BC 700e B - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis BC 700e B STIGA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding BC 700e B - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. BC 700e B van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING BC 700e B STIGA
Draagbare bosmaaier/trimmer met accutoevoer GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen.
[2] Voedingsspanning MAX [3] Voedingsspanning NOMINAL [4] Maximale rotatiesnelheid van het werktuig (draadhouder) [5] Maximale rotatiesnelheid van het werktuig (mes met 4 punten) [6] Snijbreedte (draadhouder) [7] Snijbreedte (mes met 4 punten) [8] Bevestiging draadhouder [9] Diameter draadhouder (max) [10] Code snij-inrichting [11] Code bescherming [12] Gewicht met batterij-eenheid [13] Grasmaaier [14] Niveau geluidsdruk (op basis van ISO 3744:2010) [15] Meetonzekerheid [16] Gemeten geluidsvermogenniveau (op basis van ISO 3744:2010) [17] Gegarandeerd geluidsniveau (op basis van 2000/14/EC) [18] Bosmaaier [19] Trillingen overgedragen op de hand op de voorste handgreep (op basis van ISO 3744:2010) [20] Trillingen overgedragen op de hand op de achterste handgreep (op basis van ISO 3744:2010) [21] OPTIES [22] Commando hoge snelheid van de snij- inrichting [23] Optionele accessoires [24] Batterij-eenheid [25 ] Batterijlader [26] Accuhouder [27] Accusimulator (*) Het gebruik van deze accu is enkel toegestaan met het accuhouder. Het is verboden de accu in de huizing van de machine te plaatsen. a) OPMERING: de totale verklaarde waarde van de trillingen werd gemeten met een genormaliseerde testmethode en kan gebruikt worden voor een vergelijking tussen twee werktuigen. De totale waarde van de trillingen kan ook gebruikt worden in een voorafgaande evaluatie van de blootstelling. b) WAARSCHUWING: de emissie van trillingen bij het eectief gebruik van het werktuig kan verschillen van de totale verklaarde waarden, al naar gelang de manieren waarop het werktuig gebruikt wordt . Daarom is het noodzakelijk, tijdens het werk, de volgende veiligheidsmaatregelen toe te passen om de bediener te beschermen: handschoenen te gebruiken tijdens het gebruik, het gebruik van de machine te beperken en de de bedieningshendel van de versnelling zo kort mogelijk ingedrukt te houden.
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
akusimulaator (jn 22.P).
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder be- lang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, gekenmerkt door diverse sym- bolen die de volgende betekenis hebben: OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aan- vulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool wijst op een gevaar. Veronachtza- ming van de waarschuwing leidt tot mogelijke per- soonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade. De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze stippenrand wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen 'voor', 'achter', 'rechts' en 'links' heb- ben betrekking op de werkpositie van de bediener.
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn ge- nummerd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangege- ven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: 'Zie afbeelding 2.C' of eenvoudigweg '(Afb. 2.C)'. De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen kun- nen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.
De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf '2.1 Training' is een ondertitel van '2. Veiligheidsvoorschriften'. De ver- wijzingen naar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hst. of par. en het desbetreend nummer. Voorbeeld: "hst. 2" of "par. 2.1". INDICE
3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik ....... 6
3.4 Belangrijkste onderdelen ................................ 8
4. MONTAGE .............................................................. 8
4.1 Onderdelen voor de montage ......................... 9
4.2 Montage van de handgrepen ......................... 9
4.3 Montage/demontage van het
5.1 Veiligheidsknop (in/uitschakelinrichting) ...... 10
6.1 Voorafgaande werkzaamheden .................... 11
6.5 Suggesties voor het gebruik ......................... 14
7.3 Reiniging van de machine en van de motor . . 15
7.4 Moeren en schroeven voor bevestiging ........ 16
8. BUITENGEWOON ONDERHOUD ........................ 16
8.1 Onderhoud van het maaimechanisme ......... 16
8.2 Bijslijpen van de draadsnijder ....................... 16
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN Lees alle veiligheidswaarschuwingen, instructies,illustraties en specicaties die bij de machine worden geleverd. Het niet in acht nemen van de hierna aangegeven instructies kan elektrische schokken, brand en/of ernstige letsels veroorzaken. Bewaar alle waarschuwingen en instructies om ze in de toekomst te kunnen raadplegen. De term ‘elektrisch gereedschap’ in de waar- schuwingen verwijst naar uw machine met net- voeding (met kabel) of met accuvoeding (zonder kabel).
1) Veiligheid van de werkzone
a) Houd de werkzone netjes et goed ver- licht. Donkere en rommelige ruimtes verge- makkelijken ongelukken. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap in omgevingen met ontplongsgevaar, in aanwezigheid van ontvlambare vlo- eistoen, gas of stof. De elektrische ge- reedschappen genereren vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen. c) Hou kinderen en omstanders uit de buurt wanneer gebruik gemaakt wordt van een elektrisch gereedschap. Een moment van onoplettendheid kan ertoe lei- den dat men de controle over de machine verlies.
2) Elektrische veiligheid
a) De stekkers van het elektrische gereed- schap moeten in het stopcontact pas- sen. Wijzig de stekker op geen enkele manier. Gebruik geen adapterstekkers met geaard elektrisch gereedschap. Ongemodiceerde stekkers en bijpassen- de stopcontacten verminderen het risico op een elektrische schok. b) Vermijd lichamelijk contact met geaar- de oppervlakken, zoals buizen, radia- toren, fornuizen en koelkasten. Er is een verhoogd risico op elektrische schokken als uw lichaam geaard is. c) Stel de elektrische gereedschappen niet bloot aan regen of vocht. Water dat in een elektrisch gereedschap sijpelt ver- hoogt het risico voor elektrische schokken. d) Misbruik de kabel niet. Gebruik de kabel nooit om het elektrisch gereedschap te dragen, te trekken of los te koppelen. Houd de kabel op afstand van hitte- bronnen, olie, scherpe randen of bewe- gende delen. Beschadigde of verwarde kabels verhogen het risico op elektrische schokken. e) Als u elektrisch gereedschap buiten- shuis gebruikt, gebruik dan een verlen- gstuk dat geschikt is voor buitenshuis gebruik. Het gebruik van een kabel die geschikt is voor gebruik buitenshuis, ver- mindert het risico op elektrische schokken. f) Als het onvermijdelijk is om elektrisch gereedschap op een vochtige plaats te gebruiken, gebruik dan een voeding die is beveiligd met een aardlekschakelaar (RCD). Het gebruik van een aardlekscha- kelaar vermindert het risico op elektrische schokken
3) Persoonlijke veiligheid
a) Blijf attent, controleer wat er gaande is en gebruik altijd het gezond verstand wanneer een elektrisch gereedschap gebruikt wordt. Gebruik het elektrisch gereedschap niet wanneer u moe bent, geneesmiddelen, alcohol of drugs ge- bruikt hebt. Een moment van onoplettend- heid bij het gebruik van een elektrisch ge- reedschap kan ernstige persoonlijke letsels veroorzaken. b) Gebruik beschermende kleding. Draag altijd een veiligheidsbril. Het gebruik van een beschermende uitrusting zoals een stofmasker, antislipschoenen, een veilig- heidshelm of een oorbescherming voor- komt persoonlijke letsels. c) Voorkom dat de machine ongewild start. Zorg ervoor dat het apparaat uitgescha- keld is vooraleer de accu te plaatsen, of gereedschap vast te nemen of te trans- porteren. Een elektrisch gereedschap transporteren met een vinger op de scha- kelaar of de accu monteren met de schake- laar in de stand “ON” verhoogt het risico op ongevallen. d) Verwijder alle sleutels of regelinstru- menten vooraleer het elektrisch gere- edschap in te schakelen. Een sleutel of gereedschap dat in contact blijft met een bewegend onderdeel kan persoonlijke let- sels veroorzaken. e) Ga niet overhellen. Ga altijd stabiel staan en zorg ervoor dat het evenwicht niet verloren wordt. Zo heeft men in on- verwachte situaties een betere controle over het elektrisch gereedschap.NL - 3 f) Draag gepaste kleding. Draag geen rui- me kleding of juwelen. Hou het haar, de kleding en de handschoenen op veilige afstand van bewegende onderdelen. Loshangende kledingstukken, juwelen of lang haar kunnen gegrepen worden in de bewegende onderdelen. g) Als er delen met stofafname-installaties verbonden moeten worden, verzeker u er dan van dat ze goed verbonden en gebruikt worden. Door het gebruik van deze inrich- tingen kunnen de risico’s met betrekking tot stof beperkt worden. h) Laat de vertrouwdheid die u met het veelvuldig gebruik van de machine op- gedaan heeft u niet misleiden, zodat u veiligheidsprincipes zou negeren. Nala- tigheid kan in een fractie van een seconde ernstig letsel veroorzaken.
4) Gebruik en onderhoud van het elektrisch
gereedschap a) Het elektrisch gereedschap niet overbe- lasten. Gebruik het elektrisch gereed- schap dat geschikt is voor het werk. Met een gepast elektrisch gereedschap zal het werk beter en op veiliger wijze uit te voeren, aan de snelheid waarvoor het gereedschap ontworpen werd. b) Gebruik het elektrisch gereedschap in- dien de schakelaar hem niet correct kan in- en uitschakelen. Een elektrisch gereed- schap dat niet bediend kan worden met de schakelaar is gevaarlijk en moet gerepa- reerd worden. c) Verwijder de accu uit zijn zitting voora- leer een regeling uit te voeren of acces- soires te veranderen, of vooraleer het elektrisch gereedschap op te bergen. Deze preventieve veiligheidsmaatregelen verminderen het risico voor accidentele inschakelingen van het elektrisch gereed- schap. d) Hou de niet gebruikte gereedschap- pen buiten het bereik van kinderen en laat ze niet gebruiken door personen die niet vertrouwd zijn met het gereed- schap zelf of met deze instructies. De elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk indien ze gebruikt worden door onervaren personen. e) Onderhoud de elektrische gereed- schappen correct. Controleer of de be- wegende onderdelen goed uitgelijnd zijn en vrij kunnen bewegen, of er geen delen gebroken zijn en of er andere condities zijn die een invloed kunnen hebben op de werking van het elek- trisch gereedschap. Bij schade moet het gereedschap gerepareerd worden vooraleer het opnieuw te gebruiken. Vele ongevallen worden veroorzaakt door een ontoereikend onderhoud. f) Alle snijonderdelen moeten scherp en schoon gehouden worden. Wanneer de snijonderdelen altijd scherp en schoon zijn, zullen ze minder snel vastlopen en makke- lijker te beheersen zijn. g) Gebruik het elektrisch werktuig en de bijhorende toebehoren volgens de ver- schafte instructies, en houd rekening met de werkcondities en het soort werk dat uitgevoerd moet worden. Het gebruik van een elektrisch werktuig voor andere handelingen dan diegene die voorzien zijn kan tot gevaarlijk situaties leiden. h) Houd de handgrepen droog, schoon en vrij van olie en vet. De gladde handgrepen staan geen veilige hantering en controle van het gereedschap in onverwachte situ- aties mogelijk.
5) Gebruik en voorzorgsmaatregelen voor
het gebruik van de werktuigen met accu a) Enkel herladen met de door de fabrikant aangegeven acculader. Een acculader geschikt voor een bepaalde accugroep kan een risico op brand inhouden indien deze gebruikt wordt voor een andere accugroep. b) Gebruik de elektrische werktuigen en- kel met de speciek bepaalde accugro- epen. Het gebruik van eender welke ande- re accugroep kan risico op letsels en brand veroorzaken. c) Wanneer de accugroep niet in gebruik is, moet men deze op afstand houden van andere metalen voorwerpen zoals nietjes, muntstukken, nagels, schroe- ven of andere kleine metalen voorwer- pen die een verbinding tussen de twee aansluitklemmen kunnen creëren. Kort- sluiting van de aansluitklemmen van de accu kan brandwonden of brand veroorza- ken. d) Indien de accu in slechte staat is, kan er vloeistof uit lekken: vermijd alle aan- rakingen. Indien er zich een ongewilde aanraking voordoet, moet men onmid- dellijk met water spoelen. Indien de vloeistof in de ogen komt, moet men onmiddellijk medische hulp zoeken. De vloeistof die uit de accu lekt, kan huidirrita- tie of brandwonden veroorzaken. e) Gebruik geen beschadigde of gewijzig- de accu’s of instrumenten. Beschadigde of gewijzigde accu’s kunnen onvoorspel- baar gedrag vertonen, wat kan leiden tot brand, explosie of risico op letsel. f) Stel een accu niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. Blootstelling aanNL - 4 vuur of temperaturen boven 130°C kan explosies veroorzaken. OPMERKING. De temperatuur “130°C” kan worden vervan- gen door de temperatuur “265°F”. g) Volg alle oplaadinstructies en laad de accu niet op buiten het in de instructies gespeciceerde temperatuurbereik. Onjuist opladen of bij temperaturen buiten het gespeciceerde bereik kan de accu be- schadigen en het risico op brand vergroten.
a) Laat het elektrisch gereedschap repa- reren door gekwaliceerd personeel en gebruik alleen originele onderdelen. Op die manier wordt de veiligheid van het elek- trisch gereedschap in stand gehouden. b) Herstel geen beschadigde accu’s. On- derhoud aan de accu mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of geautori- seerde serviceproviders.
Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedie- ningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de machine snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschrif- ten en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.
- Laat nooit toe dat de machine gebruikt wordt door kinderen of door personen die niet vertrouwd zijn met deze aanwijzingen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
- Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico’s, die het terrein waarop hij moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
- Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de ge- bruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.
2) Voorafgaande werkzaamheden
a) Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
- Gebruik aanpassende beschermende kledij met anti-snij beschermingen, trillingdempende hand- schoenen, beschermende bril, anti–stofmaskers, gehoorbeschermers en anti–snij schoenen met anti–slipzool.
- Het gebruik van gehoorbeschermers kan het vermo- gen eventuele waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen, verminderen. Verleen de maximale aan- dacht aan wat rond de werkzone gebeurt. b) Werkzone / Machine
- Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat van door de machine weg zou kunnen uit- gestoten worden of de maai-inrichting/draaiende organen zou kunnen beschadigen worden (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).
3) Tijdens het gebruik
- Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig licht en bij goede zichtbaarheid reinigen.
- Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werk- zone. De kinderen moeten onder toezicht van een andere volwassene staan.
- Controleer of andere personen zich op minstens 15 meter afstand van de actieradius van de machi- ne bevinden, of op minstens 30 meter in geval van zwaardere werkzaamheden.
- Werk niet op nat gras, bij regen of bij risico op on- weer, in het bijzonder wanneer er kans op bliksem bestaat.
- Vermijd zoveel mogelijk te werken op een natte of glibberige grond, of in ieder geval op te oneen of steile terreinen die de stabiliteit van de bediener tij- dens het werken niet kunnen garanderen.
- Stel de machine niet bloot aan regen of vochtige om- geving. Water dat in gereedschap sijpelt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
- Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen gevaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die de zichtbaarheid zou- den kunnen beperken.
- Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken.
- Werk op een helling dwars en nooit in de richting stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting, controleer uw steunpunt goed en blijf steeds onder het maaimechanisme.
- Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt. b) Gedrag
- Tijdens het werk moet de machine altijd met beide handen vastgenomen worden, met de motor rechts van het lichaam en de snijgroep onder het niveau van de riem. Strek de armen niet te ver uit.
- Voorkom met het lichaam in contact te komen met geaarde oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, keukens of koelkasten. Het risico voor elektrische schokken vermindert wanneer het lichaam geaard is.
- Neem tijdens het gebruik een vaste en stabiele posi- tie aan en wees altijd voorzichtig.
- Loop nooit, maar stap.NL - 5
- Zorg ervoor dat de machine tijdens het werk altijd vastgehaakt is aan het draagstel.
- Houd altijd de handen en voeten ver van het maai- mechanisme, zowel wanneer de motor gestart wordt als tijdens het gebruik van de machine.
- Let op: het maai-element blijft gedurende enkele se- conden na zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.
- Let op eventueel materiaal dat door de beweging van het maaimechanisme wegspringt.
- Let erop niet hard met het maaimechanisme tegen vreemde voorwerpen/hindernissen te stoten. In- dien het maaimechanisme een hindernis/voorwerp tegen komt, kan er zich een terugslag (kickback) voordoen. Dit kan een zeer snelle sprong in de te- genovergestelde richting veroorzaken, en het maai- mechanisme naar boven en naar de bediener toe duwen. Door de terugslag kan men de controle over de machine verliezen, met mogelijk ernstige gevol- gen. Om terugslag te voorkomen, dienen de volgen- de voorzorgsmaatregelen genomen te worden: – Houd de machine stevig vast, met twee han- den, en houd uw lichaam en armen in een po- sitie die u toestaat te weerstaan aan de kracht van de tegenslag. – Steek de armen niet te hoog uit en maai niet bo- ven het niveau van de riem. – Gebruik enkel de door de fabrikant aangegeven maaimechanismen. – Volg de aanwijzingen van de fabrikant met be- trekking op het onderhoud van het maaimecha- nisme.
- Let op het risico op letsels veroorzaakt door eender welke inrichting voor het snijden van de lengte van de draad. In geval van breuken of incidenten tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongeval- len met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-pro- cedures te volgen voor de situatie en zich tot een ge- zondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of let- sels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven. Langdurige blootstelling aan trillingen kan neuro-vasculaire letsels en problemen veroor- zaken (ook bekend onder de naam "fenomeen van Raynoud" of "witte hand"), vooral bij personen met circulatiestoornissen. De symptomen kunnen be- trekking hebben op de handen, de polsen en de vin- gers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, jeuk, pijn, verkleuring of structurele wijzigingen van de huid. Deze eecten kunnen versterkt worden door een lage omgevingstemperatuur en/of een overdreven druk op de handgreep. Wanneer deze symptomen optreden, moet de machine minder lang gebruikt worden en is het noodzakelijk een arts te raadplegen. c) Beperkingen voor het gebruik
- De machine mag niet gebruikt worden door perso- nen die niet in staat zijn om het stevig met beide handen vast te houden en/of tijdens het werk in sta- biel evenwicht op hun benen te staan.
- Gebruik de machine nooit indien de beschermingen beschadigd zijn, ontbreken of niet correct geplaatst zijn.
- Gebruik de machine niet indien de toebehoren/ werktuigen niet op de voorziene plaatsen geïnstal- leerd zijn.
- De aanwezige veiligheidsinrichtingen/microschake- laars niet uitschakelen, afschakelen, verwijderen of schenden.
- Gebruik het elektrisch gereedschap indien de scha- kelaar hem niet correct kan in- en uitschakelen. Een elektrisch gereedschap dat niet bediend kan wor- den met de schakelaar is gevaarlijk en moet gere- pareerd worden.
- Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine om zware werken te verrichten; het ge- bruik van een machine met aangepaste afmetingen zal de risico’s beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.
4) Onderhoud, stalling
Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garan- deren de veiligheid van de machine en het niveau van de performance. a) Onderhoud
- Gebruik de machine nooit als er onderdelen versle- ten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden.
- Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen de bewegen- de maai-inrichting en de vaste delen van de machi- ne geklemd geraken. Het niveau van geluid en trillingen als aangege- ven in deze handleiding, zijn maximale waarden voor het gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd maai-element, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk pre- ventieve maatregelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tij- dens het werk. b) Stalling
- Laat geen houders met restmateriaal in een geslo- ten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.
2.3 ACCU / ACCULADER
BELANGRIJK De hierna volgende veiligheidsnor- men vervolledigen de veiligheidsvoorschriften aange-NL - 6 geven in de specieke handleiding van de accu en van de acculader die samen met de machine afgeleverd worden.
- Gebruik voor het laden van de accu enkel de door de fabrikant aanbevolen acculaders. Een niet ge- schikte acculader kan leiden tot elektroshock, over- verhitting of lekken van de corrosieve vloeistof van de accu.
- Gebruik enkel de specieke accu's die voor uw toe- stel voorzien zijn. Het gebruik van andere accu's kan leiden tot letsels en risico op brand.
- Verzeker u ervan dat het toestel uitgeschakeld is vooraleer er een accu in te plaatsen. Een accu in een elektrisch toestel plaatsen kan brand veroor- zaken.
- Houd de niet gebruikte accu ver van kantoorklem- metjes, muntstukken, sleutels, spijkers of andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting van de contacten van de accu kan tot brand leiden.
- Gebruik de acculader niet in een omgeving waar er stoom aanwezig is, met ontvlambare materialen of op gemakkelijk ontvlambare oppervlakken zoals papier, stof, enz. Tijdens het opladen, wordt de accu opgewarmd en zou brand kunnen veroorzaken.
- Let er bij vervoer van de accu’s op dat de contac- ten geen onderling contact maken en geen metalen houders te gebruiken voor het vervoer.
2.4 BESCHERMING VAN DE OMGEVING
De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijke uren (niet 's ochtends vroeg of 's avonds laat wanneer dit andere personen zou kun- nen storen). Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het ver- werken van de verpakking, accu's, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggewor- pen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen. Volg scrupuleus de lokale normen op voor de afdanking van het afval. Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een container park gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen. Gooi elektrische apparatuur niet bij het ge- woon huishoudelijk afval. Volgens de Euro- pese Richtlijn 2012/19/EG inzake elektrisch en elektronisch afval en de toepassing ervan overeenkomstig de nationale wetgeving, moet de afgedankte elektrische apparatuur apart ingezameld worden voor recyclagedoeleinden. Indien de elektri- sche apparatuur afgedankt wordt op een afvalpark of in de ondergrond, kunnen de schadelijke stoen de wa- terlaag bereiken en in de voedingsketen terecht komen, met nadelige gevolgen voor uw gezondheid en welzijn. Neem voor meer informatie over de afdanking van dit product contact op met de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het huishoudelijk afval of raadpleeg uw Verkoper. Aan het einde van hun levensduur, moet men de accu's met de nodige zorg voor het milieu afdanken. De accu bevat materialen die ge- vaarlijk zijn voor U en voor de omgeving. Ze moet verwijderd worden en gescheiden inge- zameld worden nabij een structuur die lithium-ion-ac- cu's aanvaardt. De gescheiden inzameling van gebruikte pro- ducten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de materialen toe. Het herge- bruik van gerecycleerd materiaal helpt de ver- vuiling van het milieu te voorkomen en vermin- dert de vraag naar grondstoen.
Ook al is aan alle veiligheidsvoorschriften voldaan, zijn risico's nog steeds mogelijk. Voor het type en de con- structiewijze van de machine, zijn de mogelijke voor- zienbare gevaren:
- Wegschieten van materiaal dat de ogen kan ver- wonden;
- Letsels aan het gehoor, indien er geen oorbescher- ming gebruikt wordt.
Deze machine is een tuingereedschap en met name een draagbare bosmaaier/grasmaaier met accutoe- voer. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor die een maaimechanisme aandrijft die op verschillende wijzen wordt gecongureerd om verschillende functies uit te voeren. De gebruiker kan de machine meevoeren met behulp van een draagstel en de voornaamste functies bedie- nen terwijl hij/zij steeds op veilige afstand van het maai- mechanisme blijft.
3.1.1 Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd voor:NL - 7 – het maaien van gras en niet-houtachtig groen, met behulp van een nylon draad in een draad- houder; – het maaien van hoog gras en het snoeien van dorre takken, takjes en houterige struiken met een diameter tot 2 cm, met behulp van metalen of plastic messen; – gebruik door een enkele bediener.
3.1.2 Onjuist gebruik
Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierbo- ven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berok- kenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend): – Gebruik de machine niet om te vegen, door de draadhouder over te hellen. De kracht van de motor kan voorwerpen of keitjes tot 15 meter ver werpen en schade of verwondingen veroorzaken; – heggen knippen of andere werkzaamheden waarbij het maaimechanisme niet op grondhoog- te gebruikt wordt; – struiken, planten en bloemen snijden en hakse- len; – bomen snoeien; – gebruik van de machine voor het snijden van niet plantaardig materiaal; – gebruik van de machine met het maaimechanis- me boven de riemhoogte van de bediener; – gebruik van de machine in openbare tuinen, par- ken, sportcentra, op rijbanen, in velden en bos- sen; – andere maaimechanismen gebruiken dan diege- ne die vermeld zijn in de tabel "Technische gege- vens". Gevaar op ernstige wonden en kwetsuren. – gebruik van de machine door meer dan één per- soon tegelijk. BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verant- woordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.
3.1.3 Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consu- menten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor "hobby-gebruik".
3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN
Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwe- zig (Afb. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken. Betekenis van de symbolen: LET OP! GEVAAR! Indien deze machine niet correct gebruikt wordt, kan ze gevaarlijk zijn voor de bediener en voor anderen.. Let op! Lees de aanwijzingen alvorens de machine te gebruiken. Gevaar! Gebruik een gehoorbescherming en bril en draag een veiligheidshelm. Draag werkhandschoenen en veiligheidsschoeisel. GEVAAR VOOR WEGSPRINGENDE DELEN! Let goed op voor mogelijk wegschieten van materiaal, veroorzaakt door de maai- inrichting, die ernstige schade kan berokkenen aan personen of zaken. GEVAAR VOOR WEGSPRINGENDE DELEN! Houd personen of huisdieren minstens 15 meter uit de buurt tijdens het gebruik van de machine. Let op de duwkracht van het mes. Gebruik geen cirkelzagen. Gevaar: Het gebruik van een cirkelzaag met modellen die dit symbool niet dragen stelt de gebruiker bloot aan gevaren voor bijzonder ernstige letsels, die dodelijk kunnen zijn. Niet blootstellen aan de regen (of vocht).NL - 8 BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar ge- worden labels moeten vervangen worden. Vraag nieu- we labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.
3.3 IDENTIFICATIELABEL PRODUCT
Het identicatielabel van het product geeft de volgende gegevens aan (Afb. 1
2. Conformiteitskenteken
5. Referentiemodel van de fabrikant
7. Naam en adres van de fabrikant
Schrijf de identicatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identicatiegegevens die aangegeven zijn op het identicatielabel van het product bij ieder contact met de geautoriseerde werk- plaats. BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de laatste pagina’s van de handleiding.
3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
De machine bestaat uit de volgende hoofdonderdelen, met de volgende functies (Afb.1
A. Motor: deze geeft de beweging aan het maaime- chanisme door middel van de aandrijvingstaaf en de hoekretour. B. Staaf: verbindt de achterste handgreep aan de motor. C. Snij-inrichting: dit is het element dat de vegetatie snijdt
1. Draadhouder: maaimechanisme met nylon-
2. Mes met 3 punten, 4 punten: maaimechanis-
me met metalen schijf (in de doos). D. Bescherming van het maaimechanisme: dit is een beveiliging die voorkomt dat eventuele voor- werpen, die door het maaimechanisme meege- nomen worden, ver van de machine weg kunnen schieten. E. Voorste handgreep: met halfronde vorm, staat de bediening van de machine toe en voorzien van beenbescherming. F. Achterste handgreep : staat de bediening van de machine toe; op de handgreep bevinden zich de belangrijkste commando's voor inschakelen/ uitschakelen/versnellen. G. Greep: greep onder de vorm van een “hoorn”, dwars op en asymmetrisch met de stang gesteld; staat de bediening van de machine toe, aan de rechter zijde bevinden zich de belangrijkste bedie- ningen voor inschakelen/uitschakelen/versnellen. H. Beenbescherming: dit is een beveiliging die ongewilde aanrakingen met de maai-inrichting tij- dens het gebruik voorkomt.
I. Draagstel: kledij bestaande uit stoen gordels die
over de schouders lopen en helpen het gewicht van de machine te dragen tijdens het werk.
J. Aanslagpunt (van het draagstel): waar het draagstel van de machine moet aan vastgehaakt worden. K. Mesbescherming (voor het vervoer en de ver- plaatsing van de machine): beschermt tegen on- gewilde aanraking van het maaimechanisme, wat ernstige letsels zou kunnen veroorzaken. L. Accu (indien niet met de machine geleverd, zie par. 15.1 “accessoires op aanvraag) : in- richting die elektrische energie verschaft aan het gereedschap; de kenmerken en de gebruiksnor- men ervan zijn in een specieke handleiding be- schreven. M. Acculader (op aanvraag leverbare accessoires, par. 15.2): inrichting die gebruikt wordt voor het opladen van de accu. Er zijn twee acculader-mo- dellen beschikbaar: M1 (snelle acculader); M2 (standaard acculader). N. Accuhouder (op aanvraag leverbaar accessoire, par. 15.3): voor de zitting van de accu's. O. Aansluitkabel: kabel voor de aansluiting van de machine op de accuhouder. P. Accusimulator op aanvraag leverbaar accessoi- re, par. 15.4): inrichting die, indien in de zitting van de machine geplaatst, het gebruik van de ac- cuhouder mogelijk maakt.
BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lo- pen. Om vervoers- en opslagredenen worden sommige on- derdelen van machine niet direct in de fabriek gemon- teerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te wor- den aan de hand van de volgende instructies. Uitpakken en montage dient te worden uit- gevoerd worden op een vlakke en stevige onder- grond, met voldoende ruimte voor verplaatsing van de machine en verpakkingsmateriaal en altijd met het juiste gereedschap. Gebruik de machi- ne niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.NL - 9
4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE
De verpakking bevat de onderdelen voor de montage.
1. Open de verpakking voorzichtig, let erop geen on-
derdelen te verliezen.
2. Raadpleeg de documentatie in de doos, inclusief
deze gebruiksaanwijzingen.
3. Haal alle onderdelen die niet gemonteerd zijn uit
4. Haal de machine uit de doos.
5. Voer de doos en de verpakkingen af volgens de
plaatselijke normen. Controleer alvorens de montage uit te voeren of de accu niet in zijn zitting geplaatst is.
4.2 MONTAGE VAN DE HANDGREPEN
4.2.1 Montage van de voorste handgreep
1. Plaats de handgreep voorzijde (Afb.
3.A) op de staaf (Afb. 3.B).
2. Monteer de beenbescherming (Afb.
3.C) op de handgreep en verzeker u ervan dat deze naar links gericht is.
3. Maak de handgreep vast aan de
beenbescherming m.b.v. schroeven (Afb. 3.D) en moeren (Afb. 3.E).
verwijder de schroefasmoer (Afb. 4.B).
2. Plaats de greep (Afb. 4.C), en zorg
er voor dat de bedieningen zich aan de rechter kant bevinden.
3. Richt de greep in de meest comfortabele
positie voor de werkzaamheden, en blokkeer ze met behulp van de schroefasmoer (Afb. 4.B) en de knop (Afb. 4.A). OPMERKING Wanneer de knop (Afb. 4.A) wordt gelost, kan de greep gedraaid worden om de plaatsinname voor de opslag te verminderen.
BESCHERMINGEN Draag werkhandschoenen. BELANGRIJK Elke keer wanneer men de maai-in- richting moet wisselen, moet men de accu uit zijn zitting halen en alle elementen van de inrichting demonteren.
4.3.1 Keuze van het maaimechanisme
Kies het maaimechanisme die het meest gepast is voor het werk dat u wilt uitvoeren, volgens deze aan- wijzingen:
- De draadhouder kan hoog gras en niet-houterige begroeiing verwijderen tegen omheiningen, muren, funderingen, trottoirs, rond bomen, enz. of een be- paalde zone van de ruin volledig schoon te maken;
- de messen met 3 punten en 4 punten zijn ge- schikt voor het maaien van onkruid en kleine strui- ken tot een diameter van 2 cm.
4.3.2 Montage van de bescherming van het
1. Plaats de bescherming (Afb. 5.A) in lijn met de ope-
ningen in de motorgroep (Afb. 5.B).
2. Draai de schroeven helemaal vast (Afb. 5.C).
OPMERKING Op de bescherming van de maai-in- richting is het volgende symbool aangegeven: Dit geeft de draairichting van het maaimechanisme aan.
4.3.3 Montage/demontage van het maaimecha-
4.3.3.a Montage draadhouder
1. Druk op de knop (Afb. 6.A) en houd deze ingedrukt
terwijl u de kop draait tot deze inklikt en de motoras en de gehele draadhouderkop (Afb. 6.B) vergren- delt.
2. Monteer de draadhouder (Afb. 6.B) door deze
rechtsom te draaien. BELANGRIJK Wanneer de draadhouder gebruikt wordt, moet het draadsnijdend mes altijd gemonteerd zijn (Afb. 7.A). De machine wordt geleverd met een snij- diameter ingesteld op 38 cm.NL - 10
4.3.3.b Demontage draadhouder
1. Druk op de knop (Afb. 6.A) en houd deze ingedrukt
terwijl u de kop (Afb. 6.B) draait tot deze inklikt en de motoras en het gehele draadhouderlichaam vergrendelt.
2. Demonteer de draadhouder (Afb. 6.B) door deze
linksom los te draaien.
4.3.3.c Montage mes met 3 punten, 4 punten
Plaatsing van de bescherming op het mes.
1. Monteer het mes (Afb. 8.B) en de externe ringmoer
(Afb. 8.C) met het bredere deel naar het mes ge- richt.
2. Monteer de externe kap (Afb. 8.D) zonder de moer
vast te draaien (Afb. 8.E).
3. Druk op de knop (Afb. 8.A), draai het mes (Afb.
8.B) met de hand tot het vast wordt gehouden in de opening van de interne ringmoer, zodat de rotatie geblokkeerd wordt.
4. Draai de moer (Afb. 8.E) aan en zet deze, met be-
hulp van de meegeleverde sleutel, rechtsom draai- end geheel vast.
5. Verwijder de sleutel om de rotatie weer mogelijk te
4.3.3.d Demontage mes met 3 punten, 4 punten
Plaatsing van de bescherming op het mes.
1. Druk op de knop (Afb. 8.A), draai het mes (Afb.
8.B) met de hand tot het vast wordt gehouden in de opening van de interne ringmoer, zodat de rotatie geblokkeerd wordt.
2. Schroef de moer (Afb. 8.E) linksom los en verwijder
de externe kap (Afb. 8.D).
3. Trek de externe ringmoer (Afb. 8.C) uit en verwijder
(INDIEN VOORZIEN) De accuhouder is al geassembleerd (Afb. 1.N), en kan losgekoppeld worden van de bretels (Afb. 9) en dus handmatig verplaatst worden. Om de accuhouder los te koppelen, moet op de twee bovenste knoppen (Afb. 9.A) gedrukt worden. De zittingen van de accu's bevinden zich aan beide kanten van de zak (Afb. 10) Aan de rechter kant van de zak is het volgende aanwezig:
- kabelaansluiting (Afb. 11.A)
- accuschakelaar (Afb. 11.B)
- USB-aansluiting voor het opladen van andere apparaten (bijv. zaktelefoons) (Afb. 11.C) Om de aanwezigheid van een vrije kabel te vermijden, zijn er aan beide zijden en aan de achterkant doorgangen waar de stroomkabel doorheen kan worden geleid.
RICHTING) Door op deze knop (Afb. 12.C, Afb. 13.C) te drukken, wordt het elektrisch circuit van de machine in- en uitgeschakeld en licht de bijbehorende led op (Afb. 12.E, Afb. 13.E). Door drukken op de snelhedenknop (Afb. 12.D, Afb. 13.D) regelt u de snijsnelheid en lichten de 2 bijbehorende leds op (Afb. 12.F, Afb. 13.F). Wanneer u de werkzaamheden onderbreekt (zonder de machine uit te schakelen), worden deze bij opnieuw inschakelen voortgezet met de eerder ingestelde snelheid. Lichten uit: het elektrisch circuit is volledig uitgeschakeld (OFF). BELANGRIJK Plaats tijdens de verplaatsingen nooit de vinger op de knop om te vermijden de machine onbedoeld in te schakelen. Het icoontje “Let op” (Afb. 12.G, Afb. 13.G) licht op in geval van storing in de machine (raadpleeg de tabel Identicatie problemen, par. 14).NL - 11
5.2 VERSNELLINGSHENDEL
Staat toe het maaimechanisme in te schakelen en de snelheid ervan te regelen. Gebruik van de versnellingshendel (Afb. 12.A, Afb. 13.A) is alleen mogelijk wanneer tegelijkertijd de vei- ligheidshendel wordt ingedrukt (Afb. 12.B-M, Afb. 13.B- M). Het maaimechanisme stop automatisch wanneer de hendel van de versnelling losgelaten worden.
5.3 VEILIGHEIDSHENDEL VERSNELLING
De veiligheidshendel van de versnelling (Afb. 12.B-M, Afb. 13.B-M) staat de activering toe van de versnelling- shendel (Afb. 12.A, Afb. 13.A).
6. GEBRUIK VAN DE MACHINE
BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lo- pen.
6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Alvorens te beginnen met werken dienen er enkele con- troles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te zijn dat het werk op de meest nuttige en veilige manier zal verlopen:
1. verzeker u ervan dat de accu niet in zijn huizing zit;
2. plaats de machine horizontaal en stevig op het ter-
3. kies het maaimechanisme die het meest gepast is
voor het werk dat u wilt uitvoeren (par. 4.3.1);
4. controleer de accu (par. 6.1.1);
5. breng het draagstel op de juiste wijze aan
De machine wordt zonder accu geleverd. Koop een accu met een geschikt vermogen voor de werkbehoeften en laad deze volledig op, volgens de aanwijzingen in de handleiding van de accu. De lijst van de voor deze machine gehomologeerde accu's bevindt zich in de tabel 'Technische Gegevens'. Voor eender welk gebruik: – de status van de accu controleren volgens de aanwijzingen in de handleiding van de accu.
6.1.2 Gebruik van het draagstel
Het draagstel moet aangedaan worden vooraleer de machine vast te haken en de riemen moeten geregeld worden volgens de lichaamsbouw van de gebruiker. Draag altijd een draagstel dat geschikt is voor het ge- wicht van de machine: – voor machines die minder dan 7,5 kg wegen kun- nen modellen met enkele of dubbele riem ge- bruikt worden; – voor machines die meer dan 7,5 kg wegen mo- gen alleen modellen met dubbele riem gebruikt worden.
- Modellen met enkele riem Het draagstel moet gedragen worden voordat de ma- chine aan de specieke koppeling wordt gekoppeld. De riem (Afb. 14.A) moet over de linker schouder wor- den geslagen en langs de rechter zijde lopen. De riem moet gedragen worden met: – de houder (Afb. 14.A.1), de koppelingsklem van de machine (Afb. 14.A.2). en de snelkoppeling (Afb. 14.A.3) aan de rechter kant.
- Modellen met dubbele riem Het draagstel moet gedragen worden voordat de ma- chine aan de specieke koppeling wordt gekoppeld. De riem (Afb. 14.B) moet gedragen worden met: – de houder (Afb. 14.B.1), de koppelingsklem van de machine (Afb. 14.B.2), en de snelkoppeling (Afb. 14.B.3) aan de rechter kant. – de snelkoppeling vooraan (Afb. 14.B.3); – de kruising van de riemen op de rug van de bedie- ner (Afb. 14.B.4); – de gespen correct vastgemaakt (Afb. 14.B.5). De riemen moeten zodanig gespannen worden dat de last gelijkmatig wordt verdeeld over de schouders.
6.1.3 Gebruik van de accuhouder
1. Plaats de accu in een van de zittingen
van de accuhouder (Afb. 10) en duw aan tot u een "klik" hoort die aangeeft dat de accu op zijn positie vast zit en het elektrisch contact verzekerd is;
2. Sluit de kabel aan op de houder in de
specieke aansluiting (Afb. 11.A) en draai tot u een “klik” hoort die aangeeft dat de accu op zijn positie vast zit en het elektrisch contact verzekerd is;
3. regel de bretellen en sluit het
draagstel vooraan (Afb. 15).NL - 12
VEILIGHEIDSCONTROLES Voer de volgende veiligheidscontroles uit en controleer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen. Voer steeds de veiligheidscontroles uit voor- aleer de machine te gebruiken.
6.2.1 Algemene controle
Object Resultaat Handgrepen (Afb. 1.E; Afb. 1.G). Gereinigd, afgedroogd, correct en stevig aan de machine bevestigd. Bescherming van de maai- inrichting (Afb. 1.D). Correct en stevig bevestigd aan de machine, niet versleten of beschadigd. Aanslagpunt van het draagstel (Afb. 1.J). Correct geplaatst. Schroeven op de machine en het maaimechanisme. Goed vastgedraaid (niet los). Snij-inrichting (Afb. 1.C.1; Afb. 1.C.2). Schoon, niet beschadigd of versleten. Metalen mes (indien gemonteerd) (Afb. 1.C.2). Goed geslepen. Accu (Afb. 1.L) Geen schade aan het omhulsel, geen lekken van vloeistoen. Doorgangen voor koellucht (par 7.3). Niet verstopt. Machine Geen tekens van beschadiging of slijtage. Versnellingshendel (Afb. 12.A Afb. 13.A), veiligheidshendel versnelling (Afb. 12.B, Afb. 13.B). De beweging moet vrij zijn, zonder verklemmingen. Rijtest Geen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluid.
6.2.2 Test werking van de machine
1. Plaats de accu in zijn
veiligheidsknop (Afb. 12.C, Afb. 13.C) De led (Afb. 12.E, Afb. 13.E) moet nu oplichten (elektrisch circuit ingeschakeld). Actie Resultaat
2. activeer gelijktijdig de
versnellingshendel (Afb. 12.A, Afb. 13.A) en de veiligheidshendel van de versnelling (Afb. 12.B, Afb. 13.B);
3. laat de versnellingshendel
(Afb. 12.A, Afb. 13.A) en de veiligheidshendel versnelling (Afb. 12.B, Afb. 13.B) los.
1. Het maaimechanisme
3. De hendels moeten
automatisch en snel naar de neutrale stand terugkeren en de maai- inrichting moet stilvallen. Druk enkel de bediening- shendel in (Afb. 12.A, Afb. 13.A). De versnellingshendel blijft geblokkeerd. Indien eender welke van deze resultaten ver- schilt van wat aangegeven is in de volgende tabel- len, mag de machine niet gebruikt worden! Breng de machine naar een dienstcentrum voor de nodi- ge controles en herstelling.
6.3.1 Start met accu
1. Verwijder de mesbescherming (Afb. 1.K) (indien
2. zorg ervoor dat het maaimechanisme niet in aan-
raking komt met het terrein of met andere voorwer- pen;
3. plaats de accu correct in zijn zitting (Afb. 16.A)(par.
4. druk op de veiligheidsknop (Afb. 12.C, Afb. 13.C);
activeer gelijktijdig de versnellingshendel (Afb. 12.A, Afb. 13.A) en de veiligheidshendel van de versnelling (Afb. 12.B-M, Afb. 13.B-M).NL - 13
6.3.2 Start met accusimulator
1. Verwijder de mesbescherming (Afb. 1.K);
2. zorg ervoor dat het maaimechanisme
niet in aanraking komt met het terrein of met andere voorwerpen;
3. plaats de accusimulator (Afb. 16.P) correct
in zijn zitting op de machine (Afb.16.A)
4. maak de aansluitkabel vast (Afb.16.O)
aan de accusimulator
5. selecteer de te activeren accu via
de schakelaar (Afb. 11.B)
6. druk op de veiligheidsknop
(Afb. 12.C, Afb. 13.C)
7. druk de versnellingsknop in (Afb. 12.A, Afb. 13
A);activeer gelijktijdig de versnellingshendel (Afb. 12.A, Afb. 13.A) en de veiligheidshendel van de versnelling (Afb. 12.B-M, Afb. 13.B-M).
OPMERKING Vooraleer de eerste keer te gaan maaien, moet men vertrouwd raken met de meest ge- paste maaitechnieken door het draagstel te passen, de machine stevig vast te nemen en de handelingen uit te voeren. Doe als volgt om met de machine te werken: – maak de machine steeds vast aan het draagstel dat correct gedragen moet worden (par. 6.1.2). – de machine moet altijd stevig met beide handen vastgehouden worden, met de motor rechts van het lichaam en de snijgroep onder gordelniveau. OPMERKING Tijdens het werk, is de accu tegen vol- ledige ontlading beschermd door een beschermings- systeem dat de machine uitschakelt en de werking ervan blokkeert. OPMERKING De autonomie van de accu (en dus de oppervlakte van de vegetatie die gesneden kan worden alvorens de accu weer op te laden) wordt beïnvloed door verschillende factoren, beschreven in (par. 7.2.1). OPMERKING De machine schakelt, indien inge- schakeld, na een minuut van inactiviteit automatisch uit.
6.4.1 Werktechnieken
Gebruik ALLEEN nylondraad. Het gebruik van metalen draden, geplasticeerde metaaldraad of draad die niet geschikt is voor de kop, kan ernstige verwondingen veroorzaken. a. In beweging snijden (Maaien) Ga met regelmatige pas te werk, met een boogbewe- ging zoals bij traditioneel maaien, zonder de hoek van de draadhouder tijdens het werk te veranderen (Afb. 17). Probeer de juiste maaihoogte eerst uit in een kleine zone, om een uniform maairesultaat te verkrijgen door de draadhouder op een constante afstand van het grondoppervlak te houden. Voor zwaarder werk, kan het handig zijn de draadhou- der ongeveer 30° naar links te laten hellen. Doe dit niet wanneer voorwerp kunnen weg- springen die personen of dieren kunnen verwon- den of schade kunnen aanrichten. b. Precisiesnijden (Recht afsnijden) Houd de machine lichtjes schuin zodat de onderkant van de draadhouder niet in aanraking komt met het ter- rein en de snijlijn zich op het gewenste punt bevindt, waarbij het maaimechanisme altijd ver van de gebruiker gehouden wordt. c. Maaien nabij omheiningen / funderingen Nader met de draadhouder langzaam de omheining, paaltjes, stenen, muren, enz. zonder kracht toe te pas- sen (Afb. 18). Wanneer de draad een omvangrijke hindernis raakt kan hij breken of verslijten; wanneer hij blijft steken in een omheining, kan hij bruusk afknakken. In elk geval kan het snijden rond trottoirs, funderingen, muren, enz. een overmatige slijtage van de draad ver- oorzaken. d. Maaien rond bomen Loop rond de boom van links naar rechts en nader de stam langzaam om er niet met de draad tegen te ko- men; houd de draadhouder een beetje naar voren (Afb. 19). Hou er rekening mee dat de nylondraad kleine heesters kan doorsnijden of beschadigen en dat het contact tus- sen de nylondraad en de stam van heesters of bomen met een zachte schors de plant ernstig kan beschadi- gen.
6.4.1.b Mes met 3 punten, 4 punten
Begin te maaien van boven de begroeiing en daal dan af met het maaimes om de takken te snijden en ze in kleine stukjes te verkleinen (Afb. 20).
6.4.2 Afstelling van de lengte van de draad van
de draadhouder tijdens het werk Deze machine is uitgerust met een draadhouder met automatische vrijgave van de draad.NL - 14 De lengte van de draad van de draadhouder moet af- gesteld worden: – wanneer de draad verslijt en korter wordt; – wanneer men voelt dat de rotatie van de motor groter is dan normaal; – wanneer de werkzaamheid van het maaien ver- mindert. Om nieuwe draad vrij te geven:
- de draadhouder tegen de grond kloppen (Afb. 21) met de versnellingshendel helemaal ingedrukt;
- De draad wordt automatisch vrijgegeven en de draadhouder (Afb. 7.A) snijdt de niet benodigde lengte af.
6.5 SUGGESTIES VOOR HET GEBRUIK
Men raadt aan, tijdens het gebruik het gras dat zich rond de machine wikkelt, regelmatig te verwijderen, om de oververhitting van de motor te vermijden (Afb. 1.A), die te wijten zou zijn aan het gras dat onder de beveiliging van de maai-inrichting verklemd geraakt (Afb. 1.D). Ga als volgt te werk: – de machine stopzetten (par. 6.6); – de accu verwijderen (par 7.2.2); – werkhandschoenen dragen; – het gras verwijderen met een schroevendraaier, zodat dat de motor goed afgekoeld wordt.
1. laat de versnellingshendel los (Afb. 12.A, Afb.
2. deactiveer de veiligheidsknop (Afb. 12.C, Afb.
Na de machine stopgezet te hebben, moet men enkele seconden wachten vooraleer de maai-inrichting tot stilstand komt. BELANGRIJK De machine steeds stoppen tijdens verplaatsingen tussen werkzones. Houd tijdens de verplaatsingen nooit de vin- ger op de veiligheidsknop om te vermijden de ma- chine ongewild in te schakelen.
6.7.1 Na het gebruik met de accu
- Verwijder de accu uit de zitting (Fig. 22.B) en laad ze op (par 7.2.2).
- De mesbescherming aanbrengen bij stilstaande maai-inrichting (Afb. 1.K).
- Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
- Reinig de machine (par. 7.3).
- Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onder- delen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum.
6.7.2 Na het gebruik met accusimulator
1. Positioneer de keuzeschakelaar van de
accuhouder (Afb. 11.B) op “OFF”;
2. verwijder de accusimulator van
de machine (Afb. 22.P);
3. verwijder de accuhouder;
4. koppel de aansluitkabel los van
de accusimulator (Afb.22.O) en van de zak (Afb.11.A)
5. haal de accu uit de zak (Afb. 23)
en laad ze op (par. 7.2.2);
6. laat de motor eerst afkoelen vóór de machine
in elke willekeurige ruimte op te bergen;
7. reinig de machine (par. 7.3);
8. Controleer of er geen onderdelen los of
beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum. BELANGRIJK Verwijder steeds de accu (par 7.2.2) en monteer de mesbescherming elke keer wanneer de machine ongebruikt of onbewaakt gelaten wordt.
BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lo- pen. Vooraleer eender welke ingreep voor onder- houd aan te vangen:
- de accu uit zijn zitting halen en opladen (par
- breng de mesbescherming aan wanneer de maai-inrichting stil staat (tenzij aan het mes zelf gewerkt moet worden);NL - 15
- laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen;
- draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril;
- lees de desbetreende instructies. – De frequenties en de soorten ingrepen zijn sa- mengevat in de "Tabel Onderhoud" (hst. 13). Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te laten behouden. Hierin staan de voor- naamste ingrepen en de tijden waarop ze uitge- voerd moeten worden. Voer de desbetreende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum. – Het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de veiligheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letsels veroorzaakt door die pro- ducten. – De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseerde dienstcentra en wederverko- pers. BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onder- houd en afstelling die niet in deze handleiding beschre- ven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederver- koper of door een gespecialiseerd Centrum.
De autonomie van de accu (en dus de oppervlakte van de vegetatie die bewerkt kan worden alvorens de accu weer op te laden) hangt hoofdzakelijk af van: a. omgevingsfactoren, die leiden tot een grotere ener- giebehoefte: – maaien bij dikke, hoge, vochtige begroeiing; b. gedrag van de bediener, die moet vermijden: – de machine vaak aan- en uit te schakelen tijdens het werken; – een niet geschikt maaimechanisme of snijtech- niek te gebruiken voor het werk dat moet uitge- voerd worden (par. 6.4); – een niet geschikte snijsnelheid voor de condities van het gras dat gemaaid moet worden. Om de autonomie van de accu te optimaliseren, raadt men aan:
- het gras te snijden wanneer het droog is;
- een geschikte snijsnelheid in te stellen voor de con- dities van het gras;
- de juiste maaimechanisme en de meest geschikte techniek te gebruiken voor het werk dat uitgevoerd moet worden. Indien men de machine met langere werkbeurten wenst te gebruiken dan wat mogelijk is met de standaard-ac- cu, kan men:
- een tweede standaard-accu kopen om de platte accu onmiddellijk te vervangen, zonder de continuï- teit in het gedrang te brengen;
- een accu kopen met grotere autonomie dan de stan- daard-accu (par. 15.1).
7.2.2 Verwijdering en opladen van de accu
1. Druk op de blokkeerknop in de accu op de machi-
ne (Afb. 22.A) of in de accu op de zak (Afb. 23. A) (indien voorzien);
2. verwijder de accu van de machine (Afb. 22.B) of uit
de accuhouder (Afb. 23.B) (indien voorzien);
4. sluit de acculader (Afb. 24.B) aan in een stopcon-
tact, met een spanning die overeenstemt met de aanwijzingen op het schildje;
5. laad de accu volledig op, en volg hierbij de in het
instructieboekje van de accu /acculader opgevoer- de aanwijzingen. OPMERKING De accu is voorzien van een bescher- ming die de herlading ervan verhindert indien de omge- vingstemperatuur niet tussen 0 en +45°C is. OPMERKING De accu kan op eender welk moment, ook gedeeltelijk, opgeladen worden, zonder risico op beschadiging.
1. De accu verwijderen (Afb. 25.A) uit zijn zitting in de
acculader (vermijd de accu te lang in de oplader te laten, na vervollediging van de lading);
2. de acculader (Afb. 25.B) afkoppelen van het elek-
3. plaats de accu in de zitting op de machine (Afb.
16.A) of in een van de zittingen van de accuhouder (Afb. 10) (indien voorzien)
4. duw de accu aan tot u een "klik" hoort die aangeeft
dat de accu op zijn positie vast zit en het elektrisch contact verzekerd is.
- Reinig de machine steeds na gebruik met een scho- ne en met een neutraal reinigingsmiddel bevochtigd doek.
- Verwijder alle sporen van vochtigheid met een zach- te en droge doek. Vochtigheid kan leiden tot risico op elektrocutie.NL - 16
- Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of op- losmiddelen om de plastic delen of de handgrepen te reinigen.
- Houd, om risico voor ontbranding te verminderen, de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten gras, bladeren of teveel vet.
- Om oververhitting en schade aan de motor of aan de accu te vermijden, moet men zich er steeds van verzekeren dat de zuigroosters van de koellucht (Afb.
26) schoon en vrij van afval zijn.
- Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te maken.
- Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt.
- Controleer regelmatig of de handgrepen stevig be- vestigd zijn.
Tijdens het werken aan de maai-inrichting, dient men erop te letten dat de maai-inrichting kan bewegen, ook al is de accu uit zijn zitting verwijderd. Op deze machine is het gebruik voorzien van maaime- chanismen met de code die aangegeven is in de tabel Technische Gegevens. Gezien de ontwikkeling van het product, kunnen het maaimechanismen aangegeven in de Technische Ge- gevens in de loop van de tijd vervangen worden door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid. Raak de maai-inrichting niet aan totdat de accu verwijderd is en de maai-inrichting volledig stil- staat. Let op! Gevaar voor letsel vanwege bewegen- de delen!
8.1.1 Bijslijpen/uitbalanceren van het mes
Om veiligheidsredenen, raadt men aan het slijpen en uitbalanceren door een gespecialiseerd Centrum te laten uitvoeren, die over de geschikte bevoegdheid en werktuigen beschikt om deze han- deling uit te voeren, zonder risico het mes te be- schadigen en het gebruik ervan onveilig te maken. De messen kunnen aan weerszijden gebruikt worden. Wanneer een zijde van de punten versleten is, kan het mes omgedraaid worden om de andere zijde te gebrui- ken. Wanneer beide zijden van de punten versleten zijn, moet men deze laten bijslijpen.
8.1.2 Vervanging van het mes
Het mes dient nooit gerepareerd te worden, maar moet vervangen worden zodra eerste sporen van breuk vastgesteld worden of de vijllimiet over- schreden is: Zie hst. 4.3 voor de verrichtingen voor de vervanging
8.1.3 Vervanging van de draad van de draad-
1. Gebruik alleen draad met een doorsnede van 2 mm
en knip de nieuwe draad op de aangegeven lengte af (Afb. 27.A).
2. Verdraai het knopje voor het opwikkelen (Afb. 28.A)
tot het referentieteken op het knopje (Afb. 29.B) op één lijn is met het teken op de draadhouder (Afb. 29.C).
3. Steek een uiteinde van de draad (Afb. 29.D) in een
van de twee uitgangsopeningen en laat de draad er langs de andere kant uitkomen.
4. Lijn de draden de uit de twee openingen komen ge-
5. Verdraai het knopje voor het opwikkelen (Afb. 28.A)
in de richting van de pijltjes om de draad op te wik- kelen; laat ongeveer 150 mm uit beide openingen steken (Afb. 28.B). Indien er oude draad in de draadhouder gebleven is of indien de draad in de draadhouder gebroken is, kan men deze als volgt verwijderen:
1. druk op de lipjes aan de zijkanten van de draad-
houder, op het punt aangegeven met "PUSH" (Afb. 30.A), en haak het onderste deel van de draadhou- der los (Afb. 30.B);
2. verwijder de draad die binnenin gebleven is;
3. herplaats de spoel (Afb. 31.A) in zijn zitting;
4. sluit de draadhouder door de lipjes (Afb. 31.B) vast
te haken in de daarvoor voorziene gleufjes (Afb. 31.C), en ze stevig aan te drukken tot u de "klik" hoort die het onderste deel van de draadhouder (Afb. 31.D) in zijn positie blokkeert.
8.2 BIJSLIJPEN VAN DE DRAADSNIJDER
1. Verwijder de draadsnijder (Afb. 7.A) uit de bescher-
ming van het maaimechanisme (Afb. 7.B), door de schroeven (Afb. 7.C) los te draaien.
2. Zet de draadsnijder vast in een bankschroef en vijl
met behulp van een platte vijl. Zorg ervoor dat de originele snijhoek behouden blijft.NL - 17
3. Monteer de draadsnijder (Afb. 7.A) terug op de
bescherming van het maaimechanisme (Afb. 7.B), door de schroeven (Afb. 7.C) vast te draaien.
STALLING BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lo- pen.
9.1 STALLING VAN DE MACHINE
Wanneer de machine gestald moet worden:
- de accu uit zijn zitting halen en opladen (par 7.2.2);
- plaats de mesbescherming wanneer het maaime- chanisme stil staat;
- laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen;
- reinig de machine (par. 7.3);
- Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onder- delen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum.;
- Berg de machine op: – in een droge omgeving; – beschermd tegen slechte weersomstandighe- den; – buiten bereik van kinderen; – na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of gereedschappen die voor het onderhoud ge- bruikt werden, verwijderd te hebben.
9.2 STALLING VAN DE ACCU
De accu moet in op een schaduwrijke, frisse plaats be- waard worden, waar er geen vochtigheid is. OPMERKING In geval van langdurig niet-gebruik, moet men de accu om de twee maanden opladen, om de duur ervan te verlengen.
10. HANTERING EN TRANSPORT
Telkens wanneer de machine verplaatst of vervoerd moet worden, is het noodzakelijk: – de machine stopzetten (par. 6.6); – de accu uit zijn zitting te halen en opladen (par.
– plaats de mesbescherming wanneer het maaime- chanisme stil staat; – stevige werkhandschoenen dragen; – de machine alleen vast te nemen aan de handgre- pen en de snoei-inrichting in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden. Wanneer men de machine met een wagen vervoert, moet men: – de machine tijdens het vervoer goed met touwen of kettingen bevestigen; – de machine zo plaatsen dat ze geen gevaar ver- oorzaakt.
11. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN
Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamhe- den aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespe- cialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine. Handelingen die in niet geschikte structuren of door on- bekwame personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.
- Enkel de geautoriseerde dienstencentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
- De geautoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden speciaal voor de machines ontwikkeld.
- Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn niet goedgekeurd, het gebruik van niet originele wissel- stukken en toebehoren leidt tot verval van de garan- tie.
- Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veilig- heidsinrichtingen.
De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker moet aandachtig de aan- wijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie verschaft is. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:
- Onvoldoende kennis van de vergezellende docu- mentatie.
- Onjuist of niet toegestaan gebruik en montage.
- Gebruik van niet originele wisselstukken.
- Gebruik van toebehoren dat niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werd. Deze garantie geldt bovendien niet voor:
- De normale slijtage van verbruiksmateriaal zoals maaimechanismen, veiligheidsbouten.
- Normale slijtage. De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zijn eigen land. De rechten van de koper die voor- zien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.NL - 18
TABEL ONDERHOUD Ingreep Frequentie Opmerkingen MACHINE Controle van alle bevestigingen Vóór eender welk gebruik par. 7.4 Veiligheidscontroles / Controle van de commando's Vóór eender welk gebruik par. 6.2 Controle van de bescherming van het maaimechanisme. Vóór eender welk gebruik par. 6.2.1 Controle van de maai-inrichting Vóór eender welk gebruik par. 6.2.1 Controle van de staat van de lading van de accu Vóór eender welk gebruik * Herlading van de accu Aan het einde van ieder gebruik par. 7.2.2
Reiniging van de machine en van de motor Aan het einde van ieder gebruik par. 7.3 Controle van eventuele schade aan de machine. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum. Aan het einde van ieder gebruik
- Raadpleeg de handleiding van de accu/acculader.
1. Bij het inschakelen van de
veiligheidsknop, gaan de groene lichten niet aan Geen accu of accu niet correct geplaatst Verzeker u ervan dat de accu goed geplaatst is in haar zitting (par. 7.2.3)
2. Bij activering van
de veiligheidsknop, knippert de led (Afb. 12.G, Afb. 13.G) Accu plat Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2)
3. De motor stopt tijdens
het werken en de led (Afb. 12.G, Afb. 13.G) knippert Accu plat Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2)
4. Met de bedieningshendel
van de versnelling en de veiligheidsschakelaar van de versnelling ingeschakeld, draait de maai-inrichting niet Machine beschadigd Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum.
van de motor Gras verklemd onder de bescherming van de maai-inrichting; Verwijder het verklemde gras (par. 6.5)
6. Het maaien verloopt
moeizaam De maai-inrichting is niet in goede staat Voer het onderhoud van de maai- inrichting uit (par. 8.1)
7. Het gras wordt rond de
zitting van de as en aan de draadhouder opgehoopt Het hoge gras wordt te dicht bij de grond gemaaid Maai het gras met een beweging van boven naar beneden, om te vermijden dat het zich ophoopt. Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.NL - 19
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING
8. De draad wordt niet
vrijgegeven wanneer men de draadhouder tegen de grond klopt De draad kleeft vast aan zichzelf Smeer in met een silicone-spray Niet voldoende draad op de spoel of draad ten einde Vervang de draad (hst. 8.1.3) De draad is versleten of te kort Trek aan de draad terwijl u de vrijgavetoets ingedrukt houdt De draad is verward op de spoel of binnenin gebroken Haal de draad van de spoel en wikkel hem weer op (hst. 8.1.3)
9. Het maaimechanisme
komt in aanraking met een vreemd voorwerp. - Stop de machine, verwijder de accu en: - controleer de schade; - controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast.; - voer de vervangingen of herstellingen uit bij een geautoriseerd centrum.
10. Men hoort overdreven
geluiden en/of trillingen tijdens het werk Losgekomen of beschadigde delen. Stop de machine, verwijder de accu en: - controleer de schade; - controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast.; - voer de vervangingen of herstellingen uit bij een geautoriseerd centrum.
11. Er komt rook uit
de machine tijdens de werking Machine beschadigd Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum.
12. Kleine autonomie
van de accu Zware gebruiksconditie met grotere stroomabsorptie Optimaliseer het gebruik (par. 7.2.1) Accu niet voldoende voor de werkbehoeften Gebruik een tweede accu of een sterkere accu (par. 15.1) Verslechtering van de capaciteit van de accu Koop een nieuwe accu
13. De acculader laadt
de accu niet op Accu niet correct geplaatst in de acculader Controleer of de accu correct geplaatst is (par. 7.2.2) Niet geschikte omgevingscondities Herlaad de accu in een omgeving met geschikte temperatuur (zie handleiding van de accu/acculader) Vuile contacten Reinig de contacten Geen spanning aan de acculader Controleer of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact Defecte acculader Vervangen met een origineel wisselstuk - Indien het probleem aanhoudt, raadpleeg de handleiding van de accu / acculader
14. Het controlelampje
(Afb. 12.G, Afb. 13.G) blijft continu branden Negatieve uitkomst zelftest Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum.
(Afb. 12.G. Afb. 13.G) blijft knipperen Communicatiefout van de accu Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum. Rotor geblokkeerd Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum. Stroom-overbelasting Gebruik van de machine optimaliseren. PCB oververhit Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum. Mochten de problemen aanhouden na het toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.15. OP AANVRAAG LEVERBARE ACCES- SOIRES
Er zijn accu's met verschillende vermogens beschik- baar, aangepast aan specieke operationele vereisten (afb. 32). De lijst van de voor deze machine gehomolo- geerde accu's bevindt zich in de tabel 'Technische Ge- gevens'.
Inrichting voor het opladen van de accu: snel (Afb. 33.A), standaard (Afb. 33.B).
Inrichting die de zitting van twee batterijen mogelijk maakt en de elektrische stroom levert die nodig is voor de werking van de machine. De houder is voorzien van een kabel voor de aansluiting op de machine (Afb. 1.O) en van een keuzeschakelaar (Afb. 11.B) voor de selectie van een van de twee accu's (stand “1” en “2”) en "OFF".
Inrichting die, indien in de zitting van de machine geplaatst, het gebruik van de accuhouder mogelijk maakt.NO - 1 ADVARSEL!: LES DENNE BRUKSANVISNINGEN NØYE FØR DU BRUKER MASKINEN. Må oppbevares til senere bruk.
6.4.1.b 3-tandat blad, 4-tandat
n) Zur Verfassung der technischen Unterlagen befugte Person: o) Ort und Datum NL (Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing) EG-verklaring van overeenstemming (Richtlijn Machines 2006/42/CE, Bijlage II, deel A)
2. Verklaart onder zijn eigen
verantwoordelijkheid dat de machine: Draagbare bosmaaier/trimmer / grasmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: : accu
3. Voldoet aan de specificaties van de
richtlijnen: e) Certificatie-instituut: Niet toepasbaar
4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde
normen g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen
n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum ES (Traducción del Manual Original) Declaración de Conformidad CE (Directiva Máquinas 2006/42/CE, Anexo II, parte A)
Notice-Facile