A 460 A SP HW - Grasmaaier Wolf Garten - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis A 460 A SP HW Wolf Garten in PDF-formaat.
Veelgestelde vragen - A 460 A SP HW Wolf Garten
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding A 460 A SP HW - Wolf Garten en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. A 460 A SP HW van het merk Wolf Garten.
GEBRUIKSAANWIJZING A 460 A SP HW Wolf Garten
- Inhoudsopgave Voor uw veiligheid p. 38
- Monteren p. 40
- Bediening p. 40
- Tips voor het verzorgen van het gazon p. 43
- Transporteren p. 44
- Reiniging/Onderhoud p. 44
- Opbergen p. 44
- Garantie p. 46
- Informatie over de motor p. 46
- Storingen herkennen en oplossen Gegevens op het typeplaatje Deze gegevens zijn belangrijk om vast te stellen welk type zitmaaier u hebt bij het bestellen van vervan- gingsonderdelen en voor de klan- tenservice. U vindt het typeplaatje in de buurt van de motor. Alle gegevens van het typeplaatje van uw machine invullen in het onder- staande vak. Deze en andere gegevens over de machine vindt u op de aparte CE- conformiteitsverklaring die een bestanddeel van deze gebruiks- aanwijzing is. Afbeeldingen De pagina's met afbeeldingen aan het begin van de gebruiksaan- wijzing openvouwen. In deze gebruiksaanwijzing worden verschillende modellen beschreven. Grafische afbeeldingen kunnen in detail afwijken van de door u gekochte machine. Voor uw veiligheid Correct gebruik van de machine Deze machine is uitsluitend bestemd – voor het gebruik overeenkomstig de beschrijvingen en veiligheidsvoorschriften in deze gebruiksaanwijzing; – voor het maaien van gazons in particuliere tuinen. Elk ander gebruik is onbedoeld gebruik. Onbedoeld gebruik heeft het vervallen van de garantie en afwijzing van elke verantwoorde- lijkheid van de fabrikant tot gevolg. De gebruiker is aansprakelijk voor alle schade aan derden en aan hun eigendom. Eigenmachtige wijzigingen aan de machine sluiten aansprakelijkheid van de fabrikant voor de hierdoor ontstane schade uit. Neem de veiligheids- en bedieningsvoorschriften in acht Lees, als gebruiker van deze machine, voor het eerste gebruik van de machine deze gebruiksaan- wijzing zorgvuldig door. Handel volgens de voorschriften en bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik. Laat kinderen of andere personen die deze gebruiksaanwijzing niet kennen de machine nooit gebruiken. Alle personen, die betrokken zijn bij de inbedrijfstelling, bediening en onderhoud van het apparaat, moeten overeenkomstig zijn gekwalificeerd. Geef de gebruiksaanwijzing met de machine mee aan een nieuwe eigenaar. Algemene veiligheidsvoorschriften In dit hoofdstuk vindt u algemene veiligheidsvoorschriften. Waar- schuwingen die betrekking hebben op bepaalde onderdelen van de machine, op functies of op hande- lingen, vindt u op de desbetref- fende plaats in deze gebruiksaan- wijzing. Veiligheidsvoorschriften en aanwij- zingen voor motor, accu en accuo- plaadapparaat vindt u in het mee- geleverde motorhandboek. Voordat u de machine in gebruik neemt Personen die deze machine gebruiken, mogen niet onder invloed zijn van alcohol, drugs of medicijnen. Personen jonger dan 16 jaar mogen de machine niet bedienen en mogen geen overige werkzaam- heden aan de machine uitvoeren, bijv. onderhoud, reiniging of instel- lingen. De minimumleeftijd van de gebruikers kan worden vastgelegd door plaatselijke bepalingen. Deze machine is niet bestemd om te worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met beperkt fysieke, sensorische of geestelijke vermogens, met gebrekkige ervaring en/of gebrekkige kennis, tenzij ze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verant- woordelijke persoon of aanwij- zingen van deze persoon m.b.t. van het gebruik van de machine hebben gekregen. Houd kinderen onder toezicht en zorg dat ze niet met deze machine kunnen spelen. Gebruik de machine niet zonder passende opleiding of bij ver- moeidheid of ziekte. Alle personen, die betrokken zijn bij de inbedrijfstelling, bediening en onderhoud van het apparaat, moeten overeenkomstig zijn gekwalificeerd. Maak uzelf vóór het begin van de werkzaamheden vertrouwd met alle voorzieningen en bedienings- elementen en de functie daarvan.Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor Nederlands p. 46
Bewaar brandstof alleen in daarvoor goedgekeurde tanks en nooit in de buurt van een verwar- mingsbronnen (bijv. ovens of warmwaterboilers). Vul de tank van de machine alleen buitenshuis. Vul de tank nooit met benzine als de motor loopt of heet is. Vervang een beschadigde uitlaat, tank of tankdop. Controleer voor gebruik, – of de grasvanger werkt en de uitwerpklep goed sluit. Vervang versleten of ontbrekende delen onmiddellijk. – of verticuteergereedschappen, bevestigingsbouten en de hele verticuteer-eenheid versleten of beschadigd zijn. Laat versleten of beschadigde onderdelen door een gespecialiseerd bedrijf altijd alleen per set vervangen om onbalans uit te sluiten. Het meegeleverde oplaadapparaat is uitsluitend bestemd voor het opladen van de in de machine gebruikte accu. De accu mag alleen door dit oplaadapparaat worden opgeladen. Vervangingsonderdelen en toebe- horen moeten voldoen aan de door de fabrikant vastgelegde eisen. Gebruik daarom alleen originele reserveonderdelen/toebehoren of de door de fabrikant goedgekeurde reserveonderdelen/toebehoren. Neem bij het vervangen altijd de meegeleverde inbouwinstructies in acht. Het gebruik van niet door de fabrikant vrijgegeven reserveon- derdelen of toebehoren kan een aanzienlijk veiligheidsrisico vormen. Laat reparaties uitsluitend door een gekwalificeerd vakman of een gespecialiseerde werkplaats uit- voeren. Laat altijd alle onderhoudswerk- zaamheden volgens de planning uitvoeren, om de machine in een veilige bedrijfstoestand te houden. Tijdens werkzaamheden met de machine Tijdens werkzaamheden met of aan de machine moet u passende werkkleding dragen, zoals: – Stevige schoenen, – lange broek, – nauwsluitende kleding, – gehoorbescherming, – Veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen vermindert het gevaar voor letsel. Vermijd het dragen van losse kleding of kleding met los han- gende koorden of riemen. Werken zonder gehoorbe- schermers kan tot gehoorverlies leiden. Neem ook bij het dragen van gehoorbescherming regelmatig pauzes om uw gehoor te beschermen. Alle veiligheidsvoorzieningen moeten altijd volledig en zonder gebreken op de machine zijn aan- gebracht. Verander de veiligheidsvoorzie- ningen niet. Gebruik de machine alleen in de door de fabrikant voorgeschreven en geleverde technische toestand. Verander de fabrieksinstellingen van de motor nooit. Vermijd open vuur, vonkvorming en rook niet. Aanwijzingen m.b.t. trillingen: De inwerking van trillingen kan de zenuwen beschadigen en de bloedsomloop in handen en armen verstoren. – Draag bij werkzaamheden in een koude omgeving warme kleding en houd uw handen warm en droog. – Neem pauzes. – Merkt u dat de huid bij uw vingers of handen gevoelloos wordt, jeukt, zeer doet of wit verkleurt, stop dan met werken met de machine en bezoek eventueel een arts. Vóór alle werkzaamheden aan deze machine Ter bescherming tegen verwon- dingen altijd vóór werkzaamheden (bijv. onderhouds- en instelwerk- zaamheden) aan deze machine en het verplaatsen (bijv. optillen of dragen) van de machine – de motor uitschakelen, – trek de sleutel (indienaanwezig) uit het contactslot, – wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen en de motor is afgekoeld. – trek de bougiestekker los van de motor om onbedoeld starten van de motor te voorkomen, – de startaccu van de motor verwijderen, – neem de aanvullende veiligheidsvoorschriften in het motorhandboek in acht. Na werkzaamheden met de machine Verlaat de machine nooit zonder de motor uit te zetten en (indien aan- wezig) de sleutel uit het contactslot te trekken. Veiligheidsvoorzieningen Afb. 1 Gevaar Gebruik nooit een machine met beschadigde of zonder gemon
teerde veiligheidsvoorzieningen. Veiligheidsbeugel (1) De veiligheidsbeugel dient voor uw veiligheid om motor en messen in een noodgeval te stoppen. Er mag niet worden geprobeerd om deze functie uit te schakelen. Uitwerpklep (2) of botsbeveiliging (3) De uitwerpklep of botsbeveiliging beschermt u tegen verwondingen door het snijwerk en naar buiten geslingerde voorwerpen. De machine mag alleen worden gebruikt met de uitwerpklep of botsbeveiliging. !Nederlands Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor
Symbolen op de machine Op de machine bevinden zich diverse stickers met symbolen. Deze hebben de volgende bete- kenis: Let op! Lees de gebruiksaanwijzing vóór de ingebruik- neming! Houd derden uit de buurt van het gevaar- lijke gebied. Schakel de motor uit en trek de sleutel uit het contact vóór alle werkzaamheden aan de machine en voordat u de machine verlaat. Neem de aanvul- lende aanwijzingen in het hoofdstuk „Voor uw veiligheid” in acht. Voor werkzaam- heden aan de maai- gereedschappen de bougiestekker lostrekken! Houd vingers en voeten uit de buurt van de verticuteerge- reedschappen! Schakel de machine uit en trek de bougie- trekker los voordat u de machine instelt, schoonmaakt of con- troleert. Verwondingsgevaar – werk alleen met een gemonteerde uitwerpo- pening. Zorg dat de symbolen op de machine altijd goed leesbaar zijn. Symbolen in de gebruiksaanwijzing In deze gebruiksaanwijzing worden symbolen gebruikt die op gevaren of op belangrijke aanwijzingen wijzen. Deze symbolen hebben de volgende betekenis: Gevaar U wordt gewezen op gevaren die met de beschreven werkzaamhe
den samenhangen en waarbij gevaar voor personen bestaat. Let op U wordt gewezen op gevaren die met de beschreven werkzaamhe
diging van de machine tot gevolg kunnen hebben. Aanwijzing Markeert belangrijke informatie en gebruikstips. Monteren De montage van de machine wordt getoond op een apart bijgevoegd blad met afbeeldingen. Verwijderingsinstructie Verpakkingsresten, oude machines, etc., moeten volgens de geldende voorschriften worden gerecycled. Bediening Raadpleeg ook de aanwijzingen in het handboek bij de motor. Gevaar Ongeval – Personen, kinderen of dieren mogen zich bij het maaien nooit in de buurt van de machine bevinden. Verwondingsgevaar door naar buiten geslingerde stenen of andere voorwerpen. Val – Beweeg het apparaat alleen op loopsnelheid. – Wees bijzonder voorzichtig als u achteruit maait en u de machine naar u toe trekt. – Bij het maaien op steile hellingen kan de machine kantelen en u kunt gewond raken. Maai altijd dwars op een helling, nooit omhoog of omlaag. Maai niet op hellingen met een stijging van meer dan 20 %. – Wees bijzonder voorzichtig wanneer u van rijrichting ver
andert en let altijd op dat u stevig staat. – Er bestaat verwondingsgevaar bij het maaien aan de grens van een gazon. Maaien in de buurt van randen, hekken of steile hel
lingen is gevaarlijk. Houd bij het maaien de veiligheidsafstand aan. – Bij het maaien van nat gras kan de machine wegglijden door ver
minderde grip op de grond en kunt u vallen. Maai alleen als het gras droog is. – Werk alleen bij daglicht of bij vol
doende kunstlicht. Verwonding – De door de stuurstang gegeven veiligheidsafstand tot het rondlo
pende gereedschap moet altijd in acht worden genomen. – Het werkbereik van de bediener bevindt zich tijdens gebruik achter de stuurstang. – Houd nooit uw handen of voeten tegen of onder draaiende onder
!Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor Nederlands
– Gebruik de machine niet bij slechte weersomstandigheden of bij kans op regen of onweer. – Gebruik het apparaat alleen bij droog weer. – Het apparaat niet blootstellen aan regen of nattigheid. In vochtig gras kan het apparaat door minder grip op de grond slippen. – Stop de motor en wacht tot het verticuteergereedschap tot stil
stand is gekomen: – voordat u de machine kantelt, – voor het verplaatsen van de machine over een ander oppervlak dan gras. – Zet de motor uit. Om onbedoeld starten van de motor te voor
komen: contactsleutel (indien aanwezig) uit het contact trekken, motor laten afkoelen en bougie lostrekken, – voordat u verstoppingen en blokkeringen uit de uitwerpopening verwijdert, – voordat u de gazonmaaier controleert, reinigt of instelt en voordat u werkzaamheden aan de machine uitvoert, – als een voorwerp is geraakt. Controleer de gazonmaaier op schade en breng de maaier in het geval van schade naar een reparatiebedrijf. – als de machine ongewoon gaat trillen, Moet u de machine onmiddellijk controleren. – Til of draag nooit een machine met lopende motor. – Controleer het terrein waar u de machine gebruikt en verwijder alle voorwerpen die kunnen worden meegenomen en wegge
slingerd door de machine. – Als een voorwerp (bijv. een steen) door het mes wordt geraakt of als de machine abnormaal begint te trillen: motor onmiddellijk uitzetten. Machine vóór verder gebruik door een gespecialiseerde werk
plaats op schade laten onder
zoeken. – Ga bij een sikkelmaaier nooit voor de grasuitwerpopeningen staan. Machines met grasvanger: – Bij het verwijderen van de gras
vanger kunt uzelf of kunnen anderen door naar buiten geslingerd maaigoed of door een voorwerp gewond raken. Maak de grasvanger nooit leeg terwijl de motor loopt. Schakel de machine uit. Verstikkingsgevaar door koolmonoxyde! Laat de verbrandingsmotor alleen buitenshuis lopen. Explosie- en brandgevaar – Benzinedampen zijn explosief en benzine is zeer ontvlambaar. – Tank brandstof voordat u de motor start. Houd de tank gesloten als de motor loopt of nog heet is. – Brandstof alleen bijvullen nadat de motor is uitgeschakeld of afgekoeld. Vermijd open vuur, vonkvorming en rook niet. Vul de tank van de machine alleen bui
tenshuis. – Als er brandstof overgelopen is, de motor niet starten. Machine verwijderen van de plaats waar brandstof is gelekt en wachten tot de brandstofdampen ver
vluchtigd zijn. – Ter voorkoming van brand
gevaar dient u de volgende delen vrij van gras en naar buiten komende olie te houden: – Motor – Uitlaat – Batterijen/accu's – Benzinetank. Struikelgevaar – Beweeg het apparaat alleen op loopsnelheid. Let op Schade aan de machine – Stenen, rondslingerende takken en andere voorwerpen kunnen tot schade aan het apparaat en de werking ervan leiden. Ver
wijder vaste voorwerpen uit het gebied waar wordt gewerkt. – Gebruik de machine alleen in probleemloze toestand. Voor elk gebruik een visuele controle uit
voeren. Controleer in het bij
zonder of veiligheidsvoorzieningen, bedie
ningselementen en schroefver
bindingen niet beschadigd zijn en stevig vastzitten. Vervang beschadigde onder
delen vóór het in gebruik nemen. – Nooit een accu gebruiken die vervormd, gevallen of beschadigd is. – Accu en oplaadapparaat niet blootstellen aan regen of vocht. Werktijden Neem de geldende voorschriften met betrekking tot gebruikstijden in acht (vraag eventueel na bij uw gemeente). Positieaanduidingen Bij het aangeven van posities op de machine (links, rechts, enz.) gaan wij altijd uit van de geleidingsstang gezien in de werkrichting van de machine. Voor de eerste ingebruikneming Vullen met motorolie Let op De machine wordt in verband met het transport zonder motorolie geleverd. Voeg daarom voor de eerste ingebruikneming motorolie toe. Accu opladen (machines met elektrische start) Alle aanwijzingen en informatie betrekking tot accu en oplaadapparaat uit het motorhandboek in acht nemen en opvolgen. Gevaar voor brandwonden en vergiftiging Er moet rekening mee worden gehouden dat In uitzonderlijke gevallen vloeistoffen of gassen naar buiten komen. !Nederlands Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor
Gevaar voor stroomschok Controleer het oplaadapparaat voor elk gebruik op beschadigingen aan de buitenkant. Gebruik nooit een oplaadapparaat dat bescha
digd of gevallen is. Let op – Controleer, of de specificaties op het typeplaatje van het laadap
paraat van 220–230 V en 50 Hz overeenstemmen met het voe
dingsnet dat u gebruikt. – Accu en oplaadapparaat beschermen tegen vocht, regen, sneeuw en vorst. – Accu alleen in een goed geventi
leerde en droge ruimte opladen. – Verbinding van het oplaadap
paraat met het stroomnet ver
breken nadat u de accu heeft verwijderd. – Nooit voorwerpen in de con
tacten van de accu steken. – Verbreek de verbinding met het stroomnet voordat u werkzaam
heden aan het oplaadapparaat uitvoert. – Accu en oplaadapparaat niet openen. Alle werkzaamheden aan accu en oplaadapparaat laten uitvoeren door een gespe
cialiseerd bedrijf. Afb. 2 Laad de accu minstens 1 uur vóór het eerste gebruik van het apparaat op. Gebruik alleen het meegeleverde oplaadapparaat. Aanwijzing Uitgebreide informatie met betrekking tot opladen en accutoe- standsindicatie vindt u in het motor- handboek. Weggooien van het oplaadapparaat Voor het oplaadapparaat gelden de voorschriften voor het weggooien van elektrische apparaten. Neem de plaatselijke voorschriften in acht. Instelwerkzaamheden voor elk gebruik Verwondingsgevaar Vóór alle werkzaamheden aan deze machine – Zet de motor uit, – Trek de sleutel (indien aanwezig) uit het contactslot. – Wacht tot alle bewegende onder
delen volledig tot stilstand zijn gekomen. De motor moet afge
koeld zijn. – Trek de bougiestekker van de motor los op onbedoeld starten van de motor te voorkomen. – Startaccu van de motor verwij
deren. Grasvanger bevestigen (alleen bij machines met gras- vanger) Afb. 11 Uitwerpklep optillen en de grasvanger bevestigen. Maaihoogte instellen Let op Maaihoogte bij oneffen terrein zodanig kiezen dat het maaimes nooit met de bodem in aanraking komt. Afb. 3 en 4 Stel de maaihoogte van het gras naar wens in. Instelmogelijkheid (afhankelijk van het model) van ca. 3 cm tot maximaal 9 cm. Aanwijzing Stel bij machines met wielver- stelling alle wielen op dezelfde hoogte in. Model A - afb. 3 Trek aan de stip en laat deze in de gewenste stand vastklikken. Model B - afb. 4 Duw de hendel van de centrale hoogteverstelling vooruit of achteruit en laat deze in de gewenste stand vastklikken. Tanken en oliepeil controleren Benzine, loodvrij tanken (zie motorhandboek). Vul de brandstoftank maximaal tot 2 cm onder de rand van de vulopening. Brandstoftank goed afsluiten. Controleer het oliepeil. Voeg indien nodig olie toe (zie het handboek van de motor). Batterijvak op motor reinigen Vreemde voorwerpen en vuil op het batterijvak met een doek en borstel verwijderen. Motor starten Afb. 5 Gevaar Ter bescherming tegen verwondin
gen, – de motor niet starten als u voor de uitwerpopening staat; – handen en voeten uit de buurt houden van het maaimecha
nisme; – breng nooit handen of voeten of andere lichaamsdelen in de buurt van draaiende delen. Houd u altijd uit de buurt van de uitwer
popening. Voordat u de motor start, koppelt u alle maaigereedschappen en aan
drijvingen los. Kantel de machine bij het starten niet. Plaats de machine op een egaal oppervlak met bij voorkeur kort of weinig gras. Aanwijzingen m.b.t. de motor – Neem de informatie in de gebruiksaanwijzing van de motor in acht. – Enkele modellen hebben geen gashendel. Het toerental wordt automatisch ingesteld. De motor loopt altijd met optimaal toerental. Startaccu in het batterijvak van de motor plaatsen tot deze vastklikt – afb. 5A. Open de benzinekraan (indien aanwezig). Zet de gashendel (indien aanwezig) op /max – afb. 5B.
!Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor Nederlands
Ga achter de machine staan, druk de veiligheidsbeugel in en houd deze vast – afb. 5C. Contactsleutel op stuurstang bedienen tot de motor aanspringt (startpoging max. 5 seconden, tot de volgende poging minstens 1 minuut wachten) – afb. 5C. Als de motor loopt: De gashendel (indien aanwezig) tussen /max en /min duwen om de motor kort te laten warmlopen. Zet voor het maaien van het gazon de gashendel (indien aanwezig) op volgas. Aanwijzing Zie het motorhandboek voor meer informatie over de bediening van de motor. Motor stoppen Afb. 7 Zet de gashendel (indien aanwezig) in stand /min. Laat de veiligheidsbeugel los. De motor en de messen stoppen na korte tijd. Met de machine werken Wielaandrijving in- en uitschakelen (alleen bij machines met aange- dreven wielen) Afb. 6 Wielaandrijving inschakelen : Wielaandrijvingsbeugel (2) samen met de veiligheidsbeugel (1) naar voren duwen. Hoe verder er naar voren wordt geduwd, hoe sneller de machine rijdt. Wielaandrijving uitschakelen : Wielaandrijvingsbeugel (2) samen met de veiligheidsbeugel (1) helemaal naar achter trekken. Aanwijzing Door de constructie kan het voor- komen dat bij het terugtrekken van de machine de achterwielen veel weerstand ondervinden. Dit is geen fout van de machine, maar een technisch noodzakelijk ver- schijnsel. Oplossing (afhankelijk van het model).: Machine zonder aange- trokken aandrijfbeugel eerst een beetje naar voren duwen en ver- volgens naar achteren. Grasvanger verwijderen en leegmaken (bij machines met grasvanger) Afb. 11 Als er maaigoed op de grond blijft liggen of de vulpeilindicatie (opti- oneel, afb. 12) aangeeft dat de mand vol is: Laat de veiligheidsbeugel los en wacht tot de motor stilstaat. Uitwerpklep optillen en de grasvanger verwijderen. Grasvanger leegmaken. Werken zonder grasvanger Indien u de grasvanger verwijdert, klapt de uitwerpklep naar beneden. Bij werkzaamheden zonder gras- vanger wordt het maaigoed recht- streeks naar beneden uitge- worpen. Ombouwen voor mulchen (bij machines met optioneel mulch- toebehoren) Machines met achterwaartse uitworp: Afb. 8A Til de uitwerpklep omhoog. Grasvanger verwijderen. Zet de mulchspie in (afhankelijk van het model). Laat de uitwerpklep omlaag. Aanwijzing Modellen met geïntegreerde mul- chfunctie hebben geen aparte mul- chspie nodig. Deze functie wordt overgenomen door een speciaal gevormde achterklep (afbeelding 8B). Machines ombouwen voor zijwaartse uitworp (afhankelijk van de uitvoering) Indien aanwezig: Grasvanger verwijderen en klep van achterwaartse uitworp omlaag zetten. Botsbescherming/mulchsluiting omhoog zetten en zijwaartse uitworp monteren (afb. 9). Na beëindiging van de werkzaamheden Trek de sleutel (indien aanwezig) uit het contactslot. Wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen en de motor is afgekoeld, Sluit de benzinekraan (indien aanwezig – zie de gebruiksaanwijzing van de motor). Trek de bougiestekker van de motor los. Maak de grasbak leeg. Startaccu van de motor verwijderen – afb. 16. Accu indien nodig opladen. Afb. 17 Druk op de toets (1) van de accu om de accuoplaadtoestand te controleren. De LED (2) geeft ongeveer de oplaadtoestand aan. Als de LED knippert, de accu onmiddellijk opladen. Aanwijzing Parkeer de machine alleen met een afgekoelde motor in een gesloten ruimte. Tips voor het verzorgen van het gazon Enkele tips om uw gazon gezond en gelijkmatig te laten groeien. Maaien Gazon bestaat uit verschillende soorten gras. Als u vaak maait, bevordert dit de groei van gras met stevige wortels. Als u minder vaak maait, bevordert dit de groei van lang gras en onkruid (bijv. klaver en madeliefjes). De normale hoogte van een gazon bedraagt ca. 4–5 cm. Maai slechts
van de totale hoogte. Dus bij 7– 8 cm op normale hoogte knippen. Maai het gazon, indien mogelijk, niet korter dan 4 cm omdat het anders bij droog weer beschadigd raakt.Nederlands Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor Lang gras (bijv. na de vakantie) in verschillende beurten tot normale lengte maaien.Bij het maaien de maaibanen altijd iets laten overlappen. Mulchen (met toebehoren) Het gras wordt bij het maaien in kleine stukjes (ca. 1 cm) gesneden en blijft liggen. Het gazon krijgt zo de beschikking over veel voedings-stoffen. Voor een optimaal resultaat moet het gazon altijd kort worden gehouden. Zie ook het gedeelte „Maaien”. De volgende aanwijzingen bij het mulchen opvolgen:– Maai geen nat gras. – Maai nooit meer dan 2 cm van de totale lengte van het gras af.– Rijd langzaam.– Gebruik het maximale toerental.– Reinig het snijwerk regelmatig. Transporteren Korte stukken met de hand Gevaar Door het snijmechanisme kunnen voorwerpen worden gegrepen en weggeslingerd. Dit kan schade ver
oorzaken. Als u de machine wilt verplaatsen over andere oppervlakken dan gras, dient u eerst de motor te stop
pen. Met een voertuig Gevaar Altijd voor het transport motor stop
pen en laten afkoelen. De bou
giestekker lostrekken. Vervoer de machine niet in een gekantelde positie. Zorg ervoor dat de machine bij transport op of in een voertuig niet kan gaan schuiven. De machine alleen met een lege brandstoftank transporteren. Tank
deksel moet stevig afgesloten zijn. Machines met uitklapbare stang:Afb. 10 Door de stuurstang samen te klappen, kunt u de machine makkelijker opbergen. Reiniging/Onderhoud Gevaar Ter voorkoming van letsel, voor alle werkzaamheden aan de machine – de motor uitschakelen, – trek de sleutel (indien aanwezig) uit het contactslot, – wacht tot alle bewegende delen volledig tot stilstand zijn gekomen en de motor is afge
koeld. – trek de bougiestekker los van de motor om onbedoeld starten van de motor te voorkomen, – startaccu van de motor verwij
deren, – neem de aanvullende veilig
heidsvoorschriften in het motor
handboek in acht. Gevaar Laat ter bescherming tegen ver
wondingen door het maaimecha
nisme alle werkzaamheden zoals het vervangen of slijpen van het maaimes alleen uitvoeren door een gespecialiseerd reparatiebedrijf (speciaal gereedschap vereist). Let op Kantel de machine altijd zo dat de bougie naar boven wijst, zodat door brandstof of olie geen motorschade ontstaat. AanwijzingRegelmatige verzorging zorgt voor een lange levensduur en een sto-ringvrij gebruik. Onvoldoende onderhoud van uw apparaat kan tot veiligheidsgerelateerde gebreken leiden. Onderhoud Let op De onderhoudsvoorschriften in het motorhandboek opvolgen. Laat de machine aan het einde van het sei
zoen nakijken en onderhouden door een onderhoudsbedrijf. Alle reparaties alleen door een gespecialiseerd bedrijf laten uit
voeren. Let op Gevaar voor het milieu door motorolie. Lever na het verversen van de olie de afgewerkte olie in bij een inza
melplaats voor afgewerkte olie of een afvalverwerkingsbedrijf. Milieugevaar door batterijen en accu's. Lege batterijen en accu's horen niet bij het huisvuil. Geef lege bat
terijen en accu's af bij uw leveran
cier of een verwerkingsbedrijf. Verwijder de batterijen of accu's voordat het apparaat naar de sloop gaat. AanwijzingNeem de controle- en onder-houdsintervallen in de gebruiks-aanwijzing van de motor in acht.Sommige modellen zijn voorzien van een elektronische onder-houdsindicatie (afbeelding 13). Neem naast de onderhoudsaanwij-zingen in de gebruiksaanwijzing ook de onderhoudsindicaties in acht. Zie voor bediening en overige informatie de aparte gebruiksaan-wijzing van de onderhoudsindi-catie. Voor elk gebruik Oliepeil controleren, indien nodig olie toevoegen. Controleren of schroefverbin-dingen vastzitten en indien nodig aandraaien. Veiligheidsvoorzieningen controleren. Vreemde voorwerpen en vuil van het batterijvak op de motor met een doek en borstel verwijderen.
!Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor Nederlands Controleer het ingrijppunt van de koppeling:(alleen bij machines met aange-dreven wielen)– Als de motor draait en de wielaandrijving uitgeschakeld is, mag de machine niet vooruit bewegen.– Als de motor draait en de wielaandrijving ingeschakeld is, moet de machine vooruit rijden.Afb. 15 Afhankelijk van de uitvoering kan de wielaandrijvingskabel door omsteken van bevestigingsgat A naar B worden bijgesteld.AanwijzingAlleen vereist indien vanwege slijtage de snelheid bij volledig naar voren geduwde wielaandrijvings-beugel steeds minder wordt. Na de eerste 2–5 bedrijfsuren olie vervangen, zie bijgevoegd motorhandboek. Altijd na het maaien of indien nodig Accu opladen. Eenmaal per seizoen Ververs de olie. Zie het meegeleverde motorhandboek. Smeer de scharnierpunten en de draaiveer van de uitwerpklep. Laat de machine aan het einde van het seizoen nakijken en onderhouden door een onderhoudsbedrijf. Laat accu en oplaadapparaat regelmatig (minstens 1x per jaar) door een gespecialiseerd bedrijf controleren. Reinigen Let op Reinig de machine na elk gebruik. Een niet gereinigde machine leidt tot materiaalschade en functiesto
ringen. Gebruik voor het reinigen geen hogedrukreiniger. Grasvanger reinigen (alleen bij machines met gras-vanger)Het reinigen direct na het maaien is het meest eenvoudig. De grasvanger verwijderen en leegmaken. De grasvanger kan met een krachtige waterstraal (uit een tuinslang) worden gereinigd. De grasvanger voor het volgende gebruik grondig laten drogen. Gazonmaaier reinigen Gevaar Werkzaamheden aan de messen kunnen verwondingen veroorza
ken. Draag werkhandschoenen voor uw bescherming. Let op Kantel de machine altijd zo dat de bougie naar boven wijst, zodat door brandstof of olie geen motorschade ontstaat. Spuit de machine niet met water af. Anders kunnen elektrische delen beschadigd raken. Accu en oplaadapparaat tegen vocht beschermen. Reinig de machine indien mogelijk altijd meteen na het maaien.Batterijvak op motor reinigen Vreemde voorwerpen en vuil van het batterijvak op de motor met een doek en borstel verwijderen.Machines zonder dekwassysteem: Reinig de verticuteerruimte en de uitwerpklep met een borstel, handveger of lap, Zet de machine op de wielen en verwijder alle zichtbare gras- en vuilresten.Machines met dekwassysteem:Afb. 14Gazonmaaiers met dekwas-systeem zijn uitgevoerd met een wateraansluiting. Daarmee kunnen grasresten van de onderzijde van het maaidek worden afgespoeld en kan aanslag van corroderende che-micaliën worden voorkomen. Na het maaien als volgt te werk gaan: Machine op een egaal oppervlak zonder grind, stenen enz. neerzetten.AanwijzingUitwerpschacht mag niet naar huizen, garages en dergelijke gericht zijn. Monteer een in de handel verkrijgbare slangadapter (optioneel meegeleverd) op een waterslang en sluit deze aan op de wateraansluiting van het maaidek. Waterkraan opendraaien. Motor starten en enkele minuten laten lopen. Motor stoppen en waterslang van machine losmaken.Na het reinigen: Motor starten en enkele minuten laten lopen om de onderzijde van het maaidek te drogen. Motor stoppen. Opbergen Gevaar Explosie- en brandgevaar. Bewaar de machine met brandstof (benzine) in de tank nooit in ruim
ten waarin brandstofdampen met open vuur of vonken in aanraking kunnen komen. Let op Schade aan de machine. – Sla de machine (met een afge
koelde motor) alleen op in schone en droge ruimten. – Bescherm de machine tegen cor
rosie bij opslag gedurende een langere periode, bijv. in de winter. – Accu en oplaadapparaat op een koele en droge plaats bewaren. – Accu en oplaadapparaat beschermen tegen vocht, regen, sneeuw en vorst. Na het seizoen of wanneer het apparaat langer dan een maand niet wordt gebruikt: Laat de brandstof in een geschikte bak lopen en behandel de motor zoals beschreven in het motorhandboek.
!Nederlands Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor
Let op Tap de brandstof alleen buitens
huis af. machine en grasvanger reinigen. Alle metalen onderdelen ter bescherming tegen roest afvegen met een lap met olie (zonder hars) of met oliespray inspuiten. Accu opladen. Garantie In elk land gelden de door ons bedrijf of door de importeur opge- geven garantiebepalingen. Sto- ringen aan uw apparaat verhelpen wij kosteloos in het kader van de garantie, indien een materiaal- of produktiefout hiervan de oorzaak is. Neem voor garantie contact op met uw verkoper of de dichtstbij- zijnde vestiging. Informatie over de motor De motorfabrikant is aansprakelijk voor alle motorproblemen m.b.t. vermogen, vermogensmeting, technische gegevens, garantie en service. Meer informatie vindt u in de apart meegeleverde gebruiks- aanwijzing van de motor. Storingen herkennen en oplossen Storingen bij het gebruik van de gazonmaaier hebben vaak een- voudige oorzaken die u dient te kennen en die u deels zelf kunt ver- helpen. In geval van twijfel helpt uw leverancier u graag verder.
Probleem Mogelijke oorzaak/oorzaken Oplossing Motor start niet. Gashendel staat niet goed. Zet de gashendel op de stand of CHOKE (bij koude motor). Zet de gashendel op stand /max. of START (bij warme motor). Maaier staat in hoog gras. Zet de maaier op een oppervlak met laag gras. Geen brandstof in de tank. Vul de tank met schone, verse brandstof. Bougiestekker niet aangesloten. Bougiestekker vaststeken. Brandstof oud of vuil. Vervang de brandstof door verse brandstof. Luchtfilter vervuild. Luchtfilter reinigen. Accu niet juist ingezet. Accu juist in het batterijvak op de motor plaatsen en laten vastklikken. Accu leeg. Laad de accu op met het meegeleverde oplaadapparaat. Kabel beschadigd. Controleer of de elektrische kabel in orde is. Accu defect. Accu door een gespecialiseerd bedrijf laten controleren. Ongewone geluiden (gerammel, geratel, geklepper). Schroeven, moeren of andere bevestigingsonderdelen zijn losgeraakt. Maak de onderdelen vast. Als de geluiden blijven: Ga naar een gespecialiseerd bedrijf.Gebruiksaanwijzing – Gazonmaaier met verbrandingsmotor Nederlands
Schokken, trillingen. Mes los. Laat de mesbevestigingsschroef door een reparatiebedrijf vastdraaien. Mes beschadigd. Laat het mes door een reparatiebedrijf vervangen. Mes niet goed uitgebalanceerd. Laat het mes door een reparatiebedrijf vervangen of uitbalanceren. Motorbevestiging losgeraakt. Motor laten vastzetten door een reparatiebedrijf. Machine maait niet zuiver of toerental daalt. Gras te hoog. Stel een grotere maaihoogte in of maai eventueel een tweede keer. Gras blijft liggen of grasbak raakt niet vol Gras te vochtig. Laat het gazon drogen. Uitwerpopening verstopt. Zet de motor uit en maak de verstopping ongedaan. Messen stomp. Laat het mes door een reparatiebedrijf vervangen of slijpen. Onvoldoende motorvermogen. Maai vaker of kies een grotere maaihoogte. Grasvanger vol. Zet de maaier uit en maak de grasbak leeg. Grasvanger vuil. Zet de maaier uit en reinig de openingen van de grasvanger. Wielaandrijving werkt niet. V-riem gescheurd of overbrenging defect. Laat beschadigde delen door een reparatiebedrijf vervangen. Trekkoord of bowdenkabel defect. Laat beschadigde delen door een reparatiebedrijf vervangen. Probleem Mogelijke oorzaak/oorzaken OplossingItaliano Istruzioni per l’uso – Tosaerba con motore a combustione interna
Notice-Facile