BOSCH

GRL 150 HV Set 2 - Laserwaterpas BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis GRL 150 HV Set 2 BOSCH in PDF-formaat.

📄 508 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice BOSCH GRL 150 HV Set 2 - page 107
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSCH

Model : GRL 150 HV Set 2

Categorie : Laserwaterpas

Download de handleiding voor uw Laserwaterpas in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GRL 150 HV Set 2 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GRL 150 HV Set 2 van het merk BOSCH.

GEBRUIKSAANWIJZING GRL 150 HV Set 2 BOSCH

Veiligheidsvoorschriften Rotatielaser Alle aanwijzingen moeten worden gelezen om zonder gevaren en veilig met het meetgereedschap te werken. Maak waarschuwings- plaatjes op het meetgereedschap nooit onleesbaar. BEWAAR DEZE VOORSCHRIFTEN GOED. f Voorzichtig – wanneer andere dan de hier vermelde bedienings- en instelvoorzienin- gen worden gebruikt of andere procedures worden uitgevoerd, kan dit tot gevaarlijke stralingsblootstelling leiden. f Het meetgereedschap wordt geleverd met een waarschuwingsplaatje in het Engels (in de weergave van het meetgereedschap op de pagina met afbeeldingen aangeduid met nummer 20). f Plak over de Engelse tekst van het waar- schuwingsplaatje de meegeleverde sticker in uw eigen taal voordat u het gereedschap voor het eerst gebruikt. Richt de laserstraal niet op per- sonen of dieren en kijk niet zelf in de laserstraal. Dit meetgereed- schap brengt laserstraling van la- serklasse 2 volgens IEC 60825-1 voort. Daardoor kunt u personen verblinden. f Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescher- ming tegen de laserstralen. f Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstra- len en vermindert de waarneming van kleuren. f Laat het meetgereedschap repareren door gekwalificeerd, vakkundig personeel en al- leen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veilig- heid van het meetgereedschap in stand blijft. f Laat kinderen het lasermeetgereedschap niet zonder toezicht gebruiken. Anders kun- nen personen worden verblind. f Open het accupack niet. Er bestaat gevaar voor kortsluiting. Bescherm het accupack tegen hitte, bijvoorbeeld ook tegen aanhoudend zonlicht en vuur. Er bestaat explosie- gevaar. f Voorkom aanraking van het niet-gebruikte accupack met paperclips, munten, sleutels, spijkers, schroeven en andere kleine meta- len voorwerpen die overbrugging van de contacten kunnen veroorzaken. Kortsluiting tussen de accucontacten kan brandwonden of brand tot gevolg hebben. f Laad het accupack alleen met het in deze gebruiksaanwijzing aangegeven oplaadap- paraat op. Voor een oplaadapparaat dat voor een bepaald type accu geschikt is, bestaat brandgevaar wanneer het met andere accu’s wordt gebruikt.

<1mW, 635 nm OBJ_BUCH-757-004.book Page 107 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PM108 | Nederlands 1 609 929 R48 | (10.12.08) Bosch Power Tools Acculader Lees alle veiligheidswaarschuwin- gen en alle voorschriften. Als de waarschuwingen en voorschriften niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand of ernstig letsel tot gevolg hebben. Houd het oplaadapparaat uit de buurt van regen en vocht. Het binnendrin- gen van water in het oplaadapparaat vergroot het risico van een elektrische schok. f Laad met het oplaadapparaat geen accu’s van andere fabrikanten op. Het oplaadappa- raat is alleen geschikt voor het opladen van het Bosch-accupack dat in de rotatielaser is geplaatst. Bij het opladen van accu’s van an- dere fabrikanten bestaat brand- en explosie- gevaar. f Houd het oplaadapparaat schoon. Door ver- vuiling bestaat gevaar voor een elektrische schok. f Controleer voor elk gebruik oplaadappa- raat, kabel en stekker. Gebruik het oplaad- apparaat niet als u een beschadiging hebt vastgesteld. Open het oplaadapparaat niet zelf en laat het alleen door gekwalificeerd personeel en alleen met originele vervan- gingsonderdelen repareren. Beschadigde oplaadapparaten, kabels en stekkers vergro- ten het risico van een elektrische schok. f Gebruik het oplaadapparaat niet op een ge- makkelijk brandbare ondergrond (zoals pa- pier of textiel) of in een brandbare omge- ving. Vanwege de bij het opladen optredende verwarming van het oplaadapparaat bestaat brandgevaar. f Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu lekken. Voorkom contact daarmee. Spoel bij onvoorzien contact met water af. Wanneer de vloeistof in de ogen komt, dient u bovendien een arts te raadplegen. Gelekte accuvloeistof kan tot huidirritaties en verbrandingen leiden. Laserontvanger Met het meetgereedschap kunt u alleen optimaal werken als u de gebruiksaanwijzing en de tips voor de werkzaamheden volledig leest en u de daarin aanwezige aanwijzingen strikt opvolgt. BE-

WAAR DEZE VOORSCHRIFTEN

GOED. Breng het meetgereedschap niet in de buurt van een pacemaker. De magneetplaat 29 brengt een veld voort dat de functie van een pacemaker nadelig kan beïnvloe- den. f Houd het meetgereedschap uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magne- tisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneetplaat 29 kan onherroepelijk gegevensverlies optreden. Functiebeschrijving Vouw de uitvouwbare pagina met de afbeelding van rotatielaser, oplaadapparaat en laserontvan- ger open en laat deze pagina opengevouwen ter- wijl u de gebruiksaanwijzing leest. Gebruik volgens bestemming Rotatielaser Het meetgereedschap is bestemd voor het me- ten en controleren van nauwkeurig waterpas verlopende hoogtelijnen, verticale lijnen, vlucht- lijnen en loodpunten. Acculader Gebruik het oplaadapparaat alleen wanneer u alle functies volledig kunt inschatten en zonder beperkingen kunt gebruiken of daarvoor be- stemde instructies heeft ontvangen. Laserontvanger Het meetgereedschap is bestemd voor het snel vinden van roterende laserstralen. OBJ_BUCH-757-004.book Page 108 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PMNederlands | 109 Bosch Power Tools 1 609 929 R48 | (10.12.08) Afgebeelde componenten De nummering van de afgebeelde componenten heeft betrekking op de weergave van de rotatie- laser, het oplaadapparaat en de laserontvanger op de pagina’s met afbeeldingen. Rotatielaser en oplaadapparaat 1 Indicatie waarschuwing voor schok 2 Toets Waarschuwing voor schok 3 Weergave automatisch waterpassen 4 Aan/uit-toets rotatielaser 5 Toets voor rotatiefunctie en keuze van de rotatiesnelheid 6 Variabele laserstraal 7 Ontvangstlens voor afstandsbediening 8 Opening voor laserstraal 9 Loodstraal 10 Rotatiekop 11 Toets voor lijnfunctie en keuze van de lijnlengte 12 Indicatie oplaadtoestand 13 Accupack* 14 Batterijvak 15 Vergrendeling batterijvak 16 Vergrendeling accupack* 17 Contactbus voor oplaadstekker* 18 Statiefopname 5/8" 19 Serienummer rotatielaser 20 Laser-waarschuwingsplaatje 21 Oplaadapparaat* 22 Netstekker van oplaadapparaat* 23 Oplaadstekker* Laserontvanger* 24 Vergrendeling van het batterijvakdeksel 25 Libel laserontvanger 26 Aan/uit-toets laserontvanger 27 Toets Instelling meetnauwkeurigheid 28 Toets Geluidssignaal 29 Magneetplaat 30 Middenmarkering 31 Ontvangstveld voor laserstraal 32 Display 33 Opname voor houder 34 Deksel van batterijvak 35 Serienummer laserontvanger 36 Vastzetschroef van houder 37 Bovenkant van houder 39 Bevestigingsschroef van houder 40 Houder 41 Libel houder Indicatie-elementen laserontvanger a Indicatie instelling „middel” b Batterij-indicatie c Richtingindicatie boven d Indicatie geluidssignaal e Middenindicatie f Indicatie instelling „fijn” g Richtingindicatie onder Toebehoren en vervangingsonderdelen 38 Bouwlaser-meetlat* 42 Laserbril* 43 Wandhouder* (vanaf medio 2009 verkrijgbaar) 44 Meetplaat met voet* 45 Plafondmeetplaat* 46 Afstandsbediening* (vanaf medio 2009 verkrijgbaar) 47 Opbergkoffer 48 Statief*

  • Niet elk afgebeeld en beschreven toebehoren wordt standaard meegeleverd. Het volledige toebehoren vindt u in ons toebehorenprogramma. OBJ_BUCH-757-004.book Page 109 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PM110 | Nederlands 1 609 929 R48 | (10.12.08) Bosch Power Tools Technische gegevens Rotatielaser GRL 150 HV Professional Zaaknummer 3 601 K15 300 Werkbereik (radius)

Bedrijfstemperatuur –10 ... +50 °C Bewaartemperatuur –20 ... +70 °C Relatieve luchtvochtigheid max. 90 % Laserklasse

Lasertype 635 nm, <1 mW Ø Laserstraal bij de opening ca.

5mm Statiefopname (horizontaal) 5/8" Accu’s (NiMH) Batterijen (alkali-mangaan) 2x1,2VKR20 (D) (9Ah) 2 x 1,5 V LR20 (D) Gebruiksduur ca. –Accu’s (NiMH) – Batterijen (alkali-mangaan) 40 h 60 h Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 1,8 kg Afmetingen 183x170x186mm Gebruik buitenshuis mogelijk

Let op het zaaknummer op het typeplaatje van de rotatielaser. De handelsbenamingen van afzonderlijke rotatielasers kunnen afwijken. Het serienummer 19 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw rotatielaser. OBJ_BUCH-757-004.book Page 110 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PMNederlands | 111 Bosch Power Tools 1 609 929 R48 | (10.12.08) Laserontvanger LR 1 Professional Zaaknummer 3 601 K15 400 Werkbereik

– Met rotatielaser GRL 150 HV 150 m Ontvangsthoek 120° Te ontvangen rotatiesnelheid >200 min

– Instelling „fijn” – Instelling „middel” ± 1mm ± 3mm Bedrijfstemperatuur – 10 °C ... +50 °C Bewaartemperatuur – 20 °C ... +70 °C Batterij 1x9V 6LR61 Gebruiksduur ca. 50 h Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 0,36 kg Afmetingen 148 x 73 x 30 mm Gebruik buitenshuis mogelijk

1) De reikwijdte kan afnemen door ongunstige omgevingsomstandigheden (zoals fel zonlicht).

2) Afhankelijk van afstand tussen laserontvanger en rotatielaser

Let op het zaaknummer op het typeplaatje van de laserontvanger. De handelsbenamingen van afzonderlijke laseront- vangers kunnen afwijken. Het serienummer 35 op het typeplaatje dient voor de eenduidige identificatie van uw laserontvanger. Oplaadapparaat Zaaknummer 1 609 203 X11 Nominale spanning V~ 100–240 Frequentie Hz 50/60 Oplaadspanning accu V= 7,5 Laadstroom A1,0 Toegestaan oplaadtemperatuurbereik °C 0–45 Oplaadtijd h14 Aantal accucellen

Nominale spanning (Accu’s) V= 2 x 1,2 Gewicht volgens EPTA-Procedure 01/2003 kg 0,2 Isolatieklasse /II OBJ_BUCH-757-004.book Page 111 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PM112 | Nederlands 1 609 929 R48 | (10.12.08) Bosch Power Tools Informatie over geluid Rotatielaser Meetwaarden bepaald volgens EN 60745. Het A-gewogen geluidsdrukniveau van het meetgereedschap is kenmerkend minder dan 70 dB(A). Laserontvanger Het A-gewogen geluidsdrukniveau van het ge- luidssignaal bedraagt op een meter afstand 95 dB(A). Houd het meetgereedschap niet dicht bij uw oor. Conformiteitsverklaring Rotatielaser en oplaadapparaat: Wij verklaren als alleen verantwoordelijke dat het onder „Tech- nische gegevens” beschreven product voldoet aan de volgende normen en normatieve docu- menten: EN 61010-1, EN 60825-1 (meetgereed- schap) resp. EN 60950-1 (acculaders) volgens de bepalingen van de richtlijnen 2006/95/EG, 2004/108/EG, 98/37/EG (t/m 28-12-2009) en 2006/42/EG (vanaf 29-12-2009). Technisch dossier bij: Robert Bosch GmbH, PT/ESC, D-70745 Leinfelden-Echterdingen

Robert Bosch GmbH, Power Tools Division D-70745 Leinfelden-Echterdingen Leinfelden, 31.10.2008 Montage Energievoorziening rotatielaser Gebruik met batterijen of accu’s Gebruik uitsluitend alkalimangaanbatterijen of oplaadbare batterijen. Als u het batterijvak 14 wilt openen, draait u de vergrendeling 15 in stand en trekt u het bat- terijvak naar buiten. Let bij het inzetten van de batterijen op de juiste poolaansluitingen overeenkomstig de afbeel- ding in het batterijvak. Vervang altijd alle batterijen tegelijkertijd. Ge- bruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit. Sluit het batterijvak 14 en draai de vergrende- ling 15 in stand . Als u de batterijen verkeerd heeft geplaatst, kan het meetgereedschap niet worden ingescha- keld. Plaats de batterijen met de juiste poolaan- sluitingen in het batterijvak. f Neem de batterijen uit het meetgereed- schap als u het langdurig niet gebruikt. Als de batterijen lang worden bewaard, kunnen deze gaan roesten en leegraken. Gebruik met accupack Laad het accupack 13 vóór het eerste gebruik op. Het accupack kan uitsluitend worden opge- laden met het daarvoor bestemde oplaadappa- raat 21. f Let op de netspanning! De spanning van de stroombron moet overeenkomen met de ge- gevens op het typeplaatje van het oplaadap- paraat. Met 230 V aangeduide oplaadappara- ten kunnen ook met 220 V worden gebruikt. Steek de bij uw stroomnet passende netstekker 22 in het oplaadapparaat 21 en laat deze vast- klikken. Steek de oplaadstekker 23 van het oplaadappa- raat in de aansluiting 17 van het accupack. Sluit het oplaadapparaat op het stroomnet aan. Het opladen van het lege accupack duurt ongeveer 14 uur. Oplaadapparaat en accupack zijn be- schermd tegen te lang opladen. Een nieuw of lang niet gebruikt accupack levert pas na ongeveer vijf oplaad- en ontlaadcycli zijn volledige capaciteit. Dr. Egbert Schneider Senior Vice President Engineering Dr. Eckerhard Strötgen Head of Product Certification OBJ_BUCH-757-004.book Page 112 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PMNederlands | 113 Bosch Power Tools 1 609 929 R48 | (10.12.08) Laad het accupack 13 niet na elk gebruik op, omdat anders de capaciteit ervan verminderd wordt. Laad het accupack alleen op als de oplaa- dindicatie 12 knippert of continu brandt. Een duidelijk kortere gebruiksduur na het opla- den geeft aan dat het accupack versleten is en moet worden vervangen. Als het accupack leeg is, kunt u het meetgereed- schap ook met behulp van het oplaadapparaat 21 gebruiken, als dit op het stroomnet is aange- sloten. Schakel het meetgereedschap uit, laad het accupack ca. 10 minuten op en schakel ver- volgens het meetgereedschap met het aangeslo- ten oplaadapparaat weer in. Als u het accupack 13 wilt vervangen, draait u de vergrendeling 16 in stand en trekt u het ac- cupack 13 naar buiten. Zet een nieuw accupack in en draai de vergren- deling 16 in stand . f Neem het accupack uit het meetgereed- schap als u het gedurende lange tijd niet ge- bruikt. Accu’s kunnen roesten of hun lading verliezen als deze lang worden bewaard. Indicatie oplaadtoestand Als de oplaadindicatie 12 voor het eerst rood knippert, kan het meetgereedschap nog onge- veer 2 uur worden gebruikt. Als de oplaadindicatie 12 continu rood brandt, zijn er geen metingen meer mogelijk. Het meet- gereedschap wordt na 1 minuut automatisch uitgeschakeld. Energievoorziening laserontvanger Gebruik uitsluitend alkali-mangaan-batterijen. Druk op de vergrendeling 24 van het batterijvak en klap het batterijvakdeksel 34 open. Let bij het inzetten van de batterij op de juiste poolaansluitingen overeenkomstig de afbeel- ding in het batterijvak. Nadat de batterij-indicatie b voor het eerst in het display 32 is verschenen, kan de laseront- vanger nog ongeveer 3 uur worden gebruikt. f Neem de batterij uit de laserontvanger als u deze gedurende lange tijd niet gebruikt. De batterij kan roesten of zijn lading verliezen als deze lang wordt bewaard. Gebruik Ingebruikneming rotatielaser f Voorkom heftige schokken of vallen van het meetgereedschap. Na sterke externe inwer- kingen op het meetgereedschap dient u, voordat u de werkzaamheden voortzet, altijd een nauwkeurigheidscontrole uit te voeren (zie „Waterpasnauwkeurigheid rotatielaser”, pagina 117). f Stel het meetgereedschap niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuur- schommelingen. Laat het bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat het meetge- reedschap bij grote temperatuurschomme- lingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u het in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelin- gen kan de nauwkeurigheid van het meetge- reedschap nadelig worden beïnvloed. Meetgereedschap opstellen Stel het meetgereedschap op een stabiele ondergrond in de horizontale of verticale stand op, monteer het op een statief 48 of op de muur- houder 43. Vanwege de hoge nivelleernauwkeurigheid rea- geert het meetgereedschap zeer gevoelig op tril- lingen en verplaatsingen. Let daarom op een stabiele positie van het meetgereedschap om onderbrekingen van het gebruik door opnieuw nivelleren te voorkomen. Horizontale stand Verticale stand OBJ_BUCH-757-004.book Page 113 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PM114 | Nederlands 1 609 929 R48 | (10.12.08) Bosch Power Tools In- en uitschakelen f Richt de laserstraal niet op personen of die- ren (in het bijzonder niet op hun ooghoog- te) en kijk zelf niet in de laserstraal (ook niet van een grote afstand). Het meetge- reedschap zendt onmiddellijk na het inscha- kelen een verticale loodstraal 9 en een varia- bele horizontale laserstraal 6 uit. Als u het meetgereedschap wilt inschakelen, drukt u op de aan/uit-toets 4. De indicaties 1, 3 en 12 lichten kort op. Het meetgereedschap be- gint meteen met automatisch waterpassen. Tij- dens het waterpassen knippert de waterpasin- dicatie 3 groen en de laser knippert in de puntfunctie. Het meetgereedschap is waterpas gesteld zodra de waterpasindicatie 3 continu groen brandt en de laser continu schijnt. Nadat het waterpassen is afgesloten, start het meetgereedschap auto- matisch in de rotatiefunctie. Met de functietoetsen 5 en 11 kunt u al tijdens het waterpas stellen de functie vastleggen (zie „Functies rotatielaser”, pagina 114). In dit geval start het meetgereedschap nadat het waterpas- sen is afgesloten in de gekozen functie. Als u het meetgereedschap wilt uitschakelen, drukt u opnieuw op de aan/uit-toets 4. Het meetgereedschap wordt ter bescherming van de batterijen automatisch uitgeschakeld wanneer het zich langer dan 2 uur buiten het zelfwaterpasbereik bevindt of de schokwaar- schuwing langer dan 2 uur geactiveerd is (zie „Automatisch waterpassen rotatielaser”, pagina 116). Positioneer het meetgereedschap opnieuw en schakel het weer in. Functies rotatielaser Overzicht Alle drie gebruiksmodi zijn in horizontale en ver- ticale stand van het meetgereedschap mogelijk. Rotatiefunctie De rotatiefunctie wordt in het bijzonder geadviseerd bij ge- bruik van de laserontvanger. U kunt tussen verschillende rotatiesnelheden kiezen. Lijnfunctie In deze functie beweegt de va- riabele laserstaal binnen een be- perkte openingshoek. Daardoor wordt de zichtbaarheid van de laserstraal ten opzichte van de rotatiefunctie verbeterd. U kunt uit verschillende openingshoe- ken kiezen. Puntfunctie In deze functie wordt de beste zichtbaarheid van de variabele la- serstraal bereikt. Deze dient bij- voorbeeld voor het eenvoudig overbrengen van hoogten of voor het controleren van rooilijnen. Rotatiefunctie (150/300/600 min

Na het inschakelen bevindt het meetgereed- schap zich in de rotatiefunctie met gemiddelde rotatiesnelheid. Als u van de lijn- naar de rotatiefunctie wilt gaan, drukt u op de toets voor de rotatiefunctie 5. De rotatiefunctie start met gemiddelde rotatiesnel- heid. Als u de rotatiesnelheid wilt veranderen, drukt u opnieuw op de toets voor de rotatiefunctie 5 tot de gewenste snelheid bereikt is. Tijdens werkzaamheden met de laserontvanger dient u de hoogste rotatiesnelheid te kiezen. Bij werkzaamheden zonder laserontvanger vermin- dert u voor een betere zichtbaarheid van de laser- straal de rotatiesnelheid en gebruikt u de laser- bril 42. OBJ_BUCH-757-004.book Page 114 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PMNederlands | 115 Bosch Power Tools 1 609 929 R48 | (10.12.08) Lijnfunctie, puntfunctie (10°/25°/35°, 0°) Als u naar de lijnfunctie of de puntfunctie wilt gaan, drukt u op de toets voor lijnfunctie 11. Het meetgereedschap gaat over naar de lijnfunctie met de kleinste openingshoek. Voor de verandering van de openingshoek drukt u op de toets voor lijnfunctie 11. De openingshoek wordt in twee stappen vergroot. Tegelijkertijd wordt de rotatiesnelheid bij elke stap verhoogd. Als u de toets voor lijnfunctie 11 voor de derde keer indrukt, gaat het meetgereedschap na kort heen en weer bewegen over naar de puntfunctie. Opnieuw indrukken van de toets 11 leidt terug naar de lijnfunctie met de kleinste openingshoek. Opmerking: Vanwege de traagheid kan de laser in geringe mate over de eindpunten van de laser- lijn heen bewegen. Voor het positioneren van de laserlijn of de la- serpunt binnen het rotatievlak draait u de rota- tiekop 10 met de hand in de gewenste positie of gebruikt u de afstandsbediening 46. Rotatievlak bij verticale stand draaien Bij een verticale stand van het meetgereedschap kunt u laserpunt, laserlijn of rotatievlak met be- hulp van de afstandsbediening 46 om de vertica- le as draaien. Raadpleeg daarvoor de gebruiks- aanwijzing van de afstandsbediening. Ingebruikneming laserontvanger f Bescherm de laserontvanger tegen vocht. f Stel de laserontvanger niet bloot aan extre- me temperaturen of temperatuurschomme- lingen. Laat deze bijvoorbeeld niet lange tijd in de auto liggen. Laat de laserontvanger bij grote temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen voordat u deze in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauw- keurigheid van de laserontvanger nadelig worden beïnvloed. Stel de laserontvanger minstens 50 cm van de rotatielaser verwijderd op. Plaats de laseront- vanger zodanig dat de laserstraal het ontvangst- veld 31 kan bereiken. Stel op de rotatielaser de hoogste rotatiesnelheid in. In- en uitschakelen f Bij het inschakelen van de laserontvanger klinkt een luid geluidssignaal. Houd daarom de laserontvanger bij het inschakelen uit de buurt van uw oren en uit de buurt van ande- re personen. Het luide geluid kan het gehoor beschadigen. Als u de laserontvanger wilt inschakelen, drukt u op de aan/uit-toets 26. Er klinken twee ge- luidssignalen en alle indicaties in het display lichten kort op. Als u de laserontvanger wilt uitschakelen, drukt u opnieuw op de aan/uit-toets 26. Als er ongeveer 10 minuten geen toets op de la- serontvanger wordt ingedrukt en het ontvangst- veld 31 10 minuten lang niet door een laser- straal wordt bereikt, wordt de laserontvanger automatisch uitgeschakeld om de batterij te ontzien. De uitschakeling wordt aangegeven door een geluidssignaal. Instelling van middenindicatie kiezen Met de toets 27 kunt u vastleggen met welke nauwkeurigheid de positie van de laserstraal op het ontvangstveld als in het „midden” wordt aangegeven: – Instelling „fijn” (indicatie f in display), – Instelling „middel” (indicatie a in display), Bij wijziging van de nauwkeurigheidsinstelling klinkt een geluidssignaal. Na het inschakelen van de laserontvanger is al- tijd de nauwkeurigheid „middel” ingesteld. Richtingindicaties De indicaties onder g, midden e en boven c (resp. aan de voor- en achterzijde van de laser- ontvanger) geven de positie van de roterende la- serstraal in het ontvangstveld 31 aan. De positie kan bovendien door een geluidssignaal worden aangegeven (zie „Geluidssignaal voor het aange- ven van de laserstraal”, pagina 116). OBJ_BUCH-757-004.book Page 115 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PM116 | Nederlands 1 609 929 R48 | (10.12.08) Bosch Power Tools Laserontvanger te laag: Als de laserstraal door de bovenste helft van het ontvangstveld 31 loopt, verschijnt de onderste richtingindicatie g in het display. Indien het geluidssignaal ingeschakeld is, klinkt er een signaal met een langzaam ritme. Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijl omhoog. Zodra de middenmarkering 30 wordt benaderd, wordt alleen nog de punt van de richtingindicatie g weergegeven. Laserontvanger te hoog: Als de laserstraal door de onderste helft van het ontvangstveld 31 loopt, verschijnt de bovenste richtingindicatie c in het display. Indien het geluidssignaal ingeschakeld is, klinkt er een signaal met een snel ritme. Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijl omlaag. Zodra de middenmarkering 30 wordt benaderd, wordt alleen nog de punt van de richtingindicatie c weergegeven. Laserontvanger in het midden: Als de laser- straal door het ontvangstveld 31 ter hoogte van de middenmarkering 30 loopt, brandt de mid- denindicatie e. Indien het geluidssignaal is inge- schakeld, klinkt er een aanhoudend signaal. Geluidssignaal voor het aangeven van de laserstraal De positie van de laserstraal op het ontvangst- veld 31 kan door een geluidssignaal worden aan- gegeven. Na het inschakelen van de laserontvanger is het geluidssignaal altijd uitgeschakeld. Als u het geluidssignaal inschakelt, kunt u uit twee geluidsvolumes kiezen. Druk voor het inschakelen of veranderen van het geluidssignaal op de toets Geluidssignaal 28 tot het gewenste geluidsvolume wordt weergege- ven. Bij een gemiddeld geluidsvolume knippert de geluidssignaalindicatie d in het display. Bij een hoog geluidsvolume brandt de indicatie per- manent. Bij een uitgeschakeld geluidssignaal gaat de indicatie uit. Automatisch waterpassen rotatielaser Overzicht Het meetgereedschap herkent na het inschake- len zelf de horizontale resp. verticale stand. Als u wilt wisselen tussen de horizontale en vertica- le stand, schakelt u het meetgereedschap uit, positioneert u het opnieuw en schakelt u het weer in. Na het inschakelen controleert het meetgereed- schap de horizontale of verticale stand en com- penseert het oneffenheden binnen het zelfnivel- leerbereik van ca. 8 % (± 0,8 m/10 m) automatisch. Als het meetgereedschap na het inschakelen of na een positieverandering meer dan 8 % scheef staat, is waterpas stellen niet meer mogelijk. In dit geval wordt de rotor gestopt. De laser knip- pert en de waterpasindicatie 3 brandt continu rood. Positioneer het meetgereedschap op- nieuw en wacht het waterpassen af. Zonder op- nieuw positioneren wordt na 2 minuten de laser en na 2 uur het meetgereedschap automatisch uitgeschakeld. Als het meetgereedschap waterpas is gesteld, controleert het voortdurend de horizontale resp. verticale stand. Bij positieveranderingen wordt er automatisch opnieuw waterpas gesteld. Ter voorkoming van verkeerde metingen stopt de ro- tor tijdens het waterpassen. De laser knippert en de waterpasindicatie 3 knippert groen. Schokwaarschuwingsfunctie Het meetgereedschap bezit een schokwaar- schuwingsfunctie. Deze voorkomt bij verande- ringen van plaats en schokken van het meetge- reedschap of bij trillingen van de ondergrond het waterpas stellen op veranderde hoogte. Daardoor worden hoogtefouten voorkomen. Als u de schokwaarschuwing wilt inschakelen, drukt u op de toets Schokwaarschuwing 2. De schokwaarschuwingsindicatie 1 brandt continu groen. Na 30 seconden wordt de schokwaar- schuwing geactiveerd. OBJ_BUCH-757-004.book Page 116 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PMNederlands | 117 Bosch Power Tools 1 609 929 R48 | (10.12.08) Als bij een plaatsverandering van het meetge- reedschap het bereik van de waterpasnauwkeu- righeid wordt overschreden of een sterke schok wordt geregistreerd, wordt de schokwaarschu- wing gegeven. De rotatie wordt gestopt, de la- ser knippert, de waterpasindicatie 3 gaat uit en de schokwaarschuwingsindicatie 1 knippert rood. De actuele functie wordt opgeslagen. Nadat een schokwaarschuwing is gegeven, drukt u op de toets Schokwaarschuwing 2. De schok- waarschuwing wordt opnieuw gestart en het meetgereedschap begint met waterpassen. Zodra het meetgereedschap waterpas is gesteld (de waterpasindicatie 3 brandt continu groen) start het in de opgeslagen functie. Controleer ver- volgens de hoogte van de laserstraal aan een re- ferentiepunt en corrigeer de hoogte indien nodig. Als na een afgegeven schokwaarschuwing de functie door het indrukken van de toets 2 niet opnieuw wordt gestart, worden na 2 minuten de laser en na 2 uur het meetgereedschap automa- tisch uitgeschakeld. Als u de functie schokwaarschuwing wilt uitscha- kelen, drukt u de toets Schokwaarschuwing 2 eenmaal of, nadat de schokwaarschuwing is ge- geven (schokwaarschuwingsindicatie 1 knippert rood), tweemaal in. Als de schokwaarschuwing uitgeschakeld is, gaat de schokwaarschuwingsin- dicatie 1 uit. Waterpasnauwkeurigheid rotatielaser Nauwkeurigheidsinvloeden De grootste invloed oefent de omgevingstempe- ratuur uit. Vooral vanaf de grond naar boven toe verlopende temperatuurverschillen kunnen de laserstraal afbuigen. De afwijkingen zijn relevant vanaf een meettra- ject van ca. 20 meter en kunnen bij 100 meter zelfs het twee- tot viervoudige van de afwijking bij 20 meter bedragen. Omdat de temperatuurverschillen bij de grond het grootst zijn, dient u het meetgereedschap vanaf een meettraject van 20 meter altijd op een statief te monteren. Plaats het meetgereed- schap bovendien indien mogelijk in het midden van het werkvlak. Nauwkeurigheidscontrole van het meetgereed- schap Behalve externe invloeden, kunnen ook appa- raatspecifieke invloeden (zoals een val of een hevige schok) tot afwijkingen leden. Controleer daarom altijd voor het begin van de werkzaam- heden de nauwkeurigheid van het meetgereed- schap. Voor de controle heeft u een vrij meettraject van 20 meter op een vaste ondergrond tussen twee muren A en B nodig. U moet – bij een horizonta- le stand van het meetgereedschap – een om- slagmeting over beide assen X en Y (positief en negatief) uitvoeren (vier complete metingen). – Monteer het meetgereedschap in de horizon- tale stand dicht bij muur A op een statief 48 (toebehoren) of plaats het op een stevige en vlakke ondergrond. Schakel het meetgereed- schap in. – Richt na het nivelleren de laserstraal in de puntfunctie op de nabijgelegen muur A. Mar- keer het midden van de punt van de laser- straal op de muur (punt I). – Draai het meetgereedschap 180°, laat het ni- velleren en markeer het midden van de punt van de laserstraal op muur B aan de andere kant (punt II).

180˚ OBJ_BUCH-757-004.book Page 117 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PM118 | Nederlands 1 609 929 R48 | (10.12.08) Bosch Power Tools – Plaats het meetgereedschap – zonder het te draaien – dicht bij muur B, schakel het in en laat het waterpassen. – Stel het meetgereedschap in hoogte zo af (met behulp van het statief of indien nodig door er iets onder te plaatsen), dat het mid- den van de punt van de laserstraal precies de eerder gemarkeerde punt II op muur B raakt. – Draai het meetgereedschap 180° zonder de hoogte te veranderen. Laat het waterpassen en markeer het midden van de punt van de laserstraal op muur A (punt III). Let erop dat punt III zoveel mogelijk recht boven of recht onder punt I ligt. –Het verschil d tussen beide gemarkeerde punten I en III op muur A levert de feitelijke afwijking van het meetgereedschap voor de gemeten as op. Herhaal de meting voor de andere drie assen. Draai daarvoor het meetgereedschap voor het begin van elke meting telkens 90°. Op het meettraject van 2 x 20 = 40 m bedraagt de maximaal toegestane afwijking: 40 m x ± 0,1 mm/m = ± 4mm. Het verschil d tussen de punten I en III mag daarom bij elk van de vier metingen hoogstens 4 mm bedragen. Als het meetgereedschap de maximale afwijking bij een van de vier metingen overschrijdt, dient u het bij een Bosch-klantenservice te laten con- troleren. Tips voor de werkzaamheden met de rotatielaser f Gebruik altijd alleen het midden van de laserpunt voor het markeren. De grootte van de laserpunt verandert met de afstand. Laserbril (toebehoren) De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daar- door lijkt het rode licht van de laser voor het oog helderder. f Gebruik de laserbril niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal, maar biedt geen bescher- ming tegen de laserstralen. f Gebruik de laserbril niet als zonnebril en niet in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige bescherming tegen ultravioletstra- len en vermindert de waarneming van kleuren. Werkzaamheden met de afstandsbediening (toebehoren) Bij het indrukken van de bedieningstoetsen kan het meetgereedschap uit de nivellering worden gebracht, zodat de rotatie gedurende korte tijd stopt. Door het gebruik van de afstandsbedie- ning 46 wordt dit effect voorkomen. Ontvangstlenzen 7 voor de afstandsbediening bevinden zich aan drie zijden van het meetge- reedschap, onder andere boven het bedienings- veld aan de voorzijde. Werkzaamheden met het statief (toebehoren) Het meetgereedschap beschikt over een 5/8"- statiefopname voor horizontaal gebruik op een statief. Plaats het meetgereedschap met de sta- tiefopname 18 op de 5/8"-schroefdraad van het statief en schroef het met de vastzetschroef van het statief vast. Bij een statief 48 met schaalverdeling op het uit- schuifbaar deel kunt u de hoogteverplaatsing rechtstreeks instellen.

180˚ OBJ_BUCH-757-004.book Page 118 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PMNederlands | 119 Bosch Power Tools 1 609 929 R48 | (10.12.08) Werkzaamheden met de muurhouder (toebehoren) (zie afbeelding C) Het meetgereedschap kan ook op de wandhou- der 43 worden bevestigd. Bij horizontaal ge- bruik maakt de wandhouder toepassing van het meetgereedschap op willekeurige hoogte moge- lijk. Bij verticaal gebruik is de bevestiging op een 5/8"-statief 48 mogelijk. Werkzaamheden met de plafondmeetplaat (zie afbeelding C) De plafondmeetplaat 45 kan bijvoorbeeld voor het eenvoudig afstellen van de hoogte van sys- teemplafonds worden gebruikt. Bevestig de pla- fondmeetplaat met de magneethouder bijvoor- beeld aan een drager. De reflecterende helft van de plafondmeetplaat verbetert de zichtbaarheid van de laserstraal bij ongunstige omstandigheden. Door de transpa- rante helft is de laserstraal ook vanaf de achter- zijde herkenbaar. Werkzaamheden met de meetplaat (toebehoren) Met de meetplaat 44 kunt u de lasermarkering op de vloer resp. de laserhoogte op een muur overbrengen. Met het nulveld en de schaalverdeling kunt u de verplaatsing ten opzichte van de gewenste hoog- te meten en op een andere plaats aantekenen. Daarmee vervalt het nauwkeurig instellen van het meetgereedschap op de over te brengen hoogte. De meetplaat 44 heeft een reflecterende laag die de zichtbaarheid van de laserstraal op een grote afstand resp. bij fel zonlicht verbetert. De helderheidsversterking is alleen zichtbaar als u parallel aan de laserstraal op de meetplaat kijkt. Werkzaamheden met de meetlat (toebehoren) (zie afbeelding J) Voor het controleren van oneffenheden of het aantekenen van verval wordt het gebruik van de meetlat 38 samen met de laserontvanger gead- viseerd. Op de meetlat 38 is boven een relatieve schaal- verdeling (± 50 cm) aangebracht. De nulhoogte (90 tot 210 cm) kunt u onder op het uittrekbare gedeelte vooraf instellen. Daarmee kunnen af- wijkingen van de gewenste hoogte rechtstreeks worden afgelezen. Tips voor de werkzaamheden met de laserontvanger Markeren Bij de middenmarkering 30 rechts en links op de laserontvanger kunt u de hoogte van de laser- straal markeren als deze door het midden van het ontvangstveld 31 loopt. De middenmarke- ring bevindt zich 45 mm van de bovenkant van de laserontvanger. Richten met de libel Met de libel 25 kunt u de laserontvanger verticaal (loodrecht) afstellen. Scheef aanbrengen van de laserontvanger leidt tot foutieve metingen. 30 mm OBJ_BUCH-757-004.book Page 119 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PM120 | Nederlands 1 609 929 R48 | (10.12.08) Bosch Power Tools Bevestigen met houder (zie afbeelding A) U kunt de laserontvanger met de houder 40 op een bouwlasermeetlat 38 (toebehoren) of op andere hulpmiddelen met een breedte van maxi- maal 65 mm bevestigen. Schroef de houder 40 met de bevestigings- schroef 39 in de opname 33 aan de achterzijde van de laserontvanger vast. Draai de vastzetschroef 36 los, duw de houder bijvoorbeeld op de bouwlaser-meetlat 38 en draai de vastzetschroef 36 weer vast. Met de libel 41 kunt u de houder 40 horizontaal afstellen. De bovenrand 37 van de houder bevindt zich op dezelfde hoogte als de middenmarkering 30 en kan worden gebruikt voor het markeren van de laserstraal. Bevestigen met magneet (zie afbeelding B) Als een zekere bevestiging niet beslist noodza- kelijk is, kunt u de laserontvanger met de mag- neetplaat 29 aan de voorzijde op stalen delen hechten. Toepassingsvoorbeelden Hoogten overbrengen en controleren (zie afbeelding D) Plaats het meetgereedschap in de horizontale stand op een stevige ondergrond of monteer het op een statief 48 (toebehoren). Werkzaamheden met statief: Stel de laserstraal op de gewenste hoogte af. Breng de hoogte op de bestemmingsplaats over of controleer de hoogte. Werkzaamheden zonder statief: Bepaal het hoogteverschil tussen laserstraal en hoogte op het referentiepunt met behulp van de meetplaat

44. Breng het gemeten hoogteverschil op de be-

stemmingsplaats over of controleer het geme- ten hoogteverschil. Loodstraal parallel afstellen en rechte hoeken aantekenen (zie afbeelding E) Als u rechte hoeken wilt aantekenen of tussen- wanden wilt uitlijnen, dient u de loodstraal 9 parallel, dat wil zeggen op dezelfde afstand tot een referentielijn (bijvoorbeeld een muur) uit te lijnen. Stel daarvoor het meetgereedschap in de verti- cale stand op en positioneer het zo dat de lood- straal ongeveer parallel aan de referentielijn ver- loopt. Meet voor de nauwkeurige positionering de af- stand tussen loodstraal en referentielijn vlakbij het meetgereedschap met behulp van de meet- plaat 44. Meet de afstand tussen loodstraal en referentielijn opnieuw op een zo groot mogelijke afstand van het meetgereedschap. Stel de lood- straal zo af dat deze dezelfde afstand tot de re- ferentielijn heeft als bij de meting rechtstreeks op het meetgereedschap. De rechte hoek met de loodstraal 9 wordt aan- gegeven door de variabele laserstraal 6. Loodlijn of verticaal vlak aangeven (zie afbeelding F) Voor het aangeven van een loodlijn of een verti- caal vlak stelt u het meetgereedschap in de ver- ticale stand op. Als het verticale vlak in een rech- te hoek met een referentielijn (bijvoorbeeld een muur) moet verlopen, stelt u de loodstraal 9 op deze referentielijn af. De loodlijn wordt door de variabele laserstraal 6 aangegeven. Werkzaamheden zonder laserontvanger (zie afbeelding G) Bij gunstige lichtomstandigheden (donkere om- geving) en op korte afstanden kunt u zonder la- serontvanger werken. Voor een betere zicht- baarheid van de laserstraal kiest u de lijnfunctie. Of u kiest de puntfunctie en draait de rotatiekop 10 handmatig naar de bestemmingsplaats. OBJ_BUCH-757-004.book Page 120 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PMNederlands | 121 Bosch Power Tools 1 609 929 R48 | (10.12.08) Werkzaamheden met laserontvanger (zie afbeelding H) Bij ongunstige lichtomstandigheden (omgeving met veel licht, rechtstreeks zonlicht) en op gro- te afstanden gebruikt u de laserontvanger om de laserstraal beter te kunnen vinden. Kies bij werkzaamheden met de laserontvanger de rota- tiefunctie met de hoogste rotatiesnelheid. Meten op grote afstanden (zie afbeelding I) Bij het meten op grote afstanden moet de laser- ontvanger voor het vinden van de laserstraal worden gebruikt. Om storingsinvloeden te ver- minderen, moet u het meetgereedschap altijd in het midden van het werkoppervlak en op een statief opstellen. Werkzaamheden buitenshuis (zie afbeelding J) Buitenshuis moet altijd de laserontvanger wor- den gebruikt. Monteer bij werkzaamheden op een onzekere ondergrond het meetgereedschap op het statief

48. Activeer de schokwaarschuwingsfunctie om

foutieve metingen bij bewegingen van de onder- grond of schokken van het meetgereedschap te voorkomen. Overzicht van de indicaties Laserstraal Rotatie van de laser* Groen Rood Groen Rood Meetgereedschap inschakelen (zelftest 1 seconde) zzz Nivelleren of opnieuw nivelleren 2x/s 2x/s Meetgereedschap genivelleerd en gereed voor gebruik zzz Zelfnivelleerbereik overschreden 2x/s z Schokwaarschuwing geactiveerd z Schokwaarschuwing afgegeven 2x/s 2x/s Batterijspanning voor maximaal 2 uur gebruik 2x/s Accu leeg z

  • bij lijn- en rotatiefunctie 2x/s

Knipperfrequentie (tweemaal per seconde) Continufunctie Functie gestopt OBJ_BUCH-757-004.book Page 121 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PM122 | Nederlands 1 609 929 R48 | (10.12.08) Bosch Power Tools Onderhoud en service Onderhoud en reiniging Houd de rotatielaser, het oplaadapparaat en de laserontvanger altijd schoon. Dompel de rotatielaser, het oplaadapparaat en de laserontvanger niet in water of in andere vloeistoffen. Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen. Reinig in het bijzonder de vlakken bij de lasero- pening van de rotatielaser regelmatig en let daarbij op pluizen. Mochten de rotatielaser, het oplaadapparaat of de laserontvanger ondanks zorgvuldige fabrica- ge- en testmethoden toch defect raken, dient de reparatie te worden uitgevoerd door een erken- de klantenservice voor Bosch elektrische ge- reedschappen. Vermeld bij vragen en bestellingen van vervan- gingsonderdelen altijd het uit tien cijfers be- staande zaaknummer volgens het typeplaatje van de rotatielaser, het oplaadapparaat of de la- serontvanger. Klantenservice en advies Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekenin- gen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com De medewerkers van onze klantenservice advi- seren u graag bij vragen over de aankoop, het gebruik en de instelling van producten en toe- behoren. Nederland Tel.: +31 (076) 579 54 54 Fax: +31 (076) 579 54 94 E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com België en Luxemburg Tel.: +32 (070) 22 55 65 Fax: +32 (070) 22 55 75 E-mail: outillage.gereedschap@be.bosch.com Afvalverwijdering Rotatielaser, oplaadapparaat, laserontvanger, eenheid, toebehoren en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze wor- den hergebruikt. Alleen voor landen van de EU: Gooi de rotatielaser, het oplaad- apparaat en de laserontvanger niet bij het huisvuil. Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG over elektrische en elektronische oude apparaten en de omzetting van de richtlijn in nationaal recht moeten niet meer bruikbare elektrische en elek- tronische apparaten apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden hergebruikt. Accu’s en batterijen: Ni-MH: Nikkelmetaalhydride Gooi accu’s of batterijen niet bij het huisvuil en evenmin in het vuur of het water. Accu’s en bat- terijen moeten worden ingezameld, gerecycled of op een voor het milieu verantwoorde wijze worden afgevoerd. Alleen voor landen van de EU: Volgens richtlijn 91/157/EEG moeten defecte of versleten accu’s en batterijen worden gerecycled. Wijzigingen voorbehouden. OBJ_BUCH-757-004.book Page 122 Wednesday, December 10, 2008 4:33 PMDansk | 123 Bosch Power Tools 1 609 929 R48 | (10.12.08)