GT 500e - Grasmaaier STIGA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GT 500e STIGA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Grasmaaier in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GT 500e - STIGA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GT 500e van het merk STIGA.
GEBRUIKSAANWIJZING GT 500e STIGA
Draagbare grasmaaier/graskantenrijder met accuvoeding GEBRUIKERSHANDLEIDING LET OP: vooraleer de machine te gebruiken, dient men deze handleiding aandachtig te lezen. 171506278/4 01/2024 LT 500 Li 48NO Bærbar batteridrevet plen- og kanttrimmer INSTRUKSJONSBOK ADVARSEL: les denne bruksanvisningen nøye før du bruker maskinen.
NEDERLANDS - Vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing
[2] Voedingsspanning MAX [3] Voedingsspanning NOMINAL [4] Maximale rotatiesnelheid van het werktuig (draadhouder) [5] Snijbreedte (draadhouder) [6] Diameter draadhouder (max) [7] Code snij-inrichting [8] Code bescherming [9] Separable rod [10] Gewicht zonder batterij-eenheid and without cutting means [11] Afmetingen [12] Lengte [13] Breedte [14] Hoogte [15] Niveau geluidsdruk [16] Meetonzekerheid [17] Gemeten geluidsvermogenniveau [18] Gegarandeerd geluidsniveau [19] Trillingen [20] Optionele accessoires [21] Batterij-eenheid [22] Batterijlader [23] Accuhouder [24] Accusimulator (*) Het gebruik van deze accu is enkel toegestaan met het accuhou- der. Het is verboden de accu in de huizing van de machine te plaatsen. a) OPMERING: de totale verklaarde waarde van de trillingen werd gemeten met een genormaliseerde testmethode en kan gebruikt worden voor een ver- gelijking tussen twee werktuigen. De totale waarde van de trillingen kan ook gebruikt worden in een voorafgaande evaluatie van de blootstelling. b) WAARSCHUWING: de emissie van trillingen bij het eectief gebruik van het werktuig kan verschillen van de totale verklaarde waarden, al naar gelang de manieren waarop het werktuig gebruikt wordt . Daarom is het noodzake- lijk, tijdens het werk, de volgende veiligheidsmaatregelen toe te passen om de bediener te beschermen: handschoenen te gebruiken tijdens het gebruik, het gebruik van de machine te beperken en de de bedieningshendel van de versnelling zo kort mogelijk ingedrukt te houden.
akusimulaator (jn 19.J).
4. Aukla netiek padota,
In de tekst van de handleiding worden enkele paragrafen, die gegevens van bijzonder belang bevatten met betrekking tot de veiligheid of de werking, gekenmerkt door diverse symbolen die de volgende betekenis hebben: OPMERKING of BELANGRIJK verstrekt nadere gegevens of andere elementen ter aanvulling op hetgeen daarvoor vermeld is, om te voorkomen dat de machine beschadigd wordt of dat er schade veroorzaakt wordt. Het symbool wijst op een gevaar. Veronachtzaming van de waarschuwing leidt tot mogelijke persoonlijke letsels of letsels aan anderen en/of schade. De paragrafen die aangegeven zijn met een grijze stippenrand wijzen op optionele kenmerken die niet aanwezig zijn op alle modellen die in deze handleiding beschreven zijn. Controleer of het kenmerk aanwezig is op het model in kwestie. De aanwijzingen 'voor', 'achter', 'rechts' en 'links' hebben betrekking op de werkpositie van de bediener.
De afbeeldingen in deze gebruiksaanwijzingen zijn genummerd 1, 2, 3 enz. De onderdelen die op de afbeeldingen zijn aangegeven, zijn gekentekend met de letters A, B, C enz. Een verwijzing naar het onderdeel C in afbeelding 2 wordt aangegeven met de tekst: 'Zie afbeelding 2.C' of eenvoudigweg '(Afb. 2.C)'. De afbeeldingen zijn indicatief. De eectieve delen kunnen wijzigen ten opzichte van wat aangegeven is.
De handleiding is onderverdeeld in hoofdstukken en paragrafen. De titel van de paragraaf '2.1 Training' is een ondertitel van '2. Veiligheidsvoorschriften'. De verwijzingen naar titels of paragrafen zijn aangegeven met de afkorting hst. of par. en het desbetreend nummer. Voorbeeld: "hst. 2" of "par. 2.1". INHOUDSOPGAVE
3.1 Beschrijving machine en beoogd gebruik ....... 7
3.4 Belangrijkste onderdelen ................................ 8
4. MONTAGE .............................................................. 9
4.1 Onderdelen voor de montage ......................... 9
4.2 Montage van de staaf ..................................... 9
4.3 Montage van de voorste handgreep ............... 9
4.4 Montage van de bescherming van het
maaimechanisme ........................................... 9
4.5 Montage van de aanwijzer van de maailimiet . 9
6.1 Voorafgaande werkzaamheden .................... 10
6.5 Suggesties voor het gebruik ......................... 13
7.3 Reiniging van de machine en van de motor .. 15
7.4 Moeren en schroeven voor bevestiging ........ 15
8. BUITENGEWOON ONDERHOUD ........................ 15
8.1 Onderhoud van het maaimechanisme ......... 15
8.2 Bijslijpen van de draadsnijder ....................... 16
Zorg dat u vertrouwd raakt met de bedieningsknoppen en in staat bent de machine op de juiste wijze te gebruiken. Leer de machine snel af te zetten. Het niet in acht nemen van de voorschriften en instructies kan brand en/of ernstige letsels veroorzaken.
- Laat de machine nooit gebruiken door kinderen of personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke bevoegdheden, of die niet over de nodige ervaring en kennis beschikken, of door personen die de aanwijzingen niet goed genoeg kennen. De minimale leeftijd van de gebruiker kan landelijk gereglementeerd zijn.
- Gebruik de machine nooit indien de gebruiker vermoeid of onwel is, of indien hij geneesmiddelen, drugs, alcohol of andere stoen ingenomen heeft die een negatieve invloed kunnen hebben op zijn reactievermogen en aandacht.
- Denk eraan dat de persoon die de machine bedient of de gebruiker aansprakelijk is voor ongevallen en onvoorziene gebeurtenissen die personen of hun eigendommen kunnen overkomen. Het valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de risico’s, die het terrein waarop hij moet werken met zich mee kan brengen, te beoordelen en om alle nodige voorzorgsmaatregelen te treen met het oog op zijn eigen veiligheid en die van anderen, met name op hellingen, hobbelige, gladde of instabiele terreinen.
- Indien men de machine aan derden wil geven of lenen, moet men zich ervan verzekeren dat de gebruiker de gebruiksaanwijzingen in dit handboek doorneemt.
WERKZAAMHEDEN Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)
- Gebruik aanpassende beschermende kledij met anti-snij beschermingen, trillingdempende handschoenen, beschermende bril, anti–stofmaskers, gehoorbeschermers en anti–snij schoenen met anti–slipzool.
- Het gebruik van gehoorbeschermers kan het vermogen eventuele waarschuwingen (roepen of alarmen) te horen, verminderen. Verleen de maximale aandacht aan wat rond de werkzone gebeurt.
- Draag geen sjaal, hemd, halsketting, armbanden, kledij met losse delen, of met bandjes of dassen of andere hangende of wijde accessoires die vastgegrepen kunnen worden door de machine of voorwerpen en materiaal aanwezig op de werkplaats.
- Lang haar wordt zorgvuldig bijeengebonden. Werkzone / Machine
Controleer grondig de hele werkzone en verwijder alles wat van door de machine weg zou kunnen uitgestoten worden of het maaimechanisme/draaiende organen zou kunnen beschadigen worden (keien, takken, ijzerdraad, beenderen, enz.).NL - 3
- Gebruik de machine niet in omgevingen met gevaar op ontplong, in aanwezigheid van ontvlambare vloeistoen, gas of stof. De elektrische gereedschappen genereren vonken die stof of dampen kunnen doen ontvlammen.
- Enkel bij daglicht of met goed kunstmatig licht en bij goede zichtbaarheid reinigen.
- Verwijder personen, kinderen en dieren uit de werkzone. De kinderen moeten onder toezicht van een andere volwassene staan.
- Controleer of andere personen zich op minstens 15 meter afstand van de actieradius van de machine bevinden, of op minstens 30 meter in geval van zwaardere werkzaamheden.
- Werk niet op nat gras, bij regen of bij risico op onweer, in het bijzonder wanneer er kans op bliksem bestaat.
- Stel de machine niet bloot aan regen of vochtige omgeving. Water dat in gereedschap sijpelt, verhoogt het risico op elektrische schokken.
- Vermijd zoveel mogelijk te werken op een natte of glibberige grond, of in ieder geval op te oneen of steile terreinen die de stabiliteit van de bediener tijdens het werken niet kunnen garanderen.
- Let bijzonder goed op de onregelmatigheden van het terrein (drempels, geulen), op de hellingen, op verborgen gevaren en op de aanwezigheid van eventuele hindernissen die de zichtbaarheid zouden kunnen beperken.
- Wees zeer voorzichtig nabij ravijnen, grachten of dijken.
- Werk op een helling dwars en nooit in de richting stijging/daling, let goed op bij de veranderingen van richting, controleer uw steunpunt goed en blijf steeds onder het maaimechanisme.
- Let goed op het verkeer, wanneer de machine dicht bij de straat gebruikt wordt. Gedrag
- Tijdens het werk moet de machine altijd met beide handen vastgenomen worden, met de motor rechts van het lichaam en de snijgroep onder het niveau van de riem. Strek de armen niet te ver uit.
- Voorkom met het lichaam in contact te komen met geaarde oppervlakken, zoals buizen, radiatoren, keukens of koelkasten. Het risico voor elektrische schokken vermindert wanneer het lichaam geaard is.
- Neem tijdens het gebruik een vaste en stabiele positie aan en wees altijd voorzichtig.
- Loop nooit, maar stap.
- Houd altijd de handen en voeten ver van het maaimechanisme, zowel wanneer de motor gestart wordt als tijdens het gebruik van de machine.
- Let op: het snij-element blijft gedurende enkele seconden na zijn afkoppeling of na uitschakeling van de motor draaien.
- Let op eventueel materiaal dat door de beweging van het maaimechanisme wegspringt.
- Let erop niet hard met het maaimechanisme tegen vreemde voorwerpen/hindernissen te stoten. Indien de snij-inrichting een hindernis/voorwerp tegenkomt, kanNL - 4 er zich een terugslag (kickback) voordoen. Dit kan een zeer snelle sprong in de tegenovergestelde richting veroorzaken, en het maaimechanisme naar boven en naar de bediener toe duwen. Door de terugslag kan men de controle over de machine verliezen, met mogelijk ernstige gevolgen. Om terugslag te voorkomen, dienen de volgende voorzorgsmaatregelen genomen te worden: – Houd de machine stevig vast, met twee handen, en houd uw lichaam en armen in een positie die u toestaat te weerstaan aan de kracht van de tegenslag. – Steek de armen niet te hoog uit en maai niet boven het niveau van de riem. – Gebruik enkel de door de fabrikant aangegeven snij-inrichtingen. – Volg de aanwijzingen van de fabrikant met betrekking op het onderhoud van het maaimechanisme.
- Let op het risico op letsels veroorzaakt door eender welke inrichting voor het snijden van de lengte van de draad. In geval van breuken of incidenten tijdens het werk, dient men de motor onmiddellijk stil te zetten en de machine te verwijderen om geen verdere schade te berokkenen; in geval van ongevallen met persoonlijke letsels of letsels aan derden, dient men onmiddellijk de meest geschikte eerste-hulp-procedures te volgen voor de situatie en zich tot een gezondheidsstructuur te richten voor de nodige zorgen. Verwijder zorgvuldig eventuele resten die schade of letsels aan personen of dieren kunnen veroorzaken indien ze onopgemerkt blijven. Langdurige blootstelling aan trillingen kan neuro-vasculaire letsels en problemen veroorzaken (ook bekend onder de naam "fenomeen van Raynoud" of "witte hand"), vooral bij personen met circulatiestoornissen. De symptomen kunnen betrekking hebben op de handen, de polsen en de vingers, met verlies van gevoeligheid, loomheid, jeuk, pijn, verkleuring of structurele wijzigingen van de huid. Deze eecten kunnen versterkt worden door een lage omgevingstemperatuur en/of een overdreven druk op de handgreep. Wanneer deze symptomen optreden, moet de machine minder lang gebruikt worden en is het noodzakelijk een arts te raadplegen. Beperkingen voor het gebruik
- De machine mag niet gebruikt worden door personen die niet in staat zijn om het stevig met beide handen vast te houden en/of tijdens het werk in stabiel evenwicht op hun benen te staan.
- Monteer nooit metalen snij- elementen. Op deze machine mogen geen metalen of harde messen gebruikt worden.
- Gebruik de machine nooit indien de beschermingen beschadigd zijn, ontbreken of niet correct geplaatst zijn.
- Gebruik de machine niet indien de toebehoren/ werktuigen niet op de voorziene plaatsen geïnstalleerd zijn.
- De aanwezige veiligheidsinrichtingen/ microschakelaars nietNL - 5 uitschakelen, afschakelen, verwijderen of schenden.
- Gebruik het elektrisch gereedschap indien de schakelaar hem niet correct kan in- en uitschakelen. Een elektrisch gereedschap dat niet bediend kan worden met de schakelaar is gevaarlijk en moet gerepareerd worden.
- Overbelast de machine niet en gebruik geen kleine machine om zware werken te verrichten; het gebruik van een machine met aangepaste afmetingen zal de risico’s beperken en de kwaliteit van het werk verbeteren.
STALLING Regelmatig onderhoud en een correcte stalling garanderen de veiligheid van de machine en het niveau van de performance. Onderhoud
- Gebruik de machine nooit als er onderdelen versleten of beschadigd zijn. De defecte of beschadigde onderdelen moeten vervangen en niet gerepareerd worden.
Tijdens de afstellingen van de machine, moet men erop letten dat de vingers niet tussen de bewegenhet maaimechanisme en de vaste delen van de machine geklemd geraken. De in deze instructies opgevoerde geluids- en trillingsniveaus zijn maximale grenswaarden voor gebruik van de machine. Het gebruik van een niet gebalanceerd snij- element, een overdreven snelheid van de beweging en gebrekkig onderhoud hebben een negatieve invloed op het geluidsniveau en op de trillingen. Bijgevolg is het noodzakelijk preventieve maatregelen te treen om mogelijke schade ten gevolge van een hoog geluidsniveau en stress van trillingen te vermijden; zorg voor het onderhoud van de machine, draag gehoorbescherming, maak pauzes tijdens het werk. Stalling
- Laat geen houders met restmateriaal in een gesloten ruimte, om het risico op brand te voorkomen.
Ook al worden alle veiligheidsvoorschriften opgevolgd, kunnen er zich nog enkele risico’s voordoen: – gevaar op letsels aan vingers en handen indien deze terecht komen in de rotatie van de draad op het kopje; – gevaar op letsels aan de voeten indien deze geraakt worden door de draad van het kopje; – wegschieten van stenen en aarde.
2.6 ACCU / ACCULADER
BELANGRIJK De hierna volgende veiligheidsnormen vervolledigen de veiligheidsvoorschriften aangegeven in de specieke handleiding van de accu en van de acculader die samen met de machine afgeleverd worden.
- Gebruik voor het laden van de accu enkel de door de fabrikant aanbevolen acculaders. Een nietNL - 6 geschikte acculader kan leiden tot elektroshock, oververhitting of lekken van de corrosieve vloeistof van de accu.
- Gebruik enkel de specieke accu's die voor uw toestel voorzien zijn. Het gebruik van andere accu's kan leiden tot letsels en risico op brand.
- Verzeker u ervan dat het toestel uitgeschakeld is vooraleer er een accu in te plaatsen. Een accu in een elektrisch toestel plaatsen kan brand veroorzaken.
- Houd de niet gebruikte accu ver van kantoorklemmetjes, muntstukken, sleutels, spijkers of andere kleine metalen voorwerpen die een kortsluiting van de contacten zouden kunnen veroorzaken. Een kortsluiting van de contacten van de accu kan tot brand leiden.
- Gebruik de acculader niet in een omgeving waar er stoom aanwezig is, met ontvlambare materialen of op gemakkelijk ontvlambare oppervlakken zoals papier, stof, enz. Tijdens het opladen, wordt de accu opgewarmd en zou brand kunnen veroorzaken.
- Let er bij vervoer van de accu’s op dat de contacten geen onderling contact maken en geen metalen houders te gebruiken voor het vervoer.
DE OMGEVING De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven.
- Wees geen storend element voor uw buren. Gebruik de machine enkel op redelijke uren (niet 's ochtends vroeg of 's avonds laat wanneer dit andere personen zou kunnen storen).
- Volg nauwgezet de plaatselijke normen voor het verwerken van de verpakking, accu's, versleten delen of eender welk element met een sterke invloed op het milieu; dit afval mag niet met de huisafval weggeworpen worden, maar moet gescheiden worden en aan speciale verzamelcentra toevertrouwd worden, die de recyclage van de materialen zullen verzorgen.
- Volg scrupuleus de lokale normen op voor de afdanking van het afval.
- Bij het buiten bedrijf stellen van de machine, mag deze nooit in het milieu achtergelaten worden maar moet ze naar een container park gebracht worden, volgens de geldende plaatselijke normen. Gooi elektrische apparatuur niet bij het gewoon huishoudelijk afval. Volgens de Europese Richtlijn 2012/19/EG inzake elektrisch en elektronisch afval en de toepassing ervan overeenkomstig de nationale wetgeving, moet de afgedankte elektrische apparatuur apart ingezameld worden voor recyclagedoeleinden. Indien de elektrische apparatuur afgedankt wordt op een afvalpark of in de ondergrond, kunnen de schadelijke stoen de waterlaag bereiken en in de voedingsketen terecht komen, met nadelige gevolgen voor uw gezondheidNL - 7 en welzijn. Neem voor meer informatie over de afdanking van dit product contact op met de instantie die bevoegd is voor de verwerking van het huishoudelijk afval of raadpleeg uw Verkoper. Aan het einde van hun levensduur, moet men de accu's met de nodige zorg voor het milieu afdanken. De accu bevat materialen die gevaarlijk zijn voor U en voor de omgeving. Ze moet verwijderd worden en gescheiden ingezameld worden nabij een structuur die lithium-ion-accu's aanvaardt. De gescheiden inzameling van gebruikte producten en verpakkingen staat recycling en hergebruik van de materialen toe. Het hergebruik van gerecycleerd materiaal helpt de vervuiling van het milieu te voorkomen en vermindert de vraag naar grondstoen.
Deze machine is een tuingereedschap en met name een draagbare grasmaaier/ trimmer met accutoevoer. De machine bestaat hoofdzakelijk uit een motor die, door middel van een aandrijvingsas die een snij-inrichting (draadhouder) aanschakelt. De snij-inrichting werkt op een vlak dat ongeveer evenwijdig is met het terrein (bij gebruik als grasmaaier) ofwel ongeveer loodrecht op het terrein (bij gebruik als trimmer). De bediener kan de belangrijkste commando’s bedienen terwijl hij steeds op veilige afstand van de draaiende delen blijft.
3.1.1 Voorzien gebruik
Deze machine is ontworpen en gebouwd voor: – het maaien van gras en niet-houtige begroeiing (bijv. op randen van bloemperken, aanplantingen, muren, omheiningen, of groene plekken met een beperkte oppervlakte); – het afwerken van het snijden met een maaier; – gebruik door een enkele bediener.
3.1.2 Onjuist gebruik
Eender welk ander gebruik, dat afwijkt van wat hierboven beschreven is, kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. De volgende situaties behoren tot het onjuist gebruik (bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend): – Gebruik de machine niet om te vegen, door de draadhouder over te hellen. De kracht van de motor kan voorwerpen of keitjes tot 15 meter ver werpen en schade of verwondingen veroorzaken; – heggen knippen of andere werkzaamheden waarbij het maaimechanisme niet op grondhoogte gebruikt wordt; – struiken, planten en bloemen snijden en hakselen; – gebruik van de machine voor het snijden van niet plantaardig materiaal; – gebruik van de machine met het maaimechanisme boven de riemhoogte van de bediener; – gebruik van de machine in openbare tuinen, parken, sportcentra, op rijbanen, in velden en bossen; – andere maaimechanismen gebruiken dan diegene die vermeld zijn in de tabel "Technische gegevens". Gevaar op ernstige wonden en kwetsuren. – gebruik van de machine door meer dan één persoon tegelijk. BELANGRIJK Het onjuist gebruik brengt verval van zowel de garantie als de aansprakelijkheid van de fabrikant teweeg waardoor de gebruiker zelf verantwoordelijk is voor schade of letsel die hijzelf of anderen oplopen.
3.1.3 Type gebruiker
Deze machine is bestemd voor gebruik door consumenten, d.w.z. door niet professionele bedieners. Ze is bestemd voor 'hobby-gebruik'.
3.2 VEILIGHEIDSSIGNALEN
Er zijn verschillende symbolen op de machine aanwezig (Afb. 2). Hun taak is de bediener te herinneren aan het gedrag dat hij moet aanhouden om de machine met de nodige aandacht en voorzichtigheid te gebruiken.NL - 8 Betekenis van de symbolen: LET OP! GEVAAR! Indien deze machine niet correct gebruikt wordt, kan ze gevaarlijk zijn voor de bediener en voor anderen. Voordat u deze machine in gebruik neemt eerst de gebruiksaanwijzingen lezen. De persoon die deze machine dagelijks in normale omstandigheden gebruikt kan blootgesteld zijn aan een geluidsniveau van 85 dB (A) of hoger. Gebruik gehoorbescherming en brillen. GEVAAR VOOR WEGSPRINGENDE DELEN! Let goed op voor mogelijk wegschieten van materiaal, veroorzaakt door het maaimechanisme, die ernstige schade kan berokkenen aan personen of zaken.
GEVAAR VOOR WEGSPRINGENDE DELEN! Houd personen of huisdieren minstens 15 meter uit de buurt tijdens het gebruik van de machine. Niet blootstellen aan de regen (of vocht). BELANGRIJK De beschadigde of onleesbaar geworden labels moeten vervangen worden. Vraag nieuwe labels aan uw eigen geautoriseerd Dienstcentrum.
3.3 IDENTIFICATIELABEL PRODUCT
Het identicatielabel van het product geeft de volgende gegevens aan (Afb. 1 ):
2. Conformiteitskenteken
6. Naam en adres van de fabrikant
Schrijf de identicatiegegevens van de machine in de vakjes op het label aan de achterkant van de omslag. BELANGRIJK Gebruik de identicatiegegevens die aangegeven zijn op het identicatielabel van het product bij ieder contact met de geautoriseerde werkplaats. BELANGRIJK Het voorbeeld van de verklaring van overeenstemming bevindt zich op de laatste pagina’s van de handleiding.
3.4 BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
De machine bestaat uit de volgende hoofdonderdelen, met de volgende functies (Afb. 1 ): A. Aandrijfeenheid: geeft de beweging aan de snij-inrichting door middel van een aandrijvingsas. B. Staaf: verbindt de achterste handgreep aan de motor. C. Snij-inrichting: dit is het element dat de vegetatie snijdt.
1. Draadhouder: snij-inrichting
met nylondraad. D. Bescherming van het maaimechanisme: dit is een beveiliging die voorkomt dat eventuele voorwerpen, die door het maaimechanisme meegenomen worden, ver van de machine weg kunnen schieten. E. Voorste handgreep: met een halfronde vorm, voor de bediening van de machine. F. Achterste handgreep : staat de bediening van de machine toe; op de handgreep bevinden zich de belangrijkste commando's voor inschakelen/uitschakelen/versnellen. G. Accu(indien niet met de machine geleverd, zie hst. 15 "op aanvraag leverbare accessoires): inrichting die elektrische energie verschaft aan het gereedschap; de kenmerken en de gebruiksnormen ervan zijn in een specieke handleiding beschreven. H. Acculader(indien niet met de machine geleverd, zie hst. 15 "op aanvraag leverbare accessoires): inrichting die gebruikt wordt voor het opladen van de accu. Er zijn twee acculader-modellen beschikbaar: H1 (snelle acculader); H2 (standaard acculader).
I. Accuhouder (op aanvraag
leverbaar accessoire, par. 15.3): voor de zitting van de accu's.NL - 9 J. Aansluitkabel: kabel voor de aansluiting van de machine op de accuhouder. K. Accusimulator (op aanvraag leverbaar accessoire, par. 15.4): inrichting die, indien in de zitting van de machine geplaatst, het gebruik van de accuhouder mogelijk maakt.
BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Om vervoers- en opslagredenen worden sommige onderdelen van machine niet direct in de fabriek gemonteerd. Zij dienen na het uitpakken gemonteerd te worden aan de hand van de volgende instructies. Uitpakken en montage dient te worden uitgevoerd worden op een vlakke en stevige ondergrond, met voldoende ruimte voor verplaatsing van de machine en verpakkingsmateriaal en altijd met het juiste gereedschap. Gebruik de machine niet vooraleer de aanwijzingen van de sectie "MONTAGE" teneinde gebracht te hebben.
4.1 ONDERDELEN VOOR DE MONTAGE
De verpakking bevat de onderdelen voor de montage.
1. Open de verpakking voorzichtig, let
erop geen onderdelen te verliezen.
2. Raadpleeg de documentatie in de doos,
inclusief deze gebruiksaanwijzingen.
3. Haal alle onderdelen die niet
gemonteerd zijn uit de doos.
4. Haal de machine uit de doos.
5. Voer de doos en de verpakkingen
af volgens de plaatselijke normen. Controleer alvorens de montage uit te voeren of de accu niet in zijn zitting geplaatst is.
4.2 MONTAGE VAN DE STAAF
– Plaats het onderste deel van de staaf (Afb. 3.A) en duw het in het bovenste deel (Afb. 3.B) tot u de klik hoort waardoor het op zijn plaats geblokkeerd wordt. De staaf kan worden gedemonteerd door de knop in te drukken (Afb. 3.C). De lengte van de staaf kan versteld worden (par. 6.1.2).
4.3 MONTAGE VAN DE VOORSTE
HANDGREEP – Schuif de handgreep voorzijde (Afb. 4.A) op de steun (Afb. 4.B), zet de handgreep vast met de bevestigingsschroef (Afb. 4.C), draai de moer aan de andere zijde vast (Afb. 4.D).
Draag werkhandschoenen. Bij iedere snij-inrichting hoort een specieke bescherming, zoals hierna aangegeven in de tabel Technische Gegevens.
1. Plaats de bescherming (Afb. 5.A)
ter hoogte van de openingen aan de onderzijde van de motor (Afb. 5.B).
2. Bevestig de bescherming (Afb. 5.A) door de
schroeven (Afb. 5.C) geheel in te draaien. OPMERKING Op de bescherming van de snij- inrichting is het volgende symbool aangegeven: Dit geeft de draairichting van het maaimechanisme aan.
– Plaats de twee uiteinden van de aanwijzer van de maailimiet (Afb. 6.A) en bevestig ze in de desbetreende openingen op de motor (Afb. 6.B).NL - 10
4.6 UITRUSTING ACCUHOUDER
(INDIEN VOORZIEN) De accuhouder is al geassembleerd (Afb. 1.I), en kan losgekoppeld worden van de bretels (Afb. 7) en dus handmatig verplaatst worden. Om de accuhouder los te koppelen, moet op de twee bovenste knoppen (Afb. 7.A) gedrukt worden. De zittingen van de accu's bevinden zich aan beide kanten van de zak (Afb. 8) Aan de rechter kant van de zak is het volgende aanwezig:
- kabelaansluiting (Afb. 9.A)
- accuschakelaar (Afb. 9.B)
- USB-aansluiting voor het opladen van andere apparaten (bijv. zaktelefoons) (Afb. 9.C) Om de aanwezigheid van een vrije kabel te vermijden, zijn er aan beide zijden en aan de achterkant doorgangen waar de stroomkabel doorheen kan worden geleid.
(IN/UITSCHAKELINRICHTING) Door op deze toets te drukken, wordt het elektrisch circuit van de machine in- en uitgeschakeld (Afb. 10.C). Een brandende led: het elektrisch circuit van de machine is ingeschakeld. De machine is klaar voor gebruik. Beide leds branden: de machine is in bedrijf (Afb. 10.D). Gedoofde leds: het elektrisch circuit is volledig uitgeschakeld. BELANGRIJK Plaats tijdens de verplaatsingen nooit de vinger op de knop om te vermijden de machine onbedoeld in te schakelen. Het icoontje "Let op" (Afb. 10.E) licht op in geval van storing in de machine (raadpleeg de tabel Identicatie problemen, par. 14).
5.2 VERSNELLINGSHENDEL
Dit staat toe de machine te starten/stoppen en schakelt tegelijkertijd de snij-inrichting in/uit. Inschakeling van de versnellingshendel (Afb. 10.A) is alleen mogelijk wanneer tegelijkertijd de beveiligingshendel voor versnelling wordt ingedrukt (Afb. 10.B). Voor het opstarten: – druk tegelijkertijd de versnellingshendel en de veiligheidshendel van de versnelling in. Door de machine op te starten, wordt tegelijkertijd de rotatie van de snij-inrichting ingeschakeld. De machine stopt automatisch wanneer de versnellingshendel losgelaten worden.
5.3 VEILIGHEIDSHENDEL VERSNELLING
De veiligheidshendel van de versnelling (Afb. 10.B) geeft bediening van de versnellingshendel (Afb. 10.A) vrij.
6. GEBRUIK VAN DE MACHINE
BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
6.1 VOORAFGAANDE WERKZAAMHEDEN
Alvorens te beginnen met werken dienen er enkele controles en handelingen uitgevoerd te worden om er zeker van te zijn dat het werk op de meest nuttige en veilige manier zal verlopen:
1. verzeker u ervan dat de accu
niet in zijn huizing zit;
2. plaats de machine horizontaal
en stevig op het terrein;
3. stel de machine ergonomisch en
functioneel af op de lichaamslengte van de gebruiker en het soort werkzaamheden (par. 6.1.1 - par. 6.1.4);
4. controleer de accu (par. 6.1.5).NL - 11
6.1.1 Regeling van de voorste handgreep
1. Maak de klem los (Afb. 11.A);
2. laat de voorste handgreep naar
de meest ergonomische positie voor de bediener glijden;
3. zet de klem vast.
6.1.2 Afstelling van de lengte
volgens de richting aangegeven door het pijltje - open slot;
2. trek of duw aan de staaf (Afb. 12.B) om
de gewenste lengte te verkrijgen;
3. na de regeling, moet men de knop
stevig aandraaien in de richting van het pijltje - gesloten slot.
6.1.3 Richting van de snij-inrichting
Door de positie van de maai-inrichting te veranderen, kunt u van de modus grasmaaier naar de modus trimmer overschakelen en omgekeerd. Voor gebruik als trimmer: – Druk op de toets (Afb. 13.A); – draai de maai-inrichting 90° (Afb. 13.B), en verzeker u ervan dat ze in deze stand geblokkeerd blijft. Voer deze handeling steeds uit wanneer de machine en de maai-inrichting stilstaan.
6.1.4 Bijstelling van de aanwijzer
van de maailimiet – Draai de aanwijzer van de maailimiet naar voren (Afb. 14.A) wanneer u nabij bomen, stoepranden of omheiningen werkt, om te vermijden er met de maai-inrichting tegen te stoten.
6.1.5 Controle van de accu
Voor eender welk gebruik: – de status van de accu controleren volgens de aanwijzingen in de handleiding van de accu.
6.1.6 Gebruik van de accuhouder
1. Plaats de accu in een van de zittingen
van de accuhouder (Afb. 8) en duw aan tot u een "klik" hoort die aangeeft dat de accu op zijn positie vast zit en het elektrisch contact verzekerd is;
2. Sluit de kabel aan op de houder in de
specieke aansluiting (Afb. 9.A) en draai tot u een "klik" hoort die aangeeft dat de accu op zijn positie vast zit en het elektrisch contact verzekerd is;
3. regel de bretellen en sluit het
draagstel vooraan (Afb. 15).
6.2 VEILIGHEIDSCONTROLES
Voer de volgende veiligheidscontroles uit en controleer of de resultaten overeenstemmen met wat aangegeven is in de tabellen. Voer steeds de veiligheidscontroles uit vooraleer de machine te gebruiken.
6.2.1 Algemene controle
Object Resultaat Handgrepen (Afb. 1.E) Gereinigd, afgedroogd, correct en stevig aan de machine bevestigd. Bescherming van de maai-inrichting (Afb. 1.D) Correct en stevig bevestigd aan de machine, niet versleten of beschadigd. Schroeven van de machine Goed vastgedraaid (niet los) Snij-inrichting (Afb. 1.C) schoon, niet beschadigd of versleten Accu (Afb. 1.G) Geen schade aan het omhulsel, geen lekken van vloeistoen Doorgangen van de koellucht (par 7.3) Niet verstopt Machine Geen tekens van beschadiging of slijtage Versnellingshendel (Afb. 10.A), veiligheidshendel versnelling (Afb. 10.B) De beweging moet vrij zijn, zonder verklemmingen. Rijtest Geen abnormale trillingen. Geen abnormaal geluidNL - 12
6.2.2 Test werking van de machine
1. Plaats de accu in zijn
veiligheidsknop (Afb. 10.C) De led (Afb. 10.D) moet nu oplichten (elektrisch circuit ingeschakeld).
2. druk tegelijkertijd de
bedieningshendel voor versnelling (Afb. 10.A) en de beveiligingshendel voor versnelling in (Afb. 10.B);
versnellingshendel (Afb. 10.A)en de beveiligingshendel voor versnelling (Afb. 10.B) los.
1. Het maaimechanisme
3. De hendels moeten
automatisch en snel naar de neutrale stand terugkeren en de maai-inrichting moet stilvallen. Druk enkel de bedieningshendel in (Afb. 10.A). De versnellingshendel blijft geblokkeerd. Indien eender welke van deze resultaten verschilt van wat aangegeven is in de volgende tabellen, mag de machine niet gebruikt worden! Breng de machine naar een dienstcentrum voor de nodige controles en herstelling.
6.3.1 Start met accu
1. Zorg ervoor dat de maai-inrichting
niet in aanraking komt met het terrein of met andere voorwerpen;
2. plaats de accu correct in zijn
zitting (Afb. 16.A) (par. 7.2.3);
3. druk tegelijkertijd de bedieningshendel
voor versnelling (Afb. 10.A) en de beveiligingshendel voor versnelling in (Afb. 10.B). OPMERKING Bij iedere start wordt er automatisch nieuwe draad vrijgegeven (par. 6.4.2).
6.3.2 Start met accusimulator
1. Zorg ervoor dat de maai-inrichting
niet in aanraking komt met het terrein of met andere voorwerpen;
2. plaats de accusimulator correct in zijn
zitting op de machine (Afb. 16.J)
3. maak de aansluitkabel vast aan
via de schakelaar (Afb. 9.B);
5. druk op de veiligheidsknop (Afb. 10.C);
6. schakel gelijktijdig de bedieningshendel
van het mes (Afb. 10.A) en de veiligheidsschakelaar (Afb. 10.B) in.
OPMERKING Vooraleer de eerste keer te gaan maaien, moet men vertrouwd raken met de machine en met de meest gepaste maaitechnieken, neem de machine stevig vast en voer de vereiste handelingen uit. Doe als volgt om met de machine te werken: – houd de machine steeds stevig vast met twee handen, en houd de maai- inrichting onder de gordelhoogte. OPMERKING Tijdens het werk, is de accu tegen volledige ontlading beschermd door een beschermingssysteem dat de machine uitschakelt en de werking ervan blokkeert. OPMERKING De autonomie van de accu (en dus de oppervlakte van de vegetatie die gesneden kan worden alvorens de accu weer op te laden) wordt beïnvloed door verschillende factoren, beschreven in (par. 7.2.1). OPMERKING De machine schakelt, indien ingeschakeld, na een minuut van inactiviteit automatisch uit.
6.4.1 Werktechnieken
Gebruik ALLEEN nylondraad. Het gebruik van metalen draden, geplasticeerde metaaldraad of draad die niet geschikt is voor de kop, kan ernstige verwondingen veroorzaken. a. In beweging snijden (Maaien) – Verzeker u ervan dat de maai-inrichting in werkwijze grasmaaier staat (par. 6.1.3);NL - 13 – ga met een correcte houding te werk, met een boogbeweging zoals bij traditioneel maaien, zonder de draadhouder over te hellen (Afb. 17). Probeer de juiste maaihoogte eerst uit in een kleine zone, om een uniform maairesultaat te verkrijgen door de draadhouder op een constante afstand van het grondoppervlak te houden. Voor zwaarder werk, kan het handig zijn de draadhouder ongeveer 30° naar links te laten hellen. Doe dit niet wanneer voorwerp kunnen wegspringen die personen of dieren kunnen verwonden of schade kunnen aanrichten. b. Precisiesnijden (Recht afsnijden) Houd de machine lichtjes schuin zodat de onderkant van de draadhouder niet in aanraking komt met het terrein en de snijlijn zich op het gewenste punt bevindt, waarbij het maaimechanisme altijd ver van de gebruiker gehouden wordt. c. Maaien nabij omheiningen / funderingen – Stel de aanwijzer van de maailimiet af (indien voorzien, par. 6.1.4); – Nader met de draadhouder langzaam de omheining, paaltjes, stenen, muren, enz. zonder kracht toe te passen (Afb. 14). Wanneer de draad een omvangrijke hindernis raakt kan hij breken of verslijten; wanneer hij blijft steken in een omheining, kan hij bruusk afknakken. In elk geval kan het snijden rond trottoirs, funderingen, muren, enz. een overmatige slijtage van de draad veroorzaken. d. Maaien rond bomen – Stel de aanwijzer van de maailimiet af (indien voorzien, par. 6.1.4); – loop rond de boom van links naar rechts en nader de stam langzaam om er niet met de draad tegen te komen; houd de draadhouder een beetje naar voren gekanteld. Hou er rekening mee dat de nylondraad kleine heesters kan doorsnijden of beschadigen en dat het contact tussen de nylondraad en de stam van heesters of bomen met een zachte schors de plant ernstig kan beschadigen.
6.4.2 Automatische vrijgave van de draad
Deze machine is uitgerust met een draadhouder met automatische vrijgave van de draad. Om nieuwe draad vrij te geven:
1. de machine stopzetten (par. 6.6);
2. wacht twee seconden en
herstart de machine. De maai-diameter is op 30 cm ingesteld. Herhaal de procedure tot de draad reikt tot aan de draadsnijder (Afb. 18.A), die vervolgens de eventuele overtollige lengte zal afsnijden.
6.5 SUGGESTIES VOOR HET GEBRUIK
Men raadt aan, tijdens het gebruik het gras dat zich rond de machine wikkelt, regelmatig te verwijderen, om de oververhitting van de motor te vermijden (Afb. 1.A), die te wijten zou zijn aan het gras dat onder de beveiliging van de maai-inrichting verklemd geraakt (Afb. 1.D). Ga als volgt te werk: – de machine stopzetten (par. 6.6); – de accu verwijderen (par 7.2.2); – werkhandschoenen dragen; – het gras verwijderen met een schroevendraaier, om ervoor te zorgen dat de motor correct afgekoeld wordt.
Na de machine stopgezet te hebben, moet men enkele seconden wachten vooraleer de maai- inrichting tot stilstand komt. BELANGRIJK De machine steeds stoppen tijdens verplaatsingen tussen werkzones.
6.7.1 Na het gebruik met de accu
- De accu uit zijn zitting halen en opladen (par 7.2.2).
- Laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen.
- Reinig de machine (par. 7.3).
- Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum.NL - 14
6.7.2 Na het gebruik met accusimulator
1. Positioneer de keuzeschakelaar van
de accuhouder (Afb. 9.B) op "OFF";
2. verwijder de accusimulator van
de machine (Afb. 19.J);
3. verwijder de accuhouder;
4. koppel de aansluitkabel los van
de accusimulator (Afb. 19.I) en van de zak (Afb. 9.A)
5. haal de accu uit de zak (Afb. 20)
en laad ze op (par. 7.2.2);
6. laat de motor eerst afkoelen vóór
de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen;
7. reinig de machine (par. 7.3);
8. Controleer of er geen onderdelen los
of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum. BELANGRIJK Verwijder altijd de accu (par 7.2.2) wanneer de machine ongebruikt of onbewaakt gelaten wordt.
BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen. Vooraleer eender welke ingreep voor onderhoud aan te vangen:
- de accu uit zijn zitting halen en opladen (par 7.2.2);
- laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen;
- draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril;
- lees de desbetreende instructies. – De frequenties en de soorten ingrepen zijn samengevat in de "Tabel Onderhoud" (hst. 13). Het doel van de tabel is om uw machine een optimale conditie te laten behouden. Hierin staan de voornaamste ingrepen en de tijden waarop ze uitgevoerd moeten worden. Voer de desbetreende handeling uit in functie van de eerstkomende vervaldatum. – Het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren kan negatieve gevolgen hebben op de werking en de veiligheid van de machine. De fabrikant wijst alle aansprakelijkheid af in geval van schade of letsels veroorzaakt door die producten. – De originele wisselstukken worden geleverd door de geautoriseerde dienstcentra en wederverkopers. BELANGRIJK Alle werkzaamheden voor onderhoud en afstelling die niet in deze handleiding beschreven zijn, moeten uitgevoerd worden door uw Wederverkoper of door een gespecialiseerd Centrum.
De autonomie van de accu (en dus de oppervlakte van de vegetatie die bewerkt kan worden alvorens de accu weer op te laden) hangt hoofdzakelijk af van: a. omgevingsfactoren, die leiden tot een grotere energiebehoefte: – maaien bij dikke, hoge, vochtige begroeiing; b. gedrag van de bediener, die moet vermijden: – de machine vaak aan- en uit te schakelen tijdens het werken; – gebruik van een snijtechniek die niet is bestemd voor het uit te voeren werk (par. 6.4.1). Om de autonomie van de accu te optimaliseren, raadt men aan:
- het gras te snijden wanneer het droog is;
- de techniek te gebruiken die het meest geschikt is voor het uit te voeren werk (par. 6.4.1). Indien men de machine met langere werkbeurten wenst te gebruiken dan wat mogelijk is met de standaard-accu, kan men:
- een tweede standaard-accu kopen om de platte accu onmiddellijk te vervangen, zonder de continuïteit in het gedrang te brengen;
- een accu kopen met grotere autonomie dan de standaard-accu (par. 15.1).
7.2.2 Verwijdering en opladen van de accu
1. Druk op de blokkeerknop in de accu op
de machine (Afb. 19.A) of in de accu op de zak (Afb. 20. A) (indien voorzien);
2. verwijder de accu van de machine
(Afb. 19.B) of uit de accuhouder (Afb. 20.B) (indien voorzien);NL - 15
3. Schuif de accu (Afb. 21.A) in de behuizing
van de acculader (Afb. 21.B);
4. sluit de acculader (Afb. 21.B) op een
stopcontact aan, met een spanning die overeenkomt met hetgeen op het plaatje is aangegeven.
5. laad de accu volledig op, en volg hierbij
de in het instructieboekje van de accu / acculader opgevoerde aanwijzingen. OPMERKING De accu is voorzien van een bescherming die de herlading ervan verhindert indien de omgevingstemperatuur niet tussen 0 en +45°C is. OPMERKING De accu kan op eender welk moment, ook gedeeltelijk, opgeladen worden, zonder risico op beschadiging.
1. verwijder de accu (Afb. 22.A) uit zijn
zitting in de acculader (Afb. 22.B) (vermijd de accu te lang in de oplader te laten, na vervollediging van de lading);
2. ontkoppel de acculader (Afb. 22.C)
van het elektrisch netwerk;
3. plaats de accu in de zitting op de machine
(Afb. 23.B) of in een van de zittingen van de accuhouder (Afb. 8) (indien voorzien);
4. duw de accu aan tot u een "klik" hoort die
aangeeft dat de accu op zijn positie vast zit en het elektrisch contact verzekerd is.
- Reinig de machine steeds na gebruik met een schone en met een neutraal reinigingsmiddel bevochtigd doek.
- Verwijder alle sporen van vochtigheid met een zachte en droge doek. Vochtigheid kan leiden tot risico op elektrocutie.
- Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of oplosmiddelen om de plastic delen of de handgrepen te reinigen.
- Houd, om risico voor ontbranding te verminderen, de machine, en in het bijzonder de motor vrij van resten gras, bladeren of teveel vet.
- Om oververhitting en schade aan de motor of aan de accu te vermijden, moet men zich er steeds van verzekeren dat de zuigroosters van de koellucht schoon en vrij van afval zijn.
- Gebruik geen waterstralen en vermijd de motor en de elektrische onderdelen nat te maken.
- Houd de schroeven en moeren goed vastgedraaid, om er zeker van te zijn dat de machine altijd veilig werkt.
- Controleer regelmatig of de handgrepen stevig bevestigd zijn.
8. BUITENGEWOON ONDERHOUD
Vooraleer eender welke ingreep voor onderhoud aan te vangen:
- de accu uit zijn zitting halen en opladen (par 7.2.2);
- laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen;
- draag geschikte kledij, werkhandschoenen en een beschermende bril;
- lees de desbetreende instructies. Let op! Gevaar voor letsel vanwege bewegende delen!
8.1 ONDERHOUD VAN HET
MAAIMECHANISME Op deze machine is het gebruik voorzien van maaimechanismen met de code die aangegeven is in de tabel Technische Gegevens. Gezien de ontwikkeling van het product, kunnen het maaimechanismen aangegeven in de Technische Gegevens in de loop van de tijd vervangen worden door andere, met soortgelijke eigenschappen voor wat betreft verwisselbaarheid en functionele veiligheid. Raak de maai-inrichting niet aan voordat de accu verwijderd is en de maai-inrichting volledig stilstaat.
8.1.1 Vervanging van het spoel
1. Druk op de twee lipjes aan de
zijkanten (Afb. 24.A) en verwijder de afdekking (Afb. 24.B);
2. verwijder de spoel (Afb. 24.C);
3. voer de nieuwe spoel (Afb. 25.A)
in en zorg ervoor het uiteinde vanNL - 16 de draad uit de opening van de draadhouder steekt (Afb. 25.B);
4. Hermonteer het deksel (Afb. 25.C)
door de twee lipjes aan de zijkanten (Afb. 25.D) in de openingen van de draadhouder te voeren (Afb. 25.E).
8.1.2 Vervanging van de draad
1. Verwijder het spoel (par. 8.1.1);
2. verwijder de draad die binnenin gebleven is;
3. gebruik enkel draad met doorsnede 1,6
mm en snijd een lengte van 3 m af.
4. lijn de draden die uit de twee
openingen komen gelijkmatig uit;
5. Steek een uiteinde van de daad in de
opening binnenin de spoel (Afb. 26.A) tot hij uitsteekt uit het gat aan de andere zijde;
6. rol de draad rechtsom op, zoals aangegeven
door de pijltjes (Afb. 26.B) en laat hem ongeveer 15 cm uit de spoel steken;
7. haak de draad vast aan een van
de bevestigingspunten (Afb. 26.C) die voorzien zijn op het spoel;
8. herplaats het spoel en hermonteer
het deksel (hst. 8.1.1).
8.2 BIJSLIJPEN VAN DE DRAADSNIJDER
1. Verwijder de draadsnijder (Afb. 18.A)
uit de bescherming van de maai- inrichting (Afb. 18.B), door de schroeven (Afb. 18.C) los te draaien;
2. zet de draadsnijder vast in een
bankschroef en vijl met behulp van een platte vijl. Zorg ervoor dat de originele snijhoek behouden blijft;
3. monteer de draadsnijder (Afb. 18.A)
opnieuw op de bescherming van de maai-inrichting (Afb. 18.B).
BELANGRIJK De in acht te nemen veiligheidsnormen worden beschreven in hst. 2. Neem deze aanwijzingen strikt in acht om geen ernstige risico's of gevaren te lopen.
9.1 STALLING VAN DE MACHINE
Wanneer de machine gestald moet worden:
- de accu uit zijn zitting halen en opladen (par 7.2.2);
- laat de motor eerst afkoelen vóór de machine in elke willekeurige ruimte op te bergen;
- reinig de machine (par. 7.3);
- Controleer of er geen onderdelen los of beschadigd zijn. Vervang, indien nodig, de beschadigde onderdelen en klem eventueel schroeven en moeren die losgekomen zijn weer vast of neem contact op met het geautoriseerde dienstcentrum.;
- Berg de machine op: – in een droge omgeving; – beschermd tegen slechte weersomstandigheden; – buiten bereik van kinderen; – na zich ervan verzekerd te hebben de sleutels of gereedschappen die voor het onderhoud gebruikt werden, verwijderd te hebben.
9.2 STALLING VAN DE ACCU
De accu moet in op een schaduwrijke, frisse plaats bewaard worden, waar er geen vochtigheid is. OPMERKING In geval van langdurig niet- gebruik, moet men de accu om de twee maanden opladen, om de duur ervan te verlengen.
10. HANTERING EN TRANSPORT
Telkens wanneer de machine verplaatst of vervoerd moet worden, is het noodzakelijk: – de machine stopzetten (par. 6.6); – de accu uit zijn zitting te halen en opladen (par. 7.2.2); – stevige werkhandschoenen dragen; – de machine alleen vast te nemen aan de handgrepen en de snoei- inrichting in de richting tegenover de loop- of rijrichting te houden. Wanneer men de machine met een wagen vervoert, moet men: – de machine zo plaatsen dat ze geen gevaar veroorzaakt.
11. ASSISTENTIE EN HERSTELLINGEN
Deze handleiding verstrekt alle gegevens die u nodig hebt om de machine te kunnen gebruiken en om er op de juiste manier eenvoudige onderhoudswerkzaamheden aan te kunnen verrichten, die de gebruiker zelf kan uitvoeren. Alle afstellingen en onderhoudshandelingen die niet beschreven zijn in deze handleiding moeten uitgevoerd worden door uw Verkoper of in een gespecialiseerd Centrum dat beschikt over de nodige kennis en uitrustingen om de werken correct uit te voeren, met respect voor het oorspronkelijk niveau van veiligheid van de machine.NL - 17 Handelingen die in niet geschikte structuren of door onbekwame personen uitgevoerd werden, doen elke vorm van garantie en alle verplichtingen of aansprakelijkheid van de Fabrikant vervallen.
- Enkel de geautoriseerde dienstencentra mogen de herstellingen en onderhoudsingrepen in garantie uitvoeren.
- De geautoriseerde dienstencentra gebruiken enkel originele wisselstukken. De originele wisselstukken en toebehoren werden speciaal voor de machines ontwikkeld.
- Niet originele wisselstukken en toebehoren zijn niet goedgekeurd, het gebruik van niet originele wisselstukken en toebehoren leidt tot verval van de garantie.
- Men raadt aan de machine eens per jaar aan een geautoriseerd dienstcentrum toe te vertrouwen voor het onderhoud, assistentie en controle van de veiligheidsinrichtingen.
De garantie dekt alle defecten van het materiaal en van de fabricatie. De gebruiker moet aandachtig de aanwijzingen volgen die in de bijgevoegde documentatie verschaft is. De garantie geldt niet voor schade te wijten aan:
- onvoldoende kennis van de vergezellende documentatie;
- onjuiste of niet-toegestane toepassing en montage;
- gebruik van niet-oorspronkelijke vervangingsonderdelen;
- Gebruik van toebehoren dat niet door de fabrikant verschaft of goedgekeurd werd. Deze garantie geldt bovendien niet voor:
- Normale slijtage van verbruiksmateriaal zoals maai-inrichtingen, veiligheidsbouten; normale slijtage. De aankoper is beschermd door de nationale wetten van zijn eigen land. De rechten van de koper die voorzien zijn in de nationale wetten van zijn eigen land zijn op geen enkele wijze beperkt door deze garantie.
Ingreep Frequentie Opmerkingen MACHINE Controle van alle bevestigingen Vóór eender welk gebruik par. 7.4 Veiligheidscontroles / Controle van de commando's Vóór eender welk gebruik par. 6.2 Controle van de bescherming van het maaimechanisme. Vóór eender welk gebruik par. 6.2.1 Controle van de maai-inrichting Vóór eender welk gebruik par. 6.2.1 Controle van de staat van de lading van de accu Vóór eender welk gebruik * Herlading van de accu Aan het einde van ieder gebruik par. 7.2.2
Reiniging van de machine en van de motor Aan het einde van ieder gebruik par. 7.3 Controle van eventuele schade aan de machine. Contacteer, indien nodig, het geautoriseerde dienstcentrum. Aan het einde van ieder gebruik
- Raadpleeg de handleiding van de accu/acculader.NL - 18
bedieningshendel van de versnelling en de veiligheidsschakelaar van de versnelling ingeschakeld, start de machine niet en draait de maai-inrichting niet Geen accu of accu niet correct geplaatst Verzeker u ervan dat de accu goed geplaatst is (par. 7.2.3) Accu plat Controleer de ladingsstaat en herlaad de accu (par. 7.2.2) De verwijderbare staaf is niet volledig of correct in haar zitting geplaatst Verzeker u ervan dat de scheidbare staaf correct gemonteerd en geplaatst is (par. 4.2) Defecte versnellingshendel / veiligheidshendel Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum. Machine beschadigd Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum.
van de motor Gras verklemd onder de bescherming van de maai-inrichting; Verwijder het verklemde gras (par. 6.5)
3. Het gras wordt rond
de huizing van de motor en aan de draadhouder opgehoopt Het hoge gras wordt te dicht bij de grond gemaaid Maai het gras met een beweging van boven naar beneden, om te vermijden dat het zich ophoopt.
niet vrijgegeven bij de werkwijze automatische vrijgave De draad kleeft vast aan zichzelf Smeer in met een silicone-spray Niet voldoende draad op de spoel of draad ten einde Vervang het spoel (hst. 8.1.1) of de draaf (hst. 8.1.2) De draad is versleten of te kort Laat de draad handmatig vrij (hst. 6.4.2) De draad is verward op de spoel of binnenin gebroken Haal de draad van de spoel en wikkel hem weer op (hst. 8.1.2)
5. Het maaimechanisme
komt in aanraking met een vreemd voorwerp. - Stop de machine, verwijder de accu en: - controleer de schade; - controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast.; - voer de vervangingen of herstellingen uit bij een geautoriseerd centrum.
6. Men hoort overdreven
geluiden en/of trillingen tijdens het werk Losgekomen of beschadigde delen. Stop de machine, verwijder de accu en: - controleer de schade; - controleer of er delen losgekomen zijn en schroef ze weer vast.; - voer de vervangingen of herstellingen uit bij een geautoriseerd centrum.
7. Er komt rook uit de
machine tijdens de werking Machine beschadigd Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum.
van de accu Zware gebruiksconditie met grotere stroomabsorptie Optimaliseer het gebruik (par. 7.2.1) Accu niet voldoende voor de werkbehoeften Gebruik een tweede accu of een sterkere accu (par. 15.1) Verslechtering van de capaciteit van de accu Koop een nieuwe accuNL - 19
de accu niet op Accu niet correct geplaatst in de acculader Controleer of de accu correct geplaatst is (par. 7.2.3) Niet geschikte omgevingscondities Herlaad de accu in een omgeving met geschikte temperatuur (zie handleiding van de accu/acculader) Vuile contacten Reinig de contacten Geen spanning aan de acculader Controleer of de stekker in het stopcontact steekt en of er spanning aanwezig is in het stopcontact Defecte acculader Vervangen met een origineel wisselstuk
Indien het probleem aanhoudt, raadpleeg de handleiding van de accu / acculader
10. Het controlelampje
(Afb. 10.E) blijft continu branden Negatieve uitkomst zelftest Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum.
11. Het controlelampje
(Afb. 10.E) blijft knipperen Communicatiefout van de accu Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum. Rotor geblokkeerd Gebruik de machine in geen geval. Stop de machine onmiddellijk, verwijder de accu en contacteer een Dienstcentrum. Stroom-overbelasting Gebruik van de machine optimaliseren. Mochten de problemen aanhouden na de toepassing van de bovengenoemde remedies, dan dient er contact te worden opgenomen met uw Verkoper.
Er zijn accu's met verschillende vermogens beschikbaar, aangepast aan specieke werkvereisten (Afb. 27). De lijst van de voor deze machine gehomologeerde accu's bevindt zich in de tabel 'Technische Gegevens'.
Inrichting voor het opladen van de accu: snel (Afb. 28.A), standaard (Afb. 28.B).
Inrichting die de zitting van twee batterijen mogelijk maakt en de elektrische stroom levert die nodig is voor de werking van de machine. De houder is voorzien van een kabel voor de aansluiting op de machine (Afb. 1.I) en van een keuzeschakelaar (Afb. 9.B) voor de selectie van een van de twee accu's (stand "1" en "2") en "OFF".
Inrichting die, indien in de zitting van de machine geplaatst, het gebruik van de accuhouder mogelijk maakt.NO - 1 ADVARSEL!: LES DENNE BRUKSANVISNINGEN NØYE FØR DU BRUKER MASKINEN. Må oppbevares til senere bruk.
2. Verklaart onder zijn eigen
verantwoordelijkheid dat de machine: Graskantenrijder - Grasmaaier a) Type / Basismodel c) Serienummer d) Motor: accu
3. Voldoet aan de specificaties van de
richtlijnen: e) Certificatie-instituut
4. Verwijzing naar de Geharmoniseerde
normen g) Gemeten niveau van geluidsvermogen h) Gegarandeerd niveau van geluidsvermogen j) Netto geïnstalleerd vermogen n) Bevoegd persoon voor het opstellen van het Technisch Dossier o) Plaats en Datum
Notice-Facile