ST 330 - Sneeuwblazer HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ST 330 HUSQVARNA in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ST 330 HUSQVARNA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Sneeuwblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST 330 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST 330 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING ST 330 HUSQVARNA
NL Gebruiksaanwijzing 136-161
Contents
Introduction. 2
Troubleshooting 22
Safety. 4
Vervoer, opslag en verwerking. 159
Montage. 142
EG verklaring van overeenstemming. 161
Onderhoud. 149
Inleiding
Productverzicht

1. Geluideddemper 2. Vuldop benzine
- Aansluiting, elektrisch starten
- Knop voor elektrisch starten
- Licht
- Inschakeling van de vijzel
- Besturingshendeluitworp
- Besturingshendel rijnsnelheid
- Afstandsbediening besturingshendel uitworp
- Inschakeling van de aandrijving
- Drukschakelaars sturinrichting
- Knop hendel
- Glijplaat
- Vijzels
- Reinigingstool
- Uitworp
- Uitworptrechter
- Startkoordhendel
- Olieaftappunt
- Brandstofschakelaar
- AAN/UIT-toets
- Primerbalg
- AAN/UIT-schakelaar
- Gashendel
- Choke
- Olie bijvullen alle modellen. Peilstok (ST 324)
- Peilstok (ST 327, ST 330)
Productbeschrijving
Het product is een sneeuwruimer op wielen waarmee sneeuw van de grond kan worden verwijderd.
Gebruik
Dit product kan worden gebruikt om sneeuw te verwijderen van velden, wegen, laden en opritten.
Gebruik het Niet op hellingen met een grotere hellingshoek dan 20^ . Gebruik het product Niet op terreinen waar veel pun, vuil en uitstekende stenen aanwezigহn.
Symbolen op het product
Let op: Neem contact op met de distributeur om beschadigde stickers te lien verrangen.

Waarschuwing.

Lees de bedieningshandleiding.

Motor aan.

Motor ui.

Snel.

Langzaam.

Choke.

Brandstofpomp.

Olie.

Brandstof.

Let op.

Europese machinerichtlijn voor veiligheid.

Stuur links.

Stuur rechts.

Hootheinstelling vijzel.

Blazeruit.

Blazer aan.

Tractieaandrijvinguit.

Tractieaandrijying aan.

Verwijder de beschermingen nicht verwijl de motor draait.

Niet bedieren op hellingen van meer dan 10\ grades.

Verwijder bougie voordat u onderhouduitvoert.

Warm oppervlak.

Brandstofafsluitklep.

Waarschuwing, houd uw handen uit de buurt.

Waarschuwing, houd uw voeten uit de buurt.
Pas op voorwegscheidende voorwerpen. Houdomstandersuit de buurt.

Naar links draaien/omlaag duwen/naar rechts draaien.
Vooruit/achteruit.
Omhoog/omlaag.
Productaansprakelijkheid
Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zich wij Niet aansprakelijk voor schade die door ons product worden veroorzaakt, indien:
- het product Niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die nicht van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die nicht zich goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat Niet afkomstig is van de fabrikant of Niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product Niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit.
Veiligheid
Veiligheidsdefinities
De onderstaande definities geben de mate van ernst\ weer voor elk trefwoord.

WAARSCHUWING: Letsel aan Personen.

OPGELET: Schade aan het product.
Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik.
Algemene veiligheidsinstructies
- Gebruik het product op de juiste manier. Onjuist gebruik leidt möglichk tot letsel of de dood. Gebruik het product uitsluitend voor de taken die in deze handleiding worden genoemd. Gebruik het product Niet voor andere taken.
- Volg de instructies in deze handleiding op. Volg de veiligheidssymbolen en veiligheidsinstructies op. Het Niet in alot nemen van de instructies en de symbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood.
- Gooi deze handleiding Niet weg. Gebruik de instructies voor het monteren, gebruiken en onderhonden van uw product. Gebruik de instructies voor een correcte installmentie van opzetstukken en accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde opzetstukken en accessoires.
- Gebruik nooit een beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handledeing een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden要去en door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
- Deze handleiding kan nicht alle situatuies beschrijven die zich voor:kunnen doen wanner u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product Niet en voer geen onderhoudwerkzaamheden aan het productuit als u niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, serviceworkplaats of erkende servicepunt.
- Koppel de bougiekabel los voordat u het product monteert, het product opslaat of onderhoudswerkzaamheden UITvoert.
- Gebruik het product zich als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd. Vervang geen onderdelen van het product zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik alleen onderdelen die zich goedgekeurd door de fabrikant. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
- Adem geen dampen in van de motor. Langdurig inademen van de uitlaatgassen van de motor kan een gevaar voor de gezondheid opleveren.
- Start het product Niet in gesloten ruimtes of in de buurt vanlicht ontvlambaar materiaaal. De uitlaatgassen zijn heet en kuren vonden veroorzaken die tot brand kuren leiden. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Wanner u dit product gebruikt, genereert de motor een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gebruikt.
-
Laat het product Niet door een kind bedieren. Laat het product Niet bedieren door Personen die de instructies Niet hebben gelezen.
-
Zorg ervoor dat u personen met een lichamelijke of geestelijkke beperking die het product gebruiken,.altijd in de gaten houdt. Er要去 allen tjnde een verantwoordelijkke volwassene aanwezig zich.
- Berg het product op in een afgesloten ruimte die nicht toegankelijk is voor kinderen of onbevoegde Personen.
- Het product kan objcten uitwerpen en letsel veroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in acht om het risico op letsel of de dood te verlagen.
- Blijf in de buurt van het product wonneer de motor is ingeschakeld.
- De gebruiker van het product is verantwoordelijk indien zich een ongeval voordoet.
- Kijk voordat en terwijl u waar achteren loopt, waar achteren en omlaag, zodat ukleine kinderen, deren of andere risico's waardoor u kunt vallen, kunt zien.
Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn, voordat u het product gebruikt. - Zorg ervoor dat u minimaal 15 m (50 ft) van andere personen en dieren verwijderd bent, voordat u het product gaat gebruiken. Zorg ervoor dat Personen in aangrenzende gebieden weten dat u het product gaat gebruiken.
- Neem nationale en lokale wetgeving inucht. Deze kan het gebruik van het product in sommige situatuies beperken of verbieten.
Veiligheidsinstructies voor bediening
- Plaats geen handen of voeten in de buurt van of onder draaiende delen. Blij aftijd uit de buurt van de afvoeropening.
- Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine gebruikt op met grind bedekte opritten, laden of wegen of als u een dergelijkke ondergrond kruist. Wees alert op verborgen bevaren of verkeer.
- Ga na het raken van een vreemd voorwerp als volgt te werk: stop de motor, koppel de kabel los van de bougie, koppel bij elektrische machines de voeding los, inspecteer het product grondig op eventuele schade en repareer de schade alvorens het product opnieuw te starten en te gebruiken.
- Als het product abnormaal gaat trillen,要去 de motor stoppen en onmiddelijk opzoek gaan maar deoorzaak. Trilling is over het algemeen een voorteken van problemen.
- Schakel de motor.altijduitalsuwgebruikshouding verlaat, alvorens de vijzelbehuizing ofuitworptrechter te ontstoppen en tijdens het repareren, afstellen of inspectoren van de machine.
- Stop de motor en zorg ergoor dat de vijzels en alle bewegende onderdelen tot stilstand zich gekomen alvorens het product schoon te make, te repareren of te inspecteren. Koppel de bougiekabel los en leg de kabel uit de buurt van de bougie om te voorkomen dat iemand de motor onbedoeld start.
- Laat de motor nicht binnen lopen, behalte bij het starten van de motor en voor het transport van het
product in of uit het gebouw. Open de buitendeuren; uitlaatgassen zijn gevaarlijk.
Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine op hellingen gebruikt.
- Gebruik het product nooit zonder de juiste beschermkappen en andere veiligheidsvoorzieningen op hunplaats en in bedrijf.
- Richt de uitworptrechter nooit op Personen of opplaatsen waar schade aan eigendommen kan ontstaan. Houd kinderen en andere Personen uit debuurt.
- Verg Niet te veel van de capacititeit van het product door te veel sneeuw tegelijk te wilten verwijderen.
- Gebruik het product nooit bij hoge transportsnelheden op gladde oppervlakken. Kijk achterom en ga behoedzaam te werk als u de machine in zichchteruit gebruikt.
- Ontkoppel de voeding maar de vijzels als het product wordengetransporteerd of Niet in gebruik is.
- Gebruikuitsluitend hulpstukken en accessoires die zichen goedgekeurd door de fabrikant van het product (zoals welverzwaarders, contragewichten of cabins).
- Gebruik het product nooit zichonder goed zicht oflicht.
Zorg er.altijd voor dat u stevig staat en de hendels stevig vasthoudt. U dientuitsluitend te lopen, nooit terennen.
- Raak een hete motor of demper nooit aan.
Veiligkeit van het werkgebied
- Onderwerp het gebied waar de machine gezruikt gaat worden aan een grondige inspectie en verwijder alle deurmatten, sleeën, ski's, draden en andere voorwerpen.
- Ontkoppel alle koppelingen enplaats de machine in de neutrale stand alvorens de motor te starten.
- Gebruik het product Niet wonneer u geen geschiktte winterkleding draagt. Draag geen wijde kleding die verstrekt kan raken in bewegende delen. Draag schoeisel dat de stabiliteit op gladde oppervlakken verbeturt.
-
Ga voorzichtig om met brandstof; deze is uiterst brandbaar.
-
Gebruik een jerrycan die is goedgekeurd voor brandstoffen.
Tank de machine nooit af bij draaiende motor of als de motor nog heet is.
Tank de machine alltijd buiten af en ga hierbij uiterst zorgvuldig te werk. Tank de machine nooit binnen af.
Vul jerrycans nooit binnen een voertuig of op de vloer van een vrachtwagen of aanhanger als deze met kunststof is afgewerkt. Zet jerrycans voor het vullen algid op de grond, uit de buurt van uw auto. - Plaats als dit praktisch möglich is, op benzine draaiende machines eerst van de vrachtwagen of aanhanger op de grond en tank de machines op
de grond af. Als dit nicht möglich is, verdient het de voorkeur de machines op een aanhanger af te tanken met behulp van een draagbare jerrycan in plaats vanrechtstreeks via het vulpistool van een benzinepomp.
- Houd de tuit voortdurend in contact met de rand van de brandstoftank of de jerrycanopening, totdat het aftanken is voltooid. Gebruik geen automatische sluitklep.
- Plaats de benzinedop zorgvuldig terug en neem gemorste brandstof op.
-
Als u brandstof op uw kleding knoeit, trek dan onmiddelijk andere kleding aan.
-
Gebruik voor alle machines met elektrische aandrijving of elektrische startmotor verlangkabels en contactdozen zoals gespecificeerd door de fabrikant.
- Stel de hoogte van de vijzelbehuizing zodenig af dat deze een oppervlak van grind of gebroken steenslag Niet raakt.
- Probeer nooit om aanpassingen te makeen verwijl de motor loopt (behalte wanner dit specifikiek worden aangeraden door de fabrikant).
- Draagijdens het gebruik of bij het afstellen of repareren van de machine algtd een veiligheidsbril of een gelaatsschem, om de ogen te beschermen gegen voorwerpen die möglichk uit de machine worden geworpen.
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Draag altijd de juiste persoonlijke beschemmingsmiddelen wonneer u het apparaat gebruikt. Dit omvat minimaal stevig schoeisel, oog- en gehoorbeschemming. Persoonlijke beschemmingsmiddelen nemen de letselrisico's nicht weg, maar+knen de ernst van het letsel beperken als er toch een ongeluk geleurt.
- Draag.altijd eenveiligheidsbril of oogbescherming tijdens het gebruik van het product of tijdens hetuitvoeren van onderhoud of het repareren van de machine.
- Draag alsijd geschikte winterkleding wanner u het product gebruikt.
- Gebruik algid hougwaardige slipbestendige laarzen met goede ondersteuning van de enkels terwijl u het product bedient.
- Draag nooit loszittende kleding die vast kan komente zitten in de bewegende onderdelen.
- Draag indien nodig goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Bijvoorbeeld bij het bevestigen, onderzoeken of reinigen van het mes.
- Gebruik alkijd goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehooorverlies veroorzaken.
Veiligheidsvoorzieningen op het product
Zorg ervoor dat u regelmatig onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan het product.
- De levensduur van het product neemt toe.
- Het risico van ongevallen neemt af.
Laat het product regelmatig door een erkende dealer of een erkend servicepunt controeren, zodate er aanpassingen en reparations uitgevoerd+kennen worden.
- Gebruik geen product met beschadigde beschermingsmiddelen. Als het product beschadigd is, neemt u dan contact op met een erkend servicepunt.
Geluiddemper
De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag möglich te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker.
Gebruik het product Niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe.
Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiernen of die goed vastzit en nicht beschadigd is.

OPGELET: De uitlaattemper worden erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen.
Brandstofveiligheid

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Start het product Niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ontgewenste brandstof/olie en LAST het product drogen.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
Zorg dat er geen brandstof op uw lichaamterecht komt, dit kan letselveroorzaken. Als er brandstof op uw lichaamterecht kommt, verwijder deze dan met water en zoep. - Start het product Niet als er spreke is van een motorlekkage. Controller de motor regelmatig op lekkage.
- Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof islicht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze können letsel veroorzaken of leiden tot de dood.
-
Adem geen brandstofdampen in, dit kan letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
-
Rook nicht in de buurt van de brandstof of de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
Vul geen brandstof bij verwijl de motor is ingeschakeld.
Zorg ervoor dat de motor koud is wanner u brandstof bijvult. - Draai de tankdop langzaam open en LAST de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
Vul geen brandstof voor de motor bij in een afgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koalmonoxide. - Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop nicht volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
- Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaatssaar u de brandstoffank hebt bevuld,voordat u het product start.
- Doe nicht te veel brandstof in de brandstoffank.
Veiligheidsinstrumenties voor onderhoud

WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Start de motor nooit binnenshuis of in gesloten ruimten.
- Voordat u het onderhoud van het product UITvoert, zet u de motoruit en verwijdert u de ontstekingskabel van de bougie.
- Draag verilgheidshandschoenen wonneur u onderhoud aan de messen verricht. De messen+zijn zeer scherp en kuren gemakkelijk snijwondenveroorzaken.
- Accessoires en wijzigingen aan het product die nicht zijn goedgekeurd door de fabrikant, können leiden tot ernstig letsel of overlijden. Breng geen wijzigingen aan het product aan. Gebruik alleen accessoires die zichن goedgekeurd door de fabrikant.
- Als het onderhoud Niet correct en regelmatig worden uitgevoerd, neemt de kans op letsel of schade aan het product toe.
- Voer alleen onderhoud UIT zoals beschreiben in deze bedieningshandleiding. Alle overige onderhoudswerkzaamheden要去en wordenuitgevoerd door een erkende serviceworkplaats.
- Laat een erkende serviceworkplaats regelmatin onderhoud aan het product uitvoeren.
- Vervang beschadigde, versleten of defeche onderdelen.
Montage
Het product uit de verpakking verwijderen
- Verwijder loses onderdelen die bij het product worden geleverd. Snijd de vier hoeken van de doos en leg de eindplaten plat neer.
- Verwijder de twee schroeven waarmee de vijzelbehuizing aan de pallet is bevestigd. Verwijder de stalen beugels van de glijplaten als deze aanwezigহn.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialien.
- Haal het product uit de doos en zorg ervoor dat er geen losse onderdelen in de doos blijven zitten.
Losse onderdelen

Knop (3)

Uitworptrechter (1)

AAN/UIT-sleutel (s)

Slotboute 5 / 16 - 18× 2% (2)

Knoppen hendel (2)

Borgmoer 3/8 (1)

Kabelgeber (1)

Breekpennen 1 / 4 - 20× 1 - 3 / 4 (6)

Borgmoeren 1/4-20 (6)

Borgmoer 5/16-18 (1)

Borgmoer 1/4-20 (1)

Nylon ring (1)

Slotbout 5 / 16 - 18× 5 / 8 (1)

Veer (1)

Borstbout 1/4-20 (1)
De hendel installeren
- Beweeg het bovenste deel van de hendel maar de bedieningspositie.

- Stel de positie van de hendel in op eén van de montagegaten (B) en draai de hendelknoppen (C) vast met de slotbouten (D).

- Plaatsmeer slotboute (D) en hendelknoppen (C) om de bovenste hendel (A) aan de onderste hendel (E) te bevestigen.

De uitworptrechter en uitworprotorkop installereren
- Plaats de uitworptrechter boven op de voet van de trechter met de uitlaatopening in de richting van de voorzijde van het product.
- Plaats de uitworprotorkop (A) op de beugel van de uitworptrechtier (B). Draai indien nodig de uitworptrechtier om de pennen onder de uitworprotorkop uit te lijnen met de gaten in de beugel.
-
Plaats de uitworprotorkop op de pen (C) en de tapbout (D) op de montagesteun (E).
-
Bevestig een borgmoer (G) op de tapbout en draai deze vast.

- Steek de kabels door de kabelgeleider (F) en de dubbele klem (I) om de rotorkabel (H) aan de onderste hendel vast tezetten.

De afstandsbediening van deuitworptrechter installereren
-
Bevestig de beugel van de afstandsbedieningskabel (A) met een slotbout (B) en een borgmoer van 5/16-18 (D) aan de uitworptrechter. Draai de bout vast.
-
Breng het kabeloog (E) van de afstandsbediening aan op de uitworptrechter (F) met een borstbout (G) en een nylon ring (C) en zet deze vast met een borgmoer van 1/4 - 20 (K). Het kabeloog ligt los op de borstbout.
- Bevestig de veer (L) tussen de zeskantmoer (M) op de uitworprotorkop en de opening op de uitworptrechter.

- Bevestig de bedieningsknoppen (N) van de hendel door deze op de bedieningshendels (O) omlaag te drukken.

Werking
Voordat u het product inschakelt
-
Houd personen en dieren buiten het werkgebied.
Voer dagelijks onderhouduit. Zie Onderhoudsschemopagina 149. -
Zorg ervoor dat de startkabel correct aan de bougie bevestigd is.
Vul indien nodig olie of benzine bij. Zie Technische gegevens op pagina 160.
De motor met olie vullen

OPGELET: Draai de peilstok nicht wonneer u de olie controelt. Niet vullen boven de markingering.
- Verwijder de oliedop en kaak de peilstok schoon. Zie Productoverzicht op pagina 136 voor de locatie van de peilstok.
- Vul olie bij tot de bovenste marketing op de peilstok.
Controleer de olie regelmatig met de peilstok. - Plaats de oliedop terug.
Brandstof bijvullen
Gebruik emissarieme of alkylaatbenzine, indien beschikbaar. Als er geen emissarieme of alkylaatbenzine beschikbaar is, gebruik dan een loodvrije benzine van goede kwaliteit, of loodhoudende benzine. Gebruik een benzine met een octaangetal van minimaal 90 RON buiten Noord-Amerika (87 AKI in Noord-Amerika) of hoger en met maximaal 10% ethanol (E10).

OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON buiten Noord-Amerika (87 AKI in Noord-Amerika). Dit kan schade aan het product veroorzaken.
- Draai de brandstoftankdop langzaam los om de druk te lately ontsnappen.
- Vul langzaam met een benzinejerrycan. Als u brandstof morst, verwijder deze dan met een doekenaat de resterende brandstof opdrogen.
- Maak het gebied rond de brandstoftankdop goed schoon.
- Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop nicht volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
- Verplaats het product minstens 3m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt bevuld, voordat u het product start.
De uitworptrechter en de uitworptrechter afstellen
-
Om de positie van de uitworptrechter af te stellen, beweegt u de bedieningshendel van de uitworptrechter (A) maar achefteren enaar links of aan rechts.
-
Beweeg de afstandsbedieningshendel (B) van deuitworptrechter omlaag om de afstand te verkleinen en omhoog om de afstand te vergroten.

De motor starten, handmatige start
- Steek de AAN/UIT-sleutel (A) in het contactslot totdat u een klik hoort. Draai de sleutel Niet rond.

- Zet de AAN/UIT-schakelaar (F) voor brandstof in de stand AAN.
- Zet de gashendel (B) in de snelle stand.
- Zet de AAN/UIT-schakelaar (C) in de stand AAN. a) Als de motor koud is, draait u de choke (D) maar de stand FULL en drukt u drie keer op deprimer (E).

OPGELET:Injecteer Niet te veel brandstof in de motor. Hierdoor kan het gebeuren dat de motor Niet start. Als er te veel brandstof in de motor is geinjecteerd, wacht u enkele Minutes voordat u probeert de motor te starten en drukt u Niet op de primer.
- Trek aan de startkoordhendel (G).

OPGELET: Laat de greed nicht te snel los. Beweeg deze langzaamtering in de startupitie.
Let op: Als het startkoord is vastgelopen, trekt u langzaam zoveel möglichk koord UIT de starter en LAST u de startkoordhendel cervolgens los. Indien de motor Niet start, herhaalt u de procedure of gebrukt u de elektrische startmotor.
- Als de choke is gebruikt om de motor te starten, zet u de choke (D) langzaam in de stand UIT.
- Laat de motor 2-3 minutes stationair draaien voordat u begint met sneeuwruimen.
- Als de motor Niet normalaardraait, schakelt u dezeuit.
De motor starten, elektrische start

WAARSCHUWING: Het product heeft een elektrische starter op 230 V netspanning. Gebruik de elektrische starter niets als uw woning Niet is voorzien van geaarde stopcontacten van 230 V. Er kan ernstig lichamelijk letsel of schade aan het product ontstaan. De elektrische startmotor is voorzien van een 3-polige stekker en is ontworpen voor een huishoudelijk stopcontact van 230 V. Zorg ervoor dat uw woning is voorzien van geaarde stopcontacten van 230 V. Als u dit nicht zeker weet, vraagt u het aan een erkende elektricien.
- Steek de AAN/UIT-sleutel (A) in het contactslot totdat u een klik hoort. Draai de sleutel Niet rond.
- Zet de AAN/UIT-schakelaar (F) voor brandstof in de stand AAN.
- Zet de gashendel (B) in de selle stand.
- Zet de AAN/UIT-schakelaar (C) in de stand AAN.
a) Als de motor koud is, zet u de choke (D) in de stand FULL. - Druk drie keer op de primer (E).

OPGELET:Injecteer Niet te veel brandstof in de motor. Hierdoor kan het gebeuren dat de motor Niet start. Als er te veel brandstof in de motor is geinjecteerd, wacht u enkele Minutes voordat u probeert de motor te starten en drukt u Niet op deprimer.
- Sluit de verlngkabel aan op de aansluiting op de motor (G).
- Sluit het andere uiteinde van de verlangkabel in aan op een geaard stopcontact van 230 V.
- Druk op de knop voor elektrisch starten (H) totdat de motor start.

OPGELET: Torn de motor nicht langer dan vrij seconden achtereen:tussen de keren dat u probeert te starten. Wacht 5 tot 10 seconden voordat u het weeer probeert.
- Als de choke werk gebruikt om de motor te starten, waar u de knop voor elektrisch starten los en zet u de choke (D) langzaam in de stand UIT.

- Koppel de verlangkabel eerst los van het stopcontact en daarna van de motor.
- Laat de motor 2-3 minutes stationair draaien voordat u begint met sneeuwruimen.
Het product gebruiken

OPGELET: Bedien de vijzelmessen nicht zonder sneeuw of water om ze te smeren. Onjuist gebruik kan hoge temperaturen in de vijzelmessen tot gevolg hebben, vooral als het product neuew is. Dit kan leiden tot beschadiging van de vijzelmessen en de schraapbalk.

OPGELET: Laat de aandrijving of de vrijelhendels Niet gedurende een langere periode gedeeltelijk aangrijpen; dit kan leiden tot voortijdige slijtage of verbranding van de riemen.
Let op: Wanner zowel de aandrijving als de vijzel aangrijpen, worden vijzel door de aandrijving op zijnplaats gehonden. Bedien de sneeuwuitworptrechter met de rechterhand.
Let op: Verander de snelheid nicht wanner de aandrijhendel is ingeschakeld. Dit kan schade aan de transmissie veroorzaken.
- Om de vijzelmessen in te schakelen, drukt u de vijzelinschakeling (A) maar de hendel om de vijzel in te schakelen en sneeuw te ruimen.

- Breng de besturingshendel (B) voor de rijnselheid van de middelste stand omhoog om het product waar voren te latent bewegen wanner de aandrijving (C) is ingeschakeld. Verander de snelheid Niet wanner de aandrijfhendel is ingeschakeld. Dit kan schade aan de transmissie veroorzaken.
- Breng de besturingshendel rijnselheid van de middelste stand omlaag om het productaarachten te latent bewegen wonneer de aandrijving is ingeschakeld.

-
Om het product in de geseleerde richting te lien bewegen, houdt u de inschakeling (C) van de aandrijving gegen de handgreep aan.
-
Als het product stuurbekrachtig hoefft, houdt u de linkerdrukschakelaar (D) van de stuurinrichting vast om maar links te gaan. Houd de rechterdrukschakelaar van de stuurinrichting vast omহrechts te gaan.

Product stoppen
- Zet de gashendel (A) in de stand STOP.

- Verwijder de AAN/UIT-sleutel.
De gashendel gebruiken
- Draai de gashendel (A) om de gebruekte hoeveelheid brandstof aan te passen. Laat de motor algijd op volte toeren draaien.

Gebruik van de brandstofschakelaar
- Draai de brandstofschakelaar om de brandstofklepte openen of te sluiten. Bedien het product met debrandstofschakelaar in de stand OPEN.

De choke gebruiken
- Draai de choke (A) om de chokeklep te openen of te sluiten. Gebruik de choke om een koude motor te starten.

De glijplaten afstellen
Er is geen afstelling nodig voor de normale installmentie.
-
Als de borgmoer (B) loszt of de glijplaat (A) nicht hoog genoeg van de grond is, maakt u de borgmoer (B) los met een steeksleutel van 13 mm en verplaatst u de glijplaat omhoog of omlaag.
-
Op vlakke oppervlakken, zoals asfaltwegen, zet u de glijplaten (A) 5-6 mm van de grond. Op ongelijkmatige oppervlakken, zoals grindwegen, maakt u de spelting tussen de grond en het product groter met de glijplaten om de schraapbalk boven de bovenkant van het grind te krijgen. Zorg ervoor dat geen grind en stenen het product binnendringen. Dit kan lichamelijk letsel veroorzaken als objecten op hoge snelheid worden uitgeworpen.
-
Draai de borgmoer (B) vast.

De snijmessen gebruiken (indien aanwezig)
Gebruik de snijmessen om dieper door sneeuubankente snijden dan de voorkant van het product.
- Draai de stelmoeren (A) aan beiden zichden van het product los om elk snijmes (B) in de hoogste stand te zetten.

- Draai de moeren vast.
- Laat de messen na gebruik zakken.
Vastlopen na gebruik voorkomen
Let op: Bedieningselementen en bewegende onderden können vastlopen door ijs. Oefen nicht viel kracht uit op de bedieningselementen. Als u een bedieningselement of onderdeel Niet kurz bedieren, start u de motor en LAST u deze enkele minuten draaien.
- Start de motor en LAST deze enkele minuten draaien. Stop de motor en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zichn gekomen.
-
Verwijder sneeuw en los ijis van het product.
-
Verwijder sneeuw en los ij's van de onderkant van detrechter.
- Draai de uitworptrechteraar links enaar rechts om ijs en water te verwijderen.
- Zet de sleutel in de stand "UIT".
- Als het product geen elektrische starter heeft, trekt u enkele keren aan de starthendel van het startkoord om ijns en water te verwijderen.
- Als het product een elektrische starter heeft, sluit u het product aan op de voeding en drukt u eenkeer op de startknop om ijns en water te verwijderen.
Een goed resultaat verkrijgen
- Laat de motor alto ditraaien met volgas of bijna volgas.
-
Pas de snelheid van het product altijd aan de sneeuw situated aan en pas de snelheid aan met de besturingshendel voor de rijnsnelheid. Zorg ervoor dat het product gelijkmatig sneeuw ruimt.
-
Het is eenvoudiger en efficienter om sneeuw direct na het vallen te ruimen.
- Werk zo möglichuktijd van de wind af.
Op vlakke oppervlakken, zoals asfaltwegen, zet u de glijplaten 5-6 mm (0,2-0,25") van de grond. - De schraapbalk is omkeerbaar. Wanner deze bijna tot de rand van de behuizing is versleten, draait u deze om. Vervang de schraapbalk als deze beschadigd is, of als beiden zijden versleten zijn.
Maak de uitworptrechter Niet los als deze verstopt is. - Als het product door onvoorzienne omstandigheden nicht in beweging komt,That u de inschakeling van de aandrijving direct los of trekt u de AAN/UIT-sleutel eruit in de stand UIT.
Onderhoud
Inleiding
Wanner het product in gebruik is, kuren de bouten losraken en onderdelen slijten. Dit kan een storing
veroorzaken, zoals een onjuiste speling, een verhoogd olieverbruik of een verkeerde uitlijning van diverse onderden. Voer periodiek onderhoud aan het productuit om storingen te voorkomen.
Onderhoudsschema
| Onderhoud Elke dag 20aar 50aar 100aar | |||
| Controller of moeren en schroeven goed vastgedraaidijken | X | ||
| Controller het motoroliepeil | X | ||
| Olie verversen 26 | XXXX | ||
| Controller op brand-stof- of olielekkage | X | ||
| Verwijder verstoppin-gen of vreemde voorwerpen in de vrijzel | X | ||
| Controller de bandenspanning 27 | X | ||
| De bougie inspecteren en verrangen 28 |
Let op: Het is nicht nodig om de tandwielkast te smeren of er ander onderhoud aan uit te voeren.
Algemene inspectie uitvoeren
- Controller of de moeren en schroeven op het product goed+zijn vastgedraaid.
Oliepeil controlleren

OPGELET: Een te laag oliepeil kan ernstige schade aan de motor veroorzaken. Voer een controle van het oliepeiluit voordat u het product start.
- Zet het product op een vlakke ondergrund.
- Verwijder de olietankdop met de bijgevoegde peilstok.
- Veeg de olie van de peilstok.
- Steek de peilstok volledig in de olietank om een goed beeld van het oliepeil te krijgen.
- Verwijder de peilstok.
- Controller het oliepeil op de peilstok.
- Als het oliepeil laag is, vult u bij met motorolie en controeert u het oliepeil opnieuw.
De motorolie verversen
- Laat de motor een pau minuten draaien om de olie op te warmen. Warme olie stroomt beter en voerteer verontreinigingen mee maar buiten.

WAARSCHUWING: De motorolie is heet. Laat geen gebruekte motorolie in contact komen met de huid.
- Zet het product op een vlakke ondergrund.
- Verwijder de AAN/UIT-sleutel.
- Plaats een opvangbak onder de olieaftapplug.
- Verwijder de olieaftapplug, kantel het product en laat de gebruike olie in de opvangbak lopen.
- Plaats het producteer in de gebruikspositie.
- Bevestig de olieaftapplug en draaicke met de hand vast.
- Vul de motor met olie, zie De motor met olie vullen op pagina 145.
Het product smeren
- Smeer de scharnierpunten (A) met olie.
-
Smeer de motor (B) met olie.
-
Breng aan het begin van elk seizoen of na elke 25 bedrijfsuren eenkleine hoeveelheid lithiumvet aan op de vergrendelingsgaten (C).

Geluidemper
De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag möglich te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker.
Gebruik het product Niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe.
Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiernen of die goed vastzit en nicht beschadigd is.

OPGELET: De uitlaattemper worden erg heet tijdens en na gebruik en wonneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen.
Bougie controlleren

OPGELET: Gebruik alkijd het juiste bougietype. Een verkeerd type bougie kan schade aan het product veroorzaken.
- Controller de bougie als de motor weinig vermogen—heeft, nicht gemakkelijk te starten is of stationair nicht goed draait.
- Volg deutsche instructies om het risico van ongewenst materiaal op de elektroden van de bougie te beperken:
a) Zorg ervoor dat het stationair toerental algijd juist is afgesteld.
b) Zorg dat het brandstofmengsel correct is.
c) Zorg dat het luchtfilter schoon is.
Maak de bougie schoon als deze vuil is en controller of de afstand:tussen de elektroden correct is, zie Technische gegevens op pagina 160.

- Vervang de bougie indien nodig.
De vijzels en de schraapbalk controlleren
- Controller voor elk gebruik de vijzels en deschraapbalk op slijtage.
- Als de rand van de schraapbalk versleten is, draait u de schraapbalk om. Als de schraapbalk aan beiden kanten is beschadigd of versleten, verrangt u deze.
- Als de randen van de vijzels versleten zijn, neemt u contact op met een erkend servicepunt om ze te verrangen.
Breekpennen van de vijzel verrangen
De breekpennen van de vijzel beschermen het product gegen schade. De breekpennen van de vijzel breken als een object in de bewegende delen kommt.

OPGELET: Gebruik alleen de originele breekpennen die met het product worden meegeleverd.
- Als een breekpen van de vijzel breekt, stop dan de motor en wacht tot de bewegende delen tot stilstand zichen gekomen.
- Verwijder de AAN/UIT-sleutel en maak de bougiekabel los.
-
Breng het gat in de naaf van de vijzel (B) in lijn met het gat in de vijzelas (C) en monteer een neue breekpen van 14 - 20 × 2 (A).
-
Monteer een 1/4 - 20 borgmoer (D) op de breekpen en draai deze vast.

- Steek de AAN/UIT-sleutel in het contact en sluit de bougiekabel aan op de bougie.
Breekpennen van de rotor verrangen
De breekpennen van de rotor beschermen het product gegen schade. De breekpennen van de rotor breken als een object in de bewegende delen kommt.

OPGELET: Gebruik alleen de originele breekpennen die met het product worden meegeleverd.
- Als een breekpen van de rotor breekt, stop dan de motor en wacht tot de bewegende delen tot stilstand zichn gekommen.
- Verwijder de AAN/UIT-sleutel en kaak debougiekabel los.
-
Breng het gat in de naaf van de rotor (A) in lijn met het gat in de vijzelas (B) en monteer een neue 1/4 -20 breekpen (C).
-
Monteer een 1/4 - 20 borgmoer (D) op de breekpen en draai deze vast.

- Steek de AAN/UIT-sleutel in het contact en sluit de bougiekabel aan op de bougie.
De banden inspecteren
- Houd de banden vrij van brandstof, olie en chemicaliën om schade aan het rubber te voorkomen.
- Houd de banden uit de buurt van boomstronken, stenen, geulen, scherpe voorwerpen en andere voorwerpen die schade aan de banden+kennen yeroorzaken.
Houd de banden correct op spanning, zie Technische gegevens op pagina 160.
Een verstopteuitworptrechterleegmaken
Maak de uitworptrechter pas leeg als u de volgende handelingen hebt verricht.
- Laat de inschakeling van de vijzel en van de aanrijving geleiktijdig los.
- Wacht 10 seconden om er zeker van teল dat de vijzels gestocht�.
- Stop het apparaat.
- Gebruik de reinigingstool (ten minste 38 cm lang, bijgeleverd bij sommige modellen) om de verstopping te verwijderen.

WAARSCHUWING: Steek uw handen Niet in de uitworptrechter of in de vijzelbehuizing.
De schraapbalk verrangen
- Draai de schraapbalk (A) om wonneer deze aan de rand van de behuizing versleten raakt.

- Vervang de schraapbalk als deze aan beiden zijden versleten is of als deze beschadigd is.
Aandrijfriemen

WAARSCHUWING: De V-riemen op uw product hebben een speciale constructie en moeten worden verrangen door riemen van de oorspronkelijke fabrikant, verkrijgbaar bij het dichtstbijzijnde servicepunt. Het gebruik van andere riemen dan van de oorspronkelijke fabrikant kan tot persoonlijk letsel of schade aan het product leiden.

WAARSCHUWING: Voor de verranging van de riem要去 het product worden gedemonteerd. Wanner u de vrijbelhuizing losmaakt van het frame is het belangrijk dat een assistant in de bedieningsstand staat en de producthandgrepen vasthoudt. Ernstig lichamelijk letsel en/of schade aan het product kan optreden als het productijdens het verrangen van de riem valt.
Let op: De vijzel- en tractieaandrijfriemen zijn nicht verstelbaar. Vervang de riemen als ze beschadigd zijn of door slijtage gaan slippen. Het is raadzaam de riemente lately verrangen door een erkent servicepunt.
Let op: Het is raadzaam de aandrijfrem en de vijzelriem tegelijkertijd te verrangen.
Voorbereiding voor het verwangen van de riemen
-
Tap de brandstof af uit de brandstoftank.
-
Draai de borgmoer (A) los waarmee de uitworprotorkop (B) aan de bevestigingsbeugel (C) vastzit om de uitworptrechter te verwijderen.

- Draai de twee schroeven (A) los waarmee de riemkap (B) aan het frame (C) is bevestigd en verwijder de riemkap.

De aandrijfrem verwijderen
-
Verwijder de vijzelriem. Zie De vijzelriem verwijdenen op pagina 154.
-
Verwijder de spanveer (A) die is bevestigd aan de spanarm van de aandrijfrem (B).

- Verwijder de terugtrekveer (C) waarmee de zwenkplaat (D) op zijnplaats worden gezchoolen.
- Verwijder de armbout (E) en de spanarm van de aandrijfrem.
- Verwijder de poeliebout (F), de motorpoelie (G) en de aandrijfriem (H) van de motor.
- Verwijder de bovenste bout (I) waarmee de zwenkplaat aan het frame vastzit
- Scharnier en houd de zwenkplaat uit de buurt van het product en haal de aandrijfrem van de aandrijfpoelie (J).
De aandrijfrem aanbrengen
- Scharnier en houd de zwenkplaat (D)uit de buurt van het product.

- Plaats de aandrijfrem (H) op de aandrijfpoelie (J).
Let op: Zorg ervoor dat de aandrijfrem correct in de groef van de aandrijfpoelie worden geleid voordat u de zwenkplaat LASTZAKKEN.
-
Breng de bovenste bout (I) aan en draai deze vast.
-
Plaats de aandrijfrem in de groef van de motorpoelie (G) voordat u deleze op de motoras aanbrengt.
- Monteer de poeliebout (F) en bevestig de motorpoelie op de motor. Zet de poeliebout vast (30-35 ft. lbs. / 41-47 Nm).
- Breng de spanarm (B) van de aandrijfriem aan en draai de armbout (E) vast op de motor.
- Breng de terugtrekveer (C) aan op de zwenkplaat.
- Breng de spanveer (A) aan op de spanarm.
- Bedien alle bedieningselementen om er zeker van te zichn dat de aandrijfrem correct is gemonteerd en dat alle onderdelen correct bewegen.
De riemkap installeren
- Breng de riemkap (B) aan op het frame (C) en draai de twee schroeven (A) vast.

- Installee de uitworptrechter.
De vijzelriem verwijderen
- Verwijder de moer van 5/16" en de kabelafdekking (E) van het frame.

- Verwijder de bovenste bouten van 5/16" en de onderste bouten van 14 (D) van de 2 zijden van het frame. Gooi de bouten Niet weg.
- Draai de onderste bouten van 5/16" (C) aan de 2 zijden van het frame los, maar verwijder ze Niet.
- Haal de vijzelriem (B) van de motorpoelie (A).
- Kantel hetijkenste gedeelte omlaag. Tegelijkkertijd wordt het voorste gedeelteaar voren gekanteld.De onderste bout is een scharnier tussen het voorste enchterste deel.
- Plaat een houten blok onder het scharnierpunt om het product in de gekantelde stand te zetten.
- Beweeg de vijzelremarm en verwijder de vijzelriem (B) van de arm.
De vijzelriem aanbrengen
- Beweeg de vijzelremarm (G) en planta de vijzelriem om en in de groef van de vijzelpoelie (E).


OPGELET: Zorg ervoor dat de riem nicht:tussen het frame en het vijzelhuis komt als u de eenheid in elkaar zet.
- Verwijder het houten bloc van onder het product.
- Til de hendels omhoog om het achterste gedeelte omhoog te kantelen. Het voorste gedeelte Kantelt waar achteren en draait om gegen het achterste gedeelte te vallen.
- Zorg ervoor dat de riem correct in de groef van de vijzelpoelie (E) valt.
- Monteer de boute n van 5/16" (C) en draai ze vast (11-16 Nm).
-
Monteer de boute van 14 (B) en draai ze vast (5-8 Nm).
-
Plaats de vijzelriem (B) op de motorpoelie (A). Zorg ervoor dat de riem correct om de geleidepoelie en in de groef van de motorpoelie valt.
- Monteer het kabeldeksel (F) en de moer van 5/16" op het frame.
- Bedien alle bedieningselementen om er zeker van teijken dat de vrijelriem correct is gemonteerd en dat alle onderdelen correct bewegen.
De spanning van de kabel voor de uitworptrechter van de uitworptrechter afstellen
- Draai de contramoeren (B) los om de spanning van de kabel te halen voor de uitworptrechter naast deschroefspanner van de afstelkabel (A).

- Houd het korte gedeelte vast en draai het lange gedeelte om de afstelkabel te verlungen.
- Pas aan tot de kabel voor de uitworptrechter (C) strak vastzit. Draai de contramoeren vast.
De bedieningskabel van de vijzel afstellen
- Verwijder de kabelafdekking aan de rechterkant van het frame (D).

-
Om de bedieningskabel van de vijzel strakker te trekken, schroeft u de onderste contramoer (B) los en draait u de bovenste contramoer (B) aan totdat de riemspanning van de vijzel is toegenomen.
-
Test de inschakeling van de vijzel opnieuw. Herhaal de afstelling maar behoefte tot er nog maar weinig spanning op de kabel staat wanner de hendel wordenuitgeschakeld.
-
Draai de onderste borgmoer vast om de spanning vast te houden.
Let op: U kunt de vijzelriem ook spannen door als secundaire optie de spanrol aan te passen. Als de afstelling het probleem Niet verhelt, verrang dan de riem van de grondboor. Zie De vijzelriem verwijderen op pagina 154.
Riemspanning aanpassen
- Verwijder de riemafdekking. Zie Voorbereiding voor het vervangen van de riemen op pagina 152.
- Draai de moer (A) van de geleidepoelie los.

- Schuif de spanrol dichter maar de riem om de riemspanning te vergroten. Schuif deze weg van deriem om de riemspanning te verkleinen.
- Draai de moer (A) van de geleidepoelie vast.
- Om ervoor te zorgen dat de riem volledig worden ontkoppeld wonneer de vijzelhendel worden ontkoppeld, moet een assistant zich 3 meter voor het product bevinden, aan de andere Kant van de trechter. De assistent houdt de rotatie van de vijzel in de gaten en meet hoe lang het duurt voordat de rotatie stopt wonneer u de hendel hebts losgelaten. Indien de vijzel naeer dan 5 seconden stopt met draaien, herhaalt u de afstelling en schuift u de spanrol vierder van de riem.
- Wanner de vijzel na minder dan 5 seconden stopt met draaien, installeert u de riemkap. Zie Voorbereiding voor het verrangen van de riemen op pagina 152.
DeWIelen verwijderen
-
Verwijder de wielpen (A) en de borgpen (B).
-
Verwijder het wiei van de as (C).

Product reinigen
- Reinig de kunststof onderdelen met een schone en droge doeck.
- Reinig het product Niet met een hagedruksput.
- Laat nooit water rechtsstreeks op de motor stromen.
- Gebruik een borstel om bladeren, gras en vuil te verwijderen.
Probleemoplossing
Probleemoplossing
| Probleem Mogelijk | oorzaak Oplossing | |
| Het product start nicht De veiligheidscontactseutel is nicht ingestoken. Plaats deveiligheidscontactseutel. | ||
| Het product bevat geen brandstof meer. Vul debrandstoffank met{nieuwe, schone benzine. | ||
| De AAN/UIT-sleutel is UIT. Zet de AAN/UIT-sleutel in de stand AAN. | ||
| De choke is staat in de stand UIT (DICT). Zet dechoke in de stand AAN (FULL, OPEN). | ||
| Het balgje is Niet ingedrukt. Druk op het balgje. | ||
| De motor is 'verzopen'. Wacht enkele minutes alvorens op-nieuw te starten, injecteer NIET.Start de motor opnieuw terwijl het gaspedaal volledig is ingetrapt en de choke UIT (DICT) is. | ||
| De bougiekabel is Niet aangesloten. Sluit de kabel aan op de bougie. | ||
| De bougie is defect. Vervang de bougie. | ||
| Er zit water in de brandstof of de brandstof is teoud. | Leeg de brandstoffank en de carbur-ateur. Vul de brandstoffank metnieuwe, schone benzine. | |
| Er zit damp in de brandstoffleiding. Zorg dat de hele brandstoffleiding onder de uitgang van de brandstoffankloopt. De brandstoffleiding moet ononderbroken omlaag lopen van de brandstoffank maar de carburateur. | ||
| Andere oorzaken. Inspecteer de startprocedures indeze handleiding zorgvuldig. | ||
| De brandstoffschakelaar (indien aanwezig) staat in de stand DICT (UIT). | Zet de motorschakelaar in de stand OPEN (AAN). | |
| De gashendel staat in de stand STOP. Zet de gashendel in de snelle stand. | ||
| Verminderb. vermogen De b. | bougiekabel is Niet aangesloten. Sluit de kabel aan | op de bougie. |
| Het product ruimt te veel sneeuw. Verlaag de snel | heid en de breedte van het zwad. | |
| De dop van de brandstoftank is bedekt met ijs of sneeuw. | Verwijder ijs en sneeuw op en rond de brandstoftankdop. | |
| De demper is vuil of verstoct. Reinig of verrang de | demper. | |
| Incorrecte kabellengte. Pas de kabellengte aan. | ||
| De demper is geblokkeerd. Zorg ervoor dat de motor afkoelt. | Verwijder de blokkade. | |
| De luchtinlaat van de carburateur is geblok-keerd. | Zorg ervoor dat de motor afkoelt. Verwijder de blokkade. | |
| De motor stopt of loopt stroef | De choke is staat op AAN (FULL, OPEN). Zet de | choke op UIT (DICT). |
| De brandstoffleiding is verstoct. Maak de brandstoffank schoon. | ||
| Er zit water in de brandstof of de brandstof is te oud. | Leeg de brandstoffank en de carbur-ateur. Vul de brandstoffank met{nieuwe, schone benzine. | |
| De carburateur要去 worden verrangen. Neem contact op met een erkend servicepunt. | ||
| De riem is uitgerekt. Vervang de V-riem van de vijzel. | ||
| Overmatige trilling / be-weging van de handgreep | Sommige onderdelen zitten los. De vijzels+zijn beschadigd. | Zet alle afsluitingen vast. Vervang de beschadigde onderdelen. Neem contact op met een erkend servicepunt. als de trillingen nicht verdwijnen. |
| De handgrepen zich net goed geplaatst. Zorg ervoor dat de handgrepen in dejuiste stand zich vergrendeld. | ||
| De moeren van de afstelhendels zitten los. Haal de moeren aan tot de hendelveilig aanvoelt. | ||
| De starthendel van het startkoord is moeilijk aan te trekken | De starthendel van het startkoord is vastgelopen. | Trek langzaam zoveel mogelijk koorduit de starter en LAST de startkoord-hendel cervolgens los. Indien de mo-tor Niet start, herhaalt u de procedure of gezruikt u de elektrische startmo-tor. |
| Het startkoord komt:tussen andere onderdelen. Het startkoord mag geen kabels of slangen raken. | ||
| Verlies van tractieaandrijv-ing/afname van de rijnsel-heid | De riem slipt. Pas de kabellenge aan. Pas de riem aan. | |
| De riem is versleten. Controller/ervang de riem | Pas de poelie aan. | |
| Verlies van sneeuwlozing of langzaam wordenene sneeuwlozing | De riem is van de poelie gelopen. Controller/installeer de riem. Pas de poelie aan. | |
| De uitworptrechtzer zit verstopt. Reinig de uitworptrechter. | ||
| Vreemde voorwerpen verstoppen de vijzels. Vewijder het vuil of het vreemde voorwerp uit de vijzels. | ||
| De breekpen is defect. Vervang de defecte breekpen. | ||
| Overmatige sneeuw- en ijsafzettingussen de bandonderdelen. | Verwijder sneeuw- en ijsafzettingussen de bandonderdelen. | |
| Het frictieaandrijfwiel is verslenen. Neem contact op met een erkend servicepunt. | ||
| De frictionschijf is nat Laat de frictionschijf drogen | ||
| Geen vrijzelrotatie nadat de greep is losgelaten | De aandrijfriem is Niet uitgelijnd. Stel de aandrijfriem af. | |
| De deflector van de uitworptrechter is Niet uitgelijnd. | Stel de deflector van de uitworptrechter af. | |
| De lichtenijken Niet aan (in-dien aanwezig) | De motor draaiit Niet. Start de motor. | |
| De kabelverbinding is los. Controller de kabelverbindingen bij de motor en de lampen. | ||
| De ledlamp is doergebrand. Vervang de ledlamp module. Individu-ele led's können nicht worden verran-gen. | ||
| De uitworprotor beweegt stroef | Er zit vuil in het mechanisme van de uitworpro-tor. | Reinig de interne onderdelen van het uitworprotormechanisme. |
| De kabelsijken geknikt of beschadigd. Controller of de kabels Niet gekniktijken. Vervang de kabels die bescha-digdijken. | ||
| Het product draaiit maar eén Kant | De bandenspanning is Niet gelijk. Pas de bander spanning aan en vul de band. | |
| Het product rijdt met slechts eén wie1. Controller de borgpen van de band. | ||
| Ongeelkmatige sleedeafstelling. | Stel de glijplaten en de slede af. | |
| Ongeelkmatige glijplaatafstelling. | Stel de glijplaten en de slede af. | |
Vervoer, opslag en verwerking
Transport en opslag
-
Controller voor opslag en vervoer van het product en de brandstof of er geen lekken of dampen zijn. Vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische apparaten of ketels, können tot brand leiden.
-
Gebruik alg'tijd goedgekeurde containers voor opslag en transport van brandstof.
-
Leeg de brandstoftank voordat u het product voor langereijd opslaat. De brandstof via een geschikte verwijderinglocatie afvoeren
-
Zet het product tijdens het vervoer veilig vast om schade en ongevallen te voorkomen.
- Bewaar het product in een afgesloten ruimte om toegang door kinderen of onbevoegde Personen teverhinderen.
-
Bewaar het product in een droge en vorstvrijne ruimte.
-
Voer alle chemicalien, zoals olie of brandstof, af via een servicecentrum of een geschikte verwijderingslocatie.
- Wonneer het product Niet langer in gebruik is, stuur het dan maar een Husqvarna dealer of voer het af via een recyclingslocatie.
Afvoeren
- Neem deplaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
Technische gegevens
| ST 324 ST 327 ST 330 | |||
| Afmetingen | |||
| Gewicht, met lege tanks, kg 108 115 128 | |||
| Max bandenspanning in bedrijf, PSI 18 18 20 | |||
| Motor | |||
| Merk Husqvarna Husqvarna Husqvarna | |||
| Cilinderinhoud, cc 254 291 369 | |||
| Brandstofotype Normaal loodvrij (maximaal 10% ethanol) | |||
| Inhoud brandstoftank gallon/liter 0,35/1,33 0,62/2,35 | |||
| Type olie (API SJ-SN) SAE 5W30 (onder 0 °C) | (32 °F)) | ||
| Inhoud olietank ounce/liter 20/0,59 32/0,95 38/1,12 | |||
| Elektrisch system | |||
| Bougie Zie de motorhandleiding van de fabrikant voor meer informatie. | |||
| Geluidsemissies 29 | |||
| Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) | <105 | ||
| Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd LwA dB(A) | ≤ 105 | ||
| Trillingsniveaua, ahveq 30 | |||
| Trillingsniveau op de hendel, m/s2 | ≤ 4,57 | ≤ 4,42 | ≤ 5,83 |
EG verklaring van overeenstemming
INHOUD VAN DE EG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING
Wij, Husqvarna, SE-561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder once alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product:
| Beschrijving Sneeuwblazer | |
| Merk Husqvarna | |
| Platform / Type / Model ST 324, ST 327, ST 330 | |
| Partij Serienummer vanaf 2018 en verder |
volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en -regelgeving:
| Richtlij/Verordening Beschrijving | |
| 2006/42/EG "beteffende machines" | |
| 2014/30/EU "beteffende elektromagnetische compatibiliteit"it" | |
| 2000/14/EG; 2005/88/EG "beteffende geluid buitenschuis" |
Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische
specificaties juices als volgt:EN ISO 12100,ISO 14982,
ISO 8437,ISO 3744,EN 1032
In overeenstemming met richtig 2000/14/EG, bijlage V, staan de verklaarde geluidswaarden vermeld in de sectie met technische gegevens van deze handleiding en in de ondertekende EG-verklaring van overeenstemming.
De geleverde sneeuuwblazer is conform het geteste exemplaar.
Husqvarna
www.husqvarna.com
Originele instructies
1159961-20
SimpelGids