeven en sieraden.
- Houd de accu buiten het bereik van kinderen. Veiligheidsvoorschriften voor acculader WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Risico van elektrische schok of kortsluiting wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd.
- Gebruik een goedgekeurde geaarde wandcontactdoos die niet beschadigd is.
- Gebruik geen andere acculader dan die bij uw product is geleverd. Gebruik uitsluitend Husqvarna 40-C80-laders wanneer u vervangende accu's uit de BLi-serie en de 40-B-serie oplaadt. Raadpleeg Goedgekeurde accu's op pagina 222
Goedgekeurde acculaders voor het product op pagina 222
- Probeer de acculader niet te demonteren.
- Gebruik de acculader niet als deze beschadigd is of niet correct werkt.
- Til de acculader niet op aan de voedingskabel. Trek aan de stekker om de acculader uit de wandcontactdoos te halen. Trek niet aan de voedingskabel.
- Houd alle kabels en verlengsnoeren uit de buurt van water, olie en scherpe kanten. Let op dat de kabel niet bekneld raakt tussen deuren, hekken en dergelijke.
- Gebruik de acculader niet in de buurt van brandbare materialen of materialen die corrosie kunnen veroorzaken. Controleer of de acculader niet is afgedekt. Haal de stekker van de acculader uit de wandcontactdoos bij rookontwikkeling of brand.
- De accu mag alleen binnenshuis worden opgeladen op een plek met voldoende ventilatie en zonder direct zonlicht. Laad de accu niet buiten op. Laad de accu niet op in vochtige omstandigheden.
- Gebruik de acculader alleen op plekken met een temperatuur tussen 5 °C (41 °F) en 40 °C (104 °F). Gebruik de lader in een omgeving die goed geventileerd, droog en stofvrij is.
- Plaats geen voorwerpen in de koelspleten van de acculader.
- Verbind de contacten van de acculader niet met metalen objecten, omdat dit kortsluiting in de acculader kan veroorzaken.
- Gebruik goedgekeurde wandcontactdozen die niet beschadigd zijn.
- Gebruik als verlengsnoer alleen drieaderige snoeren met een driepuntstekker met aarding en een contact met aarding waar de stekker van het apparaat op past.
- Laad niet-oplaadbare accu's niet op in de acculaders. Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren.
- Verwijder de accu voordat u onderhoud of andere controles uitvoert, of het product demonteert.
- De gebruiker mag alleen de onderhouds- en servicewerkzaamheden uitvoeren die in deze bedieningshandleiding zijn beschreven. Ga naar uw servicedealer voor verdergaande service- of onderhoudswerkzaamheden.
- Reinig de accu of acculader nooit met water. Sterke reinigingsmiddelen kunnen schade aan het kunststof veroorzaken.
- Als u geen onderhoud uitvoert, verkort dit de levenscyclus van het product en vergroot het risico op ongevallen.
- Voor alle service en reparaties is speciale training vereist, vooral voor de veiligheidsvoorzieningen
1951 - 003 - 20.06.2023op het product. Als niet alle controles in deze bedieningshandleiding een goed resultaat geven nadat u onderhoud hebt uitgevoerd, ga dan naar uw servicedealer. Wij garanderen dat u daar professionele reparaties en service voor uw product krijgt.
- Gebruik alleen originele reserveonderdelen. Veiligheidsinstructies voor snijuitrusting WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Gebruik alleen goedgekeurde combinaties van zaagblad/zaagketting en de hulpmiddelen voor vijlen. Zie Technische gegevens op pagina 220 voor instructies.
- Draag veiligheidshandschoenen wanneer u onderhoud aan de zaagketting uitvoert of de zaagketting gebruikt. Ook een zaagketting die niet beweegt, kan verwondingen veroorzaken.
- Houd de zaagtanden goed geslepen. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen vijlmal. Een beschadigde of verkeerd geslepen zaagketting vergroot de kans op ongevallen. (Fig. 46)
- Zorg voor de correcte tanddiepte. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen instelling voor de vijlmal. Als de tanddiepte te groot is, vergroot dit de kans op terugslag. (Fig. 47)
- Zorg dat de zaagketting de juiste spanning heeft. Als de zaagketting niet strak tegen het zaagblad loopt, kan de zaagketting van het zaagblad lopen. Een verkeerde kettingspanning zorgt voor overmatige slijtage van het zaagblad, de zaagketting en het kettingaandrijfwiel. Zie Accessoires op pagina 221
- Voer regelmatig onderhoud uit op de snijuitrusting en houd deze goed gesmeerd. Bij onvoldoende smering van de zaagketting is de kans op slijtage van het zaagblad, de zaagketting en het kettingaandrijfwiel groter. (Fig. 49) Montage De geleider en zaagketting monteren (met zaagbladknop) WAARSCHUWING: Verwijder altijd de accu voordat u het product monteert of onderhoudt.
1. Schakel de kettingrem uit. (Fig. 50)
2. Draai de knop los en verwijder de afdekking van het
kettingaandrijfwiel en de transportbescherming (A). (Fig. 51)
3. Plaats de geleider bovenop de geleiderbout. Duw
de geleider volledig in de achterste positie. Til de zaagketting boven het kettingaandrijfwiel en positioneer de ketting in de groef van de geleider. Begin aan de bovenzijde van de geleider.
4. Zorg dat de snijkanten van de zaagschakels op de
bovenrand van het zaagblad naar voren wijzen. (Fig. 52)
5. Monteer de afdekking van het aandrijfkettingwiel en
breng de stelpen van de kettingspanner aan in de uitsparing van de geleider.
6. Controleer of de aandrijfschakels van de zaagketting
correct aanliggen op het kettingaandrijfwiel.
7. Controleer of de zaagketting correct is
gepositioneerd in de groef op de geleider.
8. Span de zaagketting. Zie
Onderhoud op pagina 214 voor instructies.
9. Draai de zaagbladknop vast.
De geleider en zaagketting monteren (met zaagbladbout) WAARSCHUWING: Verwijder altijd de accu voordat u het product monteert of onderhoudt.
1. Schakel de kettingrem uit. (Fig. 50)
2. Draai de zaagbladmoer los en verwijder de
afdekking van het kettingaandrijfwiel. (Fig. 53)
3. Plaats de geleider bovenop de geleiderbout. Duw
de geleider volledig in de achterste positie. Til de zaagketting boven het kettingaandrijfwiel en positioneer de ketting in de groef van de geleider. Begin aan de bovenzijde van de geleider.
4. Zorg dat de snijkanten van de zaagschakels op de
bovenrand van het zaagblad naar voren wijzen. (Fig. 52)
5. Monteer de afdekking van het aandrijfkettingwiel en
breng de stelpen van de kettingspanner aan in de uitsparing van de geleider.
6. Controleer of de aandrijfschakels van de zaagketting
correct aanliggen op het kettingaandrijfwiel.
7. Controleer of de zaagketting correct is
gepositioneerd in de groef op de geleider.
8. Draai de moer van het zaagblad met de hand vast.
voor instructies. 1951 - 003 - 20.06.2023 207De acculader aan de wand bevestigen OPGELET: Gebruik geen elektrische schroevendraaier om de acculader aan de wand te bevestigen. Een elektrische schroevendraaier kan de acculader beschadigen.
1. Bevestig de acculader met de 2 schroeven (A) aan
de wand. Gebruik wandpluggen (B) indien nodig. (Fig. 54)
2. Plaats de 2 schroefgatpluggen (C).
3. Sluit de voedingskabel (D) aan op de acculader en
een stopcontact. Werking Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het product gebruikt. De werking controleren voordat u het product gebruikt
3. Controleer of de activeringsschakelaar en de
vergrendeling (C) van de activeringsschakelaar goed functioneren en niet beschadigd zijn.
4. Controleer het toetsenbord (D) om ervoor te zorgen
dat het juist werkt.
5. Zorg ervoor dat er geen olie op de handgrepen (E)
aangebracht en niet beschadigd zijn of ontbreken.
7. Controleer de kettingvanger (F) om ervoor te zorgen
dat deze juist werkt.
8. Controleer de kettingspanning (G).
9. Laad de accu (H) op en controleer of deze correct is
bevestigd aan het product.
10. Zorg dat de zaagketting stopt wanneer u de
activeringsschakelaar loslaat. (Fig. 55) De juiste kettingolie gebruiken WAARSCHUWING: Gebruik geen afgewerkte olie. Dit kan leiden tot letsel bij uzelf en schade aan het milieu. Afgewerkte olie veroorzaakt ook schade aan de oliepomp, de geleider en de zaagketting. WAARSCHUWING: De zaagketting kan breken bij onvoldoende smering van de zaagcomponenten. De gebruiker kan hierdoor ernstig of dodelijk letsel oplopen. WAARSCHUWING: Gebruik voor een goede werking van deze functie de juiste kettingolie. Bespreek de keuze van de kettingolie met uw servicedealer.
- Gebruik kettingolie van Husqvarna voor een maximale levensduur van de zaagketting en om negatieve effecten op het milieu te voorkomen. We adviseren u om een standaard kettingolie te gebruiken als Husqvarna-kettingolie niet verkrijgbaar is.
- Gebruik een kettingolie die goed aan de zaagketting hecht.
- Gebruik een kettingolie met een viscositeitsbereik dat bij de luchttemperatuur past. OPGELET: Bij temperaturen onder 0 °C worden sommige kettingoliën te dik, wat kan leiden tot beschadiging van de onderdelen van de oliepomp.
- Gebruik de aanbevolen snijuitrusting. Zie Accessoires op pagina 221
- Vul de kettingolietank met kettingolie.
- Bevestig de dop voorzichtig. (Fig. 56) Let op: Zie Inleiding op pagina 198 om te zien waar de kettingolietank op uw product is. Accu WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u de accu gebruikt. Zorg er ook voor dat u de bedieningshandleiding bij de accu en de acculader hebt gelezen en begrepen. Houd de accu en de acculader in de correcte omgevingstemperaturen.
1951 - 003 - 20.06.2023Omgevingstemperatuur Accu gebruiken 5 °C-40 °C / 41 °F-104 °F Accu laden 5 °C-40 °C / 41 °F-104 °F Accustatus Het display toont de laadstatus en geeft aan of er problemen zijn met de accu. (Fig. 57) Led-indicator Laadstatus accu 4 leds branden De accu is 76% - 100% opgeladen. 3 leds branden De accu is 51% - 75% opgeladen. 2 leds branden De accu is 26% - 50% opgeladen. 1 led brandt De accu is 6% - 25% opgeladen. 1 led knippert De accu is 0% - 5% opgeladen. De accu opladen Laad de accu op als u deze voor de eerste keer gebruikt. Een nieuwe accu is slechts 30% opgeladen. OPGELET: Sluit de acculader aan op een stopcontact waarvan de spanning en frequentie overeenkomen met de specificaties op het productplaatje. De accu wordt niet opgeladen als de temperatuur van de accu hoger is dan 50 °C/122 °F.
1. Sluit de voedingskabel aan op de acculader.
2. Sluit de acculader aan op een geaard stopcontact.
De oplaadled knippert 1 keer. (Fig. 58)
3. Sluit de accu aan op de acculader. De oplaadled
gaat branden. Laad de accu max. 24 uur op. (Fig. 59)
4. Druk op de accu-indicatieknop, wanneer alle led-
indicatielampjes branden, is de accu volledig geladen.
5. Haal de stekker uit het stopcontact om de acculader
van het stopcontact los te koppelen. Trek niet aan de voedingskabel.
6. Haal de accu uit de acculader.
Informatie over terugslag WAARSCHUWING: Als gevolg van terugslag kunnen de gebruiker en anderen ernstig of dodelijk letsel oplopen. Om de risico's te beperken, moet u de oorzaken van terugslag kennen en weten hoe u terugslag kunt voorkomen. Terugslag vindt plaats wanneer de terugslagrisico-sector van het zaagblad in contact komt met een voorwerp. Een terugslag kan plotseling en met grote kracht optreden, waardoor het product richting de gebruiker wordt geworpen. (Fig. 35) Terugslag gebeurt altijd in de richting van de geleider. Meestal raakt het product de gebruiker, maar het kan ook in een andere richting bewegen. De bewegingsrichting wordt bepaald door de manier waarop u het product gebruikt op het moment dat de terugslag optreedt. (Fig. 60) Terugslag vindt uitsluitend plaats wanneer de terugslagzone van de geleider in contact komt met een voorwerp. Zorg dat de terugslagzone geen contact maakt met een voorwerp. (Fig. 35) Een kleinere neusradius vermindert de kracht van de terugslag. Gebruik een zaagketting met geringe terugslag om de effecten van terugslag te beperken. Laat de terugslagzone geen objecten raken. WAARSCHUWING: Geen enkele zaagketting kan terugslag volledig voorkomen. Volg altijd de instructies. Veelgestelde vragen over terugslag
- Zal mijn hand de kettingrem bij terugslag altijd activeren? Nee. Er is enige kracht nodig om de terugslagbeveiliging naar voren te duwen. Als u onvoldoende kracht gebruikt, wordt de kettingrem niet ingeschakeld. Bovendien moet u het product stevig vasthouden met beide handgrepen tijdens gebruik. Bij terugslag is het mogelijk dat de kettingrem de zaagketting niet stopt voordat deze u raakt. In sommige posities kunt u met uw hand niet bij de terugslagbeveiliging om de kettingrem te activeren.
- Zal het traagheidsmechanisme de kettingrem bij terugslag altijd activeren? 1951 - 003 - 20.06.2023 209Nee. Ten eerste moet de kettingrem correct werken. Zie De veiligheidsvoorzieningen op het product onderhouden en controleren op pagina 214 voor instructies over het controleren van de kettingrem. We raden aan deze controle altijd uit te voeren voor u het product gebruikt. Ten tweede moet de terugslag voldoende sterk zijn om de kettingrem te activeren. Als de kettingrem te gevoelig is, kan deze inschakelen tijdens ruw gebruik.
- Zal de kettingrem mij bij terugslag altijd beschermen tegen letsel? Nee, de kettingrem moet goed werken om bescherming te kunnen bieden. Bij een terugslag moet de kettingrem geactiveerd worden om de zaagketting te stoppen. Als u zich dicht bij het zaagblad bevindt, is het mogelijk dat de kettingrem de zaagketting niet op tijd stopt voordat deze u raakt. WAARSCHUWING: Alleen met een juiste werktechniek kunt u terugslag voorkomen. Product starten
1. Controleer de activeringsschakelaar en de
vergrendeling van de activeringsschakelaar. Zie De vergrendeling van de activeringsschakelaar controleren op pagina 215
3. Plaats de accu in de accuhouder. (Fig. 62)
OPGELET: Controleer of de accu goed is aangebracht in de accuhouder. Als u de accu niet eenvoudig in de accuhouder kunt plaatsen, is de accu niet correct gepositioneerd.
4. Druk op het onderste gedeelte van de accu totdat u
een klik hoort. (Fig. 63)
5. Houd de start-/stopknop ingedrukt totdat de groene
led gaat branden. (Fig. 64) De functie SavE gebruiken De functie SavE beperkt de kettingsnelheid en het vermogen van het product.
1. Druk op de knop SavE. De groene led gaat branden.
2. Druk nogmaals op de SavE-knop om de functie uit te
schakelen. De groene led gaat uit. (Fig. 65) Product stoppen
1. Druk op de start/stop-knop totdat de groene led uit
accu uit de accuhouder om onbedoeld starten te voorkomen. (Fig. 66) Trekslag en duwslag U kunt met het product op twee manieren hout zagen.
- U zaagt met een trekkende ketting wanneer u zaagt met de onderzijde van de geleider. De zaagketting wordt tijdens het zagen door de boom getrokken. In deze positie hebt u een betere controle over het product en de positie van de terugslagzone. (Fig. 67)
- U zaagt met een duwende ketting wanneer u zaagt met de bovenzijde van de geleider. De zaagketting duwt het product in de richting van de gebruiker. (Fig. 68) WAARSCHUWING: Als de zaagketting vastraakt in de boomstam, kan het product naar u toe worden geduwd. Houd het product stevig vast en zorg ervoor dat de terugslagrisico-sector van het zaagblad niet de boom raakt en een terugslag veroorzaakt. (Fig. 69) Zaagtechnieken gebruiken WAARSCHUWING: Gebruik het volle vermogen tijdens het zagen en breng het toerental terug naar stationair na elke zaagsnede. OPGELET: Laat de motor niet te lang onbelast draaien. Dit kan schade aan de motor veroorzaken.
1. Leg de stam op een zaagbok of steun. (Fig. 70)
WAARSCHUWING: Zaag stammen niet als deze op een stapel liggen. Dat verhoogt het risico op terugslag en kan ernstig of fataal letsel veroorzaken.
2. Verwijder de gezaagde stukken uit de
werkomgeving. WAARSCHUWING: Doorgezaagde stukken in de werkomgeving verhogen het risico op terugslag en verliezen van uw evenwicht. De schorssteun gebruiken
1. Plaats de schorssteun in de stam van de boom.
1951 - 003 - 20.06.20232. Geef vol gas en draai het product. Houd de schorssteun tegen de stam. Met deze procedure is het eenvoudiger om de kracht uit te oefenen die nodig is om de stam door te zagen. (Fig. 71) Stammen zagen op de grond
1. Zaag de stam met een trekslag. Gebruik het volle
vermogen, maar wees voorbereid op ongelukken. (Fig. 72) WAARSCHUWING: Zorg dat de zaagketting de grond niet raakt wanneer u de zaagsnede voltooit.
2. Zaag ongeveer ⅔ door de stam en stop dan. Roteer
de stam en zaag van de andere kant. (Fig. 73) Een stam doorzagen met ondersteuning aan één uiteinde WAARSCHUWING: Zorg dat de stam niet breekt tijdens het zagen. Volg de onderstaande instructies. (Fig. 74)
1. Zaag de stam ongeveer ⅓ door met een duwslag.
2. Zaag de stam door met een trekslag totdat de twee
zaagsneden elkaar raken. (Fig. 75) Een stam doorzagen met ondersteuning aan twee uiteinden WAARSCHUWING: Zorg dat de zaagketting niet vastraakt in de stam tijdens het zagen. Volg de onderstaande instructies. (Fig. 76)
1. Zaag de stam ongeveer ⅓ door met een trekslag.
2. Zaag de rest van de stam door met een duwslag om
de zaagsnede te voltooien. (Fig. 77) WAARSCHUWING: Stop de motor als de zaagketting vastraakt in de stam. Gebruik een hefboom om de zaagsnede te openen en het product te verwijderen. Probeer het product niet met de hand los te trekken. Dit kan leiden tot letsel wanneer het product plotseling losschiet. De snoeitechnieken gebruiken Let op: Gebruik de zaagtechniek voor dikke takken. Zie Zaagtechnieken gebruiken op pagina 210
WAARSCHUWING: Het ongevalsrisico is erg groot wanneer u de snoeitechniek gebruikt. Zie Informatie over terugslag op pagina 209 voor instructies over het voorkomen van terugslag. WAARSCHUWING: Snoei takken één voor één. Wees voorzichtig met het verwijderen van kleine takken en zaag nooit meerdere struiken of kleine takken tegelijk door. Kleine takken kunnen klem komen te zitten in de zaagketting en veilig gebruik van het product verhinderen. Let op: Zaag, indien nodig, de takken een voor een door. Zaag de kleinere takken (A) en (B) af voordat u de stomp in de buurt van de stam (C) afzaagt. (Fig. 78)
1. Verwijder de takken aan de rechterzijde van de
stam. a) Houd het zaagblad aan de rechterkant van de stam en de romp van het product tegen de stam. b) Selecteer de toepasselijke zaagtechniek voor de spanning in de tak. (Fig. 79) WAARSCHUWING: Als u niet zeker weet hoe u de tak moet doorzagen, neemt u contact op met een professionele kettingzaaggebruiker voordat u verder gaat.
2. Verwijder de takken op de bovenkant van de stam.
a) Houd het product op de stam en laat het zaagblad langs de stam bewegen. b) Zaag de stam door met een duwslag. (Fig. 80)
3. Verwijder de takken aan de linkerzijde van de stam.
a) Selecteer de toepasselijke zaagtechniek voor de spanning in de tak. (Fig. 81) WAARSCHUWING: Als u niet zeker weet hoe u de tak moet doorzagen, neemt u contact op met een professionele kettingzaaggebruiker voordat u verder gaat. Zie Bomen en takken zagen die onder spanning staan op pagina 213 voor instructies over het zagen van takken die onder spanning staan. De boomveltechniek gebruiken WAARSCHUWING: Een boom vellen vergt veel ervaring. Woon indien mogelijk een cursus voor het gebruik van een kettingzaag bij. Neem contact op met een gebruiker met ervaring voor meer informatie. 1951 - 003 - 20.06.2023 211Veilige afstand houden
1. Zorg dat omstanders op veilige afstand staan:
minstens 2,5 keer de lengte van de boom. (Fig. 82)
2. Zorg ervoor dat niemand zich voor en tijdens het
vellen in de risicozone bevindt. (Fig. 83) De valrichting bepalen
1. Bepaal in welke richting de boom moet vallen.
De boom moet zodanig vallen dat u de stam gemakkelijk kan snoeien en zagen. Het is belangrijk dat u stabiel staat en veilig kan bewegen. WAARSCHUWING: Als het gevaarlijk of niet mogelijk is de boom in zijn natuurlijke richting te laten vallen, laat de boom dan in een andere richting vallen.
2. Bepaal de natuurlijke valrichting van de boom. Denk
bijvoorbeeld aan de helling en kromming van de boom, windrichting, locatie van de takken en het gewicht van sneeuw.
3. Controleer of er obstakels zijn, zoals andere bomen,
hoogspanningsmasten, wegen en/of gebouwen.
4. Controleer de stam op beschadigingen en rotte
plekken. WAARSCHUWING: Een rotte plek in de stam kan tot gevolg hebben dat de boom valt voordat u hem volledig hebt doorgezaagd.
5. Zorg dat de boom vrij is van beschadigde of dode
takken die kunnen afbreken en u raken tijdens het vellen.
6. Zorg dat de boom niet tegen een andere boom valt.
Het is gevaarlijk om een vastgeraakte boom op de grond te krijgen en het ongevalsrisico is erg groot. Zie Een vastgeraakte boom losmaken op pagina
belangrijke bewerkingen, moet u uw gehoorbescherming verwijderen zodra de boom is geveld. Het is belangrijk dat u omgevingsgeluid en waarschuwingen kunt horen. De stam ontdoen van takken en een vrij pad maken Zaag alle takken vanaf schouderhoogte naar beneden af.
1. Zaag door met een trekslag van boven naar
beneden. Zorg dat de boom tussen u en het product staat. (Fig. 85)
2. Zorg dat de werkomgeving rond de boom vrij is van
ondergroei. Verwijder het afgezaagde materiaal uit de werkomgeving.
3. Controleer de omgeving op obstakels zoals stenen,
takken en gaten. Er moet een obstakelvrij vluchtpad zijn wanneer de boom valt. De vluchtweg moet in een hoek van circa 135 graden (schuin achterwaarts) tegenover de geplande valrichting liggen.
(Fig. 86) Boom kappen Husqvarna raadt u aan de inkepingen aan te brengen en vervolgens gebruik te maken van de veilige hoek- methode bij het vellen van een boom. De veilige hoek- methode helpt u een juist scharnierstuk te maken en de valrichting te sturen. WAARSCHUWING: Vel geen bomen met een diameter die groter is dan twee keer de zaagbladlengte. Hiervoor moet u speciale training volgen. Het scharnierstuk De belangrijkste procedure tijdens het vellen van een boom is het maken van het juiste scharnierstuk. Met een juist scharnierstuk stuurt u de valrichting en zorgt u dat de velprocedure veilig verloopt. De dikte van het scharnierstuk moet gelijk zijn aan en minimaal 10% zijn van de boomdiameter. WAARSCHUWING: Als het scharnierstuk onjuist of te dun is, hebt u geen controle over de valrichting. (Fig. 87) Richtingssneden aanbrengen
1. Breng de richtingssneden aan. De richtingssneden
moeten tot op 1/4 van de diameter van de boom lopen. De bovenste en onderste snede moeten in een hoek van 45° van elkaar worden aangebracht. a) Zaag eerst de bovenste snede. Lijn de markering voor de valrichting (A) op het product uit met de valrichting van de boom (B). Blijf achter het product en sta links van de boom. Zaag met een korte trekslag. b) Breng de onderste snede aan. Zorg dat het uiteinde van de onderste snede op hetzelfde punt uitkomt als van de bovenste snede. (Fig. 88)
1951 - 003 - 20.06.20232. Zorg dat de richtingssnede horizontaal is en de juiste hoek heeft (90°) ten opzichte van de valrichting. De lijn van de richtingssnede loopt door het punt waar de twee richtingssneden samenkomen. (Fig. 89) De veilige hoek-methode gebruiken De zaagsnede moet iets boven de inkeping worden aangebracht. (Fig. 90) WAARSCHUWING: Wees voorzichtig wanneer u zaagt met de punt van het zaagblad. Begin te zagen met het onderste deel van de punt van het zaagblad wanneer u een boring in de stam maakt. (Fig. 91)
1. Als de bruikbare zaaglengte langer is dan de
diameter van de boom, voer dan deze stappen (a-d) uit. a) Maak een boring recht in de stam om de breedte van het scharnierstuk te voltooien. (Fig. 92) b) Zaag de stam door met een trekslag tot ongeveer ⅓ van de stam overblijft. c) Trek het zaagblad 5-10 cm naar achteren. d) Zaag door de rest van de stam om een veilige hoek te voltooien van 5-10 cm breed. (Fig. 93)
2. Als de bruikbare zaaglengte korter is dan de
diameter van de boom, voer dan deze stappen (a-d) uit. a) Maak een boring recht in de stam. De boring moet zich uitstrekken tot 3/5 van de boomdiameter. b) Zaag de rest van de stam door met een trekslag. (Fig. 94) c) Zaag recht in de stam vanaf de andere kant van de boom om het scharnierstuk te voltooien. d) Zaag de stam door met een duwslag tot ⅓ van de stam overblijft om de veilige hoek te voltooien. (Fig. 95)
3. Plaats recht van achteren een wig in de zaagsnede.
4. Zaag de hoek door om de boom te laten vallen.
Let op: Als de boom niet valt, sla dan op de wig tot dit wel het geval is.
5. Wanneer de boom begint te vallen, gebruik dan de
vluchtweg om weg te stappen van de boom. Stap minimaal 5 m weg van de boom. Een vastgeraakte boom losmaken WAARSCHUWING: Het is erg gevaarlijk om een vastgeraakte boom op de grond te krijgen en het ongevalsrisico is erg groot. Blijf uit de buurt van de risicozone en probeer een vastgeraakte boom niet te vellen. (Fig. 97) De veiligste methode is om een van de volgende lieren te gebruiken:
- Gemonteerd op een trekker (Fig. 98)
- Draagbaar (Fig. 99) Bomen en takken zagen die onder spanning staan
1. Bepaal welke kant van de boom of takken onder
laten. Let op: In sommige situaties is het alleen veilig om een lier te gebruiken en niet uw product.
4. Ga op een plek staan waar de boom of tak u niet kan
raken wanneer de spanning wordt afgelaten. (Fig. 101)
5. Maak een of meerdere sneden van voldoende diepte
om de spanning af te laten. Zaag op of bij het punt van maximale spanning. Zorg dat de boom of tak breekt op het punt met maximale spanning. (Fig. 102) WAARSCHUWING: Zaag een boom of tak die onder spanning staat nooit helemaal door. WAARSCHUWING: Wees zeer voorzichtig wanneer u een boom zaagt die gespannen staat. De kans bestaat dat de boom erg snel beweegt vóór of na het zagen. Als u op de verkeerde positie staat of verkeerd zaagt, loopt u het risico op ernstig letsel.
6. Als u de boom of tak dwars moet doorzagen, breng
dan 2 tot 3 snedes aan met 2,5 cm (1 inch) ruimte ertussen en met een diepte van 5 cm (2 inch). (Fig. 103)
7. Blijf zagen tot de boom/tak buigt en de spanning
wordt afgelaten. (Fig. 104)
8. Zaag de boom/tak vanaf de andere kant van de
kromming, nadat de spanning is afgelaten. 1951 - 003 - 20.06.2023 213Onderhoud Inleiding WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u onderhoud aan het product gaat uitvoeren. Onderhoudsschema WAARSCHUWING: Verwijder de accu voordat u onderhoud uitvoert. Hieronder volgt een lijst van het onderhoud dat u aan het product moet uitvoeren. Zie Onderhoud op pagina
voor meer informatie. Onderhoud Vóór ge- bruik Wekelijks Maande- lijks Reinig de externe onderdelen van het product. X Controleer of de voedingsschakelaar en de vergrendeling van de voedingsscha- kelaar correct werken vanuit veiligheidsoogpunt.
Reinig de kettingrem en controleer of deze veilig en correct werkt. Controleer of de kettingvanger niet beschadigd is. Vervang indien nodig.
Draai de geleider, zodat slijtage gelijkmatig wordt verdeeld. Controleer of de smeeropening in de geleider niet is verstopt. Maak de groef schoon.
Controleer of de snijder en snijkap geen scheuren vertonen en niet beschadigd zijn. Vervang de snijder of snijkap als deze scheuren vertonen of aan slagbelas- ting zijn blootgesteld.
Controleer of er voldoende olie is op de geleider en zaagketting. X Controleer de zaagketting. Let op scheuren en zorg dat de zaagketting niet overmatig stug of versleten is. Vervang indien nodig.
Slijp de zaagketting. Controleer de spanning en staat van de ketting. Controleer het kettingaandrijfwiel op slijtage en vervang het indien nodig.
Reinig de luchtinlaat van het product. X Controleer of de schroeven en moeren goed zijn vastgedraaid. X Controleer of het toetsenblok correct werkt en niet beschadigd is. X Verwijder bramen op de randen van de geleider met een vijl. X Controleer de verbindingen tussen de accu en het product. Controleer de verbin- ding tussen de accu en de acculader.
Leeg en reinig de olietank. X Blaas voorzichtig perslucht door het product en door de koelsleuven van de accu.
De veiligheidsvoorzieningen op het product onderhouden en controleren De terugslagbeveiliging controleren Controleer de terugslagbeveiliging en het traagheidsmechanisme regelmatig.
1. Zorg ervoor dat de terugslagbeveiliging geen
beschadigingen vertoont, zoals scheuren. (Fig. 105)
2. Zorg ervoor dat de terugslagbeveiliging vrij beweegt
en dat deze veilig op het product is bevestigd. (Fig. 106)
3. Schakel de motor uit en plaats het product op een
boomstronk of een andere stabiele ondergrond. 214 1951 - 003 - 20.06.20234. Houd het achterste handgreep vast en laat de voorste handgreep los. Laat het product tegen de boomstronk vallen. (Fig. 107)
5. Zorg ervoor dat de kettingrem geactiveerd wordt
wanneer het zaagblad de stronk raakt. Remhendel controleren
1. Plaats het product op een stabiele ondergrond en
schakel het product in. Zie Werking op pagina 208
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de zaagketting niet in aanraking komt met de grond of andere objecten.
2. Plaats uw duimen en vingers om de handgrepen
houd het product goed vast. (Fig. 108)
3. Gebruik het volle vermogen en draai uw linkerpols
tegen de terugslagbeveiliging om de kettingrem te activeren. De zaagketting moet onmiddellijk stoppen. (Fig. 109) WAARSCHUWING: Laat de voorste handgreep niet los! De vergrendeling van de activeringsschakelaar controleren
1. Zorg ervoor dat de activeringsschakelaar en de
vergrendeling vrij kunnen bewegen en dat de retourveer goed werkt. (Fig. 110)
2. Druk de vergrendeling van de activeringsschakelaar
naar voren (A) en naar beneden (B). Houd de vergrendeling van de activeringsschakelaar tegen de handgreep en controleer of deze terugkeert naar de oorspronkelijke positie wanneer u deze loslaat. (Fig. 111)
4. Start het product en laat het op vol vermogen
zaagketting stopt en blijft stilstaan. WAARSCHUWING: Neem contact op met uw servicedealer als de zaagketting draait terwijl de activeringsschakelaar in de stationaire stand staat. De kettingvanger controleren
1. De kettingvanger moet vrij zijn van beschadigingen.
2. Zorg dat de kettingvanger stabiel is en aan de
behuizing van het product is bevestigd. (Fig. 113) De functies van de gebruikersinterface controleren
1. Start het product. Zie
3. Controleer of het product stopt en de groene led
uitgaat. (Fig. 64) De accu en de accuhouder controleren
1. Reinig de accu en de accuhouder met een zachte
2. Reinig de koelsleuven en de accu-aansluitingen.
3. Controleer of de accu geen scheuren heeft en niet
beschadigd is. De acculader controleren
1. Controleer of de acculader en voedingskabel niet
beschadigd zijn. Controleer op scheuren en andere schade. (Fig. 115) Koelsysteem reinigen Het koelsysteem zorgt ervoor dat de motor niet te warm wordt. Het koelsysteem is voorzien van een luchtinlaat aan de linkerzijde van het product en een ventilator op de motor.
1. Maak het koelsysteem wekelijks schoon met een
borstel, of vaker indien nodig. (Fig. 116)
2. Zorg ervoor dat het koelsysteem niet vuil of verstopt
is. OPGELET: Een vuil of verstopt koelsysteem kan leiden tot oververhitting van het product. Dit kan schade aan het product veroorzaken. Zaagketting slijpen Informatie over de geleider en zaagketting WAARSCHUWING: Draag veiligheidshandschoenen wanneer u onderhoud aan de zaagketting uitvoert of de zaagketting gebruikt. Ook een zaagketting die niet beweegt, kan verwondingen veroorzaken. Als het zaagblad of de zaagketting versleten of beschadigd is, moet u deze vervangen door een door Husqvarna aanbevolen combinatie van zaagblad en zaagketting. Zo blijven de veiligheidsfuncties van het product behouden. Zie Accessoires op pagina 221 voor een lijst met aanbevolen combinaties voor het vervangen van het zaagblad en de zaagketting. 1951 - 003 - 20.06.2023 215• Zaagbladlengte, inch/cm. Informatie over de lengte van het zaagblad kunt u meestal vinden op het achterste uiteinde van het zaagblad. (Fig. 117)
- Aantal tanden in het neuswiel (T). (Fig. 118)
- Steek van de ketting, inch. De afstand tussen de aandrijfschakels van de zaagketting, moet overeenkomen met de tandsteek van het neuswiel en het kettingaandrijfwiel. (Fig. 119)
- Aantal aandrijfschakels (stuks). Het aantal aandrijfschakels wordt bepaald door het type zaagblad. (Fig. 120)
- Breedte geleidergroef, inch/mm. De breedte van de groef in het zaagblad moet gelijk zijn aan de breedte van de aandrijfschakels. (Fig. 121)
- Kettingolie-opening en opening voor kettingstrekkerpen. De geleider moet aangepast zijn aan het product. (Fig. 122)
- Breedte aandrijfschakel, mm/inch. (Fig. 123) Algemene informatie over het slijpen van zaagtanden Gebruik geen ongeslepen zaagketting. Als de zaagketting bot is, dient u meer druk toe te passen om de geleider door het hout te drukken. Als de zaagketting zeer bot is, ontstaan er geen houtsnippers maar zaagsel. Een scherpe zaagketting zaagt door het hout en de houtsnippers worden lang en dik. De zaagtand (A) en de dieptesteller (B) samen vormen het zagende deel van de zaagketting, de snijder. Het hoogteverschil tussen de twee geeft de zaagdiepte (instelling dieptesteller). (Fig. 124) Denk bij het slijpen van een zaagketting aan het volgende:
- Diameter van de ronde vijl. (Fig. 128) Het is niet gemakkelijk om zonder de juiste hulpmiddelen een zaagketting correct te slijpen. Gebruik een Husqvarna-vijlmal. Hiermee zorgt u voor maximale zaagprestaties en beperkt u het risico op terugslag. WAARSCHUWING: De terugslagkracht neemt aanzienlijk toe als u de slijpinstructies niet volgt. Let op: Zie Accessoires op pagina 221 voor informatie over het slijpen van de zaagketting. De messen slijpen
1. Gebruik voor het slijpen van de snijtanden een ronde
vijl en een vijlmal. (Fig. 129) Let op: Zie Accessoires op pagina 221 voor informatie over welke vijl en mal door Husqvarna wordt aangeraden voor uw zaagketting.
2. Breng de vijlmal correct aan op de messen.
Raadpleeg de instructies die bij de vijlmal worden meegeleverd.
3. Beweeg de vijl vanaf de binnenkant van de
snijtanden naar buiten. Verlaag de druk bij de trekslag. (Fig. 130)
4. Verwijder materiaal van één zijde van alle
5. Draai het product om en verwijder de resten aan de
6. Zorg ervoor dat alle snijtanden dezelfde lengte
hebben. Algemene informatie over hoe u de hoogte van de dieptesteller aanpast. De hoogte van de dieptesteller (C) neemt af wanneer u de zaagtanden (A) slijpt. Voor maximale zaagprestaties moet u de vijlresten verwijderen van de dieptesteller (B), zodat de dieptesteller de juiste hoogte heeft. Zie Accessoires op pagina 221 voor instructies over hoe u voor de juiste hoogte van de dieptesteller zorgt voor uw zaagketting. (Fig. 131) WAARSCHUWING: Een te hoge dieptesteller vergroot het terugslagrisico van de ketting! Hoogte van de dieptesteller aanpassen Zie De messen slijpen op pagina 216 voor instructies voordat u de vijlmal gaat instellen of de zaagtanden gaat
1951 - 003 - 20.06.2023slijpen. We raden aan de snijdiepte bij te stellen na elke derde kettingslijpbeurt. We raden u aan onze vijlmal voor de tanddiepte te gebruiken, om de juiste maat voor de tanddiepte en de juiste hoek van de dieptestellernok te krijgen. (Fig. 132)
1. Gebruik een platte vijl en een vijlmal om de hoogte
van de dieptesteller aan te passen. Gebruik alleen een Husqvarna-vijlmal om de juiste tanddiepte en vijlhoek te verkrijgen.
2. Plaats de vijlmal op de zaagketting.
Let op: Zie de verpakking van de vijlmal voor meer informatie over het gebruik.
3. Gebruik de platte vijl om het gedeelte van de
dieptesteller te verwijderen dat boven de vijlmal uitsteekt. (Fig. 133) De zaagketting spannen WAARSCHUWING: Een zaagketting die niet correct is gespannen, kan losschieten uit de geleider en ernstig of fataal letsel veroorzaken. Hoe meer u de ketting gebruikt, hoe langer deze wordt. Het is belangrijk om de zaagketting regelmatig af te stellen. Controleer de spanning van de zaagketting elke keer als u de kettingolie bijvult. Let op: Een nieuwe zaagketting heeft een inloopperiode waarin de spanning vaker moet worden gecontroleerd.
1. Klap de knop naar buiten tot deze opent. (Fig. 134)
2. Draai de knop linksom om het deksel van het
kettingaandrijfwiel los te maken. (Fig. 135)
3. Draai het kettingspannerwiel om de spanning van de
zaagketting af te stellen. De zaagketting moet strak aanliggen tegen de geleider. (Fig. 136) Let op: Draai het wiel omlaag (+) voor meer spanning en omhoog (-) voor minder spanning. De zaagketting heeft de juiste spanning als u de ketting nog gemakkelijk met de hand kunt draaien en de ketting strak aanligt tegen de geleider.
4. Draai de knop rechtsom om de geleiderknop vast te
138) De spanning van de zaagketting afstellen (met zaagbladbout)
1. Draai de zaagbladmoer los waarmee de afdekking
van het kettingaandrijfwiel is bevestigd. Gebruik de combinatietang. (Fig. 139)
2. Til de voorkant van de geleider op en draai
de stelschroef van de ketting aan. Gebruik de combinatietang.
3. Span de zaagketting totdat deze strak tegen de
geleider zit. (Fig. 140)
4. Draai de zaagbladmoer vast met de
combinatiesleutel en til hierbij tegelijkertijd de voorzijde van het zaagblad omhoog. (Fig. 141)
5. Controleer of de zaagketting gemakkelijk met de
hand kan worden rondgedraaid en of deze niet doorhangt aan de onderkant van het zaagblad. (Fig. 142) Let op: Zie Productoverzicht op pagina 198 voor de positie van de kettingspanschroef op uw product. Smering van de zaagketting controleren Controleer de smering van de zaagketting na elke derde keer dat u de accu oplaadt.
1. Start het apparaat en laat het draaien op driekwart
van het maximale vermogen. Houd het zaagblad ongeveer 20 cm (8 inch) boven een lichtgekleurd oppervlak.
2. Als de smering van de zaagketting correct is, ziet u
na 1 minuut een duidelijke olielijn op het oppervlak. (Fig. 143)
3. Als de smering van de zaagketting niet correct is,
voert u de volgende controles uit. a) Controleer het oliekanaal in de geleider om te controleren of dit niet verstopt is. Maak schoon indien nodig. (Fig. 144) b) Controleer de groef in de rand van de geleider om ervoor te zorgen dat deze schoon is. Maak schoon indien nodig. (Fig. 145) c) Zorg ervoor dat het neuswiel van het zaagblad soepel draait en dat de smeeropening van het tandwielpunt van de geleider open is. Maak schoon en smeer indien nodig. (Fig. 146)
4. Als de smering van de zaagketting niet correct is
nadat u de bovenstaande stappen hebt gevolgd, neem dan contact op met uw servicedealer. Het kettingaandrijfwiel controleren
- Controleer het kettingaandrijfwiel op slijtage. Vervang het kettingaandrijfwiel indien nodig.
- Het kettingaandrijfwiel moet vervangen worden telkens wanneer u de zaagketting vervangt. (Fig. 147) 1951 - 003 - 20.06.2023 217Snijuitrusting controleren
1. Controleer op scheurtjes in klinknagels en schakels
en op losse schakels. Vervang indien nodig. (Fig. 148)
2. Controleer of de zaagketting eenvoudig te buigen is.
Vervang de zaagketting wanneer deze onbuigzaam is.
3. Vergelijk de zaagketting met een nieuwe om te
bepalen of de klinknagels en schakels versleten zijn.
4. Vervang de zaagketting wanneer het langste deel
van de zaagtand kleiner dan 4 mm/0,16 inch is. Vervang de zaagketting ook als er scheurtjes in de zaagtanden zitten. (Fig. 149) De geleider controleren
1. Controleer of het oliekanaal niet verstopt is. Reinig
indien nodig. (Fig. 144)
2. Controleer de randen van de geleider op bramen.
Verwijder bramen met een vijl. (Fig. 150)
3. Reinig de groef in het zaagblad. (Fig. 145)
4. Controleer de geleidergroef op slijtage. Vervang het
zaagblad indien nodig. (Fig. 151)
5. Controleer de punt van de geleider op ruwheid en
overmatige slijtage. (Fig. 152)
6. Controleer of het neuswiel van het zaagblad soepel
draait en of de smeeropening in het neuswiel van het zaagblad open is. Maak schoon en smeer indien nodig. (Fig. 146)
7. Draai de geleider dagelijks om de levensduur te
verlengen. (Fig. 153) Probleemoplossing Gebruikersinterface LED-scherm Mogelijke fou- ten Mogelijke oplossing Het waarschu- wingslampje knippert. Kettingrem is ingeschakeld. Schakel de kettingrem uit. Temperatuuraf- wijking. Laat het product afkoelen. Overbelasting. De zaagketting kan niet bewe- gen. Maak de zaagketting los. De activerings- schakelaar en de start/stop- knop worden tegelijkertijd in- gedrukt. Laat de activeringsschakelaar los om het product te activeren. Groen active- ringslampje knippert. Lage accu- spanning. Laad de accu op. Het waarschu- wingslampje brandt. Service. Neem contact op met uw servicedealer. 218 1951 - 003 - 20.06.2023Accu Led-display Mogelijke fouten Mogelijke oplossing Groene led knippert. Lage accuspanning. Laad de accu op. Fout-led knippert. Temperatuurafwijking. Gebruik de accu bij temperaturen tussen -10 °C (14 °F) en 40 °C (104 °F). Spanning te hoog. Controleer of de netspanning over- eenkomt met de spanning van het product. Zie het productplaatje op het product. Haal de accu uit de acculader. Fout-led gaat branden Celverschil te groot (1 V). Neem contact op met uw servicedea- ler. Acculader Staat Mogelijke fouten Mogelijke procedure De oplaadled is rood. Permanente acculaderfout. Neem contact op met uw dealer. De oplaadled knippert groen. Temperatuurafwijking, de ac- cu is te koud of te heet om te gebruiken of op te laden. Laat de accu afkoelen of warm worden. Als de accu de juiste temperatuur heeft, kan deze weer worden gebruikt of opgeladen. Gebruik de acculader bij om- gevingstemperaturen tussen 5 °C en 40 °C. De oplaadled knippert rood. Defecte accu Neem contact op met uw dealer Vervoer, opslag en verwerking Transport en opslag
- De meegeleverde Li-ion-accu's voldoen aan de wettelijke vereisten voor gevaarlijke goederen.
- Neem de bijzondere voorschriften op de verpakking en labels voor commercieel transport in acht. Dit geldt ook voor derden en expediteurs.
- Neem contact op met een persoon die gespecialiseerd is op het gebied van gevaarlijke stoffen voordat u het product verzendt. Neem alle van toepassing zijnde nationale voorschriften in acht.
- Breng tape aan op blootliggende aansluitingen wanneer u de accu in een pakket plaatst. Plaats de accu strak in het pakket om beweging te voorkomen.
- Verwijder de accu bij opslag of vervoer.
- Plaats de accu en de acculader in een droge, vocht- en vorstvrije ruimte.
- Bewaar de accu niet op plaatsen waar statische elektriciteit aanwezig is. Bewaar de accu niet in een metalen doos.
- Bewaar de accu op een plaats met een temperatuur tussen 5 °C en 25 °C en niet in direct zonlicht.
- Bewaar de acculader op een plaats met een temperatuur tussen 5 °C en 45 °C en niet in direct zonlicht.
- Gebruik de acculader alleen als de omgevingstemperatuur tussen 5 °C en 40 °C ligt.
- Laad de accu op tussen de 30% en 50% voorafgaand aan langdurige opslag.
- Berg de acculader op in een ruimte die afgesloten en droog is.
- Bewaar de accu niet in de buurt van de acculader. Laat kinderen en andere onbevoegde personen niet aan de apparatuur komen. Bewaar de apparatuur in een ruimte die u kunt afsluiten. 1951 - 003 - 20.06.2023 219• Reinig het product en voer een volledige onderhoudsbeurt uit voordat u het product voor langere tijd opslaat.
- Gebruik de transportbescherming op het product om letsel bij personen of schade aan het product tijdens vervoer en opslag te voorkomen.
- Bevestig het product stevig tijdens vervoer. Accu, acculader en product afvoeren Het onderstaande symbool betekent dat het product geen huishoudelijk afval is. Lever het in bij een recyclepunt voor elektrische en elektronische apparatuur. Dit voorkomt vervuiling van het milieu en letsel bij personen. Neem contact op met de lokale autoriteiten, het afvalverwerkingsbedrijf of uw dealer voor meer informatie. (Fig. 24) Let op: Het symbool staat op het product of op de verpakking van het product. Technische gegevens Technische gegevens 240i Motor Type BLDC (borstelloos) 36 V Kenmerken Energiebesparende stand Opslaan Smeersysteem Type oliepomp Automatisch Inhoud olietank, ml/cm
0,2/200 Gewicht Acculoze kettingzaag, geleider, zaagketting en lege kettingolietank, kg 3,5 Geluidsemissies
Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 99 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd L
Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, gemeten volgens EN 62841-1
Geluidsemissies in de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG en EN ISO 22868 hebben een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 3 dB (A).
De gerapporteerde gegevens voor een geluidsdrukniveau voor de machine vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 3 dB(A).
Trillingsniveau volgens EN 62841-4-1. De gerapporteerde gegevens voor een trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van ± 1,5 m/s
. De opgegeven trillingsgegevens komen uit metingen waarbij de machine is voorzien van een zaagbladlengte en een aanbevolen type ketting. Als de machine is voorzien van een andere zaagbladlengte, kan het trillingsniveau met maximaal ± 1,5 m/s
variëren. 220 1951 - 003 - 20.06.2023240i Zaagketting/geleider Aanbevolen zaagbladlengtes, inch/cm 14-16-18/35,6-40,6-45,7 Effectieve zaaglengte, inch/cm 13-15-17/33,7-37,6-43,1 Type aandrijfwielen/aantal tanden 6 Maximale kettingsnelheid / (normale modus), m/s 11,8 Maximale kettingsnelheid / (SavE-modus), m/s 9,4 Accessoires Combinaties van geleiders en zaagkettingen De onderstaande snijuitrustingen zijn goedgekeurd voor het product. Geleider Zaagketting Type Lengte, inch Kettingsteek, inch Spoorbreedte,
Vijlbenodigdheden en vijlhoeken Gebruik een Husqvarna-vijlmal om de zaagketting te slijpen. Een Husqvarna-vijlmal zorgt ervoor dat u de tanden in de juiste hoek kunt vijlen. De onderdeelnummers vindt u in onderstaande tabel. Als u niet zeker weet hoe u het type zaagketting op uw product kunt herkennen, raadpleegt u voor meer informatie.
84-01 1951 - 003 - 20.06.2023 221Goedgekeurde accu's Accu BLi30 40-B140 Type Lithium-ion Lithium-ion Accucapaciteit, Ah 7.8 4,0 Nominale spanning, V 36 36 Gewicht, lb/kg 4.2/1.9 2,7/1,25 Goedgekeurde acculaders voor het product Acculader 40-C80 Netspanning, V 100-240 Frequentie, Hz 50-60 Vermogen, W 72 Uitgangsspanning, V d.c./ Ampère, A 43/1,6 222 1951 - 003 - 20.06.2023Verklaring van overeenstemming EU-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, tel: +46-36-146500, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het product: Beschrijving Draadloze kettingzagen Merk Husqvarna Type / model 240i Identificatie Serienummers vanaf 2022 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2011/65/EU "inzake beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektro- nische apparatuur" 2000/14/EG "betreffende de geluidsemissies in het milieu" De volgende normen zijn van toepassing: EN 62841-1:2015, EN 62841-4-1:2020 EN IEC 63000:2018, EN 55014-1:2021; EN 55014-2:2021. Aangemelde instantie: TÜV Rheinland LGA Products GmbH, Tillystrasse 2, D-90431 Nuernberg, Germany, 0197, heeft een EG-typeonderzoek uitgevoerd volgens de machinerichtlijn (2006/42/EG), artikel 12, punt 3b. Het certificaat heeft nummer: BM 50558450 0001. De geleverde kettingzaag is conform het exemplaar dat een EG-typeonderzoek heeft ondergaan. Voor informatie over geluidsemissies, zie Technische gegevens op pagina 220
Notice-Facile