B43 BT - Grasmaaier MCCULLOCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis B43 BT MCCULLOCH in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B43 BT - MCCULLOCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B43 BT van het merk MCCULLOCH.
GEBRUIKSAANWIJZING B43 BT MCCULLOCH
TECHNISCHE GEGEVENS......................................... 90 ACCESSOIRES............................................................91 INLEIDING Gebruikershandleiding De oorspronkelijke taal van deze gebruikshandleiding is Engels. Bedieningshandleidingen in andere talen zijn vertalingen uit het Engels. Overzicht (Fig. 1 )
4. Beschermkap voor snijuitrusting
Symbolen op het product (Fig. 2 ) WAARSCHUWING! Dit product is gevaarlijk. Onzorgvuldig of onjuist gebruik van het product kan leiden tot letsel of de dood van de gebruiker of omstanders. Lees en volg alle veiligheidsinstructies in de bedieningshandleiding om letsel bij de gebruiker of omstanders te voorkomen. (Fig. 3 ) Lees de bedieningshandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u het product gebruikt. (Fig. 4 ) Gebruik een veiligheidshelm op locaties waar objecten op u kunnen vallen. Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Gebruik goedgekeurde oogbescherming. (Fig. 5 ) Draag goedgekeurde veiligheidshandschoenen. (Fig. 6 ) Gebruik antisliplaarzen voor zwaar gebruik. (Fig. 7 ) Het gebruik van het product kan tot rondvliegende voorwerpen leiden, waardoor letsel kan ontstaan. (Fig. 8 ) Maximum toerental van de uitgaande as. (Fig. 9 ) Houd personen en dieren op een minimale afstand van 15 m (50 ft) tijdens het gebruik van dit product. (Fig. 10 ) Risico op terugslag als de snijuitrusting een object raakt dat niet onmiddellijk wordt gesneden. Het product kan lichaamsdelen amputeren. Houd personen en dieren op een minimale afstand van 15 m (50 ft) tijdens het gebruik van dit product. (Fig. 11 ) Primerbalg van brandstofpomp.
462 - 002 - 07.02.2018 79(Fig. 12 )
Choke: Zet de chokehendel in de chokestand. (Fig. 13 ) Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de hete oppervlakken. (Fig. 14 ) Geluidsemissie naar de omgeving, raadpleeg de EG-richtlijn. De emissie van het product staat vermeld in het hoofdstuk "Technische gegevens" en op het label. (Fig. 15 ) Het product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor overige commerciële markten. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat die niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. VEILIGHEID Veiligheidsdefinities De onderstaande definities geven de mate van ernst weer voor elk trefwoord. WAARSCHUWING: Letsel aan personen. OPGELET: Schade aan het product. Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik. Algemene veiligheidsinstructies
- Gebruik het product op de juiste manier. Onjuist gebruik leidt mogelijk tot letsel of de dood. Gebruik het product uitsluitend voor de taken die in deze handleiding worden genoemd. Gebruik het product niet voor andere taken.
- Volg de instructies in deze handleiding op. Volg de veiligheidssymbolen en veiligheidsinstructies op. Het niet in acht nemen van de instructies en de symbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood.
- Gooi deze handleiding niet weg. Gebruik de instructies voor het monteren, gebruiken en onderhouden van uw product. Gebruik de instructies voor een correcte installatie van opzetstukken en accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde opzetstukken en accessoires.
- Gebruik nooit een beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handleiding een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
- Deze handleiding kan niet alle situaties beschrijven die zich voor kunnen doen wanneer u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product niet en voer geen onderhoudwerkzaamheden aan het product uit als u niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, servicewerkplaats of erkende servicepunt.
- Koppel de bougiekabel los voordat u het product monteert, het product opslaat of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Gebruik het product niet als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd. Vervang geen onderdelen van het product zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik alleen onderdelen die zijn goedgekeurd door de fabrikant. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
- Adem geen dampen in van de motor. Langdurig inademen van de uitlaatgassen van de motor kan een gevaar voor de gezondheid opleveren.
- Start het product niet in gesloten ruimtes of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal. De uitlaatgassen zijn heet en kunnen vonken veroorzaken die tot brand kunnen leiden. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Wanneer u dit product gebruikt, genereert de motor een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gebruikt.
- Laat het product niet door een kind bedienen. Laat het product niet bedienen door personen die de instructies niet hebben gelezen.
- Zorg ervoor dat u personen met een lichamelijke of geestelijke beperking die het product gebruiken, altijd in de gaten houdt. Er moet te allen tijde een verantwoordelijke volwassene aanwezig zijn.
462 - 002 - 07.02.2018• Berg het product op in een afgesloten ruimte die niet
toegankelijk is voor kinderen of onbevoegde personen.
- Het product kan objecten uitwerpen en letsel veroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in acht om het risico op letsel of de dood te verlagen.
- Blijf in de buurt van het product wanneer de motor is ingeschakeld.
- De gebruiker van het product is verantwoordelijk indien zich een ongeval voordoet.
- Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn, voordat u het product gebruikt.
- Zorg ervoor dat u minimaal 15 m (50 ft) van andere personen en dieren verwijderd bent, voordat u het product gaat gebruiken. Zorg ervoor dat personen in aangrenzende gebieden weten dat u het product gaat gebruiken.
- Neem nationale en lokale wetgeving in acht. Deze kan het gebruik van het product in sommige situaties beperken of verbieden.
- Gebruik het product niet als u moe bent, of onder invloed van alcohol, drugs of medicijnen verkeert. Ze kunnen een negatief effect hebben op uw zicht, alertheid, coördinatie of oordeel. Veiligheidsinstructies voor bediening
- Zorg ervoor dat het product volledig is gemonteerd voordat u het gaat gebruiken.
- Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start. Plaats het product op een vlakke ondergrond. Zorg ervoor dat de snijuitrusting niet in aanraking komt met de grond of andere objecten.
- Het gebruik van het apparaat kan tot rondvliegende voorwerpen leiden, waardoor oogletsel kan ontstaan. Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming wanneer u het product gebruikt.
- Let op: Tijdens het gebruik kan een kind zonder uw medeweten dicht bij het product komen.
- Gebruik dit product niet als zich personen in het werkgebied bevinden. Schakel het product uit wanneer een persoon het werkgebied betreedt.
- Zorg dat u het product altijd onder controle hebt.
- Gebruik het product niet als u geen hulp kunt krijgen indien zich een ongeval voordoet. Zorg er altijd voor dat anderen weten dat u het product gaat gebruiken voordat u het product start.
- Draai niet met het product voordat u zeker weet dat er zich geen personen of dieren in de veiligheidszone bevinden.
- Verwijder alle ongewenste materialen uit het werkgebied voordat u begint. Als de snijuitrusting een object raakt, dan kan dit object worden uitgeworpen en letsel of schade veroorzaken. Ongewenst materiaal kan zich rond de snijuitrusting wikkelen en schade veroorzaken.
- Gebruik het product niet bij slecht weer (mist, regen, sterke wind, gevaar van blikseminslag of andere weersomstandigheden.). Slecht weer kan leiden tot gevaarlijke omstandigheden (zoals gladde oppervlakken).
- Zorg dat u vrij kunt bewegen en in een stabiele houding kunt werken. (Fig. 16 )
- Zorg dat u niet kunt vallen wanneer u het product gebruikt. Buig u niet voorover of achterover wanneer u het product bedient.
- Houd het product altijd met twee handen vast. Houd het apparaat rechts van uw lichaam. (Fig. 17 )
- Bedien het product zodanig dat de snijuitrusting zich onder uw middel bevindt.
- Als de chokehendel in de chokestand staat wanneer de motor wordt ingeschakeld, dan begint de snijuitrusting te draaien.
- Raak de hoekoverbrenging niet aan nadat de motor is uitgeschakeld. De hoekoverbrenging is heet nadat de motor is uitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letsel veroorzaken.
- Schakel de motor uit voordat u het product verplaatst.
- Zet het product niet neer terwijl de motor is ingeschakeld.
- Schakel de motor uit en wacht totdat de snijuitrusting is gestopt voordat u ongewenst materiaal van het product verwijdert. Laat de snijuitrusting eerst stoppen voordat u (al dan niet met een hulpmiddel) het maaisel verwijdert. Persoonlijke beschermingsmiddelen
- Gebruik altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het product gebruikt. De persoonlijke beschermingsmiddelen nemen het risico op letsel niet weg. De persoonlijke beschermingsmiddelen verlagen de ernst van het letsel indien zich een ongeval voordoet.
- Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming wanneer u het product gebruikt.
- Bedien het product niet op blote voeten of met open schoenen. Gebruik altijd antisliplaarzen voor zwaar gebruik.
- Draag een lange broek van stevige stof.
- Gebruik indien nodig goedgekeurde beschermende handschoenen.
- Gebruik een helm als er objecten op uw hoofd kunnen vallen.
- Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.
- Zorg ervoor dat u een EHBO-kit bij de hand hebt. Veiligheidsvoorzieningen op het product
- Zorg ervoor dat u regelmatig onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan het product.
462 - 002 - 07.02.2018
81• De levensduur van het product neemt toe.
- Het risico van ongevallen neemt af. Laat het product regelmatig door een erkende dealer of een erkend servicepunt controleren, zodat er aanpassingen en reparaties uitgevoerd kunnen worden.
- Gebruik geen product met beschadigde beschermingsmiddelen. Als het product beschadigd is, neemt u dan contact op met een erkend servicepunt. Gashendelvergrendeling De gashendelvergrendeling vergrendelt de gashendel. (Fig. 18 ) Druk op de gashendelvergrendeling (A) om de gashendel (B) te ontgrendelen. Wanneer u de hendel ontgrendelt, gaan de gashendelvergrendeling en de gashendel terug naar hun oorspronkelijke stand.
controleer of deze teruggaat naar de oorspronkelijke stand wanneer u deze loslaat.
3. Druk op de gashendel (B) en controleer of deze
teruggaat naar de oorspronkelijke stand wanneer u deze loslaat. Start de motor en zet het gas volledig open. Laat de gashendel los en controleer of de snijuitrusting stopt. Als de snijuitrusting draait terwijl de gashendel in de stationaire stand staat, controleer dan de stelschroef voor de stationaire stand van de carburateur. Stopschakelaar Start de motor. Controleer of de motor stopt wanneer u de stopschakelaar in de stop-stand zet. (Fig. 19 ) Beschermkap voor snijuitrusting De beschermkap van de snijuitrusting voorkomt dat losse objecten in de richting van de gebruiker kunnen vliegen. Controleer de beschermkap van de snijuitrusting op schade en vervang hem indien hij beschadigd is. Gebruik alleen de goedgekeurde beschermkap voor de snijuitrusting. (Fig. 20 ) (Fig. 21 ) Trillingdempingssysteem WAARSCHUWING: Als men teveel wordt blootgesteld aan trillingen, kan dit tot bloedvat- en zenuwbeschadigingen leiden bij personen die een slechte bloedcirculatie hebben. Consulteer uw dokter wanneer u symptomen heeft die wijzen op te grote blootstelling aan trillingen. Dergelijke symptomen zijn o.a. een doof gevoel, gevoelloosheid, tintelingen, een prikkelend gevoel, pijn, krachtverlies, veranderingen van huidskleur of conditie van de huid. Deze symptomen komen meestal voor op vingers, handen of polsen. Deze symptomen kunnen toenemen bij koude temperaturen.
- Uw product heeft een trillingsdempingssysteem om trillingen te verminderen en bediening te vergemakkelijken.
- Bij een verkeerd gewikkelde draad of verkeerde snijuitrusting wordt het trillingsniveau verhoogd. (Fig. 22 ) Ontgrendelfunctie draagstel WAARSCHUWING: Gebruik het draagstel niet als de ontgrendelfunctie defect is. Zorg dat de ontgrendelfunctie van het draagstel naar behoren werkt wanneer u het product afstelt. De ontgrendelfunctie van het draagstel bevindt zich aan de voorzijde van het product. De banden van het draagstel moet altijd in de juiste positie blijven. (Fig. 23 ) In een noodgeval zorgt de ontgrendelfunctie van het draagstel ervoor dat u zich snel van het product kunt losmaken. Geluiddemper
- Gebruik geen motor met een beschadigde geluiddemper. Een beschadigde geluiddemper laat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand. Zorg dat er een brandblusser in de buurt is.
- Controleer regelmatig of de geluiddemper aan het product is bevestigd.
- Raak de motor en de geluiddemper niet aan terwijl de motor is ingeschakeld. Raak de motor en de geluiddemper een tijdje niet aan nadat de motor is uitgeschakeld. Hete oppervlakken kunnen letsel veroorzaken.
- Een hete geluiddemper kan brand veroorzaken. Let op als u het product in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of dampen gebruikt.
- Raak geen onderdelen van de geluiddemper aan als de geluiddemper beschadigd is. De onderdelen kunnen kankerverwekkende chemicaliën bevatten. (Fig. 24 ) Snijuitrusting Selecteer de juiste snijuitrusting en onderhoud deze zodat u:
- Een optimaal maairesultaat krijgt.
- De levensduur van de snijuitrusting verlengt.
- Volg de instructies voor controle, onderhoud en service voor de geluiddemper.
462 - 002 - 07.02.2018• Gebruik altijd de goedgekeurde beschermkap voor
de snijuitrusting. Zie de technische gegevens. WAARSCHUWING: Gebruik een snijuitrusting alleen samen met de door ons aanbevolen beschermkappen! Zie het hoofdstuk Technische gegevens. Zie de instructies voor de snijuitrusting voor het correct invoeren van de draad en de keuze van de juiste diameter voor de trimmerdraad. WAARSCHUWING: Het gebruik van defecte snijuitrusting kan het risico op ongevallen vergroten. WAARSCHUWING: Schakel altijd de motor uit voor u aan de snijuitrusting begint te werken. De snijuitrusting blijft roteren nadat u de gashendel hebt losgelaten. Controleer of de snijuitrusting volledig tot stilstand is gekomen en koppel de bougiekap los voordat u werkzaamheden gaat uitvoeren. Snijuitrusting
- Gebruik het zaagblad voor het zagen van vezelachtige houtsoorten. (Fig. 25 )
- Een verkeerd geslepen of beschadigd blad verhoogt het risico op ongelukken. Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen vijlmal. (Fig. 28 )
- Wanneer het zaagblad verkeerd is ingesteld, is de kans op vastlopen en terugslag van het zaagblad groter. Hierdoor kan het zaagblad beschadigd raken. Houd de tanden van het blad in goede staat en zorg dat ze scherp zijn. Volg de instructies en gebruik de aanbevolen vijlmal. (Fig. 29 )
- Controleer de snijuitrusting op beschadigingen en barsten. Vervang snijuitrusting indien deze beschadigd is.
- Gebruik een snijuitrusting alleen samen met aanbevolen beschermkappen. Zie ACCESSOIRES op pagina 91
Trimmerkop WAARSCHUWING: Zorg er altijd voor dat de trimmerdraad strak en gelijkmatig rond de trommel is gewikkeld om schadelijke trillingen te voorkomen. (Fig. 30 )
- Gebruik alleen aanbevolen trimmerkoppen en trimmerdraden.
- Gebruik alleen de aanbevolen snijuitrusting.
- Kleinere machine hebben over het algemeen kleine trimmerkoppen nodig en omgekeerd.
- De lengte van de trimmerdraad is belangrijk. Een langere draad vereist een groter motorvermogen dan een korte, ook al is de diameter van de draad even groot.
- Zorg ervoor dat het mes dat op de trimmerbeschermkap zit, niet beschadigd is. Hiermee wordt de trimmerdraad op de juiste lengte gesneden.
- Om de levensduur van de trimmerdraad te verlengen, kunt u deze een paar dagen in water weken voorafgaand aan gebruik. Messen
- Gebruik het product met een goedgekeurd maaiblad. Gebruik geen maaiblad zonder dat de overige vereiste onderdelen naar behoren zijn aangebracht. Zorg dat de installatie op de juiste manier is uitgevoerd en dat de juiste onderdelen zijn gebruikt. Door een onjuiste installatie kan het blad worden weggeslingerd en ernstig letsel toebrengen aan de gebruiker en/of omstanders.
- Draag veiligheidshandschoenen wanneer u het maaiblad hanteert of onderhoud uitvoert.
- Gebruik hoofdbescherming wanneer u een product met een maaiblad gebruikt.
- Een maaiblad kan letsel veroorzaken als het nog draait nadat de motor wordt uitgeschakeld of de gashendel wordt losgelaten. Zorg ervoor dat het maaiblad volledig tot stilstand is gekomen voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Schakel de motor uit voordat u werkzaamheden aan de snijuitrusting uitvoert. Zorg ervoor dat de snijuitrusting volledig tot stilstand komt. Koppel de kabel van de bougie los.
- Houd de snijtanden van het blad goed en juist geslepen. (Fig. 31 )
- Gebruik nooit beschadigde snijuitrusting.
- Bevestig de transportbeveiliging op het maaiblad wanneer u het product vervoert of opslaat. Terugslag
- Een terugslag is een plotselinge beweging van het product naar de zijkant, naar voren of naar achteren. Een terugslag vindt plaats wanneer het grasmaaiblad of zaagblad een object raakt dat niet kan worden gemaaid. Op plaatsen waar u moeilijk kunt zien wat u maait, is er een groter risico op terugslag.
- Bij een terugslag bestaat het risico dat het product of de gebruiker uit zijn positie wordt gebracht. Een
462 - 002 - 07.02.2018
83bewegend blad kan omstanders raken en er is kans op letsel.
- Gooi een blad dat verbogen is, scheuren vertoont of gebroken of beschadigd is, weg.
- Gebruik een scherp blad. Het risico op terugslag is groter als het blad niet scherp is. Brandstofveiligheid
- Start het product niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en laat het product drogen. Verwijder ongewenste brandstof van het product.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
- Zorg dat er geen brandstof op uw lichaam terecht komt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw lichaam terecht komt, verwijder deze dan met water en zeep.
- Start de motor niet als u brandstof op het product of op uw lichaam hebt gemorst.
- Start het product niet als er sprake is van een motorlekkage. Controleer de motor regelmatig op lekkage.
- Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze kunnen letsel veroorzaken of leiden tot de dood.
- Adem geen brandstofdampen in, dit kan letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
- Rook niet in de buurt van de brandstof of de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
- Vul geen brandstof bij terwijl de motor is ingeschakeld.
- Zorg ervoor dat de motor koud is wanneer u brandstof bijvult.
- Draai de tankdop langzaam open en laat de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
- Vul geen brandstof voor de motor bij in een afgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Draai de tankdop goed vast, zodat er geen brand kan ontstaan.
- Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start.
- Doe niet te veel brandstof in de brandstoftank.
- Zorg dat er geen brandstof wordt gemorst wanneer u het product of de jerrycan met brandstof verplaatst.
- Plaats het product of de jerrycan met brandstof niet op een plaats waar deze wordt blootgesteld aan open vuur, vonken of waakvlammen. Zorg dat er geen open vuur aanwezig is in de opslagruimte.
- Gebruik alleen goedgekeurde jerrycans voor het verplaatsen of opslaan van brandstof.
- Leeg de brandstoftank voordat het product gedurende lange tijd wordt opgeslagen. Neem lokale wetgeving in acht voor het afvoeren van brandstof.
- Reinig het product voordat het gedurende lange tijd wordt opgeslagen.
- Verwijder de bougiekabel voordat het product wordt opgeslagen, zodat de motor niet onbedoeld kan starten. Veiligheidsinstructies voor onderhoud
- Neem contact op met uw servicepunt als het stationaire toerental niet zo kan worden afgesteld dat de snijuitrusting stopt. Gebruik het product niet voordat het correct is afgesteld of gerepareerd. MONTEREN WAARSCHUWING: Lees het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product monteert. Handgreep installeren
1. Bevestig de handgreep op de montagesteun zoals
weergegeven. (Fig. 32 )
2. Zet de kabel met kabelbinders vast op de steel.
De beschermkap monteren
- Bevestig de beschermkap op de steel zoals weergegeven. (Fig. 33 ) De beschermkap van de snijuitrusting voor de trimmerkop en het grasmaaiblad bevestigen
- Bevestig de beschermkap van de snijuitrusting op de steel zoals weergegeven. (Fig. 34 ) De beschermkap van de snijuitrusting voor het zaagblad bevestigen
- Bevestig de beschermkap van de snijuitrusting op de steel zoals weergegeven. (Fig. 35 ) De trimmerkop monteren
1. Bevestig de meenemer op de uitgaande as.
2. Draai de uitgaande as totdat een van de openingen
in de meenemer op één lijn ligt met de overeenkomstige opening in het tandwielhuis. 84 462 - 002 - 07.02.20183. Breng de inbussleutel aan in de opening om de as te vergrendelen.
4. Draai de trimmerkop op de as. (Fig. 36 )
Het grasmaaiblad monteren
1. Bevestig de meenemer op de uitgaande as.
2. Draai de uitgaande as totdat een van de openingen
in de meenemer op één lijn ligt met de overeenkomstige opening in het tandwielhuis.
4. Monteer het blad op de as.
5. Bevestig de steunflens, ring en moer op de
6. Draai de moer stevig vast met de dopsleutel.
7. Breng de borgpen aan in de moer. (Fig. 37 )
Het zaagblad monteren
1. Bevestig de meenemer op de uitgaande as.
2. Draai de uitgaande as totdat een van de openingen
in de meenemer op één lijn ligt met de overeenkomstige opening in het tandwielhuis.
4. Monteer het blad op de as. Zorg ervoor dat de
snijtanden in de juiste richting wijzen.
5. Bevestig de steunflens, ring en moer op de
6. Draai de moer stevig vast met de dopsleutel.
7. Breng de borgpen aan in de moer. (Fig. 38 )
Draagstel afstellen WAARSCHUWING: Het product moet altijd stevig aan het draagstel worden vastgehaakt. Gebruik nooit een draagstel met een defecte snelontgrendeling. WAARSCHUWING: Gebruik de functie voor het ontgrendelen van het draagstel als u het product en het draagstel in een noodsituatie moet ontkoppelen. (Fig. 39 )
1. Doe het draagstel om.
2. Stel het draagstel af voor de beste werkhouding.
3. Stel de zijriemen zodanig af dat het gewicht
gelijkmatig over uw schouders verdeeld is.(Fig. 40 )
4. Stel het draagstel zodanig af dat de snijuitrusting
parallel aan de grond is.
5. Laat de snijuitrusting licht tegen de grond rusten.
Stel vervolgens de klem van het draagstel zodanig af dat het product goed in evenwicht is. Let op: Als u een grasmaaiblad gebruikt, moet dit ongeveer 10 centimeter (4 in) boven de grond balanceren, om te voorkomen dat het met stenen enz. in aanraking komt. De transportbescherming bevestigen
1. Bevestig de transportbescherming aan het blad
zoals afgebeeld.(Fig. 41 ) BEDIENING WAARSCHUWING: Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u het product gebruikt. Brandstof Brandstof gebruiken OPGELET: Dit product heeft een tweetaktmotor. Gebruik een mengsel van benzine en tweetakt-motorolie. Zorg dat u de juiste hoeveelheid olie gebruikt in het mengsel. Door een onjuiste verhouding van benzine en olie kan de motor beschadigd raken. Benzine OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON (87 AKI). Dit kan schade aan het product veroorzaken. OPGELET: Gebruik geen benzine met een ethanolgehalte van meer dan 10% (E10). Dit kan schade aan het product veroorzaken.
- Gebruik altijd nieuwe loodvrije benzine met een minimaal octaangetal van RON 90 (87 AKI) en een ethanolgehalte van minder dan 10% (E10).
- Gebruik benzine met een hoger octaangetal als u het product regelmatig gebruikt met een hoog motortoerental. Tweetakt-motorolie
- Gebruik alleen hoogwaardige tweetakt-motorolie. Gebruik alleen motorolie voor luchtgekoelde tweetakt-motorolie.
- Gebruik geen andere typen olie.
10 0,20 15 0,30 20 0,40 Brandstof mengen Let op: Gebruik altijd een schone jerrycan wanneer u brandstof gaat mengen. Let op: Maak een hoeveelheid brandstofmengsel voor maximaal 30 dagen.
1. Voeg de helft van de hoeveelheid benzine toe.
2. Voeg de volledige hoeveelheid olie toe.
3. Schud het brandstofmengsel om de stoffen te
4. Voeg de resterende hoeveelheid benzine toe.
5. Schud het brandstofmengsel om de stoffen te
- Gebruik altijd een jerrycan met een anti- morsschenktuit.
- Als er brandstof op de jerrycan aanwezig is, dan verwijdert u de ongewenste brandstof en laat u de jerrycan drogen.
- Zorg dat het oppervlak rondom de tankdop schoon is.
- Schud de jerrycan voordat u het brandstofmengsel in de brandstoftank laat lopen. Starten en stoppen Het product controleren voor gebruik
1. Controleer het product op ontbrekende,
beschadigde, loszittende of versleten onderdelen.
4. Controleer het luchtfilter.
6. Controleer de stopschakelaar.
7. Controleer het product op brandstoflekkage.
3. Druk 10 keer op de brandstofpomp. De balg moet
niet helemaal gevuld zijn.(Fig. 42 )
4. Zet de chokehendel in de chokestand.(Fig. 43 )
5. Druk de behuizing van de machine met uw
linkerhand op de grond. Trek met uw rechterhand het koord langzaam naar u toe totdat u weerstand ondervindt. Trek nu snel en krachtig aan het koord. Herhaal dit totdat de motor aanslaat.(Fig. 44 ) WAARSCHUWING: Gebruik de starthendel. Wikkel het startkoord niet rond uw hand. OPGELET: Trek het startkoord niet geheel naar buiten. Laat de starthendel niet los wanneer het koord volledig is uitgetrokken.
6. Zet de chokehendel weer in de stand RUN.
7. Laat de motor 10 seconden draaien.
8. Trek zachtjes aan de gashendel om gedurende 60
seconden met laag toerental te draaien. WAARSCHUWING: Raak de beschermkap niet aan. Dergelijk contact kan brandwonden veroorzaken. WAARSCHUWING: Raak de beschermkap niet aan. Als de bougie beschadigd raakt, kan aanraken leiden tot elektrische schokken. Gebruik nooit een machine met een beschadigde bougiekap. (Fig. 45 ) Warme motor starten
1. Zet de stopschakelaar in de startpositie.
2. Druk 10 keer op de brandstofpomp. De balg moet
niet helemaal gevuld zijn.(Fig. 46 )
3. Zet de chokehendel weer in de stand RUN.
4. Trek nu snel en krachtig aan het koord. Herhaal dit
totdat de motor aanslaat. Stoppen
- Als u de motor wilt stoppen, schakelt u het contact uit.(Fig. 47 ) Grastrimmer bedienen OPGELET: Zorg dat u het motortoerental na elke activiteit terug laat lopen naar het stationaire toerental. Langdurig gebruik bij onbelast volgas kan leiden tot motorschade. Let op: Reinig de afdekking van de trimmerkop wanneer u een nieuwe trimmerdraad aanbrengt, om trillingen te voorkomen. Controleer de andere delen van de trimmerkop en reinig deze indien nodig. 86 462 - 002 - 07.02.2018Algemene werkinstructies WAARSCHUWING: Wees voorzichtig wanneer u een boom zaagt die gespannen staat. Hij kan terugspringen terug naar zijn normale positie vóór of na het zagen en u of het product raken en letsel veroorzaken.
- Zorg voor een open ruimte aan één kant van het werkgebied en begin vanaf daar met de werkzaamheden.
- Beweeg in een regelmatig patroon over het werkgebied.(Fig. 48 )
- Verplaats het product helemaal naar links en rechts om een breedte van 4 tot 5 m (13-16 ft) bij elke draai te maken.
- Maak een lengte vrij van 75 m (250 ft) voordat u omdraait en terug gaat. Verplaats de jerrycan met benzine met u mee.
- Verplaats u in een richting waar u zo min mogelijk over greppels en obstakels gaat.
- Verplaats u in de richting waar de wind zorgt dat de gesneden vegetatie in het vrijgemaakte gebied valt. (Fig. 49 )
- Verplaats u langs hellingen, niet op en neer. Bosmaaien met een zaagblad
1. Het risico op terugslag van het blad neemt toe bij
dikkere stammen. Vermijd daarom het snijden met het oppervlak van het mes in het gebied tussen 12 uur en 3 uur.(Fig. 50 )
2. Het onderste gedeelte van de boomstam moet naar
rechts worden geduwd om naar links te vellen. Kantel het blad en duw het stevig schuin omlaag naar rechts. Duw tegelijkertijd met de bladbeschermkap tegen de boomstam. Zaag in het gebied tussen 3 en 5 uur van het blad. Geef vol gas voordat u met het blad contact maakt met de stam. (Fig. 51 )
3. Het onderste gedeelte van de boomstam moet naar
links worden geduwd om naar rechts te vellen. Kantel het blad en duw het schuin omhoog naar rechts. Zaag met het blad in het gebied tussen 3 en 5 uur, zodat de rotatierichting van het blad het onderste gedeelte van de boom naar links duwt.(Fig. 52 )
4. Om een boom recht naar voren te laten vallen, moet
het onderste gedeelte van de boom naar achteren getrokken worden. Trek het blad met een snelle en krachtige beweging naar achteren. (Fig. 53 )
5. Grotere stammen moeten van twee kanten
omgezaagd worden. Stel eerst vast in welke richting de stam moet vallen. Maak de eerste snede aan de kant waarnaar de boom moet vallen. Zaag daarna de stam door vanaf de andere kant. Pas de druk waarmee u zaagt aan de dikte van de stam en de hardheid van de houtsoort aan. Smallere stammen hebben een grotere druk nodig terwijl grotere stammen minder druk nodig hebben. (Fig. 54 )(Fig. 55 )
6. Als de stammen dicht bij elkaar staan, moet u de
snelheid hieraan aanpassen.
7. Als het blad vastloopt in een stam, mag u de
machine nooit los schudden. In dat geval kunnen het blad, de hoekoverbrenging, de steel of het stuur beschadigd raken. Laat de handvatten los, pak de steel met beide handen vast en trek de machine voorzichtig los. Struiken maaien met zaagblad Het onderste gedeelte van de boomstam moet naar rechts worden geduwd om naar links te vellen.
- Dunne bomen en struiken omzagen.
- Beweeg het product van de ene kant naar de andere kant.
- Zaag veel bomen in één beweging.
- Voor groepen van dunne bomen:(Fig. 56 ) a) Zaag de buitenste bomen hoog uit. b) Zaag de buitenste bomen op de juiste hoogte. c) Zaag vanuit het midden. Als u het midden niet kunt bereiken, zaagt u de buitenste bomen hoog uit en laat u ze vallen. Dit vermindert het risico dat het zaagblad geblokkeerd raakt. Gras maaien met een grasmaaiblad
1. De grasmaaibladen en grasmessen mogen niet
gebruikt worden bij houtachtige stammen.
2. Voor alle soorten hoog of sterk gras wordt een
grasmaaiblad gebruikt.
3. Het gras wordt gemaaid met pendelende
bewegingen naar de zijkanten, waarbij de beweging van rechts naar links het maaimoment is en de beweging van links naar rechts de retourbeweging. Laat de linkerkant van het blad werken (tussen 8 en 12 uur).
4. Indien het blad tijdens het grasmaaien een ietsje
schuin naar links wordt gehouden, wordt het gras in een streng gelegd, hetgeen het verzamelen makkelijker maakt bijv. bij harken.
5. Probeer om ritmisch te werken. Sta stevig met uw
voeten uit elkaar. Beweeg na de retourbeweging naar voren en zorg dat u weer stevig staat.
6. Laat de steunkop licht op de grond rusten. Deze is
speciaal bedoeld om te voorkomen dat het blad in de grond snijdt.
7. Verklein het risico dat het materiaal rond het blad
wordt gewonden door altijd met volgas te werken en maaisel bij de retourbeweging te ontwijken.
8. Schakel de motor uit, maak het draagstel los en zet
de machine op de grond voordat u het gemaaide materiaal verzamelt.
1. Houd de trimmerkop vlak boven de grond en schuin.
(Fig. 57 ) Druk de grastrimmerdraad niet in het gras.
2. Kort de grastrimmerdraad 10-12 cm (4-4,75 inch) in
en verlaag het motortoerental om het risico van schade aan planten te voorkomen.
3. Gebruik 80 % van het vermogen wanneer u in de
buurt van objecten gras maait.(Fig. 58 ) Gras maaien
1. Zorg dat de grastrimmerdraad parallel loopt aan de
grond wanneer u gaat maaien.(Fig. 59 )
2. Duw de trimmerkop niet op de grond. De grond en
het product kunnen hierdoor beschadigd raken.
3. Zorg dat de trimmerkop de grond niet continu raakt.
Hierdoor kan de trimmerkop beschadigd raken.
4. Gebruik volgas wanneer u het product heen en weer
beweegt om gras te maaien. (Fig. 60 ) Zorg dat de grastrimmerdraad parallel loopt aan de grond. Gras vegen De luchtstroom van de roterende trimmerdraad kan worden gebruikt om maaisel uit een gebied te verwijderen.
1. Houd de trimmerkop met de trimmerdraad parallel
aan de grond en boven de grond.
3. Beweeg de trimmerkop van de ene naar de andere
kant en veeg het gras. WAARSCHUWING: Reinig de kap van de trimmerkop altijd wanneer u een nieuwe trimmerdraad monteert, om onbalans en trillingen in de hendels te voorkomen. Controleer ook de andere onderdelen van de trimmerkop en reinig deze indien nodig. Trimmerdraad vervangen (Fig. 61 ) (Fig. 62 ) (Fig. 63 ) (Fig. 64 ) (Fig. 65 ) (Fig. 66 ) (Fig. 67 ) (Fig. 68 ) ONDERHOUD WAARSCHUWING: Lees en begrijp het hoofdstuk over veiligheid voordat u gaat reinigen of reparaties of onderhoud gaat uitvoeren. Onderhoudsschema Houd u aan het onderhoudsschema. De intervallen worden berekend op basis van het dagelijks gebruik van het product. De intervallen wijken af als u het product niet dagelijks gebruikt. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit die in deze handleiding worden beschreven. Neem voor overige onderhoudswerkzaamheden die niet in deze handleiding worden beschreven contact op met een erkend servicepunt. Dagelijks onderhoud
- Reinig de externe oppervlakken.
- Maak het luchtfilter schoon. Vervang indien nodig.
- Controleer het draagstel.
- Controleer de stopschakelaar.
- Controleer de bladbeschermkappen.
- Controleer of het blad goed gecentreerd is, en of het scherp is en niet beschadigd is.
- Controleer de trimmerkop.
- Controleer het stationaire toerental.
- Controleer de transportbescherming. Wekelijks onderhoud
- Controleer de startkoordhendel en het startkoord zelf.
- Controleer de smering van de hoekoverbrenging.
- Reinig de buitenkant van de carburateur en de aangrenzende oppervlakken.
- Maak de bougie uitwendig schoon. Verwijder hem en controleer de afstand tussen de elektroden. Pas de afstand aan of vervang de bougie. Controleer of de bougie is uitgerust met een onderdrukker. Maandelijks onderhoud
- Reinig het koelsysteem.
- Controleer het brandstoffilter.
- Controleer de brandstofslang op schade.
- Controleer alle kabels en aansluitingen.
- Controleer het brandstoffilter. De carburateur afstellen Tijdens het testen in de fabriek wordt de basisafstelling van de carburateur uitgevoerd. De afstelling moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde monteur. 88 462 - 002 - 07.02.2018Geluiddemper controleren WAARSCHUWING: Gebruik een product niet wanneer de geluiddemper defect is. Als een geluiddemper defect is, moet deze altijd vervangen worden. WAARSCHUWING: Geluiddempers met katalysator kunnen tijdens bedrijf zeer heet worden. Hierdoor ontstaat kans op verbranding of brand. WAARSCHUWING: De geluiddemper zorgt dat het geluidsniveau omlaag wordt gebracht en geleidt tevens de uitlaatgassen van de gebruiker weg. Uitlaatgassen zijn heet en kunnen vonken bevatten. Risico op brand. OPGELET: Als het vonkenscherm beschadigd is, moet dit altijd worden vervangen. Gebruik een product niet als het vonkenscherm op de geluiddemper ontbreekt of defect is. OPGELET: Als vonkenscherm geblokkeerd wordt, zal het product te heet worden. Dit kan leiden tot beschadiging van de cilinder en de zuiger.
1. Controleer of de geluiddemper niet beschadigd is.
2. Zorg ervoor dat de geluiddemper correct aan het
product is bevestigd.
3. Sommige geluiddempers hebben een speciaal
vonkenscherm. Reinig het vonkenscherm minimaal een keer per week indien uw product voorzien is van dit type geluiddemper. Gebruik een staalborstel.(Fig. 69 ) Het koelsysteem reinigen/onderhouden Dit product is uitgerust met een koelsysteem. Een vuil of verstopt koelsysteem zorgt ervoor dat het product te heet wordt, waardoor de cilinder en zuiger beschadigd kunnen raken. Controleer en reinig het koelsysteem met een borstel één keer per week, of vaker bij veeleisende omstandigheden. Het koelsysteem omvat koelribben op de cilinder (1) en een luchtinlaat (2). (Fig. 70 ) Het luchtfilter reinigen
1. Verwijder het luchtfilterdeksel en verwijder het
luchtfilter.(Fig. 71 )
2. Reinig het luchtfilter met een warm sopje van water
en zeep. Zorg dat het luchtfilter droog is wanneer u dit aanbrengt.
3. Vervang het luchtfilter als het zo vuil is dat het niet
meer volledig kan worden gereinigd. Vervang een beschadigd luchtfilter altijd.
4. Als uw product is uitgerust met een schuimluchtfilter,
breng dan luchtfilterolie aan. Breng alleen luchtfilterolie aan op een schuimfilter. Breng geen olie aan op een viltfilter. Brandstoffilter Als de motor niet genoeg brandstof krijgt toegevoerd, controleer dan of de tankdop en het brandstoffilter niet verstopt zijn. (Fig. 72 ) Smeermiddel aanbrengen op de hoekoverbrenging Zorg dat de hoekoverbrenging voor 3/4 gevuld is met smeermiddel. (Fig. 73 ) Bougie controleren OPGELET: Gebruik altijd het juiste bougietype. Een verkeerd type bougie kan schade aan het product veroorzaken.
- Controleer de bougie als de motor weinig vermogen heeft, niet gemakkelijk te starten is of stationair niet goed draait.
- Volg deze instructies om het risico van ongewenst materiaal op de elektroden van de bougie te beperken: a) Zorg ervoor dat het stationair toerental altijd juist is afgesteld. b) Zorg dat het brandstofmengsel correct is. c) Zorg dat het luchtfilter schoon is.
- Maak de bougie schoon als deze vuil is en controleer of de afstand tussen de elektroden correct is, zie TECHNISCHE GEGEVENS op pagina 90
- Raadpleeg de meegeleverde instructies voor het correct slijpen van het blad.
- Zorg ervoor dat het product en het blad voldoende steun hebben wanneer u het slijpt.(Fig. 75 )
- Gebruik een ronde vijl van 5,5 mm (7/32 inch) in combinatie met een vijlhouder.(Fig. 76 )
- Houd de vijl in een hoek van 15°.
- Slijp één tand van het zaagblad naar rechts en de volgende tand naar links, zie de afbeelding.(Fig. 77 )
462 - 002 - 07.02.2018
89Let op: Slijp de randen van de tanden met een platte vijl als het blad zwaar versleten is. Ga verder met slijpen met een ronde vijl.
- Slijp alle snijkanten gelijkmatig om het blad in balans te houden.
- Pas de bladinstelling aan op 1 mm (0,04 inch) met het aanbevolen instellingsgereedschap. Raadpleeg de met het blad meegeleverde instructies.(Fig. 78 ) WAARSCHUWING: Gooi een blad dat beschadigd is altijd weg. Probeer niet om een verbogen of verdraaid blad recht te buigen en opnieuw te gebruiken. Scherpen van grasmes en grasmaaiblad
1. Vijl bladen en messen met een platte vijl met enkele
messen gelijkmatig om de balans te bewaren.(Fig. 79 )
- Zorg dat apparatuur tijdens het transport veilig vast staat om schade en ongevallen te voorkomen.
- Sla producten en apparatuur op in een droge en vorstvrije ruimte.
- Vervang of repareer beschadigde onderdelen.
- Gebruik de juiste beschermkap op het product zodat geen vocht wordt vastgehouden.
- Zorg het product stevig bevestigd is tijdens transport. TECHNISCHE GEGEVENS eenheid B43BT Motorspecificaties Cilinderinhoud cm
Cilinderdiameter mm 40,0 Slag mm 34,0 Stationair toerental tpm 2700 - 3300 Maximum toerental tpm 10000 Toerental van uitgaande as tpm 7000 Maximaal motorvermogen kW/tpm 1,25/7000 Bougie QCJ-8Y Elektrodenafstand mm 0,65 Inhoud brandstoftank liter 0,8 Geluids- en trillingsgegevens Equivalent trillingsniveau (ahv, eq), uitgerust met grasmaaiblad, linker/rechter handgreep - zie opmerking 1 m/s
4,6/4,3 Equivalent trillingsniveau (ahv, eq), uitgerust met trimmerkop, linker/rechter handgreep - zie opmerking 1 m/s
4,2/4,5 Equivalent trillingsniveau (ahv, eq), uitgerust met zaagblad, linker/rechter handgreep - zie op- merking 1 m/s
zie opmerking 2 dB(A) 118 Geluidvermogensniveau, gemeten - zie opmerk- ing 2 dB(A) 110 Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, uitgerust met een grasmaaiblad - zie opmerking
dB(A) 96,7 Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, uitgerust met een grastrimmer - zie opmerking 3 dB(A) 95,4 Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, uitgerust met een zaagblad - zie opmerking 3 dB(A) 96,1 Afmetingen product Gewicht (exclusief snijuitrusting) kg 7,7 Opmerking 1: De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,5 m/s
Opmerking 2: Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
) volgens EG-richtlijn 2000/14/ EG. Het gerapporteerde geluidsvermogenniveau voor de machine is gemeten met de originele snijuitrusting die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen gegarandeerd en gemeten geluidsvermogen is dat het gegarandeerde ge- luidsvermogen ook spreiding in het meetresultaat omvat en de verschillen tussen de verschillende machines van hetzelfde model conform Richtlijn 2000/14/EG. Opmerking 3: De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau voor de machine vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 3 dB(A). ACCESSOIRES B43BT Goedgekeurde accessoires Type Beschermkap voor snijuitrusting Centrumopening in bladen/messen, Ø 25,4 mm Schroefdraad bladas M12 Grasmaaiblad/grasmes Grasmaaiblad 255-3 (Ø 255 3 tan- den) 580 30 50-01 Zaagblad Zaagblad 255-40 (Ø 255 40 tanden) 592 83 81-28 Trimmerkop P35 580 30 50-01 Steunkop Vast -
Notice-Facile