ST 124 - Sneeuwblazer HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ST 124 HUSQVARNA in PDF-formaat.
| Technische specificaties | HUSQVARNA ST 124 sneeuwblazer, benzinemotor, werkbreedte van 61 cm, sneeuwverwijderingshoogte van 51 cm. |
|---|---|
| Motortype | 4-takt motor, cilinderinhoud van 208 cm9. |
| Vermogen | Nominaal vermogen van 5,5 kW bij 3600 tpm. |
| Gewicht | Totaalgewicht van 75 kg. |
| Gebruik | Ideaal voor het sneeuwvrij maken van opritten, trottoirs en kleine oppervlakken. Gemakkelijk te manoeuvreren dankzij de wielen. |
| Onderhoud | Controleer regelmatig de motorolie, reinig het luchtfilter en inspecteer de messen. |
| Veiligheid | Draag een veiligheidsbril en handschoenen. Richt de luchtstroom niet op mensen of dieren. |
| Algemene informatie | 2 jaar garantie, reserveonderdelen beschikbaar, gebruiksaanwijzing inbegrepen. |
Veelgestelde vragen - ST 124 HUSQVARNA
Gebruikersvragen over ST 124 HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Sneeuwblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST 124 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST 124 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING ST 124 HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing 107-123
ET Kasutusjuhend 124-139
| Inhoud | ||
| Inleiding | 107 | Probleemoplossing |
| Veiligheid | 108 | Vervoer, opslag en verwerking |
| Montage | 113 | Technische gegevens |
| Werking | 114 | Verklaring van overeenstemming |
| Onderhoud | 116 | Bijlage |
Inleiding
Productverzicht
(Fig. 1)
- Inschakeling van de vijzel
- Besturingshendel rijnselheid
- Bedieningspaneel
- Vijzelkabel
- Regeling van uitworprotor
- Deflector
- Reinigingstool
- Vijzelbehuiizing
- Vijzels
- Glijplaat
- Band
- Olievulling
- Motor
- Onderste handgreep
- Besturingsstang rijsnelheid
- Aandrijfkabel
- Terugloopstarhendel
- Inschakeling van de aandrijving
- Handgrepen
- Ontstekingspatroon
- Choke
- Brandstofschakelaar
- Aan/uit-sleutel
- Gebruikershandleiding
Productbeschrijving
Dit product is een sneeuwruimer waarmee sneeuw van de grond kan worden verwijderd.
Gebruik
Dit product kan worden gebruikt om sneeuw te verwijderen van velden, wegen, laden en opritten.
Gebruik het Niet op hellingen met een grotere hellingshoek dan 15^ . Gebruik het product Niet op terreinen waar veel pauin, vuil en uitstekende stenen aanwezigহn.
Symbolen op het product
Let op: Neem contact op met de distributeur om beschadigde stickers te lien verrangen.
(Fig. 2) Waarschuwing.
(Fig. 3) Lees de bedieningshandleiding.
(Fig. 4)
(Fig. 5) Warm oppervlak.
(Fig. 6) Risico op brand.
(Fig. 7) Choke.
(Fig. 8) Trek aan de startkoordhendel.
(Fig. 9) Adem geen uitlaatgassen van de motor in.
(Fig. 10) Steek geen lichaamsdelen in de uitworptrechter of de vijzelbehuizing wanner de vijzels draaien.
(Fig. 11) Stop de motor voordat u sneeuw uit de uitworptrechter verwijdert. Gebruik de reinigingstool om sneeuw te verwijderen; doe dit nicht met de hand.
(Fig. 12)
(Fig. 11) Houd uw handen uit de buurt van deuitworptrechter.
(Fig. 13) Er kuren objecten uit het product worden geslingerd.
(Fig. 14) Houd omstandersuitdebuurt van het productalsdit in gebruikis.
(Fig. 15) Verwijder de sleutel voor onderhoud.
(Fig. 16) Zet de aan/uit-sleutel in de stand RUN.
(Fig. 17) Zet de brandstofschakelaar in de stand AAN.
(Fig. 18) Druk op deprimerbalg.
(Fig. 19) Valrisico.
(Fig. 20) Beweeg langzaam maarachten.
(Fig. 21) Draag goedgekeurde veiligheidshandschoenen.
(Fig. 22) Draag een veiligheidshelm. Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Gebruik goedgekeurde oogbescherming.
(Fig. 23) Geluidsemissiesaar de omgeving volgens de Europese richtlijn 2000/14/EG en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017".De geluidsemissiegegevens vindt u op het machinelabel en in het hoofdstuk Technische gegevens.
(Fig. 24) Dit product voldoet aan de geldende EG-richtlijnen.
(Fig. 25) Dit product voldoet aan de geldende VKregelgeving.
Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor bepaalde markten.
Euro V-emissies

WAARSCHUWING: De EU-typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden.
Fabrikant
Husqvarna AB
Schade aan het product
We zich nicht verantwoordelijk voor schade aan ons product als:
- het product Niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die nicht van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die nicht zich goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat Niet afkomstig is van de fabrikant of Niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product Niet is gerepareererd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Veiligheid
Veiligheidsdefinities
De onderstaande definities geben de mate van ernst\ weer voor elk trefwoord.

WAARSCHUWING: Letsel aan personen.

OPGELET: Schade aan het product.
Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik.
Bedieningsinstructies voor veilig gebruik van duwsneuwblazers
Algemeen
Deze machine kan handen en voeten amputeren en voorwerpen wegslingeren. Het Niet in ache nemen van de volgende veiligheidsinstrumenties kan ernstig letsel tot gevolg hebben.
Opleiding
- U dient alle instructies op de machine en in de handleiding(en) te lezen, te begrijpen en op te volgen alvorens de machine in gebruik te nemen. Zorg ervoor dat u volledig vertrouwd bent met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. Zorg ervoor dat u weet hoe u de machine snel要去 stoppen en de bedieningselementen要去 uitschakelen.
- Laat de machine nooit door kinderen bedieren. Laat volwassenen de machine nooit gebruiken als zij Niet goed in het gebruik ervan zijn geinstrueerd.
- Laat geen mensen toe in uw werkgebied; dit geldt vooral voorkleine kinderen.
- Voorkom dat uuitglijdt of valt, met name als u de machine in haar achechteruit gebruikt.
Voorbereiding
- Onderwerp het gebied waar de machine gebruikt gaat worden aan een grondige inspectie en verwijder alle deurmatten, sleeën, ski's, draden en andere voorwerpen.
- Ontkoppel alle koppelingen enplaats de machine in de neutrale stand alvorens de motor te starten.
- Gebruik de machine nicht wanneer u geen geschiktte winterkleding draagt. Draag geen wijde kleding die verstrikt kan raken in bewegende delen. Draag schoeisel dat de stabiliteit op gladde oppervlakken verbetert.
- Draagijdens het gebruik of bij het afstellen of repareren van de machine algid een veiligheidsbril of een gelaatsschem, om de ogen te beschemmen gegen voorwerpen die mogelijk uit de machine worden geworpen.
-
Ga voorzichtig om met brandstof; deze is uiterst brandbaar.
-
Gebruik een jerrycan die is goedgekeurd voor brandstoffen.
Tank de machine nooit af bij draaiende motor of als de motor nog heet is.
Tank de machine algid buiten af en ga hierbij uiterst zorgvuldig te werk. Tank de machine nooit binnen af.
Vul jerrycans nooit binnen een voertuig of op de vloer van een vrachtwagen of aanhanger als deze met kunststof is afgewerkt. Zet jerrycans voor het vullen.altijd op de grond,uit de buurt van uw auto. - Plaats als dit practisch möglich is, op benzine draaiende machines eerst van de vrachtwagen of aanhanger op de grond en tank de machines op de grond af. Als dit Niet möglich is, verdient het de voorkeur de machines op een aanhanger af te tanken met behulp van een draagbare jerrycan inplaats vanrechtstreeks via het vulpistool van een benzinepomp.
- Houd de tuit voortdurend in contact met de rand van de brandstoftank of de jerrycanopening, totdat het aftanken is voltooid. Gebruik geen automatische sluitklep.
- Plaats de benzinedop zorgvuldig terug en neem gemorste brandstof op.
-
Als u brandstof op uw kleding knoeit, trek dan onmiddelijk andere kleding aan.
-
Gebruik voor alle machines met elektrische startmotor verlangkabels en contactdozen zoals gespecificeerd door de fabrikant.
- Stel de hoogte van de opvangbakbehuizing zodanig af dat deze een oppervlak van grind of gebroken steenslag Niet raakt.
- Probeer nooit installingen te wijzigen verwijl de motor loopt (behalte wanner dit specifiek door de fabrikant worden geadviseerd).
Werking
- Plaats geen handen of voeten in de buurt van of onder draaiende delen. Blij algijd uit de buurt van de afvoeropening.
- Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine gebruikt op met grind bedekte opritten of pauen, of als u een dergelijkke ondergrond kruist. Blijf alert op verborgen gezaren of bij het gebruik in de buurt van openbare wegen.
- Ga na het raken van een vreemd voorwerp als volgt te werk: stop de motor, koppel de kabel los van de bougie, koppel bij elektrische machines de voeding los, inspecteer de sneeuwblazer grondig op eventuele schade en repareer de schade alvorens de sneeuwblazer opnieuw te starten en te gebruiken.
- Als de machine abnormaal begint te trillen, stop dan de motor en probeer onmiddelijk te achechterhalen wat de oorzaak is. Trilling is over het algemeen een voorteken van problemen.
- Schakel de motor alttijd uit als u de werkstand verlaat, voordat u de verstope opvangbak-/ rotorbehuing of uittworptrechter schoonmaakt en tijdens het repareren, afstellen of inspectoren van de machine.
- Laat de motor Niet binnen lopen, behalte bij het starten van de motor en voor het transport van sneeuwblazer in of uit het gebouw. Open de buitendeuren; uitlaatgassen zijn gevaarlijk.
- Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine op hellingen gelebruikt.
- Gebruik de machine nooit zonder dat de juiste beschemkappen en andere verilgheidsvoorzieningen zijn aangebracht en functioneren.
- Richt de uitworp nooit op mensen of opplaatsen waar schade aan eigendommen kan ontstaan. Houd kinderen en andere Personen uit de buurt.
- Verg Niet te veel van de capaciteit van de machine door te veel sneeuw tegelijk te wilnen verwijderen.
- Gebruik de machine nooit bij te hoge transportsnelheden op gladde oppervlakken. Kijk achterom en ga behoedzaam te werk als u de machine in zichchteruit gebruikt.
- Ontkoppel de voeding maar de opvangbak/rotor als de machine worden getransporteerd of Niet in gebruik is.
- Gebruik uitsluitend hulpstukken en accessoires die zichen goedgekeurd door de fabrikant van de machine (zoals vielverzwaarders, contragewichten of cabins).
- Gebruik de machine nooit zichen goed zicht oflicht. Zorg er altiijd voor dat u stevig staat en de hendels stevig vasthoudt. U dient uitsluitend te lopen, nooit ter rennen.
- Raak een hete motor of demper nooit aan.
Een verstopte uitworptrechter schoonmaken
- Handcontact met de draaiende rotor binnen de uitworptrechter is de meest voorkomende oorzaak
van letsel in combinatie met sneeuwblazers. Gebruik nooit uw handen om de uitworp schoon te make.
-
Ga voor het schoonmaken van de uitworp als volgt te werk:
-
SCHAKEL DE MOTOR UIT!
- Wacht tien seconden om er zeker van teijken dat de rotorbladen Nieteer draaien.
- Gebruik.altijd een reinigingstool,iet uw handen.
Onderhoud en opslag
- Controller met regelmatige tussenpozen of breekpennen en overige bouten nog goed vastzitten, om er zeker van te zichn dat er veilig met de machine kan worden gewerkt.
- Wanner er nog brandstof in de tank zit, mag u de machine nooit stallen in een gebouw waar ontstekingsbronnen zoals boilers, verwarmingstoestellen, kledingdrogers en dergelijk aanwezig zich. Laat de motor afkoelen voordat u de machine opslaat in een afgesloten ruimte.
- Raadpleeg algijd de gebruiksaanwijzing voor belangrijke informatie wanner de sneeuwblazer voor langereijd要去 worden opgeslagen.
- Repareer of cervang de veiligheidslabsels waar nodig.
- Laat de machine enkele minuten na het uitwerpen van sneeuw draaien om bevriezing van de opvangbak/rotor te voorkomen.
- Stop de motor en verzeker u ervan dat de opvangbak/rotor en alle bewegende delen tot stilstand zich gekommen Alvorens de sneeuwblazer schoon te make, te repareren of te inspecteren. Koppel de bougiekabel los en leg de kabel UIT de buurt van de bougie om te voorkomen dat iemand de motor onbedoeld start.
Algemene veiligheidsinstructies
- Gebruik het product op de juiste manier. Onjuist gebruik leidt möglichk tot letsel of de dood. Gebruik het product uitsluitend voor de taken die in deze handleiding worden genoemd. Gebruik het product Niet voor andere taken.
- Volg de instructies in deze handleiding op. Volg de veiligheidssymbolen en veiligheidsinstructies op. Het Niet inucht nemen van de instructies en de symbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood.
- Gooi deze handleiding Niet weg. Gebruik de instructies voor het monteren, gebruiken en onderhonden van uw product. Gebruik de instructies voor een correcte installmentie van opzetstukken en accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde opzetstukken en accessoires.
-
Gebruik nooit een beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handleiding een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden要去en door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
-
Deze handleding kan Niet alle situatuies beschrijven die zich voor kuren doen wanneer u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product Niet en voer geen onderhoudwerkzaamheden aan het productuit als u Niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, serviceworkplaats of erkende servicepunt.
Koppel de bougiekabel los voordat u het product monteert, het product opslaught of onderhoudswerkzaamheden UITvoert. - Gebruik het product zich als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd. Vervang geen onderden van het product zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik alleen onderden die+zijn goedgekeurd door de fabrikant. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
- Adem geen dampen in van de motor. Langdurig inademen van de uitlaatgassen van de motor kan een gevaar voor de gezondheid opleveren.
- Start het product Niet in gesloten ruimtes of in de buurt van Licht ontvlambaar materiaal. De uitlaatgassen zijn heet en kuren vonden overzaken die tot brand kuren leiden. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Wanner u dit product gebruikt, genereert de motor een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gebruikt.
- Laat het product Niet door een kind bedieren. Laat het product Niet bedieren door Personen die de instructies Niet hebben gelezen.
- Zorg ervoor dat u Personen met een lichamelijke of geestelijkke beperking die het product gebruiken,.altijd in de gaten houdt. Er moet te allen tjnde een verantwoordelijkke volwassene aanwezig zich.
Berg het product op in een afgesloten ruimte die nicht toegankelijk is voor kinderen of onbevoegde personen. - Het product kan objekten uitwerpen en letselveroorzaken. Neem de veiligheidsinstrumenties in acht om het risico op letsel of de dood te verlagen.
- Blijf in de buurt van het product wanneer de motor is ingeschakeld.
- De gebruiker van het product is verantwoordelijk indien zich een ongeval voordoet.
- Kijk voordat en terwijl uশaar achteren loopt, maar achteren en omlaag, zodat ukleine kinderen, dieren of andere risico's waardoor u kunt vallen, kunt zien.
Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn, voordat u het product gebruikt. - Zorg ervoor dat u minimaal 15 m (50 ft) van andere personen en dieren verwijderd bent, voordat u het product gaat gebruiken. Zorg ervoor dat Personen
in aangrenzende gebieden weten dat u het product gaat gebruiken.
- Neem nationale en lokale wetgeving in acht. Deze kan het gebruik van het product in sommige situations beperken of verbieten.
Opleiding
- U dient alle instructies op de machine en in de handleiding(en) te lezen, te begrijpen en op te volgen alvorens de machine in gebruik te nemen. Zorg ervoor dat u volledig vertrouwd bent met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. Zorg ervoor dat u weet hoe u de machine snel moet stoppen en de bedieningselementen要去 uitschakelen.
- Laat de machine nooit door kinderen gebruiken. Laat volwassenen de machine nooit gebruiken als zich Niet goed in het gebruik ervan zich geinstrueerd.
- Laat geen mensen toe in uw werkgebied; dit geldt vooral voorkleine kinderen.
- Voorkom dat u uitgliedt of valt, met name als u de sneeuuwblazer in zich onderuit gebruikt.
Veiligheidsinstructies voor bediening
- Plaats geen handen of voeten in de buurt van of onder draaiende delen. Blij algijd uit de buurt van de afvoeropening.
- Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine gebruikt op met grind bedekte opritten, laden of wegen of als u een dergelijkke ondergrond kruist. Wees alert op verborgen bevaren of verkeer.
- Ga na het raken van een vreemd voorwerp als volgt te werk: stop de motor, koppel de kabel los van de bougie, koppel bij elektrische machines de voeding los, inspecteer het product grondig op eventuele schade en repareer de schade alvorens het product opnieuw te starten en te gebruiken.
- Als het product abnormaal gaat trillen, moet u de motor stoppen en onmiddelijk opzoek gaan maar deoorzaak. Trilling is over het algemeen een voorteken van problemen.
- Schakel de motor alkijd uit als u uw gebruikshouding verlaat, alvorens de vijzelbehuizing of uittworptrechter te ontstoppen en tijdens het repareren, afstellen of inspectoren van de machine.
- Stop de motor en zorg ergoor dat de vijzels en alle bewegende onderdelen tot stilstand zichen gekomen alvorens het product schoon te make, te repareren of te inspecteren. Koppel de bougiekabel los en leg de kabel uit de buurt van de bougie om te voorkomen dat iemand de motor onbedoeld start.
- Laat de motor nicht binnen lopen, behalte bij het starten van de motor en voor het transport van het product in of uit het gebouw. Open de buitendeuren; uitlaatgassen zijn gevaarlijk.
-
Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine op hellingen gelebruikt.
-
Gebruik het product nooit zonder de juiste beschemkappen en andere veiligheidsvoorzieningen op hunplaats en in bedrijf.
- Richt de uitworptrechter nooit op Personen of opplaatsen waar schade aan eigendommen kan ontstaan. Houd kinderen en andere Personen uit debuurt.
- Verg nicht te veel van de capacititeit van het product door te veel sneeuw tegelijk te wollen verwijderen.
- Gebruik het product nooit bij hoge transportsnelheden op gladde oppervlakken. Kijk achterom en ga behoedzaam te werk als u de machine in zichchteruit gebruikt.
- Ontkoppel de voeding maar de vijzels als het product wordt getransporteerd of Niet in gebruik is.
- Gebruik uitsluitend hulpstukken en accessoires die zichen goedgekeurd door de fabrikant van het product (zoals welverzwaarders, contragewichten of cabins).
- Gebruik het product nooit zichonder goed zicht oflicht.
Zorg er algtd voor dat u stevig staat en de hendels stevig vasthoudt. U dient uitsluitend te lopen, nooit ter rennen. - Raak een hete motor of demper nooit aan.
Veiligheid van het werkgebied
- Onderwerp het gebied waar de machine gebruikt gaat worden aan een grondige inspectie en verwijder alle deurmatten, sleeën, ski's, draden en andere voorwerpen.
- Ontkoppel alle koppelingen enplaats de machine in de neutrale stand alvorens de motor te starten.
- Gebruik het product Niet wanner u geen geschikte winterkleding draagt. Draag geen wijde kleding die verstrekt kan raken in bewegende delen. Draag schoeisel dat de stabiliteit op gladde oppervlakken verbeturt.
-
Ga voorzichtig om met brandstof; deze is uiterst brandbaar.
-
Gebruik een jerrycan die is goedgekeurd voor brandstoffen.
Tank de machine nooit af bij draaiende motor of als de motor nog heet is.
Tank de machine altejd buiten af en ga hierbij uiterst zorgvuldig te werk. Tank de machine nooit binnen af.
Vul jerrycans nooit binnen een voertuig of op de vloer van een vrachtwagen of aanhanger als deze met kunststof is afgewerkt. Zet jerrycans voor het vullen altijd op de grond,uit de buurt van uw auto. -
Plaats als dit practisch möglich is, op benzine draaiende machines eerst van de vrachtwagen of aanhanger op de grond en tank de machines op de grond af. Als dit Niet möglich is, verdient het de voorkeur de machines op een aanhanger af te tanken met behulp van een draagbare jerrycan inplaats vanrechtstreeks via het vulpistool van een benzinepomp.
-
Houd de tuit voortdurend in contact met de rand van de brandstoftank of de jerrycanopening, totdat het aftanken is voltooid. Gebruik geen automatische sluitklep.
- Plaats de benzinedop zorgvuldig terug en neem gemorste brandstof op.
-
Als u brandstof op uw kleding knoeit, trek dan onmiddelijk andere kleding aan.
-
Gebruik voor alle machines met elektrische aandrijving of elektrische startmotor verlangkabels en contactdozen zoals gespecifieerd door de fabrikant.
- Stel de hoogte van de vijzelbehuizing zodenig af dat\ deze een oppervlak van grind of gebroken steenslag\ niet raakt.
- Probeer nooit om aanpassingen te makeen verwijl de motor loopt (behalte wanner dit specifiek worden aangeraden door de fabrikant).
- Draagijdens het gebruik of bij het afstellen of repareren van de machine algtd een veiligheidsbril of een gelaatsschem, om de ogen te beschermen gegen voorwerpen die möglichk uit de machine worden geworpen.
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Draag altijd de juiste persoonlijke beschemmingsmiddelen wonneer u het apparaat gebruikt. Dit omvat minimaal stevig schoeisel, oog- en gehoorbescheming. Persoonlijke beschemmingsmiddelen nemen de letselrisico's nicht weg, maar+kennen de ernst van het letsel beperken als er toch een ongeluk geleurt.
- Draag algtdjeen veiligheidsbril of oogbescherming tijdens het gebruik van het product of tijdens hetuitvoeren van onderhoud of het repareren van de machine.
- Draag alkijd geschikte winterkleding wanner u het product gezruikt.
- Gebruik algid hougwaardige slipbestendige laarzen met goede ondersteuning van de enkels terwijl u het product bedient.
- Draag nooit loszittende kleding die vast kan komente zitten in de bewegende onderdelen.
- Draag indien nodig goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Bijvoorbeeld bij het bevestigen, onderzoeken of reinigen van het mes.
- Gebruik algtd goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehoorverlies veroorzaken.
Veiligheidsvoorzieningen op het product
Zorg ervoor dat u regelmatig onderhoudswerkzaamhedenuitvoert aan het product.
- De levensduur van het product neemt toe.
- Het risico van ongevallen neemt af.
Laat het product regelmatig door een erkende dealer of een ergend servicepunt controleren, zodate
er aanpassingen en reparations uitgevoerd+kennen worden.
- Gebruik geen product met beschadigde beschermingsmiddelen. Als het product beschadigd is, neemt u dan contact op met een erkend servicepunt.
Geluiddemper
De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag möglich te honden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker.
Gebruik het product Niet als de geluiddempoert ontbreekt of beschadigd is. Een beschadigde geluiddempoert laat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand.

WAARSCHUWING: De
uitlaatdemper wordt erg heetijdens en na gebruik en wanneer de motor draaith bij stationair toerial. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen.
WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Start het product Niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en LAST het product drogen.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
- Zorg dat er geen brandstof op uw lichaamterecht komt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw lichaamterecht kommt, verwijder deze dan met water en zeep.
- Start het product Niet als er sprake is van een motorlekkage. Controller de motor regelmatig op lekkage.
- Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof islicht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze können letsel veroorzaken of leiden tot de dood.
- Adem geen brandstofdampen in, dit kan letselveroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
- Rook nicht in de buurt van de brandstof de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
Vul geen brandstof bij verwijl de motor is ingeschakeld.
Zorg ervoor dat de motor koud is wanner u brandstof bijvult. - Draai de tankdop langzaam open en LAST de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
Vul geen brandstof voor de motor bij in een afgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leiden
tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop nicht volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
- Verplaats het product minstens 3 m van deplaats waar u de brandstoftank hebt gezuld, voordat u het product start.
- Vul de brandstoftank Niet volledig. Door ditte zet de brandstofuit. Zorg ervoor dat er ruimte overblijft aan de bovenkant van de brandstoftank.
Waarschuwing voor chemische stoffen

WAARSCHUWING: De
uitlaatgassen van de motor van dit product bevatten chemische stoffen waarvan in de staat Californiebekend is dat ze kankerverwekkend,zijn,geboorteafwijkingenveroorzaken en andere schadelijke gevolgen hebben voor de voortplanting. Zie www.P65Warnings.ca.gov.voor meer informatatie.
Veiligheidsinstructies voor onderhoud

volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Start de motor nooit binnenshuis of in gesloten ruimten.
- Voordat u het onderhoud van het productuitvoert, zet u de motor uit en verwijdert u deontstekingskabel van de bougie.
- Draag verdigeidshandschoenen wanner u onderhoud aan de messen verricht. De messen zicheer scherp en{kunnen gemakkelijk snijwondenveroorzaken.
- Accessoires en wijzigingen aan het product die Niet zichen goedgekeurd door de fabrikant,{kunnen leiden tot ernstig letsel of overlijden. Breng geen wijzigingen aan het product aan. Gebruik alleen accessoires die zichen goedgekeurd door de fabrikant.
- Als het onderhoud Niet correct en regelmatig worden uitgevoerd, neemt de kans op letsel of schade aan het product toe.
- Voer alleen onderhouduit zoals beschreiben in deze bedieningshandleiding. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een erkende serviceworkplaats.
- Laat een erkende serviceworkplaats regelmatin onderhoud aan het product uitvoeren.
- Vervang beschadigde, versleten of defeche onderdelen.
Montage

WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het apparaat monteert.
De handgrepen installeren
- Verwijder de 4 M8x25-flensbauten (A) uit de behuizing.
- Gebruik de 4 M8x25-flensbouten (A), de 4 veerafstandsstukken (B) en de 4 vlakke afstandsstukken (C).
- Monteer de onderste handgreep (D) in de 2 gaten aan weerszijden van de behuizing. (Fig. 26)
- Gebruik de 3 M8x50-borgbouten (A), de 3 afstandsstukken (B), de 3 hendelknuppen (C) en de 3 borgmoeren (D).
- Monteer de bovenste handgreep met het bedieningspaneel (E) op de onderste handgreep. (Fig. 27)
De uitworptrechter monteren
-
Verwijder de roterende schijf (B) en de 6 zeskantflensbouten (D)uit de behuizing.
-
Bevestig de roterende schijf (B) en de uitworptrechter (A) op de voet van de trechter met behulp van 3 limiteerblokken (C).
- Gebruik 6 zeskantflensboute (D) en 6 borgmoeren (E) om de limiteerblokken (C) vast te zetten. (Fig. 28)
Deuitworprotor monteren
- Monteer de Voorzijde van de uitworprotor.
- Installeer de kunststof bus (B) op de voorzijde van deuitworprotor.
- Bevestig de uitworprotor met 1 vlak afstandsstuk (A) en 1 borgpen (C). (Fig. 29)
- Monteer de weiterzemijde van de uitworprotor.
- Gebruik 1 borgmoer M8 (A), 1 kunststof vergrendelknop (B), 2 gebogen afstandsstukken (C) en 1 niveauschroef (D) om de uitworprotor te monteren.
- Gebruik 1 zeskantmoer M8 (E) om de uitworprotor (F) in de gaten van de handgreep te bevestigen. (Fig. 30)
De besturingsstang voor de rijnselheid monteren
- Monteer het lange gebogen uiteinde van de besturingsstang voor de rijnselheid (A) op het bedieningspaneel en bevestig het met 1 verbinderingsstangveer (B), 1 vlak afstandsstuk (C) en 1 splitpen (D). (Fig. 31)
- Trek de schakelverbindingsplaat (B) omhoog en monteer het korte gebogen uiteinde van de besturingsstang voor de rijnselheid (A). Bevestig de besturingsstang voor de rijnselheid (A) met 1 vlak afstandsstuk (C) en 1 splitpen (D). (Fig. 32)
- Pas indien nodig de lenghte van de besturingsstang voor de rijnselheid aan. Draai de borgmoeren van de schroefspanner los en draai de schroefspanner rond. Draai de schroefspanner wee vast in de oorspronkelijke positie voor de juiste能力和regeling. De oorspronkelijke positie is gemarkeerd op de schroefdraad. (Fig. 33)
De vijzel- en aandrijfkabels monteren
- Verwijder de 2 kabelschoefbauten (B) van de kabels (D).
- Bevestig de 2 kabelschroefbouteen (B) in de gaten in de linker en rechter handgrepen (A). (Fig. 34)
- Bevestig de kabels (D) aan de kabelschroefbauten (B).
- Sluit de linker en rechter draadbus (D) van de kabel en de kabelschoefbout (B) aan en vergrendeldezetotdat de bovenkant van de messing borgmoer (C) op een lijn ligt met de markings op de schroefdraad (E).
- Zet de kabel vast met de messing borgmoer (C).
Werking

WAARSCHUWING: Voordat u de machine gezruikt, moet u het hoofdstuk over veiligheid en de bedieningsinstrumenties zorgvuldig lezen en begrijpen.
Voordat u het product inschakelt
- Houd personen en dieren buiten het werkgebied.
Voer dagelijks onderhouduit.Zie Onderhoudsschema op pagina 116. - Zorg ervoor dat de startkabel correct aan de bougie bevestigd is.
Vul indien nodig olie of benzine bij. Zie De motor met olie vullen op pagina 114.
De motor met olie vullen

OPGELET: Draai de peilstok nicht wanner u de olie controelt. Niet vullen boven de marketing.
- Verwijder de oliedop en maak de peilstok schoon. Zie Productoverzicht op pagina 107voor de locatie van de peilstok.
- Vul olie bij tot de bovenste markering op de peilstok. Controller de olie regelmatig met de peilstok.
- Plaats de oliedop terug.
Brandstof bijvullen
Gebruik emissarieme of alkylaatbenzine, indien beschikbaar. Als er geen emissarieme of alkylaatbenzine beschikbaar is, gebruik dan loodvrije benzine van goede kwaliteit. Gebruik een benzine met een octaangetal van minimaal 90 RON buiten Noord-
Amerika (87 ( + ) / 2 in Noord-Amerika) of hoger en met maximaal 10% ethanol (E10).

OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON buiten Noord-Amerika (87 ( + ) / 2 in NoordAmerika).Dit kan schade aan het productveroorzaken.
- Draai de brandstoffankdop langzaam los om de druktelaten ontsnappen.
- Vul langzaam met een benzinejerrycan. Als u brandstof morst, verwijder deze dan met een doek en LAST de resterende brandstof opdrogen.
- Maak het gebied rondom de brandstoftankdop goed schoon.
- Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop nicht volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
- Verplaats het product minstens 3m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt bevuld, voordat u het product start.
De uitworptrechter afstellen
De richting waarin sneeuw moet worden uitgeworpen,\ wordt gere geld door de regeling van de uitworprotor, die op de linker zijhendel is aangebracht.
- Draai aan de regeling van de uitworprotor om de draairichting van de uitgeworpen sneeuw in te stellen.
- Draai de regeling van de uitworprotor rechtsom om sneeuw maar rechts uit te werpen.
-
Draai de regeling van de uitworprotor linksom smeeuwaar linksuit te werpen.(Fig.35)
-
Beweeg de hoekuitworp omhoog of omaaag om de afstand van de uitgeworpen sneeuw aan te passen. (Fig. 36)
De motor starten
- Koppel de aandrijving los. Zet de rijnsnelheidshendel in de eerste stand.
- Zet de brandstofschakelaar in de stand AAN. (Fig. 37)
- Zet de choke in de stand CLOSE. (Fig. 38)
- Zet de aan/uit-sleutel in de stand RUN. (Fig. 39)
- Druk 1-3 keer op deprimerbalg om de boosterpomp te starten. Gebruik de boosterpomp voor een koude start bij lage temperaturen. (Fig. 40)
- Trek aan de hendel van het startkoord. (Fig. 41)

OPGELET: Laat de hendel van het startkoord Niet te snel los. Beweeg deze langzaam terug in de startupitie.
Let op: Als de hendel van het startkoord is vastgelopen, trekt u langzaam zoveel möglichk koord uit de starter en LAST de startkoordhendervolgens los. Indien de motor Niet start, herhaalt u de procedure of gebruikt u de elektrische startmotor.
- Laat de motor 30-40 seconden stationair draaien voordat u begint met sneeuwruimen.
- Als de motor warm is, zet u de choke langzaam in stand OPEN. (Fig. 42)
De motor starten, elektrische start

WAARSCHUWING: Het product heeft een elektrische starter op 230 volt netspanning. Gebruik de elektrische starter nicht als uw woning Niet is voorzien van geaarde stopcontacten met 230 volt. Er kan ernstig lichamelijk letsel of schade aan het product ontstaan. De elektrische starter is voorzien van een 3-polige stekker en is ontworpen voor een huishoudelijk stopcontact met 230 V netspanning. Zorg ervoor dat uw woning is voorzien van geaarde stopcontacten met 230 volt. Als u dit Niet zeker weet, vraagt u het aan een erkende elektricien.
Let op: Gebruik een verlengsnoer dat worden aanbevolen voor gebruik buitenshuis, met een minimale draaddijke van 16 AWG (1,5mm^2) en een maximale lengte van 15m (50 ft).
- Koppel de aandrijving los. Zet de rijnsnelheidshendel in de eerste stand.
-
Zet de brandstofschakelaar in de stand AAN. (Fig. 37)
-
Zet de choke in de stand CLOSE. (Fig. 38)
- Zet de aan/uit-sleutel in de stand RUN. (Fig. 39)
- Druk 1-3 keer op deprimerbalg om de boosterpomp te starten. Gebruik de boosterpomp voor een koude start bij lage temperaturen. (Fig. 40)
- Sluit het product aan op de voedingsbron. (Fig. 43)
- Houd de startknop op de bedieningskast 5 seconden ingedrukt. (Fig. 44)
- Als de motor Niet start, wacht dan 5 seconden en druk de startknop nogmaals in.

OPGELET: Probeer de motor nicht更是 dan 10 keer acheer elkaar te starten. Wacht na 10 startupingen 40 minutes voordat u het opnieuw probeert.
- Koppel de voedingskabel van het product los nadat de motor is gestart.
- Laat de motor 30-40 seconden stationair draaien voordat u begint met sneeuwruimen.
- Als de motor warm is, zet u de choke langzaam in stand OPEN. (Fig. 42)
Het product gebruiken
- Knijp de inschakeling van de vijzel in de richting van de hendel om de vijzel in te schakelen en sneeuw teruimen. (Fig. 45)
- Beweeg de rijnsnelheidshendel maar links om het product maar voren te verplaatsen. Beweeg de rijnsnelheidshendel maar rechts om het product maar achteren te verplaatsen. (Fig. 46)
- Bedien de inschakeling van de aandrijving met de rechter hendel.
- Knijp de inschakeling van de aandrijving in de richting van de hendel om de aandrijfwienen in te schakelen. Het product beweegt vooruit ofchteruit, afhankelijk van de stand van de rijnsnelheidshendel. (Fig. 47)
Product stoppen
Let op: Om de motor in een noodgeval uit te schakelen, trekt u de aan/uit-sleutel uit het contact.
- Laat de inschakeling van de aandrijving los om de aandrijfwielen te stoppen.
- Laat de inschakeling van de vijzel los om de vijzeluit te schakelen en het uitwerpen van sneeuw te stoppen. (Fig. 48)
- Zet de brandstofschakelaar in de stand UIT. (Fig. 49)
- Trek de aan/uit-sleutel uij het contact. (Fig. 50)
Een goed resultaat verkrijgen
-
Laat de motor algid draaien met volgas of bijna volgas.
-
Pas de snelheid van het product altijd aan de sneeuwssituatie aan en pas de snelheid aan met de besturingshendel voor de rijnsnelheid. Zorg ervoor dat het product gelijkmatig sneeuw ruimt.
- Het is eenvoudiger en efficienter om sneeuw direct na het vallen te ruimen.
- Werk zo möglichuktijd van de wind af.
-
Op vlakke oppervlakken, zoals asfaltwegen, zet u de glijplaten 5-6 mm (0,2-0,25") van de grond.
-
De schraapbalk is omkeerbaar. Wanner deze bijna tot de rand van de behuizing is verslen, draait u deze om. Vervang de schraapbalk als deze beschadigd is, of als beiden zijden verslen zijn.
Maak de uitworptrechter Niet los als deze verstopt is. - Als het product door onvoorziene omstandigheden nicht in beweging kommt, maar u de inschakeling van de aandrijving direct los of zet u de AAN/UIT-sleutel in de stand UIT.
Onderhoud
Onderhoudsschema
| Onderhoud Elke dag 2 | 00 ur 50 ur 100 ur | |||
| Controler of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn | X | |||
| Controler het moto-roliepeil | X | |||
| Olie verversen37 | XXXX | |||
| Controler op brand-stof- of olielekkage | X | |||
| Verwijder verstoppin-gen of vreemde voor-werpen in de vrijel | X | |||
| Controler de bandenspanning38 | X | |||
| De bougie inspecteren en verrangen39 | X |
Let op: Het is nicht nodig om de tandwielkast te smeren of er ander onderhoud aan uit te voeren.
Algemene inspectie uitvoeren
- Controller of alle moeren en schroeven op het product goed zijn vastgedraaid.
Oliepeil controlleren

OPGELET: Een te laag oliepeil kan ernstige schade aan de motorveroorzaken. Voer een controle van het oliepeil uit voordat u het product start.
-
Zet het product op een vlakke ondergrond.
-
Verwijder de olietankdop met de bijgevoegde peilstok.
- Veeg de olie van de peilstok.
- Steek de peilstok volledig in de olietank om een goed beeld van het oliepeil te krijgen.
- Verwijder de peilstok.
- Controller het oliepeil op de peilstok.
- Als het oliepeil laag is, vult u bij met motorolie en controleert u het oliepeil opnieuw.
De motorolie verversen
- Laat de motor een pau minuten draaien om de olie op te warmen. Warme olie stroomt better en voerteer verontreinigingen mee maar buiten.

WAARSCHUWING: De
motorolie is heet. Voorkom dat gebruikte motorolie in contact kommt met de huid.
- Zet het product op een vlakke ondergrond.
- Laat de motor draaien totdat alle brandstof is verbruikt.
- Verwijder de contactsleutel.
- Plaats een opvangbak onder de olieaftapplug.
- Verwijder de olieaftapplug, kantel het product waar achteren en LAST de gebruekte olie in de opvangbak lopen. (Fig. 51)
- Plaats het product waar in de werkstand.
- Breng de olieaftapplug aan en draai deze met de hand stevig vast.
- Vul de motor met olie, zie De motor met olie vullen op pagina 114.
Bougie controlleren

OPGELET: Gebruik.altijd het juiste bougietype. Een verkeerd type bougie kan schade aan het productveroorzaken.
- Controller de bougie als de motor weinig vermogen heeft, nicht gemakkelijk te starten is of stationair nicht goed draait.
- Volg deutsche instructies om het risico van ongewenst materiaaal op de elektroden van de bougie te beperken:
a) Zorg ervoor dat het stationair toerental.altijd juist is afgesteld.
b) Zorg voor het juiste type brandstof.
c) Zorg dat het luchtfilter schoon is.
Maak de bougie schoon als deze vuil is en controller of de afstand zusammen de elektroden correct is, zie Technische gegevens op pagina 121. (Fig. 52)
- Vervang de bougie indien nodig.
De vijzels en de schraapbalk controlleren
- Controller vór elk gebruik de vrijzels en de schraapbalk op slijtage.
- Als de rand van de schraapbalk versleten is, draaith u de schraapbalk om. Als de schraapbalk aan beiden kanten is beschadigd of versleten, verrangt u deze.
- Als de randen van de vijzels versleten zijn, neemt u contact op met een erkend servicepunt om ze te verrangen.
De glijplaten afstellen
De glijplaten voorkomen dat de onderkant van de sneeuwruimer beschadigd raakt. Stel de glijplaten (A) af wanner de borgmoer (B) los is, of wanner de glijplaat
niet de juiste afstand tot de grond heeft. Er is geen afstelling nodig voor de normale installmentie.
- Draai de borgmoer (B) los met een steeksleutel van 13mm (1 / 2^ )
- Verplaats de glijplaten (A) omhoog of omlaag.
a) Op vlakke oppervlakken stelt u de afstand tussen de schraapbalk en de grond af op 5-6 mm (0,2-0,25").
b) Op ruwe oppervlakken staat u de glijplaten (A) in een positie waar bij de schraapbalk boven het hoogste punt van de grond ligt.

WAARSCHUWING: Zorg
ervoor dat geen grind en stenen het product binnendringen. Objecten die op hoge sleid worden uitgeworpen, können letsel veroorzaken.
- Draai de borgmoer (B) vast. (Fig. 53)
De breekpen verrangen
De breekpen beschermt het product gegen schade.
De pen breekt als er een vreemd voorwerp in de bewegende delen terechtkomt.
- Als de breekpen breekt, zet u de motor UIT.
- Breng een neue breekpen (A) en een neue klemveer (B) aan. (Fig. 54)
De banden inspecteren
- Houd de banden vrij van brandstof, olie en chemicaliën om schade aan het rubber te voorkomen.
- Houd de banden uit de buurt van boomstromken, stenen, geulen, scherpe voorwerpen en andere voorwerpen die schade aan de banden+kennenveroorzaken.
Houd de banden correct op spanning, zie Technische gegevens op pagina 121.
De deflector van de uitworptrechter leegmaken wanner deze verstopt is
Maak de deflector van de uitworptrechter pas leeg als u de volgende handelingen hebt verricht.
- Laat de inschakeling van de vijzel en van de aandrijving geleiktijdig los.
- Wacht 10 seconden om er zeker van teল dat de vijzels gestoptল.
- Schakel het product uiit.
- Gebruik de reinigingstool (ten minste 37 cm lang, bijgeleverd bij sommige modellen) om de verstopping te verwijderen.
Product reinigen
- Reinig de kunststof onderdelen met een schone en droge doeck.
Probleemoplossing
Probleemoplossing
| Probleem Mogelijk | oorzaak Oplossing | |
| Het product start nicht De veiligheidscontactseleutel is nicht ingestoken. Plaats deveiligheidscontactseutel. | ||
| Het product bevat geen brandstof meer. Vul debrandstoffank met{nieuwe, schone benzine. | ||
| De aan/uit-sleutel is UIT. Zet de aan/uit-sleutel indestandAAN. | ||
| De choke is staat in de stand UIT (DICT). Zet dechoke in de stand AAN (FULL, OPEN). | ||
| Het balgje is Niet ingedrukt. Druk op het balgje. | ||
| De motor is 'verzopen'. Wacht enkele minuten alvorens op-nieuw te starten, injecteer NIET.Start de motor opnieuw terwijl het gaspedaal volledig is ingetrapt en de choke UIT (DICT) is. | ||
| De bougiekabel is Niet aangesloten. Sluit de kabelaan op de bougie. | ||
| De bougie is defect. Vervang de bougie. | ||
| Er zit water in de brandstof of de brandstof is teoud. | Leeg de brandstoffank en de carburateur. Vul de brandstoffank metnieuwe, schone benzine. | |
| Er zit damp in de brandstoffleiding. Zorg dat de heldebrandstoffleiding on-der de uitgang van de brandstoffankloopt. De brandstoffleiding moet on-onderbroken omlaag lopen van debrandstoffank maar de carburateur. | ||
| Andere orzaken. Inspecteer de startproceduresin de-ze handleiding zorgvuldig. | ||
| De brandstofschakelaar (indien aanwezig) staat in de stand CLOSE (UIT). | Zet de motorschakelaar in de standOPEN (AAN). | |
| De gashendel staat in de stand STOP. Zet de gashendel in de snelle stand. | ||
| Verminderb vermogen De b | ougiekabel is nicht aangesloten. Sluit de kabel aan | op de bougie. |
| Het product ruimt te veel sneeuw. Verlaag de snel | leheid en de bredte van het zwad. | |
| De dop van de brandstoftank is bedekt met ijs of sneeuw. | Verwijder ijs en sneeuw op en rond de brandstoftankdop. | |
| De demper is vuil of verstoct. Reinig of verrang de demper. | ||
| Incorrecte kabellengte. Pas de kabellengte aan. | ||
| De demper is geblokkeerd. Zorg ervoor dat de m | motor afkoelt. Verwijder de blokkade. | |
| De luchtinlaat van de carburateur is geblok-keerd. | Zorg ervoor dat de motor afkoelt. Verwijder de blokkade. | |
| De motor stopt of loopt stroef | De choke is staat op AAN (FULL, OPEN). Zet de | choke op UIT (DICT). |
| De brandstofleiding is verstoct. Maak de brandstofrank schoon. | ||
| Er zit water in de brandstof of de brandstof is te oud. | Leeg de brandstofank en de carburateur. Vul de brandstofank met neue, schone benzine. | |
| De carburateur要去 worden verrangen. Neem contact op met een erkend servicepunt. | ||
| De riem is uitgerekt. Vervang de V-riem van de vijzel. | ||
| Overmatige trilling / bewegging van de handgreep | Sommige onderdelen zitten los. De vrijzels+zijn beschadigd. | Zet alle afluiingen vast. Vervang de beschadigde onderdelen. Neem contact op met een erkend servicepunt. als de trillingen Niet verdwijnen. |
| De handgrepen zichniet goed geplaatst. Zorg ervoor dat de handgrepen in de juiste stand+zijn vergrendeld. | ||
| De moeren van de afstelhendels zitten los. Haal de moeren aan tot de hendel�ilig aanvoelt. | ||
| De hendel van het start-koord is moeilijk aan te trekken | De hendel van het startkoord is vastgelopen. Trek langzaam zoveel mogelijk koorduit de starter en LAST de startkoord-hendel verwolgens los. Indien de motor Niet start, herhaalt u de procedure of gezruikt u de elektrische startmo-tor. | |
| Het koord komt:tussen andere onderdelen. Het startkoord mag geen andere dra-den of slangen raken. | ||
| Verlies van tractieaandrij-ving/afname van de rij-snelheid | De riem slipt. Pas de kabellenge aan. Pas de riem | aan. |
| De riem is versleten. Controller/ervang de riem. | ||
| Verlies van sneeuwlozing of langzaam wordende sneeuwlozing | De riem is van de poelie gelopen. Controller/inste | alleer de riem. |
| De uitworptrechter zit verstopt. Reinig de uitworptrechter. | ||
| Vreemde voorwerpen verstoppen de vijzels. Vreijder het vuil of het vreemde voorwerp uit de vijzels. | ||
| De breekpen is defect. Vervang de defecte breekpen. | ||
| Overmatige sneeuw- en ijsafzettingussen de bandonderdelen. | Verwijder sneeuw- en ijsafzettingussen de bandonderdelen. | |
| Het frictieaandrijfwiei is versleten. Neem contact op met een erkend servicepunt. | ||
| Geen vrijelrotatie nadat de grep is losgelaten | De aandrijfrem is Niet uitgelijnd. Stel de aandrijfrem af. | |
| De deflector van de uitworptrechter is Niet uitgelijnd. | Stel de deflector van de uitworptrechter af. | |
| De lichtenলeniet aan (in-dien aanwezig) | De motor draait Niet. Start de motor. | |
| De kabelverbinding zit los. Controller de kabelverbindingen bij de motor en de lampen. | ||
| De ledlamp is doorgebrand. Vervang de ledlamp module. Indivi-duele led's konnen nicht worden ver-vangen. | ||
| De uitworprotor beweegt stroef | Er zit vuil in het mechanisme van de uitworpro-tor. | Reinig de interne onderdelen van het uitworprotormechanisme. |
| De kabelsijken geknikt of beschadigd. Controller of de kabels Niet gekniktijken. Vervang de kabels die besch-adigdijken. | ||
| Het product draait maar één Kant | De bandenspanning is Niet gelijk. Pas de bandenspanning aan en vul de band. | |
| Het product rijdt met slechts één wie1. Controller de borgpen van de band. | ||
| Ongeelkmatige sleedeafstelling. Stel de glijplaten en de sleede af. | ||
| Ongeelkmatige glijplaatafstelling. | Stel de glijplaten en de sleede af. | |
Vervoer, opslag en verwerking
Transport en opslag
- Controller voor opslag en vervoer van het product en de brandstof of er geen lekken of dampen zijn. Vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische apparaten of ketels, können tot brand leiden.
-
Gebruik alg'tijd goedgekeurde containers voor opslag en transport van brandstof.
-
Leeg de brandstoftank voordat u het product voor langereijd opslaat.
-
Als de vlotterkamer van de carburateur is voorzien van een aftapplug, moet u de brandstofuit de carburateur lately lopen voordat u het product langere tijd opbergt.
Zet het product tijdens het vervoer veilig vast om schade en oncegallen te voorkomen. -
Bewaar het product in een afgesloten ruimte om toegang door kinderen of onbevoegde Personen te verhinderen.
-
Bewaar het product in een droge en vorstvrijne ruimte.
-
Voer alle chemische stoffen, zoals olie of brandstof, af via een servicecentrum of een geschikt afvalverwerkingspunt.
- Lever het product in bij een goedgekeurd afvalverwerkingspunt of stuur het waar Husqvarna voor verdere verwerking.
Afvoeren
- Neem deplaatselijk geldende wet- en regelgeving inRCT.
| ST 124 | |
| Afmetingen | |
| Gewicht, met lege tanks, kg 76 | |
| Max bandenspanning in bedrijf, PSI 20 | |
| Inlaathoogte, cm 53,3 | |
| Werkbreedte, cm 61 | |
| Motor | |
| Merk Husqvarna | |
| Nominaal motorvermogen, kW 4.3 | |
| Cilinderinhoud, cc 212 | |
| Brandstoftype Normaal loodvrij (maximaal 10% | ethanol) |
| Brandstofcapaciteit, gal/l 0,58 / 2,2 | |
| Type olie (API SJ-SN) SAE 5W30 (onder 0 °C (32 °F)) | |
| Oliecapaciteit fl. oz./l 20 / 0,6 | |
| Elektrisch system | |
| Bougie F7RTC | |
| Afstand:tussen de elektroden van de bougie (inch/mm) 0,027-0,031 / 0,7-0,8 | |
| Geluidsemissies 40 | |
| Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 100 | |
| Geluidsvermogenniveau, gegandeerd LWA dB(A) 102 | |
| Geluidsniveau 41 | |
| Geluidsdrukniveau bij hetoor van de gebruiker, gemeten LPA dB(A) 86 | |
| Trillingsniveauaus, \(a_{hveq}^{42}\) | |
| Trillingsniveau op de hendel, links / rechts 4,15 / 4,08 | |
Verklaring van overeenstemming
EU-verklaring van overeenstemming
Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder once alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product:
| Beschrijving Sneeuwblazer | |
| Merk | Husqvarna |
| Platform / Type / Model | ST 124 |
| Partij Serialummer vanaf 2020 en verder | |
volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Richtlij/Verordening Beschrijving | |
| 2006/42/EG "beteffende machines" | |
| 2011/65/EU "beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen" | |
| 2014/30/EU "beteffende elektromagnetische compatibiliteit" | |
| 2000/14/EG, 2005/88/EG "beteffende geluid buitenschuis" |
Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zich als volgt: EN ISO 12100:2010, EN
ISO 14982:2009, EN ISO 8437-1:2019, EN ISO
8437-2:2019, EN ISO 8437-4:2019, EN ISO 3744:2010
EN 1032:2003+A1:2008, EN IEC 63000:2018.
In overeenstemming met richtign 2000/14/EG, bijlage
V, staan de verklaarde geluidswaarden vermeld
in de sectie met technische gegevens van deze
handleiding en in de ondterekende EU-verklaring van
overeenstemming.
De geleverde sneeuwblazer is conform het geteste exemplaar.
Namens Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna,
ZWEDEN, 2020-02-07

Claes Losdal
Verantwoordelijk voor technische documentatione

Sisukord
Sissejuhatus. 124
Ohutus. 125
Kokkupanek 129
Too. 130
Hooldamine. 132
Veaotsing. 134
Ppoeiooian yia xnmuke ouoiε

Katavoiote To Kepaaiio yia Tny aaaia.
ToioeTnOnTwv V
-
Aφαρεστε TIG 4 βiδες με φλάντζα M8x25 (A) αΤΟ οΤΕπριβλημα.
-
Xpnoiopoioinote 4 bi8c eAavTcaM8x25 (A),TOUc 4 aTOaTeC EaTnpio (B)Kai Touc 4 EITeouc aTOoTateC (C).
- TOnoTeTnTe Tny KAtw a (D) OtiC 2 OTeOe KaTe TLeuPau Tou TepiBAnmuToC.(Eik.26)
-
Xpnoiopoioinote 3 biδεms M8x50 yia tvn aαφλian tnc λaβnC (A), Touc 3 atoσtateC (B), tic 3 xεipòβδεC (C) kai ta 3 παξμáδia ααφλεia (D).
-
ToTOnoTeNToTnV Tavw aBn E TOv TIVaKa Aeyxou (E) EAnw Otnv KAtw aBn.(Eik.27)
Sigma 0.0576 Tou ktpotéa Tou EKKevwong
Echipament de protectie personala
Utilizati intotdeauna echipamentul de protectie personala corespunzator atunci cand operati produsul.
Originele instructies
Originaaljuhend
Alkuperäiset oheet
SimpelGids