ST 427T - Sneeuwblazer HUSQVARNA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ST 427T HUSQVARNA in PDF-formaat.
Download de handleiding voor uw Sneeuwblazer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST 427T - HUSQVARNA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST 427T van het merk HUSQVARNA.
GEBRUIKSAANWIJZING ST 427T HUSQVARNA
3. Olievuldop/peilstok (alleen voor ST 424T/427T/
5. Hendel uitworptrechter
6. Inschakeling van de vijzel
7. Rijsnelheidshendel
10. Inschakeling van de aandrijving
13. Wiel (alleen voor ST 424/427/430 )
14. Peilstok (alleen voor ST 424/427/430 )
15. Olievuldop (alleen voor ST 424/427/430 )
18. AAN/UIT-schakelaar brandstof (alleen voor ST
19. Balgje (alleen voor ST 424/427/430 )
20. Rups (alleen voor ST 424T/427T/430T )
1. Afstelhendel voor de vijzelbak
2. AAN/UIT-schakelaar voor de verwarmde handgreep
5. Hendel uitworptrechter
8. Inschakeling van de vijzel
9. Rijsnelheidshendel
10. Label met symbolen
11. Afstandsbedieningshendel voor de deflector van de
12. Inschakeling van de aandrijving
Productbeschrijving Dit product is een sneeuwruimer waarmee sneeuw van de grond kan worden verwijderd. 164 891 - 005 - 08.01.2020Gebruik Dit product kan worden gebruikt om sneeuw te verwijderen van velden, wegen, paden en opritten. Gebruik het niet op hellingen met een grotere hellingshoek dan 20°. Gebruik het product niet op terreinen waar veel puin, vuil en uitstekende stenen aanwezig zijn. Symbolen op het product Let op: Neem contact op met de distributeur om beschadigde stickers te laten vervangen. Waarschuwing. Lees de bedieningshandleiding. Inschakelen. Start de motor. STOP Motor uit. Boost. Snel. Langzaam. Waarschuwingsindicator olie verversen. Verwarmde handgrepen. Verwijder de sleutel voor onderhoud. Warm oppervlak. Risico op brand. Pas op voor wegschietende voorwerpen. Houd omstanders uit de buurt. Adem geen uitlaatgassen in. Beweeg langzaam naar achteren. Valrisico. Linksaf. Rechtsaf. Sneeuw uitwerpen. De hoogte van de vijzel- bak wijzigen. Productaansprakelijkheid Zoals uiteengezet in de wet voor productaansprakelijkheid zijn wij niet aansprakelijk voor schade die door ons product wordt veroorzaakt, indien:
- het product niet goed is gerepareerd.
- het product is gerepareerd met onderdelen die niet van de fabrikant afkomstig zijn, of onderdelen die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant.
891 - 005 - 08.01.2020
165• het product een accessoire bevat dat niet afkomstig is van de fabrikant of niet is goedgekeurd door de fabrikant.
- het product niet is gerepareerd door een erkend servicepunt of door een erkende autoriteit. Veiligheid Veiligheidsdefinities De onderstaande definities geven de mate van ernst weer voor elk trefwoord. WAARSCHUWING: Letsel aan personen. OPGELET: Schade aan het product. Let op: Deze informatie maakt het product eenvoudiger in gebruik. Algemene veiligheidsinstructies
- Gebruik het product op de juiste manier. Onjuist gebruik leidt mogelijk tot letsel of de dood. Gebruik het product uitsluitend voor de taken die in deze handleiding worden genoemd. Gebruik het product niet voor andere taken.
- Volg de instructies in deze handleiding op. Volg de veiligheidssymbolen en veiligheidsinstructies op. Het niet in acht nemen van de instructies en de symbolen kan leiden tot letsel, schade of de dood.
- Gooi deze handleiding niet weg. Gebruik de instructies voor het monteren, gebruiken en onderhouden van uw product. Gebruik de instructies voor een correcte installatie van opzetstukken en accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde opzetstukken en accessoires.
- Gebruik nooit een beschadigd product. Neem het onderhoudsschema in acht. Voer alleen onderhoudswerkzaamheden uit waarvoor u in deze handleiding een instructie aantreft. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten door een erkend servicepunt worden uitgevoerd.
- Deze handleiding kan niet alle situaties beschrijven die zich voor kunnen doen wanneer u dit product gebruikt. Wees voorzichtig en gebruik uw gezond verstand. Gebruik het product niet en voer geen onderhoudwerkzaamheden aan het product uit als u niet zeker bent van de situatie. Neem voor meer informatie contact op met een productexpert, uw dealer, servicewerkplaats of erkende servicepunt.
- Koppel de bougiekabel los voordat u het product monteert, het product opslaat of onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Gebruik het product niet als de oorspronkelijke specificatie is gewijzigd. Vervang geen onderdelen van het product zonder toestemming van de fabrikant. Gebruik alleen onderdelen die zijn goedgekeurd door de fabrikant. Onjuist onderhoud kan leiden tot letsel of de dood.
- Adem geen dampen in van de motor. Langdurig inademen van de uitlaatgassen van de motor kan een gevaar voor de gezondheid opleveren.
- Start het product niet in gesloten ruimtes of in de buurt van licht ontvlambaar materiaal. De uitlaatgassen zijn heet en kunnen vonken veroorzaken die tot brand kunnen leiden. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Wanneer u dit product gebruikt, genereert de motor een elektromagnetisch veld. Het elektromagnetische veld kan schade veroorzaken aan medische implantaten. Raadpleeg uw arts en de fabrikant van het medische implantaat voordat u het product gebruikt.
- Laat het product niet door een kind bedienen. Laat het product niet bedienen door personen die de instructies niet hebben gelezen.
- Zorg ervoor dat u personen met een lichamelijke of geestelijke beperking die het product gebruiken, altijd in de gaten houdt. Er moet te allen tijde een verantwoordelijke volwassene aanwezig zijn.
- Berg het product op in een afgesloten ruimte die niet toegankelijk is voor kinderen of onbevoegde personen.
- Het product kan objecten uitwerpen en letsel veroorzaken. Neem de veiligheidsinstructies in acht om het risico op letsel of de dood te verlagen.
- Blijf in de buurt van het product wanneer de motor is ingeschakeld.
- De gebruiker van het product is verantwoordelijk indien zich een ongeval voordoet.
- Kijk voordat en terwijl u naar achteren loopt, naar achteren en omlaag, zodat u kleine kinderen, dieren of andere risico's waardoor u kunt vallen, kunt zien.
- Zorg dat er geen onderdelen beschadigd zijn, voordat u het product gebruikt.
- Zorg ervoor dat u minimaal 15 m (50 ft) van andere personen en dieren verwijderd bent, voordat u het product gaat gebruiken. Zorg ervoor dat personen in aangrenzende gebieden weten dat u het product gaat gebruiken.
- Neem nationale en lokale wetgeving in acht. Deze kan het gebruik van het product in sommige situaties beperken of verbieden.
891 - 005 - 08.01.2020Veiligheidsinstructies voor bediening
- Plaats geen handen of voeten in de buurt van of onder draaiende delen. Blijf altijd uit de buurt van de afvoeropening.
- Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine gebruikt op met grind bedekte opritten, paden of wegen of als u een dergelijke ondergrond kruist. Wees alert op verborgen gevaren of verkeer.
- Ga na het raken van een vreemd voorwerp als volgt te werk: stop de motor, koppel de kabel los van de bougie, koppel bij elektrische machines de voeding los, inspecteer het product grondig op eventuele schade en repareer de schade alvorens het product opnieuw te starten en te gebruiken.
- Als het product abnormaal gaat trillen, moet u de motor stoppen en onmiddellijk op zoek gaan naar de oorzaak. Trilling is over het algemeen een voorteken van problemen.
- Schakel de motor altijd uit als u uw gebruikshouding verlaat, alvorens de vijzelbehuizing of uitworptrechter te ontstoppen en tijdens het repareren, afstellen of inspecteren van de machine.
- Stop de motor en zorg ervoor dat de vijzels en alle bewegende onderdelen tot stilstand zijn gekomen alvorens het product schoon te maken, te repareren of te inspecteren. Koppel de bougiekabel los en leg de kabel uit de buurt van de bougie om te voorkomen dat iemand de motor onbedoeld start.
- Laat de motor niet binnen lopen, behalve bij het starten van de motor en voor het transport van het product in of uit het gebouw. Open de buitendeuren; uitlaatgassen zijn gevaarlijk.
- Ga uiterst behoedzaam te werk als u de machine op hellingen gebruikt.
- Gebruik het product nooit zonder de juiste beschermkappen en andere veiligheidsvoorzieningen op hun plaats en in bedrijf.
- Richt de uitworptrechter nooit op personen of op plaatsen waar schade aan eigendommen kan ontstaan. Houd kinderen en andere personen uit de buurt.
- Verg niet te veel van de capaciteit van het product door te veel sneeuw tegelijk te willen verwijderen.
- Gebruik het product nooit bij hoge transportsnelheden op gladde oppervlakken. Kijk achterom en ga behoedzaam te werk als u de machine in zijn achteruit gebruikt.
- Ontkoppel de voeding naar de vijzels als het product wordt getransporteerd of niet in gebruik is.
- Gebruik uitsluitend hulpstukken en accessoires die zijn goedgekeurd door de fabrikant van het product (zoals wielverzwaarders, contragewichten of cabines).
- Gebruik het product nooit zonder goed zicht of licht. Zorg er altijd voor dat u stevig staat en de hendels stevig vasthoudt. U dient uitsluitend te lopen, nooit te rennen.
- Raak een hete motor of demper nooit aan. Veiligheid van het werkgebied
- Onderwerp het gebied waar de machine gebruikt gaat worden aan een grondige inspectie en verwijder alle deurmatten, sleeën, ski’s, draden en andere voorwerpen.
- Ontkoppel alle koppelingen en plaats de machine in de neutrale stand alvorens de motor te starten.
- Gebruik het product niet wanneer u geen geschikte winterkleding draagt. Draag geen wijde kleding die verstrikt kan raken in bewegende delen. Draag schoeisel dat de stabiliteit op gladde oppervlakken verbetert.
- Ga voorzichtig om met brandstof; deze is uiterst brandbaar.
- Gebruik een jerrycan die is goedgekeurd voor brandstoffen.
- Tank de machine nooit af bij draaiende motor of als de motor nog heet is.
- Tank de machine altijd buiten af en ga hierbij uiterst zorgvuldig te werk. Tank de machine nooit binnen af.
- Vul jerrycans nooit binnen een voertuig of op de vloer van een vrachtwagen of aanhanger als deze met kunststof is afgewerkt. Zet jerrycans vóór het vullen altijd op de grond, uit de buurt van uw auto.
- Plaats als dit praktisch mogelijk is, op benzine draaiende machines eerst van de vrachtwagen of aanhanger op de grond en tank de machines op de grond af. Als dit niet mogelijk is, verdient het de voorkeur de machines op een aanhanger af te tanken met behulp van een draagbare jerrycan in plaats van rechtstreeks via het vulpistool van een benzinepomp.
- Houd de tuit voortdurend in contact met de rand van de brandstoftank of de jerrycanopening, totdat het aftanken is voltooid. Gebruik geen automatische sluitklep.
- Plaats de benzinedop zorgvuldig terug en neem gemorste brandstof op.
- Als u brandstof op uw kleding knoeit, trek dan onmiddellijk andere kleding aan.
- Gebruik voor alle machines met elektrische aandrijving of elektrische startmotor verlengkabels en contactdozen zoals gespecificeerd door de fabrikant.
- Stel de hoogte van de vijzelbehuizing zodanig af dat deze een oppervlak van grind of gebroken steenslag niet raakt.
- Probeer nooit om aanpassingen te maken terwijl de motor loopt (behalve wanneer dit specifiek wordt aangeraden door de fabrikant).
- Draag tijdens het gebruik of bij het afstellen of repareren van de machine altijd een veiligheidsbril of een gelaatsscherm, om de ogen te beschermen tegen voorwerpen die mogelijk uit de machine worden geworpen.
891 - 005 - 08.01.2020
167Persoonlijke beschermingsmiddelen Draag altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen wanneer u het apparaat gebruikt. Dit omvat minimaal stevig schoeisel, oog- en gehoorbescherming. Persoonlijke beschermingsmiddelen nemen de letselrisico’s niet weg, maar kunnen de ernst van het letsel beperken als er toch een ongeluk gebeurt.
- Draag altijd een veiligheidsbril of oogbescherming tijdens het gebruik van het product of tijdens het uitvoeren van onderhoud of het repareren van de machine.
- Draag altijd geschikte winterkleding wanneer u het product gebruikt.
- Gebruik altijd hoogwaardige slipbestendige laarzen met goede ondersteuning van de enkels terwijl u het product bedient.
- Draag nooit loszittende kleding die vast kan komen te zitten in de bewegende onderdelen.
- Draag indien nodig goedgekeurde veiligheidshandschoenen. Bijvoorbeeld bij het bevestigen, onderzoeken of reinigen van het mes.
- Gebruik altijd goedgekeurde gehoorbescherming wanneer u het product gebruikt. Langdurig lawaai kan gehoorverlies veroorzaken. Veiligheidsvoorzieningen op het product
- Zorg ervoor dat u regelmatig onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan het product.
- De levensduur van het product neemt toe.
- Het risico van ongevallen neemt af. Laat het product regelmatig door een erkende dealer of een erkend servicepunt controleren, zodat er aanpassingen en reparaties uitgevoerd kunnen worden.
- Gebruik geen product met beschadigde beschermingsmiddelen. Als het product beschadigd is, neemt u dan contact op met een erkend servicepunt. Geluiddemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe. Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is. OPGELET: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. Brandstofveiligheid WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Start het product niet als er brandstof of motorolie op het product aanwezig is. Verwijder de ongewenste brandstof/olie en laat het product drogen.
- Als u brandstof op uw kleding morst, trek dan direct andere kleding aan.
- Zorg dat er geen brandstof op uw lichaam terecht komt, dit kan letsel veroorzaken. Als er brandstof op uw lichaam terecht komt, verwijder deze dan met water en zeep.
- Start het product niet als er sprake is van een motorlekkage. Controleer de motor regelmatig op lekkage.
- Wees voorzichtig met brandstof. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen zijn explosief. Ze kunnen letsel veroorzaken of leiden tot de dood.
- Adem geen brandstofdampen in, dit kan letsel veroorzaken. Zorg voor voldoende ventilatie.
- Rook niet in de buurt van de brandstof of de motor.
- Plaats geen warme voorwerpen in de buurt van de brandstof of de motor.
- Vul geen brandstof bij terwijl de motor is ingeschakeld.
- Zorg ervoor dat de motor koud is wanneer u brandstof bijvult.
- Draai de tankdop langzaam open en laat de druk voorzichtig ontsnappen voordat u brandstof bijvult.
- Vul geen brandstof voor de motor bij in een afgesloten ruimte. Onvoldoende ventilatie kan leiden tot ernstig letsel of de dood door verstikking of het inademen van koolmonoxide.
- Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop niet volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
- Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start.
- Doe niet te veel brandstof in de brandstoftank. Veiligheid bij accu's WAARSCHUWING: Een beschadigde accu kan exploderen en letsel veroorzaken. Als de accu vervormd of beschadigd is, neem dan contact op met een erkende Husqvarna servicewerkplaats. WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken. 168 891 - 005 - 08.01.2020• Draag een veiligheidsbril wanneer u zich in de buurt van accu's begeeft.
- Draag geen horloges, sieraden of andere metalen voorwerpen in de buurt van de accu.
- Houd de accu buiten het bereik van kinderen.
- Laad de batterij op in een goed geventileerde ruimte.
- Houd ontvlambare materialen op een minimumafstand van 1 m wanneer u de batterij oplaadt.
- Voer vervangen accu´s af. Zie Afvoeren op pagina
- Er kunnen explosieve gassen uit de accu vrijkomen. Rook niet in de buurt van de accu. Houd de accu uit de buurt van open vuur en vonken. Veiligheidsinstructies voor onderhoud WAARSCHUWING: Lees de volgende waarschuwingen voordat u het product gaat gebruiken.
- Uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een geurloos, giftig en uiterst gevaarlijk gas. Start de motor nooit binnenshuis of in gesloten ruimten.
- Voordat u het onderhoud van het product uitvoert, zet u de motor uit en verwijdert u de ontstekingskabel van de bougie.
- Draag veiligheidshandschoenen wanneer u onderhoud aan de messen verricht. De messen zijn zeer scherp en kunnen gemakkelijk snijwonden veroorzaken.
- Accessoires en wijzigingen aan het product die niet zijn goedgekeurd door de fabrikant, kunnen leiden tot ernstig letsel of overlijden. Breng geen wijzigingen aan het product aan. Gebruik alleen accessoires die zijn goedgekeurd door de fabrikant.
- Als het onderhoud niet correct en regelmatig wordt uitgevoerd, neemt de kans op letsel of schade aan het product toe.
- Voer alleen onderhoud uit zoals beschreven in deze bedieningshandleiding. Alle overige onderhoudswerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een erkende servicewerkplaats.
- Laat een erkende servicewerkplaats regelmatig onderhoud aan het product uitvoeren.
- Vervang beschadigde, versleten of defecte onderdelen. Montage Het product uit de verpakking verwijderen
1. Verwijder losse onderdelen die bij het product
worden geleverd. Snijd de vier hoeken van de doos en leg de eindplaten plat neer.
2. Verwijder de twee schroeven waarmee de
vijzelbehuizing aan de pallet is bevestigd. Verwijder de stalen beugels van de glijplaten als deze aanwezig zijn.
3. Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
4. Haal het product uit de doos en zorg ervoor dat er
geen losse onderdelen in de doos blijven zitten. Losse onderdelen Uitworptrechter (1) AAN/UIT-sleutel (s) Slotbouten 5/16-18 x 2¼” (2) Trechterhouder Knoppen hendel (2) Borgmoer 3/8 (1) Borgmoer 3/18-16 (1) (ST 424/427/430 ) Kabelhouder (1) Breekpennen ¼-20 x 1,81 (6)
1. Til de bovenste hendel naar de bedieningspositie.
170 891 - 005 - 08.01.20202. Stel de hendelpositie in op een van de openingen (C).
3. Plaats de bout (B) door het gat (C).
4. Bevestig de knop (A) aan de bout en draai de knop
5. Plaats meer slotbouten (B) en hendelknoppen (A)
om de bovenste hendel aan de onderste hendel te bevestigen. De uitworptrechter installeren
1. Plaats de deflectoreenheid voor de uitworptrechter
op de bovenkant van de uitworptrechter. De uitvoeropening moet naar de voorzijde van het product wijzen.
2. Plaats de rotorkop (A) op de beugel van de
uitworptrechter (J).
3. Lijn de pennen onder de rotorkop uit met de
openingen in de beugel van de uitworptrechter.
4. Plaats de rotorkop op de pen (E) en de tapbout (G)
5. Bevestig een borgmoer (B) op de tapbout en draai
6. Bevestig de vierkante houder (I) met een borgmoer
7. Alleen voor ST 424/427/430 : Haal de kabels door
de kabelhouder (C) De hendel van de uitworptrechter en de ontgrendelkabel installeren
1. Druk de knop (D) omlaag op de hendel van de
uitworptrechter. Gebruik indien nodig een rubberhamer.
2. Bevestig de ontgrendelkabel aan de hendel van de
uitworptrechter bij verbindingspunt (A).
3. Plaats de ontgrendelkabel in de groef (B) op de
hendel van de uitworptrechter.
1715. Monteer de vrijgavehendel (E) op de hendel van de uitworptrechter en bevestig deze met de rolpen (C).
6. Stel de ontgrendelkabel af. Zie
De ontgrendelkabel van de uitworptrechter afstellen op pagina 186
7. Stel de linker- en rechterkabel van de uitworptrechter
af. Zie De linker- en rechterkabel van de uitworptrechter afstellen op pagina 187
De afstandsbediening voor de deflector van de uitworptrechter installeren
1. Bevestig de kabelbeugel (A) aan de uitworptrechter
met een slotbout (B) en een borgmoer van 5/16-18 (D). Draai de bout vast.
2. Monteer het kabeloog (E) op de deflector van de
uitworptrechter (F). Gebruik een borstbout (G), een nylon ring (C) en zet deze vast met een borgmoer van ¼-20 (K). Het kabeloog ligt los op de borstbout.
3. Bevestig de veer (L) tussen de zeskantmoer (M) op
de rotorkop en de opening op de deflector van de uitworptrechter.
De kabel van de toerenregeling installeren
1. Zet de rijsnelheidshendel in de neutrale stand.
2. Bevestig de kabel (B) van de toerenregeling aan de
rijsnelheidshendel met een borgpen.
3. Bevestig de toerentalregelkabel aan de beugel (C)
met een 2½"-sleutel. Zorg ervoor dat de rijsnelheidshendel in de neutrale stand blijft staan.
4. Verwijder de schroef en vleugelmoer (A) op de
besturingstuimelaar zodat de tuimelaar kan bewegen.
- Bevestig de vervangende breekpennen op het deksel van de afstandsbediening of op de accubak. Werking Voordat u het product inschakelt
- Houd personen en dieren buiten het werkgebied.
- Voer dagelijks onderhoud uit. Zie Onderhoudsschema op pagina 178
- Zorg ervoor dat de startkabel correct aan de bougie bevestigd is.
- Vul indien nodig olie of benzine bij. Zie Brandstof bijvullen op pagina 173
De motor met olie vullen OPGELET: Draai de peilstok niet wanneer u de olie controleert. Niet vullen boven de markering.
1. Verwijder de oliedop en maak de peilstok schoon.
Zie Productoverzicht op pagina 163 voor de locatie van de peilstok.
2. Vul olie bij tot de bovenste markering op de peilstok.
Controleer de olie regelmatig met de peilstok.
3. Plaats de oliedop terug.
Brandstof bijvullen Gebruik emissiearme of alkylaatbenzine, indien beschikbaar. Als er geen emissiearme of alkylaatbenzine beschikbaar is, gebruik dan een loodvrije benzine van goede kwaliteit, of loodhoudende benzine. Gebruik een benzine met een octaangetal van minimaal 90 RON buiten Noord-Amerika (87 AKI in Noord-Amerika) of hoger en met maximaal 10% ethanol (E10). OPGELET: Gebruik geen benzine met een octaangetal lager dan 90 RON buiten Noord-Amerika (87 AKI in Noord-Amerika). Dit kan schade aan het product veroorzaken.
1. Draai de brandstoftankdop langzaam los om de druk
te laten ontsnappen.
2. Vul langzaam met een benzinejerrycan. Als u
brandstof morst, verwijder deze dan met een doek en laat de resterende brandstof opdrogen.
3. Maak het gebied rondom de brandstoftankdop goed
4. Draai de tankdop volledig aan. Als de tankdop niet
volledig is aangedraaid, bestaat een risico op brand.
5. Verplaats het product minstens 3 m (10 ft) van de
plaats waar u de brandstoftank hebt gevuld, voordat u het product start.
891 - 005 - 08.01.2020 173De brandstofschakelaar gebruiken
(alleen voor ST 424/427/430 )
- Draai de brandstofschakelaar om de brandstofklep te openen of te sluiten. Bedien het product met de brandstofschakelaar in de stand OPEN. OFF
1. Plaats de AAN/UIT-sleutel in het contactslot (B).
Draai de sleutel niet rond.
2. Alleen voor ST 424/427/430 : Zet de AAN/UIT-
schakelaar (C) voor brandstof in de stand AAN.
3. Zet de gashendel (A) in de snelle stand.
4. Draai de AANUIT-sleutel naar de stand AAN.
5. Alleen voor ST 424/427/430 : Als de temperatuur
lager is dan -17 °C (0 °F), duwt u het balgje 3 keer in. Zie Productoverzicht op pagina 163 voor de stand van het balgje. OPGELET: Duw het balgje niet te vaak in. Hierdoor kan het gebeuren dat de motor niet start. Als de motor verzopen is, wacht u enkele minuten voordat u hem probeert te starten. Duw het balgje niet in.
6. Trek aan de startkoordhendel (D).
OPGELET: Laat de startkoordhendel niet snel los. Beweeg deze langzaam terug naar de startpositie. Let op: Als het startkoord is vastgelopen, trek dan langzaam zoveel touw uit de startmotor als u kunt. Laat de startkoordhendel los. Als de motor niet start, herhaalt u de procedure of gebruikt u de elektrische startmotor.
7. Laat de motor 2-3 minuten op zeer lage snelheid
draaien voordat u begint met sneeuwruimen.
8. Schakel de motor uit wanneer deze niet normaal
draait. De motor starten, elektrische start
1. Plaats de AAN/UIT-sleutel in het contactslot (B).
Draai de sleutel niet rond.
2. Alleen voor ST 424/427/430 : Zet de AAN/UIT-
schakelaar (C) voor brandstof in de stand AAN.
5. Alleen voor ST 424/427/430 : Als de temperatuur
lager is dan -17 °C (0 °F), duwt u het balgje 3 keer in. Zie Productoverzicht op pagina 163 voor de stand van het balgje. OPGELET: Duw het balgje niet te vaak in. Hierdoor kan het gebeuren dat de motor niet start. Als de motor verzopen is, wacht u enkele minuten voordat u hem probeert te starten. Duw het balgje niet in.
6. Draai de AAN/UIT-sleutel naar START. Laat de
sleutel los wanneer de motor start. OPGELET: Laat de startmotor telkens bij het starten niet meer dan 5 seconden lopen. Wacht 5 tot 10 seconden voordat u het weer probeert.
7. Laat de motor 2-3 minuten op zeer lage snelheid
draaien voordat u begint met sneeuwruimen.
891 - 005 - 08.01.2020Het product gebruiken
OPGELET: Laat de aandrijving of de vijzelhendels niet gedurende een langere periode gedeeltelijk aangrijpen; dit kan leiden tot voortijdige slijtage of verbranding van de riemen. Let op: Wanneer zowel de aandrijving als de vijzel aangrijpen, wordt vijzel door de aandrijving op zijn plaats gehouden. Bedien de sneeuwuitworptrechter met de rechterhand.
1. Om de vijzelmessen in te schakelen, drukt u de
vijzelinschakeling (A) naar de hendel om de vijzel in te schakelen en sneeuw te ruimen.
2. Zet de besturingshendel (C) voor de rijsnelheid van
de middelste stand omhoog om het product naar voren te laten bewegen wanneer de aandrijving (B) is ingeschakeld.
3. Breng de besturingshendel rijsnelheid van de
middelste stand omlaag om het product naar achteren te laten bewegen wanneer de aandrijving is ingeschakeld.
4. Om het product in de geselecteerde richting te laten
bewegen, houdt u de inschakeling van de aandrijving tegen de handgreep aan.
5. Als het product stuurbekrachtiging heeft, houdt u de
linkerdrukschakelaar (D) van de stuurinrichting vast om naar links te gaan. Houd de rechterdrukschakelaar van de stuurinrichting vast om naar rechts te gaan.
Gashendel Let op: Als de sneeuw nat of zwaar is, gebruikt u de snelle of de boost-modus. De gashendel regelt het motortoerental. Deze heeft 3 modi: boost, snel en langzaam. A B C
- Boost (A): om de snelheid te verhogen wanneer het product wordt gebruikt maar geen sneeuw uitwerpt of om de afstand te vergroten waarover sneeuw wordt uitgeworpen.
- Snel (B): standaardwerking
- Langzaam (C): om de afstand te verminderen waarover de sneeuw wordt uitgeworpen of om het motorgeluid te verminderen
891 - 005 - 08.01.2020
175De gashendel gebruiken
- Draai aan de gashendel om het motortoerental te wijzigen. De verwarmde handgrepen gebruiken
- Duw de schakelaar naar I om de verwarmde handgrepen in te schakelen.
- Duw de schakelaar naar O om de verwarmde handgrepen uit te schakelen. Product stoppen
1. Draai de sleutel naar de stand STOP.
2. Verwijder de AAN/UIT-sleutel.
De uitworptrechter en de deflector van de uitworptrechter afstellen
1. Duw de vrijgavehendel (B) op de hendel (A) van de
uitworptrechter en stel de uitworptrechter af naar links of rechts.
uitworpafstand van de sneeuw afstellen. a) Beweeg de afstandsbedieningshendel omhoog om de uitworpafstand te verkleinen. b) Beweeg de afstandsbedieningshendel omlaag om de uitworpafstand te vergroten. De glijplaten afstellen De glijplaten voorkomen dat de onderkant van de sneeuwruimer beschadigd raakt. Stel de glijplaten (A) af wanneer de borgmoer (B) los is, of wanneer de glijplaat niet de juiste afstand tot de grond heeft. Er is geen afstelling nodig voor de normale installatie.
1. Draai de borgmoer (B) los met een steeksleutel van
2. Verplaats de glijplaten (A) omhoog of omlaag.
a) Op vlakke oppervlakken stelt u de afstand tussen de schraapbalk en de grond af op 5-6 mm (0,2-0,25"). b) Op ruwe oppervlakken plaatst u de glijplaten (A) in een positie waarbij de schraapbalk boven het hoogste punt van de grond ligt. WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat geen grind en stenen het product binnendringen. Objecten die op hoge snelheid worden uitgeworpen, kunnen letsel veroorzaken. 176 891 - 005 - 08.01.20203. Draai de borgmoer (B) vast.
De snijmessen gebruiken (indien aanwezig) Gebruik de snijmessen om dieper door sneeuwbanken te snijden dan de voorkant van het product.
1. Draai de stelmoeren (A) aan beide zijden van het
2. Draai de moeren vast.
3. Laat de messen na gebruik zakken.
De hoogte van de vijzelbak instellen (alleen voor ST 424T/427T/430T )
de hoogte van de vijzelbak aan te passen.
3. Laat de hendel (A) los om de vijzelbak op zijn positie
te vergrendelen. Let op: De vijzelbak kan op een ontgrendelde stand worden ingesteld. Hierdoor kan de vijzelbak zich aan het terrein aanpassen. Duw de hendel (A) omlaag en naar rechts om de vijzelbak in de ontgrendelde stand in te zetten. Vastlopen na gebruik voorkomen Let op: Bedieningselementen en bewegende onderdelen kunnen vastlopen door ijs. Oefen niet veel kracht uit op de bedieningselementen. Als u een bedieningselement of onderdeel niet kunt bedienen, start u de motor en laat u deze enkele minuten draaien.
1. Start de motor en laat deze enkele minuten draaien.
Stop de motor en wacht totdat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen.
2. Verwijder sneeuw en los ijs van het product.
3. Verwijder sneeuw en los ijs van de onderkant van de
4. Draai de deflector van de uitworptrechter naar links
en naar rechts om ijs en water te verwijderen.
5. Zet de sleutel in de stand "UIT".
6. Als het product geen elektrische starter heeft, trekt u
enkele keren aan de starthendel van het startkoord om ijs en water te verwijderen.
891 - 005 - 08.01.2020
177Een goed resultaat verkrijgen
- Laat de motor altijd draaien met volgas of bijna volgas.
- Pas de snelheid van het product altijd aan de sneeuwsituatie aan en pas de snelheid aan met de besturingshendel voor de rijsnelheid. Zorg ervoor dat het product gelijkmatig sneeuw ruimt.
- Het is eenvoudiger en efficiënter om sneeuw direct na het vallen te ruimen.
- Werk zo mogelijk altijd van de wind af.
- Op vlakke oppervlakken, zoals asfaltwegen, zet u de glijplaten 5-6 mm (0,2-0,25") van de grond.
- De schraapbalk is omkeerbaar. Wanneer deze bijna tot de rand van de behuizing is versleten, draait u deze om. Vervang de schraapbalk als deze beschadigd is, of als beide zijden versleten zijn.
- Maak de uitworptrechter niet los als deze verstopt is.
- Als het product door onvoorziene omstandigheden niet in beweging komt, laat u de inschakeling van de aandrijving direct los of zet u de AAN/UIT-sleutel in de stand UIT. Onderhoud Inleiding Wanneer het product in gebruik is, kunnen de bouten losraken en onderdelen slijten. Dit kan een storing veroorzaken, zoals een onjuiste speling, een verhoogd olieverbruik of een verkeerde uitlijning van diverse onderdelen. Voer periodiek onderhoud aan het product uit om storingen te voorkomen. Onderhoudsschema Onderhoud Elke dag Elke 15 uur Elke 20 uur Elke 40 uur Elke 100 uur Draai moeren en bouten aan
Controleer het motoroliepeil
Controleer op brandstof- of olie- lekkage
Verwijder obsta- kels in de vijzel
Smeer deze ook aan het begin van elk seizoen.
Smeer deze ook aan het begin van elk seizoen.
Zie Technische gegevens voor de juiste bandenspanning. 178 891 - 005 - 08.01.2020Onderhoud Elke dag Elke 15 uur Elke 20 uur Elke 40 uur Elke 100 uur Controleer en vervang de bou- gie vóór gebruik aan het begin van een seizoen en op het aanbe- volen onderhoud- sinterval
Let op: De versnellingsbak heeft geen onderhoud nodig. Algemene inspectie uitvoeren
- Controleer of de moeren en schroeven op het product goed zijn vastgedraaid. Waarschuwingsindicator olie verversen De waarschuwingsindicator voor het verversen van de olie (A) geeft aan dat een olieverversing noodzakelijk is. Deze waarschuwingsindicator verschijnt na 20 bedrijfsuren op het display. Het oliekansymbool brandt dan gedurende 2 uur of totdat een handmatige reset is uitgevoerd.
De waarschuwingsindicator voor het verversen van de olie resetten
1. Zet de AAN/UIT-sleutel in de stand AAN en houd
hem gedurende 1 seconde vast in deze positie.
2. Zet de AAN/UIT-sleutel in de stand STOP en houd
hem gedurende 1 seconde vast in deze positie.
3. Herhaal deze procedure 4 keer.
Oliepeil controleren OPGELET: Een te laag oliepeil kan ernstige schade aan de motor veroorzaken. Voer een controle van het oliepeil uit voordat u het product start.
1. Zet het product op een vlakke ondergrond.
2. Verwijder de olietankdop met de bijgevoegde
4. Steek de peilstok volledig in de olietank om een
goed beeld van het oliepeil te krijgen.
5. Verwijder de peilstok.
6. Controleer het oliepeil op de peilstok.
7. Als het oliepeil laag is, vult u bij met motorolie en
controleert u het oliepeil opnieuw. De motorolie verversen
1. Laat de motor een paar minuten draaien om de olie
op te warmen. Warme olie stroomt beter en voert meer verontreinigingen mee naar buiten. WAARSCHUWING: De motorolie is heet. Laat geen gebruikte motorolie in contact komen met de huid.
2. Zet het product op een vlakke ondergrond.
3. Verwijder de AAN/UIT-sleutel.
4. Plaats een opvangbak onder de olieaftapplug.
5. Verwijder de olieaftapplug, kantel het product en laat
de gebruikte olie in de opvangbak lopen.
6. Plaats het product weer in de gebruikspositie.
7. Bevestig de olieaftapplug en draai deze met de hand
8. Vul de motor met olie, zie
De motor met olie vullen op pagina 173
- Smeer de scharnierpunten (A) met olie.
- Smeer de motor (B) met olie.
- Smeer de grendels (C) in met een kleine hoeveelheid lithiumvet.
891 - 005 - 08.01.2020
179• Smeer de kabelverbindingen voor de aandrijving ende vijzelhendels (D) met olie.
Batterij Accuonderhoud Let op: De accu van uw machine is onderhoudsvrij.Maak de afdekkingen of kappen niet open en verwijderze niet. De accu opladen Let op: Laad bij langdurige opslag de accu eerst op meteen acculader om de levensduur van de accu teverlengen.1. Verwijder het accudeksel. Zie Accu vervangen oppagina 180
2. Reinig de klemmen. Zie De accu en de klemmenreinigen op pagina 180
3. Sluit de acculader aan op de connector (A) van deacculader.
4. Wanneer de accu is opgeladen, koppelt u deacculader los.5. Plaats het accudeksel.
Accu vervangen WAARSCHUWING: Risico van elektrischeschok. Zorg dat er geen metalenvoorwerpen in contact komen met de 2accupolen. Dit kan kortsluiting van de accuveroorzaken.1. Draai de knop (A) los en kantel de onderkant van hetdeksel in de richting van de motor. Til hetaccudeksel van de houders (B) op.
2. Koppel de ZWARTE accukabel los.WAARSCHUWING: De ZWARTE kabelmoet eerst worden losgekoppeld.3. Koppel daarna de RODE accukabel los.4. Draai de moeren los en verwijder de borgriem vande accu.5. Verwijder de accu voorzichtig uit de machine.6. Installeer dan een nieuwe accu.7. Sluit de RODE accukabel aan en draai de bout vast.WAARSCHUWING: Gevaar voorvonkvorming. De RODE kabel moeteerst worden aangesloten.8. Sluit vervolgens de ZWARTE kabel aan en zet debout vast.9. Plaats het accudeksel. De accu en de klemmen reinigen
1. Verwijder de accu. Zie Accu vervangen op pagina
2. Spoel de accu af met schoon water en maak hemdroog.3. Reinig de polen en accukabeluiteinden met eendraadborstel totdat ze glimmen.4. Smeer de polen met vet.5. Plaats de accu. Zie Accu vervangen op pagina 180
891 - 005 - 08.01.20206. Plaats het accudeksel.
Geluiddemper De uitlaatdemper is bedoeld om het geluidsniveau zo laag mogelijk te houden en om de uitlaatgassen weg te voeren van de gebruiker. Gebruik het product niet als de demper ontbreekt of beschadigd is. Bij een defecte uitlaatdemper stijgt het geluidsniveau en neemt het risico op brand toe. Inspecteer de uitlaatdemper regelmatig om te verifiëren of die goed vastzit en niet beschadigd is. OPGELET: De uitlaatdemper wordt erg heet tijdens en na gebruik en wanneer de motor draait bij stationair toerental. Wees voorzichtig in de buurt van brandbare materialen en/of dampen om brand te voorkomen. Bougie controleren OPGELET: Gebruik altijd het juiste bougietype. Een verkeerd type bougie kan schade aan het product veroorzaken.
- Controleer de bougie als de motor weinig vermogen heeft, niet gemakkelijk te starten is of stationair niet goed draait.
- Volg deze instructies om het risico van ongewenst materiaal op de elektroden van de bougie te beperken: a) Zorg ervoor dat het stationair toerental altijd juist is afgesteld. b) Zorg dat het brandstofmengsel correct is. c) Zorg dat het luchtfilter schoon is.
- Maak de bougie schoon als deze vuil is en controleer of de afstand tussen de elektroden correct is, zie Technische gegevens op pagina 192
- Vervang de bougie indien nodig. De vijzels en de schraapbalk controleren
1. Controleer vóór elk gebruik de vijzels en de
schraapbalk op slijtage.
2. Als de rand van de schraapbalk versleten is, draait u
de schraapbalk om. Als de schraapbalk aan beide kanten is beschadigd of versleten, vervangt u deze.
3. Als de randen van de vijzels versleten zijn, neemt u
contact op met een erkend servicepunt om ze te vervangen. Breekpennen van de vijzel vervangen De breekpennen van de vijzel beschermen het product tegen schade. De breekpennen van de vijzel breken als een object in de bewegende delen komt. OPGELET: Gebruik alleen de originele breekpennen die met het product worden meegeleverd.
1. Als een breekpen van de vijzel breekt, stop dan de
motor en wacht tot de bewegende delen tot stilstand zijn gekomen.
2. Verwijder de AAN/UIT-sleutel en maak de
3. Breng het gat in de naaf van de vijzel (B) in lijn met
het gat in de vijzelas (C) en monteer een nieuwe breekpen van ¼ - 20 x 2 (A).
4. Monteer een ¼-20 borgmoer (D) op de breekpen en
5. Steek de AAN/UIT-sleutel in het contact en sluit de
bougiekabel aan op de bougie. Breekpennen van de rotor vervangen De breekpennen van de rotor beschermen het product tegen schade. De breekpennen van de rotor breken als een object in de bewegende delen komt. OPGELET: Gebruik alleen de originele breekpennen die met het product worden meegeleverd.
1. Als een breekpen van de rotor breekt, stop dan de
motor en wacht tot de bewegende delen tot stilstand zijn gekomen.
2. Verwijder de AAN/UIT-sleutel en maak de
1813. Breng het gat in de naaf van de rotor (A) in lijn methet gat in de vijzelas (B) en monteer een nieuwe ¼ --20 breekpen (C).4. Monteer een ¼-20 borgmoer (D) op de breekpen endraai deze vast.
5. Steek de AAN/UIT-sleutel in het contact en sluit debougiekabel aan op de bougie.
De zekering vervangen De zekeringhouders bevinden zich achter hetaccudeksel.
- Vervang de zekering voor de motorregeleenheid (A)met een 5A-zekering.• Vervang de zekering van de elektromagneet (B) vande startmotor met een 20A-zekering.• Vervang de zekering voor de led en de verwarmdehandgreep (C) met een 5A-zekering.• Positie (D) bevat een reservezekering van 5 A. De banden inspecteren
- Houd de banden vrij van brandstof, olie enchemicaliën om schade aan het rubber tevoorkomen.• Houd de banden uit de buurt van boomstronken,stenen, geulen, scherpe voorwerpen en anderevoorwerpen die schade aan de banden kunnenveroorzaken.• Houd de banden correct op spanning, zie Technische gegevens op pagina 192
De deflector van de uitworptrechter leegmaken wanneer deze verstopt is Maak de deflector van de uitworptrechter pas leeg als ude volgende handelingen hebt verricht.1. Laat de inschakeling van de vijzel en van deaandrijving gelijktijdig los.2. Wacht 10 seconden om er zeker van te zijn dat devijzels gestopt zijn.3. Stop het apparaat.4. Gebruik de reinigingstool (ten minste 37 cm (15")lang, bijgeleverd bij sommige modellen) om deverstopping te verwijderen.WAARSCHUWING: Steek uw handenniet in de deflector van deuitworptrechter of in de vijzelbak. De schraapbalk vervangen
1. Draai de schraapbalk (A) om wanneer deze aan derand van de behuizing versleten raakt.
2. Vervang de schraapbalk als deze aan beide zijdenversleten is of als deze beschadigd is.
891 - 005 - 08.01.2020Aandrijfriemen
WAARSCHUWING: De V-riemen op uwproduct hebben een speciale constructie enmoeten worden vervangen door riemen vande oorspronkelijke fabrikant, verkrijgbaar bijhet dichtstbijzijnde servicepunt. Het gebruikvan andere riemen dan die van deoorspronkelijke fabrikant kan leiden totpersoonlijk letsel of schade aan het product.WAARSCHUWING: Voor de vervanging vande riem moet het product wordengedemonteerd. Wanneer u devijzelbehuizing losmaakt van het frame ishet belangrijk dat een assistent in debedieningsstand staat en deproducthandgrepen vasthoudt. Ernstiglichamelijk letsel en/of schade aan hetproduct kan optreden als het product tijdenshet vervangen van de riem valt. Voorbereiding voor het vervangen van de riemen 1. Tap de brandstof af uit de brandstoftank.2. Draai de borgmoer (A) los waarmee deuitworprotorkop (B) aan de bevestigingsbeugel (C)vastzit om de uitworptrechter te verwijderen.
3. Draai de twee schroeven (A) los waarmee deriemkap (B) aan het frame (C) is bevestigd enverwijder de riemkap.
De aandrijfriem verwijderen
1. Verwijder de vijzelriem (A). Zie De vijzelriemverwijderen (alleen voor ST 424/427/430 ) op pagina
2. Verwijder de 9/16"-poeliebout (B) en verwijder demotorpoelie (C) van de motor.
3. Verwijder de aandrijfriem (D) van de onderste poelie
(E). De aandrijfriem aanbrengen 1. Plaats de aandrijfriem op de onderste poelie (E).Let op: Zorg ervoor dat de aandrijfriem correct in degroef van de onderste poelie valt.891 - 005 - 08.01.2020 1832. Plaats de aandrijfriem in de groef van de motorpoelie (C).
3. Monteer de 9/16"-poeliebout (B) en bevestig demotorpoelie (C) op de motor. Zet de poeliebout vast(41-47 Nm/30-35 Ft. lbs).4. Monteer de vijzelriem (A). Zie De vijzelriem aanbrengen op pagina 185
5. Bedien alle bedieningselementen om er zeker van tezijn dat de aandrijfriem correct is gemonteerd en datalle onderdelen correct bewegen. De riemkap installeren
1. Breng de riemkap (B) aan op het frame (C) en draaide twee schroeven (A) vast.
2. Installeer de uitworptrechter.
De spanning van de aandrijfriem aanpassen
1. Verwijder de riemafdekking. Zie
Voorbereiding voor het vervangen van de riemen op pagina 183
2. Draai de moer (A) van de geleidepoelie los.3. Beweeg de geleidepoelie (B) dichter naar de riemom de riemspanning te vergroten. Beweeg deze vande riem af om de riemspanning te verkleinen.
4. Draai de moer (A) van de geleidepoelie vast.5. Druk de rijsnelheidshendel in en laat hem weer los.Als de aandrijfriem nog gespannen is wanneer derijsnelheidshendel wordt losgelaten, verplaatst u degeleidepoelie weg van de aandrijfriem om despanning van de riem te halen.6. Monteer de riemkap. Zie De riemkap installeren op pagina 184
De vijzelriem verwijderen (alleen voor ST 424/427/430 )
1. Verwijder de moer van 5/16" en de kabelafdekking(E) van het frame.
2. Verwijder de bovenste 5/16''-bouten en de onderste¼"-bouten (D) van de 2 zijden van het frame. Gooide bouten niet weg.3. Draai de onderste bouten van 5/16" (C) aan de 2zijden van het frame los, maar verwijder ze niet.
891 - 005 - 08.01.20204. Haal de vijzelriem (B) van de motorpoelie (A).
5. Kantel het achterste gedeelte omlaag. Het voorste
gedeelte kantelt tegelijkertijd naar voren. De onderste bout is een scharnier tussen het voorste en achterste deel.
6. Plaat een houten blok onder het scharnierpunt om
het product in de gekantelde stand te zetten.
7. Verplaats de vijzelremarm en verwijder de vijzelriem
(B) die rond de vijzelremarm zit. De vijzelriem verwijderen (alleen voor ST 424T/427T/430T )
1. Verwijder de moer van 5/16" en de kabelafdekking
2. Verwijder de bovenste 5/16''-bouten van de 2 zijden
van het frame. Gooi de bouten niet weg.
3. Verwijder de onderste 5/16"-bouten (C) aan de 2
zijden van het frame.
4. Haal de vijzelriem (B) van de motorpoelie (A).
5. Gebruik de afstelhendel voor de vijzelbak om het
achterste deel naar beneden te kantelen. Het voorste gedeelte kantelt tegelijkertijd naar voren. De onderste bout is een scharnier tussen het voorste en achterste deel.
6. Plaat een houten blok onder het scharnierpunt om
het product in de gekantelde stand te zetten.
7. Verplaats de vijzelremarm en verwijder de vijzelriem
(B) die rond de vijzelremarm zit. De vijzelriem aanbrengen
1. Verplaats de vijzelremarm (G). Bevestig de
vijzelriem rond en in de groef van de vijzelpoelie (E).
OPGELET: Zorg ervoor dat de riem niet tussen het frame en het vijzelhuis komt als u de eenheid in elkaar zet.
2. Verwijder het houten blok van onder het product.
3. Til de hendels omhoog om het achterste gedeelte
omhoog te kantelen. Het voorste gedeelte kantelt naar achteren en draait zodat het op het achterste gedeelte wordt bevestigd.
4. Zorg ervoor dat de riem correct in de groef van de
vijzelpoelie (E) valt.
5. Monteer de bouten van 5/16'' (C) en draai ze vast
6. Alleen voor ST 424/427/430 : Monteer de bouten
van ¼'' (B) en draai ze vast (5-8 Nm).
7. Plaats de vijzelriem (B) op de motorpoelie (A). Zorg
ervoor dat de riem correct om de geleidepoelie en in de groef van de motorpoelie valt.
8. Monteer het kabeldeksel (F) en de moer van 5/16"
zijn dat de vijzelriem correct is gemonteerd en dat alle onderdelen correct bewegen. De vijzelriemspanning aanpassen Let op: Voor deze taak is de hulp van een assistent vereist.
1. Verwijder de riemafdekking. Zie
Voorbereiding voor het vervangen van de riemen op pagina 183
1852. Draai de moer (A) van de geleidepoelie los.
3. Verplaats de geleidepoelie (B) in de richting van de
vijzelriem om de riemspanning te vergroten. Verplaats de geleidepoelie weg van de vijzelriem om de riemspanning te verkleinen.
4. Draai de moer (A) van de geleidepoelie vast.
5. Laat uw assistent 3 m (10 ft) voor het product staan
om de beweging van de vijzel in de gaten te houden.
6. Duw de vijzelinschakeling in en laat hem weer los
om de vijzel te starten en te stoppen.
7. Meet de tijd die de vijzel nodig heeft om tot stilstand
te komen. Haal de spanning van de riem wanneer de vijzel meer dan 5 seconden nodig heeft om tot stilstand te komen.
8. Wanneer de vijzel na minder dan 5 seconden tot
riemkap installeren op pagina 184
1. Verwijder de kabelafdekking aan de rechterkant van
trekken, schroeft u de onderste contramoer (B) los en draait u de bovenste contramoer (B) aan totdat de riemspanning van de vijzel is toegenomen.
3. Test de inschakeling van de vijzel opnieuw. Herhaal
de afstelling naar behoefte tot er nog maar weinig spanning op de kabel staat wanneer de hendel wordt uitgeschakeld.
4. Draai de onderste borgmoer vast om de spanning
vast te houden. Let op: U kunt de vijzelriem ook spannen door als secundaire optie de spanrol aan te passen. Als de afstelling het probleem niet verhelpt, vervang dan de riem van de grondboor. Zie De vijzelriem aanbrengen op pagina 185
De ontgrendelkabel van de uitworptrechter afstellen
1. Om de ontgrendelkabel af te stellen, draait u aan de
kabelversteller totdat de vrijgavehendel van de uitworptrechter niet meer vrij kan bewegen. 186 891 - 005 - 08.01.2020De linker- en rechterkabel van de uitworptrechter afstellen
1. Plaats de hendel van de uitworptrechter in de
2. Draai aan de kabelverstellers totdat de
uitworptrechter recht vooruit wijst en de kabels strak staan.
3. Draai de kabelverstellers ¼-slag los om de kabels
minder strak te maken. De wielen verwijderen
1. Verwijder de wielpen (A) en de borgpen (B).
2. Verwijder het wiel van de as (C).
De spanning van de rupsbanden afstellen (alleen voor ST 424T/427T/ 430T ) Let op: Gereedschappen die nodig zijn voor deze taak: een diepe dop van 9/16", een 9/16"-sleutel en een gewicht van 5 kg (10 lbs).
1. Draai de borgschroef (A) 1 slag los.
2. Verwijder de achterste borgmoer (B) om toegang te
krijgen tot de stelmoer.
3. Plaats een gewicht van 5 kg (10 lbs) (C) bovenop de
rupsband, in het midden tussen de 2 wielen.
891 - 005 - 08.01.2020
1874. Draai aan de stelmoer (B) totdat de afstand (D) tussen de rups en de stalen plaat tussen 3,175 en 6,350 mm (0,125 en 0,250 inch) ligt. 10lb
5. Bevestig de borgschroef (A) en vervolgens de
achterste borgmoer (B). Product reinigen
- Reinig de kunststof onderdelen met een schone en droge doek.
- Reinig het product niet met een hogedrukspuit.
- Laat nooit water rechtstreeks op de motor stromen.
- Gebruik een borstel om bladeren, gras en vuil te verwijderen. 188 891 - 005 - 08.01.2020Probleemoplossing Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Het product start niet De veiligheidscontactsleutel is niet ingestoken. Plaats de veiligheidscontactsleutel. Het product bevat geen brandstof meer. Vul de brandstoftank met nieuwe, schone benzine. De AAN/UIT-sleutel is UIT. Zet de AAN/UIT-sleutel in de stand AAN. Er is geen brandstof in de motor geïnjecteerd. Injecteer brandstof in de motor. De motor is 'verzopen'. Wacht enkele minuten alvorens op- nieuw te starten, injecteer NIET. Start de motor opnieuw terwijl het gaspedaal volledig is ingetrapt en de choke UIT (DICHT) is. De bougiekabel is niet aangesloten. Sluit de kabel aan op de bougie. De bougie is defect. Vervang de bougie. Er zit water in de brandstof of de brandstof is te oud. Leeg de brandstoftank en de carbur- ateur. Vul de brandstoftank met nieuwe, schone benzine. Er zit damp in de brandstofleiding. Zorg dat de hele brandstofleiding on- der de uitgang van de brandstoftank loopt. De brandstofleiding moet ononderbroken omlaag lopen van de brandstoftank naar de carburateur. Andere oorzaken. Inspecteer de startprocedures in deze handleiding zorgvuldig. De brandstofschakelaar (indien aanwezig) staat in de stand DICHT (UIT). Zet de motorschakelaar in de stand OPEN (AAN). De gashendel staat in de stand STOP. Zet de gashendel in de snelle stand. De startaccu is niet opgeladen. Laad de startaccu op. De startaccu moet worden vervangen. Vervang de startaccu. De motorregeleenheid ontvangt geen voeding. Controleer de ECU-zekering en be- drading. De elektromagneet (B) van de startmotor kan niet worden ingeschakeld. Inspecteer de zekering en bedrading en van de startmotor. De brandstofverstuiver wordt niet geactiveerd. (Alleen voor ST 424T/427T/430T ) Neem contact op met een erkend servicepunt. De brandstofpomp krijgt geen voeding. (Alleen voor ST 424T/427T/430T ) Neem contact op met een erkend servicepunt.
891 - 005 - 08.01.2020 189Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Verminderd vermogen De bougiekabel is niet aangesloten. Sluit de kabel aan op de bougie. Het product ruimt te veel sneeuw. Verlaag de snelheid en de breedte van het zwad. De dop van de brandstoftank is bedekt met ijs of sneeuw. Verwijder ijs en sneeuw op en rond de brandstoftankdop. De demper is vuil of verstopt. Reinig of vervang de demper. Incorrecte kabellengte. Pas de kabellengte aan. De demper is geblokkeerd. Zorg ervoor dat de motor afkoelt. Verwijder de blokkade. De luchtinlaat van de carburateur is geblok- keerd. Zorg ervoor dat de motor afkoelt. Verwijder de blokkade. De brandstofverstuiver wordt niet geactiveerd. Neem contact op met een erkend servicepunt. De motor stopt of loopt stroef De brandstofleiding is verstopt. Maak de brandstoftank schoon. Er zit water in de brandstof of de brandstof is te oud. Leeg de brandstoftank en de carbur- ateur. Vul de brandstoftank met nieuwe, schone benzine. De carburateur moet worden vervangen. Neem contact op met een erkend servicepunt. De brandstofverstuiver wordt niet geactiveerd. Neem contact op met een erkend servicepunt. Overmatige trilling / be- weging van de handgreep Sommige onderdelen zitten los. De vijzels zijn beschadigd. Zet alle afsluitingen vast. Vervang de beschadigde onderdelen. Neem con- tact op met een erkend servicepunt. als de trillingen niet verdwijnen. De handgrepen zijn niet goed geplaatst. Zorg ervoor dat de handgrepen in de juiste stand zijn vergrendeld. De moeren van de afstelhendels zitten los. Haal de moeren aan tot de hendel veilig aanvoelt. De starthendel van het startkoord is moeilijk aan te trekken De starthendel van het startkoord is vastgelop- en. Trek langzaam zoveel mogelijk koord uit de starter en laat de startkoord- hendel vervolgens los. Indien de mo- tor niet start, herhaalt u de procedure of gebruikt u de elektrische startmo- tor. Het startkoord komt tussen andere onderdelen. Het startkoord mag geen kabels of slangen raken. 190 891 - 005 - 08.01.2020Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing Verlies van tractieaandrijv- ing/afname van de rijsnel- heid Verlies van sneeuwlozing of langzaam wordende sneeuwlozing De riem slipt. Pas de kabellengte aan. Pas de riem aan. De riem is versleten. Controleer/vervang de riem. Pas de poelie aan. De riem is van de poelie gelopen. Controleer/installeer de riem. Pas de poelie aan. De uitworptrechter zit verstopt. Reinig de uitworptrechter. Vreemde voorwerpen verstoppen de vijzels. Verwijder het vuil of het vreemde voorwerp uit de vijzels. De breekpen is defect. Vervang de defecte breekpen. Overmatige sneeuw- en ijsafzetting tussen de rupsbanddelen. Verwijder sneeuw- en ijsafzetting tus- sen de rupsbanddelen. De lichten zijn niet aan (in- dien aanwezig) De motor draait niet. Start de motor. De kabelverbinding is los. Controleer de kabelverbindingen bij de motor en de lampen. De ledlamp is doorgebrand. Vervang de ledlampmodule. Individu- ele led's kunnen niet worden vervan- gen. De zekering is doorgebrand. Vervang de zekering. Controleer of er geen kortsluiting is. De uitworprotor beweegt stroef Er zit vuil in het mechanisme van de uitworpro- tor. Reinig de interne onderdelen van het uitworprotormechanisme. De kabels zijn geknikt of beschadigd. Controleer of de kabels niet geknikt zijn. Vervang de kabels die bescha- digd zijn. De ontgrendelkabel moet worden afgesteld. Stel de ontgrendelkabel af. Het product draait naar één kant De bandenspanning is niet gelijk. Pas de bandenspanning aan en vul de band. Het product rijdt met slechts één wiel. Controleer de borgpen van de band. Ongelijkmatige sledeafstelling. Stel de glijplaten en de slede af. Ongelijkmatige glijplaatafstelling. Stel de glijplaten en de slede af. Vervoer, opslag en verwerking Transport en opslag
- Controleer voor opslag en vervoer van het product en de brandstof of er geen lekken of dampen zijn. Vonken of open vuur, bijvoorbeeld van elektrische apparaten of ketels, kunnen tot brand leiden.
- Gebruik altijd goedgekeurde containers voor opslag en transport van brandstof.
- Leeg de brandstoftank voordat u het product voor langere tijd opslaat. De brandstof via een geschikte verwijderinglocatie afvoeren
- Zet het product tijdens het vervoer veilig vast om schade en ongevallen te voorkomen.
- Bewaar het product in een afgesloten ruimte om toegang door kinderen of onbevoegde personen te verhinderen.
891 - 005 - 08.01.2020 191• Bewaar het product in een droge en vorstvrije
- Laad de accu op bij langdurige opslag. Controleer en reinig de accupolen voor langdurige opslag. Afvoeren
- Neem de plaatselijk geldende wet- en regelgeving voor recycling in acht.
- Voer alle chemicaliën, zoals olie of antivries, af via een servicecentrum of een geschikte verwijderingslocatie.
- Wanneer het product niet langer in gebruik is, stuur het dan naar een Husqvarna dealer of voer het af via een recyclingslocatie.
- Lever de accu in bij een servicecentrum of bij een bedrijf dat oude accu's verwerkt. Technische gegevens Technische gegevens ST 424 ST 427 ST 430 ST 424T ST 427T ST 430T Afmetingen Gewicht, met lege tanks,
Max bandenspanning in bedrijf, PSI
Geluidsemissie naar de omgeving gemeten als geluidsvermogen (L
) volgens EG-richtlijnen 2000/14/EG en 2005/88/EG.
Wij, Husqvarna, SE-561 82 Huskvarna, ZWEDEN, verklaren onder onze alleenverantwoordelijkheid dat het gerepresenteerde product: Beschrijving Sneeuwblazer Merk Husqvarna Platform / Type / Model ST 424, ST 427, ST 430, ST 424T, ST 427T, ST 430T Partij Serienummer vanaf 2018 en verder volledig voldoet aan de volgende EU-richtlijnen en - regelgeving: Richtlijn/Verordening Beschrijving 2006/42/EG "betreffende machines" 2014/30/EU "betreffende elektromagnetische compatibiliteit" 2000/14/EG; 2005/88/EG "betreffende geluid buitenshuis" Toegepaste geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn als volgt: EN ISO 12100, ISO 14982,
ISO 8437, ISO 3744, EN 1032
In overeenstemming met richtlijn 2000/14/EG, bijlage V, staan de verklaarde geluidswaarden vermeld in de sectie met technische gegevens van deze handleiding en in de ondertekende EG-verklaring van overeenstemming. De geleverde sneeuwblazer is conform het geteste exemplaar.
Notice-Facile