SCHEPPACH HBS30 - Zaag

HBS30 - Zaag SCHEPPACH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis HBS30 SCHEPPACH in PDF-formaat.

📄 400 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice SCHEPPACH HBS30 - page 74
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SCHEPPACH

Model : HBS30

Categorie : Zaag

Download de handleiding voor uw Zaag in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HBS30 - SCHEPPACH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HBS30 van het merk SCHEPPACH.

GEBRUIKSAANWIJZING HBS30 SCHEPPACH

LintzaagVertaling van de originele gebruikshandleiding

Verklaring van de symbolen op het toestel Waarschuwing! Bij het niet in acht nemen, bestaat levensgevaar, gevaar op letsel of bescha- diging aan het werktuig! Lees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoor- schriften! Draag een veiligheidsbril! Draag gehoorbescherming! Bescherm de luchtwegen bij stofontwikkeling! Let op! Gevaar voor letsel! Niet in de draaiende zaagband grijpen! Draag veiligheidshandschoenen. Let op! Voor montage, reiniging, ombouw, instandhouding, opslag en transport moet u het apparaat uitschakelen en loskoppelen van de stroomvoorziening. Zaagbandrichting Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen. Het product voldoet aan de geldende Servische richtlijnen.www.scheppach.com

Beschrijving van het toestel (afb. 1-1b) ....................................................................... 74

De vereiste minimumleeftijd moet worden voldaan. Als aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in deze handleiding en de speciale voorschriften van uw land, moeten ook de algemeen erkende technische regels voor het gebruik van houtverwerkende apparaten in acht genomen worden. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding en de veiligheidsvoorschriften.

Beschrijving van het toestel (afb. 1-1b)

5. Zaagbandgeleiding boven

9. Zaagbandrol onder

15. Aan/uit-schakelaar

16. Borgschroef voor zaagbandrol boven

17. Instelschroef voor zaagbandrol boven

22. Vaststelgreep voor zaagtafel

25. Afschuiningsaanslag (niet afgebeeld / optioneel)

27. Instelgreep voor zaagbandgeleiding

28. Vaststelgreep voor zaagbandgeleiding

33. Schroevendraaier

34. Steeksleutel SW10/13

35. Graadschaal voor draaibereik

Fabrikant: Scheppach GmbH Günzburger Straße 69 D-89335 Ichenhausen Geachte klant, Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. Advies: Volgens de van toepassing zijnde wet voor produc- taansprakelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit apparaat in geval van:

  • Niet-naleving van de gebruiksinstructies,
  • Reparaties door derden, niet-erkende getrainde werklui,
  • Installatie en vervanging van niet-originele reser- veonderdelen,
  • Falen van het elektronisch systeem ten gevolge van niet-naleving van de elektrische specicaties en de VDE 0100, DIN 57113 / VDE 0113 voorschriften. Aanbevelingen: Lees de volledige handleiding voor de montage en besturing van het apparaat. Deze handleiding is be- doeld om het gebruik van het apparaat gemakkelijker te maken voor u en om vertrouwd te geraken met het gebruik van het apparaat. De handleiding bevat belangrijke nota’s over hoe vei- lig, goed en economisch gebruik te maken van uw ap- paraat, en over hoe u gevaar kan vermijden, reparatie- kosten kan besparen, downtime kan verminderen en de betrouwbaarheid en levensduur van uw apparaat kan vergroten. Bovenop de veiligheidsvoorschriften in deze handlei- ding, moet u ook voldoen aan de geldende voorschrif- ten van uw land in verband met het gebruik van het apparaat. Plaats de gebruiksaanwijzing in een doorzichtig plas- tic map om deze te beschermen tegen vuil en vocht, en bewaar ze in de nabijheid van het apparaat. De instructies moeten gelezen en nauw gevolgd worden door iedereen vooraleer het apparaat te gebruiken. Enkel getrainde personen die op de hoogte gebracht zijn van de mogelijke gevaren en risico’s mogen het apparaat gebruiken.www.scheppach.com

De bandzaag wordt gebruikt voor het langszagen en dwarszagen van houten blokken of houtachtige werk- stukken. Ronde materialen mogen alleen worden ge- zaagd met geschikte houders. De machine mag slechts voor werkzaamheden wor- den gebruikt waarvoor ze bedoeld is. Elk ander verder gaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit voort- vloeiende schade of letsel van welke aard dan ook is de gebruiker/bediener, niet de fabrikant, aansprakelijk. Er mogen uitsluitend voor de machine geschikte zaag- banden worden gebruikt. Het naleven van de veilig- heidsvoorschriften alsmede van de montage-instruc- ties en aanwijzingen aangaande de werking vermeld in deze handleiding maakt eveneens deel uit van het reglementaire gebruik. Personen, die de machine bedienen en onderhouden, moeten hiermee vertrouwd en van mogelijke gevaren op de hoogte zijn. Bovendien moeten de geldende voorschriften ter voor- koming van ongevallen strikt worden opgevolgd. Andere algemene regels op het gebied van de arbeidsgenees- kunde en veiligheid dienen in acht te worden genomen. Veranderingen aan de machine sluiten een aanspra- kelijkheid van de fabrikant en daaruit voortvloeiende schade helemaal uit. Ondanks een doelmatig gebruik kunnen bepaalde res- terende risicofactoren niet volledig uit de weg worden geruimd. Ten gevolge van de constructie en opbouw van de machine kunnen zich de volgende punten voordoen:

  • Gehoorschade bij niet-gebruik van de nodige ge- hoorbeschermer.
  • Bij gebruik in gesloten vertrekken komt houtstof vrij dat schadelijk is voor de gezondheid.
  • Gevaar op ongevallen door handcontact in het niet afgedekte snijbereik van het werkstuk.

41. Kartelmoer voor parallelaanslag

42. Klemhendel parallelaanslag

43. Geleiderail voor parallelaanslag

45. Inbusschroef voor steunlager boven

46. Steunlager boven

47. Geleidingspen, boven

48. Inbusschroef voor geleidepennen boven

49. Opnamehouder (boven)

50. Inbusschroef opnamehouder boven (2x)

51. Inbusschroef steunlager onder

52. Steunlager onder

53. Schroef opnamehouder onder

54. Zaagbandbescherming

55. Inbusschroef voor geleidepennen onder

56. Geleidingspen, onder

57. Opnamehouder (onder)

58. Schroef (zaagtafelafstelling)

59. Moer (zaagtafelafstelling)

60. Schuifstokhouder

3. Inhoud van de levering

  • Open de verpakking en haal het apparaat er voor - zichtig uit.
  • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver- pakkings- en transportbeveiligingen (indien voor- handen).
  • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
  • Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade.
  • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd. mLET OP Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed! Kinderen mogen niet met kunststof zakken, folies en kleine onderdelen spelen! Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar! 1x lintzaagmachine (machineframe) 1x zaagtafel 1x tafelverbreding (8) met geleiderail (43) 1x parallelaanschlag (14) 1x schuifstok (29) 1x steeksleutel SW 10/ 13 (34) 3x inbussleutel 3mm (32)/4mm(31)/5mm (30) 1x schroef M6x35 (36) 1x Onderlegring M6 (37) 1x Moer M6 (38) 2x Schroef M5x7 (39)www.scheppach.com

a) De aansluitstekker van het elektrische ge- reedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker sa- men met geaard elektrisch gereedschap. On- gewijzigde stekkers en passende stopcontacten verminderen het risico op elektrische schok. b) Let op dat u geen fysiek contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radi- atoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is. c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elektrisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok. d) Gebruik het netsnoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trek- ken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende delen. Bescha- digde of opgewikkelde snoeren verhogen het risi- co op een elektrische schok. e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een ver- lengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor bui- tenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermin- dert het risico op een elektrische schok. f) Als het gebruik van het elektrische gereed- schap in een vochtige omgeving niet kan wor- den vermeden, gebruik dan een aardlekscha- kelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok.

3) Veiligheid van personen

a) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werk- zaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereedschap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een moment van on- achtzaamheid bij gebruik van het elektrische ge- reedschap kan leiden tot ernstig letsel. b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril.

  • Gevaar op letsel bij het verwisselen van werktuigen (gevaar op snijwonden).
  • Gevaar door het wegslingeren van werkstukken of delen van werkstukken.
  • Beknellen van de vingers.
  • Gevaar door terugslag.
  • Kantelen van het werkstuk door een te klein
  • Aanraken van het snijwerktuig.
  • Wegslingeren van takken en werkstukdelen. Wij wijzen erop dat onze toestellen overeenkomstig hun bestemming niet ontworpen zijn voor commerci- eel, ambachtelijk of industrieel gebruik. Wij zijn niet aansprakelijk indien het apparaat in ambachtelijke of industriële bedrijven alsmede bij gelijk te stellen acti- viteiten wordt gebruikt.

5. Belangrijke aanwijzingen

Algemene veiligheidsvoorschriften voor elektri- sche apparaten m WAARSCHUWING: Lees alle veiligheidsvoor- schriften, aanwijzingen, afbeeldingen en techni- sche gegevens die bij dit elektrische gereedschap zijn meegeleverd. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwij- zingen voor toekomstig gebruik. Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip “Elektrisch gereedschap” is van toepassing op netge- voed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op ac- cugevoed elektrisch gereedschap (zonder netsnoer).

1) Veiligheid op de werkplek

a) Houd uw werkomgeving schoon en goed ver- licht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen. b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeisto󰀨en, gas of stof bevinden. Elektrisch apparaat produceert vonken, waardoor stof of dampen kunnen ontbranden. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische ge- reedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen.www.scheppach.com

b) Gebruik geen elektrisch apparaat, waarvan de schakelaar defect is. Een elektrisch gereed- schap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan wor- den, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver- wijder de uitneembare accu voordat u de appa- raatinstellingen wijzigt, inzetstukken vervangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voor- zorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische ge- reedschap per ongeluk wordt gestart. d) Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten buiten bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk als deze door onervaren personen wor- den gebruikt. e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektrische apparaten en inzetstukken. Controleer of be- wegende delen probleemloos functioneren en niet klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt beïnvloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhou- den elektrische apparaten. f) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken. g) Gebruik elektrische apparaten, accessoires en inzetstukken, etc. overeenkomstig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot ge- vaarlijke situaties. h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereedschap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden.

a) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwaliceerd deskundig personeel re- pareren met uitsluitend originele reserveon- derdelen. Hiermee wordt de veiligheid van het elektrische gereedschap gewaarborgd. Het dragen van persoonlijke beschermingsmidde- len zoals een stofmasker, antislip-veiligheidsschoe- nen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereedschap en de toepas- sing ervan, verkleint het risico op verwondingen. c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Con- troleer of het elektrisch gereedschap is uitge- schakeld voordat u het op de stroomvoorzie- ning en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schake- laar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschap of de moersleutel, voordat u het elektrische gereedschap inscha- kelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereed- schap bevindt, kan verwondingen veroorzaken. e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshouding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen. Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastgegrepen door bewegende delen. g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kun- nen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het gebruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminderen. h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u ervaren bent met het elektrisch apparaat. Achteloos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden.

4) Gebruik en behandeling van het elektrisch ge-

reedschap a) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaam- heden het daarvoor bedoelde elektrische ge- reedschap. Met het juiste elektrische apparaat werkt u beter en veiliger in het aangegeven ver- mogensbereik.www.scheppach.com

  • Vervormde of beschadigde zaagbanden mogen niet gebruikt worden.
  • Versleten tafelinzet moet worden vervangen.
  • Nooit de machine in bedrijf zetten als de beveili- gingsklep van de zaagband resp. de losgekoppelde veiligheidsinrichting is geopend.
  • Let op dat de keuze van het zaagband en de snel- heid voor de te zagen grondstof geschikt is.
  • Nooit de zaagband reinigen als deze nog niet tot stilstand is gekomen.
  • Bij rechte zaagsnedes van kleine werkstukken te- gen de parallelaanslag moet een schuifstok wor- den gebruikt.
  • Draag bij het werken met de zaagband en ruwe grondsto󰀨en handschoenen!
  • Tijdens het transport moet de zaagband-veilig- heidsinrichting zich in de onderstand stand en na- bij de tafel bevinden.
  • Bij schuine zaagsnedes met een schuine tafel moet de parallel geleiding worden aangepast aan het on- derste deel van de tafel.
  • Losgekoppelde veiligheidsinrichtingen nooit gebrui- ken voor het he󰀨en of transporteren.
  • Let op dat de zaagband-veiligheidsinrichtingen wor- den gebruikt en juist zijn ingesteld.
  • Zorg dat uw handen altijd op voldoende veilige af- stand tot de zaagband worden gehouden. Gebruik een schuifstok voor smalle zaagsnedes.
  • Installeer de veiligheidsvoorzieningen zo dicht mo- gelijk bij het werkstuk.
  • Plaats de schuifstok op de hiervoor aangebrach- te houder op de machine, zodat u deze vanuit uw standaard werkpositie kunt bereiken en altijd binnen handbereik hebt.
  • In de normale werkpositie bevindt de gebruiker zich vóór de machine. m WAARSCHUWING! Dit elektrisch apparaat gene- reert een elektromagnetisch veld als het is ingescha- keld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implan- taten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beper- ken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implan- taat te raadplegen voordat de machine wordt gebruikt. Restrisico‘s De machine is gebouwd volgens de stand van de tech- niek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico‘s. Aanvullende veiligheidsvoorschriften
  • Draag tijdens alle werkzaamheden aan de zaag- band veiligheidshandschoenen!
  • Bij het zagen van rond of onregelmatig gevormd hout moet een voorziening worden gebruikt die zorgt dat het werkstuk niet wordt verdraaid.
  • Bij het zagen van de hoge kant van planken moet een voorziening worden gebruikt die het werkstuk beveiligd tegen terugslaan
  • Voor het in acht nemen van de stofemissiewaarden bij houtbewerking en voor een veilig bedrijf, moet een stofafzuigingsinstallatie met ten minste 20 m/s luchtsnelheid worden aangesloten.
  • Verstrek de veiligheidsinstructies aan alle personen die werkzaamheden aan of met de machine verrichten.
  • Gebruik de zaag niet voor het zagen van brandhout.
  • De machine is voorzien van een veiligheidsscha- kelaar tegen herinschakelen van de machine na spanningsuitval.
  • Controleer voor ingebruikname of de spanning op het typebordje van het apparaat overeenkomt met de netspanning.
  • Kabeltrommel alleen in afgerolde toestand gebruiken.
  • De personen die aan of met de machine werken, mogen niet worden afgeleid.
  • Neem de draairichting van de motor- en zaagband in acht
  • De veiligheidsinrichtingen van de machine mogen niet worden gedemonteerd of onbruikbaar worden gemaakt.
  • Zaag geen werkstukken die te klein zijn, zodat u ze goed in uw hand kunt houden.
  • Verwijder nooit losse houtsplinters, spaanders of vastzittende houtstukken als de zaagband draait.
  • De van toepassing zijnde ongevallenpreventievoor- schriften alsook de overige algemene erkende vei- ligheidstechnische voorschriften moeten in acht worden genomen.
  • Notitieboekje van de industriële bedrijfsvereniging in acht nemen (VBG 7)
  • Stel de verstelbare veiligheidsvoorzieningen dus- danig in dat deze zo dicht mogelijk tegen het werk- stuk liggen mLET OP! Lange werkstukken moeten worden on- dersteund om te voorkomen dat ze na het zagen van de tafel vallen. (bijv. met een rolstaander enz.)
  • De zaagbandbeveiliging (4) moet tijdens het trans- port van de zaag in de onderste positie staan.
  • Veiligheidsafdekkingen mogen niet worden gebruikt voor het transporteren of ondeskundig gebruik van de machine.www.scheppach.com
  • Bedrijfsmodus S1, continubedrijf. ** Bedrijfsmodus S2 kort bedrijf bij constante belas- ting; Duur van het nominale bedrijf Het werkstuk moet minimaal een hoogte van 3 mm en een breedte van 10 mm hebben. De geluids- en vibratiewaarden zijn bepaald volgens EN 62841. Geluidsdrukniveau L

77,4 dB Onzekerheid K

90,4 dB Onzekerheid K

3 dB Draag een gehoorbescherming. Het e󰀨ect van lawaai kan gehoorverlies zijn. Totale vi- bratiewaarden (vectorsom van drie richtingen) bepaald volgens EN 62841.

7. Vóór inbedrijfstelling

De machine moet worden opgesteld zodat ze veilig staat, dwz. ze moet op een werkbank of een vast o derstel worden vastgeschroefd. Te dien einde is het voetstuk van de zaagmachine voorzien van boorgaten.

  • Let erop dat de zaagtafel correct gemonteerd is.
  • Vóór inbedrijfstelling moeten alle afdekkingen en vei- ligheidsinrichtingen naar behoren zijn gemonteerd.
  • Het lintzaagblad moet vrij kunnen draaien.
  • Bij reeds bewerkt hout op vreemde voorwerpen let- ten zoals b.v. nagels of schroeven etc.
  • Voordat u de aan-/uitschakelaar indrukt dient u zich ervan te vergewissen dat het lintzaagblad correct is gemonteerd en bewegelijke onderdelen gemak- kelijk bewegen.
  • Controleer of de gegevens vermeld op het kenplaat- je overeenkomen met de gegevens van het stroom- net alvorens de machine aan te sluiten.

m LET OP! Voor alle onderhouds-, ombouw- en mon- tagewerkzaamheden aan de lintzaag moet de netstek- ker worden losgekoppeld. Montagegereedschap 1 steeksleutel SW 10/13 1 inbussleutel SW 3 1 inbussleutel SW 4 1 inbussleutel SW 5 1 schroevendraaier

  • Gevaar op letsel voor vingers en handen door een draaien de zaagband bij ondeskundige geleiding van het werkstuk. Letsel door een wegslingerend werkstuk bij ondeskundige bediening of ondeskundige gelei- ding, zoals bijvoorbeeld het werken zonder aanslag.
  • Gevaar voor de gezondheid door houtstof of houts- paanders. Draag absoluut persoonlijke veiligheids- uitrusting zoals oogbescherming. Afzuiginstallatie plaatsen!
  • Letsel door een defecte zaagband. De zaagband re- gelmatig controleren op perfecte staat.
  • Gevaar op letsel voor vingers en handen bij het vervangen van de zaagband. Geschikte werkhand- schoenen dragen.
  • Gevaar op letsel bij het inschakelen van de machine door een draaiende zaagband.
  • Gevaar door stroom bij onjuist gebruik van de elek- tra-aansluitingen.
  • Gevaar voor de gezondheid door een draaiende zaagband bij lang haar en losse kleding. Persoon- lijke veiligheidsuitrusting zoals een haarnetje en nauwsluitende werkkleding.
  • Bovendien kunnen er ondanks alle getro󰀨en voor- zieningen verborgen restrisico‘s bestaan.
  • Restrisico‘s kunnen worden geminimaliseerd als de „Belangrijke aanwijzingen“ en het „Reglementair gebruik“ alsook de gebruiksaanwijzing in acht wor- den genomen.

Zaagbandlengte 1400 mm Zaagbandbreedte 6-12 mm Zaagbandsnelheid 900 m/min Snijhoogte 0 - 80 mm Doorvoerwijdte 200 mm Tafelgrootte 300 x 300 mm Tafelgrootte met verbreding min. 380 x 300mm Tafelgrootte met tafelverbre- ding max. 535 x 300mm Zwenkbereik van de tafel 0° bis 45° Werkstukgrootte max. 400 x 400 x 80 mm Gewicht 19 kg Technische wijzigingen voorbehouden!www.scheppach.com

  • Bij bijzonder brede werkstukken moet altijd de tafel- verbreding (8) worden gebruikt.
  • Draai de klemhendel (10) los en schuif de tafelver- breding er dusdanig ver uit dat het te zagen werk- stuk er op kan liggen, zonder te kantelen. (Afb. 6.2)

8.6 Zaagband spannen (afb. 1)

m LET OP! Bij langere stilstand van de zaag moet de zaagband ontspannen worden, d.w.z. voor het inscha- kelen van de zaag moet de zaagbladspanning worden gecontroleerd.

  • Spanschroef (1) voor het spannen van de zaagband (26) rechtsom draaien. De juiste spanning van de zaagband kan door het drukken van de vinger te- gen de zaagband ongeveer in het midden tussen de beide zaagbandrollen (2+9) worden vastgesteld. Hierbij mag de zaagband (26) slechts minimaal (ca. 1-2 mm) worden aangedrukt.
  • De voldoende gespannen zaagband geeft een me- talen geluid, als hier tegen aangetikt wordt.
  • Ontspannen van de zaagband, indien deze voor langere tijd niet wordt gebruikt, zodat deze niet uit wordt gerekt. m LET OP! Bij een te hoge spanning kan de zaagband breken. GEVAAR VOOR LETSEL! Bij een te lage spanning kan de aangedreven zaagbandrol (9) door- draaien, waardoor de zaagband blijft staan.

8.7 Zaagband instellen (afb. 1 + 1a)

m LET OP! Voordat de instelling van de zaagband kan worden uitgevoerd, moet de zaagband correct gespan- nen worden.

  • Zijdeksel (13) door het loshalen van de dekselver- grendeling (12) met behulp van de schroevendraaier (33) openen.
  • Bovenste zaagbandrol (2) langzaam rechtsom draaien. De zaagband (26) moet centraal op de zaagbandrol (2) lopen. Als dit niet het geval is, moet de hellingshoek van de bovenste zaagbandrol (2) worden gecorrigeerd.
  • Als de zaagband (26) meer naar de achterste kant van de zaagbandrol (2) loopt, dan moet de instel- schroef (17) linksom worden gedraaid.
  • Open de borgschroef voor de bovenste zaagbandrol (16).
  • Onderste zaagbandrol (9) langzaam met de hand draaien om de positie van de zaagband (26) te con- troleren. Om wille van verpakkingstechnische redenen is de zaagtafel en de tafelverbreding niet gemonteerd.

8.1 Zaagtafel monteren (afb. 2-3)

  • Verwijder de vleugelmoer (21), de vaststelgreep (22), de twee ringen en de klemplaat (23). (Afb.2)
  • Schuif de zaagtafel (7) over het zaagblad (26). Be- vestig deze met de plaat (23), de twee ringen, de vleugelmoer (21) en de vaststelgreep (22) aan de beide schroeven op het machineframe (18). (Afb. 3)
  • Monteer de schroef M6x35 (36) met twee volgringen (37) en de moer (38) op de tafel. (Afb. 3)
  • Verwijder de beide schroeven (39) en kartelringen (40) van de tafelverbreding (8). (Afb. 4)
  • Schuif de tafelverbreding (8) op de aan de machine gemonteerde tafel (7). Let er daarbij op dat span- hendel (10) is geopend (afb. 4.1+4.2).
  • Schuif de tafelverbreding nu volledig op de tafel (afb. 4.3) om de beide schroeven (39) aan beide zij- den de xeren. (Afb. 4.4.) Let op dat de schroeven (39) aan beide zijden worden gemonteerd. De bei- de schroeven worden gebruikt voor de uitschuifbe- grenzing van de tafelverbreding.

8.3 Parallelaanslag (afb. 5)

  • Monteer de parallelaanslag (14) door deze aan de achterzijde te plaatsen en de klemhendel (42) naar onderen toe te xeren.
  • Bij de demontage haalt u de klemhendel (42) naar boven en verwijdert u de parallelaanslag (14).
  • Het klemvermogen van de parallelaanslag kan met de achterste kartelmoer (41) worden ingesteld.

8.4 Instellen van de zaagbreedte (afb. 5+5.1)

  • Bij het in de lengte zagen van houten delen moet de parallelaanslag (14) worden gebruikt.
  • Plaats de parallelaanslag (14) op de geleiderail (43) rechts of links van het zaagblad.
  • Op de geleiderail voor de parallelaanslag (43) bevin- den zich 2 schalen, die de afstand tussen de aan- slagrail en het zaagblad aangeven.
  • Parallelaanslag (14) op de gewenste maat op het peilglas (44) instellen en met de klemhendel (42) voor parallelaanslag xeren. (Afb. 5)www.scheppach.com
  • Opnamehouder boven (49) van de geleidepennen (47) verschuiven, totdat de voorkant van de gelei- dingspen (47) ca. 1 mm achter de tandbasis van de zaagband ligt.
  • Inbusschroeven opnamehouder boven (50) weer aanhalen. m LET OP! De zaagband wordt onbruikbaar als de tanden bij een lopende zaagband de geleidepennen aanraken.
  • Inbusschroef geleidepennen boven (48) losdraaien.
  • Geleidepennen (47) in de richting van de zaagband schuiven! m LET OP! Afstand tussen de geleidepennen (47) en de zaagband (26) mag max. 0,5 mm bedragen. (Zaagband mag niet klemmen)
  • Inbusschroeven (48) weer aanhalen.
  • Bovenste zaagbandrol (2) enkele keren rechtsom draaien.
  • Instelling van de geleidepennen boven (47) nog- maals controleren en eventueel afstellen.
  • Eventueel steunlager boven (46) (8.8.1) afstellen.

8.8.4 Onderste geleidepennen (56) instellen

  • Schroef opnamehouder onder (53) losdraaien (in- bussleutel SW 5)
  • Opnamehouder onder (57) van de geleidepennen onder (56) verschuiven, totdat de voorkant van de geleidingspen onder (56) ca. 1 mm achter de tand- basis van de zaagband ligt.
  • Schroef opnamehouder onder (53) weer aanhalen. m LET OP! De zaagband wordt onbruikbaar als de tanden bij een lopende zaagband de geleidingspen aanraken.
  • Inbusschroef geleidepennen onder (55) losdraaien.
  • De beide geleidepennen onder (56) zo ver in de richting van de zaagband schuiven, tot de afstand tussen de geleidingspennen (56) en de zaagband (26) max. 0,5 mm bedraagt. (Zaagband mag niet klemmen)
  • Inbusschroeven voor geleidepennen onder (55) weer aanhalen.
  • Onderste zaagbandrol (9) enkele keren rechtsom draaien.
  • Instelling van de geleidepennen onder (56) nog- maals controleren en eventueel afstellen.
  • Eventueel steunlager onder (52) (8.8.2) afstellen.
  • Als de zaagband (26) meer naar de voorkant van de zaagbandrol (2) loopt, dan moet de instelschroef (17) rechtsom worden gedraaid.
  • Na het instellen van de bovenste zaagbandrol (2) moet de positie van de zaagband (26) op de onder- ste zaagbandrol (9) worden gecontroleerd. De zaag- band (26) moet hierbij eveneens in het midden van de zaagbandrol (9) liggen. Als dit niet het geval is, moet de neiging van de bovenste zaagbandrol (2) nogmaals worden versteld.
  • Tot de verstelling van de bovenste zaagbandrol (2) op de zaagbandpositie op de onderste zaagbandrol (9) werkt, moet de zaagbandrol enkele malen wor- den gedraaid.
  • Borgschroef voor de zaagbandrol boven (16) aan- halen.
  • Na een geslaagde instelling moet het zijdeksel (13) weer worden gesloten en met de dekselvergrende- lingen (12), met behulp van de schroevendraaier (33) weer worden geborgd.

8.8 Zaagbandgeleiding Instelling (afb. 7-10)

Zowel de steunlagers (46 + 52) als de geleidepennen (47 + 56) moeten na elke vervanging van de zaagband opnieuw worden ingesteld.

  • Zijdeksel (13) door het loshalen van de dekselver- grendeling (12) met behulp van de schroevendraaier (33) openen.

8.8.1 Bovenste steunlager (46) (afb. 7)

  • Inbusschroef steunlager boven (45) losdraaien.
  • Steunlager (46) zo ver verschuiven totdat deze de zaagband (26) helemaal niet meer aanraakt (afstand max. 0,5 mm).
  • Inbusschroef steunlager boven (45) weer aanhalen.

8.8.2 Onderste steunlager (52) instellen (afb. 9)

  • Zaagtafel analoog 8.1 in omgekeerde richting de- monteren.
  • Inbusschroef steunlager onder (51) losdraaien.
  • Steunlager onder (52) zo ver verschuiven totdat deze de zaagband (26) helemaal niet meer aanraakt (afstand max. 0,5 mm).
  • Inbusschroef steunlager onder (51) weer aanhalen.
  • Inbusschroeven opnamehouder boven (50) los- draaienwww.scheppach.com

8.12 Schuifstokhouder (afb. 14)

De schuifstokhouder (60) is voorgemonteerd op het ma- chineframe. Indien niet gebruikt, moet de schuifstok (29) altijd aan de schuifstokhouder worden opgeborgen.

8.13 Tafelinzetstuk vervangen (afb. 15)

Bij slijtage of beschadiging moet het tafelinzetstuk (6) worden vervangen, anders bestaat er een verhoogd gevaar voor letsel.

  • Het versleten tafelinzetstuk (6) naar boven uitnemen.
  • De montage van het nieuwe tafelinzetstuk gebeurt in omgekeerde volgorde.

8.14 Zaagband verwisselen (afb. 1a+1b+16)

  • Zaagbandgeleiding (5) op ca. halve hoogte tussen de zaagtafel (7) en het machineframe (18) instellen.
  • Dekselvergrendelingen (12) loshalen en zijdeksel (13) openen.
  • Verwijder de schroef M6x35 (36) met twee volgrin- gen (37) en de moer (38) van de tafel. (Afb. 3)
  • Zaagband (26) door het linksom draaien van de spanschroef (1) ontspannen.
  • Zaagband (26) van de zaagbandrollen (2+9) en door de sleuf in de zaagtafel (7) verwijderen.
  • De nieuwe zaagband (26) centraal op de beide zaagbandrollen (2+9) plaatsen. De tanden van de zaagbanden (26) moeten naar onderen in de rich- ting van de zaagtafel gericht zijn (afb. 6).
  • Zaagband (26) spannen (zie 8.6)
  • Zijdeksel (13) weer sluiten.
  • Monteer de schroef M6x35 (36) met twee volgringen (37) en de moer (38) op de tafel. (Afb. 3)

8.15 Afzuigmof (afb. 1a)

De lintzaag is uitgerust met een afzuigmof (24) Ø 40 mm voor spaanders. Gebruik het apparaat alleen met een geschikte afzui- ging. Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen.

8.16 Dwarsaanslag (25) (optioneel) (afb. 23)

  • Dwarsaanslag (25) in een groef (A) van de zaag- tafel schuiven.
  • Greepschroef (E) losdraaien.
  • Dwarsaanslag (C) draaien, tot de gewenste hoek is ingesteld. De pijl (F) op de dwarsaanslag toont de ingestelde hoek.
  • Greepschroef (E) weer vastdraaien.
  • De aanslagbalk (B) kan worden verschoven bij de dwarsaanslag (C). Hiervoor de kartelschroeven (D) losdraaien en de aanslagbalk (B) in de gewenste stand zetten. De kartelschroeven (D) weer vastdraaien.
  • Vaststelgreep voor zaagbandgeleiding (28) loshalen.
  • Zaagbandgeleiding (5), door het draaien van de in- stelgreep voor de zaagbandgeleiding (27) zo dicht mogelijk (afstand ca. 2-3 mm) op het te snijden ma- teriaal verlagen.
  • Vaststelgreep (28) weer vastdraaien.
  • De instelling moet voor elk snijproces worden ge- controleerd resp. opnieuw worden ingesteld.

8.10 Zaagtafel (7) op 90° afstellen (afb.2+12+13)

  • Bovenste zaagbandgeleiding (5) geheel naar boven brengen. (8.9)
  • Vaststelgreep (22) en vleugelmoer (21) losdraaien (afb. 2).
  • Hoek tussen de zaagband (26) en de zaagtafel (7) aanbrengen. Hoek niet bij de levering inbegrepen.
  • Zaagtafel (7), door te draaien zover kantelen, tot de hoek ten opzichte van de zaagband (26) precies 90° bedraagt. Als de zaagtafel al op de schroef (58) ligt en de 90° hoek kan niet worden ingesteld, moer (59) losdraaien en schroef (58) door rechtsom draaien verkorten.
  • Schroef (58) zo ver verstellen, totdat de zaagtafel aan de onderzijde wordt aangeraakt.
  • Moer (59) weer aanhalen om de schroef (58) te be- vestigen.

8.11 Welke zaagband gebruiken

De in de lintzaag meegeleverde zaagband is bedoeld voor universeel gebruik. De volgende criteria moeten bij de keuze van de zaagband in acht worden geno- men:

  • Met een smalle zaagband kunt u kleinere radii snij- den dan met een brede.
  • Een brede zaagband gebruikt men als men een rechte snede wilt uitvoeren. Dit is vooral belangrijk bij het snijden van hout. De zaagband heeft de nei- ging om de houtnerf te volgen en wijkt daardoor licht af van de gewenste zaaglijn.
  • Fijngetande zaagbanden snijden gladder, maar ook langzamer dan grofgetande zaagbanden m LET OP! Nooit verbogen of gescheurde zaagban- den gebruiken!www.scheppach.com

De volgende adviezen zijn voorbeelden voor een veilig gebruik van lintzaagmachines. De volgende veilige werkinstructies worden als bij- dragen aan de veiligheid beschouwd, kunnen echter niet voor elk gebruik geheel op maat zijn, volledig zijn of worden toegepast. Deze adviezen kunnen niet alle mogelijke, gevaarlijke omstandigheden behandelen en moeten zorgvuldig worden geïnterpreteerd.

  • Bij werkzaamheden in afgesloten ruimtes moet de ma- chine op een afzuiginstallatie worden aangesloten.
  • Als de machine buiten bedrijf is, bijv. na aoop van de werkzaamheden, moet u de zaagband losser maken. Een overeenkomstige aanwijzing voor het spannen van de zaagband moet voor de volgen- de gebruiker op de machine worden aangebracht.
  • Niet gebruikte zaagbanden moeten worden verza- meld en op een droge plek veilig worden bewaard. Voor gebruik de banden controleren op defecten (tanden, scheuren). Defecte zaagbanden niet gebruiken!
  • Bij het bedienen van de zaagbanden moeten de juiste veiligheidshandschoenen worden gedragen.
  • Voor aanvang van de werkzaamheden moeten alle beschermings- en veiligheidsvoorzieningen op de machine zijn gemonteerd.
  • Reinig de zaagband of de zaagbandgeleiding nooit handmatig met een borstel of schraper in de hand bij een draaiende zaagband. Ingedroogde zaagban- den vormen een risico voor de werkveiligheid en moeten regelmatig worden gereinigd.
  • Voor uw persoonlijke veiligheid moeten tijdens de werkzaamheden een veiligheidsbril en gehoorbe- scherming worden gedragen. Bij lang haar een haarnetje dragen. Losse mouwen moeten tot de el- lebogen worden opgerold.
  • Tijdens werkzaamheden de zaagbandgeleiding al- tijd zo dicht mogelijk tegen het werkstuk plaatsen
  • Zorg in de arbeids- en werkomgeving van de machi- ne voor voldoende lichtomstandigheden.
  • Gebruik voor rechte zaagsnedes altijd de leng- te-aanslag om het kantelen of wegslippen van het werkstuk te vermijden.
  • Voor het bewerken van smalle werkstukken met handtoevoer de schuifstok gebruiken.
  • Voor schuine zaagsnedes de zaagtafel in de over- eenkomstige positie brengen en het werkstuk tegen de lengte-aanslag geleiden. mLET OP! Aanslagbalk (B) niet te ver in de richting van de zaagband schuiven. m LET OP! Bij werkzaamheden aan de machine moeten alle veiligheidsinrichtingen en afdekkingen zijn gemonteerd. Het bovenste en onderste bandwiel is bekleed door een vast aangebrachte beveiliging en een bewegende behuizingsdeksel. Bij het openen van het deksel van de behuizing wordt de machine uitge- schakeld. Het inschakelen is enkel mogelijk als het deksel gesloten is.

m LET OP! Het product voor de ingebruikstelling in ieder ge- val volledig monteren!

9.1 AAN/UIT-schakelaar (15) (afb. 17)

  • Door op de groene toets “I” te drukken, kan de zaag worden ingeschakeld.
  • Om de zaag weer uit te schakelen, moet de rode knop “0” worden ingedrukt.
  • De lintzaagmachine is voorzien van een onderspan- ningsschakelaar. Bij stroomuitval moet de lintzaag- machine opnieuw worden ingeschakeld.

9.2 Parallelaanslag (afb. 5 +18)

  • Plaats de parallelaanslag (14) op de geleiderail (43) rechts of links van het zaagblad.
  • Spanbeugel (42) naar onderen drukken om de pa- rallelaanslag (14) te bevestigen. Het klemvermogen van de parallelaanslag kan met de achterste kartel- moer (41) worden ingesteld.
  • Er moet op gelet worden dat de parallelaanslag (14) altijd parallel loopt ten opzichte van de zaagband (26).

9.3 Uitvoeren van schuine zaagsnede (afb. 20)

Om schuine zaagsnedes parallel ten opzichte van de zaagband (26) te kunnen uitvoeren, is het mogelijk om de zaagtafel (7) van 0° - 45° naar voren te kantelen.

  • Vaststelgreep (22) en vleugelmoer (21) losdraaien.
  • Zaagtafel (7) naar voren kantelen, tot de gewenste hoekafmeting op de hoekschaal (35) is ingesteld.
  • Vaststelgreep (22) en vleugelmoer (21) weer aan- halen. m LET OP! Bij een gekantelde zaagtafel (7) moet de parallelaanslag (14) in de werkrichting rechts van de zaagband (26) worden aangebracht. Het wegglijden van het werkstuk wordt zo verhinderd.www.scheppach.com
  • Zaag inschakelen. (zie 9.1)
  • Een zijde van het werkstuk met de rechterhand te- gen de parallelaanslag (14) drukken, terwijl de vlak- ke zijde op de zaagtafel (7) ligt.
  • Werkstuk met gelijkmatige voeding langs de paralle- laanslag (14) in de zaagband (26) schuiven.
  • Belangrijk: Lange werkstukken moeten worden ge- borgd om te voorkomen dat ze aan het einde van de zaaghandeling omlaag vallen (bijv. met rolstaander).

10.2 Uitvoeren van versteksneden (afb. 20)

  • Zaagtafel op gewenste hoek instellen (zie 9.3).
  • Zaagsnede uitvoeren zoals onder punt 10.1 is be- schreven. Let er bij schuine sneden op dat de parallelaanslag al- leen rechts van de zaagband wordt gebruikt.

10.3 Handen vrij zagen (afb. 21)

  • Een van de belangrijkste eigenschappen van een bandzaag is het probleemloos zagen van bochten en radii.
  • Zaagbandgeleiding (5) op het werkstuk neerlaten (zie 8.9).
  • Werkstuk goed op de zaagtafel (7) drukken en lang- zaam in de zaagband (26) schuiven.
  • In een groot aantal gevallen is het praktisch om bochten en hoeken ongeveer 6 mm van de lijn grof uit te zagen.
  • Als u bochten moet zagen, die voor de gebruikte zaagband te smal zijn, moeten hulpzaagsnedes tot aan de voorzijde van de bocht worden gezaagd, zodat dit als houtafval wegvalt als de denitieve ra- dius wordt gezaagd.

10.4 Uitvoeren van zaagsneden met afschuinings-

aanslag (afb. 22 + afb. 23)

  • Afschuiningsaanslag (25) instellen op de gewenste hoek (zie 8.16)
  • Zaagsnede uitvoeren zoals onder punt 10.1 is be- schreven.

11. Elektrische aansluiting

De geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aange- sloten. De aansluiting voldoet aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften. De netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voorschriften voldoen.

  • Om zwaluwstaartvormige tanden en pinnen of wig- gen te snijden, draait u de zaagtafel naar de plus- en minpositie.
  • Zorg voor een veilige werkstukgeleiding.
  • Bij bochtige of onregelmatige zaagsnedes van het werkstuk deze met beide handen, en gesloten vin- gers gelijkmatig naar voren schuiven. Met de handen het veilige gedeelte van het werkstuk vasthouden.
  • Voor herhaaldelijk uitvoeren van bochtige, onregel- matige zaagsnedes een hulpsjabloon gebruiken.
  • Bij het zagen van rondhout moet et werkstuk wor- den beveiligd tegen verdraaien. m LET OP! Na elke nieuwe instelling adviseren wij een testsnede om de ingestelde afmetingen te controleren.
  • Bij alle zaagwerkzaamheden moet de bovenste zaagbandgeleiding (5) zo dicht mogelijk tegen het werkstuk worden geplaatst (zie 8.9).
  • Het werkstuk moet altijd met beide handen geleiden en vlak op de zaagtafel (7) te houden. Zo wordt het vastklemmen van de zaagband (26) vermeden.
  • De aanvoer moet altijd met gelijkmatige druk ge- schieden, die net voldoende is, zodat de zaagband probleemloos door het materiaal snijdt maar niet blokkeert
  • Altijd de parallelaanslag (14) voor alle zaagwerk- zaamheden gebruiken waarvoor deze kan worden ingezet.
  • Het is beter één zaagsnede tijdens een werkhande- ling uit te voeren dan in meerdere gedeeltes waar- door zo mogelijk een terugtrekking van het werkstuk kan zijn vereist. Als het terugtrekken echter niet wordt vermeden, moet de lintzaag eerst worden uit- geschakeld. Het werkstuk pas terugtrekken nadat de zaagband (26) tot stilstand is gekomen.
  • Tijdens het zagen moet het werkstuk altijd met de langste zijde worden geleid. m LET OP! Tijdens het bewerken van smalle werk- stukken moet absoluut een schuifstok worden gebruikt. De schuifstok (29) moet altijd binnen handbereik op de daarvoor aanwezige schuifstokhouder (60) aan de zij- de van de zaag worden bewaard.

10.1 Uitvoeren van langzaagsnedes (afb. 19)

Hierbij wordt een werkstuk in de lengterichting door- gezaagd.

  • Parallelaanslag (14) aan de linkerzijde (voor zover mogelijk) van de zaagband (afb. 26) overeenkomstig de gewenste breedte instellen.
  • Zaagbandgeleiding (5) op het werkstuk neerlaten (zie 8.9)www.scheppach.com

12. Reiniging, onderhoud en opslag

m ATTENTIE! Telkens voor het instellen, het uitvoeren van onderhoud of reparaties de stekker uit het stop- contact trekken! Reiniging Hou de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiespleten en het motorhuis zo veel mogelijk vrij van stof en vuil. Wrijf het toestel met een schone doek af of blaas het met perslucht bij lage druk schoon. Het is aan te bevelen het toestel direct na elk gebruik te reinigen. Onderhoud In het toestel zijn er geen andere te onderhouden on- derdelen. Opslag Sla het apparaat en de hulpstukken op een donkere, droge en vorstvrije plaats en voor kinderen ontoegan- kelijke plaats op. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar het elektrisch apparaat in de originele ver- pakking. Dek het elektrisch apparaat af om het tegen stof of vocht te beschermen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het elektrische ap- paraat. Service-informatie U moet er rekening mee houden dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slijtage, resp. dat de volgen- de delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Slijtstukken*: Koolborstels, zaagblad, tafelinzetstuk- ken; V-snaar *niet verplicht bij de leveringsomvang begrepen! Neem in het geval van reserveonderdelen en acces- soires contact op met ons servicecentrum. Scan hier- voor de QR code op de voorpagina.

De machine mag alleen aan het frame of het onderstel worden geheven en getransporteerd. Voor het trans- port mag nooit aan de veiligheidsvoorzieningen, de instelgrepen of de zaagtafel worden geheven. Belangrijke aanwijzingen Bij overbelasting van de motor schakelt deze vanzelf uit. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de motor weer worden ingeschakeld. Defecte elektrische aansluitkabel Bij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op. Mogelijke oorzaken zijn:

  • Versleten plekken, als aansluitkabels door vensterof deuropeningen worden geleid.
  • Knikken door een onvakkundige bevestiging of ge- leiding van de aansluitkabel.
  • Snijplekken omdat over de aansluitkabel is ger den.
  • Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stop- contact is getrokken.
  • Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren de aansl- uitka - bel niet op het elektriciteitsnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitslui- tend aansluitkabels met de aanduiding H05VV-F. Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan. Wisselstroommotor
  • De netspanning moet 220-240 V~ zijn.
  • Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter. Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrus- ting mogen uitsluitend door een elektromonteur wor- den uitgevoerd. Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:
  • Stroomtype van de motor
  • Gegevens van het typeplaatje van de machine
  • Gegevens van het typeplaatje van de motor Aansluittype Y Als het netsnoer moet worden vervangen, dan moet dit door de fabrikant of zijn vertegenwoordiger worden gedaan om veiligheidsrisico‘s te voorkomen.www.scheppach.com

Tijdens het transport moet de zaagband-veiligheidsin- richting zich in de onderstand stand en nabij de zaag- tafel bevinden. Nooit aan de zaagtafel he󰀨en! Voor het transport moet de machine worden losgekoppeld van het stroomnet.

14. Afvalverwijdering en recyclage

Aanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn re- cyclebaar. Verpakkingen milieu- vriendelijk afvoeren. Aanwijzingen betre󰀨ende de wetgeving Afgedank- te elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur behoort niet bij het huishoude- lijke afval, maar moeten worden ingeza- meld resp. gescheiden worden afgevoerd!

  • Oude batterijen of accu’s die niet vast in het afge- dankte apparatuur zijn geïntegreerd, moeten vóór het afvoeren op niet-destructieve wijze worden ver- wijderd! Het afvoeren hiervan is geregeld in de wet- geving inzake batterijen.
  • Eigenaars resp. gebruikers van elektrische en elek- tronische apparaten zijn wettelijk verplicht om na gebruik de batterijen en accu’s in te leveren.
  • De eindgebruiker is verantwoordelijk voor het wis- sen van persoonsgerelateerde gegevens op het af te voeren afgedankte apparaat!
  • Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak bete- kent dat afgedankte elektrische en elektronische ap- paratuur niet bij het huishoudelijk afval mag worden gegooid.
  • Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur kunnen bij de volgende punten kosteloos worden ingeleverd: - Openbare afvalverwijderings- of inzamelpunten (bijv. gemeentewerven) - Verkooppunten van elektrische apparaten (statio- nair en online), voor zover dealers verplicht zijn ze terug te nemen of dit vrijwillig aanbieden. - Tot drie afgedankte elektronische apparaten per apparaattype, met een randlengte van niet meer dan 25 centimeter, kunnen gratis naar de fabrikant worden teruggebracht zonder eerst een nieuw apparaat van de fabrikant te hoeven kopen, of naar een ander erkend inzamelpunt in je omge- ving worden gebracht. - Voor verdere aanvullende terugnamevoorwaar- den van de fabrikanten en distributeurs verzoe- ken wij u contact op te nemen met de betre󰀨ende klantenservice.
  • Bij levering van een nieuw elektrisch apparaat door de fabrikaat aan een particulier huishouden, kan de fabrikant op verzoek van de eindgebruiker zorgen voor het kosteloos afhalen van het afgedankte elek- trische apparaat. Neem hiertoe contact op met de klantenservice van de fabrikant.
  • Deze uitspraken zijn alleen geldig voor apparaten die in de landen van de Europese Unie worden ge- installeerd en verkocht en die onder de Europese Richtlijn 2012/19/EU vallen. In landen buiten de Eu- ropese Unie kunnen andere voorschriften gelden voor het afvoeren van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.www.scheppach.com

15. Verhelpen van storingen

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing De motor functioneert niet Motor, kabel of stekker defect, zekeringen doorgebrand Behuizingsdeksel open (eindscha- kelaar) Laat de machine door een vakman controleren. Repareer de motor nooit zelf. Gevaar! Contro- leer de zekeringen en vervang ze zo nodig Behuizingsdeksel exact sluiten De motor draait langzaam en bereikt het bedrijfstoe- rental niet Spanning te laag, wikkelingen beschadigd of condensator door- gebrand Laat de spanning controleren door de energie- maatschappij. Laat de motor controleren door een vakman. Laat de condensator ver- vangen door een vakman De motor maakt te veel lawaai Wikkelingen beschadigd, motor defect Laat de motor controleren door een vakman De motor bereikt het maxi- male vermogen niet Groep van stroomnet overbelast (lampen, andere motoren enz.) Gebruik geen andere apparaten of motoren op de groep Motor raakt snel oververhit Overbelasting van de motor, ontoe- reikende koeling van de motor Voorkom overbelasting van de motor tijdens het zagen, verwijder stof van de motor om een optimale koeling van de motor te garanderen Zaagsnede is ruw of gegolfd Zaagblad bot, tandvorm niet ge- schikt voor materiaaldikte Zaagblad slijpen of een geschikt zaagblad plaatsen Werkstuk breekt uit of versplintert Zaagdruk te hoog of zaagblad niet geschikt voor toepassing Plaats een geschikt zaagblad Zaagband gaat scheef Geleiding slecht ingesteld Onjuist zaagband Zaagbandgeleiding volgens gebruiksinstructie instellen Zaagband volgens gebruiksinstructie selec- teren Brandvlekken op het hout tijdens de werkzaamheden Zaagband stomp Onjuist zaagband Zaagband vervangen Zaagband volgens gebruiksinstructie selec- teren Zaagband klemt tijdens de werkzaamheden Zaagband stomp Zaagband vertoont harsafzetting Geleiding slecht ingesteld Zaagband vervangen Zaagband reinigen Zaagbandgeleiding volgens gebruiksinstructie instellenwww.scheppach.com

16. Conformiteitsverklaring