MCCULLOCH B428 PS - Grasmaaier

B428 PS - Grasmaaier MCCULLOCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis B428 PS MCCULLOCH in PDF-formaat.

📄 508 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice MCCULLOCH B428 PS - page 130
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MCCULLOCH

Model : B428 PS

Categorie : Grasmaaier

Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding B428 PS - MCCULLOCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. B428 PS van het merk MCCULLOCH.

GEBRUIKSAANWIJZING B428 PS MCCULLOCH

2006/42/CE sur les machines (2006-05-17) 2014/30/UE sur la compatibilité électromagnétique (2014-02-26) 2000/14/CE sur les émissions sonores dans l'environnement (2000-05-08)INLEIDING Beste klant! Hartelijk dank dat u voor een McCulloch-product hebt gekozen. U maakt hierdoor deel uit van een verhaal dat lang geleden begon, toen de McCulloch Corporation tijdens de Tweede Wereldoorlog startte met de productie van motoren. In 1949 introduceerde McCulloch zijn eerste lichte eenmanskettingzaag, waarna houtbewerking nooit meer hetzelfde zou zijn. De reeks innovatieve kettingzagen zou zich in de loop van decennia voortzetten, en het bedrijf breidde uit: eerst met vliegtuig- en kartmotoren in de jaren 50 van de vorige eeuw en vervolgens met minikettingzagen in de jaren 60. Nog later, in de jaren 70 en 80, werden trimmers en bladblazers aan het assortiment toegevoegd. Tegenwoordig zet McCulloch, als onderdeel van de Husqvarna-groep, de traditie voort van krachtige motoren, technische innovaties en sterke ontwerpen die al meer dan een halve eeuw ons visitekaartje zijn. Verlaging van brandstofverbruik, emissies en geluidsniveaus hebben bij ons de hoogste prioriteit, net als het verbeteren van de veiligheid en de gebruiksvriendelijkheid. Wij hopen van harte dat u tevreden zult zijn met uw McCulloch-machine, omdat deze is ontworpen om u gedurende lange tijd te vergezellen. U kunt de levensduur van de machine verlengen door de adviezen in deze bedieningshandleiding over gebruik, service en onderhoud op te volgen. Mocht u ooit professionele hulp nodig hebben in verband met reparatie of service, maak dan gebruik van de Service Locator op www.mcculloch.com. McCulloch werkt voortdurend aan het verder ontwikkelen van haar producten en houdt zich dan ook het recht voor om zonder aankondiging vooraf wijzigingen in onder andere vorm en uiterlijk door te voeren. U kunt deze handleiding ook downloaden op www.mcculloch.com. SYMBOLEN De machine kan gevaarlijk zijn! Onzorgvuldig of verkeerd gebruik kan leiden tot ernstig letsel. Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door en zorg dat u de instructies hebt begrepen voordat u de machine gebruikt. Draag altijd:

  • veiligheidsschoenen met stalen neuzen en antislipzolen
  • nauwsluitende kleding, een zware lange broek en lange mouwen
  • antisliphandschoenen voor zwaar gebruik
  • oogbescherming zoals een geventileerde anticondensveiligheidsbril of dito gelaatscherm
  • een goedgekeurde veiligheidshelm
  • gehoorbescherming (oordoppen of oorkappen) Personen met lang haar dienen (voor hun eigen veiligheid) het haar samen te binden. Gebruikers van de machine moeten erop toezien dat er tijdens het werk geen mensen of dieren dichter dan 15 meter bij de machine komen. Waarschuwing voor weggeslingerde en afgeketste voorwerpen. Maximale rotatiefrequentie van de spil, tpm. Machines met een maaiblad kunnen krachtig opzij schieten wanneer het blad in contact komt met vaste voorwerpen (terugslag). Een blad kan een arm of been amputeren. Houd mensen en dieren minimaal 15 meter uit de buurt van de machine. Pijlen waarmee de begrenzing voor bevestiging van het stuur wordt aangeven. A-gewogen geluidsdrukniveau op 7,5 meter volgens Australia NSW "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2008". Deze informatie staat vermeld op het label.

Geluidsemissie naar de omgeving volgens de richtlijnen van de Europese Gemeenschap. Deze gegevens staan vermeld in het hoofdstuk TECHNISCHE GEGEVENS en op het label. Dit product voldoet aan de geldende EG-richtlijnen. Dit product voldoet aan de geldende EAC-richtlijnen. Dit product voldoet aan de Australische regelgeving voor elektromagnetische compatibiliteit (EMC). Brandstofpomp. Chokehendel.

14. Lengtegrensmes voor trimmerdraad

22. Klem voor draagstel

VEILIGHEID VOORWOORD Deze machine kan bij onjuist of onachtzaam gebruik een gevaarlijk gereedschap zijn dat ernstig of zelfs dodelijk letsel aan de gebruiker of anderen kan toebrengen. Het is uiterst belangrijk dat u de inhoud van deze gebruikershandleiding doorleest en begrijpt. In deze handleiding worden de basisveiligheidsregels beschreven voor het werken met de machine. De bediener is verantwoordelijk voor het opvolgen van de waarschuwingen en instructies in deze handleiding en op de machine. Zorg ervoor dat u volledig vertrouwd bent met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. Beperk het gebruik van deze machine tot gebruikers die de instructies en waarschuwingen op de machine en in deze handleiding hebben gelezen, begrijpen en opvolgen. Laat deze machine nooit door kinderen bedienen. Wanneer u in een situatie belandt waarin u niet goed weet hoe u verder te werk moet gaan, moet u een expert raadplegen. Gebruik de machine nooit voor taken waarvoor u niet YROGRHQGHJHNZDOL¿FHHUGEHQW Als u hulp nodig hebt, neem dan contact op met uw erkende servicedealer of de klantenservice.

KLEDING EN UITRUSTING

  • Draag geschikte kleding. Draag altijd een veiligheidsbril of soortgelijke oogbescherming tijdens de bediening of bij onderhoud aan uw machine.
  • Draag altijd gehoorbescherming. Langdurige blootstelling aan lawaai kan leiden tot permanente gehoorbeschadiging.
  • 'UDDJELMVWRI¿JHRPVWDQGLJKHGHQDOWLMGHHQ gezichts- of stofmasker.
  • Draag altijd een lange broek van dikke stof, lange mouwen, laarzen en handschoenen. Het gebruik van beenbeschermers wordt aangeraden. Door geheel bedekt te zijn beschermt u uzelf tevens tegen puin en delen van giftige planten die door de machine worden rondgeslingerd.
  • Draag altijd voetbescherming. Loop niet op blote voeten en draag geen sandalen. Blijf uit de buurt van het ronddraaiende blad of de trimmerdraad.
  • Haar op schouderlengte vastzetten. Sieraden, losse kleding of kleding met loshangende stroken, dassen, kwastjes etc. vastzetten of verwijderen. Deze kunnen in bewegende delen terechtkomen. BRANDSTOFVEILIGHEID
  • Giet brandstof buiten over.
  • Houd brandstof uit de buurt van vonken of vuur.
  • Rook niet of sta roken niet toe in de buurt van brandstof of de machine.
  • Zorg dat u geen brandstof of olie morst. Veeg gemorste brandstof weg.
  • Ga met de machine ten minste 3 meter bij de vulplaats vandaan staan voordat u de motor start.
  • Stop de motor en laat hem afkoelen voordat u de brandstoftankdop verwijdert.
  • Bewaar benzine altijd in een houder die goedgekeurd is voor brandstof. WERKGEBIED
  • Inspecteer het gebied voordat u de machine start. Verwijder puin en harde voorwerpen zoals stenen, glas en draad die tijdens de bediening kunnen afketsen, worden weggeworpen of anderszins letsel of schade kunnen veroorzaken.
  • Voorkom dat mensen en dieren in contact komen met de snijuitrusting of geraakt worden door losse voorwerpen die weggeslingerd worden door de snijuitrusting.
  • Houd kinderen, dieren, omstanders en helpers op een afstand van minimaal 15 meter. Raad omstanders aan een veiligheidsbril te dragen. Stop de motor direct wanneer iemand naar u toekomt.
  • Gebruik de machine nooit zonder de mogelijkheid hulp in te roepen in geval van nood.
  • Gebruik de machine niet in ongunstige weersomstandigheden, zoals dichte mist, hevige regen, harde wind of hevige koude. Werken in slechte weersomstandigheden is vermoeiend en kan tot extra gevaarlijke situaties leiden.
  • Zorg ervoor dat u veilig kunt gaan en staan. Controleer of er eventuele hindernissen zijn als u onverwacht snel moet kunnen wegkomen, bijv. wortels, stenen, takken en greppels. Wees extra voorzichtig wanneer u op hellend terrein werkt.

VEILIGHEID BIJ BEDIENING

  • Gebruik de machine uitsluitend voor trimmen, scalperen, maaien en schoonvegen. Gebruik ze niet om kanten te snijden, te snoeien of heggen te trimmen.
  • Blijf oplettend. Bedien deze machine niet wanneer u moe, ziek of overstuur bent, of wanneer u alcohol, drugs of medicijnen (hebt) gebruikt. Kijk wat u doet; gebruik uw gezond verstand.
  • De motor nooit starten of laten draaien in een afgesloten ruimte of gebouw. Het inademen van uitlaatgassen kan dodelijk zijn.
  • Houd de handvaten vrij van olie en brandstof.
  • Houd de motor altijd rechts van uw lichaam.
  • Houd de machine stevig vast met beide handen.
  • Houd de snijuitrusting en geluiddemper onder taillehoogte en uit de buurt van alle lichaamsdelen. Een hete geluiddemper kan ernstige brandwonden veroorzaken.
  • Zorg dat u te allen tijde stevig en in balans staat. Rek niet te ver en werk niet vanaf onstabiele oppervlakken zoals ladders, bomen, steile hellingen en daken.
  • Gebruik de machine alleen bij daglicht of goed kunstlicht.
  • Gebruik de machine alleen voor werkzaamheden beschreven in deze handleiding of in handleidingen voor optionele hulpstukken.
  • Leg de machine nooit neer terwijl de motor of de snijuitrusting draait.
  • Laat na elke stap van het werkproces de motor stationair draaien. Als de motor langdurig op volle toeren draait zonder dat hij belast wordt kan dit tot ernstige beschadigingen van de motor leiden.
  • Noch de gebruiker van de machine noch iemand anders mag proberen het maaisel of het afgesneden materiaal te verwijderen wanneer de motor of de snijuitrusting draait, omdat dit tot ernstig letsel kan leiden. Stop de motor en de snijuitrusting en koppel de bougiekap los van de bougie voordat u materiaal verwijdert dat zich rondom de bladas heeft gewikkeld, omdat anders risico van letsel bestaat.
  • De haakse tandwieloverbrenging kan zeer warm worden tijdens het gebruik en nog geruime tijd warm blijven na gebruik. Laat de machine afkoelen. U kunt brandwonden oplopen als u deze aanraakt.
  • Kijk uit voor wegschietende objecten. Gebruik altijd goedgekeurde oogbescherming. Leun nooit over de beschermkap van de snijuitrusting. Stenen, afval, enzovoort kunnen omhoog schieten in uw ogen en blindheid of ernstig letsel veroorzaken.
  • Houd onbevoegden op afstand. Kinderen, dieren, toeschouwers en helpers moeten zich buiten de veiligheidszone van 15 meter bevinden. Schakel de machine onmiddellijk uit indien iemand dichterbij komt. Draai de machine nooit rond zonder eerst te controleren of er achter u niet iemand zich in de veiligheidszone bevindt.
  • Soms raken takken of gras bekneld tussen het schild en de snijuitrusting. Stop altijd eerst de motor voordat u deze verwijdert.
  • Vermijd contact met de geluiddemper. Een hete geluiddemper kan ernstige brandwonden veroorzaken.

VEILIGHEID VAN HET BLAD

  • Monteer het benodigde schild op de juiste wijze alvorens de machine te gebruiken.
  • Gebruik altijd de J-hendel en een op de juiste lengte versteld draagstel met het blad.
  • Snij van rechts naar links.
  • De terugslag van het blad op materiaal dat het niet snijdt kan krachtig zijn en leiden tot amputatie van armen en benen. Zorg dat u de machine altijd onder controle hebt.
  • Gebruik de trimmerkop niet als een bevestigingsmiddel voor het blad.
  • Na het loslaten van de schakelaar of het uitschakelen van de motor blijft het blad draaien. Een draaiend blad kan voorwerpen wegwerpen of ernstige snijwonden veroorzaken indien het per ongeluk wordt aangeraakt. Stop het blad door de linkerkant van het draaiende blad in aanraking te brengen met reeds gesneden materiaal.
  • Gooi bladen die verbogen, verwrongen, gescheurd, gebroken of anderszins beschadigd zijn weg.
  • *HEUXLNDOOHHQKHWJHVSHFL¿FHHUGHEODGHQ]RUJ ervoor dat het op de juiste wijze gemonteerd en stevig vastgemaakt is.
  • De messen zijn scherp. Ga er voorzichtig mee om en draag hierbij handschoenen. TRILLINGEN Blootstelling aan trillingen door langdurig gebruik van handgereedschappen op benzine kan letsel van de bloedvaten of zenuwschade in de vingers, handen en gewrichten veroorzaken bij mensen die aanleg hebben voor circulatieaandoeningen of abnormale zwellingen. Langdurig gebruik bij koud weer is in verband gebracht met schade aan bloedvaten bij overigens gezonde mensen. Indien symptomen optreden zoals gevoelloosheid, pijn, verlies van kracht, verkleuring of verandering van de huid, of verlies van het gevoel in de vingers, handen of gewrichten, staak dan het gebruik van het apparaat en raadpleeg een arts. Een antivibratiesysteem garandeert niet dat deze problemen kunnen worden voorkomen. Gebruikers die motorische gereedschappen continu en regelmatig gebruiken, dienen hun lichamelijke toestand en de toestand van het apparaat nauwlettend in de gaten houden.

VEILIGHEID BIJ ONDERHOUD

  • Controleer of de machine correct is gemonteerd, zoals getoond in deze handleiding.
  • Houd de machine in een goede bedrijfsstaat.
  • Onderhoud de machine volgens de aanbevolen procedures.
  • Laat al het onderhoud dat niet in deze handleiding wordt beschreven, uitvoeren door een erkende servicedealer.
  • Controleer het apparaat voor ider gebruik op beschadigde of losse onderdelen en laat deze vervangen.
  • Vervang onderdelen van de trimmerkop die geschilferd, gescheurd, gebroken of anderszins beschadigd zijn alvorens de machine te gebruiken.
  • Gebruik alleen de aanbevolen accessoires en vervangende onderdelen.
  • Controleer de machine voor elk gebruik op

EUDQGVWRÀHNNHQHQODDWGH]HUHSDUHUHQ

  • Koppel de bougie los voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, behalve voor afstelling van het stationair toerental.
  • *HEUXLNDOOHHQGHJHVSHFL¿FHHUGHWULPPHUNRSHQ zorg ervoor dat deze op de juiste wijze gemonteerd en stevig vastgemaakt is.
  • Gebruik alleen de aanbevolen trimmerdraad. Andere draadmaten worden niet goed doorgevoerd en kunnen ernstig letsel veroorzaken. Gebruik geen andere materialen zoals een metaaldraad, koord of kabel. Metaaldraad kan afbreken tijdens het maaien en een gevaarlijk projectiel worden dat ernstig letsel kan veroorzaken.
  • Houd de trimmerdraad op de juiste lengte.
  • Ondersteun het onderste uiteinde terwijl u het stationair toerental afstelt om te voorkomen dat de snijuitrusting in contact komt met voorwerpen.
  • Houd anderen uit de buurt tijdens afstelling van het stationair toerental.
  • De oorspronkelijke vormgeving van de machine mag in geen enkel geval gewijzigd worden zonder toestemming van de fabrikant. Niet goedgekeurde wijzigingen en/of niet-originele onderdelen kunnen tot ernstige verwondingen of de dood van zowel gebruiker als omstanders leiden. VONKENVANGER In sommige regio's bepaalt de wetgeving dat veel motortypes met interne verbranding moeten uitgerust zijn met een vonkenscherm. Als u werkt in een regio waar een dergelijke wetgeving geldt, bent u wettelijk verantwoordelijk voor het onderhouden van de goede bedrijfsstaat van deze onderdelen. Als u dit niet doet, wordt dit beschouwd als een overtreding van de wet. Bij normaal gebruik rondom het huis zullen de demper en het vonkenscherm niet hoeven te worden onderhouden. Wij adviseren de demper na vijftig bedrijfsuren te laten onderhouden of vervangen door uw erkende servicedealer.
  • Wanneer u zich verplaatst moet de motor uitgeschakeld worden.
  • Als het om een langere verplaatsing en vervoer gaat, moet u de transportbescherming aanbrengen op het grasmaaiblad.
  • Laat de motor afkoelen voordat u de machine vervoert.
  • Beveilig de machine voordat u deze opbergt of transporteert in een voertuig.
  • Leeg de brandstoftank voordat u de machine opbergt of vervoert. Verbruik in de carburator achtergebleven brandstof door de motor te starten en te laten draaien totdat deze stopt.
  • Bewaar de machine en de brandstof op een plaats waar brandstofdampen buiten het bereik van vonken of open vuur afkomstig van apparaten zoals boilers, elektrische motoren, elektrische schakelaars en fornuizen blijven.
  • Berg de machine zo op dat het lengtegrensmes voor de trimmerdraad niet per ongeluk letsel kan veroorzaken.
  • Berg de machine op in de startpositie of opgehangen aan de steel.
  • Houd de machine in de startpositie tijdens transport.
  • Berg de machine op buiten het bereik van kinderen. MONTEREN LET OP: Wanneer u de machine geassembleerd hebt ontvangen, herhaalt u alle stappen om te controleren of de machine goed in elkaar is gezet en of alle koppelingen goed vastzitten. Controleer de onderdelen op beschadigingen. Gebruik geen beschadigde onderdelen. OPMERKING:

Als u hulp nodig hebt of vaststelt dat er onderdelen ontbreken of beschadigd zijn, neem dan contact op met de klantenservice.

  • +HWLVQRUPDDOGDWKHWEUDQGVWRI¿OWHUHHQUDWHOHQG geluid maakt in de lege brandstoftank.
  • Sporen van brandstof of olieresten op de geluiddemper zijn normaal wegens afstellingen van de carburator en testen uitgevoerd door de fabrikant.

HET KOPPELINGSDEEL MONTEREN

Plaats de machine op een vlak oppervlak voor meer stabiliteit wanneer u het koppelingsdeel monteert.

1. Maak de koppeling los door de draaiknop tegen de

richting van de klok in (A) te draaien.

Verwijder de transportbescherming van de koppeling (indien aanwezig).

3. Verwijder de askap (indien aanwezig) van het

koppelingsdeel van de trimmer.

4. Plaats de vergrendel-/ontgrendelknop van het

koppelingsdeel in de geleidingsuitsparing van de koppeling.

5. Duw het koppelingsdeel in de koppeling totdat de

vergrendel-/ontgrendelknop in het eerste gat schiet. OPMERKING: Als u het koppelingsdeel moeilijk kunt monteren, draai de snijuitrusting dan met de hand om de interne as uit te lijnen met de uitsparing van de koppeling.

6. Draai de draaiknop stevig aan in de richting van de

klok (B) alvorens de machine te gebruiken. a WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de vergrendel-/ontgrendelknop is vergrendeld in het eerste gat en dat de draaiknop stevig is aangedraaid alvorens de machine te bedienen. Alle hulpstukken zijn zo ontworpen dat ze gebruikt kunnen worden in de opening, tenzij anders staat aangegeven in de gebruiksaanwijzing. Als u de verkeerde opening gebruikt, kan dit leiden tot ernstig letsel of schade veroorzaken aan de machine. Raadpleeg voor montage van optionele hulpstukken het hoofdstuk MONTEREN in de handleiding van het betreffende hulpstuk.

Het schild moet juist geïnstalleerd worden. Het schild biedt een gedeeltelijke bescherming van de bediener en anderen tegen het risico van weggeworpen voorwerpen en is uitgerust met lengtegrensmes dat overtollige trimmerdraad op de juiste lengte afsnijdt. Het lengtegrensmes aan de onderzijde van het schild is scherp; u kunt zich eraan snijden.

1. Verwijder de vleugelmoer van het schild.

2. Breng de beugel in de sleuf aan zoals getoond in

3. Draai het schild zodat de bout door het gat in de

4. Breng de vleugelmoer weer aan en draai deze

a WAARSCHUWING: Gebruik alleen grasmaaibladen of trimmerkoppen wanneer de J-hendel is aangebracht. Gebruik nooit getande snijbladen. Let er bij het aanpassen van de J-hendel op dat de hendel zich boven het veiligheidslabel en onder het merkteken of de pijl op de steel bevindt.

1. Plaats de J-hendel op de steel. Let op: de hendel

moet worden aangebracht tussen de twee pijlen op de steel.

2. Monteer schroef, klemplaatje en vleugelmoer zoals

getoond in de afbeelding.

3. Pas de J-hendel ten slotte aan zodat deze zich in

een prettige werkstand bevindt.

4. Draai de vleugelmoer vast.

1. Positioneer de bovenste klem van het draagstel

boven de steel en de onderste klem van het draagstel onder de steel. Zorg dat de schroefgaten van de bovenste en onderste klem tegenover elkaar liggen. De klem moet op de steel gemonteerd worden boven de pijl.

2. Breng de twee schroeven in de schroefgaten aan.

3. Bevestig de klem van het draagstel door de schroeven

met een zeskantige sleutel aan te draaien.

HET DRAAGSTEL BEVESTIGEN

1. Steek uw rechterarm en hoofd door het draagstel

en laat het draagstel rusten op uw linkerschouder. Zorg ervoor dat de haak van het draagstel zich aan de rechterkant van uw middel bevindt.

2. Pas het draagstel aan en zorg ervoor dat de haak

zich ongeveer 15 cm onder uw middel bevindt.

3. Bevestig het draagstel aan de klem van het draagstel

op de steel en til de machine op tot werkhoogte.

4. Voer een laatste afstelling uit zodat de machine

zich in een prettige werkstand bevindt wanneer deze aan het draagstel hangt. OPMERKING: Het kan nodig zijn de klem van het draagstel op de steel te verplaatsen voor een goede balans van de machine.

5. Stel het draagstel zodanig af dat de snijuitrusting

parallel aan de grond is.

6. Laat de snijuitrusting licht tegen de grond rusten.

Als u een grasmaaiblad gebruikt, moet dit ongeveer 10 cm boven de grond balanceren om aanraking met stenen en dergelijke te vermijden. Stel de klem van het draagstel zodanig af dat de machine juist balanceert.

SNIJUITRUSTING KIEZEN EN

MONTEREN a WAARSCHUWING: Onder geen beding mag snijuitrusting worden gebruikt zonder dat een goedgekeurd schild is aangebracht. Indien een verkeerd of defect schild wordt gemonteerd, kan dit ernstige verwondingen veroorzaken. SNIJUITRUSTING KIEZEN Gebruik een grasmaaiblad om sterk gras te maaien. Gebruik een trimmerkop om gras te trimmen.

HET GRASMAAIBLAD MONTEREN

1. Draai de as van de hoekoverbrenging rond

tot een van de openingen van de stofbeker samenvalt met de overeenkomstige opening in de hoekoverbrenging.

2. Plaats een kleine schroevendraaier in de

opening om de as van de hoekoverbrenging te vergrendelen.

3. Plaats het blad en de borgring op de as van de

hoekoverbrenging. a WAARSCHUWING: Bij het monteren van snijbladen is het zeer belangrijk dat het verhoogde gedeelte van de borgring op de juiste manier in het middelste gat van het snijblad wordt geplaatst. Als het blad verkeerd gemonteerd wordt, kan dit leiden tot ernstig en/of dodelijk letsel.

4. Plaats de bolle borgring op de as van de

hoekoverbrenging met de bolle zijde naar het blad.

5. Breng de moer van het blad aan. Draai de

moer vast met een moersleutel. Draai in de tegenovergestelde richting van de rotatierichting. De moer heeft linkse schroefdraad.

DE TRIMMERKOP BEVESTIGEN

1. Draai de as van de hoekoverbrenging rond

tot een van de openingen van de stofbeker samenvalt met de overeenkomstige opening in de hoekoverbrenging.

2. Plaats een kleine schroevendraaier in de

opening om de as van de hoekoverbrenging te vergrendelen.

3. Schroef de trimmerkop tegen de rotatierichting in

op zijn plaats. BEDIENING OLIESPECIFICATIES Gebruik alleen hoogwaardige reinigingsolie van serviceklasse SL (API), GF-3 (ILSAC) of hoger. Kies de SAE-viscositeitsgraad van de olie in overeenstemming met de verwachte bedrijfstemperatuur. Voor de meeste toepassingen is 10W-30 olie aanbevolen. Gebruik geen speciale additieven. OPMERKING: Synthetische olie van de vereiste of een hogere serviceklasse is een goede olie bij alle temperaturen. Als synthetische olie wordt gebruikt, blijven de intervallen voor olieverversing hetzelfde. LET OP: Luchtgekoelde motoren worden heter dan automotoren. Het gebruik van niet-synthetische multi-viscositeitolie zoals 5W30 en 10W30 bij temperaturen hoger dan 4 °C resulteert in een hoger dan normaal olieverbruik. Als u een multi-viscositeitolie gebruikt, controleer dan vaker het oliepeil om mogelijke motorschade door te weinig olie te voorkomen. OLIE BIJVULLEN Uw machine is zonder olie in de motor verzonden. De motor bevat ongeveer 75 ml olie wanneer het oliereservoir wordt gevuld tot aan het merkstreepje "MAX FILL" in het kijkglas. Bij deze machine wordt een houder met 75 ml olie geleverd om de motor correct te vullen met olie voor het eerste gebruik. Giet de volledige inhoud van deze houder in de olievulopening. Nadat het oliereservoir de eerste keer is gevuld met olie, vult u eenvoudig olie bij tot aan het merkstreepje "MAX FILL" wanneer dit nodig is. LET OP: Gebruik NIET te veel olie; dit kan leiden tot beschadiging van de motor. LET OP: Plaats de motor horizontaal, met de olievulopening naar boven, om het oliepeil te controleren. Als de motor niet horizontaal staat, wordt het oliepeil niet correct afgelezen. Hierdoor wordt mogelijk te veel of te weinig olie bijgevuld, wat kan leiden tot beschadiging van de motor.

  • Controleer het oliepeil voordat u de motor start.
  • Controleer het oliepeil voor elk gebruik.
  • Zorg dat het oliepeil altijd overeenkomt met het merkstreepje "MAX FILL".
  • Giet niet te veel brandstof in de tank.

1. Zorg dat de motor horizontaal staat en het gebied

rond de olievulopening schoon is.

2. Verwijder de olievuldop.

3. Giet langzaam olie in de motor. Giet niet te veel

Controleer of het oliepeil overeenkomt met het merkstreepje "MAX FILL" op het kijkglas van het oliereservoir.

5. Zorg er altijd voor dat u de olievuldop terugplaatst

en goed vastdraait voordat u de motor start. Controleer het oliepeil voor elk gebruik. Vul indien nodig olie bij. Vul bij tot aan het merkstreepje "MAX FILL" op het kijkglas van het oliereservoir. Ververs de olie na de eerste 5 bedrijfsuren, en vervolgens na elke 25 uur of elk seizoen. Ververs de olie elke 10 bedrijfsuren bij gebruik van de motor onder zware belasting of bij hoge temperaturen. U moet de olie PRJHOLMNYDNHUYHUYHUVHQELMJHEUXLNRQGHUVWRI¿JHHQ vuile omstandigheden. BENZINE BIJVULLEN Deze machine is ontworpen voor gebruik van loodvrije benzine van maximaal 90 RON met maximaal 10% ethanol (E-10). Meng geen olie bij de benzine. Schaf brandstof aan in hoeveelheden die binnen 30 dagen gebruikt kunnen worden, om ervoor te zorgen dat de brandstof vers is. LET OP: Gebruik GEEN alternatieve brandstoffen zoals mengsels met meer dan 10% ethanol (E-15 - E-85) of brandstof gemengd met methanol. Het gebruik van deze brandstoffen kan de prestaties en levensduur van de motor in hoge mate nadelig beïnvloeden.

1. Draai de tankdop tegen de richting van de klok in

om hem te verwijderen.

2. Vul de tank met brandstof tot aan de onderkant

3. Plaats de tankdop terug.

4. Draai de tankdop vast in de richting van de klok.

STARTPOSITIE Voordat u de motor start, plaatst u de machine op een vlakke ondergrond.

2. Het balgje voor extra brandstoftoevoer 6 maal

4. Trek 3 keer krachtig aan de starthendel.

6. Trek krachtig aan de starthendel tot de motor

draait, maar niet meer dan 6 keer. OPMERKING: Als de motor niet start na 6 keer trekken met de chokehendel half open in de stand HALF CHOKE, zet de chokehendel dan volledig open in de stand FULL CHOKE en druk het balgje van de brandstofpomp 6 keer in. Trek nog 2 keer aan de starthendel. Zet de chokehendel half open in de stand HALF CHOKE en trek aan de starthendel tot de motor draait, maar niet meer dan 6 keer. Als de motor nog steeds niet start, is hij waarschijnlijk verzopen. Ga verder naar EEN VERZOPEN MOTOR STARTEN.

7. Nadat de motor is gestart, laat u hem 10 seconden

draaien en draait u vervolgens de chokehendel helemaal dicht in de stand RUN. Laat de gashendel los. OPMERKING: Als de motor afslaat met de chokehendel helemaal dicht in de stand RUN, zet u de chokehendel half open in de stand HALF CHOKE en trekt u aan de starthendel tot de motor start, maar niet meer dan 6 keer. Laat de motor tot 1 minuut warmdraaien.

EEN WARME MOTOR STARTEN

OPMERKING: De gashendel NIET inknijpen voordat de motor is gestart en draait. Volg stappen 7 en 6 van de instructies voor het starten van een koude motor. OPMERKING: Als de motor niet is gestart, trek dan nog 5 keer aan de starthendel. Als de motor nog steeds niet draait, is hij waarschijnlijk verzopen.

EEN VERZOPEN MOTOR STARTEN

Een ‘verzopen’ motor kan worden gestart door de chokehendel helemaal dicht in de stand RUN te zetten en aan de starthendel te trekken om de overtollige brandstof te verwijderen. Het aantal keer dat aan de starthendel moet worden getrokken, hangt af van de mate waarin de motor is verzopen. Als de machine ook dan nog niet start, raadpleegt u de PROBLEEMOPLOSSINGSTABEL of neemt u contact op met de klantenservice.

DE KOPPELING GEBRUIKEN

Deze machine is voorzien van een koppeling waarop optionele hulpstukken kunnen worden gemonteerd. Deze optionele hulpstukken zijn: Beschrijving Model Heggenschaar MTO001 Cultivator MTO002 Blazer MTO003 Kantensnijder MTO004 Stokzaag MTO005 Bosmaaier MTO006 a WAARSCHUWING: Stop de machine altijd voordat u hulpstukken verwijdert of aanbrengt.

HET HULPSTUK VERWIJDEREN

1. Plaats de machine op een vlakke ondergrond voor

2. Maak de koppeling los door de draaiknop tegen de

richting van de klok in te draaien

3. Houd de vergrendel-/ontgrendelknop ingedrukt.

4. Houd de motor en de bovensteel vast, en trek het

hulpstuk recht uit de koppeling. BEDIENINGSSTAND a WAARSCHUWING: Draag altijd oogbescherming. Leun nooit over de snijuitrusting. Puin of stenen kunnen afketsen of weggeworpen worden in de ogen en het gezicht, en blindheid of ernstig letsel veroorzaken. a WAARSCHUWING: Draag altijd het schouderdraagstel wanneer u het grasmaaiblad gebruikt. Tijdens bediening van de machine:

  • Draag oogbescherming, gehoorbescherming en gepaste kleding.
  • Sta in de getoonde houding.
  • Houd uw rechterhand op de gashendel en houd met uw linkerhand de J-hendel vast.
  • Houd de machine altijd onder taillehoogte.
  • Maai altijd van links naar rechts om ervoor te zorgen dat puin van u weg wordt geworpen. Houd, zonder voorover te buigen, de trimmerdraad nabij en parallel aan de grond en buiten reeds gesneden materiaal.
  • Gebruik altijd de juiste uitrusting.
  • Zorg ervoor dat de uitrusting altijd juist afgesteld en aangepast is.
  • Volg alle veiligheidsvoorschriften.
  • Organiseer het werk goed.

HET GRASMAAIBLAD GEBRUIKEN

Voor alle soorten hoog of sterk gras wordt het grasmaaiblad gebruikt. Het grasmaaiblad mag niet gebruikt worden bij houtachtige stammen. Zorg ervoor dat het blad op volle toeren draait voor u begint. Gebruik altijd goed scherpe bladen. Vermijd stenen. Het gras wordt gemaaid met pendelende bewegingen naar de zijkanten, waarbij de beweging van rechts naar links het maaimoment is en de beweging van links naar rechts de retourbeweging. Laat de linkerkant van het blad werken (tussen 8 en 12 uur). Als het blad tijdens het gras maaien iets schuin naar links wordt gehouden, wordt het gras in een streng gelegd, hetgeen het verzamelen makkelijker maakt. Probeer om ritmisch te werken. Sta stevig met uw voeten uit elkaar. Beweeg na de retourbeweging naar voren en sta vervolgens weer stevig stil. Laat de steunkop licht op de grond rusten. Deze is speciaal bedoeld om te voorkomen dat het blad in de grond snijdt. Verklein het risico dat het materiaal rond het blad wordt gewonden door de volgende regels op te volgen:

Werk altijd met vol gas.

  • Vermijd tijdens de retourbeweging het pasgemaaide materiaal. Schakel de motor uit, maak het draagstel los en zet de machine op de grond voordat u het gemaaide materiaal verzamelt. Het is aanbevolen de motor niet langer dan 1 minuut op volle toeren te laten draaien. Laat de gashendel altijd los en laat de motor weer stationair draaien wanneer u niet maait.

DE TRIMMERKOP GEBRUIKEN

Laat de motor niet draaien met een hoger toerental GDQQRGLJLV'HPDDLGUDDGPDDLWHI¿FLsQWZDQQHHU de motor op minder dan volle toeren draait. Bij lagere toerentallen maakt de motor minder geluid en trilt hij minder. De maaidraad gaat langer mee en komt minder gemakkelijk vast te zitten op de spoel. Breng de draad tijdens het maaien niet dicht bij harde voorwerpen zoals stenen, grind en omheiningspalen; deze kunnen de trimmerkop beschadigen, verward raken in de draad of worden weggeworpen met ernstig gevaar tot gevolg. Het uiteinde van de draad doet het maaiwerk. Voor optimale prestaties en minimale draadslijtage brengt u de draad niet in het snijgebied. Hieronder worden de juiste en de verkeerde werkwijze getoond. Met de draad kunt u gemakkelijk gras en onkruid verwijderen rond muren, omheiningen, bomen en bloembedden, maar mogelijk snijdt u ook in de zachte schors van bomen of in struiken, of maakt u schrammen op omheiningen. Laat de motor bij het trimmen of scalperen draaien met een lager dan maximaal toerental voor een langere levensduur van de draad en minder slijtage van de kop, meer bepaald:

  • Tijdens licht maaiwerk.
  • Nabij voorwerpen waaromheen de draad verward kan raken, zoals paaltjes, bomen of omheiningsdraad.
  • Laat de motor op volle toeren draaien voor een goed en schoon resultaat bij het maaien of schoonvegen. TRIMMEN Houd de onderkant van de trimmerkop ongeveer 8 cm schuin boven de grond. Laat alleen het uiteinde van de draad het te trimmen materiaal raken. Breng de trimmerdraad niet in het werkgebied. SCALPEREN Scalperen betekent dat u ongewenste vegetatie tot op de grond verwijdert. Houd de onderkant van de trimmerkop ongeveer 8 cm schuin boven de grond. Laat het uiteinde van de trimmerdraad de grond raken rond voorwerpen zoals bomen, palen en monumenten. Bij deze techniek is er meer draadslijtage. MAAIEN Uw trimmer is ideaal om te maaien op plaatsen waar een conventionele gazonmaaier niet bij kan. Houd de trimmerdraad in de maaipositie evenwijdig met de grond. Duw de trimmerkop niet in de grond want dan scalpeert u de grond, waardoor u de machine kunt beschadigen. SCHOONVEGEN Het ventilatoreffect van de roterende trimmerdraad kan worden gebruikt om snel en gemakkelijk schoon te vegen. Houd de trimmerdraad parallel aan en boven het oppervlak dat schoongeveegd moet worden en beweeg de machine heen en weer.

DOORVOER VAN DE TRIMMERDRAAD

De trimmerdraad wordt ongeveer 5 cm doorgevoerd telkens wanneer u de trimmerkop op de grond tikt terwijl de motor draait op volle toeren. 'HPHHVWHI¿FLsQWHOHQJWHYDQGHWULPPHUGUDDG is de maximale lengte die is toegestaan door het lengtegrensmes. Zorg dat het schild altijd is aangebracht wanneer de machine wordt bediend. De trimmerdraad doorvoeren:

  • Laat de motor draaien op volle toeren.
  • Houd de trimmerkop parallel met en boven het grasachtige gebied.
  • Tik de onderkant van de trimmerkop telkens eenmaal lichtjes op de grond. Er wordt ongeveer 5 cm trimmerdraad doorgevoerd bij elke tik. Tik de trimmerkop altijd op een grasachtig gebied. Als u tikt op oppervlakken zoals beton of asfalt, kan dit leiden tot overmatige slijtage van de trimmerkop. Als de trimmerdraad is afgesleten tot 5 cm of minder, moet u meer dan een keer tikken om de meest HI¿FLsQWHGUDDGOHQJWHWHYHUNULMJHQ ONDERHOUD a WAARSCHUWING: Koppel eerst de bougie los voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren, behalve voor afstellingen van het stationair toerental. Laat alle reparaties die buiten het in de handleiding beschreven geadviseerde onderhoud vallen, uitvoeren door een erkende servicedealer. Als u werk aan de machine laat uitvoeren door een niet-erkende servicedealer, betalen wij mogelijk niet voor reparaties onder garantie. Het is uw verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat algemeen onderhoud wordt uitgevoerd.

Neem voor het vervangen van beschadigde of versleten onderdelen contact op met een erkende servicedealer

  • AAN/STOP-schakelaar - Controleer of de AAN/ STOP-schakelaar goed functioneert. Zet de schakelaar op STOP. Controleer of de motor tot stilstand komt; start de motor weer en ga verder.
  • Brandstoftank - Staak het gebruik van de machine als de brandstoftank tekenen van schade of lekken vertoont.
  • Schild - Staak het gebruik van de machine als het schild beschadigd is. MOTOROLIEPEIL CONTROLEREN
  • Zie OLIE BIJVULLEN in het hoofdstuk BEDIENING.
  • Inspecteer de gehele machine na elk gebruik op losse of beschadigde onderdelen.
  • Maak de machine en de labels schoon met een vochtige doek en een mild reinigingsmiddel.
  • Veeg de machine af met een schone, droge doek. MOTOROLIE VERVERSEN Ververs de olie na de eerste 5 bedrijfsuren en vervolgens na elke 25 uur of elk seizoen. Ververs de olie elke 10 bedrijfsuren bij gebruik van de motor onder zware belasting of bij hoge temperaturen. Controleer altijd het oliepeil in het carter voordat u de motor start.

OLIE VERVERSEN EN OLIEPEIL

CONTROLEREN LET OP: Gebruikte olie is een gevaarlijk afvalproduct. Gooi gebruikte olie weg zoals het hoort. Niet met het huisvuil weggooien. Neem contact op met een erkende servicedealer of de klantenservice voor informatie over voorzieningen voor veilig weggooien/recyclen. Ververs de olie terwijl de motor is gestopt maar de olie nog heet is. Zorg ervoor dat de tankdop goed is vastgedraaid.

1. Verwijder de olievuldop.

2. Tap de olie af in een geschikte houder zoals

getoond in de afbeelding.

3. Veeg gemorste olie van de machine af.

4. Vul de motor met olie.

5. Breng de olievuldop weer aan. Zet ze stevig vast.

LUCHTFILTER REINIGEN (HQYXLOOXFKW¿OWHUOHLGWWRWVOHFKWHUHSUHVWDWLHVYDQGH motor en een toename van het brandstofverbruik en

YDQVFKDGHOLMNHHPLVVLHV0DDNKHW¿OWHUDOWLMGVFKRRQ

na elke 25 bedrijfsuren.

1. Maak het deksel en het gebied eromheen schoon

om te voorkomen dat vuil in de kamer van de carburator valt als het deksel wordt verwijderd.

2. 9HUZLMGHUKHWOXFKW¿OWHUGHNVHOHQKHWOXFKW¿OWHU

a :$$56&+8:,1*5HLQLJKHW¿OWHUQLHWLQ benzine of een ander ontvlambaar oplosmiddel.

5. Vervang de onderdelen.

VONKENSCHERM Tijdens het gebruik van uw machine hopen zich koolstofresten op op de geluiddemper en het vonkenscherm. Wij adviseren de demper na vijftig bedrijfsuren te laten onderhouden of vervangen door uw erkende servicedealer. BOUGIE VERVANGEN Vervang de bougie elk jaar om te zorgen dat de motor makkelijk blijft starten en soepel blijft lopen. Inspecteer de bougie elke 25 bedrijfsuren. Reinig en/of vervang indien nodig. Stel de afstand voor de bougie in op 0,6 mm. De ontstekingstiming is vast en kan niet worden ingesteld.

1. Draai de bougiesteker en trek deze daarna los.

2. Verwijder de bougie uit de cilinderkop en gooi de

3. Vervang door een Champion RZ-7C-bougie. Draai

deze stevig aan met een steeksleutel van 16 mm.

4. Monteer de bougiesteker weer op zijn plaats.

1. Druk de nokjes aan de zijkant van de trimmerkop

in en verwijder het deksel en de spoel.

2. Verwijder eventueel resterende trimmerdraad.

3. Verwijder vuil en andere resten van alle

onderdelen Vervang de spoel als deze is versleten of beschadigd.

4. Vervang door een voorgewikkelde spoel of wikkel

PHWHUYDQGHJHVSHFL¿FHHUGHWULPPHUGUDDGRS de spoel.

5. Houd bij het aanbrengen van nieuwe trimmerdraad

op een bestaande spoel de spoel vast zoals getoond in de afbeelding.

6. Buig de lijn in het midden en schuif de knik in de

uitsparing in de middelste rand van de spoel. Zorg ervoor dat de trimmerdraad goed op zijn plaats in de uitsparing klikt.

Slot Houd uw vinger tussen de twee trimmerdraden en wikkel de trimmerdraden gelijkmatig en stevig met de klok mee om de spoel.

Plaats de trimmerdraden in de geleidingsuitsparingen.

9. Plaats de spoel in het deksel zoals getoond in de

10. Schuif de uiteinden van de trimmerdraden door de

draaduitgangen in de zijkant van het deksel. Plaats de spoel en het deksel terug op de trimmerkop. Druk totdat het deksel op zijn plaats klikt.

DE TRIMMERKOP VERVANGEN

1. Stel het gat in de stofkap gelijk met het gat aan de

zijkant van de versnellingsbak door de stofkap te laten ronddraaien.

2. Breng een kleine schroevendraaier in, in de gelijk

gezette gaten. Dit voorkomt dat de as gaat draaien wanneer de trimmerkop wordt verwijderd en aangebracht.

3. Houd de schroevendraaier in deze positie en

verwijder de trimmerkop door te draaien in de richting van de klok (gezien vanaf de onderkant van de machine).

4. Schroef de vervangende trimmerkop op de as door

deze tegen de richting van de klok in te draaien. Stevig vastdraaien.

5. Verwijder de schroevendraaier.

AFSTELLING VAN STATIONAIR

TOERENTAL a WAARSCHUWING: Houd anderen uit de buurt tijdens afstelling van het stationair toerental. De trimmerkop, het blad of een optioneel hulpstuk draait meestal tijdens deze procedure. Draag uw beschermingsuitrusting en neem alle veiligheidsmaatregelen in acht. Nadat u afstellingen heeft gemaakt, mag de trimmerkop, het blad of het optionele hulpstuk niet bewegen/ ronddraaien bij stationair toerental. De carburateur is nauwkeurig ingesteld in de fabriek. Afstelling van het stationair toerental kan noodzakelijk zijn als u een van de volgende omstandigheden opmerkt:

  • De motor gaat niet stationair lopen als de gashendel wordt losgelaten.
  • De trimmerkop, het blad of het optionele hulpstuk beweegt/draait rond bij stationair toerental. Ondersteun de machine terwijl u afstellingen maakt, zodat de snijuitrusting niet in contact is met de grond en geen voorwerpen raakt. Houd de machine met de hand vast terwijl de motor draait en u afstellingen maakt. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de snijuitrusting en de geluiddemper. Stationair toerental afstellen: Laat de motor stationair draaien. Stel het toerental af tot de motor draait zonder dat de trimmerkop, het blad of het optionele hulpstuk beweegt of ronddraait (te hoog stationair toerental) of de motor afslaat (te laag stationair toerental).
  • Draai de schroef voor stationair draaien rechtsom om de motorsnelheid te laten toenemen als de motor schokt of uit gaat.
  • Draai de schroef van het stationair toerental tegen de richting van de klok in om het motortoerental te verlagen als de trimmerkop, het blad of het optionele hulpstuk beweegt of ronddraait bij stationair toerental. Controleer het stationair toerental opnieuw na elke afstelling. Als u meer hulp nodig hebt of niet zeker bent over de uitvoering van deze procedure, neem dan contact op met een erkende servicedealer of de klantenservice. PROBLEMEN OPLOSSEN PROBLEEMOPLOSSINGSTABEL a WAARSCHUWING: Stop altijd de machine en koppel eerst de bougie los voordat u een van de onderstaande aanbevolen handelingen uitvoert, met uitzondering van handelingen waarvoor de motor moet draaien.

PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING

Motor start niet 1. Motor verzopen.

2. Brandstoftank leeg.

3. Bougie vonkt niet.

5. Carburateur moet worden

6. Klepspeling moet worden

1. Zie "Een verzopen motor

starten" in het hoofdstuk Bediening.

2. Vul de tank met brandstof.

3. Monteer nieuwe bougie.

4. Controleer op vervuild

5. Neem contact op met een

erkende servicedealer.

6. Neem contact op met een

erkende servicedealer. Motor draait niet op juiste manier stationair

1. Carburateur moet worden

2. Afdichtingen van krukas

4. Klepspeling moet worden

1. Zie "Stationair toerental van

carburator afstellen" in het hoofdstuk Onderhoud en afstellingen.

2. Neem contact op met een

erkende servicedealer.

3. Neem contact op met een

erkende servicedealer.

4. Neem contact op met een

erkende servicedealer. Motor accelereert niet, geeft onvoldoende vermogen of slaat af onder belasting

3. Carburateur moet worden

4. Ophoping van koolstof op

6. Klepspeling moet worden

stel de speling opnieuw af.

3. Neem contact op met een

erkende servicedealer.

4. Neem contact op met een

erkende servicedealer.

5. Neem contact op met een

erkende servicedealer.

6. Neem contact op met een

erkende servicedealer. Motor produceert overmatige rook 1. /XFKW¿OWHUYHUYXLOG

2. Carburateur moet worden

3. Te veel olie in het carter.

1. 5HLQLJRIYHUYDQJOXFKW¿OWHU

2. Neem contact op met een

2. Carburateur moet worden

3. Ophoping van koolstof op

demperuitlaatscherm.

4. Klepspeling moet worden

5. Te veel olie in het carter.

1. Vervang de bougie door een

2. Neem contact op met een

erkende servicedealer.

3. Neem contact op met een

erkende servicedealer.

4. Neem contact op met een

OPSLAG Voer telkens na gebruik de volgende stappen uit:

  • Laat de motor afkoelen en beveilig de machine voordat u deze opbergt of transporteert.
  • Bewaar de machine en de brandstof in een goed geventileerde ruimte waar brandstofdampen niet in contact kunnen komen met vonken of open vuur van boilers, elektrische motoren of schakelaars, fornuizen enz.
  • Laat bij het opbergen van de machine alle beschermkappen op de machine zitten en plaats de machine zodanig dat scherpe onderdelen geen gevaar vormen voor mogelijk letsel.
  • Berg de machine op buiten het bereik van kinderen. SEIZOENSOPSLAG Maak uw machine klaar voor opslag aan het eind van het seizoen of als de machine gedurende 30 dagen of langer niet gebruikt zal worden. Als u de machine gedurende langere tijd wilt opbergen:
  • Koppel de bougie los.
  • Tap alle brandstof in de brandstoftank af of voeg een brandstofstabilisator toe.
  • Maak de buitenkant grondig schoon.
  • Metalen oppervlakken aan de buitenzijde moet u OLFKWROLsQ
  • Berg de machine op een schone, droge plaats op, buiten het bereik van kinderen. BRANDSTOFSYSTEEM Brandstofstabilisator is een aanvaardbaar alternatief om de vorming van gomresten tijdens de opslag tot een minimum te beperken. Voeg een stabilisator toe aan de benzine in de brandstoftank of in de voor opslag gebruikte brandstofhouder. Volg de instructies voor de mengverhouding die zijn vermeld op de houder van de stabilisator. Laat de motor ten minste 5 minuten draaien na het toevoegen van de stabilisator. MOTOR
  • Verwijder de bougie en giet 1 theelepel motorolie door de opening van de bougie. Trek 8 tot 10 keer langzaam aan de starthendel om de olie te verspreiden.
  • Vervang de bougie door een nieuwe van het aanbevolen type met de juiste warmtegraad.
  • Controleer de gehele machine op losse schroeven, moeren en bouten. Vervang beschadigde, defecte of versleten onderdelen.
  • Gebruik uitsluitend verse brandstof bij het begin van het nieuwe seizoen. OVERIGE
  • Bewaar aan het eind van het seizoen geen benzine tot het volgende seizoen.
  • Vervang de benzinehouder als deze begint te roesten. TECHNISCHE GEGEVENS B428PS (4S28CSPR) Motor Cilinderinhoud, cm

Cilinderdiameter, mm 35 Slaglengte, mm 28,7 Stationair toerental, tpm 2800-3200 Aanbevolen max. overtoeren, t/min 11.000 Toerental van uitgaan as, tpm 8000 Max. motorvermogen volgens ISO 7293, kW 0,8 Geluiddemper met katalysator Nee Een toerentalgeregeld ontstekingssysteem Ja Ontstekingssysteem Bougie Champion RZ-7C Elektrodenafstand, mm 0,6 Brandstof-/smeersysteem Inhoud brandstoftank, cm

Gewicht Gewicht, zonder brandstof, snijuitrusting en beschermkap, kg 6,35 Geluidsemissies (zie opmerking 1) Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 109 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd L

dB(A) 114 Geluidsniveaus (zie opmerking 2) Equivalent geluidsdrukniveau op oorhoogte van de gebruiker, gemeten in overeenstemming met EN/ISO 11806 en ISO 22868, dB(A) Uitgerust met grasmaaiblad (origineel) 100 Uitgerust met trimmerkop (origineel) 100 Trillingsniveaus (zie opmerking 3) Equivalente trillingsniveaus (a hv,eq ) aan de handgrepen, gemeten in overeenstemming met EN ISO 11806 en ISO 22867, m/s

Uitgerust met grasmaaiblad (origineel), links/rechts 4,2 / 6,0 Uitgerust met trimmerkop (origineel), links/rechts 4,3 / 4,5 Opmerking 1: Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L

) volgens EG-richtlijn 2000/14/EG. Het gerapporteerde geluidsvermogenniveau voor de machine is gemeten met de originele snijuitrusting die het hoogste niveau geeft. Het verschil tussen gegarandeerd en gemeten geluidsvermogen is dat het gegarandeerde geluidsvermogen ook spreiding in het meetresultaat omvat en de verschillen tussen de verschillende machines van hetzelfde model conform Richtlijn 2000/14/EG. Opmerking 2: De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar geluidsdrukniveau voor de machine vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 dB(A). Opmerking 3: De gerapporteerde gegevens voor een vergelijkbaar trillingsniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1 m/s

Naam uitgever: Husqvarna AB, SE-561 82 Huskvarna, Zweden, tel: +46-36-146500. Husqvarna AB is als enige verantwoordelijk voor het object van deze verklaring: Trimmer en/of bosmaaier, platform(s) 4S28CSPR vertegenwoordigend(e) model(len) McCulloch B428PS met serienummers van 2015 en later. Het platform- en modelnummer staan duidelijk op het productplaatje vermeld, samen met het jaartal en serienummer. Het hierboven beschreven object is conform de vereisten van de Richtlijnen van de Raad: In overeenstemming met bijlage V staan de verklaarde geluidswaarden vermeld in het technische gegevensblad van de bedieningshandleiding. De volgende normen zijn van toepassing: EN ISO 12100:2010, EN ISO 11806-1:2011, CISPR 12:2007, ISO 14982:2009 TÜV Rheinland N.A. heeft een vrijwillig typeonderzoek uitgevoerd ten behoeve van Husqvarna AB, onder vermelding van AM 72140164 &HUWL¿FDDWYDQFRQIRUPLWHLWPHW(*ULFKWOLMQ(*YRRUPDFKLQHV'LW

FHUWL¿FDDWLVYDQWRHSDVVLQJRSDOOHIDEULHNVORFDWLHVHQODQGHQYDQKHUNRPVW]RDOVYHUPHOGRSKHWSURGXFW'H

geleverde grastrimmer en/of bosmaaier is conform het geteste exemplaar. Getekend namens: Husqvarna AB, Huskvarna, Zweden, 12-11-2015. Ronnie E. Goldman, Director of Engineering. (Geautoriseerde vertegenwoordiger voor Husqvarna AB en verantwoordelijk voor de technische documentatie.)