ST 330 - Sneeuwblazer HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ST 330 HUSQVARNA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Sneeuwblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST 330 - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST 330 van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING ST 330 HUSQVARNA
4. Knop voor elektrisch starten
6. Inschakeling van de vijzel
7. Besturingshendel uitworp
8. Besturingshendel rijsnelheid
9. Afstandsbediening besturingshendel uitworp
10. Inschakeling van de aandrijving
20. Brandstofschakelaar
26. Olie bijvullen alle modellen. Peilstok (ST 324)
27. Peilstok (ST 327, ST 330)
Productbeschrijving Het product is een sneeuwruimer op wielen waarmee sneeuw van de grond kan worden verwijderd. Gebruik Dit product kan worden gebruikt om sneeuw te verwijderen van velden, wegen, paden en opritten. Gebruik het niet op hellingen met een grotere hellingshoek dan 20°. Gebruik het product niet op terreinen waar veel puin, vuil en uitstekende stenen aanwezig zijn. Symbolen op het product Let op: Neem contact op met de distributeur om beschadigde stickers te laten vervangen. Waarschuwing. Lees de bedieningshandleiding. Motor aan. Motor uit. Snel. Langzaam. Choke. Brandstofpomp. Olie. Brandstof. Let op. Europese machinerichtlijn voor veiligheid. Stuur links. Stuur rechts. Hoogte-instelling vijzel. Blazer uit. Blazer aan.
633 - 005 - 17.12.2019 137Tractieaandrijving uit.
Tractieaandrijving aan. Verwijder de beschermingen niet terwijl de motor draait. Gehoorbescherming aanbevolen. Geluidsvermogenniveau. Niet bedienen op hellingen van meer dan 10 graden. Verwijder bougie voordat u onderhoud uitvoert. Warm oppervlak. Brandstofafsluitklep. Waarschuwing, houd uw handen uit de buurt. Waarschuwing, houd uw voeten uit de buurt. Pas op voor wegschie- tende voorwerpen. Houd omstanders uit de buurt. Naar links draaien/omlaag duwen/naar rechts draaien. Vooruit/achteruit. Omhoog/omlaag. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities De onderstaande definities geven de mate van ernst weer voor elk trefwoord. WAARSCHUWING: Letsel aan personen. OPGELET: Schade aan het product. Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik. 138 633 - 005 - 17.12.2019Algemene veiligheidsinstructies
- Gebruik het product op de juiste manier. Onjuist gebruik leidt mogelijk tot letsel of de dood. Gebruik het product uitsluitend voor de taken die in deze handleiding worden genoemd. Gebruik het product niet voor andere taken.
- Volg de instructies in deze handleiding op. Volg de veiligheidssymbolen en veiligheidsinstructies op. Het niet in acht nemen van de instructies en de symbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood.
- Gooi deze handleiding niet weg. Gebruik de instructies voor het monteren, gebruiken en onderhouden van uw product. Gebruik de instructies voor een correcte installatie van opzetstukken en accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde opzetstukken en accessoires.
- Gebruik nooit een beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handleiding een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
- Deze handleiding kan niet alle situaties beschrijven die zich voor kunnen doen wanneer u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product niet en voer geen onderhoudwerkzaamheden aan het product uit als u niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, servicewerkplaats of erkende servicepunt.
- Koppel de bougiekabel los voordat u het product monteert, het product opslaat of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Gebruik het product niet als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd. Vervang geen onderdelen van het product zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik alleen onderdelen die zijn goedgekeurd door de fabrikant. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
- Adem geen dampen in van de motor. Langdurig inademen van de uitlaatgassen van de motor kan een gevaar voor de gezondheid opleveren.
- Start het product niet in gesloten ruimtes of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal. De uitlaatgassen zijn heet en kunnen vonken veroorzaken die tot brand kunnen leiden. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Wanneer u dit product gebruikt, genereert de motor een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gebruikt.
- Laat het product niet door een kind bedienen. Laat het product niet bedienen door personen die de instructies niet hebben gelezen.
- Zorg ervoor dat u personen met een lichamelijke of geestelijke beperking die het product gebruiken, altijd in de gaten houdt. Er moet te allen tijde een verantwoordelijke volwassene aanwezig zijn.
- Berg het product op in een afgesloten ruimte die niet toegankelijk is voor kinderen of onbevoegde personen.
- Het product kan objecten uitwerpen en letsel veroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in acht om het risico op letsel of de dood te verlagen.
- Blijf in de buurt van het product wanneer de motor is ingeschakeld.
- De gebruiker van het product is verantwoordelijk indien zich een ongeval voordoet.
- Kijk voordat en terwijl u naar achteren loopt, naar achteren en omlaag, zodat u kleine kinderen, dieren of andere risico's waardoor u kunt vallen, kunt zien.
- Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn, voordat u het product gebruikt.
- Zorg ervoor dat u minimaal 15 m (50 ft) van andere personen en dieren verwijderd bent, voordat u het product gaat gebruiken. Zorg ervoor dat personen in aangrenzende gebieden weten dat u het product gaat gebruiken.
- Neem nationale en lokale wetgeving in acht. Deze kan het gebruik van het product in sommige situaties beperken of verbieden. Veiligheidsinstructies voor bediening
- Plaats geen handen of voeten in de buurt van of onder draaiende delen. Blijf altijd uit de buurt van de afvoeropening.
- Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine gebruikt op met grind bedekte opritten, paden of wegen of als u een dergelijke ondergrond kruist. Wees alert op verborgen gevaren of verkeer.
- Ga na het raken van een vreemd voorwerp als volgt te werk: stop de motor, koppel de kabel los van de bougie, koppel bij elektrische machines de voeding los, inspecteer het product grondig op eventuele schade en repareer de schade alvorens het product opnieuw te starten en te gebruiken.
- Als het product abnormaal gaat trillen, moet u de motor stoppen en onmiddellijk op zoek gaan naar de oorzaak. Trilling is over het algemeen een voorteken van problemen.
- Schakel de motor altijd uit als u uw gebruikshouding verlaat, alvorens de vijzelbehuizing of uitworptrechter te ontstoppen en tijdens het repareren, afstellen of inspecteren van de machine.
- Stop de motor en zorg ervoor dat de vijzels en alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen alvorens het product schoon te maken, te repareren of te inspecteren. Koppel de bougiekabel los en leg de kabel uit de buurt van de bougie om te voorkomen dat iemand de motor onbedoeld start.
- Laat de motor niet binnen lopen, behalve bij het starten van de motor en voor het transport van het
633 - 005 - 17.12.2019
139product in of uit het gebouw. Open de buitendeuren; uitlaatgassen zijn gevaarlijk.
- Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine op hellingen gebruikt.
- Gebruik het product nooit zonder de juiste beschermkappen en andere veiligheidsvoorzieningen op hun plaats en in bedrijf.
- Richt de uitworptrechter nooit op personen of op plaatsen waar schade aan eigendommen kan ontstaan. Houd kinderen en andere personen uit de buurt.
- Verg niet te veel van de capaciteit van het product door te veel sneeuw tegelijk te willen verwijderen.
- Gebruik het product nooit bij hoge transportsnelheden op gladde oppervlakken. Kijk achterom en ga behoedzaam te werk als u de machine in zijn achteruit gebruikt.
- Ontkoppel de voeding naar de vijzels als het product wordt getransporteerd of niet in gebruik is.
- Gebruik uitsluitend hulpstukken en accessoires die zijn goedgekeurd door de fabrikant van het product (zoals wielverzwaarders, contragewichten of cabines).
- Gebruik het product nooit zonder goed zicht of licht. Zorg er altijd voor dat u stevig staat en de hendels stevig vasthoudt. U dient uitsluitend te lopen, nooit te rennen.
- Raak een hete motor of demper nooit aan. Veiligheid van het werkgebied
- Onderwerp het gebied waar de machine gebruikt gaat worden aan een grondige inspectie en verwijder alle deurmatten, sleeën, ski’s, draden en andere voorwerpen.
- Ontkoppel alle koppelingen en plaats de machine in de neutrale stand alvorens de motor te starten.
- Gebruik het product niet wanneer u geen geschikte winterkleding draagt. Draag geen wijde kleding die verstrikt kan raken in bewegende delen. Draag schoeisel dat de stabiliteit op gladde oppervlakken verbetert.
- Ga voorzichtig om met brandstof; deze is uiterst brandbaar.
- Gebruik een jerrycan die is goedgekeurd voor brandstoffen.
- Tank de machine nooit af bij draaiende motor of als de motor nog heet is.
- Tank de machine altijd buiten af en ga hierbij uiterst zorgvuldig te werk. Tank de machine nooit binnen af.
- Vul jerrycans nooit binnen een voertuig of op de vloer van een vrachtwagen of aanhanger als deze met kunststof is afgewerkt. Zet jerrycans vóór het vullen altijd op de grond, uit de buurt van uw auto.
- Plaats als dit praktisch mogelijk is, op benzine draaiende machines eerst van de vrachtwagen of aanhanger op de grond en tank de machines op de grond af. Als dit niet mogelijk is, verdient het de voorkeur de machines op een aanhanger af te tanken met behulp van een draagbare jerrycan in plaats van rechtstreeks via het vulpistool van een benzinepomp.
- Houd de tuit voortdurend in contact met de rand van de brandstoftank of de jerrycanopening, totdat het aftanken is voltooid. Gebruik geen automatische sluitklep.
- Plaats de benzinedop zorgvuldig terug en neem gemorste brandstof op.
- Als u brandstof op uw kleding knoeit, trek dan onmiddellijk andere kleding aan.
- Gebruik voor alle machines met elektrische aandrijving of elektrische startmotor verlengkabels en contactdozen zoals gespecificeerd door de fabrikant.
- Stel de hoogte van de vijzelbehuizing zodanig af dat deze een oppervlak van grind of gebroken steenslag niet raakt.
- Probeer nooit om aanpassingen te maken terwijl de motor loopt (behalve wanneer dit specifiek wordt aangeraden door de fabrikant).
- Draag tijdens het gebruik of bij het afstellen of repareren van de machine altijd een veiligheidsbril of een gelaatsscherm, om de ogen te beschermen tegen voorwerpen die mogelijk uit de machine worden geworpen. Persoonlijke beschermingsmiddelen Draag altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het apparaat gebruikt. Dit omvat minimaal stevig schoeisel, oog- en gehoorbescherming. Persoonlijke beschermingsmiddelen nemen de letselrisico’s niet weg, maar kunnen de ernst van het letsel beperken als er toch een ongeluk gebeurt.
- Draag altijd een veiligheidsbril of oogbescherming tijdens het gebruik van het product of tijdens het uitvoeren van onderhoud of het repareren van de machine.
- Draag altijd geschikte winterkleding wanneer u het product gebruikt.
- Gebruik altijd hoogwaardige slipbestendige laarzen met goede ondersteuning van de enkels terwijl u het product bedient.
- Draag nooit loszittende kleding die vast kan komen te zitten in de bewegende onderdelen.
- Draag indien nodig goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Bijvoorbeeld bij het bevestigen, onderzoeken of reinigen van het mes.
- Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehoorverlies veroorzaken. Veiligheidsvoorzieningen op het product
- Zorg ervoor dat u regelmatig onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan het product.
633 - 005 - 17.12.2019• De levensduur van het product neemt toe.
- Het risico van ongevallen neemt af. Laat het product regelmatig door een erkende dealer of een erkend servicepunt controleren, zodat er aanpassingen en reparaties uitgevoerd kunnen worden.
- Gebruik geen product met beschadigde beschermingsmiddelen. Als het product beschadigd is, neemt u dan contact op met een erkend servicepunt. Geluiddemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe. Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is. OPGELET: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Start het product niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en laat het product drogen.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
- Zorg dat er geen brandstof op uw lichaam terecht komt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw lichaam terecht komt, verwijder deze dan met water en zeep.
- Start het product niet als er sprake is van een motorlekkage. Controleer de motor regelmatig op lekkage.
- Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze kunnen letsel veroorzaken of leiden tot de dood.
- Adem geen brandstofdampen in, dit kan letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
- Rook niet in de buurt van de brandstof of de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
- Vul geen brandstof bij terwijl de motor is ingeschakeld.
- Zorg ervoor dat de motor koud is wanneer u brandstof bijvult.
- Draai de tankdop langzaam open en laat de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
- Vul geen brandstof voor de motor bij in een afgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop niet volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
- Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start.
- Doe niet te veel brandstof in de brandstoftank. Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Start de motor nooit binnenshuis of in gesloten ruimten.
- Voordat u het onderhoud van het product uitvoert, zet u de motor uit en verwijdert u de ontstekingskabel van de bougie.
- Draag veiligheidshandschoenen wanneer u onderhoud aan de messen verricht. De messen zijn zeer scherp en kunnen gemakkelijk snijwonden veroorzaken.
- Accessoires en wijzigingen aan het product die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant, kunnen leiden tot ernstig letsel of overlijden. Breng geen wijzigingen aan het product aan. Gebruik alleen accessoires die zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- Als het onderhoud niet correct en regelmatig wordt uitgevoerd, neemt de kans op letsel of schade aan het product toe.
- Voer alleen onderhoud uit zoals beschreven in deze bedieningshandleiding. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een erkende servicewerkplaats.
- Laat een erkende servicewerkplaats regelmatig onderhoud aan het product uitvoeren.
- Vervang beschadigde, versleten of defecte onderdelen.
633 - 005 - 17.12.2019
141Montage Het product uit de verpakking verwijderen
1. Verwijder losse onderdelen die bij het product
worden geleverd. Snijd de vier hoeken van de doos en leg de eindplaten plat neer.
2. Verwijder de twee schroeven waarmee de
vijzelbehuizing aan de pallet is bevestigd. Verwijder de stalen beugels van de glijplaten als deze aanwezig zijn.
3. Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
4. Haal het product uit de doos en zorg ervoor dat er
geen losse onderdelen in de doos blijven zitten. Losse onderdelen Knop (3) Uitworptrechter (1) AAN/UIT-sleutel (s) Slotbouten 5/16-18 x 2¼” (2) Knoppen hendel (2) Borgmoer 3/8 (1) Kabelgeleider (1) Breekpennen ¼-20 x 1-¾ (6) Borgmoeren ¼-20 (6) Borgmoer 5/16-18 (1) Borgmoer ¼-20 (1) Nylon ring (1) Slotbout 5/16-18 x 5/8 (1) Veer (1) Borstbout ¼-20 (1) 142 633 - 005 - 17.12.2019De hendel installeren
1. Beweeg het bovenste deel van de hendel naar de
2. Stel de positie van de hendel in op één van de
montagegaten (B) en draai de hendelknoppen (C) vast met de slotbouten (D).
3. Plaats meer slotbouten (D) en hendelknoppen (C)
om de bovenste hendel (A) aan de onderste hendel (E) te bevestigen.
De uitworptrechter en uitworprotorkop installeren
1. Plaats de uitworptrechter boven op de voet van de
trechter met de uitlaatopening in de richting van de voorzijde van het product.
2. Plaats de uitworprotorkop (A) op de beugel van de
uitworptrechter (B). Draai indien nodig de uitworptrechter om de pennen onder de uitworprotorkop uit te lijnen met de gaten in de beugel.
3. Plaats de uitworprotorkop op de pen (C) en de
1434. Bevestig een borgmoer (G) op de tapbout en draaideze vast.
5. Steek de kabels door de kabelgeleider (F) en dedubbele klem (I) om de rotorkabel (H) aan deonderste hendel vast te zetten.
De afstandsbediening van de uitworptrechter installeren 1. Bevestig de beugel van de afstandsbedieningskabel(A) met een slotbout (B) en een borgmoer van5/16-18 (D) aan de uitworptrechter. Draai de boutvast.2. Breng het kabeloog (E) van de afstandsbedieningaan op de uitworptrechter (F) met een borstbout (G)en een nylon ring (C) en zet deze vast met eenborgmoer van ¼-20 (K). Het kabeloog ligt los op deborstbout.3. Bevestig de veer (L) tussen de zeskantmoer (M) opde uitworprotorkop en de opening op deuitworptrechter.
4. Bevestig de bedieningsknoppen (N) van de hendeldoor deze op de bedieningshendels (O) omlaag tedrukken.
Werking Voordat u het product inschakelt
- Houd personen en dieren buiten het werkgebied.• Voer dagelijks onderhoud uit. Zie Onderhoudsschema op pagina 149
- Zorg ervoor dat de startkabel correct aan de bougiebevestigd is.• Vul indien nodig olie of benzine bij. Zie Technischegegevens op pagina 160 144 633 - 005 - 17.12.2019De motor met olie vullen OPGELET: Draai de peilstok niet wanneer u de olie controleert. Niet vullen boven de markering.
1. Verwijder de oliedop en maak de peilstok schoon.
Zie Productoverzicht op pagina 136 voor de locatie van de peilstok.
2. Vul olie bij tot de bovenste markering op de peilstok.
Controleer de olie regelmatig met de peilstok.
3. Plaats de oliedop terug.
Brandstof bijvullen Gebruik emissiearme of alkylaatbenzine, indien beschikbaar. Als er geen emissiearme of alkylaatbenzine beschikbaar is, gebruik dan een loodvrije benzine van goede kwaliteit, of loodhoudende benzine. Gebruik een benzine met een octaangetal van minimaal 90 RON buiten Noord-Amerika (87 AKI in Noord-Amerika) of hoger en met maximaal 10% ethanol (E10). OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON buiten Noord-Amerika (87 AKI in Noord-Amerika). Dit kan schade aan het product veroorzaken.
1. Draai de brandstoftankdop langzaam los om de druk
te laten ontsnappen.
2. Vul langzaam met een benzinejerrycan. Als u
brandstof morst, verwijder deze dan met een doek en laat de resterende brandstof opdrogen.
3. Maak het gebied rondom de brandstoftankdop goed
4. Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop niet
volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
5. Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de
plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start. De uitworptrechter en de uitworptrechter afstellen
1. Om de positie van de uitworptrechter af te stellen,
beweegt u de bedieningshendel van de uitworptrechter (A) naar achteren en naar links of naar rechts.
2. Beweeg de afstandsbedieningshendel (B) van de
uitworptrechter omlaag om de afstand te verkleinen en omhoog om de afstand te vergroten.
1. Steek de AAN/UIT-sleutel (A) in het contactslot
totdat u een klik hoort. Draai de sleutel niet rond.
2. Zet de AAN/UIT-schakelaar (F) voor brandstof in de
a) Als de motor koud is, draait u de choke (D) naar de stand FULL en drukt u drie keer op de primer (E). OPGELET: Injecteer niet te veel brandstof in de motor. Hierdoor kan het gebeuren dat de motor niet start. Als er te veel brandstof in de motor is geïnjecteerd, wacht u enkele minuten voordat u probeert de motor te starten en drukt u niet op de primer.
5. Trek aan de startkoordhendel (G).
633 - 005 - 17.12.2019
145OPGELET: Laat de greep niet te snel los. Beweeg deze langzaam terug in de startpositie. Let op: Als het startkoord is vastgelopen, trekt u langzaam zoveel mogelijk koord uit de starter en laat u de startkoordhendel vervolgens los. Indien de motor niet start, herhaalt u de procedure of gebruikt u de elektrische startmotor.
6. Als de choke is gebruikt om de motor te starten, zet
u de choke (D) langzaam in de stand UIT.
7. Laat de motor 2-3 minuten stationair draaien voordat
u begint met sneeuwruimen.
8. Als de motor niet normaal draait, schakelt u deze uit.
De motor starten, elektrische start WAARSCHUWING: Het product heeft een elektrische starter op 230 V netspanning. Gebruik de elektrische starter niet als uw woning niet is voorzien van geaarde stopcontacten van 230 V . Er kan ernstig lichamelijk letsel of schade aan het product ontstaan. De elektrische startmotor is voorzien van een 3-polige stekker en is ontworpen voor een huishoudelijk stopcontact van 230 V . Zorg ervoor dat uw woning is voorzien van geaarde stopcontacten van 230 V . Als u dit niet zeker weet, vraagt u het aan een erkende elektricien.
1. Steek de AAN/UIT-sleutel (A) in het contactslot
totdat u een klik hoort. Draai de sleutel niet rond.
2. Zet de AAN/UIT-schakelaar (F) voor brandstof in de
5. Druk drie keer op de primer (E).
OPGELET: Injecteer niet te veel brandstof in de motor. Hierdoor kan het gebeuren dat de motor niet start. Als er te veel brandstof in de motor is geïnjecteerd, wacht u enkele minuten voordat u probeert de motor te starten en drukt u niet op de primer.
6. Sluit de verlengkabel aan op de aansluiting op de
7. Sluit het andere uiteinde van de verlengkabel in aan
op een geaard stopcontact van 230 V .
8. Druk op de knop voor elektrisch starten (H) totdat de
motor start. OPGELET: Torn de motor niet langer dan vijf seconden achtereen tussen de keren dat u probeert te starten. Wacht 5 tot 10 seconden voordat u het weer probeert.
9. Als de choke werd gebruikt om de motor te starten,
laat u de knop voor elektrisch starten los en zet u de choke (D) langzaam in de stand UIT.
10. Koppel de verlengkabel eerst los van het stopcontact
en daarna van de motor.
11. Laat de motor 2-3 minuten stationair draaien voordat
u begint met sneeuwruimen. Het product gebruiken OPGELET: Bedien de vijzelmessen niet zonder sneeuw of water om ze te smeren. Onjuist gebruik kan hoge temperaturen in de vijzelmessen tot gevolg hebben, vooral als het product nieuw is. Dit kan leiden tot beschadiging van de vijzelmessen en de schraapbalk. OPGELET: Laat de aandrijving of de vijzelhendels niet gedurende een langere periode gedeeltelijk aangrijpen; dit kan leiden tot voortijdige slijtage of verbranding van de riemen. Let op: Wanneer zowel de aandrijving als de vijzel aangrijpen, wordt vijzel door de aandrijving op zijn plaats gehouden. Bedien de sneeuwuitworptrechter met de rechterhand. Let op: Verander de snelheid niet wanneer de aandrijfhendel is ingeschakeld. Dit kan schade aan de transmissie veroorzaken. 146 633 - 005 - 17.12.20191. Om de vijzelmessen in te schakelen, drukt u devijzelinschakeling (A) naar de hendel om de vijzel inte schakelen en sneeuw te ruimen.
2. Breng de besturingshendel (B) voor de rijsnelheidvan de middelste stand omhoog om het product naarvoren te laten bewegen wanneer de aandrijving (C)is ingeschakeld. Verander de snelheid niet wanneerde aandrijfhendel is ingeschakeld. Dit kan schadeaan de transmissie veroorzaken.3. Breng de besturingshendel rijsnelheid van demiddelste stand omlaag om het product naarachteren te laten bewegen wanneer de aandrijving isingeschakeld. C B 4. Om het product in de geselecteerde richting te latenbewegen, houdt u de inschakeling (C) van deaandrijving tegen de handgreep aan.5. Als het product stuurbekrachtiging heeft, houdt u delinkerdrukschakelaar (D) van de stuurinrichting vastom naar links te gaan. Houd derechterdrukschakelaar van de stuurinrichting vast omnaar rechts te gaan.
2. Verwijder de AAN/UIT-sleutel.
De gashendel gebruiken
- Draai de gashendel (A) om de gebruikte hoeveelheidbrandstof aan te passen. Laat de motor altijd opvolle toeren draaien. CHOKECONTROLTRUCTIONS
633 - 005 - 17.12.2019
147Gebruik van de brandstofschakelaar
- Draai de brandstofschakelaar om de brandstofklepte openen of te sluiten. Bedien het product met debrandstofschakelaar in de stand OPEN. OFF
FUEL CONTROL INSTRUCTIONS De choke gebruiken
- Draai de choke (A) om de chokeklep te openen of tesluiten. Gebruik de choke om een koude motor testarten. CHOKECONTROLTRUCTIONS
De glijplaten afstellen Er is geen afstelling nodig voor de normale installatie.1. Als de borgmoer (B) loszit of de glijplaat (A) niethoog genoeg van de grond is, maakt u de borgmoer(B) los met een steeksleutel van 13 mm enverplaatst u de glijplaat omhoog of omlaag.2. Op vlakke oppervlakken, zoals asfaltwegen, zet u deglijplaten (A) 5-6 mm van de grond. Opongelijkmatige oppervlakken, zoals grindwegen,maakt u de speling tussen de grond en het productgroter met de glijplaten om de schraapbalk boven debovenkant van het grind te krijgen. Zorg ervoor datgeen grind en stenen het product binnendringen. Ditkan lichamelijk letsel veroorzaken als objecten ophoge snelheid worden uitgeworpen.3. Draai de borgmoer (B) vast.
De snijmessen gebruiken (indien aanwezig) Gebruik de snijmessen om dieper door sneeuwbankente snijden dan de voorkant van het product.1. Draai de stelmoeren (A) aan beide zijden van hetproduct los om elk snijmes (B) in de hoogste standte zetten.
2. Draai de moeren vast.3. Laat de messen na gebruik zakken.
Vastlopen na gebruik voorkomen Let op: Bedieningselementen en bewegende onderdelenkunnen vastlopen door ijs. Oefen niet veel kracht uit opde bedieningselementen. Als u een bedieningselementof onderdeel niet kunt bedienen, start u de motor en laatu deze enkele minuten draaien.1. Start de motor en laat deze enkele minuten draaien.Stop de motor en wacht totdat alle bewegende delentot stilstand zijn gekomen.2. Verwijder sneeuw en los ijs van het product.
633 - 005 - 17.12.20193. Verwijder sneeuw en los ijs van de onderkant van de
4. Draai de uitworptrechter naar links en naar rechts
om ijs en water te verwijderen.
5. Zet de sleutel in de stand "UIT".
6. Als het product geen elektrische starter heeft, trekt u
enkele keren aan de starthendel van het startkoord om ijs en water te verwijderen.
7. Als het product een elektrische starter heeft, sluit u
het product aan op de voeding en drukt u één keer op de startknop om ijs en water te verwijderen. Een goed resultaat verkrijgen
- Laat de motor altijd draaien met volgas of bijna volgas.
- Pas de snelheid van het product altijd aan de sneeuwsituatie aan en pas de snelheid aan met de besturingshendel voor de rijsnelheid. Zorg ervoor dat het product gelijkmatig sneeuw ruimt.
- Het is eenvoudiger en efficiënter om sneeuw direct na het vallen te ruimen.
- Werk zo mogelijk altijd van de wind af.
- Op vlakke oppervlakken, zoals asfaltwegen, zet u de glijplaten 5-6 mm (0,2-0,25") van de grond.
- De schraapbalk is omkeerbaar. Wanneer deze bijna tot de rand van de behuizing is versleten, draait u deze om. Vervang de schraapbalk als deze beschadigd is, of als beide zijden versleten zijn.
- Maak de uitworptrechter niet los als deze verstopt is.
- Als het product door onvoorziene omstandigheden niet in beweging komt, laat u de inschakeling van de aandrijving direct los of trekt u de AAN/UIT-sleutel eruit in de stand UIT. Onderhoud Inleiding Wanneer het product in gebruik is, kunnen de bouten losraken en onderdelen slijten. Dit kan een storing veroorzaken, zoals een onjuiste speling, een verhoogd olieverbruik of een verkeerde uitlijning van diverse onderdelen. Voer periodiek onderhoud aan het product uit om storingen te voorkomen. Onderhoudsschema Onderhoud Elke dag 20 uur 50 uur 100 uur Controleer of moeren en schroeven goed vastgedraaid zijn
Controleer het motor- oliepeil
Verwijder verstoppin- gen of vreemde voor- werpen in de vijzel
De bougie inspecte- ren en vervangen
Let op: Het is niet nodig om de tandwielkast te smeren of er ander onderhoud aan uit te voeren.
Ververs de olie na de eerste 20 uur, 50 uur, 100 uur en daarna om de 100 uur.
Zie Technische gegevens voor de juiste bandenspanning.
Controleer en reinig de bougie elk jaar voorafgaand aan het gebruik.
633 - 005 - 17.12.2019 149Algemene inspectie uitvoeren
- Controleer of de moeren en schroeven op het product goed zijn vastgedraaid. Oliepeil controleren OPGELET: Een te laag oliepeil kan ernstige schade aan de motor veroorzaken. Voer een controle van het oliepeil uit voordat u het product start.
1. Zet het product op een vlakke ondergrond.
2. Verwijder de olietankdop met de bijgevoegde
4. Steek de peilstok volledig in de olietank om een
goed beeld van het oliepeil te krijgen.
5. Verwijder de peilstok.
6. Controleer het oliepeil op de peilstok.
7. Als het oliepeil laag is, vult u bij met motorolie en
controleert u het oliepeil opnieuw. De motorolie verversen
1. Laat de motor een paar minuten draaien om de olie
op te warmen. Warme olie stroomt beter en voert meer verontreinigingen mee naar buiten. WAARSCHUWING: De motorolie is heet. Laat geen gebruikte motorolie in contact komen met de huid.
2. Zet het product op een vlakke ondergrond.
3. Verwijder de AAN/UIT-sleutel.
4. Plaats een opvangbak onder de olieaftapplug.
5. Verwijder de olieaftapplug, kantel het product en laat
de gebruikte olie in de opvangbak lopen.
6. Plaats het product weer in de gebruikspositie.
7. Bevestig de olieaftapplug en draai deze met de hand
8. Vul de motor met olie, zie
De motor met olie vullen op pagina 145
- Smeer de scharnierpunten (A) met olie.
- Smeer de motor (B) met olie.
- Breng aan het begin van elk seizoen of na elke 25 bedrijfsuren een kleine hoeveelheid lithiumvet aan op de vergrendelingsgaten (C).
Geluiddemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe. Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is. OPGELET: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. Bougie controleren OPGELET: Gebruik altijd het juiste bougietype. Een verkeerd type bougie kan schade aan het product veroorzaken.
- Controleer de bougie als de motor weinig vermogen heeft, niet gemakkelijk te starten is of stationair niet goed draait.
- Volg deze instructies om het risico van ongewenst materiaal op de elektroden van de bougie te beperken: a) Zorg ervoor dat het stationair toerental altijd juist is afgesteld. b) Zorg dat het brandstofmengsel correct is. c) Zorg dat het luchtfilter schoon is.
633 - 005 - 17.12.2019• Maak de bougie schoon als deze vuil is en
controleer of de afstand tussen de elektroden correct is, zie Technische gegevens op pagina 160
- Vervang de bougie indien nodig. De vijzels en de schraapbalk controleren
1. Controleer vóór elk gebruik de vijzels en de
schraapbalk op slijtage.
2. Als de rand van de schraapbalk versleten is, draait u
de schraapbalk om. Als de schraapbalk aan beide kanten is beschadigd of versleten, vervangt u deze.
3. Als de randen van de vijzels versleten zijn, neemt u
contact op met een erkend servicepunt om ze te vervangen. Breekpennen van de vijzel vervangen De breekpennen van de vijzel beschermen het product tegen schade. De breekpennen van de vijzel breken als een object in de bewegende delen komt. OPGELET: Gebruik alleen de originele breekpennen die met het product worden meegeleverd.
1. Als een breekpen van de vijzel breekt, stop dan de
motor en wacht tot de bewegende delen tot stilstand zijn gekomen.
2. Verwijder de AAN/UIT-sleutel en maak de
3. Breng het gat in de naaf van de vijzel (B) in lijn met
het gat in de vijzelas (C) en monteer een nieuwe breekpen van ¼ - 20 x 2 (A).
4. Monteer een ¼-20 borgmoer (D) op de breekpen en
5. Steek de AAN/UIT-sleutel in het contact en sluit de
bougiekabel aan op de bougie. Breekpennen van de rotor vervangen De breekpennen van de rotor beschermen het product tegen schade. De breekpennen van de rotor breken als een object in de bewegende delen komt. OPGELET: Gebruik alleen de originele breekpennen die met het product worden meegeleverd.
1. Als een breekpen van de rotor breekt, stop dan de
motor en wacht tot de bewegende delen tot stilstand zijn gekomen.
2. Verwijder de AAN/UIT-sleutel en maak de
3. Breng het gat in de naaf van de rotor (A) in lijn met
het gat in de vijzelas (B) en monteer een nieuwe ¼ - -20 breekpen (C).
633 - 005 - 17.12.2019
1514. Monteer een ¼-20 borgmoer (D) op de breekpen endraai deze vast.
5. Steek de AAN/UIT-sleutel in het contact en sluit debougiekabel aan op de bougie.
De banden inspecteren
- Houd de banden vrij van brandstof, olie enchemicaliën om schade aan het rubber tevoorkomen.• Houd de banden uit de buurt van boomstronken,stenen, geulen, scherpe voorwerpen en anderevoorwerpen die schade aan de banden kunnenveroorzaken.• Houd de banden correct op spanning, zie Technische gegevens op pagina 160
Een verstopte uitworptrechterleegmaken Maak de uitworptrechter pas leeg als u de volgendehandelingen hebt verricht.1. Laat de inschakeling van de vijzel en van deaandrijving gelijktijdig los.2. Wacht 10 seconden om er zeker van te zijn dat devijzels gestopt zijn.3. Stop het apparaat.4. Gebruik de reinigingstool (ten minste 38 cm lang,bijgeleverd bij sommige modellen) om deverstopping te verwijderen.WAARSCHUWING: Steek uw handenniet in de uitworptrechter of in devijzelbehuizing. De schraapbalk vervangen
1. Draai de schraapbalk (A) om wanneer deze aan derand van de behuizing versleten raakt.
2. Vervang de schraapbalk als deze aan beide zijdenversleten is of als deze beschadigd is.
Aandrijfriemen WAARSCHUWING: De V-riemen op uwproduct hebben een speciale constructie enmoeten worden vervangen door riemen vande oorspronkelijke fabrikant, verkrijgbaar bijhet dichtstbijzijnde servicepunt. Het gebruikvan andere riemen dan van deoorspronkelijke fabrikant kan tot persoonlijkletsel of schade aan het product leiden.WAARSCHUWING: Voor de vervanging vande riem moet het product wordengedemonteerd. Wanneer u devijzelbehuizing losmaakt van het frame ishet belangrijk dat een assistent in debedieningsstand staat en deproducthandgrepen vasthoudt. Ernstiglichamelijk letsel en/of schade aan hetproduct kan optreden als het product tijdenshet vervangen van de riem valt.Let op: De vijzel- en tractieaandrijfriemen zijn nietverstelbaar. Vervang de riemen als ze beschadigd zijnof door slijtage gaan slippen. Het is raadzaam de riemente laten vervangen door een erkent servicepunt.Let op: Het is raadzaam de aandrijfriem en de vijzelriemtegelijkertijd te vervangen. Voorbereiding voor het vervangen van de riemen
1. Tap de brandstof af uit de brandstoftank.
633 - 005 - 17.12.20192. Draai de borgmoer (A) los waarmee deuitworprotorkop (B) aan de bevestigingsbeugel (C)vastzit om de uitworptrechter te verwijderen.
3. Draai de twee schroeven (A) los waarmee deriemkap (B) aan het frame (C) is bevestigd enverwijder de riemkap.
De aandrijfriem verwijderen
1. Verwijder de vijzelriem. Zie
De vijzelriem verwijderen op pagina 154
2. Verwijder de spanveer (A) die is bevestigd aan despanarm van de aandrijfriem (B).
3. Verwijder de terugtrekveer (C) waarmee dezwenkplaat (D) op zijn plaats wordt gehouden.4. Verwijder de armbout (E) en de spanarm van deaandrijfriem.5. Verwijder de poeliebout (F), de motorpoelie (G) ende aandrijfriem (H) van de motor.6. Verwijder de bovenste bout (I) waarmee dezwenkplaat aan het frame vastzit7. Scharnier en houd de zwenkplaat uit de buurt vanhet product en haal de aandrijfriem van deaandrijfpoelie (J). De aandrijfriem aanbrengen
1. Scharnier en houd de zwenkplaat (D) uit de buurtvan het product.
2. Plaats de aandrijfriem (H) op de aandrijfpoelie (J).Let op: Zorg ervoor dat de aandrijfriem correct in degroef van de aandrijfpoelie wordt geleid voordat u dezwenkplaat laat zakken.3. Breng de bovenste bout (I) aan en draai deze vast.633 - 005 - 17.12.2019 1534. Plaats de aandrijfriem in de groef van de motorpoelie (G) voordat u deze op de motoras aanbrengt.
6. Breng de spanarm (B) van de aandrijfriem aan en
draai de armbout (E) vast op de motor.
7. Breng de terugtrekveer (C) aan op de zwenkplaat.
8. Breng de spanveer (A) aan op de spanarm.
9. Bedien alle bedieningselementen om er zeker van te
zijn dat de aandrijfriem correct is gemonteerd en dat alle onderdelen correct bewegen. De riemkap installeren
1. Breng de riemkap (B) aan op het frame (C) en draai
2. Installeer de uitworptrechter.
De vijzelriem verwijderen
1. Verwijder de moer van 5/16" en de kabelafdekking
2. Verwijder de bovenste bouten van 5/16'' en de
onderste bouten van ¼" (D) van de 2 zijden van het frame. Gooi de bouten niet weg.
3. Draai de onderste bouten van 5/16" (C) aan de 2
zijden van het frame los, maar verwijder ze niet.
4. Haal de vijzelriem (B) van de motorpoelie (A).
5. Kantel het achterste gedeelte omlaag. Tegelijkertijd
wordt het voorste gedeelte naar voren gekanteld. De onderste bout is een scharnier tussen het voorste en achterste deel.
6. Plaat een houten blok onder het scharnierpunt om
het product in de gekantelde stand te zetten.
7. Beweeg de vijzelremarm en verwijder de vijzelriem
(B) van de arm. De vijzelriem aanbrengen
1. Beweeg de vijzelremarm (G) en plaats de vijzelriem
om en in de groef van de vijzelpoelie (E).
OPGELET: Zorg ervoor dat de riem niet tussen het frame en het vijzelhuis komt als u de eenheid in elkaar zet.
2. Verwijder het houten blok van onder het product.
3. Til de hendels omhoog om het achterste gedeelte
omhoog te kantelen. Het voorste gedeelte kantelt naar achteren en draait om tegen het achterste gedeelte te vallen.
4. Zorg ervoor dat de riem correct in de groef van de
vijzelpoelie (E) valt.
5. Monteer de bouten van 5/16'' (C) en draai ze vast
633 - 005 - 17.12.20197. Plaats de vijzelriem (B) op de motorpoelie (A). Zorgervoor dat de riem correct om de geleidepoelie en inde groef van de motorpoelie valt.8. Monteer het kabeldeksel (F) en de moer van 5/16"op het frame.9. Bedien alle bedieningselementen om er zeker van tezijn dat de vijzelriem correct is gemonteerd en datalle onderdelen correct bewegen. De spanning van de kabel voor de uitworptrechter van de uitworptrechter afstellen 1. Draai de contramoeren (B) los om de spanning vande kabel te halen voor de uitworptrechter naast deschroefspanner van de afstelkabel (A). A B
2. Houd het korte gedeelte vast en draai het langegedeelte om de afstelkabel te verlengen.3. Pas aan tot de kabel voor de uitworptrechter (C)strak vastzit. Draai de contramoeren vast. De bedieningskabel van de vijzel afstellen
1. Verwijder de kabelafdekking aan de rechterkant vanhet frame (D).
2. Om de bedieningskabel van de vijzel strakker tetrekken, schroeft u de onderste contramoer (B) losen draait u de bovenste contramoer (B) aan totdatde riemspanning van de vijzel is toegenomen.3. Test de inschakeling van de vijzel opnieuw. Herhaalde afstelling naar behoefte tot er nog maar weinigspanning op de kabel staat wanneer de hendel wordtuitgeschakeld.4. Draai de onderste borgmoer vast om de spanningvast te houden.Let op: U kunt de vijzelriem ook spannen door alssecundaire optie de spanrol aan te passen. Als deafstelling het probleem niet verhelpt, vervang dan deriem van de grondboor. Zie De vijzelriem verwijderen op pagina 154
Riemspanning aanpassen
1. Verwijder de riemafdekking. Zie
Voorbereiding voor het vervangen van de riemen op pagina 152
2. Draai de moer (A) van de geleidepoelie los.
3. Schuif de spanrol dichter naar de riem om deriemspanning te vergroten. Schuif deze weg van deriem om de riemspanning te verkleinen.4. Draai de moer (A) van de geleidepoelie vast.5. Om ervoor te zorgen dat de riem volledig wordtontkoppeld wanneer de vijzelhendel wordtontkoppeld, moet een assistent zich 3 meter voor hetproduct bevinden, aan de andere kant van detrechter. De assistent houdt de rotatie van de vijzelin de gaten en meet hoe lang het duurt voordat derotatie stopt wanneer u de hendel hebt losgelaten.Indien de vijzel na meer dan 5 seconden stopt metdraaien, herhaalt u de afstelling en schuift u despanrol verder van de riem.6. Wanneer de vijzel na minder dan 5 seconden stoptmet draaien, installeert u de riemkap. Zie Voorbereiding voor het vervangen van de riemen op pagina 152
De wielen verwijderen
1. Verwijder de wielpen (A) en de borgpen (B).633 - 005 - 17.12.2019
1552. Verwijder het wiel van de as (C).
- Reinig de kunststof onderdelen met een schone en droge doek.
- Reinig het product niet met een hogedrukspuit.
- Laat nooit water rechtstreeks op de motor stromen.
- Gebruik een borstel om bladeren, gras en vuil te verwijderen. 156 633 - 005 - 17.12.2019Probleemoplossing Probleemoplossing Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het product start niet De veiligheidscontactsleutel is niet ingestoken. Plaats de veiligheidscontactsleutel. Het product bevat geen brandstof meer. Vul de brandstoftank met nieuwe, schone benzine. De AAN/UIT-sleutel is UIT. Zet de AAN/UIT-sleutel in de stand AAN. De choke is staat in de stand UIT (DICHT). Zet de choke in de stand AAN (FULL, OPEN). Het balgje is niet ingedrukt. Druk op het balgje. De motor is 'verzopen'. Wacht enkele minuten alvorens op- nieuw te starten, injecteer NIET. Start de motor opnieuw terwijl het gaspedaal volledig is ingetrapt en de choke UIT (DICHT) is. De bougiekabel is niet aangesloten. Sluit de kabel aan op de bougie. De bougie is defect. Vervang de bougie. Er zit water in de brandstof of de brandstof is te oud. Leeg de brandstoftank en de carbur- ateur. Vul de brandstoftank met nieuwe, schone benzine. Er zit damp in de brandstofleiding. Zorg dat de hele brandstofleiding on- der de uitgang van de brandstoftank loopt. De brandstofleiding moet ononderbroken omlaag lopen van de brandstoftank naar de carburateur. Andere oorzaken. Inspecteer de startprocedures in deze handleiding zorgvuldig. De brandstofschakelaar (indien aanwezig) staat in de stand DICHT (UIT). Zet de motorschakelaar in de stand OPEN (AAN). De gashendel staat in de stand STOP. Zet de gashendel in de snelle stand.
633 - 005 - 17.12.2019 157Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Verminderd vermogen De bougiekabel is niet aangesloten. Sluit de kabel aan op de bougie. Het product ruimt te veel sneeuw. Verlaag de snelheid en de breedte van het zwad. De dop van de brandstoftank is bedekt met ijs of sneeuw. Verwijder ijs en sneeuw op en rond de brandstoftankdop. De demper is vuil of verstopt. Reinig of vervang de demper. Incorrecte kabellengte. Pas de kabellengte aan. De demper is geblokkeerd. Zorg ervoor dat de motor afkoelt. Verwijder de blokkade. De luchtinlaat van de carburateur is geblok- keerd. Zorg ervoor dat de motor afkoelt. Verwijder de blokkade. De motor stopt of loopt stroef De choke is staat op AAN (FULL, OPEN). Zet de choke op UIT (DICHT). De brandstofleiding is verstopt. Maak de brandstoftank schoon. Er zit water in de brandstof of de brandstof is te oud. Leeg de brandstoftank en de carbur- ateur. Vul de brandstoftank met nieuwe, schone benzine. De carburateur moet worden vervangen. Neem contact op met een erkend servicepunt. De riem is uitgerekt. Vervang de V-riem van de vijzel. Overmatige trilling / be- weging van de handgreep Sommige onderdelen zitten los. De vijzels zijn beschadigd. Zet alle afsluitingen vast. Vervang de beschadigde onderdelen. Neem con- tact op met een erkend servicepunt. als de trillingen niet verdwijnen. De handgrepen zijn niet goed geplaatst. Zorg ervoor dat de handgrepen in de juiste stand zijn vergrendeld. De moeren van de afstelhendels zitten los. Haal de moeren aan tot de hendel veilig aanvoelt. De starthendel van het startkoord is moeilijk aan te trekken De starthendel van het startkoord is vastgelop- en. Trek langzaam zoveel mogelijk koord uit de starter en laat de startkoord- hendel vervolgens los. Indien de mo- tor niet start, herhaalt u de procedure of gebruikt u de elektrische startmo- tor. Het startkoord komt tussen andere onderdelen. Het startkoord mag geen kabels of slangen raken. 158 633 - 005 - 17.12.2019Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Verlies van tractieaandrijv- ing/afname van de rijsnel- heid Verlies van sneeuwlozing of langzaam wordende sneeuwlozing De riem slipt. Pas de kabellengte aan. Pas de riem aan. De riem is versleten. Controleer/vervang de riem. Pas de poelie aan. De riem is van de poelie gelopen. Controleer/installeer de riem. Pas de poelie aan. De uitworptrechter zit verstopt. Reinig de uitworptrechter. Vreemde voorwerpen verstoppen de vijzels. Verwijder het vuil of het vreemde voorwerp uit de vijzels. De breekpen is defect. Vervang de defecte breekpen. Overmatige sneeuw- en ijsafzetting tussen de bandonderdelen. Verwijder sneeuw- en ijsafzetting tus- sen de bandonderdelen. Het frictieaandrijfwiel is versleten. Neem contact op met een erkend servicepunt. De frictieschijf is nat Laat de frictieschijf drogen Geen vijzelrotatie nadat de greep is losgelaten De aandrijfriem is niet uitgelijnd. Stel de aandrijfriem af. De deflector van de uitworptrechter is niet uitge- lijnd. Stel de deflector van de uitworp- trechter af. De lichten zijn niet aan (in- dien aanwezig) De motor draait niet. Start de motor. De kabelverbinding is los. Controleer de kabelverbindingen bij de motor en de lampen. De ledlamp is doorgebrand. Vervang de ledlampmodule. Individu- ele led's kunnen niet worden vervan- gen. De uitworprotor beweegt stroef Er zit vuil in het mechanisme van de uitworpro- tor. Reinig de interne onderdelen van het uitworprotormechanisme. De kabels zijn geknikt of beschadigd. Controleer of de kabels niet geknikt zijn. Vervang de kabels die bescha- digd zijn. Het product draait naar één kant De bandenspanning is niet gelijk. Pas de bandenspanning aan en vul de band. Het product rijdt met slechts één wiel. Controleer de borgpen van de band. Ongelijkmatige sledeafstelling. Stel de glijplaten en de slede af. Ongelijkmatige glijplaatafstelling. Stel de glijplaten en de slede af. Vervoer, opslag en verwerking Transport en opslag
- Controleer voor opslag en vervoer van het product en de brandstof of er geen lekken of dampen zijn. Vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische apparaten of ketels, kunnen tot brand leiden.
- Gebruik altijd goedgekeurde containers voor opslag en transport van brandstof.
- Leeg de brandstoftank voordat u het product voor langere tijd opslaat. De brandstof via een geschikte verwijderinglocatie afvoeren
633 - 005 - 17.12.2019 159• Zet het product tijdens het vervoer veilig vast om
schade en ongevallen te voorkomen.
- Bewaar het product in een afgesloten ruimte om toegang door kinderen of onbevoegde personen te verhinderen.
- Bewaar het product in een droge en vorstvrije ruimte. Afvoeren
- Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
- Voer alle chemicaliën, zoals olie of brandstof, af via een servicecentrum of een geschikte verwijderingslocatie.
- Wanneer het product niet langer in gebruik is, stuur het dan naar een Husqvarna dealer of voer het af via een recyclingslocatie. Technische gegevens Technische gegevens ST 324 ST 327 ST 330 Afmetingen Gewicht, met lege tanks, kg 108 115 128 Max bandenspanning in bedrijf, PSI 18 18 20 Motor Merk Husqvarna Husqvarna Husqvarna Cilinderinhoud, cc 254 291 369 Brandstoftype Normaal loodvrij (maximaal 10% ethanol) Inhoud brandstoftank gallon/liter 0,35/1,33 0,62/2,35 0,62/2,35 Type olie (API SJ-SN) SAE 5W30 (onder 0 °C (32 °F)) Inhoud olietank ounce/liter 20/0,59 32/0,95 38/1,12 Elektrisch systeem Bougie Zie de motorhandleiding van de fabrikant voor meer informatie. Geluidsemissies
Geluidsvermogenniveau, gemeten dB(A) <105 Geluidsvermogenniveau, gegarandeerd L
Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
) volgens EG-richtlijnen 2000/14/EG en 2005/88/EG.
Wij, Husqvarna, SE-561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product: Beschrijving Sneeuwblazer Merk Husqvarna Platform / Type / Model ST 324, ST 327, ST 330 Partij Serienummer vanaf 2018 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en - regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2000/14/EG; 2005/88/EG "betreffende geluid buitenshuis" Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn als volgt: EN ISO 12100, ISO 14982,
ISO 8437, ISO 3744, EN 1032
In overeenstemming met richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, staan de verklaarde geluidswaarden vermeld in de sectie met technische gegevens van deze handleiding en in de ondertekende EG-verklaring van overeenstemming. De geleverde sneeuwblazer is conform het geteste exemplaar.
Notice-Facile