LR 60 Professional - Ontvanger BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis LR 60 Professional BOSCH in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over LR 60 Professional BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ontvanger in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding LR 60 Professional - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. LR 60 Professional van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING LR 60 Professional BOSCH
Veiligheidsaanwijzingen

Alle aanwijzingen moeten gelezen en in acht genomen worden. Wanneer het meetgereedschap niet volgens de beschikbare aanwijzingen gebruikt wordt, kunnen de geïnte-
greerde veiligheidsvoorzieningen in het meetgereedschap belemmerd worden. BEWAAR DEZE AANWIJZINGEN ZORGVULDIG.
Laat het meetgereedschap alleen repareren door gekwalificeerd geschoold personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het meetgereedschap in stand blijft.
▶ Werk met het meetgereedschap niet in een omgeving waar ontploffingsgevaar heerst en zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. In het meetgereedschap kunnen vonken ontstaan die het stof of de dampen tot ontsteking brengen.
Bij het gebruik van het meetgereedschap klinken onder bepaalde omstandigheden luide signaaltonen. Houd daarom het meetgereedschap uit de buurt van uw oor, resp. van andere personen. Het luide geluid kan het gehoor beschadigen.

Houd de magneet uit de buurt van implantaten en andere medische apparaten, zoals pacemakers en insulinepompen. Door de magneet wordt een veld opgewekt dat de werking van implantaten en medische apparaten kan verstoren.
Houd het meetgereedschap uit de buurt van magnetische gegevensdragers en magnetisch gevoelige apparatuur. Door de werking van de magneten kan onherroepelijk gegevensverlies optreden.
▶ Voorzichtig! Bij het gebruik van het meetgereedschap met Bluetooth® kunnen storingen bij andere apparaten en installaties, vliegtuigen en medische apparaten (bijv. pacemakers, hoorapparaten) ontstaan. Even-eens kan schade aan mens en dier in de directe omgeving niet volledig uitgesloten worden. Gebruik het meetgereedschap met Bluetooth® niet in de buurt van medische apparaten, tankstations, chemische installaties, zones met explosiegevaar en in zones waar gebruik wordt gemaakt van explosieven. Gebruik het meetgereedschap met Bluetooth® niet in vliegtuigen. Vermijd het gebruik gedurende een langere periode heel dichtbij het lichaam.
56 | Nederlands
Het woordmerk Bluetooth® evenals de beeldtekens (logo's) zijn geregistreerde handelsmerken en eigendom van Bluetooth SIG, Inc. Elk gebruik van dit woordmerk/ deze beeldtekens door Robert Bosch Power Tools GmbH gebeurt onder licentie.
Beschrijving van product en werking
Neem goed nota van de afbeeldingen in het voorste deel van de gebruiksaanwijzing.
Beoogd gebruik
De laserontvanger is bestemd voor het snel vinden van roterende laserstralen met de in de technische gegevens vermelde golflengte.
De laserontvanger LR 60 is bovendien bestemd voor de besturing van de GRL 600 CHV per Bluetooth ^® , de laserontvanger LR 65 G voor de besturing van de GRL 650 CHVG.
De laserontvanger is geschikt voor gebruik binnen en buiten.
Afgebeelde componenten
De componenten zijn genummerd zoals op de afbeelding van de laserontvanger op de pagina met afbeeldingen.
(1) Ontvangstveld voor laserstraal
(2) LED-richtingaanduiding „Laserstraal boven middenlijn“
(3) LED middenlijn
(4) LED-richtingaanduiding „Laserstraal onder middenlijn“
(5) Display (voor- en achterkant)
(6) Luidspreker
(7) Libel
(8) Ophanghaak
(9) Middenmarkering
(10) Magneten
(11) Opname voor houder
(12) Serienummer
(13) Batterijvakdeksel
(14) Vergrendeling van het batterijvakdeksel
(15) Toets Y-as
(16) Toets X-as
(17) Toets modus CenterFind
(18) Toets instelling ontvangstnauwkeurigheid
(19) Aan/uit-toets
(20) Toets geluidssignaal/volume
(21) Libel van de houder ^a)
(22) Referentie middenlijn op de houder ^a)
(23) Houder ^a)
(24) Draaiknop van houder ^a)
(25) Meetlat ^a)
(26) Bevestigingsschroef van houder ^4
a) Niet elk afgebeeld en beschreven accessoire is standaard bij de levering inbegrepen. Alle accessoires zijn te vinden in ons accessoireprogramma.
Aanduidingselementen
(a) Oplaadaanduiding accu/batterijen rotatielaser
(b) Aanduiding verbinding per Bluetooth®
(c) Aanduiding ontvangstnauwkeurigheid
(d) Aanduiding maateenheid
(e) Tekstaanduiding
(f) Richtingaanduiding „Laserstraal onder middenlijn“
(g) Aanduiding geluidssignaal/volume
(h) Aanduiding middenlijn
(i) Batterij-aanduiding laserontvanger
(j) Richtingaanduiding „Laserstraal boven middenlijn“
Technische gegevens
| Laserontvanger LR 60 LR 65 G | ||
| Productnummer | 3 601 K69 P.. | 3 601 K69 T.. |
| Ontvangbare golflengte 600-800 nm 500-570 nm | ||
| Werkbereik max.A) | ||
| – met GRL 600 CHV 300 m – | ||
| – met GRL 650 CHVG - 325 m | ||
| Ontvangsthoek ± 35^ ± 35^ | ||
| Ontvangbare rotatiesnelheid > 120 min | ^-1 | > 120 min ^-1 |
| Ontvangstnauwkeurigheid(B)(C) | ||
| – zeer fijn ± 0,5 mm ± 0,5 mm | ||
| – fijn ± 1 mm ± 1 mm | ||
| – gemiddeld | ± 2 mm | ± 2 mm |
| – grof | ± 5 mm | ± 5 mm |
| – zeer grof | ± 10 mm | ± 10 mm |
1609 92A 7M6 | (12.05.2022)
Bosch Power Tools
Laserontvanger LR 60 LR 65 G
| Gebruikstemperatuur -10°C ... +50°C -10°C ... +50°C | ||
| Opslagtemperatuur -20°C ... +70°C -20°C ... +70°C | ||
| Max. gebruikshoogte boven referentiehoogte 2000 m 2000 m | ||
| Relatieve luchtvochtigheid max. 90% 90% | ||
| Vervuilingsgraad volgens IEC 61010-1 2 | D) | 2D) |
| Bluetooth® laserontvanger | ||
| - Klasse 1 1 | ||
| - Compatibiliteit Bluetooth® 5.0/4.X (Low Energy)E) | Bluetooth® 5.0/4.X (Low Energy)E) | |
| - Signaalbereik max. F) | 100 m | 100 m |
| - Gebruiksfrequentiebereik 2402-2480 MHz | 2402-2480 MHz | |
| - Zendvermogen max. | 6,3 mW | 6,3 mW |
| Batterijen | 2 × 1,5 V LR6 (AA) | 2 × 1,5 V LR6 (AA) |
| Gebruiksduur ca. | 50 h | 50 h |
| Gewicht volgens EPTA-Procedure 01:2014 | 0,38 kg | 0,38 kg |
| Afmetingen (lengte × breedte × hoogte) | 175 × 79 × 33 mm | 175 × 79 × 33 mm |
| Beschermklasse | IP 67 | IP 67 |
A) Het werkbereik kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) verminderd worden.
B) afhankelijk van de afstand tussen laserontvanger en rotatielaser evenals van laserklasse en lasertype van de rotatielaser
C) De ontvangstnauwkeurigheid kan door ongunstige omgevingsomstandigheden (bijv. direct zonlicht) nadelig worden beïnvloed.
D) Er ontstaat slechts een niet geleidende vervuiling, waarbij echter soms een tijdelijke geleidbaarheid wort verwacht door bedauwing.
E) Bij Bluetooth®-Low-Energy-toestellen kan, afhankelijk van model en besturingssysteem, eventueel het opbouwen van een verbinding niet mogelijk zijn. Bluetooth®-toestellen moeten het SPP-profiel ondersteunen.
F) Het bereik kan afhankelijk van externe omstandigheden, met inbegrip van de gebruikte ontvanger, sterk variëren. Binnen gesloten ruimten en door metalen barrières (bijv. muren, schappen, koffers, etc.) kan het Bluetooth®-bereik duidelijk worden beperkt.
Voor een duidelijke identificatie van uw laserontvanger dient het serienummer (12) op het typeplaatje.
Montage
Batterijen plaatsen/verwisselen
Voor het gebruik van de laserontvanger worden alkalimangaanbatterijen geadviseerd.
Draai de vergrendeling (14) van het batterijvakdeksel (bijv. met een muntstuk) in stand 📋. Klap het batterijvakdeksel (13) open en plaats de batterijen.
Let er hierbij op dat de polen juist worden geplaatst volgens de afbeelding op de binnenkant van het batterijvak.
Sluit het batterijvakdeksel (13) en draai de vergrendeling (14) van het batterijvakdeksel in stand.
De batterij-aanduiding (i) geeft de laadtoestand van de batterijen van de laserontvanger aan:
| Aanduiding | Capaciteit |
| 50-100% | |
| 5-50% | |
| 2-5% |
Aanduiding Capaciteit

0-2%
Vervang altijd alle batterijen tegelijk. Gebruik alleen batterijen van één fabrikant en met dezelfde capaciteit.
Haal de batterijen uit de laserontvanger, wanneer u deze langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen bij een langere periode van opslag in de laserontvanger corroderen en zichzelf ontladen.
Oplaadaanduiding rotatielaser
De oplaadaanduiding (a) geeft de laadtoestand van de accu/batterijen van de rotatielaser aan, wanneer de rotatielaser ingeschakeld is en er via Bluetooth® een verbinding tussen laserontvanger en rotatielaser bestaat.
| Aanduiding | Capaciteit |
| 60-100% | |
| 30-60% | |
| 5-30% |
Aanduiding Capaciteit

0-5%
Gebruik
Ingebruikname
▶ Bescherm de laserontvanger tegen vocht en fel zonlicht.
Stel de laserontvanger niet bloot aan extreme temperaturen of temperatuurschommelingen. Laat deze bijv. niet gedurende langere tijd in de auto liggen. Laat de laserontvanger bij grotere temperatuurschommelingen eerst op de juiste temperatuur komen, voordat u hem in gebruik neemt. Bij extreme temperaturen of temperatuurschommelingen kan de nauwkeurigheid van de laserontvanger nadelig worden beïnvloed.
Houd de werkzone vrij van obstakels die de laserstraal zouden kunnen reflecteren of belemmeren. Dek bijv. spiegelende of glanzende oppervlakken af. Meet niet door glazen ruiten of soortgelijke materialen heen. Door een gereflecteerde of belemmerde laserstraal kunnen de meetresultaten worden vervalst.
Laserontvanger plaatsen (zie afbeelding A)
Plaats de laserontvanger zodanig dat de laserstraal het ontvangstveld (1) kan bereiken. Lijn deze zodanig uit dat de laserstraal dwars door het ontvangstveld loopt (zoals op de afbeelding getoond).
Bij rotatielasers met meerdere gebruiksmodi kiest u horizontale of verticale modus met de hoogste rotatiesnelheid.
In-/uitschakelen
Bij het inschakelen van de laserontvanger is een luid geluidssignaal te horen. Houd daarom de laserontvanger bij het inschakelen uit de buurt van uw oor of van andere personen. Het harde geluid kan het gehoor beschadigen.
Om de laserontvanger in te schakelen drukt u op de aan/uittoets (19). Alle displayaanduidingen en alle LED's lichten kort op en er is een geluidssignaal te horen.
Om de laserontvanger uit te schakelen, houdt u de aan/uittoets (19) zolang ingedrukt tot alle LED's kort oplichten en het display dooft. Behalve de instelling van de displayverlichting worden alle instellingen bij het uitschakelen van de laserontvanger opgeslagen.
Als ca. 10 min. geen toets op de laserontvanger wordt ingedrukt en het ontvangstveld (1) 10 min. lang niet door een laserstraal wordt bereikt, dan schakelt de laserontvanger automatisch uit om de batterijen te sparen.
Verbinding met rotatielaser
Bij levering zijn rotatielaser en de meegeleverde laserontvanger al via Bluetooth® verbonden. Bij een bestaande verbinding verschijnt de aanduiding verbinding via Bluetooth® (b) op het display van de laserontvanger.
Om de laserontvanger opnieuw te verbinden of om nog een laserontvanger met de rotatielaser te verbinden, houdt u de toets Bluetooth® op de rotatielaser zolang ingedrukt tot het symbool voor de verbindingsopbouw met afstandsbediening/laserontvanger op het display van de rotatielaser verschijnt. Houd daarna de toetsen X-as (16) en Y-as (15) op de laserontvanger zo lang ingedrukt tot in de
tekstaanduiding (e) van de laserontvanger P-- verschijnt. Het maken van een geslaagde verbinding wordt op het display van de rotatielaser bevestigd. In de tekstaanduiding (e) van de laserontvanger verschijnt POK.
Als de verbinding tussen rotatielaser en laserontvanger niet kan worden gemaakt, dan verschijnt in de tekstaanduiding (e) van de laserontvanger PNK en op het display van de rotatielaser verschijnt de foutmelding over de mislukte verbinding. Voor het verhelpen van de fout raadpleegt u de gebruiksaanwijzing van de rotatielaser.
Richtingaanduidingen
De positie van de laserstraal in het ontvangstveld (1) wordt aangegeven:
- op het display (5) op de voor- en achterkant van de laserontvanger door de richtingaanduiding „Laserstraal onder middenlijn“ (f), de richtingaanduiding „Laserstraal boven middenlijn“ (j) of de aanduiding middenlijn (h),
- optioneel door de rode LED-richtingaanduiding „Laserstraal onder middenlijn“ (4), de blauwe LED-richtingaanduiding „Laserstraal boven middenlijn“ (2) evenals de groene LED middenlijn (3) op de voorkant van de laserontvanger,
- optioneel door het geluidssignaal.
Als de laserstraal voor het eerst door het ontvangstveld (1) loopt, is altijd een kort geluidssignaal te horen en de rode LED-richtingaanduiding „Laserstraal onder middenlijn“ (4) evenals de blauwe LED-richtingaanduiding „Laserstraal boven middenlijn“ (2) lichten kort op (ook wanneer geluidssignaal en/of LED-richtingaanduidingen werden uitgeschakeld).
Laserontvanger te laag: loopt de laserstraal door de bovenste helft van het ontvangstveld (1), dan verschijnt de richtingaanduiding „Laserstraal boven middenlijn“ (j) op het display.
Bij ingeschakelde LED's brandt de blauwe LED-richtingaanduiding „Laserstraal boven middenlijn“ (2).
Bij ingeschakeld geluidssignaal is een signaal in een langzaam ritme te horen.
Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijl naar boven. Bij het naderen van de middenlijn wordt alleen nog de punt van de richtingaanduiding „Laserstraal boven middenlijn“ (j) weergegeven.
Laserontvanger te hoog: loopt de laserstraal door de onderste helft van het ontvangstveld (1), dan verschijnt de richtingaanduiding „Laserstraal onder middenlijn“ (f) op het display.
Bij ingeschakelde LED's brandt de rode LED-richtingaanduiding „Laserstraal onder middenlijn“ (4).
Bij ingeschakeld geluidssignaal is een signaal in een snel ritme te horen.
Beweeg de laserontvanger in de richting van de pijl omlaag. Bij het naderen van de middenlijn wordt alleen nog de punt van de richtingaanduiding „Laserstraal onder middenlijn“ (f) weergegeven.
Laserontvanger in het midden: loopt de laserstraal ter hoogte van de middenlijn door het ontvangstveld (1), dan verschijnt de aanduiding middenlijn (h) op het display. Bij ingeschakelde LED's brandt de groene LED middenlijn (3).
Bij ingeschakeld geluidssignaal is een permanent signaal te horen.
Geheugenfunctie laatste ontvangst: als de laserontvanger zodanig wordt bewogen dat de laserstraal het ontvangstveld (1) weer verlaat, dan knippert gedurende korte tijd de laatst weergegeven richtingaanduiding „Laserstraal boven middenlijn“ (j) of de richtingaanduiding „Laserstraal onder middenlijn“ (f). Deze aanduiding kan via het instellingsmenu worden in- of uitgeschakeld.
Aanduiding relatieve hoogte (zie afbeelding B)
Als de laserstraal het ontvangstveld (1) raakt, dan verschijnt de afstand tussen laserstraal en middenlijn van de laserontvanger als absolute waarde in de tekstaanduiding (e) op het display.
De maateenheid van de hoogteaanduiding kan in het instellingsmenu worden gewijzigd ("mm" of "in" [inch]).
Displayverlichting
De displays (5) op voor- en achterkant van de laserontvanger beschikken over een displayverlichting. De displayverlichting wordt ingeschakeld:
- bij het inschakelen van de laserontvanger,
- telkens als er op een toets wordt gedrukt,
- wanneer de laserstraal over het ontvangstveld (1) beweegt.
De displayverlichting schakelt automatisch uit:
- 30 s nadat op een toets werd gedrukt, wanneer geen laserstraal het ontvangstveld bereikt,
- 2 min. nadat er op geen enkele toets werd gedrukt en wanneer de positie van de laserstraal in het ontvangstveld niet verandert.
De displayverlichting kan in het instellingsmenu worden uit geschakeld.
De instelling van de displayverlichting wordt bij het uitschakelen van de laserontvanger niet opgeslagen. Na het inschakelen van de laserontvanger is de displayverlichting altijd ingeschakeld.
Instellingen
Instelling van de aanduiding middenlijn kiezen
U kunt vastleggen met welke nauwkeurigheid de positie van de laserstraal op het ontvangstveld (1) als „in het midden“ wordt weergegeven.
De actuele instelling van de aanduiding middenlijn is op de aanduiding ontvangstnauwkeurigheid (c) te zien.
Om de ontvangstnauwkeurigheid te wijzigen, drukt u zo vaak op de toets instelling ontvangstnauwkeurigheid (18) tot de
gewenste instelling op het display verschijnt. Telkens bij het drukken op de toets instelling ontvangstnauwkeurigheid verschijnt gedurende korte tijd de betreffende waarde van de ontvangstnauwkeurigheid in de tekstaanduiding (e).
De instelling van de ontvangstnauwkeurigheid wordt bij het uitschakelen opgeslagen.
Geluidssignaal voor het aangeven van de laserstraal
De positie van de laserstraal op het ontvangstveld (1) kan door een geluidssignaal aangegeven worden.
U kunt het volume wijzigen of het geluidssignaal uitschakelen.
Druk voor het wisselen of uitschakelen van het geluidssignaal op de toets geluidssignaal (20) tot het gewenste volume op het display verschijnt. Bij een laag volume verschijnt de aanduiding geluidssignaal (g) op het display met één streepje, bij een hoog volume met 3 streepjes, bij uitgeschakeld geluidssignaal verdwijnt de aanduiding.
Onafhankelijk van de instelling van het geluidssignaal is er ter bevestiging van het feit dat de laserstraal voor het eerst het ontvangstveld (1) raakt, een kort signaal met een laag volume te horen.
De instelling van het geluidssignaal wordt bij het uitschakelen van de laserontvanger opgeslagen.
Instellingsmenu
Instellingsmenu opvragen: druk tegelijkertijd kort op de toets X-as (16) en de toets Y-as (15).
Instelling binnen een submenu wijzigen: druk ofwel op de toets X-as (16) of op de toets Y-as (15) om tussen de instellingen te wisselen. De laatst gekozen instelling wordt bij het verlaten van het menu automatisch opgeslagen.
Submenu wisselen: drukt kort op de toets modus
CenterFind (17) om naar het volgende submenu te gaan.
Instellingsmenu verlaten: druk zo lang op de toets modus
CenterFind (17) tot het instellingsmenu is beëindigd. Als alternatief wordt het instellingsmenu ongeveer 10 s nadat voor het laatst op een toets werd gedrukt, automatisch beëindigd.
De volgende submenu's staan ter beschikking:
- Maateenheid van de aanduiding relatieve hoogte: bij het opvragen van de maateenheid-menu's verschijnt de actueel gekozen maateenheid in de tekstaanduiding (e), de beschikbare maateenheden zijn in de aanduiding maateenheid (d) erboven te zien.
- LED-richtingaanduidingen (LED): de 3 LED-richtingaanduidingen (2), (4) en (3) kunnen in helderheid gewijzigd of uitgeschakeld worden. De LED's branden telkens in de gekozen instelling.
- Displayverlichting (LIT): de displayverlichting kan ingeschakeld (groene LED brandt) of uitgeschakeld worden (rode LED brandt).
- Geheugenfunctie laatste ontvangst (MEM): de aanduiding van de richting waarin de laserstraal het ontvangstveld heeft verlaten, kan ingeschakeld (groene LED brandt) of uitgeschakeld worden (rode LED brandt).
60 | Nederlands
- Center-functies (CF/CL) (LR 65 G): er kan worden gekozen uit de modus CenterFind (CF) en de modus CenterLock (CL). De actuele modus verschijnt in de tekstaanduiding (e).
Behalve de instelling van de displayverlichting worden alle instellingen bij het uitschakelen van de laserontvanger opgeslagen.
Functions
Modus CenterFind (zie afbeelding C)
In de modus CenterFind probeert de rotatielaser automatisch, door een op- en neerwaartse beweging van de rotatiekop de laserstraal op de middenlijn van de laserontvanger uit de lijnen.
De laserstraal kan bij een horizontale positie van de rotatielaser met betrekking tot de X-as van de rotatielaser, op de Y-as of op beide assen tegelijkertijd worden uitgelijnd (zie „Hellingbepaling met modus CenterFind (zie afbeelding D)“, Pagina 60). Bij een verticale positie van de rotatielaser is alleen een uitlijning op de Y-as mogelijk.
Modus CenterFind starten:

Plaats de rotatielaser en laserontvanger zodanig dat de laserontvanger zich in richting van de X-as of de Y-as van de rotatielaser bevindt. Lijn de laserontvanger zodanig uit dat de gewenste as in een rechte hoek t.o.v. het ontvangstveld (1) staat.
Moet de laserstraal op beide assen worden uitgelijnd, plaats dan telkens een met de rotatielaser verbonden laserontvanger in richting van de X- en Y-as. Elke laserontvanger moet zich binnen het draaibereik van ±8,5 % van de rotatielaser bevinden.
Schakel de rotatielaser in de rotatiemodus in.
LR 65 G: In het instellingsmenu moet de Center-functie op modus CenterFind (CF) gezet zijn. Bij uitlijning op twee as- sen van de rotatielaser geldt dat voor beide laserontvangers.
Voor het starten van de modus CenterFind voor de X-as drukt u ofwel lang op de toets modus CenterFind (17) of drukt u lang op de toets modus CenterFind (17) samen met de toets X-as (16).
Voor het starten van de modus CenterFind voor de Y-as drukt u lang op de toets modus CenterFind (17) samen met de toets Y-as (15).
Moet de laserstraal tegelijkertijd op beide assen worden uitgelijnd, dan moet de modus CenterFind op elke laserontvanger apart worden gestart.
Na het starten van de modus CenterFind beweegt de rotatiekop op de rotatielaser op en neer. Tijdens het zoeken verschijnt in de tekstaanduiding (e) CFX (X-as) of CFY (Y-as). Als de laserstraal het ontvangstveld (1) ter hoogte van de middenlijn van de laserontvanger raakt, dan verschijnt de aanduiding middenlijn (h) evenals in de tekstaanduiding (e) XOK (X-as) of YOK (Y-as). Op de rotatielaser wordt de waarde van de gevonden helling weergegeven. De modus CenterFind wordt automatisch afgesloten.
Modus CenterFind annuleren:
Om de modus CenterFind te annuleren drukt u op de toets modus CenterFind (17) en houdt deze ingedrukt.
Verhelpen van fouten:
Kon de laserstraal de middenlijn van de laserontvanger binnen het draaibereik niet vinden, dan verschijnt in de tekstaanduiding (e) ERR en alle LED-richtingaanduidingen branden. Druk op een willekeurige toets op de rotatielaser en een op de laserontvanger om de foutmeldingen te sluiten. Plaats de rotatielaser en laserontvanger opnieuw, zodat de laserontvanger zich binnen het draaibereik van ±8,5 % van de rotatielaser bevindt. Let erop dat de laserontvanger t.o.v. de X-as of de Y-as is uitgelijnd, zodat de laserstraal horizontaal door het ontvangstveld (1) kan lopen. Start dan de modus CenterFind opnieuw.
LR 65 G: Als beide assen van de rotatielaser op een laserontvanger moeten worden uitgelijnd, dan moet op beide laserontvangers dezelfde Center-functie zijn ingesteld. Een combinatie van modus CenterFind en modus CenterLock is niet mogelijk.
Als op een as al de modus CenterLock ingesteld is en wordt op de andere as de modus CenterFind gestart, dan verschijnt in de tekstaanduiding (e) afwisselend ERR en CL. Stel op beide laserontvangers de modus CenterFind in en start de functie opnieuw.
Hellingbepaling met modus CenterFind (zie afbeelding D)
Met behulp van de modus CenterFind kan de helling van een vlak tot max. 8,5 % worden gemeten. Plaats hiervoor de rotatielaser aan een uiteinde van het hellende vlak in horizontale positie op een statief. De X- of Y-as van de rotatielaser moet in één lijn met de te bepalen helling zijn uitgelijnd. Schakel de rotatielaser in en laat deze nivelleren.
Bevestig de laserontvanger met de houder op een meetlat (25). Plaats de meetlat dichtbij het meetgereedschap (aan hetzelfde uiteinde van het hellende vlak). Lijn de laserontvanger op de meetlat in hoogte zodanig uit dat de laserstraal van de rotatielaser als "in het midden" wordt weergegeven ①.
Plaats vervolgens de meetlat met de laserontvanger aan het andere einde van het hellende vlak ②. Let erop dat de positie van de laserontvanger op de meetlat onveranderd blijft.
Start de modus CenterFind voor de as die op het hellende vlak is uitgelijnd. Na afsluiting van de modus CenterFind verschijnt op de rotatielaser de helling van het vlak.
Modus CenterLock (LR 65 G)
In de modus CenterLock probeert de rotatielaser automatisch, door een op- en neerwaartse beweging van de rotatiekop de laserstraal op de middenlijn van de laserontvanger uit de lijnen. Het verschil met de modus CenterFind is dat de positie van de laserontvanger continu gecontroleerd en de helling van de rotatielaser automatisch aangepast wordt. Op het display van de rotatielaser verschijnen geen hellingswaarden.
De uitlijning is voor de X- en Y-as mogelijk, zowel bij horizontale positie als bij verticale positie van de rotatielaser.
Modus CenterLock starten:

Plaats de rotatielaser en laserontvanger zodanig dat de laserontvanger zich in richting van de X-as of de Y-as van de rotatielaser bevindt. Lijn de laserontvanger zodanig uit dat de gewenste as in een rechte hoek t.o.v. het ontvangstveld (1) staat.
Moet de laserstraal op beide assen worden uitgelijnd, plaats dan telkens een met de rotatielaser verbonden laserontvanger in richting van de X- en Y-as. Elke laserontvanger moet zich binnen het draaibereik van ±8,5 % van de rotatielaser bevinden.
Schakel de rotatielaser in de rotatiemodus in.
In het instellingsmenu van de laserontvanger moet de Center-functie op modus CenterLock (CL) gezet zijn. Bij uitlijning op twee assen van de rotatielaser geldt dat voor beide laserontvangers.
Voor het starten van de modus CenterLock voor de X-as drukt u ofwel lang op de toets modus CenterFind (17) of drukt u lang op de toets modus CenterFind (17) samen met de toets X-as (16).
Voor het starten van de modus CenterLock voor de Y-as drukt u lang op de toets modus CenterFind (17) samen met de toets Y-as (15).
Moet de laserstraal tegelijkertijd op beide assen worden uitgelijnd, dan moet de modus CenterLock op elke laserontvanger apart worden gestart.
Na het starten van de modus CenterLock beweegt de rotatiekop op de rotatielaser op en neer. Tijdens het zoeken verschijnt in de tekstaanduiding (e) CLX (X-as) of CLY (Y-as).
Als de laserstraal het ontvangstveld (1) ter hoogte van de middenlijn van de laserontvanger raakt, dan verschijnt de aanduiding middenlijn (h) evenals in de tekstaanduiding (e) LOC. Op de rotatielaser verschijnt het symbool CenterLock op het startscherm voor de betreffende as.
Bij positieveranderingen van laserontvanger of rotatielaser wordt de helling op de rotatielaser automatisch aangepast.
Let er bij het werken met de modus CenterLock zorgvuldig op dat rotatielaser en laserontvanger niet per ongeluk worden bewogen. Door de automatische aanpassing van de helling bij elke positieverandering kunnen er foute metingen ontstaan.
Modus CenterLock annuleren:
Om de modus CenterLock te annuleren of te beëindigen drukt u op de toets modus CenterFind (17) en houdt deze ingedrukt. Als de laserstraal op dat moment al met succes op de middenlijn van de laserontvanger was uitgelijnd, dan blijft de ingestelde helling op de rotatielaser ook bij annuleren van de modus CenterLock behouden.
Verhelpen van fouten:
Kon de laserstraal de middenlijn van de laserontvanger niet binnen 2 minuten vinden (ongeacht of bij start van de modus of na positieveranderingen), dan verschijnt in de tekstaanduiding (e) ERR en alle LED-richtingaanduidingen branden.
Druk op een willekeurige toets op de rotatielaser en een op de laserontvanger om de foutmeldingen te sluiten. Plaats de rotatielaser en laserontvanger opnieuw, zodat de laserontvanger zich binnen het draaibereik van ±8,5 % van de rotatielaser bevindt. Let erop dat de laserontvanger t.o.v. de X-as of de Y-as is uitgelijnd, zodat de laserstraal horizontaal door het ontvangstveld (1) kan lopen. Start dan de modus
CenterLock opnieuw.
Als beide assen van de rotatielaser op een laserontvanger moeten worden uitgelijnd, dan moet op beide laserontvangers dezelfde Center-functie zijn ingesteld. Een combinatie van modus CenterLock en modus CenterFind is niet mogelijk.
Als op een as al de modus CenterFind ingesteld is en wordt op de andere as de modus CenterLock gestart, dan verschijnt in de tekstaanduiding (e) afwisselend ERR en CF. Stel op beide laserontvangers de modus CenterLock in en start de functie opnieuw.
Stroboscoopbeschermingsfilters
De laserontvanger heeft elektronische filters voor stroboscooplichten. De filters beschermen bijv. tegen storingen door waarschuwingslichten van bouwmachines.
Aanwijzingen voor werkzaamheden
Uitlijnen met de libel
Met behulp van de libel (7) kunt u de laserontvanger verticaal (loodrecht) uitlijnen. Scheef aanbrengen van de laserontvanger leidt tot foutieve metingen.
62 | Nederlands
Markeren
Bij de middenmarkering (9) rechts en links op de laserontvanger kunt u de positie van de laserstraal markeren, wanneer deze door het midden van het ontvangstveld (1) loopt. Let erop dat u de laserontvanger bij het markeren nauwkeurig verticaal (bij horizontale laserstraal) of horizontaal (bij verticale laserstraal) uitlijnt, omdat anders de markeringen ten opzichte van de laserstraal verplaatst zijn.
Bevestigen met de houder (zie afbeelding E)
U kunt de laserontvanger met behulp van de houder (23) zo-wel op een meetlat (25) (accessoire) als op andere hulpmiddelen met een breedte tot max. 65 mm bevestigen.
Schroef de houder (23) met de bevestigingsschroef (26) in de opname (11) op de achterkant van de laserontvanger vast.
Draai de draaiknop (24) van de houder los, schuif de houder bijv. op de meetlat (25) en draai de draaiknop (24) weer vast.
Met behulp van de libel (21) kunt u de houder (23) en zo de laserontvanger horizontaal uitlijnen. Scheef aanbrengen van de laserontvanger leidt tot foutieve metingen.
De referentie middenlijn (22) op de houder bevindt zich op dezelfde hoogte als de middenmarkering (9) en kan voor het markeren van de laserstraal worden gebruikt.
Bevestigen met magneet (zie afbeelding F)
Als een stevige bevestiging niet beslist noodzakelijk is, kunt u de laserontvanger met de magneten (10) aan stalen onderdelen vastmaken.
Storingen verhelpen
| Tekstaanduiding (e) Probleem Verhelpen | ||
| PNK | Maken van de verbinding via Bluetooth® met de rotatielaser GRL 600 CHV of GRL 650 CHVG mislukt | Druk kort op de aan/uit-toets op de rotatielaser om de foutmelding te sluiten. Start het maken van de verbinding opnieuw.Als het niet mogelijk is om een verbinding te maken, neem dan contact op met de Bosch klantenservice. |
| ERR | Kalibratie van de rotatielaser GRL 600 CHV of GRL 650 CHVG mislukt | Lees de gebruiksaanwijzing van de GRL 600 CHV of GRL 650 CHVG en neem hier goed nota van. |
| Modus CenterFind of modus CenterLock mislukt | Druk op een willekeurige toets om de foutmelding te sluiten. Controleer de positie van rotatielaser en laserontvanger vóór het opnieuw starten van de functie. | |
| LR 65 G: | ||
| ERR en CL afwisselend | Modus CenterFind kan niet worden ge-start, omdat de rotatielaser al in de modus CenterLock werkt. | Stel op beide laserontvangers de modus CenterFind in en start de functie opnieuw. |
| ERR en CF afwisselend | Modus CenterLock kan niet worden ge-start, omdat de rotatielaser al in de modus CenterFind werkt. | Stel op beide laserontvangers de modus CenterLock in en start de functie opnieuw. |
Indeling van de functies
| Functie mogelijk met LR 60 en GRL 600 CHV Rotatielaser met rode laserstraal | ||
| (600-800 nm) | ||
| Oplaadaanduiding van de rotatielaser ● - | ||
| Richtingaanduidingen voor positie van de laserstraal ● ● | ||
| Aanduiding relatieve hoogte ● ● | ||
| Modus CenterFind | ● | - |
| Modus CenterLock | - | - |
| Functie mogelijk met LR 65 G en GRL 650 CHVG Rotatielaser met groene laserstraal | ||
| (500-570 nm) | ||
| Oplaadaanduiding van de rotatielaser ● - | ||
| Richtingaanduidingen voor positie van de laserstraal ● ● | ||
| Aanduiding relatieve hoogte ● ● | ||
| Modus CenterFind | ● | - |
Functie mogelijk met LR 65 G en GRL 650 CHVG Rotatielaser met groene laserstraal
(500-570 nm)
Modus CenterLock
Onderhoud en service
Onderhoud en reiniging
Houd de laserontvanger altijd schoon.
Dompel de laserontvanger niet in water of andere vloeistoffen.
Verwijder vuil met een vochtige, zachte doek. Gebruik geen reinigings- of oplosmiddelen.
Klantenservice en gebruiksadvies
Onze klantenservice beantwoordt uw vragen over reparatie en onderhoud van uw product en over vervangingsonderdelen. Explosietekeningen en informatie over vervangingsonderdelen vindt u ook op: www.bosch-pt.com
Het Bosch-gebruiksadviesteam helpt u graag bij vragen over onze producten en accessoires.
Vermeld bij vragen en bestellingen van vervangingsonderde- len altijd het uit tien cijfers bestaande productnummer vol- gens het typeplaatje van het product.
Nederland
Tel.: (076) 579 54 54
Fax: (076) 579 54 94
E-mail: gereedschappen@nl.bosch.com
Meer serviceadressen vindt u onder:
Laserontvanger, accessoires en verpakkingen moeten op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.

Gooi laserontvanger en batterijen niet bij het huisvuil!
Alleen voor landen van de EU:
Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU inzake afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en de implementatie in nationaal recht moeten niet meer bruikbare laserontvangers en volgens de Europese richtlijn 2006/66/EG moeten defecte of verbruikte accu's/batterijen apart worden ingezameld en op een voor het milieu verantwoorde wijze worden gerecycled.
Bij een verkeerde afvoer kunnen afgedankte elektrische en elektronische apparaten vanwege de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen schadelijke uitwerkingen op het milieu en de gezondheid van mensen hebben.