ST 124 - Sneeuwblazer HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ST 124 HUSQVARNA in PDF-formaat.
| Technische specificaties | HUSQVARNA ST 124 sneeuwblazer, benzinemotor, werkbreedte van 61 cm, sneeuwverwijderingshoogte van 51 cm. |
|---|---|
| Motortype | 4-takt motor, cilinderinhoud van 208 cm9. |
| Vermogen | Nominaal vermogen van 5,5 kW bij 3600 tpm. |
| Gewicht | Totaalgewicht van 75 kg. |
| Gebruik | Ideaal voor het sneeuwvrij maken van opritten, trottoirs en kleine oppervlakken. Gemakkelijk te manoeuvreren dankzij de wielen. |
| Onderhoud | Controleer regelmatig de motorolie, reinig het luchtfilter en inspecteer de messen. |
| Veiligheid | Draag een veiligheidsbril en handschoenen. Richt de luchtstroom niet op mensen of dieren. |
| Algemene informatie | 2 jaar garantie, reserveonderdelen beschikbaar, gebruiksaanwijzing inbegrepen. |
Veelgestelde vragen - ST 124 HUSQVARNA
Download de handleiding voor uw Sneeuwblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST 124 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST 124 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING ST 124 HUSQVARNA
2. Besturingshendel rijsnelheid
5. Regeling van uitworprotor
15. Besturingsstang rijsnelheid
18. Inschakeling van de aandrijving
24. Gebruikershandleiding
Productbeschrijving Dit product is een sneeuwruimer waarmee sneeuw van de grond kan worden verwijderd. Gebruik Dit product kan worden gebruikt om sneeuw te verwijderen van velden, wegen, paden en opritten. Gebruik het niet op hellingen met een grotere hellingshoek dan 15°. Gebruik het product niet op terreinen waar veel puin, vuil en uitstekende stenen aanwezig zijn. Symbolen op het product Let op: Neem contact op met de distributeur om beschadigde stickers te laten vervangen. (Fig. 2) Waarschuwing. (Fig. 3) Lees de bedieningshandleiding. (Fig. 4) (Fig. 5) Warm oppervlak. (Fig. 6) Risico op brand. (Fig. 7) Choke. (Fig. 8) Trek aan de startkoordhendel. (Fig. 9) Adem geen uitlaatgassen van de motor in. (Fig. 10) Steek geen lichaamsdelen in de uitworptrechter of de vijzelbehuizing wanneer de vijzels draaien. (Fig. 11) Stop de motor voordat u sneeuw uit de uitworptrechter verwijdert. Gebruik de reinigingstool om sneeuw te verwijderen; doe dit niet met de hand. (Fig. 12) (Fig. 11) Houd uw handen uit de buurt van de uitworptrechter. (Fig. 13) Er kunnen objecten uit het product worden geslingerd. (Fig. 14) Houd omstanders uit de buurt van het product als dit in gebruik is. (Fig. 15) Verwijder de sleutel voor onderhoud. 1272 - 007 - 04.04.2024 107(Fig. 16) Zet de aan/uit-sleutel in de stand RUN. (Fig. 17) Zet de brandstofschakelaar in de stand AAN. (Fig. 18) Druk op de primerbalg. (Fig. 19) Valrisico. (Fig. 20) Beweeg langzaam naar achteren. (Fig. 21) Draag goedgekeurde veiligheidshandschoenen. (Fig. 22) Draag een veiligheidshelm. Gebruik goedgekeurde gehoorbescherming. Gebruik goedgekeurde oogbescherming. (Fig. 23) Geluidsemissies naar de omgeving volgens de Europese richtlijn 2000/14/EG en de wetgeving van Nieuw-Zuid-Wales "Protection of the Environment Operations (Noise Control) Regulation 2017". De geluidsemissiegegevens vindt u op het machinelabel en in het hoofdstuk Technische gegevens. (Fig. 24) Dit product voldoet aan de geldende EG- richtlijnen. (Fig. 25) Dit product voldoet aan de geldende VK- regelgeving. Let op: Andere symbolen/stickers op het product hebben betrekking op certificeringseisen voor bepaalde markten. Euro V-emissies WAARSCHUWING: De EU- typegoedkeuring van dit product vervalt als ongeoorloofde wijzigingen aan de motor aangebracht worden. Fabrikant Husqvarna AB Drottninggatan 2, SE-561 82 Huskvarna Schade aan het product We zijn niet verantwoordelijk voor schade aan ons product als:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities De onderstaande definities geven de mate van ernst weer voor elk trefwoord. WAARSCHUWING: Letsel aan personen. OPGELET: Schade aan het product. Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik. Bedieningsinstructies voor veilig gebruik van duwsneeuwblazers Algemeen Deze machine kan handen en voeten amputeren en voorwerpen wegslingeren. Het niet in acht nemen van de volgende veiligheidsinstructies kan ernstig letsel tot gevolg hebben. Opleiding
- U dient alle instructies op de machine en in de handleiding(en) te lezen, te begrijpen en op te volgen alvorens de machine in gebruik te nemen. Zorg ervoor dat u volledig vertrouwd bent met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. Zorg ervoor dat u weet hoe u de machine snel moet stoppen en de bedieningselementen moet uitschakelen.
- Laat de machine nooit door kinderen bedienen. Laat volwassenen de machine nooit gebruiken als zij niet goed in het gebruik ervan zijn geïnstrueerd.
- Laat geen mensen toe in uw werkgebied; dit geldt vooral voor kleine kinderen.
- Voorkom dat u uitglijdt of valt, met name als u de machine in haar achteruit gebruikt. Voorbereiding 108 1272 - 007 - 04.04.2024• Onderwerp het gebied waar de machine gebruikt gaat worden aan een grondige inspectie en verwijder alle deurmatten, sleeën, ski’s, draden en andere voorwerpen.
- Ontkoppel alle koppelingen en plaats de machine in de neutrale stand alvorens de motor te starten.
- Gebruik de machine niet wanneer u geen geschikte winterkleding draagt. Draag geen wijde kleding die verstrikt kan raken in bewegende delen. Draag schoeisel dat de stabiliteit op gladde oppervlakken verbetert.
- Draag tijdens het gebruik of bij het afstellen of repareren van de machine altijd een veiligheidsbril of een gelaatsscherm, om de ogen te beschermen tegen voorwerpen die mogelijk uit de machine worden geworpen.
- Ga voorzichtig om met brandstof; deze is uiterst brandbaar.
- Gebruik een jerrycan die is goedgekeurd voor brandstoffen.
- Tank de machine nooit af bij draaiende motor of als de motor nog heet is.
- Tank de machine altijd buiten af en ga hierbij uiterst zorgvuldig te werk. Tank de machine nooit binnen af.
- Vul jerrycans nooit binnen een voertuig of op de vloer van een vrachtwagen of aanhanger als deze met kunststof is afgewerkt. Zet jerrycans vóór het vullen altijd op de grond, uit de buurt van uw auto.
- Plaats als dit praktisch mogelijk is, op benzine draaiende machines eerst van de vrachtwagen of aanhanger op de grond en tank de machines op de grond af. Als dit niet mogelijk is, verdient het de voorkeur de machines op een aanhanger af te tanken met behulp van een draagbare jerrycan in plaats van rechtstreeks via het vulpistool van een benzinepomp.
- Houd de tuit voortdurend in contact met de rand van de brandstoftank of de jerrycanopening, totdat het aftanken is voltooid. Gebruik geen automatische sluitklep.
- Plaats de benzinedop zorgvuldig terug en neem gemorste brandstof op.
- Als u brandstof op uw kleding knoeit, trek dan onmiddellijk andere kleding aan.
- Gebruik voor alle machines met elektrische startmotor verlengkabels en contactdozen zoals gespecificeerd door de fabrikant.
- Stel de hoogte van de opvangbakbehuizing zodanig af dat deze een oppervlak van grind of gebroken steenslag niet raakt.
- Probeer nooit instellingen te wijzigen terwijl de motor loopt (behalve wanneer dit specifiek door de fabrikant wordt geadviseerd). Werking
- Plaats geen handen of voeten in de buurt van of onder draaiende delen. Blijf altijd uit de buurt van de afvoeropening.
- Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine gebruikt op met grind bedekte opritten of paden, of als u een dergelijke ondergrond kruist. Blijf alert op verborgen gevaren of bij het gebruik in de buurt van openbare wegen.
- Ga na het raken van een vreemd voorwerp als volgt te werk: stop de motor, koppel de kabel los van de bougie, koppel bij elektrische machines de voeding los, inspecteer de sneeuwblazer grondig op eventuele schade en repareer de schade alvorens de sneeuwblazer opnieuw te starten en te gebruiken.
- Als de machine abnormaal begint te trillen, stop dan de motor en probeer onmiddellijk te achterhalen wat de oorzaak is. Trilling is over het algemeen een voorteken van problemen.
- Schakel de motor altijd uit als u de werkstand verlaat, voordat u de verstopte opvangbak-/ rotorbehuizing of uitworptrechter schoonmaakt en tijdens het repareren, afstellen of inspecteren van de machine.
- Laat de motor niet binnen lopen, behalve bij het starten van de motor en voor het transport van sneeuwblazer in of uit het gebouw. Open de buitendeuren; uitlaatgassen zijn gevaarlijk.
- Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine op hellingen gebruikt.
- Gebruik de machine nooit zonder dat de juiste beschermkappen en andere veiligheidsvoorzieningen zijn aangebracht en functioneren.
- Richt de uitworp nooit op mensen of op plaatsen waar schade aan eigendommen kan ontstaan. Houd kinderen en andere personen uit de buurt.
- Verg niet te veel van de capaciteit van de machine door te veel sneeuw tegelijk te willen verwijderen.
- Gebruik de machine nooit bij te hoge transportsnelheden op gladde oppervlakken. Kijk achterom en ga behoedzaam te werk als u de machine in zijn achteruit gebruikt.
- Ontkoppel de voeding naar de opvangbak/rotor als de machine wordt getransporteerd of niet in gebruik is.
- Gebruik uitsluitend hulpstukken en accessoires die zijn goedgekeurd door de fabrikant van de machine (zoals wielverzwaarders, contragewichten of cabines).
- Gebruik de machine nooit zonder goed zicht of licht. Zorg er altijd voor dat u stevig staat en de hendels stevig vasthoudt. U dient uitsluitend te lopen, nooit te rennen.
- Raak een hete motor of demper nooit aan. Een verstopte uitworptrechter schoonmaken
- Handcontact met de draaiende rotor binnen de uitworptrechter is de meest voorkomende oorzaak 1272 - 007 - 04.04.2024 109van letsel in combinatie met sneeuwblazers. Gebruik nooit uw handen om de uitworp schoon te maken.
- Ga voor het schoonmaken van de uitworp als volgt te werk:
1. SCHAKEL DE MOTOR UIT!
2. Wacht tien seconden om er zeker van te zijn dat
de rotorbladen niet meer draaien.
3. Gebruik altijd een reinigingstool, niet uw handen.
- Controleer met regelmatige tussenpozen of breekpennen en overige bouten nog goed vastzitten, om er zeker van te zijn dat er veilig met de machine kan worden gewerkt.
- Wanneer er nog brandstof in de tank zit, mag u de machine nooit stallen in een gebouw waar ontstekingsbronnen zoals boilers, verwarmingstoestellen, kledingdrogers en dergelijke aanwezig zijn. Laat de motor afkoelen voordat u de machine opslaat in een afgesloten ruimte.
- Raadpleeg altijd de gebruiksaanwijzing voor belangrijke informatie wanneer de sneeuwblazer voor langere tijd moet worden opgeslagen.
- Repareer of vervang de veiligheidslabels waar nodig.
- Laat de machine enkele minuten na het uitwerpen van sneeuw draaien om bevriezing van de opvangbak/rotor te voorkomen.
- Stop de motor en verzeker u ervan dat de opvangbak/rotor en alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen alvorens de sneeuwblazer schoon te maken, te repareren of te inspecteren. Koppel de bougiekabel los en leg de kabel uit de buurt van de bougie om te voorkomen dat iemand de motor onbedoeld start. Algemene veiligheidsinstructies
- Gebruik het product op de juiste manier. Onjuist gebruik leidt mogelijk tot letsel of de dood. Gebruik het product uitsluitend voor de taken die in deze handleiding worden genoemd. Gebruik het product niet voor andere taken.
- Volg de instructies in deze handleiding op. Volg de veiligheidssymbolen en veiligheidsinstructies op. Het niet in acht nemen van de instructies en de symbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood.
- Gooi deze handleiding niet weg. Gebruik de instructies voor het monteren, gebruiken en onderhouden van uw product. Gebruik de instructies voor een correcte installatie van opzetstukken en accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde opzetstukken en accessoires.
- Gebruik nooit een beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handleiding een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
- Deze handleiding kan niet alle situaties beschrijven die zich voor kunnen doen wanneer u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product niet en voer geen onderhoudwerkzaamheden aan het product uit als u niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, servicewerkplaats of erkende servicepunt.
- Koppel de bougiekabel los voordat u het product monteert, het product opslaat of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Gebruik het product niet als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd. Vervang geen onderdelen van het product zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik alleen onderdelen die zijn goedgekeurd door de fabrikant. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
- Adem geen dampen in van de motor. Langdurig inademen van de uitlaatgassen van de motor kan een gevaar voor de gezondheid opleveren.
- Start het product niet in gesloten ruimtes of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal. De uitlaatgassen zijn heet en kunnen vonken veroorzaken die tot brand kunnen leiden. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Wanneer u dit product gebruikt, genereert de motor een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gebruikt.
- Laat het product niet door een kind bedienen. Laat het product niet bedienen door personen die de instructies niet hebben gelezen.
- Zorg ervoor dat u personen met een lichamelijke of geestelijke beperking die het product gebruiken, altijd in de gaten houdt. Er moet te allen tijde een verantwoordelijke volwassene aanwezig zijn.
- Berg het product op in een afgesloten ruimte die niet toegankelijk is voor kinderen of onbevoegde personen.
- Het product kan objecten uitwerpen en letsel veroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in acht om het risico op letsel of de dood te verlagen.
- Blijf in de buurt van het product wanneer de motor is ingeschakeld.
- De gebruiker van het product is verantwoordelijk indien zich een ongeval voordoet.
- Kijk voordat en terwijl u naar achteren loopt, naar achteren en omlaag, zodat u kleine kinderen, dieren of andere risico's waardoor u kunt vallen, kunt zien.
- Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn, voordat u het product gebruikt.
- Zorg ervoor dat u minimaal 15 m (50 ft) van andere personen en dieren verwijderd bent, voordat u het product gaat gebruiken. Zorg ervoor dat personen
1272 - 007 - 04.04.2024in aangrenzende gebieden weten dat u het product gaat gebruiken.
- Neem nationale en lokale wetgeving in acht. Deze kan het gebruik van het product in sommige situaties beperken of verbieden. Opleiding
- U dient alle instructies op de machine en in de handleiding(en) te lezen, te begrijpen en op te volgen alvorens de machine in gebruik te nemen. Zorg ervoor dat u volledig vertrouwd bent met de bedieningselementen en het juiste gebruik van de machine. Zorg ervoor dat u weet hoe u de machine snel moet stoppen en de bedieningselementen moet uitschakelen.
- Laat de machine nooit door kinderen gebruiken. Laat volwassenen de machine nooit gebruiken als zij niet goed in het gebruik ervan zijn geïnstrueerd.
- Laat geen mensen toe in uw werkgebied; dit geldt vooral voor kleine kinderen.
- Voorkom dat u uitglijdt of valt, met name als u de sneeuwblazer in zijn achteruit gebruikt. Veiligheidsinstructies voor bediening
- Plaats geen handen of voeten in de buurt van of onder draaiende delen. Blijf altijd uit de buurt van de afvoeropening.
- Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine gebruikt op met grind bedekte opritten, paden of wegen of als u een dergelijke ondergrond kruist. Wees alert op verborgen gevaren of verkeer.
- Ga na het raken van een vreemd voorwerp als volgt te werk: stop de motor, koppel de kabel los van de bougie, koppel bij elektrische machines de voeding los, inspecteer het product grondig op eventuele schade en repareer de schade alvorens het product opnieuw te starten en te gebruiken.
- Als het product abnormaal gaat trillen, moet u de motor stoppen en onmiddellijk op zoek gaan naar de oorzaak. Trilling is over het algemeen een voorteken van problemen.
- Schakel de motor altijd uit als u uw gebruikshouding verlaat, alvorens de vijzelbehuizing of uitworptrechter te ontstoppen en tijdens het repareren, afstellen of inspecteren van de machine.
- Stop de motor en zorg ervoor dat de vijzels en alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen alvorens het product schoon te maken, te repareren of te inspecteren. Koppel de bougiekabel los en leg de kabel uit de buurt van de bougie om te voorkomen dat iemand de motor onbedoeld start.
- Laat de motor niet binnen lopen, behalve bij het starten van de motor en voor het transport van het product in of uit het gebouw. Open de buitendeuren; uitlaatgassen zijn gevaarlijk.
- Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine op hellingen gebruikt.
- Gebruik het product nooit zonder de juiste beschermkappen en andere veiligheidsvoorzieningen op hun plaats en in bedrijf.
- Richt de uitworptrechter nooit op personen of op plaatsen waar schade aan eigendommen kan ontstaan. Houd kinderen en andere personen uit de buurt.
- Verg niet te veel van de capaciteit van het product door te veel sneeuw tegelijk te willen verwijderen.
- Gebruik het product nooit bij hoge transportsnelheden op gladde oppervlakken. Kijk achterom en ga behoedzaam te werk als u de machine in zijn achteruit gebruikt.
- Ontkoppel de voeding naar de vijzels als het product wordt getransporteerd of niet in gebruik is.
- Gebruik uitsluitend hulpstukken en accessoires die zijn goedgekeurd door de fabrikant van het product (zoals wielverzwaarders, contragewichten of cabines).
- Gebruik het product nooit zonder goed zicht of licht. Zorg er altijd voor dat u stevig staat en de hendels stevig vasthoudt. U dient uitsluitend te lopen, nooit te rennen.
- Raak een hete motor of demper nooit aan. Veiligheid van het werkgebied
- Onderwerp het gebied waar de machine gebruikt gaat worden aan een grondige inspectie en verwijder alle deurmatten, sleeën, ski’s, draden en andere voorwerpen.
- Ontkoppel alle koppelingen en plaats de machine in de neutrale stand alvorens de motor te starten.
- Gebruik het product niet wanneer u geen geschikte winterkleding draagt. Draag geen wijde kleding die verstrikt kan raken in bewegende delen. Draag schoeisel dat de stabiliteit op gladde oppervlakken verbetert.
- Ga voorzichtig om met brandstof; deze is uiterst brandbaar.
- Gebruik een jerrycan die is goedgekeurd voor brandstoffen.
- Tank de machine nooit af bij draaiende motor of als de motor nog heet is.
- Tank de machine altijd buiten af en ga hierbij uiterst zorgvuldig te werk. Tank de machine nooit binnen af.
- Vul jerrycans nooit binnen een voertuig of op de vloer van een vrachtwagen of aanhanger als deze met kunststof is afgewerkt. Zet jerrycans vóór het vullen altijd op de grond, uit de buurt van uw auto.
- Plaats als dit praktisch mogelijk is, op benzine draaiende machines eerst van de vrachtwagen of aanhanger op de grond en tank de machines op de grond af. Als dit niet mogelijk is, verdient het de voorkeur de machines op een aanhanger af te tanken met behulp van een draagbare jerrycan in plaats van rechtstreeks via het vulpistool van een benzinepomp. 1272 - 007 - 04.04.2024 111• Houd de tuit voortdurend in contact met de rand van de brandstoftank of de jerrycanopening, totdat het aftanken is voltooid. Gebruik geen automatische sluitklep.
- Plaats de benzinedop zorgvuldig terug en neem gemorste brandstof op.
- Als u brandstof op uw kleding knoeit, trek dan onmiddellijk andere kleding aan.
- Gebruik voor alle machines met elektrische aandrijving of elektrische startmotor verlengkabels en contactdozen zoals gespecificeerd door de fabrikant.
- Stel de hoogte van de vijzelbehuizing zodanig af dat deze een oppervlak van grind of gebroken steenslag niet raakt.
- Probeer nooit om aanpassingen te maken terwijl de motor loopt (behalve wanneer dit specifiek wordt aangeraden door de fabrikant).
- Draag tijdens het gebruik of bij het afstellen of repareren van de machine altijd een veiligheidsbril of een gelaatsscherm, om de ogen te beschermen tegen voorwerpen die mogelijk uit de machine worden geworpen. Persoonlijke beschermingsmiddelen Draag altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het apparaat gebruikt. Dit omvat minimaal stevig schoeisel, oog- en gehoorbescherming. Persoonlijke beschermingsmiddelen nemen de letselrisico’s niet weg, maar kunnen de ernst van het letsel beperken als er toch een ongeluk gebeurt.
- Draag altijd een veiligheidsbril of oogbescherming tijdens het gebruik van het product of tijdens het uitvoeren van onderhoud of het repareren van de machine.
- Draag altijd geschikte winterkleding wanneer u het product gebruikt.
- Gebruik altijd hoogwaardige slipbestendige laarzen met goede ondersteuning van de enkels terwijl u het product bedient.
- Draag nooit loszittende kleding die vast kan komen te zitten in de bewegende onderdelen.
- Draag indien nodig goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Bijvoorbeeld bij het bevestigen, onderzoeken of reinigen van het mes.
- Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehoorverlies veroorzaken. Veiligheidsvoorzieningen op het product
- Zorg ervoor dat u regelmatig onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan het product.
- De levensduur van het product neemt toe.
- Het risico van ongevallen neemt af. Laat het product regelmatig door een erkende dealer of een erkend servicepunt controleren, zodat er aanpassingen en reparaties uitgevoerd kunnen worden.
- Gebruik geen product met beschadigde beschermingsmiddelen. Als het product beschadigd is, neemt u dan contact op met een erkend servicepunt. Geluiddemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de geluiddemper ontbreekt of beschadigd is. Een beschadigde geluiddemper laat het geluidniveau stijgen en vergroot het risico van brand. WAARSCHUWING: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Start het product niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en laat het product drogen.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
- Zorg dat er geen brandstof op uw lichaam terecht komt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw lichaam terecht komt, verwijder deze dan met water en zeep.
- Start het product niet als er sprake is van een motorlekkage. Controleer de motor regelmatig op lekkage.
- Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze kunnen letsel veroorzaken of leiden tot de dood.
- Adem geen brandstofdampen in, dit kan letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
- Rook niet in de buurt van de brandstof of de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
- Vul geen brandstof bij terwijl de motor is ingeschakeld.
- Zorg ervoor dat de motor koud is wanneer u brandstof bijvult.
- Draai de tankdop langzaam open en laat de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
- Vul geen brandstof voor de motor bij in een afgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leiden
1272 - 007 - 04.04.2024tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop niet volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
- Verplaats het product minstens 3m van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start.
- Vul de brandstoftank niet volledig. Door hitte zet de brandstof uit. Zorg ervoor dat er ruimte overblijft aan de bovenkant van de brandstoftank. Waarschuwing voor chemische stoffen WAARSCHUWING: De uitlaatgassen van de motor van dit product bevatten chemische stoffen waarvan in de staat Californië bekend is dat ze kankerverwekkend zijn, geboorteafwijkingen veroorzaken en andere schadelijke gevolgen hebben voor de voortplanting. Zie www.P65Warnings.ca.gov. voor meer informatie. Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Start de motor nooit binnenshuis of in gesloten ruimten.
- Voordat u het onderhoud van het product uitvoert, zet u de motor uit en verwijdert u de ontstekingskabel van de bougie.
- Draag veiligheidshandschoenen wanneer u onderhoud aan de messen verricht. De messen zijn zeer scherp en kunnen gemakkelijk snijwonden veroorzaken.
- Accessoires en wijzigingen aan het product die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant, kunnen leiden tot ernstig letsel of overlijden. Breng geen wijzigingen aan het product aan. Gebruik alleen accessoires die zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- Als het onderhoud niet correct en regelmatig wordt uitgevoerd, neemt de kans op letsel of schade aan het product toe.
- Voer alleen onderhoud uit zoals beschreven in deze bedieningshandleiding. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een erkende servicewerkplaats.
- Laat een erkende servicewerkplaats regelmatig onderhoud aan het product uitvoeren.
- Vervang beschadigde, versleten of defecte onderdelen. Montage WAARSCHUWING: Zorg dat u het hoofdstuk over veiligheid hebt gelezen en begrepen voordat u het apparaat monteert. De handgrepen installeren
1. Verwijder de 4 M8x25-flensbouten (A) uit de
4 veerafstandsstukken (B) en de 4 vlakke afstandsstukken (C).
3. Monteer de onderste handgreep (D) in de 2 gaten
aan weerszijden van de behuizing. (Fig. 26)
5. Monteer de bovenste handgreep met het
bedieningspaneel (E) op de onderste handgreep. (Fig. 27) De uitworptrechter monteren
1. Verwijder de roterende schijf (B) en de 6
zeskantflensbouten (D) uit de behuizing.
2. Bevestig de roterende schijf (B) en de
uitworptrechter (A) op de voet van de trechter met behulp van 3 limiteerblokken (C).
1. Monteer de voorzijde van de uitworprotor.
2. Installeer de kunststof bus (B) op de voorzijde van
3. Bevestig de uitworprotor met 1 vlak afstandsstuk (A)
en 1 borgpen (C). (Fig. 29)
4. Monteer de achterzijde van de uitworprotor.
5. Gebruik 1 borgmoer M8 (A), 1 kunststof
vergrendelknop (B), 2 gebogen afstandsstukken (C) en 1 niveauschroef (D) om de uitworprotor te monteren.
6. Gebruik 1 zeskantmoer M8 (E) om de uitworprotor
(F) in de gaten van de handgreep te bevestigen. (Fig. 30) 1272 - 007 - 04.04.2024 113De besturingsstang voor de rijsnelheid monteren
1. Monteer het lange gebogen uiteinde van de
besturingsstang voor de rijsnelheid (A) op het bedieningspaneel en bevestig het met 1 verbindingsstangveer (B), 1 vlak afstandsstuk (C) en 1 splitpen (D). (Fig. 31)
2. Trek de schakelverbindingsplaat (B) omhoog en
monteer het korte gebogen uiteinde van de besturingsstang voor de rijsnelheid (A). Bevestig de besturingsstang voor de rijsnelheid (A) met 1 vlak afstandsstuk (C) en 1 splitpen (D). (Fig. 32)
3. Pas indien nodig de lengte van de besturingsstang
voor de rijsnelheid aan. Draai de borgmoeren van de schroefspanner los en draai de schroefspanner rond. Draai de schroefspanner weer vast in de oorspronkelijke positie voor de juiste snelheidsregeling. De oorspronkelijke positie is gemarkeerd op de schroefdraad. (Fig. 33) De vijzel- en aandrijfkabels monteren
4. Sluit de linker en rechter draadbus (D) van de kabel
en de kabelschroefbout (B) aan en vergrendel deze totdat de bovenkant van de messing borgmoer (C) op één lijn ligt met de markering op de schroefdraad (E).
5. Zet de kabel vast met de messing borgmoer (C).
Werking WAARSCHUWING: Voordat u de machine gebruikt, moet u het hoofdstuk over veiligheid en de bedieningsinstructies zorgvuldig lezen en begrijpen. Voordat u het product inschakelt
- Houd personen en dieren buiten het werkgebied.
- Voer dagelijks onderhoud uit. Zie Onderhoudsschema op pagina 116
- Zorg ervoor dat de startkabel correct aan de bougie bevestigd is.
- Vul indien nodig olie of benzine bij. Zie De motor met olie vullen op pagina 114
De motor met olie vullen OPGELET: Draai de peilstok niet wanneer u de olie controleert. Niet vullen boven de markering.
1. Verwijder de oliedop en maak de peilstok schoon.
Zie Productoverzicht op pagina 107 voor de locatie van de peilstok.
2. Vul olie bij tot de bovenste markering op de peilstok.
Controleer de olie regelmatig met de peilstok.
3. Plaats de oliedop terug.
Brandstof bijvullen Gebruik emissiearme of alkylaatbenzine, indien beschikbaar. Als er geen emissiearme of alkylaatbenzine beschikbaar is, gebruik dan loodvrije benzine van goede kwaliteit. Gebruik een benzine met een octaangetal van minimaal 90 RON buiten Noord- Amerika (87 (R+M)/2 in Noord-Amerika) of hoger en met maximaal 10% ethanol (E10). OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON buiten Noord-Amerika (87 (R+M)/2 in Noord- Amerika). Dit kan schade aan het product veroorzaken.
1. Draai de brandstoftankdop langzaam los om de druk
te laten ontsnappen.
2. Vul langzaam met een benzinejerrycan. Als u
brandstof morst, verwijder deze dan met een doek en laat de resterende brandstof opdrogen.
3. Maak het gebied rondom de brandstoftankdop goed
4. Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop niet
volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
5. Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de
plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start. De uitworptrechter afstellen De richting waarin sneeuw moet worden uitgeworpen, wordt geregeld door de regeling van de uitworprotor, die op de linker zijhendel is aangebracht.
1. Draai aan de regeling van de uitworprotor om
de draairichting van de uitgeworpen sneeuw in te stellen.
2. Draai de regeling van de uitworprotor rechtsom om
sneeuw naar rechts uit te werpen.
3. Draai de regeling van de uitworprotor linksom om
sneeuw naar links uit te werpen. (Fig. 35)
1272 - 007 - 04.04.20244. Beweeg de hoekuitworp omhoog of omlaag om de afstand van de uitgeworpen sneeuw aan te passen. (Fig. 36) De motor starten
1. Koppel de aandrijving los. Zet de rijsnelheidshendel
5. Druk 1-3 keer op de primerbalg om de boosterpomp
te starten. Gebruik de boosterpomp voor een koude start bij lage temperaturen. (Fig. 40)
6. Trek aan de hendel van het startkoord. (Fig. 41)
OPGELET: Laat de hendel van het startkoord niet te snel los. Beweeg deze langzaam terug in de startpositie. Let op: Als de hendel van het startkoord is vastgelopen, trekt u langzaam zoveel mogelijk koord uit de starter en laat u de startkoordhendel vervolgens los. Indien de motor niet start, herhaalt u de procedure of gebruikt u de elektrische startmotor.
7. Laat de motor 30-40 seconden stationair draaien
voordat u begint met sneeuwruimen.
8. Als de motor warm is, zet u de choke langzaam in
stand OPEN. (Fig. 42) De motor starten, elektrische start WAARSCHUWING: Het product heeft een elektrische starter op 230 volt netspanning. Gebruik de elektrische starter niet als uw woning niet is voorzien van geaarde stopcontacten met 230 volt. Er kan ernstig lichamelijk letsel of schade aan het product ontstaan. De elektrische starter is voorzien van een 3-polige stekker en is ontworpen voor een huishoudelijk stopcontact met 230 V netspanning. Zorg ervoor dat uw woning is voorzien van geaarde stopcontacten met 230 volt. Als u dit niet zeker weet, vraagt u het aan een erkende elektricien. Let op: Gebruik een verlengsnoer dat wordt aanbevolen voor gebruik buitenshuis, met een minimale draaddikte van 16 AWG (1,5 mm
) en een maximale lengte van 15 m (50 ft).
1. Koppel de aandrijving los. Zet de rijsnelheidshendel
5. Druk 1-3 keer op de primerbalg om de boosterpomp
te starten. Gebruik de boosterpomp voor een koude start bij lage temperaturen. (Fig. 40)
6. Sluit het product aan op de voedingsbron. (Fig. 43)
8. Als de motor niet start, wacht dan 5 seconden en
druk de startknop nogmaals in. OPGELET: Probeer de motor niet meer dan 10 keer achter elkaar te starten. Wacht na 10 startpogingen 40 minuten voordat u het opnieuw probeert.
9. Koppel de voedingskabel van het product los nadat
voordat u begint met sneeuwruimen.
11. Als de motor warm is, zet u de choke langzaam in
stand OPEN. (Fig. 42) Het product gebruiken
1. Knijp de inschakeling van de vijzel in de richting van
de hendel om de vijzel in te schakelen en sneeuw te ruimen. (Fig. 45)
2. Beweeg de rijsnelheidshendel naar links om het
product naar voren te verplaatsen. Beweeg de rijsnelheidshendel naar rechts om het product naar achteren te verplaatsen. (Fig. 46)
3. Bedien de inschakeling van de aandrijving met de
4. Knijp de inschakeling van de aandrijving in de
richting van de hendel om de aandrijfwielen in te schakelen. Het product beweegt vooruit of achteruit, afhankelijk van de stand van de rijsnelheidshendel. (Fig. 47) Product stoppen Let op: Om de motor in een noodgeval uit te schakelen, trekt u de aan/uit-sleutel uit het contact.
1. Laat de inschakeling van de aandrijving los om de
aandrijfwielen te stoppen.
2. Laat de inschakeling van de vijzel los om de vijzel
uit te schakelen en het uitwerpen van sneeuw te stoppen. (Fig. 48)
3. Zet de brandstofschakelaar in de stand UIT. (Fig. 49)
4. Trek de aan/uit-sleutel uit het contact. (Fig. 50)
Een goed resultaat verkrijgen
- Laat de motor altijd draaien met volgas of bijna volgas. 1272 - 007 - 04.04.2024 115• Pas de snelheid van het product altijd aan de sneeuwsituatie aan en pas de snelheid aan met de besturingshendel voor de rijsnelheid. Zorg ervoor dat het product gelijkmatig sneeuw ruimt.
- Het is eenvoudiger en efficiënter om sneeuw direct na het vallen te ruimen.
- Werk zo mogelijk altijd van de wind af.
- Op vlakke oppervlakken, zoals asfaltwegen, zet u de glijplaten 5-6 mm (0,2-0,25") van de grond.
- De schraapbalk is omkeerbaar. Wanneer deze bijna tot de rand van de behuizing is versleten, draait u deze om. Vervang de schraapbalk als deze beschadigd is, of als beide zijden versleten zijn.
- Maak de uitworptrechter niet los als deze verstopt is.
- Als het product door onvoorziene omstandigheden niet in beweging komt, laat u de inschakeling van de aandrijving direct los of zet u de AAN/UIT-sleutel in de stand UIT. Onderhoud Onderhoudsschema Onderhoud Elke dag 20 uur 50 uur 100 uur Controleer of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn
Controleer het moto- roliepeil
De bougie inspecte- ren en vervangen
Let op: Het is niet nodig om de tandwielkast te smeren of er ander onderhoud aan uit te voeren. Algemene inspectie uitvoeren
- Controleer of alle moeren en schroeven op het product goed zijn vastgedraaid. Oliepeil controleren OPGELET: Een te laag oliepeil kan ernstige schade aan de motor veroorzaken. Voer een controle van het oliepeil uit voordat u het product start.
1. Zet het product op een vlakke ondergrond.
2. Verwijder de olietankdop met de bijgevoegde
4. Steek de peilstok volledig in de olietank om een
goed beeld van het oliepeil te krijgen.
5. Verwijder de peilstok.
6. Controleer het oliepeil op de peilstok.
7. Als het oliepeil laag is, vult u bij met motorolie en
controleert u het oliepeil opnieuw. De motorolie verversen
1. Laat de motor een paar minuten draaien om de olie
op te warmen. Warme olie stroomt beter en voert meer verontreinigingen mee naar buiten.
Ververs de olie na de eerste 20 uur, 50 uur, 100 uur en daarna om de 100 uur.
Zie Technische gegevens voor de juiste bandenspanning.
Controleer en reinig de bougie elk jaar voorafgaand aan het gebruik. 116 1272 - 007 - 04.04.2024WAARSCHUWING: De motorolie is heet. Voorkom dat gebruikte motorolie in contact komt met de huid.
2. Zet het product op een vlakke ondergrond.
5. Plaats een opvangbak onder de olieaftapplug.
6. Verwijder de olieaftapplug, kantel het product naar
achteren en laat de gebruikte olie in de opvangbak lopen. (Fig. 51)
7. Plaats het product weer in de werkstand.
8. Breng de olieaftapplug aan en draai deze met de
9. Vul de motor met olie, zie
De motor met olie vullen op pagina 114
Bougie controleren OPGELET: Gebruik altijd het juiste bougietype. Een verkeerd type bougie kan schade aan het product veroorzaken.
- Controleer de bougie als de motor weinig vermogen heeft, niet gemakkelijk te starten is of stationair niet goed draait.
- Volg deze instructies om het risico van ongewenst materiaal op de elektroden van de bougie te beperken: a) Zorg ervoor dat het stationair toerental altijd juist is afgesteld. b) Zorg voor het juiste type brandstof. c) Zorg dat het luchtfilter schoon is.
- Maak de bougie schoon als deze vuil is en controleer of de afstand tussen de elektroden correct is, zie Technische gegevens op pagina 121 . (Fig. 52)
- Vervang de bougie indien nodig. De vijzels en de schraapbalk controleren
1. Controleer vóór elk gebruik de vijzels en de
u de schraapbalk om. Als de schraapbalk aan beide kanten is beschadigd of versleten, vervangt u deze.
3. Als de randen van de vijzels versleten zijn, neemt
u contact op met een erkend servicepunt om ze te vervangen. De glijplaten afstellen De glijplaten voorkomen dat de onderkant van de sneeuwruimer beschadigd raakt. Stel de glijplaten (A) af wanneer de borgmoer (B) los is, of wanneer de glijplaat niet de juiste afstand tot de grond heeft. Er is geen afstelling nodig voor de normale installatie.
1. Draai de borgmoer (B) los met een steeksleutel van
2. Verplaats de glijplaten (A) omhoog of omlaag.
a) Op vlakke oppervlakken stelt u de afstand tussen de schraapbalk en de grond af op 5-6 mm (0,2-0,25"). b) Op ruwe oppervlakken plaatst u de glijplaten (A) in een positie waarbij de schraapbalk boven het hoogste punt van de grond ligt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat geen grind en stenen het product binnendringen. Objecten die op hoge snelheid worden uitgeworpen, kunnen letsel veroorzaken.
3. Draai de borgmoer (B) vast. (Fig. 53)
De breekpen vervangen De breekpen beschermt het product tegen schade. De pen breekt als er een vreemd voorwerp in de bewegende delen terechtkomt.
1. Als de breekpen breekt, zet u de motor uit.
2. Breng een nieuwe breekpen (A) en een nieuwe
klemveer (B) aan. (Fig. 54) De banden inspecteren
- Houd de banden vrij van brandstof, olie en chemicaliën om schade aan het rubber te voorkomen.
- Houd de banden uit de buurt van boomstronken, stenen, geulen, scherpe voorwerpen en andere voorwerpen die schade aan de banden kunnen veroorzaken.
- Houd de banden correct op spanning, zie Technische gegevens op pagina 121
De deflector van de uitworptrechter leegmaken wanneer deze verstopt is Maak de deflector van de uitworptrechter pas leeg als u de volgende handelingen hebt verricht.
1. Laat de inschakeling van de vijzel en van de
aandrijving gelijktijdig los.
2. Wacht 10 seconden om er zeker van te zijn dat de
3. Schakel het product uit.
4. Gebruik de reinigingstool (ten minste 37 cm
lang, bijgeleverd bij sommige modellen) om de verstopping te verwijderen. 1272 - 007 - 04.04.2024 117WAARSCHUWING: Steek uw handen niet in de deflector van de uitworptrechter of in de vijzelbak. Product reinigen
- Reinig de kunststof onderdelen met een schone en droge doek.
- Reinig het product niet met een hogedrukspuit.
- Laat nooit water rechtstreeks op de motor stromen.
- Gebruik een borstel om bladeren, gras en vuil te verwijderen. Probleemoplossing Probleemoplossing Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het product start niet De veiligheidscontactsleutel is niet ingestoken. Plaats de veiligheidscontactsleutel. Het product bevat geen brandstof meer. Vul de brandstoftank met nieuwe, schone benzine. De aan/uit-sleutel is UIT. Zet de aan/uit-sleutel in de stand AAN. De choke is staat in de stand UIT (DICHT). Zet de choke in de stand AAN (FULL, OPEN). Het balgje is niet ingedrukt. Druk op het balgje. De motor is 'verzopen'. Wacht enkele minuten alvorens op- nieuw te starten, injecteer NIET. Start de motor opnieuw terwijl het gaspedaal volledig is ingetrapt en de choke UIT (DICHT) is. De bougiekabel is niet aangesloten. Sluit de kabel aan op de bougie. De bougie is defect. Vervang de bougie. Er zit water in de brandstof of de brandstof is te oud. Leeg de brandstoftank en de car- burateur. Vul de brandstoftank met nieuwe, schone benzine. Er zit damp in de brandstofleiding. Zorg dat de hele brandstofleiding on- der de uitgang van de brandstoftank loopt. De brandstofleiding moet on- onderbroken omlaag lopen van de brandstoftank naar de carburateur. Andere oorzaken. Inspecteer de startprocedures in de- ze handleiding zorgvuldig. De brandstofschakelaar (indien aanwezig) staat in de stand CLOSE (UIT). Zet de motorschakelaar in de stand OPEN (AAN). De gashendel staat in de stand STOP. Zet de gashendel in de snelle stand. 118 1272 - 007 - 04.04.2024Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Verminderd vermogen De bougiekabel is niet aangesloten. Sluit de kabel aan op de bougie. Het product ruimt te veel sneeuw. Verlaag de snelheid en de breedte van het zwad. De dop van de brandstoftank is bedekt met ijs of sneeuw. Verwijder ijs en sneeuw op en rond de brandstoftankdop. De demper is vuil of verstopt. Reinig of vervang de demper. Incorrecte kabellengte. Pas de kabellengte aan. De demper is geblokkeerd. Zorg ervoor dat de motor afkoelt. Verwijder de blokkade. De luchtinlaat van de carburateur is geblok- keerd. Zorg ervoor dat de motor afkoelt. Verwijder de blokkade. De motor stopt of loopt stroef De choke is staat op AAN (FULL, OPEN). Zet de choke op UIT (DICHT). De brandstofleiding is verstopt. Maak de brandstoftank schoon. Er zit water in de brandstof of de brandstof is te oud. Leeg de brandstoftank en de car- burateur. Vul de brandstoftank met nieuwe, schone benzine. De carburateur moet worden vervangen. Neem contact op met een erkend servicepunt. De riem is uitgerekt. Vervang de V-riem van de vijzel. Overmatige trilling / bewe- ging van de handgreep Sommige onderdelen zitten los. De vijzels zijn beschadigd. Zet alle afsluitingen vast. Vervang de beschadigde onderdelen. Neem con- tact op met een erkend servicepunt. als de trillingen niet verdwijnen. De handgrepen zijn niet goed geplaatst. Zorg ervoor dat de handgrepen in de juiste stand zijn vergrendeld. De moeren van de afstelhendels zitten los. Haal de moeren aan tot de hendel veilig aanvoelt. De hendel van het start- koord is moeilijk aan te trekken De hendel van het startkoord is vastgelopen. Trek langzaam zoveel mogelijk koord uit de starter en laat de startkoord- hendel vervolgens los. Indien de mo- tor niet start, herhaalt u de procedure of gebruikt u de elektrische startmo- tor. Het koord komt tussen andere onderdelen. Het startkoord mag geen andere dra- den of slangen raken. 1272 - 007 - 04.04.2024 119Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Verlies van tractieaandrij- ving/afname van de rij- snelheid Verlies van sneeuwlozing of langzaam wordende sneeuwlozing De riem slipt. Pas de kabellengte aan. Pas de riem aan. De riem is versleten. Controleer/vervang de riem. De riem is van de poelie gelopen. Controleer/installeer de riem. De uitworptrechter zit verstopt. Reinig de uitworptrechter. Vreemde voorwerpen verstoppen de vijzels. Verwijder het vuil of het vreemde voorwerp uit de vijzels. De breekpen is defect. Vervang de defecte breekpen. Overmatige sneeuw- en ijsafzetting tussen de bandonderdelen. Verwijder sneeuw- en ijsafzetting tus- sen de bandonderdelen. Het frictieaandrijfwiel is versleten. Neem contact op met een erkend servicepunt. Geen vijzelrotatie nadat de greep is losgelaten De aandrijfriem is niet uitgelijnd. Stel de aandrijfriem af. De deflector van de uitworptrechter is niet uitge- lijnd. Stel de deflector van de uitworptrech- ter af. De lichten zijn niet aan (in- dien aanwezig) De motor draait niet. Start de motor. De kabelverbinding zit los. Controleer de kabelverbindingen bij de motor en de lampen. De ledlamp is doorgebrand. Vervang de ledlampmodule. Indivi- duele led's kunnen niet worden ver- vangen. De uitworprotor beweegt stroef Er zit vuil in het mechanisme van de uitworpro- tor. Reinig de interne onderdelen van het uitworprotormechanisme. De kabels zijn geknikt of beschadigd. Controleer of de kabels niet geknikt zijn. Vervang de kabels die bescha- digd zijn. Het product draait naar één kant De bandenspanning is niet gelijk. Pas de bandenspanning aan en vul de band. Het product rijdt met slechts één wiel. Controleer de borgpen van de band. Ongelijkmatige sledeafstelling. Stel de glijplaten en de slede af. Ongelijkmatige glijplaatafstelling. Stel de glijplaten en de slede af. Vervoer, opslag en verwerking Transport en opslag
- Controleer voor opslag en vervoer van het product en de brandstof of er geen lekken of dampen zijn. Vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische apparaten of ketels, kunnen tot brand leiden.
- Gebruik altijd goedgekeurde containers voor opslag en transport van brandstof.
- Leeg de brandstoftank voordat u het product voor langere tijd opslaat.
- Als de vlotterkamer van de carburateur is voorzien van een aftapplug, moet u de brandstof uit de carburateur laten lopen voordat u het product langere tijd opbergt.
- Zet het product tijdens het vervoer veilig vast om schade en ongevallen te voorkomen. 120 1272 - 007 - 04.04.2024• Bewaar het product in een afgesloten ruimte om toegang door kinderen of onbevoegde personen te verhinderen.
- Bewaar het product in een droge en vorstvrije ruimte. Afvoeren
- Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving in acht.
- Voer alle chemische stoffen, zoals olie of brandstof, af via een servicecentrum of een geschikt afvalverwerkingspunt.
- Lever het product in bij een goedgekeurd afvalverwerkingspunt of stuur het naar Husqvarna voor verdere verwerking. Technische gegevens Technische gegevens ST 124 Afmetingen Gewicht, met lege tanks, kg 76 Max bandenspanning in bedrijf, PSI 20 Inlaathoogte, cm 53,3 Werkbreedte, cm 61 Motor Merk Husqvarna Nominaal motorvermogen, kW 4.3 Cilinderinhoud, cc 212 Brandstoftype Normaal loodvrij (maximaal 10% ethanol) Brandstofcapaciteit, gal/l 0,58 / 2,2 Type olie (API SJ-SN) SAE 5W30 (onder 0 °C (32 °F)) Oliecapaciteit fl. oz./l 20 / 0,6 Elektrisch systeem Bougie F7RTC Afstand tussen de elektroden van de bougie (inch/mm) 0,027-0,031 / 0,7-0,8 Geluidsemissies
Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) 100 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd L
Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
) volgens EG-richtlijnen 2000/14/EG en 2005/88/EG. De gerapporteerde gegevens voor geluidsemissie vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,5 dB (A). Onzekerheidsmarge = 1,5 dB(A)
Geluidsdrukniveau volgens EN ISO 11201. De gerapporteerde gegevens voor het geluidsdrukniveau vertonen een typische statistische spreiding (standaardafwijking) van 1,5 dB (A). Onzekerheidsmarge = 1,5 dB(A) 1272 - 007 - 04.04.2024 121ST 124 Geluidsdrukniveau bij het oor van de gebruiker, gemeten L
122 1272 - 007 - 04.04.2024Verklaring van overeenstemming EU-verklaring van overeenstemming Wij, Husqvarna AB, SE 561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product: Beschrijving Sneeuwblazer Merk Husqvarna Platform / Type / Model ST 124 Partij Serienummer vanaf 2020 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2011/65/EU "beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen" 2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2000/14/EG, 2005/88/EG "betreffende geluid buitenshuis" Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn als volgt: EN ISO 12100:2010, EN
Pārbaudiet un nomai- niet aizdedzes sveci
Notice-Facile